Beantw. TV Begroting 2026 en Meerjarenramingen 2027-2029
Tekst van het document
Technische vragen begroting 2026 Nr. Fractie
Onderdeel
Onderwerp
Blz. Vraag
Antwoord
1.
OPR
Inleiding
Aanbiedingsbrief / Wonen en leefomgeving
Er is binnen de regio een tekort aan betaalbare en passende woningen. Met aandachtsgroepen in regionaal verband (zie ook de Raadsinformatiebrief bij de Raadsvergadering van 4 november 2025) wordt bedoeld die groepen van mensen die zich in een kwetsbare positie bevinden om een geschikte Er staat dat we in regioverband afspraken maken over aandachtsgroepen woonplek te vinden, zoals onder andere ouderen, zorgbehoevenden, dak- en en dat voor Renswoude oudere een belangrijke doelgroep is. Hoe moeten thuislozen, arbeidsmigranten, studenten, woonwagenbewoners, vluchtelingen 4 we dit zien? Zijn ouderen in Renswoude de enige belangrijke doelgroep, of en statushouders. Specifiek voor Renswoude betekent dit naast ouderen onder zijn er meerdere? Of komt dit voort uit regionale afspraken dat Renswoude andere ook zorgbehoevenden, opvang Oekraïense vluchtelingen en het voor ouderen gaat bouwen? wettelijke verplichte aantal statushouders. Voor Renswoude richten wij ons op het beschikbaar maken van zorgwoningen voor onze ouderen, woningen voor starters in Beekweide II en daarnaast tijdelijke woningen voor starters en opvang van Oekraïense vluchtelingen.
2.
OPR
Inleiding
Aanbiedingsbrief / Duurzaamheid en energie
Er wordt geschreven dat onze samenleving minder afhankelijk wil zijn van 4 fossiele brandstoffen. Wordt hiermee de Renswoudse samenleving Politieke vraag. Graag mondeling opnieuw stellen tijdens de raadsvergadering. bedoeld, en zo ja, uit welk rapport blijkt dit dan?
Begroting 2026 en meerjarenraming 2027-2029
Binnen de ambtelijke organisatie wordt in de komende maanden een inventarisatie uitgevoerd van mogelijke structurele maatregelen, inclusief de beleidsmatige en financiële gevolgen. Doel is om bij de kadernota 2027 verschillende scenario's te kunnen voorleggen, zodat de gemeenteraad hierover weloverwogen keuzes kan maken. Alle opties worden hierbij betrokken. De inventarisatie richt zich onder meer op (niet limitatief): het verhogen van inkomsten (zoals belastingen, heffingen en subsidies), het verlagen van structurele lasten, het eventueel uitstellen of temporiseren van investeringsprojecten en het toepassen van technische maatregelen, bijvoorbeeld het beëindigen van de afschrijving tot nihil van woningen. In de analyse worden tevens de financiële risico’s, renteschommelingen en de langetermijnontwikkelingen meegenomen. Daarbij wordt niet alleen gekeken naar mogelijke uitstel of temporisering van investeringsprojecten, maar ook naar projecten die structurele opbrengsten genereren, zoals de extra huuropbrengsten uit de geplande realisatie van circa 100 woningen.
3.
4.
5.
CDA
Inleiding
Dorpsbel Hoofdlijnen ang financiële positie
CU
Hoofdlijnen financiële positie
Autonome ontwikkelingen Toename lasten WMO
5
Welke structurele maatregelen worden overwogen om het evenwicht te herstellen in 2028 en 2029?
Er is nu sprake van een structurele lastenstijging van €36K. Wat is de verwachting voor de jaren na 2026, zal deze structurele stijging doorzetten? 8 Zien jullie mogelijkheden om de kostenstijgingen in de Wmo te beperken/naar beneden te krijgen?
De structurele lastenstijging van circa € 36.000 binnen de Wmo in 2026 is gebaseerd op een extrapolatie van de kostenontwikkeling in 2025. Voor de jaren na 2026 is het aannemelijk dat deze trend zich in zekere mate zal voortzetten. Dit hangt samen met ontwikkelingen zoals de vergrijzing, het langer zelfstandig wonen van inwoners en de toenemende behoefte aan zorg en ondersteuning. De gemeente probeert deze kostenstijging zoveel mogelijk te beperken door zorgvuldig te indiceren en waar mogelijk in te zetten op het voorliggende veld en preventie. Onderdeel hiervan zijn bijvoorbeeld de belangrijke rol van vrijwilligers en mantelzorgers, het versterken van de sociale basis en de samenwerking met zorg en welzijnspartijen. Toch kan niet worden uitgesloten dat de zorgvraag verder toeneemt en daarmee ook de lasten. Structurele beheersing blijft daarom een belangrijk aandachtspunt.
Ontwikkeling loonkosten
De toename van de personeelslasten hangt niet alleen samen met de CAOontwikkelingen, maar ook met een actualisatie van het personeelsbestand. Bij Personeelslasten nemen toe de voorjaarsrapportage is de personele bezetting per december 2024 als 8 Vraag: Is dit enkel door CAO ontwikkelingen of heeft dat ook te maken met uitgangspunt genomen voor deze raming. Voor de begroting 2026 is uitgegaan uitbreiding van het personeelsbestand? van de (verwachte) personele bezetting per december 2025. Daarmee is het verwachte personeelsverloop in 2025 in de raming verwerkt.
6.
SGP
Hoofdlijnen financiële positie
Ontwikkeling loonkosten
Door de nieuwe CAO stijgen de loonkosten. Waarom wordt de toename 8 van de loonkosten steeds minder, terwijl de lonen in werkelijkheid zullen stijgen?
De stijging van de loonkosten neemt in de meerjarenraming geleidelijk af omdat in de begroting de loonontwikkelingen zijn verwerkt op basis van de CAO Gemeenten tot en met 2027. Voor de jaren daarna zijn nog geen afspraken bekend, waardoor geen verdere stijging is opgenomen. Daarnaast is er in de raming rekening mee gehouden dat de inzet van extern personeel (inhuur) kan worden verminderd en dat meer formatie structureel wordt ingevuld met vast personeel. Dit leidt tot lagere kosten per formatieplaats en heeft daarmee een positief effect op de loonkostenontwikkeling.
7.
SGP
Hoofdlijnen financiële positie
Woningbedrijf
Waarom neemt de hoogte van het bedrag aan extra baten af (van 269k 8 naar 264k), terwijl de huizen prijzen naar verwachting zullen stijgen?
De afname van de extra baten van één extra woningverkoop ad € 400.000 per jaar komt door stijgende lasten voor energie, belastingen, heffingen en onderhoud. In de meerjarenraming is geen rekening gehouden met een mogelijke stijging van de huizenprijzen, omdat deze ontwikkeling onzeker is.
8.
Dorpsbel Hoofdlijnen ang financiële positie
Actualisatie staand beleid - b. Rentelasten
In de liquiditeitsplanning is alleen voor de korte termijn rekening gehouden met inkomsten uit de grondexploitaties. De ontwikkeling en voortgang van grondexploitaties zijn afhankelijk van diverse, lastig te voorspellen factoren. Vanaf 2027 wordt in Beekweide II nog wel opgeleverd, maar voor Groot Voor 2026 worden er inkomsten uit de grondexploitatie verwacht. Waarom Overeem II geldt dat eerst aanvullende kosten worden gemaakt voor het 8 voor 2027 t/m 2029 niet? Er wordt dan toch ook nog verkocht en bouwrijp maken van de gronden. Daardoor ontstaat pas op een een later opgeleverd op Beekweide II en Groot Overeem II? moment een positief liquiditeitssaldo. In de meest recente actualisatie van de grondexploitatie Groot Overeem II (jaarrekening 2024) is opgenomen dat de belangrijkste verkoopopbrengsten vanaf 2030 worden verwachten. Omdat de opbrengstontwikkeling over meerdere jaren aanzienlijke onzekerheden kent, zijn deze inkomsten nog niet in de huidige liquiditeitsplanning opgenomen.
1
Technische vragen begroting 2026 Nr. Fractie
Onderdeel
Onderwerp
Blz. Vraag
Antwoord
Onder punt B staat dat er inkomsten uit de GREX worden verwacht en daarom is er minder externe financiering nodig. 9.
SGP
Hoofdlijnen financiële positie
Actualisatie staand beleid - b. rentelasten
8 Met welk scenario wordt hier rekening gehouden?
Zie het antwoord op vraag 8.
Worden er geen inkomsten uit de GREX verwacht in de jaren 2027, 2028 en 2029?
10. SGP
11. OPR
12. SGP
13. OPR
14.
