Bijlage 1 - RES 1.0 Regio Foodvalley
Tekst van het document
Bestaand en Pijplijn
Totaal (TWh)
Wind (TWh)
WindZon op Zon op turbines land (TWh) land (ha) (#)
Barneveld
0,045
Ede
0,059
Nijkerk
0,017
0,017
Renswoude
0,003
0,003
Rhenen
0,006
0,006
Scherpenzeel
0,003
0,003
Veenendaal
0,021
0,021
Wageningen
0,015
Totaal
0,169
0,01 0,01
0,01
Zon overig Zon overig Zon op Zon op (TWh) (ha) dak (TWh) dak (ha)
8
0,035
2
2
0,049
0,006
5
0,009
0,016
13
0,143
blijkt een knelpunt voor de ambities voor zon op dak. Daarvoor biedt het elektriciteitsnet op veel locaties onvoldoende capaciteit. De netbeheerders geven aan dat 50% van de ambitie voor zon op dak in ieder geval gerealiseerd kan worden. Daarmee is er een risico dat circa 0,2 TWh van de voornemens voor zon op dak niet gerealiseerd kunnen worden (zie paragraaf 4.3). Voor de ambities rond zon op dak zijn ook de geschiktheid van het dak én de bereidheid van de eigenaar cruciale randvoorwaarden. Uiteindelijk zijn het uiteraard de pandeigenaren die investeren. Die doen dat alleen als het voldoende rendabel is én als er een aanleiding is om snel in actie te komen. Er zijn extra (subsidie)middelen nodig om de grote ambitie te kunnen realiseren. Ook is er een individuele aanpak nodig om alle ondernemers voldoende te activeren en te ondersteunen bij het realiseren van zon op dak projecten. De zoekgebieden voor wind zijn nog geen definitieve locaties. In deze gebieden worden mogelijkheden voor wind onderzocht. In gemeenten worden inwoners betrokken bij het vinden van goede oplossingen. Ook worden nog ruimtelijke- en m.e.r.-procedures doorlopen. Dit kan tot aanpassing van de voornemens leiden.
Bovendien geldt voor de windturbines die binnen acht kilometer van de Veluwe worden gerealiseerd (zoekgebieden in Ede, Barneveld, Wageningen, Rhenen) dat aangetoond moet worden dat er geen effecten zijn op de sterfte van de Wespendief. Dit is onderwerp van bovenregionale afstemming op basis van een nog te ontwikkelen afwegingskader. De gemeentelijke voornemens voor wind, zon op land en zon op dak zijn te beschouwen als een momentopname. Om de regionale én lokale ambities voor 2030 te realiseren is meer nodig. Daarvoor zijn ook aanknopingspunten. Die worden in het vervolgproces verder uitgewerkt: Gemeenten blijven verkennen welke aanvullende mogelijkheden er zijn voor ontwikkeling van duurzame opwek. Veelal als onderdeel van hun langjarige routekaart naar een energieneutrale gemeente. De
11,0807619
1,81752381
netbeheerder heeft de kansen om wind en zon op land (gecombineerd) aan te sluiten in beeld. Gemeenten en netbeheerders gaan intensiever samenwerken. Zij brengen in kaart in welke gebieden de netcapaciteit kansen biedt voor versnelde ontwikkeling van zon op daken. Deze focus stelt de netbeheerder in de gelegenheid het netwerk uit te breiden en meer partijen aan te sluiten na 2023. Zon op dak is bovendien altijd mogelijk wanneer ervoor wordt gekozen om niet terug te leveren aan het net. Innovatie en optimalisatie van bestaande technieken kan ertoe leiden dat de komende jaren de opwekpotentie van wind- en zonprojecten toeneemt, zonder dat dit aanvullende besluitvorming vraagt of ruimte kost. Tegen deze achtergrond bestendigen wij onze doelstellig van 0,75 TWh duurzame opwek in 2030. Dat zien we als realistisch: we schatten in dat deze doelstelling voldoende hard onderbouwd is. Om ook onze ambitie van 1,0 TWh waar te kunnen maken is meer nodig. Daarvoor zijn aanvullende locaties voor windturbines nodig en moeten we uitval en vertraging van projecten zien te voorkomen. In het proces naar de RES 2.0 zetten we daarover het gesprek voort. De RES 2.0. zal in 2023 vastgesteld worden. Op onderstaande kaart zijn de voorlopige zoekgebieden voor wind in beeld gebracht.
Voor deze gebieden geldt dat ze op lokaal niveau, in samenspraak met initiatiefnemers, de omgeving en belanghebbenden verder worden uitgewerkt. Het resultaat daarvan wordt vastgelegd in het omgevingsbeleid. In aanvulling op deze weergegeven zoekgebieden op de kaart geldt voor Ede dat op basis van de Wind- en zonnewijzer de gehele zone langs de A30 en A12 als “ja, mits” gebied geldt voor windenergie. Ook onze aangrenzende regio’s stellen een RES op met daarin zoekgebieden voor zon en wind. Na vaststelling van de RES’en in onze buurregio’s breiden we de kaart uit met nabijgelegen zoekgebieden en bespreken we waar aanleiding is voor versterking van de grensoverschrijdende samenwerking.
REGIONALE ENERGIESTRATEGIE 1.0 REGIO FOODVALLEY | 21
RES bod 1.0 Gemeente Nijkerk x2 WT
Barneveld
Totaal (TWh)
Wind (TWh)
Windturbines (#)
Zon op land (TWh)
Zon op land (ha)
Zon overig (TWh)
Zon overig (ha)
Zon op dak (TWh)
Bestaand en Pijplijn
0,045
0,000
0
0,010
8
0,000
0
00,35
Voornemens en mogelijkheden
0,214
0,038
2
0,037
32
0,007
5
0,132
Totaal
0,259
0,038
2
0,047
40
0,007
5
0,167
32ha
Zon op dak 18ha (ha) overig
3ha
23
86
Totaal 0,108 TWh 109
(van 0,819 TWh)
RES per gemeente 6
3.2.2 Ede
van zaken - per gemeente RES per gemeente
meente
k
meente
en Rivierenland
RES bod 1.0
RES bod 1.0
3.2 Mogelijkheden en voornemens per gemeente x2 WT 0,038TWh 3.2.1 Barneveld
Gemeente Barneveld x2 WT
40ha
32ha
In Barneveld zijn in de Energievisie 2015-2020 energiedoelen en een energiemix vastgesteld. In deze energiemix is een 18ha 0,070TWh bandbreedte aan energiemaatregelen opgenomen om in 2020 20% van de energie duurzaam op te wekken,%op 65%weg naar energieneutraliteit in overig 2050. Het3ha gaat hier om maatregelen als zonne-energie, windenergie en biomassa. Verdere invulling ligt vast in de Windvisie (2016), de Zonneladder (2019), de MER Windenergie (2020) en de structuurvisie Wind (2021). De zonneladder geeft de kaders en randvoorwaarden voor het realiseren zonnevelden op Totaal 0,108 van TWh land tot aan 2030 (175.000(van panelen). Belangrijke 0,819 TWh) aandachtspunten hierbij zijn o.a. realisatie van lokale initiatieven, participatie en landschappelijke inpassing. Om RES bodin1.0 de mogelijkheden voor windenergie de gemeente Barneveld te onderzoeken zijn recent (januari en oktober x4 WTen een 0,048TWh 2020) een MER Wind (met aanvulling) beleidsconfrontatie met het MER, afgerond. Om te komen tot een structuurvisie wind vinden momenteel windgesprekken 50ha met bewoners en ondernemers plaats. Zoeklocatie is het gebied ten zuiden van de A1 ter hoogte 40ha van Harselaar. RES foodvalley 1.0
- 6
84ha
overig
5ha
8
- BoschSlabbers | Feddes-Olthof | Energie samen Rivierenland
RES bod 1.0
- 8
50ha
40ha
7ha
overig
Totaal 0,180 TWh (van 0,819 TWh)
Streven is om 50 ha zon te realiseren in veldopstelling. 40 ha van deze ambitie wordt – gedeeltelijk – via een tender uitgevraagd. De Wind- en Zonnewijzer geeft ook een duidelijk kader voor participatie. Naast communicatie gaat het daarbij om lokaal ondernemerschap, participatie van de omgeving via een omgevingsdialoog en financiële participatie. Voor grote windmolens is het streven 50% mede-eigenaarschap en voor grote zonnevelden van meer dan 2 ha wordt gestreefd naar financiële participatie van 50%. Een evaluatie van de eerste stap van de Routekaart moet duidelijk maken op welke manier de ambities voor 2030 uit de Routekaart vervolgens worden opgepakt. In de nieuwe omgevingsvisie voor 2040 neemt de opwek van duurzame energie een belangrijk plek in. 10 - BoschSlabbers | Feddes-Olthof | Energie samen Rivierenland
12 - BoschSlabbers | Feddes-Olthof | Energie Samen Rivierenland
Totaal (TWh)
Wind (TWh)
Windturbines (#)
Zon op land (TWh)
Zon op land (ha)
Zon overig (TWh)
Zon overig (ha)
Zon op dak (TWh)
Zon op dak (ha)
Bestaand en Pijplijn
0,059
0,010
2
0,010
0
0,000
0
0,049
32
Voornemens en mogelijkheden
0,203
0,076
4
0,059
50
0,011
7
0,057
37
Totaal
0,262
0,086
6
0,059
40
0,011
7
0,106
69
Gemeente Scherpenzeel x0 WT
4ha
0,007TWh
%
73%
REGIONALE ENERGIESTRATEGIE 1.0 REGIO FOODVALLEY | 22
0TWh
0ha
% overig
RES foodvalley 1.0
x4 WT
Ede
(van 0,819 TWh)
RES per gemeente
0,132TWh
7ha
De gemeente Ede heeft in 2018 de Routekaart Ede Energieneutraal vastgesteld. Daarin staat de ambitie om in 2050 energieneutraal te zijn. Deze ambitie is in de routekaart uitgewerkt in een pad met mijlpalen in 2022, 2030 en 2050. Voor de eerste stap van de routekaart (tot en met 2022) streeft de gemeente naar ontwikkeling van 4 windmolens, 50 ha zon op veld en 132.000 zonnepanelen op daken. Voor grootschalige wind en zon-projecten heeft de gemeente de Wind- en Zonnewijzer vastgesteld. Deze beschrijft aan welke voorwaarden initiatieven rond wind en zon moeten voldoen. De Wind- en Zonnewijzer bevat kansenkaarten met zoekgebieden voor grote windmolens en middelgrote en grote zonnevelden. De koppeling van grote windturbines aan hoog dynamische omgevingen (snelweglandschap) heeft de voorkeur. Dit zorgt voor een bundeling rondom de A30 en de A12. Hier geldt het principe ja, mits. Daarbinnen lijkt de zone van het bedrijventerrein langs het zuidelijke deel van de A30 en de aansluitende A12 het meest kansrijk. Alternatieven op andere locaties, buiten het ja, mits-gebied, worden niet uitgesloten, maar vragen wel meer inspanning van de initiatiefnemer. Hier geldt dan ook het principe: nee, tenzij.
