CConstaterende datRenswoude
Koppel je AI →
Document · PDF

Begroting 2022-2025

Gemeenteraad 2 november 2021, gemeente RenswoudeBij agendapunt: Raadsvoorstel tot vaststelling van de begroting 2022, de begroting 2022 Woningbedrijf en de meerjarenramingen 2023 t/m 202532.713 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Rolverdeling Onderdeel van spoor 1 – Programmering – is het opstellen van een integraal beleidsplan, een beheerplan (periode 2021 – 2030) en een meerjarenonderhouds- en vervangingsplan voor de periode 2021 t/m 2025. Het college heeft dit plan ter vaststelling aan uw Raad aangeboden. De eikenprocessierups vormt ook in gemeente Renswoude een probleem. Door de maatregelen ter bestrijding van de problemen was er in 2020 en 2021 duidelijk minder overlast van de eikenprocessierups. Gestreefd wordt naar een heterogener groenbestand. Het eikenbestand wordt verminderd en hiervoor in de plaats worden andere boomsoorten aangeplant. We stimuleren hiermee de biodiversiteit. We creëren daarmee een gunstig leefklimaat voor natuurlijke vijanden van de eikenprocessierups.

22

Afval De ambitie van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, de VNG, de Koninklijke vereniging voor afval- en reinigingsmanagement (NVRD) en Rijkswaterstaat is om in 2020 nog maar maximaal 100 kilo restafval per inwoner per jaar te produceren en 75% scheiding van het huishoudelijke afval te realiseren. Eind 2019 heeft de gemeenteraad besloten om de structuur van afvalinzameling te wijzigen. Vanaf 2020 is de gemeente Renswoude toegetreden tot de Afvalcombinatie De Vallei en is het principe ‘betaling per aanbieding restafval’ toegepast. In 2020 is het resultaat spectaculair met een gemiddelde van 74 kilo fijn huishoudelijk restafval per inwoner per jaar. We promoten ook het hergebruik van materialen en werken aan het verminderen van het zwerfafval. Riolering In 2020 heeft de Raad een nieuw Gemeentelijk rioleringsplan vastgesteld voor de periode 20212028. De gevolgen van klimaatveranderingen, hittestress, enz. is opgenomen in dit brede plan. In 2022 gaan we de uitvoering hiervan ter hand nemen. Milieubeheer Alle Wabo (wet algemene bepalingen omgevingsrecht) basismilieutaken worden sinds 2017 uitgevoerd door de Omgevingsdienst Regio Utrecht (ODRU). In 2020 is de samenwerking met de ODRU geëvalueerd en is er vooral ingezet op goede verantwoording van de afgenomen uren door de ODRU.

De ODRU geeft nu gedetailleerde overzichten over haar inzet, waardoor er beter gecontroleerd kan worden of deze inzet conform afspraak is. De evaluatie was met name gericht op twee vragen: wat zijn wettelijke taken en welke taken moeten verplicht door de omgevingsdienst worden uitgevoerd? Tijdens de in januari 2021 gehouden presentatie is een duidelijk beeld geschetst van de wettelijke taken (Toen is ook aangegeven dat het weghalen van taken bij de ODRU (slechts beperkt mogelijk) wellicht aantrekkelijk lijkt, maar op veel problemen zal stuiten voor wat betreft de coördinatie van taken en het houden van de regie daarop. De ODRU voert taken uit ten aanzien van Toezicht en Handhaving, maar ze voeren ook werkzaamheden uit op het terrein van beleid en vergunningverlening. Daarnaast zijn er aanvullende werkzaamheden op projectbasis. Begraafplaats De uitbreiding van de begraafplaats is in 2021 voltooid met de asfaltering van de paden. Voor de komende 8 jaren hebben we nu genoeg ruimte beschikbaar. In 2022 starten we met een locatieonderzoek voor de periode daarna. Ruimtelijke ordening Met het opstellen van de Omgevingsvisie 2018-2030 is de toekomstvisie geactualiseerd en is, in de geest van de Omgevingswet, een meer integrale benadering gekozen. De Omgevingsvisie is erg breed ingestoken door naast fysieke ook sociale aspecten een plek te geven.

De Omgevingsvisie bevat een aantal richtinggevende uitspraken. Het is nu zaak om deze uitspraken concreter te maken door nader onderzoek te (laten) verrichten. De inwerkingtreding van de Omgevingswet is uitgesteld tot in ieder geval 1 juli 2022. We blijven de ontwikkelingen volgen en we hebben contact met onze belangrijkste partners, de Omgevingsdienst regio Utrecht en de provincie Utrecht. De Omgevingswet verplicht ons om binnen 10 jaar onze huidige bestemmingsplannen en verordeningen om te zetten naar een omgevingsplan. De planning is om dit gefaseerd in deze 10 jaar op te pakken, verdeeld over de verschillende gebieden Dorp, Bedrijventerrein en Buitengebied. Grondexploitatie bedrijventerreinen Groot Overeem II In 2020 zijn de voorbereidingen voor het nieuwe bedrijventerrein Groot Overeem II voortvarend opgepakt. De benodigde gronden zijn aangekocht, diverse onderzoeken zijn uitgevoerd en er is gestart met het opstellen van het bestemmingsplan. In 2021 komt het uitgiftebeleid gereed en worden de voorbereidingen getroffen voor de uiteindelijke realisatie van het bedrijventerrein. De verwachting is dat de kavels in 2022 bouwrijp worden opgeleverd. Naar behoefte wordt het bedrijventerrein fasegewijs ontwikkeld. Grondexploitatie woningbouw Toekomstige uitbreidingen woningbouw.

Voor de korte termijn is de uitbreiding van woningbouw voor Renswoude geborgd door de ontwikkeling Beekweide II en enkele kleinere particuliere ontwikkelingen. Om deze uitbreiding ook

23

voor de toekomst te kunnen borgen is het belangrijk dat er in een vroeg stadium wordt nagedacht over deze toekomstige ontwikkelingen. In de toekomstvisie staat aangegeven hoe Renswoude tot 2030 verwacht te ontwikkelen. In 2021 zijn de mogelijkheden verkend voor de toekomstige uitbreidingen. Hierdoor is de verwachting dat er na de afronding van Beekweide II duidelijkheid is over de locatie en invulling van de volgende ontwikkellocatie. Beekweide I De laatste seriematige woningbouw in Beekweide I is in 2020 gerealiseerd en de laatste kavel is in 2021 geleverd. De inrichting van de openbare ruimte is voor het grootste deel gerealiseerd. De Grex Beekweide I wordt daarmee in 2022 afgesloten bij de jaarrekening van 2021. Beekweide II De grondexploitatie is in 2020 vastgesteld. Het stedenbouwkundige plan en beeldkwaliteitsplan van Beekweide II is in 2021 vastgesteld. Het bestemmingsplan is in de loop van 2021 in procedure gebracht. Door de complexe eigendomsverhouding in het plangebied en de Coronacrisis is het proces omtrent het contracteren van de partijen vertraagd. Omdat verwerving niet voor alle percelen mogelijk is, worden er ook gesprekken gevoerd onder welke condities partijen mee kunnen ontwikkelen in het plangebied. De laatste huurcontracten met de gebruikers van de volkstuinen zijn in 2020 beëindigd.

Vanwege de ontstane vertraging is de gebruikers de mogelijkheid geboden de volkstuin in 2021 nog eenmaal te gebruiken. VTH Elk jaar leggen wij verantwoording af aan het Interbestuurlijk toezicht (IBT) van de provincie. Naar aanleiding hiervan wordt jaarlijks een uitvoeringsprogramma opgesteld en dient sprake te zijn van actueel beleid op alle beleidsterreinen (vergunningverlening, toezicht en handhaving). In 2020 is daarom een volledig beleidsplan VTH op- en vastgesteld. Dit plan heeft betrekking op vergunningverlening, toezicht en handhaving in het kader van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV), de Drank- en Horecawet (DHW) en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Hierin hebben we prioriteiten gesteld voor de komende jaren. Woningbouw Woningbedrijf Taets van Amerongen fase 2 De herontwikkeling van de woningen in de Taets van Amerongenweg gaat een nieuwe fase in. De voorbereidingen worden getroffen om begin 2022 de laatste 22 woningen te slopen. Afhankelijk van de wijze van aanbesteding wordt aansluitend, of na een jaar gestart met de bouw van 37 nieuwe woningen. Het betreft hier 16 seniorenwoningen, 9 eengezinswoningen en 12 beneden- en bovenwoningen. Vooralsnog wordt ervan uitgegaan dat de huidige bouwvlakken die in het bestemmingsplan staan weer worden bebouwd.

