D14. BIJLAGE 6B - 221124-3 Uitvoeringsstrategie Landelijk Gebied
Tekst van het document
De basis daarvoor zal dan een herijking of bijstelling van het provinciale gebiedsprogramma zijn. De gebieden leren van elkaar De gebieden werken op hun manier de taken uit. Daarbij doen ze eigen ervaringen op, komen ze fouten tegen en verzinnen ze oplossingen. Andere gebieden kunnen daarvan leren. We kijken hoe we dit vormgeven. Dit doen we samen met de betrokken partijen.
4.5 Zo zorgen we voor juridische borging Elke deelnemende partij bindt zich aan de uitvoering van de eigen onderdelen in het regioprogramma Overheden kunnen zich binden in de vorm van een interbestuurlijk (Omgevingswet)programma. Private partijen zoals de landbouw- en de natuurorganisaties binden zich met een samenwerkingsovereenkomst. Onze voorkeur heeft dat de gebiedspartijen zelf de opgaven uitvoeren Dit heeft wel haken en ogen op het gebied van aanbesteding. We vragen aan deskundigen advies over wat hier wel en wat niet mogelijk is. Dat advies moet ook gaan over de rechtmatigheid van de rollen, de plichten van de manier van besturen en de uitvoeringsorganisatie. Dit zowel beoordeeld vanuit de Provinciewet, de regels over aanbesteding en de democratische goedkeuring. Door dit zo op te pakken volgen we het advies van de Evaluatie AVP.
Schema sturing en verantwoordelijkheden per schaalniveau
32
Uitvoeringsstrategie Landelijk Gebied | 33
5 DE
FINANCIERING VAN EN INSTRUMENTEN VOOR DE UITVOERING 5.1 We gebruiken deze financieringsbronnen
We leggen per uitvoeringsprogramma uit welke financieringsbronnen we inzetten. We laten zien hoeveel geld we de komende jaren zelf inzetten. Wat de bijdrage is van de gebiedspartijen. En we maken inzichtelijk welke bijdrage vanuit het Transitiefonds noodzakelijk is. Onderstaand zijn alleen de beschikbare (en te verwachten) budgetten binnen de provincie in beeld gebracht. Onze programmabegroting 2023 (Statenvoorstel 27 september 2022) De begroting voor het landelijk gebied (programma 2) is in 2023 € 67,5 miljoen. Dit geld is bedoeld voor: • Behoud en versterking van natuur en landschap • Aanmoediging van duurzame landbouw • Inzet voor een gezond en (be)leefbaar landelijk gebied De begroting voor het remmen van de bodemdaling en het verminderen van de CO₂-uitstoot in veenweidegebied (programma 3.5) is in de periode 2023-2026 €20,5 miljoen. Kadernota 2023 - 2026 De Kadernota voegt € 23,8 miljoen toe om grond voor nieuwe bossen en de Groene Contour te kopen en af te waarderen. De specifieke uitkering Programma Natuur (SPUK) Dit programma maakt in 2023 € 17,4 miljoen vrij om in negen Natura 2000 gebieden delen te herstellen. Het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid In 2023 start voor het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) een nieuwe periode voor. Het rijk en de provincies stelden samen het Nationaal Strategisch Plan 2023-2027 op om het GLB uit te voeren.
Europa stelt voor onze provincie € 38,71 miljoen beschikbaar. Dit is een belangrijke bron voor: • Het agrarisch natuurbeheer • De transitie naar een duurzame landbouw • Plattelandsontwikkeling • Vergroening van het landelijk gebied Wij betalen € 20,15 miljoen voor het samen-financieren en de kosten om het uit te voeren. Dit is nodig om het geld van Europa te krijgen. Ook is er geld om klimaatdoelen te realiseren. Het Nationaal Programma Landelijk Gebied (NPLG) (en de Agenda Natuurinclusief van het Programma Natuur) Hierin maakt het rijk de opgaven voor het landelijk gebied duidelijk. We werken deze opgaven uit in het Provinciaal Gebiedsprogramma. We maken hiermee aanspraak op het beschikbare geld van het rijk voor de transitie van het landelijk gebied. We weten nog niet precies hoe het rijk het geld verdeelt. We rekenen op meer dan € 100 miljoen per jaar. Dat baseren we op de grootte van het Transitiefonds, de grootte van de opgaven en de verdeelsleutel van het Provinciefonds. Andere begrotingsprogramma’s van de provincie Ook deze programma’s kunnen voor een deel leiden tot uitvoering in het landelijk gebied: • Groen Groeit Mee: hier is nu € 6 miljoen in gereserveerd. We onderzoeken of er meer investeringen mogelijk zijn.
• Waterveiligheid en klimaatadaptatie: we hebben ongeveer € 5 miljoen per jaar voor het verhogen en verstevigen van de Lekdijk, het op orde krijgen van de regionale keringen en maatregelen voor klimaatadaptatie.
5.2 We gebruiken deze instrumenten
34
Uitvoeringsstrategie Landelijk Gebied | 35
We hebben voldoende menskracht, middelen en een passende uitvoeringsorganisatie nodig Alleen dan kan de ULG slagen. Wij zullen dit starten. Maar we kunnen het niet alleen. We kijken samen met de partners, hoe de verschillende gebiedspartijen hun uitvoeringskracht het beste kunnen inzetten. We moeten ook onze gezamenlijke kennis en vaardigheden verder ontwikkelen. U leest daar meer over in hoofdstuk 6. Onderstaande instrumenten helpen om de gebiedsgerichte uitvoering van de vijf noodzakelijke opgaven verder in te vullen. 5.2.1 De Omgevingsverordening De ruimte die de Omgevingsverordening al biedt beter benutten: we merken dat niet iedereen weet dat onze Omgevingsverordening al veel ruimte voor ontwikkeling biedt. We kijken dan bijvoorbeeld naar de regels in paragraaf 9.1 Stedelijke functies in landelijk Gebied en artikel 6.9 over de Groene Contour. We kijken of we de ruimte in de Omgevingsverordening nog groter kunnen maken: we kijken bijvoorbeeld naar de huidige ruimte-voor-ruimte-regeling. En naar de inzet om te experimenteren. En we onderzoeken of bij verbreding op agrarische bedrijven het mogelijk is de agrarische hoofdfunctie los te laten.
