Concept bestemmingsplan Parallelweg 3
Tekst van het document
BESTEMMINGSPLAN PARALLELWEG 3 RENSWOUDE
ORDITO.NL
BESTEMMINGSPLAN PARALLELWEG 3 RENSWOUDE GEMEENTE RENSWOUDE Planstatus
Concept
Datum
08 - 11 - 2022
Plan identificatie
NL.IMRO.0339.BPParallelweg3-CO01
Auteur(s)
Cristian van Kuijk, Samira van Lieshout
Ordito b.v.
E
info@ordito.nl
Postbus 94
T
0161 801 022
5126 ZH
I
www.ordito.nl
Gilze
KVK
54811554
TOELICHTING
1.
Inleiding
2
1.1 1.2 1.3 1.4 1.5
Aanleiding Ligging en begrenzing plangebied Vigerend bestemmingsplan Bij het plan behorende stukken Leeswijzer
2 2 3 5 5
2.
Bestaande situatie
6
2.1 2.2 2.3
Historische context Ruimtelijke structuur omgeving Bestaande situatie
6 6 7
3.
Toekomstige situatie
10
3.1 3.2
Planvoornemen Parkeren en verkeer
10 11
4.
Beleidskader
13
4.1 4.2 4.3 4.4
Rijksbeleid Provinciaal en regionaal beleid Regionaal beleid Gemeentelijk beleid
13 15 24 26
5.
Randvoorwaarden
30
5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7 5.8 5.9
Bodemkwaliteit Water Luchtkwaliteit Geluid Bedrijven en milieuzonering Externe veiligheid Natuurwetgeving Archeologie Mer-beoordeling
30 31 36 38 40 42 45 47 48
6.
Juridische regelgeving
50
6.1. 6.2. 6.3.
Inleiding Systematiek van de regels Beschrijving van de bestemmingen
50 50 51
7.
Uitvoerbaarheid
52
7.1 7.2
Economische haalbaarheid Maatschappelijke uitvoerbaarheid
52 52
Bijlagen: Bijlage 1: Landschappelijk inpassingsplan Bijlage 2: Inrichtings-/rioleringstekening Bijlage 3: Verkennend bodemonderzoek Bijlage 4: Digitale watertoets Bijlage 5: Akoestisch onderzoek Bijlage 6: Beoordeling akoestisch onderzoek Bijlage 7: Quickscan flora en fauna Bijlage 8: Stikstofdepositie onderzoek PM
|2
1. INLEIDING 1.1
Aanleiding
De aanleiding voor het opstellen van dit bestemmingsplan is het voornemen om de bebouwingsoppervlakte ten behoeve van het bestaande bedrijf aan de Parallelweg 3 te Renswoude te vergroten. Op het perceel is een bedrijf gevestigd dat bouw- en infraprojecten realiseert. De activiteiten van het bedrijf worden voornamelijk elders uitgevoerd en het plangebied wordt voornamelijk gebruikt als opslagterrein. Het planvoornemen is om een deel van de bestaande bebouwing te slopen en een nieuwe loods te realiseren. Voor het plan is op 27 maart 2020 een principebesluit door de gemeente Renswoude genomen, waarin de randvoorwaarden voor de ontwikkeling zijn opgenomen. De gemeente Renswoude heeft door middel van dit principebesluit aangegeven onder voorwaarden mee te willen werken aan de beoogde vergroting van de bebouwingsoppervlakte.
De volgende voorwaarden zijn van toepassing: • De nieuwe maximale bebouwingsoppervlakte bedraagt 728 m²; • Het recht om een woning met bijgebouw te bouwen wordt ingeleverd; • Het bouwvlak komt direct om de (beoogde) bebouwing komt te liggen; • Overige regels uit het bestemmingsplan, zoals bouw- en goothoogte wijzigen niet; • Het perceel wordt landschappelijk ingepast; • Er wordt extra ruimtelijke kwaliteitswinst behaald (ter waarde van minimaal 8% van bouwkosten); • Er wordt een bijeenkomst gepland waarin direct aanwonenden, de gemeente en de initiatiefnemer gezamenlijk bespreken wat de beste locatie van nieuwbouw wordt en waar welke beplanting gewenst is. Er zal in goed overleg een plan moeten komen waar ook de direct omwonenden mee in kunnen stemmen; • Alle overige van toepassing zijnde ruimtelijke aspecten moeten worden beoordeeld en dienen te voldoen aan de geldende wet- en regelgeving. In het uiteindelijke bestemmingsplan moet worden aangetoond dat het plan niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening en geen onevenredig nadelige gevolgen geeft voor omwonenden of de omgeving. Middels dit bestemmingsplan wordt de beoogde ontwikkeling juridisch-planologisch mogelijk gemaakt.
1.2
Ligging en begrenzing plangebied
Het plangebied ligt aan de Parallelweg 3 te Renswoude. Het plangebied is gelegen in het buitengebied, op circa 2,6 kilometer ten zuidwesten van de bebouwde kom van Renswoude en circa 1,3 kilometer ten noordwesten van Veenendaal. De Parallelweg is de scheiding tussen de gemeenten Renswoude en Utrechtse Heuvelrug. Het plangebied staat kadastraal bekend als gemeente Renswoude, sectie G, perceelnummer 1080 en heeft een oppervlakte van 7.307 m².
NL.IMRO.0339.Parallelweg3-CO01
bestemmingsplan Parallelweg 3, Renswoude
|3
De direct omgeving van het plangebied bestaat uit diverse woon- en bedrijfspercelen langs de Parallelweg, omzoomd door bomen en houtsingels. Aan de noordkant wordt het plangebied begrensd door een woonbestemming en agrarische gronden. Aan de oostzijde wordt het plangebied begrensd door agrarische gronden. Hier is de ‘Emminkhuizerberg’ gelegen, een open landbouwenclave zonder bebouwing en begroeiing. Aan de zuidzijde wordt het plangebied begrensd een woonbestemming met daarachter gelegen onbebouwde agrarische gronden. Aan de westzijde wordt het plangebied begrensd door de Parallelweg, met daarachter gelegen woonbestemmingen en agrarische gronden. De westzijde van de Parallelweg behoort tot de gemeente Utrechtse Heuvelrug. De gemeentegrens ligt op de Parallelweg.
Figuur 1 Ligging en begrenzing plangebied (plangebied rood omlijnd)
1.3
Vigerend bestemmingsplan
Ter plaatse van het plangebied geldt het bestemmingsplan ‘Buitengebied 2010’, vastgesteld op 5 oktober 2010. Daarnaast geldt voor deze locatie het ‘Parapluplan parkeren & woningsplitsing en kamerverhuur’, vastgesteld op 13 juli 2021. Tevens geldt ter plaatse van het plangebied het provinciale inpassingsplan ‘Grebbelinielandschap’, vastgesteld op 8 december 2014.
NL.IMRO.0339.Parallelweg3-CO01
bestemmingsplan Parallelweg 3, Renswoude
|4
Figuur 2 Uitsnede vigerend bestemmingsplan (plangebied rood omlijnd)
Enkelbestemmingen Voor het perceel geldt de enkelbestemming ‘Bedrijf’ met de functieaanduiding ‘hovenier’. Deze gronden zijn bestemd voor een hoveniersbedrijf, alsmede voor de bij deze bestemming behorende voorzieningen, zoals wegen en paden, tuinen, erven, groenelementen, (natuurvriendelijke) oevers, water en waterhuishoudkundige voorzieningen, laad- en losvoorzieningen, nutsvoorzieningen en parkeervoorzieningen. Het bouwvlak ligt over het gehele perceel en er geldt een maximum bruto vloeroppervlakte van 330 m². De maximale bouwhoogte is 7 meter en de maximale goothoogte is 3 meter. Dubbelbestemmingen Over de noordzijde van het perceel ligt de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie – 2’. Deze gronden zijn, behalve voor de andere aldaar voorkomende bestemmingen, bestemd voor de bescherming en veiligstelling van de te verwachten archeologische waarden. Een archeologisch onderzoek is vereist bij het bouwen van bouwwerken groter dan 100 m² en dieper dan 40 cm. Voor het perceel geldt daarnaast de dubbelbestemming ‘Waarde – Grebbelinielandschap’.
De voor 'Waarde - Grebbelinielandschap' aangewezen gronden zijn, naast de andere voor deze gronden aangewezen bestemmingen en aanduidingen tevens aangewezen voor het behoud, herstel en bescherming van de herkenbaarheid en de beleefbaarheid van de cultuurhistorische waarden, deeluitmakende van de Grebbelinie zoals beschreven in ‘Beeldkwaliteitsplan Grebbelinie’. Aanduidingen Het plangebied ligt binnen de gebiedsaanduiding ‘reconstructiewetzone – verwevingsgebied’. Er zijn geen regels gekoppeld aan de gebiedsaanduidingen ‘reconstructiewetzone – verwevingsgebied’.
