CConstaterende datRenswoude
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Ontwerp-wijziging omgevingsplan

Raadscommissie 25 november 2025, gemeente RenswoudeBij agendapunt: Commissievoorstel inzake Ontwerp-wijziging omgevingsplan Schalm 319.154 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Gemeente Renswoude

TAM-omgevingsplan Schalm 3 Renswoude Motivering, regels en verbeelding

September 2025

Kenmerk 0339-50-T01 Projectnummer 0339-50

Motivering

Inhoudsopgave 1.

Inleiding 1 1.1. Aanleiding 1 1.2. Ligging plangebied 2 1.3. Toetsing aan omgevingsplan 2 1.3.1. Bestemmingsplan Buitengebied 2010/Herziening Buitengebied Renswoude 2010 2 1.3.2. Bestemmingsplan parapluherziening parkeren & woningsplitsing en kamerverhuur 4 1.3.3. Inpassingsplan Grebbelinielandschap 4 1.4. Leeswijzer 6

2.

Planbeschrijving 2.1. Geschiedenis 2.2. Huidige situatie 2.3. Toekomstige situatie

8 8 9 9

3.

Beleidskader 3.1. Rijksbeleid 3.1.1. Nationale Omgevingsvisie (NOVI) 3.2. Provinciaal beleid 3.2.1. Omgevingsvisie provincie Utrecht 3.2.2. Omgevingsverordening 3.3. Regionaal beleid 3.3.1. Landschapsontwikkelingsplan Gelderse Vallei (2005) 3.3.2. Afwegingskader functieveranderingsbeleid 2024 3.4. Gemeentelijk beleid 3.4.1. Omgevingsvisie Renswoude 2018-2030 3.4.2. Welstandsnota

11 11 11 12 12 13 14 14 15 16 16 17

4.

Aspecten fysieke leefomgeving en milieu 4.1. Inleiding 4.2. m.e.r.-beoordeling 4.3. Ladder voor duurzame verstedelijking 4.4. Duurzaamheid & gezondheid 4.4.1. Duurzaamheid 4.4.2. Gezondheid 4.4.3. Conclusie 4.5. Verkeersgeneratie, -afwikkeling & parkeren 4.6. Flora & Fauna 4.6.1. Algemeen 4.6.2. Gebiedsbescherming

19 19 19 19 20 20 21 21 21 22 22 22

4.6.3. Soortenbescherming 4.6.4. Conclusie 4.7. Luchtkwaliteit 4.8. Geluid 4.9. Geur 4.10. Milieuzonering 4.11. Omgevingsveiligheid 4.12. Trilling 4.13. Welstand 4.14. Archeologie en cultuurhistorie 4.14.1. Algemeen 4.14.2. Archeologie 4.14.3. Cultuurhistorie 4.15. Bodem 4.16. Weging van het waterbelang

23 24 24 25 26 27 29 31 31 31 31 32 32 33 33

5.

Juridische planbeschrijving 5.1. Algemeen 5.2. Regels

35 35 36

6.

Uitvoerbaarheid 6.1. Maatschappelijke uitvoerbaarheid 6.1.1. Bestuurlijk vooroverleg 6.1.2. Participatie omgeving 6.2. Financiële haalbaarheid

38 38 38 38 38

1

1.

Inleiding

1.1.

Aanleiding De agrarische bedrijfsactiviteiten van het agrarisch bedrijf aan de Schalm 3 in Renswoude zijn ruim 20 jaar geleden beëindigd. De eigenaar van het perceel heeft daarom in 2022 een eerste principeverzoek ingediend om in het kader van de ruimte-voor-ruimte regeling de agrarische opstallen te slopen en in plaats daarvan een compensatiewoning te bouwen. In 2024 is een aangepast principeverzoek ingediend. Het tijdelijk deel van het Omgevingsplan gemeente Renswoude, in dit geval het bestemmingsplan Buitengebied 2010, staat dit niet toe. Het verzoek voldoet, met uitzondering van het vereiste aantal sloopmeters, aan de wijzigingsbevoegdheid in artikel 3.7.8 van dat bestemmingsplan Buitengebied 2010. Burgemeester en wethouders hebben echter op 8 mei 2025 onder voorwaarden ingestemd met dit principeverzoek. In de beantwoording van het principeverzoek heeft het college het standpunt ingenomen dat het Afwegingskader functieverandering 2024 niet van toepassing is in verband met de toepassing van het overgangsrecht. Toepassing van het overgangsrecht is door het college in het vooruitzicht gesteld op een aanvraag die voortbouwt op het principeverzoek en inhoudelijk dezelfde strekking heeft.

De belangrijkste voorwaarde om - ondanks het tekort aan sloopmeters in te stemmen met het verzoek, is de toevoeging van extra ruimtelijke kwaliteit die wordt bereikt door de uitvoering van het landschappelijk inpassingsplan. Afbeelding 1: Ligging plangebied.

Motivering Gemeente Renswoude – TAM-Omgevingsplan Schalm 3 Renswoude

2

In 1988 is een bouwvergunning verleend voor inwoning en is de bestaande bedrijfswoning uitgebreid. Sinds 1989 wordt beide woongedeelten door afzonderlijke huishoudens bewoond. Het bestemmingsplan staat echter uitsluitend toe dat er één afzonderlijk huishouden in de bedrijfswoning woont. Om die inwoning ook planologisch-juridisch te legaliseren kan na inwerkingtreding van dit TAM-Omgevingsplan een afwijkingsprocedure worden doorlopen. Om zowel het agrarisch bouwvlak te verwijderen en de functie wonen toe te staan, is dit TAMomgevingsplan1 vervaardigd. Initiatiefnemer kan, nadat dit TAM-omgevingsplan onherroepelijk is geworden, een verzoek om afwijking indienen om de inwoning om door middel van een omgevingsvergunning de inwoning ook planologisch vast te leggen. Op grond van artikel 4.2 Omgevingswet moet het omgevingsplan voldoen aan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Dat hiervan sprake is, wordt in deze motivering onderbouwd.

1.2.

Ligging plangebied Het plangebied ligt aan de zuidoostkant van Renswoude aan de oostzijde van de Schalm.

1.3.

Toetsing aan omgevingsplan Na de inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2024 vormen alle vigerende bestemmingsplannen van rechtswege het tijdelijk omgevingsplan. Voor het plangebied betreft dit het bestemmingsplan Buitengebied 2010 en het bestemmingsplan "Herziening Buitengebied Renswoude 2010". Daarnaast is het Inpassingsplan Grebbelinie van toepassing.

1.3.1. Bestemmingsplan Buitengebied 2010/Herziening Buitengebied Renswoude 2010 Het bestemmingsplan Buitengebied 2010 is op 5 oktober 2010 door de gemeenteraad vastgesteld. Op 12 november 2013 heeft de gemeenteraad het bestemmingsplan "Herziening Buitengebied Renswoude 2010" vastgesteld. Hiermee is het bestemmingsplan uit 2010 op onderdelen aangepast. Voor het voorliggende plangebied is de verbeelding uit 2010 ongewijzigd gebleven. In dit bestemmingsplan heeft het perceel de bestemming "Agrarisch" en is bestemd voor grondgebonden agrarische bedrijven en het behoud, herstel en de ontwikkeling van het waterhuishoudkundig systeem en de landschapsstructuur. Binnen die bestemming is een bouwvlak aangegeven waarbinnen de bebouwing dient te worden gerealiseerd. Wonen is binnen die bestemming alleen toegestaan voor de agrariër, die het bedrijf exploiteert. Burgerwoningen zijn niet toegestaan.

1

TAM = Tijdelijke Alternatieve Maatregel. Het TAM-omgevingsplan is een tijdelijke alternatieve manier voor gemeenten om hun omgevingsplan aan te passen via de digitale standaard (IMRO) onder de Wet ruimtelijke ordening, omdat de TPOD/STOP-standaard van het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) nog onvoldoende functioneert. Tot 1 januari 2026 is het mogelijk om een ontwerp TAM-omgevingsplan ter visie te leggen.

Motivering Gemeente Renswoude – TAM-Omgevingsplan Schalm 3 Renswoude

3

De bestaande woning is echter in 1988 legaal gesplitst, ten behoeve van inwoning door een zogenaamde rustende boer. Op basis van de bestemming "Agrarisch" is inwoning in een bedrijfswoning niet toegestaan, omdat die woning door maximaal één huishouden mag worden bewoond. Afbeelding 2: Fragment vigerend bestemmingsplan.