5.2.2 We verwerven grond om in te zetten Hiervoor overwegen we de inzet van de volgende instrumenten: • Strategische verwerving, grondbank • Koop en zakelijk recht • Afwaardering en herwaardering van gronden • Kavelruil: ‘ruilverkaveling bij overeenkomst’ of ‘wettelijke herverkaveling (WILG)’ • Wet voorkeursrecht gemeenten (Wvg): de provincie kan een voorkeursrecht inzetten voor een provinciaal belang. • Oonteigening: we sluiten geen agrarische bedrijven met dwang op basis van provinciale stikstofregels tot er landelijk beleid voor is. PS hebben dit in 2019 besloten (motie 66). • Gedoogplicht • Huur • Uitgifte van grond: we geven grond in gebruik, verhuren het of verpachting het. Dat kan in de vorm van verkoop, overdracht of tijdelijk beheer. Een van de succesfactoren voor de grondmobiliteit is de samenwerking van alle partijen. We stellen daarom een provinciale grondstrategie op. De planning is deze in het 1e kwartaal 2023 ter vaststelling voor te leggen aan Provinciale Staten. Wij onderzoeken met alle partijen hoe we deze in de samenwerking uit kunnen bouwen naar een gezamenlijke regionale grondstrategie. 5.2.3 We gebruiken subsidieregelingen van het rijk We gebruiken onder meer de volgende regelingen: • Gerichte opkoop veehouderijen • Landelijke beëindigingsregeling piekbelasters veehouderij
• •
• • • •
• • • • •
5.2.6 Er zijn ook instrumenten in ontwikkeling • • • •
5.2.5 We gebruiken de volgende provinciale subsidieregelingen • • •
36
Subsidieverordening natuur- en landschapsbeheer (SVNL): deze subsidieregeling gaat over vergoeding voor natuurbeheer en agrarisch natuurbeheer. U leest daar hier meer over. Subsidieregeling kwaliteitsimpuls natuur en landschap (SKNL): dit is een subsidieregeling voor vergoeding als landbouwgrond wordt bestemd en ingericht voor natuur. U leest daar hier meer over. Uitvoeringsverordening aankoopsubsidie NNN-gronden (UVAN): deze regeling gaat over het kopen van en
Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB): het rijk beschrijft in het Nationaal Strategisch Plan (NSP) hoe we het GLB kunnen inzetten; het stimuleren van nieuwe verdienmodellen en het werken met kritische prestatie indicatoren (KPI’s). We doen dit met behulp van een subsidieverordening, coaching en kennistrajecten; verplaatsingssubsidie voor agrarische bedrijven vanuit de opgaven voor bodemdaling en stikstof; de afwaardering en herwaardering van landschapsgronden.
5.2.7 We gebruiken ook nog andere instrumenten • • • • • •
5.2.4 We stellen één of meerdere provinciale doelenbanken in Zo zetten we de vrijgekomen stikstofruimte in voor ontwikkeling. We werken dit in de komende periode verder uit. Dat doen we in samenhang met het openstellen van het extern salderen in de provincie Utrecht.
over het stopzetten van pachtovereenkomsten, beide van grond binnen het Natuurnetwerk Nederland met als doel natuur te realiseren. U leest daar hier meer over. Soortenmanagementplan (SMP): we gebruiken dit plan om de biodiversiteit te vergroten en schadelijke exoten te voorkomen. U leest daar hier meer over. Agenda Vitaal Platteland: we gebruiken subsidies voor deze thema’s: o Natuur en water (waaronder Verplaatsingssubsidie voor bedrijven in de NNN) o Landschap en cultuurhistorie (Landschapselementen; Agrarisch natuurbeheer) o Sociaal economische vitaliteit (Leefbaarheid en kleine kernen; Relatie stad en platteland; Recreatie) Subsidie beperking bodemdaling Veenweiden Agrarisch Natuur- en Landschapsbeheer (ANLb) Nieuwe Hollandse Waterlinie: we gebruiken deze subsidieverordening om de beleving en bekendheid te vergroten. Het maakt vrijetijdsgebruik toegankelijker. Het ontwikkelt een duurzaam landschap wat zich aan het klimaat kan aanpassen. Het zorgt voor de restauratie of herbestemming van waterlinie objecten. Cultuur en Erfgoed: we gebruiken dit voor ontwerpend onderzoek dat zich richt op de inzet van cultuurhistorische en archeologische waarden van omgevingskwaliteit. Het dient als inspiratiebron bij gebiedsontwikkeling. Het vergroot het publieksbereik in de erfgoedsector. Denk bijvoorbeeld aan Erfgoedparels (Rijksmonumenten).
De instrumenten die we gebruiken om de Groene Contour uit te voeren; Energietransitie: voor besparing en duurzame opwekking bij bewoners, organisaties en collectieven; innovatie. Klimaatbestendige, groene en gezonde steden en dorpen Plattelandsontwikkeling (POP3): wordt NSP GLB (zie 5.2.6) Recreatie en Toerisme: dit vergroot het aanbod van vrijetijdsgroen, recreatief hoofd(route)netwerk, duurzame ontwikkeling van de vrijetijdseconomie.
Businesscases/praktijkproeven/pilots: volgen en evalueren van bestaande pilots / projecten zoals Klimaatslim boeren op Veen, pilots Natte teelten en Hoogwaterboerderij Zegveld; Onderzoek / Kennisdeling: VIC, VIP-NL, NOBV, NKB, waterschappen; Keurmerken zoals (de mogelijk aangepaste) Planet Proof (Friesland Campina). Er zijn nog veel vragen over de toepassing voor aanpak bodemdaling. U leest daar meer over in het rapport Governance van NOBV; Valuta voor Veen / emissiehandel; Keteninitiatieven; Pilots: verleasen van innovatie & coachingstraject managementmaatregelen rondom de Nieuwkoopse Plassen; proeftuin Kringlooplandbouw Kromme Rijnstreek; meetnetwerk voor onder andere fijnstof, de geur en ammoniak in de Foodvalley; afwaardering landbouwgronden en verbetering van het verdienvermogen van landbouwbedrijven (RVS en programma natuur);
We maken ook gebruik van lopende onderzoeken • • •
Onderzoek naar de bijdrage van het natuurinclusief inrichten van overgangsgebieden rondom Natura 2000-gebieden en de effectiviteit hiervan. IPO-verband: nieuwe stikstofanalyses uitgevoerd en natuurdoelanalyses voorbereid. RUD analyses naar de bronnen voor stikstofdepositie op de Natura 2000-gebieden.
Uitvoeringsstrategie Landelijk Gebied | 37
6
WE ONDERSTEUNEN DE WERKWIJZE INTERN
We willen ULG goed laten verlopen. Daarvoor moet de provincie zich bestuurlijk voldoende inzetten. En de werkwijze van onze eigen organisatie moet deze deels nieuwe aanpak ook steunen.
6.1 De bestuurlijke rol van de provincie op de verschillende niveaus We hebben in hoofdstuk 4 al de bestuurlijke indeling voor de drie niveaus uitgelegd. Op provinciaal niveau komt een stuurgroep. In de stuurgroep zitten waterschappen, gemeenten en de provincie. De provincie is voorzitter. De gedeputeerde met de meeste van de vijf noodzakelijke opgaven in de portefeuille is de voorzitter. Elke regio heeft een regiostuurgroep. De gedeputeerde met de meest essentiële opgaven voor dat gebied zit in deze regiostuurgroep. Een integrale aansturing kan makkelijker worden door te werken met gebiedsgedeputeerden. Wij geven dit mee in het op te stellen overdrachtsdocument voor het komende college (2023). We kijken per opdracht of/hoe de provincie zich bestuurlijk inzet in de gebiedsprocessen op polderniveau.
