Bijlage 1 - RES 1.0 Regio Foodvalley
Tekst van het document
Dit zorgt voor voldoende expertise en ervaring, die niet door de kleinere coöperatie opgebouwd hoeft te worden. De coöperaties kunnen zich dan primair richten op het werven van deelnemers en invulling geven aan de beslissingen die horen bij hun eigenaarsrol. Regionaal expertisecentrum: Regio Foodvalley verkent welke expertise velden voor energiecoöperaties en lokaal eigenaarschap het beste op gemeentelijk niveau en welke op regionaal niveau gebundeld kunnen worden (zie paragraaf 4.4). Vanuit dit centrum kan expertise aangeboden worden om inwoners en ondernemers te betrekken bij het lokale eigenaarschap. Er wordt ook gekeken naar de samenwerking met het projectenbureau Energie van Utrecht voor het uitwisselen van kennis en mogelijk bundelen van kracht. Professionalisering (beginnende) coöperaties: gemeenten kunnen subsidies verstrekken om professionaliteit te ontwikkelen en/of in kind expertise beschikbaar te stellen. Ook zijn er wellicht mogelijkheden als startsubsidie voor het opzetten van een lokale energiecoöperatie. Uiteraard zijn de mededingregels hierop van toepassing. Ook provincies Utrecht en Gelderland hebben subsidiemogelijkheden voor beginnende energiecoöperaties. Daarnaast kunnen beginnende
coöperaties en initiatieven in Utrecht een beroep doen op het Servicepunt Energie Lokaal (NMU) en Energie van Utrecht. Goedkope lening voor minder draagkrachtige inwoners: bedoeld om met een garantstelling voor een goedkopere lening bij de BNG of de Waterschapsbank, deelname van minder draagkrachtige inwoners aan opwekprojecten mogelijk te maken. De gemeenten kunnen faciliteren om dit mogelijk te maken, inclusief garantstellingen. Die lening moet gebruikt worden voor het kopen van participaties in het project.
Inwoner: “Er moet goed rekening worden gehouden met mensen die niet de middelen hebben om zonnepanelen te plaatsen.”
4.4 Investeringen door private partijen Het slagen van de energietransitie is in grote mate afhankelijk van de bereidheid van private partijen om erin te investeren. Wij schatten in dat het komende decennium ruim 400 miljoen aan private investeringen nodig zijn om onze doelstelling van 0,75 TWh waar te maken, en nog zo’n 200 miljoen meer om 1,0 TWh te realiseren. Ondernemers, inwoners, energiecoöperaties en ontwikkelaars willen graag bijdragen aan kansrijke én maatschappelijk gewenste projecten. De private partijen ondersteunen de ambitie om minimaal 50% lokaal eigenaarschap te realiseren (30 tot 50 miljoen, uitgaande van 15-20% eigen vermogen) en zetten zich in om daar een succes van te maken. Dit vereist enerzijds zicht op rendement, en anderzijds de mogelijkheid om slagvaardig te ondernemen. Dit vraagt een faciliterende en ondersteunende overheid en tempo in procedures.
Inwoner: “De regio zou het initiatief kunnen nemen tot een kenniscentrum voor niet-fossiele energieproductie.”
De bedrijven in Regio Foodvalley onderzoeken kansen om zelf bij te dragen aan de energietransitie, door te investeren in energiebesparing, -efficiëntie, opslag en duurzame opwek. Omdat dit voor de meeste bedrijven niet de corebusiness is, lopen zij daarbij tegen vragen aan op technisch, juridisch, fiscaal en financieel vlak. Om kennis en praktische tools te bundelen, verkennen we de meerwaarde van een regionaal Energie-Expertisecentrum. Het is dé plek waar bedrijven, energiecoöperaties, agrariërs, woningbouwcorporaties en andere initiatiefnemers geholpen worden met het verduurzamen van hun energiehuishouding. Door verbindingen te leggen met bestaande (lokale, regionale en provinciale) initiatieven, door kennis en expertise te delen, business cases uit te werken en drempels weg te nemen. In de periode tot 1 juni 2021 onderzoeken overheden en ondernemers de
REGIONALE ENERGIESTRATEGIE 1.0 REGIO FOODVALLEY | 37
Samenwerking in de randvoorwaarden: Deelname in de regionale samenwerking en sturing op de uitvoering van de RES. Daarbij wordt verkend hoe goed kan worden aangesloten op andere regionale structuren zoals de Economic Board van Regio Foodvalley. In samenwerking met gemeenten en energiecoöperaties de kaders voor minimaal 50% lokaal eigenaarschap verder uitwerken. Bijdragen met praktijkkennis, bijvoorbeeld door plannen op realisme te beoordelen of te adviseren over inrichting van een ontwikkel- of landschapsfonds. Bijdragen aan een lobby naar de rijksoverheid voor aanvullende financiering voor onrendabele (maar maatschappelijk gewenste) investeringen. Verkennen hoe kan worden bijgedragen aan de ambitie om de energietransitie zoveel mogelijk te laten bijdragen aan de regionale werkgelegenheid.