Het plangebied ligt binnen de gebiedsaanduiding 'reconstructiewetzone- verwevingsgebied', als bedoeld in artikel 30 van het bestemmingsplan "Buitengebied 2010". Verwevingsgebieden zijn ruimtelijk begrensde gedeelten van het reconstructiegebied, gericht op de verweving van landbouw, wonen en natuur, waar uitbreiding van de intensieve veehouderij mogelijk is mits de ruimtelijke kwaliteit of functies van het gebied zich daar niet tegen verzetten. In verband daarmee bevat het bestemmingsplan een aantal wijzigingsbevoegdheden, die niet relevant zijn voor de gevraagde planontwikkeling. Artikel 3, lid 3.7.8 bevat een wijzigingsbevoegdheid waarmee burgemeester en wethouders onder voorwaarden de bestemming "Agrarisch" ter plaatse van de aanduiding bouwvlak wijzigen in de bestemming "Wonen" met de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - voormalig agrarisch bedrijf' en / of in de bestemming "Agrarisch" zonder aanduiding of bouwvlak. In de beantwoording van het principeverzoek heeft het college van burgemeester en wethouders beargumenteerd dat het bouwplan om één compensatiewoning te bouwen aan alle genoemde voorwaarden voldoet met uitzondering van de eis om 1.000 m² voormalige agrarische bedrijfsbebouwing te slopen.

Het college heeft toegezegd in principe medewerking te verlenen aan de planontwikkeling als extra ruimtelijke kwaliteit wordt gerealiseerd door de uitvoering van het landschappelijk inpassingsplan. De gronden hebben daarnaast de dubbelbestemmingen "Waarde – Archeologie - 2" (noordwestelijk deel plangebied) "Waarde – Archeologie - 3" (zuidoostelijk deel plangebied) en zijn mede bestemd voor de bescherming en veiligstelling van te verwachten archeologische waarden. Bij bodemingrepen groter is dan respectievelijk 100 m² en 1.000 m², waarbij de grond dieper dan respectievelijk 0,4 meter en 0,5 meter zal worden geroerd, is archeologisch onderzoek noodza-

Motivering Gemeente Renswoude – TAM-Omgevingsplan Schalm 3 Renswoude

4

kelijk. Voor de realisatie van de ruimte-voor-ruimte woning is geen archeologisch onderzoek noodzakelijk omdat die woning wordt gerealiseerd op gronden met de dubbelbestemming "Waarde – Archeologie - 3". 1.3.2. Bestemmingsplan parapluherziening parkeren & woningsplitsing en kamerverhuur De gemeenteraad van Renswoude heeft op 13 juli 2021 het bestemmingsplan parapluherziening parkeren & woningsplitsing en kamerverhuur vastgesteld. Zoals de naam van deze parapluherziening aangeeft, zijn hierin uniforme regels opgenomen met betrekking tot parkeren, woningsplitsing en kamerverhuur. Deze parapluherziening is van toepassing op alle op die datum vigerende bestemmingsplannen. 1.3.3. Inpassingsplan Grebbelinielandschap Het Inpassingsplan Grebbelinielandschap is op 8 december 2014 vastgesteld. Een inpassingsplan is een bestemmingsplan dat door de provincie wordt vastgesteld. Het doel van dit Inpassingsplan is het borgen van de waarden van de Grebbelinie bij de toepassing van afwijkings- of wijzigingsbevoegdheden in vigerende bestemmingsplannen. Het inpassingsplan leidt tot de inspanningsverplichting voor gemeenten om bij hun nieuwe bestemmingsplannen rekening te houden met de waarden van de Grebbelinie. Bij het opstellen van het voorliggende TAMomgevingsplan moet met de regelingen uit het inpassingsplan rekening worden gehouden.

Het inpassingsplan heeft betrekking op het gebied rondom de als rijksmonument aangewezen delen, dat wil zeggen de hoofdverdedigingslijn en de militaire objecten van de Grebbelinie. Deze gebieden liggen ten westen en oosten van de hoofdverdedigingslijn en worden gezien als het Grebbelinielandschap. Het beleid is gericht op de bescherming van de kwaliteiten van de Grebbelinie, met name de zichtbaarheid en herkenbaarheid van de Grebbelinie. Afbeelding 3: Inpassingsplan Grebbelinielandschap.

Motivering Gemeente Renswoude – TAM-Omgevingsplan Schalm 3 Renswoude

5

Door middel van het Inpassingsplan is aan de gronden rondom de Grebbelinie de dubbelbestemming "Waarde - Grebbelinielandschap" toegekend. Dat wil zeggen dat de gronden tevens zijn aangewezen voor het behoud, herstel en bescherming van de herkenbaarheid en de beleefbaarheid van de cultuurhistorische waarden van de Grebbelinie. Deze waarden worden in het Beeldkwaliteitsplan, dat als bijlage bij de regels van het inpassingsplan is opgenomen, beschreven. Het plangebied behoort tot het deelgebied 'half-open linie'. In de half-open linie staan de openheid en zicht van en naar de linie-elementen centraal. Het gebied wordt gekenmerkt door een verspreide ligging van erven en beplantingen. De ligging van de erven beperkt zich niet alleen tot de kop van het perceel maar zijn vaak ook dieper op het perceel te vinden. Duidelijke structuren die zichtlijnen markeren, zoals houtsingels of bomenrijen, zijn over het algemeen afwezig. Hierdoor is het zicht op de linie-elementen zeer wisselend. Het doel is dan ook het erf een compacte indeling te geven waardoor deze het verlies aan openheid en zicht beperkt. Afbeelding 4: BKP Grebbelinielandschap.

In het Beeldkwaliteitsplan zijn voor de 'halfopen linie' de volgende beeldkwaliteitscriteria opgenomen: ▪ algemeen  houd rekening met zichtlijnen richting het linie-element;  behoud de openheid rondom de Grebbelinie en het erf door een compacte erfindeling, ▪ uitbreiding van het erf  plaats het nieuwe gebouw op een wijze zodat het erf een blokvormige, compacte vorm heeft;  plaats het nieuwe gebouw met de kopgevel haaks op het linie-element, indien hiermee een compacte erfvorm te realiseren is;

Motivering Gemeente Renswoude – TAM-Omgevingsplan Schalm 3 Renswoude

6

onttrek bedrijfsmatige elementen (zoals silo’s en/of sleufplaten) zoveel mogelijk uit het zicht, door een goede positionering tussen gebouwen of door gebruik van transparante tot dichte erfbeplanting, ▪ functieverandering van het erf  plaats het nieuwe gebouw(en) rondom een gemeenschappelijk erf, zodat een compacte erfvorm te realiseren is;  versterk openheid rondom het linie-element door op vrijkomende grond weinig hoog opgaande elementen te plaatsen (zoals bebouwing en beplanting) en nieuwe bebouwing op afstand van de linie te leggen 

In dit geval is sprake van een reductie van bebouwing en verharding. Omdat de openheid in de halfopen linie hierdoor wordt versterkt, doet de planontwikkeling geen afbreuk aan de beleefbaarheid van de Grebbelinie.

1.4.

Leeswijzer Deze motivering bestaat uit zes hoofdstukken. Na dit inleidende hoofdstuk wordt in hoofdstuk 2 een planbeschrijving gegeven en wordt ingegaan op de huidige en toekomstige situatie. Hoofdstuk 3 gaat in op het beleid, waarna in hoofdstuk 4 wordt ingegaan op de aspecten met betrekking tot de fysieke leefomgeving en milieu. Hoofdstuk 5 bevat een toelichting op de juridische regeling. In hoofdstuk 6 wordt ingegaan op maatschappelijke en financiële uitvoerbaarheid en is een samenvatting gegeven waaruit blijkt dat sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

Motivering Gemeente Renswoude – TAM-Omgevingsplan Schalm 3 Renswoude

7

Afbeelding 5: Historische topografie.

Motivering Gemeente Renswoude – TAM-Omgevingsplan Schalm 3 Renswoude

8

2.

Planbeschrijving

2.1.