Voor zonne-energie past Ede een zonneladder toe, met 4 0,038 TWh treden: (1) Eerst op zon op daken, (2) Dubbel ruimtegebruik op restgronden (3) Veldopstelling binnen tijdelijke bestemming en tot slot (4) Veldopstelling op andere gronden. De energieopgave van Ede is zo groot dat het niet voldoende is om alleen daken en restgronden in te zetten. Een deel van de opgave zal 0,184TWh in de vorm van zonnepanelen in veldopstelling gerealiseerd % 83% moeten worden. De kwaliteit van het bestaande landschap is richtinggevend bij de vormgeving van zo’n veldopstelling.
Totaal 0,222 TWh
RES bod 1.0
- BoschSlabbers | Feddes-Olthof | Energie samen Rivierenland
Gemeente Ede
overig
0,4ha
100%
REGIONALE ENERGIESTRATEGIE 1.0 REGIO FOODVALLEY | 23
RES bod 1.0
3.2.3 Nijkerk
Nijkerk
Totaal (TWh)
Wind (TWh)
Windturbines (#)
Zon op land (TWh)
x2 WT
0,017
0,000
0
0,000
Voornemens en mogelijkheden
0,120
0,038
2
0,048
Totaal
0,137
0,048
x2 WT
0,038 TWh
Stand van zaken - per gemeente
6
- BoschSlabbers | Feddes-Olthof | Energie samen Rivierenland
Zon op land (ha)
Zon overig (TWh)
RES foodvalley 1.0
Zon overig (ha)
Zon op dak (TWh)
0
0,000
0
0,017
11
40
40
0,007
0,007
REGIONALE ENERGIESTRATEGIE 1.0 REGIO FOODVALLEY | 24
7
0,027
17
7
28
- BoschSlabbers | Feddes-Olthof | Energie samen Rivierenland
RES foodvalley 1.0 14 - BoschSlabbers | Feddes-Olthof | Energie samen Rivierenland
Voornemens en mogelijkheden
0,046
0,038
2
Totaal
0,049
0,038
2
0,000
0
Totaal 0,007 TWh 0,000
(van 0,819 TWh)
0
- 8
0,000
0
0,008
0,000
7
0,011
5
Totaal 0,046 0,010 TWh Totaal TWh 7 (van 0,819 TWh) (van 0,819 TWh)
RES per gemeente RES foodvalley 1.0 - 10
0,044
8
- 6
Zon op dak Totaal (ha) 0,180 TWh
10 - BoschSlabbers | Feddes-Olthof | Energie samen Rivierenland
2
x2 WT
geeft concreet invulling aan onze duurzaamheidsambities. De gemeenteraad schreef in 2019 een position-paper over 40ha 0ha 32ha de invloed van windmolens en zonnevelden in het agrarisch gebied. In deze position-paper spreekt de raad ook een 84ha 5ha 18ha 0,184TWh 0,070TWh voorkeur uit voor windenergie. Vanaf april 2020 is er een % % 83% 65% afwegingskader participatie bij grootschalige energiepro5ha 0ha 3ha overig overig overig jecten. Informatie uit het actieplan, de position paper en het afwegingskader is meegenomen in de RES1.0. Op dit moment is er in Renswoude een particulier initiatief dat de kansen voor windenergie in de gemeente Renswoude onderzoekt. Dat gebeurt nu eerst in het gebied in het zuiden van Renswoude. Het vastgestelde beleid van Renswoude Totaal 0,222 TWh Totaal 0,046 TWh Totaal 0,108 TWh geldt hierbij als uitgangspunt. Dat betekent onder andere(van 0,819 TWh) (van 0,819 TWh) (van 0,819 TWh) dat het voorlopige zoekgebied verkend wordt in RES per gemeente RES per gemeente RES per gemeente RES per gemeente vergelijkbaar kader voor wind volgt. Voor het realiseren van samenspraak met gemeenten en inwoners in dit gebied. De RES bod bod 1.0 1.0 RES bod 1.0 zon op dak is een lokale inventarisatie uitgevoerd.
RES Dezebod 1.0 Renswoude is bereid om naar vermogen bij te dragen, uiteindelijke plek en hoeveelheid op te wekken energie wordt RES Gemeente Rhenen Gemeente Ede Gemeente Scherpenzeel inventarisatie geeft weer wat het opwekpotentieel van zon daarom Renswoude is als voorlopig uitgangspunt in de RES uitgegaan in samenspraak met de omgeving verkend en door de Gemeente x0 WT x4dit WT 0,048TWhgemeenteraad besloten. x0 WT2 windturbines 0TWh in Renswoude. op dak is en laat zien waar de grootste kansen liggen. Op van x2 WT moment wordt gewerkt aan de omgevingsvisie 2040 voor de gemeente Nijkerk. De verwachting is dat deze visie eind 2021 0ha 50ha 0ha 0ha Zon op Zon Zon op Zon Zon op Zon op Wind WindTotaal ter besluitvorming aan de raad wordt aangeboden. DuurRenswoude zaamheid is binnen de omgevingsvisie een belangrijk thema. dak 5ha overig dak overig land 4ha land (TWh) turbines (TWh) 40ha 0,132TWh 0,007TWh 5ha De onderdelen zon en wind krijgen daarbinnen een plaats. (ha) (ha) (TWh) (TWh) (TWh) (ha) (#) % % 73% 100% De uitwerking wordt in samenhang vormgegeven met de 1ha 7ha 0,4ha overig overig overig hierboven genoemde onderdelen voor duurzame opwerk. Bestaand en 0,003 0,000 0 0,000 0 0,000 0 0,003 overig 2 0ha Pijplijn
12 - BoschSlabbers | Feddes-Olthof | Energie Samen Rivierenland
0,038
Gemeente Renswoude
0,038TWhHet Actieplan Duurzaamheid van de gemeente Renswoude
(van 0,819 TWh)
Bestaand en Pijplijn
RES bod 1.0
RES bod 1.0
Barneveld 3.2.4 Gemeente Renswoude
Gemeente Nijkerk
In 2019 heeft de gemeenteraad van Nijkerk de Routekaart Nijkerk Energieneutraal 2050 vastgesteld. Als invulling van deze routekaart heeft de gemeenteraad in 2020 een uitvoeringsprogramma voor de periode 2020-2023 vastgesteld. Dit programma beschrijft de stappen die er tot 2023 worden gezet op het gebied van energiebesparing, duurzame warmte, duurzame opwek van energie, participatie, duurzame mobiliteit en circulaire economie. Binnen elk gebied zijn projecten opgezet om toe te werken naar de ambitie om in 2050 energieneutraal te zijn. Voor het thema duurzame opwek van energie geldt nadrukkelijk dat de gemeente de opgave stapsgewijs wil realiseren. Per periode van ongeveer vier jaar wil de gemeente kijken welke stappen ze wil nemen, mede gebaseerd op de voortgang van alternatieve technieken en innovaties. Voor de periode tot 2023 wil de gemeente toewerken naar het realiseren van maximaal 40 ha zon en de voorbereiding van 2 windmolens. Daarvoor zijn nu twee zoeklocaties aangewezen langs de A28. Verder worden daken zoveel mogelijk vol gelegd, om het buitengebied en de daarin gelegen gronden voor landbouwproductie zoveel mogelijk te ontzien. In het verlengde daarvan heeft de gemeente een voorkeur voor windenergie boven zon op land.
