CConstaterende datRaalte
Koppel je AI →
Document · PDF

Vergunning, toezicht en handhaving (VTH) - uitvoeringsprogramma 2026

Informatievoorziening raad 18 december 2025, gemeente RaalteBij agendapunt: Vergunning, toezicht en handhaving (VTH) - uitvoeringsprogramma 202612.990 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Uitvoeringsprogramma 2026 Vergunning, toezicht en handhaving

1 decemb er 2025

Bestuurlijke oplegger Het Uitvoeringsprogramma voor vergunningen, toezicht en handhaving van 2026 voor de gemeente Raalte (hierna: UVP VTH) beschrijft de gemeentelijke taken en de uitvoering ervan in 2026 op de gebieden bouw, ruimtelijke ordening, bijzondere wetten en de APV. D e basis hiervoor is een terugblik op 2025 (voor zover al bekend) en een vooruitblik op de voorziene toekomstige ontwikkelingen. Het UVP VTH 2026 is vooral gebaseerd op de Omgevingswet die op 1 januari 2024 in werking getreden. Tegelijk met de Omgevingswet is voor nieuwbouwprojecten onder gevolgklasse 1 (woningen en kleinere bedrijfspanden) de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (hierna: Wkb) in werking is getreden. Dit heeft tot gevolg gehad dat wij in 2023 een toename zagen in het aantal ingediende bouwaanvragen. Deze piek aan aanvragen valt onder de Wabo en om die reden is in het UVP VTH ook in 2026 de Wabo in de bouwcontroles meegenomen. Bestuurlijke doelen Het college heeft met de uitvoerings - en handhavingsstrategie voor de geme entelijke taken, zes sporen vastgesteld welke leidend zijn bij de uitvoering van de VTH -taken. In de uitvoering wordt dit in 2026 als volgt opgepakt: 1. De inzet op veiligheid krijgt prioriteit, op basis van risicosturing; Risicosturing blijft een leidend principe bij zowel APV, vergunningverlening en toezicht en handhaving.

Er wordt gekeken waar de grootste risico’s liggen en richten daar onze aandacht op. Dit gebeurt op verschillende manieren, zowel bij vergunningverlening, toezicht en handhaving als bij het organiseren van evenementen en de naleving van de openbare ruimte. Daarnaast krijgen onderwerpen met bestuurlijke aandacht ook meer prioriteit, denk bijvoorbeeld aan het fietsen in het centrum en parkeeroverlast. Bij risicosturing binnen de vergunningverlening ligt de focus op drie onderdelen : het behandelen van meldingen en het adviseren bij complexe bouwwerken door de Veiligheidsregio, de toetsing van gevolgklasse 2 en 3 bouwwerken door de Veiligheidsregio, en de afhandeling van meldingen voor gevolgklasse 1 bouwwerken door de private kwalite itsborger. Wat betreft het verbouw van gevolgklasse 1 bouwwerken verwachten wij dat ook geheel 2026 het toezicht bij de gemeente zal blijven liggen. Evenementen die een verhoogd risico vormen voor de openbare ruimte en openbare orde krijgen extra aandacht in zowel de voorbereiding als de evaluatie. Ook binnen de uitvoering van de APV wordt risico gestuurd gewerkt. Een nieuwe risicoanalyse ondersteunt b ij het maken van keuzes over waar meer of juist minder inzet nodig is. 2.

Meer aandacht voor thema’s als duurzaamheid, gezondheid en groene inpassingen; Bij het beoordelen van aanvragen voor buitenplanse omgevingsplanactiviteiten (BOPA) worden de thema’s duurzaamheid en gezondheid standaard meegenomen in de afweging. De GGD adviseert indien nodig op het thema gezondheid. Beide thema’s komen ook aan de orde bij het beoordelen van bouwaanvragen op grond van het Besluit Bouwwerken Leefomgeving (BBL). Groene/ landschappelijke inpassing is een thema dat standaard wordt meegenomen bij het beoordelen van aanvragen om af te mogen wijken van het omgevingsplan. De gemeente word t hier zowel intern als extern in geadviseerd. Vanuit Toezicht en Handhaving valt op dat vanuit risicogestuurd werken de controle op landschappelijke inpassingsplannen minder zwaar weegt. Om die reden is ervoor gekozen om steekproefsgewijs controles uit te voeren op bijvoorbeeld de kapvergunningen en de uitvoering van de landschappelijke inpassingsplannen. De thema’s duurzaamheid en gezondheid worden meegenomen tijdens de technische controles van het BBL. Vanuit cluster APV en Bijzonder Wetten is de laatste jaren geïnvesteerd in duurzaamheid, gezondheid en de groene omgeving. Als gemeente moedigen we organisatoren van evenementen aan om een zo duurzaam en circulair mogelijk evenement te organiseren.

Gezondheid is voor zowel evenementen als horeca een belangrijk thema, bijvoorbeeld als het gaat om hygiëne, voldoende en schone toiletten, gehoorbeschermin g en het schenken van alcohol. 3. Samenlevingssturing op signaalbasis en met een jaarlijkse thematische focus; In 2025 is een dashboard ontwikkeld dat meldingen over de woon - en leefomgeving visualiseert op locatie. Dit heeft geleid tot waardevolle inzichten, waaronder een duidelijke piek in meldingen over hinderlijk parkeren van campers en caravans rond Hemelvaart, Pinksteren en de zomervakantie. Deze informatie maakt het mogelijk om gebiedsgericht te werken en samen met het programma Toekomstbestendige wijken en dorpen in te zetten op preventie, bijvoorbeeld via gerichte communicatie.

UITVOERINGSPROGRAMMA VTH 2026

Eveneens kan de boa - capaciteit gerichter ingezet worden door preventief en repressief boa’s vaker te laten surveilleren op de desbetreffende locaties. 4. Inzet op communicatie voor bewustwording en preventie; Vooral de onderwerpen die met toezicht en handhaving niet efficiënt aan te pakken zijn wordt vaker de aansluiting met Communicatie opgezocht . We investeren in thema’s die relevant zijn voor inwoners en ondernemers. Daarnaast wordt er ingezet op gedragsverandering in de openbare ruimte. De bedoeling is om niet vol in te zetten op het beboeten bij een overtreding, maar door het gesprek aan te gaan met naleving als doel. 5. Het inzetten op preventie, via het sectorale beleid; Toezicht en handhaving worden gezien als het sluitstuk van gemeentelijke en landelijke regelgeving. De voorkeur gaat uit naar het stimuleren van naleving via andere middelen, zoals bewustwording en preventie. Om die reden dringen we bij nieuw beleid aan op betrokkenheid bij het opstellen van een uitvoeringsparagraaf, waarin ook aandacht is voor de rol van toezicht en handhaving als onderdeel van een bredere nalevingsstrategie. 6. Het herschikken van taken en inzetten op procesoptimalisatie. De laatste jaren zijn er grote stappen gezet in de procesoptimalisatie binnen de VTH - keten.

Vanaf 2026 zal ook het cluster APV/BW gaan werken in IJVI en waar het kan sluiten zij aan op de huidige VTH -processen en monitoring. Voor de gehele VTH -keten is in 2024 en 2025 ervaring opgedaan met de Omgevingswet en de Wkb. De ervaringen worden meegenomen voor het blijvend optimaliseren van deze processen. Er wordt gestreefd naar bredere inzet van het VTH systeem, ook voor interne adv isering en registratie van (wijzigingen in) omgevingsplannen. Complexe zaken blijven onder integrale regie, met voortzetting van de aanpak regievoering uit 2023. Vanwege de landelijke doorontwikkelingen op het gebied van digitalisering van de VTH -keten bij de overheid, wordt in 2026 de inzet van een drone onderzo cht. We denken dat de uitvoering van onze toezichttaken, met behulp van een drone, voor een deel efficiënter en nauwkeuriger kan worden uitgevoerd. Daarnaast zijn er mogelijkheden om met een drone ondersteun ing te bieden op het thema ondermijning bijvoorbeeld door het gebruik van warmtebeelden. Bij het Omgevingsloket wordt al vanaf medio 2025 gebruik gemaakt van een AI -tool, die helpt om sneller en gemakkelijker klantvragen te beantwoorden. Deze AI -tool wordt ook in 2026 afgenomen en ingezet . Voor het efficiënt inzetten van de boa - capaciteit blijft procesoptimalisatie een constante factor welke scherp moet blijven.

