CConstaterende datRenswoude
Koppel je AI →
Document · PDF

Begroting 2022-2025

Gemeenteraad 2 november 2021, gemeente RenswoudeBij agendapunt: Raadsvoorstel tot vaststelling van de begroting 2022, de begroting 2022 Woningbedrijf en de meerjarenramingen 2023 t/m 202532.713 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

73

Leges algemene dienstverlening. De lasten op taakveld 0.2 Burgerzaken onder het kopje “burgerlijke stand“ hebben volledig betrekking op algemene dienstverlening. De overheadkosten bedragen 10% van de op dit onderdeel genoemde kosten van de andere taakvelden. Voor een aantal leges, dat onder dit hoofdstuk valt zijn door het Rijk maximum legesbedragen bepaald. Aan de batenkant hebben van taakveld 0.2 Burgerzaken de legesopbrengst burgerlijke stand, de legesopbrengst reisdocumenten en de legesopbrengst rijbewijzen betrekking op algemene dienstverlening.

Lasten per taakveld

Bedrag in heffing

0.2 Burgerzaken (bevolkingsaangelegenheden 15%)

€ 14.825

0.2 Burgerzaken (burgerlijke stand)

€ 67.262

Subtotaal

€ 82.087

0.4 Overheadkosten 10% van subtotaal

€ 8.209

Totaal lasten

€ 90.296

Geraamde opbrengst

€ 43.000

Dekkingspercentage

48%

Door een hogere lastenraming (o.a. eenmalige aanschaf nieuwe brandkast á €12.000) en een realistischere opbrengstraming van de leges is het dekkingspercentage lager dan 2021 (66%). Leges dienstverlening vallend onder fysieke leefomgeving/omgevingsvergunning

De lasten die op taakveld 1.1 Crisisbeheersing bij bijdrage aan de Veiligheidsregio Utrecht staan vermeld hebben voor 10% betrekking op de in dit hoofdstuk van de legesverordening genoemde dienstverlening. De Veiligheidsregio Utrecht adviseert bij de afgifte van omgevingsvergunningen ten aanzien van eisen die uit oogpunt van brandpreventie aan de betreffende bouwwerken moeten worden gesteld. De lasten genoemd op taakveld 8.3 Wonen en bouwen onder de kopjes “Bouw- en woningtoezicht” en “Sloopvergunningen”, hebben volledig betrekking op deze diensten. De lasten vermeld op taakveld 8.3 onder het kopje “Handhaving bouwzaken“ hebben gedeeltelijk betrekking op de hier genoemde diensten. De post “Handhaving bouwzaken“ bevat drie activiteiten: 1. Activiteiten naar aanleiding van meldingen en klachten, 2. Algemeen toezicht en 3.

74

Handhaving en toezicht op de vergunningverlening.

Aan de hand van de urenregistratie van de betreffende medewerk(st)ers kan worden vastgesteld, dat ongeveer 15% wordt besteed aan meldingen en klachten. Aan algemeen toezicht wordt in Renswoude beperkt aandacht besteed (5%). Het merendeel van de uren die op dit sub-taakveld worden verantwoord hebben betrekking op toezicht op de vergunningverlening. De eerste twee onderdelen worden niet meegenomen bij de kostenonderbouwing van dit hoofdstuk van de legesverordening, het laatste onderdeel wordt wel meegenomen. De overheadkosten worden ook hier toegerekend volgens “de taakveldmethode” en bedragen 10% van de kosten van de andere taakvelden die hier worden meegenomen. Ook ten aanzien van de tarieven binnen dit hoofdstuk van de legesverordening vindt kruissubsidiëring plaats. Aanvragen omgevingsvergunningen hebben betrekking op veel verschillende zaken, zo vergt de aanvraag van een omgevingsvergunning voor een dakkapel op een monumentaal pand of een karakteristiek pand in het buitengebied wellicht meer tijd, dan de aanvraag voor een dakkapel op een rijtjeswoning in de kern van het dorp. Het is ondoenlijk om voor al die verschillende aanvragen afzonderlijke legesbedragen te gaan bepalen. We hebben getracht de diverse leges voor de in dit hoofdstuk genoemde diensten zodanig vast te stellen, dat ze in redelijke verhouding staan tot de dienstverlening die is verricht.

In onze verordening is ook opgenomen dat de leges van aanvragen omgevingsvergunning in situaties waar al met de bouw is begonnen zonder dat eerst de aanvraag is gedaan, worden verhoogd met 10% met een minimum van €105,00 en een maximum van € 1.050,00. Deze hogere leges zijn niet gebaseerd op hogere kosten. De rechtvaardigingsgrond van deze hogere leges is gelegen in het gevoerde beleid waarin goed gedrag wordt beloond en ongewenst gedrag niet. De baten van taakveld 8.3 Wonen en bouwen hebben betrekking op dit hoofdstuk van de Legesverordening. Lasten per taakveld

Bedrag in heffing

0.2 Burgerzaken (bevolkingsaangelegenheden 35%)

€ 34.591

1.1 Crisisbeheersing (10%)

€ 44.034

8.3 Wonen en bouwen

€ 180.162

Subtotaal

€ 258.787

0.4 Overheadkosten 10% van subtotaal

€ 25.879

Totaal lasten

€ 284.666

Geraamde opbrengst

€ 212.000

Dekkingspercentage

74% 75

Leges dienstverlening vallend onder Europese diensten richtlijn

De lasten die op taakveld 0.2 Burgerzaken onder het kopje “bevolkingsaangelegenheden“ worden gepresenteerd hebben voor 15% betrekking op Algemene dienstverlening, voor 35% op dienstverlening vallend onder fysieke leefomgeving-/ omgevingsvergunning en voor 50% op dienstverlening vallend onder Europese dienstenrichtlijn. De gemeente Renswoude heeft maar één balie, dus voor alle diensten van de gemeente melden de burgers zich bij deze balie. Uit de urenregistratie van de medewerk(st)ers blijkt dat 15% van de uren wordt besteed aan algemene dienstverlening, 35% wordt besteed aan dienstverlening vallend onder fysieke leefomgeving -/- omgevingsvergunning en 50% wordt besteed aan dienstverlening vallend onder Europese dienstenrichtlijn. De lasten vermeld op taakveld 0.2 Burgerzaken onder het kopje “Burgerlijke zaken” hebben eveneens betrekking op dit hoofdstuk van de legesverordening. De kosten van inzet boa’s op taakveld 1.2 Openbare orde en veiligheid zijn voor 15% toe te rekenen aan dit hoofdstuk van de legesverordening. De overheadkosten worden ook hier toegerekend volgens “de taakveldmethode” en bedragen 10% van de kosten van de andere taakvelden die hier worden meegenomen. De legesbaten die betrekking hebben op dit hoofdstuk van de legesverordening staan vermeld op taakveld 0.2 Burgerzaken onder het kopje “Leges overige documenten burgerzaken”.

