Bijlage 1 Ontwerp-wijziging omgevingsplan
Tekst van het document
Milieuzonering zorgt ervoor dat bij de bouw van nieuwe woningen voldoende afstand in acht wordt genomen tot milieubelastende activiteiten (tussen bedrijven en gevoelige functies, zoals woningen). Zo worden hinder en gevaar voorkomen en kunnen bedrijven zich binnen aanvaardbare voorwaarden in een gebied vestigen en activiteiten (blijven) uitoefenen.
Motivering Gemeente Renswoude – TAM-Omgevingsplan Schalm 3 Renswoude
28
De Vereniging van Nederlandse Gemeenten heeft in de brochure Bedrijven en Milieuzonering (2009) een handreiking3 gedaan ten behoeve van de afstemming tussen ruimtelijke ordening en milieu op lokaal niveau. De publicatie heeft bedrijven ingedeeld in categorieën met bijbehorende richtafstanden tot gevoelige functies, zoals woningen. De afstanden worden gemeten tussen enerzijds de grens van de grond die is aangewezen voor de functie bedrijf en anderzijds de gevel van een woning. De richtafstanden hangen samen met de gebiedskenmerken. De VNG-publicatie hanteert twee omgevingstypen, namelijk: een rustige woonwijk/buitengebied en een gemengd gebied. In een rustige woonwijk of buitengebied wordt functiescheiding nagestreefd. Tussen milieuhinder gevoelige functies en bedrijven dient de minimaal aan te houden 'richtafstand' in acht te worden genomen. In geval van een gemengd gebied, waar sprake is van functiemenging, kan een verkleinde richtafstand worden gehanteerd. In tegenstelling tot rustige woongebieden worden in dergelijke levendige gebieden milieubelastende activiteiten op kortere afstand van milieuhinder gevoelige functies acceptabel geacht. De richtafstand mag in deze gebieden met één afstandsstap worden verkleind (10 meter behorende bij milieucategorie 1 wordt 0 meter, 30 meter van milieucategorie 2 wordt 10 meter van milieucategorie 1, etc.).
Het uitgangspunt van de VNG handreiking is dat de gemeente deze gemotiveerd toepast. Het is een hulpmiddel, maar het legt niet vast wat wel en wat niet is toegestaan. Een gemeente dient zelf zorgvuldig af te wegen, te bepalen en te motiveren welke functies en activiteiten zij in een bepaald gebied toelaatbaar acht en welke Staat van Bedrijfsactiviteiten zal worden toegepast, zodat maatwerk en flexibiliteit voor een plangebied ontstaat. Er wordt een tweetal gebiedstypen te onderscheiden; 'rustige woonwijk/buitengebied' en 'gemengd gebied'. Afbeelding 10: Omgevingstype. Milieucategorie 1 2 3.1 3.2 4.1 4.2
3
Richtafstand tot omgevingstype rustige woonRichtafstand tot omgevingstype gemengd wijk en rustig buitengebied gebied 10 meter 0 meter 30 meter 10 meter 50 meter 30 meter 100 meter 50 meter 200 meter 100 meter 300 meter 200 meter
In oktober 2024 is de VNG-handreiking Activiteiten en milieuzonering gepubliceerd. Deze handreiking is in hoofdzaak is bedoeld voor de inrichting van het nieuwe omgevingsplan en niet om te onderzoeken of er bij milieugevoelige functies (zoals woningen) nabij milieubelastende functies een aanvaardbaar woon- en leefklimaat gerealiseerd kunnen worden. De handreiking ziet vooral op het inrichten van een omgevingsplan met milieubelastende functies. Om aan te tonen dat sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat bij ruimtelijke ontwikkelingen, is de handreiking uit 2009 nog steeds bruikbaar.
Motivering Gemeente Renswoude – TAM-Omgevingsplan Schalm 3 Renswoude
29
Toetsing Uit het tijdelijk deel van het omgevingsplan van de gemeente Renswoude blijkt dat er in de directe omgeving van het plangebied geen bedrijven zijn waarvan de richtafstand tot het plangebied reikt. Conclusie Vanuit oogpunt van milieuzonering is het plan uitvoerbaar.
4.11. Omgevingsveiligheid Algemeen Omgevingsveiligheid beschrijft de risico's die ontstaan als gevolg van opslag, productie, gebruik en vervoer van gevaarlijke stoffen en windturbines. De hoofdlijnen van het wettelijk kader omtrent de omgevingsveiligheid zijn opgenomen in instructieregels in afdeling 5.1.2 Bkl. In bijlage VII van het Bkl zijn activiteiten aangewezen als risicobronnen. Deze risicobronnen zijn van belang voor de regels over het plaatsgebonden risico en aandachtsgebieden. Het betreft de volgende activiteiten: ▪ activiteiten met gevaarlijke stoffen bij bedrijven. Dit zijn verschillende milieubelastende activiteiten uit het Besluit activiteiten leefomgeving. ▪ het basisnet vervoer gevaarlijke stoffen (weg, water en spoor). ▪ buisleidingen met gevaarlijke stoffen die zijn aangewezen als milieubelastende activiteit in het Besluit activiteiten leefomgeving. ▪ windturbines die zijn aangewezen als milieubelastende activiteit in het Besluit activiteit leefomgeving. De paragrafen 5.1.2.2 tot en met 5.1.2.6 van het Bkl gaan over het toelaten van beperkt kwetsbare, kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen en beperkt kwetsbare en kwetsbare locaties in verband met het externe veiligheidsrisico van een activiteit die op een locatie is toegelaten op grond van een omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit.
Plaatsgebonden risico Grenswaarden en standaardwaarden voor het Plaatsgebonden Risico (PR) ten aanzien van (zeer) (beperkt) kwetsbare gebouwen en (beperkt) kwetsbare locaties zijn opgenomen in artikel 5.6 tot en met artikel 5.11a van het Bkl. Grenswaarden voor kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen en kwetsbare locaties (artikel 5.7 lid 1 Bkl) worden in een Omgevingsplan in acht genomen. Met standaardwaarden voor beperkt kwetsbare gebouwen en locaties wordt in een omgevingsplan rekening gehouden (artikel 5.11 Bkl). Voor het plaatsgebonden risico gelden, afhankelijk van de activiteit, vastgestelde afstanden of te berekenen afstanden (bijlage VII Bkl). Groepsrisico Bij groepsrisico is sprake van 'aandachtsgebieden'. Risicovolle activiteiten hebben van rechtswege aandachtsgebieden (artikel 5.12 Bkl). Het opnemen van aandachtsgebieden in een om-
Motivering Gemeente Renswoude – TAM-Omgevingsplan Schalm 3 Renswoude
30
gevingsplan is niet verplicht. Een aandachtsgebied geldt van rechtswege, en is een gebied rond activiteiten met gevaarlijke stoffen dat zichtbaar maakt waar mensen binnenshuis, zonder aanvullende maatregelen onvoldoende beschermd zijn tegen de gevolgen van ongevallen met gevaarlijke stoffen. Aandachtsgebieden zijn er voor brand, explosie en gifwolk. Afhankelijk van het type activiteit met gevaarlijke stoffen, zijn er voor het aandachtsgebied in de regelgeving vaste afstanden vastgesteld of zijn deze afstanden rekenkundig te bepalen (bijlage VII Bkl). Aandachtsgebieden worden zichtbaar gemaakt in het Register externe veiligheidsrisico's (REV). Binnen een aandachtsgebied kan sprake zijn van een voorschriftengebied. Een gemeente kan in het Omgevingsplan afzien van aanwijzing van een brand- of explosievoorschriftengebied of een kleiner brand- of explosievoorschriftengebied aanwijzen (artikel 5.14 Bkl). Als het initiatief ligt in een voorschriftengebied, dan gelden voor nieuwbouw aanvullende bouweisen uit het Besluit bouwwerken leefomgeving (artikel 4.90 tot en met 4.96 Bbl. Voor zeer kwetsbare gebouwen, zoals scholen, kinderdagopvang, en verzorgingstehuizen, geldt altijd een voorschriftengebied, en gelden dus aanvullende bouweisen bij nieuwbouw (artikel 5.14 Bkl).