Doordat deze bouwvlakken een diepte hebben van 10 meter is het mogelijk een gevarieerd woonprogramma, passend binnen het volkshuisvestelijk kader, te realiseren. Doordat de huidige woningen een breedte hebben van 6.60 meter kunnen er meer woningen worden gebouwd, hetgeen ook binnen het bestemmingsplan past. De nieuwe woningen worden evenals in de 1e fase uitgevoerd als nul op de meter (NOM-keur) woningen Groot onderhoud en verduurzaming Eind 4e kwartaal 2021 worden de voorbereidingen afgerond voor het groot onderhoud en de verduurzaming van de 38 huurwoningen aan de van Reedeweg en de van Deylweg. In dit complex zijn in het verleden 13 woningen verkocht aan zittende huurders of nieuwe bewoners. Als onderdeel van het portefeuilleplan krijgen deze woningeigenaren een aanbod om met een of meerdere onderdelen van deze werkzaamheden mee te doen. Uiteraard is dit vrijblijvend en afhankelijk van de financiële mogelijkheden die zij hiervoor hebben. Dakramen complex 21 en 22 De reguliere planmatige onderhoudskosten zijn vanuit de meerjarenonderhoudsbegroting meegenomen in de begroting van 2021-2024. De dakramen van de 21 woningen van complex 21 en 22 (Platanenlaan) blijken in slechte staat en dienen te worden vervangen. De kosten hiervoor zijn aan de begroting van 2022 toegevoegd. Rookmelders

24

Vanaf 1 juli 2022 zijn alle verhuurders van woningen verplicht om hier rookmelders in te hebben aangebracht. In de nieuwe woningen die de laatste jaren zijn gebouwd zijn deze reeds meegenomen bij de bouw. Dit houdt in dat in nog ruim 300 woningen rookmelders moeten worden aangebracht. De kosten hiervoor zijn opgenomen in deze begroting. Woonvisie De gemeente Renswoude werkt op dit moment aan een nieuwe Woonvisie, welke volgens planning in de loop van 2021 wordt vastgesteld. De gemeente wil recht doen aan de gewenste woonbehoefte en tegelijkertijd invulling geven aan de maatschappelijke opgaven van deze tijd: woningtekort, toegang tot de woningmarkt, vergrijzing en duurzaamheid. En de gemeente zoekt naar realisatiekracht: wat kunnen we waarmaken en met wie? Een reden waarom de gemeente de woonvisie ontwikkelt samen met enkele woonpartners en vertegenwoordigers uit het maatschappelijk middenveld. Met deze Woonvisie legt de gemeente haar woonbeleid voor de komende jaren vast. Bovendien staat beschreven welk instrumentarium de gemeente inzet om van beleid tot uitvoering te komen. De Woonvisie zelf is kortom een belangrijk sturingsinstrument. Enerzijds voor het overleg met de provincie Utrecht omtrent de benodigde woningbehoefte en anderzijds voor het opstellen van het uitwerkingsplan voor de komende jaren.

In de loop van 2022 wordt dit uitwerkingsplan ter vaststelling aan de gemeenteraad voorgelegd. Duurzaamheid Eind 2019 is het Actieplan Duurzaamheid door het college vastgesteld. Hierin staan een aantal acties om invulling te geven aan het verduurzamen van de gemeente en het uitvoeren van de global goals. Drie global goals vormen de kapstok voor het actieplan: 1. Energie, Global Goal 7: betaalbare en duurzame energie a. Bestaande woningen Energiebesparing heeft hier grote prioriteit. Dit doen we door bewustwording bij inwoners te creëren, met informatiepakketten en -avonden, een wijkaanpak en bewustwordingscampagne. Voor de huurwoningen is er de Routekaart Verduurzaming van het Woningbedrijf, waar mogelijk werken we samen. Voor de bestaande woningen moet er voor 2022 een warmtetransitievisie zijn. De transitievisie maakt het tijdspad inzichtelijk: wanneer kunnen welke wijken en/of buurten van het aardgas af. Om deze visie tot stand te laten komen wordt er voor 1,5 jaar een medewerker in dienst genomen, welke betaald wordt uit de van het Rijk ontvangen klimaatmiddelen transitievisie warmte. Voor de kern werken we ook voor de transitievisie samen met het woningbedrijf. b. Verduurzaming bedrijven en utiliteitsbouw Stimuleren en faciliteren van gebouweigenaren in het nemen van duurzame maatregelen. c.

Duurzame opwekking In het voorjaar van 2021 is de Regionale Energie Strategie (RES) vastgesteld. Renswoude heeft er voor gekozen te focussen op zonne-energie en andere alternatieven voor energie opwek dan grote windmolens. De plannen hiervoor worden in 2022 uitgewerkt. d. Gemeentelijke organisatie Inbrengen van wensen bij het verduurzamen van de gemeentelijke locaties. e. Mobiliteit Faciliteren van elektrisch vervoer. 2. Klimaatadaptatie, Global Goal 12: klimaatactie a. Beleidsontwikkeling Begin 2020 is er een intern klimaatatelier georganiseerd. Hieruit bleek dat we de kwetsbaarheden en uitdagingen in Renswoude al goed in beeld hebben. Deze worden meegenomen bij de inrichting van nieuwbouwlocaties en het vGRP. De effecten van klimaatverandering zijn ook merkbaar bij de inwoners, vooral in de agrarische sector heeft droogte grote gevolgen. Een klimaatatelier voor inwoners is een eerste stap om het gesprek hierover te starten. b. Uitvoering Voor het betrekken van de inwoners bij klimaatadaptatie, organiseren wij onze eigen duurzaamheidsmarkten en informatieavonden waarbij we klimaatadaptatie meenemen. 3. Circulair, Global Goal 12: verantwoorde consumptie en productie

25

a.

Huishoudens Om de hoeveelheid restafval te verminderen, streven we naar een betere scheiding van het huishoudelijk afval. Daarom zijn we in 2020 overgestapt op een andere manier van afvalinzameling: diftar.

Voor alle bovengenoemde punten geldt dat communicatie belangrijk is.

Wat willen we bereiken en wat gaan we doen om dat te bereiken? Wat willen we bereiken Verkeer en vervoer/ parkeren Verbeteren verkeersveiligheid, waarbij de onveiligheid die op de Dorpsstraat wordt ervaren prioriteit heeft.

Behoud van de intercitystatus van station Veenendaal-De Klomp. Behoud van de busverbinding (vooral de aansluiting op het treinverkeer bij station Veenendaal-De Klomp) en verbetering van de bereikbaarheid van Renswoude. Verbeteren verkeersveiligheid buitengebied Zorgen voor een toereikend aantal parkeerplaatsen.

Beheer openbare ruimte De onderhoudstoestand van onze wegen en kunstwerken blijven op een acceptabel niveau.

De afvoer van water in het buitengebied blijft gewaarborgd. Een goed functionerend rioolstelsel waarbij wateroverlast zoveel mogelijk beperkt blijft. Afval: Blijven voldoen aan de ambitie van het Ministerie van Infrastructuur & Waterstaat, namelijk het behalen van de doelstelling: maximaal 100 kilo restafval per inwoner per jaar inzamelen.

Wat gaan we daarvoor doen

- Uitvoeren onderzoek om wensen en mogelijkheden te verkennen zodat deze tijdig als input bij de provincie kunnen worden meegegeven -In dit onderzoek ook de nodige aandacht voor de eventuele rondweg -Monitoren of de gerealiseerde aanpassingen het gewenste/ verwachte effect hebben op de verkeersveiligheid -Aandacht blijven vragen voor de handhaving (snelheid) op dit traject Blijvend aandacht vragen voor de bereikbaarheid van de gemeente met openbaar vervoer. Blijvend aandacht vragen voor de bereikbaarheid van de gemeente met openbaar vervoer. Bij groot onderhoud/ reconstructie van wegen in het buitengebied de overige maatregelen t.b.v. de 60 km-weg inrichting realiseren. - Mocht uit onderzoek blijken dat op sommige locaties het aantal parkeerplaatsen ontoereikend is, dan zoeken we in de openbare ruimte naar extra parkeeroplossingen. - Met de ondernemers willen wij onderzoeken waar grote(re) voertuigen in Renswoude een plek kunnen krijgen. - Bij de nieuw te ontwikkelingen projecten zorgdragen voor voldoende parkeerplaatsen -Het wegenonderhoud besteden we voor meer jaren uit (2-4) zodat de onderhoudskosten marktconform blijven. - Door middel van onderzoek wordt het groot onderhoud aan de wegen in het buitengebied geagendeerd en geprioriteerd -Het onderhoud van sloten in voor- en najaar uit laten voeren.