NL.IMRO.0339.Parallelweg3-CO01
bestemmingsplan Parallelweg 3, Renswoude
|5
Parapluplan parkeren & woningsplitsing en kamerverhuur Voor de gehele gemeente Renswoude is een parapluplan opgesteld, die op 13 juli 2021 door de gemeente is vastgesteld. Het paraplubestemmingsplan bestaat uit twee hoofdonderdelen. Enerzijds heeft het paraplubestemmingsplan betrekking op parkeren om voldoende parkeergelegenheid te waarborgen. Anderzijds heeft het paraplubestemmingsplan betrekking op woningsplitsing en kamerverhuur om de vraag naar woonruimte op te vangen en de leefbaarheid in de omgeving van gesplitste woningen te waarborgen. De regelingen uit het genoemde parapluplan met betrekking tot deze onderwerpen zijn overgenomen in het voorliggende bestemmingsplan.
1.4
Bij het plan behorende stukken
Het bestemmingsplan bestaat uit de volgende onderdelen: • Verbeelding: Op de verbeelding zijn de bestemmingen in het plangebied weergegeven. Deze bestemmingen zijn gerelateerd aan de in de regels opgenomen juridische regeling. • Regels: In de regels is het gebruik van de binnen het plangebied aangegeven gronden, opstallen en ander gebruik van de gronden juridisch geregeld. Per bestemming is aangeven wat binnen die bestemming mogelijk en/of toegestaan is. • Toelichting: In de toelichting worden de aan het plan ten grondslag liggende gedachten en de uitkomsten van eventueel uitgevoerde onderzoeken opgenomen.
1.5
Leeswijzer
De toelichting is opgebouwd uit verschillende hoofdstukken. In hoofdstuk 2 wordt ingegaan op de huidige situatie van het plangebied, waarna in hoofdstuk 3 de beoogde toekomstige situatie wordt weergegeven. Een beschrijving en toetsing van het relevante beleidskader op nationaal, provinciaal en gemeentelijk niveau staat in hoofdstuk 4. Vervolgens komen in hoofdstuk 5 de milieukundige randvoorwaarden en onderzoeken aan de orde. De juridische opzet van het plan staat in hoofdstuk 6. De financiële en maatschappelijke uitvoerbaarheid worden in hoofdstuk 7 beschreven.
NL.IMRO.0339.Parallelweg3-CO01
bestemmingsplan Parallelweg 3, Renswoude
|6
2. BESTAANDE SITUATIE 2.1
Historische context
Historie Renswoude De omgeving van Renswoude was vroeger overdekt met vochtige en tamelijk dichte bossen. Het dorp Renswoude is ontstaan langs de Dorpsstraat/Utrechtseweg wat een belangrijke regionale verbindingsweg vormt. De eerste bebouwing bestond uit een enkele boerderij en een versterkt omgracht huis. Dit was de zogenaamde Borgwal, op de locatie van het huidige kasteel. In de 18e eeuw ontstond het eigenlijke dorp Renswoude, met lintbebouwing langs de Dorpsstraat. Aan het begin van de 20ste eeuw werd de lintbebouwing langs de Dorpsstraat verdicht. In de loop van de tijd zijn zijstraten aangelegd, zoals de Kerkstraat en Molenstraat. In de tweede helft van de 20ste eeuw zijn achter het bebouwingslint planmatig ontwikkelde wijken en kleinschalige bedrijventerreinen ontwikkeld. Hetzelfde geldt voor het in het noorden ontwikkelde sportterrein De Hokhorst. Plannen voor grenswijzigingen en gemeentelijke herindelingen hebben vaak een prominente rol gespeeld in de geschiedenis van de gemeente. Een belangrijke grenswijziging vond plaats op 1 januari 1960. Toen verloor de gemeente Renswoude grote stukken van haar grondgebied aan de gemeenten Veenendaal en Scherpenzeel. Het ging hier onder meer om de Emminkhuizervenen, een gebied met een oppervlakte van circa 150 hectare.
Na de procedures die al jaren gaande waren om te komen tot een nieuwe gemeente uit samenvoeging van de gemeenten Renswoude, Scherpenzeel en Woudenberg, heeft het Rijk in juli 2011 besloten deze herindelingsplannen stop te zetten, wegens onvoldoende draagvlak en het ontbreken van urgentie.
2.2
Ruimtelijke structuur omgeving
Renswoude is een dorp en gemeente, gelegen in het zuidoosten van de provincie Utrecht. De kern Renswoude maakt deel uit van de Gelderse Vallei waarbinnen het hoevelandschap bepalend is. Het hoevenlandschap waarin Renswoude ligt typeert zich door; • gevarieerde gebieden met vochtige dekzandvlakten, drogere dekzandruggen en beken; • gevarieerd bodemgebruik als weide, bos en natuurterreinen; • en verspreide agrarische bebouwing en onregelmatige percelen. De gemeente Renswoude staat naast het dorp met haar cultuurhistorische elementen zoals het kasteel en de Koepelkerk ook bekend om haar mooie en rustgevende buitengebied met de beken, de Grebbelinie, het schilderachtige Kampenlandschap, het Coulissenlandschap en de Emminkhuizerberg. Het oostelijke deel van het plangebied grenst aan de Emminkhuizerberg. Dit is een open landbouwgebied op de aanwezige heuvel. Langs deze percelen liggen alleen greppels, er zijn nagenoeg geen bomen aanwezig. Het plangebied ligt in het buitengebied van de gemeente Renswoude. Het omliggende buitengebied bestaat uit een afwisseling van woningen met diverse bijgebouwen en agrarische gronden. De bebouwing bestaat overwegend uit één bouwlaag met een kap. De kaprichting van de hoofdgebouwen is voornamelijk loodrecht op de weg, of evenwijdig aan een zij-perceelsgrens. De bijgebouwen volgen meestal de kaprichting van het hoofdgebouw.
De percelen worden vaak omzoomd door bomenrijen, hagen en/of heestersingels. De verkavelingsstructuur oostelijk van de Parallelweg wordt gevormd door diepe percelen loodrecht op de weg. De westelijke NL.IMRO.0339.Parallelweg3-CO01
bestemmingsplan Parallelweg 3, Renswoude
|7
verkavelingsstructuur wordt gevormd door een lappendeken van kavels, overwegend noord-zuid gericht. De Parallelweg vormt de grens tussen beide verkavelingsstructuren.
2.3
Bestaande situatie
De locatie aan de Parallelweg 3 te Renswoude heeft een bedrijfsbestemming met een functieaanduiding voor een hoveniersbedrijf. Het bedrijf dat nu op de locatie is gevestigd is geen hoveniersbedrijf maar een aannemers- een grondverzetbedrijf. Het bedrijf realiseert bouw- en infraprojecten, zoals bodemsanering, grondwerk, buitenriolering en drainage, terreinverharding, groenvoorziening en terreininrichting. Deze werkzaamheden worden voornamelijk elders uitgevoerd. De achterzijde van het perceel wordt voornamelijk gebruikt als opslagterrein. Op het terrein staan twee bedrijfsgebouwen. Het kantoor aan de voorzijde (westzijde) van het gebouw heeft een oppervlakte van circa 129 m². Dit gebouw bestaat uit één bouwlaag met een zadeldak en heeft een bouwhoogte van circa 7 meter en een goothoogte van circa 3 meter. Het bedrijfsgebouw in het midden van het perceel heeft een oppervlakte van circa 330 m². Het gebouw bestaat uit één bouwlaag met een zadeldak en heeft een bouwhoogte van circa 5 meter en een goothoogte van circa 3 meter. Het plangebied kent daarmee een totaal bebouwd oppervlak van circa 459 m². Rondom het perceel ligt een houtwal, waardoor het perceel landschappelijk is ingepast. Aan de overzijde van de Parallelweg (de westzijde van het plangebied) wordt het plangebied begrensd door een woning aan de Parallelweg 10 met daarachter gelegen agrarische gronden met waarden.
Aan de noordzijde wordt het plangebied direct begrensd door een woning aan de Parallelweg 3a. Aan de oostzijde wordt het plangebied begrensd door agrarische gronden met waarden. Aan de zuidzijde wordt het plangebied begrensd door een woning aan de Parallelweg 1 met daarachter gelegen agrarische gronden met waarden.
