CConstaterende datRenswoude
Koppel je AI →
Document · PDF

BKK-13 gemeenten ODRU-eindrapport

Gemeenteraad 27 september 2022, gemeente RenswoudeBij agendapunt: Raadsvoorstel tot vaststelling van de Nota Bodembeheer werkgebied Omgevingsdienst regio Utrecht (ODRU)36.933 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

In de beleidsmatige samenvoeging van zones zijn deze stukken ingedeeld in de beleidszones bebouwing 1/1 respectievelijk bebouwing 2/1.

Regionale BKK werkgebied ODRU

27/54

Eindrapport, 18 oktober 2021

beleidszone bebouwing

beleidszone buitengebied

Bodemkwaliteitsklasse Bodemkwaliteitsklasse Bovengrond (0-0,5 m-mv) Ondergrond (0,5-2,0 m-mv)

8-1 Bebouwing 1/1 Noordwest bebouwing 1/1 Achtergrondwaarde Achtergrondwaarde 8-2 Bebouwing 1/1 kleigrond Zuidoost bebouwing 1/1 Achtergrondwaarde Achtergrondwaarde 8-3 Bebouwing 1/1 zandgrond Zuidoost bebouwing 1/1 Achtergrondwaarde Achtergrondwaarde 8-4 Bebouwing 2/1 Noordwest bebouwing 2/1 Wonen Achtergrondwaarde 8-5 Bebouwing 2/1 kleigrond Zuidoost bebouwing 2/1 Wonen Achtergrondwaarde 8-6 Bebouwing 2/1 zandgrond Zuidoost bebouwing 2/1 Wonen Achtergrondwaarde 8-7 Bebouwing 2/2 bebouwing 2/2 Wonen Wonen 8-8 Bebouwing 3/1 overgang Noorderpark bebouwing 3/1 Industrie Achtergrondwaarde 8-9 Bebouwing 3/1 zandgrond Zuidoost bebouwing 3/1 Industrie Achtergrondwaarde 8-10 Bebouwing 3/2 Noordwest bebouwing 3/2 Industrie Wonen 8-11 Bebouwing 3/2 kleigrond Zuidoost bebouwing 3/2 Industrie Wonen 8-12 Bebouwing 3/2 Noorderpark bebouwing 3/2 Industrie Wonen 8-13 Bebouwing 3/2 Veenendaal bebouwing 3/2 Industrie Wonen 8-14 Bebouwing 3/3 bebouwing 3/3 Industrie Industrie 8-15 Droogmakerijen De Ronde Venen bebouwing 2/1 buitengebied 2/1 Wonen Achtergrondwaarde 8-16 Toemaakdek De Venen I bebouwing bebouwing 3/3 Industrie Industrie 8-17 Toemaakdek De Venen I overig bebouwing 3/2 buitengebied 3/2 Industrie Wonen 8-18 Toemaakdek De Venen II bebouwing 2/1 * buitengebied 2/1 Wonen Achtergrondwaarde 8-19 Kievitsbuurt bebouwing 2/1 buitengebied 2/1 Wonen Achtergrondwaarde 8-20 Noorderpark bebouwing

2/1 * buitengebied 2/1 Wonen Achtergrondwaarde 8-21 Voorveldse Polder buitengebied 3/1 Industrie Achtergrondwaarde 8-22 Buitengebied overig Noordwest bebouwing 1/1 * buitengebied 1/1 Achtergrondwaarde Achtergrondwaarde 8-23 Buitengebied kleigrond Zuidoost bebouwing 1/1 * buitengebied 1/1 Achtergrondwaarde Achtergrondwaarde 8-24 Buitengebied veengrond Veenendaal bebouwing 1/1 buitengebied 1/1 Achtergrondwaarde Achtergrondwaarde 8-25 Buitengebied zandgrond Zuidoost bebouwing 1/1 * buitengebied 1/1 Achtergrondwaarde Achtergrondwaarde * Deze zones bevatten kleine stukken buitengebied (weiland, bos) die in de bodemfunctiekaart zijn ingedeeld in bodemfunctieklasse wonen of industrie. Deze stukjes zijn opgenomen in de beleidsmatig samengevoegde zones bebouwing 1/1 respectievelijk bebouwing 2/1.

bijlagenr zonenaam

MARMOS Bodemmanagement

Zones in de bodemkwaliteitskaart:

Regionale BKK werkgebied ODRU

28/54

Eindrapport, 18 oktober 2021

MARMOS Bodemmanagement

5.2

Toelichting op de verschillende zones

5.2.1

Bebouwd gebied Noordwest Utrecht

Zones uit de bodemkwaliteitskaart uit 2014 als startpunt In de voorgaande regionale bodemkwaliteitskaart van Noordwest Utrecht uit 2014 (lit. 6) zijn de gegevens van een groot aantal deelgebieden met bebouwd gebied uit verschillende bouwperiodes. Vervolgens zijn deze op basis van de kwaliteit van de bovengrond samengevoegd tot 3 zones: Zone A: naoorlogse bebouwing I (Achtergrondwaarde); Zone B: Naoorlogse bebouwing II (klasse Wonen); Zone C: Oude bebouwing inclusief lintbebouwing veengebied (klasse Industrie) Voor een deel van de gemeente De Ronde Venen is geen onderscheid gemaakt tussen bebouwd gebied en buitengebied, namelijk in het toemaakgebied en in de droogmakerijen bij Mijdrecht. De deelgebieden met bebouwing zijn voor dat deel van De Ronde Venen niet meegenomen in voornoemde zones (zie verder paragraaf 5.2.4). Bijlage 6 bevat een kaart met een groot aantal deelgebieden, ingedeeld op basis van de ouderdom van de bebouwing. Voor elk deelgebied zijn de beschikbare gegevens eerst afzonderlijk geïnterpreteerd. Enerzijds zijn per deelgebied de verschillende statistische kengetallen berekend (voor zover mogelijk). Anderzijds zijn de afzonderlijke monsters getoetst aan de klasse-indeling uit het Besluit bodemkwaliteit. Daarbij is in 2014 de focus gelegd op de bovengrond, aangezien de diffuse verontreinigingen vooral in de bovengrond worden aangetroffen.

Een aantal deelgebieden kon op basis van de statistische kengetallen worden ingedeeld in één van de bodemkwaliteitsklassen. Bij deelgebieden met minder waarnemingen is gekeken naar de toetsing van de afzonderlijke monsters. Een aantal kleine deelgebieden met (vrijwel) geen waarnemingen is samengevoegd met deelgebieden die vergelijkbaar zijn qua historie. Formeel moeten per niet-aaneengesloten deelgebied minimaal 3 waarnemingen beschikbaar zijn. Het is echter niet aannemelijk dat het verzamelen van 3 waarnemingen in dergelijke deelgebieden zonder gegevens voldoende betrouwbare informatie oplevert, op basis waarvan aan het deelgebied een ander classificatie kan worden toegekend. De tabel op de volgende pagina beschrijft de in 2014 gehanteerde besliscriteria om deelgebieden met bebouwing in bepaalde zones in te delen. Bij voorliggende actualisatie is deze interpretatie niet voor alle deelgebieden opnieuw gedaan. In plaats daarvan is gekeken voor welke deelgebieden nieuwe gegevens beschikbaar zijn sinds het opstellen van de voorgaande bodemkwaliteitskaart. Vaak bevestigen deze de eerdere zone-indeling. Waar dit niet (direct) het geval is, is verder ingezoomd en zijn de nieuwe gegevens van deelgebieden in samenhang met de gegevens uit 2014 geïnterpreteerd. Op basis daarvan is de classificatie van enkele deelgebieden aangepast.

Regionale BKK werkgebied ODRU

29/54

Eindrapport, 18 oktober 2021

MARMOS Bodemmanagement

Bij de deelgebieden uit de oude zone ‘C: Oude bebouwing inclusief lintbebouwing veengebied’ is specifiek gekeken of deze voor de ondergrond verder opgesplitst dient te worden. Daarvoor zijn de nieuwe gegevens samengevoegd met de oude dataset uit 2014. Op basis daarvan is de oude binnenstad van Oudewater afgesplitst van deze zone. Interpretatie deelgebieden uit 2014: Ouderdom bebouwing Wijken en kernen voor 1940 Wijken en kernen 1940 - 1960

Kwaliteitsklasse bovengrond Klasse Industrie Sommige deelgebieden klasse Industrie, andere deelgebieden klasse Wonen → klasse Industrie, tenzij uit beschikbare gegevens blijkt dat deelgebied aan klasse Wonen voldoet Bij twijfel of (vrijwel) geen onderzoeksgegevens beschikbaar: → klasse Industrie Sommige deelgebieden klasse Wonen, andere deelgebieden klasse Achtergrondwaarde → klasse Wonen, tenzij uit beschikbare gegevens blijkt dat deelgebied aan de Achtergrondwaarde voldoet

Wijken en kernen 1960 - 1980

Bij twijfel of (vrijwel) geen onderzoeksgegevens beschikbaar: → klasse Wonen Sommige deelgebieden klasse Wonen, andere deelgebieden klasse Achtergrondwaarde → klasse Wonen, tenzij uit beschikbare gegevens blijkt dat deelgebied aan de Achtergrondwaarde voldoet