Om daar meer duidelijkheid over te geven is in 2020 het beleidskader Duurzame opwek Zon op land vastgesteld, waarin beschreven staat welke regels en voorwaarden worden gehanteerd voor het realiseren van initiatieven rond zon op land. Een
RES per gemeente
RES per gemeente
RES per gemeente
12 - BoschSlabbers | Feddes-Olthof | Energie samen Rivierenland
RES foodvalley 1.0 - 12 18 - BoschSlabbers | Feddes-Olthof | Energie samen Rivierenland
1314 - -BoschSlabbers BoschSlabbers | Feddes-Olthof Energie foodvalley| 1.0 - 12Samen Rivierenland | Feddes-Olthof | Energie RES samen Rivierenland
3.2.5 Rhenen
RES bod 1.0
Gemeente Rhenen
In het bestuursprogramma 2018-2022 is voor de gemeente Rhenen de ambitie opgenomen om in 2040 energieneutraal te zijn. De stappen die op korte en langere termijn moeten worden gezet om daadwerkelijk energieneutraal te worden, zijn beschreven in de Routekaart Energietransitie. Deze Routekaart is in februari 2020 door de gemeenteraad vastgesteld. Uit de Routekaart blijkt dat er vormen van grootschalige opwek van duurzame energie nodig zijn, naast het maximaal benutten van de daken voor het opwekken van zonne-energie. Om zonnevelden onder voorwaarden mogelijk te maken, is er een beleidskader geschreven. Dit kader is in maart 2021 door de gemeenteraad vastgesteld. De gemeente Rhenen is aan het verkennen waar zonnevelden en/of windmolens mogelijk zijn. Zo wordt er gekeken bij bedrijventerrein Remmerden en verder in het Binnenveld ter hoogte van de Nude. Het laatste gebied wordt samen met Wageningen verkend. Een belangrijk aandachtspunt hierbij is het betrekken van de omgeving. De gemeente Rhenen hecht er veel waarde aan dat inwoners mee kunnen denken en mee kunnen doen, om de energietransitie haalbaar en betaalbaar te houden. Een ander belangrijk aandachtspunt is het behoud van de natuur- en landschapswaarden en de agrarische waarde van het buitengebied.
x0 WT
0ha
5ha
overig
1ha
Totaal 0,010 TWh (van 0,819 TWh)
18 - BoschSlabbers | Feddes-Olthof | Energie samen Rivierenland
13 - BoschSlabbers | Feddes-Olthof | Energie Samen Rivierenland
Voor het bepalen van de voornemens van Rhenen is aansluiting gezocht met de Routekaart en een balans gezocht tussen ambitie en haalbaarheid. De potentieel beschikbare oppervlakte voor het plaatsen van zonnepanelen op daken, restgronden en als overkapping boven parkeerplaatsen is bepaald. De gemeente
REGIONALE ENERGIESTRATEGIE 1.0 REGIO FOODVALLEY | 25
RES per gemeente
RES per gemeente Rhenen heeft de ambitie om deze potentieel geschikte mogelijkheden maximaal te benutten, rekening houdend met een landelijke correctiefactor. Niet alle daken zijn bijvoorbeeld geschikt voor het installeren van zonnepanelen. Ook is er, in lijn met de Routekaart, een eerste initiatief voor een zonneveld meegenomen in het voornemen. Door in vergelijking met de concept-RES de ambitie voor de RES 1.0 hoger in te zetten, is de hoeveelheid energie die de gemeente Rhenen voornemens op te RES isbod 1.0wekken gestegen van 0,02 TWh naar 0,03 TWh.
van zaken - per gemeente
meente
k
x2 WT
Rhenen
Totaal (TWh)
Wind (TWh)
32ha
18ha
Gemeente Barneveld
0,070TWh
% 0 65%
Zon overig (TWh)
0
0,000
Zon overig (ha) 0
Zon op dak (TWh)
0,006
Voornemens en mogelijkheden
0,025
0,000
0
0,012
10
0,005
4
0,008
Totaal
0,031
0,000
2
0,012
10
0,005
4
0,014
3ha
0,000
Zon op land (ha)
Bestaand en Pijplijn
overig
0,000
Zon op land (TWh)
0,006
Totaal 0,108 TWh
Veenendaal heeft de ambitie om x2 in WT 2050 energieneutraal 0,038TWh te zijn. Eind 2020 is de omgevingsvisie voor 2030 vastgesteld. De ruimte in Veenendaal is beperkt.0ha Veenendaal is compact en dichtbebouwd met weinig buitengebied. Hierdoor is de opgave van de energietransitie extra complex. Er is geen 5ha ruimte voor grote windmolens. Veenendaal zet in0,008TWh op % energiebesparing en opwek in stedelijk gebied, zoals 17%op of 0ha overig aan gebouwen of boven parkeerterreinen. Veenendaal ziet RES bod 1.0 initiatieven voor het grootschalig opwekken van duurzame x2 WT 0,038 TWh energie (zon en wind) vooral langs infrastructuur en bij bedrijventerreinen met zo min mogelijk beperkingen voor Zon op toekomstige gebiedsontwikkelingen. Veenendaal streeft 40ha ernaar dat omwonenden en lokale0,046 bedrijven voor 50% dak Totaal TWh kunnen deelnemen in de productie door middel van (ha) (van 0,819 TWh) 84ha 0,184TWh RES per gemeente bijvoorbeeld aandelen. % Vanaf 2017 werkt Veenendaal programmatisch aan de 4 83% 5ha bod gericht 1.0 energietransitie. Tot 2022 isRES de focus op het krijgen overig RES perRhenen gemeente van grip op de opgave, bewustwording en het starten van Gemeente x0aan WT de ambitie. 0TWh 5 projecten die een bijdrage leveren RES bod 1.0 Veenendaal werkt dit jaar aan een nieuw Programmaplan Gemeente Renswoude RES foodvalley 1.0 - 14
x2 0ha WT
9
Totaal 0,222 TWh
Veenendaal
RES per gemeente
3.2.6 Scherpenzeel
RES foodvalley 1.0
8
- 6
RES bod 1.0
- BoschSlabbers | Feddes-Olthof | Energie samen Rivierenland
n Rivierenland
RES foodvalley 1.0 - 10
x0 WT
overig
Windturbines (#)
Zon op land (TWh)
Zon op land (ha)
Zon overig (TWh)
Zon overig (ha)
Zon op dak (TWh)
Bestaand en Pijplijn
0,003
0,000
0
0,000
0
0,000
0
0,003
Voornemens en mogelijkheden
0,065
Totaal
0,068
0,024
20
Voornemens en mogelijkheden
0,026
Totaal
100%
0,4ha
18 - BoschSlabbers | Feddes-Olthof | Energie samen Rivierenland
0,024
20
Wind 5ha 0ha (TWh) 1ha 5ha
overig
Totaal 0,029 TWh (van 0,819 TWh)
RES per gemeente RES bod 1.0 voor de volgende programmaperiode 2022 – 2026. Daarin
16 - BoschSlabbers | Feddes-Olthof | Energie samen Rivierenland
RES perde gemeente Gemeente Wageningen worden processen voor de Transitievisie Warmte, de RES
x2WT en het programma Energieneutraal Veenendaal zoveel RES bod 1.0 mogelijk in samenhang opgepakt. Gemeente Veenendaal x026ha WT
Zon op land (TWh)
Zon op land (ha)
Zon overig (TWh)
Zon overig (ha)
Zon op dak (TWh)
% 0 17%
0,000
0
0,000
0
0,021
0ha
0,000
0,008TWh
0,047
0,000
Totaal 0,046 TWh (van 0,819 TWh)
RES bod 1.0
3.2.8 Wageningen
Zon op 4ha 0ha dak (ha) 3ha 16ha
overig
13 3ha
overig
0
0,012
0
0,004
3
0,022
15
Totaal 0,078 TWh
Totaal 0,010 TWh (van 0,819 TWh)
3ha
overig
Wind0,010TWh turbines % (#)100%
0,000
RES per gemeente
0
0,012
0
RES foodvalley 1.0 - 18
20 - BoschSlabbers | Feddes-Olthof | Energie samen Rivierenland
RES foodvalley 1.0 - 14
16 - BoschSlabbers | Feddes-Olthof | Energie samen Rivierenland
0,004
3
0,043
(van 0,819 TWh)
28
Totaal 0,029 TWh (van 0,819 TWh)
RES
RES per gemeente RES bod 1.0
Gemeente Wageningen