Figuur 3 Ligging en begrenzing plangebied 3D (plangebied rood omlijnd)
NL.IMRO.0339.Parallelweg3-CO01
bestemmingsplan Parallelweg 3, Renswoude
|8
Figuur 4 Bestaande situatie plangebied
Figuur 5 Bestaande situatie plangebied
NL.IMRO.0339.Parallelweg3-CO01
bestemmingsplan Parallelweg 3, Renswoude
|9
Figuur 6 Huidige indeling terrein
NL.IMRO.0339.Parallelweg3-CO01
bestemmingsplan Parallelweg 3, Renswoude
|10
3. TOEKOMSTIGE SITUATIE 3.1
Planvoornemen
Het planvoornemen betreft de sloop van bestaande bedrijfsbebouwing aan de Parallelweg 3 te Renswoude en de bouw van een nieuwe loods. De bebouwingsoppervlakte ten behoeve van het bestaande aannemers- en grondverzetbedrijf op het perceel wordt daarmee vergroot naar maximaal 728 m². De gemeente Renswoude is middels de volgende berekening tot deze maximale oppervlakte gekomen: Bestaand kantoor: Bestaande loods: Totale bebouwing bestaand: 459 m² plus 15%: Bouwrecht woning: Bouwrecht bijgebouw bij woning: Totaal toekomstige bebouwing:
129 m² 330 m² 459 m² 528 m² 120 m² (schatting, omgerekend van m³ naar m²) 80 m² 728 m²
Daarbij wordt het recht om een woning met bijgebouw te bouwen ingeleverd en komt het bouwvlak direct om de (beoogde) bebouwing te liggen. De goothoogte van de nieuwe loods is maximaal 3 meter en de bouwhoogte is maximaal 7 meter. De gemeente Renswoude heeft aangegeven dat de locatie landschappelijk ingepast dient te worden. De gemeente geeft als randvoorwaarde dat er extra ruimtelijke kwaliteitswinst behaald moet worden, ter waarde van minimaal 8% van de bouwkosten. Ruimtelijke kwaliteitswinst is een ruim begrip. Hierbij kan gedacht worden aan maatregelen in het kader van duurzaamheid, natuurontwikkeling, recreatie, et cetera, bovenop de wettelijk vereiste maatregelen. Voor het plan is daarom een landschappelijk inrichtingsplan opgesteld, zoals te zien in figuur 7.
Figuur 7 Gewenste situatie NL.IMRO.0339.Parallelweg3-CO01
bestemmingsplan Parallelweg 3, Renswoude
|11
Figuur 8 Inrichtingsplan
In figuur 7 en 8 is de gewenste indeling van het bedrijfsterrein weergegeven. De oranje lijnen in figuur 7 geven de objecten weer die gesloopt worden. Tevens zijn de contouren van de nieuwe opslagloods weergegeven. De nieuwe maximale bebouwingsoppervlakte bedraagt 728 m². Het bebouwingspercentage bedraagt daarmee nog geen 10%, aangezien het perceel een oppervlakte van 7.307 m² heeft.
3.2
Parkeren en verkeer
Parkeren Ruimtelijke functies trekken een bepaalde hoeveelheid autoverkeer aan en daarmee ook de vraag naar een bepaalde parkeerbehoefte. Het aantal aan te leggen parkeerplaatsen is afhankelijk van de voorzieningen en de parkeernorm die bij de betreffende ontwikkeling hoort. De ‘Nota parkeernormen gemeente Renswoude’, vastgesteld op 30 mei 2016, biedt houvast voor het bepalen van het aantal parkeerplaatsen. De gebruikte parkeernormen haken aan bij de landelijke publicatie 317 van CROW. Omdat het autobezit in Renswoude hoger is dan het landelijk gemiddelde, liggen de parkeernormen in de Nota parkeernormen ook hoger dan de gemiddelde parkeernorm van CROW. Het parkeerbeleid van de gemeente is ook juridisch gewaarborgd in het parapluplan ‘Parapluplan parkeren & woningsplitsing en kamerverhuur’, om voldoende parkeergelegenheid te waarborgen. Het parapluplan is vastgesteld op 13 juli 2021. De regeling uit het parapluplan wordt in de regels van onderhavig bestemmingsplan gewaarborgd. Het plangebied ligt in het buitengebied van de gemeente Renswoude. In onderstaande tabel is de parkeerbehoefte voor de bestaande en de nieuwe situatie weergegeven.
NL.IMRO.0339.Parallelweg3-CO01
bestemmingsplan Parallelweg 3, Renswoude
|12
Parkeren bestaande situatie
Bedrijf (loods, opslag, transport) Totaal
Aantal/oppervlakte
Parkeernorm
459 m²
1,1 pp/100 m²
Aantal/oppervlakte
Parkeernorm
728 m²
1,1 pp/100 m²
Aantal parkeerplaatsen 5 pp 5
Parkeren nieuwe situatie
Bedrijf (loods, opslag, transport) Totaal
Aantal parkeerplaatsen 8 pp 8 pp
De parkeerbehoefte neemt met het planvoornemen toe met 3 parkeerplaatsen. Parkeren gebeurt op eigen terrein, hier is voldoende ruimte aanwezig om in de parkeerbehoefte te voorzien. Het onderdeel parkeren vormt daarmee geen belemmering voor het planvoornemen. Verkeer Het bedrijf wordt ontsloten via de Parallelweg. Hier geldt een maximumsnelheid van 60 kilometer per uur. De Parallelweg is een voor gemotoriseerd verkeer doodlopende weg. Langzaam verkeer kan wel doorgaan naar een zuidelijke route langs de Emminkhuizerberg, of een westelijke route langs het Valleikanaal. Op circa 310 meter ten zuiden van het plangebied is de Rijksweg A12 gelegen en op circa 150 meter ten noorden van het plangebied bevindt zich de spoorlijn Utrecht-Arnhem, als twee oost-west gerichte grote verkeersaders. De verkeersgeneratie wordt bepaald op basis van de meest recente CROW publicatie (381 ‘Toekomstbestendig parkeren’). In de bestaande situatie is in het plangebied aan de Parallelweg 3 te Renswoude een bedrijf gevestigd dat bouw- en infraprojecten realiseert. Er is sprake van personenauto’s die van en naar het terrein rijden om materiaal op te halen of te brengen. Het bedrijf levert een aantal verschillende diensten, namelijk engineering, bodemsanering, grondwerk, buitenriolering en drainage, terreinverharding, groenvoorziening en terreininrichting.
Daartoe beschikt het bedrijf over verschillende graafmachines, shovels en vrachtauto’s. Deze machines rijden van projectlocatie naar projectlocatie en zijn vrijwel nooit aanwezig op het bedrijfsterrein aan de Parallelweg. Er vertrekt één knijpwagen van het terrein na 07.00 uur en komt voor 19.00 uur weer terug op het terrein. Voor de overslag van zand/grind op het terrein wordt gebruik gemaakt van eigen rupskranen. Op basis van de CROW publicatie ‘Toekomstbestendig parkeren’ is de verkeersgeneratie behorende bij ‘bedrijf (loods, opslag, transport)’ maximaal 5,7 voertuigen per 100 m². De twee bedrijfsgebouwen die in de huidige situatie aanwezig zijn hebben een gezamenlijke oppervlakte van 459 m². Dat betekent een gemiddelde verkeersgeneratie van 26,1 motorvoertuigen per etmaal. Het planvoornemen betreft de sloop van de bestaande bedrijfsbebouwing en de bouw van een nieuwe loods. De bebouwingsoppervlakte ten behoeve van het bestaande bedrijf op het perceel wordt daarmee vergroot naar maximaal 728 m². Dat betekent een gemiddelde verkeersgeneratie van 41,5 motorvoertuigen per etmaal. Dit betekent een toename van circa 15,4 motorvoertuigen per etmaal.
NL.IMRO.0339.Parallelweg3-CO01
bestemmingsplan Parallelweg 3, Renswoude
|13
4. BELEIDSKADER 4.1
Rijksbeleid
Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) vastgesteld. De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) is geheel opgenomen in deze nieuwe visie. De Nationale Omgevingsvisie biedt een duurzaam perspectief voor de leefomgeving. Hiermee kan het Rijk inspelen op de grote uitdagingen die voor hen liggen. Allerlei trends en ontwikkelingen hebben invloed op de leefomgeving. Veranderende en groeiende steden, de overgang naar een duurzame en circulaire economie en het aanpassen aan de gevolgen van de klimaatverandering vormen slechts een deel van de opgaven. Dit biedt kansen, maar vraagt wel om zorgvuldige keuzes. Want ruimte, zowel boven-, als ondergronds, is een schaars goed. Het combineren van al die opgaven vraagt een nieuwe manier van werken. Niet van bovenaf opgelegd, maar in goede samenwerkingen tussen overheden, bedrijven, kennisinstellingen, maatschappelijke organisaties en burgers. De NOVI biedt een kader, geeft richting en maakt keuzes waar dat kan. Tegelijkertijd is er ruimte voor regionaal maatwerk en gebiedsgerichte uitwerking. Omdat de verantwoordelijkheid voor het omgevingsbeleid voor een groot deel bij provincies, gemeenten en waterschappen ligt, kunnen inhoudelijke keuzes in veel gevallen het beste regionaal worden gemaakt.