Hoofdlijnen financiële positie
Hoofdlijnen financiële positie
Hoofdlijnen financiële positie
Hoofdlijnen financiële positie
Dorpsbel Hoofdlijnen ang financiële positie
8 Waarom ontstaat er juist een rentenadeel in de jaren 2027 tm 2029?
Het rentenadeel in de jaren 2027 tot en met 2029 ontstaat doordat in de kadernota een aantal investeringen is doorgeschoven naar latere jaren. Dit zorgt in 2026 tijdelijk voor een rentevoordeel, omdat er minder kapitaalbeslag is. Wanneer de investeringen vervolgens wel worden uitgevoerd, nemen de uitgaven en de bijbehorende rentelasten toe. Hierdoor verschuiven de lasten in de tijd, wat zich in de begroting vertaalt in een rentenadeel in de jaren 2027–2029.
Inzet algemene reserve
Er wordt beschreven dat er een bedrag á €185.000 minder aan de 8 algemene reserve wordt onttrokken dan volgens de Kadernota begroot, waardoor is het voordeel van 185K ontstaan?
Traditioneel geldt dat structurele lasten gedekt worden door structurele baten. Het inzetten van reserves voor structurele uitgaven was in het verleden niet toegestaan. Met de invoering van een nieuwe regeling is het echter onder voorwaarden mogelijk geworden om een deel van het overschot op de algemene reserve te gebruiken voor het dekken van structurele lasten. Een belangrijke voorwaarde daarbij is dat de gemeente beschikt over een gezonde solvabiliteit en een toereikend weerstandsvermogen. Gemeente Renswoude voldoet aan deze voorwaarden. In de kadernota 2026 heeft het college voorgesteld om binnen de toegestane ruimte maximaal 10% van het nietgeblokkeerde deel van de algemene reserve aan te wenden om de begroting voor het jaar 2026 structureel sluitend te maken. Destijds werd verwacht dat hiervoor in 2026 een onttrekking van € 535.000 nodig zou zijn. Bij de uitwerking van de begroting 2026, na verwerking van alle wijzigingen, blijkt dat een lagere onttrekking (€ 350.000) volstaat. Hierdoor ontstaat een voordeel van € 185.000 ten opzichte van de raming in de kadernota.
Inzet algemene reserve
De VNG heeft gemeenten in het begrotingsadvies 2026 geadviseerd om de begrotingen voor de jaren 2026 en 2027 sluitend op te stellen en daarbij de effecten van eventuele bezuinigingen of lastenverzwaringen inzichtelijk te maken. Gemeente Renswoude volgt dit advies. Voor het jaar 2027 is de begroting niet structureel sluitend. Met de invoering van een nieuwe regeling 8 Waavoor wordt er in 2027 EUR 550k onttrokken uit de algemene reserves? (zie ook het antwoord op vraag 11) is het onder voorwaarden mogelijk om een deel van het overschot op de algemene reserve te gebruiken voor het dekken van structurele lasten. Om de begroting voor 2027 structureel sluitend te maken, wordt verwacht dat een bedrag van € 550.000 aan de algemene reserve moet worden onttrokken.
Actualisatie staand beleid - e. ICT lasten
We lezen dat in voorgaande jaren de ICT lasten niet volledig zijn doorberekend vanuit gemeente Veenendaal, maar dat nu wel het geval is. 9 Komt er nog een verrekening van de te weinig berekende ICT lasten, of heeft dit al plaats gevonden?
Actualisatie staand beleid - e. ICT lasten
De stijging van de ICT-lasten is niet het gevolg van inefficiëntie, maar van een noodzakelijke correctie op eerder onderdekking en van een professionaliseringsslag die past bij de schaal en complexiteit van de samenwerking. De herijkte afspraken hebben betrekking op de kosten van de Er zijn herijkte afspraken gemaakt met de gemeente Veenendaal. Gelden huidige dienstverlening. Daarbij hoort een evenwichtige verdeling van de deze afspraken alleen voor 2026? Kunnen we in 2027 weer een bijstelling daadwerkelijk gemaakte kosten en een aanspreekbaarheid van gemeente 9 (lees: hogere structurele lasten) verwachten? Of staat dit nu voor langere Veenendaal op de kwaliteit van de dienstverlening. Deze uitgangspunten periode vast of duurt het nu weer jaren voordat er weer verhoogd wordt? gelden niet uitsluitend voor 2026, maar vormen de basis voor de komende jaren. Wel geldt dat de dienstverlening voortdurend moet voldoen aan actuele eisen op het gebied van informatiebeveiliging, privacy, schaalbaarheid en continuïteit. Wanneer deze eisen wijzigen of de dienstverlening wordt uitgebreid, kan dat opnieuw invloed hebben op de ICT-lasten van de samenwerking en daarmee ook op die van gemeente Renswoude.
Actualisatie staand beleid - b. Rentelasten
15. OPR
Hoofdlijnen financiële positie
Overige bijstellingen
16. CDA
Hoofdlijnen financiële positie
Overige bijstellingen
Voor het jaar 2024 en de jaren daarvoor vindt geen aanvullende verrekening plaats. In de voorgaande jaren zijn niet alle werkelijke personeelslasten binnen de ICT-samenwerking doorbelast. Hierdoor heeft gemeente Veenendaal in die periode feitelijk een groter deel van de gezamenlijke kosten gedragen. Vanaf 2025 worden de werkelijke kosten wel doorberekend aan de deelnemende gemeenten, waaronder Renswoude.
Er staat de energielasten van het gemeentehuis zijn gestegen. Het 9 gemeentehuis is/moest gebouwd worden met de gedachte van 0 op de meter. Hoeveel wijken we daar nu van af?
Volledig "nul op de meter" blijkt in de praktijk niet haalbaar. In 2024 is het verbruik van het gemeentehuis per saldo circa 47 MWh (dit is ongeveer 5x het gemiddelde gebruik van een gezin met warmtepomp zonder gasaansluiting). De stijging van de energielasten wordt niet alleen veroorzaakt door dit nettoverbruik, maar ook door de samenstelling van de energietarieven. Er is een verschil tussen het tarief voor afgenomen energie en het (lagere) tarief voor teruggeleverde energie. Daarnaast bestaan de totale energielasten voor een steeds groter deel uit vaste kosten, zoals netwerkkosten en energiebelasting. Voor 2026 en de daaropvolgende jaren wordt een verdere stijging van de vaste kosten verwacht, onder meer door aanleg van nieuwe leidingen.
Hogere energiekosten gemeentehuis. Wat is hier de oorzaak van? En hoeveel meer zijn de kosten?
Zie het antwoord op vraag 15. In de begroting is hiervoor een bijraming opgenomen van € 50.000 per jaar voor het gemeentehuis en € 11.000 per jaar voor het woningbedrijf.
9
2
Technische vragen begroting 2026 Nr. Fractie
Onderdeel
Onderwerp
17. CU
Hoofdlijnen financiële positie
Overige bijstellingen hogere energielasten gemeentehuis
9
18. SGP
3 Wonen en woningen
Kaderstellende beleidsnota's
9 Woningmarktonderzoek 2021, er toch een meer recentere versie?
Inderdaad, in de raadsvergadering van 10 december 2024, agendapunt 5E, is een nieuw woningbehoefte-onderzoek gedeeld. Dit wordt aangepast in de definitieve versie van de begroting.
In 2026 is de portefeuillestrategie vastgesteld. 100% actueel. 11 Vraag: Wanneer wordt de portefeuillestrategie exact opgeleverd en hoe wordt het resultaat 100% actueel gemeten?
De actualisatie van de portefeuillestrategie staat gepland voor uiterlijk het vierde kwartaal van 2026. Met “100% actueel” wordt bedoeld dat de strategie op het moment van vaststelling aansluit bij de dan geldende wet- en regelgeving en de meest recente (regionale) woningmarktonderzoeken. De actualiteit wordt beoordeeld door te toetsen of de uitgangspunten in de strategie overeenkomen met deze actuele kaders en onderzoeken.
19. CU
3 Wonen en woningen
3.2 Passende woningtoewijzing
Blz. Vraag
Antwoord
Welke duurzaamheidsvoorzieningen worden er getroffen om deze hogere Voor het gemeentehuis zijn momenteel geen aanvullende voorzieningen energielasten in de hand te houden? gepland.
Resultaat V
3.3 Vastgoedontwikkelin Resultaat I g sociale huurwoningen
Van de 30 tijdelijke woningen die in 2026 gerealiseerd worden, zullen naar In 2026 moeten 30 tijdelijke woningen worden gerealiseerd. Is dit verwachting circa 10 woningen nodig zijn voor de herhuisvesting van voldoende om de bewoners van het huidige complex op het Oekraïense vluchtelingen die nu in de (oude) Brogwal verblijven. Voor de 11 Borgwalterrein te herbergen? Waarom worden de overige 20 tijdelijke overige 20 tijdelijke woningen geldt dat er op dit moment nog geen geschikte woningen pas gerealiseerd in 2029 (te lezen in 11.2 Investeringen tabel op locatie beschikbaar is. Daarom zijn deze voorlopig gepland voor 2029. pagina 72) Wanneer zich eerder een geschikte locatie aandient, wordt de planning aangepast in een volgend planning-en-controldocument.