In de praktijk is gebleken dat de boa’s de meeste toegevoegde waarde hebben in de middag - en avonduren en in het weekend. Ook blijven we monitoren of de ingezette preventieve middelen de beoogde resultaten geven en waar nodig passen we onze strategieën aan. Borging en monitoring In hoofdstuk 7 “Borging en monitoring” van dit UP -VTH, is een totaaloverzicht opgenomen van de beschikbare formatie om alle geplande risico - en samenleving gestuurde VTH -taken uit te voeren. Naast de maandelijkse ambtelijke monitoring van de opgenomen aant allen en doelstellingen in dit UP VTH, wordt er ook ieder kwartaal de voortgang aan het bestuur toegelicht . Het VTH-dashboard wordt hiervoor gebruikt. Als er afwijkingen worden ge constateerd, dan wordt eerst het verhaal erachter onderzocht en sturen we bi j als dat mogelijk is . 10% van de beschikbare toezicht - en handhavingscapaciteit wordt niet op voorhand ingepland maar gereserveerd voor onvoorzien. Dit gebeurt volgen s de capaciteitsverdeling: 70% risico gestuurd, 20% samenleving gestuurd en 10% te reserveren voor onvoorziene zaken. Uit de vergelijking van de beschikbare formatie met de tijd die nodig is voor de uitvoering van de geplande VTH -taken, blijkt dat deze taken niet geheel binnen de bestaande formatie kunnen worden uitgevoerd .

Daarbij moet ook worden opgemerkt dat, als er geen extra formatie wordt ingezet in 2026 , een deel van de gereserveerde ‘10% onvoorzien’ voor T&H moet worden ingezet om zove r dat mogelijk is de geplande toezicht taken uit te voeren .

1

UITVOERINGSPROGRAMMA VTH 2026

Stikstof Bij vergunningaanvragen moet, naast de aanleggebruiksfase, ook weer rekening gehouden worden met de stikstof gevolgen van het initiatief in de gebruiksfase. De vergunningverleners moeten aanvragen toetsen op stikstof en de gevolgen van het initiatief op Na tura 2000 gebieden als Boetelerveld, Sallandse Heuvelrug en de IJsseluiterwaarden (uitvoerbaarheidstoets). Dit vraagt extra handelingen die verzwarend zijn voor het vergunningenproces. Deze ontwikkeling in de stikstofproblematiek kan in voorkomende gevalle n gevolgen hebben voor aantal aanvragen en doorlooptijden. Zeker als blijkt dat naast de Omgevingsvergunning ten behoeve van het initiatief ook vergunning op grond van de Wet natuurbescherming noodzakelijk is. Deze dient te worden aangevraagd bij de provin cie. Ondermijning Ondermijning heeft bestuurlijke prioriteit. De aandacht en mogelijkheden voor het tegengaan van ondermijnende criminaliteit zijn aanzienlijk toegenomen. Enerzijds wordt er intern meer aandacht besteed om de signalen van ondermijning te herkennen voor zowel medewerkers als inwoners en ondernemers in de gemeente. Anderzijds komt vanuit het team Openbare Orde en Veiligheid ook steeds vaker het verzoek om signalen op te pakken. Vanuit de gedachte van risicosturing scoort ondermijning hoog en krijgt het daarmee prioriteit.

Daarom zijn er concrete afspraken gemaakt en zijn er meer uren beschikbaar gesteld om integrale controles uit te voeren en de signalen die cluster Toezicht en handhaving krijgt, op te pakken. APV/BW In 2021 is de evenementenvisie geschreven. De uitgangspunten van deze visie zijn in 2025 uitgewerkt in het uitvoeringsbeleid evenementen. In 2026 krijgen organisatie aan de hand van de kaders in het uitvoeringsbeleid de ruimte om evenementen te organiseren die veilig en succesvol zijn, met oog voor de belangen van de omgeving en de organisator en het waarborgen van openbare orde en veiligheid. Daarnaast is aansluiting gezocht op de ruimtelijke aspecten die worden genoemd in het Omgevingsplan. Omgevingsdienst IJsselland In bijlage 1 van het Uitvoeringsprogramma VTH 2026 zit de jaaropdracht 2026 van de milieutaken die de Omgevingsdienst IJsselland (OD) uitvoert. Het programma voor de OD -taken is anders van opbouw dan het gemeentelijke Uitvoeringsprogramma omdat het voor de hele regio uniform van opzet en inhoud is. De uitvoering van de OD -taken wordt maandelijks gemonitord en besproken in de accountlijn , naast en de bestuurlijke gesprekken per kwartaal. Robuustheid OD IJsselland. Doelstelling van het Interbestuurlijk programma (IBP) versterking VTH is het versterken van de positie van de Omgevingsdiensten in het bijzonder.

Om de route naar robuustheid voor de OD IJsselland te beschrijven is een Plan van Aanpak ingediend bij het min isterie van I&W. In oktober heeft de staatssecretaris de OD laten weten dat op basis van het Plan van Aanpak de voorlopige conclusie is getrokken dat de OD IJsselland op 1 april 2026 niet voldoende robuust zal zijn. Desondanks is op 19 december 2024 door het Algemeen Bestuur besloten om gefaseerd te ontwikkelen van een minimum variant in 2026 (blauw spoor) naar voldoen aan de landelijke robuustheidseis in 2028 (rood spoor). In het Regionale uitvoeringsprogramma en de jaaropdracht is het blauwe spoor vertaald in een hogere ureninzet op de actualisatie van vergunningen en verbeteren van de toezichtsbalans.

2

UITVOERINGSPROGRAMMA VTH 2026

Inhoudsopgave Bestuurlijke oplegger ............................................................................................................................... 0 1. Inleiding ............................................................................................................................................... 4 1.1 Inleiding ................................ ................................ ................................ ................................ ....................................................... 4 1.2 Relatie uitvoeringsprogramma met het uitvoerings - en handhavingsstrategie ............................................ 4 1.3 Kwaliteitsdoelen, indicatoren en streefwaarden ................................ ................................ ......................................... 4 2. Bijzondere aandacht in 2026 ............................................................................................................... 5 2.1 Gebruik risicoanalyse VTH ................................ ................................ ................................ .................................................... 5 2.2 Omgevingswet en Wkb ................................ ................................ ................................ ......................................................... 5 2.3 Ondermijning ................................

................................ ................................ ................................ ............................................ 5 2.4 Stikstof ................................ ................................ ................................ ................................ ................................ ................................ 5 3. Vergunningverlening Omgevingswet ................................................................................................... 6 3.1 Verbinding met ambities en doelen ................................ ................................ ................................ .................................6 3.2 Uitvoering in uren en producten ................................ ................................ ................................ ....................................... 7 4. Toezicht en Handhaving Wabo, Omgevingswet & APV ...................................................................... 9 4.1 Verbinding met de ambities en doelen uitvoerings - en handhavingsstrategie ............................................. 9 4.2 Omgevingsvergunningen en Wkb -meldingen ................................ ................................ ......................................... 10 4.3 Constructieve veiligheid ................................ ................................ ................................

.................................................... 10 4.4 Monumenten ................................ ................................ ................................ ................................ .......................................... 10 4.5 Brandveiligheid (VRIJ) ................................ ................................ ................................ ......................................................... 10 4.6 Slopen zonder asbest ................................ ................................ ................................ ................................ ................................ 11 4.7 Ondermijning ................................ ................................ ................................ ................................ ......................................... 11 4.8 Uitvoering in uren en producten ................................ ................................ ................................ ....................................11 4.9 Vooruitblik 2026 ................................ ................................ ................................ ................................ ....................................16 5. APV/Bijzondere wetten ......................................................................................................................

17 5.1 Verbinding APV/ bijzondere wetten met de ambities en doelen uitvoerings - en handhavingsstrategie 17 5.2 Evenementen ................................ ................................ ................................ ................................ ......................................... 17 5.3 Vergunningverlening/ meldingen/ ontheffingen ................................ ................................ ....................................18 5.4 Exploitatie horeca ................................ ................................ ................................ ................................ .................................18 5.6 Uitvoering in uren en producten ................................ ................................ ................................ ....................................19 5.7 Toezicht en handhaving APV/BW en alcoholwet ................................ ................................ .....................................20 6. Toezicht en handhaving openbare ruimte (Boa’s) ............................................................................ 22 6.1 Verbinding met de ambities en doelen uitvoerings - en handhavingsstrategie .......................................... 22 6.2 Integraal toezicht ................................ ................................ ................................ ................................

