CConstaterende datRenswoude
Koppel je AI →
Document · PDF

C3. Rapportage Probleemanalyse NetwerkstudieN224

Raadscommissie 8 oktober 2024, gemeente RenswoudeBij agendapunt: Raadsinformatiebrief Verkeersonderzoek N22416.722 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Intensiteit N224: • 11 000/etm (nu) • 12 500/etm (+14% in Basis) • 13 100/etm (+19% in Plus) In het basisscenario wordt het hier drukker en daarmee ook onveiliger. Deze locatie voldoet vanwege de middengeleider wel aan de richtlijnen voor oversteekbaarheid.

4. EFFECTEN - VEILIGHEID

Veiligheid op fietspad; Renswoude hoogste categorie Voor de veiligheid van fietspaden zelf is een analyse uitgevoerd op basis van een risicoscore, afhankelijk van de breedte, het type en de intensiteit op het fietspad. Hieruit blijkt dat de kans op gevaarlijke situaties op de fietspaden langs de N224 iets groter dan gewenst is.

Uitzondering hierop is het fietspad langs de Dorpsstraat in Renswoude: deze krijgt het label E (zeer grote kans op gevaarlijke situaties) vanwege de zeer beperkte breedte. De kleurstelling in onderstaande kaart geeft het risico op gevaarlijke situaties per fietspad weer, waarin vanaf de oranje kleur het risico groot is.

Legenda

Label A Label B Label C Label D Label E Label F

44

4. EFFECTEN - VEILIGHEID

3.3 Conclusies - veiligheid + De N224 is een 80 km/uur en 50 km/uur weg met gebiedsontsluitende functie. Dit is een relatief risicovol wegtype. Het ongevalsrisico neemt in het basisscenario en plusscenario toe ten gevolge van de toename van het verkeer. Deze ontwikkeling verloopt ongeveer evenredig met de ruimtelijke ontwikkeling. Doordat deze toename zich voltrekt op 80 km/uur en 50 km/uur wegen zorgt iedere extra kilometer voor relatief veel ongevallen omdat deze wegtypen relatief onveilig zijn.

een gaatje, geen (goede) midden-eilanden, hoge intensiteiten en (mogelijkheid tot) hoge snelheid risicovol zijn. En bij dit type ongeval de kans op ernstige afloop groot is. Het verkeer neemt in het centrum van Renswoude toe met 3% in het basisscenario en 18% in het plusscenario. Dit leidt tot toename van de verkeersonveiligheid. De huidige situatie in al relatief onveilig. En de toevoeging van extra verkeer draagt daaraan bij. De ruimtelijke ontwikkeling is dus niet de oorzaak van de onveiligheid op de N224 in Renswoude maar zorgt wel voor toename van het probleem.

+ Op het gebied van gemotoriseerd verkeer zorgt de relatief grotere toename aan vrachtverkeer voor minder overzicht op de weg en een groter gevoel van onveiligheid, waarbij de groei in het plusscenario t.o.v. de huidige situatie anderhalf keer zo groot is als de groei in het basisscenario t.o.v. de huidige situatie.

+ Op de hele N224 leidt de toename van verkeer tot minder verkeersveiligheid. Door de groei van het verkeer worden de wachttijden bij de verkeerslichten en rotondes langer. Bij verkeerslichten worden lange wachttijden niet direct gezien als onveilig. Dat wil zeggen: lange wachttijden worden door weggebruikers over het algemeen geaccepteerd terwijl bij ongeregelde kruispunten en rotondes eerder risico’s genomen worden, omdat bij ongeregelde kruispunten onzeker is wanneer en of er een gat valt waarin ingevoegd/overgestoken kan worden. Bij geregelde kruispunten is die zekerheid er wel. Bij de kruisingen zijn in de toekomst twee aandachtspunten zichtbaar. Bij de verkeerslichten bij de Klomp neemt de wachttijd toe tot boven gebruikelijke grenswaarden, zowel in het basis- als het plusscenario. Fietsers en automobilisten zijn hier sneller geneigd door rood te rijden vanwege de wachttijd. Voor deze VRI zijn de verschillen tussen beide scenario’s klein. Op de rotonde N224/N226 leiden de lange wachttijden tot risicogedrag en onveilige situaties, ook in de toekomstige situatie waarin de rotonde is omgebouwd tot knierotonde met bypass. Wachttijden zijn in het plusscenario hoger dan in het basisscenario, waardoor de veiligheidsrisico’s daarin ook groter zijn.

+ Over het gehele tracé zijn inrichting en gebruik niet meer risicovol dan een gemiddelde 80 km/uur en 50 km/uur weg met gebiedsontsluitende functie. Huidige knelpunten op het gebied van verkeersveiligheid in Woudenberg vormen in de toekomstige situatie geen knelpunt meer, door het toevoegen van een middenberm bij de oversteken en daarmee verlagen van de gemiddelde oversteektijd voor fietsers. + Uitzondering hierop is de passage van Renswoude. De inrichting en het gebruik van de weg zijn in Renswoude bovengemiddeld risicovol. Er zijn veel uitritten, zebrapaden en overstekende fietsers, in combinatie met een snelheidslimiet van 50 km/uur en 80 km/uur en een weginrichting die ook hogere snelheden mogelijk maakt. Op de rotonde in Renswoude kunnen fietsers over het hoofd worden gezien, op de Dorpsstraat is veel vermenging van diverse verkeersstromen. Ook is de breedte van het fietspad te klein bij het toetsen aan recente CROW aanbevelingen. Door het ontbreken van de midden geleider en lange wachttijden voor fietsers is dit een veiligheidsknelpunt. Op de kruising Onderweg/N224 buiten Renswoude ligt de gereden snelheid hoog, waardoor bij een ongeval de kans op zware impact groot is. In zijn algemeenheid geldt dat bij al deze oversteken de combinatie van fietsers die langer moeten wachten op 45

5. Effecten –

Leefomgeving – Gezondheid – Ruimtelijke kwaliteit

Dit hoofdstuk beschrijft de effecten van het deel Leefomgeving – Gezondheid – Ruimtelijke kwaliteit.

5. EFFECTEN - LEEFOMGEVING – GEZONDHEID - RUIMTELIJKE KWALITEIT

Leefomgeving – Gezondheid – Ruimtelijke kwaliteit Leefomgeving - Gezondheid • • • •

Ruimtelijke kwaliteit Klimaatverandering Milieuvervuiling Barrièrewerking

• •

Schadelijke emissies Lichaamsbeweging

Impact op leefomgeving Leefomgeving verwijst naar een brede set aan vooral negatieve effecten van mobiliteit op natuur, klimaat, landschap en openbare ruimte. Verkeer en vervoer draagt onder meer bij aan geluidsoverlast en vermindering van biodiversiteit. Ook zijn er gevolgen voor de fauna wanneer wegen worden aangelegd die leefgebieden van dieren doorsnijden en een barrière vormen. Impact op gezondheid Gezondheid is direct gerelateerd aan mobiliteit, waarbij zowel positieve als negatieve gezondheidseffecten te onderscheiden zijn. Mobiliteit kan positieve gezondheidseffecten hebben in geval van actieve mobiliteit (lopen en fietsen) die gepaard gaat met lichaamsbeweging. Mobiliteit heeft daarentegen ook negatieve gezondheidseffecten, die vooral gerelateerd zijn aan lucht- en geluidsemissies. Gemotoriseerd verkeer gaat veelal gepaard met de uitstoot van vervoersgerelateerde luchtverontreinigende stoffen zoals stikstofoxiden (NOx) en fijnstof (PM10).