21. CU
3.3 Vastgoedontwikkelin Resultaat I g sociale huurwoningen
In 2026 zijn 30 tijdelijke woningen gerealiseerd en is gestart met de planontwikkeling van 20 tijdelijke woningen. Vraag: In 2025 zouden de eerste 25 tijdelijke woningen gerealiseerd worden en in 2026 de andere 25 tijdelijke woningen. Daarna werd gesteld 11 dat alle 50 woningen in 2026 gerealiseerd zouden worden en nu wordt gesproken over de eerste 30 en daarna 20. Naast het jaar vertraging is er ook een verschil in ‘splitsing’. 30-20 ipv 25-25. Waardoor zijn deze verschillen ontstaan?
22. CDA
3 Wonen en woningen
20. OPR
23. OPR
3.3 Vastgoedontwikkeling sociale huurwoningen
3.3 Afstemmen op de Vastgoedontwikkelin woningmarkt g sociale huurwoningen
11
Hoe staat het met de ontwikkeling van de flexwoningen? Is 30 opleveren in 2026 haalbaar?
De planning voor de realisatie van de tijdelijke woningen is geactualiseerd. Op de beoogde locatie kunnen in plaats van 25 woningen 30 woningen gerealiseerd worden, met aangepaste bouwkwaliteit en afmetingen. Voor deze beoogde locatie lopen momenteel de onderhandelingen met een grondeigenaar over de levering van de grond. Afhankelijk van het moment waarop de betreffende grond is overgedragen, kan gestart worden met het bouwrijp maken van de grond en de realisatie van de woningen. Momenteel is de verwachting dat dit proces in de tweede helft van 2026 kan worden afgerond. Zodra ook de grond beschikbaar is voor de volgende 20 woningen kan de voorbereiding en realisatie voor deze woningen plaats vinden.
Zie het antwoord op vraag 21.
De plannen van de gemeente Ede en Veenendaal rondom Ederveen - de Klomp hebben ook gevolgen voor de gemeente Renswoude. Om de belangen van onze inwoners te behartigen, is in regionaal verband afgesproken dat Renswoude Wat zijn de exacte kosten die gemaakt moeten worden voor de vertegenwoordigd blijft in de planvorming. De exacte kosten voor deze gebiedsontwikkeling Ederveen de Klomp, en waaruit bestaan deze kosten 12 betrokkenheid zijn vooraf niet volledig te bepalen, omdat dit afhankelijk is van (welke taken)? de omvang van de werkzaamheden en de benodigde adviezen. In de begroting is een bedrag van € 23.000 per jaar opgenomen. Dit bedrag is bedoeld voor externe adviezen en de inhuur van personeel om de deelname aan de regionale planvorming te realiseren.
Lasten 24. CDA
3 Wonen en woningen
25. CU
3 Wonen en woningen
3.3 Vastgoedontwikkeling sociale huurwoningen
3.3 Vastgoedontwikkeling sociale huurwoningen Afstemming op de woningmarkt
26. CU
3 Wonen en woningen
3.3 Vastgoedontwikkeling sociale huurwoningen
12 Waarom een budget opgenomen voor Ede- de Klomp?
Zie het antwoord op vraag 23.
Voor de gebiedsontwikkeling Ederveen-De Klomp is een meerjarig budget opgenomen in de begroting, omdat deze ontwikkeling een langdurige inzet 12 vraagt en financiële consequenties over meerdere jaren heeft. Zie het antwoord op vraag 23. Vraag: Hoe is dit budget meerjarig verdeeld? En vooral: aan wat voor een lasten moeten wij denken?
De kapitaallasten voor groot onderhoud en verduurzaming van de gemeentelijke woningen zijn in 2026 naar beneden bijgesteld. 12 Vraag: vanaf 1 januari 2029 geld dat alle huurwoningen minimaal energielabel D moeten hebben. Als groot onderhoud en verduurzaming vooruit geschoven worden, halen we de deadline van 1-1-2029 dan nog?
In het portefeuilleplan 2020 - 2035 is opgenomen dat alle gemeentelijke woningen uiterlijk eind 2030 energielabel A moeten hebben. Voor een aantal woningen met een huidig energielabel lager dan D is voorzien dat deze verkocht worden. Of alle woningen uiterlijk 1 januari 2029 minimaal energielabel D hebben, is mede afhankelijk van de situatie van de huidige huurders. Zodra deze woningen beschikbaar komen, worden zij te koop aangeboden en aan het huuraanbod onttrokken. Door deze aanpak wordt zo veel mogelijk tegemoetgekomen aan de wettelijke deadline, maar voor specifieke woningen kan de 1-1-2029-termijn afhangen van het verloop van huurcontracten.
Lasten
27. CDA
4 Ruimtelijke ontwikkeling en beheer
4.2. Ontwikkeling buitengebied & agrarische sector Resultaat II
14
Er staat dat er een gebiedskaart opgesteld wordt. Waar gaat dit over? Dekt dit het hele buitengebied? Gaan we geen agrariërs die willen blijven boeren wegjagen? Mijn ervaring met kaartjes en de agrarische sector is niet zo positief.
3
Politieke vraag. Graag mondeling opnieuw stellen tijdens de raadsvergadering.
Technische vragen begroting 2026 Nr. Fractie
28.
Onderdeel
4 Ruimtelijke Dorpsbel ontwikkeling en ang beheer
Onderwerp
4.2. Ontwikkeling buitengebied & agrarische sector
Blz. Vraag
Antwoord
Met het leveren van een bijdrage aan gebiedsopgaven wordt bedoeld dat de gemeente bijdraagt aan het realiseren van rijks- en provinciale doelstellingen, eventueel aangevuld met gemeentelijke doelstellingen. Als voorbeeld kan Wat wordt bedoeld met een bijdrage leveren aan gebiedsopgaven? Eerder genoemd worden het Utrechts Programma Landelijk Gebied, waarin wordt 14 wordt gesproken over het opleveren van een gebiedskaart, is dat dan wat gekeken waar nieuwe natuur kan worden ontwikkeld en waar groenblauwe hier wordt bedoeld? dooradering kan plaatsvinden. Daarnaast zijn er bijvoorbeeld doelstellingen vanuit de Kaderrichtlijn Water (KRW), zoals schoner oppervlaktewater, het tegengaan van verdroging en dergelijke. Een bijdrage aan dit laatste is mogelijk door bijvoorbeeld meandering van beken.
Resultaat II - indicator 4 Ruimtelijke Dorpsbel 29. ontwikkeling en ang beheer
4.2. Ontwikkeling buitengebied & agrarische sector
Er wordt gesproken over naar ‘beste vermogen helpen’. Hoe is dit 14 meetbaar? En weten mensen voldoende wat ‘het beste vermogen’ is van de gemeente i.r.t. kaders/wet- en regelgeving?
Politieke vraag. Graag mondeling opnieuw stellen tijdens de raadsvergadering.
Resultaat III - indicator
30. OPR
4.3 Ontwikkeling dorp
31. CDA
4 Ruimtelijke ontwikkeling en beheer
Resultaat III
4.3 Ontwikkeling dorp
Er is nog geen indicatie beschikbaar van de exploitatiekosten van de nieuwe Is er een indicatie beschikbaar wat de exploitatiekosten gaan worden van opzet van het multifunctioneel centrum. Het onderzoek naar het definitieve de nieuwe opzet? Dit gezien het feit van diverse gebouwen worden 15 beheer is nog gaande. Vanuit de gemeente vinden gesprekken plaats met de samengevoegd (Sporthal/Bibliotheek enz). Is er een plan van hoe men om betrokken organisaties. Hierbij is aandacht voor een zorgvuldige vormgeving wil gaan met alle betaalde krachten en vrijwilligers? van de overgang naar de nieuwe situatie en de continuïteit van activiteiten.
Is het haalbaar om in/vanaf 2029 al woningen in Zuid en 15 Zuidwest woningen te realiseren?
Resultaat III
32. OPR
4.3 Ontwikkeling dorp
33. CDA
4 Ruimtelijke ontwikkeling en beheer
Resultaat IV
4.3. Ontwikkeling dorp
15
Welke invulling over Renswouds grondgebied kunnen/moeten we verwachten? Toegangswegen of bebouwing? Graag verdere toelichting
34. CU
4.5 Biodiversiteit
Er is op maandag 27 oktober een informatiemiddag georganiseerd voor ondernemers over de huidige en toekomstige energievoorziening. Voor de beoogde invulling van de kavels in Groot Overeem II zijn kleinverbruikersaansluitingen beschikbaar. Daarnaast worden onderzoeken uitgevoerd naar mogelijkheden om meer energie beschikbaar te krijgen voor dit gebied.
