20190904 Duurzaamheidskader Beekweide II
Tekst van het document
DUURZAAMHEIDSKADER DUURZAAMHEIDSKADER BEEKWEIDE II BEEKWEIDE II Gemeente Renswoude Gemeente Renswoude 4 OKTOBER 2019 15 AUGUSTUS 2019
DUURZAAMHEIDSKADER BEEKWEIDE II
Contactpersoon WOUTER SCHIK
Onze referentie: 084006176 0.1 - Datum: 4 oktober 2019
2 van 44
DUURZAAMHEIDSKADER BEEKWEIDE II
INHOUDSOPGAVE 1
2
3
INLEIDING
5
1.1
Algemeen
5
1.2
Vertrekpunt
5
1.3
Proces
5
VERKENNING
7
2.1
Context en kansen
7
2.2
Verhaallijnen/recepten
8
DUURZAAMHEIDSKADER
9
3.1
Duurzaamheidsvisie
9
3.2
Ambitiebepaling
11
3.3
Uitwerking pijlers en duurzaamheidsambities
12
3.3.1
Naar een groen/blauwe toekomstbestendige klimaatrobuuste wijk
12
3.3.2
Naar een energieneutrale wijk
15
3.3.3
Naar een gezonde wijk
18
3.3.4
Slim ontwikkelen en bouwen
19
3.3.5
Overige
19
3.4
Sustainable Development Goals
20
3.5
Procesborging
22
BIJLAGE A. MEMO 1E AANZET DUURZAAMHEIDSOPZET
34
BIJLAGE B. 3 RECEPTEN/VERHAALLIJNEN BEEKWEIDE II
36
BIJLAGE C. SCHETS AMBITIEBWEB WERKSESSIE 2
40
BIJLAGE D. DUURZAME ENERGIE
41
Onze referentie: 084006176 0.1 - Datum: 4 oktober 2019
3 van 44
DUURZAAMHEIDSKADER BEEKWEIDE II
Onze referentie: 084006176 0.1 - Datum: 4 oktober 2019
4 van 44
DUURZAAMHEIDSKADER BEEKWEIDE II
1
INLEIDING
1.1
Algemeen
De gemeente Renswoude wil met Beekweide II een nieuwe woonwijk realiseren met ongeveer 150 woningen. Deze nieuwe ontwikkeling dient duurzaam en toekomstbestendig te zijn en aan te sluiten bij het beleid, de behoeftes en kernwaarden van de gemeente. Beekweide II moet op de schaal van Renswoude een voorbeeld zijn van een nieuwe duurzame wijk van de toekomst. De term duurzaamheid is een breed begrip, dat meerdere belangrijke thema’s omhelst. Hierbinnen moeten keuzes gemaakt worden en deze moeten vervolgens vertaald worden naar richtlijnen en maatregelen. In deze rapportage wordt hiertoe een integraal duurzaamheidskader aangegeven als onderdeel van het bredere planproces. Hiervoor wordt eerst een verkenning gedaan naar de mogelijkheden en vervolgens wordt een integrale verhaallijn benoemd. Deze verhaallijn is gelaagd, zodat hier genuanceerd mee omgegaan kan worden: vasthouden aan de hoofdlijn, maar flexibel op onderdelen. Tenslotte worden uitwerkingen benoemd.
1.2
Vertrekpunt
Duurzaamheid gaat niet om ‘minder slecht doen’, maar om het streven naar oplossingen die daadwerkelijk bijdragen aan een prettige en toekomstbestendige leefomgeving. Deze oplossingen moeten bij voorkeur meer zijn dan een verzameling van losse duurzame maatregelen. Door samenhang en een waardegerichte benadering, bijvoorbeeld door duurzaamheid te integreren met maatschappelijke opgaven en concrete behoeftes, ontstaat meerwaarde en draagvlak. Dan krijgt het abstracte begrip betekenis en inhoud. Duurzaamheid is dan niet de kers op de taart, maar de centrale inhoud van de kersentaart. Duurzaamheid is dan een vanzelfsprekend onderdeel van het verhaal van de ontwikkeling. Er is dan ook niet één duurzaamheidsverhaal en dus één beste duurzame uitwerking voor alle gebiedsontwikkelingen. Afhankelijk van de locatie, opgave, betrokkenen etc. zal dit verhaal dan ook verschillen, bijvoorbeeld verschillen tussen:
• • • •
High tech of low tech duurzaamheid: complexe technische systemen of back to basic eenvoud. Collectief of individualistisch: delen en gelijkvormigheid of juist voor elk wat wils en zelfvoorzienend. Hoog dynamisch of laag dynamisch: flexibiliteit en verandering of robuust met trage verandering. Hoge dichtheid of lage dichtheid: efficiëntie van de grote getallen of juist meer kwaliteit en zelfvoorzienendheid.
Tevens is er een afweging wat op welk schaalniveau moet worden opgelost. Moet bijvoorbeeld het vraagstuk van energiezuinig wonen op woning, blok, buurt, wijk of kernniveau worden benaderd? Daarnaast moet gekeken worden naar de tijdschaal. Wat speelt nu en kan nu het beste worden opgelost en wat beter in de toekomst en/of is relevant in de toekomst? Dit laatste gaat over toekomstbestendigheid. Op basis van samenhangende keuzes gebaseerd op locatie, opgave, betrokkenen etc. is integrale duurzaamheid zo meer dan een optelsom van individuele maatregelen en/of het afvinken van de duurzaamheidslijstjes van BREEAM, GPR etc. Door vanuit de value case vervolgens naar de business case te kijken, blijft er grip op haalbaarheid en realiteit, maar wordt dit wel in een breder kader geplaatst.
1.3
Proces
De valkuil bij duurzaamheid is om direct vanuit (detail)oplossingen te denken. Beter is het om eerst te bepalen van welke droom/ambitie met bijbehorende principes het beste passen in deze situatie. Welke ambities doen recht aan de opgave en waar worden de initiatiefnemers en de omgeving enthousiast van? Welke waarden zijn het meest belangrijk? Om hier toe te komen, wordt eerst stil gestaan bij het geheel en gekeken wat deze opgave qua context en doel specifiek maakt (wat speelt er?) om vervolgens te kijken welke kansen er zijn om hieraan invulling te geven. Vanuit dit overzicht over het hele speelveld is optimaal te overzien wat meer/minder relevant is en kunnen de ambities beter bepaald worden; waar niet waar wel en in welke mate voor te gaan. Het gaat hierbij zeker niet Onze referentie: 084006176 0.1 - Datum: 4 oktober 2019
5 van 44
DUURZAAMHEIDSKADER BEEKWEIDE II
om stapeling van ambities, maar om weloverwogen samenhangende keuzes van ambities op basis van een integrale visie op het project. Op basis hiervan worden de proces- en systeemkeuzes gemaakt. Uiteindelijk worden deze vertaald naar detailoplossingen.
Het proces is er op gericht te trechteren naar de thema’s die relevant en belangrijk zijn voor Beekweide II. Hierbij wordt steeds in samenhang ook gekeken naar onderstaande 4 aandachtspunten.
Voor Beekweide II is een startoverleg en een werksessie gehouden met betrekking tot duurzaamheid. Het startoverleg richtte zich op context en kansen 1, terwijl de werksessie zich richtte op de visie- en ambitiebepaling met aanzet tot proces- en systeemkeuzes als ook relevante (detail)oplossingen als illustratie van de gekozen richting(en). Als integraal afwegingskader is bij de werksessie het ambitieweb ingezet met 12 duurzaamheidsthema’s. Doordat Renswoude voor haar duurzaamheidsbeleid en -doelen nadrukkelijk ook kijkt naar de internationale Sustainable Development Goals (SDGs) (zie Figuur 1) is hier een koppeling mee gemaakt.
Figuur 1: Sustainable Development Goals
1 Op basis van het startoverleg is door Arcadis een memo opgesteld als input voor de doorontwikkeling van
het stedenbouwkundigplan van BDP als ook de opzet recepten/verhaallijnen door Arcadis. Deze memo is
opgenomen in Bijlage A.
Onze referentie: 084006176 0.1 - Datum: 4 oktober 2019
6 van 44
DUURZAAMHEIDSKADER BEEKWEIDE II
2
VERKENNING
2.1
Context en kansen
Bepalende onderdelen van de locatie en context van Beekweide II zijn: • Lunterse beek (dynamiek, water- en natuurkwaliteit) en watersysteem (toekomstige afkoppeling bebouwd gebied Renswoude en drainage sportvelden). • Gebied relatief droogtegevoelig. • Rekening houden met eigenaren en (bedrijfsgebouwen) aan de Barneveldsestraat. • Belemmeringen t.a.v. geluid en licht sportvelden. • Bestaande groenkwaliteiten kans, maar geen uitgangspunt. • Rekening houden met de context van Renswoude als dorp.
