Zienswijzennota Coordinatieprocedure N35 traject Heino noord (anoniem)
Tekst van het document
Zienswijzennota Coordinatieprocedure N35 traject Heino noord Ontwerpbestemmingsplan Buitengebied Raalte, partiële herziening nr. 27, N35 deeltraject Heino Noord; Ontwerpverkeersbesluit (N35, traject Heino noord) Ontwerp-beschikkingen Wet beheer rijkswaterstaatswerken (Wbr) (N35, traject Heino noord) Ontwerpbesluit Watervergunning (N35, traject Heino noord) Ontwerpbesluit omgevingsvergunning kap (N35, traject Heino noord)
Gemeente Raalte Provincie Overijssel Rijkswaterstaat Waterschap Drents Overijsselse Delta
17 augustus 2022
INHOUDSOPGAVE HOOFDSTUK 1 INLEIDING ................................................................................. 2 HOOFDSTUK 2 ZIENSWIJZEN ............................................................................. 3 HOOFDSTUK 3 AMBTELIJKE AANPASSINGEN......................................................... 39 HOOFDSTUK 4 WIJZIGINGEN ........................................................................... 40
BIJLAGE 1
ZIENSWIJZEN
1
HOOFDSTUK 1
INLEIDING
Zienswijzen In de periode van 17 maart tot en met 27 april 2022 hebben de volgende besluiten gecoördineerd ter inzage gelegen: •
Ontwerpbestemmingsplan Buitengebied Raalte, partiële herziening nr. 27, N35 deeltraject Heino Noord;
•
Ontwerpverkeersbesluit (N35, traject Heino noord)
•
Ontwerp-beschikkingen Wet beheer rijkswaterstaatswerken (Wbr) (N35, traject Heino noord)
•
Ontwerpbesluit Watervergunning (N35, traject Heino noord)
•
Ontwerpbesluit omgevingsvergunning kap (N35, traject Heino noord)
Er zijn in totaal 11 zienswijzen ingediend gedurende genoemde periode. Leeswijzer Hoofdstuk 2 van deze zienswijzennota bevat de samenvatting en beantwoording van de ingekomen zienswijzen. In hoofdstuk 3 zijn de ambtelijke aanpassingen opgenomen. In hoofdstuk 4 zijn de wijzigingen naar aanleiding van ingekomen zienswijzen en ambtelijke aanpassingen in het plan samengevat. In de bijlage zijn de originele zienswijzen opgenomen.
2
HOOFDSTUK 2
ZIENSWIJZEN
Het ontwerpbestemmingsplan heeft van 17 maart tot en met 27 april 2022 ter inzage gelegen. Gedurende deze periode zijn 11 zienswijzen ingediend bij de gemeente. In de bijlage zijn de originele zienswijzen opgenomen. Deze zienswijzen zijn binnen de termijn ingediend en voorzien van de benodigde gegevens. Hiermee zijn deze zienswijzen ontvankelijk. Zienswijze Nr. 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11
Datum zienswijze ontvangen 31 maart 2022 31 maart 2022 13 april 2022 22 april 2022 22 april 2022 april 2022 15 april 2022 21 april 2022 25 april 2022 26 april 2022 27 april 2022
Ontvankelijk / niet-ontvankelijk ontvankelijk ontvankelijk ontvankelijk ontvankelijk ontvankelijk ontvankelijk ontvankelijk ontvankelijk ontvankelijk ontvankelijk ontvankelijk
Op de volgende pagina’s is een overzichtstabel opgenomen waarin de zienswijzen zijn samengevat en zijn voorzien van beantwoording. Indien een zienswijze uit meerdere onderdelen bestaat dan worden die separaat behandeld. Voor zover duidelijk wordt aangegeven op welk besluit een zienswijze betrekking heeft. De ingediende zienswijzen hebben aanleiding gegeven (een van) de besluiten op onderdelen aan te passen. De betreffende wijzigingen zijn in hoofdstuk 4 beschreven.
3
Overzichtstabel zienswijzen en beantwoording Nr.
Samenvatting zienswijze
Beantwoording zienswijze
Conclusie
1.1
Indiener vraagt of de bushaltes op dezelfde plek blijven en zo ja, of deze worden voorzien van een in en uitvoegstrook. Gevraagd wordt ook of er bushaltes worden opgeheven.
De bushaltes bij de bajonet Heino-Raalte blijven op dezelfde plaats. De bushaltes bij de bajonet Heinonoord worden 100 meter verplaatst, maar blijven verder functioneel gelijk aan de huidige situatie. Het ontwerp is volgens de richtlijnen. Er worden geen bushaltes opgeheven die momenteel in gebruik zijn.
De zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van de plannen en besluiten.
1.2
De oversteekplaatsen worden opgeheven. Indiener vraagt, in verband met het opheffen van oversteekplaatsen, hoe wandelaars, fietsers of busreizigers zonder (ver) om te lopen/fietsen aan de overkant van de weg komen.
In de huidige situatie zijn er geen speciale oversteekplaatsen voor voetgangers of fietsers. Bij de nieuwe bajonet aansluitingen worden oversteken gerealiseerd voor fietsers. Voetgangers kunnen daar ook gebruik van maken. De busreiziger die met de fiets of wandelend naar de bushalte wil gaan, hoeft dus niet extra ver om te lopen of te fietsen.
1.3
Indiener geeft aan zich zorgen te maken over veiligheid van onder andere wandelaars en fietsers op de parallelwegen, aangezien deze door grote tractoren en lange vrachtwagens bereden zullen worden. Indiener vraagt of hier voorzieningen voor worden getroffen en zo ja welke.
Er zijn richtlijnen (CROW) voor het toestaan van gemengd verkeer (langzaam en snel verkeer) op wegen. Deze richtlijnen geven een maximum drukte (hoeveelheid verkeer per etmaal), waarbij fietsers veilig gebruik kunnen maken van dezelfde rijbaan als gemotoriseerd verkeer. De verwachte berekende hoeveelheid verkeer is ca 25% van dit maximum (zie bijlage 3 bij ontwerpbestemmingsplan: ‘Effecten omliggend wegennet N35, Arcadis, 9 april 2019’). Aanvullende voorzieningen worden derhalve binnen dit project niet genomen.
1.
4
Nr.
Samenvatting zienswijze
Beantwoording zienswijze
Conclusie
Zienswijze m.b.t. het bestemmingsplan:
Indiener maakt bezwaar tegen de wijziging van de bestemming “natuur” naar “verkeer” van een gedeelte groot ongeveer 117 m2 van het perceel Heino I 23 voor de aanleg van de bajonet kruising. Het bezwaar ziet op de (instandhouding)verplichtingen uit de Natuurschoonwet en de contractuele kwalitatieve verplichting welke door indiener is aangegaan met de Provincie Overijssel voor het in stand houden van het Natuurnetwerk Nederland (NNN) op voornoemd perceel.
De zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van de plannen en besluiten.
2. 2.1
Gesteld wordt dat het voornemen om een gedeelte van de bestemming ‘natuur’ te wijzigen in de bestemming ‘verkeer’ niet gewenst is, dit vanwege: - doelstellingen van de eigenaar van die grond, - de (instandhouding)v erplichtingen vanuit de Natuurschoonwet, - de verplichtingen vanuit de voornoemde kwalitatieve verplichting, - het Natuurnetwerk Nederland - het Verdrag van de Verenigde Naties inzake klimaatveranderin g (gesteld wordt dat het bestemmingsplan
De strook grond welke benodigd is, valt weliswaar binnen perceel Heino I 23 waarop de kwalitatieve verplichting rust, maar valt buiten het NNN-netwerk (zie onderstaande afbeelding). Indiener kan derhalve aan zijn verplichtingen uit de kwalitatieve verplichting blijven voldoen.
Geconcludeerd wordt daarom dat de wijziging van circa 117 m2 van de bestemming “natuur” naar "verkeer", mede gelet op de kleine omvang in relatie tot het landgoed, geen inbreuk maakt op het natuurschoon en de instandhoudingsverplichtingen uit de Natuurschoonwet.
5
Nr.
2.2
Samenvatting zienswijze in strijd is met dit verdrag).