De gemeente Wageningen heeft in x0 2012 WT de Routekaart 0TWh Wageningen Klimaatneutraal 2030 vastgesteld. Elke vier Totaal 0,007 TWh jaar wordt hiervoor een uitvoeringsplan opgesteld. Daarin (van 0,819 TWh) 0ha staan projecten opgenomen om deze doelstelling te halen. Het klimaatplan 2017-2021 is gezamenlijk met 5ha 0,010TWh klimaatpartners uit de stad opgesteld. Momenteel hebben RES foodvalley 1.0 - 12 52 klimaatpartners het klimaatplan ondertekend. % Om de 100% 1ha overig doelstelling ‘Wageningen Klimaatneutraal 2030’ te halen, is Zon op het noodzakelijk om duurzame elektriciteit op te wekken. Naast het benutten van alle geschikte daken, wordt ook dak ingezet op zonnevelden en windenergie. In 2020 is de Visie (ha) op het Buitengebied vastgesteld. In de Visie is de ambitie afgesproken om 250 TJ aanTotaal grootschalige duurzame opwek 2 0,010 TWh te realiseren in 2030. Daarbij wordt van 50% (van 0,819uitgegaan TWh) energiebesparing (t.o.v. 2008) en het plaatsen van 4 zonnepanelen op alle geschikte daken. De doelstelling kan worden bereikt door het realiseren van ca. 80 hectare netto 13 - BoschSlabbers | Feddes-Olthof | Energie Samen Rivierenland zonnepark. Om dat in goede banen te leiden, zijn 6 uitgebreide criteria en randvoorwaarden opgesteld voor landschappelijke inpassing (waaronder een afdracht in een
0,001
0
0,006
18 - BoschSlabbers | Feddes-Olthof | Energie samen Rivierenland
2
16ha
x2WT
26ha
4ha
RES foodvalley 1.0 - 12
Wind (TWh)
0,034
0,021
13 - BoschSlabbers | Feddes-Olthof | Energie Samen Rivierenland
Gemeente Rhenen
Totaal (TWh)
2
0,007TWh
14 - BoschSlabbers | Feddes-Olthof | Energie samen Rivierenland
Scherpenzeel
0,034
0TWh
Bestaand en Pijplijn
%
12 - BoschSlabbers | Feddes-Olthof | Energie samen Rivierenland
0ha
0,038TWh
- 8
0ha
4ha
Totaal (TWh) overig
RES foodvalley 1.0
Gemeente Scherpenzeel
Gemeente Scherpenzeel heeft begin 2020 de Kadernotitie x4 WT 0,048TWh Duurzaamheid vastgesteld met daarin de ambitie om in 2050 energieneutraal te zijn. Daarbij is voor 2030 als doelstelling 50ha 55% broeikasgasreductie opgenomen. Momenteel werkt Scherpenzeel aan de omgevingsvisie. Eind december 2019 40ha 0,132TWh heeft de gemeenteraad de Nota van Uitgangspunten voor % deze omgevingsvisie vastgesteld. Hierin is voor Scherpenzeel73% 7ha overig Noord (buitengebied) lokale duurzame energieopwekking opgenomen. Begin 2021 is dit nader uitgewerkt in de door de gemeenteraad vastgestelde Energievisie. Hierin wordt ingezet op 1,5% energiebesparing per jaar, zodat in 2030 15% energiebesparing is bereikt. Daarnaast is uitgewerkt onder welke randvoorwaarden deTotaal opwek 0,180 van duurzame TWh energie mogelijk is, met maximaal 20 ha0,819 aan TWh) zonneveld-projecten en (van het realiseren van 2 windturbines. Scherpenzeel verkent in een onderzoek en in samenspraak met in- en omwonenden hoe daar invulling aan kan worden gegeven. ddes-Olthof | Energie Samen Rivierenland
x0 WT
Stand van zaken - per gemeente
(van 0,819 TWh)
(van 0,819 TWh)
RES bod 1.0
Gemeente Veenendaal
14 - BoschSlabbers | Feddes-Olthof | Energie samen Rivierenland
meente
n Rivierenland
RES per gemeente
0,038TWh
Windturbines (#)
RES bod 1.0
RES bod 1.0
3.2.7 Veenendaal
Gemeente Renswoude
0,001
REGIONALE ENERGIESTRATEGIE 1.0 REGIO FOODVALLEY | 26
0
0,009
RES foodvalley 1.0 - 18
overig
3ha
Totaal 0,078 TWh (van 0,819 TWh)
landschapsfonds), biodiversiteit, (financiële) participatie, en toegankelijkheid. Ook zijn in de Visie op het Buitengebied onderzoeksgebieden voor windmolens aangewezen. Voor drie locaties wordt een onderzoek opgestart naar de 20 - BoschSlabbers | Feddes-Olthof | Energie samen Rivierenland
REGIONALE ENERGIESTRATEGIE 1.0 REGIO FOODVALLEY | 27
RES
geschiktheid voor windmolens. Belangrijk aandachtspunten hierbij zijn het behoud van de natuur- en landschapswaarden en het betrekken van de omgeving bij te maken keuzes. Het streven is het realiseren van twee windmolens
van 3 MW of 1 windmolen van 5,6 MW in de periode tot 2030. De opbrengst van deze windmolens brengen de opgave voor zonneparken in mindering (ca. 10 ha/ windmolen).
Wageningen
Totaal (TWh)
Wind (TWh)
Windturbines (#)
Zon op land (TWh)
Zon op land (ha)
Zon overig (TWh)
Zon overig (ha)
Zon op dak (TWh)
Zon op dak (ha)
Bestaand en Pijplijn
0,015
0,000
0
0,006
5
0,000
0
0,009
6
Voornemens en mogelijkheden
0,096
0,020
2
0,066
55
0,004
3
0,006
4
Totaal
0,111
0,020
2
0,072
60
0,004
3
0,015
11??
oplossingen zijn warmtepompen en (collectieve) Warmte Koude Opslag (WKO), in combinatie met (omgevings-) warmte bronnen (zoals zonthermie, aquathermie en bodemof aardwarmte). Een collectieve aanpak of oplossing per wijk kan tot substantiële kostenvoordelen leiden. Bovendien kan goede coördinatie van bodemboringen problemen voorkomen, zoals grondwaterproblemen. Deze transitie vraagt nauwe afstemming met de ontwikkeling van het elektriciteitsnet. Het brengt tenslotte een grote toename van de vraag naar elektriciteit met zich mee.
3.3.3 Warmtetransitie: collectieve oplossingen met warmtebronnen In aanloop naar de Concept-RES is voor alle Gelderse regio’s, waaronder Regio Foodvalley (inclusief Utrechts deel) gewerkt aan de Warmteatlas. Die brengt de vraag, het aanbod en de al aanwezige en geplande warmte-infrastructuur in beeld. De atlas laat zien waar in onze regio grote warmtenetten kansrijk zijn en waar lokale oplossingen zoals kleine warmtenetten of elektrische bronnen zoals warmtepompen meer voor de hand liggen. Momenteel zijn er al (deels duurzame) warmtenetten in Veenendaal, Ede, Wageningen
en Scherpenzeel. De warmtenetten die nog gebruik maken van aardgas werken op termijn aan vervanging met een duurzame warmtebron. Deze transitie is al in volle gang. Zo heeft de gemeente Ede heeft met haar duurzame warmtenet al voor 20.000 woningequivalenten gebouwen van het aardgas afgehaald. Voor de komende jaren kan er in Ede nog eens voor ongeveer 10.000 woningequivalenten op het duurzame warmtenet worden aangesloten. In de Warmteatlas is een kaart opgenomen. Daarop is aangegeven waar collectieve warmtenetten ontwikkeld kunnen worden. De geschatte warmtevraag voor Regio Foodvalley is in 2030 zo'n 12.000 TJ. Op de warmtekaart zijn clusters aangegeven met potentie voor ontwikkeling van een warmtenet. Het maakt duidelijk waar een klein warmtenet past en waar een groot net. Voor elk cluster zijn drie tot zes mogelijke warmtebronnen benoemd. Hier zijn alleen de belangrijkste bronnen genoemd. Het kan zijn dat meer warmtebronnen interessant zijn voor een specifiek vraagcluster. De resultaten zijn verwerkt tot onderstaande eerste, indicatieve warmtestructuurkaart voor de regio. Deze kaart geeft indicatief weer waar in de regio de meeste vraag is naar warmte en welke duurzame warmtebronnen daar het meest geschikt zijn als vervanging van aardgas.