Lasten per taakveld

Bedrag in heffing

0.2 Burgerzaken (bevolkingsaangelegenheden 50%)

€ 49.415

0.2 Burgerzaken (burgerlijke zaken)

€ 13.100

1.2 Openbare orde en veiligheid (deels)

€ 2.689

Subtotaal

€ 65.204

0.4 Overheadkosten 10% van subtotaal

€ 6.520

Totaal lasten

€ 71.724

Geraamde opbrengst

€ 25.000

Dekkingspercentage 35% Door een lagere, realistischere batenraming van de “leges overige documenten burgerzaken”, op basis van het verleden, is het dekkingspercentage 35% in 2022 (83% in 2021).

76

Ook in het hoofdstuk Dienstverlening vallend onder Europese diensten richtlijn komt kruissubsidiëring voor. Het is niet mogelijk alle kosten die worden gemaakt voor een bepaald product exact te kwantificeren. We hebben daarom getracht voor zover mogelijk de tarieven zodanig vast te stellen, dat er een redelijke verhouding bestaat tussen de leges die voor een bepaalde dienst of levering wordt gevraagd en de kosten die voor deze dienst en of levering moeten worden gemaakt. Uit de overzichten blijkt dat de tarieven niet helemaal kostendekkend zijn. Dit komt vooral doordat de baten in een aantal gevallen moeilijk zijn te ramen. Aanvragen voor bepaalde producten en/of diensten komen niet elk jaar in dezelfde aantallen voor. We zijn uitgegaan van gemiddelde aantallen. Afwijkingen in deze aantallen kunnen de dekkingspercentages beïnvloeden. Recapitulatie onderbouwing kostendekking legesverordening Hoofdstuk leges verordening

Lasten

Baten

Dekkings %

1. Algemene dienstverlening

€ 90.296

€ 43.000

48%

2. Fysieke leefomgeving/omgevingsvergunning

€ 284.666

€ 212.000

74%

3. Europese diensten

€ 71.724

€ 25.000

35%

Totaal

€446.686

€ 280.000

63%

Aan de hand van deze recapitulatie wordt inzichtelijk gemaakt, dat de totale baten die met behulp van de tarieven uit de legesverordening worden gerealiseerd niet uitgaan boven de totaal geraamde lasten van de verordening.

7.0 Paragraaf Grondbeleid Algemeen Onder grondbeleid wordt verstaan het gehele instrumentarium dat de gemeente Renswoude ter beschikking staat om de vastgestelde ruimtelijke, en deels ook economische, doelstellingen te realiseren. Binnen de gemeente Renswoude is er op dit moment nog geen vastgesteld beleid, maar hier wordt de laatste hand aan gelegd. De Nota grondbeleid wordt in het voorjaar van 2022 aan de raad ter vaststelling aangeboden. Bestaand beleid Daar waar Renswoude gronden in eigendom heeft, wordt er veelal voor gekozen om actief grondbeleid te voeren. De gemeente maakt de gronden bouwrijp en verkoopt uiteindelijk de bouwrijpe gronden aan de marktpartijen. Bij ontwikkelingen waarbij de gronden niet in eigendom zijn van de gemeente wordt passief grondbeleid gevoerd. De gemeente Renswoude faciliteert waar mogelijk deze ontwikkelingen van derden en zal de daarbij behorende kosten zo veel als mogelijk verhalen op de initiatiefnemer. Voorwaarde hierbij is dat dit wel past binnen de (ruimtelijke) kaders. In het nog vast te stellen grondbeleid wordt ingegaan in welke situatie de gemeente actief danwel passief grondbeleid wil voeren. Te realiseren beleidsvoornemens voor het volgende jaar.

77

Onderstaand is een overzicht gegeven van de projecten waarbij de gemeente een actief grondbeleid voert, waarbij tevens is aangegeven wat de voornemens zijn voor het komende jaar. Beekweide I Er zijn in deze grondexploitatie zowel koop-, als vrije sector- en sociale huurwoningen gerealiseerd, waarbij de laatste kavel in 2021 geleverd is. Ook de inrichting van de openbare ruimte is voor het grootste deel gerealiseerd. De grondexploitatie van Beekweide I wordt in 2022 bij de jaarrekening van 2021 afgesloten. Beekweide II De grondexploitatie voor Beekweide II is in 2020 vastgesteld. Het stedenbouwkundige plan en beeldkwaliteitsplan van Beekweide II is in 2021 vastgesteld. Het bestemmingsplan is in de loop van 2021 in procedure gebracht en wordt in het eerste kwartaal van 2022 ter vaststelling aan de raad aangeboden. Door de complexe eigendomsverhouding in het plangebied en de Coronacrisis is het proces omtrent het contracteren van de partijen vertraagd. Omdat verwerving niet voor alle percelen mogelijk is, worden er ook gesprekken gevoerd onder welke condities partijen mee kunnen ontwikkelen in het plangebied. De aangrenzende grondeigenaren zullen participeren in deze ontwikkeling en derhalve ook bijdragen in de kosten van het plan (faciliterend grondbeleid). Het plan Beekweide II wordt voor het gedeelte dat de gemeente in eigendom heeft als GREX geëxploiteerd.

Voor het gedeelte dat in eigendom is van derden (die wel willen participeren in het plan) worden er exploitatieovereenkomsten/ anterieure overeenkomsten gesloten. Groot Overeem II (bedrijventerrein) De grondexploitatie van Groot Overeem II is in 2021 vastgesteld. In 2020 zijn de voorbereidingen voor het nieuwe bedrijventerrein Groot Overeem II voortvarend opgepakt. De benodigde gronden zijn aangekocht, de benodigde onderzoeken zijn uitgevoerd en er is gestart met het opstellen van het bestemmingsplan dat naar verwachting in het eerste kwartaal van 2022 ter vaststelling aan de raad wordt aangeboden. In 2021 komt zowel het uitgiftebeleid als het duurzaamheidskader gereed en worden de voorbereidingen getroffen voor de uiteindelijke realisatie van het bedrijventerrein. De verwachting is dat de kavels in 2022/ 2023 bouwrijp worden opgeleverd. Herontwikkeling Taets van Amerongenweg fase 1 De woningen van de Taets van Amerongenweg fase 1 zijn opgeleverd en medio 2020 is de inrichting van de openbare ruimte afgerond. De vaststelling van de toegezegde provinciale subsidie wordt eind 2021 afgerond, waarna de grondexploitatie in 2022 kan worden afgesloten. Financiën Een financieel uitgangspunt bij grondexploitaties is het realiseren van een minimaal sluitende exploitatie, waarin alle kosten voor het realiseren van het plan worden verhaald in de grondopbrengst.

