Concept-zienswijzennota Schalm 5
Tekst van het document
Documentnr. 578334/594542
ZIENSWIJZENNOTA inzake
Bestemmingsplan/omgevingsplan “SCHALM 5”
1
Inhoudsopgave
blz.
Inleiding
3
Ontvankelijkheid
3
Planologische geschiedenis van het perceel Schalm 5 Binnen het vigerende bestemmingsplan “Schalm 5” (vastgesteld op 31 oktober 2017) heeft het betrokken perceel de bestemming “Maatschappelijke doeleinden” met de nadere aanduiding ‘hospice en revalidatie”. Op dit perceel mag ten hoogste 900 m2 aan maatschappelijke bebouwing aanwezig zijn. Een bedrijfswoning is uitgesloten. Deze bestemming is bij de vermeende start van het hospice en de revalidatiefunctie op dit perceel gelegd en is speciaal aangepast om de voorgenomen activiteiten van initiatiefnemer op een juiste wijze planologisch in te passen. Verder geldt binnen het plan van 31 oktober 2017 de dubbelbestemming “Waarde – archeologie 2”. 3 Commissievergadering van 5 september 2023
4
Zienswijze 1
5
Zienswijze 2:
17
Zienswijze 3:
19
Zienswijze 4:
21
2
1. Inleiding Het ontwerpbestemmingsplan ‘Schalm 5’ heeft vanaf 20 september 2023 tot en met 1 november 2023 gedurende zes weken ter inzage gelegen. Initiatiefnemer is voornemens om drie vrijstaande woningen met bijgebouwen en een hooiberg aan de Schalm 5 in Renswoude te realiseren. De bestaande bebouwing zal worden gesloopt en de bestemming "Maatschappelijk" zal worden omgezet in de bestemming "Wonen". Gedurende de termijn van tervisielegging zijn er 4 zienswijzen ingediend. In deze zienswijzennota worden de zienswijzen samengevat en voorzien van een gemeentelijke reactie en bijbehorende conclusie. Voorafgaande aan de beantwoording van de zienswijzen wordt de planologische geschiedenis van het perceel weergegeven. Sinds 1 januari 2024 is de Omgevingswet van kracht. De lopende bestemmingsplanprocedures worden onder het oude regime afgehandeld. Later worden de postzegelbestemmingplannen opgenomen in het definitieve omgevingsplan. Alle bestemmingsplannen worden uiteindelijk één omgevingsplan. Om verwarring te voorkomen wordt in deze zienswijzenota gesproken over het bestemmingsplan en niet over omgevingsplan. 2. Ontvankelijkheid Van de vier binnengekomen zienswijzen zijn er drie binnen de termijn bij de gemeente ingediend. De ingediende zienswijzen zijn ontvankelijk met uitzondering van de te laat ingediende zienswijze Schalm 7, welke op 3 november 2023 is binnengekomen.
Zienswijze indiener van Schalm 7 moet niet-ontvankelijk worden verklaard vanwege termijnoverschrijding. Op zijn inhoudelijke zienswijze is in deze zienswijzennota ingegaan. 3. Planologische geschiedenis van het perceel Schalm 5 Binnen het vigerende bestemmingsplan “Schalm 5” (vastgesteld op 31 oktober 2017) heeft het betrokken perceel de bestemming “Maatschappelijke doeleinden” met de nadere aanduiding ‘hospice en revalidatie”. Op dit perceel mag ten hoogste 900 m2 aan maatschappelijke bebouwing aanwezig zijn. Een bedrijfswoning is uitgesloten. Deze bestemming is bij de vermeende start van het hospice en de revalidatiefunctie op dit perceel gelegd en is speciaal aangepast om de voorgenomen activiteiten van initiatiefnemer op een juiste wijze planologisch in te passen. Verder geldt binnen het plan van 31 oktober 2017 de dubbelbestemming “Waarde – archeologie 2”. Daarvóór had het perceel in het bestemmingsplan ‘Buitengebied 2010” de bestemming “Maatschappelijk”. Insteek van deze bestemming was dat er een tandheelkundige praktijk gevestigd zou worden. Op verzoek van verschillende initiatiefnemers heeft de gemeente in 2010 en in 2017 meegewerkt aan het planologisch wijzigen van de bestemming om aan de uiteenlopende ondernemerswensen tegemoet te komen: hospice/revalidatiefunctie en tandheelkundige praktijk.
Op het perceel heeft enige tijd een tandheelkundige praktijk gefunctioneerd. Nadat de tandheelkundige praktijk gestopt is, zijn nieuwe initiatieven niet verder tot uitvoering gekomen. De bestaande bebouwing is in verval geraakt. Initiatiefnemer heeft de bestaande bebouwing in de tijd dat hij nog geen verdere invulling gaf aan de bestaande bebouwing, niet
3
adequaat onderhouden. Het perceel verkeert op dit moment in een slechte staat van onderhoud. 4. Commissievergadering van 5 september 2023 De uitwerking van dit principeverzoek is vertaald naar een ontwerpbestemmingsplan “Schalm 5” welke op 5 september 2023 aan de commissie ter beoordeling is voorgelegd. Het collegevoorstel was om het ontwerpbestemmingsplan ter inzage te leggen. De commissie heeft het ontwerpbestemmingsplan vrij gegeven voor tervisielegging.
4
5. Zienswijze 1
•
Zienswijze indiener heeft grote zorgen over het plan en het effect van het plan op de woonen leefomgeving. De wijze waarop het plan is vormgegeven biedt in de vorm zoals dat nu is gepresenteerd onvoldoende rechtszekerheid voor belanghebbende.
Gemeentelijke reactie In het in procedure gebrachte ontwerpbestemmingsplan ‘Schalm 5” is door de regels en de verbeelding een duidelijke regeling neergelegd over de invulling van het perceel. Hierbij is aangesloten bij de vaste overweging dat de op de plankaart (verbeelding) vermelde bestemming en de daarbij behorende regels beslissend zijn. De toelichting bij een bestemmingsplan geeft inzicht over de bedoeling van de planwetgever als de bestemming en de regels onduidelijk zijn. Deze bedoeling doet echter niet af aan wat in de planregels ondubbelzinnig is bepaald. Vanwege de rechtszekerheid moetende planregels letterlijk te worden uitgelegd, omdat men moet kunnen uitgaan van wat in het bestemmingsplan is bepaald. In casu is dit in het ontwerpbestemmingsplan “Schalm 5” vormgegeven. Dit betreft uiteraard de nieuwe planologische situatie. Initiatiefnemer/eigenaar van dit perceel heeft een dergelijk verzoek aan de gemeenteraad voorgelegd. Vaststaat dat de maatschappelijke bestemming niet door initiatiefnemer is uitgevoerd. In feitelijke zin is de bestaande bebouwing blijven staan. De functie en/of het gebruik van die bebouwing is niet gewijzigd als gevolg van de planologische medewerking door de gemeente in 2010 en 2017. Aantasting van de rechtszekerheid voor zienswijze indiener is naar het oordeel van de gemeenteraad niet in het geding omdat: a.
Voor de wijziging van de bestemming maatschappelijk in de nieuwe bestemming wonen wordt een planologische procedure gevoerd; b. De planregels en verbeelding voor het ontwerpbestemmingsplan “Schalm 5” beslissend zijn bij de toetsing aanvraag omgevingsvergunning na raadsvaststelling van genoemd bestemmingsplan; c. In de ruimtelijk onderbouwing wordt op verschillende aspecten onderbouwd waarom de bestemmingsplanwijziging voor het mogelijk maken van de 3 woningen met bijgebouwen niet in strijd is met goede ruimtelijke ordening.
•
Er bestaan twijfels over de zorgvuldigheid en wijze waarop de gemeente haar afwegingen ten aanzien van het plan heeft gemaakt.
Gemeentelijke reactie De feitelijke situatie en de achtergrond om tot een andere planologische invulling van het perceel te komen, is hiervoor beschreven. Nu de eerder opgelegde bestemmingen niet gerealiseerd worden, is het zaak een invulling te zoeken die wel realiseerbaar is en waarmee zowel de gemeente Renswoude als de provincie kan instemmen. Het gaat hier om maatwerk. Hierover is contact geweest tussen de gemeente en de provincie. Gezocht is naar een maatwerkoplossing die vervolgens planologisch vertaald moet worden in een bestemmingsplan. De provincie heeft aangegeven dat zij onder het stellen van nadere voorwaarden met de functiewijziging naar een woonbestemming in kan stemmen voor 3 woningen op deze locatie. 5
Aangegeven wordt dat aandacht besteed moet worden aan het volume, de hoogte en de onderlinge rangschikking. Dat leidt tot nadere voorwaarden die in het bestemmingsplan moeten terugkomen. Deze provinciale voorwaarden zijn in het nieuwe bestemmingsplan vertaald en opgenomen: • • • •
3 woningen van 660 m3 (met gebruikmaking van de 10%-regeling); 80 m2 bijgebouwen per woning; 70 m2 hooiberg t.b.v. opslag tuinmaterialen; Goede landschappelijke inpassing.