Met de NOVI zet het Rijk een proces in gang waarmee keuzes voor de leefomgeving sneller en beter kunnen worden gemaakt. Conclusie Door het nationale karakter van de NOVI en de kleine schaal van onderhavig plan, heeft het voornemen nauwelijks raakvlak met dit nationale karakter. Met onderhavig planvoornemen zijn geen nationale belangen in het geding. Besluit algemene regels ruimtelijke ordening De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte bepaalt welke kaderstellende uitspraken zodanig zijn geformuleerd dat deze bedoeld zijn om beperkingen te stellen aan de ruimtelijke besluitvormingsmogelijkheden op lokaal niveau. Ten aanzien daarvan is een borging door middel van normstelling, gebaseerd op de Wet ruimtelijke ordening, gewenst. Die uitspraken onderscheiden zich in die zin dat van de provincies en de gemeenten wordt gevraagd om de inhoud daarvan te laten doorwerken in de ruimtelijke besluitvorming. Zij zijn dus concreet normstellend bedoeld en worden geacht direct of indirect, dat wil zeggen door tussenkomst van de provincie, door te werken tot op het niveau van de lokale besluitvorming, zoals de vaststelling van bestemmingsplannen. Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) bevestigt in juridische zin die kaderstellende uitspraken. Het Barro is op 30 december 2011 inwerking getreden.
Conclusie Door het nationale karakter van het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening en de kleine schaal van onderhavig plan, heeft dit voornemen nauwelijks raakvlak met dit nationaal juridisch kader. Het Barro bevat geen voor het plangebied relevante bepalingen.
NL.IMRO.0339.Parallelweg3-CO01
bestemmingsplan Parallelweg 3, Renswoude
|14
Ladder voor duurzame verstedelijking Met de inwerkingtreding op 1 oktober 2012 van art. 3.1.6 lid 2 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) – de ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’ – geldt voor alle juridisch verbindende ruimtelijke plannen van decentrale overheden die (planologisch) nieuwe stedelijke ontwikkelingen mogelijk maken een bijzonder procesvereiste. Dit nationale belang houdt in dat, ten behoeve van een goed systeem van ruimtelijke ordening, een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij ruimtelijke besluiten plaats dient te vinden. Deze zorgvuldige afweging heeft tot doel om, vanuit een oogpunt van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik, planologisch ongewenste versnippering en een onaanvaardbare leegstand te voorkomen. Nieuwe ontwikkelingen dienen getoetst te worden aan de Ladder voor duurzame verstedelijking mits er sprake is van een ‘stedelijke ontwikkeling’. Het begrip ‘stedelijke ontwikkeling' is in artikel 1.1.1, lid 1, sub i van de Bro gedefinieerd als: 'ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen'. Per 1 juli 2017 is de nieuwe Ladder voor duurzame verstedelijking in werking getreden. In de nieuwe Ladder zijn de eerste twee treden samengevoegd en komt de derde trede te vervallen.
Een aantal aspecten zijn van belang om te bepalen of en hoe de Ladder moet worden toegepast, waaronder de vraag of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling en of de stedelijke ontwikkeling ‘nieuw’ is. Als de woningbouwontwikkeling voorziet in een behoefte en gepland is binnen bestaand stedelijk gebied dan wordt voldaan aan de Ladder. Of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling wordt bepaald door de aard en omvang van de ontwikkeling, in relatie tot de omgeving. Voor wonen geldt, dat voor woningbouwlocaties vanaf twaalf woningen sprake is van een stedelijke ontwikkeling die Ladderplichtig is. Indien de Ladder niet van toepassing is op het plan, is een motivering nodig waaruit blijkt dat er sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Daarbij moet onder andere aandacht besteedt worden aan de uitvoerbaarheid van het plan. In het kader van de uitvoerbaarheid moet de behoefte aan de beoogde ontwikkeling worden uitgewerkt. Toetsing Het planvoornemen betreft de sloop van 459 m² aan bestaande bedrijfsbebouwing aan de Parallelweg 3 te Renswoude en de bouw van een nieuwe loods. De bebouwingsoppervlakte ten behoeve van het bestaande bedrijf op het perceel wordt daarmee vergroot naar maximaal 728 m². Daarbij wordt het recht om een woning met bijgebouw te bouwen ingeleverd en komt het bouwvlak direct om de (beoogde) bebouwing te liggen.
Of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling wordt bepaald door de aard en omvang van de ontwikkeling in relatie tot de omgeving. Wanneer een bestemmingsplan voorziet in de toevoeging van een gebouw met een bruto-vloeroppervlakte kleiner dan 500 m², wordt deze ontwikkeling in beginsel niet als een stedelijke ontwikkeling aangemerkt. Met het planvoornemen is geen sprake van een toevoeging van meer dan 500 m². Het planvoornemen wordt derhalve niet beschouwd als een ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling’ en is zodoende niet ladderplichting. Conclusie Het planvoornemen past binnen het rijksbeleid.
NL.IMRO.0339.Parallelweg3-CO01
bestemmingsplan Parallelweg 3, Renswoude
|15
4.2
Provinciaal en regionaal beleid
Provinciale Ruimtelijke Structuurvisie (PRS) 2013-2028 De provincie Utrecht heeft een Provinciale Ruimtelijke Structuurvisie opgesteld, waarin het provinciaal beleid voor de periode tot 2028 is beschreven. De PRS is op 4 februari 2013 vastgesteld door Provinciale Staten, en is middels een 1e partiële herziening (10-03-2014), een 2e partiële herziening (03-11-2014), en een herijking 2016 (12-12-2016) uitgebreid en aangevuld. De provincie Utrecht wil de provincie aantrekkelijk houden om te wonen, werken en recreëren. De met vele regiopartijen opgestelde Strategie Utrecht2040 is daarbij de stip aan de horizon. Het ruimtelijk beleidsvizier is daar op gericht. De doelen uit Strategie Utrecht2040 vragen om een integrale aanpak die voor het ruimtelijk beleid resulteert in vier pijlers: • een duurzame leefomgeving • beschermen kwaliteiten • vitale dorpen en steden • dynamisch landelijk gebied De pijlers ‘duurzame leefomgeving’ en ‘beschermen kwaliteiten’ leggen de basis waarbinnen de ontwikkelingen in de ‘vitale dorpen en steden’ en het ‘dynamisch landelijk gebied’ plaats kunnen vinden. Het samenspel tussen deze pijlers leidt tot de volgende twee belangrijkste beleidsopgaven; opgaven die nodig zijn om Utrecht aantrekkelijk te houden als vestigingsplaats: Accent op de binnenstedelijke opgave De provincie wil ten minste 2/3 van de woningbouwopgave binnenstedelijk realiseren.
Dit sluit aan bij de vraag naar (woningen in) stedelijke woonmilieus, vergroot het draagvlak voor voorzieningen en openbaar vervoer en vermindert de druk op het landelijk gebied. Verminderen van het overschot aan kantoren en winkelpanden en herstructurering van bedrijventerreinen, maken ook deel uit van de binnenstedelijke opgave. Behoud en versterken kwaliteit landelijk gebied De provincie heeft een aantrekkelijk landelijk gebied. Deze kwaliteit moet behouden en versterkt worden, zowel voor het landelijk gebied zelf, als voor het stedelijk gebied. De binnenstedelijke opgave vraagt als contramal ook om een aantrekkelijk en bereikbaar landelijk gebied met hoge kwaliteit van landschap, natuur en recreatieve voorzieningen. De cultuurhistorische waarden van onder meer de linies, de buitenplaatsen en het agrarische landschap dragen bij aan een aantrekkelijk landelijk gebied. De landbouw is een belangrijke drager van het agrarische cultuurlandschap. Die rol vergt ruimte voor een economisch duurzame landbouw. Toetsing Het planvoornemen voorziet in een toename van de bestaande bouwmogelijkheden. Er wordt 459 m² aan bestaande bedrijfsgebouwen gesloopt en er wordt een nieuw bedrijfsgebouw van maximaal 728 m² gebouwd. Daarnaast worden de bouwrechten van de bedrijfswoning en het bijgebouw opgeheven. De structuur van het landelijk gebied wordt hierbij niet aangetast.