De grondexploitaties van Beekweide I, Beekweide II en de Taets van Amerongenweg zijn herzien en zijn op 13 juli 2021 door de gemeenteraad vastgesteld. In deze raadsvergadering is tevens de grondexploitatie Groot Overeem II geopend en vastgesteld. In het onderstaande overzicht wordt op hoofdlijnen de verwachte lasten, baten en resultaten getoond. Complexen Bouwgrond In Exploitatie (BIE) Complex (bedragen x € 1.000)

Boekwaarde werkelijk 31-122020 €0 -€ 119

Boekwaarde Balans werkelijk Correctie 31-12-2019 s

Nog te maken kosten

Nog te realiseren opbrengsten

Verwacht resultaat (eindwaarde) - is batig resultaat

Reeds genomen winst

Resterende winst

Beekweide I

€ 381

€ 259

€ 240

-€ 6.687

€ 6.585

€ 102

Beekweide II

€0

€ 1.173

€ 1.239

€ 3.836

€ 5.831

-€ 910

€0

€ 910

-€ 240

€0

-€ 92

€ 71

€0

-€ 21

€0

€ 21

Taets van Amerongen Groot Overeem II Totaal

€ 33

€0

€ 1.520

€ 2.117

€ 7.656

-€ 3.660

€0

€ 3.660

€ 174

€ 1.173

€ 2.548

€ 6.283

€ 13.727

-€ 11.278

€ 6.585

€ 4.693

Alle grondexploitaties van de gemeente Renswoude hebben een resterende looptijd die korter is dan 10 jaar.

78

Bij de ontwikkelingen waarbij de gemeente Renswoude een passief grondbeleid voert, en dus vooral faciliterend betrokken is, worden de kosten door middel van het kostenverhaal (Wet ruimtelijke ordening) verhaald op de initiatiefnemer. Hierbij is het van belang dat vroegtijdig in het traject afspraken worden gemaakt en vastgelegd in een anterieure overeenkomst. Risico’s De risico’s in de grondexploitaties zijn laag, omdat op de lopende projecten batige saldi verwacht worden bij de afronding.

79

C. Financiële begroting 1.

Uitgangspunten voor de begrotingsramingen

2.

Overzicht van baten en lasten

3.

Uiteenzetting van de financiële positie

4.

Investeringsplan

5.

Incidentele baten en lasten

6.

Structurele reservemutaties

7.

Raming algemene uitkering

8.

Geprognosticeerde balans

9.

Emu saldo

80

1. Uitgangspunten voor de begrotingsramingen Bij de samenstelling van de Programmabegroting 2022-2025 houden wij rekening met gevolgen van besluiten die tot stand zijn gekomen na het vaststellen van de programmabegroting 2021. Ook zijn de financiële consequenties van het coalitieakkoord 20182022 en van overige ontwikkelingen in de begroting verwerkt. Verder houden wij rekening met autonome uitgaven- en inkomstentoenames. Bij de ramingen voor de Programmabegroting 2022-2025 wordt verder uitgegaan van de volgende algemene richtlijnen, gegevens en veronderstellingen: Tabel 1 Uitgangspunten ramingen begroting 2022-2025 Uitgangspunten begroting 2022-2025

2022

2023

2024

2025

Aantal inwoners

5.643

5.643

5.643

5.643

Aantal woningen

2.145

2.145

2.145

2.145

Rente grondexploitatie

0,3%

0,3%

0,3%

0,3%

Rente investeringen gemeente

0,4%

0,4%

0,4%

0,4%

Rente kapitaalverstrekking woningbedrijf

0,8%

0,8%

0,8%

0,8%

Autonome loonontwikkeling

1,7%

1,7%

1,7%

1,7%

Autonome verhoging OZB

1,4%

Voor de autonome loonontwikkeling is aansluiting gezocht bij de kadernota van 2022. Daarbij wordt de laatst beschikbare publicatie van het CPB gehanteerd. Rente over reserves en voorzieningen Over de reserves en voorzieningen wordt geen rente berekend. Bijdrage Verbonden Partijen Deze dienen jaarlijks ter goedkeuring de begroting in bij de gemeente. De door het college c.q. de raad goedgekeurde begroting wordt vervolgens verwerkt in de gemeentelijke programmabegroting. Inkomsten Bij de berekening van de inkomsten voor 2022 en volgende jaren worden de inkomsten geraamd op basis van de werkelijke inkomsten in 2020 en de ontwikkelingen tot en met juni 2021.

Algemene uitkering De algemene uitkering wordt geraamd op basis van de gegevens van het Ministerie van Binnenlandse Zaken. Doorgaans zijn voluminamutaties van jaar tot jaar gebaseerd op de groei van aantallen inwoners en woonruimten. Deze mutaties gaan uit van de landelijke groei. Voor de berekening van de algemene uitkering is uitgegaan van deze landelijke groei omdat het indexeren van de maatstaven voor het meerjarenperspectief (2023-2025) voor de gemeente Renswoude slecht toepasbaar is. Voor 2022 is er slechts een geringe afwijking met de rekenen analyse tool (Lias Pauw) van het gemeentefonds.