..................................22 7. Borging en monitoring ....................................................................................................................... 24 7.1 Inleiding ................................ ................................ ................................ ................................ .................................................... 24 7.2 Monitoring ................................ ................................ ................................ ................................ ............................................... 24 7.3 Tekort/overschot formatie ................................ ................................ ................................ ................................................ 26 Bijlage 1

Uniform uitvoeringprogramma OD taken ........................................................................ 28

Bijlage 2

Kwaliteitsdoelen, indicatoren en streefwaarden .............................................................. 31

Bijlage 3

Risicoanalyse Raalte ....................................................................................................... 34 3

UITVOERINGSPROGRAMMA VTH 2026

1. Inleiding Voor u ligt het uitvoeringsprogramma VTH 2026 (UP VTH). Het UP VTH bevat de taken die worden uitgevoerd op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH) op het terrein van de fysieke leefomgeving. Ook de uitvoeringstaken van de APV en de bijzondere wetten zijn in dit uitvoeringsprogramma opgenomen.

1.1 Inleiding Het UP VTH 2026 beschrijft de uitvoering van de gemeentelijke taken op dit werkveld. Vanuit een cyclische werkwijze kijken we bij de planning voor het komende jaar ook terug op de uitvoering van het afgelopen jaar. In het jaarverslag over 2025 komen we hie r nog uitgebreid op terug. Waar de uitvoering in 2025 ons aanleiding geeft tot bijstellen van de uitvoering in 2026 willen we daar in dit UP VTH al invulling aan geven. Het opstellen van het UP VTH is een wettelijke verplichting op grond van de Omgevingswet. Daarnaast treft u in het hoofdstuk Toezicht en handhaving nog producten aan die na -ijlen uit het Wabo tijdperk. Het UP VTH 2026 wordt vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders en toegezonden aan de gemeenteraad en de provincie Overijssel in het kader van Interbestuurlijk toezicht (IBT). Het UP VTH is een sturings -instrument voor een geprioriteerde inzet van capaciteit. Per maand zal de voortgang gemonitord worden. Dit biedt ons de mogelijkheid om en indien noodzakelijk te her - prioriteren of de uitvoering bij te sturen. Per kwartaal is er overleg met de portefeuillehouders VTH over de uitvoering. Het uitvoeringsprogramma voor de VTH taken die bij de Omgevingsdienst (OD) zijn neergelegd (o.a. milieu, bodem en asbest) maakt als bijlage 1 deel uit van dit uitvoeringsprogramma.

Dit deel van het uitvoeringsprogramma is dus uniform voor alle gemeenten in de regio en voor de provincie in haar rol als opdrachtgever. Daarnaast treft u in bijlage 1 ook het overzicht aan van de geplande uitvoering door de OD ten behoeve van Raalte.

1.2 Relatie uitvoeringsprogramma met het uitvoerings handhavingsstrategie

- en

Het UP VTH is gebaseerd op de uitvoerings - en handhavingsstrategie voor de thuistaken Raalte. De uitvoerings - en handhavingsstrategie geeft richting aan de uitvoering van de VTH -taken door middel van de in het beleid gestelde doelen. Daarbij gaat het primair om doelen die betrekking hebben op de kwaliteit van de uitvoering van de VTH -taken. In de uitvoerings - en handhavingsstrategie zijn zes sporen opgenomen die leidend zijn bij de uitvoering van de VTH-taken: 1. De inzet op veiligheid krijgt prioriteit, op basis van risicosturing; 2. Meer aandacht voor thema’s als duurzaamheid, gezondheid en groene inpassingen; 3. Samenlevingssturing op signaalbasis en met een jaarlijkse thematische focus; 4. Inzet op communicatie voor bewustwording en preventie; 5. Het inzetten op preventie, via het sectorale beleid; 6. Het herschikken van taken en inzetten op procesoptimalisatie. In dit uitvoeringsprogramma worden deze zes sporen verbonden met de uitvoering. In de verdere uitwerking van dit programma zal hier - naar worden verwezen c.q. teruggekomen.

1.3 Kwaliteitsdoelen, indicatoren en streefwaarden Het betreft hier de mate waarin een product voldoet aan juridische doelen (zoals geformuleerd in de relevante wet- en regelgeving en de algemene beginselen van behoorlijk bestuur) en bijdraagt aan de omgevingsdoelen. Ook wel aangeduid als de inhoudelijke kwaliteit. Dit willen we waarborgen, monitoren en bevorderen. In bijlage 2 is per doelstelling aangegeven welke indicator wij hanteren en de daarvoor benodigde gegevens om de voortgang van de doelrealisatie te meten.

4

UITVOERINGSPROGRAMMA VTH 2026

2. Bijzondere aandacht in 2026 Er zijn meerdere ontwikkelingen die van invloed gaan zijn op de VTH -uitvoering in 2026. Deze ontwikkelingen worden hieronder kort toegelicht.

2.1 Gebruik risicoanalyse VTH Met de vaststelling van de uitvoerings - en handhavingsstrategie voor de thuistaken is ook de risicoanalyse voor die thuistaken vastgesteld. De risicoanalyse is leidend bij het opstellen en plannen van de capaciteit voor de uitvoering van de VTH -taken 2026. De beschikbare toezicht - en handhavingscapaciteit is niet voldoende om alle taken 100% uit te voeren. Op basis van de risicoanalyse worden daarom keuzes gemaakt. Daar waar er minder risico is, wordt minder toezicht gehouden. De bestaande Risicoanalyse is aangepast aan de Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen.

2.2 Omgevingswet en Wkb De Omgevingswet is op 1 januari 2024 in werking getreden. De invoering heeft tot gevolg gehad dat er eind 2023 een aanzienlijke extra hoeveelheid aanvragen om omgevingsvergunning zijn ingediend. Deze aanvragen worden nog onder het oude regime van de Wabo a fgedaan. Dat betekent dat ook in 2026 nog rekening gehouden moet worden met een na -ijl effect in het toezicht op Wabo -aanvragen . In de planning is hier rekening mee gehouden. Als gevolg van de Wkb is de toetsing van de aanvragen en het toezicht tijdens de bouw voor nieuwbouwwerken die vallen onder gevolgklasse 1 (grondgebonden woningen en kleinere bedrijfsruimtes) naar de markt gaan. Verbouw van gevolgklasse 1 bouwwerken blijft in ieder geval in 2026 nog buiten de werking van de Wkb. Uiterlijk op 1 januari 2027 zal vanuit het rijk een evaluatie plaatsvinden naar de regels en verdere fasering voor kwaliteitsborging. De gemeente blijft voor deze taken die allen onder de Wkb het bevoegd gezag en is dus als enige bevoegd om te handhaven wanneer niet wordt voldaan aan de bouwregelgeving. Hierbij maken we een risico gestuurde afweging of wel of niet tot handhaving overgaan.

2.3 Ondermijning Op ondermijning wordt komend jaar extra ingezet. Vanuit team OOV is de campagne ‘Open oog voor ondermijning’ intern uitgerold . Deze campagne wordt ingezet op meer bewustwording om signalen van ondermijning te herkennen. Daarnaast investeren we in extra uren voor cluster Toezicht en handhaving om een vervolg te kunnen geven aan de verkregen signalen.

2.4 Stikstof De stikstofproblematiek heeft ook in 2026 effecten op de uitvoering van VTH -taken. Dit is enerzijds omdat bij de omgevingsvergunningsprocedure rekening moet worden gehouden met de gevolgen van het initiatief in de realisatiefase en de gebruiksfase. De verg unningverleners moeten aanvragen toetsen op stikstof en de gevolgen van het initiatief op Natura 2000 gebieden als Boetelerveld, Sallandse Heuvelrug en de IJsseluiterwaarden. Anderzijds moet ook worden gemotiveerd waarom stikstof activiteiten niet op voorh and onmogelijk maakt. De uitvoerbaarheidstoets is een belangrijk onderdeel in de vergunningsprocedure. Een ander onderdeel van de vergunningprocedure is dat op grond van artikel 7.5c Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) en artikel 7.19a (Bbl) de getroffen maatregelen voor de reductie van stikstofemissie bij het uitvoeren van bouw - en sloopwerkzaamheden naar het bevoegd gezag gestuurd moeten worden (informatieplicht). De r egistratie en beoordeling vindt plaats in IJVI.