Wijken en kernen 1980 - heden

Lintbebouwingen veengebied ten noorden van Oude Rijn Lintbebouwingen rivierengebied (inclusief veengebieden ten zuiden van Oude Rijn)

Regionale BKK werkgebied ODRU

Bij twijfel of (vrijwel) geen onderzoeksgegevens beschikbaar: → klasse Wonen Klasse Industrie Klasse Wonen

30/54

Eindrapport, 18 oktober 2021

MARMOS Bodemmanagement

Zones met bebouwd gebied in bodemkwaliteitskaart 2021 In voorliggende bodemkwaliteitskaart is het bebouwd gebied in de vijf gemeenten in Noordwest Utrecht ingedeeld in de volgende zones11: Bebouwing 1/1 Noordwest (komt globaal overeen met oude zone A: Naoorlogse bebouwing I) Bebouwing 2/1 Noordwest (komt globaal overeen met oude zone B: Naoorlogse bebouwing II) Bebouwing 3/2 Noordwest (komt globaal overeen met oude zone C: Oude bebouwing inclusief lintbebouwing veengebied) Bebouwing 2/2 Bebouwing 3/3 De begrenzing van deze zones is nagelopen om deze zo goed mogelijk aan te laten sluiten op de grenzen uit de bodemfunctiekaart. Zo zijn verschillende sportparken aan de rand van de bebouwing bij de aangrenzende zone met bebouwing gevoegd, omdat deze sportparken in de bodemfunctiekaart ingedeeld zijn in de bodemfunctie wonen. Voorheen waren deze meestal opgenomen in de zone met het overig buitengebied. Verder zijn nieuw aangelegde wijken toegevoegd aan voornoemde bebouwingzones.

Wijken en kernen voor 1940 De bovengrond van deelgebieden met vooroorlogse bebouwing valt gemiddeld in klasse Industrie, respectievelijk de afzonderlijk getoetste bovengrondmonsters valt in deze deelgebieden veelal in klasse Industrie. Op basis hiervan zijn ook de vooroorlogse deelgebieden zonder waarnemingen ingedeeld in klasse Industrie. Bij de actualisatie in 2021 kwam één uitzondering naar voren. De vooroorlogse bebouwing in Harmelen is gemiddeld schoner dan de overige vooroorlogse bebouwing. Harmelen ligt op de stroomrug van de Oude Rijn. De ondergrond bestaat hier uit zand en stroomruggen liggen hoger in het landschap waardoor aanvullingen en ophogingen in het verleden minder snel nodig waren. Op basis van de beschikbare onderzoeksgegevens is het vooroorlogse deel van Harmelen ingedeeld in klasse wonen en opgenomen in de zone Bebouwing 2/1 Noordwest. Ook Woerden ligt op de stroomrug van de Oude Rijn en de oude binnenstad van Woerden zit dicht bij de de grens tussen klasse Wonen en klasse Industrie. Woerden is echter wel in de zone Bebouwing 3/2 Noordwest gelaten. In het algemeen komt de ondergrond van de deelgebieden met vooroorlogse bebouwing in klasse wonen. Alleen in Oudewater moet de ondergrond van de oude binnenstad op basis van de beschikbare onderzoeksgegevens worden ingedeeld in klasse industrie.

De oude binnenstad van Oudewater is daarom opgenomen in de zone Bebouwing 3/3 12. Afgezien van Harmelen en de oude binnenstad van Oudewater zijn alle deelgebieden met vooroorlogse bebouwing opgenomen in de zone Bebouwing 3/2 Noordwest.

11 12

Met uitzondering van de droogmakerijen en het toemaakdekgebied in de gemeente De Ronde Venen Deze zone bestaat verder uit oude bebouwing in De Bilt, Amerongen, Langbroek en Wijk bij Duurstede.

Regionale BKK werkgebied ODRU

31/54

Eindrapport, 18 oktober 2021

MARMOS Bodemmanagement

Wijken 1940 – 1960 In een aantal deelgebieden met wijken uit de periode 1940 – 1960 valt de bovengrond in klasse Industrie, respectievelijk het merendeel van de afzonderlijk getoetste monsters valt in klasse Industrie. Dit geldt bijvoorbeeld voor: het deelgebied uit deze periode in Kamerik (het gemiddelde van 13 bovengrondmonsters komt in klasse Industrie; afzonderlijk getoetst vallen 9 van de 13 bovengrondmonsters in klasse Industrie); het deelgebied uit de periode 1940 – 1960 in Loenen aan de Vecht (de 2 bovengrondmonsters vallen afzonderlijk getoetst allebei in klasse Industrie); het deelgebied uit de periode 1940 – 1960 te noorden van het centrum in Maarssen (het rekenkundig gemiddelde van de 18 bovengrondmonsters komt in klasse Industrie vanwege zink, afzonderlijk getoetst voldoen 13 van de 18 bovengrondmonsters niet aan klasse Wonen). Deze deelgebieden zijn derhalve bij de Bebouwing 3/2 Noordwest gevoegd. Op grond hiervan zijn ook deelgebieden uit de periode 1940-1960 met (vrijwel) geen gegevens bij de zone Bebouwing 3/2 Noordwest gevoegd. Dit zijn in het algemeen kleine deelgebiedjes die al aan de vooroorlogse bebouwing grenzen. Een aantal deelgebieden uit de periode 1940-1960 voldoet op basis van de beschikbare gegevens aan klasse Wonen. Deze deelgebieden zijn op basis van de beschikbare gegevens bij zone Bebouwing 2/1 Noordwest gevoegd.

Dit laatste betreft de volgende deelgebieden: de deelgebieden 1940 -1960 in Abcoude (afgezien van een zeer recente nieuwbouwwijk zit de naoorlogse bebouwing van Abcoude op de grens van Achtergrondwaarde en klasse Wonen, waarbij nader onderscheid tussen de verschillende wijken niet goed mogelijk is; voor de periode 1940 – 1960 zijn in Abcoude 10 bovengrondmonsters beschikbaar); deelgebied 1940 – 1960 Baambrugge (de 2 bovengrondmonsters in dit deelgebied voldoen allebei aan de Achtergrondwaarde; samengevoegd met de aangrenzende naoorlogse deelgebieden is dit kleine deelgebiedje opgenomen in de zone Bebouwing 2/1 Noordwest); de 2 deelgebieden 1940 – 1960 in Breukelen (het noordelijke deelgebied valt op basis van 11 waarnemingen gemiddeld in klasse Wonen; in het zuidelijke deelgebied zijn 4 van de 5 bovengrondmonsters schoner dan klasse Industrie); het deelgebied 1940 – 1960 ten noorden van het centrum van Woerden valt op basis van 9 waarnemingen gemiddeld in klasse Wonen; de bebouwing uit de periode 1940-1960 in Harmelen (in navolging van de vooroorlogse bebouwing).

Wijken 1960 – heden Voor de deelgebieden uit de periode 1960 – 1980 en de periode 1980 – heden geldt een identiek verhaal. De kwaliteit van deze deelgebieden zit vaak dicht bij de grens tussen klasse Wonen en Achtergrondwaarde.

Regionale BKK werkgebied ODRU

32/54

Eindrapport, 18 oktober 2021

MARMOS Bodemmanagement

In een aantal deelgebieden met wijken uit deze periodes valt de bovengrond in klasse Wonen, respectievelijk het merendeel van de afzonderlijk getoetste monsters valt in klasse Wonen. Andere deelgebieden uit deze periodes voldoen gemiddeld aan de Achtergrondwaarde. Op basis van de interpretatie van de gegevens van de afzonderlijke deelgebieden zijn deze deelgebieden ingedeeld in de volgende zones: Zone Bebouwing 1/1 Noordwest; Zone Bebouwing 2/1 Noordwest. Bij twijfel is ervoor gekozen om het deelgebied bij de zone Bebouwing 2/1 Noordwest te voegen. Verder zijn niet-aaneengesloten deelgebieden uit deze periodes bij de zone Bebouwing 2/1 Noordwest gevoegd indien er voor dat deelgebied (vrijwel) geen gegevens beschikbaar zijn. Enkele deelgebieden in Loenen, Maarssen en Harmelen hadden in 2014 weinig of geen gegevens en waren daarom ingedeeld in de zone ‘B: Naoorlogse wijken II’ (bebouwing 2/1). Nu zijn deze deelgebieden op basis van meer gegevens ingedeeld in de zone Bebouwing 1/1 Noordwest. De deelgebieden met naoorlogse bebouwing die aan de Achtergrondwaarde voldoen zijn verder met name te vinden in: Woerden; Oudewater; Montfoort; Maarssenbroek Maarssen; Breukelen; Loenersloot; Nigtevecht. In Montfoort en Oudewater voldoen zowel deelgebieden met woonwijken als de deelgebieden met de bedrijfsterreinen IJsselveld resp. Tappersheul aan de Achtergrondwaarde.

Ook deze bedrijfsterreinen zijn daarom bij de zone Bebouwing 1/1 Noordwest gevoegd. Overigens zijn naoorlogse deelgebieden met weinig gegevens in de gemeenten Montfoort en Oudewater wel bij de zone Bebouwing 2/1 Noordwest gelaten. In wijken die voor de aanleg zijn opgehoogd met zand voldoet de bovengrond in het algemeen aan de Achtergrondwaarde (Maarssenbroek en een aantal wijken in Woerden).