Los van een eventueel voorschriftengebied kan een gemeente aanvullende eisen stellen, bijvoorbeeld aan vluchtroutes en de bereikbaarheid van het gebied door hulpdiensten. Een berekening van het groepsrisico is onder de Omgevingswet optioneel. Toetsing Uit de risicokaart blijkt dat het plaatsgebonden risico van de relevante risicobronnen geen belemmering vormt voor het voorgenomen initiatief. Afbeelding 11: Fragment risicokaart
Conclusie Het aspect omgevingsveiligheid levert geen belemmering op voor de voorgenomen ontwikkeling.
Motivering Gemeente Renswoude – TAM-Omgevingsplan Schalm 3 Renswoude
31
4.12. Trilling Algemeen Het onderdeel Trillingen is geregeld in paragraaf 22.3.5 van de Bruidsschat. Daarin worden regels gesteld aan trillingen in een frequentie van 1 tot 80 Hz door een activiteit in een trillinggevoelige ruimte van een trillinggevoelig gebouw, die op een locatie is toegelaten op grond van een omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit. Er gelden maximale waarden voor continue trillingen en voor herhaald voorkomende trillingen. De maximale waarden zijn opgenomen in de tabellen in artikel 22.88 en 5.87a van de Bruidsschat. Toetsing In de omgeving van het plangebied zijn er geen activiteiten die trillingshinder veroorzaken. Conclusie Het aspect trilling levert geen belemmering op voor de voorgenomen ontwikkeling.
4.13. Welstand Welstand gaat over hoe de uiterlijke kenmerken van een bouwwerk in de omgeving passen, denk aan vorm, kleur of gebruikte materialen. De redelijke eisen van welstand zijn uitgewerkt in de welstandsnota van de gemeente. In de bruidsschat zijn regels opgenomen met betrekking tot: ▪ repressief welstand (artikel 22.7), oftewel de excessenregeling, en ▪ beoordeling van een aanvraag om een omgevingsvergunning met betrekking tot een bouwactiviteit en het in stand houden en gebruiken van het te bouwen bouwwerk (artikel 22.29). Als een gemeente geen welstandsnota en ook een beleidsregels voor de beoordeling van het uiterlijk van bouwwerken heeft, dan gelden de regels in de bruidsschat niet. De bruidsschat geldt ook niet bij een bouwwerk of in een gebied dat de gemeente als welstandsvrij heeft aangewezen. Toetsing Er is nog geen woningontwerp. Een toetsing aan de welstandsnota kan nog niet worden uitgevoerd. Conclusie De bouwplannen zullen te zijner tijd worden getoetst aan de welstandsnota.
4.14. Archeologie en cultuurhistorie 4.14.1. Algemeen In de Omgevingswet wordt onder cultuur erfgoed verstaan monumenten, archeologische monumenten, stads- en dorpsgezichten, cultuurlandschappen en, voor zover dat voorwerp is of kan zijn van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties in het omgevingsplan, ander cultureel erfgoed als bedoeld in artikel 1.1 van de Erfgoedwet.
Motivering Gemeente Renswoude – TAM-Omgevingsplan Schalm 3 Renswoude
32
In artikel 5.130 Bkl zijn bepalingen opgenomen om in het omgevingsplan cultureel erfgoed te beschermen. Daarnaast staan in afdeling 8.8 van het Bkl regels voor de beoordeling van rijksmonumentenactiviteit en het verplaatsen van gebouwde monumenten. 4.14.2. Archeologie Het Verdrag van Malta regelt de omgang met het Europees archeologisch erfgoed. Nederland ondertekende dit verdrag van de Raad voor Europa in 1992. Aanleiding voor dit verdrag was dat het Europese archeologische erfgoed in toenemende mate bedreigd werd. Niet alleen door natuurlijke processen of ondeskundig gebruik van het bodemarchief, maar ook door ontwikkelingen in de ruimtelijke ordening. De uitgangspunten van het Verdrag van Malta zijn binnen de Nederlandse wetgeving geïmplementeerd. De wet regelt de bescherming van archeologisch erfgoed in de bodem, de inpassing ervan in de ruimtelijke ontwikkeling en de financiering van opgravingen: 'de veroorzaker betaalt'. Artikel 5.130, lid 3 Bkl bepaalt dat in het omgevingsplan regels kunnen worden gesteld over de uitvoering van onderzoek bij activiteiten die een te verwachten archeologisch monument kunnen verstoren. Voor projecten kleiner dan 100 m² mag geen archeologisch onderzoek gevraagd worden, tenzij in het omgevingsplan anders is bepaald.
Toetsing Uit het vigerende bestemmingsplan (zie paragraaf 1.3) blijkt dat ter plaatse van de nieuwe woning archeologisch onderzoek nodig is indien bodemingrepen plaatsvinden die respectievelijk groter zijn dan 1.000 m² en dieper dan 50 centimeter. Die ondergrens wordt door de bouwplannen niet overschreden. Indien tijdens de werkzaamheden resten worden aangetroffen waarvan redelijkerwijs kan worden aangenomen dat deze resten van cultuurhistorische waarde zijn, geldt een wettelijke meldingsplicht conform artikel 5.10 van de Erfgoedwet. Conclusie Het aspect archeologie levert geen belemmering op voor de voorgenomen ontwikkeling. De gronden zijn in dit TAM-omgevingsplan overeenkomstig het vigerende bestemmingsplan aangewezen voor een functie voor het behoud en de bescherming van archeologische waarden. 4.14.3. Cultuurhistorie In het plangebied zijn geen Rijks- of gemeentelijke monumenten aanwezig. Conclusie Het aspect cultuurhistorie levert geen belemmering op voor de voorgenomen ontwikkeling.
Motivering Gemeente Renswoude – TAM-Omgevingsplan Schalm 3 Renswoude
33
4.15. Bodem Ter bescherming van de gezondheid en het milieu zijn in paragraaf 5.1.4.5 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) voor het aspect bodem instructieregels in het opgenomen. Er worden drie basisvormen van bodemgebruik onderscheiden: landbouw/natuur, wonen en industrie. De kaders zijn gebaseerd op de risicogrenswaarden die voor de betreffende situaties zijn afgeleid. Het wettelijke instrumentarium voor bodem berust op drie pijlers: ▪ het voorkomen van nieuwe verontreiniging of aantasting (preventie); ▪ het meewegen van bodemkwaliteit als onderdeel van een brede afweging over de kwaliteit van de leefomgeving in relatie tot functies (toedeling van functies); ▪ het op duurzame en doelmatige wijze beheren van resterende historische verontreinigingen (beheer historische verontreinigingen). De gemeente stelt de waarde voor de toelaatbare kwaliteit van de bodem vast. Deze waarde mag niet hoger zijn dan het blootstellingsniveau van het maximaal toelaatbaar risico voor de mens. De toelaatbare kwaliteit van de bodem is een voorwaarde voor bouwen op verontreinigde bodem en is geen omgevingswaarde. Bij wijzigingen van activiteiten geldt dat de bodem geschikt moet zijn voor het beoogde gebruik. Toetsing In het najaar van 2025 wordt een bodemonderzoek uitgevoerd. Conclusie De milieukundige bodemgesteldheid is wel/niet geschikt voor het beoogde gebruik.