Welke meetmethode gebruikte de gemeente om biodiversiteit te 16 monitoren?
De gemeente monitort de biodiversiteit op basis van een combinatie van locatieonderzoek door een ecologisch bureau en waarnemingen van inwoners en gemeentelijke medewerkers. Deze gegevens worden eens per twee jaar verzameld, geanalyseerd en vastgelegd door het betreffende ecologische bureau.
17 ‘Plannen zijn vastgesteld’ over welke plannen gaat het hier?
Het betreft de plannen Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) en het Integraal Beheerplan Openbare Ruimte (IBOR). Deze plannen vormen samen het beleidskader voor het beheer, onderhoud en de vernieuwing van de openbare ruimte en de rioleringsinfrastructuur.
Resultaat I
35.
4.6 Onderhoud Dorpsbel openbare ruimte en ang afval
Resultaat I - indicator bullit 2
4.6 Onderhoud Dorpsbel 36. openbare ruimte en ang afval Resultaat II - activiteit 4
37. CDA
4 Ruimtelijke ontwikkeling en beheer
Onderhoud openbare ruimte en afval
De twee speelplaatsen die in het Meerjaren Investeringsplan voor 2025 zijn Aanpak van 2 bestaande speellocaties. In 2025 stonden er ook 2 gepland, opgenomen, bevinden zich inmiddels in de fase van voorbereieding of 17 dat is niet gebeurd. Zijn dit deze of komen er dan nu 2 bij en worden er 4 uitvoering. Voor 2026 staan in het Meerjaren Investeringsplan de renovatie en vernieuwd? vernieuwing van twee bestaande speellocaties gepland. Daarnaast worden in Beekweide II twee nieuwe speelplaatsen gerealiseerd.
Kunnen de actuele cijfers van het aantal afgekeurde PMD 17 vrachten aangegeven worden (zowel in percentage als absoluut)? Hoeveel kost de gemeente dit?
Resultaat III
38. OPR
39.
4.6 Onderhoud openbare ruimte en afval
4 Ruimtelijke Dorpsbel ontwikkeling en ang beheer
Doelstellingen
Duurzame ontwikkeling (energietransitie)
Politieke vraag. Graag mondeling opnieuw stellen tijdens de raadsvergadering.
Hoe gaat Groot Overeem II in 2032 gerealiseerd zijn met oog 15 voor de netcongestie? Welke stappen worden genomen die problemen op te lossen?
Resultaat V 4 Ruimtelijke ontwikkeling en beheer
Het is afhankelijk van de voortgang van de planvorming of woningen in Zuid en Zuidwest vanaf 2029 gerealiseerd kunnen worden. De wens is om uiterlijk in 2029 overeenstemming te hebben bereikt met alle grondeigenaren in het plangebied. Indien dit lukt, kan de bouw starten zdora de laatste woningen in Beekweide II zijn opgeleverd.
De afkeur van PMD wordt geregistreerd in tonnages. Tot en met het tweede kwartaal van dit jaar is 90 ton PMD afgekeurd. Dit komt overeen met ongeveer 0,09% van de in totaal 98.590 ton ingezameld PMD. Afgekeurd PMD wordt verwerkt als restafval, waarvoor geen PMD-vergoeding wordt ontvangen. De kosten voor de verwerking (verbranding) van dit restafval bedroegen tot en met het tweede kwartaal van 2025 circa € 14.000.
We bevorderen een betere scheiding van afval. Hoeveel % wordt er Zie het antwoord op vraag 37. In de ideale situatie is het percentage afkeur 17 afgekeurd en wat zijn daarvan de kosten? En hoeveel moet dit percentage gezakt naar 0%. zakken?
Wat is de nulmeting (2019)? Wij stellen voor dat de nulmeting wordt 18 toegevoegd bij de indicator. En hoe gaan we inzichtelijk maken dat we de 1,5% energiebesparing per jaar behalen?
Resultaat III
4
De nulmeting uit 2019 is gebaseerd op de gegevens uit de Klimaatmonitor, waarin het totale energieverbruik binnen de gemeente is vastgelegd. Deze gegevens vormen de uitgangswaarde voor het monitoren van de jaarlijkse energiebesparing. De Klimaatmonitor biedt gedetailleerde overzichten van het energieverbruik per sector (zoals huishoudens, bedrijven en mobiliteit) en per type energie (gas, elektriciteit, duurzame bronnen). Op basis van deze cijfers wordt gevolgd of de beoogde 1,5% energiebesparing per jaar wordt behaald. De Klimaatmonitor is als bron opgenomen bij de eerste indicator. Het opnemen van de gedetailleerde overzichten van het energieverbruik is voor de begroting zelf minder passend.
Technische vragen begroting 2026 Nr. Fractie
40. CDA
Onderdeel
4 Ruimtelijke ontwikkeling en beheer
Onderwerp
Verkeersveiligheid en bereikbaarheid
41. CDA
4 Ruimtelijke ontwikkeling en beheer
Ontwikkeling dorp lasten
42. CU
4 Ruimtelijke ontwikkeling en beheer
Ontwikkeling dorp lasten
43. CU
4 Ruimtelijke ontwikkeling en beheer
Duurzame ontwikkeling, lasten
Blz. Vraag
19
Antwoord
Waarom zijn de lasten in 2028 en 2029 zoveel hoger als in 2026 en 2027?
De hogere lasten in 2028 en 2029 zijn het gevolg van de investeringen in de infrastructuur die vanaf 2026 en 2027 worden uitgevoerd. Naast de reconstructie van de Barneveldsestraat staan in het Meerjaren Investeringsplan werkzaamheden ingepland aan drie bruggen, de Hopeseweg, de Emminkhuizerlaan en enkele straten in het dorp, Deze investeringen leiden vanaf 2028 tot hogere kapitaallasten in de exploitatie binnen het subprogramma Verkeersveiligheid en bereikbaarheid, waaronder de wegen vallen.
20 Wat is nadeelcompensatie onder deze post?
Onder het subprogramma Ontwikkeling dorp vallen ook de activiteiten rondom het omgevingsplan. Bij een wijziging van een omgevingsplan kan er sprake zijn van een nadeelcompensatie (voorheen bekend als planschade). Dit betekent dat een eigenaar of belanghebbende financieel kan worden gecompenseerd wanneer een plan hem of haar nadeel oplevert. In de praktijk blijkt dat, indien nadeelcompensatie al van toepassing is, deze in de afgelopen jaren niet ten laste van de gemeente is gekomen, maar is verrekend via de aanvragers of binnen de betreffende grondexploitatie.
Wat wordt gerekend tot ‘vervangingsinvesteringen openbare verlichting’ 20 na de neerwaarts bijstelling?
De post Investeringen openbare verlichting betreft het vervangen van mast(en) en armaturen van de lantaarnpalen. Door de recente vervanging van armaturen met ledverlichting kan de vervangingscyclus van de armaturen worden uitgesteld. Hierdoor vindt vervanging later plaats en zijn de benodigde investeringen voor die jaren lager dan oorspronkelijk begroot.
20 Worden deze lasten 100% gedekt door de CDOKE?
De lasten voor duurzame ontwikkeling worden niet volledig gedekt door de CDOKE. De inhuur van medewerkers voor onderzoek op het gebied van duurzaamheid (zoals netcongestie en klimaatadaptatie) kunnen tot en met 2027 grotendeels uit de specifieke uitkering CDOKE worden gefinancierd. Daarnaast zijn er overige lasten voor het uitvoeren van plannen en voor het duurzaamheidsloket. Hierdoor ontstaat een verschil tussen de lasten en de baten van ongeveer € 157.000 tot € 161.000 per jaar. De samenwerking onder het AZWA (Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord) is momenteel onderwerp van regionale afstemming, onder meer met zorgverzekeraars en op Gelders niveau. De focus ligt op preventie en betere samenwerking tussen zorg en sociaal domein. AZWA is een uitbreiding op het Integraal Zorgakkoord (IZA), met als doelen: 1. Het zorgpersoneelstekort verkleinen. 2. Zorg toegankelijker maken, vooral voor kwetsbare groepen.
44. CU
5. Samenleving
5.1 Sociale infrastructuur
21 Wat betekent precies de samenwerking onder Azwa?
Resultaat I 5.1 Sociale infrastructuur 45. CDA
5. Samenleving
46. CU
5. Samenleving
21
5.1 Sociale infrastructuur
Het percentage inwoners met overgewicht/obesitas is een indicator. Hoe voert de gemeente beleid dat te verminderen?
5. Samenleving
5.3 WMO
De indicator 'toename zorgmeldingen Veilg Thuis' wordt zowel kwantitief als relatief gevolgd. Dat betekent dat zowel wordt gekeken naar de aantallen als naar het percentage per inwonersaantal.