5

UITVOERINGSPROGRAMMA VTH 2026

3. Vergunningverlening Omgevingswet De clusters RO & vergunningverlening, toezicht en handhaving en ondersteuning VTH van het domein Ruimte leveren een bijdrage aan een veilige en leefbare gemeente door te zorgen voor een gereguleerd gebruik van de fysieke leefomgeving. Dit gebeurt onder and ere door het verlenen (of weigeren) van omgevingsvergunningen voor diverse activiteiten en het voeren van vooroverleggen en overleggen over conceptverzoeken. Het beoogde resultaat is samen met de inwoners en bedrijven van de gemeente Raalte een (verhoogde) kwaliteit van leven en werken in de samenleving te realiseren.

3.1 Verbinding met ambities en doelen In de uitvoerings- en handhavingsstrategie voor de thuistaken Raalte zijn zes sporen opgenomen die leidend zijn bij de uitvoering van de VTH-taken. In het kader van vergunningverlening zijn vooral de onderstaande sporen van belang. Spoor 1: De inzet op veiligheid krijgt prioriteit, op basis van risicosturing; Dit spoor komt aan de orde bij de behandeling van meldingen brandveilig gebruik, advisering op complexere bouwwerken door de Veiligheidsregio in het kader van brandveiligheid en bij het beoordelen van constructieberekeningen door onze eigen constructeur. Bij grote en complexe bouwaanvragen die vallen onder gevolgklasse 2 en 3, toetst de Veiligheidsregio de brandveiligheid. Alle meldingen brandveilig gebruik worden namens de gemeente behandeld door de Veiligheidsregio. In 2026 gaan we verder met ervaringen opdoen met de melding bouwactiviteit voor de gevolgklasse 1 bouwwerken zoals grondgebonden woningbouw. Bij de melding bouwactiviteit is voor nieuwbouw geen technische toetsing van ons als bevoegde gezag vereist. Dit wordt gedaan door de private kwaliteitsborger in opdracht van de initiatiefnemer van het bouwwerk. Verbouw projecten van bouwwerken die vallen onder gevolgklasse 1 worden naar verwachting ook nog geheel in 2026 beoordeeld door de gemeente en ook het toezicht hierop ligt bij de gemeente.

Spoor 2: Meer aandacht voor thema’s als duurzaamheid, gezondheid en groene inpassingen; De thema’s duurzaamheid en gezondheid worden altijd meegenomen bij de afweging of wij willen meewerken aan een afwijking van het Omgevingsplan of aan een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA). De GGD adviseert indien nodig op het thema gezondheid. Beide thema’s komen ook aan de orde bij het beoordelen van bouwaanvragen op grond van het Besluit Bouwwerken Leefomgeving (BBL). Wij controleren namelijk de BENGberekeningen (energieprestatie voor een woning of utiliteitsgebouw) op hoofdlijnen en de ventilatieeisen als een technische toetsing aan het BBL vereist is. Groene- landschappelijke inpassing is een thema die wij standaard meenemen bij het beoordelen van aanvragen om af te mogen wijken van het omgevingsplan. De ervenconsulent van Het Oversticht adviseert de gemeente Raalte hierin. Spoor 6: Het herschikken van taken en inzetten op procesoptimalisatie. Onze werkprocessen zijn met de komst van de Omgevingswet opnieuw vormgegeven en geoptimaliseerd. De ervaringen die wij hebben opgedaan in 2024 en 2025 nemen wij mee en blijven scherp op het blijven optimaliseren van onze processen en het laten aansluiten bij de behoeften van onze inwoners en ondernemers. Het digitaliseren van alle bouwdossiers loopt eind 2025 af.

Wij verwachten dat begin 2026 een vervolgopdracht komt om alle overige fysieke dossiers in ons archief te digitaliseren. In 2026 gaan wij met meer collega’s werken in ons VTH-systeem o.a. voor interne advisering. Daarnaast willen we ook alle (wijzigingen) omgevingsplannen als zaken registreren in het VTH-systeem en meer intern samenwerken in de voorbereidingen hiervan. Op complexe zaken wordt nog steeds integrale sturing en regie ingezet. Met de aanpak regievoering, waarmee we gestart zijn in 2023, gaan we door. De collega’s van het Omgevingsloket, vergunningverlening/RO en Toezicht & Handhaving kunnen vanaf medio 2025 gebruik maken van een AI-tool (Struck AI). Deze AI-tool maakt het mogelijk om sneller en gemakkelijker klantvragen te beantwoorden.

6

UITVOERINGSPROGRAMMA VTH 2026

3.2 Uitvoering in uren en producten Het cluster Ruimtelijke ontwikkeling & vergunningverlening (hierna: RO&V) en het cluster ondersteuning VTH werken nauw samen. Het totaal aantal medewerkers dat betrok is bij vergunningverlening Omgevingswet bestaat uit 8,2 fte’s. Hieronder vallen 5 vergunn ingverleners die aanvragen vergunningen, meldingen en conceptverzoeken beoordelen (waarvan 1 inhuurkracht), 3 administratieve medewerkers VTH voor procesondersteuning, meerdere ruimtecoaches voor de behandeling van complexere conceptverzoeken en advisering bij afwijkingen van het omgevingsplan, 1 milieuplanoloog en 2 medewerkers van het Omgevingsloket die adviezen voor het Omgevingsloket verstrekken. De benodigde inzet van de formatie voor 2026 is, mede door het landelijk uitstellen van verbouw onder de Wkb, wederom hoger dan beoogd. Verder is de tabel 1 hieronder uitgebreid met taken die we gaan uitvoeren maar voorgaande jaren niet gepland waren in he t UP VTH. De beschikbare capaciteit voor Vergunningverlening Omgevingswet (11248 uur) geeft een tekort van 1670 uur op jaarbasis om alle geplande taken (12918 uur) uit te voeren. Zie tabel 1 hieronder voor de benodigde planning en capaciteit. In hoofdstuk 7 Borging en Monitoring is een toelichting en oplossingsrichting uitgewerkt.

In 2026 worden de volgende grote (bouw)projecten verwacht of krijgt een verder vervolgt: • Raalte, Bredenhorst (circa 53 woningen); • Heeten, Veldegge Noord voorheen fase 2 (circa 90 woningen); • Heeten, Boerhof (30 woningen); • Broekland, 't Broeck fase 5 (circa 40 woningen); • Raalte, herontwikkeling in en nabij Pauluskerk (circa 13 appartementen en 22 woningen); • Lierderholthuis, Lierderbroek fase 3 (20 woningen). • Franciscushof Zuid (17 woningen) • Mariënheem (aanbesteding 10 woningen) De volgende omgevingsplannen komen in uitvoering: • Luttenberg, woningbouwlocatie Luttenbergerweg Fase 2 (20 woningen); • Nieuw Heeten, uitbreiding Marissink (fase 2: 12 woningen); • Mariënheem, De Velderhof (54 woningen); • Nijverdalseweg 13/Nw. Deventerweg 4 (13 woningen).