4.16. Weging van het waterbelang Bij ruimtelijke ontwikkelingen dient op grond van artikel 5.37 Bkl rekening te worden gehouden met de gevolgen voor het beheer van watersystemen. Het is aan het bevoegd gezag om te bepalen hoe andere bestuursorganen bij de besluitvorming worden betrokken. Dit betekent dat een zogenaamde 'weging van het waterbelang' (voorheen: watertoets) dient plaats te vinden. Toetsing Het plangebied ligt in het beheergebied van het Waterschap Vallei en Veluwe. Ten behoeve van de planontwikkeling is op 29 augustus 2025 de digitale watertoets4 uitgevoerd. Omdat langs de noordgrens van het perceel een B-watergang ligt, is de normale procedure van toepassing. Aan die watergang vinden echter geen ingrepen plaats. Vasthouden - bergen - afvoeren Een belangrijk principe is dat zo veel mogelijk hemelwater binnen het plangebied wordt vastgehouden en/of geborgen en dus niet of niet direct afgevoerd wordt naar de riolering of het opper-
4
buRO – bureau voor ruimtelijke ordening, Digitale watertoets Schalm 3, Amersfoort, 29 augustus 2025
Motivering Gemeente Renswoude – TAM-Omgevingsplan Schalm 3 Renswoude
34
vlaktewater. Hiermee wordt bereikt dat de waterzuiveringsinstallatie beter functioneert, verdroging wordt tegen gegaan en piekafvoeren in het oppervlaktewater (met eventueel wateroverlast in benedenstrooms gelegen gebieden) worden voorkomen. Bij lozing op oppervlaktewater zal hiervan een melding gedaan moeten worden bij het waterschap. Grondwaterneutraal bouwen Om grondwateroverlast te voorkomen adviseert het waterschap om boven de gemiddelde hoogste grondwaterstand (GHG) te ontwerpen. Dit betekent dat aspecten zoals ontwateringsdiepte en infiltratie van hemelwater, beschouwd worden ten opzichte van de GHG. De gemeente hanteert voor nieuwbouw een ontwateringsnorm van 90 cm (gemeten tussen de GHG en de onderkant van de vloer). Het structureel onttrekken / draineren van grondwater is geen duurzame oplossing en moet worden voorkomen. Het waterschap adviseert de initiatiefnemer dan ook om voorafgaand aan de ontwikkeling een goed beeld te krijgen van de heersende grondwaterstanden en GHG. Eventuele grondwateroverlast is in eerste instantie een zaak voor de betreffende perceeleigenaar. Schoon houden - scheiden - schoon maken Om verontreiniging van bodem, grond- en/of oppervlaktewater te voorkomen is het van belang dat het afstromende hemelwater niet verontreinigd raakt. Dit kan door nadere eisen of randvoorwaarden te stellen aan bijvoorbeeld de toegepaste (bouw)materialen.
Het waterschap vraagt de initiatiefnemer de beslisboom voor het afkoppelen van verhard oppervlak van het waterschap toe te passen. Conclusie Op 9 september 2025 heeft het Waterschap Vallei en Veluwe aangegeven dat er geen aandachtspunten voor de weging van het waterbelang zijn.
Motivering Gemeente Renswoude – TAM-Omgevingsplan Schalm 3 Renswoude
35
5.
Juridische planbeschrijving
5.1.
Algemeen Dit TAM-Omgevingsplan besluit vormt een alternatieve mogelijkheid om het omgevingsplan te wijzigen, wanneer dit nog niet via de nieuwe standaard kan worden gedaan. Het doel van dit TAM-Omgevingsplan besluit is om te voorkomen dat planvorming onaanvaardbare vertraging oploopt onder de Omgevingswet. Het TAM-Omgevingsplan is met de techniek van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) opgesteld, maar wel conform de inhoudelijke eisen van de Omgevingswet. Daardoor zijn de IMROstandaarden gebruikt. Met dit TAM-Omgevingsplan besluit worden zoveel mogelijk de regels uit het bestemmingsplan van overeenkomstige toepassing verklaard in het omgevingsplan (via dit TAM-Omgevingsplan besluit). Wel zijn aanvullende regels nodig om te zorgen dat wordt voldaan aan de Omgevingswet. Het bestemmingsplan voldoet immers niet geheel aan de Omgevingswet. Het juridische deel van dit TAM-omgevingsplan bestaat uit regels en een verbeelding waarop de toegelaten functies zijn aangegeven. In dit hoofdstuk wordt dieper ingegaan op de opzet van dit juridische deel. Daarnaast wordt een verantwoording gegeven van de gemaakte keuzes op de verbeelding en in de regels. Dat betekent dat er wordt aangegeven waarom een bepaalde functie ergens is toegestaan en waarom bepaalde bebouwing daar acceptabel is.
De IMRO-standaarden maken het niet mogelijk om een regeling te beginnen met een ander hoofdstuk dan hoofdstuk 1. De naamgeving van het hoofdstuk kan worden gewijzigd, maar hoofdstuk 1 blijft altijd zichtbaar. De IMRO-standaarden bieden ook geen mogelijkheid tot het gebruik van paragrafen. Ook voor de artikelen geldt dat deze in IMRO automatisch worden genummerd en dat de nummering dus bij 'artikel 1' begint. Voor het TAM-omgevingsplan is de IMRO hoofdstuk- en artikelnummering onhoudbaar, omdat het omgevingsplan van rechtswege al een hoofdstuk 1 en een artikel 1 kent. Deze nummers zijn dus al bezet. Om duidelijk te maken hoe een TAM-omgevingsplan zich verhoudt tot de rest van het omgevingsplan, stelt de VNG voor om na het object Regels en voor het toevoegen van het object Hoofdstuk een preambule op te nemen. De preambule geeft aan hoe het TAM-omgevingsplan in samenhang met de rest van het omgevingsplan gelezen moeten worden: Dit TAM-omgevingsplan is gericht op het faciliteren van gebiedsontwikkeling op de locatie Schalm 3 in Renswoude en vormt juridisch een nieuw hoofdstuk (hoofdstuk 22c) van het omgevingsplan van de gemeente Renswoude. Dit hoofdstuk is op grond van artikel 11.1 lid 2 Besluit elektronische publicaties bekend gemaakt en digitaal beschikbaar gesteld met de landelijke voorziening www.ruimtelijkeplannen.nl.
Het is met deze landelijke voorziening niet mogelijk dit hoofdstuk conform de juridische vormgeving van het omgevingsplan in STOP-TPOD beschikbaar te stellen. De in dit op https://www.ruimtelijkeplannen.nl uitgegeven deel van het omgevingsplan (hierna: dit deel) weergegeven hoofdstukken moeten gelezen worden als paragrafen van hoofdstuk 22c
Motivering Gemeente Renswoude – TAM-Omgevingsplan Schalm 3 Renswoude
36
van het omgevingsplan van de gemeente Renswoude. In de artikelkop van de in dit deel weergegeven artikelen moet na het woord 'Artikel', na de spatie en direct voor het artikelnummer '22c' gelezen worden. In de kop van de bijlagen bij het in dit deel weergegeven hoofdstuk moet na het woord 'Bijlage', na de spatie en direct voor het nummer van de bijlage '22a' gelezen worden.
5.2.
Regels Het TAM-omgevingsplan bestaat uit 4 hoofdstukken. In de benaming is daarbij zo dicht mogelijk bij de IMRO-standaarden gebleven: ▪ Hoofdstuk 1 Inleidende regels ▪ Hoofdstuk 2 Functies en activiteiten (voorheen: bestemmingsregels) ▪ Hoofdstuk 3 Algemene regels ▪ Hoofdstuk 4 Overgangsregels (voorheen: overgangs- en slotregels). Hoofdstuk 1 Inleidende regels In artikel 1 is het toepassingsbereik van het TAM-omgevingsplan aangegeven. Hiermee wordt voorkomen dat voor het gewijzigde deel van het omgevingsplan zowel nieuwe als oude regels gelden. De begripsbepalingen uit de bijlage van de Omgevingswet c.a. zijn van rechtswege van toepassing op regelingen op grond van de Omgevingswet (artikel 1.1 Omgevingswet) en dus ook op TAM-omgevingsplannen. Voor zover de begripsbepalingen (artikel 2) en de wijze van meten (artikel 4) van het Omgevingsplan van de gemeente Renswoude en van de Omgevingswet en de bijbehorende besluiten (Besluit activiteiten leefomgeving (Bal), het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl), Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl), het Omgevingsbesluit en de Omgevingsregeling) afwijken van de bepalingen uit hoofdstuk 1 van dit TAM-omgevingsplan, dan gaat dit hoofdstuk voor. In artikel 3 zijn aanvullende begripsbepalingen opgenomen. Hoofdstuk 2 Functies en activiteiten In het plangebied komen aantal functies (voorheen: bestemmingen) voor: "Agrarisch" en "Wonen".