3.3 Regionale Structuur Warmte 3.3.1 Energiebesparing Inwoner: “Warmteverlies is nog steeds een grote energieslurper.”
Ook voor warmte is energiebesparing een belangrijk uitgangspunt. De eerste pijler in onze strategie is de vermindering van de warmtevraag. Warmte die niet wordt verbruikt, hoeven we ook niet te produceren. En minder verbruik zorgt in principe voor een lagere energierekening. Dit vraagt om meer isolatie en op grotere schaal. In het Uitvoeringsplan voor de Regionale Woonagenda 2.0 uit 2018 heeft energiebesparing ook een belangrijke plek. Het uitvoeringsplan stimuleert een eenduidig regionaal beleid voor energieneutraliteit/aardgasloos bouwen voor nieuwbouw én bestaande voorraad. Om tot regionaal beleid te komen is het thema door verschillende gemeenten geadopteerd. Het heeft uitwerking gekregen in het regionale programma Verduurzaming Gebouwde Omgeving De gemeentelijke energieloketten werken op regioniveau samen aan het ontsluiten van onafhankelijke informatie. Ook wordt samengewerkt met twee allianties van hoofdzakelijk regionale aannemers en installateurs. Daarmee worden inwoners lokaal geïnformeerd en gestimuleerd om aan de slag te gaan met energiebesparing. Ook wordt regiogemeenten ondersteuning aangeboden voor de bemensing van de lokale energieloketten, bijdragen aan wijkaanpakken, inwonersbijeenkomsten of vve-bijeenkomsten, aanvraag van landelijke en provinciale subsidies en de ontwikkeling van instrumenten.
3.3.2 Warmtetransitie: elektriciteit Gebaseerd op de huidige kennis wordt de warmtetransitie in Regio Foodvalley uiteindelijk (in 2050) naar verwachting voor het grootste deel met elektriciteit opgelost: tot zo’n 90%. Daarbij gaan we er vooralsnog van uit dat duurzame gassen, zoals waterstof en biogas, zeer beperkt tot niet beschikbaar zijn voor de gebouwde omgeving. Invulling is maatwerk en (met de huidige wet- en regelgeving) afhankelijk van beslissingen van woningeigenaren. Voor de hand liggende
REGIONALE ENERGIESTRATEGIE 1.0 REGIO FOODVALLEY | 28
REGIONALE ENERGIESTRATEGIE 1.0 REGIO FOODVALLEY | 29
4 VOORWAARDEN EN INVESTERINGEN
De warmtestructuurkaart biedt een basis voor het gesprek over de verdeling van de warmte die in onze regio beschikbaar is. Deze kaart is een momentopname, gebaseerd op beschikbare data uit 2019. Het zegt niet of een alternatief warmtesysteem ook te realiseren is. De gegevens waarop de conceptkaart is gebaseerd, blijven we in de toekomst actualiseren. Ook zullen keuzes in de Transitievisies Warmte en de inzichten uit voortgaand onderzoek tot aanpassingen leiden, onder meer op gebied van aquathermie en geothermie. De actuele potentie van aquathermie is inzichtelijk door de viewer van Waterschap Vallei en Veluwe. Op basis van de warmtestructuurkaart zijn er vijf warmteclusters in de regio in potentie geschikt voor een groter warmtenet: Veenendaal, Ede-BennekomWageningen, Rhenen, Barneveld en Nijkerk. Daarnaast zijn er meerdere kleine warmteclusters geïdentificeerd. Op basis hiervan kan er potentieel 8% van de bestaande gebouwde omgeving door middel van een warmtenet op een collectieve warmtebron worden aangesloten. In een aantal van deze gebieden is al een bestaand warmtenet. Dit geldt voor Veenendaal, Ede en Wageningen. Daarnaast is in Scherpenzeel een klein warmtenet aanwezig. De verwachting is dat het warmtenet in Ede de komende jaren nog met circa 10.000 woningequivalenten uit kan breiden. Ook op overige plaatsen is ruimte voor uitbreiding.
Dit is vooral afhankelijk van de beschikbaarheid en economische winbaarheid van potentiële duurzame warmtebronnen. Bij collectieve warmtenetten zullen we ook kijken op welke wijze we lokaal eigenaarschap en zeggenschap invulling kunnen geven. Dit draagt net als bij andere duurzame projecten bij aan draagvlak voor deze ontwikkeling door grotere betrokkenheid en zeggenschap van gebruikers over lusten en lasten en invloed bij de exploitatie van deze netten. Er zijn weinig bovenlokale warmtebronnen, dus de meeste warmtenetten worden lokale netten. Momenteel wordt alleen in Wageningen een haalbaarheidsonderzoek
uitgevoerd met een bovenlokale warmtebron en bijbehorend warmtenet. Daarnaast lopen onderzoeken naar de toepassing van warmte uit oppervlaktewater, afvalwater en (ultra)diepe geothermie. Mogelijk ontstaan daardoor meer bovenlokale warmtenetten.
Proeftuin programma aardgasvrije wijk De Benedenbuurt Wageningen is een proeftuin in het programma Aardgasvrije wijken en ook onderdeel van het ‘Wijk van de Toekomst programma’ van provincie Gelderland. Net als Nude in Wageningen. Enkele andere gemeenten onderzoeken deze mogelijkheid. Hiermee wordt de komende jaren intensief ervaring opgedaan met de wijkgerichte aanpak op weg naar ‘aardgasvrij’. Dit geldt zowel voor de inrichting als voor opschaling. De ervaringen die zijn opgedaan in deze proeftuinen, kunnen helpen om in onze regio goed aan de slag te gaan met de warmtetransitie. Daarbij doen we ook ervaring op in het stimuleren en faciliteren van lokale initiatieven van bewoners en gebouweigenaren.
Er lopen veel technische onderzoeken naar onder andere (ultra)diepe geothermie, restwarmte, aquathermie, power to heat opslag, zonthermie. Bij veel van deze onderzoeken zijn de resultaten nog niet bekend. Als vervolg op de warmteatlas zijn er voor de provincie Gelderland verspreid over alle regio's quickscans gestart naar de haalbaarheid van collectieve duurzame warmtesystemen. De resultaten geven een eerste beeld van de financiële en technische haalbaarheid van een nieuwe warmtevoorziening. Een belangrijke conclusie is dat in veel scenario's de investering niet rendabel is en na 30 jaar nog niet is terugverdiend. Technisch zijn veel van de onderzochte collectieve warmtenetten mogelijk, maar financieel zijn deze collectieve duurzame warmtesystemen momenteel (nog) niet altijd haalbaar zonder aanvullende externe financiering.
REGIONALE ENERGIESTRATEGIE 1.0 REGIO FOODVALLEY | 30
4.1 Voorwaarden voor realisatie door publieke partijen
4.1.2 Organiseren van inspraak en participatie
4.1.1 De RES borgen in beleid van gemeenten, provincies en waterschappen
Participatie bij het ontwikkelen van de Regionale Energiestrategie Het maken van de Regionale Energiestrategie vraagt een nieuwe manier van (bestuurlijk) samenwerken. Eén van de vragen daarbij is: wanneer vindt participatie plaats, zowel formeel als informeel en wanneer op regionaal en op lokaal niveau? De RES1.0 van Regio Foodvalley is een strategische regionale verkenning en geen ruimtelijk instrument. Met alle betrokken partijen aan het stakeholderoverleg is onderzocht wat we willen bereiken op het gebied van het grootschalig opwekken van duurzame energie en hoe we dat zouden kunnen bereiken. Dat hebben we gedaan door samen met experts kennis op te doen in werkateliers/studieopdrachten. Bijvoorbeeld over hoeveel energie al opgewekt wordt in de regio of hoe het landschap in elkaar zit en waar het opwekken van duurzame energie mogelijk of onmogelijk is. Die gezamenlijk ontwikkelde kennis is ingebracht in het stakeholderoverleg. Op die manier maken de deelnemers aan het stakeholderoverleg samen de RES, zoals afgesproken in de Startnotitie aan het begin van het RES-proces. Afzonderlijke overheden brengen hierin ambities in, die zij al eerder verankerd hebben, of nog gaan verankeren in hun ruimtelijk beleid met de daarbij behorende inspraak.
Daarom lag bij het proces naar de RES 1.0 de focus op informele participatie: het vroegtijdig betrekken van belanghebbenden voorafgaand aan het officiële besluit over de RES 1.0. Dat vond lokaal plaats rond de ambities van elke gemeente (zoals Structuurvisie, Energievisie) en regionaal door het oprichten van een Burgerforum. Formele participatie met terinzagelegging vindt plaats op het moment dat ambities worden vastgelegd in ruimtelijk (lokaal) beleid conform de gemeentelijke inspraakverordeningen.