In planologisch opzicht achten gemeente en provincie de ruimtelijke impact die dit met zich meebrengt vergelijkbaar met de activiteiten die op grond van de huidige maatschappelijke bestemming mogelijk met 900 m2 aan bebouwd oppervlak. De hoofdopzet van de bebouwing is gebaseerd op een boerenerf: een hoofdgebouw met bijgebouwen. Dat is vertaald naar een woning met authentieke verschijningsvorm van een boerderij. De twee andere woningen zijn vormgegeven als zogeheten ‘schuurwoning’ en een woning in de vorm van een schaapskooi. De woningen krijgen geïntegreerde bijgebouwen. De opslag van tuinmaterialen is als solitair bouwwerk opgenomen op de plankaart/verbeelding.
De provincie heeft in haar reactie van 31 oktober 2023, zaaknummer Z-PU-2023-002144 het volgende aangegeven: “Het voorliggende bestemmingsplan geeft mij geen aanleiding opmerkingen te plaatsen in het kader van het provinciaal belang zoals dat is opgenomen in de Omgevingsvisie Provincie Utrecht en geborgd in de bijbehorende Interim Omgevingsverordening Provincie Utrecht”. (einde citaat)
•
Zienswijze-indiener houdt zich het recht voor om in het verdere verloop van de planologische procedure de zienswijze op het plan nader te motiveren.
Gemeentelijke reactie Zienswijze indiener heeft in de periode van ter visielegging van het ontwerp een uitgebreide zienswijze ingediend. Ten overstaan van de commissie, voorafgaande aan de behandeling van het raadsvoorstel tot vaststelling van het bestemmingsplan, wordt zienswijze indiener in de gelegenheid gesteld zijn zienswijze nader mondeling toe te lichten. Ook kan hij reageren op de concept-zienswijzennota. Met de stukken van het bestemmingsplan wordt de concept-zienswijzennota aan de gemeenteraad ter besluitvorming voorgelegd.
6
•
Zienswijze indiener is van mening dat het plan op onderdelen onzorgvuldig is opgesteld en onvoldoende is gemotiveerd. De uitvoerbaarheid van het plan wordt daarom op onderdelen ter discussie gesteld.
Gemeentelijke reactie: Om ervoor te zorgen dat de bestemmingsplanwijziging niet in strijd is met goede ruimtelijke ordening is er een ruimtelijke onderbouwing opgesteld. In deze ruimtelijke onderbouwing worden alle aspecten benoemd die gevolgen hebben op de omgeving en de ruimtelijke kwaliteit. De ruimtelijke onderbouwing is voorgelegd aan verschillende deskundigen. Hierbij kunt u denken aan landschapsdeskundigen, bodemdeskundige, ecoloog, archeoloog, milieudeskundige m.b.t. milieuhindercirkels, waterschap en provincie. Voor de milieukundige aspecten heeft de omgevingsdienst regio Utrecht (ODRU) geadviseerd over de ruimtelijke onderbouwing. De onderdelen van het bestemmingsplan waaruit onzorgvuldigheid zou blijken dan wel dat er sprake zou zijn van een motiveringsgebrek worden weerlegd door de onderzoeken die voor dit bestemmingsplan zijn verricht. Dit is ter beoordeling voorgelegd aan de ODRU. Daar waar de ODRU opmerkingen heeft gemaakt, zijn deze opgelost door de stedenbouwkundige adviseur van de initiatiefnemer. Naar aanleiding van de ingediende zienswijzen, is de zienswijzennota en het aangepaste vast te stellen bestemmingsplan nogmaals aan de ODRU ter controle voorgelegd. De ODRU heeft kunnen instemmen met de concept-beantwoording van de zienswijzen. Naar aanleiding van de ingediende zienswijzen is er een geuronderzoek opgesteld.
Dit geuronderzoek heeft het akkoord ontvangen van de ODRU.
•
Samengevat roept het voorliggende ontwerpbestemmingsplan de volgende vragen en opmerkingen op bij belanghebbende: a. Wat is de beleidsmatige grondslag om bestaande maatschappelijke bebouwing te slopen en drie woningen plus bijgebouwen terug te bouwen? In de toelichting van het plan wordt geen beleidsmatige (sloop)regeling benoemd waar het plan op gebaseerd is. Er lijkt daardoor sprake van willekeur. Gemeentelijke reactie Gemeente Renswoude heeft maatwerk toegepast als het gaat om de planologische invulling van dit perceel. De gebruikelijke beleidslijn in de gemeente Renswoude is dat er maatwerk wordt toegepast nadat hiervoor een aanvraag is ingediend. Daardoor wordt een gerichte oplossing geboden voor een erkend planologisch probleem. In dit geval hebben we te maken met bebouwing in verval. In overleg met de provincie is bepaald dat bij sloop van alle bebouwing op het terrein de bouw van drie woningen planologisch aanvaardbaar is mits deze woningen een ensemble vormen en op een goede wijze landschappelijk zou worden ingepast door toepassing van een adequaat landschapsplan. De geldende bestemming “Maatschappelijke doeleinden” levert een planologische functie op die relatief veel verkeersbewegingen op de Schalm zou kunnen veroorzaken. Dit blijkt ook uit het nadere verkeersonderzoek. De bouw van drie woningen daarentegen levert minder verkeersbewegingen per dag op.
Bovendien sluit de bouw van drie woningen ter plaatse aan op de aanwezigheid van de woonbestemmingen in de directe omgeving. Daarbij worden de bijgebouwen geïntegreerd in de woningen. Gevolg hiervan is dat er, gezien vanaf de openbare weg, doorkijk ontstaat naar het daarachter liggende landschap. Daarnaast geldt dat er 960 m2 aan oude bebouwing wordt gesloopt. Hiervoor komen in totaal ongeveer 590 m2 aan bebouwing terug (3 woningen en een solitair gebouw). Nu de maatschappelijke bestemming niet meer realiseerbaar is, heeft de gemeenteraad de vrijheid om hier een andere bestemming neer te leggen. Daartoe is het ontwerpbestemmingsplan ter visie gelegd voor de bouw van drie woningen met bijgebouwen.
7
b. Het plan voorziet in de sloop van een grote hoeveelheid bebouwing die economisch en fysiek nog niet is afgeschreven. Is er met de sloop van de bestaande bebouwing in uw ogen geen sprake van kapitaalsvernietiging? Gemeentelijke reactie Of er al dan niet sprake is van kapitaalsvernietiging is niet ter beoordeling van de gemeente. Dit behoort tot het ondernemersrisico van de initiatiefnemer; de gemeente treedt daar niet in. c. Zienswijze indiener vraagt zich af hoe het plan zich verhoudt tot het behoud en de versterking van de Grebbelinie. Ter plaatse van het plangebied geldt het inpassingsplan ‘Grebbelinielandschap’. Binnen dat plan kent het plangebied de bestemming ‘Waarde – Grebbelinielandschap’. Ter plaatse geldt dat de gronden aangewezen zijn voor het behoud, herstel en bescherming van de herkenbaarheid en de beleefbaarheid van de cultuurhistorische waarden, deel uitmakende van de Grebbelinie zoals beschreven in Bijlage 1 Beeldkwaliteitsplan Grebbelinie behorende bij deze regels. Hoe is hier invulling aan gegeven? Het bestemmingsplan geeft hier geen uitsluitsel over. Graag ziet belanghebbende een deugdelijke motivatie tegemoet.