-Uitvoering gemeentelijk rioleringsplan (GRP) voor de periode 2021 – 2028 -Voldoende onderhoud plegen aan het rioolstelsel, conform het GRP. -Evalueren of met de nieuwe regeling waarbij per aanbieding van de kliko wordt betaald, het gewenste doel bereikt wordt; -Steekproeven houden; -Mensen stimuleren om het afval goed te scheiden.

26

Milieubeheer: Het creëren van een duidelijk beeld van het reilen en zeilen van milieu gerelateerde activiteiten waarbij we kunnen bijdragen aan de bescherming van inwoners en omgeving. Het verder reduceren van de hoeveelheid fijnstof. Openbare verlichting is op orde

Ruimtelijke ordening Het karakter van het landelijk gebied van de gemeente moet zoveel mogelijk behouden blijven en agrariërs moeten voldoende ruimte krijgen voor ontwikkeling zoals beschreven in de Omgevingsvisie 2018-2030. Daarnaast willen we meedenken bij functieverandering.

Grondexploitatie Voldoende vestigingsmogelijkheden voor ondernemers.

Een passend aanbod van woningen in Beekweide II, dat vanaf 2022/2023 beschikbaar komt

Wonen en bouwen Wij streven ernaar om 20% van de totale woningvoorraad in Renswoude sociaal te houden. Beter kunnen inspelen op de vraag naar vrije sector huurwoningen.

Wij maken ons sterk voor duurzaam, betaalbaar en comfortabel wonen in Renswoude.

- vanaf 1 januari 2022 kunnen mensen hun grof huishoudelijk afval inleveren bij de ACV in Ede Jaarlijks evalueren met de ODRU van de uitvoering van taken op het gebied van milieubeheer. Maximaal bijdragen aan de onderzoeken die al zijn opgestart vanuit de Regio Foodvalley, waar wordt gewerkt aan oplossingen en stimuleren van pilotprojecten. -Vervanging lichtmasten indien noodzakelijk. -Vervanging “ouderwetse” armaturen door LED-armaturen wordt bij “duurzaamheid” benoemd. -Aanbrengen verlichting op pad langs de voetbalvelden -Blijvend invulling geven aan de ‘ja, mits’benadering zoals bedoeld in de Omgevingswet en -visie. -Wij maken heldere afspraken, zodat agrarische activiteiten in de omgeving niet belemmerd worden. Bij vrijkomende agrarische bebouwing mogen alleen bedrijfsactiviteiten worden ontwikkeld, die niet hinderlijk, gevaarlijk en/of schadelijk zijn voor de omgeving of het leefmilieu. Dit alles met respect voor de in het buitengebied voorkomende natuur- en cultuur-historische waarden.

-De ontwikkeling van de gewenste uitbreiding Groot Overeem II voortvarend op blijven pakken -Bestuurlijk en ambtelijk in gesprek blijven met de provincie inzake de programmering van dit bedrijventerrein in relatie tot andere ruimtelijke ontwikkelingen in de gemeente Renswoude Het uitvoeren van voorbereidende werkzaamheden zoals onderzoeken en planontwerp, passend binnen het volkshuisvestelijk kader voortvloeiend uit de woningmarktverkenning, welke tweejaarlijks wordt geactualiseerd. Ook bij de ontwikkeling van Taets van Amerongenweg fase 2 en Beekweide II voldoende sociale sector huurwoningen ontwikkelen om te kunnen blijven voldoen aan de doelstelling. Bij de ontwikkeling van Beekweide II en andere woningbouwprogramma’s wordt dit meegenomen, indien de uitkomsten van het woningmarktonderzoek hiertoe aanleiding geven. Wij doen dit op korte termijn bij de verdere ontwikkeling van Beekweide II en de aanwezige inbreidingslocaties in het dorp.

27

Het woningbezit van het Woningbedrijf sluit aan bij de (toekomstige) woonwensen, passend bij de sociale en duurzaamheiddoelstelling. Duurzaamheid In 2035 willen wij als gemeente energieneutraal zijn, op een economisch verantwoorde manier.

We verduurzamen de huurwoningen binnen ons woningbedrijf. In 2035 is 50% van de woningen ‘nul-op-de-meter’ en bij nieuwbouw hanteren we ‘nul-op-de-meter’ als randvoorwaarde.

Vergroening particuliere achtertuinen Implementatie Actieplan Duurzaamheid Wij zetten in op circulaire economie. Wij nemen maatregelen om te komen tot een betere scheiding van het restafval zodat er minder afval overblijft en meer grondstoffen beschikbaar komen voor hergebruik. We willen komen tot een betere afvalscheiding. Onze ambitie is om in 2020 al 75% afvalscheiding te behalen en nog maximaal 100 kg restafval per inwoner in te zamelen.

Voor de langere termijn wordt op basis van de omgevingsvisie gewerkt aan een visie op de ontwikkeling van de woningbouwlocaties. In het portefeuilleplan is opgenomen op welke wijze het Woningbedrijf zorgdraagt voor voldoende passende woningen.

-Bestaande situatie in kaart brengen. -Visie voor Renswoude opstellen. -Uitvoeringsprogramma opstellen. -Samenwerking zoeken met omliggende gemeenten en de ondernemersvereniging Renswoude. -Actief op zoek gaan naar financiële middelen om onze ambities te bekostigen. - Verkennen hoe we burgers kunnen betrekken bij de uitvoering van ons beleid, bijvoorbeeld door lokale energiecoöperaties. -uitwerken RES-akkoord Uitvoering ‘Routekaart verduurzaming’. Hierin zijn de maatregelen en het tijdspad alsmede de financiën opgenomen. Met inachtneming van de geplande nieuwbouw wordt 40% behaald. Onderzocht wordt welke woningen uit de bestaande voorraad naar NOM kunnen worden gebracht om het gewenste percentage van 50% te realiseren. Uitrol aangepaste operatie Steenbreek Uitvoering acties uit Actieplan -We bekijken of we ook bedrijven kunnen stimuleren om hun afval te scheiden.

28

Financieel overzicht Bedragen x € 1.000

Taakvelden

Omschrijving

Realisatie 2020 2019

Lasten

Raming 2021

Raming 2022

Raming 2023

Raming 2024

Raming 2025

0.11

Resultaat van de rekening van baten en lasten

0

0

0

0

0

0

0.5

Treasury

-238

-91

-91

-92

-99

-99

0.61

OZB woningen

104

88

102

102

102

102

0.62

OZB niet-woningen

0.64

Belastingen overig

0 0

0 0

0 0

0 0

0 0

0 0

0.7

Algemene uitkering en overige uitkeringen gemeentefonds

0

0

0

0

0

0

0.8

Overige baten en lasten

14

150

157

262

255

255

0.9

Vennootschapsbelasting (VpB)

Totaal Lasten

42

25

25

25

25

25

-78

172

193

297

284

283

Baten 0.11

Resultaat van de rekening van baten en lasten

0

0

0

0

0

0

0.5

Treasury

0

13

13

20

20

20

0.61

OZB woningen

565

571

636

636

636

636

0.62

OZB niet-woningen

468

501

539

539

539

539

0.64

Belastingen overig

377

354

0

0

0

0

0.7

Algemene uitkering en overige uitkeringen gemeentefonds

6.406

6.328

6.756

6.805

6.930

7.111

0.8

Overige baten en lasten

23

0

0.9

Vennootschapsbelasting (VpB)

0

0

0 0

0 0

0 0

0 0

Totaal Baten

7.841

7.767

7.944

8.000

8.125

8.306

Saldo programma

7.918

7.595

7.751

7.703

7.841

8.023

Toevoegingen aan reserves

481

354

0

0

0

0

Onttrekkingen aan reserves

0

0

0

0

0

0

Saldo mutaties reserves

-481

-354

0

0

0

0

Resultaat programma

7.438

7.242

7.751

7.703

7.841

8.023

Mutaties reserves

Toelichting financiële ontwikkelingen Lasten Riolering We voegen vanaf 2021 middelen toe aan de voorziening ‘riolering’ om te sparen voor toekomstige vervanging. Afval De lasten van afval dalen vanaf 2022. Dit heeft met name te maken met de kosten van de AVU, welke uit de begroting 2022 van de AVU zijn overgenomen. Milieubeheer De lasten van Milieubeheer stijgen vanaf 2022. Dit betreft met name lasten van de ODRU, welke uit de begroting 2022 van de ODRU zijn overgenomen. Reservemutaties Bij de reservemutaties betreffen de onttrekkingen en toevoegingen hoofdzakelijk jaarlijkse mutaties van de bedrijfsreserve woningbedrijf. Dit betreft de exploitatieresultaten in alle begrotingsjaren van het woningbedrijf. De overige toevoegingen betreffen de reserve vervoermiddelen omgevingsbeheer en toevoegingen aan de onderhoudsreserves voor gebouwen en speeltoestellen. Uit de onderhoudsreserves worden ook weer jaarlijks bedragen onttrokken ter dekking van onderhoudskosten.