De RES heeft de status van een bestuurlijk samenwerkingsdocument. Het is een gezamenlijke strategie waaraan elke bestuurlijke partij zich individueel committeert. De RES is geen juridisch ruimtelijk instrument. Het borgen van onze uitgangspunten en voornemens in de RES, gebeurt in lokaal en provinciaal beleid in de instrumenten van de Omgevingswet: omgevingsvisie, en -verordening en Omgevingsplan, of in het Blauwe OmgevingsPlan (BOP) van het Waterschap. De publieke partijen (gemeenten, provincies, waterschappen) vormen een ambtelijke begeleidingsgroep Omgevingsbeleid. Daarin vindt afstemming plaats over de borging van de RES in lokaal beleid. Bijvoorbeeld bij grensoverschrijdende projecten. Bij projecten voor grootschalige energieopwekking kan op lokaal niveau een MER noodzakelijk zijn. Gezamenlijk onderzoek naar milieu- en natuureffecten kan meerwaarde hebben voor overkoepelende thema’s. Ook kunnen we samen criteria opstellen voor het onderzoek dat op locatie wordt gedaan. Daarmee harmoniseren we de inhoud en het proces. Vanuit het NP RES en de Commissie m.e.r. worden pilots georganiseerd om inzicht te krijgen in de mogelijke bijdrage van MER in het RES-proces. Als dit van meerwaarde is voor onze regio doen we daaraan mee. Grootschalige projecten voor wind en zon worden uiteindelijk via een vergunning mogelijk gemaakt.
Daarin wordt vastgelegd onder welke voorwaarden de ontwikkeling mogelijk is. Aandachtspunten daarbij zijn de wijze waarop 50% lokaal eigenaarschap is ingevuld en een “opruimplicht” voor zonnepanelen en windturbines aan het einde van de levensduur.
Ook in het vervolg lokale en regionale participatie In de Stuurgroep RES is in november 2019 afgesproken dat gemeenten participatie over eigen ambities, beleid en projecten lokaal inrichten met hun eigen inwoners en bedrijven. Omdat participatie altijd maatwerk is, bepalen gemeenten zelf welke participatiedoelen het best nagestreefd kunnen worden, op welk moment en op welke manier. Bij initiatieven voor de opwek van duurzame energie is participatie afhankelijk van de fase van de planvorming en het beleid van de gemeente op dit vlak. Maar ook van de keuze van de gemeente over de mate en vorm van betrokkenheid van inwoners en omwonenden in buurgemeenten.
REGIONALE ENERGIESTRATEGIE 1.0 REGIO FOODVALLEY | 31
Komen zonne- of windprojecten in uitvoering, dan is de initiatiefnemer verantwoordelijk voor het participatietraject, inclusief het borgen van minimaal 50% lokaal eigenaarschap. De gemeente kan hierbij faciliteren. Het eventueel door de gemeente opgestelde beleidskader is hiervoor richtinggevend. Gemeenten geven daarbij ook aan wie ten minste moeten worden geïnformeerd en benaderd (bijvoorbeeld een afstand tot het project).
Inwoner: “Zorg voor een continue en heldere communicatie richting bewoners/stakeholders, wees duidelijk over waar mensen wel/geen invloed op hebben en neem verantwoordelijkheid. Luister niet alleen naar de schreeuwers.”
In bijlage B staat per gemeente aangegeven op welk beleid de bijdrage van de gemeente aan de RES is of nog wordt gestoeld. Maar ook welke stappen daarvoor doorlopen zijn en hoe, wanneer en met wie participatie plaats heeft gevonden onderweg naar de RES 1.0. Ook wordt beschreven hoe de regionale participatie plaatsvond. Het advies van het burgerforum is om bewoners blijvend, tijdig en actief te betrekken bij de uitwerking van de plannen en de uitvoering. Dat kan door de omgeving regelmatig te bevragen met hulp van een inwonerspanel naar voorbeeld van Het Jonge Klimaatpanel. Daar worden jongeren uitgenodigd elke maand online een mening te geven over duurzaamheid en klimaat. Het burgerforum benadrukt het belang van open communicatie en het bespreken van heikele punten in plaats van ze te verdoezelen. Daarnaast is het advies om de communicatie te stroomlijnen, regionaal en lokaal. En om de communicatie en participatie met inwoners te blijven professionaliseren. Belangrijke onderdelen hierin zijn: 1 Harmonisatie van communicatie op verschillende (overheid)niveaus. 2 Steeds het belang van energietransitie onder de aandacht blijven brengen. 3 Verbinding houden met ontwikkelingen op nationaal niveau. 4 Succesverhalen delen en kunnen omgaan met desinformatie. In het stakeholderoverleg is de waarde van de inzet van het burgerforum benadrukt.
Ook voor het vervolgproces willen we onderzoeken hoe eenzelfde soort vorm van betrokkenheid lokaal of regionaal ingericht kan worden. Uitwerking hiervan gebeurt in het uitvoerings- en samenwerkingsprogramma (zie hoofdstuk 5). Organiseren van formele inspraak De RES wordt in het vervolgproces vertaald naar lokaal en provinciaal omgevingsbeleid. Bij aanpassing van omgevingsbeleid wordt formele inspraak georganiseerd. Hiervoor wordt een termijn voor terinzagelegging
gehanteerd van 6 weken. Binnen deze termijn kan iedereen een zienswijze inbrengen. Voor de omgevingsvergunningen geldt een algemene voorbereidingsprocedure. De verantwoordelijkheid daarvoor ligt bij de gemeente of provincie. De beslistermijn in deze reguliere procedure is 8 weken. Daarna is er nog bezwaar, beroep en hoger beroep mogelijk. Het bevoegd gezag kan de beslistermijn eenmalig verlengen met 6 weken (artikel 16.64 lid 2 Omgevingswet).
4.1.3 Ondersteunen door het rijk Om onze ambities mogelijk te maken is het nodig om financiële en procedurele belemmeringen weg te nemen. Dit geldt in het bijzonder voor onze wens om capaciteit van zon op daken en restgronden zo veel mogelijk te benutten. De investering is financieel niet altijd rendabel. Wanneer dat (in theorie) wel het geval is, ontbreken soms juridische instrumenten om de investering af te dwingen. Een aantal belemmeringen maakt dat de groei van zon op daken onvoldoende van de grond komt: We constateren in de praktijk dat de bestaande SDEsubsidies onvoldoende bijdragen aan het maximaal inzetten van de no-regret optie: de bovenste treden van de zonneladder. Dakeigenaren stellen investeringen uit vanwege onvoldoende rendement en de onzekerheid rond subsidieregelingen. Voor veel bedrijven en agrariërs is zon op dak complex om te organiseren en staat het ver af van de ‘reguliere’ bedrijfsactiviteiten. Om die bedrijven te bewegen toch te investeren, is een intensieve individuele aanpak nodig, die vraagt om extra middelen. De verzekeringspremie kan stijgen door het installeren van een zonnestroominstallatie. Ook kunnen er zware eisen gesteld worden vanuit verzekeraars. Hypotheekverstrekkers hebben problemen met het recht van opstal dat regelmatig op het dak gevestigd moet worden i.v.m. de installatie.
Bij nieuwbouwprojecten worden daken en gevels niet of onvoldoende benut voor zonnepanelen. Veel gemeenten stimuleren ontwikkelaars hun daken in te zetten voor zonnepanelen. Dit is niet juridisch op te leggen volgens het huidige bouwbesluit. Ook de nieuwe BENG regelgeving heeft deze verplichting nog niet op die manier opgenomen. We onderzoeken de mogelijkheden om dit in anterieure overeenkomsten met ontwikkelaars vorm te geven. Het Rijk wil gemeenten de mogelijkheid gaan geven om dakeigenaren te verplichten hun dak te benutten voor zonne-energie als dit binnen afzienbare termijn kan worden terugverdiend. Het Besluit bouwwerken leefomgeving wordt hierop aangepast en verwacht wordt dat dit van kracht wordt zodra de Omgevingswet in werking treedt (verwacht per januari 2022). Duidelijkheid over deze regelgeving is wenselijk om eigenaren van geschikte daken te stimuleren en achterblijvers te activeren. Dit maakt het nodig dat het Rijk de subsidiemogelijkheden voor zon op daken en restgronden verruimt en zich inspant om belemmeringen weg te nemen.
REGIONALE ENERGIESTRATEGIE 1.0 REGIO FOODVALLEY | 32
Wij vragen van het rijk: Optimalisatie en continuering van de SDE++-subsidie (ook na 2025). Alle regio’s hebben knelpunten aangegeven in hun concept-RES. Daarnaast constateren wij voor windenergie dat de SDE-systematiek gericht is op steeds hogere en grotere turbines. Minder hoge windturbines hebben daardoor moeite om tot een sluitende businesscase te komen, terwijl deze soms beter passen in onze regio. Instelling van een (aanvullend) kwaliteitsfonds te verkennen. Dit budget is gericht op de financiering van de ‘extra onrendabele top’. Die kan regionaal ontstaan wanneer uit oogpunt van maatschappelijk en bestuurlijk draagvlak het van belang is om ook te investeren in maatschappelijke wensen zoals zorgvuldig ruimtegebruik en een mooi landschap. Een kwaliteitsbudget is een noodzakelijke en gerichte aanvulling om te komen tot gedragen en duurzame projecten voor zowel zon als wind. Wij willen dit budget benutten voor instelling van een landschapsfonds. Daarmee kunnen we exploitatieverschillen compenseren (tot ca. 5 cent per KWh) die ontstaan bij minder efficiënt aan te sluiten “restgronden” of bij zorgvuldige landschappelijke inpassing en voor minder gunstige locaties (bijv. oostwest daken of bij aanpassingen aan draagconstructie).