Lunterse beek
Bedrijventerrein Hooge Hoek
Sport
Beekweide I
Figuur 2: Plangebied
Vanuit beleid en organisatie zijn belangrijke uitgangspunten: • Lokale bewoners als eerste doelgroep, waarbij de wijk door (betaalbare) diverse woonvormen te hebben, zo breed mogelijk de eigen bewoners kan faciliteren. • Streven naar Nul op de Meter (NOM). • Beheerbaarheid Total Cost of Ownership (TCO) belangrijk voor inrichting buitenruimte. • Verbeteren duurzame mobiliteit en duurzame afvalinzameling. • Bijdragen aan de SDG’s. • Eigen voorbeeld voor duurzaamheid ontwikkelen in het kader van “zo doen we dat”. Benoemde kansen en dilemma’s waren (onder andere): • Brede straten bieden kans voor groen en wateroplossingen. • Middengoot zichtbare afvoer, robuust, tevens snelheidsverlaging. • Concept centrale watertuin. • Kansen voor natuurinclusief wonen. • Spelen met ruimtegebruik: • •
•
Westzijde kans flexibel woon-werk milieu met lichte vormen bedrijvigheid. Combinatie parkeerkoffers en eigenterrein levert flexibiliteit, incl. mogelijke combinatie slimme laadpaal/smart-grid (bi-directioneel laden) structuur als onderdeel gelijkstroomnet incl. openbare verlichting. Parkeren langs de weg kan in de toekomst groen worden.
Onze referentie: 084006176 0.1 - Datum: 4 oktober 2019
7 van 44
DUURZAAMHEIDSKADER BEEKWEIDE II
• Grond uit woningen (tijdelijke?) geluidswal richting bedrijven? • Veel woningen in oost-west oriëntatie betekent iets voor energiesystemen (vanwege potentiële opbrengst van zonnepanelen). • Luchtwarmtepompen meer risico op geluidsoverlast en piekbelastingen. • Dilemma veel groen ten opzichte van zonnepanelen. • Materialen: less is more: in de openbare ruimte (meerdere voordelen), maar ook woningen. • Vraagtekens bij collectieve/deeloplossingen o.a. ten aanzien van tuin/openbaar groen, deelvoorzieningen etc. • Ruimte voor beweging, spel en rust. • Kansen vroegtijdig betrekken bewoners (duurzame opties, tuinworkshops etc.).
2.2
Verhaallijnen/recepten
In plaats van losse oplossingen is gezocht naar een integraal duurzaamheidsconcept. Als hulpmiddel zijn recepten/verhaallijnen opgesteld die een combinatie van eerder geïdentificeerde thema’s en kansen bundelen. Er zijn verschillende soorten/recepten mogelijk voor Beekweide II. Elke verhaallijn geeft een combinatie van duurzaamheidsmaatregelen aan, die ook verschillende ruimtelijke consequenties kunnen hebben. De verhaallijnen/recepten zijn extremen die eerdergenoemde wensen/kwaliteit uitvergroten om nog scherper tot de juiste ambitiebepaling en werkelijke verhaallijn. en daarmee duurzaamheidsvisie te komen.
Figuur 3: De 3 verhaallijnen/recepten
Bij “Wijk vol leven” staat de groen/blauwe context centraal. Het gaat om natuurinclusief 2 en klimaatbestendig gezond wonen. Bij “Ruimte voor elkaar” staat juist het sociale aspect, diversiteit, inclusiviteit, betaalbaarheid en veranderbaarheid voorop. Niet de groen/blauwe omgeving, maar de mens is leidend. Bij “Boereneenvoud” gaat het om functionaliteit en nuchterheid. Hoe kan je meer met minder doen? Passief bouwen met natuurlijke (agrarische) materialen kan daar bijvoorbeeld een uitwerking van zijn. Een verdere uitwerking van deze drie verhaallijnen/recepten is opgenomen in Bijlage B.
2 Bij natuurinclusief bouwen wordt een bijdrage geleverd aan de lokale natuurwaarden.
Onze referentie: 084006176 0.1 - Datum: 4 oktober 2019
8 van 44
DUURZAAMHEIDSKADER BEEKWEIDE II
3
DUURZAAMHEIDSKADER
3.1
Duurzaamheidsvisie
Na aanleiding van de werksessie, die zich richtte op de visie- en ambitiebepaling als ook aanzet tot proces- en systeemkeuzes, zijn de volgende 3 pijlers die de duurzaamheidsvisie van Beekweide II richting geven tot stand gekomen: 1. Samen dynamisch dorps wonen: voor de diverse samenleving van Renswoude met een (betaalbaar) plekje voor iedereen: flexibel en inclusief met ruimte voor combinaties van wonen met zorg en/of werken. 2. Actief groen gezond wonen: aantrekkelijke groen/blauwe wijk gekoppeld aan huidige gebiedskwaliteiten, met hart voor natuur en nadruk op gezond leven, onder andere door nadruk op buiten zijn en bewegen. 3. Energieneutraal wonen: de wijk is gasloos en (op termijn) energieneutraal (NOM). Deze pijlers komen voort uit de koppeling van de sociale opgave met de groen/blauwe context en de hoge energieambities van de gemeente. De 3 pijlers moeten in samenhang worden gezien en integraal worden uitgewerkt. De groene uitwerking en nadruk op betaalbaarheid heeft bijvoorbeeld gevolgen voor het energieconcept. Daarnaast worden de pijlers vanuit een duidelijke houding uitgewerkt. De houding is gebaseerd op de nuchtere praktische insteek die Renswoude kenmerkt: hoe kan Beekweide II zo worden ontwikkeld, dat het zowel slim voor nu is als voor morgen, passend bij de schaal en bevolking van Renswoude.
Een voorbeeld is het toepassen van de “schillenmethodiek” (zie figuur 4) om invulling te geven aan Energieneutraal wonen 3. Hierbij gaat het om eerst te denken op en daarmee te investeren in de lange termijn van het gebouw en pas daarna de korte termijn. Een passief gebouwconcept ontwikkeld vanuit de schil (goede isolatie en luchtdichtheid) gaat dan voor allerlei energiesystemen als warmtepompen. Deze benadering vertaalt zich over het algemeen ook in een goede Total Cost of Ownership (TCO).
Figuur 4: Schillenmodel
3 Zie ook bijlage D.
Onze referentie: 084006176 0.1 - Datum: 4 oktober 2019
9 van 44
DUURZAAMHEIDSKADER BEEKWEIDE II
De nuchtere insteek betekent een (eerste) focus op meer low tech en laag dynamische uitwerkingen. Vanuit nadruk op (sociale) diversiteit is de wijk wat meer individueel gericht en minder collectief. Het samen wonen is dan vooral ruimte geven aan verschillende groepen. Het is de openbare ruimte die gericht is op het collectief. De wijk heeft geen uitgesproken hoge of lage dichtheid. Het grondoppervlak wordt zo goed mogelijk benut voor de woningopgave, maar met genoeg groen/blauwe openbare ruimte.
Figuur 4: Schillenmodel
Figuur 5: Schematische samenvatting duurzaamheidsvisie Beekweide II
Onze referentie: 084006176 0.1 - Datum: 4 oktober 2019
10 van 44
DUURZAAMHEIDSKADER BEEKWEIDE II
3.2
Ambitiebepaling
De duurzaamheidsvisie is gekoppeld aan met elkaar samenhangende duurzaamheidsambities. Hoofdambities Vanuit gemeentelijk beleid was de ambitie op Energie al hoog: NOM. Deze ambitie is een algemene ambitie en staat los van het project. De overige ambities zijn wel nadrukkelijk projectgebonden. Voor Ruimtelijke kwaliteit en Water (en klimaat) wordt ook een maximale ambitie nagestreefd. Hierbij wordt vooral ingezet op de wijk als voorbeeldwijk voor een gebiedsgerichte groen/blauwe uitwerking, die maximaal klimaatrobuust is en zo groen mogelijk. De hoge ambitie voor Ruimtelijke kwaliteit heeft ook te maken met diversiteit: voor elk wat wils. Dit vertaalt zich niet in allerlei vormen van decoratie etc., maar in verschillende slimme gebouwconcepten en in verschillende gebruikskwaliteiten in de openbare ruimte. Deze diversiteit is gekoppeld aan de hoge ambitie voor Sociale relevantie: Beekweide II als een betaalbare wijk voor iedereen. Secundaire ambities Vanuit de sociale ambitie is het ook logisch dat er een hoge ambitie is voor Investeringen (en meerwaarde). Het gaat hier om ontwikkelen op basis van Total Cost of Ownership. Voor de bewoner gaat het dan om lage(re) woonlasten en dus betaalbaar wonen juist ook in de toekomst en voor de gemeente om lage(re) beheerkosten en een toekombestendige opzet en inrichting.
