CConstaterende datRenswoude
Koppel je AI →
Document · PDF

D14. BIJLAGE 6B - 221124-3 Uitvoeringsstrategie Landelijk Gebied

Gemeenteraad 21 maart 2023, gemeente RenswoudeBij agendapunt: Ingekomen stuk D: Raadsinformatiebrief RPLG RFV16.802 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

UITVOERINGSSTRATEGIE LANDELIJK GEBIED Gedeputeerde Staten van Utrecht, 29 november 2022

Uitvoeringsstrategie Landelijk Gebied | 1 P ROV I N C I E- U T R EC H T.N L

INHOUD

Samenvatting

5

1 Inleiding: We leggen uit waarom we een nieuwe uitvoeringsstrategie voor het landelijk gebied maken 9

5 De financiering van en instrumenten voor de uitvoering

35

5.1 We gebruiken deze financieringsbronnen

35

5.2 We gebruiken deze instrumenten

36

6 We ondersteunen de werkwijze intern

39

1.1 We willen meer samenhang tussen beleid en uitvoering

9

1.2 Ontwikkelingen op rijksniveau dragen bij aan de nieuwe werkwijze

9

1.3 De nieuwe ULG is dringend nodig

10

6.1 De bestuurlijke rol van de provincie op de verschillende niveaus

39

1.4 Dit is hoe we de ULG opbouwen

11

6.2 De ambtelijke organisatie die nodig is

39

2 De hoofdlijnen van de gebiedsgerichte aanpak

13

2.1 Gebiedsgerichte uitvoering

13

2.2 Onze principes voor de gebiedsgerichte samenwerking

13

2.3 We focussen ons op de noodzakelijke opgaven

13

2.4 We stellen een nieuwe indeling voor

14

3 De weg naar een gebiedsgerichte uitvoering

41

8 Zo starten we de ULG en werken we het uit

43

Bijlage 1 Wet Stikstofreductie en natuurverbetering (Wsn); Nationaal Programma Landelijk Gebied (NPLG) en NOVEX: Gebiedsplan (Wsn)

44

Bijlage 2 Reactie op de resultaten van de consultatie van de richtinggevende uitspraken

46

Bijlage 3 Begrippen en afkortingen

54

21

3.1 We doorlopen vijf stappen om tot gebiedsgerichte uitvoering te komen

21

3.2 We inventariseren de opgaven in de gebieden

22

3.3 We brengen de gebiedsinventarisaties samen in een gebiedsagenda

22

3.4 Alle partijen zetten in op de uitvoering

23

3.5 Elke partij voert het uitvoeringsprogramma uit per gebied

24

3.6 De provincie heeft niet altijd een trekkende rol in de uitvoering

24

4 We realiseren de opgaven samen met onze partners

7 Zo bewaken we de voortgang en sturen we bij

27

4.1 We werken en sturen samen aan gebiedsagenda’s en uitvoeringsprogramma’s

27

4.2 We verbinden bottom-up aanpak met top-down opgaven

27

4.3 De manier van besturen en juridische borging

28

4.4 Zo gaan we over naar de nieuwe structuur

33

4.5 Zo zorgen we voor juridische borging

33

SAMENVATTING

De Uitvoeringsstrategie Landelijk Gebied: hoe we samen de opgaven doen In onze Omgevingsvisie staan veel opgaven voor het landelijk gebied. Het rijk heeft ook opgaven voor het landelijk gebied die de provincie moet uitvoeren. De opgaven hebben als doel het landelijk gebied duurzaam te maken. U leest in deze Uitvoeringsstrategie Landelijk Gebied (ULG) hoe we de komende jaren deze opgaven uitvoeren. We doen dit in samenwerking met gebiedspartijen, en met een gebiedsgerichte en samenhangende (integrale) aanpak. We houden bij deze uitvoering rekening met wensen uit de regio. We stellen ons oplossingsgericht op. We bouwen verder op eerdere aanpakken Bijvoorbeeld de Agenda Vitaal Platteland waar we al jaren mee werken. En de samen met partners pas gemaakte kaders van de Gebiedsgerichte aanpak Stikstof en de Regionale Veenweidestrategie. De aanpak sluit goed aan op het Nationaal Programma Landelijk Gebied van het rijk. Het gebied en werken op een integrale manier staan centraal We verbinden thema’s in de uitvoering die nauw samenhangen. Samenhangende programmering leidt tot een veel gerichtere samenwerking. Het zorgt ook voor minder versnippering en minder bestuurlijke drukte. Bovendien zorgt het voor meer draagvlak. We maken keuzes De provincie legt de nadruk op de opgaven die verplicht zijn, de noodzakelijke opgaven.

Dit zijn: • het realiseren van het Natuurnetwerk Nederland • de stikstofreductie en natuurherstel • het beperken van de bodemdaling • het voorzien in de doelen van de Kaderrichtlijn Water • de slag naar rendabele kringlooplandbouw Maar we besteden ook aandacht aan andere opgaven We kijken dan naar onze eigen opgaven en ambities. Daarnaast kijken we naar de wensen vanuit het rijk, onze medeoverheden en andere partners. Denk hierbij bijvoorbeeld aan Groen groeit mee, energietransitie, klimaatadaptatie en meer. Ook hieraan werken we. We vullen de ULG zo in We zorgen voor samenwerking op drie schaalniveaus Dit zijn het provinciale niveau, het regionale niveau en het gebiedsniveau. Met dit laatste niveau bedoelen we de onderliggende project- en ‘polder’gebieden. Als hulpconstructie delen we het regioniveau in 9 deelgebieden op. We verdelen de provincie in twee regio’s: Utrecht Oost en Utrecht West Elke regio krijgt een regiostuurgroep. Deze groepen bestaan uit alle overheden en de betrokken organisaties. Het gaat dan om zowel maatschappelijke als particuliere organisaties. De regiostuurgroepen maken regio-agenda’s De stuurgroepen maken de regio-agenda’s op basis van de gebiedsagenda’s van de 9 deelgebieden. De partners verbinden in deze agenda’s de noodzakelijke opgaven en wensen in de gebieden met de overige opgaven en wensen.

Bijvoorbeeld wensen van partneroverheden, andere organisaties en de provincie. Als de wensen niet samengaan, lossen we dit samen op.

4

Uitvoeringsstrategie Landelijk Gebied | 5

Wij maken met de regio’s uitvoeringsafspraken over de regio-agenda’s We maken met de twee regio’s uitvoeringsafspraken over deze regio-agenda’s. We leggen die vast in interbestuurlijke regioprogramma’s. Alle partners stellen deze regio-programma’s vast. Ieder is verantwoordelijk voor de uitvoering van zijn eigen deel. We kunnen kiezen voor gezamenlijke uitvoering. De regio-agenda’s vormen samen het begin van het Provinciale Gebiedsprogramma Dit gebiedsprogramma wordt ook de basis voor het overleg met het rijk over de financiering van de opgaven vanuit het Transitiefonds. Wij vragen aan de uitvoerende partners lange betrokkenheid Zij vormen namelijk samen de stuurgroep die gaat over de samenhang en afstemming in de uitvoering. Deze taak loopt langer dan één bestuursperiode. De provincie ondersteunt de ULG-werkwijze optimaal We passen onze werkwijzen aan voor programmasturing, beleidsuitwerking en monitoring voor het landelijk gebied. We bespreken met andere overheden en organisaties wat onze aanpak voor hen betekent. We vertrouwen erop dat we het hier samen over eens kunnen worden. Zo zorgen we samen voor een goed afgestemde uitvoering. We leren hierbij door te doen en houden ruimte voor overleg om dingen aan te passen.

6

Uitvoeringsstrategie Landelijk Gebied | 7

1

INLEIDING: WE LEGGEN UIT WAAROM WE EEN NIEUWE UITVOERINGSSTRATEGIE VOOR HET LANDELIJK GEBIED MAKEN

We geven invulling aan de Omgevingsvisie en aan opgaven van het rijk Provinciale Staten (PS) legden in de Omgevingsvisie veel opgaven vast voor het landelijk gebied. Ook het rijk heeft veel opgaven. Deze zijn nog niet allemaal duidelijk. Het rijk legt de regisserende en uitvoerende rol voor het landelijk gebied bij de provincies. De opgaven van PS en van het rijk zijn omvangrijk en divers, maar ook dringend. Ze zijn dringend omdat andere ambities afhankelijk zijn van deze opgaven. Denk aan de woningbouwopgaven en verschillende projecten voor de infrastructuur. Hiervoor is de vermindering van de stikstofdepositie in N2000gebieden noodzakelijk. We voeren de opgaven uit in samenhang en overleg met het gebied en de gebruikers We gebruiken hiervoor werkwijze die aansluit bij de sturingsfilosofie van de Omgevingsvisie. Hierbij gaat het om zaken zoals: ‘Een gebiedsgerichte, integrale aanpak, oog voor lokale behoeften, balans tussen kwaliteiten (bestaand) en opgaven (nieuw), een oplossingsgerichte houding, synergievoordelen, slimme combinaties en integrale afwegingen. Samenwerkingsafspraken met gebiedspartijen vormen hierbij de basis.’