Aanscherping van de regelgeving, opdat (bij een rendabele businesscase) de verplichting kan worden opgelegd om daken van nieuwe gebouwen volledig te benutten voor zonne-energie, ongeacht de functie of het energieverbruik van het gebouw. Om de verhuurdersheffing voor woningcorporaties op te heffen of om te zetten naar investeringsruimte in verduurzaming van de woningen (isolatie en warmtenetten). Om met verzekeraars, hypotheekverstrekkers en andere belanghebbenden te onderzoeken hoe bij het verstrekken van verzekeringen en hypotheken beter rekening kan worden gehouden met het belang van duurzame opwek van energie.
4.2 Beschikbaarheid netcapaciteit 4.2.1 Mogelijkheden en belemmeringen netinfrastructuur De energietransitie zorgt ervoor dat het hele energiesysteem van elektriciteit, gas en warmte de komende jaren ingrijpend gaat veranderen. Deze grote opgave biedt kansen en belemmeringen. De netbeheerders gaan het net sterk uitbreiden door minimaal 200 – 300 miljoen tot 2030 te investeren en mogelijk nog meer om op specifieke knelpunten in te spelen. Op verschillende locaties in Regio Foodvalley kunnen capaciteitsproblemen op het net opgelost worden, maar niet allemaal. In het buitengebied zijn nieuwe aanvragen voor het aansluiten van (boeren-) daken en restlocaties daardoor niet altijd mogelijk. In stedelijke gebieden schakelen zonnepanelen soms tijdelijk af door de krapte in het lokale net. Dat heeft te maken met het oorspronkelijke ontwerp van de netinfrastructuur. Van oudsher zijn de kabels naar de woningen in de bestaande
bouw geschikt voor lagere vermogens, doordat de vraag daar ook minder was. Daarbij zijn de netten niet berekend op grote hoeveelheden teruglevering van stroom aan de netbeheerder.
4.2.2 Verbeteringen in het elektriciteitsnet Liander en Stedin hebben de gemeentelijke voornemens en mogelijkheden (zoals beschreven in hoofdstuk 3) doorgerekend en op basis daarvan een netimpactrapportage opgesteld. Daarin staat welke impact de plannen hebben op het energienet en de daarmee samenhangende consequen-ties. Daarbij is rekening gehouden met een uitbreiding van het net, dat past binnen de investeringskaders van de netbeheerders. Op basis van deze doorrekening schatten de netbeheerders in dat de regionale doelstelling van 0,75 TWh aansluitbaar is. Van de door gemeenten aangedragen voornemens en mogelijkheden, die in totaal optellen tot 0,96 TWh, kan 0,73 TWh gerealiseerd worden op basis van de voorgenomen uitbreidingsplannen. Zo’n 0,24 TWh (270 MW ) kan nog niet aangesloten worden, vooral voor zon op dak projecten. Bij een geschikt dak is ook een geschikte aansluiting met verbruik en vermogen nodig, om zonnepanelen aan te kunnen sluiten en om teruglevering van energie mogelijk te maken. Dit vraagt in veel gevallen, en vooral in het buitengebied (zon op agrarische daken), ingrijpende aanpassingen aan het net, die niet maatschappelijk rendabel zijn. Daar zijn uitbreidingen voor nodig die een investering van € 95 miljoen euro vragen. Bovendien is de maakbaarheid onzeker.
Uitbreiding van energie-infrastructuur kent langere doorlooptijden door benodigde grondaankoop, procedures & vergunningen en gebrek aan technisch personeel.
REGIONALE ENERGIESTRATEGIE 1.0 REGIO FOODVALLEY | 33
In onderstaande tabel is per station weergegeven in hoeverre sprake is van vrije ruimte of overbelasting in de netcapaciteit. In de eerste kolom staat de beschikbare capaciteit per station (nadat de uitbreiding van het net is gerealiseerd). In de kolommen daarnaast zijn de voornemens en mogelijkheden per gemeente (zoals opgenomen in Hoofdstuk 3) toebedeeld naar de stations. Per station is bekeken welke voorgenomen projecten daarop aangesloten kunnen worden. De kolom ‘RES input zon op dak’ is niet per station ingevuld omdat op dit moment niet duidelijk is waar grootschalig zon op dak precies gerealiseerd gaat worden. Volledigheidshalve geldt voor stations Veenendaal 1 en Veenendaal 2 dat de capaciteit alleen is gebaseerd op de input van RES Foodvalley. Het station sluit namelijk ook
Bestaand
projecten uit andere RES’en aan. Die zijn nog onbekend en dus niet meegenomen. De doorrekening toont aan bij deze voornemens bij zeven stations volledig te realiseren zijn en er nog ruimte over is en dat bij acht stations te weinig capaciteit beschikbaar is. De onderste regel toont de opgewekte hoeveelheid elektriciteit; in de eerste kolom het te realiseren potentieel (0,73 TWh), in het volgende blok de voorgenomen plannen gesplitst naar wind, zon op land en zon op dak. Om het totaal aan voornemens en mogelijkheden van 0,96 TWh te realiseren is een piekcapaciteit 664 MW nodig. Deze is voor 271 MW niet beschikbaar, waardoor 0,24 TWh niet aan- gesloten kan worden. Tevens blijkt nog 128 MW vrije ruimte beschikbaar. Afhankelijk van de aan te sluiten duurzame projecten kan dit potentieel nog 0,10 à 0,15 TWh opleveren.
RES input
Capaciteit [MW] inc. bekende uitbreiding
Wind [MW]
Bestaand
Zon op land [MW]
6
OS Nijkerkerveen
20
Nijkerk
63
Doorrekening Zon op dak [MW]
0
Vrije ruimte [MW]
Overbelasting [MW]
76 15
11
52
20
Puttereng
nvt
OS Harselaar
80
OS Barneveld
45
Wekerom
11
Ede
11
95
13
65 24
100
RS Ede-West
21
OS Frankeneng
29
OS Renkum
69
SS Wageningen Nrd*
47 9 22
65
34
36
31*
20
OS Wageningen
32
6
Veenendaal 1
42
11
13
Veenendaal 2
10
11
Scherpenzeel Totaal
39
20
16
10
26
506 MW
78 MW
287 MW
461 MW
128 MW
271 MW
0,727
0,254
0,262
0,448
Kans
0,237
Gebruik (TWh)
12
4.2.3 Kansen voor efficiënt omgaan met ruimte op het net Uitbreiding van energie-infrastructuur kent langere doorlooptijden. Indien aanpassingen aan het net nodig zijn, vraagt dit om planmatig werken en het starten op locaties waar de mogelijkheden al wel aanwezig zijn. Indien er aanpassingen in de openbare ruimte dienen te geschieden, willen we dit koppelen aan andere opgaven waarvoor de grond opgebroken moet worden zoals laadpalen, warmtevoorziening en riolering, om overlast te beperken. Het maken van goede afwegingen hierin vraagt regie, programmering en planmatig samenwerken om vraag en aanbod van elektriciteit op korte termijn en lange termijn te optimaliseren. Dat is de basis om de private projecten en de investeringen in de infrastructuur zonder onnodige vertraging te realiseren. Om een zo groot mogelijk aandeel van onze ambitie voor duurzame opwek mogelijk te maken willen we het energienet zo efficiënt mogelijk gebruiken. Tegen die achtergrond zetten we in op: Clusteren van wind en zon - Dat doen we op die locaties waar een goede balans tussen wind en zon mogelijk is. Deze kunnen aangesloten worden op onderstations en leveren een hoge benutting op van de aansluiting om dat wind- en zonproductie grotendeels op andere momenten plaatsvindt.
Stimuleren eigen gebruik zon op dak - Het is altijd mogelijk om zon op dak te realiseren zonder teruglevering aan het net en bij bedrijven die zelf ook veel stroom verbruiken. Hiervoor zijn beperkt tot geen investeringen nodig. Gebruiken van onderstations waar nog capaciteit over is - Bij vijf onderstations is nog capaciteit beschikbaar (123 MW). Gericht zoeken naar opwekmogelijkheden rond deze onderstations (Nijkerk, Ede, Veenendaal en Wageningen/Renkum) kan versneld tot extra duurzame opwek leiden en /of projecten voor “overbelaste” stations op de vrije ruimte aansluiten. Beschikbaar stellen van extra financiering, bijvoorbeeld uit het kwaliteitsfonds, voor het aansluiten van onrendabele projecten op het netwerk. Realiseren van faciliteiten voor opslag van energie - Als regio willen we verder onderzoeken welke rol de opslag van energie kan spelen in het oplossen van deze knelpunten. We werken daarin graag samen met het rijk. De analyse van de netbeheerders toont aan dat de ambitie van 1,0 TWh gehaald kan worden indien de restcapaciteit benut gaat worden en indien er nieuwe projecten met wind en zon komen die op de onderstations aangesloten kunnen worden. De netbeheerders kunnen deze grootschalige opwek projecten sneller aansluiten, besparen op maatschappelijke kosten en er is minder ruimte in de fysieke leefomgeving nodig.