81

2. Overzicht van baten en lasten Bedragen x € 1.000 Programma

Realisatie 2020

Raming 2021

Raming 2022

Raming 2023

Raming 2024

Raming 2025

Lasten 1 Dienstverlenend domein

1.599

1.780

1.818

1.759

1.751

1.751

2 Sociaal domein

4.386

4.138

4.445

4.426

4.429

4.434

3 Fysiek domein

10.482

6.405

6.491

5.648

5.722

6.118

4 Algemene dekkingsmiddelen

-78

172

193

297

284

283

2.130

1.662

1.888

1.845

1.812

1.812

18.520

14.157

14.835

13.975

13.998

14.398

1 Dienstverlenend domein

161

188

153

151

151

151

2 Sociaal domein

953

528

823

797

782

763

3 Fysiek domein

10.307

4.971

4.732

5.062

5.371

5.497

4 Algemene dekkingsmiddelen

7.841

7.767

7.944

8.000

8.125

8.306

5 Overhead Totaal Lasten Baten

5 Overhead

272

398

370

405

418

418

Totaal Baten

19.534

13.852

14.022

14.415

14.847

15.135

Saldo van baten en lasten

1.014

-305

-813

440

849

737

Toevoegingen aan reserves

1.017

436

92

747

972

704

Onttrekkingen aan reserves

70

567

910

369

330

330

Saldo mutaties reserves

-947

131

818

-378

-642

-374

67

-174

5

62

207

363

Mutaties reserves

Resultaat

82

3. Uiteenzetting van de financiële positie In de bestuurlijke samenvatting is ingegaan op de financiële ontwikkelingen en de financiële positie. De meicirculaire 2021, waarvan de uitkomst in deze begroting is verwerkt, laat een toename van de algemene uitkering zien onder meer door voorgenomen hogere bestedingen door het Rijk. Door de “trap op- trap af” methodiek daalt de algemene uitkering voor de gemeente in geval het Rijk minder uitgeeft dan geraamd en stijgt de algemene uitkering als het Rijk meer uitgeeft dan geraamd. Omdat de gemeente voor een groot deel van de inkomsten is aangewezen op rijksbijdragen (vooral de algemene uitkering) kan een wijziging in de algemene uitkering van (positieve of negatieve) invloed zijn op de financiële mogelijkheden van de gemeente. De ontwikkeling van de lasten voor Jeugdzorg in relatie tot de te geringe middelen die het Rijk voor het uitvoeren van deze taak aan de gemeenten beschikbaar heeft gesteld, trekt een zware wissel op de financiële positie van de gemeente. De door het Rijk extra toegekende middelen voor de Jeugdzorg zijn voor 75% (landelijk afgesproken) toegevoegd aan de begroting 2022 en ook in het meerjarenperspectief opgenomen. De focus richt zich op een structureel sluitende begroting. In het meerjarenperspectief 20232025 is het saldo van lasten en baten positief voor mutaties in de reserves.

We hebben de afgelopen jaren regelmatig een beroep moeten doen op de reservepositie. Deze is niet slecht maar de tekorten maken de reservepositie wel minder stevig. De weerstandscapaciteit is ruim voldoende voor het opvangen van de geïnventariseerde en gekwantificeerde risico’s. We kunnen de reserves, indien nodig en gewenst, daardoor ook (deels) inzetten voor het bereiken van onze beleidsdoelen, maar wel in mindere mate dan in het verleden mogelijk was. De gemeenteschuld is snel toegenomen en stijgt de komende jaren verder als gevolg van de ambities (brandweerkazerne, gemeentehuis, gemeentewerf), maar vooral door de financieringsbehoefte van het woningbedrijf. De rente over de schulden daarentegen is laag. Tegenover de toename van de schuld staat ook een toename van het bezit: het woningbedrijf gebruikt de gelden voor het bouwen van huurwoningen.

83

4. Investeringsplan 2021-2025 De in onderstaand schema opgenomen investeringsbedragen geraamd op basis van de thans bekende informatie en kunnen in positieve of negatieve zin afwijken van de definitief door de raad beschikbaar te stellen kredieten. Voor de rente is rekening gehouden met 0,4%. Kapitaallasten Program- Aard van de ma investering

Afschrijvingstermijn

Omschrijving

jaar

Begraafplaats ontwikkeling

2020

3

Uitbreiding

€

100.000

20 jaar

€

Reconstructie Oude Holleweg

2020

3

Reconstructie €

535.000

20 jaar

€ 28.890

Secundaire bluswatervoorzieningen

2020

1

Reconstructie €

60.000

30 jaar

€ 2.240 €

Vervangen salarispakket

2020

1

Vervanging

€

15.000

5 jaar

€ 3.060 €

Mobiel Tenzij

2020

1

Nieuw

€

30.000

3 jaar

€ 10.120

Beeldschermen en workstations

2020

1

Vervanging

€

50.000

5 jaar

€ 10.200

Afsprakenmodule

2020

1

Nieuw

€

12.000

5 jaar

€ 2.520 €

Telefooncentrale

2021

1

Vervanging

€

25.000

10 jaar

Vervangen ipads raad

2021

1

Vervanging

€

17.000

4 jaar

Nieuwbouw gemeentewerf

2022

3

Vervanging

€

1.100.000

40/15 jaar

€ 42.400

€ 42.248

€ 42.096

Reconstructie Kooiweg

2022

3

Reconstructie €

390.000

20 jaar

€ 21.060

€ 20.982

€ 20.904

Vervangen Djuma

2022

1

Vervanging

€

100.000

5 jaar

€ 20.400

€ 20.320

€ 20.240

Meubilair en balies

2022

1

Vervanging

€

225.000

15 jaar

€ 15.900

€ 15.840

€ 15.780

Geluidsinstallatie raadszaal

2022

1

Vervanging

€

75.000

15 jaar

€

5.300

€

5.280

€

5.260

Lockers

2022

1

Nieuw

€

10.000

15 jaar

€

707

€

704

€

702

Mobiel Tenzij

2023

1

Vervanging

€

30.000

3 jaar

Totaal

krediet

€ 2.774.000

2021 5.400

2022 €

5.380

€ 28.783

2023 €

5.360

2025

5.340

€

5.320

€ 28.676

€ 28.569

€ 28.462

2.232

€

2.224

€

2.216

€

2.208

3.048

€

3.036

€

3.024

€

3.012

€ 10.080

€ 10.040

€

-

€

-

€ 10.160

€ 10.120

€ 10.080

€ 10.040

2.496

€

2.472

€

2.448

€

2.424

€

2.600

€

2.590

€

2.580

€

2.560

€

4.318

€

4.301

€

4.284

€

4.267

€ 10.120

€ 10.080

€ 62.430 € 69.097 € 174.586 € 174.035 € 173.355

Toelichting: In het investeringsplan wordt een overzicht gegeven van de beoogde investeringen die in de komende jaren in uitvoering worden genomen. De daaruit voortvloeiende kapitaallasten zijn opgenomen in de begroting 2022-2025 (door middel van het ramen van een stelpost investeringsplan op programma 4). Begraafplaatsontwikkeling De beschikbare ruimte op de begraafplaats voor de uitgifte van graven neemt af. Daarom vindt uitbreiding plaats.