1.1 We willen meer samenhang tussen beleid en uitvoering Deze ULG geeft hoofdlijnen voor de gewenste werkwijze We nodigen hiervoor ook andere partijen uit. De invulling bepalen we samen. De ULG gaat niet alleen om de schoppen die we in de grond zetten, maar omvat het gehele proces van beleid tot en met uitvoering. We hopen de ULG vanaf 2023 breed in te zetten. De huidige uitvoering richt zich niet genoeg op samen aanpakken De provincie en andere organisaties passen nu verschillende uitvoeringswijzen toe. Dit zowel bij de uitvoering als bij de voorbereiding daarvan. Dat leidt tot versnipperde uitvoering. Soms vinden er meerdere gebiedsprocessen in hetzelfde gebied tegelijk plaats. We missen hierdoor de voordelen van samenwerking en alles in één keer oppakken. We zetten de nieuwe aanpak in zonder de lopende uitvoering te belemmeren.

1.2 Ontwikkelingen op rijksniveau dragen bij aan de nieuwe werkwijze Het rijk maakt geld vrij voor het uitvoeren het Provinciaal Gebiedsprogramma We houden rekening met de Wet stikstofreductie en natuurverbetering (Wsn), het Nationaal Programma Landelijk Gebied (NPLG) en de Regieorganisatie Realisatie Transitie Landelijk Gebied (R-RTLG). De Wet stikstofreductie en natuurverbetering In deze wet staan de doelstellingen voor het verminderen van de stikstofdepositie in kwetsbare Natura 2000-gebieden. De provincies zijn volgens deze wet verplicht om vóór 1 juli 2023 een ‘Gebiedsplan1’ te maken. Hierin stellen de provincies maatregelen voor aan hetww rijk om de neerslag van stikstof (stikstofdepositie) te verminderen en de natuur te verbeteren.

1

8

In de Wsn staat de term Gebiedsplan, in het NPLG wordt de term gebiedsprogramma gebruikt.

Uitvoeringsstrategie Landelijk Gebied | 9

Het Nationaal Programma Landelijk Gebied (NPLG) In de startnotitie voor het NPLG legt het rijk het doel voor stikstofdepositie vast per regio. Het rijk maakt in november 2022 de doelen voor natuur, klimaat en waterkwaliteit bekend. Het rijk pakt deze opgaven en de transitie van de landbouw op samen met de provincies door het NPLG. De provincie krijgt hierin de rol als regisserende gebiedsautoriteit. Ze richten zich erop dat het landelijk gebied een toekomstbestendige ontwikkeling krijgt. Het gebiedsplan uit de Wsn wordt verbreed met andere opgaven In de Startnotitie NPLG noemt het rijk dit het ‘Provinciaal Gebiedsprogramma’. Het rijk zorgt ervoor dat er geld vrij komt uit het Transitiefonds om de doelen uit het Provinciaal Gebiedsprogramma te behalen. Het gaat om € 24,3 miljard euro voor heel Nederland, wat we kunnen besteden tot 2035. Het rijk en de provincies gebruiken gebiedsaanpakken om de doelen te behalen. Het plan is om de Regieorganisatie Realisatie Transitie Landelijk Gebied (R-RTLG) te maken

hebben ook schriftelijk gereageerd. We hebben de notitie met richtinggevende uitspraken ook besproken met onze Statencommissie Ruimte, Groen, Water en Wonen. We hebben in een nota de inbreng van de partners en de Statencommissie samengevat. We geven daarin ook onze reactie op de inbreng. U vindt deze reactienota in bijlage 2. We werken samen om de gebundelde ambities van overheden uit te voeren We willen een gezamenlijke aanpak als één overheid opbouwen. We doen dit met andere betrokken overheden, zoals de waterschappen, gemeenten en waar mogelijk betrekken we ook het rijk.

1.4 Dit is hoe we de ULG opbouwen De eerste hoofdstukken gaan over onze visie

Het rijk wil samen met het Interprovinciaal Overleg (IPO) een ‘krachtige regieorganisatie’ voor de uitvoering van het NPLG inrichten. De Regieorganisatie Realisatie Transitie Landelijk Gebied (R-RTLG) wordt het scharnierpunt tussen het NPLG en de rol van de provincies als regisserende gebiedsautoriteit. Het wordt binnenkort duidelijk hoe het rijk en het IPO de R-RTLG ontwerpen.

In hoofdstuk 2 leest u meer over de aanpak van de provincie en waar zij de focus op legt. We bespreken in hoofdstuk 3 welke stappen de provincie wil nemen met andere partijen. Vervolgens leest u in hoofdstuk 4 hoe de provincie wil samenwerken met partners in gebieden.

Het rijk draagt voor NOVEX-gebieden actief bij aan verandering en overgang

Deze hoofdstukken gaan dieper in op de uitwerking en invoering van deze ULG. Hier vindt u meer informatie over de instrumenten en de gedachten over de organisatie, financiering en controle van de uitvoering.

De NOVEX-gebieden zijn specifieke complexe gebieden. Het rijk heeft in onze provincie het Groene Hart, het Verstedelijkingsgebied Utrecht-Amersfoort en het gebied Arnhem-Nijmegen-Foodvalley aangewezen als NOVEXgebied. Dit is dus een heel groot deel van ons landelijk gebied. In de NOVEX-gebieden werkt het rijk actief mee aan de verandering (transitie) van het gebied.

We bespreken vanaf hoofdstuk 5 de uitwerking

1.3 De nieuwe ULG is dringend nodig De provincie voert de ULG zo snel mogelijk uit De opgaven voor het landelijk gebied zijn dringend. Hoe we de ULG precies gaan uitvoeren, hangt ook af van het rijk. Het rijk geeft in het NPLG aan welke gebieden en opgaven prioriteit hebben. Ook zorgt het rijk voor geld. Het rijk heeft dus ook invloed op de ULG. Maar we kunnen niet wachten tot er meer duidelijkheid is. Daarom maken we nù de ULG. We werken de ULG uit vanuit de sturingsrol van de realiserende provincie Dat doen wij vanuit onze sturingsfilosofie. Die staat in de Omgevingsvisie Utrecht, paragraaf 3.1. Deze paragraaf beschrijft de provincie als leidend, ondernemend en aansturend. De provincie maakt prestatieafspraken, zorgt voor een regionaal programma en voert regie. Daarnaast doen we dit op basis van de Evaluatie Agenda Vitaal Platteland Utrecht 2007-2019 (Bureau ZET, juli 2020). De aanpak in de Regionale Veenweide Strategie Utrechtse Veenweiden (PS, 9 februari 2022) en het Handelingskader Gebiedsgerichte Aanpak Stikstof (PS, 23 maart 2022) volgen we ook. De gebiedspartners zijn het eens met deze aanpak. We houden oog voor onze gebiedspartners We geven de ruimte aan partijen in de gebieden om zelf invulling te geven aan de ontwikkelingen. Dit is een belangrijk uitgangspunt van de ULG. De aanpak die we eerder samen met hen vaststelden, klinkt op veel plaatsen door in de ULG.