Samenwerking in de uitvoering: Realisatie van grootschalige energieprojecten door ontwikkelaars en energiecoöperaties. Dit vraagt voldoende financiële prikkels en een nauwe samenwerking met de gemeente om tot een haalbaar, landschappelijk ingepast en maatschappelijk gedragen plan te komen. Realiseren van een zo groot mogelijk areaal aan zon op boerendaken en verbeteren van de energie-efficiency van agrarische bedrijven. Voor zon op daken zijn met name kansen in de directe nabijheid van een grootschalige ontwikkeling met wind en/of zon. Zo ontstaat daar de basis voor een rendabele “stekkerdoos” waarop dakpanelen kunnen worden aangesloten. Deze geclusterde ontwikkeling vraagt intensieve samenwerking tussen boeren, ontwikkelaars, netbeheerder en gemeente. Realisatie van zo groot mogelijk areaal aan zon op daken op bedrijventerreinen. Dit vraagt actieve ondersteuning en/of projectmanagement, bijvoorbeeld door clustering van bedrijven via lokale coöperaties en/of bedrijvenkringen om samen daken vol te leggen. Ook de ontwikkeling van kleine windmolens op bedrijventerreinen kan bijdragen. Isolatie en verduurzaming van het vastgoed van woningbouwcorporaties, maatschappelijk vastgoed (zoals scholen, zorginstellingen, sportcomplexen) en particuliere vastgoedeigenaren.
Waaronder het realiseren van een zo groot mogelijk areaal aan zon op daken, Dit vraagt financiële incentives om tot rendabele businesscases te komen.
haalbaarheid en stellen hiervoor een plan van aanpak en businessplan op. Daarbij wordt verkend hoe op de vele lopende initiatieven en loketten kan worden aangesloten, Zo wordt dubbel werk voorkomen. De ondernemers, energiecoöperaties en andere initiatiefnemers in de regio gaan op meerdere manieren bijdragen aan de uitvoering van de RES:
“Ook erg handig is dat lokale bedrijven hiervan profiteren. Zo kunnen we duurzaam uit de Coronacrisis komen.”
REGIONALE ENERGIESTRATEGIE 1.0 REGIO FOODVALLEY | 38
REGIONALE ENERGIESTRATEGIE 1.0 REGIO FOODVALLEY | 39
5 VERVOLGPROCES Met deze RES bieden we een gezamenlijke en realiseerbare visie en strategie voor het opwekken van 0,75 TWh aan duurzame energie uit wind en zon voor 2030. Onze ambitie blijft om uiteindelijk 1 TWh in 2030 op te wekken, mits dit realistisch is. Dit werken we de komende periode verder uit. We gaan onze dromen omzetten in daden en deze RES samen uitvoeren: overheden, inwoners, netbeheerders, ondernemers, energiecoöperaties en -initiatieven en maatschappelijke organisaties! Om te borgen dat de plannen waargemaakt worden, maken we afspraken over de borging, uitvoering en samenwerking in het vervolgproces. De regionale energiestrategie is niet alleen een document. Het is ook een iteratief proces: samen realiseren van de strategie, van elkaar leren en wendbaar zijn in onze aanpak. Dat is nodig om de juiste stappen in gang te zetten naar een energieneutrale regio in 2050. De complete regionale energieopgave kan immers niet in één keer in de RES worden opgelost. Daarvoor is nog te veel onzeker en in ontwikkeling. Daarom herijken we - net als iedere RES-regio in Nederland - iedere twee jaar de RES op grond van nieuwe inzichten, innovaties of ervaringen. Op basis daarvan wordt de ambitie geactualiseerd en worden nieuwe (onder)zoekgebieden verkend voor 2050.
Inwoner: “Ik wil een overheid die met een doordachte visie komt, in plaats van dat we allemaal wat rommelen en er wellicht over een tijdje achter komen dat niemand het overzicht heeft en we de doelen niet halen.”