Gemeentelijke reactie Het doel van het provinciaal inpassingsplan is het borgen van de waarden van de Grebbelinie bij de toepassing van afwijkings- of wijzigingsbevoegdheden in vigerende bestemmingsplannen. Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen worden zo altijd de waarden van de Grebbelinie betrokken. Via dit inpassingsplan wordt, in het geval een ontwikkeling plaatsvindt middels afwijking of wijziging in een vigerend plan of door de inspanning van de gemeente bij hun nieuwe bestemmingsplannen, rekening gehouden met de waarden van de Grebbelinie. Het inpassingsplan heeft betrekking op het gebied rondom de als rijksmonument aangewezen delen, i.c. de hoofdverdedigingslijn en de militaire objecten. Deze gebieden liggen ten westen en oosten van de hoofdverdedigingslijn en worden gezien als het Grebbelinielandschap. Het inpassingsplan zorgt ervoor dat binnen dit Grebbelinielandschap de waarden van de Grebbelinie worden meegenomen in planologische ontwikkelingen en dat de beeldkwaliteitsrichtlijnen, zoals deze zijn opgenomen in het 'Beeldkwaliteitsplan Grebbelinie', worden toegepast. In casu ligt de Grebbelinie ongeveer 500 meter van de Schalm 5 af. Aantasting van de Grebbelinie door de bouw van drie vrijstaande woningen die in de vorm van een boerenerf/ensemble worden gebouwd doet door deze grote afstand tot de nieuwbouw geen afbreuk aan de Grebbelinie.
De provincie is akkoord gegaan met de bouw van drie woningen ter plaatse en heeft daarbij ook getoetst aan de cultuurhistorische aspecten van de Grebbelinie. d. Zienswijze indiener merkt op dat in paragraaf 1.3 van de toelichting van het bestemmingsplan (geldend bestemmingsplan) voorbij wordt gegaan aan de ligging binnen het hiervoor genoemde bestemmingsplan. In paragraaf 2.1.1 van de toelichting van het bestemmingsplan wordt de Nationale omgevingsvisie (Novi) aangehaald. Onterecht wordt geconcludeerd dat uit de Novi geen uitgangspunten en/of randvoorwaarden voor de herontwikkeling volgen. De ligging in de Grebbelinie betekent dat aansluiting gevonden moet worden bij punt 19 (Behouden en versterken van cultureel erfgoed en landschappelijke en natuurlijke kwaliteiten van (inter)nationaal belang) van de opsomming die is gemaakt in paragraaf 2.1.1 van de toelichting van het bestemmingsplan. Dit moet in samenhang worden beschouwd met de hiervoor aangehaalde bestemming ‘Waarde –Grebbelinielandschap’. Waarom wordt deze link niet gemaakt? Zienswijze indiener ziet een motivering op dit punt graag tegemoet. Gemeentelijke reactie 8
Verwezen wordt naar de beantwoording onder ad c. Voorts wordt verwezen naar paragraaf 2.1.1. van de toelichting van het vast te stellen bestemmingsplan inzake de nationale Omgevingsvisie. Uit de NOVI volgen geen uitgangspunten en/of randvoorwaarden voor de herontwikkeling van het plangebied. Wel dient rekening gehouden te worden met punt 19, omdat het plangebied gelegen is in/nabij de Grebbelinie als cultureel erfgoed. In paragraaf 2.2.2 en 2.2.3 van de plantoelichting wordt daar verder op ingegaan. Met onderhavige ontwikkeling zijn verder geen nationale belangen in het geding. e. In paragraaf 2.2.2 van de toelichting van het bestemmingsplan wordt ingegaan op de provinciale verordening. Hierin wordt het volgende aangehaald: In een bestemmingsplan dat betrekking heeft op locaties gelegen in de Cultuurhistorische hoofdstructuur wordt rekening gehouden met de waarden van de Cultuurhistorische hoofdstructuur en worden regels gesteld ter bescherming en benutting van deze waarden. Hoe worden deze waarden in dit bestemmingsplan beschermd en benut? Dat blijkt niet/onvoldoende uit de toelichting van het bestemmingsplan.
Gemeentelijke reactie In de provinciale omgevingsvisie Utrecht is het erfgoed beschreven. “De Cultuurhistorische Atlas van de Provincie Utrecht (CHAT) biedt een schat aan informatie en is daarmee een bron van kennis en inspiratie. Bij de cultuurhistorische hoofdstructuur focussen we op de thema’s agrarisch cultuurlandschap, historische buitenplaatszones, militair erfgoed, historische infrastructuur en archeologisch waardevolle zones. We hebben in de provincie Utrecht te maken met een groeiende bevolking, behoefte aan meer woningbouw, meer infrastructuur, meer ruimte voor recreatie en ontspanning, ruimte voor energietransitie, bodemdaling en klimaatadaptatie. Erfgoed kan een belangrijke rol spelen bij het realiseren van deze maatschappelijke opgaven. De cultuurhistorische kwaliteit van de leefomgeving draagt veel bij aan een aantrekkelijk vestigings- en verblijfsklimaat. De cultuurhistorische hoofdstructuur wordt niet aangetast als aan de Schalm 5 een drietal vrijstaande woningen wordt gebouwd. Juist door aan te sluiten bij een ensemble als bebouwingsvorm van drie woningen wordt de waarde van de Cultuurhistorische hoofdstructuur behouden. De compactheid aan bebouwing, ter vervanging van bestaande bebouwing, kan de cultuurhistorische hoofdstructuur niet aantasten. f.
Daarnaast is het volgende opgenomen: De motivering van een bestemmingsplan bevat: a. een beschrijving van de in het plangebied aanwezige cultuurhistorische waarden; en b. een beschrijving en motivering van de wijze waarop rekening is gehouden met deze waarden. Ter argumentatie wordt slechts aangehaald dat de waarden niet aanwezig zijn en het plan zodoende geen afbreuk doet aan de waarden. Er moet echter ook worden aangegeven hoe de ligging in relatie tot de Grebbelinie wordt benut en het plan moet worden gemotiveerd aan de hand van het eerdergenoemde beeldkwaliteitsplan Grebbelinie. Kunt u aangeven op welke wijze dat gebeurt en hoe dat in het plan juridisch is geborgd? Deze toetsing ontbreekt.
Gemeentelijke reactie In paragraaf 2.2.3 van de toelichting van het vast te stellen bestemmingsplan is de toetsing aan het Inpassingsplan Grebbelinielandschap toegevoegd. Hieruit blijkt dat de Grebbelinie niet door onderhavig bestemmingsplan wordt aangetast. Kortheidshalve wordt naar deze paragraaf verwezen. g. In paragraaf 2.3.1 van de toelichting van het bestemmingsplan wordt de gemeentelijke Omgevingsvisie aangehaald. De samenvatting van de omgevingsvisie en de conclusie sluiten niet op elkaar aan. In de samenvatting wordt gesproken over de sloop van agrarische opstallen en de mogelijkheid om daar andere functies voor terug te brengen. Van agrarische functies is in voorliggende situatie geen sprake. Is het dan niet veel logischer om (een deel 9
van) het plangebied na de sloop te gebruiken voor naburige agrariërs die op zoek zijn naar extra gronden of voor natuurontwikkeling, zoals in de Omgevingsvisie is benoemd? In de omgevingsvisie staat namelijk letterlijk: W ́ ij vinden het belangrijk dat ons buitengebied in balans blijft en dat kansen op het gebied van natuurontwikkeling en vrijkomende agrarische bebouwing worden benut.’ Dit komt in paragraaf 2.3.1 van de toelichting van het bestemmingsplan niet terug. Zienswijze indiener verneemt graag hoe u hier tegenaan kijkt en of en op welke wijze deze afweging is gemaakt. Gemeentelijke reactie Bedoelde gronden hebben geen agrarische bestemming. De gronden zijn in eigendom bij initiatiefnemer. Het is niet aan de orde om een agrarische bestemming op te nemen t.b.v. naburige agrariërs of dat hier natuurontwikkeling wordt toegestaan. Het is niet mogelijk dat gemeenten
de bestemming van gronden wijzigen zonder overleg met eigenaren. Deze locatie zal als woningbouwlocatie worden ingevuld. Daarmee vervallen de eerder geboden planologische mogelijkheden. h. Op welke wijze kan beleidsmatig verantwoord worden dat het aantal te slopen vierkante meter bebouwing in verhouding staat tot de realisatie van de drie voorziene woningen? Een motivatie op dit onderdeel ontbreekt. Kortom: welke ‘tegenprestatie’ wordt hiervoor geleverd? Gemeentelijke reactie De tegenprestatie is dat een bestemming “maatschappelijke doeleinden” weg bestemd wordt met het gevolg dat er 16 zorgappartementen niet gerealiseerd kan worden. Tevens wordt gevraagd om 900 m2 te slopen en de woningen landschappelijk in te passen. De provincie heeft aangegeven dat zij onder het stellen van nadere voorwaarden met de functiewijziging naar een woonbestemming in kan stemmen voor 3 woningen op deze locatie. Aangegeven wordt aandacht besteed moet worden aan het volume, de hoogte en de onderlinge rangschikking. Dat leidt tot nadere voorwaarden die in het bestemmingsplan moeten terugkomen. Deze provinciale voorwaarden zijn in het nieuwe bestemmingsplan vertaald en opgenomen: • • • •
3 woningen van 660 m3 (met gebruikmaking van de 10%-regeling); 80 m2 geïntegreerde bijgebouwen per woning (bijgebouw onder één dak met de woning); 70 m2 hooiberg t.b.v. opslag tuinmaterialen; Goede landschappelijke inpassing.