De kaders waarbinnen wij onze besluiten nemen, zijn ontwikkeld met nauwe betrokkenheid van de gebiedspartners. We hebben hierbij veel inzicht gekregen vanuit de gebieden waarin de uitvoering plaatsvindt. We doen het uitvoeren niet alleen, maar met veel partijen. We willen uiteraard graag weten of die partijen het eens zijn met de ULG. We hebben daarom in de maanden maart – mei 2022 meerdere mensen gesproken die actief zijn in de uitvoering in het landelijk gebied. Ook hebben we op 19 mei 2022 een bijeenkomst gehouden met onze partners. Daarbij zijn ideeën uitgewisseld. We hebben de gesprekken en de bijeenkomst gebruikt bij het schrijven van een notitie met richtinggevende uitspraken. We hebben in augustus 2022 twee digitale bestuurlijke overleggen gehouden over die notitie. Veel partners hebben hieraan deelgenomen. De waterschappen, gemeentelijke regio’s en een aantal gemeenten

10

Uitvoeringsstrategie Landelijk Gebied | 11

2

DE HOOFDLIJNEN VAN DE GEBIEDSGERICHTE AANPAK

2.1 Gebiedsgerichte uitvoering Provinciale Staten hebben in paragraaf 4.7.1 van de Omgevingsvisie de basis voor de ULG vastgelegd. Ze geven aan dat de gebiedsgerichte uitvoering belangrijk is: ‘We kiezen voor gebiedsgerichte uitvoering. Vooral over de aanpak van de stikstofproblematiek is duidelijk aangegeven dat we dit gebiedsgericht gaan aanpakken.’ Ze hebben in de Omgevingsvisie ook bepaald wat gebiedsgericht werken is. Het is een samenhangende aanpak die de focus legt op samenwerking: ‘Gebiedsgericht werken is een manier van werken waarbij we in de beleids- en uitvoeringsfase nadrukkelijk van buiten (de samenleving, het gebied, de wijk) naar binnen (de ambtelijke organisatie), vanuit kansen en problemen kijken en handelen. Er is sprake van een samenhangende aanpak tussen sociale, economische en fysieke opgaven. En we gaan in gesprek met inwoners, ondernemers en initiatiefnemers. We werken constructief samen met partijen die belanghebbend zijn, denk aan gemeenten, waterschappen, ketenpartners, omgevingsdiensten, maatschappelijke organisaties en andere belanghebbenden.’

2.2 Onze principes voor de gebiedsgerichte samenwerking Deze principes gelden voor gebiedsgerichte samenwerking • • • • • • •

We werken samen: met de gebiedspartijen en als één overheid. Het gebied staat centraal. We creëren meerwaarde. We zorgen ervoor dat belanghebbenden en betrokkenen inbreng kunnen geven en zich betrokken voelen. We sluiten ons aan bij bestaande organisatiestructuren voor zover dat mogelijk en nuttig is. We nemen genoeg momenten om te reflecteren en kennis uit te wisselen. We sturen bij als dat nodig is.

We halen deze principes uit de kaders die PS hebben vastgelegd in de Omgevingsvisie, de Regionale Veenweide Strategie Utrechtse Veenweiden en het Handelingskader Gebiedsgerichte Aanpak Stikstof. Nog een belangrijk principe: we zetten ons in voor de gezamenlijke belangen We zien onszelf als onderdeel van de wensen vanuit de gebieden. We focussen ons op dringende zaken. Dat vraagt zowel vanuit de provincie als vanuit het Rijk om duidelijke resultaten. We blijven hierbij rekening houden met de gebieden.

2.3 We focussen ons op de noodzakelijke opgaven De ULG is een werkwijze met focus op samenhang en samenwerking De ULG is een werkwijze die ervoor zorgt dat de opgaven in het landelijk gebied in samenhang worden opgepakt. En samen met de andere overheden en gebiedspartners zoveel mogelijk op eenzelfde manier uitgevoerd. We willen deze werkwijze vanaf 2023 gebruiken voor de noodzakelijke opgaven voor natuur, stikstof, waterkwaliteit, afremmen bodemdaling en duurzame landbouw.

12

Uitvoeringsstrategie Landelijk Gebied | 13

De propositie Stikstof en natuur van het IPO naar het Rijk in november 2021 stelt: Voor provincies is een samenhangende, integrale aanpak het uitgangspunt. Het woord ‘integraal’ vergt hierbij wel een preciezere duiding. Alles met alles verbinden is een onmogelijke opgave en leidt ook tot vertraging. Het komt er dus op aan om díe thema’s te verbinden die in de uitvoering nauwe samenhang hebben en waarbij een samenhangende programmering ook voorkomt dat stakeholders steeds weer afzonderlijk worden bevraagd. Wat ons betreft gaat het dan om natuur, stikstof, water en klimaat (landbouw en landgebruik). We focussen ons op noodzakelijke opgaven De provincie is het eens met deze visie van het IPO. Het heeft maatschappelijke gevolgen als we niet voldoen aan deze verplichtingen. Denk hierbij aan stagnerende woningbouw en infrastructuurprojecten en afname van de biodiversiteit. We onderscheiden de volgende noodzakelijke opgaven voor Utrecht • • • • •

het realiseren van het Natuurnetwerk Nederland (NNN) de afname van stikstof en het herstellen van natuur in Natura2000-gebieden het beperken van de bodemdaling: de reductie CO2-eq volgens het Klimaatakkoord het halen van de doelen van Kaderrichtlijn Water (KRW) de transitie naar rendabele kringlooplandbouw.

De eerste vier opgaven zijn noodzakelijk omdat ze wettelijk of internationaal verplicht zijn. Deze vier opgaven kunnen niet zonder de landbouwopgave. Samen met de landbouw gaan we op zoek naar goede oplossingen. De eerste drie punten vragen om een specifieke aanpak in een aantal gebieden. De opgaven voor de Kaderrichtlijn Water en de landbouwtransitie zijn opgaven die door de hele provincie spelen. We kunnen hier meer toegespitste maatregelen voor maken in de gebiedsaanpak. Met het werken aan deze noodzakelijke opgaven dragen we ook bij aan de klimaatopgave. De dalende veenbodem leidt ook tot ongewenste uitstoot van broeikasgassen. Daarom is in het Klimaatakkoord (2019) opgenomen dat landelijk in 2030 de uitstoot van broeikasgassen uit veenbodems verminderd moet zijn met 1 Megaton CO2-eq per jaar. Ook een rendabele kringlooplandbouw draagt bij aan de klimaatopgave omdat dit voor ons gaat over klimaatneutrale en natuurinclusieve landbouw. We gaan met de gebiedspartners definiëren wat we samen verstaan onder rendabele kringlooplandbouw.

Hiernaast ziet u een indruk van de gebieden waar de provincie al actief is Figuur 1 geeft een eerste beeld van gebieden waar de provinciale regie op noodzakelijke opgaven in ieder geval geldt: zones rondom kwetsbare Natura 2000-gebieden (roze gearceerd); gebieden uit de regionale veenweidestrategie (gekleurd omcirkeld en lopende gebiedsprocessen blauw gearceerd) en Natuurnetwerk Nederland gebiedsprojecten in het programma AVP (rood gearceerd). De andere opgaven pakken we ook op Onze keuze voor de vijf noodzakelijke opgaven betekent niet dat andere opgaven voor het landelijk gebied blijven liggen. Denk aan de energietransitie, Groen Groeit Mee en een duurzaam en robuust bodem- en watersysteem. Het is belangrijk hoe en waar we andere opgaven laten meeliften. En ook hoe we de provinciale opgaven verbinden met de opgaven van partijen in het gebied.

2.4 We stellen een nieuwe indeling voor We doen een voorstel voor een gebiedsindeling als uitgangspunt voor de ULG We hebben op dit moment verschillende gebiedsindelingen in het landelijk gebied. Deze indelingen zijn afhankelijk van de opgaven en programma’s. Zo kan het voorkomen dat in een gebied wel 8 uiteenlopende programma’s tegelijkertijd hun doelen nastreven. De nieuwe indeling wordt in het vervolg leidend voor de sturing op de uitvoering van programma’s en opgaven. De regisserende rol van de provincie moet zich uitstrekken over het gehele landelijke

14

Figuur 1 Gebieden waar de provincie vanuit de veenweideaanpak, de stikstofaanpak en AVP actief is. gebied. Dat bleek uit de Startnotitie voor het NPLG. Het Provinciale Gebiedsprogramma dat we maken gaat ook over het gehele landelijk gebied. We willen daarom een provincie-dekkende gebiedsindeling Daar gebruiken we de volgende eisen voor: • Er moet samenhang zijn in belangrijke opgaven en op te lossen problemen. Zien we in het gebied een samenhangend pakket van opgaven? Is het gebied groot genoeg om op onderdelen tot win-win of uitruil te kunnen komen? • We houden rekening met bestuurlijke grenzen. Daarmee bedoelen we zowel gemeentegrenzen als waterschapsgrenzen. Zo zit er bestuurlijke energie op de goede plek en functioneren ze als één overheid. • We maken gebruik van functionele netwerken. Waar werken we al gebiedsgericht samen? Waar werken gemeenten samen? Hoe is de samenwerking behapbaar? • We willen de werkdruk van besturen en organisaties verlagen. We kijken waar we overlappende gebiedsprocessen kunnen bundelen. 2.4.1 We onderscheiden drie schaalniveaus Deze schaalniveaus zijn ook aangeraden in de Evaluatie Agenda Vitaal Platteland. U leest per onderdeel meer in deze paragraaf. Het gaat om de volgende niveaus: A. B. C.

Gebiedsprocessen op project- of ‘polder’-niveau: de opbouw en uitwerking van gebiedsafspraken, en de uitvoering daarvan. Regioniveau: de samenwerkingsafspraken over alle opgaven in gebieden. Hier worden regio-agenda’s voor gemaakt. Provinciaal niveau: op dit niveau komen de opgaven samen. Hier kijken we naar het doelbereik van de opgaven, de uitwisseling en de afstemming.