De eerder genoemde diversiteit heeft ook een koppeling met de ambitie ten aanzien van Vestigingsklimaat. Deze is hoger dan standaard, omdat er ook naar (flexibiliteit voor) mogelijkheden wordt gestreefd voor zorg en woon-werkcombinaties. Vanuit het gemeentelijke beleid is er de behoefte om ook te komen tot duurzamere mobiliteit. Hierdoor is er ook een stevige ambitie op (duurzame) Bereikbaarheid. Deze richt zich vooral op bevorderen van langzaam verkeer (wandelen, fietsen). Afgeleide ambities Bij afgeleide ambities zorgt de ambitie op andere duurzaamheidsthema’s dat ook op andere thema’s tot meer gekomen kan worden dan standaard. Maar dat is voor de thema’s met een afgeleide ambitie zelf geen uitgesproken doelstelling, maar meer een prettig gevolg van de uitwerking van die andere duurzaamheidsthema’s. De hogere ambitie voor Welzijn (en gezondheid) is afgeleid van de ambities voor (duurzame) Bereikbaarheid (stimuleren bewegen/langzaam verkeer) en Ruimtelijke kwaliteit (groene/blauwe context beperkt hittestress). De goede uitwerking van de thema’s Materialen en Energie leidt ook tot comfortabel(er) wonen. De hogere ambitie voor Ecologie is afgeleid van de hogere ambitie op Water en Ruimtelijke kwaliteit, want gericht op een groen/blauwe uitwerking van de openbare ruimte. Dit kan zo opgepakt worden dat dit zeer positief is voor de natuurwaarde in het gebied.
Aanvullend kunnen dan ook ecologische maatregelen bij woningen worden uitgevoerd. Het extensieve(re) beheer dat bij een dergelijke ambitie hoort heeft ook een relatie met het thema Investeringen ten aanzien van de beheerkosten van buitenruimte. Het thema Ruimtegebruik is dienend voor de thema’s Ruimtelijke kwaliteit, Water, Ecologie en Bereikbaarheid. Hoe slimmer en efficiënter de opzet hoe meer in daarvoor mogelijk gemaakt kan worden. Het thema Materialen is dienend voor de thema’s Energie (opzet woning, schil etc.), Investeringen (TCO), Sociale relevantie (betaalbaarheid), Welzijn (comfort), Ruimtelijke kwaliteit (less is more, bijvoorbeeld meer ruimte voor groen en blauw). Er is geen specifieke ambitie op circulariteit herbruikbaarheid, omdat de gedachte is (mede vanuit de schillenbenadering) dat de woning niet snel gesloopt zal worden. Herbruikbaarheid heeft dan een lagere prioriteit. De CO2-voetafdruk en meerwaarde van de materialen en bovenal het beperken van materiaal gebruik is belangrijker.
Onze referentie: 084006176 0.1 - Datum: 4 oktober 2019
11 van 44
DUURZAAMHEIDSKADER BEEKWEIDE II
Geen hogere ambitie Voor het thema Bodem voldoet de basis als ambitie, zoals het streven naar het gesloten grondbalans en voorkomen van bodemvervuiling. Ambitieweb In het onderstaande ambitieweb zijn alle ambities weergegeven. Tevens is aangegeven hoe dit zich verhoudt tot de SDG-doelen 4.
Figuur 6: Ambitieweb voor Beekweide II, inclusief koppeling met SDG’s
3.3
Uitwerking pijlers en duurzaamheidsambities
3.3.1
Naar een groen/blauwe toekomstbestendige klimaatrobuuste wijk
Water en groen vormt de basis van de identiteit van Beekweide II. De ruimtelijke kwaliteit van het gebied zit in de eerste plaats in de ruimtelijke structuur en buitenruimte niet op gebouwniveau. De basis voor de groen/blauwe buitenruimte vormen de bestaande groen/blauwe elementen. het behoud van zoveel mogelijk bestaand groen is niet dogmatisch. De logica van de wijkstructuur heeft hierbij voorrang op het behoud. Less is more Vanuit de gedachte meer met minder, wordt waar mogelijk de omgeving minder verhard ten opzichte van groen en blauw. De functionaliteit mag hierbij niet worden verminderd. Wegen en parkeren zo compact en groen mogelijk, maar wel op basis functionaliteit. Als parkeerplekken veel gebruikt
Voor de schets van het ambitieweb in de werksessie en toelichting op de thema’s in het ambitieweb, zie Bijlage C. 4
Onze referentie: 084006176 0.1 - Datum: 4 oktober 2019
12 van 44
DUURZAAMHEIDSKADER BEEKWEIDE II
worden is een groene uitwerking niet beheerbaar. Door onder de stroken met langsparkeren geen kabels- en leidingen te leggen, kan wanneer de behoefte voor parkeren in de toekomst afneemt, deze eenvoudig worden omgevormd naar groen (met bomen) en/of een wadi. Duurzaam hemelwatersysteem Groen en blauw versterken elkaar. De groenomgeving draagt bij aan de waterbergingsopgave, maar helpt ook droogteproblemen in de zomer zoveel mogelijk te beperken. Beplantte wadi’s en beplanting zorgen dat gebieden langer vochtig blijven. Oppervlakkige berging en afvoer waar mogelijk betekent minder materialen en verminderde kwetsbaarheid. Complexere en voor aanleg en beheer kostbaardere systemen als waterdoorlatende verharding, krattensystemen, infiltratieriolen worden zoveel mogelijk vermeden. Hiermee wordt ook het materiaalgebruik beperkt. In verband met deze vorm van afvoer is het belangrijk dat bij de uitwerking van de hemelafvoer van de woningen geen materialen worden gebruikt die kunnen uitlogen (zink, koper, lood 5 etc.). Door vooraf te kijken waar het water bij piekbuien heengaat c.q. blijft staan, kan ook wanneer het basissysteem niet meer werkt, overlast toch zoveel mogelijk beperkt blijven. Hogere drempels van woningen en bergingen maken de wijk ook meer klimaat robuust. Hierbij moet wel een goede afweging met de gebruikswaarde worden gemaakt, vooral ook voor mindervaliden en ouderen.
Forse (100-400 liter) regentonnen bij woningen dragen niet veel bij aan de waterbergingsopgave, maar zorgen wel dat in droge tijden minder kraanwater gebruikt hoeft te worden om tuinen water te blijven geven en droogte in het gebied tegen te gaan. Opvang van regenwater voor grijswatersystemen (toilet, wasmachine) is eveneens een optie, maar draagt minder bij aan het gebied als geheel. Het hemelwater dat in de diverse watergangen en in het centrale “waterpark” wordt geborgen kan uiteindelijk ook vertraagd worden afgevoerd naar de Luntersebeek. Omgekeerd kan het “waterpark” ook van toegevoegde waarde zijn voor de beek, door bij extreme afvoeren van de beek het mogelijk te maken dat het water van de beek ook het “waterpark” in stroomt en daardoor afvoerproblemen stroomafwaarts helpt te beperken. Bij piekafvoeren zal door het grote volume er ook minder problemen zijn met de waterkwaliteit van de beek. Afvalwater en drinkwater Afvalwater gaat gewoon naar de rioolwaterzuiveringsinstallatie (RWZI). Doordat het hemelwater is afgekoppeld en in combinatie met verplichte waterbesparende maatregelen in de woningen (waterbesparende toiletten, kranen, douchekoppen etc.) kan zowel eenvoudig op drinkwater bespaard worden als de afvalwaterstroom beperkt. Natuurinclusief De groen/blauwe buitenruimte vormt de basis voor een natuurinclusieve wijk.
Een hogere biodiversiteit is hierbij een meerwaarde en geen doel op zich. Natuurlijkheid en strak kan zich prima afwisselen afhankelijk van mogelijkheden, gebruik, meerwaarde etc. Te denken valt aan een natuurlijkere inrichting met gebiedseigen kruidenmengsels 6, natuurlijke oevers (ook ten behoeve van betere waterkwaliteit), inheemse soorten gecombineerd met niet inheemse soorten die wel natuurwaarde hebben (nectarbron etc.). Landschappelijke elementen als (losse) haagstructuren, takkenrillen etc. helpen eveneens de natuurwaarde te verhogen. Een meer ecologische inrichting vraagt ook (extensief) beheer dat hier op af is gestemd. Dit vraagt aanvullende expertise van de gemeentelijke groendienst, waarbij bijvoorbeeld nadrukkelijk ook gekeken moet worden wat afhankelijk van soorten etc. de beste wijze en tijdstip van het beheer is. Beekweide II kan hiertoe een proeftuin voor meer natuurgericht groenbeheer voor heel Renswoude zijn.