47

Leefomgeving, Ruimtelijke kwaliteit en Gezondheid

Oude Spoorlijn

Lunterse Beek

Valleikanaal

Utrechtse Heuvelrug

Overzichtskaart 48

5. EFFECTEN - LEEFOMGEVING – GEZONDHEID - RUIMTELIJKE KWALITEIT

Ontwikkeling langs de N224 50 jaar geleden Langs de verbindingsweg hebben de kernen zich verder ontwikkeld. Nu zien we nog steeds de centrumfuncties aan deze lijn. 25 jaar geleden Alle drie de kernen zijn flink gegroeid, waarbij ook aparte locaties voor bedrijvigheid zijn aangewezen. We zien dat de groei van de dorpen aan beiden zijden van de weg gelijk op loopt. Hierdoor wordt de weg zelf een barrière. Door de groei van de kernen en de toename van het verkeer (autonome + door de uitbreidingen) is gekozen voor het omleggen van het doorgaand verkeer buiten Woudenberg en Scherpenzeel om. Dit past goed in het tijdsbeeld, waar een hoog autobezit staat voor welvaart en de mobiliteit toeneemt, en tegelijkertijd ook de effecten op leefbaarheid (m.n. geluid en verkeersveiligheid) niet meer altijd inpasbaar zijn. Als eerste werd het verkeer ten zuiden van Woudenberg geleid via de nieuwe randweg, snel daarna is ook het verkeer in Scherpenzeel omgeleid via de noordkant. Nu Sinds de omlegging van de weg zijn alle drie de kernen flink gegroeid. Dit heeft in Woudenberg en Scherpenzeel voor een belangrijk deel op de lege plekken tussen de oude kern en de randweg plaatsgevonden. De weg vormt een natuurlijke grens voor de bebouwde kom. De bebouwing heeft zich met de achterkanten tegen de nieuwe weg georiënteerd. Wel is er nog flink wat ruimte tussen de weg en de rand van de bebouwing.

Dit vormt de huidige situatie, waar in de volgende paragraaf (3.3. Effecten – Vitaal en toekomstbestendig) verder op wordt ingegaan alvorens naar de toekomst te kijken in het basisscenario en het plusscenario.

Ondergronden: topotijdreis.nl (1970/2000/2021)

49

5. EFFECTEN - LEEFOMGEVING – GEZONDHEID - RUIMTELIJKE KWALITEIT

Analysekaarten gezondheid De concentraties voor fijnstof in het gebied vooral samen met landbouw. Er is geen directe invloed van de N224 te zien. Voor de geluidsbelasting is het N224 tracé duidelijk zichtbaar. De overlast van die geluidsbelasting wordt vooral bepaald door de bebouwing. De situatie in Renswoude met uitgebreide bebouwing dicht op de weg is daarom het meest problematisch. Ook aan de oostkant van Woudenberg zijn een aantal woningen dicht aan de rijbaan gesitueerd.

Ondergronden: atlasleefomgeving geluid wegverkeer

Ondergronden: atlasleefomgeving Fijnstof PM2,5 (2021)

50

Ondergronden: atlasleefomgeving Fijnstof PM10 (2021)

5. EFFECTEN - LEEFOMGEVING – GEZONDHEID - RUIMTELIJKE KWALITEIT

De N224 in de Gelderse Vallei Het gebied is gelegen in de Gelderse Vallei, waar de verschillende beken aan de voet van de Utrechtse Heuvelrug voor een gevarieerd kleinschalig landschap zorgen. Er wordt een gezonde en aantrekkelijke woonomgeving geboden, met aantrekkelijke woonkernen en de directe nabijheid van de grotere steden als Utrecht, Amersfoort en Ede. De centrale ligging tussen de snelwegen en tussen de Utrechtse Heuvelrug en de Veluwe maakt het een bijzonder aantrekkelijk gebied. Hiermee is de woningmarkt ook voor de stedelingen uit Utrecht en verder aantrekkelijk. Landschap en cultuurhistorie De militaire verdedigingslinie de Grebbelinie vormt een kenmerkende structuur, waarbij de liniedijk zichtbaar is, net als enkele forten en schansen. Scherpenzeel is gelegen in de inundatiezone. In de provinciale kwaliteitsgids *) zijn de kernkwaliteiten van elk type landschap benoemd. In studiegebied rondom de N224, in het landschap van de Gelderse Vallei gaat het vooral om: + Rijk gevarieerde kleinschaligheid + Stelsel van beken, griften en kanalen + Grebbelinie

Oude Spoorlijn

Lunterse Beek

De belangrijkste waterstructuren zijn de Lunterse beek, en het Valleikanaal waar de beken in de vallei op uitkomen. Deze watergangen kruisen op verschillende plekken met de N224.

Valleikanaal

Specifiek geldt voor de drie kernen dat ze ieder een kasteel (of Huize) hebben, met een oriëntatie op de beken. Utrechtse Heuvelrug

Het is van belang om met de netwerkstudie van de N224 ook deze landschappelijke en cultuurhistorische kwaliteiten in ogenschouw te nemen, naast de ambities ten aanzien van verstedelijking en mobiliteit. *) Kwaliteitsgids Utrechtse Landschappen - Katern Gelderse Vallei 2011/ 2022

51

5. EFFECTEN - LEEFOMGEVING – GEZONDHEID - RUIMTELIJKE KWALITEIT

Ruimtelijke karakteristiek van de weg De nieuwe N224 randwegen zijn van een geheel andere karakteristiek dan de oude wegen en de delen van de N224 tussen de kernen: + De randwegen zijn ingericht voor doorstroming van het autoverkeer. De randwegen liggen in het groen, waarbij de relatie met de omliggende(eenzijdige) bebouwing en de voorzieningen zich beperkt tot af toe een zichtlocatie. Hier zijn geen fiets- of voetpaden langs de weg, het profiel is alleen voor auto’s en kent een beperkt aantal kruisingen. De bebouwing aan de randweg keert zich veelal af van de weg, en wordt via de andere zijde (vanuit de kern) ontsloten. Ter plekke van de kruisingen komt de bebouwing dichterbij. + De oude lijnen tussen de kernen vormt een profiel waarin ook aan weerzijden een (eenrichtings-) fietspad is opgenomen. Hier maakt ook de voetganger gebruik van. De ruimte is beperkt, en niet altijd continue, wat met de vele inritten soms ten koste gaat van het overzicht en de ruimtelijke kwaliteit. + Vanaf het oude lint is het landschap zichtbaar en geeft de ligging in het

landschap met de erfontsluiting een prettig ruimtelijk beeld. Fietspaden zijn opgenomen in het profiel; fietsers, maar ook eventuele voetgangers maken hier gebruik van. Ten westen van Woudenberg, waar aan twee zijden een (eenrichting) fietspad ligt, zou het wenselijk zijn iets meer ruimte voor de fietsers te realiseren in het profiel. + De weg door Renswoude lijkt op deze karakteristiek, maar kent daarbij echt het karakter van een dorpskern, inclusief langs parkeerstroken. Waar ruimte is in het profiel is vaak ook een parkeervak toegevoegd. Dit geldt ook voor de passage van de bedrijvigheid rondom de oude spoorlijn tussen Woudenberg en Scherpenzeel. Hierna is met foto's (google streetview) een verdere duiding gegeven, van west naar oost. + De oude lijn is ook in Woudenberg en Scherpenzeel nog goed zichtbaar als hoofdader, waar de meeste voorzieningen zich op richten en de hoofdfietsstructuur is gelegen.