6.2 De ambtelijke organisatie die nodig is Wij vragen de organisatie om op korte termijn te gaan werken op een wijze die past bij ULG. Dit betekent werken vanuit de volgende uitgangspunten: • We werken gebiedsgericht en doen dit samen met onze gebiedspartners. • We zetten het vastgestelde gezamenlijke gebiedsresultaat voorop. Dus niet de afzonderlijke sectorale resultaten. • We wegen andere opgaven en ambities mee en maken op regioniveau met het gebied keuzes. Naast de vijf noodzakelijke opgaven zal niet alles mogelijk zijn, maar we houden rekening met de andere mee te wegen opgaven. • We passen de principes van omgevingsgericht werken toe: van uiten naar binnen werken, integrale afwegingen maken, werken als één overheid en ruimte voor zelfreflectie • De beleidsteams bereiden beleidskeuzes voor. Dit in samenspraak met de uitvoeringsorganisatie. Gedeputeerde Staten (GS) besluiten over het nieuwe beleid als dit nodig is. Als het gaat om nieuwe kaderstelling besluiten PS. Bij het voorbereiden van de beleidskeuzes houden we rekening met de onderlinge samenhang van de opgaven en wegen we schurende belangen af. • We voegen waar mogelijk programma’s samen. We nemen in de programma’s gebiedsgericht beleid op. Zo kunnen we al in een vroeg stadium beleids- en uitvoeringskeuzes maken. • We gaan ook intern uit van leren van de praktijk, evalueren en waar nodig bijsturen.
• We verkleinen de afstand tussen beleid en uitvoering volgens het advies uit de Evaluatie AVP. We doen dit door: o de beleidscyclus als basis voor de uitvoering te nemen; o te werken met een intern integraal regioteam of -teams ; o de beleidsuitvoerings- en integratietafel (BUIT) en tijdige keuzes te maken; o meer programma’s samen te voegen. • Het is belangrijk dat de faciliterende onderdelen van de provincie het gebiedsgericht werken ondersteunen. Denk aan afdelingen zoals financiën, juridische zaken en subsidieverlening. Zij denken mee over instrumenten en processen om het gebiedsgericht werken zo makkelijk mogelijk te maken.
38
Uitvoeringsstrategie Landelijk Gebied | 39
7
ZO BEWAKEN WE DE VOORTGANG EN STUREN WE BIJ
We stellen eerst hoofdlijnen vast Het Provinciaal Gebiedsprogramma Landelijk Gebied en de twee regio-(uitvoerings)programma’s komen tot stand onder tijdsdruk. We stellen daarom eerst de hoofdlijnen vast. Veel andere keuzes maken we later. We maken dan gebruik van de praktijkuitwerking in de gebieden. We kijken of die keuzes samen genoeg doelbereik hebben voor de verschillende onderdelen We passen het programma aan waar dat niet (meer) het geval is. We doen dit door monitoring en tussenevaluatie. We gebruiken de wettelijk bepaalde monitoring als basis, zoals staat in de Omgevingswet. We gebruiken hiervoor ook de rapportageplicht vanuit het Transitiefonds. We werken dit uit met alle partners. We bekijken samen met de partners ook wanneer we tussenevaluaties nodig vinden. We kijken ook naar het doelbereik op provinciale- en gebiedsdoelen We gebruiken hiervoor de doelenboom van de provinciale begroting. Daarbij hebben we ook voortgangs-informatie nodig uit de regio’s, opgebouwd uit deelgebieden en gebiedsprocessen op polderniveau. We leren door te doen De praktijk wijst dan uit wat beter en wat minder goed werkt. We moedigen originele manieren van aanpak aan en leren van goede en minder goede voorbeelden.
Het uitvoeren van de samenhangende doelen vraagt om bijvoorbeeld: • vernieuwing van inrichting • combinatie van functies • integratie van gebiedsontwikkeling • vernieuwing van instrumenten, regels, verdienmodellen en financieringsconstructies. Dit gaat niet vanzelf goed. De praktijk wijst uit wat beter en wat minder goed werkt. We bekijken samen met de uitvoerende partijen hoe het beter kan. We moedigen originele manieren van aanpak aan en leren van goede en minder goede voorbeelden.
40
Uitvoeringsstrategie Landelijk Gebied | 41
8
ZO STARTEN WE DE ULG EN WERKEN WE HET UIT
We starten snel na 1 januari 2023 met de nieuwe sturingsstructuur en de ondersteuning daarvan Wij zijn daarom al een Implementatieplan ULG aan het maken en zullen zo snel mogelijk starten met het uitvoeren ervan. De voorstellen vragen om een aantal ingrepen in de huidige werkwijze en aansturing. Dat bespraken we al in hoofdstuk 6. Wij willen de veranderingen praktisch en snel uitwerken. Dat komt door de druk vanuit het NPLG en de noodzaak om per 1 juli 2023 een Provinciaal Gebiedsprogramma te hebben. We maken een Voorverkenning voor het Provinciaal Gebiedsprogramma. We verwachten dat wij deze in januari 2023 vaststellen.
42
Uitvoeringsstrategie Landelijk Gebied | 43
BIJLAGE 1 WET STIKSTOFREDUCTIE EN NATUURVERBETERING (WSN); NATIONAAL PROGRAMMA LANDELIJK GEBIED (NPLG) EN NOVEX: GEBIEDSPLAN (WSN) Volgens de WSN maakt iedere provincie een gebiedsplan (Provinciaal Gebiedsprogramma) Dat moet vóór 1 juli 2023 klaar zijn. Een gebiedsplan bevat het volgende: • De opgave: wat er in een gebied moet gebeuren • De natuurdoelanalyse: uitkomsten van onderzoek hoe het gebied ervoor staat qua natuur • De maatregelen die we willen nemen en de instrumenten daarvoor • Het gebiedsproces: wat partijen met elkaar afspreken • De voorspelling of we zo onze doelen halen. De gebiedsagenda’s zijn voor elk gebiedsplan belangrijke bouwstenen De gebiedsagenda’s worden voor zes van N2000-gebieden en hun omgeving opgesteld. Dat zijn er vier vanuit de provincie Utrecht en twee vanuit of samen met aangrenzende provincies. De provincies hebben de regie bij de totstandkoming. Ze bepalen met de gebiedspartijen hoe de regierol eruit ziet. De gebiedsagenda’s komen langs de volgende stappen tot stand, samen met de gebiedspartijen: • We gebruiken gezamenlijke fact-finding om beschikbare en ontbrekende kennis te krijgen. • We stellen gezamenlijk onderzoeksopgaven op en voeren keukentafelgesprekken. • We stellen gezamenlijk scenario’s op met oplossingsrichtingen.
• We beschrijven maatregelen die nodig zijn op het gebied van de belangrijkste taken en bepalen de sociaal economische effecten. • We beschrijven de vervolgstappen, brengen de financiën in zicht en maken samenwerkings-afspraken. • Het proces om te komen tot afgestemde gebiedsagenda’s voor de N2000-gebieden is in juni 2022 gestart. Deze processen hebben dezelfde breedte als in deze ULG.
• •
Zoetwaterbeschikbaarheid Concentratie gewasbeschermingsmiddelen in oppervlaktewater
Doelen voor klimaat • • •
Broeikasgassen veenweiden Broeikasgassen landbouw (veehouderij en glastuinbouw) Broeikasgassen landbouwbodems / bomen en bossen.