Geschiedenis De Gelderse Vallei kenmerkt zich als een gevarieerd, relatief kleinschalig agrarisch landschap. Er is een grote afwisseling van grasland- en akkerpercelen, bosjes, houtwallen en enkele natte natuurgebiedjes. Het gebied wordt gekenmerkt door dekzandruggen en (van oudsher) kronkelende beken. Het landschap heeft, door zijn grote variatie in landschapstypen, een grote aantrekkingskracht op recreanten. Het landschapstype rondom de kern Renswoude staat bekend als kampen- of coulissenlandschap. Het ligt op lange smalle dekzandruggen langs de oost – west gerichte beeklopen. Het is een kleinschalig landschap van individuele ontginningen. Het gebied rondom de Schalm behoort tot het broek- en heideontginningenlandschap. Dit landschapstype kent een regelmatiger verkavelingspatroon en is grootschaliger en minder besloten. Het landschap is meestal arm aan beplanting, Door gelijkmatige verdeling van de bebouwing en het ontbreken van beplanting mist het landschap variatie en geleding. De bebouwing bepaalt het beeld van het landschap. In 1933 (bron: BAG-viewer) is op het perceel een boerderij gebouwd. Sindsdien zijn er gefaseerd agrarische bijgebouwen bij dit agrarisch bedrijf gebouwd. Het aangebouwde deel waar de inwoning plaatsvindt dateert uit 1989. Het bedrijfsmatig agrarisch gebruik van het perceel is al meer dan 20 jaar geleden beëindigd.

In de voormalige agrarische bedrijfsbebouwing is daarna een installatiebedrijf gehuisvest geweest. Afbeelding 6: Huidige situatie plangebied.

Motivering Gemeente Renswoude – TAM-Omgevingsplan Schalm 3 Renswoude

9

2.2.

Huidige situatie Het plangebied ligt ten zuidoosten van Renswoude aan de oostzijde van de Schalm. Op het perceel was een veehouderij gevestigd. Het agrarisch bouwvlak heeft een oppervlakte van 3.663 m². Op het perceel was 866 m² bedrijfsbebouwing aanwezig inclusief de deel van 95 m² die onderdeel uitmaakt van de boerderij. In 1988 is een bouwvergunning verleend voor het vergroten van de bedrijfswoning (inwoning). Het grootste deel van de bedrijfsbebouwing is recent gesloopt.

2.3.

Toekomstige situatie Met uitzondering van de deel is/wordt daarna alle voormalige agrarische bedrijfsbebouwing met een oppervlakte van 750 m² gesloopt. Daarnaast wordt meer dan 500 m² bestrating verwijderd. Afbeelding 7: Toekomstige situatie.

Als compensatie wordt aan de zuidkant van de bestaande woning een nieuwe woning gebouwd. Bij de planopzet is uitgegaan van de één-erf-gedachte. Hierdoor ontstaat een erfstructuur die refereert aan het karakter van een agrarisch erf. De oude boerderij, de representatieve voorzijde, staat op dat erf aan de weg; de overige bebouwing staat achter de boerderij. Het erf is toegankelijk via een nieuwe inrit tussen de bestaande en de nieuwe woning. Deze inrit komt uit op het verharde deel van het erf waaraan alle bebouwing is gesitueerd. Een van die gebouwen is de nieuwe woning die het karakter krijgt van een schuurwoning. Dit is een woning met een eenvoudige hoofdmassa, die bestaat uit één bouwlaag met een zadeldak. Ook bij de bestaande woning op nummer 3/3a wordt een nieuwe gemeenschappelijke berging gebouwd.

Motivering Gemeente Renswoude – TAM-Omgevingsplan Schalm 3 Renswoude

10

Ten behoeve van de landschappelijke inpassing is een inpassingsplan vervaardigd. Het achterste deel van het perceel behoudt daarbij zijn agrarische functie, zonder de huidige bebouwingsmogelijkheden. Voor de inpassing van de woonpercelen worden gebiedseigen soorten gebruikt. Als bomen worden walnoten, kastanjes en knotwilgen aangeplant. In de onderbegroeiing wordt een max van meidoorn, krent, lijsterbes, veldesdoorn, hazelaar en gelderse roos toegepast.

Motivering Gemeente Renswoude – TAM-Omgevingsplan Schalm 3 Renswoude

11

3.

Beleidskader

3.1.

Rijksbeleid

3.1.1. Nationale Omgevingsvisie (NOVI) De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) is op 11 september 2020 vastgesteld. De NOVI vervangt de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (2012). In de NOVI geeft het Rijk een langetermijnvisie op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De NOVI bestaat uit een visie, toelichting en uitvoeringsagenda. De combinatie van deze drie documenten zorgt voor een toetsing die leidt tot nationale strategische keuzes en gebiedsgericht maatwerk. De NOVI geeft weer voor welke uitdagingen Nederland staat, wat daarbij de nationale belangen zijn, welke prioriteiten de Rijksoverheid stelt bij de inrichting van Nederland en hoe het Rijk keuzes maakt in de uitvoering daarvan. Keuzes die samenhangen met toekomstbeelden over de fysieke leefomgeving, maatschappelijke opgaven en bijbehorende economische perspectieven. Steeds duidelijker wordt dat de opgaven alleen goed aangepakt kunnen worden als dat in samenhang gebeurt, het ontwikkelpotentieel van heel Nederland optimaal wordt benut en gezorgd wordt voor een duurzame verbinding van alle delen van Nederland en met de landen om ons heen. Het beleid in de leefomgeving is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van de betrokken overheden.

De NOVI geeft aan waar het Rijk zich op nationale schaal aan bindt, waar het regie voert richting medeoverheden of waar het juist aan de medeoverheden is om keuzes te maken. Provincies en (samenwerkende) gemeenten zullen in hun omgevingsvisies uiting geven aan hun eigen verantwoordelijkheid en keuzes in de fysieke leefomgeving. Met de NOVI wordt in beeld gebracht waar kansen liggen. Kansen om de kwaliteit van onze leefomgeving te verbeteren. Kansen om sociale samenhang, gezondheid en economisch herstel te bevorderen en kansen om schone, veilige en duurzame technieken, die bijdragen aan de beoogde transitie naar een circulaire samenleving – stevig te verankeren in onze manier van leven en werken. Daartoe zijn 21 nationale belangen in de fysieke leefomgeving en de daaruit voortkomende opgaven beschreven. Die opgaven zijn in feite het verschil tussen de ambitie en de huidige situatie en verwachte ontwikkelingen. Deze nationale belangen komen samen in vier prioriteiten: 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie 2. Een duurzaam en (circulair) economisch groeipotentieel 3. Sterke en gezonde steden en regio's 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Voor de vier NOVI-prioriteiten geldt steeds dat zowel voor de lange als de korte termijn maatregelen nodig zijn. Deze maatregelen dienen in de praktijk voortdurend op elkaar in te spelen.

Bij de afweging van de belangen staat een evenwichtig gebruik van de fysieke leefomgeving centraal voor zowel de boven- als de ondergrond. Ten behoeve van die afweging gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes:

Motivering Gemeente Renswoude – TAM-Omgevingsplan Schalm 3 Renswoude

12

▪ combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies: In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van de ruimte; ▪ kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling, tussen concurrentiekracht en leefbaarheid, verschilt van gebied tot gebied. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; ▪ afwentelen wordt voorkomen: het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties. Planspecifiek Van de 21 nationale belangen is de opgave om de gebouwde omgeving in 2050 CO2-arm, klimaatbestendig en natuurinclusief te maken. Doordat er de agrarisch bedrijf wordt beëindigd, vindt er een reductie plaats van ammoniak, geur en fijnstof. De planontwikkeling is verder niet in strijd met de uitgangspunten van de NOVI.

3.2.

Provinciaal beleid

3.2.1. Omgevingsvisie provincie Utrecht Op 10 maart 2021 hebben Provinciale Staten de Omgevingsvisie Provincie Utrecht vastgesteld. De Omgevingsvisie is op 1 april 2021 in werking getreden. Met vaststelling van de Omgevingsvisie en de (Interim) Omgevingsverordening provincie Utrecht leggen Provinciale Staten de integrale lange termijn ambities en beleidsdoelen voor de fysieke leefomgeving van de provincie Utrecht vast (Omgevingsvisie) en de juridische doorwerking hiervan (Omgevingsverordening). De Omgevingsvisie van de provincie Utrecht bevat een uitwerking in thema's en in gebieden. De uitwerking is in 7 thema's gevat: ▪ stad en land gezond; ▪ klimaatbestendig en waterrobuust; ▪ duurzame energie; ▪ vitale steden en dorpen; ▪ duurzaam, gezond en veilig bereikbaar; ▪ levend landschap, erfgoed en cultuur; ▪ toekomstbestendige natuur en landbouw. In de Omgevingsvisie staan zowel de ambities, als de wijze waarop de provincie daar uitvoering aan wil geven. De uitwerking in gebieden valt uiteen in drie regio's: U16, Amersfoort en Foodvalley. Renswoude behoort tot de regio Foodvalley. In de uitwerking van het beleid brengt de provincie gebiedsgericht samenhang aan tussen de thematische ambities. Het bouwplan wordt gerealiseerd door middel van functieverandering.