Beantwoording zienswijze
Zienswijze m.b.t. het bestemmingsplan:
Artikel 5.1 van het Burgerlijk wetboek bepaalt dat het eigendomsrecht het meest omvattende recht is dat een persoon op een zaak kan hebben. Voor het maken van inbreuk op dit recht moet een wettelijke basis zijn. In dit geval is dat de Wet beheer rijkswaterstaatwerken. In artikel 3 van deze wet is bepaald dat een Wbr vergunning kan worden ingetrokken in het belang van verruiming of wijziging anderszins van die werken. Dit heeft geen gevolgen voor de eigendom maar slechts voor de gebruiksmogelijkheden. In artikel 1 van het eerste protocol bij het Europese verdrag van de Rechten van de mens staat tevens : “De voorgaande bepalingen tasten echter op geen enkele wijze het recht aan, dat een Staat heeft om die wetten toe te passen, die hij noodzakelijk oordeelt om het gebruik van eigendom te reguleren in overeenstemming met het algemeen belang”. Ons standpunt is dat deze bepaling daarmee niet geschonden is.
De zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van de plannen en besluiten.
De strook grond welke benodigd is valt buiten het NNN-netwerk (zie onderstaande afbeelding). Wanneer de feitelijk aanwezige situatie wordt beschouwd dan valt bovendien op dat de gronden die als ‘verkeer’ worden bestemd bovendien al grotendeels ten dienste van de verkeersfunctie worden gebruikt, namelijk in de vorm van wegberm of bermsloot. Slechts een kleine strook (<50m2) betreft de rand van het aanwezige bos. Gelet op de aard en omvang van de ingreep en het feit dat de gronden buiten het NNNnetwerk liggen is geen sprake van strijd met het principe van ‘goede ruimtelijke ordening’.
De zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van de plannen en besluiten.
Gesteld wordt dat het voornemen om een gedeelte van de bestemming ‘natuur’ te wijzigen in de bestemming ‘verkeer’ in strijd is met artikel 1 van het Eerste Protocol bij het Europese Verdrag voor de Rechten van de Mens (recht op ongestoord genot van zijn eigendom). 2.3
Zienswijze m.b.t. het bestemmingsplan: Gesteld wordt dat het voornemen om een gedeelte van de bestemming ‘natuur’ te wijzigen in de bestemming ‘verkeer’ in strijd is met goede ruimtelijke ordening, vanwege de ligging van deze gronden binnen het Natuurnetwerk Nederland (NNN).
Conclusie
De wijzigingen in de bestemming hebben geen toename van het verkeer tot gevolg, maar dienen enkel voor verbetering van de verkeersveiligheid. Er zal geen verslechtering van het klimaat plaatsvinden als gevolg van deze wijzigingen.
6
Nr.
Samenvatting zienswijze
Beantwoording zienswijze
Conclusie
2.4
Zienswijze m.b.t. het bestemmingsplan:
1.
De zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van de plannen en besluiten.
1. Gesteld wordt dat het flora- en faunaonderzoek onvoldoende is omdat uitsluitend onderzoek is gedaan naar vleermuizen, jaarrond beschermde vogelnesten, eekhoorn en das. 2. Ook wordt gewezen op de verwevenheid van de bescherming van plant- en
2.
3.
Door initiatiefnemer is op basis van eerdere uitgevoerde natuuronderzoeken voor het plangebied een inschatting gemaakt voor welke soort(groep)en actualisatie nodig is vanwege veroudering van de onderzoeksgegevens van de eerdere natuuronderzoeken. Dat betreft vleermuizen, vogels met een jaarrond beschermde nestplaats, das en eekhoorn. Voor overige soort(groep)en die niet zijn vrijgesteld, geldt dat aanwezigheid in het plangebied op voorhand kan worden uitgesloten vanwege het ontbreken van een geschikte biotoop en/of het feit dat het plangebied buiten het verspreidingsgebied van dergelijke soorten ligt. Het natuuronderzoek is uitgevoerd in het kader van de Wet natuurbescherming. Daarbij wordt getoetst aan de kaders vanuit de Wet natuurbescherming. Indiener verwijst met de stelling dat sprake is van verwevenheid naar het beginsel van relativiteit. Dit beginsel vormt in deze fase van de procedure echter geen beperking. Dit aspect is daarom niet betrokken bij het natuuronderzoek. Met de toets aan de Wet natuurbescherming wordt invulling gegeven aan de verantwoordelijkheid om aanwezige plant- en diersoorten te beschermen. Daarom heeft ook een actualisatie plaatsgevonden van eerdere uitgevoerde natuuronderzoeken om duidelijkheid te verkrijgen of er
7
Nr.
Samenvatting zienswijze diersoorten met het behoud van een goede kwaliteit van de directe woon- en leefomgeving van de indieners. 3. Daarnaast wordt gesteld dat het, op basis van de doelstellingen van het landgoed en de Natuurschoonwet, de taak van indiener is om aanwezige plant- en diersoorten te beschermen.
Beantwoording zienswijze verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming ten aanzien van beschermde soorten worden overtreden. 4. In het ontwerp is geen sprake van extra straatverlichting ter plaatse van aanwezige fauna/dassentunnels, dus verstoring van deze fauna-/dassentunnels kan op voorhand worden uitgesloten. Het risico op verstoring doet zich enkel voor in de aanlegfase, indien 's nachts gewerkt wordt met kunstlicht. Er zijn regels opgesteld over het eventuele gebruik van dit kunstlicht om verstoring te voorkomen. Deze zullen worden nageleefd. Overigens geldt dat verstoring van dassen (of andere 3.10-soorten uit de Wet natuurbescherming) niet als verbodsbepaling in de Wet natuurbescherming is opgenomen. Dit neemt niet weg dat verstoring zoveel mogelijk wordt voorkomen.
Conclusie
4. Tot slot wordt gewezen op de gevolgen van eventuele straatverlichting op inheemse Fauna en de mogelijke verstorende werking op de aanwezige fauna-/dassentunnels. 2.5
Zienswijze m.b.t. het bestemmingsplan: 1.
2.
Gesteld wordt dat de stikstofdepositie alleen getoetst is op omliggende Natura2000-gebieden. Verder wordt afgevraagd of het zorgvuldig is dat de gebruiksfase buiten beschouwing is gelaten, gelet op de
1.
2.
Middels een AERIUS-berekening is voor de aanlegfase/realisatiefase beoordeeld of emissie van stikstof leidt tot een toename van depositie van stikstof op (kwetsbare delen van) nabijgelegen Natura 2000 gebieden. Dit is niet het geval. Significant negatieve effecten zijn daarmee, ook op Natura 2000 gebieden die op grotere afstand liggen, op voorhand uitgesloten. Als gevolg hiervan is geen natuurvergunning nodig op grond van de Wet natuurbescherming (Wnb). Omdat vanwege het project geen wijzigingen in de hoeveelheid verkeer plaatsvinden in de gebruiksfase is deze fase buiten beschouwing gelaten. Doelstelling van het project is het verbeteren van de verkeersveiligheid. Er is in onderhavige situatie geen aanleiding om te verwachten dat verbeterde verkeersveiligheid leidt tot aanzuigende werking van meer voertuigen. Ten opzichte van de huidige situatie worden de snelheid en de wegcategorie niet veranderd en er wordt geen capaciteit toegevoegd. De voorgestelde aanpassingen aan de N35 leiden niet tot meer verkeer. Een eventuele verkeerstoename is een autonome ontwikkeling, dat wil zeggen dat dit wordt veroorzaakt door invloeden buiten deze bajonetkruisingen.
De zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van de plannen en besluiten.
8
Nr.
Samenvatting zienswijze betere doorstroming en aanzuigende werking van meer voertuigen. 3. Verder wordt gesteld dat stikstofdepositie ook directe (negatieve) gevolgen heeft voor de natuur en rijksmonumenten op het landgoed. 4. Uitspraak Rechtspraak Zeeland-West-Brabant
Beantwoording zienswijze 3. Er is geen juridisch kader waaraan de effecten van emissie en depositie van stikstof op rijksmonumenten en niet-Natura2000-gebieden beoordeeld moet worden. Bovendien blijkt uit de AERIUS-berekening dat geen sprake is van depositie in de aanlegfase/realisatiefase. In de gebruiksfase vinden geen wijzigingen plaats. Negatieve effecten zijn dan ook niet te verwachten. 4. De verwijzing naar de uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant op 10 februari 2022 wordt ter kennisgeving aangenomen.
Conclusie
2.6
Zienswijze m.b.t. het bestemmingsplan:
De strook grond welke benodigd is, valt weliswaar binnen perceel Heino I 23 waarop de kwalitatieve verplichting rust, maar valt buiten het NNN-netwerk (zie zienswijze 2.1). Indiener kan derhalve aan zijn verplichtingen uit de kwalitatieve verplichting blijven voldoen.
De zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van de plannen en besluiten.
Gesteld wordt dat er een kwalitatieve verplichting (vanuit de Provincie) rust op de instandhouding van het bos en om natuurwaarden verder tot ontwikkeling te laten komen. De instandhouding en exploitatie van dit bos wordt belemmerd door de functiewijziging van ‘natuur’ naar ‘verkeer’ en is in strijd met het Verdrag van Glasgow. Verder is voor het opheffen van de privaatrechtelijke kwalitatieve verplichting instemming van de
9
Nr.