29

Programma 4

Algemene dekkingsmiddelen

Belastinggeld wordt opgebracht door onze inwoners en ondernemers. Wij willen een financieel gezonde gemeente zijn en daar is ons financieel beleid ook op gericht. Wij communiceren helder en begrijpelijk over de gemeentelijke financiën. In de begrotingen vanaf 2019 worden de financiële effecten van het coalitieakkoord 2018-2022 verwerkt. Daarbij blijft de randvoorwaarde dat we jaarlijks blijven zorgen voor een structureel sluitende begroting.

Welke taakvelden vallen onder dit programma? Taakveld Algemene dekkingsmiddelen OZB-woningen OZB niet-woningen Belastingen overig Algemene uitkering Treasury Onvoorzien Overige baten en lasten Vennootschapsbelasting

Portefeuillehouder Wethouder Teunissen

De Belangrijkste kaderstellende beleidsnota’s zijn: Treasury: • Treasurystatuut Gemeente Renswoude 2015

Belastingen: • Gemeentelijke belastingverordeningen (jaarlijks) Financieel beleid: • Financiële verordening gemeente Renswoude 2019 • Nota reserves en voorzieningen 2019

Ontwikkelingen

Algemene dekkingsmiddelen De algemene uitkering uit het gemeentefonds is de grootste inkomstenbron van de gemeente. De hoogte van de algemene uitkering is niet door de gemeente te beïnvloeden; deze wordt door het rijk vastgesteld. De ontwikkeling van de algemene uitkering wordt voor een belangrijk deel bepaald door de ontwikkeling van de rijksuitgaven. Volgens het systeem van ‘samen de trap op en samen de trap af’ hebben wijzigingen in de rijksuitgaven direct invloed op de omvang van het gemeentefonds. Lagere gasbaten door een lagere productie bijvoorbeeld hebben daardoor ook een nadelig effect op het gemeentefonds. Herziening gemeentefonds: onzekerheid over omvang voor Renswoude Het gemeentefonds betreft het budget dat het Rijk beschikbaar stelt voor gemeenten om de wettelijke taken uit te kunnen voeren. Dat is onze grootste inkomensbron. Vanaf 2023 zal dit geld op een andere manier verdeeld gaan worden. Zoals het zich nu laat aanzien, kan deze ontwikkeling positief voor ons uitpakken, zoals u ook al heeft kunnen lezen in de kadernota. In de kadernota is opgenomen dat het neerkomt op een positief saldo van €1,- per inwoner. De laatste stand van zaken lijkt nog positiever dan het geschetste in de kadernota. Omdat de bedragen zo fluctueren en de verdeling nog hoogst onzeker is, zal dit bedrag niet worden opgenomen in het meerjarenperspectief.

Precario In 2017 is de wet aangenomen waarin wordt bepaald, dat de precariobelasting op nutsbedrijven wordt afgeschaft. Er geldt een overgangstermijn tot 1 januari 2022. De opbrengsten worden aan de “algemene reserve niet geblokkeerd” toegevoegd, zodat de afschaffing het begrotingsevenwicht niet verstoort.

30

Financiering De op langlopende geldleningen te betalen rente is de afgelopen jaren zeer laag. Dit heeft ook effect op de aan de investeringen toe te rekenen rente en de aan het woningbedrijf in rekening te brengen rente. In de kadernota werd voorgesteld om de rente over investeringen gemeente op 1% vast te stellen en de rente kapitaalverstrekking woningbedrijf op 1,25%. Gelet op de lage rente is de in de begroting 2022-2025 evenals in 2021 bepaald op: Rente investeringen gemeente: 0,4% (zowel bestaande als nieuwe investeringen) Rente kapitaalverstrekking woningbedrijf 0,8% Rente grondexploitaties 0,33%

Wat willen we bereiken en wat gaan we doen om dat te bereiken? Wat willen we bereiken Algemene dekkingsmiddelen We zijn een financieel gezonde gemeente.

Het weerstandsvermogen is voldoende om de geïnventariseerde en gekwantificeerde risico’s af te dekken.

We laten de Onroerende Zaakbelasting (OZB) geen sluitstuk zijn van de begroting. We versterken de controlerende taak van de gemeenteraad op het gebied van financiën.

Wat gaan we daarvoor doen

-Jaarlijks zorgen we voor een structureel sluitende begroting, waarin structurele uitgaven worden gedekt met structurele middelen. -Incidentele inkomstenmeevallers kunnen worden gebruikt voor incidentele, extra, uitgaven. Er is een algemene risicoreserve (buffer). In de nota reserves en voorzieningen 2019 is bepaald, dat de minimale omvang daarvan gelijk is aan 1,4 maal de berekende risico’s. Op basis van de paragraaf weerstandsvermogen zou dit € 2,8 miljoen zijn. De stand op 1-1-2021 wordt geraamd op € 4,1 miljoen Als de gemeente tekortkomt, dan zal in eerste instantie moeten worden gekeken naar de mogelijkheid tot bezuiniging. Eenvoudiger en frequentere financiële en inhoudelijke rapportages.

31

Financieel overzicht Bedragen x € 1.000

Taakvelden

Omschrijving

Realisatie 2020 2019

Lasten

Raming 2021

Raming 2022

Raming 2023

Raming 2024

Raming 2025

0.11

Resultaat van de rekening van baten en lasten

0

0

0

0

0

0

0.5

Treasury

-238

-91

-91

-92

-99

-99

0.61

OZB woningen

104

88

102

102

102

102

0.62

OZB niet-woningen

0.64

Belastingen overig

0 0

0 0

0 0

0 0

0 0

0 0

0.7

Algemene uitkering en overige uitkeringen gemeentefonds

0

0

0

0

0

0

0.8

Overige baten en lasten

14

150

157

262

255

255

0.9

Vennootschapsbelasting (VpB)

Totaal Lasten

42

25

25

25

25

25

-78

172

193

297

284

283

Baten 0.11

Resultaat van de rekening van baten en lasten

0

0

0

0

0

0

0.5

Treasury

0

13

13

20

20

20

0.61

OZB woningen

565

571

584

584

584

584

0.62

OZB niet-woningen

468

501

504

504

504

504

0.64

Belastingen overig

377

354

0

0

0

0.7

Algemene uitkering en overige uitkeringen gemeentefonds

6.406

6.328

6.756

6.805

6.930

7.111

0.8

Overige baten en lasten

23

0

0.9

Vennootschapsbelasting (VpB)

0

0

0 0

0 0

0 0

0 0

Totaal Baten

7.841

7.767

7.857

7.913

8.038

8.219

Saldo programma

7.918

7.595

7.664

7.616

7.754

7.936

Toevoegingen aan reserves

481

354

0

0

0

0

Onttrekkingen aan reserves

0

0

0

0

0

0

Saldo mutaties reserves

-481

-354

0

0

0

0

Resultaat programma

7.438

7.242

7.664

7.616

7.754

7.936

Mutaties reserves

Toelichting financiële ontwikkelingen Lasten Treasury De financieringsbehoefte van de gemeente is als gevolg van onder meer de bouw van woningen door het woningbedrijf en de bouw van de brandweerkazerne en nieuw-/verbouw gemeentehuis groot. Dit wordt in de paragraaf financiering toegelicht. De rentelasten nemen de komende jaren dan ook toe. Het grootste deel daarvan wordt doorberekend aan het woningbedrijf. Aan de investeringen van de algemene dienst wordt bonfrom 2021 0,4% rente toegerekend, aan de investeringen van het woningbedrijf is dit evenals in 2021 0,8%. Bij treasury is het renteresultaat zichtbaar. Dit is het verschil tussen de door de gemeente te betalen rente en de doorbelaste rente. Ten opzichte van 2020 is dit lager door verlaging van de rentepercentages van door te belasten rente. OZB Bij de opbrengst ozb is rekening gehouden met een trendmatige verhoging van de opbrengstraming met 1,4% conform het inflatiepercentage dat in de kadernota is opgenomen, een stijging van het aantal woningen (37) en een stijging van de WOZ-waarde á 7%. Algemene uitkering uit het gemeentefonds De stijging van deze uitkering betreft voor het overgrote deel extra middelen die beschikbaar zijn gesteld voor de Jeugdzorg.

