CConstaterende datRenswoude
Koppel je AI →
Document · PDF

Concept Woonvisie Op Renswou

Gemeenteraad 15 februari 2022, gemeente RenswoudeBij agendapunt: Raadsvoorstel tot vaststelling van de Woonvisie 2022-2026 -> Samen op Renswou9.921 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

SAMEN ‘OP RENSWOU’ KASTEELDORP TUSSEN DE BEKEN CONCEPT Woonvisie 2022-2026 drs. Janine Boers Versie 29 november 2021

Orteliuslaan 1000, 3528 BD Utrecht 030 693 60 00 - info@atrive.nl www.atrive.nl - KvK: 17106411

Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 Samen ‘Op Renswou’

1

Hoofdstuk 2 Onze woonopgaven

3

2.1 2.2 2.3 2.4

3 4 5 6

Startpunt van onze reis: kasteeldorp tussen de beken Regionale dynamiek Verdringing op de woningmarkt Er wordt een stevige groei verwacht

Hoofdstuk 3 Onze visie & ambities

10

Hoofdstuk 4 Onze agenda & gereedschapskist

11

4.1 4.2 4.3

11 14 17

Voldoende woningen erbij Een divers woonzorglandschap Een duurzame woningvoorraad in een aantrekkelijke leefomgeving

Hoofdstuk 5 Samen aan de slag

20

5.1 5.2 5.3 5.4

20 21 21 22

Realisatiekracht, rolinvulling en kritische succesfactoren Monitoring en lokale dialoog Regionaal en provinciaal afstemmen Waarmaken, houdbaarheid en doorlooptijd

Hoofdstuk 1

SAMEN ‘OP RENSWOU’ Een nieuwe woonvisie voor Renswoude: recht doen aan mensen Wonen is een sociaal grondrecht in Nederland. Dit betekent dat de overheid verantwoordelijk is voor voldoende en goede huisvesting van haar inwoners. De overheid zet in op drie aspecten: voldoende beschikbare woningen, voldoende betaalbare woningen én kwalitatief goede woningen. De verantwoordelijkheid van de overheid ligt voor een belangrijk deel op gemeenteniveau. Welke ambities we hebben als gemeente Renswoude en hoe we hieraan invulling geven, staat in deze nieuwe woonvisie en geldt in ieder geval voor Wat is een woonvisie? de periode 2022 tot 2026. Vanzelfsprekend blikt deze woonvisie Een woonvisie is een document verder vooruit. Het schakelen tussen korte en lange termijn vormt waarin de gemeenteraad de immers een uitdagend sturingsvraagstuk. Het overgrote deel van ambities op het gebied van wonen de woningvoorraad van de toekomst staat er al. De woonvisie en het bijpassend verbindt de groeiopgave met de transitieopgave vanuit vergrijzing instrumentarium vastlegt. Door en duurzaamheid.

vaststelling van de woonvisie geeft de gemeenteraad het college opdracht om de woonvisie uit te voeren.

Regionale woningmarkt: samenwerken De woningmarkt werkt in belangrijke mate (boven)regionaal. Veel mensen verhuizen over gemeentegrenzen heen. Gemeenten vullen elkaar aan door verschillende woonmilieus, van hoogstedelijk tot dorps. Renswoude maakt onderdeel uit van de provincie Utrecht, tegelijkertijd hoort Renswoude ook met 7 andere gemeenten tot Regio Foodvalley1. Binnen deze regio wordt intensief samengewerkt aan de regionale woonopgaven. In bijlage 1 staat een kort overzicht van enkele kaders. Wij hechten waarde aan deze regionale afstemming. We staan samen (voor een groot deel) voor dezelfde opgaven. Tegelijkertijd is de regio zelf van niemand. De democratische legitimatie ligt op lokaal niveau. Inzet van instrumenten: focus Renswoude is binnen deze grotere regio natuurlijk een klein dorp. Maar wel een uniek dorp met aantrekkingskracht. En dat zien we terug in de cijfers. Voor mensen die geboren en getogen zijn in Renswoude en voor vestigers van elders: ons kasteeldorp tussen de beken trekt aan. Hierdoor is het niet voor iedereen even gemakkelijk om een huis te vinden. Door de coronapandemie zoeken ondertussen meer mensen naar ruime woningen met groen in de omgeving: kwaliteiten die Renswoude bij uitstek heeft. Dit kan voor nog meer druk op de woningmarkt zorgen.

De huidige druk op de woningmarkt zorgt ervoor dat mensen met lagere inkomens en middengroepen moeilijker hun plek vinden, waaronder veel jongeren. Ook de toenemende

1

Barneveld, Ede, Nijkerk, Renswoude, Rhenen, Scherpenzeel, Veenendaal en Wageningen.

1

Atrivé

zorgbehoefte van onze ouder wordende inwoners vraagt aandacht, evenals onze opgave om de woningvoorraad te verduurzamen. Als gemeente hebben we enige mogelijkheden om op deze krappe woningmarkt de gewenste ontwikkelingen te sturen. Maar we hebben onze woon- en zorgexperts en initiatiefnemers uit de gemeenschap ook hard nodig. Op hun beurt vragen partners en inwoners van de gemeente een stevige rol. We zullen als gemeente de inzet van onze instrumenten goed moeten afwegen, zodat onze inzet effectief is: gericht op te bereiken doelen. In de woonvisie brengen we focus aan op die thema’s en opgaven waar de gemeente ook echt invloed op kan uitoefenen. Proces: interactief Deze woonvisie stelden we, zoals gezegd, niet alleen op. Verschillende partijen leverden input. We hebben vanuit onze partners -Adviesraad Sociaal Domein – Stichting Welzijn en Ondersteuning – zorgorganisatie Charim - makelaar – ontwikkelende partij – Woningbedrijf Renswoude- de opgaven op de woningmarkt opgehaald. Ook voerden we een gesprek met jongeren uit Renswoude. Op basis van deze input en analyses stelden we een gespreksnotitie op, waarvan de uitkomsten zijn besproken in het college van B&W en zijn voorgelegd aan de gemeenteraad. Op basis van deze rijke oogst hebben we onze visie en ambities geformuleerd en de maatregelen die we de komende jaren nemen uitgewerkt.

Richting geven: onze ambities Als gemeente Renswoude willen we dat de woonvisie bijdraagt aan een zelfstandige, vitale, inclusieve en duurzame gemeenschap op Renswou. We willen ons met deze woonvisie ook inzetten voor meer kansengelijkheid op de woningmarkt. Dat betekent inzetten op: • Meer sociale koopwoningen voor jongeren en de middenklasse is essentieel • Meer levensloopbestendige woningen en woonzorgvormen voor ouderen die bereid zijn om te verhuizen en zo huizen vrijmaken waar gezinnen om staan te springen • Voldoende betaalbare sociale huurwoningen voor mensen met een laag inkomen en bijzondere doelgroepen, zoals vergunninghouders • Een kwalitatief en energetisch hoogwaardige woningvoorraad om energiearmoede te voorkomen. De volgende ambities staan centraal Ambities 2022-2026 1. Op Renswou: een zelfstandig en vitaal dorp 2. Een gezonde woningmarkt: accommoderen van stevige groei en het toevoegen van ontbrekende schakels op de woningmarkt 3. Een zorgzaam dorp: aandacht voor kwetsbare doelgroepen en een divers woonzorglandschap 4. Een duurzaam dorp: duurzame en energiezuinige woningen. Leeswijzer • In Hoofdstuk 2 treft u kort samengevat de belangrijkste woonopgaven aan. • Hoofdstuk 3 gaat in op onze visie en de vier ambities. • Hoe we deze ambities gaan realiseren/welke instrumenten we inzetten staat beschreven in Hoofdstuk 4. • En dan komt het aan op waarmaken.

Hoofdstuk 5 schetst hoe wij onze rol zien, wat kritische succesfactoren zijn en hoe we invulling geven aan lokale en regionale sturing.

2

Atrivé

Hoofdstuk 2

ONZE WOONOPGAVEN 2.1 Startpunt van onze reis: kasteeldorp tussen de beken In Renswoude is het goed en gemoedelijk wonen; de leefkwaliteit is hier hoog. Er wonen ruim 5.500 mensen in Renswoude, verdeeld over ruim 2.100 huishoudens. Inwoners zijn betrokken bij de leefomgeving en bij elkaar. Het dorp biedt inwoners voorzieningen die voorzien in dagelijkse behoefte. Er is een supermarkt, bibliotheek en er zijn twee basisscholen en diverse sportvoorzieningen op sportpark de Hokhorst. En verreweg de grootste winkelketen van Nederland huist niet in Zaandam of Veghel, maar in Renswoude! Het kasteel, de Koepelkerk, de beken, de Grebbelinie, het schilderachtige Kampenlandschap, het Coulissenlandschap en de Emminkhuizerberg maken van Renswoude een unieke woonplek. Het zijn waarden waar inwoners en de gemeente veel om geven. Rondom Renswoude liggen de grotere plaatsen Veenendaal, Ede, Barneveld en Amersfoort. Veenendaal is goed bereikbaar via de rijkswegen, het OV (de lijnbus) en de e-fiets goed bereikbaar, de andere steden zijn vooralsnog vooral goed bereikbaar met de auto.