Deze bevatten beoordelingsregels voor bouwen en specifieke functieregels. Inhoudelijk zijn deze beoordelingsregels zoveel als mogelijk overgenomen uit het vigerende Bestemmingsplan Buitengebied 2010/Herziening Buitengebied Renswoude 2010. Daarnaast hebben de gronden de functies "Waarde – Archeologie - 2" en "Waarde – Archeologie - 3" overeenkomstig dat bestemmingsplan. Deze gronden hebben hierdoor ok een functie voor het behoud en de bescherming van archeologische waarden. De gronden buiten het perceelsgedeelte dat voor de functie "Wonen" is aangegeven behouden de functie "Agrarisch". Ten opzichte van het tijdelijk deel van het omgevingsplan is alleen het bouwvlak niet meer op de verbeelding opgenomen. In de functie "Wonen" is de regelgeving uit de bestemmingsplan parapluherziening parkeren & woningsplitsing en kamerverhuur voor wat betreft woningsplitsing en kamerverhuur overgenomen.
Motivering Gemeente Renswoude – TAM-Omgevingsplan Schalm 3 Renswoude
37
Hoofdstuk 3 Algemene regels In artikel 8 zijn de zogenaamde aanvraagvereisten opgenomen. In paragraaf 22.5.2 van de bruidsschat zijn aanvullende aanvraagvereisten opgenomen voor vergunningaanvragen die betrekking hebben op het tijdelijk deel van het omgevingsplan (onder andere binnenplanse afwijkingen uit bestemmingsplannen). Deze aanvullende aanvraagvereisten zijn niet automatisch van toepassing op vergunningplichten voor omgevingsplanactiviteiten die in een TAMomgevingsplan worden opgenomen. Het TAM-omgevingsplan is immers onderdeel van het nieuwe deel van het omgevingsplan van de gemeente Renswoude. De anti-dubbeltelregel in artikel 9 is opgenomen om te voorkomen dat, wanneer bepaalde gebouwen en bouwwerken niet meer dan een bepaald deel van een bouwperceel mogen beslaan, het opengebleven terrein niet nog eens meetelt bij het toestaan van een ander gebouw of bouwwerk, waaraan een soortgelijke eis wordt gesteld. De algemene bouwregels (artikel 10), algemene gebruiksregels (artikel 11) en de algemene afwijkingsregels (artikel 12) zijn voor zover relevant overgenomen uit het vigerende Bestemmingsplan Buitengebied 2010/Herziening Buitengebied Renswoude 2010. Op de verbeelding is de gebiedsaanduiding 'reconstructiewetzone- landbouwontwikkelingsgebied' niet opgenomen. De regelgeving die hieraan is gekoppeld heeft uitsluitend betrekking op agrarische bouwvlakken.
Het onderhavige plangebied omvat geen agrarische bouwvlakken. Hoofdstuk 4 Overgangsregels Hoofdstuk 4 bevat alleen nog overgangsregel in artikel 13. De overgangsregels regelen het overgangsrecht voor de bebouwing en het gebruik van de bebouwing in het plangebied. Deze worden opgenomen conform het voormalige Besluit ruimtelijke ordening. Hoofdstuk 23 van het omgevingsplan van de gemeente Renswoude bevat slotbepalingen met een artikel genaamd citeertitel: Dit omgevingsplan wordt aangehaald als: Omgevingsplan gemeente Renswoude. Aangezien het TAM-omgevingsplan juridisch onderdeel wordt van dit, voor heel Renswoude geldende, omgevingsplan wordt geen slotbepaling opgenomen.
Motivering Gemeente Renswoude – TAM-Omgevingsplan Schalm 3 Renswoude
38
6.
Uitvoerbaarheid
6.1.
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
6.1.1. Bestuurlijk vooroverleg P.M. 6.1.2. Participatie omgeving De initiatiefnemer heeft omwonenden geïnformeerd over de beoogde planontwikkeling. Hieruit zijn geen bezwaren naar voren gekomen. In het kader van de tervisielegging van het ontwerp van het TAM-Omgevingsplan zal deze versie weer aan omwonenden worden voorgelegd.
6.2.
Financiële haalbaarheid Het plan wordt op eigen grond door en voor rekening en risico ontwikkeld door de initiatiefnemer. Deze initiatiefnemer is ook de eigenaar van de gronden. De financiering van alle kosten die samenhangen met de ontwikkeling van de bebouwing komt voor rekening van de initiatiefnemer. Er zijn derhalve geen kosten voor de gemeente aan het bouwplan verbonden. Dit is tussen de gemeente en initiatiefnemer met een nadeelcompensatieovereenkomst/anterieure overeenkomst vastgelegd.
Motivering Gemeente Renswoude – TAM-Omgevingsplan Schalm 3 Renswoude
TAM-Omgevingsplan Schalm 3 Dit TAM-omgevingsplan is gericht op het faciliteren van gebiedsontwikkeling op de locatie Schalm 3 in de gemeente Renswoude en vormt juridisch een nieuw hoofdstuk (hoofdstuk 22c) van het omgevingsplan van de gemeente Renswoude. Dit hoofdstuk is op grond van artikel 11.1 lid 2 Besluit elektronische publicaties bekend gemaakt en digitaal beschikbaar gesteld met de landelijke voorziening www.ruimtelijkeplannen.nl. Het is met deze landelijke voorziening niet mogelijk dit hoofdstuk conform de juridische vormgeving van het omgevingsplan in STOP-TPOD beschikbaar te stellen.
De in dit op https://www.ruimtelijkeplannen.nl uitgegeven deel van het omgevingsplan (hierna: dit deel) weergegeven hoofdstukken moeten gelezen worden als paragrafen van hoofdstuk 22c van het omgevingsplan van de gemeente Renswoude . In de artikelkop van de in dit deel weergegeven artikelen moet na het woord 'Artikel', na de spatie en direct voor het artikelnummer '22c.' gelezen worden. In de kop van de bijlagen bij het in dit deel weergegeven hoofdstuk moet na het woord ‘Bijlage’, na de spatie en direct voor het nummer van de bijlage ‘22c’ gelezen worden.
2
Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2 Artikel 3 Artikel 4
Inleidende regels Toepassingsbereik Toepassing begripsbepalingen Aanvullende begripsbepalingen Meet- en rekenbepalingen
3 3 4 5 12
Hoofdstuk 2 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7
Functies en activiteiten Agrarisch Wonen Waarde - Archeologie-2
14 14 16 20
Hoofdstuk 3 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11 Artikel 12
Algemene regels Aanvraagvereisten Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene afwijkingsregels
22 22 23 24 26 27
Hoofdstuk 4 Artikel 13
Overgangsregels Overgangsrecht
28 28
ontwerp gemeente Renswoude - bestemmingsplan TAM-Omgevingsplan Schalm 3
3
Hoofdstuk 1 Artikel 1
Inleidende regels
Toepassingsbereik
a. Het besluit als bedoeld in artikel 4.6 eerste lid onder g van de Invoeringswet Omgevingswet op de locatie, bedoeld onder c, is niet van toepassing. b. De regels in afdeling 22.2, met uitzondering van paragraaf 22.2.7.3 en afdeling 22.3 zijn niet van toepassing voor zover die regels in strijd zijn met regels in dit hoofdstuk. c. De regels in dit hoofdstuk (H22c) zijn van toepassing op de locatie Schalm 3 in Renswoude, waarvan de geometrische bepaalde planobjecten zijn vervat in het GML-bestand NL.IMRO.0339.TO2025Schalm3-ow01 zoals vastgelegd op https://www.ruimtelijkeplannen.nl.
ontwerp gemeente Renswoude - bestemmingsplan TAM-Omgevingsplan Schalm 3
4
Artikel 2
Toepassing begripsbepalingen
Begripsbepalingen die zijn opgenomen in bijlage I van het omgevingsplan, bijlage I van het Besluit activiteiten leefomgeving, bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving, Bijlage I bij het Besluit kwaliteit leefomgeving, bijlage I bij het Omgevingsbesluit en bijlage I bij de Omgevingsregeling zijn van toepassing op dit hoofdstuk.
ontwerp gemeente Renswoude - bestemmingsplan TAM-Omgevingsplan Schalm 3
5
Artikel 3
Aanvullende begripsbepalingen
Voor de toepassing van dit hoofdstuk gelden aanvullend op het bepaalde in Artikel 2 de volgende begripsbepalingen:
3.1
Omgevingsplan het omgevingsplan van de gemeente Renswoude;
3.2
plan het TAM-Omgevingsplan Schalm 3 met identificatienummer NL.IMRO.0339.TO2025Schalm3-ow01 van de gemeente Renswoude;
3.3
TAM-omgevingsplan de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen;
3.4
aanduiding een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels, regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden.