Samenvatting zienswijze eigenaar en provincie benodigd.
Beantwoording zienswijze
Conclusie
2.7
Zienswijze m.b.t. het bestemmingsplan:
Het project N35 Wijthmen-Nijverdal Meer Veilig 3 en Meer Veilig 4 (veilige bermen) zijn verschillende projecten met een eigen doelstelling. Het project Meer Veilig 4 is geen opvolger van Meer Veilig 3. De maatregelen waar deze bestemmingsplannen betrekking op hebben betreffen maatregelen uit het project N35 Wijthmen-Nijverdal Meer Veilig 3.
De zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van de plannen en besluiten.
Gesteld wordt dat het wijzigen van de bestemming ‘natuur’ naar ‘verkeer’ niet benodigd is wanneer wordt voorgesorteerd op werkzaamheden in het kader van MV4 (Meer Veiligheid 4). Er ontstaat dan meer ruimte voor de bajonet waarmee herprofilering van de Nieuwe Kolkwetering achterwege gelaten kan worden. 2.8
Zienswijze m.b.t. Wbrvergunning: Gesteld wordt dat het voornemen om de in/uitritten te laten vervallen in strijd is met artikel 1 van het Eerste Protocol bij het Europese Verdrag voor de Rechten van de Mens (recht op ongestoord genot van zijn eigendom).
2.9
Zienswijze m.b.t. Wbrvergunning:
Het initiële voorstel om de watergang te vervangen door een drainagebuis is afgewezen, omdat het een watervoerende sloot betreft. Het her-profileren van de sloot blijft daardoor noodzakelijk.
Artikel 5.1 van het Burgerlijk wetboek bepaalt dat het eigendomsrecht het meest omvattende recht is dat een persoon op een zaak kan hebben. Voor het maken van inbreuk op dit recht moet een wettelijke basis zijn. In dit geval is dat de Wet beheer rijkswaterstaatwerken. In artikel 3 van deze wet is bepaald dat een Wbr vergunning kan worden ingetrokken in het belang van verruiming of wijziging anderszins van die werken. Dit heeft geen gevolgen voor de eigendom maar slechts voor de gebruiksmogelijkheden. In artikel 1 van het eerste protocol bij het Europese verdrag van de Rechten van de mens staat tevens: “De voorgaande bepalingen tasten echter op geen enkele wijze het recht aan, dat een Staat heeft om die wetten toe te passen, die hij noodzakelijk oordeelt om het gebruik van eigendom te reguleren in overeenstemming met het algemeen belang”. Ons standpunt is dat deze bepaling daarmee niet geschonden is.
De zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van de plannen en besluiten.
De Wbr biedt een grond om de Wbr vergunning in te trekken, namelijk het algemene belang ter bescherming van het veilig en doelmatig gebruik van de weg. Dit algemene belang van verkeersveiligheid
De zienswijze geeft geen aanleiding tot
10
Nr.
Samenvatting zienswijze Gesteld wordt dat de ontwerpbeschikking uitgaat van een onjuiste veronderstelling en dat voorbij wordt gegaan aan de zakelijke rechten van uitweg.
Beantwoording zienswijze voor iedere weggebruiker op de N35 weegt naar de mening van betrokken partijen zwaarder dan het individuele belang van de indiener. Met de betreffende maatregelen wordt het doel van het project bereikt, nl. het verbeteren van de verkeersveiligheid cf. het Actieprogramma Verkeersveiligheid, waarbij het aantal Eurorap-knelpunten wordt teruggebracht en de principes van Duurzaam Veilig worden gehanteerd.
Conclusie aanpassing van de plannen en besluiten.
De N35 is tussen hectometrering 10,9 en 11,3 een zgn. Eurorap-knelpunt vanwege de 3 erfaansluitingen op dit deel. Eurorap is een Europees programma waarbij de veiligheidskenmerken van de weg beoordeeld worden. Het bajonetkruispunt voorziet in een alternatieve ontsluiting van het landgoed op de rijksweg N35. Het recht op het onbelemmerd gebruik en genot op een toegang tot de rijksweg N35 wordt dan ook niet ingeperkt als gevolg van het komen te vervallen van de in-en uitritten op de N35. Indien de eigenaar meent schade te ondervinden als gevolg van het intrekken van de Wbr vergunning kan een verzoek worden ingediend om nadeelcompensatie op grond van de Beleidsregel nadeelcompensatie Infrastructuur en Waterstaat 2019.
2.10
Zienswijze m.b.t. Wbrvergunning:
Verkeersveiligheid is gericht op het voorkomen van ongevallen en is niet enkel te meten in plaatsgevonden ongevallen. Voor analyse van de ongevallen, zie antwoord bij 2.11.
Gesteld wordt dat het besluit gebaseerd is op onjuiste veronderstellingen over de verkeersveiligheid en daarmee onzorgvuldig is.
Het ontwerp is gebaseerd op ontwerprichtlijnen. De bestaande en nieuwe situatie zijn beide door een extern bureau beoordeeld (Rapport: Beoordeling verkeersveiligheid voorgenomen aanpassingen (second opinion), Goudappel Coffeng, kenmerk 007974.20201029.N1.04, 25 november 2020). Daarbij is geconcludeerd dat het ontwerp de verkeersveiligheid verbetert.
Indiener geeft verder aan dat weggebruikers gebruik maken van de speciaal aangelegde klinkerverhardingen.
De zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van de plannen en besluiten.
Het verkeer dat gebruik maakt van de oversteken, is voor weggebruikers op de N35 onverwacht en potentieel gevaarlijk door de hoge snelheid en intensiteit op de N35. Dit wordt gekwalificeerd als ‘groot risico’ d.w.z. een situatie met kans op ernstige verkeersslachtoffers. Door de oversteken op te heffen en door de attentie-verhogende werking van het bajonetkruispunt, wordt dit risico weggenomen. Doorkruisen van de berm is, vanuit het oogpunt van verkeersveiligheid, ongewenst. Ongeacht of dit via het gras of een verharding gebeurt. Er waren punten op het traject, waar de grasberm illegaal werd doorkruist om een file te omzeilen. Hiertegen zijn inmiddels paaltjes in de berm geplaatst.
11
Nr.
Samenvatting zienswijze
Beantwoording zienswijze
Conclusie
2.11
Zienswijze m.b.t. Wbrvergunning:
Zie tevens antwoord bij 2.10, in aanvulling daarop:
De zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van de plannen en besluiten.
Gesteld wordt dat het besluit gebaseerd is op onjuiste veronderstellingen over de verkeersveiligheid (a) en doorstroming (b).
2.12
Zienswijze m.b.t. Wbrvergunning: Gesteld wordt dat de gekozen aanpak om de realisatie van een interne wegenstructuur aan de
a)
Het afremmen en afslaan op de doorgaande weg, als mede het oversteken van de doorgaande weg, wordt gezien als onverwacht voor andere verkeersdeelnemers. Dit is minder veilig dan wanneer het afslaan en oversteken gebeurt bij een, duidelijk zichtbare, kruising. Verkeersveiligheid is niet enkel vast te stellen door het tellen van ongevallen. Op basis van eerdere ongevallen is gekeken hoeveel ongevallen in de toekomst voorkomen kunnen worden. Op het wegvak met hectometrering 10,6 t/m 11,8 (dat zijn de oversteken en 300 m in beide richtingen) hebben de volgende ongevallen plaatsgevonden: 1 ongeval met een ziekenhuisgewonde in 2005, 1 ongeval met een lichtgewonde in 2005 en 14 ongevallen met uitsluitend materiële schade in de periode 2003 t/m 2009. In 2014 heeft een ongeval plaatsgevonden met een ziekenhuisgewonde. In 2018 en 2019 hebben 3 ongevallen plaatsgevonden met uitsluitend materiële schade. De N35 is tussen hectometrering 10,9 en 11,3 een zgn. Eurorap-knelpunt vanwege de 3 erfaansluitingen op dit deel. Eurorap is een Europees programma waarbij de veiligheidskenmerken van de weg beoordeeld worden. b) In de huidige situatie vormt het afremmen en afslaan op de doorgaande weg, als mede het oversteken een belemmering in de doorstroming met risico's voor de verkeersveiligheid vanwege onverwacht langzaam rijdend of stilstaand verkeer op de N35.