5.1 Borging van de uitgangspunten en afspraken in de RES
5.2 Ontwikkelen uitvoerings- en samenwerkingsprogramma
Om tot daden te komen is het nodig dat de regionale energiestrategie wordt uitgewerkt tot concrete projectinitiatieven en dat we er gezamenlijk voor zorgen dat de plannen gerealiseerd worden. We werken daarin regionaal samen, volgens het solidariteitsprincipe dat iedere partij bijdraagt naar vermogen. Om dit te borgen maken we drie afspraken: Verankeren van de uitgangspunten en afspraken in (lokaal en provinciaal) beleid: iedere gemeente spant zich in om de zoekgebieden voor wind en de plannen voor zonne-energie te vertalen naar concrete locaties en deze te borgen in lokaal omgevingsbeleid. De plannen die al zijn opgenomen in lokaal en provinciaal bestaand beleid worden zoveel mogelijk voor 2030 gerealiseerd. Maximaal inzetten om vergunningenprocedures voor grootschalige energieopwek voor 1 januari 2025 af te ronden. Vastleggen gezamenlijk commitment voor de uitvoering. We hebben alle partijen nodig om onze ambities te realiseren: overheden, inwoners, netbeheerders, ondernemers, energiecoöperaties en maatschappelijke organisaties. Daartoe ontwikkelen we een gezamenlijk uitvoerings- en samenwerkingsprogramma. We leggen ons gezamenlijke commitment vast in een document met afspraken waaraan alle betrokken stakeholders en overheden zich verbinden.
De energietransitie is complex, vol onzekerheden en aan verandering onderhevig. Technologische ontwikkelingen en opkomst van alternatieve energiebronnen gaan snel. Daarom starten we een iteratief en lerend vervolgproces. Onze grote ambitie vraagt om langjarige samenwerking tussen overheden, netbeheerders, het bedrijfsleven, (samenwerkende) inwoners en andere stakeholders. Dat vereist coördinatie, expertise en ondersteuning voor die projecten die gemeentegrensoverstijgend zijn, afstemming rond communicatie en rond de ontwikkeling van netinfrastructuur. Het stevige fundament dat is opgebouwd, willen we behouden.
Inwoner: “Alles wat je samen kan doen heeft veel meer impact.”
Daarom continueren we de samenwerking tijdens de uitvoering. We monitoren de (tussen-)resultaten, sturen waar nodig bij en werken samen verder aan de RES 2.0 Daarin onderscheiden we vooralsnog vier onderdelen:
Plannen & processen (RES2.0, RSW, netinfra)
Interbestuurlijk samenwerken en sturen
project organisatie
Uitvoeringsprojecten
Ondersteunen en coördineren Monitoren voortgang Kennisuiwisseling Raakvlakmanagement
Plannen maken en processen inrichten: RES 2.0, Regionale Structuur Warmte, programmeren netinfrastructuur. Projecten uitvoeren en ondersteunen: borging in lokaal beleid, realiseren van projecten op lokaal niveau, ‘versnellingsprojecten’, verkennen regionaal Energie-Expertisecentrum. Monitoring, kennisuitwisseling, afstemming: liggen we op koers? Borgen integraliteit en efficiency. Samenwerken en sturen: bijsturen, issues oplossen, versnellen, escaleren, successen vieren en bovenregionale afstemming.
REGIONALE ENERGIESTRATEGIE 1.0 REGIO FOODVALLEY | 40
We werken het vervolgproces aan de hand van deze vier onderdelen verder uit in een gedragen uitvoerings- en samenwerkingsprogramma. Deze uitwerking baseren we op een gezamenlijke evaluatie van het proces tot nu toe. In het uitvoerings- en samenwerkingsprogramma werken we de activiteiten, taken en verantwoordelijkheden verder uit. Wanneer dit aanvullende financiële middelen van gemeenten of provincies vraagt, dan wordt dit besluit separaat voorgelegd aan de betrokken raden en staten. Vooralsnog denken we aan: Lokaal realiseren: Het realiseren van onze ambitie vindt voornamelijk op het lokale niveau plaats. De uitwerking van de concrete energieplannen gebeurt onder regie van de betreffende gemeente, in nauwe samenspraak met initiatiefnemer(s) en waar nodig in samenwerking met aangrenzende gemeenten. We houden elkaar goed op de hoogte. Interbestuurlijk samenwerken: Continueren van de interbestuurlijke samenwerking in regionaal verband. Uitgangspunt daarbij is om de waarde van de huidige brede samenwerking vast te houden en bij voorkeur gebruik te maken van bestaande structuren. We verkennen verschillende opties en hebben aandacht voor de relatie met regio Foodvalley en Economic Board. Samen kijken we hoe dit in het vervolg vorm krijgt en we elkaar vasthouden.
Regionaal ondersteunen en coördineren: Het uitvoeringsen samenwerkingsprogramma wordt regionaal gecoördineerd, in intensieve samenwerking met medewerkers van de individuele gemeenten, de netbeheerder en de provincies. Daarbij wordt de uitvoering van de energietransitie verbonden aan andere regionale opgaven: ruimtelijke verkenning, verstedelijkingsstrategie, economische ontwikkeling. In aanloop naar het uitvoerings- en samenwerkingsprogramma wordt ook de haalbaarheid van een regionaal Energie-Expertisecentrum onderzocht. Faciliteren van communicatie en participatie: De regio biedt strategische en praktische ondersteuning op het gebied van participatie. Gericht op de door het burgerforum geadviseerde betrokkenheid van bewoners, op doorlopend communiceren over de RES en op afstemming van gelijkluidende boodschappen. Ook kan de regio middelen bieden, zoals de website, nieuwsbrief, visualisaties van zoekgebieden en projecten, handen bij het ontwerpen en organiseren van inwonersbijeenkomsten etc. We werken verder uit hoe we invulling geven aan het advies van het burgerforum om ook op regionaal niveau de stem van de burger te laten doorklinken, bijvoorbeeld via een regionaal burgerpanel of -beraad op te zetten dat kan meedenken en -doen in de ontwikkeling van de RES 2.0. en verder.