3.5
aan- en uitbouw een aan een hoofdgebouw gebouwd gebouw dat in bouwkundig opzicht te onderscheiden is van en ondergeschikt is aan het hoofdgebouw.
3.6
aan-huis-gebonden beroep het door de bewoner van de woning, in diens woning, uit te oefenen dienstverlenend beroep, waarbij de woning in overwegende mate de woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is.
3.7
agrarisch bedrijf een bedrijf dat is gericht op het voortbrengen van producten door middel van het telen van gewassen (boomteelt daaronder begrepen) en/of het houden van dieren, nader te onderscheiden in: a. grondgebonden agrarisch bedrijf: 1. akker- en vollegrondstuinbouw: de teelt van gewassen op open grond, daaronder niet begrepen sier-, fruit- en bollenteelt; 2. bollenteelt: de teelt van bloembollen al dan niet in samenhang met de teelt van bolbloemen; 3. fruitteelt: de teelt van fruit op open grond; 4. grondgebonden veehouderij: het houden van melk- en ander vee (nagenoeg) geheel op open grond en waarbij de productie (nagenoeg) geheel afhankelijk is van de agrarische grond als productiemiddel; 5. paardenhouderij en paardenfokkerij;
ontwerp gemeente Renswoude - bestemmingsplan TAM-Omgevingsplan Schalm 3
6
6. sierteelt: de teelt van siergewassen (boomteelt daaronder begrepen) op open grond al dan niet gecombineerd met de handel in boomkwekerijgewassen en vaste planten; b. niet-grondgebonden agrarisch bedrijf: 1. glastuinbouw: de teelt van gewassen (nagenoeg) geheel met behulp van kassen, permanente tunnels en plastic kassen daaronder begrepen; 2. intensieve kwekerij: de teelt van gewassen, paddenstoelen daaronder begrepen, in gebouwen; 3. intensieve veehouderij: een bedrijf met een in hoofdzaak niet-grondgebonden agrarische bedrijfsvoering die is gericht op het houden van dieren, zoals rundveemesterij (exclusief vetweiderij), varkens-, vleeskalver-, pluimvee- of pelsdierhouderij of een combinatie van deze bedrijfsvormen, alsmede naar de aard daarmee gelijk te stellen bedrijfsvormen; c. overige teelten van gewassen of dieren, al dan niet in gebouwen.
3.8
antenne-installatie installatie bestaande uit een antenne, een antennedrager, bedrading en de al dan niet in een techniekkast opgenomen apparatuur, met de daarbijbehorende bevestigingsconstructie.
3.9
archeologisch deskundige een door burgemeester en wethouders aan te wijzen onafhankelijke en als zodanig geregistreerde deskundige op het gebied van archeologisch onderzoek, in het bezit van een opgravingsbevoegdheid.
3.10
archeologisch onderzoek onderzoek verricht door of namens een dienst of instelling die over een opgravingsvergunning beschikt.
3.11
archeologische waarde de aan een gebied toegekende waarde in verband met de in dat gebied voorkomende overblijfselen van menselijke aanwezigheid of activiteiten uit oude tijden.
3.12
bebouwing één of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde.
3.13
bedrijf een onderneming gericht op het (bedrijfsmatig) produceren, bewerken, herstellen, installeren of inzamelen van goederen, alsmede verhuur, opslag en distributie van goederen.
3.14
bestaande afstands-, hoogte-, inhouds- en oppervlaktematen afstands-, hoogte-, inhouds- en oppervlaktematen, die op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan tot stand zijn gekomen of tot stand kunnen komen met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens de Woningwet.
ontwerp gemeente Renswoude - bestemmingsplan TAM-Omgevingsplan Schalm 3
7
3.15
bestaand gebruik gebruik zoals aanwezig op het tijdstip dat het plan in werking is getreden.
3.16
bouwgrens de grens van een bouwvlak.
3.17
bouwperceel een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten.
3.18
bouwperceelgrens een grens van een bouwperceel.
3.19
bouwvlak een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten.
3.20
bijgebouw een vrijstaand gebouw dat in functioneel en bouwkundig opzicht ondergeschikt is aan een op hetzelfde bouwperceel gelegen hoofdgebouw.
3.21
containerveld een (semi)-verhard terrein, waarop potplanten worden geteeld.
3.22
dagrecreatie vormen van recreatie, die in principe plaatsvinden tussen zonsopgang en zonsondergang en niet gericht zijn op het verstrekken van nachtverblijf.
3.23
detailhandel het bedrijfsmatig te koop aanbieden (waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop), verkopen, verhuren en/of leveren van goederen aan diegenen die goederen kopen en huren voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit.
3.24
extensieve dagrecreatie niet-gemotoriseerde recreatieve activiteiten, zoals wandelen, fietsen, skaten, paardrijden, vissen, zwemmen en natuurobservatie.
3.25
gebruiksgerichte paardenhouderij alle vormen van paardenhouderij, al dan niet gecombineerd met het aanbieden van paardrijactiviteiten, die niet zijn gericht op agrarische productie.
ontwerp gemeente Renswoude - bestemmingsplan TAM-Omgevingsplan Schalm 3
8
3.26
kantoor voorzieningen gericht op het verlenen van diensten op administratief, financieel, architectonisch, juridisch of een daarmee naar aard gelijk te stellen gebied, waarbij het publiek niet of slechts in ondergeschikte mate rechtstreeks te woord wordt gestaan en geholpen.
3.27
kas een agrarisch bedrijfsgebouw waarvan de wanden en het dak voornamelijk bestaan uit glas of ander lichtdoorlatend materiaal en dienend tot kweken, trekken, vermeerderen, opkweken of verzorgen van vruchten, bloemen, groenten, planten of bomen, alsmede in voorkomende gevallen tot bescherming van de omgeving tegen milieubelastende stoffen.
3.28
kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten het in een woning door de bewoner op bedrijfsmatige wijze uitoefenen van activiteiten, voor zover geen sprake is van een milieubelastende activiteit, en voor zover de woning in overwegende mate zijn woonfunctie behoudt en voor zover deze activiteiten een ruimtelijke uitstraling hebben die met de woonfunctie in overeenstemming is.
3.29
kleinschalige dagrecreatieve voorzieningen voorzieningen, zoals aanlegsteigers, picknickplaatsen, observatiepunten, informatieborden en banken, ten behoeve van activiteiten, zoals wandelen, fietsen, skaten, paardrijden, vissen, zwemmen en natuurobservatie.
3.30
mantelzorg langdurende zorg die wordt geboden aan ieder die hulpbehoevend is op het fysieke, psychische en/of sociale vlak, door personen uit diens sociale omgeving, waarbij de zorgverlening de gebruikelijke zorg van huisgenoten voor elkaar overstijgt, op vrijwillige, niet afdwingbare basis en buiten organisatorisch verband.
3.31
mantelzorgwoning een tijdelijke extra woonruimte in (een aan- of uitbouw van) een woning of bijgebouw, die qua ligging een ruimtelijke eenheid vormt met de woning, met een functie voor bewoning door een mantelzorgvrager of een mantelzorgverlener en waarin zich zelfstandige voorzieningen bevinden.
3.32
mantelzorgwoning, tijdelijke unit een tijdelijke mantelzorgwoning is een mantelzorgwoning in de vorm van een tijdelijk op een perceel aanwezige unit die hetzij geheel hetzij in delen over de weg verplaatsbaar is.
3.33
mestbassin voorziening, niet zijnde een bouwwerk, ten behoeve van de opslag van mest, zoals mestzakken, foliebassins en daarmee vergelijkbare vormen van mestopslag.
ontwerp gemeente Renswoude - bestemmingsplan TAM-Omgevingsplan Schalm 3
9
3.34
nevenactiviteit niet-agrarische activiteiten die in ruimtelijk opzicht ondergeschikt zijn aan de hoofdfunctie op een agrarisch bouwvlak.
3.35
nutsvoorzieningen voorzieningen ten behoeve van het openbare nut, zoals transformatorhuisjes, gasreduceerstations, schakelhuisjes, duikers, bemalingsinstallaties, gemaalgebouwtjes, telefooncellen, voorzieningen ten behoeve van (ondergrondse) afvalinzameling en apparatuur voor telecommunicatie.