Regionale BKK werkgebied ODRU

33/54

Eindrapport, 18 oktober 2021

MARMOS Bodemmanagement

Lintbebouwingen in het veengebied ten noorden van de Oude Rijn Voor zover gegevens beschikbaar zijn komen de lintbebouwingen in het veengebied ten noorden van de Oude Rijn in klasse Industrie. Deze lintbebouwingen zijn derhalve in één zone samengevoegd met de vooroorlogse bebouwing. Voor de lintbebouwing van Portengen (inclusief bedrijfsterrein Portengensebrug) zijn voldoende waarnemingen beschikbaar. De bovengrond van Portengen komt gemiddeld in klasse industrie. Voor de nabij gelegen lintbebouwingen van Spengen, Kortrijk en Oud-Aa zijn (vrijwel) geen onderzoeksgegevens beschikbaar. De kwaliteit van deze lintbebouwingen is naar verwachting vergelijkbaar met die van Portengen. Daarom zijn ook deze deelgebieden (in afwijking van de Richtlijn bodemkwaliteitskaarten) bij de zone Bebouwing 3/2 Noordwest gevoegd.

Lintbebouwingen in het rivierengebied (inclusief veengebieden ten zuiden van de Oude Rijn) De deelgebieden met lintbebouwing in het rivierengebied vallen in het algemeen in klasse Wonen. Deze lintbebouwingen zijn bij de Zone Bebouwing 2/1 Noordwest gevoegd. Buiten de bebouwde kernen komt langs de hele Vecht verspreide bebouwing voor. Deze bebouwing is minder aaneengesloten dan de overige lintbebouwingen. Het is echter ook bekend dat op sommige plekken oude bebouwing van buitenplaatsen niet meer aanwezig is. Voor de statistische berekeningen was de Vecht in eerste instantie niet als lintbebouwing aangemerkt. Bij de berekeningen bleek echter, dat in een strook langs de Vecht vaker verhoogde gehaltes voorkomen dan in het aangrenzende buitengebied. Om deze reden is een strook langs het hele traject van de Vecht bij de zone Bebouwing 2/1 Noordwest gevoegd. Voor de lintbebouwingen langs de Gein en Angstel zijn vrijwel geen gegevens beschikbaar. Naar verwachting is de kwaliteit van deze lintbebouwingen vergelijkbaar met de lintbebouwing langs de Vecht en langs andere rivieren in de regio. Om deze reden zijn deze deelgebieden bij zone Bebouwing 2/1 Noordwest gevoegd. In de gemeente Oudewater ligt een aantal lintbebouwingen volgens de bodemkaart en de kaart met fysisch geografische eenheden in veengebied (Hoenkoop, Ruigeweide, Papekop).

Voor de lintbebouwingen ten zuiden van de Oude Rijn is gekeken of er een verschil is tussen de lintbebouwingen op veen en de overige lintbebouwingen. Hierbij is geen verschil naar voren gekomen. Beide groepen lintbebouwingen komen gemiddeld in klasse Wonen.

Zegveld en Kamerik Zegveld en Kamerik in de gemeente Woerden liggen aan de rand van het toemaakdekgebied. Bij een deel van de naoorlogse bebouwing blijkt zowel de boven- als ondergrond gemiddeld in klasse wonen te vallen. Deze delen zijn opgenomen in een aparte zone Bebouwing 2/2 (samen met een wijk in De Bilt). Opvallend is dat in dit deel van Zegveld en Kamerik hoge gehalten barium voorkomen, waardoor de 95percentielwaarde voor barium hoger is dan de interventiewaarde.

Regionale BKK werkgebied ODRU

34/54

Eindrapport, 18 oktober 2021

MARMOS Bodemmanagement

5.2.2

Bebouwd gebied Zuidoost zandgrond

De ondergrond van de gemeenten De Bilt, Renswoude, Rhenen, Veenendaal, Utrechtse Heuvelrug en Zeist bestaat overwegend uit zand. In het algemeen voldoet in deze gemeenten de ondergrond van het bebouwd gebied gemiddeld aan de Achtergrondwaarde, ook bij de deelgebieden met vooroorlogse bebouwing. Op basis van de interpretatie van statistische kengetallen per deelgebied en/of de toetsing van de afzonderlijke monsters is de bebouwing in deze gemeenten met zandgrond ingedeeld in één van de volgende zones: Bebouwing 1/1 zandgrond Zuidoost Bebouwing 2/1 zandgrond Zuidoost Bebouwing 3/1 zandgrond Zuidoost Uitzonderingen hierop zijn: Westbroek en het gedeelte van Groenekan ten westen van de A27; de zuidkant van De Bilt; vooroorlogs Veenendaal; vooroorlogs Amerongen. Verder zijn de oude bebouwing in lintbebouwing van Hollandsche Rading, Maartensdijk, Achterwetering en Nieuwe Wetering opgenomen in een aparte zone Bebouwing 3/1 Overgang Noorderpark.

Zones Bebouwing 1/1 zandgrond, Bebouwing 2/1 zandgrond en Bebouwing 3/1 zandgrond Wijken en kernen voor 1940 Afhankelijk van de interpretatie van de beschikbare gegevens zijn deelgebieden met vooroorlogse bebouwing ingedeeld in de zone bebouwing 2/1 of de zone bebouwing 3/1. Voor deelgebieden met (vrijwel) geen gegevens is aangesloten bij de classificatie van vergelijkbare deelgebieden in de directe omgeving. De bovengrond van de zone Bebouwing 3/1 zit op de rand van klasse Wonen en klasse Industrie. Zink is daarbij de bepalende parameter. Vanwege de lage percentages lutum en organische stof komen meetwaarden voor zink al snel in klasse industrie terecht. Zonder bodemtypecorrectie bedraagt het gemiddelde voor zink in de bovengrond van deze zone 86,9 mg/kgds. Omgerekend naar standaardbodem (op basis van de gemiddelde percentages lutum en organische stof in deze zone) is dit 199,6 mg/kgds. Dit is een fractie lager dan Max WONEN (200 mg/kgds). Ter vergelijk: In de bovengrond van de zone Bebouwing 1/1 kleigrond Zuidoost is het gemiddelde voor zink zonder bodemtypecorrectie 69 mg/kgds. Omgerekend naar standaardbodem op basis het gemiddelde percentage lutum en organische stof uit die zone is dit 93,5 mg/kgds (lager dan de Achtergrondwaarde).

Regionale BKK werkgebied ODRU

35/54

Eindrapport, 18 oktober 2021

MARMOS Bodemmanagement

Afzonderlijk getoetst voldoet 51% van de bovengrondmonsters uit de zone Bebouwing 3/1 zandgrond Zuidoost niet aan klasse Wonen vanwege zink. Vanwege zink is de bovengrond van deze zone daarom geclassificeerd als klasse Industrie.

Wijken 1940 – 1960 Een aantal deelgebieden uit deze bouwperiode in de gemeenten Zeist en Utrechtse Heuvelrug en in het noordelijke deel van Bilthoven voldoet aan de Achtergrondwaarde (boven- en ondergrond). In dat geval zijn de deelgebieden opgenomen in de zone Bebouwing 1/1 zandgrond Zuidoost. Andere deelgebieden uit deze bouwperiode zijn op basis van de beschikbare gegevens ingedeeld in de zone Bebouwing 2/1 zandgrond Zuidoost. In Renswoude zijn vrijwel geen gegevens beschikbaar van de deelgebieden uit de periode 1940-1960 en 1960-1980 ten zuiden van het centrum. Als veilige keuze zijn deze deelgebieden opgenomen in de zone Bebouwing 2/1 zandgrond Zuidoost. Veenendaal heeft 5 deelgebieden uit de bouwperiode 1940-1960. Het deelgebied met o.a. de Lindelaan en de Acacialaan is op basis van de beschikbare data ingedeeld in de zone Bebouwing 1/1 zandgrond Zuidoost. De overige 4 deelgebieden zijn opgenomen in de zone Bebouwing 2/1 zandgrond Zuidoost. Deels op basis van beschikbare onderzoeksgegevens en deels omdat voor desbetreffend deelgebied (vrijwel) geen gegevens beschikbaar zijn. Bij kleine deelgebieden zonder data is in voorkomende gevallen aangesloten op de kwaliteit van de aangrenzende vooroorlogse bebouwing.

Wijken 1960 – 1980 Wijken uit de periode 1960 – 1980 voldoen meestal aan de Achtergrondwaarde (boven- en ondergrond). De meeste bebouwing uit deze periode is opgenomen in de zone Bebouwing 1/1 zandgrond Zuidoost. Sommige deelgebieden uit deze bouwperiode zijn op basis van de beschikbare gegevens ingedeeld in de zone Bebouwing 2/1 zandgrond Zuidoost. Bij deelgebieden met weinig of geen gegevens is in het algemeen aangesloten op de classificatie aangrenzende oudere deelgebieden.

Wijken 1980 - heden Wijken die na 1980 zijn aangelegd voldoen in het algemeen aan de Achtergrondwaarde (boven- en ondergrond). Bij weinig of geen gegevens is er daarom meestal voor gekozen om het deelgebied op te nemen in de zone Bebouwing 1/1 zandgrond Zuidoost.