Door de sloop van niet meer in gebruik zijnde voormalige agrarische bedrijfsbebouwing vindt een ontstening in het buitengebied van de Regio Food Valley plaats. Door de uitvoering van het inrichtingsplan wordt de

Motivering Gemeente Renswoude – TAM-Omgevingsplan Schalm 3 Renswoude

13

landschappelijke waarde van de Regio Food Valley versterkt en wordt een bijdrage aan de vitaliteit van het platteland gegeven. De onderhavige planontwikkeling past binnen de uitgangspunten van de Omgevingsvisie Provincie Utrecht. 3.2.2. Omgevingsverordening Om de Omgevingsvisie in de praktijk goed te laten werken, zijn op onderdelen regels nodig. Deze regels zijn vastgelegd in één Omgevingsverordening. Deze verordening is op 1 januari 2024 samen met de Omgevingswet in werking getreden. Om de Omgevingsverordening actueel te houden, wordt de verordening regelmatig op onderdelen gewijzigd. Doel van de verordening is om provinciale belangen op het gebied van de ruimtelijke ordening te laten doorwerken naar het gemeentelijk niveau. Hierbij kan worden gedacht aan het NatuurNetwerk Nederland (NNN) en bebouwingsmogelijkheden in het stedelijk en het landelijk gebied. Planspecifiek Het plangebied ligt in het 'landelijk gebied'. Verstedelijking is in principe alleen mogelijk in het stedelijk gebied. Op grond van artikel 9.3 van de Omgevingsverordening staat een bestemmingsplan dat betrekking heeft op locaties binnen landelijk gebied geen verstedelijking toe, tenzij in deze verordening anders is bepaald. Verstedelijking wordt daarbij gedefinieerd als: 'de vestiging of uitbreiding van al bestaande stedelijke functies.

Denk daarbij aan nieuwvestiging of de vergroting van de gebruiksoppervlakte of bebouwingsmogelijkheden ten opzichte van het geldende bestemmingsplan. Ook woningbouw is een stedelijke functie. In artikel 9.13 is bepaald dat een omgevingsplan dat betrekking heeft op locaties binnen Landelijk gebied regels kan bevatten die op agrarische bedrijfspercelen waar het agrarisch gebruik is beëindigd de bouw van één of meerdere nieuwe woningen toestaan, mits voldaan is aan de volgende voorwaarden: ▪ het bouwperceel is niet optimaal gesitueerd en uitgerust voor de grondgebonden landbouw; ▪ alle bedrijfsbebouwing op de betrokken bouwpercelen wordt gesloopt, tenzij het gaat om historisch waardevolle of karakteristieke bebouwing of bedrijfswoning. De historisch waardevolle of karakteristieke bebouwing krijgt een passende functie die bijdraagt aan dat behoud.

Wanneer 750 m² tot 2.500 m² aan bebouwing wordt gesloopt, is de bouw van één nieuwe woning toegestaan; ▪ de nieuwe woning wordt gesitueerd binnen de voormalige bouwpercelen, in samenhang met de te handhaven boerderij of bedrijfswoning, de betrokken bouwpercelen worden evenredig verkleind en de woningen worden landschappelijk goed ingepast, tenzij situering van de nieuwe woning op een andere locatie in het landelijk gebied leidt tot verhoging van de ruimtelijke kwaliteit; en ▪ de omliggende agrarische bedrijven worden niet in hun bedrijfsvoering belemmerd. De agrarische bedrijfsactiviteiten zijn al meer dan 20 jaar geleden beëindigd. Hierdoor is bij de vervaardiging van het bestemmingsplan Buitengebied 2010 een zeer compact bouwblok op de verbeelding opgenomen. Het bouwperceel is hierdoor te klein om een volwaardig agrarisch be-

Motivering Gemeente Renswoude – TAM-Omgevingsplan Schalm 3 Renswoude

14

drijf te vestigen. Gelet op die beperkte omvang van het bouwperceel zou de ruimte-voor-ruimte woning uitsluitend in een tweede rooilijn kunnen worden gebouwd. In stedenbouwkundig en landschappelijk oogpunt is dat niet wenselijk. Daarom is gekozen voor een bouwlocatie buiten het bouwperceel. Bij de planopzet is uitgegaan van de één-erf-gedachte. De ruimte-voor-ruimte woning wordt binnen dat concept aan het gezamenlijk erf gebouwd. Hierdoor ontstaat een erfstructuur die refereert aan het karakter van een agrarisch erf. De ruimtelijke kwaliteit wordt daarnaast verhoogd doordat het bebouwingsareaal aanzienlijk wordt gereduceerd. Het verkleinde bouwperceel wordt met gebiedseigen beplanting ingepast, waardoor de cultuurhistorische, landschappelijke en natuurwaarden worden behouden en versterkt. Door de planontwikkeling worden de belangen van bestaande omringende functies worden door het bouwplan niet onevenredig aangetast. Uit de Omgevingsverordening vloeien verder geen specifieke aandachtspunten voor de toepassing van de ruimte-voor-ruimte regeling. De Omgevingsverordening heeft daarom geen gevolgen voor de planontwikkeling.

3.3.

Regionaal beleid

3.3.1. Landschapsontwikkelingsplan Gelderse Vallei (2005) In het Landschapsontwikkelingsplan Gelderse Vallei (LOP) stellen de gemeenten Amerongen, Barneveld, Leersum, Leusden, Maarn, Renswoude, Scherpenzeel en Woudenberg het landschapsbeleid op elkaar af. Het LOP is een uitwerking van het voormalige reconstructieplan en het (oude) streekplan. Afbeelding 8: Landschapsontwikkelingsplan Gelderse Vallei.

Voor de Gelderse Vallei zet het LOP in op het versterken van het landschappelijke raamwerk. Hiervoor worden beplantingen langs wegen aangevuld, bosgebieden versterkt en het bekensysteem verder ontwikkeld. Een verbetering van het recreatief netwerk is een kans die verder uitgewerkt wordt in het LOP. Naast de ruimte voor landgoederen en landelijk wonen wordt bijzon-

Motivering Gemeente Renswoude – TAM-Omgevingsplan Schalm 3 Renswoude

15

dere aandacht besteed aan het behoud van het agrarische karakter en de versterking van streekeigen landschapselementen, zoals waterlopen en de EVZ en inpassingen van agrarische erven en ook kleinschalige natuurontwikkeling. Op de visiekaart van het LOP ligt het plangebied in het gebied dat is aangeduid als 'behouden en versterken van het broek- en heideontginningenlandschap'. Het broek- en heideontginningenlandschap kent grootschalige intensieve (grondgebonden) bedrijven met de daarbij behorende functionele architectuur. De erven zijn ruimer en moderner dan in de oude kampenlandschappen en liggen vooral langs de wegen verspreid. Boerderijen, voormalige boerderijen, woningen en overige bebouwing staan individueel naast elkaar. Het meest voorkomende historische type boerderij is de langhuisboerderij of hallehuis, voorgevels zijn vaak op de weg gericht, de bijgebouwen staan achter het woongedeelte van de boerderij of de woning (ten opzichte van de weg) soms haaks op elkaar. Bij uitbreiding van het erf dient er naar te worden gestreefd bebouwing compact te clusteren en de typische orthogonale erfopbouw behouden. In het heideontginningslandschap zijn de erven weinig voorzien van erfbeplanting. Nadruk ligt vooral op functionaliteit. De ruimte-voor-ruimte woning wordt achter de rooilijn van de boerderij geplaatst.