Uitvoeringsstrategie Landelijk Gebied | 15

A. Gebiedsprocessen op project- of ‘polder’-niveau We hebben al veel ervaring met de gebiedsgerichte aanpak op dit niveau. Bijvoorbeeld bij de programma’s AVP, Stikstof en Bodemdaling. Door de binding van betrokkenen met de omgeving is dit een belangrijk niveau. De basis voor veranderingen in de gebieden leggen we op dit niveau door het voeren van persoonlijke gesprekken (de keukentafelgesprekken). We werken hier vaak met een bestuurlijke begeleidingsgroep. We werken nog uit welke rol de provincie speelt in de uiteindelijke gebiedsprocessen

• • • • • • •

Kromme Rijnstreek Oostelijke Vechtplassen Utrechtse Venen Vijfheerenlanden Eemvallei Utrechtse Heuvelrug Utrechtse Waarden

Daarmee bedoelen we de rol naast de regisserende rol. Hoe we deze rol per gebiedsproces oppakken hangt ook af van de inzet van de medeoverheden en andere gebiedspartijen.

B. Regioniveau

Sommige gebiedsprocessen werken al samen over de provinciegrens heen

We voorzien in regionale uitwerking van de opgaven en de wijze van uitvoering

Hoe we hier samenwerken hangt af van de buurprovincie die in sommige gebiedsprocessen trekker is van de opgave. Wij hebben voorkeur voor de ULG aanpak in het Utrechtse deel van deze gebieden.

We zien dat tussen het niveau van de gebiedsprocessen en het provinciale niveau een niveau nodig is. Dat blijkt uit de ervaringen met onder andere Agenda Vitaal Platteland. Dit regioniveau maakt het werken in de gebieden makkelijker en doelmatiger.

Het rijk maakt in de NOVEX-gebieden afspraken met alle betrokken overheden Deze afspraken gaan over de opgaven in het landelijk gebied. U leest hier meer over in bijlage 1. Het rijk ontwikkelt nog een invulling van dit partnerschap. We gebruiken de aanpak in de Regionale Veenweidestrategie als voorbeeld Elke planfase vraagt om specifieke start verkenning afspraken en verschillende rollen. In de Uitvoeringsproces gebiedsplan Regionale Veenweidestrategie worden de uitvoeringsplan volgende fasen onderscheiden, zoals u Gebiedsproces uitvoering ook ziet in figuur 2: nazorg • Startfase: eerste oriëntatie. • Verkennende fase: in gesprek met het gebied. • Planfase: met het gebied een Gebiedsplan opstellen; het Figuur 2 Mogelijke fasering in gebiedsprocessen vaststellen door Regio Stuurgroep en de betrokken partijen. • Aanlegfase: voorbereiding van de uitvoering en de echte uitvoering. • Nazorg: kennisdeling, monitoring, beheer en onderhoud.

Binnen deze regio’s gaan verschillende uitvoeringsprojecten lopen De sturing op het realiseren van de opgaven vindt op regionaal niveau plaats. De daadwerkelijke uitvoering (realisatie) vindt op het niveau van de gebiedsprocessen plaats.. Binnen een regio is wisseling in opgaven tussen gebiedsprocessen mogelijk als dit zorgt voor een beter doelbereik. Bijvoorbeeld als in het ene gebiedsproces kansen beter liggen voor de ene opgave en in het andere gebiedsproces weer betere kansen voor een andere opgave. Uiteindelijk kan dit ook leiden tot een verschil in doelbereik binnen de onderscheiden deelgebieden. Bij het regioniveau bouwen we voort op de Gebiedsgerichte aanpak landelijk gebied en de netwerksamenwerking in het programma Agenda Vitaal Platteland. We verdelen de provincie in twee regio’s (figuur 3): • Utrecht oost • Utrecht west

We remmen lopende gebiedsprocessen niet Er lopen al veel gebiedsprocessen. Daar is vaak al goede samenwerking. Concrete resultaten worden binnenkort bereikt. De invoering van de nieuwe ULG of discussies over gebiedsindelingen mogen die processen niet afremmen. We stellen wel vragen vanuit de nieuwe regiosamenwerking zoals: dragen de processen goed bij aan de gezamenlijke opgaven? Willen we bijsturen of aanvullen op onderdelen, als we verwachten dat deze processen nog niet genoeg doelen bereiken? Deelgebieden als raamwerk voor de gebiedsprocessen Vooruitlopend op de vaststelling van de ULG is de provincie vanuit de gebiedsgerichte aanpak voor het landelijk gebied gestart met het maken van gebiedsagenda’s voor een aantal deelgebieden. In de gebiedsagenda’s wordt de integrale aanpak van de ULG al toegepast, gericht op de vijf noodzakelijke opgaven en worden de lopende gebiedsprocessen op project- of ‘polder’-niveau, soms meerdere binnen de deelgebieden, geïntegreerd. Ook kunnen op basis van de gebiedsagenda nieuwe gebiedsprocessen binnen het deelgebied worden benoemd. De negen deelgebieden zijn een uitbreiding van de al in gang gezette gebiedsgerichte aanpak Stikstof (zie ook kaart figuur 3): • Vallei Utrecht • Veenweiden de Meije

16

Figuur 3 Voorstel indeling van regio’s en tijdelijke deelgebieden

Uitvoeringsstrategie Landelijk Gebied | 17

Dit doen we op basis van de huidige praktijk en de eisen die we hierboven noemden. We wijken hiermee af van de regio-indeling in de Omgevingsvisie. Dit is geen strakke indeling We gaan bij deze indeling uit van bestuurlijke en landschappelijke samenhang, en bijdragen vanuit de samenwerkingspartners. We kunnen deze indeling verfijnen als de opgaven en het netwerk daarom vragen. We hebben bij de gesprekken met onze partners veel reacties gekregen op de regio-indeling. Deze reacties waren nogal verschillend. We merken dat elke regioindeling afstemmingsvraagstukken gaat opleveren. We hebben meerdere opties bekeken. Ook wij streven naar het voorkomen van bestuurlijke drukte. Maar we zien ook dat wat voor de ene partner meer drukte veroorzaakt, voor de andere juist aantrekkelijker is. Maatschappelijke partijen geven voorkeur aan twee regio’s, vooral omdat ze maar beperkte capaciteit hebben. Met grote regio’s kun je ook makkelijker tussen deelgebieden schuiven met geld dat gekoppeld is aan de in het provinciale gebiedsprogramma op te nemen maatregelpakketten. U leest meer over onze overwegingen voor de regio-indeling in bijlage 2. We aarzelen niet als bijsturen en aanpassen beter is. We bouwen in de gezamenlijke agendavorming graag voort op goed lopende gebiedssamenwerkingen, zoals die vanuit het Nationaal Park Utrechtse Heuvelrug.

C: Provinciaal niveau De provincie houdt alle resultaten bij voor de provinciale opgaven. Op basis van deze resultaten bekijken we of en waar bijsturing nodig is in de uitvoering. Hierbij betrekken we de opgaven vanuit het Nationaal Programma Landelijk Gebied. Deze zijn of worden nog uitgewerkt op provinciaal en regionaal niveau. Op provinciaal niveau is er ook behoefte aan een platform voor gebiedsgericht (samen)werken Dat blijkt uit de Evaluatie Agenda Vitaal Platteland: ‘Op het provinciale schaalniveau gaat het om onderlinge uitwisseling en afstemming tussen de partijen betrokken bij het gebiedsgericht werken over de grote lijnen van gebiedsgericht (samen) werken in de provincie Utrecht. De uitwisseling en afstemming kan betrekking hebben op alle schakels van de beleidscyclus en kan zowel gaan over inhoud als over organisatie/werkwijze.’ Het platform beantwoordt vragen zoals: zijn we samen op de goede weg? Waar moet meer? Waar kan minder? Zijn de instrumenten toereikend? In het kader van organisatie gaat het om de uitwisseling van ervaringen en afstemming. Zo nodig maken we de werkwijze meer uniform.