3.36
onzelfstandige woonruimte woonruimte die niet voldoet aan de begripsbepaling zelfstandige woonruimte.
3.37
oorspronkelijke deel gedeelte van de boerderij dat bedoeld was als werkruimte of schuur bij de voormalige boerderij en integraal onderdeel uitmaakt van het oorspronkelijke hoofdgebouw.
3.38
oorspronkelijk hoofdgebouw het hoofdgebouw, zoals dat is of mag worden gebouwd overeenkomstig de eerste daarvoor verleende omgevings-/bouwvergunning of een ander oudtijds verworven recht.
3.39
opslag opslag van goederen die naar hun aard geen regelmatige verplaatsing behoeven, zonder dat deze een bewerking ondergaan en zonder dat deze verhandeld worden.
3.40
overkapping een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met maximaal één wand en voorzien van een gesloten dak, waaronder begrepen een carport.
3.41
paardenfokkerij een agrarisch bedrijf, gericht op het fokken van paarden, het bieden van leefruimte aan opgroeiende paarden en/of het voortbrengen van producten door middel van het houden van paarden, eventueel in combinatie met (en daaraan ondergeschikte) trainingsfaciliteiten en verkoop ten behoeve van de eigen gefokte paarden.
3.42
paardenhouderij een agrarisch bedrijf, gericht op het africhten en trainen van paarden, het bieden van stalruimte voor paarden, het geven van instructie aan derden, het trainen van paarden en uitbrengen in de sport, verhuur van diensten met behulp van paarden en de in- en verkoop van paarden.
3.43
peil a. voor gebouwen die onmiddellijk aan de weg of de kruin van een dijk grenzen: de hoogte van die weg respectievelijk kruin van de dijk;
ontwerp gemeente Renswoude - bestemmingsplan TAM-Omgevingsplan Schalm 3
10
b. in andere gevallen en voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde: de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte maaiveld op het tijdstip van inwerkingtreding van dit plan.
3.44
perceelgrens een grenslijn tussen bouwpercelen onderling.
3.45
prostitutie het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding.
3.46
seksinrichting de voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden. Onder een seksinrichting worden in elk geval verstaan: een seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater, een parenclub, of een prostitutiebedrijf, waaronder begrepen een erotische massagesalon, al dan niet in combinatie met elkaar.
3.47
splitsing het splitsen van één woning in meerdere zelfstandige woonruimtes;
3.48
Staat van Bedrijfsactiviteiten de in bijlage 1 opgenomen Staat van Bedrijfsactiviteiten.
3.49
streekeigen producten al dan niet bewerkte agrarische producten, afkomstig van het eigen agrarische bedrijf of van andere agrarische bedrijven uit de streek.
3.50
teeltondersteunende voorzieningen bouwwerken, ten behoeve van de bescherming van teeltgewassen en/of de voorkweek van ten behoeve van het eigen bedrijf benodigd plantmateriaal en/of de voorkoming van de verspreiding van gewasbeschermingsmiddelen, ten behoeve van grondgebonden agrarische teelten, zoals: a. boog-, tunnel- en gaaskassen: al dan niet verplaatsbare gebouwen overtrokken met en omsloten door lichtdoorlatend materiaal anders dan glas; b. afdekfolie: folie die op de bodem wordt aangebracht; c. containervelden: al dan niet verharde of met worteldoek afgedekte percelen ten behoeve van de teelt van planten in potten; d. overkappingconstructies: bouwwerken zonder wanden, geen gebouwen zijnde, overtrokken met lichtdoorlatend materiaal anders dan glas; e. stellingen: bouwwerken, geen gebouwen zijnde, waarop planten worden geteeld; f. tijdelijke kassen: kassen, die gedurende een beperkte periode, die afhankelijk is van de teelt, maar die maximaal 8 maanden per jaar bedraagt, worden opgericht en eenvoudig te monteren en te demonteren zijn.
ontwerp gemeente Renswoude - bestemmingsplan TAM-Omgevingsplan Schalm 3
11
3.51
voorgevellijn de lijn gelegen: a. evenwijdig aan de weg en in het verlengde van de dichtst bij de weg gelegen gevel van een gebouw; b. dan wel (indien deze gevel niet evenwijdig is aan de weg): evenwijdig aan de weg door het dichtst bij de weg gelegen hoekpunt van gevels van een gebouw.
3.52
waterbassins voorzieningen, niet zijnde bouwwerken, ten behoeve van de opslag van water, zoals foliebassins en daarmee vergelijkbare vormen van wateropslag.
3.53
woning/wooneenheid een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden;
3.54
zelfstandige woonruimte woonruimte die een eigen toegang heeft en die door een huishouden kan worden bewoond en waarin alle voor bewoning wezenlijke voorzieningen aanwezig zijn, zoals badruimte, toilet, keuken en woonruimte.
ontwerp gemeente Renswoude - bestemmingsplan TAM-Omgevingsplan Schalm 3
12
Artikel 4
Meet- en rekenbepalingen
De bepalingen in dit artikel zijn een aanvulling op en gaan bij strijdigheid vóór op de meet- en rekenbepalingen zoals bedoeld in artikel 22.24 van dit omgevingsplan. Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten:
4.1
afstand de afstand tussen bouwwerken onderling alsmede de afstand van bouwwerken tot perceelsgrenzen worden daar gemeten waar deze afstand het kleinst zijn.
4.2
bouwhoogte van een antenne-installatie a. ingeval van een vrijstaande (schotel)antenne-installatie: tussen het peil en het hoogste punt van de (schotel)antenne-installatie; b. ingeval van een op of aan een bouwwerk gebouwde (schotel)antenne-installatie: tussen de voet van de (schotel)antenne-installatie en het hoogste punt van de (schotel)antenne-installatie.
4.3
de bouwhoogte van een bouwwerk vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen.
4.4
breedte, lengte en diepte van een bouwwerk tussen (de lijnen getrokken door) de buitenzijde van de gevels en het hart van de scheidsmuren.
4.5
de goothoogte van een bouwwerk tussen het peil en de horizontale snijlijn van elk dakvlak met de daaronder gelegen buitenzijden van de gevels en/of het hart van gemeenschappelijke scheidsmuren.
4.6
de inhoud van een bouwwerk tussen het peil, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen.
4.7
inhoud van een bouwwerk voor mestopslag, mest(na)vergisting of kadaveropslag tussen de bovenkant van de onderste vloer en de binnenzijde van de gevels en de onderkant van de bovenste vloer /het dak.
4.8
de oppervlakte van een bouwwerk tussen (de buitenste verticale projecties van) de buitenzijde van de gevels en het hart van de scheidsmuren.
ontwerp gemeente Renswoude - bestemmingsplan TAM-Omgevingsplan Schalm 3
13
4.9
ondergeschikte bouwdelen bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwonderdelen, als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, stofkappen en andere onderdelen van technische installaties, liftschachten, gevel- en kroonlijsten, luifels, uitbouwen, balkons en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding van bouw-, c.q. functiegrenzen niet meer dan 1 meter bedraagt.
4.10
vloeroppervlakte de gebruiksvloeroppervlakte volgens NEN 2580.
ontwerp gemeente Renswoude - bestemmingsplan TAM-Omgevingsplan Schalm 3
14
Hoofdstuk 2 Artikel 5 5.1
Functies en activiteiten
Agrarisch
Toepassingsbereik De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties die zijn aangewezen als "Agrarisch".
5.2
Functieomschrijving Een als "Agrarisch" aangewezen locatie heeft de volgende functies: a. grondgebonden agrarische bedrijven; b. het behoud, herstel en de ontwikkeling van het waterhuishoudkundig systeem; c. het behoud, herstel en de ontwikkeling van de landschapsstructuur; alsmede voor: d. aan de functies sub a tot en met sub c ondergeschikte extensieve dagrecreatie met bijbehorende kleinschalige dagrecreatieve voorzieningen; e. de bij deze functies sub a tot en met sub c behorende voorzieningen, zoals wegen en paden, tuinen, erven, groenelementen, (natuurvriendelijke) oevers, water en waterhuishoudkundige voorzieningen, laad- en losvoorzieningen, nutsvoorzieningen en parkeervoorzieningen; f. beweiding voor recreatieve of hobbydoeleinden.