Het afremmen en afslaan wordt nu gecentreerd bij de bajonet tot 1 locatie, die beter zichtbaar is. De indiener geeft aan dat de afstellingen van de verkeerslichten niet goed zou zijn. Dit is niet zo want de huidige afstelling van de verkeerslichten sluiten aan bij doorstroming en verkeersveiligheid. Op rustige momenten staan de verkeerslichten standaard op rood. Dit is een verkeersveiligheidsmaatregel om de snelheid op dat moment te verminderen. Indien het verkeer daarbij afremt, springt het licht weer op groen.
Vanwege de veiligheid van de N35 en de weggebruikers wordt een aantal oversteken opgeheven en inritten afgesloten. Hiervoor in de plaats wordt een bajonetkruising aangelegd en de parallelstructuur aangepast, waardoor alle eigenaren een alternatieve ontsluiting krijgen of in staat worden gesteld om desgewenst een eigen uitrit hierop aan te leggen. In principe is er reeds nu al toestemming via de Wbrvergunning om aan te sluiten op de bajonet/parallelweg. Over de exacte invulling daarvan is dan nog wel afstemming met RWS nodig. Dat is voorwaarde in vergunning. Om zorgvuldig handelen te betrachten en om de eigenaar hierbij tegemoet te komen is reeds aangeboden om de nadeelcompensatie procedure
De zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van de plannen en besluiten.
12
Nr.
2.13
Samenvatting zienswijze landgoedeigenaar over te laten en hiertoe planschade/nadeelcompen satie te benutten niet van een zorgvuldige aanpak getuigt. Beroep op zorgvuldig overheidshandelen (verwijzing naar Toeslagenaffaire) en gelijkheidsbeginsel (verwijzing naar zaak Stuivenberg)
Beantwoording zienswijze naar voren te halen gecombineerd met de grondverwerving, waarbij onder voorwaarden een eventuele vergoeding vroegtijdig kan worden uitgekeerd. Deze zgn. gecombineerde behandeling geeft vroegtijdig inzicht in waar men aan toe is. Deze aanpak wordt niet zomaar ingezet, maar alleen in uitzonderlijke gevallen, zoals hier ook het geval is.
Zienswijze m.b.t. Wbrvergunning:
In het verleden zijn met het landgoed diverse verkennende gesprekken gevoerd, waarbij voor de aanleg van het kavelpad als uitgangspunt werd aangehouden dat deze nodig was voor het gebruik door het waterschap, om te komen en te gaan naar de Kolkwetering voor haar onderhouds- en schouwtaken (zie verslag 11 oktober 2018). Ook is gesproken over de nieuwe toegangsweg via de Moerweg en een keervoorziening op het landgoed. De gevoerde gesprekken zijn als gevolg van verschil in inzicht stil komen te liggen.
Gesteld wordt dat Rijkswaterstaat als zorgvuldige handelende overheidspartij verplicht is gedane toezeggingen na te komen rondom een alternatieve interne ontsluiting.
2.14
Zienswijze m.b.t. Wbrvergunning: Gesteld wordt dat aangegeven moet worden welke gedachten er zijn bij de initiatiefnemers over de
Conclusie
In het geval de indiener niet instemt met deze gecombineerde aanpak kan indiener een verzoek om nadeelcompensatie indienen op grond van de Beleidsregel nadeelcompensatie Infrastructuur en Waterstaat 2019. Het is niet precies duidelijk op welke kwestie (zaak Stuivenberg) wordt gedoeld.
De zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van de plannen en besluiten.
Nadere bestudering heeft vervolgens de conclusie opgeleverd dat het mogelijk is dat het onderhoud van de Kolkwetering, door het Waterschap, via toegang vanaf de Moerweg kan geschieden, waarbij het Waterschap de Kolkwetering tot aan de N35 kan bereiken. De gesprekken die gevoerd zijn, zijn slechts verkennend geweest. Besproken zijn de mogelijkheden op en voor het landgoed om aan te sluiten op de rijksweg N35 en de opwaardering van de reeds aanwezige uitgang op de Moerweg. Uit deze gesprekken kan niet afgeleid worden dat concrete, ondubbelzinnige en onvoorwaardelijke toezeggingen gedaan zijn om tegemoet te komen aan de wensen van de indiener. Om het bajonetkruispunt te kunnen realiseren wordt de bestemming gewijzigd in verkeer. De aanleg van de (niet openbare) interne wegenstructuur en de aansluiting op de N35 is een verantwoordelijkheid voor de eigenaar van het landgoed zelf. Indien de eigenaar vanwege de benodigde aanpassingen meent schade te ondervinden, dan kan hij een verzoek om schadevergoeding indienen op grond van de Beleidsregel nadeelcompensatie Infrastructuur en Waterstaat 2019.
De zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van de plannen en besluiten.
13
Nr.
Samenvatting zienswijze realisatie van de interne ontsluiting, de publiekrechtelijke voorwaarden daarbij en de benodigde vergunningen.
Beantwoording zienswijze
Conclusie
De vigerende bestemmingen, natuur en agrarisch met waarden-landschapswaarden op het landgoed bieden mogelijkheden om een (niet openbare) interne wegenstructuur aan te leggen. Uit het vigerende bestemmingsplan blijkt dat als er een onverharde weg wordt aangelegd dat er dan geen omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken nodig is. Het gaat dan om wegen van zand of grond en/of hetzelfde materiaal als het landschap eromheen, hetgeen in de huidige (niet openbare) interne wegenstructuur ook het geval is. Met de monumentale status van het landgoed wordt rekening gehouden. De verplichtingen die voortvloeien uit de Erfgoedwet sluiten de hierboven genoemde de aanpassing van interne wegenstructuur niet uit.
2.15
Zienswijze m.b.t. Wbrvergunning:
De nieuwe situatie zal geen aantasting tot gevolg hebben voor de verschijningsvorm van het landgoed en heeft geen gevolgen voor de directe woon- en leefomgeving.
De zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van de plannen en besluiten.
Vanuit verkeersveiligheid is gelijktijdige ingebruikname van het bajonetkruispunt en gebruik van de bestaande oversteken niet acceptabel. Dit zou een gevaarlijker situatie opleveren dan de huidige situatie al is, omdat de weggebruiker geen oversteken meer verwacht. Met een centraal gelegen bajonetkruispunt worden alle oversteken verwijderd, zodat er geen risicovolle locaties overblijven. Immers, iedere oversteek is risicovol. Wanneer er toch oversteken blijven liggen, blijven deze net zo risicovol als ze al zijn en wordt daarvoor dus geen oplossing geboden. Als wegbeheerder willen wij de situatie voor alle weggebruikers, en zeker voor omwonenden, graag veiliger maken door middel van dit bajonetkruispunt.
De zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van de plannen en besluiten.
Gesteld wordt dat onvoldoende rekening is gehouden met het behoud van nationaal erfgoed en karakteristieke verschijningsvormen voor het behoud van natuurschoon. 2.16
Zienswijze m.b.t. Wbrvergunning: Gesteld wordt dat er te weinig tijd zit tussen de sluiting van de bestaande in-/uitritten en de mogelijkheid de nieuwe interne ontsluiting te realiseren.
De indiener en de eigenaar van het landgoed de Gunne worden tijdig (vóórdat de aannemer start met de werkzaamheden) geïnformeerd over de geplande realisatie van het bajonetkruispunt, zodat ook tijdig gestart kan worden met de aanpassing van de (niet openbare) interne wegenstructuur. De huidige
14
Nr.
Samenvatting zienswijze
Beantwoording zienswijze oversteken worden een maand na openstellen van het bajonetkruispunt afgesloten.
Conclusie
2.17
Zienswijze m.b.t. Wbrvergunning:
Enkel de oversteek naar de N35 zelf, gelegen op grond van de Staat (berm) wordt opgeheven. De huidige duiker en de verharding worden verwijderd waardoor de oversteek op deze wijze niet meer gebruikt kan worden. Het opheffen van de oversteek zal derhalve geen aantasting tot gevolg hebben voor de karakteristieke verschijningsvorm van het landgoed, en heeft geen gevolgen voor de directe woon- en leefomgeving en is niet in strijd met de voorwaarden uit de Natuurschoonwet 1928. Het aanzicht van de Grote Poort blijft behouden.
De zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van de plannen en besluiten.
Zienswijze m.b.t. Wbrvergunning:
De nieuwe situatie is besproken met de hulpdiensten en geaccordeerd, zij hebben toegang via de Moerweg.
Gesteld wordt dat de sluiting van de in-/uitrit bij de Grote Poort ten koste gaat van de aanrijtijd van hulpdiensten richting een aantal woningen die ontsloten zijn via de Grote Poort.