De eisen waar het Provinciaal Gebiedsprogramma aan moet voldoen volgens de startnotitie NPLG Het rijk stelt hiervoor kaders vast. De kaders zijn afgeleid van de (inter)nationale verplichtingen voor natuur, stikstof, water en broeikasgassen. Per provincie is een pakket van doelen beschikbaar in november 2022. Voor het landelijk gebied zijn belangrijke keuzes gemaakt voor bodem en water, en stikstof. Medeoverheden gaan op basis daarvan aan de slag om provinciale programma’s voor het landelijk gebied op te stellen. Zij doen dit onder regie van de provincies en met het rijk als partner. De provinciale programma’s zijn 1 juli 2023 gereed. De eerste versie van de gebiedsplannen over stikstof worden dan nog verder ontwikkeld. Het rijk gebruikt dit brede ‘Provinciaal Gebiedsprogramma’ als basis om de financiële middelen uit de Transitiefonds te krijgen. Het gaat over van €24.3 miljard voor het NPLG. De rijksopgaven komen voor een groot deel overeen met de provinciale inzet in deze ULG, de vijf noodzakelijke opgaven en een aantal aanvullende opgaven Het rijk wil samen met IPO een ‘krachtige regieorganisatie’ voor de uitvoering van het NPLG inrichten. Het rijk wil daarmee de uitvoeringskracht in het landelijk gebied versterken. Het plan is om de Regieorganisatie Realisatie Transitie Landelijk Gebied (R-RTLG) te maken.
De R-RTLG wordt het scharnierpunt tussen het NPLG en de rol van de provincies als regisserende gebiedsautoriteit. De NOVEX-gebieden krijgen extra aandacht Zo noemt de minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening deze complexe gebieden in de Ruimtelijke Ordeningsbrief van 17 mei 2022. Het rijk wil met alle betrokken overheden afspraak maken over de landelijke opgaven met deze gebieden. Binnen het NPLG komt een spoor voor deze complexe gebieden. In onze provincie zijn NOVEX-gebieden het Groene Hart, het Verstedelijkingsgebied Utrecht-Amersfoort (ook met maatregelen om het groen mee te laten groeien) en het gebied Arnhem-Nijmegen-Foodvalley. Het gaat dus hierbij om een groot deel van het landelijk gebied in onze provincie en om gebieden met noodzakelijke opgaven. We verwachten dat het rijk tijdens het hele traject partner is voor deze gebieden. Ze zullen zich actiever mengen in het gesprek over de ontwikkelrichting, om zo actiever bij te dragen aan de benodigde verandering.
De startnotitie NPLG stuurt aan op een breed Provinciaal Gebiedsprogramma Dit zijn de doelen van het Provinciaal Gebiedsprogramma naast de doelen voor stikstofvermindering en natuurverbetering: Doelen voor natuur • • • • •
Stikstofreductie landbouw Areaal (Natuurpactafspraken, afspraken programma Natuur, extra leefgebied 150.000 hectare, areaaldoel Natuurinclusief, bossenstrategie) Instandhoudingsdoelen per N2000-gebied en gunstige staat (dit volgt onder andere uit actualisatie van de doelensystematiek, aanscherping van de Vogelrichtlijngebieden en de Europese Biodiversiteitsstrategie) Hydrologie (natuurpactafspraken) Verbindingen (groenblauwe dooradering van het landschap)
Doelen voor water • •
44
Voedingsstoffen in de oppervlakte en grondwater (inclusief innamepunten van drinkwater). Goede kwantitatieve toestand van grondwaterlichamen.
Uitvoeringsstrategie Landelijk Gebied | 45
BIJLAGE 2 REACTIE OP DE RESULTATEN VAN DE CONSULTATIE VAN DE RICHTINGGEVENDE UITSPRAKEN
Leesbaarheid Verschillende partners en statenleden hebben gewezen op de soms moeizame leesbaarheid van de notitie en het gebruik van afkortingen en jargon. De toon wordt door enkelen te ambtelijk, bureaucratisch en te weinig concreet genoemd. Onze reactie Wij hebben begrip voor deze kritiekpunten. De notitie gaat over hoe we met een veelheid aan partijen willen werken aan de uitvoering van veel en grote opgaven in het landelijk gebied. Ook de werkwijze zelf moet dan begrijpelijk zijn voor een brede doelgroep. Wij hebben daarom de notitie herschreven. We hebben daarbij gekeken naar de leesbaarheid voor een breed publiek en naar het helder uitleggen van wat we voorstellen. Het verder concreet maken van de afspraken zal bij de invoering van deze werkwijze moeten gebeuren. Regio-indeling
1. Waarom deze notitie We moeten in het landelijk gebied van de provincie Utrecht omvangrijke en urgente uitvoeringsopgaven realiseren. De provincie heeft daarbij een voortrekkersrol en bij een aantal opgaven ook een uitvoerende (of regie-)rol. Hoe we deze opgave met draagvlak en betrokkenheid van allen die het aangaat willen uitvoeren, noemen we de uitvoeringsstrategie voor het landelijk gebied (ULG). Op 5 juli 2022 hebben we een notitie vastgesteld met richtinggevende uitspraken voor de ULG. Omdat we de opgaven niet alleen uitvoeren, maar met vele partijen is het belangrijk te weten of die partijen het eens zijn met de ULG. Daarom hebben we in de periode maart – mei 2022 gesprekken gevoerd met een aantal mensen die actief zijn in de uitvoering in het landelijk gebied en hebben we 19 mei ook een eerste bijeenkomst georganiseerd om ideeën uit te wisselen. De resultaten van die bijeenkomst hebben we gebruikt bij het schrijven van de notitie met richtinggevende uitspraken. De notitie hebben we voorgelegd en besproken met onze partners. Dit waren zowel maatschappelijke organisaties (LTO, agrarische collectieven, terreinbeherende organisaties, Nationaal Park Utrechtse Heuvelrug en Gebiedscommissie Utrecht-West) als medeoverheden (gemeenten en waterschappen). Er zijn hiervoor in augustus twee digitale bestuurlijke overleggen geweest, met veel deelnemers.
Daarnaast hebben de waterschappen, gemeentelijke regio’s en een aantal gemeenten ook schriftelijk gereageerd. Verder hebben we de notitie met richtinggevende uitspraken besproken met onze Statencommissie Ruimte, Groen en Water (31 augustus). In de voorliggende notitie hebben we de inbreng van de partners en de Staten samengevat en gebundeld en geven we onze reactie op de inbreng. We geven de samenvatting van alle opmerkingen en onze reactie daarop in paragraaf 2. In paragraaf 3 geven we aan hoe we verder gaan met de vaststelling van de ULG en vervolgens de invoering van de nieuwe werkwijze. We sturen deze reactienota aan alle partijen en beschouwen deze mede als de beantwoording van hun mondelinge en schriftelijke inbreng.
2. De onderwerpen die besproken zijn Er blijkt veel draagvlak voor de voorgestelde aanpak en voor onze voortrekkersrol. Het organiseren van de ULG wordt toegejuicht. De hoofdstappen in de gebiedsgerichte aanpak worden onderschreven en ook de indeling in sturing op drie verschillende schaalniveaus: polder-/gebiedsproject – regio – gehele provincie. Ook voor de integrale aanpak, met de prioritering op de vijf noodzakelijke opgaven is in brede zin steun. Maar uiteraard zijn er ook diverse zorgen, aandachtspunten en verbeterpunten genoemd. Zoals het voorkomen van bestuurlijke drukte bij de regio-indeling, het zorgen voor maatwerk op gebiedsniveau, het borgen van een vorm van onafhankelijkheid op gebieds- en regioniveau en voldoende middelen en capaciteit voor de deelnemende partijen. Hieronder gaan we per onderwerp in op deze punten.