7

UITVOERINGSPROGRAMMA VTH 2026

Meldingen brandveilig gebruik Bouwactiviteit technisch Bouwactiviteit technisch Bouwactiviteit technisch Omgevingsoverleg Omgevingsoverleg Binnenplanse opa afwijken van het omgevingsplan Kleine buitenplanse omgevingsplanactiviteit Buitenplanse omgevingsplanactiviteit Intrekken omgevingsvergunning Stikstofemissie Start werkzaamheden (DSO) Einde werkzaamheden (DSO) Omgevingsplan opstellen/wijziging (RO) Wijziging omgevingsvergunning Wijziging van de tenaamstelling vergunning Interne overleggen Totaal technische toezicht

Omgevingsloket

o.a. voormalig VVGB Inboeken meldingen en uitzetten naar VR Bouwsom >€1.000.000 Bouwsom €100.000 - €1.000.000 Bouwsom €0 - € 100.000 Zonder principe besluit college Met principebesluit college

Informatieplicht verwerken Informatieplicht verwerken Informatieplicht verwerken

Totaal 2026

Monumentactiviteit Rijksmonumentactiviteit Verrichten van werken en werkzaamhedenactiviteit Kapactiviteit Uitritactiviteit Advies verstrekken Adviesrecht Raad Afwijken van regels in het omgevingsplan Advies met instemming

Uren RA/BM

Bouwactiviteit technisch

Verwachting (2026)

Bouwactiviteit technisch

Bouwsom > €1.000.000 Bouwsom € 100.000 €1.000.000 Bouwsom €0 - € 100.000

Realisatie tot 1-11-2025

Bouwactiviteit technisch

Toelichting

Activiteit

Tabel 1 Aanvragen vergunningen, meldingen en conceptverzoeken

4

8

21

168

83

170

14

2380

142

180

7

1260

4 2 11

3 2 11

12 12 7

36 24 77

53 16 322 0 35

50 15 300 1 11

18 17 2 13 10

900 248 600 13 110

0

1

5

5

11

11

1

6

1

1

47

47

16

18

40

720

64

55

34

1870

143

180

12

2160

8

10

22

220

-

20

4

70

64

70

12

840

1

6

61

366

11

10

5

50

51

60

2

120

96

120

1

60

4

50

1

25

6

10

2

20

1

2

10

20

0

4

1

4

Bijv. clusteroverleg

500 12918

8

UITVOERINGSPROGRAMMA VTH 2026

4. Toezicht en Handhaving Wabo, Omgevingswet & APV Het cluster Toezicht en Handhaving ( hierna T&H) levert een bijdrage aan een veilige en gezonde leefomgeving door te zorgen voor een goede naleving van landelijke en lokale regels, vergunningvoorschriften en voorwaarden aan besluiten. Dit betreft de taakvelden bouw, ruimtelijke ordening, openbare ruimte en regels uit de APV. De uitvoering van het toezicht is in hoofdzaak risico gestuurd. Aan de hand van de risicoanalyse kiezen we bewust welke zaken we oppakken en welke minder of helemaal geen prioriteit krijgen.

4.1 Verbinding met de ambities en doelen handhavingsstrategie

uitvoerings - en

De ambitie die de gemeente Raalte kiest in de uitvoering van de VTH -taken is vastgelegd in zes sporen in de uitvoerings - en handhavingsstrategie voor de thuistaken Raalte. Hierbij is de inzet primair gericht op het borgen van veiligheid binnen dit brede taakveld. Spoor 1: De inzet op veiligheid krijgt prioriteit, op basis van risicosturing Risicosturing is het leidende principe. Dat zien we vertaald in het ambitieniveau in de tabellen 4, 5 en 6. Meer risico betekent een hogere prioriteit en dus ook een hoger ambitieniveau. Spoor 2: Meer aandacht voor thema’s als duurzaamheid, gezondheid en groene inpassingen We merken dat de risicosturing op veiligheid veel gewicht in de schaal legt ten opzichte van thema’s als duurzaamheid, gezondheid en groen inpassing. Mede gelet op de beperkte beschikbare capaciteit stellen we de ambitie op de ‘groene toezichtstaken’ naar beneden bij. Die ruimte is er naar ons idee, omdat er weinig tot geen klachten komen over illegale kap en groene inpassing. Tegelijk blijven wel de vinger aan de pols houden op deze thema’s. De thema’s duurzaamheid en gezondheid nemen we mee tijdens de tec hnische controles van het Bbl. Beplantingsplannen voor landschappelijke inpassing blijven we wel in beperkte mate controleren. Ook hierin is risicosturing het leidende principe.

Spoor 3: Samenlevingssturing op signaalbasis en met een jaarlijkse thematische focus Het valt op dat de meldingen woon - en leefomgeving een zeer gevarieerd beeld laten zien. We hebben een dashboard ontwikkeld waarin locaties worden weergegeven van de meldingen. Dit heeft inzicht gegeven in een piek aan meldingen rond Hemelvaart, Pinksteren en de zomervakantie van hinderlijk parkeren van campers en caravans. Op basis daarvan kunnen we gebiedsgericht en in samenwerking met Toekomstbestendige wijken en dorpen meer aandacht besteden aan preventie bijv. via de communicatiestrategie. Spoor 4: Inzet op communicatie voor bewustwording en preventie Vooral de onderwerpen die met toezicht en handhaving niet efficiënt aan te pakken zijn zoeken we steeds vaker voor de aansluiting met Communicatie. Dit kan ook door intern onderwerpen onder de aandacht te brengen welke moeilijk aan te pakken zijn, bijvoorb eeld de campagne ‘Open oog voor ondermijning’ van team OOV. We leren daarin steeds beter het speelveld van de andere afdelingen en de inwoners en ondernemers uit de gemeente, kennen. Ook in relatie met spoor 3 worden hierin stappen gezet. Spoor 5: Het inzetten op preventie, via het sectorale beleid Toezicht en handhaving zien wij als het sluitstuk van gemeentelijk en landelijke regelgeving. Naleving moet zoveel mogelijk op andere manieren gestimuleerd en geborgd worden.

Die volgordelijkheid vinden we nu terug met betrekking tot de naleving van de Alcoholwet. Daarom hameren wij bij nieuw beleid steevast op een uitvoeringsparagraaf. Daar zal toezicht en handhaving ook een onderdeel van uit moeten maken zodat er ook capaciteit gepland kan worden voor nieuwe taken.

9

UITVOERINGSPROGRAMMA VTH 2026

Spoor 6: Het herschikken van taken en inzetten op procesoptimalisatie Zeker met de invoering van de Omgevingswet en Wkb zal er veel aandacht zijn voor processen. Daarbij zoeken we steeds naar optimalisatie. We hebben de basis op orde, maar blijven continu op zoek naar manieren om onze processen te verbeteren . Daarbij zijn we veelal afhankelijk van landelijke ontwikkelingen. Vanwege de landelijke doorontwikkelingen op het gebied van digitalisering van de VTH keten bij de overheid, gaan we in 2026 de inzet van een drone onderzoeken. We denken dat de uitvoering van onze toezicht taken, met behulp van een drone, voor een deel efficiënter en nauwkeuriger kan worden uitgevoerd. Daarnaast zijn er mogelijkheden om met een drone te ondersteunen op het thema ondermijning bijvoorbeeld door het gebruik van warmtebeelden.

4.2 Omgevingsvergunningen en Wkb -meldingen In 2026 verandert het speelveld verder: het toezicht richt zich nog slechts op een klein aantal resterende Wabo-vergunningen, terwijl het overgrote deel van de aanvragen en meldingen inmiddels onder het nieuwe stelsel van de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) valt. Dit vraagt om een aangepaste werkwijze, waarbij wij steeds meer te maken krijgen met de dynamiek en eisen van de Wkb. Zowel intern als bij aanvragers, aannemers en kwaliteitsborgers zal er blijvend aandacht moeten zijn voor de juiste toepassing van de nieuwe procedures. Het werken met verschillende stelsels naast elkaar blijft ook in 2026 realiteit, maar de nadruk verschuift duidelijk naar het Wkb -kader. Deze fase vraagt om flexibiliteit, zorgvuldige afstemming en continue kennisontwikkel ing.

4.3 Constructieve veiligheid Constructieve veiligheid wil zoveel zeggen dat een bouwwerk niet mag instorten. Dat lijkt een vanzelfsprekendheid, maar dat is het in de praktijk helaas niet altijd. Wanneer er op het gebied van de constructieve veiligheid iets misgaat kan dat grote gevolg en hebben, ook op bestuurlijk vlak. Met de komst van de Wkb zijn wij als gemeente bij nieuwbouw in gevolgklasse 1 niet langer primair verantwoordelijk voor de controle op constructieve veiligheid. Deze taak ligt nu bij de private kwaliteitsborger die door de initiatiefnemer wordt ingeschakel d. We merken dat er steeds meer ervaring wordt opgegaan met dit nieuwe stelsel van private kwaliteitsborging. Hoewel de kwaliteitsborger nu de toezichthoudende rol vervult, blijkt uit de praktijk dat er bij bepaalde constructieve toepassingen nog regelmati g fouten voorkomen. Als gemeente houden we de handhavende bevoegdheid en die zetten we dan ook in als het nodig blijkt.