Ondergronden: openstreetmap.org 52

5. EFFECTEN - LEEFOMGEVING – GEZONDHEID - RUIMTELIJKE KWALITEIT

Woudenberg nu Komend vanaf Zeist uit het westen ligt de N224 prachtig in het bos van de Utrechtse Heuvelrug, met een profiel van één rijstrook per richting voor de auto en het fietspad voor twee richtingen aan de zuidkant. De overgang naar het kleinschalige halfopen landschap valt samen met de bebouwing aan de zuidzijde (bedrijven en recreatieve voorzieningen), dit is we het karakter van het ‘lint buitengebied’ met het oude profiel. Bij de nadering van de komgrens ontsluit een parallelweg de woningen aan de noordzijde. Bij de rotonde begint de kern van Woudenberg en komt veel bij elkaar, wat de kwaliteit en continuïteit van de Woudenbergse grift (met Griftdijk/liniedijk en Slappendel) niet ten goede komt. Na de rotonde gaan fietsers en bestemmings-verkeer rechtsdoor via de Voorstraat en wordt de N224 als randweg ingericht. Vanaf hier ligt de weg in het groen, gericht op doorstroming. De bebouwing ligt met de achterkanten naar de weg, vaak op enige afstand, waardoor een groen (blauwe) tussen ontstaat, met her en der een gebouw als zichtlocatie (o.a. bij de Europaweg). Op een enkel punt waar de woningen dichterbij de weg staan is een geluidsscherm geplaatst. De karakteristiek van randweg loopt door tot waar de oude en de nieuwe weg weer bij elkaar komen.

De fietsers takken hier in op de eenrichtingsfietspaden aan weerszijden van het profiel, de weg gaat door als oud lint in een gevarieerde zone met delen van de oude lintbebouwing en PDVbedrijventerrein (Perifere detailhandel op bedrijventerrein). Hier is het overzicht lastig, zijn veel bewegingen en de is ruimtelijke kwaliteit beperkter. Ruimtelijke aandachtpunten + Na de bosrijke omgeving doorkruist de weg de Gelderse Vallei, deze karakteristiek kleinschaligheid met beken komt nog maar beperkt tot uitdrukking voor de weggebruiker. + Woudenberg is niet goed herkenbaar voor de doorgaande weggebruiker als aantrekkelijke kern (men ziet vooral achterkanten). + Aan de oostkant met de (bedrijfs-)bebouwing aan het lint zou een continue en groen profiel rust en kwaliteit kunnen brengen voor weggebruiker en omgeving. + De kern van Woudenberg wordt ook in noord-zuidrichting doorsneden door de N266. Inpassingsproblemen zijn beperkt door het ruimte profiel, wel aandachtspunt voor leefbaarheid.

Straatbeelden: google streetview 53

5. EFFECTEN - LEEFOMGEVING – GEZONDHEID - RUIMTELIJKE KWALITEIT

Analysekaarten omgeving De militaire verdedigingslinie de Grebbelinie vormt een kenmerkende structuur, waarbij de liniedijk zichtbaar is, net als enkele forten en schansen. Scherpenzeel is gelegen in de inundatiezone.

Provincie Utrecht, militair erfgoed (utrecht.maps.arcgis.com)

Specifiek in het gedeelte rondom Renswoude vormt het programma Water en Bodem sturend een aandachtspunt, omdat deze gemeente is geleden in het inundatiegebied van de Grebbelinie.

Ook is de weg een ruimtelijke aantasting of barrière bij een aantal specifieke punten waar het gaat om het cultuurhistorisch /militair erfgoed en bij de passage van groen en water. Provincie Utrecht, kastelen/buitenplaatsen en rijksmonumenten (utrecht.maps.arcgis.com)

54

Ondergronden: kans op overstroming (atlasleefomgeving.nl)

5. EFFECTEN - LEEFOMGEVING – GEZONDHEID - RUIMTELIJKE KWALITEIT

Scherpenzeel nu De randweg van Scherpenzeel – De Dreef gaat in een ruime boog rondom de kern van Scherpenzeel. Vrijwel overal ligt de bebouwing op afstand. De beleving voor de weggebruiker is een randweg gelegen in gevarieerd groen, waarbij eenzijdig aan de zuidzijde bebouwing zichtbaar is. Vooral de grootschalige bedrijfsbebouwing van bedrijventerrein ‘t Zwarte Land en direct ten westen daarvan, bij de rotonde met de Industrielaan de bebouwing van de Reebaan. Hier ligt aan de noordkant een (wat hoger gelegen) parallelweg. Hierna ligt De Dreef in het meer open landschap met laanbeplanting. Weer komt bij de rotonde (Marktstraat) de bebouwing dichterbij de weg (zichtlocatie). De plek waar de voormalige doorgaande weg door de kern heen (Oosteinde) en De Dreef bij elkaar komen is slecht zichtbaar in het voorbijgaan, en wordt slechts gemarkeerd door de fietspaden die zich weer aansluiten in het profiel (aan de noordzijde via een onderdoorgang). Hier zien we op de Utrechtseweg weer het gecombineerde profiel van autoverkeer, bus en langzaam verkeer gecombineerd in het ‘lint buitengebied. De ruimte voor fietsers lijkt beperkt, met name aan de noordzijde. Voetgangers maken gebruik van het fietspad. Ruimtelijke aandachtpunten + De Randweg vormt een harde grens, die geen voorkant van Scherpenzeel vormt. Hiermee is de barrière feitelijk nog groter dan alleen de weg zelf.

De verbindingen met het prachtige landschap rondom verdienen extra aandacht. + De overgang van randweg naar het oude lint is ruimtelijk rommelig, , vooral aan de westzijde, hier liggen kansen voor verbetering.

55

Straatbeelden: google streetview

5. EFFECTEN - LEEFOMGEVING – GEZONDHEID - RUIMTELIJKE KWALITEIT

Renswoude nu Renswoude is een bijzondere kern, een kasteeldorp met hoge cultuurhistorische en landschappelijke waarden. Hier is het tracé van de weg dezelfde als 100 jaar geleden. Vanaf het westen komend doorkruist de weg – in het profiel samen met een fietspad aan weerszijden en in de bebouwde kom met het voetpad – Renswoude. Aan de westkant komt een aantal landschappelijk interessante structuren samen, maar dit is minder goed zichtbaar in een wat rommelige setting, , met wat gevarieerde bebouwing en functies. Hierna volgen een eenzijdige oriëntatie bij het bedrijventerrein (waar de zuidelijke bebouwing zicht met de achterkanten richt naar de N244. Daarna komen we in de kern van Renswoude, hier kent de weg veel toegangen en inritten en ook parkeerstroken direct aan de weg. Aan de oostzijde ligt het Kasteel, met de bijbehorende cottages aan de overzijde van de weg. De N244 doorsnijdt de relatie van grand canal (met zichtlijn naar het kasteel, naar voorbeeld van Versailles), en het kasteel. Hierna is de weg gelegen in het buitengebied, in het landschap van de Gelderse Vallei. Ruimtelijke aandachtpunten + De ligging en de vormgeving van de N224, doet geen recht aan de bijzondere kwaliteiten van Renswoude. Dit speelt in het bijzonder bij de doorsnijding van het ensemble van kasteel Renswoude met het ‘Gran canal’.