Reconstructie Oude Holleweg en Kooiweg. Een uitgebreid wegenbouwkundig onderzoek heeft uitgewezen dat de asfaltwegen in het buitengebied, die allen ongeveer dezelfde ouderdom hebben, inmiddels hun technische levensduur hebben overschreden. Dit betekent dat er in de komende jaren met grootonderhoud en reconstructiewerkzaamheden rekening moet worden gehouden. Aan de hand van het nog door de raad vast te stellen IBOR 2020 zullen daarin definitieve keuzes worden gemaakt.

Secundaire bluswatervoorziening De secundaire bluswatervoorzieningen (geboorde putten en brandkranen) voldoen niet aan de gestelde eisen. Omwille van de veiligheid dienen zij te worden onderhouden/hersteld. 84

2024 €

Vervangen salarispakket Het huidige salarispakket is in 2020 afgeschreven en zal daarom moeten worden vervangen. De geraamde kapitaallasten vallen vanaf 2021 vrij. Daarvoor in de plaats komen de nieuwe kapitaallasten. Per saldo is er dus geen sprake van lastenstijging in de begroting. Vervangen iPads raad De aan de raadsleden beschikbaar gestelde iPads worden in 4 jaar (raadsperiode) afgeschreven. Bij het aantreden van de nieuwe raad in 2022 worden er nieuwe aangeschaft. Per saldo is er geen sprake van lastenstijging in de begroting. Nieuw/verbouw gemeentehuis en nieuwbouw gemeentewerf De raad heeft een principebesluit tot nieuw-/verbouw genomen. In de begroting wordt rekening gehouden met deze investeringen en de daaruit voortvloeiende lasten. Vervangen Djuma Het huidige zaaksysteem is in 2022 afgeschreven en zal daarom in dat jaar moeten worden vervangen. De geraamde kapitaallasten vallen vanaf 2023 vrij. Daarvoor in de plaats komen de nieuwe kapitaallasten. Per saldo is er dus geen sprake van lastenstijging in de begroting.

Mobiel Tenzij Als onderdeel van het hoge niveau van dienstverlening dat wij als gemeente nastreven is de bereikbaarheid van het gemeentehuis en de medewerkers belangrijk. Ook met het oog op de periode dat we gebruik maken van de tijdelijke huisvesting is voortzetting van goede bereikbaarheid van belang. Renswoude besteedt samen met Veenendaal de vaste- en mobiele telefonie aan. In vervolg hierop ligt aanschaf van mobiele telefoons in plaats van vaste telefoons voor de hand. Ook hiervoor wordt aangesloten bij het project dat Veenendaal opstart te weten: mobiel, tenzij.

Vervangingsinvesteringen bedrijfsvoering De inrichting van het huidige gemeentehuis is al jaren afgeschreven. Met het vervangen daarvan zal worden gewacht tot het moment dat het nieuwe gemeentehuis in gebruik wordt genomen. De investeringen betreffen: -

Meubilair en balies Geluidsinstallatie raad Lockers

Met de investeringen voor: -

Beeldschermen en workstations Telefooncentrale 85

Afsprakenmodule zal er niet gewacht worden totdat het nieuwe gemeentehuis in gebruik is genomen. Deze investeringen worden al eerder gedaan zodat zij ook gebruikt kunnen worden in de tijdelijke huisvesting in het voormalige schoolgebouw de Borgwal.

5. Incidentele baten en lasten Bedragen x € 1.000 Incidentele lasten (x € 1.000)

Programma

Regio Deal FoodValley

2022

1

Totaal incidentele lasten Incidentele baten (x € 1.000)

Programma

Ontrekking uit de algemene reserve niet geblokkeerd

div.

2023

2024

2025

9

6

0

0

9

6

0

0

2020

2021

2022

2023

9

6

0

0

Totaal incidentele baten

9

6

0

0

Saldo incidentele baten en lasten

0

0

0

0

Regiodeal Foodvalley (taakveld 0.1) In de raadsvergadering van 9 juli 2019 heeft de raad besloten om in 2020 € 50.000 beschikbaar te stellen in het kader van de Regiodeal Foodvalley. Dekking van deze lasten is nog 3 jaar ten laste van de algemene reserve.

86

6. Structurele reservemutaties

Begroting Begroting Begroting Begroting 2022

bedragen x € 1.000

2023

2024

2025

Structurele toevoegingen Toevoegingen aan reserves Waarvan Incidenteel

92

747

972

704

0

0

0

0

Waarvan Incidenteel Woningbedrijf

0

655

880

612

Totaal structurele toevoegingen aan reserves

92

92

92

92

Structurele onttrekkingen Onttrekkingen aan reserves Waarvan Incidenteel Waarvan Incidenteel Woningbedrijf

800 16 510

274 0 0

274 0 0

274 0 0

Totaal structurele onttrekkingen aan reserves

274

274

274

274

De mutaties in de bedrijfsreserve van het woningbedrijf worden als incidenteel gezien. Dit betreft feitelijk het toevoegen of onttrekken van de jaarlijkse saldi van de exploitatiebegroting van het woningbedrijf. Deze wijzigen jaarlijks. In het begrotingsjaar 2022 is er een negatief resultaat dat onttrokken wordt aan de reserve. In de begrotingsjaren 2023 t/m 2025 zijn er positieve saldi die worden toegevoegd aan de reserve. De overige toevoegingen zijn structureel. Dit zijn toevoegingen aan de onderhoudsreserves van in totaal € 92.000. Het zijn toevoegingen aan de reserve onderhoud openbaren gebouwen, vervoermiddelen omgevingsbeheer en speeltoestellen van respectievelijk € 40.000, € 37.000 en € 15.000. Bij de onttrekkingen zijn de structurele onttrekkingen de jaarlijkse bijdrage in de kapitaallasten van herinrichting sportpark en gemeentehuis van respectievelijk € 70.000 en € 147.000. De overige structurele onttrekkingen zijn de onttrekkingen uit onderhoudsreserves. Het zijn toevoegingen aan de reserve onderhoud openbaren gebouwen, wegmeubilair, vervoermiddelen omgevingsbeheer en speeltoestellen van respectievelijk € 25.000, € 10.000, € 5.000 en € 17.000. De incidentele onttrekking is € 16.000 is ten laste van de monumentenreserve.