3

Atrivé

2.2 Regionale dynamiek Voor een beter begrip hoe de woningmarkt functioneert in de gemeente Renswoude heeft Atrivé gekeken naar de samenstelling en ontwikkeling van de woningvoorraad, het daadwerkelijk verhuisgedrag van mensen en de verhuisrelaties tussen Renswoude en andere gemeenten vanaf het jaar 2017. Dit levert de volgende aanwijzingen op: Aantrekkingskracht van Renswoude • De gemeente Renswoude heeft veel woningen toegevoegd: sinds 2013 is de woningvoorraad met 18% toegenomen! Ten opzichte van de buurgemeenten zoals Barneveld, Veenendaal en Scherpenzeel zijn er in Renswoude in de afgelopen jaren twee keer zo veel woningen aan de voorraad toegevoegd. Vooral 2017 en 2019 laten pieken zien; er zijn in die jaren circa 100 nieuwbouwwoningen per jaar opgeleverd. • Samen met het feit dat grote buur Veenendaal binnen haar gemeentegrenzen niet veel bouwmogelijkheden meer heeft om in de woningbehoefte te kunnen voorzien, heeft dit in Renswoude voor een aanzuigende werking gezorgd: de gemeente Renswoude heeft sinds 2017 een positief migratiesaldo, er vestigen zich meer mensen dan er vertrekken. • De meeste vestigers komen uit gemeente Utrechtse Heuvelrug, Amersfoort of Veenendaal. Er zijn slechts drie gemeenten waar Renswoude inwoners aan ‘verliest’: Ede, Woudenberg en Barneveld.

Verhuizingen over relatief korte afstand hangen samen met woningmarktmotieven en het beschikbare aanbod. • We zien ook een positief migratiesaldo in de leeftijd 20 tot 30 jaar. Een leeftijdscategorie die traditioneel in kleine landelijke gemeenten juist vaker wegtrekt. Mensen kiezen in toenemende mate hun woonplaats op grond van leefkwaliteit, vanwege het gemak dat zij er werk, gezin, sport en ontspanning kunnen combineren en de mogelijkheid om van daaruit banen te kunnen bereiken. • Ben je ouder en heb je verpleeghuiszorg nodig dan moet je Renswoude verlaten, omdat er nauwelijks woonzorgaanbod is. Enkele opvallende zaken: veel gezinnen en ruime woningen De gemeente Renswoude wijkt op een aantal punten af van de provincie en Nederland: • De huishoudenssamenstelling in Renswoude wordt met 43% gedomineerd door gezinnen met kinderen. Ter vergelijking: in de provincie Utrecht ligt het aandeel gezinnen op 34% en in Nederland op 33%. • Jonge en eenpersoonshuishoudens komen relatief weinig voor in Renswoude. Slechts 6% van de huishoudens bestaat uit één persoon tot 35 jaar. In de hele provincie en Nederland ligt dit aandeel twee keer zo hoog. • De samenstelling van de woningvoorraad sluit aan bij deze huishoudenssamenstelling: Renswoude heeft met 71% relatief meer koopwoningen dan de provincie Utrecht en Nederland (58% en 57%).

Daarnaast is 19% van de huurwoningen van het Woningbedrijf en 10% van de huurwoningen valt onder overige verhuurders. Ter vergelijking: in de provincie Utrecht is 27% van de woningen in het bezit van een woningcorporatie, landelijk is dit 25%. • Zo’n 88% van de woningvoorraad bestaat uit eengezinswoningen. De helft daarvan (44%) bestaat uit rij- en hoekwoningen. De andere helft bestaat uit vrijstaande woningen (25%) en tweekappers (19%). Slechts 11% bestaat uit appartementen en zo’n 3% betreft een bejaarden/aanleunwoning. • Van de geldige labels in Renswoude heeft ongeveer 44% van de woningen label A. De

4

Atrivé

woningvoorraad in Renswoude lijkt qua energieprestatie iets beter te scoren dan de provincie Utrecht en landelijk. Dit komt door het hoge aandeel nieuwbouw en het lage aandeel vooroorlogse woningen in Renswoude. • Het verbruik van gas en elektriciteit ligt in Renswoude gemiddeld per woning wel iets hoger dan in de provincie en landelijk. Dit komt door het hoge aandeel grote koopeengezinswoningen in de gemeente.

2.3 Verdringing op de woningmarkt Renswoude is dus onderdeel van een regionale woningmarkt. De druk op die regionale woningmarkt groeit. In een markt waar de druk toeneemt, neemt de kans op verdringing toe. Met name doelgroepen met een lager of middeninkomen komen steeds moeilijker aan bod. Mensen die door hun inkomen recht hebben op een sociale huurwoning moeten steeds langer wachten op een beschikbare woning en betaalbare koopwoningen zijn steeds moeilijker te vinden. De huizenverkoop in Nederland breekt nieuwe records. Prijzen stijgen, woningen worden sneller verkocht en het aanbod aan koopwoningen kookt droog. Het rijksoverheidsbeleid van de afgelopen decennia stimuleerde de koopsector (onder andere de belastingvrije ‘jubelton’, maatregelen overdrachtsbelasting, blijvende ruime hypotheekrenteaftrek, startersleningen et cetera) en zorgde voor meer prijsstijging. Dat heeft ook effect op de huursector, waarbij de deregulering van de huurprijzen in de vrije sector en de introductie van de koppeling aan de WOZ-waarde in het woningwaarderingsstelsel de huurprijsstijgingen verder mogelijk maakt. Ook in Renswoude is een vergelijkbare stijging van de prijzen te zien ten opzichte van de regio. Wel liggen de gemiddelde transactieprijzen in Renswoude lager dan gemiddeld in de provincie Utrecht.

Ondanks de relatief grote woningen in Renswoude werd in 2020 gemiddeld € 361.000,- voor een koopwoning betaald. In de hele provincie lag dit gemiddelde op € 405.000,-. Figuur 2.1

Ontwikkeling gemiddelde koopsom koopwoningen in Renswoude, 2007-2020

€ 450.000 € 400.000

€ 350.000 € 300.000 € 250.000

€ 200.000 € 150.000 € 100.000 2007 2008 2009 2010 2011 2012 2013 2014 2015 2016 2017 2018 2019 2020 Renswoude

Utrecht (PV)

Nederland

Bron: Woningmarktcijfers.nl (Kadaster)

• Vooral onder jongeren tot 25 jaar is een grote stijging te zien,

in 2020 betaalden zij gemiddeld bijna € 85.000,- meer voor hun woning dan in 2017. • De startende jongere huishoudens hebben steeds moeilijker toegang tot de woningmarkt. Door de stijgende huizenprijzen, het feit dat ze steeds vaker een eenpersoonshuishouden vormen en de huidige hypotheekregels. Bovendien hebben ze geen overwaarde op een oude woning die gebruikt kan worden. Dromen van vele

5

Atrivé

jongeren staan in de wachtstand: niet op eigen benen staan, niet samenwonen, geen kinderen, geen koophuis. Ze blijven langer thuis wonen en sparen door of vinden met geluk een sociale huurwoning. De droom van de koopwoning blijft. • De gemeente zet zowel de starterslening als het instrument slimmer kopen in. Hierdoor waren in 2019 32% van de totale woningverkoop koopstarters, in 2020 is het aandeel koopstarters gestegen naar zo’n 45%. De verwachting is dat het weer daalt, omdat de gemeente minder uitgeeft via eigen grond en daardoor minder sturingsmogelijkheden heeft. De gemeente heeft in 2021 wel de doelgroepenverordening ingesteld als extra sturingsinstrument.