5 Dakgoten en regenpijpen liever niet van verzinkt/gegalvaniseerd staal, maar van een duurzame kunststof
als EPDM of PP eventueel een minder duurzame kunststof als PVC. Voor lood zijn inmiddels diverse loodvervangers op de markt, bijvoorbeeld Leadax: https://nationaleiconen.nl/finalisten/leadax. 6 Bijvoorbeeld ook voor de wadi’s het specifieke wadimengsel B116 van Biodivers of gelijkwaardig. Onze referentie: 084006176 0.1 - Datum: 4 oktober 2019
13 van 44
DUURZAAMHEIDSKADER BEEKWEIDE II
Privégroen Groene privétuinen dragen bij aan de groen/blauwe kwaliteit van Beekweide II. Hiertoe kan al tijdens de bouw ondersteuning aan de (toekomstige) bewoners worden geboden, door bijvoorbeeld een tuinenprogramma op te zetten. Mogelijk dat ook een verbinding met lokale groenondernemers gelegd kan worden, bijvoorbeeld begeleiding bij de tuininrichting en kortingsacties (vouchers of iets dergelijks) van lokale tuincentra op (inheemse) planten. Simpele maatregelen als kasten in de gevels van de woningen voor mussen, gierzwaluwen en vleermuizen helpen om de natuurwaarde van het gebied te vergroten. Hiervoor zou minimaal 1 faunavoorziening per gevel verplicht gesteld kunnen worden. Er ligt geen prioriteit bij groene daken. Sedumdaken hebben beperkte toegevoegde waarde, maar dragen zeker wel bij aan de groene uitstraling en hebben (beperkte) ecologische meerwaarde (nectarplanten voor bijen en vlinders), maar minder dan een gevarieerde buitenruimte. Ook kunnen ze helpen om de dagtemperatuur op een (plat) dak te verminderen (is positief in combinatie met zonnepanelen die dan een hogere opbrengst hebben). Echter sedumdaken koelen ook langzamer af, waardoor het totale effect op hittestress niet noodzakelijk positief is. Klimplanten tegen gevels zouden wel gestimuleerd kunnen worden. Deze zorgen snel voor een groenere uitstraling met toegevoegde natuurwaarde.
Een juiste klimplant vraagt weinig beheer en onderhoud. Materialisatie buitenruimte Bij materialen voor de buitenruimte gaat het om zo min mogelijk materalen toe te passen 7, optimale functievervulling, beheerbaarheid en TCO 8. Door het praktische nut voorop te stellen ontstaat er vanuit de materialisatie een optimale toekomstbestendige investering. Daarnaast kan aanvullend worden gekeken naar materialen met een lage(re) milieulast. 9 Zo zijn er diverse vormen van duurzamer asfalt als ook van duurzamere betonproducten. Hier zou de aannemer die de openbare ruimte gaat inrichten in de aanbesteding op uitgedaagd kunnen worden. NL-Greenlabel Gebiedslabel Om zich te kunnen neerzetten als daadwerkelijk groene duurzame wijk (onder ander als onderdeel van de marketingstrategie) is de mogelijkheid om voor Beekweide II het Gebiedslabel van NLGreenlabel aan te vragen. Hierbij wordt een beoordeeld op:
• • • • • • •
Ontwerp, aanleg en onderhoud Producten en materialen Energie en klimaat Bodem en water Biodiversiteit Relatie mens en omgeving Borging
De resultaten worden vertaald in een duurzaamheidspaspoort. Op dat duurzaamheidspaspoort wordt de mate van duurzaamheid weergegeven met scores die lopen van A (beste) tot en met G. Voordeel van het inzetten van het Gebiedslabel is (aanvullende) borging en monitoring van de duurzaamheid. Voor meer informatie zie: https://www.nlgreenlabel.nl/duurzamegebiedsontwikkeling/ Juist vanwege het groen/blauwe karakter sluit dit certificaat het meeste aan, meer dan bijvoorbeeld GPR stedenbouw of BREEAM gebied.
7 Zijn bijvoorbeeld overal wel trottoirbanden nodig of kan het a-niveau en daarmee zonder of met alleen
opsluitbanden?
Totale kosten die een woning/gebiedsinvulling gedurende de hele gebruikscyclus met zich meebrengen. In plaats van te focussen op de meest gunstige inkoopprijs, wordt er ook gekeken naar bijkomende kosten zoals onderhoud, verbruik, afschrijving etc. 8
9 Bijvoorbeeld materialen met een lage MilieuKostenIndicator (MKI). DuboCalc is een instrument van de
Aanpak Duurzaam GWW dat hier bij kan worden ingezet: https://www.dubocalc.nl/ Onze referentie: 084006176 0.1 - Datum: 4 oktober 2019
14 van 44
DUURZAAMHEIDSKADER BEEKWEIDE II
3.3.2
Naar een energieneutrale wijk
Energieneutraal bouwen Een groene wijk met relatief veel bomen betekent een grotere uitdaging om tot een geheel energieneutrale Nul op de Meter 10 (NOM)wijk te komen; te meer, omdat de oriëntatie van de woningen niet altijd optimaal is, er deels sprake is van gestapelde bouw en er een belangrijke sociale woningbouwopgave is. Als ondergrens is wel vastgesteld dat ENG (Energie Neutraal Gebouw). Dit betekent dat de gebouwgebonden energie van het gebouw 11 gelijk is aan die lokaal wordt opgewekt, bijvoorbeeld met zonnepanelen. Dit gaat verder dan de huidige EPC=0,4 norm (want circa EPC=0) en toekomstige BENG norm (per 1 juli 2020). Het vraagt nader onderzoek of meer dan ENG haalbaar is voor Beekweide II. Vanuit de praktische houding en gekoppeld aan de Trias Energetica 12 en de eerder genoemde schillenstrategie kunnen de volgende maatregelen wel al worden genomen: • Verminderen warmtebehoefte door: •
• •
• • •
Compact bouwen met zo min mogelijk geveloppervlak. Veel verspringingen etc. betekent meer geveloppervlak, wat meer potentieel warmtelek betekent. Een smalle diepe woning is in dit kader voordeliger dan een brede ondiepe woning. Ook rug aan rug-woningen zijn in dit kader voordelig. Minder materiaalgebruik is ook vanuit circulariteit een goede benadering. Optimaal isoleren (hogere Rc-waardes Rc≥6 en betere luchtdichtheid Qv10≤0,15) 13. Woningen bij oplevering ook verplicht op luchtdichtheid laten testen. 3-laags glas voor de ramen toepassen en de hoeveelheid raamoppervlak beperken tot wat volgens bouwbesluit maximaal nodig is. Ramen vormen het grootste warmtelek of in de zomer de grootste bron van warmteoverlast. Ramen die doorlopen tot aan de vloer hebben voor licht in de woning weinig toegevoegde waarde, terwijl ze wel bijdragen aan energetisch minder optimale woning. Zuidoriëntatie voor optimale benutting passieve zonnewarmte. Minder behoefte aan warm tapwater door zuinige douchekoppen en zuinige kranen. Zo kort mogelijke maar goed geïsoleerde warmwaterleidingen.
• Verminderen koudebehoefte door: •
• • • • •
Optimaal isoleren (zie hierboven). Vooral goede dakisolatie met een hoog warmtebufferend vermogen is van grote waarde om de warmte buiten te houden. Oost-west oriëntatie van de woningen. Zuidgevel geeft grootste warmtelast. Vaste overstekken/luifels waardoor winterzon wel in de woning kan komen en zomerzon niet. Mogelijkheden voor (inbraakvrije) nachtventilatieroosters om tijdens warme zomerse perioden ’s nachts via natuurlijke ventilatie de warmte kwijt te raken 14. Slim plaatsen bladverliezende beplanting voor ramen. In de zomer geeft het blad schaduw en in de winter is het blad weg en kan de zon naar binnen schijven. Ramen met glas met een lagere ZTA. De ZTA is de zontoetredingsfactor van het glas. Hoe lager de ZTA, hoe minder zontoetreding (en dus warmte). Echter ook in de winter wordt de zonwarmte dan buitengehouden. Glas met een lage ZTA kan wat minder helder zijn. Belangrijk is dat de LTA dan hoog genoeg is. De lichttoetredingsfactor of LTA-waarde van een raam- of beglazingssysteem geeft de verhouding tussen de binnenkomende en de opvallende zichtbare zonnestraling bij een loodrechte invalshoek. Hoe hoger, hoe meer licht naar binnenvalt en dus hoe helderder.