Is het in Renswoude ook zo geregeld dat iedere gebruiker van een WMOproduct een eigen bijdrage moet betalen? (a €21,00 per maand)
Ja, in Renswoude geldt dat iedere gebruiker van een Wmo-product een eigen bijdrage moet betalen, conform de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo 2015). Voor bepaalde zorgvoorzieningen die wettelijk zijn uitgesloten, geldt geen eigen bijdrage.
23
Er wordt gesproken over een pilot indicatievrije activiteiten op de kasteelboerderij. Wat is de status hiervan?
De pilot voor indicatievrije dagbesteding op de kasteelboerderij is in voorbereiding. Momenteel wordt gezocht naar een projectleider die tot begin 2026 onderzoekt welke mogelijkheden er zijn voor deze vorm van dagbesteding. Het initiatief draagt bij aan het versterken van de sociale basis in Renswoude. In 2026 ligt de nadruk vooral op het onderzoeken of en hoe deze vorm van dagbesteding structureel kan worden geborgd voor de langere termijn.
23
Kan er kort uitgelegd worden wat de pilot indicatievrije activiteiten op de kasteelboerderij inhoudt?
Zie het antwoord op vraag 48.
23
Resultaat 1
48.
Dorpsbel 5. Samenleving ang
5.3 WMO
Resultaat I - activiteit 4
49. CDA
5. Samenleving
5.3 WMO
De gemeente stimuleert een gezonde leefstijl, door interventies zoals Doortrappen, JOGG, Welzijn en bewegen op recept aan te bieden in Renswoude. Dit doen we vanuit het Gezond en Actief Leven Akkoord Renswoude. Daar komt vanaf 2026 de gecombineerde leefstijlinterventie bij, waarmee volwassenen begeleiding van een coach kunnen krijgen om aan een gezonde leefstijl te werken. De gemeente maakt sport en bewegen zo vanzelfsprekend mogelijk, met hulp van onze buurtsportcoach. Dit doen we onder meer door lokale sportverenigingen te subsidiëren en door met hen samen te werken aan de doelen van ons Sport- en beweegakkoord.
21/ Hoe is de indicator ‘toename zorgmeldingen Veilig Thuis’ gedefinieerd? 22 Wordt gekeken naar de aantallen of het percentage per inwonersaantal?
Resultaat II 47. CU
Gemeenten zijn direct betrokken bij twee afspraken: 1. D5 (basisfunctionaliteiten): zoals ketenaanpakken en een Laagdrempelig Steunpunt. Deze versterken de samenwerking tussen zorg en sociaal domein. Hiervoor komt structurele financiering beschikbaar, maar er is nog onduidelijkheid over schaalgrootte en extra verplichtingen. 2. D6 (basisinfrastructuur): gemeenten moeten een stevigere basis organiseren voor voorzieningen als wijkteams en inloopplekken. Ook hiervoor komt geld, maar landelijke normen kunnen knellen met lokale vrijheid. De impact voor Renswoude hangt af van hoe deze afspraken regionaal worden ingevuld. Verdere besluitvorming volgt.
5
Technische vragen begroting 2026 Nr. Fractie
Onderdeel
Onderwerp
50. CDA
5. Samenleving
5.4 Jeugd
5.4 Jeugd
51.
Dorpsbel 5. Samenleving ang
Resultaat IV
5.5 Participatie 52.
Dorpsbel 5. Samenleving ang Resultaat I indicatoren
53. OPR
5.4 Participatie
Jeugd lasten
Blz. Vraag
25
Antwoord
De kosten op jeugdzorg blijven hoog. Kan er iets dieper ingegaan worden op wat voor kostenbesparende projecten aan gewerkt wordt en wat voor lokale acties om besparingen tot stand te brengen er zijn?
Politieke vraag. Graag mondeling opnieuw stellen tijdens de raadsvergadering.
Het effect van jongerenwerk in de pilotperiode 2025/2026 wordt niet uitsluitend gemeten aan de hand van de gezondheidsmonitor jeugd, die pas in 2027 opnieuw plaatsvindt. Om eerder zicht te krijgen op de impact, maken we gebruik van signalen uit de praktijk, zoals terugkoppeling van het Dorpsteam, scholen en netwerkpartners. Daarbij kijken we onder andere naar het bereik van jongeren, de aard van de gesprekken en eventuele veranderingen in gedrag De jongerenwerker is een pilot in 2025/2026 – duur van een half jaar. Deze of meldingen. Hoewel dit geen formeel onderzoek is, biedt het voldoende 25 onderzoeken worden pas later vanaf 2027 weer uitgevoerd. Hoe meet je aanknopingspunten om in 2026 een weloverwogen beslissing te nemen over dan het effect van een jongerenwerker? het al dan niet structureel voortzetten van de functie. De gezondheidsmonitor in 2027 kan dan aanvullend dienen als bevestiging of verdieping van eerder gesignaleerde trends. Hierbij beseffen we dat dit een proces van de lange adem is. Het succes van het jongerenwerk valt niet direct af te lezen uit de gezondheidsmonitor 2027, maar wordt in eerste instantie meer gewogen op basis van het proces zoals de samenwerking met alle sociale partners.
Het streven is uiteraard om de tevredenheid van inwoners minimaal op het huidige niveau te behouden, maar het vaststellen van een indicator van 7,5 als minimum biedt ruimte om realistisch te blijven binnen de beschikbare We scoren in 2024 een 7,9. Waarom zijn we volgens de indicator tevreden middelen en personele capaciteit. Het meten van tevredenheid is bovendien 26 met minimaal een 7,5. Streven we niet een zelfde cijfer of hoger na? Een altijd een momentopname. Een score van bijvoorbeeld 7,7 betekent nog steeds 7,5 is alsnog achteruitgang. dat de dienstverlening als goed wordt ervaren, ook al ligt dit iets onder de 7,9 van 2024. Het gaat erom trends te signaleren en te monitoren, niet alleen om absolute cijfers te vergelijken.
Er wordt een bijraming van €100.993 beschreven, met name door hogere lasten bij jeugdbeschrming. Welke taken binnen jeugdbescherming 27 vragen deze bijraming? Welke afweging ia gemaakt voor bijraming binnen jeugdbescherming, maar aframing bij logopedie?
De hogere lasten hebben voornamelijk betrekking op de gestegen bijdrage Veilig Thuis en hogere salariskosten bij jeugdzorg. De aframing bij logopedie betreft een administratieve correctie: het budget is teruggebracht tot uitsluitend de geraamde kosten voor logopedie. De toelichting in de begroting is niet volledig juist; dit wordt hersteld in de definitieve versie van de begroting. Zie onderstaande tabel. Dit zijn de geprognotiseerde jeugdzorg lasten voor 2025, gebaseerd op de eerste voortgangsrapportage 2025 van Jeugd Food Valley. De inwoneraantallen per 1 januari 2025 zijn opgezocht op waarstaatjegemeente.nl.
Dorpsbel 54. 5. Samenleving ang
55. CU
56. OPR
6.1 Ontwikkeling lokale bedrijfsleven
6.2 Recreatie en Toerisme
Tabel programma samenleving 5.4 Jeugd
Resultaat I
Recreatie en toerisme lasten
Hoe verhoud het bedrag wat we uitgeven aan Jeugd zich tot een 27 inwoneraantal zoals in Renswoude? Ligt dit bedrag hoog t.o.v. andere (vergelijkbare) gemeenten?
Hoe wordt het succes van ondersteuning van ondernemers bij de uitgifte 28 van groot Overeem II gemeten? Steekproef/willekeur of iedere partij die door de gemeente bij de aanvraag geholpen is?
Het succes van de ondersteuning van ondernemers bij de uitgifte van Groot Overeem II wordt gemeten met tevredenheidsenquêtes. Dit zal steekproefsgewijs zijn. De enquêtes richten zich op partijen die door de gemeente zijn begeleid bij hun aanvraag.
Voor 2026 zijn eenmalig extra lasten geraamd de subsidieverlening en/of 29 aan sociale culturele instellingen. Kunt u verdere duiding geven aan deze extra uitgave en hoeveel deze bedraagt?
In 2026 ontvangen gemeente Renswoude € 100.000 aan zorgplichtgelden. Deze middelen zijn primair bedoeld om het lokale bibliotheekwerk te versterken en een volwaardige bibliotheekvoorziening in de gemeente te waarborgen. Renswoude heeft ervoor gekozen om het deel van deze middelen dat niet rechtstreeks aan het bibliotheekwerk wordt besteed, in te zetten voor bredere sociaal-culturele doeleinden. Dit is mogelijk omdat het gaat om een decentralisatie-uitkering, die wel een oormerk heeft, maar vrij besteedbaar is. Voorlopig is dit bedrag ondergebracht bij het programma Recreatie en toerisme, zodat het beschikbaar blijft voor een breder sociaal-cultureel doel. Zodra het definitieve bestedingsdoel is vastgesteld, wordt het budget verschoven naar het bijbehorende (sub)programma.