2.4 Er wordt een stevige groei verwacht Provincie Utrecht en Regio Foodvalley zijn aantrekkelijke regio’s. In de meest actuele Primoshuishoudensprognose wordt voor deze regio’s een sterkere groei van het aantal huishoudens verwacht dan voorheen. Dit geldt ook voor de gemeente Renswoude. Er spelen meer factoren die ervoor zorgen dat er een grotere groei wordt voorspeld in de gemeente: • Het prognosemodel houdt rekening met het inlopen van het huidige woningtekort in de regio. • Het model houdt rekening met de plancapaciteit voor de komende jaren. In een gespannen woningmarkt neemt het aantal huishoudens toe naarmate de woningproductie groter is. Doordat Renswoude ook nog grote plancapaciteit kent, wordt hier een extra grote huishoudensgroei verwacht. Renswoude krijgt in het model een groter deel van de regionale ‘taart’ toebedeeld. Hierdoor groeit Renswoude (+25%) naar verwachting veel harder dan buurgemeenten als Veenendaal (+13,6%), Barneveld (+17,1%) of Scherpenzeel (+2,4%). • Dit is een veel grotere groei dan waar de omgevingsvisie van Renswoude over sprak. Die ging uit van 2.240 huishoudens in 2030; de recente prognose gaat uit van 2.670 huishoudens in 2030. Dat zijn circa 530 huishoudens meer dan het huidige aantal; een groei van 25% tot 2030. • Deze groei staat op gespannen voet met de provinciale regels met betrekking tot ruimtelijke ordening en mobiliteit. Figuur 2.2

Huishoudensontwikkeling en prognose gemeente Renswoude

Bron: CBS-Statline, Primos 2018 en Primos2021, bewerking Atrivé

6

Atrivé

Naast de groei verandert ook de samenstelling van de huishoudens door vergijzing en huishoudensverdunning. Het zijn demografische transities die consequenties hebben voor de woningvoorraad. Hieronder leest u wat dit betekent in Renswoude. • Vanuit landelijk en regionaal perspectief ligt er een

potentiële groei van circa 530 woningen tot 2030. • Gezinnen zijn en blijven dominant in Renswoude.

•

• •

•

We zien vooral een groei van jonge gezinnen. Op korte termijn (2030) is er vooral behoefte aan eengezinskoopwoningen. Wanneer we de behoefte aan koopwoningen uitsplitsen naar prijssegment, dan blijkt er op korte termijn in alle prijssegmenten sprake te zijn van een vraagdruk. Met name in de segmenten vanaf € 200.000,-. Maar kan dat nog in deze markt? Alleen als we kleiner gaan bouwen. Doordat het aantal (potentiële) gezinnen in de gemeente Renswoude ook in de toekomst groot blijft, is er ook op lange termijn een extra behoefte aan koopwoningen in de segmenten vanaf € 200.000,-. Op lange termijn neemt de vraagdruk aan huurwoningen tot de liberalisatiegrens (circa € 752,-) toe, vooral in de appartementensfeer. Tot 2030 kan de huidige sociale voorraad groeien met minimaal 50 sociale huurwoningen. We schatten in dat er een kleine vraag is naar middenhuur – met een huur tussen € 752,- en € 1.100,- per maand). Dit segment fungeert als een brug tussen huur en koop voor mensen die te veel verdienen voor de sociale huur en te weinig om een koopwoning te kopen. Het is een kleine maar belangrijke schakel in de woningmarkt. Tegelijkertijd is de koopwoning geliefd, zeker in Renswoude: waarom zou je geld wegdragen naar een huisbaas? Veel jongeren (zeker uit Renswoude) blijven liever eerder langer bij hun ouders wonen en doorsparen.

Het gesprek met jongeren heeft de volgende aanwijzingen opgeleverd: • Ze voelen zich verbonden met Renswoude, ook degenen die uit buurgemeenten zijn gekomen. • Ze dromen ervan uiteindelijk een woning te kopen. Een woning die groot genoeg is om eventueel in te gaan samenwonen en een gezin te starten, maar niet te groot (want te duur). • Tussen 2 en 3,5 ton (hoe ouder, hoe meer geld om mee te bewegen met de markt). • Minimaal 60 m2, meer ideaal is rond de 90 m2. Bij navraag vinden velen 40 m2 echt te klein, behalve als je het echt goedkoop maakt (lager dan € 150.000,-). Dan is het een noodoplossing. • De jongeren hebben interesse in alternatieve woonvormen. Ze noemen huurkoop, slimmer kopen, erfpacht, tiny house. Woningdelen met ‘friends’ is nog even wennen. • Er is een grote behoefte aan autonomie (eigen keuken, toilet en badkamer - ktb). 1 jongere tekent haar droom: een samenplaats voor jongeren (soort van begeleid wonen zonder begeleiding, met zelfstandige ktb en gemeenschappelijke ruimte. Ook het samenwonen tussen jong en oud in een hofje spreekt aan.

7

Atrivé

Effect vergrijzing • Het aantal huishoudens van 75 jaar en ouder zal tot 2030 met bijna 60% toenemen in Renswoude. In 2040 is het aantal meer dan verdubbeld ten opzichte van nu. Met de vergrijzing worden zorg- en gezondheidsvraagstukken in toenemende mate belangrijk. • De prognoses van Alzheimer Nederland voorspellen een toename van het aantal dementerenden in de gemeente Renswoude: van nu naar schatting 50 inwoners met dementieklachten naar 90 in 2030 en 130 in 2040. • Voor de Wlz-indicaties voor Verzorging en Verpleging verwachten we een soortgelijke ontwikkeling. Dat betekent dat we voor 2040 minimaal2 25 psychogeriatrische indicaties verwachten en rond de 15 somatische. • De voortgaande vergrijzing leidt na 2030 tot een echte omslag in de vraag. De veronderstelling is dat er behoefte komt aan huurappartementen. Het is zaak daar nu al op voor te sorteren.Op dat moment zal de vraagdruk aan koopeengezinswoningen afnemen (als de babyboomgeneratie de woningmarkt verlaat, na 2040). • We verwachten dat de vraag naar meer alternatieve woonvormen toeneemt, zoals speciale ‘multi-single’woningen (waarin oudere alleenstaanden voor elkaar kunnen zorgen), ‘centraal wonen’-projecten (waar ouderen gemeenschappelijk gebruik kunnen maken van woonruimte en voorzieningen) en kangoeroewoningen (waarbij twee of drie generaties in hetzelfde huis wonen).

Impact van bijzondere doelgroepen Er zijn steeds meer groepen op de woningmarkt met specifieke woonwensen (vrijwillig of uit noodzaak). Daardoor komen ze vaak moeilijk aan bod in de reguliere woningvoorraad. Het gaat om: • Spoedzoekers: een verzamelnaam voor mensen die snel een woning nodig hebben en die binnen de huidig ‘verdeelsystemen’ niet snel in aanmerking komen voor een woning. Het zijn mensen die door een scheiding of relatiebreuk op zoek zijn naar een woning of mensen die hun huis uit moeten. • Internationale werknemers: vaak ingedeeld in ‘expats’ of kenniswerkers en arbeidsmigranten. Deze laatste groep is vooral van belang in Renswoude. • Woonwagenbewoners: in 2018 bracht het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties het Beleidskader gemeentelijk woonwagen- en standplaatsenbeleid uit. Dit betekent dat moet worden ingespeeld op de behoefte aan standplaatsen. Alleen als die behoefte ontbreekt, is afbouw van het aantal standplaatsen toegestaan. De gemeente heeft nu 2 standplaatsen. Die moeten in verband met realisatie van Beekweide 2 worden verplaatst (< straal van 100 m). Er is een mogelijkheid voor het realiseren van een 3e standplaats op de nieuwe locatie. • Vergunninghouders: dit zijn vluchtelingen die een verblijfsstatus ontvangen waarmee ze (tijdelijk) in Nederland mogen verblijven; voorheen werd deze groep aangeduid met statushouders.

Via urgentie komen zij in aanmerking voor sociale huurwoningen in Renswoude. Een gemeente ontvangt van de rijksoverheid ieder half jaar een taakstelling om een vastgesteld aantal vergunninghouders te huisvesten. Het gaat in Renswoude om kleine aantallen: taakstelling voor 2021 is 9 mensen. De gemeente voldoet aan de rijkstaakstelling

2

Op dit moment is er een beperkt woonzorgaanbod (extramuraal en intramuraal) in Renswoude. Hierdoor zijn er weinig mensen met een Wlz-indicatie. In het onderzoek van Atrivé is het huidige aantal indicaties als vertrekpunt genomen voor de raming naar de toekomst. Atrivé verwacht dat de daadwerkelijke vraag op termijn hoger is.