Er wordt overeenkomstig het landschappelijk inpassingsplan beperkt erfbeplanting aangeplant, om het nieuwe erf binnen dit landschap in te passen. 3.3.2. Afwegingskader functieveranderingsbeleid 2024 Op 17 september 2024 heeft de gemeenteraad van Renswoude het regionaal afwegingskader functieveranderingsbeleid 2024 vastgesteld. In dit afwegingskader functieveranderingsbeleid is vastgelegd hoe de deelnemende gemeenten om willen gaan met voormalige agrarische bedrijfsbebouwing. Het beleid stelt agrarische bedrijven in staat om de bedrijfsvoering op een maatschappelijk en ruimtelijk verantwoorde wijze (gedeeltelijk) te beëindigen. Het wijzigen van de agrarische functie in een andere functie, zoals een woon- of werkfunctie, is de daadwerkelijke functieverandering. Dit leidt op verschillende manieren tot kwaliteitsverbetering van het landelijk gebied. Door de sloopverplichting van overtollige bebouwing, landschappelijke inpassing bij hergebruik/nieuwbouw voor nieuwe woon- of werkfuncties, en natuurontwikkeling of landschapsverbetering in de wijdere omgeving. Op de slooplocatie kent de overtollige agrarische bebouwing een waarde. Deze waarde wordt sloopmeters. Genoemd. Nieuwe functies, zoals wonen, werken, het vergroten van de woninginhoud of oppervlakte aan bijgebouwen worden door de inzet van sloopmeters mogelijk gemaakt.

Om de oppervlakte aan bebouwing in het landelijk gebied niet toe te laten nemen werken we met een omrekening van de sloopmeters. Dit betekent dat de vrijkomende sloopmeters niet één op één ingezet kunnen worden voor een nieuwe functie. De sloopmeters zijn door de reikwijdte van het functieveranderingsbeleid tussen de deelnemende gemeenten uitwisselbaar.

Motivering Gemeente Renswoude – TAM-Omgevingsplan Schalm 3 Renswoude

16

Omdat de aanvraag om functieverandering is ingediend voorafgaand aan de inwerkingtreding van het Afwegingskader functieveranderingsbeleid 2024, is op grond van het overgangsrecht in artikel 3.7.3 het voorgaande functieveranderingsbeleid van toepassing. Gelet op eerdere toezeggingen en de lange looptijd van het omgevingsvergunningtraject hebben burgemeester en wethouders in principe toegezegd om onder voorwaarden medewerking aan de planontwikkeling voor wat betreft de functieverandering te verlenen: ▪ met uitzondering van de oppervlakte van de sloopvereiste, dient te worden voldaan aan de wijzigingsregels uit artikel 3, lid 3.7.8 van het bestemmingsplan Buitengebied 2010 (zie paragraaf 1.3.1; ▪ er dient minimaal 750 m² aan voormalige agrarische bedrijfsbebouwing te worden gesloopt; ▪ de te realiseren woning heeft een maximale inhoud van 600m³; ▪ het nog in te dienen verzoek voldoet aan de voorwaarden zoals opgenomen in de Provinciale Omgevingsverordening en de Provincie verzet zich niet tegen het plan. Op de inpasbaarheid binnen de Provinciale Omgevingsverordening is ingegaan in paragraaf 3.2.2. De planontwikkeling voldoet ook aan de andere bovenstaande voorwaarden die het college heeft geformuleerd.

3.4.

Gemeentelijk beleid

3.4.1. Omgevingsvisie Renswoude 2018-2030 De Omgevingsvisie Renswoude 2018-2030 die op 3 juli 2018 is vastgesteld door de gemeenteraad van Renswoude loopt vooruit op de totstandkoming van de Omgevingswet. Het doel van de Omgevingsvisie is het creëren van een strategische visie voor de langere termijn voor de hele fysieke leefomgeving van Renswoude, die antwoord geeft op de vraag: Hoe ziet Renswoude er in 2030 uit? In de Omgevingsvisie wordt een aantal belangrijke thema's behandeld. Voor dit bestemmingsplan zijn met name de thema's buitengebied en voorzieningen van belang. Voor het buitengebied wordt geconstateerd dat het prachtige natuurlijke maar ook agrarische buitengebied een van de trekpleisters van de gemeente is. Het is belangrijk dat het buitengebied in balans blijft en dat kansen op het gebied van natuurontwikkeling en vrijkomende agrarische bebouwing worden benut. Daarnaast is het belangrijk dat ook agrariërs de ruimte krijgen om zich te ontwikkelen. Alle ontwikkelingen in het buitengebied gaan altijd gepaard met het nodige onderzoek vooraf, het blijft immers maatwerk, waarbij nadrukkelijk aandacht geschonken wordt aan de belangen van agrariërs, landschaps- en natuurwaarden en een gezonde leefomgeving. Het doel is om hiertussen te allen tijde de juiste balans te vinden. Verrommeling van het buitengebied dient te allen tijde voorkomen te worden.

Als er agrarische bebouwing vrijkomt, kunnen hieraan uiteraard nieuwe functies worden toegekend zoals wonen of werken, maar er kan ook worden gekozen om bebouwing te slopen en de gronden te gebrui-

Motivering Gemeente Renswoude – TAM-Omgevingsplan Schalm 3 Renswoude

17

ken voor naburige agrariërs die op zoek zijn naar extra gronden of voor natuurontwikkeling. De inpassing in het landschap en bescherming van aanwezige natuurwaarden is daarbij van groot belang, alsmede dat bij vrijkomende agrarische bebouwing alleen bedrijfsactiviteiten mogen worden ontwikkeld die niet hinderlijk, gevaarlijk en/of schadelijk zijn voor de omgeving of het leefmilieu. In dit geval krijgt het perceel Schalm 3 een nieuwe functie: wonen. Door de verkleining van het voormalige bouwblok, de herinrichting van het erf en de landschappelijke inpassing, past de planontwikkeling binnen de uitgangspunten van de Omgevingsvisie. 3.4.2. Welstandsnota In artikel 4.19 van de Omgevingswet is aangegeven dat 'als in het omgevingsplan regels worden opgenomen over het uiterlijk van bouwwerken en de toepassing daarvan uitleg behoeft, (…) de gemeenteraad beleidsregels vast[stelt] voor de beoordeling of een bouwwerk aan die regels voldoet. Deze beleidsregels zijn zo veel mogelijk toegesneden op de te onderscheiden bouwwerken.' Via dit artikel is vastgelegd dat het welstandstoezicht onder de Omgevingswet loopt via het omgevingsplan. In artikel 4.114 van de Invoeringswet Omgevingswet is overgangsrecht opgenomen waarin een welstandsnota na inwerkingtreding van de Omgevingswet gelijkgesteld wordt aan een beleidsregel als bedoeld in artikel 4.19 Omgevingswet.

De gemeenteraad van Renswoude heeft op 22 juni 2004 de Welstandsnota vastgesteld. Het doel van de Welstandsnota is het behouden en waar mogelijk versterken van de ruimtelijke kwaliteit. In de Welstandsnota van de gemeente Renswoude zijn gebiedsgerichte criteria opgenomen. Met de gebiedsgerichte benaderingswijze zijn de karakteristieken van wijken en samenhangende gebieden in heel de gemeente vastgelegd en gewaardeerd. Hiermee moeten de ontwerpers van nieuwe bouwplannen rekening houden en het biedt de welstandscommissie handvatten voor het formuleren van een welstandsadvisering. De gemeente Renswoude heeft de welstandscriteria gedifferentieerd naar gebieden. Per gebied zijn specifieke criteria opgesteld. Voor het buitengebied, waartoe het plangebied behoort, zijn aanvullende criteria voor massa en vorm bebouwing en voor detaillering, kleur- en materiaalgebruik geformuleerd. ▪ Algemeen  de bouwwerken passen in de omgevingskarakteristiek (bebouwing) en houden rekening met de bestaande organisatie op het perceel en gerelateerd aan de landschappelijke inrichting. ▪ Massa en vorm bebouwing  de bebouwing wordt terughoudend vormgegeven;  de gevelindeling wordt gekenmerkt door een evenwichtige, hiërarchische opbouw. ▪ Detaillering, kleur en materiaalgebruik  de hoofdkleuren zijn gedempte (aard-)kleuren.

Motivering Gemeente Renswoude – TAM-Omgevingsplan Schalm 3 Renswoude

18

De welstandsnota zal te zijner tijd als inspiratie voor het woningontwerp worden gebruikt.

Motivering Gemeente Renswoude – TAM-Omgevingsplan Schalm 3 Renswoude

19

4.

Aspecten fysieke leefomgeving en milieu

4.1.

Inleiding In het kader van de totstandkoming van dit TAM-omgevingsplan is onderzoek uitgevoerd naar verschillende milieu- en omgevingsaspecten om de uitvoerbaarheid van de planontwikkeling aan te tonen en dat sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Bij iedere ruimtelijke ontwikkeling dient inzichtelijk gemaakt te worden of er vanuit milieuhygiënisch oogpunt belemmeringen en/of beperkingen aanwezig zijn voor de directe omgeving en de beoogde ontwikkeling zelf. In dit hoofdstuk wordt voor de beoogde ontwikkeling nader ingegaan op de verschillende aspecten; indien noodzakelijk is aanvullend onderzoek uitgevoerd. De betreffende rapportages maken als bijlage deel uit van deze motivering.