Dit kopje klopt toch niet? Het gaat over toeristenbelasting, dit valt toch onder recreatie en toerisme en niet ontwikkeling lokale bedrijfsleven?
In het verleden is de keuze gemaakt om toeristenbelasting onder het subprogramma 'Economische promotie /ontwikkeling lokale bedrijfsleven' te plaatsen. Momenteel bestaat er echter een grote samenhang met het subprogramma 'Recreatie en toerisme'. Bij een nieuwe coalitie kan er, indien gewenst, worden gekozen voor een aanpassing van de indeling om deze samenhang beter te weerspiegelen.
Toelichting op de wijzigingen 57.
Dorpsbel 6.2 Recreatie en ang Toerisme
58. OPR
6.2 Recreatie en Toerisme
Ontwikkeling lokale bedrijfsleven
Ontwikkeling lokale bedrijfsleven
Gemeente Prognose 2025 (deelnemend aan Jeugdzorglasten Jeugd Foodvalley) per inwoner Barneveld € 352,96 Ede € 388,93 Nijkerk € 327,21 Renswoude € 336,73 Rhenen € 337,39 Scherpenzeel € 362,37 Veenendaal € 497,78
29
29 Wanneer is de laatste keer dat de toeristenbelasting is verhoogd?
6
Per 1-1-2019 is het tarief verhoogd van € 0,70 naar € 0,75 per persoon per nacht.
Technische vragen begroting 2026 Nr. Fractie
Onderdeel
Onderwerp
Blz. Vraag
Antwoord
Waarom valt de toeristenbelasting onder ontwikkeling lokale bedrijfsleven en niet (recreatie en) toerisme? En is een verhoging van 7x €0,25 niet vrij veel ten opzichte van de 29 huidige €0,75 per persoon per nacht niet vrij veel, ook al is dat het landelijk gemiddelde? Het is een toename van 233%. Is het niet mogelijk dit na 4 jaar te bekijken of het resultaat voldoende is? En evt. dan alsnog voor 3 jaar de verhoging in te voeren?
Zie ook het antwoord op vraag 57. De toeristenbelasting valt momenteel onder het subprogramma 'Ontwikkeling lokale bedrijfsleven', conform eerdere indeling. Er bestaat echter een duidelijke samenhang met 'Recreatie en toerisme'. Bij een toekomstige nieuwe coalitie kan de indeling worden herzien. De voorgestelde verhoging van € 0,75 naar € 1,- per persoon per nacht in 2026 is een stijging van 33%. Na de verhoging 2026 behoort Renswoude nog steeds tot de goedkoopste gemeenten in Nederland. Ter vergelijking: het tarief in Veenendaal is in 2025 € 2,70. De gemeenteraad kan jaarlijks besluiten of een aanpassing van het tarief wenselijk is. Dit biedt de mogelijkheid om na enkele jaren de effecten te evalueren en eventueel de verhoging bij te stellen.
59. CDA
Economische ontwikkelingen en toerisme
60. OPR
7.1 APV, Openbare orde en veiligheid, Resultaat IV vergunningsverlenin g…
Voor een OPA (omgevingsplanactiviteit) geldt een wettelijke beslistermijn van 8 Gesteld wordt dat OPA’s zonder planwijzigingen tijdens aanvraag in 2026 weken. De termijn wordt niet altijd gehaald omdat aanvragen niet altijd volledig binnen de wettelijke termijnen afgehandeld gaan worden. Nu is dat 31 zijn, waardoor aanvullende gegevens door de aanvrager moeten worden percentage 80%. Wat zijn de wettelijke termijnen en waarom worden deze aangeleverd. Daarnaast kan het voorkomen dat een aanvraag tijdens de op dit moment niet behaald? procedure door de aanvrager wordt gewijzigd, wat eveneens leidt tot vertraging.
61. CU
7.1 APV, Openbare orde en veiligheid, Resultaat IV en V vergunningsverlenin g…
OPA’s worden binnen de gestelde wettelijke termijnen behandeld. Vraag: Wat is de wettelijk gestelde termijn voor een OPA? 31 En BOPA’s worden binnen redelijke termijn afgehandeld. (6 maanden) Vraag: Hoe wordt dit meetbaar gemaakt? En hoe wordt zichtbaar hoelang deze looptijd is en of deze wordt gehaald?
7.2 Burgerzaken
De uitbreiding van digitale producten op de gemeentelijke website in 2026 is gericht op het digitaliseren van bestaande papieren formulieren. Hierdoor kunnen inwoners sneller en eenvoudiger aanvragen doen. Voorbeelden van formulieren die gedigitaliseerd worden zijn: - Het aanvraagformulier voor het plaatsen van voorwerpen op de openbare weg. De website van de gemeente heeft in 2026 meer digitale producten dan in - Het formulier voor het aanvragen van subsidies. 2025. - De aanvraag voor een evenementenvergunning. 33 Vraag: Waarmee is het voornemen deze te gaan uitbreiden? Welke digitale producten moeten we aan denken? Daarnaast wordt de uitrol van e-formulieren voortgezet, die direct in Djuma (ons zaaksysteem) worden verwerkt. Door een koppeling met de Basisregistratie Personen (BRP) en het gebruik van DigiD worden persoonsgegevens automatisch ingevuld, wat het gebruiksgemak voor inwoners vergroot. De daadwerkelijke uitbreiding zit dus vooral in het digitaliseren van bestaande papieren processen. Verdere inventarisatie van digitaliseringskansen vindt nog plaats.
62. CU
6.2 Recreatie en toerisme
Resultaat III
Resultaat I 63. OPR
64.
7.3 Oekraïense vluchtelingen
Dorpsbel 7.3 Oekraïense ang vluchtelingen
65. CDA
8. Algemene dekkingsmiddelen, overhead, VPB en onvoorzien
66. CDA
8. Algemene dekkingsmiddelen, overhead, VPB en onvoorzien
67. OPR
9.1 Paragraaf Lokale heffingen
Resultaat II - indicator
Gaan de Oekraïense vluchtelingen huur betalen voor de beschikbaar gestelde woningen. Zo ja, is dit terug te vinden in de begroting? Wat is de status van de ingeschreven Oekraïense vluchtelingen? Welke 33 voorwaarden geven hun het Nederlanderschap? Zijn er ook niet ingeschreven Oekraïense vluchtelingen, en zo ja, is het zichtbaar om hoeveel personen het gaat?
35 Waarom neemt de post onvoorzien aan de lastenkant zo sterk toe?
Kwijtscheldingsbeleid
Voor de tijdelijke woningen is rekening gehouden met huuropbrengsten. Deze zijn als baten opgenomen onder 3.3 Vastgoedontwikkeling sociale huurwoningen. De Oekraïense vluchtelingen verblijven in Nederland op basis van de Europese richtlijn Tijdelijke Bescherming. Deze regeling geeft recht op verblijf, werk, toegang tot zorg en vrij reizen binnen de EU. De regeling geldt voorlopig tot 4 maart 2027. Of er in Renswoude Oekraïense vluchtelingen verblijven die niet staan ingeschreven in de Baisregistratie Personen (BRP), is bij ons niet bekend.
Het resultaat luidt: "In 2026 is het draagvlak voor de opvang van Oekraïense vluchtelingen in stand gebleven." Op dit moment wordt als indicator uitsluitend het aantal in Renswoude gehuisveste Oekraïners gebruikt. Hiermee wordt het Is dit geen vreemde indicator? Bij resultaat 1 staat dit ook al als indicator 33 draagvlak gemeten, omdat dit inzicht geeft in de omvang van de opvang en de en het heeft geen relatie met de genoemde activiteiten onder Resultaat II. betrokkenheid van de gemeente en inwoners. Hoewel deze indicator ook bij resultaat I wordt gebruikt, is er voor resultaat II momenteel geen andere kwantitatieve maat beschikbaar.
Financiële overzicht
Financiële overzicht
Zie het antwoord op vraag 60 voor de wettelijke beslistermijn voor OPA's. Voor zowel OPA's als BOPA's worden de aanvragen geregistreerd in software, waarin de doorlooptijden per aanvraag zichtbaar en meetbaar zijn. Op deze manier is inzichtelijk hoe lang een aanvraag loopt en kan worden gecontroleerd of de wettelijke of afgesproken termijn wordt gehaald.
De overhead 16 a 17% Is dit alleen CAO ict? Vallen hier ook nog andere kosten onder? 35 Wat is vacature ruimte ?
Op pagina 26 lezen we dat de afgegeven Grebbepassen met 117 ten 37 minste gelijk blijft. Is er op het gebied van OZB en afvalstoffenheffing ook bekend hoeveel individuele gevallen kwijt gescholden worden?