+ In de kern van Renswoude komt alles samen, hier kent de weg een dubbelfunctie van lokale ontsluitingsweg waar ook aan geparkeerd wordt en doorgaande weg. De ruimte is eigenlijk beperkt om dit allemaal op een overzichtelijke wijze af te wikkelen. Het verdient bijvoorbeeld aanbeveling te verkennen welke mogelijkheden de ruimte in het profiel biedt voor meer continuïteit en ruimtelijke kwaliteit en ook klimaatadaptatie, met in stand houding van beide verkeerskundige functies. Hierbij kan ook buiten het profiel naar oplossingen gekeken worden, voor verkeersfuncties, in het bijzonder voor het parkeren bij het gedeelte ‘door de kern’ en bij ‘bedrijvigheid’. + Hetzelfde geldt voor de barrièrewerking van de weg, de weg zelf is niet overal goed oversteekbaar, wat juist bij een ligging in de (voorzieningen)kern hoort.

Straatbeelden: google streetview 56

5. EFFECTEN - LEEFOMGEVING – GEZONDHEID - RUIMTELIJKE KWALITEIT

Barrierewerking van de N224 De weg zorgt voor verbinding, maar levert ook een barrières, dit gebeurt op verschillende manieren, zowel in de verschillende karakteristieken van het lint als in de karakteristiek van de randweg.

+ Fysieke barrière van de weg, de weg is niet oversteekbaar, alleen bij de invalswegen is een oversteek geregeld, ook voor langzaam verkeer. De barrière is hiermee ook voor actieve verkeersgebruikers te overbruggen, hoewel niet altijd aantrekkelijk (via een tunnel of een grote kruising of drukke rotonde). + Tussen deze kruisingen is een anonieme zone gelegen, waar de bebouwing zich afkeer van de weg (achterkanten in het groen). Hiermee wordt de barrière feitelijk vergroot. + Met de verlegging is de aantasting van groen vergroot, maar de leefbaarheid, en ook de gezondheid in de kernen verbeterd. Waar het krappe profiel op de oude lijn beperkte ruimte biedt voor parkeren, weg en ruimte voor fietsers en voetgangers, gaat dit in de kernen harmonieuzer samen, waar fietsers op de 30km/u rijbaan rijden (wel met eigen aandachtspunten op verkeersveiligheid).

Lintweg N224 + Fysieke barrière van de weg: de weg is door de verkeersdrukte een barrière in de oversteekbaarheid, dit gebeurt op gereguleerde plekken. Dit vormt ook een ruimtelijke barrière, vooral in de dorpskern van Renswoude. Het profiel aan de bebouwing is vaak wat rommelig, zeker waar ook geparkeerd wordt. + Ook is de weg een ruimtelijke aantasting of barrière bij een aantal specifieke punten waar het gaat om het cultuurhistorisch /militair erfgoed en bij de passage van groen en water. Randweg N224 Op de plekken waar de N244 om de dorpen heen is gelegd is een geheel andere karakteristiek ontstaan.

57

5. EFFECTEN - LEEFOMGEVING – GEZONDHEID - RUIMTELIJKE KWALITEIT

3.2 Conclusies - Leefomgeving – Gezondheid - Ruimtelijke kwaliteit Het effect van de N224 op de leefomgeving bestaat vooral uit geluidshinder en barrièrewerking. Als bron voor belasting van luchtkwaliteit is de N224 op kaartbeelden niet specifiek terug te vinden.

In het plusscenario zijn plannen opgenomen die de sprong over de randweg maken. Door de ‘achterkanten naar de weg’ van de bestaande wijken en barrière van de weg zal geen eenheid met de bestaande kern worden gemaakt. De uitleg over de randweg maakt van de N224 een nieuwe barrière en gaat ten koste gaat van de bijzondere landschappelijke kwaliteit. Een wijk ‘over de randweg’ ligt bovendien op grotere afstand en met een grotere barrière naar de voorzieningen kern dan ontwikkeling binnen de N224. Daarmee ontstaat ook eerder een externe auto-oriëntatie en dus kleinere bijdrage aan de vitaliteit.

Het effect van de geluidshinder is vooral aanwezig in Renswoude en in Woudenberg en Scherpenzeel op een paar specifieke punten waar de weg nabij de bebouwing ligt.

De N224 kent vanuit ruimtelijk perspectief twee verschijningsvormen: 1) Het lint (in buitengebied en door de kern van Renswoude dorp. 2) De randweg buitenom. De ruimtelijke kwaliteit van het lint in Renswoude is beperkt; niet lineair; ruimte is volgezet met verkeer - rijdend/parkerend). Deze vorm versterkt de barrière van het verkeer. Om het lint ruimtelijke kwaliteit te geven, vraagt dit een andere inrichting, met meer aandacht voor ruimtelijke kwaliteit, ruimte voor fietsers en voetgangers, oversteekbaarheid en continuïteit.

De tweede vorm functioneert op zich prima, maar de wijken zijn wel met de achterkant tegen de randweg aangebouwd waardoor hier een ‘achterkant-situatie’ is ontstaan met weinig binding tussen dorp en buitengebied. Het deel van de weg oostelijk van Woudenberg kent een gevarieerd en onrustig beeld van weg en aanliggende bebouwing met veel erfaansluitingen die niet passen bij het doorgaande karakter van de weg. De ruimte in het profiel is beperkt voor echte verbetering, ruimte zou gevonden bij herinrichting van de bedrijfskavels. De harde uitbreidingsplannen lijken de kwaliteiten van de ruimtelijke structuur en de omgeving niet te veel aan te tasten en kunnen met de juiste vormgeving (en ontsluiting!) juist een aanvulling vormen op de landschappelijke verankering van de kernen. Daarbij zullen de plannen ook bij kunnen dragen aan de vitaliteit van de kernen.

58

6. Effecten –

Vitaal en toekomstbestendig

Dit hoofdstuk beschrijft de effecten van het deel Vitaal en toekomstbestendig.

6. EFFECTEN - VITAAL EN TOEKOMSTBESTENDIG

Vitaal en toekomstbestendig Vitaal en toekomstbestendig Vitale dorpen; draagvlak voorzieningen; bieden geschikte woonplek eigen inwoners en jongeren; behoud van lokale economie

Bovenliggende ambitie is duurzame ruimtelijke ontwikkeling van de regio. Om dit te bereiken streeft de regio naar vitale dorpen, naar voldoende draagvlak voor voorzieningen; naar het kunnen bieden van een geschikte woonplek voor eigen inwoners en jongeren en het behoud van lokale economie.