Overige baten en lasten Onder de overige baten en lasten is onder meer een stelpost van € 75.000 structureel geraamd voor het opvangen van autonome loonstijgingen die uit de nog af te sluiten gemeentelijke cao kunnen voortkomen. In de begroting zijn loonstijgingen van 1,7% verwerkt. De post onvoorzien bedraagt € 21.000 (circa € 3,80 per inwoner).

32

De toename van de lasten vanaf 2022 betreft de kapitaallasten (rente en afschrijving) als gevolg van de geplande investeringen. Vennootschapsbelasting (VPB, lasten): De gemeente is belastingplichtig voor de vennootschapsbelasting met betrekking tot de activiteiten van de grondexploitatie. Wij nemen hiervoor een raming op van € 25.000 per jaar. Baten Onroerendezaakbelastingen (baten) Bij de opbrengst ozb is rekening gehouden met een trendmatige verhoging van de opbrengstraming met 1,4% conform het inflatiepercentage dat in de kadernota is opgenomen. Belastingen overige (baten) Met ingang van 2022 mogen gemeenten geen precario meer heffen op kabels en leidingen. De opbrengst wordt vanaf dat jaar dan ook niet meer in de begroting opgenomen. Daartegenover staat dat de toevoeging aan de “algemene reserve niet geblokkeerd”, met eenzelfde bedrag, met ingang van dat jaar ook niet meer plaatsvindt. Algemene uitkering gemeentefonds De algemene uitkering is gebaseerd op de meicirculaire 2021. De groei van de algemene uitkering 2022 ten opzichte van de raming 2021 wordt vooral veroorzaakt door toename van het accres als gevolg van voorgenomen (hogere) bestedingen door het Rijk in de komende jaren. Daarnaast door loon- en prijscompensatie Sociaal domein, compensatie voor loon- en prijsstijgingen.

Hier tegenover staan ook lasten, die in deze begroting zijn opgenomen, met uitzondering van de prijsstijgingen. Reservemutaties De toevoeging betreft de toevoeging van de te ontvangen precariorechten op kabels en leidingen aan de “algemene reserve niet geblokkeerd”.

33

Programma 5

Overhead

Het doel van het overzicht Overhead is om de overhead bij de gemeente beter zichtbaar te maken. Daarnaast ontstaat beter inzicht in de directe kosten die de gemeente maakt voor het leveren van haar producten en het halen van haar doelstellingen binnen de beleidsprogramma’s. Ook kan door het hanteren van een eenduidige systematiek een betere vergelijking met andere gemeenten worden gemaakt. De beoogde effecten zijn: • Een transparant inzicht in de omvang en samenstelling van de overhead; • Een efficiënte en effectieve ondersteuning van het primair proces.

Welke taakvelden vallen onder dit programma? Taakveld Ondersteunende diensten Overhead

Portefeuillehouder Burgemeester

Het begrip overhead Voor de definitie van Overhead wordt aangesloten bij het BBV: Overhead is het geheel van functies gericht op de sturing en ondersteuning van het primaire proces. Overhead bestaat uit: • • • • • • • • • • •

Leidinggevenden primair proces (exclusief projectleiding). Financiën, toezicht en controle gericht op de (eigen) gemeentelijke organisatie. Personeel en organisatie. Inkoop (inclusief aanbesteding en contractmanagement). Communicatie (interne en externe communicatie, uitgezonderd klantcommunicatie). Juridische zaken (uitgezonderd bezwaar en beroep en primaire taken als vergunningverlening). Informatievoorziening en automatisering (ICT). Facilitaire zaken en huisvesting (inclusief beveiliging). Documentaire informatievoorziening (DIV). Bestuursondersteuning. Managementondersteuning primair proces.

NB: De kosten van personeel (en goederen en diensten) in het primaire proces worden rechtstreeks doorberekend aan de betreffende activiteiten en programma’s. Wel worden deze eerst geraamd in dit programma 5 en vandaaruit verdeeld. Op die wijze is er beter inzicht in het totaal van de salarislasten en zijn deze budgetten te beheersen door het management.

Ontwikkelingen Werkomgeving/ICT Om de werkomgeving van onze ambtenaren en het gemeentebestuur te laten voldoen aan de eisen van deze tijd faciliteren we flexibel werken binnen de kaders van onze gestelde opdracht. Concreet betekent dit dat we medewerkers, daar waar wenselijk, faciliteren met laptops en smartphones en werkplekken. We trekken samen op met de gemeenten Veenendaal, Rhenen, Scherpenzeel en Woudenberg op het gebied van ICT om zo effectiever en efficiënter IT-veranderingen door te kunnen voeren en gebruik te kunnen maken van elkaars kracht. In 2021 wordt GT-connect uitgerold. Renswoude heeft samen met de VNG en 250 gemeenten meegedaan met de aanbesteding Gemeentelijke Telecommunicatie (GT)-connect. GT Connect is een verzameling van functies en applicaties waarmee organisaties kunnen communiceren met klanten en medewerkers. Het gaat dan om spraak, chat, video en andere kanalen. Belangrijkste onderdeel hierin voor de gemeente Renswoude is de telefooncentrale/KCC-functie. De uitrol van GT-connect doen we samen met o.a. de gemeente Veenendaal.

34

Archief Met de overgang naar de tijdelijke locatie, de voormalige Borgwalschool, zijn we papierarm gaan werken. Het jaar 2020 stond in het teken van opruimen van het papieren archief. In 2021 is het laatste deel van het papieren archief opgeruimd en extern opgeslagen. In 2021 hebben wij forse stappen gezet naar het werken met een digitaal archief. In 2022 worden er verdere stappen om digitaal werken te faciliteren genomen. Een goed zaaksysteem, zoals Djuma, is een basisvoorwaarde om goed te kunnen archiveren. Hiermee kunnen we fouten reduceren, efficiënter werken en aan de wettelijke eisen voldoen. Archief Eemland houdt horizontaal toezicht en Provincie Utrecht verticaal toezicht.

Financieel overzicht Bedragen x € 1.000

Taakvelden

Omschrijving

Lasten 0.4

Overhead

Totaal Lasten

Realisatie 2020 2019

Raming 2021

Raming 2022

Raming 2023

Raming 2024

Raming 2025

2.130

1.662

1.888

1.845

1.812

1.812

2.130

1.662

1.888

1.845

1.812

1.812

272

398

370

404

418

418

Baten 0.4

Overhead

Totaal Baten Saldo programma

272

398

370

405

418

418

-1.858

-1.264

-1.518

-1.440

-1.394

-1.394

0 0 0

0 104 104

0

0

0

0

229

223

200

200

229

223

200

200

-1.858

-1.160

-1.289

-1.217

-1.194

-1.194

Mutaties reserves Toevoegingen aan reserves Onttrekkingen aan reserves Saldo mutaties reserves Resultaat programma

Toelichting financiële ontwikkelingen Lasten Overhead De toename van de lasten vanaf 2022 (ten opzichte van 2021) wordt voornamelijk veroorzaakt door het feit dat de kapitaallasten van het nieuw te bouwen/verbouwen gemeentehuis vanaf 2022 op de begroting drukken. De afschrijvingslasten hiervan worden overigens gedekt uit de bestemmingsreserve afschrijvingslasten gemeentehuis. Dit is ook terug te zien bij de onttrekkingen aan de reserves. Baten Overhead Dit betreft de doorbelasting van overhead aan het gemeentelijk woningbedrijf en grondexploitaties. Reservemutaties De onttrekkingen betreffen vooral het met ingang van 2022 onttrekken van een bedrag ter grootte van de afschrijvingslasten van het nieuw te bouwen/verbouwen gemeentehuis uit de bestemmingsreserve afschrijvingslasten gemeentehuis. Daarnaast worden jaarlijks de incidentele meerkosten van het generatiepact ten laste van de algemene reserve gebracht. Dit is in 2021 € 94.294 en dit loopt af naar € 52.522 in 2024.

35

B. Paragrafen 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7.

Weerstandsvermogen en risicobeheersing Onderhoud kapitaalgoederen Financiering Bedrijfsvoering Verbonden partijen Lokale heffingen Grondbeleid

36

1.0 Paragraaf Weerstandsvermogen en Risicobeheersing Algemeen Het weerstandsvermogen geeft inzicht in hoeverre de gemeente in staat is om de financiële gevolgen van risico’s op te vangen. Dit komt tot uitdrukking in de verhouding tussen de aanwezige weerstandscapaciteit en de inschatting van de risico’s. De gemeente Renswoude loopt, net als andere gemeenten, bij de uitvoering van haar taken financiële risico's. Een eigen financiële buffer ofwel weerstandsvermogen is nodig om te voorkomen dat financiële tegenvallers dwingen tot bezuinigingen of drastische beleidsbijstelling. Ambitie De gemeente Renswoude kiest voor een solide financieel beleid en streeft het behoud van een structureel gezonde financiële positie na. Dit uitgangspunt bepaalt de relevantie van ons weerstandsvermogen in relatie tot ons risicomanagement. Immers, een gezonde financiële positie is nodig voor het in stand houden van het niveau van voorzieningen binnen onze gemeente. Gemeentelijke regelgeving Met ingang van 2019 is de nota Reserves en Voorzieningen 2019 van kracht. De volgende zaken zijn van belang voor het weerstandsvermogen van de gemeente Renswoude. 1. De minimale omvang van de risicoreserve is vastgesteld op 1,4 x de berekende risico’s. Dit bedrag wordt jaarlijks geblokkeerd (in de algemene reserve vaste buffer) bij het vaststellen van de begroting.