46
De meeste reacties roept de door ons voorgestelde regio-indeling op. Zoals gezegd stellen wij de aanpak van organisatie en sturing op drie verschillende schaalniveaus voor. Het middelste niveau is het regio-niveau. Op dit niveau voorzien wij sturing op de uitvoering van opgaven in (deel) gebieden en polders door alle uitvoerende partijen samen (overheden en maatschappelijke organisaties). Bij de bijeenkomst op 19 mei hebben de meeste deelnemers gepleit voor een beperkt aantal regio’s: regio Oost en regio West. De waterschappen en de meeste maatschappelijke organisaties geven aan blij te zijn met deze indeling in twee regio’s. Van diverse gemeenten en hun samenwerkingsverbanden hebben we echter het verzoek gekregen om de regioindeling te laten aansluiten bij de al bestaande regiostructuren van de gemeenten (regio Amersfoort, regio Food Valley en U10). Hun argument hiervoor is het voorkómen van meer bestuurlijke drukte en het voorkómen van onbegrip en verwarring bij gebiedspartijen. Omdat capaciteit al een probleem is, wordt het gebruikmaken van de al bestaande bestuurlijke structuren gewenst. Hierbij speelt ook dat in regioverband wordt gewerkt aan uit te voeren plannen voor het landelijk gebied zoals het Handelingsperspectief Buitengebied van regio Amersfoort en het Integraal Ruimtelijk Perspectief van de U10 en het Regionaal Programma Landelijk Gebied van de regio Foodvalley.
Aansluiten bij de bestaande regio’s is belangrijk voor een voortvarende aanpak en samenwerking, aldus gemeenten. Naast het beperken van bestuurlijke drukte is ook de uitlegbaarheid naar betrokken gebiedspartijen en bevolkingsgroepen van belang. Een aantal partijen waaronder gemeenten geven daarnaast ook het signaal af dat lopende samenwerkingen van waarde zijn en vragen om inbedding. Vanuit gebiedscommissie Utrecht - west (gemeenten, waterschappen en maatschappelijke organisaties) is het belang van voortbouwen de daar opgebouwde bestuurlijke netwerken en gebiedsaanpak benoemd. Gemeente Woudenberg pleit er voor om de grondeigenaren en gebruikers in te delen in de deelgebieden waar zij thuishoren, ook als dat niet overeenkomt met bestuurlijke regio’s. De agrariërs in Woudenberg hebben veel meer een verbinding met Food Valley dan met regio Amersfoort waar de gemeente bij is ingedeeld. Door gemeente Stichtse Vecht is nog gevraagd hoe wordt omgegaan met de diverse al bestaande samenwerkingsverbanden met een min of meer zelfde doel (stikstofreductie), inclusief de provinciegrens overschrijdende samenwerkingsverbanden en het gebiedsakkoord Oostelijke Vechtplassen. Het Nationaal Park Utrechtse Heuvelrug (NPUH) pleit voor een regio-indeling op basis van gebiedsgerichte criteria en daarmee voor de Utrechtse Heuvelrug met de flanken als één gebied.
Voor een integrale afweging van functies vindt NPUH dit van groot belang. Verder ziet het NPUH het als een gemiste kans dat ze in de notitie niet als speler in het landelijk gebied zijn genoemd. NPUH ziet voor zichzelf geen rol in het besluitvormingstraject maar in de bottom-up aanpak: met alle partijen overeenstemming bereiken over de benodigde maatregelen om aan wettelijke verplichtingen te voldoen. Verder vreest NPUH dat als het deze rol niet krijgt, NPUH als bestuurlijke drukte beschouwd gaat worden. Dit ook omdat de oost-/westgrens NPUH volledig doorsnijdt. Onze reactie Wij stellen voorop dat elke regio-indeling afstemmingsvraagstukken gaat opleveren. Het argument van niet meer bestuurlijke drukte is ook belangrijk voor ons. Ook wij zien dat in een aantal gebieden nu al veel bestuurlijke
Uitvoeringsstrategie Landelijk Gebied | 47
overleggen naast elkaar bestaan. Een recente bijeenkomst over alle activiteiten op de Heuvelrug onderstreepte dat beeld. Het is onze inzet om de uitvoering die voortvloeit uit al deze samenwerkingen zoveel mogelijk te gaan bundelen in een gezamenlijk programma met een gezamenlijke sturing op die uitvoering. Een indeling gebaseerd op de gemeentelijke regio-samenwerkingen hebben wij ook overwogen, mede omdat wij hiermee ook op verschillende ruimtelijke dossiers samenwerken. Wij hechten aan die samenwerking en stellen daarom voor om de invulling van de provinciale stuurgroep vanuit de drie regiosamenwerkingen en de vier waterschappen vorm te geven, zodat we daar op strategisch niveau besluiten als één overheid kunnen nemen over het halen van doelen bij dilemma’s waar partijen op regioniveau niet uit komen. De gemeentelijke regiosamenwerkingen kennen (nog) niet de vorm van gezamenlijke sturing op de uitvoering door alle relevante partijen, overheden en uitvoerende maatschappelijke organisaties samen. Toevoeging van een dergelijke structuur zou ook daar een uitbreiding van de bestuurlijke overlegvormen betekenen. Voor de regio-indeling gaan wij daarom starten met de voorgestelde oost-west indeling op basis van enkele andere argumenten. Maatschappelijke partijen geven voorkeur aan twee regio’s, gegeven de gevraagde inzet van hun bepekte capaciteit.
En wat nu bekend is van de werking van het Transitiefonds, maakt dat we liever grotere regio’s hebben om flexibiliteit van inzet van middelen binnen de regio te kunnen organiseren. We willen dit niet in beton gieten, maar de samenwerking gaan opbouwen en ervaren. We zullen niet aarzelen bij te sturen en aanpassingen voor te stellen, mochten tussentijdse evaluaties daar om vragen.
perspectief. In de reacties is gevraagd of door de prioritering nog wel sprake kan zijn van een evenwichtige en integrale aanpak zoals de Omgevingswet die voorstaat. Door de waterschappen wordt het belang van de NNN-gebieden herkend, maar niet op hetzelfde internationale verplichtende niveau als de opgaven uit het NPLG. Ook geven ze aan dat de KRW resultaatverplichting niet toebehoort aan de waterschappen. En dat water en bodem echt leidend moeten zijn. In de gesprekken hebben ze ook nadruk gelegd op de kwantiteitsopgaven, mede in relatie tot het veranderend klimaat (bv. ruimte voor het vasthouden van water). Gemeente Leusden mist klimaat als noodzakelijke opgave. Onze reactie Met het leggen van de focus op de vijf noodzakelijke opgaven zeggen we niet dat andere opgaven kunnen blijven liggen. Ook die moeten waar enigszins mogelijk worden meegenomen. De focus is echter nodig omdat die vijf opgaven beslist uitgevoerd moeten worden vanwege (inter)nationale verplichtingen en bindende nationale afspraken. Maar het aanpakken van Groen Groeit Mee, de energietransitie, nieuwe bossen et cetera is ook onze ambitie, net als het kunnen realiseren van veel van de lokale en regionale initiatieven. Ook wij zijn voor een integrale uitvoering in het landelijk gebied.
En wij verwachten van onze partners dat zij hun belang in zogenoemde meekoppel-opgaven ook goed zullen inbrengen in de gebieds- en regioagenda’s.