REGIONALE ENERGIESTRATEGIE 1.0 REGIO FOODVALLEY | 41
5.3 Mijlpalen naar 2030 5.3.1 Stappen naar 2030 en 2050 en ijkpunten Om in 2030 de regionale doelstelling van 55% CO2 reductie te halen en in 2050 energieneutraal te zijn, is het van belang dat de projecten gerealiseerd worden en de juiste procedurele stappen tijdig doorlopen worden. In het traject op weg naar 2030 onderscheiden wij een aantal belangrijke mijlpalen waarop we met elkaar vaststellen of we op koers liggen. Op 1 juli 2023 ronden we RES 2.0 af. Uiterlijk op 1 januari 2025 dienen de omgevingsvergunningen voor grootschalige zon- en windprojecten in 2030 verleend te zijn. Om dat voor elkaar te krijgen werken we een fasering uit met resultaten en mijlpalen die we opnemen in onze afspraken over een gezamenlijk uitvoerings- en samenwerkingsprogramma. Tweejaarlijks actualiseren we de RES opdat nieuwe ontwikkelingen en mee- en tegenvallers meegenomen kunnen worden in de concretisering van onze ambities naar 2030 en 2050. Zo worden de plannen en te nemen stappen ook richting 2050 steeds realistischer.
Inwoner: “Leg je nu niet vast voor 30 jaar maar voor 5-10 jaar en pas dan weer aan zodat alternatieven mogelijk worden en bijgestuurd kan worden.”
5.3.2 Bijsturen wanneer we onze doelstellingen niet realiseren Wij werken in het document met onderlinge afspraken uit hoe we elkaar kunnen blijven versterken en op welke wijze we kunnen bemiddelen of interveniëren wanneer sprake is van structureel achterblijven op de doelstelling. De allerlaatste stap van escalatie voor overheden is een interventie op basis van “Het Huis van Thorbecke”, met een interveniërende rol voor de provincie of het rijk.
BIJLAGEN A: Tijdlijn en procesbeschrijving totstandkoming RES 1.0 B: Participatie in de RES 1.0 in Regio Foodvalley C: Advies Burgerforum
Route35 In het Klimaatakkoord is afgesproken dat de RES’en gezamenlijk 35 TWh aan grootschalige duurzame energieopwekking op land realiseren in 2030. Mochten regio’s onverhoopt niet gezamenlijk de 35 TWh bereiken dan wordt eerst het bestuurlijke ”goede gesprek” gezocht. Dit traject heet Route35. Route35 is het proces dat ervoor zorgt dat de afspraak die we als decentrale overheden samen hebben gemaakt in het Klimaatakkoord, gehaald wordt. Gezien de analyse van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) van februari 2021, lijkt het doel van 35 TWh binnen bereik. De koepels houden een uit te werken verdeelsystematiek achter de hand, mocht zich onverhoopt de situatie voordoen dat de RES’en onvoldoende opleveren en de doelstelling toch niet gehaald wordt. PBL zal ook de RES 1.0 analyseren. De monitor die daaruit volgt, is een belangrijk ijkmoment voor het beoordelen of het doelbereik van de ambitie 35 TWh - passend in de ruimte, op het net en met draagvlak - ook te realiseren is voor 2030. We blijven met Regio Foodvalley deelnemen aan het landelijk RES-beraad met alle regio’s. Zo houden we contact met de andere regio’s om te leren van elkaar en samen op te trekken in het realiseren van de afspraak uit het Klimaatakkoord.
REGIONALE ENERGIESTRATEGIE 1.0 REGIO FOODVALLEY | 42
D: Analyse netwerkimpact door Liander en Stedin E: Cijfermatige onderbouwing F: Verslag ateliers en werkgroepen G: Alternatieve technieken en innovaties H: Moties en amendementen concept-RES
REGIONALE ENERGIESTRATEGIE 1.0 REGIO FOODVALLEY | 43
RES Regio Foodvalley Bezoekadres: Raadhuisstraat 117 6711 DS Ede Website: resfoodvalley.nl
April 2021 REGIONALE ENERGIESTRATEGIE 1.0 REGIO FOODVALLEY | 44