4.2.

m.e.r.-beoordeling Algemeen De wetgeving omtrent de milieueffectrapportage (m.e.r) is opgenomen in afdeling 16.4 van de Omgevingswet en in hoofdstuk 11 en bijlage V bij het Omgevingsbesluit. Het bevoegd gezag zal per specifiek geval na moeten gaan of er sprake is van een plan of programma in de zin van de Strategische milieubeoordeling-richtlijn. Onder een plan of programma wordt in ieder geval verstaan: een omgevingsvisie, een programma, een omgevingsplan en een voorkeursbeslissing. Er hoeft niet (meer) getoetst worden aan de limitatieve lijst van m.e.r.-plichtige plannen en programma's uit de Bijlage bij het Besluit MER. Er wordt onder de Omgevingswet geen onderscheid (meer) gemaakt tussen een formele en vormvrije m.e.r.-beoordeling op grond van aangewezen drempelwaarden. Er is dus nog maar één m.e.r.-beoordelingsprocedure. Toetsing Door de planontwikkeling neemt het ruimtebeslag af. Niet alleen het bebouwingsareaal wordt aanzienlijk gereduceerd, ook de bebouwingsmogelijkheden worden aanzienlijk ingeperkt doordat het agrarisch bouwvlak in dit TAM-omgevingsplan wordt verwijderd. Wellicht ten overvloede kan worden opgemerkt dat uit de samenvatting van de onderzoeken in dit hoofdstuk, volgt dat belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn uitgesloten. Conclusie Het aspect m.e.r.-beoordeling levert geen belemmering op voor de voorgenomen ontwikkeling.

4.3.

Ladder voor duurzame verstedelijking Algemeen Om de ruimte zorgvuldig te benutten en overprogrammering te voorkomen is de "Ladder voor duurzame verstedelijking" geïntroduceerd. De ladder voor duurzame verstedelijking is een instructieregel voor zorgvuldig ruimtegebruik en tegengaan van leegstand. De instructieregel in artikel 5.129g Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) regelt dat bij een wijziging van het omgevingsplan voor een nieuwe stedelijke ontwikkeling toepassing van de ladder is vereist.

Motivering Gemeente Renswoude – TAM-Omgevingsplan Schalm 3 Renswoude

20

Bij een nieuwe stedelijke ontwikkeling moet de behoefte aan die ontwikkeling (trede 1) worden aangetoond. Indien die stedelijke ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt buiten het bestaand stedelijk gebied, moet worden gemotiveerd waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien (trede 2). Het begrip stedelijke ontwikkeling wordt daarbij als volgt gedefinieerd: "ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen". Toetsing Op grond van de jurisprudentie (AbRvS 18 december 2013, nr. 201302867/1/R4) wordt de bouw van drie woningen niet aangemerkt als stedelijke ontwikkeling. In dit geval neemt het woningaantal met één toe. Conclusie De planontwikkeling hoeft niet te worden getoetst aan de Ladder voor duurzame verstedelijking.

4.4.

Duurzaamheid & gezondheid

4.4.1. Duurzaamheid De eisen met betrekking tot de milieuprestatie en energiezuinigheid van gebouwen zijn opgenomen in artikel 4.148-4.160 (Duurzaamheid) van het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). Hierin is onder meer aangegeven dat een bouwwerk bijna energie neutraal (BENG) dient te zijn. In BENG wordt de energieprestatie van een gebouw uitgedrukt met drie indicatoren: ▪ BENG 1 Energiebehoefte: de hoeveelheid energie die een gebouw nodig heeft voor verwarming en koeling uitgedrukt in kWh per m² gebruiksoppervlakte per jaar. Deze indicator gaat over het beperken van de energievraag van het gebouw zelf. Aandachtspunten: stedenbouwkundig ontwerp, oriëntatie, compact ontwerp, schilisolatie, luchtdichtheid, zomernachtventilatie, ventilatiesysteem en zonwering. ▪ BENG 2 Primair energiegebruik: de hoeveelheid fossiele brandstof in kWh per m² gebruiksoppervlakte per jaar die nodig is voor verwarming, koeling, warm water en installaties. Let op: voor netstroom wordt het rendement van elektriciteitsproductie verrekend. Aandachtspunten: efficiënte installaties, warmteafgifte op lage temperatuur, warmwater met korte leidingen en warmteterugwinning en toepassing van hernieuwbare energie (ook BENG 3). ▪ BENG 3 Aandeel hernieuwbare energie: het percentage (in procenten) hernieuwbare energie van het totale energiegebruik.

Aandachtspunten: toepassing van PV, zonneboiler, bodemenergie, omgevingswarmte, biomassa en externe warmtelevering (mits hernieuwbaar). Toetsing duurzaamheid De nieuwe woning wordt gasloos en voorzien van zonnepanelen. Waar mogelijk zal bij de materialisering gebruik wordt gemaakt van hergebruikte en/of herbruikbare materialen.

Motivering Gemeente Renswoude – TAM-Omgevingsplan Schalm 3 Renswoude

21

4.4.2. Gezondheid Ook de bevordering van gezondheid is een afwegingscriterium bij ruimtelijke ontwikkelingen. In dit hoofdstuk komt een aantal (milieu)aspecten, zoals geluidsoverlast, bodemverontreiniging, externe veiligheid, enzovoort, aan de orde waarbij de gezondheid van de toekomstige bewoners een rol speelt. Uit de uitgevoerde onderzoeken zijn geen belemmeringen naar voren gekomen ten aanzien van gezondheid. Daarnaast kan bij grotere planontwikkelingen ook gezondheidsbevordering gestimuleerd worden. Zo heeft de fysieke leefomgeving positieve gezondheidseffecten als deze uitnodigt tot gezond gedrag en mensen stimuleert tot meer bewegen, gezonder eten en elkaar ontmoeten. Toetsing Uit de uitgevoerde onderzoeken blijkt dat er vanuit het oogpunt van gezondheid geen belemmeringen zijn voor de instandhouding van een goed woon- en leefklimaat. Voor het overige is het onderdeel van het bevorderen van de gezondheid minder relevant, omdat er geen leefomgeving op een groter schaalniveau wordt ingericht. 4.4.3. Conclusie Het aspect duurzaamheid en gezondheid levert geen belemmering op voor de voorgenomen ontwikkeling.

4.5.

Verkeersgeneratie, -afwikkeling & parkeren Algemeen Bij ruimtelijke plannen moet rekening worden gehouden met verkeersgeneratie en -afwikkeling en parkeerbehoefte die ontstaat door een nieuwe ontwikkeling. Toetsing De woningen worden ontsloten via de Schalm. Voor autoverkeer is de Schalm een doodlopende weg. Uit de ASVV2021 blijkt dat vrijstaande-woningen in het landelijk gebied 7,8 tot 8,6 autobewegingen per woning per etmaal genereren. Wanneer uitgegaan wordt van de worst case situatie betekent dit voor één extra vrijstaande woning, bij een spitsuurintensiteit van 10%, 0,86 auto's op het drukste uur van de dag. De verkeersaantrekkende werking van het huidige agrarisch bedrijf is hoger. Per saldo is er daardoor sprake van een afname van de verkeersgeneratie. Burgemeester en wethouders van Renswoude hebben op 30 mei 2016 de "Nota parkeernormen gemeente Renswoude" vastgesteld. Op basis van deze nota kan een prognose worden gemaakt van de te verwachten parkeerbehoefte bij ruimtelijke ontwikkelingen. Voor vrijstaande woningen in het buitengebied geldt een parkeernorm van 2,5 parkeerplaats per woning. Op eigen terrein is ruim voldoende capaciteit om aan de parkeernormering te voldoen.

Motivering Gemeente Renswoude – TAM-Omgevingsplan Schalm 3 Renswoude

22

Conclusie Het aspect verkeersgeneratie, -afwikkeling & parkeren levert geen belemmering op voor de voorgenomen ontwikkeling.

4.6.