Regionale BKK werkgebied ODRU

36/54

Eindrapport, 18 oktober 2021

MARMOS Bodemmanagement

Bij kleine deelgebiedjes zonder data is aangesloten op het aangrenzende gebied. Sommige kleine deelgebieden uit deze bouwperiode zijn daardoor ingedeeld in de zone Bebouwing 2/1 zandgrond Zuidoost, bijvoorbeeld in Amerongen en Rhenen en in Boswijk (tussen Driebergen-Rijsenburg en Doorn). Een uitzondering vormt een deelgebied ten noorden van de N237, bij Soesterberg dichtbij de gemeentegrens tussen Zeist en Amersfoort (Beukbergen). Hier moet de bovengrond op basis van de beschikbare gegevens worden ingedeeld in klasse Wonen. Op oude topografische kaarten uit 1973 en later is te zien dat dit gebied is opgehoogd. Dit deelgebied is opgenomen in de zone Bebouwing 2/1 zandgrond Zuidoost.

Rhenen Het oude centrum van Rhenen ligt tegen de helling van de Utrechtse Heuvelrug. Op basis van de beschikbare gegevens zit de bovengrond gemiddeld dicht bij de grens tussen Achtergrondwaarde en klasse Wonen. Voor zover gegevens beschikbaar zijn komt ook de bovengrond in een aantal naoorlogse deelgebieden in Rhenen in klasse wonen. In een aantal wijken uit de periode 1960-1980 en in de wijken na 1980 zijn in de plaats Rhenen vrijwel geen gegevens beschikbaar. Als veilige keuze is alle bebouwing in de plaats Rhenen in de zone Bebouwing 2/1 zandgrond Zuidoost opgenomen. Mogelijk kan op basis van meer gegevens een deel van Rhenen in de toekomst worden ingedeeld in de zone Bebouwing 1/1 zandgrond. In Elst is alle naoorlogse bebouwing samengevoegd bekeken en op basis daarvan opgenomen in de zone Bebouwing 1/1.

Kleine kernen (Achterberg en Overberg) Achterberg en Overberg zijn kleine kernen, waarbinnen het lastig is om een verdere differentiatie te maken. In Overberg is geen verdere onderverdeling gemaakt op basis van de ouderdom van de bebouwing. Heel Overberg is opgenomen in de zone Bebouwing 3/1 zandgrond Zuidoost. In Achterberg is de bebouwing voor 1960 opgenomen in de zone Bebouwing 3/1 zandgrond Zuidoost en de bebouwing van 1960 in de zone Bebouwing 2/1 zandgrond Zuidoost.

Bebouwing Noorderpark Hollandsche Rading, Maartensdijk, Achterwetering en Nieuwe Wetering liggen aan de rand van het gebied Noorderpark. De oude bebouwing en lintbebouwing uit deze plaatsen is samengevoegd in de zone Bebouwing 3/1 overgang Noorderpark. Deze zone is apart onderscheiden omdat andere stoffen bepalend zijn dan in de zone Bebouwing 3/1 zandgrond Zuidoost. In de zone Bebouwing 3/1 overgang Noorderpark komen vaker verhoogde gehalten lood en kwik voor. Verder is de bovengrond van deze zone ingedeeld in klasse Industrie vanwege koper.

Regionale BKK werkgebied ODRU

37/54

Eindrapport, 18 oktober 2021

MARMOS Bodemmanagement

Westbroek en het gedeelte van Groenekan ten westen van de A27 zijn opgenomen in de afzonderlijke zone Bebouwing 3/2 Noorderpark. De bovengrond van deze zone valt in klasse industrie en de ondergrond van deze zone in klasse Wonen, net als de oude bebouwing van Tienhoven, Molenpolder en Maarsseveen in het gedeelte van Noorderpark in de gemeente Stichtse Vecht.

Zuidkant De Bilt In het zuidelijk deel blijkt de ondergrond gemiddeld niet aan de Achtergrondwaarde te voldoen. Het zuidelijk deel van de rond 1970 aangelegde wijk aan de westkant van De Bilt is opgenomen in de zone Bebouwing 2/2. Op basis van het ruimtelijke patroon van de gegevens is de noordgrens hiervan gelegd op de Groenekanseweg. In het aangrenzende vooroorlogse deel van De Bilt vallen zowel de boven- als ondergrond in klasse Industrie. Dit gedeelte is opgenomen in de one Bebouwing 3/3. Voor het vooroorlogse deel ten noorden van de Groenekanseweg zijn onvoldoende gegevens beschikbaar om te beoordelen of ook hier de grens op de Groenekanseweg kan worden gelegd. Zekerheidshalve is daarom ook het aangrenzende vooroorlogse deel ten noorden van de Groenekanseweg opgenomen in de zone Bebouwing 3/3. Ten zuiden van De Bilt liggen enkele losse deelgebieden met vooroorlogse bebouwing, waarvan echter geen onderzoeksgegevens beschikbaar zijn. Er is voor gekozen om ook deze deelgebieden net als het oude centrum van De Bilt op te nemen in de zone Bebouwing 3/3.

Vooroorlogs Veenendaal Voor de vooroorlogse wijken en centrum van Veenendaal zijn veel onderzoeksgegevens beschikbaar. Op basis van deze gegevens valt de bovengrond in klasse industrie en komt de ondergrond gemiddeld in klasse Wonen. Met andere woorden, vooroorlogs Veenendaal komt uiteindelijk beleidsmatig in de beleidszone Bebouwing 3/2. Veenendaal wijkt daarmee af van de overige vooroorlogse bebouwing in de gemeenten met zandgrond, zodat de in bijlage 8-13 afzonderlijke statistische kengetallen zijn opgenomen voor de zone Bebouwing 3/2 Veenendaal. Het grotere vlak met vooroorlogse bebouwing in Veenendaal in bijlage 6 bevat een enclave met een inbreiding van jongere bebouwing. Voor deze enclave zijn geen onderzoeksgegevens beschikbaar. Deze is daarom bij de omliggende vooroorlogse bebouwing gevoegd en ook opgenomen in de zone Bebouwing 3/2 Veenendaal. Daarnaast zijn in Veenendaal enkele kleine vlakken met vooroorlogse bebouwing onderscheiden, waarvan eveneens geen onderzoeksgegevens beschikbaar zijn. Voor deze vlakken wordt verwacht dat de kwaliteit van de ondergrond niet afwijkt van de rest van de vooroorlogse gemeenten op zandgrond. Deze vlakken aan de Buurtlaan-Oost en de Dijkstraat zijn daarom bij de zone Bebouwing 3/1 zandgrond gevoegd.

Regionale BKK werkgebied ODRU

38/54

Eindrapport, 18 oktober 2021

MARMOS Bodemmanagement

Vooroorlogs Amerongen Het vooroorlogse deel van Amerongen ligt op zandgrond aan de voet van de Utrechtse Heuvelrug. In de boven- en ondergrond komen op meerdere plekken verhoogde gehalten kwik, lood, zink en PAK voor. Het gemiddelde van zink en PAK in de ondergrond van vooroorlogs Amerongen valt in klasse Industrie. Vooroorlogs Amerongen is daarom bij de zone Bebouwing 3/3 gevoegd.

5.2.3

Bebouwd gebied Zuidoost kleigrond

Het bebouwd gebied in de gemeenten Bunnik en Wijk bij Duurstede vertoont eenzelfde beeld als het bebouwd gebied in Noordwest Utrecht.

Wijken en kernen voor 1940 Op basis van de interpretatie van de statistische kengetallen en/of de toetsing van de afzonderlijke monsters worden verschillende deelgebieden ingedeeld in klasse Industrie (bovengrond) respectievelijk klasse Wonen (ondergrond). Deze zijn opgenomen in de zone Bebouwing 3/2 kleigrond Zuidoost. Op basis daarvan zijn ook de deelgebieden met vooroorlogse bebouwing waarvoor (vrijwel) geen gegevens beschikbaar zijn bij de zone Bebouwing 3/2 kleigrond Zuidoost gevoegd. Uitzonderingen zijn: de oude binnenstad van Wijk bij Duurstede (binnen de Singel) de vooroorlogse bebouwing van Langbroek In voornoemde deelgebieden valt volgens de beschikbare gegevens ook de ondergrond in klasse industrie, zodat deze opgenomen zijn in de zone Bebouwing 3/3. Verder is de vooroorlogse bebouwing langs de Doornseweg bij Langbroek ingedeeld in de zone Bebouwing 2/1 kleigebied Zuidoost. Voor dit deelgebied zijn vrijwel geen gegevens beschikbaar. De bodemkwaliteit is hier naar verwachting vergelijkbaar met de lintbebouwingen in het rivierengebied in Noordwest Utrecht.

Wijken 1940 – 1960 De bebouwing uit de bouwperiode 1940-1960 in de plaats Wijk bij Duurstede is op basis van de beschikbare onderzoeksgegevens eveneens bij de zone Bebouwing 3/2 kleigrond Zuidoost gevoegd. In Werkhoven en Odijk zijn in de kleine deelgebieden met bebouwing uit de periode 1940-1960 (vrijwel) geen gegevens beschikbaar. Deze zijn net als de aangrenzende vooroorlogse bebouwing opgenomen in de zone Bebouwing 3/2 kleigrond Zuidoost. In Bunnik stamt een groter deel van de bebouwing uit de bouwperiode 1940-1960. Ook hier zijn weinig onderzoeksgegevens beschikbaar. Vooralsnog zijn deze wijken opgenomen in de zone Bebouwing 2/1 kleigrond Zuidoost.