Middels een landschappelijke inpassing is het planvoornemen zorgvuldig ingepast in de omgeving. Daarbij wordt rekening gehouden met natuur en de aanwezige cultuurhistorische waarde van het plangebied. Omgevingsvisie Provincie Utrecht De nieuwe Omgevingswet bundelt de wetten en regels voor ruimte, wonen, infrastructuur, milieu, natuur, cultuur erfgoed en water. En regelt zo het beheer en de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving. Vooruitlopend hierop heeft de provincie alvast een provinciale omgevingsvisie gemaakt. Volgens de laatste informatie treedt de nieuwe Omgevingswet in 2023 in werking. NL.IMRO.0339.Parallelweg3-CO01
bestemmingsplan Parallelweg 3, Renswoude
|16
De Omgevingsvisie van de provincie Utrecht is vastgesteld door de Provinciale Staten op 10 maart 2021. De Provinciale Ruimtelijke Structuurvisie (PRS) is opgesteld om te zorgen voor een blijvend aantrekkelijke provincie. Via haar ruimtelijk beleid draagt de provincie bij aan een kwalitatief hoogwaardige fysieke leefomgeving, waarin het ook in de toekomst plezierig wonen, werken en recreëren is. De Omgevingsvisie is uitgewerkt aan de hand van 7 thema's en 3 regio's. De thema's zijn als volgt: 1. Gezonde en veilige leefomgeving; 2. Klimaatbestendig en waterrobuust; 3. Duurzame energie; 4. Vitale steden dorpen; 5. Duurzaam, gezond en veilig bereikbaar; 6. Levend landschap, erfgoed en cultuur; 7. Toekomstbestendige natuur en landbouw. In de Omgevingsvisie staan zowel de ambities, als de wijze waarop de provincie daar uitvoering aan wil geven. De uitwerking in gebieden valt uiteen in drie regio's: U16, Amersfoort en Foodvalley. Renswoude behoort tot de regio Foodvalley. Foodvalley is bij uitstek een regio waar grensoverschrijdende samenwerking aan de orde is. De regio ligt binnen de provincies Utrecht en Gelderland en bestaat uit acht gemeenten. Het Utrechtse gedeelte omvat de gemeenten Renswoude, Rhenen en Veenendaal. Deze gemeenten werken in regioverband samen met de Gelderse gemeenten Barneveld, Ede, Nijkerk, Scherpenzeel en Wageningen.
In de uitwerking van het beleid brengt de provincie gebiedsgericht samenhang aan tussen de thematische ambities. Deels loopt deze uitvoering van de ruimtelijke ambities via de Interim Omgevingsverordening, die tegelijk met de Omgevingsvisie is vastgesteld. Op grond van de Wro heeft de Omgevingsvisie alleen een zelfbindende werking. Het is bindend voor de provincie, niet voor andere partijen. De Interim Omgevingsverordening zorgt voor doorwerking van het beleid en is bindend voor de gemeenten. Interim Omgevingsverordening Provincie Utrecht De Interim Omgevingsverordening van de provincie Utrecht is vastgesteld door de Provinciale Staten op 10 maart 2021. De Interim Omgevingsverordening bevat algemene regels die gemeenten in acht moeten nemen bij het opstellen van hun ruimtelijke plannen. In de omgevingsverordening staan geen regels die direct doorwerken naar de burgers. In de omgevingsverordening zijn alleen de algemene regels opgenomen, die noodzakelijk zijn voor het waarborgen van de provinciale belangen. De omgevingsverordening geeft soms harde ruimtelijke grenzen aan. Soms wordt volstaan met de verplichting om een ruimtelijke keuze voor een bepaald beleidsaspect goed te onderbouwen. Daarnaast bevat de omgevingsverordening ook regels die voortvloeien uit het Barro. Bij de verordening zijn verschillende kaarten opgenomen.
Het plangebied valt volgens de Interim Omgevingsverordening onder de volgende gebieden: • Waterschap Vallei en Veluwe buiten de bebouwde kom (Watersysteem kaart 1) • Overstroombaar gebied (Watersysteem kaart 2) • Gebied ligplaatsen (Watersysteem kaart 4) • Gebied dempen oppervlaktewaterlichamen (Watersysteem kaart 4) NL.IMRO.0339.Parallelweg3-CO01
bestemmingsplan Parallelweg 3, Renswoude
|17 • • • • • • • • • • • • • • • • • • •
Gebied klein open bodemenergiesysteem (Ondergrond en bodem kaart 1) Gebied landschappelijke waarden (Ondergrond en bodem kaart 2) Luchtvaartterrein (Bereikbaarheid en mobiliteit kaart 3) Buffer luchtvaartterrein (Bereikbaarheid en mobiliteit kaart 3) Windturbines kleiner dan 20 meter (Energie) Energie (Energie) Windenergie en Zonnevelden (Energie) Verstedelijkingsverbod Landelijk gebied (Energie) Houtopstanden (Natuur kaart 2) Uitzondering verstedelijkingsverbod Landelijk gebied (Cultuurhistorie en landschap kaart 1) CHS – militair erfgoed (Cultuurhistorie en landschap kaart 2) Gebied landschappelijke waarden (Cultuurhistorie en landschap kaart 2) Landschap Gelderse Vallei (Cultuurhistorie en landschap kaart 2) Glastuinbouw niet toegestaan (Landbouw) Agrarische bedrijven (Landbouw) Recreatiewoningen (Wonen, werken en recreëren kaart 1) Uitbreiding woningbouw en bedrijventerrein onder voorwaarde mogelijk (Wonen, werken en recreëren kaart 1) Landelijk gebied (Wonen, werken en recreëren kaart 1) Detailhandel buiten bestaand winkelgebied (Wonen, werken en recreëren kaart 2)
Overstroombaar gebied (art. 2.10) Een bestemmingsplan dat betrekking heeft op locaties binnen Overstroombaar gebied bevat bestemmingen en regels die rekening houden met overstromingsrisico’s. Binnendijks is dit van toepassing op kwetsbare en vitale objecten en woonwijken en bedrijventerreinen. Buitendijks is dit ook van toepassing op individuele woningen en bedrijven. Het plangebied is binnendijks gelegen en betreft een individueel bedrijf. Derhalve hoeven geen extra maatregelen voor overstromingsrisico’s genomen te worden.
NL.IMRO.0339.Parallelweg3-CO01
bestemmingsplan Parallelweg 3, Renswoude
|18
Verstedelijkingsverbod landelijk gebied (art. 9.2) Een bestemmingsplan dat betrekking heeft op locaties binnen Landelijk gebied laat geen verstedelijking toe, tenzij in de verordening anders is bepaald. Uitzondering verstedelijkingsverbod landelijk gebied (art. 7.8) In afwijking van Artikel 9.2 Verstedelijkingsverbod landelijk gebied kan een bestemmingsplan verstedelijking toestaan in de Historische buitenplaatszone en het Militair erfgoed, onder voorwaarde dat de verstedelijking kleinschalig is, gericht is op het creëren van economische kostendragers ten behoeve van het behoud, herstel of de versterking, of een combinatie hiervan, van de cultuurhistorische waarde van de Historische buitenplaatszone dan wel het Militair erfgoed en zorgvuldig wordt ingepast in de omgeving. Het plangebied aan de Parallelweg 3 te Renswoude is gelegen binnen Militair erfgoed. Het planvoornemen betreft de sloop en nieuwbouw van bedrijfsbebouwing. Hiervoor is een landschappelijke inpassing opgesteld en het planvoornemen wordt daarmee zorgvuldig ingepast in de omgeving. Er wordt 459 m² aan bestande bedrijfsgebouwen gesloopt en er komt een nieuw bedrijfsgebouw van maximaal 728 m². Het planvoornemen kan daarmee gezien worden als kleinschalige verstedelijking. CHS – militair erfgoed (art. 7.5 en art.