De hoofdopzet van de bebouwing is gebaseerd op een boerenerf: een hoofdgebouw met bijgebouwen. Dat is vertaald naar een woning met authentieke verschijningsvorm van een boerderij. De twee andere woningen zijn vormgegeven als zogeheten ‘schuurwoning’ en een woning in de vorm van een schaapskooi. De woningen krijgen geïntegreerde bijgebouwen. Nadere toetsing: Vierkante meters bijgebouwen. Voor de drie te bouwen woningen is aansluiting gezocht bij de bijgebouwenregeling zoals genoemd in het bestemmingsplan “Buitengebied 2010” binnen een woondoeleindenbestemming: maximaal 80 m 2 per woning. Daarnaast wordt een hooiberg gebouwd van 70 m2 die voor opslag van tuingereedschappen wordt gebruikt. 10
i.
In paragraaf 3.2.2 van de toelichting van het bestemmingsplan wordt de landschappelijke inpassing van het plan beschreven. Hierbij wordt op geen enkele wijze een link gelegd met het Grebbelinielandschap. Waarom wordt dit ondanks de verplichting uit het inpassingsplan ‘Grebbelinielandschap’ en de daarin geldende bestemming ‘Waarde –Grebbelinielandschap’ niet gedaan? En hoe is de uitvoering van het inrichtingsplan juridisch geborgd? Zienswijze indiener ziet deze afweging graag tegemoet.
Gemeentelijke reactie Verwezen wordt naar de beantwoording onder ad c. en ad f. inzake de Grebbeberglinie. De uitvoering van het landschapsplan is geborgd door middel van een anterieure overeenkomst. Deze anterieure overeenkomst is getekend voordat het voorstel in de gemeenteraad tot vaststelling van het bestemmingsplan wordt behandeld. j.
In paragraaf 4.1.4 van de toelichting van het bestemmingsplan wordt het aspect ‘geluid’ behandeld. Ten aanzien van wegverkeerslawaai wordt geconstateerd dat sprake is van een 60km/uur regime en dat er geen akoestisch onderzoek uitgevoerd hoeft te worden omdat er sprake is van een doodlopende weg. In het kader van een goede ruimtelijke inpassing moet echter overwogen worden of de intensiteit van de weg daadwerkelijk zodanig is dat de voorkeurswaarden uit de wet geluidhinder op de gevel van de woningen in de woning niet wordt overschreden. Die overweging is niet gemaakt. Er zijn meerdere uitspraken van de Raad van State bekend waarin is aangegeven dat dit wel moet gebeuren. Er is nu enkele een aanname gedaan, er heeft geen onderzoek plaatsgevonden. Zienswijze indiener is van mening dat dit wel degelijk onderzocht moet worden, omdat hieruit naar voren kan komen dat de woningen anders gesitueerd moeten worden om aan het akoestische niveau te kunnen doen. Een andere situering kan invloed hebben op het woon-en leefklimaat van zienswijze indiener. Zienswijze indiener vraagt de gemeente dan ook om dit onderzoek uit te voeren en eventuele planwijzigingen dientengevolge inzichtelijk te maken.
Gemeentelijke reactie De gemeente is van mening dat het in dit geval niet noodzakelijk is een geluidsonderzoek uit te voeren omdat het aantal verkeersbewegingen op de Schalm verder wordt ingeperkt als op het adres Schalm 5 een woonbestemming wordt gerealiseerd voor drie woningen. De geluidssituatie wordt aanzienlijk verbeterd als de maatschappelijke bestemming van het perceel verwijderd is. Dat is al te concluderen zonder geluidsonderzoek. De situering van de woningen hebben in dit geval geen invloed op het geluidsniveau omdat er inderdaad sprake is van een doodlopende weg. Er is nu een paragraaf aan Hoofdstuk 4 van het vast te stellen bestemmingsplan toegevoegd: 4.4 Verkeer en parkeren. Daarin wordt onderbouwd dat de verkeersgeneratie af zal nemen. Daarnaast is in het ‘Bestemmingsplan Schalm 5’ uit 2017 uitgegaan van 39 verkeersbewegingen per dag voor de hospice. Dat is al meer verkeersgeneratie dan wat 3 vrijstaande woningen in het buitengebied genereren (afgerond 26 verkeersbewegingen per etmaal). k. In de toelichting van het bestemmingsplan wordt geconcludeerd dat geen ecologisch vervolgonderzoek noodzakelijk is. Er is wel onderzoek gedaan, maar dit is gedaan nadat al diverse bomen had gekapt zonder vergunning en de vijvers dicht zijn gegooid. Hier is de gemeente ook van op de hoogte.
Daarnaast is de intensiteit van zwaluwen bij zienswijze indiener enorm toegenomen sinds de bomenkap. De nesten zitten nu o.a. in de paardenstallen van deze zienswijze indiener. Het is daarom bijna niet voorstelbaar dat zonder vervolgonderzoek kan worden geconcludeerd dat van enige mate van verstoring van het leefgebied van bestaande soorten geen sprake is. Is het ecologische onderzoek ook getoetst
11
door de Omgevingsdienst of een ter zake deskundige? Zienswijze indiener ontvangt graag deze beoordeling. Gemeentelijke reactie Het ecologisch onderzoek is uitgevoerd voordat diverse bomen zijn gekapt. De opmerkingen van de ODRU zijn in het ecologische advies verwerkt. Ook de beantwoording van dit deel van de zienswijzennota is expliciet nog eens door de ODRU beoordeeld en akkoord bevonden. Uit dit ecologische onderzoek blijkt dat er geen vervolgonderzoek noodzakelijk is. Dat er nesten zitten in de paardenstallen bij deze zienswijze indiener doet niet af aan het feit dat uit het ecologische onderzoek blijkt dat er geen ecologisch vervolgonderzoek noodzakelijk is. De overlast die zienswijze indiener ervaart, ontstaat niet doordat een ecologisch vervolgonderzoek ontbreekt. l.
In het kader van het bestemmingsplan is een stikstofonderzoek uitgevoerd op basis van de Aerius-calculator. Zienswijze indiener heeft geen inzicht in de ingevoerde gegevens die tot de gepresenteerde uitkomst leiden. Graag ontvangt zienswijze indiener de invoergegevens van het calculatiemodel. Zienswijze indiener merkt verder op dat de berekeningen niet zijn uitgevoerd met de laatste versie van de calculator. Zienswijze indiener vraagt de gemeente om de laatste versie van de calculator te gebruiken, om aan te tonen dat er geen sprake is van een toename van stikstofdepositie. Op basis van het bij het plan gevoegde onderzoek is de uitvoerbaarheid niet aangetoond.
Gemeentelijke reactie Bij vergunningverlening zal een AERIUS-berekening gevoegd worden, gebaseerd op de dan meest recente versie van het AERIUS-model. Voor het ontwerpbestemmingsplan is het voldoende dat er met de gebruikte AERIUS-versie is gewerkt; dat was op dat moment de meest recente versie. De ODRU heeft op 9 juni 2023 vastgesteld dat de AERIUS-berekening op een juiste wijze is uitgevoerd. De gebruikte AERIUS berekening zal na de vaststelling van het bestemmingsplan ter visie worden gelegd bij het bestemmingsplan. De berekening zit als bijlage bij het ontwerpbestemmingsplan, daar zijn de invoergegevens zichtbaar. Omdat er inmiddels al een nieuwe versie van Aerius is, hebben we de berekeningen opnieuw uitgevoerd. Een geactualiseerde berekening is toegevoegd t.b.v. de vaststellingsprocedure van het bestemmingsplan door de gemeenteraad. m. In paragraaf 4.5 van de toelichting van het bestemmingsplan wordt aangegeven dat voor ruimtelijke plannen een watertoets verplicht is. In het kader van voorliggend plan is deze toets echter niet uitgevoerd. Waarom maakt deze toets geen onderdeel uit van het bestemmingsplan? Op welke wijze is aangetoond dat het plan vanuit waterhuishoudkundig oogpunt uitvoerbaar is? Gemeentelijke reactie Dit plan zorgt voor een aanzienlijke afname van het verhard oppervlak in het plangebied.