Flora & Fauna

4.6.1. Algemeen De natuur in Nederland wordt beschermd vanuit twee invalshoeken: bescherming van gebieden en bescherming van soorten. Per 1 januari 2024 is de Wet natuurbescherming (Wnb) opgegaan in de Omgevingswet: de Aanvullingswet natuur het Aanvullingsbesluit natuur en de Aanvullingsregeling natuur. Ter bescherming van de natuur zijn in het Bkl diverse regels opgenomen. Het gaat hierbij in de eerste plaats om regels voor de gebiedsbescherming van aangewezen Natura 2000-gebieden, regels voor de soortenbescherming van te beschermen planten diersoorten (waaronder vogels) en regels ter bescherming van houtopstanden. Het gebieds- en soortenbeschermingsregime vloeit voor een belangrijk deel voort uit twee Europese richtlijnen, te weten de Vogelrichtlijn (79/409/EEG) en de Habitatrichtlijn(92/43/EEG). Het normenkader, de instrumenten en de bevoegdheidsverdeling voor het Natuurbeschermingsrecht is ongewijzigd ten opzichte van de Wnb. Voor alle beschermde soorten geldt een ontheffingsplicht. Het bevoegd gezag (de provincie) kan voor de soorten die zijn opgenomen in het 'beschermingsregime andere soorten' vrijstellingsbesluit nemen en hierin onderscheid maken tussen meer en minder strikt beschermde soorten. In verband met de planontwikkeling is daarom een quickscan ecologie2 uitgevoerd. 4.6.2.

Gebiedsbescherming Natura 2000 is een Europees netwerk van beschermde natuurgebieden en wordt in Nederland beschermd door middel van de Omgevingswet. Deze wet biedt een beschermingskader voor de aangewezen beschermde gebieden. Deze gebieden worden beschermd om de gunstige staat van instandhouding van vogelsoorten, habitattypen en andere planten- en diersoorten te behouden en waar nodig te herstellen. Naast de wettelijke bescherming van de Natura 2000-gebieden heeft Nederland de bescherming van andere gebieden planologisch vastgelegd. Onder de planologische bescherming vallen onder andere weidevogelgebieden en het Natuurnetwerk Nederland (NNN). De bescherming van het NNN vindt plaats door toetsing van de bestemmingsplannen en omgevingsvergunningen aan het NNN-beleid. Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is het Nederlandse netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuur(gebieden). Door verbindingen tussen natuurgebieden te maken, kunnen planten en dieren zich makkelijker verspreiden over meer gebieden. De bescherming van het NNN bestaat hieruit (artikel 7.8, lid 2, Bkl): dat geen activiteiten

2

Hopman en Peters, Ecologische QuickScan Schalm 3 Renswoude, P2500481, Renswoude, 25 september 2025

Motivering Gemeente Renswoude – TAM-Omgevingsplan Schalm 3 Renswoude

23

worden mogelijk gemaakt die leiden tot een aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden, of tot een vermindering van de wezenlijke kenmerken en waarden, oppervlakte of samenhang van het NNN. Toetsing gebiedsbescherming Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied is Binnenveld, op ongeveer 4,5 km ten zuidoosten van de onderzoekslocatie. Directe effecten op aanwezige kwalificerende habitattypen, habitatrichtlijnsoorten, broedvogels en niet-broedvogels zijn uit te sluiten. De ontwikkeling vindt plaats op een reeds bestaand en bebouwd plangebied buiten Natura 2000-gebied. Ter plaatse zijn geen kwalificerende habitattypen, habitatrichtlijnsoorten, broedvogels en niet-broedvogels aanwezig en kunnen zich er ook niet ontwikkelen. Tijdens de werkzaamheden zal er tijdelijk sprake zijn van geluid, stof, trillingen en mogelijk bemaling. De werkzaamheden zijn van dien aard dat negatieve effecten op de instandhoudingsdoelen van Natura 2000-gebieden zijn uitgesloten. Een berekening ten aanzien van stikstof voor de aanlegfase en gebruiksfase is niet noodzakelijk. Gelet op de afstand tot het dichtstbijzijnde voor stikstofgevoelige Natura2000-gebied is het uit te sluiten dat de stikstofdepositie hoger is dan 0,00 mol/hectare/jaar. Het plangebied ligt buiten het Natuurnetwerk Nederland (NNN) en/of de Groene Contour (GC). Hiervoor geldt geen externe werking.

De planontwikkeling heeft daarmee geen negatieve effecten op de natuurwaarden van deze gebieden. Verder onderzoek of een omgevingsvergunning voor een flora- en fauna-activiteit zijn niet nodig. Conclusie Uit het oogpunt van de gebiedsbescherming zijn er geen belemmeringen voor de planontwikkeling. 4.6.3. Soortenbescherming Onder de Omgevingswet zijn veel dier- en plantsoorten beschermd. De bescherming richt zich op soorten van Europees belang, die onder de reikwijdte van de Vogel- en Habitatrichtlijn vallen, als om bepaalde soorten van nationaal belang. Soortenbescherming vindt plaats binnen en buiten het natuurnetwerk Nederland. Het kan de vorm hebben van wet- en regelgeving, maar ook van fysieke maatregelen die bescherming, vestiging of uitbreiding van een soortenpopulatie stimuleren. Op grond van artikel 2.18 lid 1 sub f Omgevingswet zijn in beginsel de provincies hiervoor verantwoordelijk. Toetsing soortenbescherming Het grootste deel van de voormalige agrarische bebouwing is inmiddels gesloopt. Uit de ecologische quickscan blijkt dat de planontwikkeling geen invloed heeft op beschermde soorten. De te slopen bebouwing is niet geschikt als habitat voor huismussen, gierzwaluwen en vleermuizen en andere soorten. Nader onderzoek in verband met de soortenbescherming is daarom niet noodzakelijk.

Motivering Gemeente Renswoude – TAM-Omgevingsplan Schalm 3 Renswoude

24

In het kader van de zorgplicht is de initiatiefnemer verplicht om schadelijke gevolgen voor in het wild levende dieren en planten zoveel mogelijk te voorkomen. Voor sommige algemene, veel voorkomende soorten is in de provincie geen omgevingsvergunning vereist en is nader onderzoek niet noodzakelijk. Wel geldt voor deze soorten de zorgplicht. Dit betekent dat er voldoende zorg moet worden gedragen voor eventueel passerende individuen. Bijvoorbeeld door dieren naar veilige locaties buiten het werkgebied te verplaatsen als ze tijdens de werkzaamheden worden aangetroffen. Door de werkzaamheden uit te voeren buiten het broedseizoen van algemeen voorkomende vogelsoorten wordt voorkomen dat broedgevallen van broedvogels worden verstoord Het broedseizoen vangt aan onder bepaalde klimatologische omstandigheden en betreft indicatief de periode 15 maart tot en met 15 juli. Voor het broedseizoen wordt echter geen standaardperiode gehanteerd, het gaat erom dat er geen broedende vogels worden verstoord. Het uitvoeren van de werkzaamheden gedurende het broedseizoen is alleen mogelijk wanneer door een ecoloog van tevoren is vastgesteld dat in het plangebied geen broedgevallen aanwezig zijn. Veel algemene en beschermde diersoorten, zoals vleermuizen en uilen, zijn vooral actief tijdens de vroege ochtend, late avond en nacht.

Indien extra verlichting wordt gebruikt, moet deze worden afgewend van aanwezige bebouwing en groenstructuren om negatieve effecten op deze soorten te voorkomen. Het is aan te raden de verlichting tot een minimum te beperken en alleen te plaatsen waar het echt noodzakelijk is. Gebruik naar beneden gerichte lichtbronnen om lichtverstrooiing in de omgeving te voorkomen. 4.6.4. Conclusie De planontwikkeling heeft geen wezenlijke invloed op de gunstige instandhouding van beschermde soorten en/of gebieden. Het aspect flora en fauna levert geen belemmering op voor de voorgenomen ontwikkeling.

4.7.