7.7) De Cultuurhistorische hoofdstructuur bestaat uit vijf gebieden: Historische buitenplaatszone, Militair erfgoed, Agrarisch cultuurlandschap, Historische infrastructuur en Archeologisch waardevolle zone. In een bestemmingsplan dat betrekking heeft op locaties gelegen in de Cultuurhistorische hoofdstructuur wordt rekening gehouden met de waarden van de Cultuurhistorische hoofdstructuur en worden regels gesteld ter bescherming en benutting van deze waarden. Het plangebied aan de Parallelweg 3 is gelegen binnen het gebied Militair Erfgoed. Het Militair erfgoed bestaat uit de deelgebieden Nieuwe Hollandse Waterlinie, Oude Hollandsche Waterlinie, Grebbelinie en Soesterberg en omgeving. De motivering van een bestemmingsplan moet een beschrijving bevatten van de in het plangebied aanwezige cultuurhistorische waarden en een beschrijving en motivering van de wijze waarop rekening is gehouden met deze waarden. Het plangebied ligt binnen het deelgebied Grebbelinie. De Grebbelinie is een zestig kilometer lange waterlinie, gelegen in de Gelderse Vallei tussen de voormalige Zuiderzee en de Nederrijn. De linie is vanaf het midden van de achttiende eeuw aangelegd om de vijand uit het oosten te weren. De Grebbelinie is een samenhangend verdedigingsstelsel van liniedijk, keerkaden, aarden verdedigingswerken, sluizen, waterlopen, inundatie- en schootsvelden.
De forten markeren de plaats van de linie in het landschap, zij liggen op strategische plekken, gebouwd ter verdediging van een acces, zoals (spoor)wegen en stroomruggen. De openheid van de voormalige inundatiegebieden versterkt de beleving van de linie. De Grebbelinie is nog grotendeels ongeschonden aanwezig en manifesteert zich als een groen lint door het landschap. Van de Grebbelinie wil de provincie de volgende kernkwaliteiten behouden: • het unieke, in samenhang met het landschap ontworpen negentiende en twintigsteeeuwse hydrologische en militairverdedigingssysteem, bestaande uit een samenhangend stelsel van onder andere forten, dijken, kanalen en inundatiekommen; • groen en overwegend rustig karakter; • openheid. Het planvoornemen voorziet in een toename van de bestaande bouwmogelijkheden. Er wordt 459 m² aan bestaande bedrijfsgebouwen gesloopt en er komt een nieuw bedrijfsgebouw van maximaal 728 m². De structuur van het landschap wordt hierbij niet aangetast en de landschappelijke inpassing van het perceel wordt verbeterd. Hiervoor is een landschappelijke inpassing opgesteld waarmee het planvoornemen zorgvuldig wordt ingepast in de omgeving. Daarbij wordt rekening NL.IMRO.0339.Parallelweg3-CO01
bestemmingsplan Parallelweg 3, Renswoude
|19
gehouden met de aanwezige cultuurhistorische waarde van het plangebied, groen en openheid. De nieuwe bebouwing wordt op het bestaande, bebouwde perceel gerealiseerd. Het planvoornemen heeft daarom geen negatieve invloed op de waarden van de Grebbelinie en het bijbehorende landschap. Landschap Gelderse Vallei (art. 7.9) Landschap bestaat uit Landschap Eemland, Landschap Gelderse Vallei, Landschap Groene Hart, Landschap Rivierengebied en Landschap Utrechtse Heuvelrug. De kernkwaliteiten zijn per gebied vastgelegd in de bijlage Bijlage 15 Kernkwaliteiten Landschap bij deze verordening. Een bestemmingsplan dat betrekking heeft op een gebied gelegen in Landschap bevat: • bestemmingen en regels ter bescherming van de voorkomende kernkwaliteiten; en • geen bestemmingen of regels die nieuwe activiteiten toestaan die de kernkwaliteiten onevenredig aantasten. Het plangebied ligt binnen het landschap Gelderse Vallei. Bij ontwikkelingen in het landschap van de Gelderse Vallei wordt het van belang geacht dat de kleinschaligheid, die dit landschap zo aantrekkelijk maakt behouden wordt. In het verleden zijn al veel kleinschalige landschapselementen verdwenen, waardoor ruimten groter zijn geworden. Ze hebben hun functie verloren en zijn verwijderd. Daarnaast wordt aandacht gevraagd voor het waarborgen en ontwikkelen van de contrasten in de te onderscheiden deelgebieden van de Gelderse Vallei.
De kernkwaliteiten voor het Landschap Gelderse Vallei zijn als volgt: 1. rijk gevarieerde kleinschaligheid; 2. Stelsel van beken, griften en kanalen; 3. Grebbelinie; 4. overgang van Vallei naar stuwwal (luwe Flank). Het onderhavige planvoornemen voorziet in de sloop van bestaande bedrijfsbebouwing en de bouw van een nieuwe loods. De bebouwingsoppervlakte ten behoeve van het bestaande bedrijf op het perceel wordt daarmee vergroot naar maximaal 728 m². De bedrijfsvoering blijft daarbij onveranderd ten opzichte van de huidige situatie. De hoeveelheid bebouwing neemt beperkt toe. Het plan wordt landschappelijk ingepast, waarmee de kleinschaligheid van het landschap behouden blijft. Hierdoor zullen de kernkwaliteiten van het landschap niet aangetast worden. Uitbreiding woningbouw en bedrijventerrein onder voorwaarde mogelijk (art.
9.14) Een bestemmingsplan dat betrekking heeft op locaties binnen Uitbreiding bedrijventerrein onder voorwaarden mogelijk kan bestemmingen en regels bevatten voor uitbreiding bedrijventerreinen mits is voldaan aan de volgende voorwaarden: • de uitbreiding bedrijventerrein past in het door gedeputeerde staten vastgestelde programma Wonen en werken of is opgenomen in de Bijlage 18 Wonen en werken; • de uitbreiding bedrijventerrein leidt niet tot extra bodemdaling; • de revitalisering, herstructurering en efficiënter gebruik van bestaande bedrijventerreinen zijn verzekerd; en • de uitbreiding bedrijventerreinen vindt plaats in aansluiting op een bestaand bedrijventerrein, of, wanneer dat niet mogelijk is, in aansluiting op het stedelijk gebied.
NL.IMRO.0339.Parallelweg3-CO01
bestemmingsplan Parallelweg 3, Renswoude
|20
Landelijk gebied (art. 9.5) Een bestemmingsplan dat betrekking heeft op locaties binnen Landelijk gebied kan bestemmingen en regels bevatten die toestaan dat in bebouwingsenclaves of bebouwingslinten verstedelijking plaatsvindt, mits is voldaan aan de volgende voorwaarden: • gelijktijdig met de verstedelijking wordt de ruimtelijke kwaliteit verhoogd; • bebouwing vindt niet plaats buiten de bestaande bebouwingsenclaves of bebouwingslinten; en • belangen van bestaande omringende functies worden niet onevenredig aangetast. De motivering van een bestemmingsplan bevat een onderbouwing waaruit blijkt dat aan de genoemde voorwaarden is voldaan. Een beeldkwaliteitsparagraaf maakt onderdeel uit van de onderbouwing. Onderhavig planvoornemen voorziet in verstedelijking binnen het bestaande bebouwingslint langs de Parallelweg. Het betreft de sloop van bestaande bedrijfsbebouwing en de bouw van een nieuwe loods van maximaal 728 m². Het plan wordt landschappelijk ingepast, wat bijdraagt aan de ruimtelijke kwaliteit. Verder is het aanneembaar dat, gezien de aard en kleinschaligheid van de ontwikkeling, omliggende functies niet onevenredig aangetast worden. Overige gebieden De overige instructieregels en/of rechtstreeks werkende regels behorende bij de gebieden waar het plangebied onder valt zijn niet direct van toepassing op het plangebied en/of voornemen.
Kwaliteitsgids Utrechtse Landschappen In 2011 heeft de provincie Utrecht de Kwaliteitsgids Utrechtse Landschappen opgesteld. De Kwaliteitsgids Utrechtse Landschappen bestaat uit een algemeen koepelkatern en zes gebiedskaternen, per landschap één. De zes gebieden zijn: 1. Groene Hart 2. Linies 3. Gelderse Vallei 4. Utrechtse Heuvelrug 5. Rivierengebied 6. Arkemheen-Eemland Het plangebied aan de Parallelweg 3 te Renswoude is gelegen in Gelderse Vallei. Verborgen in de Vallei liggen lijnstructuren als beken, kanalen, griften, de Grebbelinie en de Ponlijn. Ook landgoederen, kastelen en forten liggen min of meer verscholen in het landschap. Het gebied biedt goede kansen aan landbouw, wonen, werken, natuur en recreatie. Dit leidt tot veel dynamiek, waardoor sommige functies zich niet meer goed tot elkaar verhouden en het ruimtelijk beeld vertroebelt. Om dit probleem aan te pakken is in 2005 het Reconstructieplan Gelderse Vallei in werking getreden. Het landschap van de Gelderse Vallei vraagt om het waarborgen, versterken en ontwikkelen van de contrasten in de drie deelgebieden: • mozaïek • stroken • binnenveld De drie deelgebieden hebben elk een eigen sfeer en identiteit. De verborgen structuren moeten behouden blijven en bijzondere aandacht krijgen door ze plaatselijk te accentueren.