• Optimalisatie energieopbrengst daken: •
Optimalisatie oriëntatie, zodat op zoveel mogelijk daken zoveel mogelijk zonnepanelen mogelijk geplaatst kunnen worden 15. Hierbij is het niet nodig dat alle daken zuidgericht zijn. Oost-west oriëntatie
10 Bij Nul op de Meter is alle energie voor de woning, dus ook de elektriciteit voor de televisie, koelkast etc. meegenomen en zelf duurzaam opgewekt. 11 Energie nodig voor verwarmen, koelen, ventileren, warm tapwater etc. 12 Zie: https://www.rvo.nl/sites/default/files/Infoblad%20Trias%20Energetica%20en%20energieneutraal%20bouwen -juni%202013.pdf 13 Bij zeer hoogwaardige isolatie kan eventueel zelfs worden bespaard op warmtepompen en lage temperatuur vloerverwarming, en zijn hoogstens nog enkele kleine elektrische radiatoren of infraroodpanelen nodig. Een voorbeeld hiervan is de geplande woonbuurt Soesterhof in Amersfoort. 14 Zie bijvoorbeeld ook: https://www.aannemervak.nl/duurzaam-bouwen/zomernachtventilatieluik-helptoververhitting-voorkomen/ 15 Hoe minder de woning afhankelijk is van zonnepanelen om de duurzame elektriciteitsbehoefte op te lossen, hoe minder de toekomstige bewoner risico’s loopt wanneer de huidige vereveningsmethodiek door
Onze referentie: 084006176 0.1 - Datum: 4 oktober 2019
15 van 44
DUURZAAMHEIDSKADER BEEKWEIDE II
•
van de zonnepanelen levert het meeste kWh op, maar daarbij is de kWh/m2 wel lager dan bij een zuid oriëntatie. Een mix van beide oriëntaties bekent een lagere piekbelasting op het lokale stroomnet dan als alle zonnepanelen bijvoorbeeld zuidgeoriënteerd zijn (zie ook Bijlage D Dilemma oriëntatie). Aanvullend zijn er ook systemen waarbij het dak dubbel gebruik kan worden, waarbij naast elektriciteit ook warmte wordt opgewekt 16. Optimalisatie groen, waarbij groen en zonnepanelen elkaar zo min mogelijk in de weg zitten. Als er toch potentiele conflicten zijn, dan kan het helpen om de panelen parallel te schakelen, zodat gedeeltelijke schaduw zo min mogelijk effect heeft op het geheel van de installatie.
Aanvullend zijn er diverse installaties die helpen de energielast van de woning te verlagen, waaronder: •
• • • •
Warmtepompen. Er zijn veel verschillende typen, met elk eigen voor en nadelen. Naast warmtepompen die specifiek voor de verwarming voor de woning zijn, zijn er ook warmtepompen die gekoppeld zijn aan de ventilatie. Een balansventilatie is een ventilatiesysteem waarbij met behulp van een warmtepomp de warmte uit de uitkomende ventilatielucht wordt gehaald en inkomende ventilatielucht wordt voorverwarmd. Er zijn centrale en decentrale warmtepompsystemen. Decentrale systemen zijn systemen die per ruimte in de gevel worden ingebouwd. Centrale systemen vragen een installatieruimte van waaruit alles wordt geregeld. Met veel warmtepompen kan niet alleen verwarmd worden, maar ook gekoeld. Voor niet grondgebonden woningen zijn ook collectieve systemen voor het hele gebouw goed denkbaar, bijvoorbeeld een WKO-systeem 17. Zonneboilers, waarbij het (tap)water wordt (voor)verwarmd door de zon en opgeslagen in een boilervat. Lage temperatuur vloerverwarming (LTV) om op zo efficiënt mogelijke wijze de warmte van de warmtepomp en/of zonneboiler door de woning te verdelen. Nadeel van LTV dat dit systeem erg traag en weinig stuurbaar is. Systemen voor beperken warmtebehoefte douche. Meest extreem zijn recycledouches 18 waarbij ook veel water wordt bespaard. Eenvoudiger zijn warmte terug win (WTW) installaties, waarbij het wegstromende warme water het inkomende water voorverwarmd.
Actieve zonwering in de vorm van luifelschermen en/of screens om de warmtelast in de woning te beperken.
Er is niet één beste oplossing. Afhankelijk van oriëntatie, grootte, geveloppervlak etc. kan dit verschillen. Kleine (sociale) woningen zijn het moeilijkste betaal energieneutraal te krijgen, omdat de installatie naar verhouding zwaar doortelt per m2 vloeroppervlak. Een gunstiger oriëntatie kan juist deze kleinere woningen helpen ook zo energieneutraal mogelijk te worden. Verschillende systemen kunnen verschillende doelgroepen aanspreken. Bij sociale huurwoningen zal er bijvoorbeeld. meer nadruk zijn op simpelheid, betrouwbaarheid en beheerbaarheid. Vanuit het streven naar diversiteit zouden ook meerdere systemen kunnen worden aangeboden. Energiesystemen en beeldkwaliteit Zoals hiervoor beschreven, begint de impact van de energiesystemen al bij de oriëntatie van de woningen en dakopzet. Vervolgens beïnvloeden diverse ontwerpaspecten (compactheid, ramen etc.) ook de energieprestatie van de woning. In het stedenbouwkundigplan en beeldkwaliteitsplan kan hier op gestuurd worden. Aanvullend kan in het Beeldkwaliteitsplan ook gestuurd worden op de integratie van de systemen. Zoals te zien op de afbeeldingen in Bijlage D kunnen ze op elegante en vanzelfsprekende wijze in de architectuur worden opgenomen, bijvoorbeeld zonnepanelen niet op, maar in het dak of luchtwarmtepompen als schoorsteen.
Het kan echter ook een willekeurige en daardoor rommelige toevoeging worden van losse pijpen, grote los geplaatste warmtepompen en de rijksoverheid wordt aangepast. Gemiddeld wordt maar 20% van de zelf opgewekte elektriciteit door de bewoner direct zelf gebruikt. De rest wordt teruggevoerd naar het stroomnet en op later moment weer afgenomen. Per saldo moet het leveren minimaal gelijk zijn aan het ophalen. Op basis van deze verevening is men energieneutraal. Het is echter de verwachting dat op termijn het ophalen financieel minder gunstig wordt dan het leveren. Dan zou men dus meer moeten leveren om financieel toch op NOM uit te komen. 16 Voorbeelden zijn PVT-panelen (https://www.beterduurzaam.nl/veelgestelde-vragen/wat-zijn-pvtzonnepanelen) en het Q-roof systeem (https://www.q-roof.nl/) 17 Warmte Koude Opslag is een vorm van een bodem warmtepomp systeem. 18 Voorbeelden zijn: https://www.xenz.nl/inspiratie/Upfall-Shower/ en https://www.hamwells.com/nl/homespa/ Onze referentie: 084006176 0.1 - Datum: 4 oktober 2019
16 van 44
DUURZAAMHEIDSKADER BEEKWEIDE II
zonnepanelen. Ook hier geldt: hoe eenvoudiger hoe beter. Twee luchtwarmtepompen van buren naast elkaar zal zowel ruimtelijk als ook functioneel niet positief uitpakken. Ook oplossingen ten aanzien van zonwering, zowel passief als actief, kan het uiterlijk van de woningen sterk beïnvloeden. Door hier vooraf al met partijen over te praten kan mogelijk tot meer eenheid gekomen worden. Woonlasten en energiezuinig wonen Een woning met een lage energiebehoefte, maakt de woonlast lager. Dit draagt bij aan de betaalbaarheid van de woningen. Echter de investering kan hoger zijn. Aanbevolen wordt om de toekomstige bewoners niet alleen de verkoopprijs (en hypotheek) mee te geven, maar vooral ook de (maandelijkse/jaarlijkse) woonlast. Met een (verplichte) vastgelegde energieprestatiegarantie 19 heeft de toekomstige bewoner hierover nog meer zekerheid. De belangrijkste factor van de energieprestatie van een energiezuinige woning is echter het gedrag van de gebruiker. Hoe te leven in een zuinige, aardgasloze woning is niet per definitie vanzelfsprekend voor iedereen. Enige handreiking hoe met een energiezuinige woning om te gaan is dus raadzaam. Er is hierbij een sterk verband tussen het ervaren van welzijn en hoe er wordt omgegaan met het energieconcept. Nieuwe bewoners zullen hier dus nadrukkelijk op moeten worden voorgelicht en begeleid.