Het hemelwater dat op de nieuwe woningen valt zal via een hemelwaterafvoer opgevangen worden en afgevoerd worden naar de omliggende gronden, alwaar het de bodem kan infiltreren. De vuilwaterafvoer van het gebouw zal worden aangesloten op de gemeentelijke vuilwaterriolering. In het plangebied is geen oppervlaktewater aanwezig. Wel liggen er rond het plangebied een aantal Cwatergangen. Dit plan verandert niets aan deze watergangen. Een nieuwe watertoets is uitgevoerd en is in het vast te stellen bestemmingsplan verwerkt. De watertoets is voor advies voorgelegd aan het waterschap en akkoord bevonden. 12
n. In paragraaf 3.2.1 van de toelichting staat dat 950 m2 bebouwing wordt gesloopt en daarna elke woning een maximale inhoudsmaat van 660 m2 krijgt. Moet dit geen m3(kuub) zijn? Anders is de verhouding 950m2 slopen en daarvoor mag men in totaal 2.220 m2herbouwen woningen, bijgebouwen en een hooischuur (berging).
Gemeentelijke reactie Oppervlakte- inhoudsmaten worden aangepast.
13
o. In de regels van het bestemmingsplan is onder artikel 3.1 lid b opgenomen dat sprake is van een aanduiding ‘specifieke vorm van wonen-gemeenschappelijk bijgebouw’. Die aanduiding komt niet voor op de verbeelding. Gemeentelijke reactie De aansluiting regels en plankaart is inderdaad niet 100%. De aanduiding wordt aangepast naar ‘specifieke vorm van wonen – hooiberg’. Aansluiting op plankaart en bouwregels klopt dan weer. Wel is in artikel 3.2.1., sub e van de planregels een regeling opgenomen voor een hooiberg van 70 m2.
p. In artikel 3.5 van de regels is een wijzigingsbevoegdheid opgenomen. Op basis van deze wijzigingsbevoegdheid kan het bouwvlak worden verplaatst binnen de woonbestemming. Dit leidt tot grote onzekerheid voor de bewoners van Schalm 5a (belanghebbende) doordat het voorgespiegelde plan dus kan wijzigen. De manier waarop is echter niet helder. De randvoorwaarden waaronder het plan gewijzigd kan worden is heel summier beschreven. Op geen enkele wijze is geborgd wanneer men kan spreken van een goede landschappelijke inpassing bij een gewijzigd plan. Hoe kijkt u hier als college (en bij de besluitvorming, de raad) tegenaan? Hoe denkt u de kwaliteit van een nieuw plan te kunnen borgen? Daarnaast vraagt zienswijze indiener zich af op welke wijze het voorziene inrichtingsplan in het plan geborgd is. In onze beleving op geen enkele wijze. Nergens in de regels is een voorwaardelijke verplichting opgenomen die voorziet in de uitvoering van het inrichtingsplan zoals deze (summier) is beschreven in de toelichting van het bestemmingsplan. Door het plan niet te borgen is er geen juridische zekerheid voor de buren.
Dit in combinatie met het gegeven dat we nergens in het plan kunnen opmaken dat écht sprake is van een goede landschappelijke inpassing (hoe is het plan getoetst aan het beeldkwaliteit plan Grebbelinie? Hoe verhoudt het plan zich tot de omgeving?) is het gepresenteerde plan niet meer en niet minder dan drie willekeurig gepositioneerde woningen op een perceel. Woningen die op basis van artikel 3.5 van de regels ook nog van positie kunnen veranderen. Belanghebbende vraagt de gemeente opheldering over de rechtszekerheid ten aanzien van voorliggend plan. Gemeentelijke reactie a. De wijzigingsbevoegdheid kan worden verplaatst binnen het bestemmingsvlak onder nader aangegeven voorwaarden. Hierbij is aangegeven dat de wijziging niet mag leiden tot onevenredige aantasting van de gebruiks- en ontwikkelingsmogelijkheden van naastgelegen percelen. Dit is ter beoordeling van het college van burgemeester en wethouders op het moment dat de aanvraag omgevingsvergunning wordt ingediend. Vooraf staat vast dat de belangen van de indiener van de zienswijze bij voorbaat gewogen moeten worden. Hiermee zijn de belangen van de indiener van de zienswijze voldoende gewaarborgd. Dit leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan. Het landschappelijk inpassen is benoemd in de toelichting van het bestemmingsplan en verder is de uitvoering daarvan juridisch verankerd in de anterieure overeenkomst.
q. Op geen enkele wijze heeft de initiatiefnemer een afweging gegeven over het behoud van de bestaande bebouwing om deze geschikt te maken voor bewoning. In de ogen van belanghebbende is met de sloop en nieuwbouw geen sprake van een duurzame ontwikkeling. 14
Iets waar de gemeente wel voor staat. Hoe kan het college verantwoorden dat de bestaande bebouwing wordt gesloopt en niet duurzaam wordt getransformeerd? Gemeentelijke reactie De gemeente is niet bevoegd om mee te onderwerpen of aan te sturen tot een ander bouwplan waarin de bestaande bebouwing wordt gerenoveerd. De gemeente toetst of het verzoek voor het wijzigen van bestemmingplan niet in strijd is met ruimtelijke ordening. De gemeente staat voor een goede planologische invulling van het gebied. Daarbij toetst de gemeente binnenkomende aanvragen en verzoeken tot wijziging van bestemmingsplannen. In dit geval is voor drie nieuwe woningen met bijgebouwen gekozen. De in verval geraakte bebouwing wordt hiervoor gesloopt. De gemeenteraad heeft het primaat om het planologisch beleid in te vullen. Door de tervisielegging van het ontwerpbestemmingsplan is aangegeven dat het voorgestelde plan met drie nieuwe woningen passend is in het gemeentelijke- en provinciale beleid. r.
Op basis van voorgaande wordt het plan op onderdelen onvoldoende gemotiveerd en is niet duidelijk welke ruimtelijke, milieukundige en beleidsmatige afwegingen zijn gemaakt. Er kan dus niet worden overzien welke effecten dit heeft op het woon-en leefklimaat van belanghebbende. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is het een vereiste om wel een goede afweging te maken. Doordat deze afweging niet is gemaakt, is sprake van een plan waarvan de juridische borging onvoldoende is geborgd. Het effect op het perceel Schalm 5a (het perceel van belanghebbende) is niet of onvoldoende inzichtelijk gemaakt. Het plan laat ruimte voor aanpassingen, terwijl de indruk wordt gewekt dat met dit plan sprake is van een landschappelijk ingepast plan, zonder enig effect op de omgeving. Op basis van de wijzigingsbevoegdheid in het bestemmingsplan, die onvoldoende borging biedt voor een passende aanpassing van voorliggend plan, ontstaat rechtsonzekerheid.
Gemeentelijke reactie Het college erkent dat voor het perceel Schalm 5a enige overlast ontstaat, echter afwegende tegen de nu geldende maatschappelijke functie en de verkeer aantrekkende werking van die bestemming, is het college van mening dat door de bouw van de drie woningen een planologisch verbeterde situatie ontstaat die passend is in het geheel van de Schalm. Hiervan zal het perceel Schalm 5a ook profiteren. Daarnaast is er in het plan een wijzigingsbevoegdheid opgenomen die alleen toegepast kan worden als er geen onevenredige aantasting van gebruiks- en ontwikkelingsmogelijkheden van naastgelegen percelen ontstaat. Door de opname van een bestemmingsvlak en bouwvlakken is tevoren duidelijk waar gebouwd kan worden. Hiermee is de rechtszekerheid van zienswijze indiener op Schalm 5a naar behoren verzekerd. De planologische invulling en de motivatie hiervoor is voldoende omschreven in deze zienswijzennota.
15
s. Belanghebbende is van mening dat het plan op basis van voorgaande niet gebaseerd is op goede ruimtelijke en milieukundige afwegingen en is dan ook van mening dat het plan geen doorgang moet vinden. Er dient een betere afweging te worden gemaakt ten aanzien van het behoud en hergebruik van de bestaande opstallen, om overlast voor belanghebbende te voorkomen. Gemeentelijke reactie In deze zienswijzennota is hierop ingegaan. Zienswijze indiener beschrijft hier zijn conclusie en zijn visie op het ontwerpbestemmingsplan. Gemeente heeft in het vorenstaande e.e.a. weerlegd.