Het overige gedeelte van de algemene reserve is niet geblokkeerd. Deze gelden zijn afgezonderd in de “algemene reserve niet geblokkeerd” en vrij te besteden door de raad voor beleidsdoeleinden van de gemeente. 2. De post onvoorzien (€ 21.000) en de post onbenutte belastingcapaciteit (€ 715.000) zijn geen onderdeel meer van de weerstandscapaciteit. Dit in tegenstelling tot eerdere begrotingsjaren; Benodigde weerstandscapaciteit (risico’s) De risico’s zijn in het hiernavolgende overzicht per programma inzichtelijk gemaakt. De risicopositie wordt bepaald door de risico’s te kwantificeren op basis van de kans dat het risico zich voordoet. Korte toelichting systematiek: • In de eerste kolom worden de risico’s genummerd, deze nummering sluit aan bij de eventuele toelichting op het risico vermeld onder elk programma; • In de tweede kolom wordt het risico omschreven; • In de derde t/m vijfde kolom staat de maximale omvang per risico • De risicokans is uitgedrukt in drie klassen. Aan deze klassen is een rekenpercentage gekoppeld. Voor risico’s met een lage kans gaat het om 10%, met een gemiddelde kans om 50% en met een hoge kans om 90%.

37

(bedragen x € 1.000)

Programma

Risico

1 - Dienstverlend domein 1.1

Personeelskosten bij ziekte vast personeel

€

2.000

2 - Sociaal Domein 2.1 2.2

Meer beroep op voorzieningen Decentralisaties

€

250

3 - Fysiek Domein 3.1 3.2 3.3

Grondexploitaties Bouwleges Planschade

€

1.450

€

100

Overig 0.1 0.3

Gemeenschappelijke regelingen Gegarandeerde geldleningen derden

€ €

1.204 378

Totaal omvang risico

€

5.382

Rekenpercentage Omvang risico x rekenpercentage

€

Totaal omvang risico: Totaal benodigde weerstandscapaciteit: factor 1,4

€ 5.604.000 € 649.200 € 908.880

Laag

Gemiddeld

€

50

€

172

€

222

10% 538 €

Hoog

€

-

50% 111 €

90% -

Toelichting risico’s Voor een adequate risicobeheersing gaat het niet alleen om het hebben van voldoende financiële buffers en het hebben van voldoende weerstandscapaciteit. Het is ook zaak om niet-financiële maatregelen te treffen om de kans van optreden van risico’s te beperken. In het onderstaande overzicht wordt daarom ook aandacht besteed aan de impact van het risico en de te treffen beheersmaatregelen. Risico 1.1: Personeelskosten bij ziekte vast personeel Omschrijving Risico Bij ziekte van vast personeel en/of het niet permanent kunnen invullen van vacatures wordt de gemeente geconfronteerd met extra kosten voor tijdelijke vervanging. Impact Tijdelijke vervanger is in de regel duurder dan vast personeel. De meeste vacatures bij de gemeente zijn echter reeds permanent ingevuld, waardoor de verwachte impact laag is. Daarom wordt 10% van de totale personeelskosten als benodigde weerstandscapaciteit aangemerkt. Beheersmaatregelen Geen specifieke beheersmaatregelen.

Risico 2.1: Meer beroep op voorzieningen Omschrijving Risico

Reguliere begrotingspost waarbij externe factoren een risico zijn voor de begroting

Impact

Externe factoren, zoals rijksbeleid, economische groei, wetgeving, kunnen gevolgen kunnen hebben voor de werkelijk te realiseren baten of lasten. Geen specifieke maatregelen, want het gaat om een externe factor.

Beheersmaatregelen

38

Risico 2.2: Decentralisaties Omschrijving Risico

Impact

Beheersmaatregelen

Bij de decentralisaties (Wmo, Jeugd en Participatie) is er een risico dat de van het Rijk ontvangen vergoeding geen gelijke tred houdt met de (toenemende) vraag. Vooral bij Jeugdzorg is hier sprake van. Vanwege de uitspraak in de arbitragezaak kan het risicobedrag gesteld worden op € 250.000. De financiële omvang van deze taken is in verhouding tot de omzet van de gemeente relatief hoog. Zolang er geen afspraken zijn gemaakt over een budgetplafond, is sprake van een “openeinderegeling”. Gelet op de ontwikkeling van de kosten voor jeugdzorg is het noodzakelijk om het instellen van een budgetplafond te overwegen.

Risico 3.1: Grondexploitaties Omschrijving Risico

Betreft risico’s op de grondexploitaties van de gemeente (inclusief het woningbedrijf)

Impact

Binnen Renswoude zijn voor de volgende projecten een grex actief: Taets van Amerongenweg, Beekweide en Beekweide II. Voor al deze projecten wordt een batig eindresultaat verwacht. De grex voor het project Dorpshart is per 31-12-2020 afgesloten; de grex voor Groot Overeem II wordt medio 2021 geopend. De boekwaarde van de grond in exploitatie op 31 december 2020: Beekweide

€ 119.000

Beekweide II

€ 1.239.000

Taets van Amerongenweg €

92.000

Gezien de waarde van de aanwezige gronden zal bij een theoretische liquidatie van de grondexploitatie (gezien de verhouding tussen activa en passiva) naar het zich laat aanzien een positief bedrag resteren. Omdat wij geen zekerheid hebben over een eventuele verkoopprijs, hebben wij deze post ook vermeld als risico. De boekwaarden zijn als uitgangspunt genomen voor bepaling van het risicobedrag Beheersmaatregelen

Niet van toepassing, batig resultaat verwacht.

39

Risico 3.2: Bouwleges Omschrijving Risico Impact Beheersmaatregelen

Reguliere begrotingspost waarbij externe factoren een risico zijn voor de begroting. Externe factoren, zoals rijksbeleid, economische groei, wetgeving, kunnen gevolgen kunnen hebben voor de werkelijk te realiseren baten of lasten. Geen specifieke maatregelen, want het gaat om een externe factor.

Risico 3.3: Planschade Risico dat gemeente aansprakelijk wordt gesteld voor planschade. Externe factoren, zoals rijksbeleid, economische groei, wetgeving, kunnen gevolgen kunnen hebben voor de werkelijk te realiseren baten of lasten. Geen specifieke maatregelen, want het gaat om een externe factor.

Risico 0.1: Gemeenschappelijke regelingen De lasten van de gemeenschappelijke regelingen worden over het algemeen over de deelnemende gemeenten verdeeld naar rato van het aantal inwoners. Hierdoor is Renswoude voor slechts een klein deel van het nadeel van deze gemeenschappelijke regelingen aansprakelijk. Bedrag is verhoogd omdat op ICTgebied hogere kosten worden verwacht. Als risicobedrag nemen wij een bedrag op gelijk aan het totaal van de jaarlijks aan de gemeenschappelijke regelingen te betalen bijdragen. Per verbonden partij wordt toegezien op de financiële positie.

Risico 0.3: Gegarandeerde geldleningen derden De gegarandeerde geldleningen aan derden bestaan uit gegarandeerde hypothecaire geldleningen van particulieren en aan geldleningen voor verenigingen. Deze bestaan uit een bedrag van € 59.800 (peildatum 31-12-2020) aan gegarandeerde hypothecaire geldleningen van particulieren. De gemeente heeft verder tot een bedrag van € 317.800 (peildatum 31-12-2020) geldleningen gegarandeerd van verenigingen in Renswoude. Het risico dat de gemeente op de garantstelling voor particulieren en voor verenigingen aangesproken wordt, is beperkt. Geen specifieke beheersmaatregelen vereist.