Dit voorkomt klachten, maar ook dat het energiegebruik hoger is dan zou kunnen. Optie is verplicht de woningen een jaar te monitoren om te kijken wat het energieverbruik is, om dan maatwerk te kunnen leveren waar de woning afwijkt van de verwachtingen. Zit dat dan in de woning of het gebruik. In beide gevallen kan daar dan op worden bijgestuurd. Een specifiek onderdeel, waar men moeite mee kan hebben, is het verplicht overgaan naar gasloos koken. Om te voorkomen dat mensen toch met een aparte kookplaat op een gastank gaan werken, is het goed om bijvoorbeeld samen met lokale ondernemers (keukenwinkels, koks) positieve voorlichting geven over gasloos koken. Energiezuinige buitenruimte Voor de verlichting is gestuurde (niet meer dan nodig) openbare (LED-)verlichting op gelijkstroom een mogelijkheid. Door alleen reactief te verlichten wanneer nodig zijn er ook voordelen voor de natuur. Gelijkstroom is energiezuiniger dan wisselstroom voor de openbare verlichting. Voor de ontwikkeling naar elektrisch rijden zullen in toenemende mate laadvoorzieningen nodig zijn. Meest voor de hand liggend is dit om bij de parkeerkoffers te doen. De gemeente kan deze proactief zelf aanleggen, maar ook met mantelbuizen dit voorbereiden, zonder zelf al laadpalen te plaatsen. De gemeente kan de plaatsing van laadpalen ook overlaten aan derden zodra de behoefte zich voordoet.
Hierbij is nog wel een verschil of gestuurd wordt op slimme laadpalen die bijvoorbeeld ook kunnen terugleveren (bi-directioneel laden) en de piekbelasting op het net beperken of dat het alleen een “eenvoudige” laadpaal is. In schuren helpt het als er een goede oplaadvoorziening voor het opladen van elektrische (brom)fietsen etc. is. Het bi-directioneel laden is nog interessanter als (in de loop der tijd) Beekweide II uitgerust wordt met een smart grid, waarbij de zelf duurzaam opgewekte elektriciteit zoveel mogelijk in de hele wijk verdeeld en dus zelf gebruikt kan worden. Dit beperkt de stroomlast op het omliggende stroomnet. Op woning, maar ook op wijkniveau is in dit kader op termijn ook te denken aan (buurt)batterijen, om de duurzame stroom tijdelijk op te slaan. Naast verminderde piekbelasting, wordt het risico van de toekomstige gevolgen van beperking van de verevening hiermee ook beperkt.
19 Voorbeeld van een energieprestatiegarantie: https://www.bouwgarant.nl/garantie/energieprestatiegarantie/
Onze referentie: 084006176 0.1 - Datum: 4 oktober 2019
17 van 44
DUURZAAMHEIDSKADER BEEKWEIDE II
3.3.3
Naar een gezonde wijk
Gezonde buitenruimte De gezonde buitenruimte is gebaseerd op een prettige groene omgeving waar je graag buiten wil zijn met een prettig (microklimaat), waar beweging wordt gestimuleerd, maar ook ruimte is voor ontmoeting en rust. Een groen/blauwe inrichting helpt hittestress te beperken. In een landelijke gemeente als Renswoude zal het “urban heat island effect” 20 zich minder snel voordoen dan in een grote stad, maar met toenemende perioden met tropische dagen, zal het zeker helpen. Het accent bij Beekweide II ligt meer op activering van de bewoner dan gezond wonen. Deze activering speelt zich in de buitenruimte af. Autogebruik wordt niet specifiek ontmoedigd gezien de logistieke ligging van Renswoude, maar in de ruimtelijke opzet van de wijk kan wandelen, fietsen en (natuurlijk en avontuurlijk) spelen worden gestimuleerd door optimale en aangename verbindingen en plekken. In de omliggende buitenruimte is er een makkelijke aansluiting te vinden op activerende buitenactiviteiten: de sportvelden om de hoek en de landelijke omgeving. Een mogelijke toevoeging van de buitenruimte kan zijn, om deze ook “eetbaar” in te richten, vergelijkbaar met de in opkomst zijnde voedselbossen, bijvoorbeeld door toepassing van fruitbomen en fruitstruiken als braam. Deze zijn interessant voor mens en natuur.
Gezonde woning Juist omdat er door de gemeente nadrukkelijk gestuurd wordt op een energiezuinige woning, kan dit consequenties hebben voor het leefklimaat van de woning. De gemeente heeft hier dan ook een zorgplicht om (mede) te zorgen dat deze goed is. Het leefklimaat van de woning wordt bepaald door:
•
•
• •
• •
Goede ventilatie. Hoe beter de woning is geïsoleerd hoe beter de ventilatie moet zijn. Er zijn verschillende type systemen, met verschillende voor- en nadelen. Vanuit diversiteit zouden ook hiervoor verschillende systemen aangeboden kunnen worden. Bij een balansventilatie is regelmatig onderhoud van groot belang voor een gezonde retourlucht. Er kan op aangedrongen worden dat er standaard sprake is van een meerjarig onderhoudscontract waarbij de installatie regelmatig wordt schoongemaakt. Bij alle ventilatie moet goed opgelet worden dat de ventilatielucht van de eigen woning of van de buren ook weer naar binnen wordt gehaald. Tevens kan het in deze landelijke omgeving raadzaam zijn om standaard pollenfilters te installeren. Goede afzuiginstallatie keuken. Koken veroorzaakt zeer veel fijnstof. De reguliere ventilatie van de woning is onvoldoende om dit goed af te voeren. Een afzuiginstallatie met voldoende vermogen met pijp naar buiten is vaak lastig, omdat dit zorgt voor een warmtelek in de woning, maar ook kan conflicteren met de (inlaat van) ventilatiesystemen. Vaak wordt daarom gekozen voor een recirculatiesysteem in de keuken. Vanwege de fijnstof zou hier een plasmafilter of gelijkwaardig ingebouwd moeten worden. De toekomstige bewoners zouden hier (mogelijk in combinatie met lokale keukenhandelaren) goed over voorgelicht moeten worden.
Bij de huurwoningen kan de corporatie hier standaard voor zorgen. Een (hout)kachelverbod kan overwogen worden. Deze kachels zorgen voor een forse (fijn)stof uitstoot, waar bewoners met astmatische aandoeningen grote last van kunnen ondervinden. Gebruik van gezonde materialen in de woningen. Vluchtige stoffen als formaldehyde zijn slecht voor de gezondheid. Er zijn veel alternatieve bouwmaterialen beschikbaar met geen of een lage uitstoot. Ook zijn er materialen die dit soort stoffen opnemen en de lucht zuiveren 21. Bij oplevering zou een luchtkwaliteitstest verplicht moeten zijn. Gebruik van materialen die het binnenklimaat verbeteren. Dampopen bouwen in combinatie met vooral biobased materialen helpt bij de vochtregulatie van de woning. Ook een (optionele) binnenafwerking met leemstuc (>1cm dik) draagt hier aan bij. Dit soort materialen helpt ook bij de (verdere) temperatuurregulatie. Voorschriften plaatsing en geluid buitenunits luchtwarmtepompen. Er wordt gewerkt aan een geluidsnorm voor deze systemen. Voor veel systemen zal dit een geluiddempende kast betekenen welke de efficiency van de installatie beperkt. Er zijn geluidsarme systemen in de handel, maar de betere systemen zijn zeker duurder. De overlast van deze systemen moet echter niet onderschat worden, zeker niet als er meerdere bij elkaar in de buurt geplaatst moeten worden. Continue geluidshinder kan tot forse
20 Het urban heat island effect is het verschijnsel dat de stedelijke omgeving sneller opwarmt en langer
warmte vasthoudt ten tijden van hitte. De stedelijke omgeving vormt zo dus een spreekwoordelijk hitteeiland. 21 Sommige soorten (muur)verf, maar ook schapenwol. Onze referentie: 084006176 0.1 - Datum: 4 oktober 2019
18 van 44
DUURZAAMHEIDSKADER BEEKWEIDE II
•
(chronische) gezondheidsklachten leiden. De genoemde negatieve aspecten (efficiency en kosten) zouden daarom van ondergeschikt belang moeten zijn. De gemeente kan in Beeldkwaliteitsplan aanvullende eisen aan de uitstraling en plaatsing 22 (bijvoorbeeld op het dak, niet bij slaapkamers) en aan het geluidsniveau kunnen stellen. De Nederlandse Stichting Geluidshinder streeft zelfs naar een norm van 30 dB(A) op 5 meter, door de gemeente vast te leggen in de APV 23. Er zijn diverse maatregelen te nemen om de geluidshinder te beperken, zoals het inschakelen van een nachtregeling inschakelen waardoor de warmtepomp ’s nachts niet of minder hoeft te draaien en minder of geen geluid maakt. Zo kun je bij een luchtwarmtepomp op buitenlucht ervoor kiezen de warm tapwaterboiler overdag te laten bijvullen. Dan is er over het algemeen meer omgevingsgeluid en valt het geluid van het buitendeel minder op. Doordat het overdag warmer is dan ’s nachts haalt de warmtepomp tevens een hoger rendement. Geluidsniveau installaties in de woning. Het ventilatiesysteem, een warmtepomp en de omvormer van de zonnepanelen maken binnen allen geluid. Dit vraagt een goede plaatsing in de woningen, met goede aandacht voor een uitwerking van het systeem die de geluidsniveaus in de woning beperken.