18

Uitvoeringsstrategie Landelijk Gebied | 19

3

DE WEG NAAR EEN GEBIEDSGERICHTE UITVOERING

3.1 We doorlopen vijf stappen om tot gebiedsgerichte uitvoering te komen We geven dit schematisch weer in figuur 4. De stappen benoemen we onder deze figuur kort op hoofdlijnen. In de paragrafen 3.2 tot en met 3.5 werken we deze stappen verder uit. Deze stappen kunnen zowel op regioniveau als op deelgebied- of polderniveau toegepast worden. In de toelichting op de hoofdstappen spreken we daarom over gebieden. Dit zal niet altijd een doorlopend proces zijn. Partijen kunnen in stap 3 behoefte krijgen aan aanvullende inventarisaties uit stap 2. Of zelfs om aanpassing van de grenzen van de gebieden uit stap 1. De hoofdindeling van stap 1 is in het vorige hoofdstuk al besproken. De paragrafen 3.2 tot en met 3.5 geven voor elke volgende stap de werkwijze en aandachtspunten. Paragraaf 3.6 gaat in op de rol van de provincie; waar zij naast haar regisserende rol geen actieve realiserende rol neemt. In hoofdstuk 4 zijn de gevolgen voor de sturing uitgewerkt.

1 Gebieden bepalen

2

3

4

5

Inventarisatie provinciale opgaven en andere opgaven in de gebieden

Samenbrengen gebiedsinventarisaties in gebiedsdocument of gebiedsagenda

Gezamenlijk gebiedsprogramma vaststellen

Uitvoeren door alle partijen, sturen op samenhang in uitvoering

Figuur 4 Stappen naar gebiedsgerichte uitvoering 1. De samenwerkende partijen bepalen in welke gebieden ze beginnen met de noodzakelijke opgaven Binnen de regio’s zal een onderverdeling nodig zijn in deelgebieden en de daarbinnen vallende gebiedsprocessen. De samenwerkende partijen kiezen een omvang van de gebieden, zodat sturing daar goed mogelijk is. 2. We inventariseren de opgaven in de gebieden De provincie geeft bij de start aan wat daar de noodzakelijke opgaven en de mee te koppelen opgaven zijn. De noodzakelijke opgaven moeten gebeuren, de mee te koppelen opgaven zijn aanvullende opgaven, die kunnen. Daarnaast organiseren we de inventarisatie van wettelijke verplichtingen en ambities van andere overheden, maatschappelijke organisaties, ondernemers en inwoners-/gebruikers groepen. Dit doen we vanuit onze rol als regisserende gebiedsautoriteit. U lees hier meer over in paragraaf 3.2. 3. We brengen de gebiedsinventarisaties samen in een gebiedsagenda Hier vindt de wisselwerking plaats tussen opgaven organiseren en best mogelijke gezamenlijke doelbereik. We brengen de opgaven samen op basis van gezamenlijke belangen. U leest hier meer over in paragraaf 3.3. 4. Alle partijen zetten in op de uitvoering Samen bepalen we hier de financiering en wijze van sturing van de uitvoering. We leggen dit vast in een

20

Uitvoeringsstrategie Landelijk Gebied | 21

gezamenlijk uitvoeringsprogramma. Dit kan bijvoorbeeld in de vorm van een interbestuurlijk programma, aangevuld met samenwerkingsafspraken met niet-overheidspartijen. U leest hier meer over in paragraaf 3.4 5. Elke partij voert het uitvoeringsprogramma uit per gebied Hier worden zaken besproken als langjarige betrokkenheid, tussenevaluaties en manieren om bij te sturen. U leest hier meer over in paragraaf 3.5.

3.2 We inventariseren de opgaven in de gebieden We inventariseren de opgaven

Een projectleider zorgt voor de wisselwerking tussen opgaven voor alle deelnemers Het is belangrijk dat deze verbindende rol onafhankelijk is en dat deze projectleider zich voor alle partijen inzet. Dit kan iemand van buiten zijn, aangedragen door één van de partijen. Maar het kan ook een medewerker van één van de deelnemende partijen zijn, ook van de provincie. Daarnaast moet dan iemand anders die partij vertegenwoordigen. Dus geen dubbelrol: onafhankelijk verbinder voor alle partijen en tegelijk de eigen partij vertegenwoordigen. Verbindingen in de gebiedsagenda kunnen tot stand komen met behulp van bijvoorbeeld: • onderhandelingsproces op basis van MGA (Verbindend onderhandelen), • ontwerpend onderzoek naar combineren van opgaven, • ruimte voor experimenten/nieuwe oplossingen zoeken.

Elk gebied vraagt om een proces dat gericht is op concrete beleidsuitwerking én het bieden van een aantrekkelijk toekomstbeeld. Dat blijkt ook uit de Evaluatie van Agenda Vitaal Platteland. Dit begint door met alle partijen in het gebied de opgaven te inventariseren. Het Nationaal Programma Landelijk Gebied geeft hiervoor het beeld van de verplichte opgaven vanuit het rijk.

De provincie nodigt gebiedspartijen uit om met oplossingen te komen

De provinciale ambities zijn vanaf het begin duidelijk

Daarna gaan we gezamenlijk aan de slag

Dit is belangrijk voor de aanpak in gebieden waar de provincie de realiserende rol neemt. De provincie geeft deze ook mee in deelgebieden waar andere partijen de realiserende rol nemen. U leest hier meer over in paragraaf 3.6. De provinciale ambitie is de inzet per gebied voor de vijf noodzakelijke opgaven We leggen in elk gebied vast welke doelen ze moeten halen op deze opgaven. We inventariseren ook per gebied welke van de andere opgaven we bij het maken van de agenda willen meewegen. De invulling is afhankelijk van mogelijkheden in de gebieden. Het gaat hier om keuzes uit onderstaande thema’s, als ze elkaar niet tegenspreken: • Groen Groeit Mee • Strategisch Bosbeleid • Recreatie en Toerisme • Energietransitie • Klimaatadaptatie • Cultuur en erfgoed (onder andere linies) • Gezonde leefomgeving • Circulaire samenleving • Leefbaarheid • Sociale agenda • Ruimtelijke ontwikkeling • Mobiliteit

De druk om snel tot afspraken te komen beperkt de mogelijkheid tot onderhandelen. Een aantal beschikbare en nieuwe ideeën gaan daarbij helpen. U leest daar meer over in hoofdstuk 5. De gebiedspartijen kunnen zelf ook ideeën aandragen, zoals door thematische of gebiedsgerichte pilots uit te voeren of broedkamers te starten.

Gezamenlijk beschrijven we de nodige maatregelen op het gebied van de noodzakelijke opgaven. Ook beschrijven we de sociaal economische effecten van de vervolgstappen. Het is belangrijk dat in de agenda’s ook een inschatting van kosten en mogelijkheden voor maatregelen wordt gemaakt. 3.3.1 We werken in fasen Gebiedsagenda’s worden groeidocumenten Er zit namelijk veel druk achter om snel tot gebiedsagenda’s te komen. Het document groeit in wisselwerking met de uitvoering van de gebiedsprocessen. We kunnen niet overal tegelijk op hetzelfde niveau aan de slag. We geven voorrang aan bepaalde gebieden

De partijen inventariseren hun eigen ambities zelf. Wij ondersteunen daarbij als de partijen dat willen.

We kunnen niet in alle gebieden tegelijk aan de slag. We moeten hiervoor keuzes maken. We zien hiervoor twee belangrijke invalshoeken: • Gebieden waar we al samenwerken; we weten dat daar draagvlak en energie is voor verandering. • Complexe gebieden met groot doelbereik; het draagvlak moet daar nog groeien door een zorgvuldig samenwerkingsproces. We bepalen in welke gebieden we echt aan de slag gaan. Of doorwerken op bestaande plannen. Dat besluiten we samen met gemeenten, waterschappen, boeren, natuurbeschermers en anderen in deze gebieden. We doen dit door de agendavorming in stap 2. U leest hier meer over in paragraaf 3.2. De programmering van verstedelijkings- en/of energietransitie projecten heeft mogelijk ook invloed op wat voorrang krijgt binnen de ULG aanpak. Bijvoorbeeld om stikstofruimte te creëren.

De basis is samenwerking met de partners in de gebieden

De provincie bundelt de gebiedsagenda’s in het Provinciaal Gebiedsprogramma

We helpen bij het inventariseren van de ambities van onze partners

We beschrijven in hoofdstuk 4 onze ideeën over manieren van participatie. Het is belangrijk om stil te staan bij hoe de samenwerkingspartners ook een deel van de inwoners kan betrekken: denk hierbij aan energie-coöperaties en stad-land-gemeenschappen.