Er is gefocust op een aantal aspecten: • Feitelijke woningbouwtoevoeging (beschrijvend) – Aantal toe te voegen woningen en duiding daarvan, zowel in aantal als in typologie (sluit de woonvoorraad kwalitatief aan op de bevolkingsontwikkeling). • Aandeel woningbouwtoevoeging ten opzichte van bestaand en ten opzichte van provinciale prognose (beschrijvend) – Cijfer en duiding over hoe de toevoeging zich verhoudt tot de bestaande voorraad en de provinciale prognose. • Effect woningbouwontwikkeling op aantal inwoners en bevolkingsopbouw en draagvlak voorzieningen (beschrijvend) – beschrijving van hoe de woningbouwontwikkeling impact heeft op inwoners, bevolkingsopbouw en draagvlak voor voorzieningen • Ruimtelijke plussen en minnen van locaties plusscenario anders dan op bereikbaarheid Merk op: Naar bovenstaande aspecten is verschillend te kijken: Is het bijvoorbeeld wenselijk alle inwoners/ economie binnen kern te voorzien of/wat zou ook regionaal kunnen/willen worden opgelost? In de effectbepaling van deze indicatoren gaat het daarbij om een objectieve beschrijving van welk effect/impact er ontstaat, zonder normering of weging.

60

6. EFFECTEN - VITAAL EN TOEKOMSTBESTENDIG

Bevolkingsprognose in relatie tot geplande woningbouw De grafiek ts geeft de historische huishoudensontwikkeling weer (CBS) en de geprognotiseerde huishoudensontwikkeling (Primos, primos.abfresearch.nl datum 1-3-2024). Deze Primos-prognose wordt jaarlijks gemaakt, onder andere voor het Ministerie van BZK. Het Primos model levert een prognose van het aantal inwoners, het aantal huishoudens, de woningvoorraad en de kwantitatieve woningbehoefte. Dit op landelijk, regionaal, lokaal en benedenlokaal schaalniveau. Tussen 2000 en 2023 zijn de drie kernen fors gegroeid. Woudenberg groeide van ca. 4.000 naar bijna 5.500 huishoudens, Scherpenzeel groeide van 3.200 naar 4.200 huishoudens en Renswoude van 1.400 naar 2.300. Ook in de prognose stijgt het aantal huishoudens: In 2040 naar 7.200 huishoudens in Woudenberg, 5.000 in Scherpenzeel en 3.100 in Renswoude. Dat vertaalt zich in een woningbouwbehoefte tussen 2023-2040 van 1.650 woningen in Woudenberg, 750 woningen in Scherpenzeel en 800 woningen in Renswoude (afgerond op 50 tallen).

Toevoeging gemeenten Er is uitgevraagd bij de drie gemeenten wat de eigen woningbouwplannen zijn. Daarbij is onderscheid gemaakt naar harde plannen (onherroepelijk bestemmingsplan, basisscenario) en de geambieerde plannen (plus). Voor deze laatste groep geldt vaak dat er een bandbreedte is gegeven, waarbij in de tabel hieronder uit is gegaan van de het gemiddelde van deze bandbreedte, om zo tot een indicatie te kunnen komen. Woningbouwplannen (huishoudens) per gemeente, tussen 2023-2040.

In basis

(toevoeging in plus)

Renswoude

250

600

850

Woudenberg Scherpenzeel

825 585

550 900

1375 1485

In plus

Historische en geprognotiseerde huishoudensontwikkeling 9000 8000 6000 5000 4000 3000 2000 1000 0 20 00 20 02 20 04 20 06 20 08 20 10 20 12 20 14 20 16 20 18 20 20 20 22 20 24 20 26 20 28 20 30 20 32 20 34 20 36 20 38 20 40 20 42 20 44 20 46 20 48 20 50

Huishoudens

7000

Renswoude

61 Scherpenzeel

Woudenberg

6. EFFECTEN - VITAAL EN TOEKOMSTBESTENDIG

Vergelijking prognoses en geambieerde woningbouw gemeenten In de tabel hieronder zijn de verschillende prognoses opgenomen, waarbij de procentuele groei te zien is voor zowel de verschillende prognoses als de aangeleverde plannen vanuit de gemeenten.

vertaalt zich door in prognoses: met de fysieke ruimte die ontstond in de gemeenten, met name in Woudenberg en Scherpenzeel tussen de kern en de weg zijn relatief flinke hoeveelheden woningen gebouwd.

Het volgende valt op: + De CBS/PBL prognose ligt iets lager dan Primos en daarop gebaseerde provinciale prognoses. + In provinciale prognoses zit 26%-30% groei. Dit is vergelijkbaar met Primos, alleen geeft Primos in Renswoude wat hoger (41%) en Scherpenzeel wat lager (19%). + Renswoude en Scherpenzeel zitten met hun plannen gemiddeld hoger dan de provinciale prognose en (meer dan) aan de bovengrens van het totale beeld dat ontstaat uit vergelijk van de prognoses.

Reflectie op de cijfers: + Bij het volgen van de prognoses moet er flink gebouwd worden, ongeveer 25%30% toevoeging tot 2040. Dit is ook de ambitie van de gemeenten. + Die prognose is fors want deze ligt nog wat boven het gemiddelde van de woningmarktregio’s Utrecht en Veluwe, terwijl over het algemeen de meeste groei in stedelijk gebied terecht komt. Bovendien behoren de betreffende woningmarktregio’s op nationale schaal tot de sterk groeiende regio’s. + De prognoses zijn deels een zelfversterkend systeem waarbij de bouwactiviteit van de afgelopen jaren doorwerkt in de prognoses. De prognose is dus niet alleen een resultaat van groei van het aantal huishoudens op basis van de ontwikkeling van de huidige bevolking maar ook een extrapolatie van groei door externe toestroom. Er is niet bekend wat de aandelen van beide factoren zijn, maar de totale groei uit de prognose ligt wel substantieel hoger dan de groei van het aantal huishoudens op basis van de ontwikkeling van de huidige bevolking.

De Primos en (daarop gebaseerde) provinciale prognoses gaan uit van een forse groei. Er komt bijna een derde huishoudens bij in 20 jaar tijd. De hoge groei is te verklaren door een aantal factoren: + Er is hoge groei en hoge woningmarktspanning in de regio. De bevolkingssamenstelling speelt daarbij een rol: factoren in prognosemodel zijn o.a. leeftijd (jong), bevolkingsopbouw (veel gezinnen met kinderen) en religie.

+Vergelijkingstabel Ook extrapolatiefactoren spelen rol: bouwprogramma van afgelopen jaren

Huishoudens (aantal) 2022

Woudenberg Renswoude Scherpenzeel Indicator Bron

5339 2191 4193

Aantal huishoudens

CBS

Toename in huishoudens t.o.v. 2022 2040 2040 34% 18% 41% 26% 19% 17% Procentuele stijging

2040

26% 30% 30%

Procentuele stijging Procentuele stijging

Primos 62

CBS/PBL (inschatting)

Provinciale prognose

Plannen vanuit gemeenten 2040 1375 850 1485 Aantal huishoudens

2040

26% 39% 35%

Procentuele stijging

Aangeleverd door gemeenten (let op: als indicatief gebruiken, er is gemiddelde van bandbreedte genomen)

6. EFFECTEN - VITAAL EN TOEKOMSTBESTENDIG

Beleidsvisie en omgevingsverordeningen Alle drie de gemeentes hebben plannen voor verdere uit- en inbreiding voor woningbouw en bedrijvigheid. Hoewel beide provinciale verordeningen ruimte bieden en aangeven een grote opgave te hebben, sluiten niet alle plannen aan het provinciaal beleid. Hiervoor zijn vooral de provinciale omgevingsvisie en vertaling daarvan in de omgevingsverordeningen leidend. Ook de coalitieakkoorden 2023-2027 van belang omdat die mogelijk nog deels in omgevingsvisie en verordeningen verwerkt moeten worden.