Regionale BKK werkgebied ODRU

39/54

Eindrapport, 18 oktober 2021

MARMOS Bodemmanagement

In Langbroek is alle naoorlogse bebouwing samengevoegd doorgerekend, omdat het een te versnipperd beeld zou opleveren om hier verder onderscheid te maken tussen verschillende kleine deelgebieden. Op basis daarvan komt alle naoorlogse bebouwing van Langbroek in de zone Bebouwing 2/1 kleigrond Zuidoost. In het deelgebied met bebouwing uit de periode 1940-1960 zijn 7 waarnemingen van de bovengrond beschikbaar.

Wijken 1960 – heden Op basis van de beschikbare gegevens zijn in de plaats Wijk bij Duurstede de wijken uit de bouwperiode 1960-1980 ingedeeld in de zone Bebouwing 2/1 kleigrond Zuidoost en de recentere wijken inclusief het bedrijventerrein Broekweg/Langshaven opgenomen in de zone Bebouwing 1/1 kleigrond Zuidoost. Ook in Cothen voldoen deelgebieden met bebouwing na 1980 aan de Achtergrondwaarde (boven- en ondergrond). Deze zijn opgenomen in de zone Bebouwing 1/1 kleigrond Zuidoost. Een woonwijk uit de jaren 70 is hier eveneens bij gevoegd. Het bedrijfsterrein in Cothen is opgenomen in de zone Bebouwing 2/1 kleigrond Zuidoost. In Werkhoven is de bebouwing uit de periode 1960-1980 op basis van de beschikbare gegevens ingedeeld in de zone Bebouwing 1/1 kleigrond Zuidoost. Hetzelfde geldt voor de recentere bebouwing ni Werkhoven. In Odijk zijn alle deelgebieden met bebouwing na 1960 ingedeeld in de zone Bebouwing 1/1 kleigrond Zuidoost. In de plaats Bunnik is het merendeel van de deelgebieden met bebouwing van na 1960 waaronder de bedrijfsterreinen opgenomen in de zone Bebouwing 1/1 kleigrond Zuidoost. Uitzonderingen zijn: de in de eerste helft van de jaren 60 aangelegde wijk tussen de Provincialeweg en de spoorlijn.

De dataset bevat in dit deelgebied meerdere monsters die niet aan de Achtergrondwaarde voldoen; een recent ontwikkelde bedrijfslocatie zonder gegevens ten zuiden van de A12. Op een topografische kaart is zichtbaar dat deze locatie is opgehoogd De overige deelgebieden uit de bouwperiode 1960-1980 met weinig of geen gegevens zijn ingedeeld in de zone Bebouwing 2/1 kleigrond Zuidoost.

Regionale BKK werkgebied ODRU

40/54

Eindrapport, 18 oktober 2021

MARMOS Bodemmanagement

5.2.4

Toemaakdek en droogmakerijen De Venen (bebouwd gebied en buitengebied)

Toemaakdek De Venen: opgesplitst in drie zones Voor het toemaakdek De Venen is in 2014 specifiek gekeken naar het ruimtelijke patroon van de verhoogde gehaltes. Hieruit blijkt het volgende: in De Ronde Venen komen hogere loodgehaltes voor dan in de het zuidelijke deel van het toemaakdek in de gemeente Woerden; volgens lit. 26 zouden in de polder ten noordoosten van Demmerik hogere gehaltes voorkomen dan in de rest van het toemaakdek. Een dergelijk verschil wordt in de huidige dataset niet teruggevonden; het toemaakdek blijkt zich verder naar het noorden en oosten uit te strekken dan aangegeven in eerdere begrenzingen van het toemaakdek; bij de Vinkenkade / Groenlandse Kade worden vergelijkbare gehaltes aangetroffen als langs de Baambrugse Zuwe. De deelgebieden ‘Vinkenkade / Groenlandse Kade’ en ‘Baambrugse Zuwe’ vallen gemiddeld in klasse Industrie; er zijn vrij veel onderzoeksgegevens beschikbaar ter plaatse van het bungalowpark Buitenborgh (noordelijk van de Vinkenkade). Ook hier worden verhoogde gehaltes lood en kwik aangetroffen. De gehaltes in het bungalowpark Buitenborgh zijn vergelijkbaar met de gehaltes in het zuidelijke deel van het toemaakdek in de gemeente Woerden.

Gemiddeld valt het toemaakdek bij bungalowpark Buitenborgh in klasse Wonen; Ook in de Polder Botshol worden verhoogde gehaltes lood en kwik aangetroffen, vergelijkbaar met de gehaltes in het zuidelijke deel van het toemaakdek en bij bungalowpark Buitenborgh. Op grond van het ruimtelijke patroon van de gehaltes is het toemaakdek De Venen in 2014 gesplitst in twee zones: zone E: Toemaakdek De Venen I; zone F: Toemaakdek De Venen II. De grens tussen deze zones is gelegd op de watergang Geer, die tevens de grens vormt tussen de gemeente De Ronde Venen en de gemeente Woerden. Op basis van de classificatie van de ondergrond is eerstgenoemde zone in 2021 verder opgesplitst. Verder geven de nieuwe data geen aanleiding om de begrenzing van deze toemaakzones aan te passen. In deze bodemkwaliteitskaart bestaat het toemaakdek De Venen dus uit 3 zones: zone Toemaakdek De Venen I bebouwing 3/3 zone Toemaakdek De Venen I overig zone Toemaakdek De Venen II In toemaakdek De Venen I komen beduidend hogere gehalten koper, kwik, lood en zink voor dan in Toemaakdek De Venen II. De bovengrond van de beide zones met Toemaakdek De Venen I valt in klasse Industrie, terwijl de bovengrond van Toemaakdek De Venen II gemiddeld in klasse Wonen valt. De ondergrond van de zone Toemaakdek De Venen II voldoet gemiddeld aan de Achtergrondwaarde.

Regionale BKK werkgebied ODRU

41/54

Eindrapport, 18 oktober 2021

MARMOS Bodemmanagement

Voor de bovengrond valt bij Toemaakdek De Venen I valt geen nader onderscheid te maken tussen de bebouwing en het buitengebied. In de oude lintbebouwingen van Mijdrecht, Wilnis en Vinkeveen worden vergelijkbare gehaltes aangetroffen als in het aangrenzende buitengebied. Ook de naoorlogse wijk die in Wilnis op toemaak is aangelegd heeft vergelijkbare gehaltes als het buitengebied. Van Waverveen is alleen het gedeelte bij deze zone gevoegd dat nog op een restant bovenlandstrook ligt. Net als bij de vooroorlogse kernen in de rest van Noordwest Utrecht (paragraaf 5.2.1) is ook in het gebied met toemaak apart gekeken naar de ondergrond van de deelgebieden met bebouwing uit bijlage 6. Daaruit kwam naar voren, dat de ondergrond van een deel van de oude bebouwing in Toemaakdek De Venen I gemiddeld in klasse Industrie valt, namelijk de oude bebouwing van Mijdrecht, Wilnis (inclusief wijk uit de periode 1940-1960), Vinkeveen en de Baambrugse Zuwe, alsmede Amstelhoek. Andere oude bebouwing (Vinkenkade / Groenlandse Kade en Waverveen is samen met buitengebied opgenomen in de zone Toemaakdek De Venen I overig. De ondergrond van deze zones is geclassificeerd als Wonen. Voor het gedeelte Toemaakdek De Venen II is wel onderscheid gemaakt tussen bebouwd gebied en buitengebied.

De deelgebieden met oude bebouwing in lintbebouwing van Zegveld en Kamerik – Kanis vallen in klasse industrie en zijn daarom ingedeeld in de Bebouwing 3/2 Noordwest. De gehaltes in deze lintbebouwingen zijn hoger dan in het omringende buitengebied.

Begrenzing toemaakdek Voor het zuidelijke deel van het toemaakdek De Venen is uitgegaan van de twee GIS-bestanden zoals vermeld in paragraaf 4.3. Alles wat in één van beide bestanden is aangemerkt als toemaak wordt tot het toemaakdek De Venen gerekend. Volgens lit. 29 zou ook in het gebied Zegvelderbroek sprake zijn van toemaak. In twee onderzoeken in dit gebied zijn inderdaad verhoogde gehalten lood en kwik gemeten. Aan de oostkant is de Vinkenkade / Groenlandse Kade bij het toemaakdek gevoegd. De A2 vormt hier de grens van de toemaakzone. Aan de noordkant zijn – afgezien van eerder genoemde gegevens van bungalowpark Buitenborgh en een onderzoek in het natuurgebied in Polder Botshol – verder ten zuiden van de Winkel geen onderzoeksgegevens beschikbaar. De Winkel vormt hier de uiterste noordgrens van het toemaakdek. Ten noorden van de Winkel wordt op grond van de bodemopbouw geen toemaak meer verwacht. Als grens is hier uitgegaan van de grens tussen rivierklei en veen volgens een vereenvoudigde bodemkaart van de provincie Utrecht (vrijwel gelijk aan de grens tussen veen enerzijds en stroomrug en rivierkom anderzijds in bijlage 4). Vooralsnog is hier het hele veengebied noordelijk van Botshol opgenomen in de zone Toemaakdek De Venen II.