5.3
Beoordelingsregels voor het bouwen
5.3.1
Beoordelingsregels voor het bouwen Voor het bouwen geldt dat er uitsluitend erf- en terreinafscheidingen en bouwwerken, geen gebouwen, teeltondersteunende voorzieningen en overkappingen zijnde, ten behoeve van het agrarisch bedrijf en ten behoeve van extensieve dagrecreatie zoals zitbanken en routeborden, mogen worden gebouwd met een maximale hoogte van 2 meter;
5.4
Specifieke functieregels
5.4.1
Strijdig gebruik Het is verboden zonder omgevingsvergunning de gronden te gebruiken ten behoeve: a. detailhandel, anders dan het verkopen van streekeigen producten of ter plaatse geproduceerde producten met een oppervlakte van ten hoogste 150 m², is niet toegestaan; b. niet-agrarische bedrijfsmatige nevenactiviteiten zijn niet toegestaan; c. fokkerijen en mesterijen van eenden, ganzen en kalkoenen in de open lucht alsmede vis-, wormen- en madenkwekerijen zijn niet toegestaan;
ontwerp gemeente Renswoude - bestemmingsplan TAM-Omgevingsplan Schalm 3
15
d. de opslag van goederen en materialen is uitsluitend toegestaan ten behoeve van het eigen bedrijf binnen het bouwvlak en achter de voorgevellijn van de bedrijfsgebouwen; e. teeltondersteunende voorzieningen zijn uitsluitend gedurende de periode van maart tot en met september toegestaan; f. het gebruik van afdekfolie buiten een bouwvlak is niet toegestaan; g. containervelden zijn buiten een bouwvlak niet toegestaan; h. waterbassins zijn niet toegestaan; i. mestbassins, niet zijnde bouwwerken, zijn buiten een bouwvlak niet toegestaan; j. het opslaan van onbruikbare of althans aan hun oorspronkelijke gebruik onttrokken voorwerpen, goederen, stoffen en materialen en van emballage en/of afval is niet toegestaan, behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de functie als bedoeld in lid 5.2 gerichte gebruik van de grond; k. het opslaan, opgeslagen houden, storten of lozen van vaste of vloeibare afvalstoffen is niet toegestaan, behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de functie als bedoeld in lid 5.2 gerichte gebruik van de grond.
5.5
Beoordelingsregels omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden
5.5.1
Vergunningplicht Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning op de in lid 5.1 bedoelde gronden de volgende werken, voor zover geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: a. het aanleggen, vergraven, verruimen, uitdiepen of dempen van sloten, greppels, vijvers en andere wateren; b. het planten, verwijderen, kappen of rooien van bomen of andere opgaande beplanting.
5.5.2
Uitzondering vergunningplicht Het verbod van lid 5.5.1 geldt niet voor het uitvoeren van werken, of werkzaamheden die: a. behoren tot normaal onderhoud en beheer waaronder begrepen worden de normale agrarische exploitatie ten dienste van de functie als bedoeld in lid 5.2; b. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van de inwerkingtreding van het plan; c. reeds mogen worden uitgevoerd krachtens een verleende vergunning.
5.5.3
Toetsingscriteria Werken of werkzaamheden als bedoeld in lid 5.5.1 zijn slechts toelaatbaar indien daardoor de in lid 5.2, sub b en c genoemde waarden van de gronden niet onevenredig worden of kunnen worden aangetast, dan wel de mogelijkheden voor het herstel van de waarden niet onevenredig worden of kunnen worden verkleind.
5.5.4
Advisering Alvorens te beslissen omtrent een omgevingsvergunning als bedoeld in lid 5.5.1 winnen burgemeester en wethouders schriftelijk advies in van de waterbeheerder, omtrent de voorwaarden zoals genoemd in lid 5.5.3.
ontwerp gemeente Renswoude - bestemmingsplan TAM-Omgevingsplan Schalm 3
16
Artikel 6 6.1
Wonen
Toepassingsbereik De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties die zijn aangewezen als "Wonen".
6.2
Functieomschrijving Een als "Wonen" aangewezen locatie heeft de volgende functies: a. wonen, daaronder begrepen de uitoefening van een aan-huis-gebonden beroep en kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten; alsmede b. de bij deze functie behorende voorzieningen, zoals tuinen, erven, paden, parkeervoorzieningen en groenelementen.
6.3
Beoordelingsregels voor het bouwen
6.3.1
Beoordelingsregels voor het bouwen van gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, binnen het bouwvlak gelden de volgende regels: a. per bouwvlak mag één woning, inclusief aan- en uitbouwen, worden gebouwd; b. de inhoud van de woning inclusief aan- en uitbouwen bedraagt maximaal 600 m³ tenzij met de maatvoeringsaanduiding 'maximum volume (m³)' anders is bepaald; c. de goothoogte van woningen bedraagt maximaal 6 meter en de bouwhoogte maximaal 10 meter; d. bijgebouwen, overkappingen, erf - en terreinafscheidingen en overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mogen binnen en buiten het bouwvlak worden gebouwd; e. de maximale oppervlakte aan bijgebouwen en overkappingen bedraagt 80 m² per woning, tenzij met de maatvoeringsaanduiding 'maximum oppervlakte (m²)' anders is bepaald; f. bijgebouwen zijn uitsluitend achter de voorgevellijn van de woning toegestaan; g. de goothoogte van bijgebouwen en overkappingen bedraagt maximaal 3 meter en de bouwhoogte maximaal 6 meter; h. de maximale hoogte van bouwwerken, geen gebouwen en overkappingen zijnde, bedraagt 3 meter; i. de maximale hoogte van erf- of terreinafscheidingen voor de voorgevellijn van de woning bedraagt 1 meter; j. de maximale hoogte van erf- of terreinafscheidingen achter de voorgevellijn van de woning bedraagt 2 meter.
ontwerp gemeente Renswoude - bestemmingsplan TAM-Omgevingsplan Schalm 3
17
6.4
Vergunningplicht voor afwijken
6.4.1
Vergroten van de inhoudsmaat van woningen Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in lid 6.3.1, sub b voor het vergroten van de inhoudsmaat van woningen, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. de vergroting mag maximaal 25% bedragen tot maximaal 800 m³ inclusief aan- en uitbouwen; b. het ontwerp van de woning sluit goed aan bij het karakter van het buitengebied en de omgeving; c. de woning wordt landschappelijk goed ingepast in de omgeving; d. het landschap wordt niet onevenredig aangetast; e. de maatvoeringseisen voor woningen worden in acht genomen; f. afwijking leidt niet tot onevenredige aantasting van de gebruiks- en ontwikkelingsmogelijkheden van naastgelegen percelen.
6.5
Specifieke functieregels
6.5.1
Algemeen Met betrekking tot het gebruik van gronden en bouwwerken gelden de volgende regels: a. de oppervlakte ten behoeve van de uitoefening van een aan-huis-gebonden beroep of kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten bedraagt maximaal 50 m² van het vloeroppervlak van de betrokken woning inclusief de bijgebouwen; b. de uitoefening van een aan-huis-gebonden beroep of een aan-huis-gebonden bedrijf ondergeschikt aan het wonen is uitsluitend toegestaan indien deze activiteit wordt uitgeoefend door de hoofdbewoner; c. uitsluitend ten behoeve van de kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten is beperkte verkoop van artikelen toegestaan; d. het aanbieden van meer dan 3 kamers ten behoeve van bed & breakfast per woning is niet toegestaan; e. bed & breakfast is niet toegestaan in een bijgebouw; f. bed & breakfast is niet toegestaan op de gronden gelegen binnen de aanduiding 'reconstructiewetzone – landbouwontwikkelingsgebied'; g. opslag van goederen en materialen voor de voorgevellijn is niet toegestaan; h. permanente of tijdelijke bewoning van bijgebouwen is niet toegestaan; i. het gebruiken van een bijgebouw bij de woning, ten behoeve van het ontvangen of verlenen van mantelzorg is niet toegestaan; j. bewoning anders dan door één afzonderlijk huishouden is niet toegestaan; k.
het opslaan van onbruikbare of althans aan hun oorspronkelijke gebruik onttrokken voorwerpen, goederen, stoffen en materialen en van emballage en/of afval is niet toegestaan, behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond; l. het opslaan, opgeslagen houden, storten of lozen van vaste of vloeibare afvalstoffen is niet toegestaan, behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond; m. het aantal wooneenheden mag niet meer bedragen dan het aantal legaal aanwezige wooneenheden op het moment van tervisielegging van het ontwerp van dit TAM-omgevingsplan.
ontwerp gemeente Renswoude - bestemmingsplan TAM-Omgevingsplan Schalm 3
18
6.5.2
Kamergewijze verhuur Voor het verhuren van onzelfstandige woonruimten gelden de volgende regels: a. een gebruik in strijd met het bestemmingsplan is in ieder geval het gebruik van gebouwen ten behoeve van het verhuren van onzelfstandige woonruimten; b. in afwijking van het bepaalde sub a is het verhuren van niet meer dan één onzelfstandige woonruimte toegestaan.