Met het coalitieakkoord ‘Aan de slag voor Utrecht’ wordt iets meer ruimte geboden: relevante punten hieruit voor de woningbouwopgave zijn: + We werken samen met gemeenten aan duurzame, betaalbare en passende woningen voor al onze inwoners. We realiseren de Woondeals. Dat betekent dat 83.500 woningen gerealiseerd worden in negen jaar. Hiermee lossen we het tekort aan woningen op. We houden vast aan de ambitie van 10.000 woningen per jaar. + We benutten binnenstedelijke locaties en staan waar nodig en mogelijk extra uitleglocaties toe. We volgen hierbij de basisprincipes voor verstedelijking uit de provinciale Omgevingsvisie. + We bekijken of onze regels nog passen bij de doelstelling. We blijven toetsen of de Omgevingsverordening goed aansluit bij de ruimte die de Omgevingsvisie beoogt. We kijken zelf en samen met gemeenten naar waar meer flexibiliteit mogelijk is. + We behouden de bestaande regeling om eenmalig 50 extra woningen te bouwen per kern ten behoeve van het behouden van vitaliteit en ondersteunen hierbij, als dat nodig is. + We hebben oog voor de vitaliteit en het benodigde voorzieningenniveau van de kleinere kernen. Daarvoor maken we een Actieprogramma Vitale Kernen waarmee we onder andere Dorpendeals mogelijk maken. Zo stimuleren we plannen die de sociale verbinding van wijk of dorp versterken.

Utrecht In Utrecht geldt dat de opgaven voor wonen en werken zoveel zo veel mogelijk binnenstedelijk/binnendorps nabij knooppunten en in het overig stedelijk gebied gerealiseerd moet worden (Omgevingsvisie Utrecht). Er is onder voorwaarden ruimte voor kleinschalige uitbreiding van overige kernen en eenmalig per kern ruimte om 50 woningen toe te voegen. Een eventuele uitbreiding van Woudenberg en Renswoude zou dit in principe binnendorps of onder het principe ‘kleinschalige uitbreiding onder voorwaarden’ plaats moeten vinden.

Uitsnede Omgevingsvisie Utrecht

63

Contouren binnendorpse ontwikkeling en de linie (legendadelen omgevingsvisie)

6. EFFECTEN - VITAAL EN TOEKOMSTBESTENDIG

Beleidsvisies en verordening Gelderland Gelderland In de omgevingsverordening (de vertaling van de omgevingsvisie Gaaf Gelderland) is het uitgangspunt voor ontwikkeling dat alle ruimtelijke ontwikkelingen bijdragen aan de versterking van de kernkwaliteiten van de Gelderse streken. Specifiek voor de Gelderse Vallei betekent dit: + Ruimtelijke ontwikkelingen houden rekening met en dragen zo mogelijk bij aan de kernkwaliteiten van de Gelderse Vallei. Zoveel mogelijk de landschappelijke gradiënt respecteren, zichtbaar en beleefbaar maken. De regionale waterhuishouding als basis voor ruimtelijke ontwikkeling. Versterken van de Grebbedijk met ontwikkeling van ruimtelijke kwaliteit en de dijk als scenic route. + De Grebbelinie behouden en herstellen, recreatief toegankelijk maken en benutten van voormalige inundatievelden voor klimaatadaptatie en natuur. + Intensief inzetten op het verder aanleggen van ecologische verbindingszones (o.a. tussen Utrechtse Heuvelrug en Veluwe). Beschermen van Natura 2000 waarden. Waar mogelijk combineren met klimaatadaptatie en recreatieve toegankelijkheid.

In het coalitieakkoord Gelderland Gewoon doen is het volgende benoemd ten aanzien van verstedelijking (in de Gelderse Vallei )” + De komende jaren zijn fors meer woningen nodig. Zo snel mogelijk. Daarom leggen we de nadruk op het uitvoeren van bestaande plannen. De afgelopen jaren is al veel voorbereid in alle regio’s. Dus de komende jaren kan de schop de grond in. De nieuwe woningen moeten passen bij de toekomstige behoeften van starters en doorstromers, van jongeren en ouderen. We willen dat mensen die in hun stad of dorp willen blijven wonen dat ook kunnen. In elk dorp een straat, in elke stad een wijk. + Er zijn afspraken om ruim 100.000 woningen te bouwen tot 2030. De haalbaarheid daarvan is een grote uitdaging. + We leggen de komende jaren naast nieuwe woningen in de steden meer nadruk op bouwen bij kleine kernen. Voor de leefbaarheid is het heel belangrijk dat iedereen een plek heeft. In elke kern in Gelderland voldoende plek om te wonen. Bouwen naar behoefte, dat is onze ambitie. + In de Gelderse Vallei is de woningbehoefte groot. Gezien de aantallen woningen die bijgebouwd worden, leidt dat tot een schaalsprong. Vooral de voorzieningen hebben extra aandacht nodig.

64

6. EFFECTEN - VITAAL EN TOEKOMSTBESTENDIG

Blauw beleid Water bodem sturend Specifiek in het gedeelte rondom Renswoude vormt het programma Water en Bodem sturend een aandachtspunt, omdat deze gemeente is geleden in het inundatiegebied van de Grebbelinie. Blauwe Omgevingsvisie Waterschap In de blauwe omgevingsvisie (BOVI) van het waterschap Waterschap Vallei en Veluwe zijn onder meer de volgende opgaven benoemd voor het gebied: + Valleikanaal als ‘klimaatkanaal’: centrale waterbuffer en levering in droge tijden. in samenhang met de Grebbelinie, Binnenveld-west en de landgoederen op de flanken van de Heuvelrug. + KRW-maatregelen Barneveldse Beek en Lunterse Beek en Esvelderbeek uitvoeren. + Water bergen, recreatie en natuur in robuust beekdallandschap in landbouwgebied. Sterk accent op enkele beken o.a. Barneveldse Beek. + Afval water lokaal zuiveren bij kleine kernen en water benutten als extra bron in de bovenloop van de beken. Doorsturen ‘vaste stof’ naar grote rioolwaterzuiveringsinstallaties (rwzi’s). + Daarbij is in Woudenberg ten zuiden van de N224 een waterwingebied gelegen.

Kaartbeeld BOVI, Aspecten van het gebied Gelderse Vallei en Eemland

65

6. EFFECTEN - VITAAL EN TOEKOMSTBESTENDIG

Verstedelijkingsstrategieën Het gebied ligt in het invloedsgebied van twee verstedelijksregio’s, welke zijn vertaald naar de strategieën: + Ontwikkelbeeld en strategie 2030-2040 Regio Amersfoort Centraal + Verstedelijkingsstrategie Foodvalley Arnhem Nijmegen

Verstedelijkingsstrategie Foodvalley Arnhem Nijmegen + In deze strategie wordt ingezet op de (door)ontwikkeling van de groene metropool. De kernen van Renswoude en Scherpenzeel maken deel uit van het deelgebied Foodvalley Noord. In deze regio is de verstedelijking minder aangezet. Specifiek voor Renswoude en Scherpenzeel vloeit geen extra opgave voort uit de verstedelijkingsstrategie. + In één van kaartbeelden wordt gesproken over eventuele toevoeging van woningen op lokaal/ regionaal niveau (indicatie binnendorps).