8

Atrivé

Het gesprek met woon- en zorgexperts, de Adviesraad Sociaal Domein en Stichting Welzijn en Ondersteuning (SWO) leverde (ten aanzien van vergijzing en wonen en zorg) de volgende aanwijzingen op: • SWO voert met alle 75-plussers een thuisgesprek. Veel mensen geven aan dat ze willen verhuizen naar een meer geschikte seniorenwoning. Een sta in de weg is soms de prijs: van koop naar huur is nadelig en met de huidige kooprijzen is ook een andere kleinere woning al snel duurder. In Renswoude lijkt dit probleem wat kleiner te zijn, omdat mensen hun woning goed kunnen verkopen en het opgebouwde vermogen hoger is. • Er zijn ook mensen die niet willen verhuizen, terwijl hun feitelijke woonsituatie niet meer aansluit bij hun beperkingen. Bewustwording en stimulans zijn dan echt nodig. • Er zijn nu nauwelijks alternatieven tussen het ‘oude’ huis en het verpleeghuis. Er is slechts één (verouderd) complex voor ouderen met een psychogeriatrische Wlz-indicatie in Renswoude. De vergrijzing zorgt voor een stevige toename van zorgvraag (somatisch en psychogeriatrisch). Zorgorganisatie Charim ziet op basis van eigen berekeningen nog veel meer vraag dan het onderzoek van Atrivé. • Het is een uitdrukkelijke wens van de aanwezigen om ervoor te zorgen dat ook deze mensen in hun eigen dorp kunnen blijven.

Idealiter wordt dit gecombineerd met andere woon(zorg)vormen voor een gevarieerde doelgroep (jong en oud, vergunninghouders) in een omgeving met wat reuring en in de buurt van voorzieningen en zowel in de koop als de huur. Er zijn interessante voorbeelden genoemd uit andere kleine kernen, zoals Wekerom. De plek van de oude basisschool de Borgwal (waar nu het gemeentehuis tijdelijk in is gevestigd) is een interessante ontwikkellocatie. • Charim vraagt aandacht voor de inzet van domotica (technologie waarmee onder andere zorg op afstand mogelijk is). • Partijen vragen aandacht voor mantelzorgwoningen en bouwen op ‘vaders erf’.

9

Atrivé

Hoofdstuk 3

ONZE VISIE & AMBITIES Wonen is persoonlijk. Het gaat om een thuis voor mensen op een fijne en veilige plek. Het beleidsdomein wonen is inmiddels ook één van de drijvende krachten achter tal van sociaal-maatschappelijke en ruimtelijkkwalitatieve (transitie)opgaven: vergrijzing, verduurzaming en vermaatschappelijking van de zorg. Opgaven waarbij urgentie is geboden en het van belang is om opgaven in samenhang te beschouwen én zoveel als mogelijk te combineren. Als gemeente Renswoude willen we dat de woonvisie katalysator is voor een zelfstandige, vitale, inclusieve en duurzame gemeenschap ‘Op Renswou’. We willen ons ook inzetten voor meer kansengelijkheid op de woningmarkt, zodat jongeren hier een toekomst hebben. Vijf ambities vormen de kern van de nieuwe woonvisie: 1. Renswoude is een unieke plek om te wonen. Een groene long tussen grotere verstedelijkte gebieden met inwoners die betrokken zijn bij elkaar. Het zijn waarden waar inwoners en de gemeente om geven. We geven vorm aan duurzame leefkwaliteit door te sturen op de kwaliteit voor de lange termijn, het oog gericht op toekomstige generaties, de huidige klimaatcrisis én de (woning)nood van de huidige generatie jongeren. We beschouwen de opgaven in hun onderlinge samenhang en combineren waar mogelijk. Bij het zoeken naar oplossingen benutten we kansen om de ecologische footprint te verkleinen. 2.

In de visie van de gemeente Renswoude wonen er in 2040 7.000 tot 8.000 inwoners. Dat zijn 1.500 tot 2.500 meer inwoners dan nu. Dat komt overeen met circa 600 tot 1.000 woningen erbij tot 2040. De grootste groeiopgave is tot 2030; we willen tot die tijd met minimaal 500 woningen groeien. We accommoderen deze groei door kwalitatief, duurzaam en inclusief te bouwen. We benutten volop de kansen van de bestaande voorraad, zoeken naar inbreidingslocaties, benutten het wonen op het erf en blijven binnen de beken. We koersen op een bouwtempo van circa 50 woningen per jaar en monitoren jaarlijks. 3. We zetten ons in voor meer kansengelijkheid op de woningmarkt. Dat betekent allereerst inzetten op meer sociale koopwoningen voor jongeren en de middenklasse. Het betekent ook meer levensloopbestendige woningen en woonzorgvormen bouwen voor ouderen die bereid zijn om te verhuizen en zo huizen vrijmaken waar gezinnen om staan te springen. En het vraagt om voldoende betaalbare sociale huurwoningen voor mensen met een laag inkomen en bijzondere doelgroepen, zoals arbeidsmigranten, spoedzoekers en vergunninghouders. 4. In Renswoude ontstaat op de juiste plekken een meer divers woonzorglandschap met een magische mix van doelgroepen en woonzorgvormen die bijdragen aan een inclusieve samenleving en ervoor zorgen dat mensen comfortabel en passend wonen.

De inbreidingslocaties die in eigendom zijn van de gemeente benutten we volop door in te zetten op een diversiteit aan woon(zorg)vormen en doelgroepen. 5. Een groot deel van de opgave van het verduurzamen van onze gebouwde omgeving pakken we op via de Transitievisie Warmte. Deze wordt momenteel ontwikkeld. Daar horen kwalitatief en energetisch hoogwaardige woningen bij. We stellen eisen aan de nieuwbouw en het Woningbedrijf Renswoude is een katalysator voor de bestaande (particuliere) voorraad.

10

Atrivé

Hoofdstuk 4

ONZE AGENDA & GEREEDSCHAPSKIST 4.1 Voldoende woningen erbij De ambitie om te groeien met circa 600 tot 1.000 woningen tot 2040 levert een schaal op waarin Renswoude dorps en vitaal blijft en binnen de beken kan blijven. En voor zover we dat nu kunnen inschatten, zorgt deze groei ervoor dat iedereen die in Renswoude wil blijven wonen dat ook kan. Bovendien doen we hiermee ook recht aan (regionale) solidariteit in een tijd waarin de woningnood groot is en ook mensen van buiten Renswoude weten te vinden. De grootste groeiopgave ligt er de komende 10 jaren. Dat betekent nu gas geven en later vertragen. Een deel van de bestaande woningen wordt niet passend bewoond, doordat mensen onvoldoende kunnen doorstromen. Voor een betere werking van de woningmarkt zien we de volgende kansen: • Doorstroming van mensen die nu in een sociale huurwoningen wonen, maar liefst willen kopen. Zij kunnen deze stap niet maken door gebrek aan woningen in het betaalbare koopsegment. • Doorstroming van mensen die in een andere levensfase komen en hun gezinswoningen in de huur- en koopsector willen verruilen voor een meer toegankelijke woning: appartement of grondgebonden woning (bungalow). • Doorstroming van jongeren die nu zijn aangewezen op de traditionele gezinswoningen die te duur zijn en daardoor langer bij hun ouders (moeten) blijven.

Een ‘betaalbare’ opstapwoning waar zij gedurende enige jaren wonen om daarna door te stromen naar die traditionele gezinswoning ontbreekt. Dat vraagt kleiner bouwen en experimenteren met nieuwe (tijdelijke) woonvormen. We willen tegemoetkomen aan de woningnood (de groepen die nu lastig aan bod komen) en tegelijkertijd oog hebben voor de toekomst en de transities van vergrijzing en verduurzaming. Dat vraagt om voldoende beschikbare woningen. Daarvoor hebben we grosso modo drie knoppen: nieuwbouw toevoegen, benutten bestaande voorraad en transformeren van (maatschappelijk) vastgoed, zoals de oude basisschool. Via nieuwbouw 1. Zetten we in op een bestendig sociaal koopsegment, zodat jongeren kunnen blijven 2. Voegen we segmenten toe die zorgen voor lange verhuisketens en de kansen op doorstroming vergroten 3. Bieden we als gemeente ruimte aan de behoefte van bijzondere doelgroepen, zoals spoedzoekers, vergunninghouders en internationale werknemers 4. bouwen we (in mindere mate) voor gezinnen die meer te besteden hebben

11

Atrivé

5. Experimenteren we met flexwonen (tijdelijke woonoplossingen): een tijdelijke bewoner of een tijdelijke wooninvulling van een locatie. Via de bestaande voorraad 6. Willen we de kansen die deze voorraad biedt (ook in het buitengebied) beter benutten: uitbuiken, optoppen en indikken. 7. Het Woningbedrijf kan een deel van de door haar aangepaste woningen verkopen, om zo bij te dragen aan een bestendig sociaal koopsegment. Dat moet dan wel gecompenseerd worden via beter benutten van de bestaande voorraad op andere plekken of nieuwbouw. Via transformatie van bestaand (maatschappelijk) vastgoed 3 8. Verzilveren we kansen door de plekken die in eigendom zijn van de gemeente volop te benutten. Wat willen we? • Minimaal 500 woningen erbij tot 2030 met een bouwtempo van circa 50 woningen per jaar (het gaat om een gemiddelde; de nood is nu hoog, dus enkele jaren een hoger bouwtempo is goed voorstelbaar). Hiervoor is in potentie voldoende plancapaciteit binnen de beken beschikbaar. Het vraagt aandacht om de plannen gereed te krijgen voor realisatie. • Hiervan worden er tot 2030 minimaal 70 sociale huurwoningen en minimaal 100 woningen in betaalbare koop toegevoegd. Zwaartepunt in het nieuwbouwprogramma ligt wat ons betreft op de ontbrekende schakel van een bestendig sociaal (betaalbaar) koopsegment tot € 324.500,- (grens NHG). In het huidige bouwprogramma staan ca.