Droogmakerijen De Ronde Venen Ook in de droogmakerijen in de gemeente De Ronde Venen voldoet het buitengebied gemiddeld niet aan de Achtergrondwaarde. Plaatselijk worden gehaltes koper, kwik, lood en/of zink boven MaxWONEN aangetroffen. Ook hier speelt voormalige toemaak een rol. Tijdens de turfwinning werd de onbruikbare bovenlaag (oftewel de toemaak) opzij gezet. Deze verdween naar de bodem van de verveningsplas. Op de bodem

Regionale BKK werkgebied ODRU

42/54

Eindrapport, 18 oktober 2021

MARMOS Bodemmanagement

van de verveningsplas vormde een laag meermolm (zie uitleg in paragraaf 4.2). Deze laag meermolm bevat toemaakresten. Bij het droogleggen van de droogmakerij kwam de meermolm met toemaakresten aan het oppervlak van de polder te liggen. Gemiddeld valt de bovengrond van het buitengebied in de droogmakerijen in klasse Wonen. Ook de deelgebieden met bebouwing vallen in klasse Wonen. Dit laatste geldt ook voor het deelgebied in Mijdrecht dat uit de bebouwingsperiode 1940-1960 stamt. Op grond van het voorgaande is in de droogmakerijen in De Ronde Venen geen onderscheid gemaakt tussen bebouwd gebied en buitengebied. Al het bebouwde gebied en buitengebied in deze droogmakerijen valt onder de zone Droogmakerijen De Ronde Venen. Beleidsmatig is de zone Droogmakerijen De Ronde Venen opgesplitst in een deel dat bij de beleidszone Bebouwing 2/1 is gevoegd en een deel dat bij de beleidszone Buitengebied 2/1 is gevoegd. In zowel de boven-als ondergrond is het rekenkundig gemiddelde van molybdeen hoger dan de Achtergrondwaarde. In veengrond komen van nature verhoogde gehalten molybdeen voor (zie verder paragraaf 5.3) zodat molybdeen niet in de toetsing van deze zone is betrokken. De Bethunepolder bij Maarssen is ook een droogmakerij. In deze polder voldoet de bovengrond gemiddeld aan de Achtergrondwaarde, zodat de Bethunepolder is opgenomen in de zone Buitengebied overig Noordwest.

5.2.5

Overig toemaakgebied

Noorderpark De bovengrond van het gebied Noorderpark in de gemeenten De Bilt en Stichtse Vecht bevat verhoogde gehalten koper, kwik, lood en zink. Noorderpark is daarom een afzonderlijke zone in de bodemkwaliteitskaart. De begrenzing van deze zone komt overeen met de begrenzing uit de voorgaande bodemkwaliteitskaarten (respectievelijk de zone Ophooglaag Noorderpark in de eerdere bodemkwaliteitskaart van Zuidoost Utrecht (lit. 7) en de zone G: Noorderpark en omgeving in de eerdere bodemkwaliteitskaart van Noordwest Utrecht (lit. 6). In de voorgaande bodemkwaliteitskaart van Zuidoost Utrecht bevatte de zone Ophooglaag Noorderpark tevens een gedeelte in de gemeente Utrecht. In deze nieuwe bodemkwaliteitskaart is het Utrechtse deel buiten de zone gelaten. De verhoogde gehalten zijn veroorzaakt door het ‘verbeteren’ van de bodem met toemaak in het verleden. De gehalten zijn echter lager dan bij het toemaakdek De Venen. De bovengrond wordt geclassificeerd als Wonen, terwijl de ondergrond gemiddeld aan de Achtergrondwaarde voldoet. Er is daarom gekozen voor een neutrale zonenaam zonder het woord ‘toemaak’.

Regionale BKK werkgebied ODRU

43/54

Eindrapport, 18 oktober 2021

MARMOS Bodemmanagement

Kievitsbuurt en Polder Mijnden Aan de zone ‘G: Noorderpark en omgeving’ uit de voorgaande bodemkwaliteitskaart (lit. 6) was op basis van het ruimtelijke patroon van de gegevens tevens een gebied toegevoegd bij de Kievitsbuurt en Polder Mijnden. Uit oogpunt van inzichtelijkheid zijn de statistische kengetallen van dit gebied apart opgenomen in bijlage 8-8. Net als bij de zone Noorderpark valt de bovengrond gemiddeld in klasse Wonen, terwijl de ondergrond aan de Achtergrondwaarde voldoet. Bij Scheendijk zijn de analysegegevens beschikbaar van 9 bovengrondmonsters. Deze vallen afzonderlijk getoetst vrijwel allemaal in klasse Wonen vanwege lood en kwik. Op basis hiervan is de bebouwing van Scheendijk opgenomen in de zone ‘Kievitsbuurt’. Ten noorden van Scheendijk zijn in de Polder Mijnden 4 bovengrondanalyses beschikbaar uit lit. 32. Ook deze monsters hebben toemaakachtige gehaltes. Afzonderlijk getoetst vallen deze monsters in klasse Wonen of klasse Industrie. Bij Scheendijk en de Polder Mijnden is voor de grens van de zone uitgegaan van de grens van het veengebied volgens de bodemkaart. Voor barium, kobalt, molybdeen en PCB’s zijn in de zone Kievitsbuurt minder dan 20 waarnemingen beschikbaar. De beschikbare gegevens zijn vergelijkbaar met die van de zone Noorderpark waar wel meer dan 20 waarnemingen beschikbaar zijn.

Op grond hiervan wordt ervan uitgegaan dat extra waarnemingen (tot het minimum van 20 waarnemingen uit de Richtlijn bodemkwaliteitskaarten) niet tot een andere zone-classificatie zouden leiden.

Voorveldse Polder De Voorveldse Polder ligt gedeeltelijk in de gemeente De Bilt en gedeeltelijk in de gemeente Utrecht. Het gedeelte in de gemeente De Bilt was in de voorgaande bodemkwaliteitskaart van Zuidoost Utrecht (lit. 7) onderdeel van de zone Buitengebied kleigrond I. De bovengrond van deze zone was in de voorgaande bodemkwaliteitskaart ingedeeld in klasse Wonen. In verschillende bodemonderzoeken in de Voorveldse Polder zijn verhoogde gehalten arseen, koper, kwik en lood boven MaxWONEN aangetroffen. Deze bodemonderzoeken waren nog niet ingevoerd in het bodeminformatiesysteem van ODRU. Vanwege de afwijkende kwaliteit die in dit gebied is aangetroffen zijn de gegevens uit 2 verkennend bodemonderzoeken in augustus 2021 aanvullend ingevoerd in Excel en toegevoegd aan de dataset van de bodemkwaliteitskaart. Deze onderzoeken bevatten alleen analyses van de bovengrond. Op basis van deze gegevens valt de bovengrond van de Voorveldse Polder in klasse Industrie. Opvallend is, dat de gehalten arseen in de zone Voorveldse Polder beduidend hoger zijn dan in de rest van het werkgebied van ODRU. De totale dataset van alle zones in de 13 gemeenten tezamen bevat in totaal 28 monsters met een meetwaarde voor arseen hoger dan 40 mg/kgds (zonder bodemtypecorrectie). Hiervan zijn er 19 afkomstig uit de Voorveldse Polder.

Regionale BKK werkgebied ODRU

44/54

Eindrapport, 18 oktober 2021

MARMOS Bodemmanagement

In het aangrenzende Utrechtse deel is een nader onderzoek uitgevoerd met in totaal 85 analyses van de bovengrond en verder 10 analyses van de ondergrond (alleen geanalyseerd op metalen). De gegevens van de bovengrond vertonen hetzelfde beeld als de 2 hiervoor genoemde onderzoeken in de gemeente De Bilt. Ook hier zijn sterk verhoogde gehalten arseen gemeten. Bij de analyses van de ondergrond zijn vrijwel nooit gehalten boven de detectiegrens aangetoond. Op grond daarvan wordt ervan uitgegaan dat in de zone Voorveldse Polder alleen de bovengrond diffuus verontreinigd is en de ondergrond aan de Achtergrondwaarde voldoet. De Voorveldse Polder vormt beleidsmatig de beleidszone Buitengebied 3/1.