40

Beschikbare weerstandscapaciteit Met de weerstandscapaciteit worden al die elementen waarmee tegenvallers eventueel bekostigd kunnen worden bedoeld. In de nota Reserves en Voorzieningen is de richtlijn voor het berekenen van de weerstandscapaciteit vastgesteld. De weerstandscapaciteit bestaat met ingang van 2019 uit de “algemene reserve vaste buffer” en de stille reserves. Op basis hiervan is de weerstandscapaciteit als volgt te berekenen: (bedragen x € 1.000)

Weerstandscapaciteit Algemene reserve vaste buffer op 31-12-2020 Stille reserves Beschikbare weerstandscapaciteit

Bedrag 4.100 4.100

Omvang van het weerstandsvermogen Ten opzichte van de jaarrekening 2020 zijn er minder risico’s. De hoofdoorzaak is dat er geen risico’s meer voor de grondexploitaties zijn opgenomen. Op de nog lopende grondexploitaties worden batige saldi verwacht. (bedragen x € 1.000)

bedrag Stand 'algemene reserve vaste buffer'

4.100

Benodige stand Risico's x factor 1,4 Overige risico's

909 909 0

Ruimte in 'algeme reserve buffer'

3191

Omdat de risico’s die gemeenten lopen verschillen, is er geen algemene norm voor de relatie tussen de weerstandscapaciteit en de risico’s. Gemeenten dienen zelf een beleidslijn te formuleren over de in de organisatie noodzakelijk geachte weerstandscapaciteit in relatie tot de risico’s. Wel dient de weerstandscapaciteit voldoende te zijn om de risico’s af te dekken. De weerstandsratio (beschikbare weerstandscapaciteit in relatie tot de benodigde weerstandscapaciteit) moet dus minimaal 1 zijn. Een waarde hoger dan 1 geeft aan dat tegenvallers kunnen worden opgevangen zonder grote ingrepen te doen in het voorzieningenniveau. In Renswoude is middels de nota Reserves en Voorzieningen 2019 gekozen voor een minimale waarde van 1,4. Dit wordt geblokkeerd als risicobuffer in de ‘algemene reserve vaste buffer’.

Onderstaande indeling wordt gehanteerd om de hoogte van het weerstandsvermogen te kunnen duiden.

Waarderingscijfer A B C D E F

Weerstandsnorm Ratio >2,0 1,4-2,0 1,0-1,4 0,8-1,0 0,6-0,8 <0,6

41

Betekenis Uitstekend Ruim voldoende Voldoende Matig Onvoldoende Ruim onvoldoende

Bedragen x €1.000 Beschikbare weerstandscapaciteit risico's Gekwantificeerde risico's Ratio weerstandsvermogen

Rekening 2020 2.225 1.589 1,4

Begroting 2021 1.840 1.314 1,4

Begroting 2022 909 649 1,4

De begrote weerstandsratio is op 1 januari 2022 1,4 conform het in de nota Reserves en Voorzieningen 2019 vastgestelde uitgangspunt. Op grond van de indeling naar waarderingscijfers is het weerstandsvermogen als ruim voldoende te kwalificeren. Naast een buffer van 1,4 x de gekwantificeerde risico’s wordt ook nog € 3,2 miljoen in de ‘algemeen reserve vaste buffer’ aangehouden.

Kengetallen BBV

De volgende kengetallen zijn verplicht gesteld vanuit het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV): 1. Netto schuldquote; 1a. Netto schuldquote, gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen; 2. Solvabiliteitsratio; 3. Kengetal grondexploitatie; 4. Structurele exploitatieruimte; 5. Belastingcapaciteit. Met de kengetallen kan snel een beeld worden gevormd van de financiële positie van de gemeente. Het zijn kengetallen die iets zeggen over de ‘weerbaarheid’ en ‘wendbaarheid’ van de gemeentelijke begroting. Voor de weerbaarheid (kan de gemeente financiële tegenvallers het hoofd bieden) is het van belang te weten hoe groot het eigen vermogen is, hoeveel schulden de gemeente heeft en waarvoor deze schulden zijn aangegaan. De kengetallen daarvoor zijn de solvabiliteit, de netto schuldquote en de grondexploitatie. Een wendbare begroting kan snel worden aangepast als er zich tegenvallers voordoen. Dat is een begroting waarvan de inkomsten op korte termijn kunnen worden verhoogd (stijging tarief OZB omdat de woonlasten zich nog onder het landelijke gemiddelde bevinden) en de lasten op korte termijn kunnen worden bijgesteld omdat er meer structurele baten dan structurele lasten zijn. De kengetallen daarvoor zijn “belastingcapaciteit” en “structurele exploitatieruimte”. Beoordeling van de kengetallen in samenhang

Een afzonderlijk kengetal zegt weinig over hoe de financiële positie moet worden beoordeeld. Zo hoeft een hoge schuld geen nadelig effect te hebben op de financiële positie, maar is dat afhankelijk van of en wat er aan eigen vermogen en structurele baten tegenover die schuld staat en hoe groot de kans is dat de schuld weer wordt afgelost. Het is dus, met andere woorden, niet mogelijk om een individueel kengetal te gebruiken voor de beoordeling van de financiële positie. De kengetallen zullen altijd in samenhang moeten worden bezien, omdat ze alleen gezamenlijk en in hun onderlinge verhouding een goed beeld kunnen geven van de financiële positie van een gemeente.

Er zijn geen landelijke normen voor de kengetallen omdat deze erg afhangen van de lokale situatie. Om de in deze paragraaf opgenomen kengetallen enigszins te kunnen duiden is aansluiting gezocht bij de door de VNG (Vereniging van Nederlandse 42

Gemeenten) gehanteerde signaleringswaarden. De VNG heeft een aantal signaalwaarden ontwikkeld om een grofmazige waardering te geven aan deze kengetallen.

Deze zijn onderverdeeld in drie groepen. In onderstaande tabel is dit zichtbaar gemaakt.

Minst risicovol Kengetal

Hoe interpreteren

Neutraal

Meest risicovol

Signaalwaarden

Met betrekking tot weerbaarheid:

1. Schuld

a. zonder correctie doorgeleende gelden

Hoe lager het percentage hoe beter

< 90%

van 90% t/m 130%

> 130%

b. met correctie doorgeleende gelden

Hoe lager het percentage hoe beter

< 90%

van 90% t/m 130%

> 130%

2. Eigen vermogen (Solvabiliteit)

Hoe hoger het percentage hoe beter

> 50%

van 20% t/m 50%

< 20%

3. Grondexploitatie

Hoe lager het percentage hoe beter

< 20%

van 20% t/m 35%

> 35%

4. Structurele exploitatieruimte

Hoe hoger het percentage hoe beter

> 0%

5. Belastingcapaciteit

Hoe lager het percentage hoe beter

< 95%

Met betrekking tot wendbaarheid:

0% van 95% t/m 105%

< 0% > 105%

Tabel kengetallen 2022-2025

Kengetal Netto schuldquote Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle leningen Solvabiliteitsratio Grondexploitatie Structurele exploitatieruimte Belastingcapaciteit

jaarrekening Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting 2020 2021 2022 2023 2024 2025 93% 125% 181% 180% 165% 151% 100% 137% 192% 191% 176% 162% 41% 41% 33% 33% 35% 37% 5% 8% 8% 8% 7% 7% 0,8% -2% -4% 4% 7% 6% 110% 108% 104% 104% 104% 104%

Nadere duiding bij de in beeld gebrachte financiële kengetallen: •

Netto schuldquote: hoe zwaar drukt de schuld op de begroting?

43

Hier wordt de schuldpositie van de gemeente uitgedrukt in een percentage van de omvang van de jaarlijkse exploitatie (inkomsten exclusief mutaties in reserves). De netto schuldquote weerspiegelt het niveau van de schuldenlast van de gemeente ten opzichte van de eigen middelen. De netto schuldquote geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie van de algemene dienst en van het woningbedrijf.

De schuld van de gemeente neemt, zoals voorzien, toe en gaat vanaf 2023 weer dalen. De toename wordt vooral veroorzaakt door de financieringsbehoefte van het woningbedrijf voor het bouwen van huurwoningen. Tegenover de aan te trekken geldleningen staat ook bezit in de vorm van woningen. De heer Verkerk (CDA) heeft in het voorjaar van 2020 aan het hoofd financiën een voorbeeld doen toekomen van het berekenen van aparte ratio’s voor woningcorporaties. De stukken zijn nauwkeurig bestudeerd, echter het is niet mogelijk om deze ratio’s een op een toe te passen op het woningbedrijf. De reden is dat het woningbedrijf geen toegelaten instelling is en om die reden de administratie dan ook niet in hoeft te richten zoals woningcorporaties dat wel moeten op grond van de Woningwet. De kengetallen voor woningcorporaties zijn toegesneden op de administratie zoals voorgeschreven in de woningwet. Het woningbedrijf moet, net als de gemeente, echter voldoen aan de richtlijnen van het BBV (Besluit Begroting en Verantwoording).