4.4 Monumenten Voor het behoud en versterken van bijzondere en beeldbepalende waarden die bepaalde gebouwen bezitten zijn er regels voor monumenten opgesteld. Wanneer deze regels niet worden nageleefd, gaat de monumentale waarde voorgoed verloren. Voor 2026 is de verwach ting dat er een aantal aanvragen voor monumentenonderhoud worden gedaan, hieruit vloeit mogelijk ook toezicht en handhaving voort.

4.5 Brandveiligheid (VRIJ) Brandveilig gebruik van panden vraagt veel aandacht. Gebruikers zijn zich lang niet altijd bewust van de risico’s. Door regelmatig toezicht te houden en voorlichting te geven over de risico’s, stimuleren wij eigen verantwoordelijkheid bij bewoners en onder nemers voor het brandveilig gebruik van hun pand. Binnen dit thema zal er ook op worden toegezien dat (tijdelijke) huisvesting van zogeheten arbeidsmigranten voldoet aan de eisen van brandveiligheid. De planning van het toezicht op brandveiligheidsaspecte n vindt plaats op basis van de risicoanalyse die is opgesteld in het kader van het uitvoerings - en handhavingsstrategie. Brandveiligheidsaspecten die in ieder geval in 2026 aan de orde komen zijn: 1. Het controleren van meldingen en vergunningen brandveilig gebruik. 2. Brandveiligheid bij evenementen. 3. Ondersteuning toezichthouder gemeente bij controles brandveiligheidseisen.

10

UITVOERINGSPROGRAMMA VTH 2026

Ad 1. De omvang van de beschikbare formatie voor advisering en controle van meldingen en vergunningen brandveilig gebruik wijkt op dit moment niet af van voorgaande jaren. Met de VRIJ gemaakte afspraak is dat de werkzaamheden ten aanzien van de toetsing van de m eldingen brandveilig gebruik door de VRIJ worden uitgevoerd. Ook het toezicht is overgedragen. De gemeente blijft wel het bevoegd gezag. Om die reden blijven wij in nauw contact met de VRIJ over de brandveiligheidscontroles. Ad 2. De VRIJ is aangesloten bij de integrale werkgroep evenementen. In de werkgroep wordt ook de wijze van toezicht op de verleende evenementenvergunningen bepaald. Dat kan een controle zijn door de toezichthouders of een bezoek van de VRIJ. Zie ook hoofdstuk 5 APV/Bijzondere wetten en dan onder Toezicht en handhaving. Ad 3. Dit gaat over de inhoudelijke o ndersteuning van de toezichthouder bij de gemeente voor controles op brandveiligheidseisen. Naast de controles van de naleving van de verleende meldingen en vergunningen brandveilig gebruik, wordt er door de VRIJ ondersteuning gegeven aan de toezichthouders bij controles naar aanleiding van illegaal gebruik of complexe omgevingsvergunningen. Deze controles kunnen ook het gevolg zijn van ingekomen klachten/meldingen.

4.6 Slopen zonder asbest De OD behandelt alle sloopmeldingen, zowel met of zonder asbest, in ons gezamenlijke VTH -systeem. Daarbij zet de OD bij de volledige sloopmeldingen een taak door in het gezamenlijke VTH -systeem naar de gemeente Raalte zodat we aangehaakt zijn. Hoewel het t oezicht op de sloopmeldingen zonder asbest qua risico niet hoog scoort wordt deze categorie toch regelmatig meegenomen in het toezicht. Sloop gaat namelijk veelal gepaard met bouwactiviteiten. Wanneer de toezichthouder toezicht houdt op de bouwactiviteiten is het eenvoudig om te controleren of de sloop is uitgevoerd.

4.7 Ondermijning Ondermijning is één van de drie speerpunten in de Integrale Veiligheidsstrategie 2023 – 2026 en dat heeft invloed op het werkveld van het cluster Toezicht en Handhaving. De afgelopen jaren is het cluster T&H al betrokken geweest bij het project ‘Veilig buitengebied’, en dit zal ook in 2026 het geval zijn. Dit project richt zich op het tegengaan van onveilige situaties in het kader van ondermijning, maar ook brandveiligheid in het buitengebied. In 2025 is inte rn ook de campagne ‘Open oog voor ondermijning’ uitgerold, hiermee wordt meer bewustwording gevraagd voor signalen welke met ondermijning te maken kunnen hebben. Gemeentelijke toezichthouders en ook de Boa’s hebben als ogen en oren van de gemeentelijke organisatie bij de aanpak van ondermijning een belangrijke signalerende taak . Dat is de basis, die vanuit reguliere werkzaamheden wordt opgepakt. Daarnaast hebben zij juist een grote toezichthoudende en handhavende taak in het kader van Ondermijning en zijn van groot belang bij het analyseren van de signalen en gerichte aanpak. In het kader van ondermijning kan gedacht worden aan het analyseren van de signalen en meldingen die zij zelf constateren dan wel die binnenkomen via MMA -meldingen, maar ook signalen gericht op ondermijning vanuit collega’s en inwoners.

Ook is het cluster T&H een belangrijke partner bij (gezamenlijk) controles en vervullen wij een rol bij het uitvoeren van bestuurlijke maatregelen, zoals het toepassen van bestuursdwang. Dit alles vraagt ook voorbereiding, overleg (waaronder het lokaal ondermijningsoverleg), afstemming, vastlegging en training. Om dit alles in goede banen te lei den is er een vaste contactpersoon Ondermijning binnen het cluster T&H benoemd als vooruitgeschoven post.

4.8 Uitvoering in uren en producten Het cluster T&H bestaat uit 5,5 fte’s. Onder de formatie vallen 4 toezichthouders (waarvan 1 ft inhuurkracht), een juridisch medewerker, een coördinator woon - en leefomgeving en een regisseur handhaving. De inzet voor 2026 verandert ten opzichte van 2025. In 2024 en 2025 is een hausse aan (Wabo) vergunningen gerealiseerd. Veel van die zaken zijn afgerond, ook in de toezichtfase. Op andere terreinen constateren we een tekort aan inzet, bijvoorbeeld als het gaat om handhaving van RO -zaken. Doordat veel Wabo-zaken zijn afgerond, hebben we ruimte om de bemensing aan te passen aan het werk dat er ligt. Het tekort bedraagt 1203 uur. In h oofdstuk 7 Borging en Monitoring is een toelichting en oplossingsrichting uitgewerkt.

11

UITVOERINGSPROGRAMMA VTH 2026

De toezichtstaken zijn onderverdeeld in tabel 2 (technisch toezicht), 3 (ruimtelijk toezicht), 4 (Wabo), en 5 (evenementen). Voor handhaving zijn de uren opgenomen in tabel 6 en de overige uren zijn benoemd in tabel 7. Het cluster T&H draagt ook zorg voor de aansturing van de boa’s. De totale BOA -inzet bedraagt 1,6 fte. Voor coördinatietaken voor de boa’s hebben we 0,44 fte ingeruimd. Zie hoofdstuk 6 en tabel 9 voor de werkzaamheden van de boa’s. Voor het technisch toezicht op de uitvoering van de Omgevingswet en de Wkb zijn in tabel 2 de verwachte benodigde uren voor 2026 opgenomen. In 2026 onderzoeken we de mogelijkheid om de melding Wkb niet langer bij toezicht neer te leggen. Ook staat voor 202 6 het toezicht op de sloop van panden die onder de Landelijke beëinigingsregeling veehouderijen vallen. We verwachten in totaal maximaal 14 sloopcontroles uit te voeren in 2026.