Verstedelijkingsstrategie Regio Amersfoort Centraal In Regio Amersfoort Centraal is specifiek voor Woudenberg het volgende benoemd: + De directe en indirecte invloed van de voorgenomen regionale ontwikkeling bij knooppunten is op dit moment voor Woudenberg beperkt. Woudenberg volgt de ambitie voor vitaliteit. Dit maakt dat de verstedelijking in deze gemeente primair moet worden afgestemd op wat nodig en mogelijk is voor de lokale vitaliteit. Dit vergt maatwerk. + Gemeente en provincie gaan hierover in 2022 met elkaar in gesprek. Wonen en werken moet mogelijk zijn en blijven in en in de nabijheid van de kern. Door de ligging heeft Woudenberg ook samenhang met andere regio’s.

Kaartbeeld Amersfoort Centraal!

Kaartbeeld verstedelijkingsstrategie Foodvalley Arnhem Nijmegen: deelgebied Foodvalley Noord 66

Context: Ontwikkeling regio Bevolkingspiramide De bevolkingspiramide laat de bevolkingsopbouw van de drie gemeenten zien per jaar. Voor elke leeftijd staat links het aantal mannen en rechts het aantal vrouwen. Waar gemiddeld in Nederland de pyramide de vorm van een ‘urn’ aanneemt (relatief grote middengroep, minder ouderen en jongeren), laat de pyramide in deze drie gemeenten een relatief grote groep jongeren zien. Groei/krimp richting 2040 In zowel het WLO scenario’Hoog als Laag (Welvaart en Leefomgeving, de scenariostudie voor Nederland in 2040 door PBL en CPB) laat de regio een groei in huishoudens zien richting 2040. Demografie en banen De drie gemeenten verschillen in het aantal banen dat ze huisvesten. Vooral in Woudenberg geldt dat het aantal banen relatief laag is ten opzichte van het aantal werkenden in de gemeente: veel inwoners werken buiten de gemeente. Mogelijke oorzaken liggen in de historische economische ontwikkeling en de ruimtelijke keuzes uit het verleden om wel of geen bedrijfsvestiging te faciliteren.

67

6. EFFECTEN - VITAAL EN TOEKOMSTBESTENDIG

Basisscenario: Kwalitatieve opgave en locatie woningbouw- en arbeidsplaatstoevoeging Alle drie de gemeentes hebben plannen voor verdere uit- en inbreiding voor woningbouw en bedrijvigheid. Dit gaat in eerste instantie om de plannen binnen de randwegen in Scherpenzeel en Woudenberg.

De ruimte tussen de kernen kan gekoesterd worden met de voorziene uitbreiding. Wel vraagt de beoogde uitbreiding in Renswoude goede afstemming om de aantasting van het mooiste deel van het Lunterens kanaal acceptabel te houden, terwijl dit deel al onder druk staat van de aanwezige bedrijfsbebouwing.

Met de structuur van het gebied waar de N224 zich om en door de kernen slingert en de Lunterse Beek hetzelfde doet (maar dan aan de andere zijde van de kern), zien we een landschappelijk kant en een meer functionele kant ontstaan. Aan de landschappelijke kant is ruimte voor beperkte toevoeging van gebouwd programma, indien een passende opening naar het landschap wordt geboden. Zo blijft een compacte vitale kern –letterlijk- binnen bereik, terwijl men omringt is door groene kwaliteiten. In de de Utrechtse plaatsen ligt de landschappelijk kwaliteit aan de noordkant, in Scherpenzeel juist aan de zuidkant. Aandacht zou hier uit moeten gaan naar een goede landschappelijk versterking en aanhechting van de kern met het landschap (voorkant maken).

Interessante constatering voor de toekomst is dat, hoewel de ov bereikbaarheid niet kan concurreren met de auto, de fiets een belangrijker rol kan spelen voor bestaande en nieuwe bewoners. De samenloop van fiets en auto op de N224 is daarbij belangrijk punt van aandacht. Huishoudens – Gemeenten

825

2018-2023 324

250

850

Woudenberg

518

825

1375

Scherpenzeel

401

585

1485

250

Ontwikkelingen Basisscenario

In plus

Renswoude

585

68

In basis

6. EFFECTEN - VITAAL EN TOEKOMSTBESTENDIG

Plusscenario: Kwalitatieve opgave en locatie woningbouw- en arbeidsplaatstoevoeging Bij grotere ambities, zoals geschetst in het plusscenario, wordt uitgeweken naar grootschaligere uitbreidingslocaties. Wat hierbij opvalt is dat zowel Scherpenzeel als Woudenberg op de langere termijn de sprong over de weg willen maken met hun uitbreidingsplannen. Dit vraagt de nodig aandacht en roept de vraag op of dit ruimtelijk de beste oplossing biedt: + Hoe verder er van de bestaande kern af wordt gebouwd, hoe groter de afstand wordt richting bestaande voorzieningen, die veelal geclusterd zijn in het dorpshart. Hier geldt dat waar voorheen de ontwikkeling de bereikbaarheid van de weg volgde, we zien in paragraaf 3.2 dat de functie van de randweg een andere is dan die van het oude lint. De uitbreiding die volgde na de omlegging van de weg keerde zich af van de randweg, waar meer een achterkantsituatie ontstond. Wanneer nu de sprong over de weg wordt gemaakt, is de kans klein dat deze een goede bijdrage levert aan de kernen. De nieuwe bewoners kennen een flinke barrière van de weg naar de kern. De kans is groot dat deze bewoners makkelijker de auto pakken, en dan net zo snel naar Amersfoort, Ede

of Veenendaal rijden, om gebruik te maken van daar aanwezige voorzieningen. + Grootschalige uitbreiding met lagere dichtheden draagt bij aan spreiding van het bebouwde gebied. Dit heeft in potentie negatieve gevolgen voor onder meer de mobiliteit (zo worden fietsafstanden richting de dorpsharten groter, de auto een aantrekkelijker alternatief); de landschappelijke kwaliteit (meer ruimte voor bebouwing in plaats van groen) en betaalbaarheid (meer infrastructuur nodig). Ook ontstaan er minder mogelijkheden voor meekoppelkansen in het bestaande bebouwde gebied (zoals aanpak kwetsbare wijken, energieopgaven, klimaatadaptatie). Tegelijkertijd is het verstandig om de ruimte tussen de kernen open te houden, zodat drie afzonderlijke kernen herkenbaar blijven, met groen rondom. Dit vraagt om een goede verantwoording, hoeveel programma is er nodig of wenselijk, en waar of op welke manier. Zijn er geschikte uitbreidingslocaties tussen de kern en de weg of aan de landschappelijke zijde, of kan er nog verdichting plaatsvinden.

1375

1485 850

69 Ontwikkelingen Plusscenario

6. EFFECTEN - VITAAL EN TOEKOMSTBESTENDIG

3.3 Conclusies – Vitaal en toekomstbestendig De gemeenten Woudenberg, Scherpenzeel en Renswoude zetten in op woningbouw die inwonersgroei met 25% tot 35% mogelijk maakt. De drie gemeentes willen met hun woningbouw een huishoudensgroei van 25% tot 35% tot 2040 mogelijk maken. Dit ligt redelijk in lijn met de verschillende prognoses van provincies, Primos en CBS. Tegelijkertijd is de groei in de prognose dus fors. Dit hangt deels samen met de huidige bevolkingssamenstelling, deels met de ligging in de regio (volop groei en een groot woningbouwtekort), en daarnaast is sprake van een zelfversterkend systeem waarbij de bouwactiviteit van de afgelopen jaren doorwerkt in de prognoses. In de verstedelijkingsstrategieën voor Foodvalley en regio Amersfoort zijn geen kwantitatieve keuzes op locatieniveau gemaakt voor de drie gemeenten. De principekeuze is wel om de grootste toevoegingen te realiseren rond OV-knopen met hoge stedelijke nabijheid. Een groei van 25% tot 35% op locaties die niet liggen rond een OV-knoop past niet bij dat principe. Toevoeging van woningbouw realiseren buiten de randweg zorgt voor een aantal ongewenste effecten. In kwalitatieve zin kleven er een paar belangrijke bezwaren aan de voorgestelde locaties en specifiek het bouwen over de randweg.