Zoals gezegd willen we daar in de gezamenlijke agendavorming graag voortbouwen op goed lopende gebiedssamenwerkingen, zoals die vanuit het Nationaal Park Utrechtse Heuvelrug. Dit voorbeeld zullen we toevoegen in de ULG.
Het realiseren van het NNN is een wettelijk verankerde afspraak tussen Rijk en Provincies (2013) die uiterlijk in 2027 gereed moet zijn. De NNN-opgave weegt daarmee voor ons niet minder zwaar dan de andere verplichte opgaven en afspraken.
Wie betrekken
Het bodem- en watersysteem vormt van nature de basis voor onze leefomgeving en daarmee voor onze maatschappij. Het Rijk komt binnenkort met het Programma Water en Bodem sturend, dat richtinggevende uitspraken zal bevatten.
Gemeente Montfoort vraagt om ook meer lokaal of sub-regionaal georiënteerde organisaties te betrekken, zoals Werkgroep Behoud Lopikerwaard. Dergelijke organisaties beschikken over specifieke kennis en expertise over het gebied. Vanuit de Staten is voorgesteld om ook organisaties van biologische en kringlooplandbouw te betrekken. Onze reactie In onze notitie hebben we uitgelegd welke partijen volgens ons in ieder geval in de regiostuurgroep moeten zitten. Ook hebben we gezegd dat dit per regio kan verschillen. Het gaat erom dat alle belangen en kennis zijn vertegenwoordigd. Kennis van bijvoorbeeld kringlooplandbouw kan meerwaarde hebben. De uiteindelijke samenstelling is een keuze van de betrokken partijen. Wie op gebiedsniveau meedoen, is geheel aan de desbetreffende gebieden. Het op dat niveau betrekken van organisaties met relevante gebiedskennis heeft zeker meerwaarde. De opgaven In onze notitie hebben we, in overeenstemming met onder meer het Handelingskader Gebiedsgerichte Aanpak Stikstof, aangegeven dat we de focus leggen op vijf noodzakelijke opgaven: 1. Het realiseren van het NatuurNetwerk Nederland (NNN) 2. Stikstofreductie en natuurherstel N2000-gebieden 3. Beperken van de bodemdaling 4. Het halen van de doelen van de Kaderrichtlijn Water 5. De transitie naar rendabele kringlooplandbouw.
Tijdens de twee bestuurlijke bijeenkomsten hebben we gevraagd wat van deze focus wordt gevonden. In brede zin bestaat er steun voor de focus en wordt deze ook begrepen. De transitie van de landbouw is daarbij van een iets andere orde dan de andere vier opgaven, maar het belang is breed onderschreven. Wel is door sommigen benadrukt dat deze focus niet mag betekenen dat andere beleidsvelden en programma’s zoals energietransitie, recreatie, nieuwe bossen, Groen Groeit Mee en de relatie tussen stad en landelijk gebied ondergeschikt wordt gemaakt aan de opgaven van de ULG. Kansrijke ontwikkeling van het landelijk gebied gaat over meer dan deze vijf opgaven. Met een integrale aanpak ontstaat er meer ruimte voor het bieden van
48
De rollen en verantwoordelijkheden bij de uitvoering van de KRW zijn over verschillende partijen verdeeld. Strikt genomen is de lidstaat richting de Europese Commissie eindverantwoordelijk voor de juiste implementatie van de KRW en het halen van de doelen. De regionale overheden trekken samen op om de KRW-opgave uit te voeren. Aangezien het resultaat afhankelijk is van de bijdrage van verschillende partijen, kunnen we ook spreken van een gezamenlijke verantwoordelijkheid om de doelen te halen. In de alinea in paragraaf 4.3 Governance is een relatie gelegd met de mate van invloed op het eindresultaat en de deelname aan de stuurgroep op provinciaal niveau. De tekst in paragraaf 4.3 zullen we met oog op bovenstaande nuanceren. Met de opgaven beperken van de bodemdaling en de gewenste transitie van de landbouw maakt klimaat al onderdeel uit van de noodzakelijke opgaven. Wij zullen dit aan de hand van de verwachtingen in het NPLG explicieter maken. Benodigde inzet In meerdere reacties is gewezen op de capaciteit die nodig is voor het uitvoeren van de opgaven. Gemist wordt inzicht in hoe partijen tegemoet worden gekomen om deze extra taken uit te voeren. Mogelijkheden om hiervoor eigen middelen vrij te maken ontbreken. Gevraagd wordt bij het rijk aan te dringen op compensatie.
Ook wordt gevraagd of het mogelijk is gebruik te maken van kennis van de provincie en om samen te werken en bijvoorbeeld samen een specialist in te huren. Kan de provincie hierbij (financieel) ondersteunen? Onze reactie Wij zijn ons goed bewust van de beperkte capaciteit bij alle betrokken partijen. Voldoende capaciteit is een randvoorwaarde voor het (tijdig) kunnen realiseren van de omvangrijke opgaven. Wij zullen zeker bij het rijk aandringen op voldoende procesmiddelen voor gebiedsgerichte uitvoering vanuit het Transitiefonds. Ook gaan we in de uitwerking met partijen bespreken welke kennis- en organisatiebehoefte er is en hoe we daar invulling aan kunnen geven. Hierbij hebben we voor de gemeenten en waterschappen wel de kanttekening dat een belangrijk deel van het ULG-werk
Uitvoeringsstrategie Landelijk Gebied | 49
bestaat uit inzet op eigen wettelijke taken en eigen ambities. Ook voorzien wij een verschuiving van inzet. Daar waar nu nog in veel verschillende programma’s wordt samengewerkt, is de opzet van de ULG-samenwerking, de uitvoering in gebieden meer te bundelen. Wij hopen dat dit voor alle betrokken partijen leidt tot een efficiëntere inzet van de beperkte capaciteit. Daar waar de verwachte inzet beduidend groter is dan gemeenten en waterschappen redelijkerwijze op berekend zijn, zullen wij via IPO claims vanuit VNG en de Unie van Waterschappen ondersteunen. Perspectief voor de landbouw Door verschillende partijen is aangegeven dat een voorwaarde voor de uitvoering is dat er een positief kritische houding is bij de partijen. Het hebben van perspectief, met name voor de landbouw is daarbij belangrijk. De notitie geeft hiervoor nog onvoldoende richting. De focus op rendabele kringlooplandbouw moet een lange termijn toekomstperspectief voor de landbouw opleveren. Dat vraagt om duurzame verdienmodellen. Gemeente Montfoort verwacht in dit verband van ons ook een rol en verantwoordelijkheid voor de nazorgfase. Een definitie van rendabele kringlooplandbouw wordt gemist. Voorgesteld wordt om deze gezamenlijk te maken zodat iedereen daarbij hetzelfde beeld heeft. Ook is gevraagd waarom niet wordt gesproken van natuurinclusieve en klimaatneutrale landbouw.