Conclusie t.a.v. deze zienswijze indiener: 1. De zienswijzen worden ongegrond verklaard.
2. Oppervlakte- inhoudsmaten worden aangepast.
16
6. Zienswijze 2:
a. Zienswijze indieners kochten in oktober ‘17 Schalm 6 recht tegenover Schalm 5. Het was toen een mooie hoeve omringd door veel bomen en groen. Het zag er netjes en verzorgd uit tot het moment dat initiatiefnemer van het nieuwe plan dit liet verpauperen, brandweer er met water en rook liet trainen, feestjes gaf en zonder kapvergunning alle bossages met shovel met de grond gelijk maakte. b. Voor de zoveelste keer in de bijna 6 jaar dat wij hier wonen wordt ons woongenot aangetast door de wilde plannen van initiatiefnemer die hier zelf niet woont. De man die zegt dat wij zo blij moeten zijn dat het veranderd wordt van hospice in 3 woningen. Of 3 woningen of 16 zorgwoningen zei hij toen hij begin oktober kwam nadat de gemeente hem ‘opdracht’ gaf te participeren in de straat. Het is geen 1 dag een hospice geweest ook al staat er in het bestemmingsplan in *Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1. Aanleiding* dat het er aanwezig was. Dit klopt pertinent niet. Hoe kan je over iets beslissen als de informatie niet klopt. Is deze informatie ook bij de provincie beland? Deze zijn dan foutief geïnformeerd. Er is nauwelijks bij de omwonenden geïnformeerd hoe zij in de plannen staan. Wij, strak tegenover nummer 5 zijn begin oktober j.l. voor het eerst benaderd door initiatiefnemer omtrent zijn plannen. c.
Wij zien de plannen NIET zitten en wel om het volgende: • Omwonenden niet geparticipeerd in plannen. • Eerst een totaal bos wegkappen zonder vergunning en die dan achteraf toch nog even tussen neus en lippen krijgen, • de boel laten verpauperen is geen reden voor het bouwen van 3 huizen • Wanneer de gemeente dit plan toe laat is het een precedentwerking voor anderen in het buitengebied die ook er over na denken te gaan bouwen. • Wilt u dan echt het hele buitengebied volproppen met clusterwijkjes en zo het boerenkarakter laten verdwijnen? • 900m3 slopen staat gelijk aan 3 grote nieuwe woningen met 3 bijgebouwen en een hooibergschuur bouwen? - Het financiële mag geen doorslaggevende factor zijn om dit toe te staan. De gemeente kan het maatschappelijk niet financieel dragen zei de burgemeester tijdens de vergadering op 05-09-2023. Maar blijkbaar is het financiële wel het belangrijkste voor gemeente en initiatiefnemer. En de omwonenden dan? Had dan de bestemming niet veranderd naar maatschappelijk. Daar kunnen bewoners niets aan doen. • Vanmorgen kwam er een DHL vrachtwagen een pakket brengen voor de achterburen. Wij wonen namelijk in zo’n clusterwijkje zoals op nummer 5 moet komen. De vrachtwagen kon ons stukje wijk niet in, tiental keer steken en draaien, auto’s werden opgehouden en een paard met ruiter kon geen kant op.
Vrachtwagen stond vast, de oude eikenbomen voor de zoveelste keer beschadigd. Dit is een bottleneck in de Schalm. En nu gaat er nog een enclave gebouwd worden? Exact tegenover terwijl het al zo krap is op dit stuk Schalm. • Op de tekening die ik begin deze maand kreeg van de initiatiefnemer klopt iets niet. Achter nummer 6B staat inmiddels een grote witte schuur en bij 6A staat een schuur/veranda gebouwd. Zo wordt dit krappe stukje Schalm nog krapper zeker nu op nummer 8 besproken wordt de bestaande schuur plat te gooien en een grotere terug te willen bouwen. Want leuk voor feesten en partijen en het ontvangen van ‘familie’ (geloofsgemeenschap Living Waters die eens in de zoveel 17
weken +150 leden ontvangt om diensten te houden op zondag van 09.00 tot 17.00u). Gemeentelijke reactie Initiatiefnemer is op aangeven van de gemeente Renswoude langs alle buren geweest en heeft ze betrokken in zijn plannen. Hiermee is alsnog inhoud gegeven aan de participatie. Uiteraard mogen omwonenden het niet eens zijn met de plannen. Echter, de gemeenteraad heeft het primaat om een bestemming in een nieuwe bestemming te wijzigen. De geschiedenis van het perceel Schalm 5 is de raad voldoende bekend. Gegeven de situatie dat het initiatiefnemer niet gelukt is uitvoering te geven aan eerdere bestemmingen zoals door de raad in verschillende bestemmingsplannen vastgesteld, ontslaat dat de raad niet van de verplichting een oordeel te geven op onderhavig ontwerpbestemmingsplan Schalm 5. De raad en het college van burgemeester en wethouders zijn zich terdege bewust dat als de huidige maatschappelijke bestemming gehandhaafd blijft, dit geen verbetering zal zijn van de situatie op het perceel Schalm 5. Het perceel zal verder verpauperen. Dit komt zowel de direct bewoners aan de Schalm als de gemeente in zijn geheel niet ten goede. Gelezen de zienswijzen komt het college tot de conclusie dat de zienswijzen niet zodanig zwaarwegend zijn dat vaststelling van het bestemmingsplan achterwege moet blijven. Het college zal de raad voorstellen het bestemmingsplan vast te stellen.
Het college is van mening dat er geen sprake is van precedentwerking omdat hier maatwerk wordt toegepast. Hierover is tevoren contact geweest met de provincie. Naar aanleiding van de tervisielegging van het ontwerpbestemmingsplan heeft de provincie aangegeven geen bezwaren te hebben tegen de vaststelling van het bestemmingsplan Schalm 5 waarin in drie woningen wordt voorzien. Het niet op een juiste wijze van kappen van de bomen is geen grond om geen medewerking te geven aan een bestemmingsplanwijziging. Toetsingskader is dat er gekeken wordt of initiatief voldoet aan de goede ruimtelijke ordening. Hiervoor is er een ruimtelijke onderbouwing opgesteld. In deze ruimtelijke onderbouwing worden alle aspecten benoemd die gevolgen hebben op de omgeving en de ruimtelijke kwaliteit. De ruimtelijke onderbouwing is voorgelegd aan verschillende deskundigen. Hierbij kunt u denken aan landschapsdeskundigen, bodemdeskundige, ecoloog, archeoloog, milieudeskundige m.b.t. milieuhindercirkels, waterschap en provincie. Voor de milieukundige aspecten heeft de omgevingsdienst regio Utrecht (ODRU) geadviseerd over de ruimtelijke onderbouwing. Het wijzigen van de bestemming “maatschappelijk” voor woonzorgappartement naar een woonbestemming voor 3 burgerwoningen zal verkeersintensiteit verlagen en het mogelijk maken voor de bouw van 3 woningen zal de verkeershinder door vrachtwagen niet verhogen
Conclusie t.a.v. deze zienswijze indiener: De zienswijzen worden ongegrond verklaard.
18
7. Zienswijze 3: a. Allereerst het punt van participatie in de buurt. Ook wij zijn niet op de hoogte gebracht van de plannen die de huidige eigenaar heeft met het perceel schalm 5. b. Nu zijn wij als agrariër niet blij met zoveel burger woningen in het buitengebied. Dit kan in de toekomst voor veel belemmeringen zorgen. U als gemeente wilt nu 3 woningen toe gaan kennen op basis van de huidige bestemming, maatschappelijk/zorg. Nu wil het feit dat er met de zorg bestemming tot op de dag van vandaag niets is gedaan. Het pand is in 2017 door de huidige eigenaar gekocht, de bestemming is gewijzigd en toen werd het stil. Nu na een aantal jaren moet die niet gerealiseerde bestemming recht geven op drie woningen. c. Als ik als agrariër mee wil doen met de ruimte voor ruimte regeling gelden alleen de gerealiseerde stalmeters en niet de vergunde maar niet gebouwde stallen. In de raadsvergadering van 5 september jongsleden sprak de burgermeester haar zorgen uit over de financiële consequenties die de zorg bestemming mogelijk kon hebben voor de gemeente Renswoude. Mag ik u er dan op wijzen dat diezelfde gemeente in 2017 akkoord ging met deze bestemming. Ik kan er prima mee leven als er op het huidige gebouw een woon bestemming komt. Maar drie woningen is mijns inziens niet helemaal terecht. Gemeentelijke reactie Ad a. Participatie heeft inmiddels plaatsgevonden.