5.2.6

Overig buitengebied

Tot slot bevat de bodemkwaliteitskaart 4 zones met buitengebied, waarvan zowel de bovengrond als ondergrond aan de Achtergrondwaarde voldoet: Buitengebied overig Noordwest Buitengebied kleigrond Zuidoost Buitengebied veengrond Veenendaal Buitengebied zandgrond Zuidoost In totaal beslaan deze zones ruim de helft van de oppervlakte van het gebied uit deze bodemkwaliteitskaart. Deze zones zijn beleidsmatig samengevoegd in de beleidszone Buitengebied 1/1. Kleins stukjes buitengebied (weiland, bos) uit deze zones die met het oog op toekomstige ontwikkelingen in de bodemfunctiekaart al de functie wonen of industrie zijn ingedeeld, zijn beleidsmatig opgenomen in de beleidszone Bebouwing 1/1. De zone Buitengebied overig Noordwest komt globaal overeen met de zone ‘H: Overig buitengebied’ uit de voorgaande bodemkwaliteitskaart van Noordwest Utrecht Ook in deze zone komen in de bovengrond iets hogere gehaltes lood en kwik voor. De statistische kengetallen voor lood en kwik zijn in deze zone hoger in de bovengrond dan in de ondergrond. Bij ongeveer de helft van de bovengrondmonsters is een gehalte kwik gemeten dat iets hoger is dan de Achtergrondwaarde. Ook lood wordt regelmatig iets boven de Achtergrondwaarde gemeten. Deze gehaltes vallen echter in het algemeen nog binnen de toetsingsregel van de Achtergrondwaarde.

De boven- en ondergrond van de zone Buitengebied overig Noordwest voldoen derhalve gemiddeld aan de Achtergrondwaarde. Als grens tussen de zones Buitengebied zandgrond Noordoost en Buitengebied kleigrond Noordoost is dezelfde grens aangehouden als de grens tussen de zones Buitengebied zandgrond en Buitengebied kleigrond II in de voorgaande bodemkwaliteitskaart van Zuidoost Utrecht. In de zone Buitengebied kleigrond Zuidoost is ook buitengebied in het zuiden van de gemeente De Bilt opgenomen dat in de voorgaande bodemkwaliteitskaart onderdeel was van de zone Buitengebied kleigrond I. De bovengrond van laatstgenoemde zone was ingedeeld in klasse Wonen, maar hiervoor is geen historische verklaring. De dataset van de voorgaande bodemkwaliteitskaart bevat in dit gebied een vijftal verhoogde PAK-gehalten waarvoor geen verklaring is. Aangenomen wordt dat deze niet representatief zijn voor dit buitengebied. In de voorgaande bodemkwaliteitskaart zijn deze 5 verhoogde

Regionale BKK werkgebied ODRU

45/54

Eindrapport, 18 oktober 2021

MARMOS Bodemmanagement

PAK-gehalten ook uitgesloten, dus deze afwijkende PAK-waarden zijn opnieuw niet meegerekend in de statistische kengetallen. In het oosten van de gemeenten Veenendaal en Rhenen bestaat de bodem uit veengrond. Volledigheidshalve zijn de statistische kengetallen voor dit gebied met veengrond apart berekend. Formeel zijn voor de zone Buitengebied veengrond Veenendaal minder waarnemingen beschikbaar dan het in de Richtlijn bodemkwaliteitskaarten voorgeschreven minimum van 20 waarnemingen per zone. Uit de beschikbare gegevens kan echter voldoende worden opgemaakt dat de milieu-hygiënische bodemkwaliteit niet afwijkt van de rest van het buitengebied.

5.3

Toelichting op enkele stoffen

In deze paragraaf worden enkele stoffen nader toegelicht: PCB’s worden vaak niet boven de detectiegrens gemeten. Landelijk is voorgeschreven, dat waarden beneden de detectiegrens moeten worden opgeteld en getoetst als 0,7 x detectiegrens. Deze factor 0,7 leidt in veel gevallen tot een overschatting van de werkelijke PCBgehaltes; voor molybdeen wordt geen bodemtypecorrectie uitgevoerd. In veengrond blijken echter van nature hogere molybdeengehaltes voor te komen dan in andere bodemtypes; over nikkel is bekend, dat in het rivierengebied van nature vaker gehaltes boven de Achtergrondwaarde voorkomen dan in de rest van het land.

PCB’s Voor PCB zijn vaak positieve meetwaarden ingevoerd, terwijl in werkelijkheid geen gehalte boven de detectiegrens is gemeten. Dit is het geval wanneer alle monsters van een rapport voor PCB dezelfde invoerwaarde hebben van bijvoorbeeld +0,0049 mg/kgds 13. De ODRU heeft een steekproef van dergelijke PCB-invoer gecontroleerd. Uit deze controle blijkt, dat dergelijke positieve invoerwaarden in het algemeen gehalten beneden de detectiegrens betreffen. Voor PCB’s zijn derhalve in het merendeel van de monsters geen gehaltes boven de detectiegrens gemeten. De toetsing van de PCB’s wordt beïnvloed door de wijze waarop met waardes beneden de detectiegrens wordt omgegaan. De Regeling bodemkwaliteit schrijft voor, dat waardes beneden de detectiegrens worden meegerekend als 0,7 x detectiegrens. Bij de sommatie van somparameters zoals de 7 PCB’s moet volgens de Regeling bodemkwaliteit elke afzonderlijke PCB beneden de detectiegrens worden meegerekend als 0,7 x detectiegrens. Bij lage humuspercentages leidt dit tot rekenwaardes die hoger zijn dan de Achtergrondwaarde voor PCB’s , hoewel geen enkele individuele PCB boven de detectiegrens is aangetoond.

In de totale dataset is bij 38% van de PCB-analyses een positieve meetwaarde ingevoerd. Bij deze positieve meetwaarden is in bijna 40% van de gevallen een meetwaarde van 0,0049 mg/kgds (28% van de positieve meetwaarden) of 0,0098 mg/kgds 11% van de positieve meetwaarden) ingevoerd. 13

Regionale BKK werkgebied ODRU

46/54

Eindrapport, 18 oktober 2021

MARMOS Bodemmanagement

Meer dan de helft van de invoerwaarden voor PCB bedraagt <0,007 mg/kgds. Ook voor het berekenen van het gemiddelde moeten waarden beneden de detectiegrens volgens de Richtlijn bodemkwaliteitskaarten worden meegerekend als 0,7 x detectiegrens. Bij een laag humuspercentage van 2% levert dit omgerekend naar standaardbodem een rekenwaarde op die hoger is dan de Achtergrondwaarde, namelijk 0,0245 mg/kgds. Op grond van de statistische verdeling en gegevens uit AW2000 leidt de 0,7 factor bij de sommatie van PCB’s tot een overschatting van deze somparameter (lit. 31). Een correctiefactor lager dan 0,3 geeft voor waarnemingen beneden de detectiegrens een realistischer schatting van de werkelijke gehaltes. Vanwege het voorgaande zijn de rekenkundig gemiddelden voor PCB in bijlage 8 eigenlijk te hoog. In het algemeen heeft dit echter geen consequenties voor de classificatie van de zones. Voor de zone Bebouwing 3/1 zandgrond Zuidoost is ervoor gekozen om PCB niet te betrekken in de classificatie van de zone (zie ook paragraaf 5.2.2).

Molybdeen Het rekenkundig gemiddelde voor molybdeen is in een aantal zones iets hoger dan de Achtergrondwaarde14: zone Droogmakerijen De Ronde Venen (boven- en ondergrond); Toemaakdek De Venen I bebouwing 3/3 (ondergrond); Toemaakdek De Venen I bebouwing overig (boven- en ondergrond); Toemaakdek De Venen II (boven- en ondergrond) Bebouwing 2/2 (ondergrond) In de totale dataset van deze bodemkwaliteitskaart is bij 90% van de metingen van molybdeen geen gehalte boven de detectiegrens aangetoond. Deze detectiegrens is meestal gelijk aan de Achtergrondwaarde (1,5 mg/kgds). In de laatste jaren worden door laboratoria voor molybdeen lagere detectiegrenzen, maar een klein deel van de monsters in de dataset heeft voor molybdeen een hogere detectiegrens dan de Achtergrondwaarde. Volgens de Richtlijn bodemkwaliteitskaarten moet men bij het berekenen van gemiddelden deze gehaltes beneden de detectiegrens vermenigvuldigen met een factor 0,7. Anders dan bij PCB vormt dit bij molybdeen niet de verklaring voor hogere gemiddelden dan de Achtergrondwaarde. De gehalten molybdeen boven de Achtergrondwaarde zijn primair afkomstig uit de vijf gemeenten in Noordwest Utrecht (De Ronde Venen, Montfoort, Oudewater, Stichtse Vecht en Woerden). In de acht gemeenten in Zuidoost Utrecht is bij minder dan 1% van de monsters een gehalte molybdeen boven de Achtergrondwaarde aangetoond.

Voor molybdeen wordt volgens de Regeling bodemkwaliteit geen bodemtypecorrectie toegepast. Er blijkt echter wel een verband te bestaan tussen de gehaltes organische stof en molybdeen. In venig materiaal worden eerder gehaltes molybdeen boven de detectiegrens (en boven de Achtergrondwaarde) gemeten. Dit wordt geïllustreerd in onderstaande tabel.