Bouwactiviteit technisch

Controle sloopmelding

Bouwsom > €1.000.000 Bouwsom €100.000 - €1.000.000 Bouwsom €0 - € 100.000 Informatieplicht verwerken Aanhaken of benodigde toestemming geven Bijv. Lbv - regeling

Bouw- en sloopveiligheidsplan

Informatieplicht verwerken

Bouwactiviteit technisch Bouwactiviteit technisch Strijdigheid Bbl Taak toets sloopac tiviteit

CO- melding

Informatieplicht verwerken Melding bouwactiviteit gevolgklasse 1 bouwwerken Steekproef Kwaliteitsborger gevolgklasse 1 bouwwerken Gereedmelding bouw

Brandveilig gebruik Brandveilig gebruik (VR)

n.a.v. eerdere melding bouwactiviteit eigen controles of gezamenlijk met VR worden zelfstandig door brandweer uitgevoerd

Totaal 2026

Ambitie niveau

Uren RA/BM

Verwachting 2026

Openstaande werkvoorraad 111-2025

Toelichting

Activiteit

Tabel 2 Verwachte benodigde uren technisch toezicht

3

3

40

100%

120

25

28

20

100%

560

22

28

16

5%

22

0

2

10

100%

20

52

52

0,5

100%

26

0

14

3

100%

42

75

80

0,5

100%

40

0

2

2

100%

4

120

130

2,5

100%

325

120

130

8

5%

52

14

40

3

100%

120

1

3

30

100%

90

12

20

0

100%

0

10%

142

Onvoorzien Totaal toezicht technisch

1564

Voor het ruimtelijk toezicht op de uitvoering van de omgevingsplanactiviteit zijn in tabel 3 de verwachte benodigde uren opgenomen.

12

UITVOERINGSPROGRAMMA VTH 2026

Totaal 2026

Bouwactiviteit omgevingsplan

Ambitie niveau

Bouwsom €100.000 €1.000.000 Bouwsom €0 - € 100.000

Uren RA/BM

Bouwsom > €1.000.000

Bouwactiviteit omgevingsplan

Verwachting (2026)

Toelichting

Bouwactiviteit omgevingsplan

Realisatie tot 1-11-2025

Activiteit

Tabel 3 Verwachte benodigde uren ruimtelijk toezicht

5

8

10

12%

10

125

170

7

5%

60

29

180

10

25%

450

Monument

Monumenten + rijksmonumentenactiviteit

1

5

12

100%

60

Het uitvoeren van een werk

Verrichten van werken en werkzaamheden activiteit

2

10

5

10%

5

Het vellen of doen vellen van een houtopstand

Kapactiviteit

10

38

5

5%

10

Het maken, aanleggen of veranderen van een uitweg Controle landschappelijke inpassing

Uitritactiviteit

5

18

5

5%

5

O.a. bij landschappelijk voorwaarden opa/ bopa

14

19

10

5%

10

Afwijken van regels in het omgevingsplan

Afwijkingen omgevingsplan geen bouwactiviteit

4

10

5

10%

5

10%

61

Onvoorzien Totaal toezicht omgevingsplanactiviteit

674

Naast de Omgevingswet en de Wkb is er ook nog werkvoorraad van de Wabo vergunning. in tabel 4.

Dit is opgenomen

Cat. 1 Volledige bouwcontrole Handelen in strijd met regels ruimtelijke ordening Onvoorzien

6

40

100%

240

51

48

13

50%

312

78

67

7

25%

117

7

6

5

25%

8

10%

68

Uren RA/BM

Totaal uren werkvoorraad Wabo

Totaal 2026

7

Ambitie niveau

Verwachting (2026)

Cat. 2 Volledige bouwcontrole

Bouwsom > €1.000.000 Bouwsom €100.000 €1.000.000 Bouwsom €0 - € 100.000

Werkvoorraad op 1-11-2025

Cat. 3 Volledige bouwcontrole

Toelichting

Activiteit Wabo

Tabel 4 Verwachte werkvoorraad Wabo

744

Naast de ruimtelijke en technisch toezicht, wordt er vanuit cluster T&H ook toezichturen besteed aan evenementen. In tabel 5 zijn de verwachte benodigde uren voor 2026 opgenomen.

13

UITVOERINGSPROGRAMMA VTH 2026

Controle APV (overig) Onvoorzien Totaal toezicht evenementen & APV

0

3

0%

0

18

30

20

25%

150

3

4

25

100%

100

0

0

5

0%

0

10%

25

Totaal uren

-

Ambitie niveau

Uren RA/BM

C -evenementen

Aantal controle zaken 2026

B -evenementen

regulier evenement (laag risico) waarbij het (zeer) onwaarschijnlijk is dat dit leidt tot risico’s voor de openbare orde, openbare veiligheid, volksgezondheid, en het milieu; aandachtevenement (gemiddeld risico) waarbij het mogelijk is dat dit leidt tot risico’s voor de openbare orde, openbare veiligheid, volksgezondheid, en het milieu; risicovol evenement (hoog risico) waarbij het (zeer) waarschijnlijk is dat dit leidt tot risico’s voor de openbare orde, openbare veiligheid, volksgezondheid, en het milieu.

Controle zaken tot 1-11-2025

A -evenementen

Toelichting

Activiteit

Tabel 5 Verwachte benodigde uren evenementen/APV

275

Voor handhaving is de ambitie dat 100% van de zaken worden uitgevoerd. Dit biedt weinig ruimte om flexibel met uren om te gaan. In tabel 6 zijn de verwachte benodigde uren, wat betreft handhaving, voor 2026 opgenomen.

14

UITVOERINGSPROGRAMMA VTH 2026

Realisatie tot 1-11-2025

Verwachting 2026

Uren RA/BM

Ambitie niveau

Totaal 2026

Melding Woon - en leefomgeving

515

550

2

100%

1100

Handhavingsverzoek Omgevingswet beoordelen

53

56

20

100%

1120

Handhavingsbeschikking

17

22

20

100%

440

1

5

10

100%

50

Last onder Bestuursdwang ten uitvoer leggen

2

3

30

100%

90

Last onder Dwangsom ten uitvoer leggen

5

10

30

100%

300

2

8

3

100%

24

7

12

3

100%

36

10

25

5

100%

125

5

10

5

50%

25

10%

331

Activiteit

Toelichting

Tabel 6 Verwachte benodigde uren handhaving

Klacht behandelen

Controle incidentmelding behandelen

N.a.v. melding woon en leefomgeving

Gedoogbeschikking VTH -oplegging Voor tijdelijk bewonen recreatiewoning Controle VTH Uitvoeren (Interne Eigen constateringen melding) mogelijke overtreding Controle handhavingsverzoek N.a.v. een ingediend handhavingsverzoek

Periodieke controle

Tijdelijke toestemmingen en mantelzorg

Onvoorzien Totaal uren handhaving

3641

En tot slot zijn in tabel 7 de overige uren opgenomen welke we inzetten voor regievoering, interne overleggen, adviesverzoeken, ondermijning en administratieve zaken.

Overig Interne overleggen Advies verstrekken

Totaal uren

Toelichting

Activiteit

Tabel 7 Overige uren Toezicht en Handhaving

Regisseur handhaving Zoals clusteroverleg Bijv. planvorming, handhaafbaarheidstoets, uitvoeringspraragraaf en WOO- verzoeken

Ondermijning Totaal overige uren

750 500 120 470 1840

15

UITVOERINGSPROGRAMMA VTH 2026

4.9 Vooruitblik 202 6 Capaciteit Omdat het werkveld van toezicht en handhaving verschuift, moet de inzet hier ook op worden aangepast. In 2026 zal er nog een restant aan Wabo -zaken moeten worden weggewerkt. Onder aan de streep betekent dit dat we minder tijd besteden aan bouwtoezicht. Teg elijkertijd merken we dat de nadruk meer op handhaving komt te liggen, zowel voortvloeiend uit toezichtzaken als door meldingen en handhavingsverzoeken van derden. Hier moeten we de capaciteit en inzet van collega’s op aanpassen. Daar waar mogelijk hebben we op onderdelen ambities teruggeschroefd. Desondanks komen we dus alsnog op een tekort uit in de capaciteit. Beschikbare uren zijn 7535 en op basis van de ambitie zijn er 8738 uren nodig. Dit heeft mede als gevolg dat er geen rui mte is om excessen op te pakken. Er is extra formatie (1203 uur) nodig om de voor 2026 geplande taken uit te voeren. Wet kwaliteitsborging voor het bouwen Met de Wkb ligt de toezichthoudende taak voor bouwwerken in gevolgklasse 1 bij een private partij. Voor deze categorieën bouwwerken geldt geen bouwkundige vergunningplicht meer, maar een meldingsplicht. De gemeente toetst de aanvraag nog wel aan het omgevi ngsplan. Wij blijven ook bevoegd gezag ten aanzien van de bouwwerken onder gevolgklasse 1.