3.3 We brengen de gebiedsinventarisaties samen in een gebiedsagenda We bepalen waar de kansen liggen en welke wensen we kunnen waarmaken Dit proces begint al bij de inventarisaties. We kunnen er een concreet plan van maken wanneer we duidelijk weten wat de partijen in het gebied willen. Het Handelingskader Gebiedsgerichte Aanpak Stikstof geeft de werkwijze: • We doen onderzoek om beschikbare en ontbrekende kennis te vergaren • We stellen gezamenlijk onderzoeksopgaven op en we stellen gezamenlijk scenario’s op met oplossingsrichtingen

22

Het Provinciale Gebiedsprogramma moet goed aansluiten bij het NPLG in ontwikkeling. Het wordt de basis voor afspraken tussen provincie en het Rijk over het halen van de NPLG-doelen en het betalen van het realiseren van de opgaven. Het is belangrijk voor het Provinciale Gebiedsprogramma dat we de doelen en de vertaling in oplossingsrichtingen en bijbehorende maatregelen op gebiedsniveau op tijd zo scherp en concreet mogelijk krijgen. We hebben zicht op het budget nodig om stap 4 te kunnen nemen. U leest daar meer over in de volgende paragraaf.

3.4 Alle partijen zetten in op de uitvoering We leggen de afspraken vast in een gezamenlijk uitvoeringsprogramma We maken financiële- en samenwerkingsafspraken op basis van de gebiedsagenda’s en het beschikbare budget. In de uitvoeringsprogramma’s leggen we daarvoor vast hoe we de agenda gaan uitvoeren, wie welke rol neemt (governance), hoe we dit financieel regelen, en met welke planning.

Uitvoeringsstrategie Landelijk Gebied | 23

De betrokken overheidspartijen maken samen afspraken over sturing van de uitvoering en monitoring

Andere overheden kunnen de provincie vragen om gezamenlijke ontwikkeling en uitvoering te regelen

De provincie, het waterschap of de waterschappen en de gemeenten maken een gezamenlijk uitvoeringsprogramma. Het bestuur van elke partij stelt het programma vast en bindt zich aan de eigen inzet van geld en mogelijkheden. We gaan hier uit van uitvoering van afspraken binnen vastgestelde kaders. Daar waar aanvullende kaders nodig zijn, zullen deze eerst vastgesteld moeten worden door Provinciale Staten, de Gemeenteraden en/of de Algemene Besturen van de Waterschappen. Het rijk kan ook meedoen, in NOVEX-gebieden. We bekijken dan of en hoe het rijk die inzet ook in het uitvoeringsprogramma vastlegt.

We zullen dan het vervullen van deze rol overwegen. Als we mee doen zullen we in ieder geval niet de verantwoordelijkheid voor de uitvoering over nemen van de betrokken partijen. Een voorbeeld hiervan is het programma Nieuwe Hollandse Waterlinie. De provincie neemt deel en coördineert op verzoek van de partners in het Pact van Ruigenhoek. De provincie verbindt samen met Gebiedsmakelaars de initiatiefnemers van ontwikkelingen en betrokken overheden. De provincie ontwikkelt hulpmiddelen om deze participatierollen te ondersteunen

Daarmee houden we de inzet en medebesturing van maatschappelijke en particuliere partijen vast. Dit kan door een samenwerkingsovereenkomst af te sluiten met deze partijen.

Dat zijn bijvoorbeeld het Netwerk Omgevingsgericht Werken (NOW) en een Coördinatiepunt Omgevingswet. We ontwikkelen ook enkele interne instrumenten om opgaven af te wegen, zoals de BUIT, een integratie-gesprek op programmaniveau. En het PRIP, een besluitvormend samenvoegend gesprek over locatie-ontwikkeling. Deze middelen kunnen ook helpen met de afwegingen in gebiedssamenwerking. U lees daar meer over in hoofdstuk 6.

3.5 Elke partij voert het uitvoeringsprogramma uit per gebied

Onze stimulerende rol

We willen dat ook niet-overheden meedoen

We organiseren het zo De partners in het uitvoeringsprogramma voeren hun eigen onderdelen uit Zijn er meer partijen betrokken bij de uitvoering? Een uitvoeringsbureau of -team ondersteunt dit dan. Alle uitvoerende partijen vormen samen dat uitvoeringsbureau. We brengen opgaven onder bij de meest investerende partij Vaak is dit de provincie en bij zaken die met water te maken hebben het waterschap. De trekkende partij kan de opgave alleen uitvoeren. Maar kan ook kiezen voor het organiseren van een samenwerking met andere partijen. Dat kan een tijdelijke samenwerking zijn, of voor een langere periode. Heeft het uitvoeren van de opgave een doorlooptijd van meerdere jaren (bijvoorbeeld 10 jaar of meer)? dan moeten de betrokken partijen zeker overwegen om samen de uitvoering te organiseren. In het opgestelde uitvoeringsprogramma moet dit duidelijk zijn. De provincie wil experimenteren met het uitdaagrecht

De provincie ondersteunt en moedigt anderen aan om bij te dragen aan provinciale doelen We doen dit met subsidies, onderzoek, voorbeeldprojecten en communicatie. De provincie zet dan in op inhoudelijke kennis in lijn van de programma’s Zo stimuleert de provincie (en het rijk) de transitie van de landbouw vooral met subsidies en inzet van landbouwcoaches. We betrekken de inzet hierop ook wanneer we aanspraak maken op het Transitiefonds. Op die manier zoeken we samenhang en leggen we verbindingen voor initiatieven van maatschappelijke partijen. In alle gevallen heeft de provincie ook een regulerende rol Onze regels staan in de Omgevingsverordening. PS hebben die vastgesteld. Ze zijn er om de ambities van de Omgevingsvisie uit te voeren en ongewenste ontwikkelingen te voorkomen. Bij de uitvoering in de gebieden kan echter blijken dat onze regels wat we daar willen in de weg staan. Dan kan er reden zijn de regels aan te passen. Het aanpassen van de regels kan op de agenda komen tijdens de jaarlijks herziening van de Omgevings-verordening door PS. Waterschappen en gemeenten kunnen dit ook wensen voor hun regels. Zij moeten dit dan zelf op de agenda zetten bij het Algemeen Bestuur of de gemeenteraad. Dat zei PS in maart 2022.

Dit recht betrekt inwoners en maatschappelijke partijen bij de uitvoering. Decentrale overheden dagen deze groepen uit om de uitvoering van een taak over te nemen. Dit mag als zij denken dat ze de taak beter en goedkoper kunnen uitvoeren. We gaan hiermee experimenteren en stellen hierover nog richtlijnen vast. De partijen sturen op samenwerking en samenhang in de uitvoering Dit zijn de partijen die zich verbinden aan het uitvoeringsprogramma. Maar deze groep kan breder zijn. De regiostuurgroep bepaalt de sturing van gebiedsprojecten in de uitvoering. Dit kan bijvoorbeeld door een bestuurlijke begeleidingsgroep of een stuurgroep. Vertegenwoordigers van de betrokken groepen krijgen ook een rol in de sturing. U leest in hoofdstuk 4 meer over de uitwerking van de gebiedssturing en dagelijkse aansturing.

3.6 De provincie heeft niet altijd een trekkende rol in de uitvoering We willen niet overal de trekker zijn voor de uitvoering. Veel wateropgaven liggen bijvoorbeeld bij de waterschappen. De gemeenten leiden de uitvoering van energietransitie en andere ruimtelijke ontwikkelingen. Wat doen we in gebieden waar we geen trekkende rol hebben? In de omgevingsvisie hebben PS de volgende rollen voor de provincie genoemd: participeren, stimuleren, realiseren en reguleren. Onze participerende rol Gebieden kunnen aan de provincie vragen om deel te nemen We kijken dan of de uitvoering in het gebied bijdraagt aan het behalen van provinciale- en rijksdoelen. Als dit zo is, kunnen we meedoen.

24

Uitvoeringsstrategie Landelijk Gebied | 25

4

WE REALISEREN DE OPGAVEN SAMEN MET ONZE PARTNERS

We leggen in dit hoofdstuk uit hoe we dat invullen Het realiseren van de vijf noodzakelijke opgaven en de opgaven die we meewegen is belangrijk voor alle partijen. Hoe zien we de samenwerking met de partijen? Hoe willen we die organiseren en ondersteunen? Hoe willen we tot gezamenlijke resultaten komen? Een ding staat vast: de provincie kan dit niet alleen. De provincies overleggen met het rijk om middelen uit het Transitiefonds in te zetten We weten dat het veel inzet vraagt om de uitvoering van de opgaven aan te sturen. Voor de maatschappelijke organisaties geldt dit zeker. Deze hebben immers vaak beperkte middelen. Maar ook gemeenten en waterschappen hebben vragen over het betalen van hun inzet. Wij gaan ervan uit dat een belangrijk deel van hun werk bestaat uit inzet op eigen wettelijke taken en eigen ambities. Ook zal de inzet efficiënter worden. Nu wordt er nog in verschillende programma’s samengewerkt. De ULG zorgt ervoor dat er niet steeds vanuit verschillende perspectieven samenwerkingsprocessen lopen over een gebied. Deze worden gebundeld. We dringen aan bij het rijk om het Transitiefonds ook in te zetten voor de ondersteuning door de maatschappelijke organisaties op het gebied van landbouw en natuur en medeoverheden.