Uit de gevoerde gesprekken kan niet afgeleid worden dat concrete, ondubbelzinnige en onvoorwaardelijke toezeggingen gedaan zijn om tegemoet te komen aan de wensen van de indiener. Het Haviltex arrest gaat over de wijze waarop een overeenkomst moet worden uitgelegd en is op deze situatie niet van toepassing.
De zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van de plannen en besluiten.
Gesteld wordt dat de sluiting van de in-/uitrit bij de Grote Poort in strijd is met de op grond van de Erfgoedwet beschermde status van het landgoed. Mogelijk is ook sprake van een aantasting van de karakteristieke verschijningsvorm, dat in strijd kan zijn met de Natuurschoonwet 1928. Tot slot is het in strijd met het behoud van een goede kwaliteit van de directe woon- en leefomgeving en kan zelf woongenot worden gederfd. 2.18
15
Nr.
Samenvatting zienswijze
Beantwoording zienswijze
Conclusie
Het bevoegde gezag heeft begrip voor de wens van betrokkene om de oversteek te behouden. Echter, vanuit oogpunt van de verkeersveiligheid kan aan deze wens niet tegemoet worden gekomen. Er zullen los van deze procedure gesprekken gevoerd worden met de landgoedeigenaar over deze wens.
De zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van de plannen en besluiten.
Er heeft in het verleden een aantal verkennende gesprekken plaatsgevonden waarbij is gesproken over het eventueel openhouden van de Kleine Poort. Vanwege de verkeersveiligheid kunnen deze wensen niet worden gehonoreerd en zal de oversteek worden opgeheven.
De zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van de plannen en besluiten.
Gesteld wordt dat er toezeggingen zijn gedaan over het ten behoeve van hulpdiensten hekken openhouden van de Grote Poort en dat Rijkswaterstaat verplicht is die na te komen (Haviltext arrest). 2.19
Zienswijze m.b.t. Wbrvergunning: Gesteld wordt dat de uitrit bij de Grote Poort intact dient te blijven voor het uitoefenen van een traditie rondom uitvaarten van afstammelingen van de landgoedeigenaren.
2.20
Zienswijze m.b.t. Wbrvergunning: Gesteld wordt dat de sluiting van de in-/uitrit bij de Kleine Poort onwenselijk is omdat een alternatief daar niet te realiseren is om diverse redenen. Gesteld wordt dat er toezeggingen zijn gedaan om de oversteek zo in te richten dat deze geschikt blijft voor overstekend landbouwverkeer en dat
Dat de gesprekken met de eigenaren van het landgoed niet tot instemming hebben geleid, neemt niet weg dat betrokken partijen met voorliggende afsluiting zorgdragen voor een verkeersveilige oplossing die in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening. Uit de gevoerde gesprekken kan niet afgeleid worden dat concrete, ondubbelzinnige en onvoorwaardelijke toezeggingen gedaan zijn om tegemoet te komen aan de wensen van de indiener. In het geval de indiener meent schade te ondervinden als gevolg van het uitvoeren van de maatregelen kan een verzoek om nadeelcompensatie worden ingediend op basis van de Beleidsregel nadeelcompensatie Infrastructuur en Waterstaat 2019.
16
Nr.
Samenvatting zienswijze Rijkswaterstaat verplicht is die na te komen (Haviltext arrest).
Beantwoording zienswijze
Conclusie
2.21
Zienswijze m.b.t. Wbrvergunning:
Alhoewel niet aan te raden, is het voor wandelaars niet verboden om een rijksweg als de N35 over te steken. Dit vindt in de huidige situatie blijkbaar plaats vanwege een wandelroute ter plekke, daar gelaten of deze huidige situatie gewenst is. Vanwege de te treffen maatregelen en sluiting van de Kleine Poort wordt de bestaande verharding in de doorsteek tussen parallelweg en N35, en in de berm aan de landgoed zijde, verwijderd. De in/-uitrit wordt afgesloten met het oog op de verkeersveiligheid.
De zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van de plannen en besluiten.
Gesteld wordt dat de sluiting van de in-/uitrit bij de Kleine Poort leidt tot strijd met voorwaarden die vanuit de Natuurschoonwet gelden t.a.v. openstelling. Aandacht voor overstekende wandelaars die zelf een weg gaan zoeken.
De betrokken partijen zien niet in dat er aantasting is van de NSW-voorwaarden. In het geval de indiener meent schade te ondervinden als gevolg van het project kan een verzoek om nadeelcompensatie worden ingediend op basis van de Beleidsregel nadeelcompensatie Infrastructuur en Waterstaat 2019.
Aandacht voor alternatieve wandelroute 2.22
Zienswijze m.b.t. Wbrvergunning: Gesteld wordt dat er een recht van overpad dient te worden gevestigd op enkele percelen om een uitweg te maken op de (nog aan te leggen) parallelweg.
2.23
Zienswijze m.b.t. Wbrvergunning: De volgende stukken worden opgevraagd:
Het wordt de indiener mogelijk gemaakt om direct aan te sluiten middels een Wbr-vergunning op de bajonetkruising. Vanwege de aanleg van de bajonetkruising zullen gedeeltes van de percelen Heino I 21 en 22 door de Staat worden verworven ten behoeve van de openbare weg. Een recht van overpad is derhalve niet nodig, het landgoed kan, indien daarvoor wordt gekozen, aansluiten op de bajonet kruising zonder dat daarvoor een recht van overpad nodig is.
De zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van de plannen en besluiten.
De betreffende stukken worden separaat toegestuurd.
De zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van de plannen en besluiten.
17
Nr.
Samenvatting zienswijze
Beantwoording zienswijze
Conclusie
Betreffend stuk oppervlaktewaterlichaam waar de zienswijze zich tegen richt heeft de status van Cwatergang (overig oppervlaktewaterlichaam). Dit oppervlaktewaterlichaam maakt deel uit van het watersysteem ter plaatse. Een ingreep in het watersysteem, waarbij het herprofileren moet worden beschouwd als een vorm van graven, is een handeling die valt onder de reikwijdte van artikel 3.1 van de Keur Waterschap Drents Overijsselse Delta.
De zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van de plannen en besluiten.
nadeelcompensatieregeling -/verordening van Rijkswaterstaat, de Provincie Overijssel en de gemeente Raalte - beleidsregel nadeelcompensatie infrastructuur en waterstaat 2019. Gevraagd wordt of de schaderegeling v.d. provincie ruimhartig wordt toegepast. 2.24
Zienswijze m.b.t. watervergunning: Gesteld wordt dat de herprofilering van de Nieuwe Kolkwetering tussen km 11,25 en 11,50 in strijd is met belangen van het landgoed en dat de herprofilering ook helemaal geen noodzaak heeft indien wordt voorgesorteerd op maatregelen uit het programma Meer Veiligheid 4.
Om een goede afwatering van de nieuw aan te leggen bermsloten na aanleg van de bajonetkruising te bewerkstellingen en daarmee een goed functionerend watersysteem te hebben is een beperkte aanpassing van de ligging van de betreffende watergang en verbetering van het profiel hiervan gewenst. De optie om het betreffende stuk oppervlaktewaterlichaam te dempen en voorzien van een lange duiker is in de voorbereiding van het project aan de orde geweest. Hierbij heeft het waterschap geadviseerd dit niet te doen vanwege het belang van afwatering van het achterliggende gebied, met name bij hoge neerslagintensiteit. In de huidige situatie, bij hoge neerslagintensiteit, is de aanwezige berging en afvoercapaciteit hard nodig. Door de demping van het betreffende stuk oppervlaktewater en aanleg van een lange duiker zal de berging en afvoercapaciteit verder beperkt worden. Dit kan gevolgen, in de vorm van wateroverlast en vernatting, hebben voor het achterliggende gebied. Gebleken is dat er alternatieve mogelijkheden zijn om te voldoen aan het kader van Meer Veilig 4 (zie ook antwoord bij zienswijze 2.7).
18
Nr.
Samenvatting zienswijze
Beantwoording zienswijze
Conclusie
2.25
Zienswijze m.b.t. Verkeersbesluit:
In het bebordingsplan staan borden, die volgens de Verkeerswet nodig zijn. Het bebordingsplan is tevens besproken met de politie en akkoord bevonden.
Aangegeven wordt dat een wildgroei aan landschapsontsierende verkeersborden moet worden voorkomen. Extra verkeersborden en/of straatverlichting op het baanvak tussen km 11,8 en km 12,4 zijn onwenselijk gelet op de beschermde historische buitenplaats en heeft een negatieve impact op beschermde diersoorten.
Bij de bajonetkruispunten komt geen openbare verlichting en daarmee geen verstoring van fauna. Het risico op verstoring doet zich enkel voor in de aanlegfase, indien 's nachts gewerkt wordt met kunstlicht. Er zijn regels opgesteld over het eventuele gebruik van dit kunstlicht om verstoring te voorkomen.
De zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van de plannen en besluiten.
2.26
Zienswijze m.b.t. omgevingsvergunning kappen: 1.
2.
Gesteld wordt dat uit de stukken onvoldoende blijkt welke vier bomen gekapt gaan worden en een aanvullende toelichting gewenst is. Verder wordt gevraagd om de bepalingen van de Gedragscode zorgvuldig bosbeheer als voorwaarde aan de vergunning te verbinden.
1.
De bomen (nr. 545, 544 en 236) worden gekapt. Ter plaatse van deeltraject Heino noord is de omgevingsvergunning kappen aangevraagd voor vier bomen. Als gevolg van een ontwerpaanpassing (zie zienswijze 10.1) hoeft boom 2720 niet meer gekapt te worden. De andere drie bomen (545, 544 en 236) staan op het beoogde wegprofiel van de hoofdrijbaan van de N35 en moeten daarop gekapt worden. Bij de omgevingsvergunningaanvraag zijn bijlagen opgenomen met kenmerken van de betreffende bomen en hun locatie. Zoals te zien in de onderstaande afbeelding (betreft uitsnede uit ‘Rapportage bomen N35 Wijthmen-Nijverdal, Arcadis, 13 augustus 2021’, onderdeel van ontwerp omgevingsvergunning voor het vellen van houtopstanden).
Zienswijze geeft aanleiding tot aanpassing van de omgevingsvergunning kap
19
Nr.
Samenvatting zienswijze
Beantwoording zienswijze
Conclusie
20
Nr.
Samenvatting zienswijze
Beantwoording zienswijze
Conclusie
21
Nr.
Samenvatting zienswijze
Beantwoording zienswijze
2.
2.27
Indiener geeft aan gehoord te willen worden.
Conclusie
Rijkswaterstaat beschikt over een goedgekeurde gedragscode soortenbescherming Rijkswaterstaat in het kader van de Wet natuurbescherming. Aan de omgevingsvergunning kappen wordt de voorwaarde verbonden dat volgens de gedragscode moet worden gewerkt.
De gemeenteraad is bevoegd gezag voor het vaststellen van het bestemmingsplan Buitengebied Raalte, part. herz. 27, N35 deeltraject Heino noord. Voorafgaand aan de raadsvergadering is een rond de tafel met de gemeenteraad. Indieners krijgen hier de mogelijkheid om van hun spreekrecht gebruik te maken en hun zienswijze nader toe te lichten.
De zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van de plannen en besluiten.
22
Nr.
Samenvatting zienswijze
Beantwoording zienswijze
Conclusie
3. 3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6 3.7 3.8 3.9 3.10 3.11 3.12 3.13 3.14 3.15 3.16 3.17 3.18 3.19 3.20 3.21 3.22 3.23 3.24 3.25 3.26 3.27
Zie samenvatting bij 2.1 Zie samenvatting bij 2.2 Zie samenvatting bij 2.3 Zie samenvatting bij 2.4 Zie samenvatting bij 2.5 Zie samenvatting bij 2.6 Zie samenvatting bij 2.7 Zie samenvatting bij 2.8 Zie samenvatting bij 2.9 Zie samenvatting bij 2.10 Zie samenvatting bij 2.11 Zie samenvatting bij 2.12 Zie samenvatting bij 2.13 Zie samenvatting bij 2.14 Zie samenvatting bij 2.15 Zie samenvatting bij 2.16 Zie samenvatting bij 2.17 Zie samenvatting bij 2.18 Zie samenvatting bij 2.19 Zie samenvatting bij 2.20 Zie samenvatting bij 2.21 Zie samenvatting bij 2.22 Zie samenvatting bij 2.23 Zie samenvatting bij 2.24 Zie samenvatting bij 2.25 Zie samenvatting bij 2.26 Zie samenvatting bij 2.27
Zie antwoord bij 2.1 Zie antwoord bij 2.2 Zie antwoord bij 2.3 Zie antwoord bij 2.4 Zie antwoord bij 2.5 Zie antwoord bij 2.6 Zie antwoord bij 2.7 Zie antwoord bij 2.8 Zie antwoord bij 2.9 Zie antwoord bij 2.10 Zie antwoord bij 2.11 Zie antwoord bij 2.12 Zie antwoord bij 2.13 Zie antwoord bij 2.14 Zie antwoord bij 2.15 Zie antwoord bij 2.16 Zie antwoord bij 2.17 Zie antwoord bij 2.18 Zie antwoord bij 2.19 Zie antwoord bij 2.20 Zie antwoord bij 2.21 Zie antwoord bij 2.22 Zie antwoord bij 2.23 Zie antwoord bij 2.24 Zie antwoord bij 2.25 Zie antwoord bij 2.26 Zie antwoord bij 2.27
Zie conclusie bij 2.1 Zie conclusie bij 2.2 Zie conclusie bij 2.3 Zie conclusie bij 2.4 Zie conclusie bij 2.5 Zie conclusie bij 2.6 Zie conclusie bij 2.7 Zie conclusie bij 2.8 Zie conclusie bij 2.9 Zie conclusie bij 2.10 Zie conclusie bij 2.11 Zie conclusie bij 2.12 Zie conclusie bij 2.13 Zie conclusie bij 2.14 Zie conclusie bij 2.15 Zie conclusie bij 2.16 Zie conclusie bij 2.17 Zie conclusie bij 2.18 Zie conclusie bij 2.19 Zie conclusie bij 2.20 Zie conclusie bij 2.21 Zie conclusie bij 2.22 Zie conclusie bij 2.23 Zie conclusie bij 2.24 Zie conclusie bij 2.25 Zie conclusie bij 2.26 Zie conclusie bij 2.27
23
Nr.
Samenvatting zienswijze
Beantwoording zienswijze
Conclusie
4. 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11 4.12 4.13 4.14 4.15 4.16 4.17 4.18 4.19 4.20 4.21 4.22 4.23 4.24 4.25 4.26 4.27
Zie samenvatting bij 2.1 Zie samenvatting bij 2.2 Zie samenvatting bij 2.3 Zie samenvatting bij 2.4 Zie samenvatting bij 2.5 Zie samenvatting bij 2.6 Zie samenvatting bij 2.7 Zie samenvatting bij 2.8 Zie samenvatting bij 2.9 Zie samenvatting bij 2.10 Zie samenvatting bij 2.11 Zie samenvatting bij 2.12 Zie samenvatting bij 2.13 Zie samenvatting bij 2.14 Zie samenvatting bij 2.15 Zie samenvatting bij 2.16 Zie samenvatting bij 2.17 Zie samenvatting bij 2.18 Zie samenvatting bij 2.19 Zie samenvatting bij 2.20 Zie samenvatting bij 2.21 Zie samenvatting bij 2.22 Zie samenvatting bij 2.23 Zie samenvatting bij 2.24 Zie samenvatting bij 2.25 Zie samenvatting bij 2.26 Zie samenvatting bij 2.27
Zie antwoord bij 2.1 Zie antwoord bij 2.2 Zie antwoord bij 2.3 Zie antwoord bij 2.4 Zie antwoord bij 2.5 Zie antwoord bij 2.6 Zie antwoord bij 2.7 Zie antwoord bij 2.8 Zie antwoord bij 2.9 Zie antwoord bij 2.10 Zie antwoord bij 2.11 Zie antwoord bij 2.12 Zie antwoord bij 2.13 Zie antwoord bij 2.14 Zie antwoord bij 2.15 Zie antwoord bij 2.16 Zie antwoord bij 2.17 Zie antwoord bij 2.18 Zie antwoord bij 2.19 Zie antwoord bij 2.20 Zie antwoord bij 2.21 Zie antwoord bij 2.22 Zie antwoord bij 2.23 Zie antwoord bij 2.24 Zie antwoord bij 2.25 Zie antwoord bij 2.26 Zie antwoord bij 2.27
Zie conclusie bij 2.1 Zie conclusie bij 2.2 Zie conclusie bij 2.3 Zie conclusie bij 2.4 Zie conclusie bij 2.5 Zie conclusie bij 2.6 Zie conclusie bij 2.7 Zie conclusie bij 2.8 Zie conclusie bij 2.9 Zie conclusie bij 2.10 Zie conclusie bij 2.11 Zie conclusie bij 2.12 Zie conclusie bij 2.13 Zie conclusie bij 2.14 Zie conclusie bij 2.15 Zie conclusie bij 2.16 Zie conclusie bij 2.17 Zie conclusie bij 2.18 Zie conclusie bij 2.19 Zie conclusie bij 2.20 Zie conclusie bij 2.21 Zie conclusie bij 2.22 Zie conclusie bij 2.23 Zie conclusie bij 2.24 Zie conclusie bij 2.25 Zie conclusie bij 2.26 Zie conclusie bij 2.27
24
Nr.