Als de kwaliteitsborger afwijkingen van het Besluit bouwwerken leefomgeving constateert moet dat aan de gemeente gemeld worden. Het kan ook zijn dat de kwaliteitsborger geen verklaring afgeeft dat het bouwwerk aan de eisen voldoet. Ook in dat geval is de gemeente aan zet om naleving van de bouwregelgeving af te dwingen. In welke gevallen wij dat daadwerkelijk doen en of toezicht op kwetsbare constructieonderdelen gedurende het bouwproces toch nog door de gemeente gecontroleerd gaat worden is een beleidskeuze die wij aan uw college gaan voorleggen. Op dit moment is echter niet duidelijk hoe deze stelselwijziging zich gaat ontwikkelen en in hoeverre de gemeente achteraf met handhaving te maken gaat krijgen. Ondermijning Ondermijning is heeft bestuurlijke prioriteit. De aandacht en mogelijkheden voor het tegengaan van ondermijnende criminaliteit zijn aanzienlijk toegenomen. Tijdens reguliere werkzaamheden hebben toezichthouders en boa’s een oog - en oorfunctie om signalen v an ondermijnende activiteiten te herkennen. Daarnaast hebben we met cluster OOV afgesproken dat we uren beschikbaar stellen zodat we signalen die met ondermijning te maken hebben, kunnen oppakken. Dit past goed in de gedachte van risicogestuurd werken.

In sommige gevallen zal de inzet op ondermijning voor cluster T&H overgaan in regulier werk, omdat er vaak overtredingen van ruimtelijke en technische regels worden geconstateerd. De inzet van toezichthouders als ook de Boa’s wordt afgestemd in het Ondermijningsoverleg met cluster OOV, Burgerzaken, de sociaal rechercheurs, de politie en het RIEC (Regionaal Informatie en Expertise Centrum).

16

UITVOERINGSPROGRAMMA VTH 2026

5. APV/Bijzondere wetten Het cluster APV/BW levert een bijdrage aan een veilige en leefbare gemeente door te zorgen voor een gereguleerd gebruik van de fysieke leefomgeving. Dit gebeurt onder andere door het verlenen (of weigeren) van vergunningen voor o.a. evenementen, terrassen, alcoholwet en horeca inrichtingen. Ook worden meldingen en ontheffingen die vallen onder de APV en bijzondere wetten opgepakt. Het beoogde resultaat is samen met de inwoners en bedrijven van de gemeente Raalte een (verhoogde) kwaliteit van leven en werken in de samenleving te realiseren.

5.1 Verbinding APV/ bijzondere wetten met de ambities en doelen uitvoering s- en handhavingsstrategie De ambitie die de gemeente Raalte kiest in de uitvoering van de VTH -taken is vastgelegd in zes sporen in het UBS. Ook voor het cluster APV/ Bijzondere wetten zijn deze sporen als rode draad opgenomen in dit uitvoeringsprogramma. Spoor 1: De inzet op veiligheid krijgt prioriteit, op basis van risicosturing Ook in 2026 gaan we vooroverleggen, voor-controles en evaluatiegesprekken bij evenementen inplannen op basis van risicosturing. Het cluster toezicht en handhaving maakt deel uit van de integrale werkgroep APV/ Evenementenoverleg. Ook de uitvoering van de APV maakt deel uit van de risico gestuurde aanpak op basis van de nieuwe risicoanalyse. Binnen de risico gestuurde aanpak zijn keuzes gemaakt over waar wel en waar geen of minder aandacht aan wordt besteed. Spoor 2: Meer aandacht voor thema’s als duurzaamheid, gezondheid en groene inpassingen We zetten ons in voor duurzame evenementen en volgen daarbij landelijke wetgeving en beleid, zonder extra verplichtingen op te leggen. In plaats daarvan moedigen we organisatoren aan om hun evenementen zo duurzaam en circulair mogelijk te maken. Ook in 202 6 geven we hier aandacht aan, onder andere het stimuleren van het gebruiken van afvalvrije bekersystemen.

Het voorkomen van (tijdelijke) gehoorschade bij bezoekers van evenementen is een belangrijk aandachtspunt. Door geluidsoverlast actief te monitoren en meer aandacht te geven aan gehoorbescherming, dragen we bij aan de gezondheid en het welzijn van bezoeker s. Gezondheid speelt een belangrijke rol binnen de horecabranche. Het is van belang om ter bescherming van de gezondheid van bezoekers regelmatig toezicht uit te voeren bij horeca inrichtingen. Bij het beoordelen van een aanvraag wordt getoetst op gezondheid gerelateerde aspecten. Er wordt bijvoorbeeld gecontroleerd of de exploitant (en eventueel barpersoneel) in het bezit is van een verklaring Sociale Hygiëne (een verklaring die aantoont dat de betreffende persoon beschikt over voldoende kennis en inzicht om op een verantwoorde, veilige en gezonde manier met alcohol en gasten om te gaan). Maar er wordt ook gekeken naar de eisen van de inrichting, zoals het aanwezig hebben van voldoende toegankelijke toiletten en ventilatie. Spoor 6: Het herschikken van taken en inzetten op procesoptimalisatie Vanaf 2026 is het werkproces voor vergunningen op het gebied van APV/BW geïntegreerd in IJVI.

Het proces sluit deels aan op het bestaande VTH -proces en kent daarmee meerdere voordelen: Efficiëntere afhandeling van aanvragen en meldingen, betere dossiervorming, een eenduidige werkwijze voor betrokken medewerkers, meer uniforme besluitvorming en een verbeterde samenwerking zowel intern als extern.

5.2 Evenementen Al sinds jaar en dag heeft de gemeente Raalte een bloeiend verenigingsleven en tal van grote evenementen. Bij de organisatie en uitvoering hiervan zijn veel vrijwilligers betrokken. Het draagvlak onder de inwoners is groot, mede dankzij de grote betrokkenh eid van de samenleving. Wel zien we in toenemende mate een druk op de omgeving. Met name geluidshinder door het aantal evenementen in de centra van de grotere kernen geeft overlast.

17

UITVOERINGSPROGRAMMA VTH 2026

Signalen Vanuit de samenleving ontstaan nog steeds nieuwe initiatieven waar wij als gemeente graag open voor willen blijven staan. Deze initiatieven leveren een grote bijdrage aan de sociale cohesie binnen de gemeenschap. In 2021 is de evenementenvisie geschreven. Deze visie is in 2025 uitgewerkt tot beleid. Economische en maatschappelijke belangen zullen ook van invloed zijn op verdere ontwikkelingen. De risicoanalyse VTH kan benut worden om ook ten aanzien van evenementenvergunningverlening de risico’s te duiden e n zo de inzet van toezicht door de gemeente zo optimaal mogelijk te prioriteren. Ambitie We zien dat organisatoren in staat zijn om een fantastisch en gevarieerd aanbod aan evenementen neer te zetten. Dit wordt door zowel inwoners als bezoekers zeer gewaardeerd. We willen dit als gemeente Raalte (blijven) ondersteunen, maar ook samen de volgen de stap zetten. In de Omgevingsvisie Horizon 2040 hebben we de volgende ambitie uitgesproken: Samengevat zijn onze doelstellingen voor 2026 dan ook de volgende: • We organiseren bijeenkomsten om organisatoren met elkaar te verbinden. • We stimuleren vernieuwing en innovatie. • We organiseren de samenwerking tussen alle betrokkenen bij evenementen in onze gemeente. • We stellen duidelijke kaders. Openbare orde en veiligheid is daarbij een harde ondergrens.

Evenementencoördinator Vanaf 2026 wordt er invulling gegeven aan de rol van evenementencoördinator. De evenementencoördinator is in deze rol de verbinder tussen gemeente en organisator. Hij zorgt voor heldere toegankelijke communicatie voor de organisatoren. Het gaat om maximaal 8 uur per week en deze formatie komt uit het cluster Openbare Orde en Veiligheid.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Raalte&id=a531e1c9-c4e0-418b-90a2-c3d313ceb7f6