Het ligt verder af van voorzieningen, er wordt nieuwe barrièrewerking geïntroduceerd en de koppeling aan de bestaande kern is zwak.

70

7. Conclusie

Dit hoofdstuk vat de conclusies uit de eerdere hoofdstukken samen.

7. CONCLUSIE

Conclusies probleemanalyse N224 In deze studie is de situatie op de N224 beoordeeld op bereikbaarheid, leefomgeving, veiligheid en gezondheid. Onderzocht is de huidige situatie, de toekomstige situatie (zichtjaar 2040) met harde plannen en de toekomstige situatie met zachte plannen/ambities van de gemeenten. Bereikbaarheid Binnen het criterium bereikbaarheid per auto is de vertraging door congestie op de N224 een belangrijke factor. Op de N224 is er substantiële vertraging in de spits. Deze vertraging blijft met uitzondering van de zwaarste spitsen wel onder de 5 minuten op het totale traject. De vertraging is lager is een gebruikelijk criterium om van een doorstromingsknelpunt te spreken (criterium: spitsreistijd maximaal anderhalf maal reistijd dalperiode).

De doorstroming in toekomstige situatie verbetert door aanpassingen aan de rotonde bij Woudenberg en 60 km/uur tussen Zeist en Woudenberg, maar verslechtert door verkeersgroei gekoppeld aan de woningbouw. Met alleen de harde plannen heffen deze factoren elkaar vrijwel op, en is de toekomstige situatie vergelijkbaar met de huidige. Met harde en zachte plannen/ambities neemt de vertraging ten opzichte van huidige situatie merkbaar toe. De vertraging ligt dan nog steeds onder, maar wel in de buurt van gebruikelijke criteria om problematisch te zijn (criterium: spitsreistijd maximaal anderhalf maal reistijd dalperiode). Naast reistijd wordt bereikbaarheid ook bepaalt door de nabijheid van arbeidsplaatsen en andere bestemmingen. De nabijheid in de drie kernen neemt in de toekomstscenario’s toe door de toename van inwoners en arbeidsplaatsen. Dit nabijheidseffect is het grootste bij de fiets, en hierdoor neemt het aandeel fietsgebruik enkele procenten toe. Leefomgeving, veiligheid en gezondheid Voor leefomgeving, veiligheid en gezondheid is er een duidelijk verschil tussen Renswoude en de rest van het traject. In Renswoude zorgt de N224 voor geluidshinder, barrièrewerking, zeer matige ruimtelijke kwaliteit en is de inrichting van oversteekpunten in combinatie met het karakter van de N224 op punten niet verkeersveilig.

Overige aandachtspunten voor verkeersveiligheid zijn: • Oversteken en uitritten bij gemengde bebouwing ten oosten van Woudenberg

•

De rotonde N224/N226 en verkeerslichten bij de Klomp. Door congestie zijn hier in de toekomst bovengemiddeld veel ongevallen te verwachten. Omdat dit auto’s onderling betreft met doorgaand beperkte snelheid vanwege de kruising en congestie, is dit aandachtspunt wel van een andere orde dan de oversteken voor langzaam verkeer.

Ambities wonen en werken in relatie tot de N224 Op basis van dit onderzoek kan niet geconcludeerd worden of de ruimtelijke ambities voor wonen en werken uit het plusscenario wel of niet realiseerbaar zijn. Er zijn een aantal negatieve gevolgen geconstateerd, maar het realiseren van de ambities is tegelijkertijd niet onmogelijk op basis van de situatie op de N224 en het netwerk. Er is dus sprake van een belangenafweging waarin ook belangen buiten de scope van dit onderzoek een rol zullen spelen. De mee te wegen aspecten vanuit dit onderzoek zijn:

Realiseren van de ruimtelijke ambities voor wonen en werken leidt tot een toename van de geconstateerde probleempunten van de N224. • De spitsreistijd neemt toe, maar blijft net binnen het gebruikelijk criterium van anderhalf keer de reistijd in het dal. • De verkeerstoename vergroot de bestaande problemen van barrièrewerking en verkeersonveiligheid. Deze nemen gradueel toe met de omvang van het programma maar veranderen niet wezenlijk van karakter. Realisatie van de zoeklocaties ‘over’ de randweg leidt wel tot nieuwe problematiek. Deze locaties liggen verder af van voorzieningen, er wordt nieuwe barrièrewerking geïntroduceerd en de koppeling aan de bestaande kern is zwak. Realisatie van de woningbouwambities van de gemeenten betekent dat er tot 2040 25% - 35% van de bestaande voorraad toegevoegd wordt, merendeels in uitleglocaties. Dat ligt in lijn met de bevolkingsprognoses maar gaat verder dan de principekeuzes uit de provinciale omgevingsvisies en de verstedelijkingsstrategieën voor Foodvalley en regio Amersfoort. In deze visies wordt de keuze gemaakt om het grootste deel van de woningopgave rond OVknopen te realiseren en in dorpse kernen beperkt programma toe te voegen voor 72 ‘vitale kernen’.

Bronnen Provincie Utrecht + Kwaliteitsgids Utrechtse Landschappen – Gebiedskatern Gelderse Vallei. Provincie Utrecht, september 2023 + Omgevingsvisie Utrecht Nabij Provincie Utrecht, april 2021 + Omgevingsverordening provincie Utrecht + Aan de slag voor Utrecht Voor een duurzame, gezonde, groene en ondernemende provincie - Coalitieakkoord 2023-2027 Provincie Gelderland + Omgevingsvisie Gaaf Gelderland + Omgevingsverordening provincie Gelderland + Toepassing regels landschap omgevingsverordening Provincie Gelderland Een nadere toelichting als handreiking naar de uitvoeringspraktijk + Gelderland gewoon doen - Coalitieakkoord 2023-2027 Verstedelijkingsstrategieën + Regio Amersfoort Centraal! Ontwikkelbeeld en strategie 2030-2040, september 2021 + Verstedelijkingsstrategie Arnhem - Nijmegen - Regio Foodvalley,

Sites overig + + + + + + +

https://waterlinies.jouwweb.nl/1700-1799/1745-1951-grebbelinie https://utrecht.maps.arcgis.com https://www.atlasnatuurlijkkapitaal.nl/kaarten https://www.atlasleefomgeving.nl/kaarten https://www.omgevingsloket.nl https://www.hdsr.nl/@164927/geschiktheidskaart-nieuwe-woon/ https://bovi2050.nl/gebied/gelderse-vallei-en-eemland/

73

Netwerkstudie N224 – Probleemanalyse. Definitieve versie - 29-05-2024

Adres Stationsplein 45 – D2.150 3013 AK Rotterdam info@studiobereikbaar.nl

74

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14615593/1