7
De sterke toename van de post onvoorzien aan de lastenkant wordt veroorzaakt door de afschrijvingskosten van investeringen die zijn opgenomen in het Meerjaren Investeringsplan (MIP). Het betreft investeringen die gepland zijn, maar nog niet zijn opgestart. De post is cumulatief opgebouwd: In de raming voor 2027 zijn de afschrijvingskosten van de investeringen 2026 meegenomen, in de raming voor 2028 zijn de afschrijvingskosten van de investeringen 2026 én 2027 opgenomen etc. Hierdoor neemt de post onvoorzien toe. De overhead omvat meer dan alleen ICT- en CAO-gerelateerde salarislasten. Ook andere kosten vallen hieronder, zoals energiekosten, verzekeringen en accountantskosten. De vacatureruimte geeft aan welk deel van het formatieplan nog niet ingevuld is, maar waarvoor vacatures uitstaan of binnenkort worden uitgezet.
Op het gebied van belastingkwijtschelding geldt dat alleen riool- en afvalstoffenheffing kunnen worden kwijtgescholden; de OZB valt hier niet onder. Per 28 februari 2025 (meest recente rapportagedatum van GBLT) zijn 61 kwijtscheldingsverzoeken ontvangen. Hiervan zijn 33 verzoeken toegewezen en 28 verzoeken waren nog in behandeling.
Technische vragen begroting 2026 Nr. Fractie
Onderdeel
Onderwerp
Antwoord
Waarom is er voor 2026 en 2027 een dekkingspercentage begroot van 38 minder dan 100%? Waardoor wordt dit veroorzaakt, en waarom is deze niet 1005 dekkend?
Voor de jaren 2026 en 2027 is het begrote dekkingspercentage van de kosten voor afvalinzameling en -verwerking minder dan 100%, omdat de verwachte kosten hoger zijn dan de verwachte opbrengsten uit heffingen. Normaal gesproken zou een 100% kostendekkendheid worden bereikt door een onttrekking uit de voorziening milieu. In dit geval loopt deze voorziening in 2026 af naar € 0, waardoor de kostendekkendheid lager uitkomt dan 100%. Met andere woorden: de lagere dekking is een gevolg van hogere kosten dan opbrengsten en het aflopen van de beschikbare voorziening.
Afvalstoffenheffing en reinigingsrecht
We zien dat de voorziening milieu leeg loopt. Wat zijn de opties om dit te 38 voorkomen en dit taakveld kostendekkend te houden? Kunnen kosten bespaard worden? Moet de afvalstoffenheffing omhoog?
Politieke vraag. Graag mondeling opnieuw stellen tijdens de raadsvergadering.
Afvalstoffenheffing en reinigingsrecht
Kunnen de verschillen van de posten 7.3 Afval en Compensabele 38 BTW in de tabel Afvalstoffenheffing/reinigingsrecht tussen 2025 en 2026/2027 toegelicht worden?
1) Tot en met de begroting 2025 werd uitgegaan van een fictief percentage van 11,3% voor de compensabele BTW. Dit percentage is herijkt op basis van de realisatie 2024, waardoor het nieuwe percentage 17% bedraagt. 2) De stijging van de post 7.3 Afval wordt vooral veroorzaakt door een prijsverhoging van de dienstverlening door ACV.
68. OPR
Tabel 9.1 Paragraaf Lokale afvalstoffenheffing / heffingen reinigingsrecht
69. CDA
9. Lokale heffingen
9. Lokale heffingen
70. CDA
Blz. Vraag
Tot en met de begroting 2025 werd uitgegaan van een fictief percentage van 11,3% voor de compensabele BTW. Dit percentage is herijkt op basis van de realisatie 2024, waardoor het nieuwe percentage 17% bedraagt.
71.
Tabel Dorpsbel 9.1 Paragraaf Lokale afvalstoffenheffing / ang heffingen reinigingsrecht
9. Lokale heffingen
Algemene dienstverlening
Dorpsbel 9. Lokale heffingen ang
Tabel algemene dienstverlening
72. CDA
73.
74. CDA
75. OPR
9. Lokale heffingen
Leges dienstverlening vallend onder fysieke leefomgeving/omgevin gsvergunning
9.2 Paragraaf Tabel kengetallen / weerstandsvermoge netto schuldquote / n en solvabiteit risicobeheersing
Kan er een nadere duiding komen van deze tabel? -Waarom is de compensabele BTW in 2026 zoveel hoger dan in 2025? 38 -Waarom zijn de inkomsten uit afval 20K lager begroot dan in 2025? -Waarom gaan we naar een dekkingspercentage van 92% (2026) en 87% (2027)? Waar we voorheen op 100% zaten?
39
Kunnen de enorme verschillen in de tabel Algemene dienstverlening tussen 2024, 2025 en 2026/2027 uitgebreider toegelicht worden?
De inkomsten uit afval zijn in 2026 € 20.000 lager begroot dan in 2025, omdat de gemeente een lagere vergoeding ontvangt voor de inzameling van PMDafval. Dit komt door een landelijke herindeling van afvalstromen, waarbij is aangepast welke materialen onder 'verpakkingsmateriaal' vallen. Hierdoor neemt de verwachte vergoeding af. Het lagere dekkingspercentage (92% in 2026 en 87% in 2027) wordt veroorzaakt doordat de kosten voor afvalinzameling en -verwerking harder stijgen dan de opbrengsten uit de afvalstoffenheffing. In eerdere jaren werd het tekort aangevuld vanuit de voorziening milieu om de kosten volledig te dekken. Deze voorziening loopt echter in 2026 leeg, waardoor niet langer volledig kan worden aangevuld tot 100% kostendekking. De verschillen tussen 2024, 2025, 2026 en 2027 hangen samen met een herverdeling van uren en kosten. Uit de gegevens over 2024 bleek dat in de praktijk meer uren aan algemene dienstverlening werden besteed dan eerder was toegerekend. Vanaf de begroting 2025 is deze toerekening daarom gecorrigeerd: er zijn meer lasten toegerekend aan algemene dienstverlening en minder aan de dienstverlening die onder de Europese dienstenrichtlijn valt. In 2026 nemen de lasten verder toe door hogere personele inzet binnen het taakveld Burgerzaken en een stijging van de overheadkosten. Dit komt onder met name door een grotere behoefte aan personele capaciteit.
Waarom stijgen de lasten voor Burgerzaken op al deze terreinen zo veel? 39/ Algemene dienstverlening bijvoorbeeld van 84.381 in 2025 naar 150.208 in Zie het antwoord op vraag 72. 40 2026.
Volgens mij zit er een rekenfout in de Totaal lasten in de tabel Fysieke 40 leefomgeving/omgevingsvergunning voor 2025. Subtotaal+Overhead = €458.791. en geen €814.117
Deze constatering is juist. De begrotingscijfers 2025 zijn niet correct overgenomen. De overhead zou € 55.440 moeten zijn, zodat de totale lasten uitkomen op € 401.939. Het dekkingspercentage wordt dan 37% voor 2025. Dit wordt in de defintieve versie van de begroting aangepast.
De stijging van de netto schuldquote en de daling van de solvabiliteit hangen vooral samen met een gewijzigde begrotingssystematiek en een groei van de investeringsagenda. Tot en met 2024 werden de financieringslasten (rente en aflossing) pas verwerkt vanaf het moment dat een lening daadwerkelijk werd opgenomen. Inmiddels is de financiële administratie verder geprofessionaliseerd en wordt bij de begroting uitgegaan van een realistischer liquiditeitsplanning. Vanaf de voorjaarsrapportage 2025 worden de De netto schuldquote loopt op. 149% in 2024 tot wel bijna een financieringslasten begroot vanaf het moment waarop een investering gepland verdubbeling met 284% in 2027. De solvabiliteitsratio vliegt naar beneden, is en financiering waarschijnlijk nodig zal zijn. Hierdoor worden de lasten richting de ondergrens van 20%. Wat is hiervan de oorzaak? Wat ligt hier eerder zichtbaar in de meerjarenraming, wat leidt tot een stijging van de 46 ten grondslag aan? Waarschijnlijk geen aankoop gronden, want op pagina geraamde schuldpositie. In combinatie met de gestegen marktrente en 8 sub B Rentelasten lezen we dat we juist dat de rentelasten dalen in 2026 omvangrijke investeringsopgaven heeft dit een direct effect op de kengetallen: vanwege verwachte inkomsten uit grondexplotaties? (Deze vraag is de netto schuldquote stijgt en de solvabiliteit daalt.
De daling van de bedoeld als technische vraag, niet politiek) rentelasten in 2026, zoals vermeld bij de inkomsten uit grondexploitaties, betreft een afzonderlijk effect dat samenhangt met die specifieke inkomsten in dat jaar. Deze daling compenseert deels de stijgende lasten, maar weegt niet op tegen de structureel hogere financieringsbehoefte in de komende jaren. Daarnaast neemt de solvabiliteit af door de onttrekkingen aan de algemene reserve in 2026 en 2027, die nodig zijn om de begrotingen voor die jaren structureel sluitend te houden.