3.3.4
Slim ontwikkelen en bouwen
Slimme materialisatie Zoals eerder is aangegeven is functionaliteit leidend bij het materiaalgebruik. Liever minder materiaalgebruik dan bijzonder materiaalgebruik. Dit helpt ook bij de betaalbaarheid. Door het simpel te houden, kan er meer mogelijk gemaakt worden voor meer mensen. Het gaat het dus om dingen op de goede manier organiseren. Kansen voor slimmer materiaalgebruik zijn hierbij: prefaboplossingen, paneelsystemen, modulair bouwen, conceptmatige fabriekswoningen etc. Een prefab modulair sandwich paneel met isolatiekern en steenstrips aan de buitenkant kan snel gebouwd worden, maar maakt ook een grote variatie in afwerking (“metselverbanden” etc.) mogelijk tegen niet tot nauwelijks meerkosten. Als de gemeente toch meer wil sturen op de milieulast van de materialen dan is het denkbaar om de standaard MilieuPrestatieGebouw-eis (MPG) van 1 aan te scherpen. Landelijk wordt al gekeken om deze aan te scherpen naar 0,9, maar bijvoorbeeld Amersfoort onderzoekt al een MPG van 0,75. Levensloopbestendig/aanpasbaar bouwen Door vooraf na te denken kan met eenvoudige maatregelen op voorhand al rekening gehouden worden dat ook mensen met een beperking of ouderen in een woning kunnen blijven wonen.
Een toilet op de begane grond hoeft niet de afmetingen van een minder validen toilet te hebben, maar kan al voldoend functioneren als de het slot van de toiletdeur maar aan de kant van de toiletpot zit. Zo zijn er tal van kleine handigheden die eenvoudig toegepast kunnen worden en gecontroleerd bij indiening van de bouwplannen 24. Groene optielijst Veel toekomstige bewoners weten niet wat er mogelijk is om hun woning verder te verduurzamen en wat dat voor ze oplevert. Samen met de ontwikkelende partijen zou een verplicht aan bewoners aan te bieden “groene optielijst” opgesteld moeten worden. Extra zonwering, een grijswatersysteem, indien een bad, dan wel een geïsoleerd bad, afwerking met leemstuc etc. etc. is een greep uit de mogelijkheden.
3.3.5
Overige
Ruimte voor functiecombinaties Door ruimte voor functiecombinaties van ‘wonen met zorg’ en ‘wonen met werken’, kan het werk voor de gemeenschap een grotere toegevoegde waarde hebben. In lijn met de dorpse gedachte kan
22 Zie ook Bijlage D.
23 Zie: https://nsg.nl/nl/geluidsaspecten_van_warmtepompen 24 Voor meer informatie zie bijvoorbeeld:
http://www.joostdevree.nl/bouwkunde2/jpga/aanpasbaar_bouwen_1_vac_www_soest_nl.pdf Onze referentie: 084006176 0.1 - Datum: 4 oktober 2019
19 van 44
DUURZAAMHEIDSKADER BEEKWEIDE II
dit bijvoorbeeld gezien worden als iemand die in zijn schuur een bedrijf begint. Deze mogelijkheid kan in het bestemmingsplan worden gefaciliteerd. Afval Voor het huishoudelijk afval sluit Beekweide II aan op het gemeentelijke beleid om tot duurzamere afvalinzameling te komen. Mogelijk dat Beekweide II hier een pilotwijk voor kan zijn.
3.4
Sustainable Development Goals
Zoals aangegeven in §1.3, wordt in Renswoude ook gekeken naar de internationale development goals als maatstaf voor duurzaamheid. In deze paragraaf is nader aangegeven hoe het opgestelde duurzaamheidskader voor Beekweide II zich tot de SDG’s verhoudt. De nummers verwijzen naar het nummer van het desbetreffende “SDG-doel”. 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9. 10. 11. 12. 13. 14. 15. 16. 17.
No poverty. Beekweide II staat voor betaalbaar wonen en draagt dus bij aan dit doel in de context van de Nederlandse samenleving. Zero hunger. Geen directe aansluiting. Good health and well-being. De activering van de bewoner in de groene buitenruimte ondersteund een gezonde levensstijl. Quality education. Geen directe aansluiting. Gender equality. Geen directe aansluiting. Clean water and sanitation. De groen/blauwe wijkstructuur met logische, natuur inclusieve aansluiting Lunterse Beek ondersteund het zorgvuldig omgaan met natuurwater. Daarbij is er de kans om in sanitaire voorzieningen de bewoners aan te moedigen zorgvuldig om te gaan met drinkwater. Affordable and clean energy. Gasloos in opzet en op termijn het streven energieneutraal te zijn (NOM). Decent work and economic growth. Dit doel is in lijn met het streven de flexibele woningen meer functie bieden dan wonen alleen. Door de werk/woon combinatie in eigen huis mogelijk te maken biedt de gebiedsontwikkeling ondersteuning aan werkgelegenheid en economische groei. Industry, innovation and infrastructure. Geen doel op zich, maar de ontwikkeling van Beekweide II kan ondersteuning bieden aan een veerkrachtige infrastructuur en bevordering van inclusieve en duurzame industrialisatie/innovatie. Reduced inequalities. Een wijk voor iedereen.
Beekweide II is divers en biedt plaats aan een zo groot mogelijke doelgroep van bewoners. Sustainable cities and communities. Dat Beekweide II voor duurzame ontwikkeling staat is evident. De wijk heeft ruimte voor toekomstige ontwikkeling is daarmee inclusief, veilig, veerkrachtig en duurzaam. Responsible consumption and production. Via de keus voor verantwoorde materialen in de bouw zorgt Beekweide II voor duurzame consumptie- en productiepatronen. Climate action. De gebiedsontwikkeling draagt bij aan onze transitie naar een duurzame samenleving en kan als voorbeeld dienen voor toekomstige ontwikkelingen. Daarbij houdt de wijk rekening met klimaatverandering en is zij klimaatrobuust. Life below water. Natuurwaarden worden behouden en waar mogelijk versterkt. Met deze natuur inclusieve ontwikkeling staat Beekweide II ook voor een gezond leefklimaat voor het leven onder water. Life on land. Net als bovenstaande doel; natuurwaarden worden behouden en waar mogelijk versterkt. Hiermee staat Beekweide II als drager voor ruimtelijke kwaliteit, op basis van bestaande groenkwaliteiten voor zowel mens als dier. Peace, justice and strong institutions. Geen directe aansluiting. Partnerships for the goals. Geen directe aansluiting.
Vanuit de hoofdpijlers volgt dat Beekweide II bepaalde SDG’s als primair doel ondersteunt, en dat andere SDG’s hieruit als secundair of tertiair gevolg ondersteund worden. Anders gezegd ligt het zwaartepunt bij een kleiner aantal doelen. Onderstaand een afbeelding van deze verdeling vanuit het perspectief van de SDG’s.
Onze referentie: 084006176 0.1 - Datum: 4 oktober 2019
20 van 44
DUURZAAMHEIDSKADER BEEKWEIDE II
Onze referentie: 084006176 0.1 - Datum: 4 oktober 2019
21 van 44
DUURZAAMHEIDSKADER BEEKWEIDE II
3.5
Procesborging
Privé
Onderwerp
Openbaar
PROCESBORGING DUURZAAMHEIDSKADER BEEKWEIDE II
Procesinstrument
Relaties
Uitwerking
Naar een groen/blauwe toekomstbestendige klimaatrobuuste wijk 1
Minimaliseren verharding
Stedenbouwkundigplan, landschapsplan, beeldkwaliteitsplan
2, 3, 4, 5, 8, 10
In plattegrond, profielen en beelden komen tot invulling openbare ruimte met zo min mogelijk verharding en zo veel mogelijk groen en/of water. Het gaat hierbij (binnen de functionele eisen) zo smal mogelijke wegen en paden en een groene uitwerking van het (langs)parkeren.
2
Toekomstbestendigheid langsparkeerplekken
Stedebouwkundigplan, landschapsplan, beeldkwaliteitsplan
1, 3, 4, 10
In de plattegrond en profielen geen ondergrondse infrastructuur (kabels en leidingen) onder langsparkeerplekken ontwerpen, ten behoeve van een mogelijke groen/blauwe functie in de toekomst.
3
Invullen waterbergingsopgave
Onze referentie: 084006176 0.1 - Datum: 4 oktober 2019
Bestemmingsplan
Binnen de functie verkeersruimte ruimte houden dat deze zonder bestemmingsplanwijziging aangepast kan worden naar een groen/blauwe invulling.
Afspraken met nutsbedrijven / incl. bijbehorende vergunningen
Geen ondergrondse infrastructuur (kabels en leidingen) toestaan onder de langsparkeerplaatsen.