87

7. Geprognosticeerde balans De BBV-voorschriften schrijven een weergave van de balans voor. Wij hebben de cijfers uit de begroting 2022-2024=5 als basis gebruikt. Voor zover de cijfers niet aan de begroting kunnen worden ontleend zijn deze gebaseerd op de jaarrekening 2020. Voor de vlottende activa en de korte passiva kent het BBV ten tijde van de begroting geen regelgeving. Op advies van het Ministerie van BZK is voor deze geprognosticeerde cijfers het gemiddelde van de laatste drie jaarrekeningen aangehouden. Aan de hand daarvan is de balans voor de begrotingen 2022-2025 geprognosticeerd.

9. EMU-saldo Het EMU-saldo voor 2022-2025 is weergegeven in deze tabel. Deze saldi worden aangeleverd bij het Centraal Bureau voor Statistiek (CBS) en tellen mee voor het EMU-saldo voor Nederland. Het EMUsaldo is weergegeven voor de algemene dienst (exclusief woningbedrijf).

88

Omschrijving

2021 x € 1000,-

2022 x € 1000,-

2023 x € 1000,-

Volgens realisatie tot en met sept. 2021, aangevuld met raming resterende periode

Volgens begroting 2022

Volgens meerjarenraming in begroting 2023

1.

Exploitatiesaldo vóór toevoeging aan c.q. onttrekking uit reserves (zie BBV, artikel 17c)

-355

-813

-440

2.

Mutatie (im)materiële vaste activa

4.546

7.461

1.264

3.

Mutatie voorzieningen

158

168

168

4.

Mutatie voorraden (incl. bouwgronden in exploitatie)

-171

5.

Verwachte boekwinst/verlies bij de verkoop van financiële vaste activa en (im)materiële vaste activa, alsmede de afwaardering van financiële vaste activa -8.106

-1.536

Berekend EMU-saldo

-4.572

89

Meerjarenbegroting 2022-2025

Renswoude, 30 september 2021 90

De gemeente Renswoude is als een van de weinige gemeenten in Nederland eigenaar van een woningbedrijf. Dit biedt voor de gemeente unieke mogelijkheden waar op een actieve manier mee wordt omgaan. Hierin zijn de volgende, aan het woningbedrijf gelieerde, volkshuisvestelijke doelstellingen geformuleerd: Doelstelling Streven naar 20% sociale huurwoningen

Energie besparende maatregelen hebben neutraal effect op woonlasten Onderzoeken of woningbedrijf rol kan spelen bij realisatie vrije sector huurwoningen

In 2035 is 50% van de woningen nul-op-demeter (NOM) en bij nieuwbouw hanteren we ‘nul-op-de-meter’ als randvoorwaarde

Realisatie Per 1-1-19 was het aandeel sociale huurwoningen 18,1%. Met inachtneming van de huidige plannen is dat in 2035 18,3%. Eventuele huurverhoging nooit hoger dan de berekende besparing In het 4e kwartaal wordt het woningmarktonderzoek 2021 vastgesteld. De eerste indicatie is dat er behoefte is aan nog 20 vrije sector huurwoningen. Onderzocht wordt op welke wijze deze woningen in de toekomstige (eigen) ontwikkelingen kunnen worden meegenomen. Op basis van de huidige gerealiseerde en te realiseren projecten is in 2035 30,75% van de huurwoningen nul-op-de-meter. Het overige deel dient gerealiseerd te worden door het naar NOM renoveren van woningen uit de bestaande voorraad. Recente berichtgeving vanuit TenneT omtrent het niet tijdig kunnen aanpassen van de infrastructuur t.b.v. de terug levering van energie op het net zet het behalen van deze ambitie onder druk.

Verduurzaming woningbezit Eind 2019 is de routekaart voor de verduurzaming, welke onderdeel is van de portefeuillestrategie, door de gemeenteraad vastgesteld. De eerste projecten staan voor 2021 gepland en vallen vooralsnog binnen de hiervoor gereserveerde bedragen in de begroting. In verband met Corona zijn de werkzaamheden doorgeschoven naar 2022. Gelijktijdig met het te plegen groot onderhoud aan de 38 huurwoningen aan de Van Reedeweg/Van Deijlweg wordt de verduurzaming meegenomen. Eerder is het Actieplan Duurzaamheid 2019-2020 vastgesteld. Eén van de pijlers betreft de verduurzaming van de bestaande woningvoorraad. Het woningbedrijf faciliteert dit voor haar eigen woningbezit maar het college ziet potentie in het “vliegwieleffect” dat het woningbedrijf kan realiseren om ook de particuliere woningvoorraad gelijktijdig mee te nemen. Deze “meekoppelkans” vraagt een nieuwe rol voor het woningbedrijf om niet alleen de eigen woningportefeuille te verduurzamen maar ook het particuliere woningbezit, door hen te ontzorgen bij het realiseren van de verduurzaming van hun woningen.

91

Gelijktijdig met het uitvoeren van grootonderhoud en verduurzaming van de 38 huurwoningen aan de Van Reedeweg/Van Deijlweg krijgen de 13 eigenaren van de eerder in dit complex verkochte woningen een aanbieding voor het laten uitvoeren van groot onderhoud en de verduurzaming. Daarnaast wordt onderzocht of de overige woningeigenaren (±40) van hetzelfde woningtype ook interesse hebben om hiervoor een aanbod te krijgen. Ook hiervoor is mogelijk de problematiek van de infrastructuur aan de orde voor wat betreft de teruglevering van energie aan het net. Belangrijkste taak van het woningbedrijf is om die mensen te huisvesten die op grond van hun inkomen zelf niet in staat zijn in hun eigen betaalbare huisvesting te voorzien. Basis hiervoor is enerzijds voldoende woningen voor deze doelgroep en anderzijds voldoende middelen voor het woningbedrijf om dit ook te kunnen realiseren. Hiervoor moeten de bestaande woningen goed worden onderhouden en moeten er nieuwe woningen worden gebouwd om aan de vraag te kunnen voldoen. In verband met een snel veranderende woningmarkt wordt periodiek, om de 2 jaar, woningmarktonderzoek gedaan ten behoeve van een actueel inzicht in de woningbehoefte. De uitkomsten van dit onderzoek voor 2021 worden medio/eind 4e kwartaal gepresenteerd.