Vanaf 2023 worden geen (grote) nieuw aan te trekken geldleningen voorzien en kan de schuld weer dalen als gevolg van de reguliere aflossingen.

•

Netto schuldquote, gecorrigeerd voor verstrekte leningen De gemeente leent soms geleend geld door aan andere organisaties. Om inzicht te verkrijgen in hoeverre er sprake is van doorlenen, wordt de netto schuldquote zowel in - als exclusief doorgeleende gelden weergegeven. Op die manier wordt duidelijk wat het aandeel van de verstrekte leningen is en wat dit betekent voor de schuldenlast. De aan het woningbedrijf verstrekte geldleningen worden niet gezien als leningen aan derden, omdat het woningbedrijf onderdeel is van de gemeente. De schuldquote mag dus niet met deze leningen worden verlaagd.

•

Solvabiliteit: welk deel van het gemeentebezit is betaald met eigen middelen? Dit is het eigen vermogen als aandeel in het balanstotaal. Ofwel: de solvabiliteitsratio geeft aan welk deel van het balanstotaal niet door schuld is gefinancierd. Een solvabiliteitsratio van minder dan 20 procent geeft aan dat een gemeente zijn bezit met relatief veel schulden heeft belast.

44

Renswoude zit onder de grens van 50%. Directe maatregelen zijn niet nodig, maar waakzaamheid is wel geboden. De verslechtering ten opzichte van de begroting 2020 heeft te maken met de toename van het balanstotaal (als gevolg van de investeringen woningbedrijf en algemene dienst). Het eigen vermogen is ten opzichte van de jaarrekening 2019 met circa € 0,7 miljoen afgenomen, onder meer door het ten laste van de reserves brengen van het nadelig rekeningsaldo 2019.

•

Grondexploitatie: heeft de gemeente relatief veel grond en loopt zij daardoor risico? De boekwaarde van de voorraden grond moet worden terugverdiend bij de verkoop. Als dat niet lukt, kan de grondexploitatie een negatieve impact hebben op de financiële positie van de gemeente. De accountant beoordeelt ieder jaar in hoeverre de gronden tegen vervaardigingsprijs of lagere marktwaarde op de balans zijn opgenomen. Het kengetal wordt berekend door de in exploitatie genomen gronden te delen door het totaal van de baten (excl. mutaties reserves). Op basis van de signaleringswaarden bij dit kengetal geen sprake van een risico.

•

Structurele exploitatieruimte: heeft de gemeente voldoende structurele middelen om haar structurele lasten te dekken? De relevantie van het kengetal structurele exploitatieruimte is om te weten welke structurele ruimte een gemeente heeft om de eigen lasten te dragen, of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. Bij dit kengetal wordt gekeken naar de structurele baten en structurele lasten in vergelijking met de totale baten. Een positief percentage betekent dat de structurele baten toereikend zijn om de structurele lasten te dekken.

•

Belastingcapaciteit: heeft de gemeente relatief veel belastingen en is er ruimte om deze belastingen te verhogen? Hieronder wordt verstaan de woonlasten voor een meerpersoonshuishouden in jaar t ten opzichte van het landelijk gemiddelde (in jaar t-1). Hiermee komt tot uitdrukking de ruimte die een gemeente heeft om zijn belastingen te verhogen. Zijn de woonlasten laag, dan kan bij tegenvallers gemakkelijk worden bijgestuurd door de onroerendezaakbelasting te verhogen. Het kengetal laat zien dat de belastingtarieven voor meerpersoonshuishoudens sneller stijgen dan het landelijk gemiddelde. Dit is overigens een eigen beleidskeuze van de gemeente, net als een eventuele lagere stijging dan het landelijk gemiddelde.

45

2.0 Onderhoud Kapitaalgoederen Inleiding

Gemeente Renswoude is qua oppervlakte 1.852 hectare groot. Veel activiteiten vinden hier naast elkaar plaats, zoals wonen, werken en recreëren. Voor die activiteiten zijn kapitaalgoederen nodig, denk aan wegen, riolering, verlichting, openbaar groen, gebouwen en water. Het beheer van kapitaalgoederen is belangrijk omdat er een directe invloed is op het woon-, leef- en werkklimaat van iedereen. Kapitaalgoederen zijn ook nodig om de programmadoelen van de gemeente te realiseren. Om economische ontwikkeling te stimuleren is een goede bereikbaarheid van belang, om onderwijs te geven zijn schoolgebouwen nodig. Straatverlichting en de inrichting van groen leveren een bijdrage aan de sociale veiligheid. De riolering draagt bij aan de gemeentelijke milieudoelstellingen. Kapitaalgoederen leggen blijvend beslag op de gemeentelijke begroting. Niet alleen is er geld nodig voor de aanschaf of aanleg, maar ook voor de jaarlijkse kosten van onderhoud. Het BBV schrijft voor dat in de paragraaf Onderhoud Kapitaalgoederen per kapitaalgoed tenminste wordt ingegaan op het beleidskader, de uit het beleidskader voortvloeiende financiële consequenties en de vertaling van de financiële consequenties in de begroting. Uitgangspunten beheer openbare ruimte

De uitgangspunten voor het beheer van de openbare ruimte worden in de beheerplannen per kapitaalgoed beschreven. Kapitaalgoederen gemeente Renswoude in één oogopslag Domein

Omvang areaal

Waarde

Wegen Riolering Pompen, gemalen en bergbezinkbassins Civiele kunstwerken Openbare verlichting Spelen en straatmeubilair Groen Sportaccomodaties Afvalinzameling

330.000 m2 30 km vrijverval 10 pompgemalen, 50 km drukleiding, en 2 bergbezinkbassins 19 bruggen en 61 duikers 900 lichtpunten 16 speelplaatsen met 125 speeltoestellen en 850 verkeersborden 60.000 m2 en 4.000 bomen 3 voetbalvelden, 4 tennisbanen en 1 sporthal 2 ondergrondse en 15 bovengrondse containers

€ 20.000.000 € 30.000.000 € 5.000.000 € 2.500.000 € 900.000 € 600.000 € 5.000.000 € 2.000.000 € 100.000

Integraal Beheerplan Openbare Ruimte (IBOR) Er is een integraal beheerplan (periode 2021 – 2030) en een integraal meerjarig onderhouds- en vervangingsplan (periode 2021 – 2025). In het beheerplan wordt een scenario beschreven waarbij op pragmatische en budget neutrale wijze invulling wordt gegeven aan het dagelijks beheer van de openbare ruimte. De huidige beeldkwaliteit is daarbij richtinggevend. Tevens wordt achterstallig onderhoud van de wegen in het buitengebied in een periode van ongeveer 10 jaar weggewerkt. Hierna wordt per kapitaalgoed nader ingegaan op de inhoudelijke en financiële aspecten.

46

Toelichting per kapitaalgoed

Aantal kilometers te onderhouden weg Oppervlakte wegennet Doel Beheerplan

Uitgangspunt kwaliteit onderhoudsniveau

Wegen en verkeersvoorzieningen 41 km, waarvan 12 km elementenverharding en 29 km asfaltverharding. 330.000 m2, waarvan 30% elementverharding en 70% asfaltverharding. In stand houden van een goede wegeninfrastructuur. Er is gewerkt aan een integraal beheerplan (plan IBOR) en een integraal meerjarig onderhouds- en vervangingsplan waarin ook het beheer van meubilair is opgenomen. Dit plan zal in oktober 2021 aan de gemeenteraad ter vaststelling voorgelegd worden. Uitgangspunt is de CROW norm (CROW is een kennisorganisatie op het gebied van infrastructuur, openbare ruimte, verkeer en vervoer en werk en veiligheid). Het werken conform de richtlijnen CROW wordt door de gemeente bewerkstelligd door: -

Staat van onderhoud

Zijn de financiële consequenties van het beheerplan volledig in de begroting opgenomen? Groot onderhoud komende jaar Jaarlijks budget Ontwikkelingen

Oppervlakte te onderhouden groen Doel

Periodiek globale visuele inspecties uit te voeren; Te werken met een wegbeheersysteem; Onderhoud uit te voeren volgens systematiek en planning.

De staat van onderhoud van de elementenverhardingen is over het algemeen goed. De asfaltwegen die zich met name in het buitengebied bevinden, hebben in principe allemaal ongeveer dezelfde ouderdom en hebben over de gehele linie gezien hun technische levensduur ruim overschreden. De verwachting is dan ook dat er in de komende jaren groot onderhoud en reconstructiewerkzaamheden aan de asfaltwegen noodzakelijk is. Ja.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10678302/2