65 betaalbare koopwoningen gepland. Hier ligt dus een opgave. Een niche is eventueel het middenhuursegment tussen € 752,- en € 1.100,-. • We willen experimenteren met het toevoegen van microwoningen en tijdelijke woonoplossingen als tiny houses (zie foto rechts). • We houden de vinger aan de pols en monitoren scherp de ontwikkeling van slaagkansen. We programmeren in samenwerking met ontwikkelaars adaptief en passen plannen aan op de actuele (markt)vraag. Periodiek worden met de markt lokaal concrete projecten afgestemd om woningbouwbelemmeringen op te sporen, weg te nemen en zo te zorgen voor versnelling waar nodig. • Bij alle nieuwe woningen geldt als eis dat de woningen voldoen aan Woonkeur of gelijkwaardig. Deze woningen zijn (levensloop)geschikt voor verschillende doelgroepen. Soms zijn levensloopgeschikte woningen nodig: woningen waar alle primaire voorzieningen zonder traplopen bereikbaar zijn. • We ondersteunen de doorstroomtreintjes. Door mensen te begeleiden en via experimenteel instrumentarium te ‘belonen’, willen we mensen aan een voor hen passende woning helpen. In de praktijk blijkt dat het helpt om goed aan te sluiten op de verandering in een levensfase (kinderen die het huis verlaten, pensioen en overlijden partner). De gemeente wil met partners andere vormen van verhuisondersteuning onderzoeken.

Effectieve doorstroming kan kosten elders besparen (woningen die je al hebt in de bestaande voorraad hoef je niet aanvullend te bouwen). Dit financiële kostenvoordeel zou ingezet kunnen worden als doorstroombevorderende impuls. • We staan woningsplitsing en kamergewijze verhuur onder voorwaarden toe. Dat is geformaliseerd in ‘het bestemmingsplan Parapluherziening parkeren, woningsplitsing en kamergewijze verhuur. Link: Toelichting (ruimtelijkeplannen.nl).

3

We denken hierbij onder andere aan de locatie van de oude basisschool de Borgwal en sportpark De Hokhorst.

12

Atrivé

Instrumenten beschikbare woningvoorraad Welke instrumenten gebruiken we al? • Huisvestingsverordening en doelgroepenverordering: via een bestemmingsplan invloed uitoefenen op de toe te voegen woningbouwcategorieën. In de doelgroepenverordening zijn de doelgroepen, instandhoudingstermijn, aanvangshuurprijs en maximale huurprijs per woningbouwcategorie vastgelegd • Slimmer kopen & starterslening • Huisbezoeken 75-plussers door SWO • Anti-speculatiebeding en kettingbeding voor zelfbewoningsplicht. Welke gaan we verder inzetten? • Om starters en middeninkomens meer kans te geven op een betaalbare koopwoning, kan een gemeente vanaf 2022 een opkoopbescherming invoeren. Dit kan in buurten waar schaarste is aan goedkope en middeldure koopwoningen of wanneer de leefbaarheid van een buurt onder druk staat door het opkopen van woningen voor de verhuur. De gemeente moet vooraf bepalen welke woningen in het goedkope en middeldure segment vallen. De gemeente Renswoude gaat onderzoeken of zij opkoopbescherming als ondersteunend instrument wil inzetten. • Datzelfde geldt voor de leegstandverordening; dit instrument verplicht vastgoedeigenaren om leegstand te melden, stelt een leegstandsoverleg verplicht en maakt het mogelijk dat een gemeente huurders aandraagt voor leegstaande panden en in extremis ook boetes uitdeelt.

Gemeenten kunnen in gesprek komen met eigenaren om te werken aan een oplossing voor leegstand. Het is een ‘stok achter de deur’ en een geschikt instrument voor eigenaren die niet ‘willen’. Het vraagt wel administratieve- en ambtelijke inzet. • Het ontwikkelen van een bestendig sociaal koopsegment vraagt om andere vormen dan slimmer kopen. In het Besluit ruimtelijke ordening is een grens van € 200.000,- voor sociale koop opgenomen. Experimenteel is deze grens in woondealgebieden (waaronder Foodvalley) opgehoogd naar de NHG-grens. De bedoeling is om dit in het nieuwe Omgevingsbesluit definitief te koppelen aan de NHG-grens. In de doelgroepenverordening staat het volgende: een sociale koopwoning is een koopwoning met een koopprijs vrij op naam (VON) van max. € 200.000,-. Indien deze woning een NOM-woning (grondgebonden) betreft geldt een koopprijs van maximaal € 215.000,-, of een NOMwoning (NOM-keur) betreft, dan geldt een koopprijs van maximaal € 225.000,-. Gemeentelijke indexering vindt jaarlijks per 1 januari plaats overeenkomstig de mate van indexering van de sociale huurprijsgrens. • De gemeente Renswoude onderzoekt of een sociaal koopfonds interessant en realistisch is. We onderzoeken ook constructies als erfpacht, andere woonvormen als ‘friends-contracten’, coöperatief wonen en zelfbouw. • Minimaal 15% van de nieuw toe te voegen woningen zijn sociale huurwoningen.

We borgen dit via het bestemmingsplan. We nemen erin op dat 15% van de woningen sociale huur moet zijn (het huidige collegeprogramma gaat momenteel uit van 20%). • De gemeente heeft (na Beekweide 1) minder sturingsmogelijkheden, doordat de grond grotendeels in handen is van ontwikkelaars. De gemeente gaat via anterieure overeenkomsten sturen. • We monitoren jaarlijks of we aan onze doelstellingen voldoen. We volgen onder meer de prijsontwikkeling, wachttijden en slaagkansen (in het bijzonder voor starters en senioren) in de betaalbare huursector en de voortgang van het woningbouwprogramma. • We verwachten van ontwikkelaars dat zij hun plannen realiseren. Indien plannen niet tijdig tot ontwikkeling komen (3 jaar nadat het bestemmingsplan onherroepelijk is/2 jaar nadat de omgevingsvergunning is verleend) behoudt de gemeente zich het recht voor om plantitels in te trekken. Ook als zachte plannen onvoldoende voortgang kennen, behouden we het recht voor om plantitels in te trekken: wij hanteren een maximale periode van 5 jaar. We nemen dit op in een anterieure overeenkomst. Zo komt plancapaciteit vrij voor nieuwe plannen waar wel vaart achter zit. • Met bouwondernemers maken we afspraken over pilots gericht op conceptueel/industrieel/modulair bouwen. De gemeente gaat na welke aanpassingen dit vraagt in de plantoetsing binnen de eigen organisatie.

• We zetten in op flexwoonconcepten en specifieke kleinere woonvormen. Splitsen van leegkomende panden kan hier een bijdrage aan leveren. We faciliteren initiatieven voor dit soort woonconcepten door het koppelen van initiatiefnemers aan grondeigenaren en planologische medewerking. • We bieden ruimte aan het splitsen van woningen in de bestaande dorpsbebouwing. Uitgangspunt is dat de extra gecreëerde woning voorziet in een aantoonbare woonbehoefte én dat ouderen langer in hun vertrouwde omgeving kunnen blijven wonen. We zetten in op kleinschalige toepassing binnen duidelijke kaders, om nadelige effecten op de leefomgeving te voorkomen. We denken aan een kleinschalige pilot in één of meer buurten met ruime woningen die zich hier bouwkundig voor lenen, waarin binnen een bestaande woning, meerdere zelfstandige woningen worden gerealiseerd. We zoeken uit hoe we dit (privaatrechtelijk) kunnen vastleggen. Deze vorm van splitsing kan interessant zijn voor ouderen in een grote koopwoning die zorg nodig hebben, maar ook voor jongeren die een kleine zelfstandige woning zoeken.