Wij ondersteunen claims van VNG en de Unie van Waterschappen We doen dit als de inzet van de gemeenten en waterschappen beduidend groter is dan waar ze redelijkerwijze op zijn berekend. We doen dit via het IPO.

4.1 We werken en sturen samen aan gebiedsagenda’s en uitvoeringsprogramma’s De verantwoordelijke partijen maken een gebiedsagenda We nodigen alle partijen die verantwoordelijkheid willen nemen in (het voorbereiden van) de uitvoering uit om een gezamenlijk toekomstbeeld te maken voor hun gebied. Ze geven daarin aan welke werkwijze nodig is. Daarbij houden ze rekening met de verplichte doelen uit de vijf noodzakelijke opgaven. We vragen zoveel mogelijk partners om deel te nemen We benutten op die manier zoveel mogelijk de kennis en ontwikkelingskracht van het gebied. We vragen verschillende partijen om deel te nemen aan het proces: bestuurlijke partners, maatschappelijke organisaties, (agrarische) ondernemers en de inwoners. De gebiedsprocessen zijn maatwerk en verschillen per gebied We kijken per gebied naar de wensen van gebiedspartners en wat de provincie daarin kan betekenen. De partijen spreken samen de spelregels af voor hun samenwerking. De provincie heeft hier geen blauwdruk voor. De kern van de afspraken is wel dat de samenwerking leidt tot het bereiken van de doelen.

4.2 We verbinden bottom-up aanpak met top-down opgaven Ons uitgangspunt is bottom-up werken Dit is heel succesvol voor gebiedsgericht werken. Tegelijk kunnen we niet voorkomen dat voor de vijf noodzakelijke opgaven een top-down aanpak nodig is. Het rijk is hier duidelijk over: kamerbrieven en de startnotitie NPLG vragen om een aanpak die ervoor zorgt dat deze doelen zeker worden gerealiseerd.

26

Uitvoeringsstrategie Landelijk Gebied | 27

Wij zijn vanaf het begin duidelijk over de noodzakelijke opgaven Dat is nodig om de bottom-up aanpak met de noodzakelijke opgaven te combineren. De partners vragen ook om deze duidelijkheid. We leggen de nadruk op het halen van de doelen (wat doen we). We zoeken verbinding met de ontwikkelkracht van andere partijen in het gebied om in te vullen hoe we de doelen behalen (hoe doen we het). De provincie geeft niet te veel andere opgaven aan de gebieden Te veel opgaven kunnen nadelig zijn wanneer ze moeilijk met elkaar te combineren zijn. Als we andere opgaven meegeven, is dit altijd met ruimte voor keuzes. We beseffen wel dat we kansen kunnen missen als we opgaven niet samen uitwerken. Onderling vertrouwen is essentieel voor het slagen van een gebiedsproces We bouwen aan dit vertrouwen door afspraken na te komen en ons aan de afgesproken regels te houden. De regels moeten ook niet veranderen tijdens het uitvoeren van de opgaven. We weten dat de landbouw belangrijk is voor het slagen van de uitvoering. En we zien het belang in van een positief toekomstbeeld en goede verdienmodellen voor de landbouwbedrijven. We hebben dit bijvoorbeeld ook in het Pact Groen Groeit Mee onderkend in februari 2022. Hierin staat dat een deel van de groene opgaven kan bijdragen aan het krijgen van duurzame landbouw. Ook is in het Pact een verband met het verdienmodel voor agrariërs.

Dit werken we samen met de LTO/Agrarische Collectieven uit. We weten dat de rol van de overheid niet ophoudt bij het bieden van een positief toekomstbeeld en het uitvoeren van de opgaven. De overheid heeft ook een rol en verantwoordelijkheid in de nazorgfase.

4.3 De manier van besturen en juridische borging We werken vanaf het begin nauw samen met de betrokkenen in het gebied Het voorbereiden en uitvoeren van gebiedsprocessen kost geld en er zijn mensen voor nodig. De overheden zijn samen verantwoordelijk voor hoeveel geld wordt uitgegeven en hoeveel mensen beschikbaar zijn. Maar de keuzes moeten ook samen met de betrokkenen in het gebied worden gemaakt. Dit binnen de kaders van volksvertegenwoordiging die ze vooraf hebben bepaald. Ons voorstel is geen blauwdruk Hieronder geven we ons voorstel voor de verantwoordelijkheden en taken per niveau weer. We gebruiken de driedeling om te beschrijven hoe wij werken: project- of polderniveau – regioniveau – provincieniveau. Het is aan te passen als dat nodig is. 4.3.1 Gebiedsprocessen op project- en polderniveau De regiostuurgroep geeft opdrachten die op dit niveau worden uitgevoerd De regiostuurgroep bepaalt ook de beschikbare hoeveelheid medewerkers en geld. De uitvoerende partijen bepalen samen hoe ze de opdrachten uitvoeren. Het moet wel mogelijk blijven dat gebieden zelf initiatieven ontwikkelen om een gebiedsproces te starten of voor te bereiden. De regiostuurgroep maakt samen met het gebied een keuze over de manier van besturen Dat kan voor elk gebiedsproces anders zijn. Wij schrijven daarom ook niets voor.

Maar de ervaring leert dat bestuurlijke begeleiding vanuit direct betrokken partijen vaak het beste werkt. Dat geldt ook voor de wijze waarop de uitvoering van het gebiedsproces ambtelijk wordt begeleid. De provincie kan een van de uitvoerende partijen zijn. De provincie kan ook een voortrekkende rol invullen als het gebied dat wil. Maar dat mag ook het waterschap, de gemeente of een van de maatschappelijke partners zijn. De keuze is aan het gebied. We stappen op een rijdende trein Er lopen al verschillende gebiedsprocessen op polderniveau en daarnaast wordt vanuit de Gebiedsgerichte

28

Figuur 5 Gebieden op 3 schaalniveaus

aanpak voor het Landelijk gebied al gewerkt aan het opstellen van gebiedsagenda’s voor 9 deelgebieden. Deze deelgebieden hebben betrekking op meerdere lopende en nieuwe gebiedsprocessen. Deze werkzaamheden integreren we in de voorgestelde sturingsaanpak. Dit zal om maatwerk vragen om te voorkomen dat gemaakte afspraken kunnen worden geborgd. 4.3.2 Regioniveau De regio’s krijgen een regiostuurgroep, een ambtelijk groep ondersteunt deze De werkwijze van de regiostuurgroep heeft enkele voorwaarden: • De regiostuurgroep maakt een actieve en tijdige uitvoering mogelijk van de opgaven in de regio. De regiostuurgroep draagt tegelijkertijd bij aan een zorgvuldige aanpak. • De regiostuurgroep vertegenwoordigt alle belangen en kennis. Dit kan per regio verschillen. We gaan ervan uit dat in ieder geval de volgende partijen meedoen: o De overheden: gemeenten, waterschappen en provincie; o Landbouworganisaties zoals: de agrarische gebiedscollectieven en LTO; o Terreinbeherende en andere maatschappelijke organisaties zoals: Staatsbosbeheer, Natuurmonumenten, Utrechts en Zuid-Hollands Landschap, Natuur en Milieu Utrecht, Utrechts Particulier Grondbezit, werkgeversorganisaties. • Alle partijen zitten gelijkwaardig aan tafel. • Partijen houden er rekening mee dat ze niet alleen aanwezig zijn voor hun eigen doel, maar voor de uitvoering van het gezamenlijke regioprogramma.

Wie aan de regiostuurgroep meedoen en welke werkwijze er is, bepaalt de regiostuurgroep zelf Dit kan dus per regio verschillen door de regio-opgaven en cultuur. De regiostuurgroep moet wel rekening houden met de verantwoordelijkheden en rollen in het schema op de volgende pagina.