NL.IMRO.0339.Parallelweg3-CO01
bestemmingsplan Parallelweg 3, Renswoude
|21
Figuur 9 Uitsnede Kwaliteitsgids Utrechtse Landschappen (plangebied met zwarte pijl aangegeven)
Het plangebied is gelegen in het deelgebied Stroken. Hierover is het volgende beschreven. In de omgeving van Leusden, Woudenberg en Veenendaal lag vroeger veen. Daar zijn op sommige plekken nog restanten van aanwezig. De meeste gebieden zijn planmatig ontgonnen volgens het principe van de strokenverkaveling. De dorpen zijn ontstaan vanuit boerderijlinten. Om het gebied te ontwateren en turf af te voeren zijn hier rechte, zogenoemde griften aangelegd. In het deelgebied Stroken is hier een halfopen kleinschalig landschap met vele landschapselementen ontstaan, maar dit gebied is natter (te zien aan meer weilanden) en er is verkaveld in stroken. Ten zuiden van Scherpenzeel en Renswoude is een landbouwontwikkelingsgebied (LoG) aangewezen, dat ruimte biedt aan intensieve veehouderij. Dit gebied is grootschaliger van opzet. Het deelgebied Stroken is in essentie een halfopen landschap van langgerekte ruimten, omzoomd door beplante wegen en kavelgrenzen. Een mix van lanen, tijen knotbomen, houtsingels, bospercelen, grasland en maïsakkers zorgen voor een gevarieerd landschapsbeeld. Beplante wegen en griften lopen met geknikte rechtstanden door het landschap. Erven met oude en nieuwe gebouwen door elkaar liggen in open linten verscholen tussen het groen.
Het landschap van het deelgebied Stroken in de Gelderse Vallei vraagt om verdichting van het landschappelijke raamwerk door: • Het intensiever accentueren van agrarische perceelsgrenzen met landschapselementen, zoals houtsingels (voornamelijk els) of knotwilgen; • Oude wegen te voorzien van bomen; • Het behouden of versterken van meer afwisseling tussen weilanden (voornamelijk grondgebonden landbouw), akkers en bospercelen in het landgebruik; • Het stimuleren van de ontwikkeling van nieuwe landgoederen, bestaande uit een hoofdgebouw en bijgebouwen. Uitzondering hierop vormen de inundatievelden langs het Valleikanaal, waar het raamwerp grootschaliger is. Dankzij de open ruimten ten opzichte van het omliggende landschap komt de Grebbelinie hier goed tot zijn recht; • Het instandhouden van langgerekte percelen; • Compacte dorpen of open linten langs wegen; • Afstemming van bedrijfsvergroting op maat en schaal van het landschap en landschappelijk ingepast; • Versterking van grotere, langgerekte ruimtes in het landbouwontwikkelingsgebied. Het raamwerk is grootschalig en wordt bepaald door wegbeplanting, erfbeplantingen en kavelgrensbeplantingen. Bedrijven voegen zich in de schaal van het gebied;
NL.IMRO.0339.Parallelweg3-CO01
bestemmingsplan Parallelweg 3, Renswoude
|22 •
Een onbeplante snelweg A12 en spoorlijn; beide zijn te gast in het landschap. De grote langgerekte ruimten met kavelgrensbeplantingen loodrecht op de snelweg zijn bepalend voor het landschappelijk beeld.
Toetsing Het onderhavige planvoornemen voorziet in de sloop van bestaande bedrijfsbebouwing en de bouw van een nieuwe loods. De bebouwingsoppervlakte ten behoeve van het bestaande bedrijf op het perceel wordt daarmee vergroot naar maximaal 728 m². Het plan wordt landschappelijk ingepast, waarbij de bedrijfsvergroting op maat en schaal van het landschap wordt afgestemd. Het landschap van de Gelderse Vallei en specifiek het deelgebied Stroken wordt hierdoor niet aangetast. Provinciaal Inpassingsplan Grebbelinie De Grebbelinie is een verdedigingslinie die loopt van de Neder-Rijn bij Rhenen tot het Eemmeer bij Spakenburg. De Grebbelinie heeft een totale lengte van 60 kilometer en doorkruist een gebied dat is ingeklemd door de stuwwallen van de Utrechtse heuvelrug en de Veluwe. De linie bestaat uit een samenhangend stelsel van liniekade, keerkades, forten, inundatievelden, sluizen, toegangswegen en daarbij behorende werken. Vanaf de 16e eeuw tot halverwege de 20e eeuw is aan de linie gebouwd. Op 18 april 2011 is de Grebbelinie aangewezen als rijksmonument. Deze monumentstatus betreft de Grebbeliniekade met keerkades en de daaraan gekoppelde gebouwde werken, zoals forten, schansen, kazematten en sluizen en dergelijke. De al bestaande rivierdijk langs de Eem valt daar niet onder. Naast deze (gebouwde) elementen is ook het gebied rondom de Grebbelinie van belang.
Het gaat dan om de relatief open inundatiezijde (voor het zien van de vijand) en de meer beschutte verdedigingszijde (waar men zich verschool). Deze gebieden bepalen voor een groot deel het zicht op en het zicht vanaf de Grebbelinie en zijn daarmee van groot belang voor de herkenbaarheid en de beleefbaarheid van deze linie. Deze gebieden zijn echter niet aangewezen als rijksmonument. Om ook deze waarden te borgen is een beeldkwaliteitsplan opgesteld, dat handvatten aanreikt en regels stelt ten aanzien van bebouwing en beplanting in deze gebieden. Waar aan de oostzijde de openheid en zichtlijnen leidend zijn, wordt in de besloten linie ingezet op meer groen. In de respectzone dienen erven/bebouwingen op afstand gehouden te worden. In de besloten linie is het gewenst dat de erven een rijke hoeveelheid erfbeplanting hebben, waardoor deze qua uitstraling aansluiten op de rijk beplantte liniedijk. Naast het versterken van het contrast tussen west en oost, zoekt de besloten linie naar meer samenhang tussen het zuiden en noorden van de Grebbelinie. De besloten linie draagt hieraan bij door de realisatie van veel erfbeplanting, waardoor de Grebbelinie sterker herkenbaar is als één doorgaande (groene) verdedigingslijn. De uitstraling van de linie is hier leidend en het landschapstype ondergeschikt. Binnen de besloten linie wordt dan ook geen onderscheid gemaakt naar landschapstypen.
Volgens het Beeldkwaliteitsplan Grebbelinie valt het plangebied aan de Parallelweg 3 in het deelgebied ‘kleinschalige Grebbelinie’, grenzend aan de ‘half-open linie’ (oostelijk).
NL.IMRO.0339.Parallelweg3-CO01
bestemmingsplan Parallelweg 3, Renswoude
|23
Figuur 10 Beeldkwaliteitsplan Grebbelinie, ligging van de deelgebieden (plangebied rood omcirkeld)
Omschrijving Kleinschalige linie: De kleinschalige linie bestaat uit de gebieden waar sprake is van een meer organisch, lommerrijk en kleinschalig landschapstype. Het betreft met name het kampenlandschap. De kleinschalige linie wordt gekenmerkt door een rijke hoeveelheid aanwezige landschappelijke beplanting, zoals houtwallen/singels, bomenrijen en boscomplexjes. Openheid rondom de linie is dan ook alleen aanwezig binnen dit landschappelijke raamwerk en heeft een kleine maat. Voor het zicht vanaf en naar de linie-elementen zijn zichtlijnen uiterst belangrijk. Het doel van de kleinschalige linie is dan ook de ontwikkeling van het erf in te passen in het landschap, met aandacht voor zichtlijnen vanaf en naar de linie-elementen. NL.IMRO.0339.Parallelweg3-CO01
bestemmingsplan Parallelweg 3, Renswoude
|24
Toetsing Het perceel aan de Parallelweg 3 is omgeven door bomenrijen, houtwal en heestersingel, passend binnen de omschrijving van de ‘kleinschalige linie’. Onderhavig planvoornemen voorziet in de sloop van 459 m² aan bestaande bedrijfsbebouwing en de bouw van een nieuwe loods van maximaal 728 m². Het plan wordt landschappelijk ingepast, waarbij de bedrijfsvergroting op maat en schaal van het landschap wordt afgestemd. De groenstructuur wordt daarbij niet aangetast en de openheid en zichtlijnen van het landschap blijven behouden. Conclusie Het planvoornemen past binnen het provinciaal beleid.