De eerste indicatie van de vraag naar sociale huurwoningen kom min of meer overeen met de cijfers uit het onderzoek van 2019. Deze woningmarktverkenning vormt ook de basis voor het opstellen van een nieuwe Woonvisie. De gemeenteraad heeft de ambitie vastgelegd dat zij wil sturen op woonlasten in plaats van op huurlasten. Om die reden wordt de lijn voortgezet richting verdere verduurzaming van de bestaande woningvoorraad. Hierdoor dalen, op termijn, per saldo de woonlasten van de huidige en toekomstige bewoners. Het bouwen, verhuren, beheren en verduurzamen van de benodigde betaalbare huurwoningen voor de doelgroepen is in financieel opzicht vertaald in de voorliggende meerjarenbegroting voor de jaren 2022 tot en met 2025. Hieruit blijkt dat, voor de korte en middellange termijn, de geplande ambities kunnen worden gerealiseerd. Ontwikkeling woningvoorraad In 2019 is de nieuwe quickscan woningmarktonderzoek uitgevoerd. Hierin is uitgegaan van een minimale (kern)voorraad sociale huurwoningen van: 2018: 390 tot 430 2035: 430 tot 470 De eerste indicatie van het woningmarktonderzoek 2021 geeft aan dat er nog 50 sociale huurwoningen nodig zijn om aan de vraag te voldoen. Dit getal valt binnen de bandbreedte van 430 tot 470 woningen. In onderstaande grafieken is te zien hoe de werkelijke berekende aantallen uit de begroting zich verhouden tot de berekende kernvoorraad (bandbreedte). 92

Kernvoorraad

2035

2030

2025

2024

2023

2022

2021

2020

2019

500 480 460 440 420 400 380 360 340 320 300

Uit bovenstaande grafieken blijkt dat op basis van de in 2019 berekende kernvoorraad het aantal woningen rond de lijn beweegt van hetgeen minimaal benodigd is. Dat kan worden verklaard doordat het percentage sociale huurwoningen net boven de 18% is. De ambitie van het college van 20% zorgt er voor dat het benodigde aantal woningen binnen de bandbreedte komt. Bij toekomstige (her)ontwikkelingen dienen nog extra sociale huurwoningen worden opgenomen in het woonprogramma. In onderstaande tabel is aangegeven hoe de werkelijke aantallen in de tabellen van voorgaande jaren zijn opgebouwd. Tabel kernvoorraad Nieuwbouw Nieuwbouw 2022 – 37 Taets van Amerongenweg fase 2 2023 – 15 Beekweide 2 2025 – 15 Beekweide 2 2035 – 15 Beekweide 2 Sloop Sloop 2022 – 26 Taets van Amerongenweg fase 2 Verkoop Verkoop 2022-2035 4 woningen

Ontwikkeling resultaten en algemene bedrijfsreserve Resultaten In de hierna volgende grafiek is de ontwikkeling van de jaarresultaten grafisch weergegeven. Het resultaat in 2021 is € 22.100,- lager dan begroot. De voornaamste oorzaken hiervoor: • •

Lagere verkoopopbrengsten Lagere afschrijvingskosten, personeelslasten, onderhoudslasten en overige bedrijfslasten

93

800 600

Het resultaat voor 2022 is € 509.600,negatief. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt door de hoge onderhoudslasten voor het uitvoeren van het groot onderhoud aan de woningen aan de Van Reedeweg/Van Deijlweg.

880

1.000

612

655 475

400 200 0 2020

-200 -400

2021 -188

-600

2022

2023

2024

2025

-510

Vanaf 2023 zijn de exploitatieresultaten structureel positief. Onzekere factoren hierbij zijn nog de prijsontwikkeling van de onderhoudskosten en de ontwikkeling van de rente. Voorts wordt in 2022 een nieuwe systematiek vastgesteld voor de interne doorbelasting van de overhead.

Algemene bedrijfsreserve Om investeringen in nieuwbouw, renovatie en verduurzaming te kunnen doen is het noodzakelijk dat er voldoende reserve is om de rente en afschrijving hiervan te kunnen dekken uit de exploitatie alsmede de onrendabele delen hiervan. De huidige reserve is voldoende om de toekomstige investeringen te kunnen doen.

Reserve per woning 20.000 15.000

12.553

12.935

2020

2021

10.478

11.714

2022

2023

13.889

14.875

2024

2025

10.000 5.000 0

94

De kosten voor renovatie en verduurzaming kunnen niet volledig worden gedekt door huurverhogingen. Het deel dat niet in de huur kan worden doorberekend wordt aangemerkt als onrendabele top en komt via de resultatenrekening ten laste van de reserve. Dit geldt ook voor het bouwen van nieuwe woningen. De reserve per woning ontwikkeld zich positief hetgeen de investeringen in nieuwbouw en verduurzaming ten goede komt. Investeringen Deze positieve exploitatieresultaten maken het mogelijk om investeringen in nieuwbouw, renovatie en verduurzaming van de bestaande woningvoorraad te doen. In deze meerjarenbegroting zijn de investeringen meegenomen zoals hieronder vermeld:

Aantal

2021

2022

2023

2024

2025

Nieuwbouw

Totaal 10.032.200

Taets van Amerongen fase 2

37

Beekweide II

15

7.149.100 2.381.500 501.600

Verduurzaming

1.000.000

v Reedeweg/v Deijlweg

400.000

Diverse complexen

200.000 200.000 200.000 0

7.549.100 2.581.500 701.600 200.000

11.032.200

De hierboven weergegeven investeringen van € 10,0 miljoen voor nieuwbouw over de periode 2022 t/m 2025 hebben betrekking op de vooralsnog ingeschatte rendabele investeringen. Voor de investeringen van € 1.000.000,- voor verduurzaming zal een nader te bepalen deel onrendabel zijn. Nieuwbouw Begin 2022 worden er 26 woningen gesloopt aan de Taets van Amerongenweg (fase 2). In de eerder gepresenteerde plannen komen hiervoor 37 woningen in de plaats (12 beneden- bovenwoningen, 16 seniorenwoningen en 9 eengezinswoningen). Deze woningen worden, voor 34 woningen, gerealiseerd binnen de bouwvlakken van het huidige bestemmingsplan en daar worden nog 3 extra woningen aan toegevoegd. Deze woning worden allemaal uitgevoerd als huurwoningen. Na de afronding van het woningmarktonderzoek wordt definitief bepaald of ze allemaal als sociale huurwoning op de markt komen of dat er nog enkele huurwoningen aan de vrije sector worden toegevoegd.