Samenvatting zienswijze
Beantwoording zienswijze
Conclusie
5. 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7 5.8 5.9 5.10 5.11 5.12 5.13 5.14 5.15 5.16 5.17 5.18 5.19 5.20 5.21 5.22 5.23 5.24 5.25 5.26 5.27
Zie samenvatting bij 2.1 Zie samenvatting bij 2.2 Zie samenvatting bij 2.3 Zie samenvatting bij 2.4 Zie samenvatting bij 2.5 Zie samenvatting bij 2.6 Zie samenvatting bij 2.7 Zie samenvatting bij 2.8 Zie samenvatting bij 2.9 Zie samenvatting bij 2.10 Zie samenvatting bij 2.11 Zie samenvatting bij 2.12 Zie samenvatting bij 2.13 Zie samenvatting bij 2.14 Zie samenvatting bij 2.15 Zie samenvatting bij 2.16 Zie samenvatting bij 2.17 Zie samenvatting bij 2.18 Zie samenvatting bij 2.19 Zie samenvatting bij 2.20 Zie samenvatting bij 2.21 Zie samenvatting bij 2.22 Zie samenvatting bij 2.23 Zie samenvatting bij 2.24 Zie samenvatting bij 2.25 Zie samenvatting bij 2.26 Zie samenvatting bij 2.27
Zie antwoord bij 2.1 Zie antwoord bij 2.2 Zie antwoord bij 2.3 Zie antwoord bij 2.4 Zie antwoord bij 2.5 Zie antwoord bij 2.6 Zie antwoord bij 2.7 Zie antwoord bij 2.8 Zie antwoord bij 2.9 Zie antwoord bij 2.10 Zie antwoord bij 2.11 Zie antwoord bij 2.12 Zie antwoord bij 2.13 Zie antwoord bij 2.14 Zie antwoord bij 2.15 Zie antwoord bij 2.16 Zie antwoord bij 2.17 Zie antwoord bij 2.18 Zie antwoord bij 2.19 Zie antwoord bij 2.20 Zie antwoord bij 2.21 Zie antwoord bij 2.22 Zie antwoord bij 2.23 Zie antwoord bij 2.24 Zie antwoord bij 2.25 Zie antwoord bij 2.26 Zie antwoord bij 2.27
Zie conclusie bij 2.1 Zie conclusie bij 2.2 Zie conclusie bij 2.3 Zie conclusie bij 2.4 Zie conclusie bij 2.5 Zie conclusie bij 2.6 Zie conclusie bij 2.7 Zie conclusie bij 2.8 Zie conclusie bij 2.9 Zie conclusie bij 2.10 Zie conclusie bij 2.11 Zie conclusie bij 2.12 Zie conclusie bij 2.13 Zie conclusie bij 2.14 Zie conclusie bij 2.15 Zie conclusie bij 2.16 Zie conclusie bij 2.17 Zie conclusie bij 2.18 Zie conclusie bij 2.19 Zie conclusie bij 2.20 Zie conclusie bij 2.21 Zie conclusie bij 2.22 Zie conclusie bij 2.23 Zie conclusie bij 2.24 Zie conclusie bij 2.25 Zie conclusie bij 2.26 Zie conclusie bij 2.27
25
Nr.
Samenvatting zienswijze
Beantwoording zienswijze
Conclusie
Zienswijze m.b.t. Wbrvergunning: - Gesteld wordt dat onduidelijk is of de pachtgronden aan de oostzijde van de N35 nog bereikbaar zijn. - Onduidelijk is hoe om te gaan met de situatie waarbij een alternatieve ontsluiting nog niet gereed is op het moment dat de in-/uitrit wordt afgesloten. - Duidelijkheid is gewenst over hoe om wordt gegaan met de bedrijfsschade die wordt geleden door opheffing van de in-/uitritten.
Vanwege de verkeersveiligheid op de rijksweg N35 en van de weggebruikers wordt een aantal oversteken opgeheven en inritten afgesloten. Het landgoed en de pachtgronden aan de oostzijde van de N35 blijven ontsloten op de N35 via de Moerweg. De aanleg van de (niet openbare) wegenstructuur op het landgoed is een verantwoordelijkheid van het landgoed.
De zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van de plannen en besluiten.
Zienswijze m.b.t. Wbrvergunning:
Verkeersveiligheid is gericht op voorkomen van ongevallen en is niet enkel te meten in plaatsgevonden ongevallen. Overigens zijn, in de periode 2014-2019, de meeste ongevallen gebeurd op trajectdeel Heino-Raalte. Maar ook op trajectdeel Heino noord zijn ongevallen gebeurd, zie zienswijze 2.10 en 2.11.
6. 6.1
6.2
Gesteld wordt dat het besluit gebaseerd is op onjuiste veronderstellingen
In het geval de indiener meent dat hij als gevolg van de maatregelen schade ondervindt, dan kan hij een verzoek om nadeelcompensatie indienen op basis van de Beleidsregel nadeelcompensatie Infrastructuur en Waterstaat 2019. Vanuit verkeersveiligheid is gelijktijdige ingebruikname van het bajonetkruispunt en gebruik van de bestaande oversteken niet acceptabel. Dit zou een gevaarlijker situatie opleveren dan de huidige situatie al is, omdat de weggebruiker geen oversteken meer verwacht. Met een centraal gelegen bajonetkruispunt worden alle oversteken verwijderd, zodat er geen risicovolle locaties overblijven. Immers, iedere oversteek is risicovol. Wanneer er toch oversteken blijven liggen, blijven deze net zo risicovol als ze al zijn en wordt daarvoor dus geen oplossing geboden. Betrokken partijen willen de situatie voor alle weggebruikers, en zeker voor omwonenden, graag veiliger maken door middel van dit bajonetkruispunt. De eigenaar van het landgoed de Gunne wordt tijdig (vóórdat de aannemer start met de werkzaamheden) geïnformeerd over de geplande realisatie van het bajonetkruispunt, zodat ook tijdig gestart kan worden met de aanpassing van de (niet openbare) interne wegenstructuur. De huidige oversteken worden een maand na openstellen van het bajonetkruispunt afgesloten.
De zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van de plannen en besluiten.
26
Nr.
Samenvatting zienswijze over de verkeersveiligheid en daarmee onzorgvuldig is.
Beantwoording zienswijze
Conclusie
Doorkruisen van de berm is, vanuit het oogpunt van verkeersveiligheid, ongewenst. Ongeacht of dit via het gras of een verharding gebeurt. Er waren punten op het traject, waar de grasberm illegaal werd doorkruist om een file te omzeilen. Hiertegen zijn inmiddels paaltjes in de berm geplaatst. Het ontwerp is gebaseerd op ontwerprichtlijnen. De bestaande en nieuwe situatie zijn beide door een extern bureau beoordeeld (Rapport: Beoordeling verkeersveiligheid voorgenomen aanpassingen (second opinion), Goudappel Coffeng, kenmerk 007974.20201029.N1.04, 25 november 2020). Daarbij is geconcludeerd dat het ontwerp de verkeersveiligheid verbetert.
6.3
Zienswijze m.b.t. Wbrvergunning: Gesteld wordt dat ten onrechte het argument van veiligheid wordt aangehaald voor de besluitvorming rondom het project.
6.4
Zienswijze m.b.t. Wbrvergunning: Gesteld wordt dat Rijkswaterstaat als zorgvuldige handelende overheidspartij verplicht is gedane toezeggingen na te komen rondom een nieuw kavelpad ter hoogte van km 11,27.
Verkeersveiligheid is gericht op voorkomen van ongevallen en is niet enkel te meten in plaatsgevonden ongevallen. Overigens zijn, in de periode 2014-2019, de meeste ongevallen gebeurd op trajectdeel Heino-Raalte. Maar ook op trajectdeel Heino noord zijn ongevallen gebeurd. Het ontwerp is gebaseerd op ontwerprichtlijnen. De bestaande en nieuwe situatie zijn beide door een extern bureau beoordeeld (Rapport: Beoordeling verkeersveiligheid voorgenomen aanpassingen (second opinion), Goudappel Coffeng, kenmerk 007974.20201029.N1.04, 25 november 2020). Daarbij is geconcludeerd dat het ontwerp de verkeersveiligheid verbetert.