4.3 Financiële deelname door de lokale gemeenschap
4.3.1 Waarde toevoegen als lokale gemeenschap Inwoner: "Ik vind dat de lusten en lasten eerlijk verdeeld moeten worden. Ook vind ik lokaal eigendom belangrijk, dus dat de inwoners en de lokale ondernemers (incl. agrariërs) gezamenlijk het eigendom hebben van de zonnepanelen en windmolens. Dan blijft het geld in de regio, doet iedereen mee en is de energie van ons samen.”
Inwoners en bedrijven uit de omgeving kunnen op verschillende manieren financieel profiteren van een energieproject. De opties hiervoor zijn onder te verdelen in vier categorieën die uitgewerkt zijn in de participatiewaaier: mede-eigenaarschap, financiële deelneming, omgevingsfonds en omwonendenregeling (zie figuur hieronder). Zo kunnen zij bijdragen aan een goede lokale balans van lasten en lusten. Bij juridisch (mede) eigenaarschap zijn bewoners en/ of ondernemers uit de lokale gemeenschap collectief betrokken als (mede) eigenaar van zonnevelden of windmolens. Ze beslissen mee over het project. Zoals bij onder andere de fysieke vormgeving van het project en de landschappelijke inpassing, de bestemming van winst, dividend en financiering. Zij dragen ook (mede) het risico. De bedoeling is dat inwoners en ondernemers die financieel betrokken willen zijn, de mogelijkheid hiertoe geboden wordt en dat hun stem niet alleen afhankelijk is van de hoogte van de financiële inbreng. Ook minder draagkrachtige inwoners zouden de mogelijkheid krijgen moeten krijgen om deel te nemen in energieprojecten. In het Klimaatakkoord is afgesproken dat de lokale omgeving in de gelegenheid moet worden gesteld om voor minimaal 50% (mede)eigenaar te worden van een project. De Regio Foodvalley committeert zich aan deze afspraak.
Daarmee zijn ook grote energiebedrijven uitgenodigd om bij te dragen aan de duurzame opwekprojecten. Naast de mogelijkheid om (mede) eigenaar te worden van een project, kunnen omwonenden in de gelegenheid gesteld te worden om financieel deel te nemen, zoals via obligaties, wanneer dit onderdeel van de financiële projectstructuur is.
Inwoner: “Ik vind dat elk huishouden moet profiteren van een groene toekomst en niet alleen de grote bedrijven of een aantal partijen.”
*Alleen mogelijk via Wageningen Noord
REGIONALE ENERGIESTRATEGIE 1.0 REGIO FOODVALLEY | 34
REGIONALE ENERGIESTRATEGIE 1.0 REGIO FOODVALLEY | 35
Het bevoegd gezag is in de meeste gevallen de gemeente en soms de provincie. Deze bepaalt wat direct betrokkenen zijn. Dit kan per project verschillen. Bij een zonneveld is het omgevingseffect kleiner dan bij een windmolen. Een uiterste grens zal de gemeente ook vaststellen. Samenwerken met aangrenzende gemeenten is de regel wanneer de invloed van het project gemeentegrensoverstijgend is. Een gebiedsraad is andere vorm van waarde toevoegen. Deze raad kan meedenken over vormgeven van het project en besteding van middelen voor samenleving versterkende initiatieven, zoals een natuurverbetering of extra recreatiemogelijkheden. Deze komen in meer of mindere mate beschikbaar uit de exploitatie van het project. Bijvoorbeeld via een omgevingsfonds of via een omwonendenregeling. Een gebiedsraad is niet bedoeld ter vervanging van gemeentelijke verantwoordelijkheden.
Inwoner: "Grote datacentra en buitenlandse energiebedrijven moeten niet aan de haal mogen gaan met 'onze' groene energie. Als we de lasten moeten dragen, dan ook de lusten. Geen Wieringenmeer of Flevopoldertoestanden hier!”
4.3.2 Vormgeven van lokaal eigenaarschap De gemeente bepaalt wat haar rol is bij een project. Dit kan variëren van eigenaar, aanbesteder, partner of facilitator bij een lokaal initiatief. Als aanbesteder kan zij een tender procedure voor ontwikkelaars starten of gunnen aan ontwikkelaars conform gemeentelijke beleidskaders. Hierin neemt de gemeente onder andere vereisten of wensen op voor lokaal eigenaarschap en financiële voordelen voor de omgeving. Een project bestaat uit vier fases: 1 De ontwikkelfase van het project tot financial close. 2 Het bouwen van het project. 3 Het exploiteren van het project. 4 Tot slot het opruimen van het project.
De gemeente bepaalt wie nauw-betrokkenen zijn en geeft het 50% lokaal eigenaarschap vorm en daarmee de “stem van de omwonenden“. De gemeente bepaalt wie lokaal betrokken dienen te worden bij de werving van deelnemers. Daarbij dient zij ook rekening te houden met dat de ontwikkelfase een hoger financieel risico kent dan de andere 3 fases. Binnen de gemeentelijke randvoorwaarden kan de ontwikkelaar, zoals een energiecoöperatie of energiebedrijf, ook voorstellen doen hoe zij de 50% lokaal eigenaarschap wenst in te vullen. Het is niet de intentie om het project te beëindigen als de 50% lokaal om goede redenen niet behaald wordt. Daarbij speelt ook slagvaardigheid van besluitvorming en uitvoering en professionaliteit een rol. In de onderlinge afspraken kan vastgelegd worden dat lokale aandelen slechts doorverkocht kunnen worden aan direct nauw betrokkenen binnen de uiterste grenzen om het verwateren van de 50% lokaal eigenaarschap te voorkomen. Mocht het niet lukken om 50% lokaal eigenaarschap te realiseren dan wordt gezocht naar andere oplossingen. Het bevoegd gezag beoordeelt of het proces goed is doorlopen en of de omgeving in voldoende mate is betrokken. De mate waarin lokaal eigenaarschap wordt gerealiseerd, neemt een belangrijke plaats in bij het afwegen of een initiatief voor het opwekken van duurzame energie op land kan doorgaan.
De gemeenten in Regio Foodvalley werken dit samen met stakeholders uit in gezamenlijke afspraken. Die verankeren de gemeenten vervolgens in hun lokale beleidskaders. De gedragscodes wind op land en zon op land dienen als ondergrens voor afspraken over zowel financiële als procesparticipatie. Wanneer een gemeente wil afwijken van de regionale afspraken, dan is er lokaal maatwerk mogelijk. De gemeente meldt dit dan aan de regionale partners.
Omwonende profiteren mee als mede-eigenaar van een wind- of zonneproject, via een vereniging of coöperatie
Omwonende nemen risicodragend deel aan een project, bijvoorbeeld door aandelen, certificaten of obligaties
Een deel van de opbrengsten komt ten goede aan maatschappelijke doelen in de buurt, zolas een sportclub of wijkvereniging
Direct omwonenden ontvangen voordeel, bijvoorbeeld in de vorm van een verduurzaming van hun womning of korting op groene stroom
Mede-eigenaarschap
Financiële deelneming
Omgevingsfonds
Omwonendenregeling
REGIONALE ENERGIESTRATEGIE 1.0 REGIO FOODVALLEY | 36
4.3.3 Ondersteunen van projectontwikkeling en lokaal eigenaarschap Inwoner: “Draagvlak is het grootst als inwoners zelf bij realisatie en beheer van energiecoöperaties betrokken zijn.”
Wij willen de kans op succesvolle invulling van lokaal eigenaarschap vergroten door ondersteuning te bieden langs een aantal lijnen. Die werken we verder uit in een regionaal samenwerkingsprogramma: Revolverend ontwikkelfonds: In de eerste fase - de ontwikkelfase van een energieproject tot financial close - is er veel overleg en nader onderzoek nodig en is het financiële risico groot. Initiatiefnemers zijn lokale initiatieven, beginnende energiecoöperaties en/of bestaande energiecoöperaties. Om hen in dit onderzoeken ontwikkelproces te ondersteunen, is een revolverend Ontwikkelfonds ingesteld. Door de provincie Utrecht is hierin in samenwerking met het ministerie van EZK € 2 miljoen beschikbaar gesteld. Provincie Gelderland werkt vooralsnog met een leningregeling voor energiecoöperaties. De provincie verkent de mogelijkheid om aan te sluiten bij dit landelijke ontwikkelfonds. Projectenbureau Energie van Utrecht: voor de ontwikkelfase van grootschalige energieprojecten kunnen energiecoöperaties ondersteuning inhuren bij het projectenbureau Energie van Utrecht; Dit is een BV waarvan het eigendom ligt bij de koepelcoöperatie Energie van Utrecht van de Utrechtse energiecoöperaties. Het expliciete doel is om de operationele activiteiten in opdracht van een lokale energiecoöperatie uit te voeren.