Onze reactie We weten dat het bieden van perspectief, duurzame verdienmodellen, ruimte in de regels en meer belangrijk is. Dat de ULG-notitie hier niet over gaat, komt doordat de ULG gaat over het proces, het hoe en niet over het beleid, over wat we gaan doen. Welke perspectief geboden wordt, welke verdienmodellen etc. is onderdeel van het beleid en komt terug in bijvoorbeeld het gebiedsprogramma en de plannen voor de afzonderlijke gebieden. Wij vinden het een goed idee om samen een Utrechtse definitie voor rendabele kringlooplandbouw te maken. Wat ons betreft zal die, conform ons beleid, ook gaan over hoe deze natuurinclusief en klimaatneutraal wordt. Nazorg is inderdaad een onderwerp dat wel in de ULG thuishoort. Dat geven we alsnog een plek. Eén overheid Wij streven ernaar zoveel mogelijk als één overheid te werken. Naar aanleiding van een voorstel vanuit enkele medeoverheden in de Gebiedscommissie West hebben wij bij de bestuurlijke overleggen de vraag voorgelegd of het mogelijk is om als gemeenten, waterschappen en provincie tot een gezamenlijke ULG of vergelijkbaar uitgangspuntendocument te komen. De waterschappen geven aan samen te willen bekijken of er een basis is voor een gezamenlijk document. Bij een aantal gemeenten is hiervoor op dit moment nog onvoldoende draagvlak, ook gezien de huidige onrust over de toekomst van de boeren.
Ook geven ze aan dat dit procesmatig ingewikkeld is, bijvoorbeeld omdat voor de democratische legitimiteit alle gemeenteraden zouden moeten instemmen. Hierbij wordt er ook op gewezen dat de gemeenteraden hun eigen afweging (moeten) kunnen maken, bijvoorbeeld bij het vaststellen van een omgevingsvisie. Ook de regioprogramma’s zouden mogelijk door gemeenteraden vastgesteld moeten worden. Onze reactie We begrijpen het standpunt van de gemeenten. De noodzaak van democratisch legitiem handelen is voor ons uiteraard een gegeven. Zoals voor ons de kaders van Provinciale Staten uitgangspunt zijn voor de uitvoering zullen ook de gemeenten en waterschappen vanuit hun kaders gaan werken aan de uitvoering. De ULG wil daar niet in treden. Op basis van deze reacties en de tijdsdruk vanuit het NPLG hebben we besloten in dit stadium niet uitgebreid tijd te besteden aan een gezamenlijk uitgangspuntendocument. We gaan wel met alle partijen op korte termijn de sturingsorganisatie inrichten. Deze gieten we niet in beton. Vanuit het adagium leren door te doen werken we de aanpak gezamenlijk verder uit. Indien nodig passen we deze gedurende de rit aan. Beleidsruimte en grond De gemeente Stichtse Vecht vraagt of er ook ruimte is voor andere oplossingen voor het stikstofreductie dan uitkoop van agrarische bedrijven.
Ook vraagt de gemeente hoe flexibel wij willen zijn in ons ruimtelijk beleid om te komen tot oplossingen, zodat maatwerk mogelijk wordt.
50
De waterschappen wijzen op het belang van grond voor succesvolle gebiedsprocessen. Daarvoor is een grondstrategie nodig. Ze willen hier graag over meedenken. Onze reactie Hiervoor hebben we al gezegd dat de ULG over het proces gaat (het hoe). Dit neemt niet weg dat we hier wel kunnen zeggen dat we openstaan voor alle oplossingen die bijdragen aan het bereiken van de doelen. Onze Omgevingsverordening bevat al diverse flexibiliteitsbepalingen. Als aanvullende bepalingen nodig én ruimtelijk aanvaardbaar zijn, dan kunnen we Provinciale Staten voorstellen de verordening aan te passen. Het belang van grond is inderdaad cruciaal. Ten behoeve voor de gebiedsgerichte aanpak is de provincie al gestart met het maken van een provinciale grondstrategie. Wij stellen voor om met deze als basis samen met de gebiedspartijen te bezien wat er nodig is om hier een regionale grondstrategie van te maken. Witte gebieden Onvoldoende duidelijk is nog hoe samen met het gebied tot deelgebieden wordt gekomen en in hoeverre wij de regie voeren om witte vlekken te voorkomen. Daar waar nog geen gebiedsprocessen lopen, moeten nieuwe worden gestart of moeten de eigenaren en grondgebruikers kunnen aanhaken bij andere lopende processen. Onze reactie Het gebiedsprogramma dat wij vóór juli 2023 moeten indienen bij het rijk is integraal en gaat over het hele landelijk gebied van de provincie.
Wij willen dit gaan opbouwen met een uitbreiding van de (deel)gebieds-agenda’s vanuit de gebiedsgerichte aanpak zoals die eerder al in gang is gezet rondom de Natura 2000- gebieden. Dat daaruit samengestelde gebiedsprogramma is vervolgens de basis voor de verdere uitvoerings-afspraken in de regioprogramma’s. Daarmee worden witte vlekken voorkomen. Met partijen samen zullen we vervolgens wel naar fasering en prioritering in aanpak van (deel)gebieden komen, omdat we niet overal tegelijk aan de slag kunnen.
3. Hoe verder? De ULG zullen we met de bovengenoemde aanpassingen vaststellen als onze aanpak en ons aanbod aan alle partijen in de regio: • Wij hebben daarom de ULG herschreven naar B1/B2-niveau ten behoeve van de leesbaarheid voor een bredere doelgroep. • Wij hebben de tekst in paragraaf 4.3 over de wateropgave aangepast • Wij hebben verduidelijk hoe de beperking van de bodemdaling en de transitie van de landbouw klimaat onderdeel uitmaakt van de klimaatopgave. • Wij voegen toe dat we samen met onze partners een Utrechtse definitie voor rendabele kringloop-landbouw willen opstellen, die ook gaat over natuurinclusief en klimaatneutraal. Nazorg daarbij is ook benoemd in de ULG. • Wij hebben de wens opgenomen om de provinciale grondstrategie (in ontwikkeling) met de gebiedspartijen uit te bouwen tot een regionale grondstrategie. Deze reactienotie wil antwoord geven op zorgen, aandachtspunten en verbeterpunten. Mogelijk vinden partijen niet al hun inbreng in detail beantwoord in deze notitie. Oproep is samen aan de slag te gaan en vorm te geven aan deze nieuwe sturing op de agendavorming en uitvoering in het landelijk gebied. Daar waar de beantwoording nog vragen openlaat, zullen we de ruimte nemen en geven om de gewenste eigenheid in de (deel)gebieds- en regioagenda’s op te nemen en vooral samen gedurende het proces de beste oplossingen te vinden en leren door te doen.
De opgaven zijn groot en de wens om snel resultaten te gaan boeken ook. Dus gaan we aan de slag om te zien waar opgaven elkaar in de uitvoering kunnen versterken en waar nadere keuzen nodig zijn om schurende opgaven voldoende ruimte geven. We willen de sturingsorganen zo snel mogelijk gaan inrichten en ondersteunen. Binnen die samenwerkingen zullen we met elkaar afspraken maken over hoe we willen samenwerken en over welke voorzieningen en instrumenten de uitvoerende partijen verder vragen.