Naar aanleiding van de behandeling van het ontwerpbestemmingsplan in de commissievergadering van 5 september 2023 heeft initiatiefnemer zijn plannen in de buurt besproken met zijn buren. Ook zienswijze indiener is hiervoor benaderd. Ad b. De Gemeente Renswoude heeft advies ingewonnen bij de ODRU of het naastliggende agrarisch bedrijf in de bedrijfsvoering wordt geschaad. Hierbij is vooral gekeken naar geurbelasting naar de toekomstige woningen. De initiatiefnemer heeft een V-stacks berekening (geurberekening) laten maken. Waarbij een reële scenario wordt geschetst. De hoogste geurbelasting is nu 4.4 ouE/m3 . Er wordt hiermee voldaan aan de geurnorm van 14 ouE/m3 . Op basis van de berekening is het woon- en leefklimaat als gevolg van de voorgrondgeurbelasting te kwalificeren als ‘redelijk goed’. Ook is er een worst-case scenario opgenomen in de V-Stacks berekening. De hoogste belasting is 9.6 ouE/m3 . Uit de V-Stacks berekening blijkt dat er ook in de worst-case situatie wordt voldaan aan de geurnorm van 14 ouE/m3 . Op basis van de berekening is het woon- en leefklimaat als gevolg van de voorgrondgeurbelasting te kwalificeren als ‘matig’. Er wordt wel voldaan aan de norm. Daarom wordt dit voor het worst-case scenario aanvaardbaar geacht, mede gelet op de ligging in het concentratiegebied. Het houden van biologische varkens of het houden van schapen is opgenomen en doorgerekend.
In de huidige versie van de memo is het houden van biologische varkens met een emissie van 12.573,0 ouE/m3 de worst-case situatie, die in de geurberekeningen is doorgevoerd. De berekeningen dat in beide situaties wordt voldaan aan de norm en er sprake is van een aanvaarbare situatie.
De geurmemo is nu voor beide scenario’s juist beschreven en is een afweging opgenomen over het woon- en leefklimaat bij de beoogde woningen en de eventuele beperking van de veehouder. Daarmee voldoet het memo. De afweging over het woon- en leefklimaat is correct aangepast. 19
De gemeenteraad schaart zich achter het advies van de ODRU en maakt deze overweging tot de zijne. Ad c. De ruimte-voor-ruimte-regeling die voor agrarische bestemmingen geldt is in dit geval niet van toepassing. De bouw van 3 vrijstaande woningen wordt planologische aanvaardbaar geacht, Hierover is tevoren overleg geweest met de provincie. Er bij gebruik gemaakt van de instructieregels van artikel 9.7 van de provinciale verordening. Om ervoor te zorgen dat de bestemmingsplanwijziging niet in strijd is met goede ruimtelijke ordening is er een ruimtelijke onderbouwing opgesteld. In deze ruimtelijke onderbouwing worden alle aspecten benoemd die gevolgen hebben op de omgeving en de ruimtelijke kwaliteit. De ruimtelijke onderbouwing is voorgelegd aan verschillende deskundigen. Hierbij kunt u denken aan landschapsdeskundigen, bodemdeskundige, ecoloog, archeoloog, milieudeskundige m.b.t. milieuhindercirkels, waterschap en provincie. Voor de milieukundige aspecten heeft de omgevingsdienst regio Utrecht (ODRU) geadviseerd over de ruimtelijke onderbouwing. De ruimtelijke onderbouwing toon aan dat de bestemmingsplanwijziging niet de strijd is met goede ruimtelijke ordening de verwachting is dat de nieuwe woningen zo min mogelijk overlast opleveren voor belendende percelen.
Conclusie t.a.v. deze zienswijze indiener: Zienswijze indiener wordt, doordat hij buiten de termijn zijn zienswijze heeft ingediend, nietontvankelijk verklaard. Toch is de gemeenteraad inhoudelijk op de ingediende zienswijze 3 ingegaan. Mocht zijn zienswijze wel binnen de wettelijke termijn ontvangen zijn, dan zou zijn zienswijze ongegrond worden verklaard.
20
8. Zienswijze 4: a. Een vergelijking tussen het bestaande en beoogde planologisch regime leert ons dat: • In de vigerende planologische situatie is een bedrijfswoning uitgesloten, ook is het op grond van de planregels niet mogelijk deze (binnenplans) op te richten; • Het vigerende bestemmingsplan omvat een wijzigingsbevoegdheid naar de functie Wonen waarbij het aantal wooneenheden niet mag worden vergroot; • M.a.w. het vigerende bestemmingsplan staat geen permanente bewoning toe; • Planologisch is er in de bestaande situatie 900 m2 aan bebouwing toegestaan. Gemeentelijke reactie Vanwege strijdigheid met de bestemming “Maatschappelijk” wordt juist een nieuw bestemmingsplan in procedure genomen om de bestemming te wijzigen.
b. In de beoogde situatie mogen er drie woningen (660 m3) met bijgebouw (80 m2), en één hooiberg (70 m2) met de functie opslag worden gerealiseerd.
Gemeentelijke reactie De provincie heeft aangegeven dat zij onder het stellen van nadere voorwaarden met de functiewijziging naar een woonbestemming in kan stemmen voor 3 woningen op deze locatie. Aangegeven wordt dat er aandacht besteed moet worden aan het volume, de hoogte en de onderlinge rangschikking. Dat leidt tot nadere voorwaarden die in het bestemmingsplan moeten terugkomen. Deze provinciale voorwaarden zijn in het nieuwe bestemmingsplan vertaald en opgenomen: • • • •
3 woningen van 660 m3 (met gebruikmaking van de 10%-regeling); 80 m2 bijgebouwen per woning; 70 m2 hooiberg t.b.v. opslag tuinmaterialen; Goede landschappelijke inpassing.
De hoofdopzet van de bebouwing is gebaseerd op een boerenerf: een hoofdgebouw met bijgebouwen. Dat is vertaald naar een woning met authentieke verschijningsvorm van een boerderij. De twee andere woningen zijn vormgegeven als zogeheten ‘schuurwoning’ en een woning in de vorm van een schaapskooi. De woningen krijgen geïntegreerde bijgebouwen. Nadere toetsing: Vierkante meters bijgebouwen. Voor de drie te bouwen woningen is aansluiting gezocht bij de bijgebouwenregeling zoals genoemd in het bestemmingsplan “Buitengebied 2010” binnen een woondoeleindenbestemming: maximaal 80 m 2 per woning. Daarnaast wordt een hooiberg gebouwd van 70 m2 die voor gezamenlijke opslag van tuingereedschappen wordt gebruikt. 21
c. Functieverandering wordt toegepast van een stedelijke functie naar een andere stedelijke functie, met toepassing van artikel 9.7.Provinciale verordening Gemeentelijke reactie Verwezen wordt naar de beantwoording onder ad b. Aanvullend geldt het volgende: De hoofdopzet van de bebouwing is gebaseerd op een boerenerf: een hoofdgebouw met bijgebouwen. Dat is vertaald naar een woning met authentieke verschijningsvorm van een boerderij. De twee andere woningen zijn vormgegeven als zogeheten ‘schuurwoning’ en een woning in de vorm van een schaapskooi. De woningen krijgen geïntegreerde bijgebouwen.
d. In onderstaand kader is artikel 9.7 van de Interim Omgevingsverordening provincie Utrecht (10 maart 2021) opgenomen, evenals het begrip stedelijke functie. Met in achtneming van bovenstaand artikel is cliënt van mening dat het voornemen tot bestemmingsplanherziening onzorgvuldig tot stand is gekomen. In de toelichting in het bestemmingsplan wordt slechts zeer summier getoetst aan de instructieregel: “Dit plan voorziet in een functiewijziging van een zorginstelling naar een woonfunctie. Op basis van artikel 7.9 is een dergelijke functieverandering van een stedelijke functie naar een andere stedelijke functie toegestaan. De ontwikkeling zal zorgen voor een afname van de invloed op de omgeving. Er verdwijnt namelijk een maatschappelijke functie, waar een woonfunctie voor in de plaats komt “. Gemeentelijke reactie De gevolgen voor het verdwijnen van de maatschappelijke functie is acceptabel. In het verleden is het gebleken dat het opzetten van een woonzorgappartementencomplex minimaal 24 zorgunits moet hebben wil het financieel haalbaar zijn. De kans is zeer klein dat als nog een woonzorgappartementencomplex op deze locatie zal plaats vinden. De gemeente wil verloedering en verval door leegstand stopzetten door woningbouw toe te staan.