13

Atrivé

4.2 Een divers woonzorglandschap Kwetsbare ouderen die balanceren op een slap koord Fijn wonen betekent ook dat je woont in een passende woning op een plek waar je je thuis en veilig voelt. De inwoners van Renswoude worden steeds ouder en dit heeft consequenties. Allereerst op de mensen zelf. Veel ouderen wonen vaker alleen en menig eengezinswoning kent veel ongebruikte kamers. Een deel van de ouderen geeft aan dat ze graag willen doorstromen naar een passende woning, maar dat ze die niet kunnen vinden. Eenzaamheid en andere sociaal psychische problematiek worden meer waargenomen. Ook het aantal mensen met de eerste vormen van dementie neemt toe. Met een groeiend aandeel alleenstaande ouderen neemt ook het beroep op hulp en ondersteuning toe, terwijl de tekorten aan personeel in de zorg groeien. Steeds vaker komt het thuis wonen neer op kwetsbare ouderen die balanceren op een slap koord bij stevige tegenwind. De toekomst vraagt om nieuwe tussenvormen tussen thuis en verpleeghuis Uit landelijk onderzoek blijkt dat ongeveer 22% van de 65-plushuishoudens binnen twee jaar wil verhuizen. We weten dat gezondheid en zorgbehoefte het belangrijkste verhuismotief is voor ouderen, vooral bij 75-plus. De praktijk laat zien dat ouderen de noodzaak tot verhuizen -vaak vanwege de eigen gezondheid of die van de partner- minder goed ruim van tevoren inschatten dan andere doelgroepen.

Bovendien zijn ouderen kritisch: ze hebben al een wooncarrière gemaakt en kunnen hun verhuiswens gemakkelijker uitstellen. Pas als de gezondheid het ‘laat afweten’ moet er plotseling wat gebeuren. Een passende woning op de juiste plek is lang niet altijd beschikbaar. We zien hierin landelijk overigens wel een verschuiving, steeds meer mensen kiezen bewust voor een meer collectieve woonvorm. Bovendien denken we vaak bij de wens en de noodzaak om langer thuis te blijven wonen, automatisch dat dit ‘thuis’ hetzelfde huis moet zijn als waar mensen al decennia wonen. Dit sluit niet altijd aan bij de diverse woonvraag van ouderen. De toekomst vraagt om nieuwe tussenvormen tussen thuis wonen en wonen in een verpleeghuis én om meer intramuraal aanbod. Niet alleen de woonwensen zijn divers, ook de wensen in leefomgeving verschillen. De een wil wonen in een rustige, prikkelarme omgeving en de andere vlakbij reuring in een mix van jongeren en ouderen. Kortom, de toekomst vraagt om een grotere diversiteit aan (tussen)vormen van wonen en zorg. Op het gebied van wonen voor ouderen komen twee termen vaak terug: -

Levensloopgeschikte woning: een woning die voor alle levensfasen geschikt is. Ouderen kunnen hier blijven wonen als zij te maken krijgen met lichamelijke beperkingen (zonder traplopen door alle primaire vertrekken op één woonlaag, of met een lift bereikbaar), maar deze woning is ook voor andere (jongere) leeftijdsgroepen aantrekkelijk.

-

Geclusterd wonen: dit zijn woonvormen waar mensen zelfstandig wonen, maar waar een hoge mate van samenleven is. Het gaat bijvoorbeeld om seniorenwoningen, aanleunwoningen, hofjeswoningen. Een woning valt binnen deze categorie als: het complex bestaat uit meerdere woningen (denk aan minimaal 10 woningen), het mogelijk is om hier te komen wonen zonder Wlz-indicatie, een wezenlijk deel van de bewoners van het complex (bijvoorbeeld 50%) 65 jaar of ouder is en/of het complex is gelabeld voor senioren (bijvoorbeeld 55+label).

14

Atrivé

Wonen met zorg voor andere doelgroepen De uitstroom uit beschermd wonen en uit de maatschappelijke opvang vraagt ook dat zelfstandige woningen voor deze mensen beschikbaar zijn. Mensen die uitstromen hebben soms nog behoefte aan (ambulante) ondersteuning als zij zelfstandig gaan wonen. Bij deze zelfstandigheid kan het gaan om een hybride woonvorm: een zelfstandig appartement met eigen voorzieningen en een gemeenschappelijke eet- en ontmoetingsruimte. Veel van deze zorgdoelgroepen hebben een (zeer) laag inkomen. Zij hebben vooral behoefte aan een betaalbare (huur)woning, liefst in de nabijheid van voorzieningen. Voor mensen met een lichamelijke beperking is het van belang dat woonruimte drempelvrij en rolstoeltoegankelijk is. Het gaat in Renswoude om kleine aantallen en vraagt om maatwerk en afstemming met woonzorgpartners Ook andere bijzondere doelgroepen, zoals arbeidsmigranten en vergunninghouders vragen om adequate huisvesting. Dit legt weer extra druk op de toch al krappe woningmarkt. Een flexibele schil met tijdelijke woningen kan ondersteunend zijn voor deze opgaven.

Wat willen we bereiken? 1. Om meer levensloopgeschikte woningen toe te voegen, werkt de gemeente via twee sporen: het aanpassen van bestaande woningen en het toevoegen van toegankelijke/gelijkvloerse woningen. 2. We hebben aandacht voor woonvormen die het verlenen van hulp aan elkaar en het verlenen van mantelzorg gemakkelijker maken. 3. We bouwen meer tussenvormen tussen thuis wonen en wonen in een verpleeghuis. 4. We voegen meer intramurale zorg toe. 5. We stimuleren dat mensen die in een andere levensfase komen en hun gezinswoningen in de huur- en koopsector willen verruilen voor een meer toegankelijke woning (zie ook vorige paragraaf). 6. Om zorg ook in zelfstandige woningen beter mogelijk te maken, stimuleert de gemeente de inzet van domotica (technologie waarmee zorg op afstand mogelijk is). De invulling hiervan vindt plaats in afstemming met zorgaanbieders en het zorgkantoor. 7. We denken ook aan (flex)concepten met een gemixte doelgroep: magic-mix. 8. De locatie is essentieel. We willen aansluiten op het sociale netwerk in de buurt. Vooralsnog is de oude Borgwallocatie een kansrijke locatie.

15

Atrivé

Instrumenten wonen en zorg Welke instrumenten gebruiken we al? • De gemeente levert via Wmo-woningaanpassingen een bijdrage aan de toegankelijkheid van bestaande woningen (maatwerkvoorzieningen). • Tijdelijke mantelzorgunits zijn mogelijk, conform een landelijke regeling hiervoor. Mensen hebben wel een zorgindicatie nodig. De mantelzorgverlener en -ontvanger moeten een sociale relatie met elkaar hebben. De mantelzorger mag de hulp niet als professional verlenen. In de mantelzorgwoning mogen maximaal twee personen wonen. Dit mogen de mantelzorgontvangers zijn, maar ook de mantelzorgverlener. • In de Huisvestingsverordening van de gemeente Renswoude is de mogelijkheid opgenomen om een mantelzorgurgentie aan te vragen. Zowel de zorgvrager als de zorggever kunnen deze urgentie aanvragen; één en ander is vanzelfsprekend aan voorwaarden gebonden. Welke instrumenten gaan we verder inzetten? • Inwoners krijgen via de gemeente informatie over de mogelijkheden van mantelzorgwoningen. • Inzet senioren wooncoach om ouderen te ondersteunen bij het vinden van een woning en bij praktische ondersteuning rond verhuizingen. De gemeente gaat dit samen oppakken met Stichting Welzijn en Ondersteuning (SWO). • We onderzoeken de meerwaarde van een Verzilver- en Blijverslening.