Luchtkwaliteit Algemeen Ter bescherming van de gezondheid zijn voor het aspect luchtkwaliteit instructieregels opgenomen in paragraaf 5.1.4.1 Bkl. Volgens deze regels gelden zogeheten omgevingswaarden voor onder andere de in de buitenlucht voorkomende stikstofdioxide (NO 2) en fijnstof (PM10). Een activiteit is toelaatbaar als aan één van de volgende voorwaarden wordt voldaan: ▪ er is geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde; ▪ het project leidt per saldo niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit; ▪ het project draagt alleen niet in betekenende mate bij aan de luchtverontreiniging. Uit artikel 5.53 en 5.54 Bkl volgt dat een project niet in betekende mate bijdraagt aan de luchtkwaliteit als de toename van de concentratie NO2 en PM10 niet hoger is dan 1,2 µg/m³. Dat is 3% van de omgevingswaarde voor de jaargemiddelde concentraties. Voor woningbouw ligt de 3%-grens op 1.500 woningen. Toetsing

Motivering Gemeente Renswoude – TAM-Omgevingsplan Schalm 3 Renswoude

25

Omdat in het plangebied het aantal woningen met 1 toeneemt, kan worden geconcludeerd dat de planontwikkeling niet in betekenende mate bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Uit de atlas voor de leefomgeving (peiljaar 2023, bron: www.atlasleefomgeving.nl) blijkt dat de achtergrondconcentratie stikstofdioxide (10,8 microgram per m³) en fijn stof (16,2 microgram per m³) zich beneden de wettelijk toegestane jaargemiddelde grenswaarde van 40 microgram per m³ bevinden. De concentratie zeer fijn stof (8,7 microgram per m³) bevindt zich beneden de wettelijk toegestane jaargemiddelde grenswaarde van 20 microgram per m³. In het plangebied worden de grenswaarden derhalve niet overschreden. Conclusie Het aspect luchtkwaliteit levert geen belemmering op voor de voorgenomen ontwikkeling.

4.8.

Geluid Geluid kan van grote invloed zijn op het woon- en leefklimaat van mensen en op hun gezondheid. De aanvaardbaarheid van de geluidsbelasting onder de Omgevingswet is vooral een decentrale afweging. Een gemeente legt in het omgevingsplan voor elke locatie in de gemeente de gewenste geluidskwaliteit vast. In afdeling 3.5 van het Bkl zijn regels voor belangrijke geluidsbronnen zoals industrieterreinen, wegen en spoorwegen opgenomen. De regels voor geluid hebben een tweezijdige werking om de bescherming tegen geluidsbelasting vorm te geven. Enerzijds bij de aanleg of aanpassing van spoorwegen of industrieterreinen en anderzijds bij het mogelijk maken van nieuwe geluidsgevoelige gebouwen (voor functies zoals wonen, onderwijs of zorg) en locaties nabij een geluidsbron. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen geluidbronnen met een geluidproductieplafond als omgevingswaarde (gpp) (lokale spoorwegen die zijn aangewezen bij omgevingsverordening, rijkswegen, provinciale wegen, hoofdspoorwegen en industrieterreinen) en bronnen met een basisgeluidemissie (bge). Voor lokale wegen (een verharde gemeente- of waterschapsweg met een verkeersintensiteit van meer dan 1.000 motorvoertuigen per etmaal) en lokale spoorwegen (een spoorweg die niet is aangewezen bij omgevingsverordening). Voor andere gebouwen of locaties bepaalt de gemeente zelf de mate van bescherming tegen geluid.

Binnen het geluidaandachtsgebied is akoestisch onderzoek nodig om een geluidgevoelig gebouw toe te laten.

Motivering Gemeente Renswoude – TAM-Omgevingsplan Schalm 3 Renswoude

26

Afbeelding 9: Standaardwaarden en grenswaarden. Geluidbronsoorten Rijkswegen en provinciale wegen Gemeentewegen en waterschapswegen Hoofdspoorwegen en lokale spoorwegen Industrieterreinen

Standaardwaarde

Grenswaarde 50 Lden 53 Lden 55 Lden 50 Lden 40 Lnight

60 Lden 70 Lden 65 Lden 55 Lden 45 Lnight

Toetsing De Schalm heeft geen verkeersfunctie voor doorgaand verkeer. De verkeersintensiteiten zijn gezien het doodlopende karakter van de weg en het beperkte aantal woningen en overige functies langs de weg als zeer laag in te schatten. De ondergrens van 1.000 motorvoertuigen per etmaal wordt niet overschreden. Daarom is geen akoestisch onderzoek uitgevoerd. Conclusie Het aspect verkeerslawaai vormt geen belemmering voor realisatie van de aanvraag.

4.9.

Geur Algemeen Er bestaan diverse sectoren waar geurhinder een rol kan spelen, zoals onder meer bij veehouderijen en andere landbouwactiviteiten, de mengvoederindustrie, horeca, rioolwaterzuiveringsinstallaties, slachterijen, en (andere) milieubelastende activiteiten. Regels over geur zijn verdeeld over verschillende Amvb's. Het verschilt per type activiteit waar er regels zijn opgenomen. Conform de Omgevingswet dienen de activiteiten allereerst te voldoen aan de regels die in het tijdelijk omgevingsplan staan. Indien er nog geen aanpassing heeft plaatsgevonden van het tijdelijk omgevingsplan en sprake is van een activiteit/inrichting die/dat voorheen onder het Activiteitenbesluit milieubeheer viel, dan gelden de regels uit de Bruidsschat. De Bruidsschat (BS) bevat regels over: ▪ geur door het houden van landbouwhuisdieren en paarden en pony's voor het berijden in een dierenverblijf (par. 22.3.6.2 BS); ▪ geur door het houden van fokteven van nertsen (par. 22.3.6.3 BS); ▪ geur door andere agrarische activiteiten, zoals o.a. het opslaan van vaste mest, champost of dikke fractie en het composteren of opslaan van groenafval (par. 22.3.6.4 BS); ▪ geur door het exploiteren van zuiveringstechnische werken (par. 22.3.6.5 BS). Voor een aantal milieubelastende activiteiten geldt een vergunningplicht op basis van hoofdstuk 3 van het (Bal).

In het Bkl staan algemene beoordelingsregels en specifieke beoordelingsregels voor geur. De geurverordening maakt geen onderdeel meer uit van de regelgeving in de Omgevingswet. Regels voor geur dienen te worden opgenomen in het Omgevingsplan. Bestaande gemeentelijke geurverordeningen zijn onderdeel van het tijdelijke deel van het Omgevingsplan. Renswoude ligt in een concentratiegebied geurhinder en veehouderij. In artikel 22.98 BS is bepaald dat de

Motivering Gemeente Renswoude – TAM-Omgevingsplan Schalm 3 Renswoude

27

geurnorm voor geurgevoelige objecten buiten de bebouwde kom in dat geval 14,0 OU E/m³ bedraagt. Toetsing In de omgeving van het plangebied zijn diverse agrarische bedrijven aanwezig. In alle gevallen staan er bestaande woningen tussen de nieuw te bouwen woning op het perceel Schalm 3 en die (intensieve) veehouderijen in de omgeving. De bouw van een extra woning vormt daarom geen belemmering voor de uitbreidingsmogelijkheden van die bedrijven. Het dichtstbij gesitueerde intensieve agrarische bedrijf is gevestigd aan de Arnhemseweg 6. Uit een bijlage bij het hiervoor vastgestelde wijzigingsplan Arnhemseweg 6 (vastgesteld 13 september 2021) blijkt dat dit bedrijf voor geur een milieucirkel heeft van 200 meter. Het plangebied aan de Schalm ligt op ongeveer 280 meter afstand van dit bedrijf. Conclusie Het aspect geur levert geen belemmering op voor de voorgenomen ontwikkeling.

4.10. Milieuzonering In planologische procedures waarin de vestiging van woningen in de nabijheid van bedrijven (of andersom) mogelijk wordt gemaakt, moet rekening worden gehouden met ruimtelijk relevante milieuhygiënische aspecten van die bedrijven. Het begrip 'inrichting' uit de Wet milieubeheer bestaat onder de Omgevingswet niet meer; deze is vervangen door regels voor milieubelastende activiteiten. Een 'milieubelastende activiteit' is een activiteit die nadelige gevolgen voor het milieu kan veroorzaken. Lozingsactiviteiten op oppervlaktewater of een zuiveringsinstallatie of wateronttrekking vallen niet onder de definitie van een 'milieubelastende activiteit'. Inhoudelijk zijn er weinig veranderingen, wel is de systematiek gewijzigd. De rijksregels voor milieubelastende activiteiten staan in het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal). Voor activiteiten die niet in H3 van het Bal zijn aangewezen, kan een gemeente regels opnemen in het Omgevingsplan. De algemene zorgplicht (artikel 1.7) en het algemene verbod (artikel 1.7a) uit de Omgevingswet zijn altijd van toepassing. De gemeente Renswoude heeft in H22, afdeling 22.3 regels opgenomen met betrekking tot milieubelastende activiteiten in relatie tot geluid en geur. Om hinder tussen bedrijven en woningen te voorkomen, is ook onder de Omgevingswet een goede afstemming noodzakelijk.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16167470/1