De provincie heeft in haar reactie van 31 oktober 2023, zaaknummer Z-PU-2023-002144 het volgende aangegeven: “Het voorliggende bestemmingsplan geeft mij geen aanleiding opmerkingen te plaatsen in het kader van het provinciaal belang zoals dat is opgenomen in de Omgevingsvisie Provincie Utrecht en geborgd in de bijbehorende Interim Omgevingsverordening Provincie Utrecht”. (einde citaat) e. Wellicht ten overvloede benoemen we dat in de toelichting is gerefereerd naar een foutief artikel uit de provinciale verordening. Ten eerste wordt er voorbij gegaan aan de motivering waarom de functie ‘maatschappelijk’ met nadere functieaanduiding ‘specifieke vorm van maatschappelijk – hospice en revalidatie’ kan worden beschouwd als een ‘stedelijke functie’ en waarom artikel 9.7 in onderhavige situatie van toepassing is. Alhoewel de aangeboden toegestane diensten in verband staan met de samenleving kan niet op voorhand worden verondersteld dat er sprake is van een bestaande stedelijke functie. Het 22
plangebied is namelijk niet gelegen in een dorp, of in de onmiddellijke nabijheid hiervan.
Gemeentelijke reactie In de provinciale verordening is het volgende aangeven welke functies onder stedelijke functie vallen: Onder stedelijke functie vallen onder meer: - woningen en woongebieden; - niet-agrarische bedrijven en bedrijfsterreinen; - stedelijke voorzieningen en kernrandactiviteiten; - gebouwde voorzieningen voor energieproductie; - recreatiewoningen en complexen voor verblijfsrecreatie. De huidige bestemmingsplan is nu maatschappelijke bestemming aangegeven Deze maatschappelijke bestemming maakt het mogelijk om een woonzorgappartementen toe te staan. Een woonzorgappartement kan gezien worden als een kernrandactiviteit en een niet agrarisch bedrijf. De Schalm 5 betreft een omzetting van een stedelijke functie naar een andere stedelijke functie, namelijk wonen. Vervolgens heeft de gemeente en de provincie getoetst aan artikel 9.7 van de provinciale verordening. De bestemmingsplan voldoet aan de gestelde voorwaarden. f.
Ten tweede dient bij toepassing van artikel 9.7, op grond van lid 2 te worden gemotiveerd dat wordt voldaan aan de voorwaarde opgenomen in lid 1 sub a. In het kader van het criterium “een goede ruimtelijke ordening” moet de invloed die de wijziging in stedelijke bestemmingen heeft op de omgeving, breed worden beoordeeld. Het gaat hierbij om een integrale beoordeling, waarbij in ieder geval milieuhinder, onevenredige verkeerstoename en verstoring van het landschap tot relevante aspecten worden gerekend (toelichting op artikel 9.7, pagina 187 provinciale verordening). Cliënt is van mening dat niet wordt voldaan aan lid 1 sub a en daarmee ook lid 2, artikel 9.7. Er wordt bij de toetsing aan de instructieregel namelijk alleen verondersteld dat “De ontwikkeling zal zorgen voor een afname van de invloed op de omgeving”. Deze stellingname is in de toelichting op het bestemmingsplan niet nader gemotiveerd. Het plan maakt namelijk geen beschouwing tussen de bestaande functie en de hierbij behorende milieu- en omgevingsaspecten, versus de beoogde functie en hierbij behorende milieu- en omgevingsaspecten. Daartoe is niet op voorhand te stellen dat er een “afname van invloed op de omgeving is” daar waar dit niet door de planopsteller inzichtelijk wordt gemaakt. Het aspect verkeer maakt hierbij zelfs geen onderdeel uit van de toelichting.
In de landschappelijke inpassing (paragraaf 3.2.2) wordt slechts ingegaan op de wijze waarop het toekomstig erf zal worden aangekleed. Echter wordt niet ingegaan op het type landschap, de oorsprong van het gebied en op welke wijze het erf passend wordt vormgegeven waardoor er geen verstoring van het landschap op treedt. Ook is er geen beplantingstabel (renvooi) opgenomen van het beplantingsplan. Bovendien valt het op dat de inpassing niet is opgenomen als zijnde voorwaardelijke verplichting in de planregels. M.a.w. het ontwerpbestemmingsplan waarborgt niet de uitvoering van de inpassing en het behoud van landschappelijke waarden zoals het provinciale beleid dit vraagt.
Gemeentelijke reactie 23
De gemeente heeft hier gekozen voor maatwerk. Tevoren is daartoe overleg geweest met de provincie. Zoals al elders in deze zienswijzennota is aangegeven, kan de provincie onder het stellen van een aantal randvoorwaarden instemmen met de bouw van een drietal woning ter plaatse. Hierbij is het aantal verkeersbewegingen minder dan de verkeersbewegingen als de maatschappelijke bestemming tot uitvoering gekomen zou zijn. De landschappelijke inpassing van het perceel is in de toelichting van het bestemmingsplan geregeld en wordt vastgelegd in een anterieure overeenkomst.
24
g. Ook stelt artikel 9.7 dat gemotiveerd dient te worden dat omliggende agrarisch bedrijven niet in hun bedrijfsvoering worden belemmerd. In de toelichting van het ontwerpbestemmingsplan wordt hier niet specifiek op ingegaan, anders dan dat er gebruik is gemaakt van de systematiek behorend bij de VNG-bedrijven en milieuzonering. In paragraaf 4.1.3 van de toelichting wordt op basis van deze systematiek verondersteld dat het bedrijf van cliënt (Schalm 9) planologisch behoort tot een milieucategorie 3.1 bedrijf, i.p.v. een milieucategorie 4.1 bedrijf vanwege het verbod op het houden van pelsdierhouderijen. Alhoewel er feitelijk geen nertsen meer gehouden mogen worden op het bedrijf van cliënt, betekent dit echter planologisch bezien niet dat deze milieucategorie zondermeer is “vervallen”. Planologisch is deze bestemming ter plaatste toegestaan wat betekent dat getoetst dient te worden aan de richtafstanden zoals deze zijn opgenomen bij milieucategorie 4.1 bedrijven: De VNGrichtafstanden dienen gemeten te worden tussen de bestemmingsvlakken. De onderlinge afstand tussen de bestemmingsvlakken bedraagt slechts 100 meter. Derhalve wordt niet aan de richtafstand voldaan. Op voorhand kan niet worden verondersteld dat het bedrijf van cliënt niet onevenredig wordt geschaad.
Gemeentelijke reactie De Gemeente Renswoude heeft advies ingewonnen bij de ODRU of het naastliggende agrarisch bedrijf in de bedrijfsvoering wordt geschaad. Hierbij is vooral gekeken naar geurbelasting naar de toekomstige woningen. De initiatiefnemer heeft een V-stacks berekening (geurberekening) laten maken. Waarbij een reële scenario wordt geschetst. De hoogste geurbelasting is nu 4.4 ouE/m3 . Er wordt hiermee voldaan aan de geurnorm van 14 ouE/m3 . Op basis van de berekening is het woon- en leefklimaat als gevolg van de voorgrondgeurbelasting te kwalificeren als ‘redelijk goed’. Ook is er een worst-case scenario opgenomen in de V-Stacks berekening. De hoogste belasting is 9.6 ouE/m3 . Uit de V-Stacks berekening blijkt dat er ook in de worst-case situatie wordt voldaan aan de geurnorm van 14 ouE/m3 . Op basis van de berekening is het woon- en leefklimaat als gevolg van de voorgrondgeurbelasting te kwalificeren als ‘matig’. Er wordt wel voldaan aan de norm. Daarom wordt dit voor het worst-case scenario aanvaardbaar geacht, mede gelet op de ligging in het concentratiegebied. Het houden van biologische varkens of het houden van schapen is opgenomen en doorgerekend. In de huidige versie van de memo is het houden van biologische varkens met een emissie van 12.573,0 ouE/m3 de worst-case situatie, die in de geurberekeningen is doorgevoerd.