Verduurzaming Evenals in eerdere begrotingen wordt er van uitgegaan dat er jaarlijks een bedrag van 95

€ 200.000,- wordt geïnvesteerd in het verduurzamen van woningen. Het gereserveerde bedrag voor 2021 wordt doorgeschoven naar 2022. Vanwege corona was het niet verantwoord om groot onderhoud aan de kozijnen, badkamers, keukens en toiletten uit te voeren. Om werkzaamheden te blijven bundelen wordt er nu uitgegaan van het uitvoeren van de werkzaamheden in 2022. Tevens is er dan ook meer duidelijkheid over de vergunning omtrent flora en fauna die nodig is voor het vervangen van de gevel door een zwaarder geïsoleerde gevel.

96

Begroting 2022-2025 Woningbedrijf Renswoude

Werkelijk

Begroting

Verwachting

Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

2020

2021

2021

2022

2023

2024

2025

2.568.804

2.873.500

2.821.000

2.804.600

3.079.200

3.435.700

3.511.700

44.591

38.800

44.800

45.900

47.000

47.300

48.200

1.098.893

439.300

43.800

295.200

344.700

296.900

346.300

3.712.288

3.351.600

2.909.600

3.145.700

3.470.900

3.779.900

3.906.200

611.251

741.200

670.400

667.700

790.600

824.700

843.400

materiële vaste activa

-16.107

0

P.M

P.M

P.M

P.M

Personeel/overhead

190.132 *

253.200 *

229.500

253.200

253.200

253.200

253.200

Lasten onderhoud

1.297.743 *

1.279.600 *

984.600

1.535.900

529.100

519.700

869.300

545.925

703.300

676.200

692.600

649.600

700.500

733.200

2.628.945

2.977.300

2.560.700

3.149.400

2.222.500

2.298.100

2.699.100

1.083.343

374.300

348.900

-3.700

1.248.400

1.481.800

1.207.100

Rentebaten

0

0

0

0

0

0

0

Rentelasten

302.118

218.800

216.500

211.100

262.900

257.000

250.900

-302.118

-218.800

-216.500

-211.100

-262.900

-257.000

-250.900

781.225

155.500

132.400

-214.800

985.500

1.224.800

956.200

Bedrijfsopbrengsten Huur Vergoedingen Verkoop huurwoningen

Bedrijfslasten Afschrijvingen op materiële vaste activa Overige waardeveranderingen

Overige bedrijfslasten

Bedrijfsresultaat

P.M.

Financiële baten en lasten

Resultaat uit gewone bedrijfsuitoefening Resultaatbestemming:

97

- Overhead

-305.800

-321.800

-320.800

-294.800

-330.800

-344.800

-343.800

Resultaat

475.425

-166.300

-188.400

-509.600

654.700

880.000

612.400

4.382.504

4.857.929

4.857.900

4.669.500

4.159.900

4.814.600

5.694.600

475.425

-166.300

-188.400

-509.600

654.700

880.000

612.400

0

0

0

0

0

0

0

4.857.929

4.691.629

4.669.500

4.159.900

4.814.600

5.694.600

6.307.000

Algemene bedrijfsreserve per 1-1 Resultaat boekjaar Incidentele mutatie vanuit A.D. Algemene bedrijfsreserve per 31-12

98

Toelichting parameters Deze meerjarenbegroting is gebaseerd op de werkelijke cijfers van 2020 en de bekende ontwikkelingen voor de jaren 2021 tot en met 2025. Deze hebben betrekking op: • • •

Portefeuillestrategie voor wat betreft de opgave voor nieuwbouw, renovatie en de verduurzaming van het woningbezit. Meerjaren onderhoudsbegroting voor wat betreft het planmatig onderhoud. Inschatting parameters.

Jaarlijkse huurverhoging Jaarlijkse huurderving Inflatie algemene kosten Inflatie onderhoud Verhuurdersheffing Rente financieringsbehoefte

2021 0,00% 1,00% 1,50% 2,50% 0,526% 1,25%

2022 1,50% 1,00% 1,50% 2,50% 0,526% 0,80%

2023 1,50% 0,50% 1,50% 2,50% 0,526% 0,80%

2024 1,50% 0,50% 1,50% 2,50% 0,526% 0,80%

2025 1,50% 0,50% 1,50% 2,50% 0,526% 0,80%

Toelichting opbrengsten

HUUR

Huur

Huurderving

Totaal

Werkelijk 2020

2.672.496

103.693

2.568.804

Begroting 2021

2.902.500

29.000

2.873.500

Verwachting 2021

2.849.500

28.500

2.821.000

Begroting 2022

2.832.900

28.300

2.804.600

Begroting 2023

3.094.700

15.500

3.079.200

Begroting 2024

3.453.000

17.300

3.435.700

Begroting 2025

3.529.300

17.600

3.511.700

Bij de berekening van de huuropbrengsten is rekening gehouden met de door de gemeenteraad vastgestelde kaders voor de laagste inkomensgroep en de hogere inkomensgroep (inkomensafhankelijke). Deze is structureel wettelijk verankerd. Voor 2021 is de huurverhoging uiteindelijk bepaald op 0%. Dat is dan ook de reden dat de verwachte inkomsten lager zijn dan begroot. Voor wat betreft de toegepaste huurverhoging is voor 2022 een inschatting gemaakt van de inflatie over 2021. Dit percentage is doorgetrokken voor de jaren 2023 t/m 2025.

99

Voorst stijgt de huuropbrengst in de jaren 2022 en is rekening gehouden met de woningen van de 2e fase Taets van Amerongenweg en de 1e fase van Beekweide 2. Daarnaast is de huurderving aangepast aan het (des)investeringsprogramma.

Vergoedingen

Glasverzekering Servicekosten

Totaal

Werkelijk 2020

5.298

39.293

44.591

Begroting 2021

5.300

33.500

38.800

Verwachting 2021

5.300

39.500

44.800

Begroting 2022

5.800

40.100

45.900

Begroting 2023

6.300

40.700

47.000

Begroting 2024

6.400

40.900

47.300

Begroting 2025

6.700

41.500

48.200

Bij de berekening van de vergoedingen is rekening gehouden met het (des)investeringsprogramma alsmede de jaarlijkse inflatie.

100

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10678302/2