De Achtergrondwaarde voor molybdeen bedraagt 1,5 mg/kgds, ongeacht het percentage lutum of organische stof 14

Regionale BKK werkgebied ODRU

47/54

Eindrapport, 18 oktober 2021

MARMOS Bodemmanagement

Relatie tussen molybdeen en organische stofgehalte (gegevens 5 gemeenten Noordwest Utrecht, ongeacht diepte)15: Organisch stofgehalte Aantal waarnemingen Aantal waarnemingen <= 1,5 mg / kgds > 1,5 mg / kgds < 5% 901 (98%) 21 (2%) 5 - 10 % 300 (91%) 29 (9%) 10 – 20 % 156 (66%) 79 (34%) > 20 % 138 (42%) 187 (58%) De hogere molybdeengehaltes worden niet veroorzaakt door toemaak. In de zones van het toemaakdek De Venen zijn de gehaltes molybdeen in de bovengrond lager dan in de ondergrond. Hetzelfde verband is zichtbaar wanneer alleen wordt gekeken naar de gegevens buiten het toemaakdek De Venen. Eenzelfde verband tussen hogere molybdeengehaltes en veen is ook aangetoond bij de regionale bodemkwaliteitskaart van Zuid-Holland Zuid (lit. 33). In de Alblasserwaard bestaat de bodemopbouw voor een groot deel uit veen. Voor het buitengebied van de Alblasserwaard is vastgesteld, dat bij hogere percentages organische stof ook hogere gehaltes molybdeen worden gemeten. Uit het voorgaande wordt geconcludeerd, dat het gehalte molybdeen van nature afhankelijk is van het organische stofgehalte. De verhoogde gehaltes molybdeen zijn om deze reden niet betrokken in de classificatie van de zone.

Nikkel Het is bekend, dat in het rivierengebied van nature vaker gehaltes nikkel boven de Achtergrondwaarde worden gemeten dan in de rest van het land. Ook bij de afzonderlijke monsters in de dataset van deze bodemkwaliteitskaart is dit zichtbaar, met name in het buitengebied van de gemeenten Montfoort en Oudewater. De classificatie van de zones wordt hierdoor niet beïnvloed. Bij de toetsing van afzonderlijke partijen grond kan dit binnen de regio wel van invloed zijn op het toetsingsresultaat.

5.4

Zones met 95-percentielwaarde hoger dan interventiewaarde

De indeling van de zones uit de bodemkwaliteitskaart in verschillende bodemkwaliteitsklasses is gebaseerd op het rekenkundig gemiddelde van de verschillende stoffen. De concentraties van de verschillende stoffen hebben een zekere spreiding en een deel van de waarnemingen in een zone voldoet niet aan de bodemkwaliteitsklasse waarin de zone is ingedeeld. De meeste partijen grond die binnen een zone vrijkomen voldoen derhalve aan betreffende bodemkwaliteitsklasse, maar af en toe kan het vrij grondverzet ertoe leiden dat een partij grond wordt toegepast die niet aan de toepassingseis van een zone voldoet.

Voor deze tabel zijn alleen monsters gebruikt waarvan tevens het percentage organische stof is gemeten. Monsters met een hogere detectiegrens dan de Achtergrondwaarde zijn buiten beschouwing gelaten. 15

Regionale BKK werkgebied ODRU

48/54

Eindrapport, 18 oktober 2021

MARMOS Bodemmanagement

Gemiddeld leidt dit niet tot een verslechtering van de bodemkwaliteit. Het grondverzet levert geen ‘nieuwe’ verontreiniging op, maar betreft een verplaatsing van al in het milieu aanwezige verontreiniging. Het grondverzet mag er echter niet toe leiden dat op de toepassingslocatie dusdanige milieuhygiënische risico’s ontstaan, dat volgens de Wet bodembescherming een spoedige sanering noodzakelijk zou zijn. Om de kans op dit laatste te minimaliseren is in artikel 4.3.5, lid 3c van de Regeling bodemkwaliteit een toetsing opgenomen van de 95-percentielwaarde van de bodemkwaliteitszone van de plaats van herkomst van de grond. Op basis van de 95-percentielwaarde wordt getoetst of vrij grondverzet op de toepassingslocatie volgens de Wet bodembescherming kan leiden tot een noodzaak tot spoedige sanering. Een locatie kan in principe alleen spoedeisend zijn wanneer de interventiewaarde wordt overschreden. Voor deze risicobeoordeling is een standaardbeoordeling uitgewerkt in het computerprogramma Sanscrit.

Hogere 95-percentielwaarden dan de interventiewaarde komen alleen voor in de volgende zones: Bebouwing 2/2 (barium) Zone Bebouwing 3/2 Noordwest (lood) Zone Bebouwing 3/2 Noorderpark (lood) Zone Bebouwing 3/3 (lood en zink) Toemaakdek De Venen I bebouwing 3/3 (koper, lood en zink) Toemaakdek De Venen I overig (koper, lood en zink) Voorveldse Polder (arseen) De sterk verhoogde gehalten barium in de zone bebouwing 2/2 zijn alleen afkomstig uit het deel dat in de gemeente Woerden ligt (Zegveld, Kamerik) In de Nota bodembeheer wordt beschreven welke consequenties dit heeft voor het grondverzet in deze zones.

Regionale BKK werkgebied ODRU

49/54

Eindrapport, 18 oktober 2021

MARMOS Bodemmanagement

Regionale BKK werkgebied ODRU

50/54

Eindrapport, 18 oktober 2021

MARMOS Bodemmanagement

6

CONCLUSIES

Zone-indeling In deze bodemkwaliteitskaart is de landbodem van de 13 van de 15 gemeenten uit het werkgebied van ODRU ingedeeld in 10 beleidszones met een vergelijkbare algemene milieuhygiënische bodemkwaliteit. De bodemkwaliteitskaart is opgesteld voor de stoffen uit het NEN5740-pakket, aangevuld met arseen en chroom. De bodemkwaliteitskaart betreft het grondgebied van de volgende gemeenten: Bunnik; De Bilt; De Ronde Venen; Montfoort; Oudewater; Renswoude; Rhenen; Stichtse Vecht; Utrechtse Heuvelrug; Veenendaal; Wijk bij Duurstede; Woerden Zeist. De bodemkwaliteitskaart van Noordwest Utrecht bestaat uit de volgende 10 beleidszones (classificatie op basis van het rekenkundig gemiddelde): Beleidszone Bodemkwaliteitsklasse Bodemkwaliteitsklasse Bovengrond (0-0,5 m-mv) Ondergrond (0,5-2,0 m-mv) Zone Bebouwing 1/1 Achtergrondwaarde Achtergrondwaarde Zone Bebouwing 2/1 Wonen Achtergrondwaarde Zone Bebouwing 2/2 Wonen Wonen Zone Bebouwing 3/1 Industrie Achtergrondwaarde Zone Bebouwing 3/2 Industrie Wonen Zone Bebouwing 3/3 Industrie Industrie Zone Buitengebied 1/1 Achtergrondwaarde Achtergrondwaarde Zone Buitengebied 2/1 Wonen Achtergrondwaarde Zone Buitengebied 3/1 Industrie Achtergrondwaarde Zone Buitengebied 3/2 Industrie Wonen

Lokaal afwijkende situaties Met nadruk wordt erop gewezen, dat in de bodemkwaliteitskaart een gemiddelde achtergrondkwaliteit van grotere gebieden wordt vastgelegd. Plaatselijk kan de bodemkwaliteit hiervan afwijken, bijvoorbeeld in geval van verdachte locaties, wegbermen, boerenerven en bijmengingen van puin en koolas.

Regionale BKK werkgebied ODRU

51/54

Eindrapport, 18 oktober 2021

MARMOS Bodemmanagement

Toepassen van grond op basis van deze bodemkwaliteitskaart is dus pas mogelijk, nadat eerst een historisch vooronderzoek is uitgevoerd. De verdere regels en randvoorwaarden voor het toepassen van grond zijn vastgelegd in de regionale Nota Bodembeheer.

Regionale BKK werkgebied ODRU

52/54

Eindrapport, 18 oktober 2021

MARMOS Bodemmanagement

LITERATUUR 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9. 10. 11. 12. 13. 14.

15. 16.

17.

18. 19. 20.

21. 22. 23. 24. 25. 26.

Bodemkwaliteitskaart gemeente Vijfheerenlanden; Marmos Bodemmanagement, 4 augustus 2020. Bodemkwaliteitskaart gemeente IJsselstein; Marmos Bodemmanagement, 29 januari 2021. Nota bodembeheer gemeente Vijfheerenlanden – beleidskader voor grondverzet en bodemsanering; gemeente Vijfheerenlanden en ODRU, 16 oktober 2020. Nota bodemheheer gemeente IJsselstein– beleidskader voor het grondverzet (en bodemsanering); ODRU, mei 2021. Nota bodembeheer werkgebied ODRU; ODRU, 2021 Regionale bodemkwaliteitskaart Noordwest Utrecht; Marmos Bodemmanagement, 7 oktober 2014 Bodemkwaliteitskaart regio Zuidoost-Utrecht; CSO Adviesbureau, 1 november 2011 Nota bodembeheer – Grondstromenbeleid gemeente Renswoude; ODRU, december 2014. Besluit bodemkwaliteit; Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden, jaargang 2007, nr. 469. Regeling bodemkwaliteit; Staatscourant, 20 december 2007. Richtlijn bodemkwaliteitskaarten; Ministerie van VROM en Ministerie van Verkeer en Waterstaat; gepubliceerd via website NEN, 7 september 2007. Regeling houdend regels met betrekking tot het beheer en gebruik van watersystemen (Waterregeling); Staatscourant, 17 december 2009. NEN5740, Bodem – Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek – Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond; NEN, januari 2009.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11836121/1