Waterhuishoudkundigplan
1, 2, 4, 5, 8, 9
Ontwerpen gescheiden stelsel, waarbij alle daken worden afgekoppeld. Vastleggen maatgevende bui voor waterberging: minimaal 60mm, maar inmiddels wordt ook wel gekeken naar 90, 120 of zelfs 140mm. Waterbergingsvolume op zo eenvoudig mogelijke manier oplossen in slim gekoppelde wadi’s, greppels, vijvers (waterpark) etc. Bij voorkeur geen waterdoorlatende verharding, krattensystemen, infiltratieriolen en andere meer kwetsbare en onderhoudsgevoelige oplossingen met een hogere TCO toepassen. Waterberging zo ontwerpen dat het water goed kan infiltreren in de bodem. In combinatie met een eventuele vertraagde afvoer richting de beek, zou de waterberging binnen 24 uur weer volledig beschikbaar moeten zijn.
22 van 44
DUURZAAMHEIDSKADER BEEKWEIDE II
Stedebouwkundigplan, landschapsplan, beeldkwaliteitsplan
Waterbergingsopgave zo aantrekkelijk mogelijk landschappelijk inpassen in aansluiting op bestaande structuren.
Bestemmingsplan
Eventueel bovengrondse delen van waterbergingssysteem positief bestemmen voor deze functie.
Contracten met ontwikkelende partijen/aannemers
Eisen stellen aan maximum aan gesloten tuinverharding (asfalt, beton, niet waterpasserende elementverharding, leemgebonden halfverharding etc.), bijvoorbeeld maximaal 30% van het tuinoppervlak. Indien meer gesloten verharding wordt toegepast voor oplevering, dan dient de ontwikkelaar de aanvullend noodzakelijke waterberging op het eigen perceel op te lossen. Beter nog is al de ontwikkelaar geen verharding in de tuin meelevert en vooraf zorgt dat er een voorlichtingstraject over een klimaatbestendige en natuurinclusieve/groene tuininrichting komt met nieuwe bewoners (zie 9). Afspraak maken, bijvoorbeeld in de anterieure overeenkomst, in welke mate de ontwikkelende partijen/aannemer meebetalen aan de noodzakelijke waterberging in de publieke ruimte. Hoe meer ze zelf oplossen en dus hoe minder ze afwentelen op de omgeving, hoe lager de bijdrage. Verplicht in groene optielijst (indien niet al toegepast) opnemen het aanbrengen van een sedumdak op platte daken (schuur, garage etc.), zodanig opgezet, dat het dak ook als waterberging kan fungeren.
Algemene Plaatselijke Verordening
4
Droogtepreventie
Onze referentie: 084006176 0.1 - Datum: 4 oktober 2019
Eventueel in APV regelen dat indien tuinen meer dan een bepaald percentage verhard zijn met een gesloten verharding, de eigenaar verplicht de extra noodzakelijke waterberging op eigen perceel moet regelen. Hierbij aangeven met welke bui gerekend moet worden (zie 3), hoe snel de waterberging weer beschikbaar moet zijn (bijvoorbeeld binnen 24 uur) en hoeveel er per uur afgevoerd mag worden naar de omgeving. Ook wanneer een woningeigenaar zijn woning uitbreidt met een erker, serre, garage, schuur etc., dan zal hij moeten zorgen voor de bijbehorende extra waterberging op eigen perceel.
Stedebouwkundigplan, landschapsplan, beeldkwaliteitsplan
1, 2, 3, 8
Verdamping van water tegengaan door middel van (zo veel mogelijk) beplanting (bomen, heesters, speciaal ruigtemengsel in wadi’s etc.). Toepassing van minder droogtegevoelige beplantingssortiment.
Contracten met ontwikkelende partijen/aannemers
7
Afspraken over toepassing van (grote) regentonnen (100 tot 400 liter) bij elke woning ten behoeve van irrigatie tuinen met regenwater in droge periodes. 23 van 44
DUURZAAMHEIDSKADER BEEKWEIDE II
5
Voorkomen/beperken wateroverlast (buien groter dan zoals vastgesteld bij 3: waterbergingsopgave)
Waterhuishoudkundigplan, Stedebouwkundigplan, landschapsplan, beeldkwaliteitsplan
3
Het hemelwatersysteem zoveel mogelijk oppervlakkig ontwerpen (met goten, greppels etc.) is het minst kwetsbaar, omdat grotere pieken niet beperkt worden door buisdiameters. Dit oppervlakkige systeem moet wel zo ontworpen worden, dat dit geen overlast / ongemak geeft richting bewoners. Toetsen impact van grotere bui dan waarvoor de waterberging is gedimensioneerd. Stel waterberging gedimensioneerd voor 60mm bui, dan op basis van modellering nagaan waar overlast ontstaat bij buien van 90/120/140mm en het plan zo aanpassen dat overlast beperkt wordt. Liever water op straat en in speeltuinen, dan in woningen. Slimme compartimentering met verkeersdrempels kan helpen de waterstromen te sturen en beheersen. Nadrukkelijk rekening houden met woningen voor kwetsbare doelgroepen (ouderen, minder validen etc.), waar hoger drempels door hogere vloerpeilen niet wenselijk zijn. Bij extreme piekafvoeren zorgen voor overloop richting Lunterse beek.
6
Waterkwaliteit
Afspraken met nutsbedrijven
Zorgen dat kritische infrastructuur (nutskasten etc.) niet onder water kunnen komen te staan en/of hiervoor zijn beveiligd.
Contracten met ontwikkelende partijen/aannemers
Waar mogelijk en/of nodig hogere vloerpeilen ten opzichte maaiveld vaststellen, om mogelijke risico’s verder te beperken.
Afspraken met Waterschap
Samenwerking met Waterschap over nader uitwerken van opvang piekafvoeren watergangen, waterpark en Luntersebeek.
Stedebouwkundigplan, landschapsplan, beeldkwaliteitsplan
3, 8
Watersysteem waar mogelijk combineren met natuurlijke oevers welke helpen de waterkwaliteit te verbeteren. Stilstaand water vermijden en zorgen dat het water zoveel mogelijk doorstroomd, c.q. wordt ververst bij regenbuien etc. In beeldkwaliteitsplan aangeven wat voor materialen wel, maar dus ook niet gewenst zijn (zink, koper, lood etc.). Dus ook geen verzinkte/gegalvaniseerde dakgoten en/of regenpijpen. Aangeven welke alternatieven er wel zijn, bijvoorbeeld EPDM, PP, Leadax (vervanger daklood etc.), Flexim (biobased dakmortel etc.).
Contracten met ontwikkelende partijen/aannemers 7
Beperken drinkwatergebruik en afvalwaterstroom
Onze referentie: 084006176 0.1 - Datum: 4 oktober 2019
Contracten met ontwikkelende partijen/aannemers
Niet toestaan materialen die uitlogen: zink, koper, lood etc.. Dus ook geen verzinkte/gegalvaniseerde dakgoten en/of regenpijpen. 4, 9, 11
Afspraken over toepassing van (grote) regentonnen (100 tot 400 liter) bij elke woning ten behoeve van irrigatie tuinen met regenwater in droge periodes: voorkomen dat hier drinkwater voor wordt gebruikt. 24 van 44
DUURZAAMHEIDSKADER BEEKWEIDE II
Afspraken over een zo waterbewust mogelijke inrichting van de woningen, bijvoorbeeld: 6 liter toilet met spoelonderbreker en dual flush, douche met zuinige douchekop begrenst op 7 liter/minuut, kranen maximaal 6 liter per minuut bij 3 bar, niet standaard de woning al van een bad voorzien. Aanvullende mogelijkheden verplicht opnemen in groene optielijst, samen met proactieve voorlichting richting toekomstige bewoners, bijvoorbeeld: recycle douche, grijswatersysteem voor toilet/wasmachine. 8
Natuurinclusief openbaar groen
Stedebouwkundigplan, landschapsplan, beeldkwaliteitsplan
1, 2, 3, 4, 6, 9, 11, 14
Aanwezige landschappelijke groenstructuren en elementen zoveel mogelijk behouden en inpassen. Aangeven op welke (doel)soorten wordt ingestoken. Zorgen voor gelaagd groen: bomen, struweel(randen, hagen etc.), kruiden, natuurlijke oever, onderwater milieu. Hierbij gebruik maken van zoveel mogelijk gebiedseigen soorten, bijvoorbeeld gebiedseigen ecologische kruidenmengsels voor grasbermen. In de uitwerking toevoeging van faunavoorzieningen als insectenhotels, en houtrillen. Eventueel voedselbosprincipe toepassen, waarbij de natuurlijke beplanting wordt gemengd met fruitbomen en fruitstruiken als braam. Deze zijn interessant voor mens en natuur.