Met deze leningen kunnen woningeigenaren aanpassingen aan hun eigen woning financieren vanuit bijvoorbeeld de overwaarde van hun huis. • Alternatieve verhuisstimuli (wortel in plaats van stok) inzetten als verhuispremies, korting op grondprijs, huurgewenning et cetera. Vanuit de kostenbesparing als gevolg van efficiënte benutting van de woningvoorraad (uit te werken maatschappelijke businesscase). • Bij nieuwbouw op locaties nabij voorzieningen geven we voorrang aan levensloopgeschikte woningen, vast te leggen in anterieure overeenkomsten. Met daarbij als eis Woonkeur of gelijkwaardige alternatieven. Woningtypen die aansluiten bij deze doelgroep zijn: grondgebonden met kleine tuin/terras of gemeenschappelijke tuin en goede bezonning, met wonen, slapen en sanitair op begane grond, ontwerp dat uitnodigt tot sociaal contact zoals hofje, geschakelde bungalows, koop en/of huur, betaalbaar of middensegment. Bij voorkeur in de nabijheid van voorzieningen/buurt- en dorpscentra. • We bieden ruimte aan initiatieven van ouderen die samen een woonvorm willen realiseren, zoals een hofjesconcept. Gemeente benut haar kansen op die plekken waar zij grond heeft in de bestaande wijken. Op die plekken wil de gemeente overigens inzetten op een diversiteit aan doelgroepen: oud, jong, bijzondere doelgroep.

Op plekken waar de gemeente geen grond beschikbaar heeft, werkt de gemeente hier planologisch aan mee, binnen ruimtelijke kaders. • Landelijk en provinciaal zijn er stimuleringsregelingen die interessant zijn om te benutten. We willen hier nadrukkelijk de Stimuleringsregeling Wonen en Zorg (SWZ) onder de aandacht brengen bij nieuwbouwinitiatieven met minimaal vijf woningen voor senioren met een laag of middeninkomen. • Vergunninghouders worden primair gehuisvest door het Woningbedrijf. De instroom is onvoorspelbaar: het ene jaar is deze hoger dan het andere jaar. We willen ervoor zorgen dat er steeds voldoende huisvestingsmogelijkheden zijn. Flexconcepten kunnen als ‘ventiel’ fungeren bij een onverwachte hogere instroom. Deze woningen zijn ook voor bijvoorbeeld starters, arbeidsmigranten en spoedzoekers potentieel waardevol: eventueel met een gemixte doelgroep (magic-mix). Binnen de kaders van de huisvestingsverordening faciliteren we deze ontwikkeling. • De gemeente Renswoude krijgt regelmatig aanvragen voor nieuwe woonzorginitiatieven. De vraag is telkens in hoeverre dit een lokale, regionale of landelijke functie heeft. Er moet vanzelfsprekend een juiste balans zijn tussen nieuwe zorginitiatieven / bestaand aanbod / draagkracht van de gemeenschap / financiële draagkracht gemeente.

Onze gedachte is niet dat strakke normen helpen, maar een goede monitoring en een stevige afwegingsdialoog wel. Als gemeente werken we dit verder uit.

16

Atrivé

4.3 Een duurzame woningvoorraad in een aantrekkelijke leefomgeving De gemeente Renswoude staat bekend om haar aantrekkelijke leefomgeving. Een groene long tussen grotere verstedelijkte gebieden. Een gezonde woon- en leefomgeving wordt steeds belangrijker gevonden door inwoners: schone lucht, geen overlast en een omgeving die een gezonde, bewegingsvolle leefomgeving stimuleert. Natuurlijk willen we onze landschappelijke waarden behouden én versterken. Tegelijkertijd ligt er een bouwopgave. We willen deze groei accommoderen door de kansen van transformatie en herbestemming te benutten, te zoeken naar inbreidingslocaties, het wonen op het erf te benutten en te blijven binnen de beken. Tegen een achtergrond van klimaatverandering willen we graag dat duurzaamheid in de woonomgeving zowel in de nieuwe, als in de bestaande woningvoorraad een steeds grotere plek krijgt. De klimaatverandering brengt meer extreem weer en hogere temperaturen met zich mee, waardoor gezondheid, leefomgeving, welvaart en veiligheid in het gedrang kunnen komen. Samen met de regio, het Waterschap en de provincie bereiden we ons voor op zaken als hittestress of wateroverlast na hevige stortbuien.

De duurzaamheidsopgave heeft impact op nieuwbouw en de bestaande woningen. Voor de verschillende duurzaamheidsopgaven zijn doelen geformuleerd door de koepels (Rijk, IPO, UvW en VNG). In het klimaatakkoord is afgesproken dat in 2050 de CO2-uitstoot landelijk met 95% procent is teruggebracht ten opzichte van 1990. Dan zijn fossiele brandstoffen vrijwel uitgesloten. In 2030 moet de CO2-uitstoot ten opzichte van 1990 tot de helft gereduceerd zijn. Deze enorme opgave raakt direct de bestaande woningvoorraad. Voor de energietransitie van de gebouwde omgeving zijn de doelen helder: • In 2050 moeten 7 miljoen woningen van het aardgas af zijn • In 2030 moeten de eerste 1.5 miljoen woningen verduurzaamd zijn. Ondertussen zijn bovenstaande doelen alweer achterhaald. De Europese Unie heeft dit jaar de doelpalen verplaats: in 2030 moeten we 55% minder broeikasgassen uitstoten. Er komt een aanpassing van de Klimaatwet. De Raad van State, die het klimaatbeleid jaarlijks toetst, is ontevreden over de voortgang. De sector woningen en kantoren heeft weinig vooruitgang geboekt. Het verduurzamen van woningen blijkt ingewikkelder en duurder dan verwacht. Tegelijkertijd gaan de technologische ontwikkelingen hard. Het is

17

Atrivé

goed nieuws dat er warmtepompen in ontwikkeling zijn die ook geschikt zijn voor oudere woningen en op de plek van de oude cv-ketel geplaatst kunnen worden. Hoe Renswoude met deze opgave aan de gang is en gaat, wordt beschreven in de Transitievisie Warmte (TVW). In de TVW wordt voor de gehele bebouwde omgeving bepaald hoe Renswoude overstapt op andere warmtebronnen dan aardgas. Het is belangrijk dat de gemeente een zo helder mogelijk beleid voert, zodat bewoners, ondernemers, projectontwikkelaars en het Woningbedrijf kunnen bouwen aan een duurzame toekomst. Wat willen we bereiken? 1. We zetten in op een gezonde leefomgeving. Dat is een woonwerkomgeving waar je zo min mogelijk wordt blootgesteld aan ongezonde stoffen en veiligheidsrisico’s en die een gezonde levensstijl stimuleert. We zetten daarom in op een omgeving met goede basiskwaliteit van het milieu (lucht, geluid, geur, bodem en waterkwaliteit) en aanwezigheid en toegang tot natuur, biodiversiteit en gezonde mobiliteit. Door gezondheid als belang mee te wegen in de woningbouwopgave en in de uitwerking daarvan, waarborgen we een gezonde leefomgeving. 2. Het Bouwbesluit eist op dit moment al dat nieuwe woningen BENG (Bijna Energie Neutrale Gebouwen) moeten zijn. Deze eis borgt de energiezuinigheid van woningen voldoende: we sluiten hier als gemeente dan ook bij aan.

Waar woningen duurzamer worden gebouwd dan de BENG-norm, juichen we dit toe en faciliteren we dit waar mogelijk. Daarnaast is bij het vaststellen van de uitgangspunten en randvoorwaarden voor de TVW geformuleerd dat we bij toekomstige gebiedsontwikkeling de mogelijkheden onderzoeken om bij te dragen aan het aardgasvrij maken en het renoveren van gebouwen. Nieuwbouw wordt sinds 2019 al niet meer aangesloten op het aardgasnet. 3. Wanneer het ons lukt om alle daken beter te benutten, hebben we minder grond nodig voor bijvoorbeeld zonneparken. 4. Voor de bestaande woningvoorraad is het uitgangspunt dat we de komende jaren maximaal inzetten op ‘isoleren en installeren’. 5. Het Woningbedrijf heeft de afgelopen jaren al flinke stappen gezet op het gebied van verduurzaming. De ambitie uit het Klimaatakkoord (gemiddeld label B in 2021) is in Renswoude al gehaald. Samen maken we afspraken over het realiseren van de ambitie om in 2030 gemiddeld label A te hebben in de sociale huurvoorraad. In het collegeprogramma is opgenomen dat in 2035 50% van de woningen van het Woningbedrijf NOM-keur (nul-op-de-meter) hebben. Bij verduurzamingstrajecten van het Woningbedrijf zoeken we koppelkansen met het omliggend particulier bezit; zo kan het hopelijk een katalysator zijn. 6. We zetten in op een gezonde leefomgeving.

Dat is een woonwerkomgeving waar je zo min mogelijk wordt blootgesteld aan ongezonde stoffen en veiligheidsrisico’s en die een gezonde levensstijl stimuleert. We zetten daarom in op een omgeving met goede basiskwaliteit van het milieu (lucht, geluid, geur, bodem en waterkwaliteit) en aanwezigheid en toegang tot natuur, biodiversiteit en gezonde mobiliteit. Door gezondheid en gezonde leefomgeving als belang mee te wegen in de woningbouwopgave en in de uitwerking daarvan, waarborgen we een gezonde leefomgeving.