6.6
Vergunningplicht voor afwijken van de gebruiksregels
6.6.1
Afwijking ten behoeve van mantelzorg Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in lid 6.5.1, sub i voor het bieden van mantelzorg in een bijgebouw of een tijdelijke unit, met in achtneming van het volgende: a. de omgevingsvergunning wordt slechts verleend ter plaatse van een bouwperceel waarop krachtens het plan een bedrijfswoning is toegestaan en ook feitelijk aanwezig is; b. de omgevingsvergunning wordt slechts verleend indien sprake is van een goed woon- en leefklimaat; c. de omgevingsvergunning wordt slechts verleend als een mantelzorgzorgindicatie wordt overgelegd van een daartoe deskundig adviesbureau; d. uit de zorgindicatie moet blijken dat sprake is van mantelzorg voor minimaal zes maanden. e. de indicatie moet na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan zijn afgegeven voor minimaal zes maanden en geldig zijn op het moment van de aanvraag om omgevingsvergunning; f. de oppervlakte in gebruik voor mantelzorg bedraagt maximaal 80 m²; g. indien sprake is van een tijdelijke unit dient deze te voldoen aan de volgende voorwaarden: 1. een tijdelijke unit wordt geplaatst aan de achterzijde of zijgevel van de bestaande woning, waarbij plaatsing aan de zijgevel slechts is toegestaan als de afstand tot de voorgevelrooilijn ten minste 3 meter bedraagt; 2.
de afstand van een tijdelijke unit tot de zijdelingse en achterste perceelsgrenzen bedraagt ten minste 2 meter; h. de omgevingsvergunning leidt niet tot onevenredige aantasting van gebruiks- en ontwikkelingsmogelijkheden van naastgelegen percelen; i. de omgevingsvergunning wordt verleend voor de duur van de periode waarin mantelzorg wordt geboden.
6.6.2
Afwijken ten behoeve van woningsplitsing Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in lid 6.5.1, sub m en het splitsen van een woning in meer dan één wooneenheid toe te staan, mits voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: a. het te splitsen bouwwerk is het oorspronkelijke hoofdgebouw en er heeft niet reeds eerder een woningsplitsing plaats gevonden; b. bij het splitsen van de woning mag slechts één wooneenheid toegevoegd worden; c. de oorspronkelijke deel ook van het woongedeelte mag worden afgesplitst, mits niet eerder een woningsplitsing heeft plaats gevonden; d. de door de splitsing gerealiseerde wooneenheden dienen een minimale gebruiksoppervlakte ten behoeve van de woonfunctie van 50 m² te hebben; e. na splitsing dient voldaan te worden aan de Nota parkeernormen; f. minimaal 50% van het oorspronkelijke perceel moet onverhard zijn en blijven;
ontwerp gemeente Renswoude - bestemmingsplan TAM-Omgevingsplan Schalm 3
19
g. voor elke wooneenheid geldt dat deze dient te beschikken over een bergruimte van minimaal 5 m², waarin in ieder geval fietsen en kliko's gestald kunnen worden; h. voor elke wooneenheid geldt deze dient te beschikken over een buitenruimte van minimaal 4 m²; i. de woningsplitsing mag geen nadelige gevolgen hebben voor naastgelegen bedrijven; j. de initiatiefnemer dient aan te tonen dat sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat voor wat betreft de aspecten: 1. geurhinder; 2. wegverkeerslawaai; 3. bedrijven en milieuzonering; 4. externe veiligheid; k. de te splitsen woning moet ouder zijn dan 10 jaar; l. bij woningsplitsing dient een compensatie overeenkomstig de Menukaart regio Foodvalley plaats te vinden. 6.6.3
Afwijken ten behoeve van kamergewijze verhuur Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in lid 6.5.2 en het verhuren van meer dan één onzelfstandige woonruimte binnen een bestaande woning met toe te staan, mits voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: a. de eigenaar moet in het pand wonen waar de onzelfstandige woonruimten verhuurd worden; b. de onzelfstandige woonruimte heeft een minimale afmeting van: 1. 10 m² voor een eenpersoonskamer 2. 15 m² voor een tweepersoonskamer c. een onzelfstandige woonruimte mag aan maximaal twee personen huisvesting bieden; d. er moet voldaan worden aan de Nota parkeernormen; e. er moet voldaan worden aan de nieuwbouweisen ten aanzien van brandveiligheid zoals opgenomen in het Besluit bouwwerken leefomgeving; f. per hoofdgebouw mogen maximaal 4 onzelfstandige woonruimten gecreëerd worden; g. de afstand tussen hoofdgebouwen waarvoor deze afwijkingsbevoegdheid wordt toegepast, is ten minste 50 meter. De afstand wordt gemeten vanaf de dichtstbijzijnde gevel.
ontwerp gemeente Renswoude - bestemmingsplan TAM-Omgevingsplan Schalm 3
20
Artikel 7 7.1
Waarde - Archeologie-2
Toepassingsbereik De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties die zijn aangewezen als "Waarde - Archeologie-2".
7.2
Functieomschrijving Een als "Waarde - Archeologie-2" aangewezen locatie heeft behalve de andere toegelaten functies, een functie voor de bescherming en veiligstelling van te verwachten archeologische waarden.
7.3
Beoordelingsregels voor het bouwen In aanvulling op het bepaalde bij de andere daar voorkomende functie(s) zijn bouwwerken slechts toelaatbaar, indien voldaan wordt aan één van onderstaande voorwaarden: a. bouwwerken, geen gebouwen zijnde met een bouwhoogte van ten hoogste 2 meter ten behoeve van de in lid 7.2 genoemde functie; b. ten behoeve van de andere, voor deze gronden geldende functies en activiteiten mag - met inachtneming van de voor de betrokken functies en activiteiten geldende (bouw)regels - uitsluitend worden gebouwd, indien: 1. burgemeester en wethouders beschikken over een verklaring van de archeologische deskundige waaruit blijkt dat het opstellen van een rapport met daarin een beschrijving van de archeologische waarden van de betrokken locatie niet nodig is; 2. niet is voldaan aan het bepaalde onder 1: de aanvrager van de omgevingsvergunning een rapport heeft overlegd waarin de archeologische waarde van de betrokken locatie naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate is vastgesteld; 3.
de betrokken archeologische waarden, gelet op het onder 2 genoemde rapport, door de bouwactiviteiten niet worden geschaad of mogelijke schade kan worden voorkomen door aan de omgevingsvergunning regels te verbinden, gericht op het behoud van de archeologische resten in de bodem, het doen van opgravingen dan wel het begeleiden van de bouwactiviteiten door de archeologische deskundige; c. het bepaalde sub b, onder 2 en 3 is niet van toepassing, indien het bouwplan betrekking heeft op een of meer van de volgende activiteiten of bouwwerken: 1. vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bebouwing, waarbij de oppervlakte, voor zover gelegen op of onder peil, niet wordt uitgebreid en waarbij gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering; 2. een bouwwerk met een oppervlakte van ten hoogste 100 m²; 3. een bouwwerk dat zonder graafwerkzaamheden dieper dan 40 cm kan worden geplaatst; 4. een bouwwerk dat zonder heiwerkzaamheden kan worden geplaatst.