Uitvoeringsstrategie Landelijk Gebied | 29

Wij stellen voor om elkaar te vertegenwoordigen en te werken met gebiedsportefeuillehouders Zo voorkomen we veel bestuurlijke en ambtelijke drukte aan de tafels. We hebben al goede ervaringen met bijvoorbeeld gemeenten die elkaar vertegenwoordigen. De regiostuurgroep moet daadkrachtig kunnen handelen. Daarom moeten leden wel aan tafel zitten met mandaat. Er is ook de optie voor een kernbestuur. Zo kan de regiostuurgroep makkelijker dagelijks aangestuurd worden. Het is belangrijk dat de regiostuurgroepen het mandaat hebben van de representatieve democratie De representatieve democratie zijn de gemeenteraden, provinciale staten en algemene besturen waterschappen. De regioagenda’s en regioprogramma’s moeten kloppen met de door de representatieve democratie vastgestelde kaders. De opgaven voor de provincie liggen vast in de Omgevingsvisie, de Regionale Veenweidestrategie, het Handelingskader Gebiedsgerichte Aanpak Stikstof en andere door PS vastgestelde kaders. Het is nodig om de democratie goed te betrekken bij het maken van plannen en de uitvoering, hen tussendoor te informeren en voortgang en resultaten te laten controleren. Daarmee kunnen we nadere kaderstelling op onderdelen voorbereiden. De deelnemers bepalen wie hun regiostuurgroep voorzit De voorzitter is een verbinder, heeft vertrouwen van de partijen in de regio en kan de rol onafhankelijk uitvoeren.

Dat wil zeggen dat hij het gebiedsbelang makkelijk boven een sectorbelang kan stellen. De ambtelijk groep bereidt de besluitvorming van de regiostuurgroep voor Ook zorgen de deelnemers in de ambtelijke groep dat hun eigen organisatie goed betrokken blijft bij wat er in de regio gebeurt. En dat wat zij inbrengen in de ambtelijke groep in overeenstemming is met wat hun eigen bestuur vindt. We hebben hiervoor het belang van de onafhankelijke rol van de voorzitter van de regiostuurgroep genoemd. Dat geldt uiteraard ook voor de voorzitter van de ambtelijke groep. We adviseren om per regio een denktank landbouw en denktank natuur in te stellen We zien positieve ervaringen hiermee in de veenweidegebieden. Indien noodzakelijk kan dit ook op het niveau van de 9 onderscheiden deelgebieden in de gebiedsgerichte aanpak landelijk gebied worden ingericht. 4.3.3 Provinciaal niveau We stellen een stuurgroep samen uit betrokken overheden Dat is nodig voor de verantwoordelijke taken en verantwoordelijkheden op dit niveau. Waar het hierom gaat staat in het schema hieronder. De betrokken overheden zijn: • de waterschappen (wateropgaven)2; • de provincie (NNN, stikstofreductie en natuurverbetering, afremmen bodemdaling, wateropgaven); • een vertegenwoordiging van de gemeenten, vanuit de Omgevingswetgedachte ‘één overheid’.

Bij de invoering van de ULG gaan we de rollen en verantwoordelijkheden van de verschillende besturingsniveaus nog verder uitwerken. In het onderstaande schema geven we deze op hoofdlijnen aan. Vooral de afstemming tussen het gebiedsproces op polderniveau en de agenda’s en uitvoeringsprogramma’s op regionaal niveau vraagt nog een nadere uitwerking. We vormen een adviesorgaan dat helpt bij het oplossen van ingewikkelde kwesties Het gaat hierbij om adviezen over thema’s in de uitvoering en de voorbereiding daarvan. Het adviesorgaan heeft een toegevoegde waarde voor de provinciale stuurgroep. De manier waarop de Gebiedscommissie Utrecht-West al eerder advies gaf op inhoudelijke thema’s is hiervoor een voorbeeld. 2 De rollen en verantwoordelijkheden bij de uitvoering van de KRW zijn over verschillende partijen verdeeld. Strikt genomen is de lidstaat richting de Europese Commissie eindverantwoordelijk voor de juiste implementatie van de KRW en het halen van de doelen. De regionale overheden trekken samen op om de KRW opgave uit te voeren. Aangezien het resultaat afhankelijk is van de bijdrage van verschillende partijen, kunnen we ook spreken van een gezamenlijke verantwoordelijkheid om de doelen te halen.

30

Uitvoeringsstrategie Landelijk Gebied | 31

Niveau / product

Sturing

Verantwoordelijkheden

Rollen

Provinciaal niveau

Bestuurlijk: Stuurgroep LG provincie, waterschappen en gemeenten

•

Onontkoombare doelen voor de noodzakelijke opgaven vastleggen, zowel de totale opgave voor de provincie als die per regio; Zorgdragen voor financiering/ middelen t.b.v. uitvoering “regioprogramma’s” en daarmee gebiedsprocessen; Sturen op uitvoering “Provinciaal Gebiedsprogramma” (waarin doelen, uitgangspunten, randvoorwaarden en planning vastgelegd); Escalatie van problemen, bv. belemmerende regels aanpassen of schuiven met de opgaven tussen gebieden.

•

Adviseren SGLG

• • •

Voorbereiden besluiten Sturingsinformatie managen Besluitvorming door andere overheden coördineren

•

Opgaven voor de regio in beeld brengen en komen tot een breed gedragen integraal afgewogen geheel aan gebiedsopgaven en deze te vertalen in een regioagenda; Hierin relaties met andere opgaven aangeven: meekoppelkansen en relatie met grote opgaven als energietransitie, woningbouw,… Afspraken maken over uitvoeringsverantwoordelijkheden en -financiering, vastleggen in regio-uitvoeringsprogramma; Uitvoeringsorganisatie aansturen; Aangaan van samenwerkings­ overeenkomsten; Aansturen uitvoering; Monitoring voortgang opgaven; Rapporteren aan provinciale stuurgroep over voortgang en knelpunten;

•

•

•

Provinciaal gebiedsprogramma

Ambtelijk

Regioniveau

Bestuurlijk: Regiostuurgroep met alle regionale gebiedspartijen

•

•

•

• •

“Regioprogramma” maken met stappen: o Wat: regio-agenda o.b.v. nood-zakelijke opgaven en andere regiodoelen; o Hoe: afspraken over samen-werking, planning, capaciteit en financiën in interbestuurlijk regioprogramma; Sturen op uitvoering regioprogramma: o Opdrachten deelgebieden; o Nakomen afspraken; Beslissen over onderlinge knelpunten; Agenderen escalatie op provinciaal niveau (Stuurgroep Landelijk Gebied)

• • • • •

•

•

• • • • •

‘Ambassadeur’ / boegbeeld voor het uitdragen van de noodzakelijke opgave; Inzet op transitiefonds (in tranches) bepalen; Monitoren en sturen op het totale doelbereik en middelen; Rapporteren naar het rijk; Voorbereiden democratische besluitvorming bij inzet middelen en escalatie; Relatie met andere opgaven waarborgen: meekoppelkansen en relatie met grote opgaven als energietransitie, woningbouw,…

Interbestuurlijke regioprogramma’s

Ambtelijk

•

Besluitvorming van de regiostuurgroep voorbereiden

• •

Agendavoorbereiding Adviseren Regiostuurgroep

Polderniveau

Bestuurlijk: Direct betrokken gebiedspartijen

•

Bestuurlijke begeleiding: sturen op keuzen bij de uitvoering (binnen mandaat); Escaleren knelpunten naar regiostuurgroep; Kavelruil/landinrichting aansturen in kavelruilcommissie

• •

Koppelkansen zoeken Besluiten op polder/projectniveau.

Gebiedsprocessen-/ en projecten

• •

Accepteren van de opdracht; Projectmanagement.

• •

Gebiedsplannen

Ambtelijk

•

4.4 Zo gaan we over naar de nieuwe structuur We laten de nieuwe structuur geleidelijk groeien Daarbij houden we wel het gezamenlijk perspectief voor ogen. We bundelen en stemmen de lopende gebiedsprocessen op polderniveau en de werkzaamheden voor de gebiedsagenda’s vanuit de gebiedsgerichte aanpak landelijk gebied op elkaar af als dit meerwaarde heeft. Dit mag het tempo van de uitvoering van de noodzakelijke opgaven niet tegenhouden. De provincie start per regio het proces Wij komen samen met de regio tot een regiostuurgroep. Daaruit volgt een plan om lopende werkzaamheden op elkaar af te stemmen. We geven voorrang aan de gebieden die we in paragraaf 3.3.1 al noemden. Tijdsdruk mag niet leiden tot minder draagvlak of resultaat Het Provinciaal Gebiedsprogramma moet 1 juli 2023 klaar zijn. Misschien zijn de gebiedsagenda’s voor de 9 onderscheiden deelgebieden dan nog niet allemaal af. We zien deze agenda’s ook als ‘groeidocument’. Het Gebiedsprogramma is nodig om geld te krijgen van het rijk voor de uitvoering. Dit wordt waarschijnlijk in delen uitbetaald. De eerste uitbetaling op basis van een goedgekeurd provinciaal gebiedsprogramma en op basis daarvan ingediende claim zal in 2024 plaatsvinden. We kunnen in de uitwerking van de ’onderliggende’ of nog op te stellen uitvoeringsprogramma’s afspraken maken over wanneer voor de volgende delen geld wordt aangevraagd.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12491470/1