18

Atrivé

7. Circulair bouwen is een belangrijk onderdeel van duurzaamheid. Het gaat hierbij om het ontwikkelen met gebruik en hergebruik van materialen en grondstoffen, die natuurlijke bronnen niet onnodig uitputten of de leefomgeving en het ecosysteem aantasten. Sommige marktpartijen hebben al ervaring opgedaan met circulariteit in bouw- en woonprojecten. We blijven verder onderzoeken welke mogelijkheden er zijn. Houtbouw is een voorbeeld van een ontwikkeling die in samenwerking nader kan worden uitgewerkt. Instrumenten verduurzaming Welke instrumenten gebruiken we al? • Transitievisie Warmte (TVW): we werken de Transitievisie Warmte uit. Vanuit het domein ‘wonen’ kijken we naar mogelijke meekoppelkansen die uit de transitievisie voorkomen. • Routekaart verduurzaming van het Woningbedrijf. Welke gaan we verder inzetten? • Vanuit het Rijk komen er extra subsidies beschikbaar. We benutten deze voor onze inwoners. • We ondersteunen en faciliteren (samen met de regio) door onder andere energiecoaches (voor persoonlijk energieadvies), collectieve inkoopacties voor isolatie en zonnepanelen, en Postcoderoosprojecten (voor inwoners die geen zonnepanelen op hun eigen dak kunnen plaatsen). • Inwoners die geen eigen (spaar)geld beschikbaar hebben maar wel aan de slag willen met het verduurzamen van hun woning kunnen een beroep doen op de Duurzaamheidslening die de gemeente aanbiedt.

Zo kunnen ook inwoners met een lager inkomen investeren in maatregelen die zichzelf in financiële zin vaak al na enkele jaren terugverdienen en tegelijkertijd zorgen voor meer wooncomfort. • We zetten via het Woningbedrijf in op schaalvergroting bij de verduurzaming van woningen. We kunnen inwoners meer bieden tegen lagere kosten. • We nemen gezondheid mee bij de locatiekeuze van nieuwe woningen, de inrichting van wijken, de manier van bouwen en de positie van woningen ten opzichte van eventuele hinderbronnen. • We stimuleren gezondheid door de leefomgeving zo in te richten dat het uitnodigt tot gezond gedrag en (meer) bewegen. • In de uitvoeringen koppelen we de gezonde fysieke leefomgeving met opgaven in de sociale leefomgeving, biodiversiteit, energietransitie, natuurinclusief bouwen en klimaatadaptieve opgaven als hittestress. We nemen daarbij vergroening van daken, gevels en buitenruimten op als aandachtspunt bij woningbouwontwikkeling. • We benutten kansen om deelmobiliteit, lopen, (elektrische) fiets en openbaar vervoer dragers te laten zijn van planontwikkeling. Zo wordt enerzijds bijgedragen aan de klimaatopgave door mobiliteit te verduurzamen, anderzijds kan de schaarse ruimte efficiënter worden ingericht.

Om die kansen te benutten, is het van belang de bereikbaarheidsuitgangspunten van potentiële ontwikkellocaties vroegtijdig te bepalen en met elkaar te bespreken als regio en provincie. • We zijn ons ervan bewust dat de stapeling van opgaven kan leiden tot meer kosten. Elke locatie vraagt weer net wat anders. Om die reden pleiten we voor lokaal maatwerk per locatie tussen gemeente en ontwikkelende partijen. • Bij alle projecten is circulariteit onderdeel van de uitvraag.

19

Atrivé

Hoofdstuk 5

SAMEN AAN DE SLAG 5.1 Realisatiekracht, rolinvulling en kritische succesfactoren Antwoord geven op de nieuwe uitdagingen kunnen we als gemeente niet alleen. Vooral in de bestaande omgeving zijn de afhankelijkheden zo groot en de dynamiek zo sterk dat sturing en planvorming alleen in nauwe samenspraak en gericht tot stand kan komen. Wie verder wil komen dan mooie woorden en geduldig papier weet dat het essentieel is om eigenaarschap te creëren en allianties te smeden. Vanuit dit perspectief van wederkerigheid is de woonvisie in samenspraak met woon- en zorgpartners, marktpartijen, inwoners en een belangenbehartiger als de Adviesraad Sociaal Domein ontwikkeld. Dit leverde een rijke oogst op en interessante aanmoedigingen voor de rolinvulling van de gemeente. Kritische succesfactoren Deze woonvisie bevat stevige ambities én bevat concreet een gereedschapskist met instrumenten. Daarmee zijn we er niet. Papier is geduldig en in een visie kun je niet wonen. Hieronder enkele kritische succesfactoren waar we in het bijzonder aandacht voor vragen: • Het woningtekort vraagt snel om meer woningen. Naast kwantiteit vraagt de kwaliteit van de leefomgeving aandacht. De strijd om de ruimte is heftiger dan ooit. Recht doen aan klimaat en natuur én tegelijkertijd de woningnood oplossen en een plek bieden aan onze jongeren vraagt creativiteit en nieuwe vormen van gebiedsontwikkeling.

• Nieuwe vormen van mobiliteit horen hier integraal bij. We moeten zoeken naar kansen om deelmobiliteit, lopen, (elektrische) fiets en openbaar vervoer dragers te laten zijn van planontwikkeling. Door mobiliteit te verduurzamen dragen we bij aan de klimaatopgave en kunnen we de schaarse ruimte efficiënter inrichten. Het is belangrijk de bereikbaarheidsuitgangspunten van potentiële ontwikkellocaties vroegtijdig te bepalen en te bespreken met de regio en provincie. • De groei van Renswoude vraagt een afweging. Hierover zullen we ook in gesprek moeten met de provincie. De ruimtelijke aspecten van de groei in relatie tot mobiliteit is daarbij ook onderwerp van gesprek. Bij het beleid van de provincie om te focussen op verstedelijking langs HOV en het behoud van landschap, hoort naar onze mening ook de gezamenlijke verantwoordelijkheid om Renswoude vitaal, leefbaar en toegankelijk te houden. De (landelijke) overheid doet een beroep op het zorgen voor elkaar. Dat vraagt een samenleving waarin verschillende leeftijdsgroepen voor elkaar kunnen zorgen. Tegen een achtergrond van een vergrijzende bevolking is het belangrijk om jongeren en jonge gezinnen aan Renswoude te blijven verbinden. • Ondertussen zorgen het gebrek aan beschikbare grondstoffen en bouwmaterialen ervoor dat de bouwkosten, waardoor betaalbaar bouwen nog lastiger wordt.

Kleiner bouwen lijkt steeds meer noodzakelijk te worden om woningen ook betaalbaar te houden. Als het al lukt om snel woningen te bouwen, want ook de personeelstekorten in de bouw en installatiebranche nemen toe. Ook hier is het zoeken naar innovatieve vormen en samenwerking in de keten en met provincie en regio.

20

Atrivé

Aanjaagteam gemeente We beseffen ons dat het realiseren van de ambities om meer sturing van ons vraagt. We pakken als gemeente de rol van regisseur en waar nodig als regelgever. Onze ambities waarmaken, vraagt ook om integraal denken en handelen, ook in ons gemeentehuis. Een onderdeel dat zeker nog steviger z’n plek moet krijgen, is de samenwerking tussen diverse domeinen op het gebied van de verduurzaming / warmtetransitie en op het gebied van wonen, welzijn en zorg. Om de woonvisie tot uitvoering te brengen, vraagt dit bestuurlijk en ambtelijk plezier, energie, tijd, capaciteit en geld. Initiatieven die bijdragen aan onze doelstellingen willen we faciliteren, daarbij zien we onszelf als aanjager en verbinder. Per situatie pakken we de rol die het meest effectief is, maar ook realistisch, in verband met de inzet die dit van de gemeente vraagt. Eén van de eerste zaken die we als gemeente willen doen is het samenstellen van een aanjaagteam. Met een aanjager / programmaleider als initiator, stimulator en sturingskracht en minimaal drie ambtelijke ploegleiders vanuit thema’s als wonen, wonen en zorg en duurzaamheid. Het is denkbaar dat dit team wordt aangevuld met andere rollen en spelers van buiten onze organisatie. Leidraad van handelen voor het aanjaagteam is deze woonvisie. Voor het eerste jaar ligt de prioriteit bij: 1. Maken van een uitvoeringsagenda door het aanjaagteam 2.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11130316/1