Uitvoeringsstrategie Landelijk Gebied | 51
4. Deelnemers BO’s en schriftelijke reacties Aanwezig bij het (digitaal) bestuurlijk overleg op 22 of 29 augustus 2022: Gemeenten en regio’s:
Waterschappen:
Amersfoort: Rutger Dijksterhuis Baarn: Mark Eijbaard De Bilt: A.M. (Anne Marie) ’t Hart Bunnik: Hilde de Groot Bunschoten: Wim de Jong Eemnes: R.H. (René) ten Have Houten: Wouter van den Burg IJsselstein: Peter Bekker Leusden: Alexandra Kolkman Lopik: Laurens de Graaf, Jan Vente Montfoort: W. (Wim) van Wikselaar Nieuwegein: John van Engelen Oudewater: Bas Lont Renswoude: H.H. (Henk) van der Schoor Rhenen: Bert Fintelman De Ronde Venen: Cees van Uden Soest: Aukje Treep-van Hoeckel, Karin Scholten Stichtse Vecht: Karin van Vliet Utrecht: Linda Voortman Utrechtse Heuvelrug: Anouk Haaxma Veenendaal: Engbert Stroobosscher Vijfheerenlanden/U10: Ton van Maanen Wijk bij Duurstede: Jeroen Brouwer Woerden: Ad de Regt Woudenberg: H.J. (Henk Jan) Molenaar Zeist: Wouter Catsburg Regio Foodvalley: Bennie Wijne (Barneveld)
Vallei en Veluwe: Henk Veldhuizen Rivierenland: Mathieu Gremmen, Henk van ‘t Pad HDSR: Bert de Groot Amstel Gooi en Vecht: Arjan van Rijn
52
Maatschappelijke organisaties, samenwerkingen: LTO Noord: Jeroen van Wijk, Gerda Kool Agrarische collectieven: Henk-Jan Soede Utrechts particulier grondbezit: Arthur Kaspers Staatsbosbeheer: Jelka Both Natuur en Milieu Utrecht: Josja Veraart Utrechts landschap: Hendrike Geessink Landschapserfgoed Utrecht: Ivo Brautigam Nationaal Park Utrechtse Heuvelrug: Gijs de Kruif Gebiedscommissie Utrecht-west: Wim Perlot, Attie Kuiken Schriftelijke reacties Regio Amersfoort Regio U10 Gemeente Amersfoort Gemeente Leusden Gemeente Montfoort Gemeente Stichtse Vecht Gemeente Utrecht Gemeente Woudenberg
Uitvoeringsstrategie Landelijk Gebied | 53
BIJLAGE 3 BEGRIPPEN EN AFKORTINGEN
AVP BUIT Gebiedscommissie
Gebiedsgericht Groene Contour IPO MGA
NNN NPLG NSOB-rollen Omgevingsgericht
Opgavegericht PRIP
54
Agenda Vitaal Platteland, programma geeft uitvoering aan behoud en versterken van natuur en landschap, verduurzaming van de landbouw en draagt zorg voor een vitaal en (be)leefbaar landelijk gebied. Het programma AVP is gestart in 2007. Beleid en Uitvoering Integratie Tafel: werkvorm om integraal en efficiënt werken in de provinciale organisatie te ondersteunen. In een vroeg stadium het ‘speelveld’ in beeld brengen: raakvlakken, combinaties en tegenstrijdigheden en hoe daarmee om te gaan. De AVP-gebiedscommissie Utrecht-West heeft tot taak het adviseren van gedeputeerde staten over de uitvoering van het programma AVP en de samenhang tussen dit gebiedsprogramma, ontwikkelingen in het westen van de provincie en aanvullende ambities van gebiedspartijen op de diverse opgaven in het landelijk gebied. Zie www.utrecht-west.com Gebiedsgericht werken, gebiedsgerichte aanpak, gebiedsgericht maatwerk is een van de verbeteringen van de Omgevingswet. De provincie hanteert de omschrijving hier gegeven in hoofdstuk 2. Deel van het landelijk gebied waar kansen voor anderen liggen om duurzame ecologische kwaliteiten te ontwikkelen. Natuur die hier gerealiseerd wordt, wordt opgenomen in het NNN. Interprovinciaal Overleg, vereniging van, voor en door Provincies, Interprovinciaal Overleg (ipo.nl) Mutual Gains Approach. Nederlandse term is verbindend onderhandelen.
Methode om vanuit belangen in plaats van standpunten te onderhandelen en met elkaar te bezien hoe de oplossingsrichtingen vergroot kunnen worden. Zie bijvoorbeeld: Hoe werkt Verbindend Onderhandelen (p2.nl) Natuur Netwerk Nederland: begrensde natuurgebieden en geplande nieuwe natuur gebieden met nationale afspraken. Nationaal Programma Landelijk Gebied: Rijksprogramma onder de Omgevingsvisie De Nederlandse School voor Openbaar Bestuur heeft vier perspectieven op de rol van de overheid geschetst. De provincie Utrecht heeft deze vertaald in 4 sturingsrollen in de Omgevingsvisie (pag. 42): Stimuleren; Participeren; Realiseren of Reguleren. Omgevingsgericht werken is niet gedefinieerd in de Omgevingsvisie. We doelen hiermee op het werken in het gedachtegoed van de Omgevingswet en vanuit de sturingsfilosofie van de Omgevingsvisie provincie Utrecht. Zie ook Statenbrief: Omgevingsgericht werken (20-42021) Opgavegericht werken is uitgaan van wat er nodig is in de samenleving en daar beter op sturen door een slimmere koppeling van mensen en middelen en in samenwerking met partners. Provinciaal Initiatieven Platform: een nieuwe werkwijze om integraler en sneller beleidsafwegingen te kunnen maken op basis van een casus.
Realiserende rol Regierol R-RTLG RSG RUD
ULG VIC Wsn
Hier is de provincie “ opdrachtgever, trekker, regisseur et cetera. In deze rol zijn we leidend, ondernemend, aansturend, maken we prestatieafspraken, zorgen we voor regionaal programmeren, voeren we regie” (pag.42 Omgevingsvisie). Hier bedoeld als mogelijke invulling van de realiserende rol van de provincie: zorgen dat andere partijen de opgaven realiseren. Regieorganisatie Realisatie Transitie Landelijk Gebied: in ontwikkeling bij ministerie van LNV met medeopdrachtgeverschap vanuit IPO Regio stuurgroep: term geïntroduceerd in deze nota (zie o.a. pag.3) Regionale Uitvoeringsdienst Utrecht: voert milieutaken (vergunningverlening, handhaving, advies) uit voor de provincie Utrecht en de gemeenten Amersfoort, Baarn, Bunschoten, Eemnes, Houten, Leusden, Lopik, Nieuwegein, Soest, Utrecht en Woudenberg. RUD Utrecht | Voor een veilige en schone leefomgeving Uitvoeringsstrategie Landelijk Gebied (dit document), vastgesteld door GS, 22 november 2022. Veenweiden Innovatiecentrum (VIC) | Het Veenweiden Innovatiecentrum (VIC) is hét kennis- & innovatiecentrum rondom de Westelijke Veenweiden. Wet van 10 maart 2021 tot wijziging van de Wet natuurbescherming en de Omgevingswet (stikstofreductie en natuurverbetering) Staatsblad 2021, 140 | Overheid.nl > Officiële bekendmakingen (officielebekendmakingen.nl)
Uitvoeringsstrategie Landelijk Gebied | 55
Provincie Utrecht Postbus 80300, 3508 TH Utrecht T 030 25 89 111 Vormgeving: provincie Utrecht Fotografie: beeldbank provincie Utrecht
56