In het verleden zijn met de eigenaren van het landgoed diverse verkennende gesprekken gevoerd, waarbij voor de aanleg van het kavelpad als uitgangspunt werd aangehouden dat deze nodig was voor het gebruik door het waterschap, om te komen en te gaan naar de Kolkwetering voor haar onderhoudsen schouwtaken (zie verslag 11 oktober 2018). Ook is gesproken over de nieuwe toegangsweg via de Moerweg en een keervoorziening op het landgoed. De gevoerde gesprekken zijn als gevolg van verschil in inzicht stil komen te liggen.
De zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van de plannen en besluiten.
De zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van de plannen en (ontwerp)besluiten.
Nadere bestudering van alternatieve ontsluitingen heeft vervolgens de conclusie opgeleverd dat het onderhoud van de Kolkwetering door het Waterschap, via toegang vanaf de Moerweg kan geschieden. Waarbij het Waterschap de Kolkwetering tot aan de N35 kan bereiken. De gesprekken die gevoerd zijn, zijn slechts verkennend geweest. Besproken zijn de mogelijkheden op en voor het landgoed om aan te sluiten op de rijksweg N35 en de opwaardering van de reeds aanwezige uitgang op de Moerweg. Uit deze gesprekken kan niet afgeleid worden dat concrete, ondubbelzinnige en onvoorwaardelijke toezeggingen gedaan zijn om tegemoet te komen aan de wensen van de indiener.
27
Nr.
Samenvatting zienswijze
Beantwoording zienswijze
Conclusie
6.5
Zienswijze m.b.t. Wbrvergunning:
Er heeft in het verleden een aantal verkennende gesprekken plaatsgevonden waarbij is gesproken over het eventueel openhouden van de Kleine Poort. Uit oogpunt van verkeersveiligheid kunnen deze wensen niet worden gehonoreerd en zal de oversteek worden opgeheven.
De zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van de plannen en besluiten.
Gesteld wordt dat de in/uitrit bij de Kleine Poort de enige ontsluitingsmogelijkheid is om te komen tot het ter plaatse gelegen perceel landbouwgrond. De omliggende bosgrond is ongeschikt voor het aanleggen van een voor landbouwverkeer alternatief. 6.6
Zienswijze m.b.t. Wbrvergunning: De volgende stukken worden opgevraagd:
De Kleine Poort zal worden afgesloten en het perceel Heino I 90 wordt daarmee via De Kleine Poort onbereikbaar voor de pachter. Het perceel is ruim 5,5 ha. groot, waarvan ongeveer 1,9 ha. landbouwgrond betreft en het andere gedeelte natuur (bos). Indiener heeft aan de westzijde van de N35 ruim 34 ha. landbouwgrond in eigendom waardoor het niet aannemelijk is dat wegvallen van de genoemde oppervlakte grond onevenredige gevolgen heeft voor zijn bedrijfsvoering. In het geval de indiener meent schade te ondervinden als gevolg van de uitvoering van de maatregelen kan een verzoek om nadeelcompensatie worden ingediend op basis van de Beleidsregel nadeelcompensatie Infrastructuur en Waterstaat 2019.
De betreffende stukken worden separaat toegestuurd.
De zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van de plannen en besluiten.
nadeelcompensatieregeling -/verordening van Rijkswaterstaat, de Provincie Overijssel en de gemeente Raalte - beleidsregel nadeelcompensatie infrastructuur en waterstaat 2019.
28
Nr.
Samenvatting zienswijze
Beantwoording zienswijze
Conclusie
Gesteld wordt dat de woning/de kavel van de indieners, door het vervallen van de in-/uitrit, forse in waarde zal afnemen, zij daardoor afhankelijk worden van de (kwaliteit van de) in-/uitrit van de buurman en toekomstplannen met betrekking tot het kavel vervallen.
In de huidige situatie wordt gebruik gemaakt van twee inritten. De in-/uitrit waarvan een deel ligt op grond van een derde partij (landgoed De Gunne) komt te vervallen. Bij de overblijvende uitweg wordt erkend dat er een afhankelijkheid is ten aanzien van de kwaliteit van de niet openbare weg.
De zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van de plannen en besluiten.
Aangegeven wordt dat, nu corona minder actief speelt, de weg weer drukker wordt en de geluidsoverlast toeneemt. De zorg is dat door de betere doorstroming de verkeersdrukte zal toenemen en de geluidsoverlast daarmee ook.
Er is in onderhavige situatie geen aanleiding om te verwachten dat verbeterde verkeersveiligheid leidt tot aanzuigende werking van meer voertuigen. Ten opzichte van de huidige situatie worden de snelheid en de wegcategorie niet veranderd en er wordt geen capaciteit toegevoegd. De voorgestelde aanpassingen aan de N35 leiden niet tot meer verkeer. Een eventuele verkeerstoename is een autonome ontwikkeling, dat wil zeggen dat dit wordt veroorzaakt door invloeden buiten deze bajonetkruisingen
Gelet op bovengenoemde punten willen de indieners gecompenseerd worden en beroep doen op planschade/nadeel compensatie.
In het geval de indiener meent schade te ondervinden als gevolg van de uitvoering van de maatregelen kan een verzoek om nadeelcompensatie worden ingediend op basis van de Beleidsregel nadeelcompensatie Infrastructuur en Waterstaat 2019.
7. 7.1
7.2
7.3
Indien indiener van mening is dat hij/zij geschaad wordt door de nieuwe plannen en de uitvoering kan hij/zij een verzoek indienen voor nadeelcompensatie.
De zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van de plannen en besluiten.
De basisgegevens voor de verkeerskundige berekeningen en beschouwingen stammen uit de tijd vóór Corona. Tijdelijk minder verkeer door de Corona-maatregelen heeft derhalve geen invloed op de uitkomsten.
De zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van de plannen en besluiten.
29
Nr.
Samenvatting zienswijze
Beantwoording zienswijze
Conclusie
7.4
Indieners hebben tot slot de volgende opmerkingen/vragen: - Waarom komt er niet een parallelweg naar de Ganzenpanbrug? - Hoe dient zwaar of lang materieel gebruik te maken van het bajonetkruispunt? - Is men op de hoogte dat oversteken met vrachtwagen met oplegger leidt tot blokkade van de parallelweg?
Op basis van een bestuursovereenkomst tussen Rijk, provincie en gemeenten uit 2014 is besloten om een pakket aan verkeersveiligheidsmaatregelen op de N35 tussen Wijthmen en Nijverdal uit te voeren binnen een aantal randvoorwaarden, nl.: het beschikbare budget, de technische en juridische haalbaarheid, het draagvlak (op basis van diverse participatiebijeenkomsten), de uitvoerbaarheid en de kosteneffectiviteit. Dit pakket moet voldoen aan het doel van het project: het zo veel mogelijk verbeteren van de verkeerveiligheid op de N35 tussen Wijthmen en Nijverdal. Door het hanteren van de randvoorwaarden zijn er beperkingen in de gekozen maatregelen. De maatregelen dragen op een sobere en effectieve manier bij aan het doel van het project.
De zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van de plannen en besluiten.
Links afslaand verkeer dient in één keer ‘over te steken', niet anders dan huidige situatie. Oversteken kan/moet in twee keer. Situatie verbetert in het algemeen door de attentie verhogende werking van het bajonetkruispunt. Het risico op blokkeren is bekend, de bajonetaansluiting is in meerdere opzichten een verbetering ten opzichte van huidige situatie. De situatie is door een extern bureau beoordeeld en is acceptabel.
30
Nr.
Samenvatting zienswijze
Beantwoording zienswijze
Conclusie
Zienswijze m.b.t. bestemmingsplan Heinonoord:
Het hoofddoel van dit project is de verbetering van de verkeerveiligheid op de N35 tussen Wijthmen en Nijverdal. Vanwege de veiligheid van de N35 en de weggebruikers wordt een aantal oversteken opgeheven en inritten afgesloten.
Gesteld wordt dat het waterschap grote nadelen ondervindt bij het onderhoud aan watergangen door de voorgenomen veiligheidsmaatregelen omdat oversteken worden afgesloten die nu gebruikt worden door het waterschap. Gelet daarop wordt een alternatief voorgesteld voor het creëren van een toegangsroute via perceel HNO01L00023.
Nadere bestudering van deze situatie heeft de conclusie opgeleverd dat het onderhoud van de watergangen door het Waterschap via toegang vanaf de Moerweg kan worden uitgevoerd. Daarmee kan het opheffen van oversteken en in- en uitritten ongewijzigd blijven.
De zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van de plannen en besluiten.
8. 8.1
Wanneer de indiener meent hierdoor schade te ondervinden dan kan om nadeelcompensatie verzocht worden ingevolge de Beleidsregel nadeelcompensatie infrastructuur en Waterstaat 2019.