8
Technische vragen begroting 2026 Nr. Fractie
76. CDA
77. OPR
78. OPR
Onderdeel
Onderwerp
9.2 Paragraaf Tabel kengetallen / weerstandsvermoge netto schuldquote / n en solvabiteit risicobeheersing
Blz. Vraag
46
Antwoord
We zien de netto schuldquote (gecorrigeerd dan wel niet gecorrigeerd) sterk toenemen. Kunnen de risico's daarvan toegelicht worden?
Zie het antwoord op vraag 75 voor de toelichting op de netto schuldquote. Ten aanzien van de risico's het volgende: De stijging van de schuldquote en daling van de solvabiliteit maken de gemeente gevoeliger voor renteontwikkelingen en verminderde financiële wendbaarheid. Voor Renswoude geldt dat de financiering van het gemeentelijk woningbezit relatief zwaar weegt binnen de totale lasten. Dit risico blijft beheersbaar, omdat de investeringen bijdragen aan maatschappelijke doelen en structurele inkomsten, zoals huuropbrengsten. Daarnaast wordt bij de financiering van het woningbedrijf meestal gekozen voor leningen met een lange rentevaste periode, waardoor de invloed van renteschommelingen beperkt blijft. De liquiditeits- en investeringsplanning wordt periodiek herzien, zodat tijdig kan worden bijgestuurd als dat nodig is.
Op pagina 38/39 lezen we dat de dekkingspercentages voor de belastingen lang niet altijd 100% zijn. Waardoor hebben we dan een relatief hoge belastingdruk? Klopt het dat we bij een dekkingspercentage van 100% ver boven het landelijke gemiddelde uit zouden komen?
De dekkingspercentages op bladzijden 38 en 39 laten zien in hoeverre de tarieven van leges en heffingen kostendekkend zijn. Dit staat los van de belastingdruk zoals weergegeven bij de belastingcapaciteit op pagina 46. De belastingcapaciteit vergelijkt de totale woonlasten (OZB, riool- en afvalstoffenheffing) van inwoners met het landelijk gemiddelde. De verwachte belastingcapaciteit van Renswoude bedraagt voor 2026 90%. Dit betekent dat de gemiddelde woonlasten van een gemiddeld gezin in Renswoude onder het landelijk gemiddelde uitkomen. Renswoude heeft in 2025 met € 938 rangnummer 70 van de goedkoopste gemeenten. Als Renswoude alle tarieven volledig kostendekkend zou maken (100%), dan zou de belastingcapaciteit door verhoging van de afvalstoffenheffing hoger worden, maar nog steeds onder het landelijk gemiddelde uitkomen.
9.2 Paragraaf weerstandsvermoge Tabel kengetallen / n en belastingscapacitiet risicobeheersing
46
9.3 Paragraaf onderhoud kapitaalgoederen
Met deze zin wordt bedoeld dat de reguliere onderhouds- en beheertaken zijn opgenomen in de begroting, zoals vastgelegd in het Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP). Er kunnen altijd calamiteiten optreden, zoals De zin “de reguliere werkzaamheden zijn in de begroting opgenomen leidingbreuken of verstoppingen, waarvan de kosten vooraf niet zijn te ramen. conform het Gemeentelijk Rioleringsplan” suggereert dat er ook 49 Deze worden zoveel mogelijk opgevangen binnen het beschikbare werkzaamheden zijn betreffende de riolering die niet zijn opgenomen in de onderhoudsbudget. Daarnaast worden uitbreidingen van het rioolstelsel bij begroting. Klopt dit, en zo ja over hoeveel € gaat dit? neiuwe bouwprojecten eerst verantwoord binnen de grondexploitaties. Pas na oplevering worden de onderhoudskosten van deze nieuwe delen (areaaluitbreiding) structureel in de begroting verwerkt.
Riolering
De netto schuldquote laat zien hoe zwaar de gemeentelijke schulden drukken op de totale exploitatiebaten (exclusief onttrekkingen uit reserves). Dit kengetal geeft inzicht in de mate waarin de gemeente met haar structurele inkomsten haar schuldenlast kan dragen.
79. OPR
9.4 Paragraaf financiering
Renterisiconorm
53
Hoe verhoudt de renterisiconorm zich t.o.v. de verdubbelde netto schuldquote welke te lezen is op pagina 46?
De renterisiconorm daarentegen is een wettelijke norm (Wet financiering decentrale overheden, artikel 4) die bepaalt dat de jaarlijkse renterisico’s — dat wil zeggen de som van aflossingen en renteherzieningen — niet meer mogen bedragen dan 20% van de totale vaste schuld. Deze norm beperkt de gevoeligheid van de gemeentelijke begroting voor plotselinge renteveranderingen. Er is dus een indirect verband tussen beide kengetallen: hoe hoger de schuldpositie (netto schuldquote), hoe groter potentieel ook de renterisico’s. Gemeente Renswoude blijft ruim binnen de wettelijke renterisiconorm, wat betekent dat de toegenomen schuldpositie geen direct risico vormt voor de financiële stabiliteit, zolang de financiering gespreid en met lange rentevaste perioden wordt aangetrokken.
80. OPR
81. OPR
82. OPR
De begrote langlopende leningen stijgen van 43.847K in 2026 naar 76.370K in 2029. Deze stijging wordt mede bepaald door de financieringsbehoefte van het woningbedrijf bij de realisatie van nieuwe 54 projecten. Kan er meer duiding worden gegeven aan deze bedragen, hoe zij tot stand zijn gekomen en welke uitgangspunten hierbij zijn gehanteerd?
Voor de begroting is uitgegaan van financiering van de investeringen uit het Meerjaren Investeringsplan via langlopende leningen, tegen de marktrente 2025 van 3,2% (gebaseerd op de laatst aangetrokken lening in februari 2025).
9.7 Grondbeleid
Wat wordt bedoeld met de tekst “en of er grondaankopen plaats gaan vinden door de gemeente” ? Of dit gebeurd in 2026, of grondaankopen in 65 het geheel? Met hoeveel m2 grondexploitatie rekent de gemeente in de begroting?
Binnen het plangebied Binnen de Beken Zuid Zuidwest is nog geen grondexploitatie opgenomen in de begroting, omdat nog niet duidelijk is of de gemeente zelf gronden zal verwerven. Zodra hierover definitieve overeenstemming is met één of meer grondeigenaren, zal de raad worden gevraagd een grondexploitatie te openen, met een voorlopige prognose op basis van de dan beschikbare gegevens.
10.4 Overzicht per taakveld
Het taakveldenoverzicht laat de totale lasten en de baten per taakveld zien. De dekkingsbijdrage van 100% op pagina 38 betreft een berekening van de We zien dat de begrote baten hoger zijn dan de begrote lasten, terwijl we kostendekkendheid van de heffingen en belastingen. Hierbij worden alleen de 70 op pagina 38 lezen dat de dekkingsbijdrage 100% is. Kunt u uitleggen waar relevante onderdelen van de verschillende taakvelden meegenomen. Hierdoor het verschil inzit? kunnen de totalen in het taakveldenoverzicht hoger lijken dan de 100% kostendekkendheid, terwijl de berekening van de dekkingsbijdrage correct is.
9.4 Paragraaf financiering
Tabel financieringspositie
Tabel taakveld 7.2 / 7.3
9
Technische vragen begroting 2026 Nr. Fractie
83. OPR
84. CDA
85. CDA
Onderdeel
11.2 Investeringen
11. Uiteenzetting financiële positie
11. Uiteenzetting financiële positie
Onderwerp
Blz. Vraag
Antwoord
Tabel
Op dit moment is nog niet bekend of de eerste 30 tijdelijke woningen verhoudingsgewijs duurder zullen zijn dan de volgende 20. Voor de eerste 30 tijdelijke woningen is het voorstel om deze van hogere kwaliteit en deels Klopt het dat de eerste 30 flexwoningen verhoudingsgewijs duurder zijn ruimere uitvoering te realiseren dan aanvankelijk voorzien. Hierdoor wordt de dan de volgende 20 flexwoningen? Waar is de aanschaf van de grond van levensduur verlengd van 30 naar 50 jaar en is de oorspronkelijke 72 fase II voor de 20 flexwoningen terug te vinden? Kunt u tevens het verschil afschrijvingstermijn (30 jaar) aangepast naar 50 jaar. uitleggen betreffende het verschil in afschrijvingen van de flexwoningen? Voor de volgende 20 woningen is geen nieuwe informatie beschikbaar over de 1e 30 in 50 jaar, en 2e 20 in 30 jaar locatie en het type woningen. Daarom zijn voor deze woningen geen aanpassingen gedaan in het begrote bedrag of de afschrijvingstermijn. Als hier meer duidelijkheid over is, wordt de raad hierover geïnformeerd en - zodra nodig - een besluit voorgelegd.