4.3
Regionaal beleid
Landschapsontwikkelingsplan Gelderse Vallei (LOP) Het LOP bevat het landschapsbeleid van de gemeenten Amerongen, Barneveld, Leersum, Leusden, Maarn, Renswoude, Scherpenzeel en Woudenberg. Het plan is ontwikkelingsgericht en bevat zowel stimulerende als kaderstellende regels. Het belangrijkste doel van het LOP is het stimuleren van initiatieven voor landschaps- en natuurontwikkeling in het buitengebied. Hierbij staat het behouden, versterken en verbeteren van de landschappelijke identiteit en haar groen/blauwe structuur voorop. Het LOP vormt het toetsingskader voor gemeenten bij ontwikkelingen in het landschap. Onderhavig plangebied aan de Parallelweg 3 te Renswoude ligt in het deelgebied De Vallei; het oude dekzandgebied tussen Veluwe en Heuvelrug dat zich kenmerkt door een afwisselend landschap met een uitgebreid bekenstelsel. Onder invloed van de landbouw zijn delen sterk aangepast en zijn karakteristieke kenmerken grotendeels verdwenen. Binnen de Vallei bevinden zich (diffuse) kampenlandschappen, (diffuse) slagenlandschappen en (diffuse) broek- en heideontginningen.
Omdat het huidige landschap te weinig houvast biedt om alle ontwikkelingen goed op te kunnen vangen, is het LOP gericht op het versterken van het landschappelijke raamwerk overeenkomstig de karakteristieken van het betreffende landschap door het aanvullen van beplantingen langs wegen, het versterken van bosgebieden en het verder ontwikkelen van het bekensysteem. De Vallei wordt gekarakteriseerd door een afwisseling van uiteenlopende landschapstypen, die oorspronkelijk zeer nauw samenhangen met de fysieke ondergrond. De percelen liggen in kampenlandschap. Door ruilverkaveling en geleidelijke verwijdering en aftakeling van kleine landschapselementen zijn grote delen van het oorspronkelijke kampenlandschap getransformeerd tot vrij open agrarische werklandschappen. Slechts enkele gebieden en elementen resteren van het oorspronkelijke landschap. Bij herontwikkeling zijn behoud, herstel en ontwikkeling van karakteristieke cultuurhistorische, landschappelijke en (kleinere) ecologische elementen uitgangspunt. Bij functieverandering en erfontwikkeling (waaronder de vrijkomende agrarische bebouwing), dient ontwikkeling plaats te vinden vanuit de randvoorwaarden over de gewenste landschappelijke structuur. Bij de uitwerking van de erfinrichting en kleine landschapselementen zijn per landschapstype streefbeelden gegeven voor landschappelijke beplantingen en erfbeplantingen.
Hiermee kan op erfniveau worden gewerkt aan de verbetering en versterking van de landschappelijke kwaliteiten. De randvoorwaarden voor nieuwe erfinrichtingen zijn uitgewerkt in Hoofdstuk 6 van het LOP. Doel van de erfinrichting is om bij te dragen aan de identiteit per landschapstype door structurerend en NL.IMRO.0339.Parallelweg3-CO01
bestemmingsplan Parallelweg 3, Renswoude
|25
geleidend groen binnen en buiten de erven ter versterking van de verscheidenheid in landschapstypen. Voor de bebouwing gelden de criteria in de Welstandsnota als richtinggevend. Het LOP bevat de volgende aanbevelingen: • Binnen het erf streven naar een rustig, samenhangend en karakteristiek beeld en voorkomen van verrommeling; • Verdeling in ‘voorkant’ met siertuin, hagen en parkbomen (soms moestuin en boomgaard) en 'achterkant' als onderdeel van het omringende landschap (bomen en struiken die ook in de omgeving groeien); • Aan de bebouwingszijden die sterk in het zicht liggen is begeleidende landschappelijke beplanting wenselijk; • Een terughoudende inrichting doet recht aan de ligging van het erf in het buitengebied, dus spaarzaam omgaan met diverse inrichtingselementen zoals hekken, verlichting en grote oppervlakten verharding en zoveel mogelijk kiezen voor natuurlijke materialen zoals grind, gebakken klinkers, hout e.d.; • Overvloedige verlichting op het erf vermijden, verlichting zo laag mogelijk bij de grond plaatsen; • Niet meer dan strikt noodzakelijk verharden; • Het erf niet onnodig afsluiten met hekken en afrasteringen; • Noodzakelijk afrasteringen uitvoeren in sobere kleuren en materialen of door beplanting laten wegvallen (kies voor een houten hek en gekloofde eigenpalen, of palen van kastanjeof robiniahout); • Paardenbakken niet opzichtig maken, voor bruin of
groen schriklint kiezen of houten hekken in een onopvallende kleur (grijs of bruin); • Hooibalen zo mogelijk op een onopvallende plek op het erf plaatsen en verpakken of afdekken met materiaal in een neutrale kleur, bijvoorbeeld zwart gaasdoek. Voor bebouwing met een andere functie dan agrarisch of wonen worden de volgende aanbevelingen gedaan: • Rond niet-agrarische bedrijven is een landelijke en streekeigen inrichting aan te raden (het bedrijf moet het landschap niet negatief beïnvloeden); Binnen de Vallei is het plangebied gelegen in het Kampenlandschap. Erven zijn in het kampenlandschap over het algemeen vrij ruim van opzet en onregelmatig. Erven kennen compacte clusters van bebouwing ingebed in het kleinschalige landschap met een onderscheiding van voor- en achterzijde. De afstand tussen bebouwing en de weg varieerde.
Met betrekking tot de toe te passen beplanting worden de volgende suggesties gedaan: • Gebruik houtwallen en houtsingels van bomen en struiken langs stallen en schuren: eik aangevuld met ruwe berk en lijsterbes, met struiken zoals meidoorn, hazelaar, veldesdoorn, hondsroos, vuilboom, Gelderse roos en hulst; • Gebruik langs een perceel eiken, op korte afstand van elkaar, soms twee rijen dik; • Gebruik langs de oprit: eiken, op korte afstand van elkaar; • De aanplant van een eikengaarde is mogelijk; • Gebruik een haag langs de weg in plaats van een sloot: meidoorn of veldesdoorn • Struiken: sering, boerenjasmijn, hulst of bessen.
NL.IMRO.0339.Parallelweg3-CO01
bestemmingsplan Parallelweg 3, Renswoude
|26
Toetsing Het onderhavige planvoornemen voorziet in de sloop van bestaande bedrijfsbebouwing en de bouw van een nieuwe loods van maximaal 728 m². Het plan wordt landschappelijk ingepast, waarbij de bedrijfsvergroting op maat en schaal van het landschap wordt afgestemd. Middels een inrichtingsplan wordt de ruimtelijke kwaliteit van het landschap verbeterd op basis van de historische structuren.
4.4
Gemeentelijk beleid
Omgevingsvisie Renswoude 2018-2030 De gemeenteraad van Renswoude heeft op 3 juli 2018 de “Omgevingsvisie Renswoude 2018-2030” vastgesteld. De omgevingsvisie, die in samenspraak met inwoners, organisaties en ondernemers is opgesteld, geeft antwoord op de vraag: ‘Hoe ziet Renswoude er in 2030 uit?’. De omgevingsvisie vertelt wat de gemeente graag wil, op basis waarvan beleid opgesteld zal worden. Het doel is het creëren van een strategische lange termijnvisie voor de hele fysieke leefomgeving van Renswoude. In de omgevingsvisie worden doelen en thema's benoemd welke van belang zijn voor de gemeente. In de omgevingsvisie van Renswoude worden de volgende doelen beschreven: • Saamhorigheid, sociale cohesie en veiligheid; • Ruimtelijke kwaliteit en gezondheid; • Energietransitie; • Bereikbaarheid. Aan de hand van de gestelde doelen heeft de gemeente een viertal thema's gekozen waarvan zij denken dat ze, samen met de inwoners en andere stakeholders, een gericht toekomstbeeld kunnen schetsen voor Renswoude in 2030. Het betreft de volgende thema's: • Wonen; • Werken; • Voorzieningen; • Buitengebied.
NL.IMRO.0339.Parallelweg3-CO01
bestemmingsplan Parallelweg 3, Renswoude
|27
Toetsing
Figuur 11 Uitsnede kaartbeeld Omgevingsvisie Renswoude (plangebied met rode driehoek aangegeven)