CConstaterende datRaalte
Koppel je AI →
Document · PDF

Toelichting

Raadsvergadering 19 oktober 2023, gemeente RaalteBij agendapunt: Vaststellen Bestemmingsplan Buitengebied Raalte, partiële herziening nr. 54, nabij Koolmees 2 t/m 24 Raalte Noord (hamerstuk)22.780 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Afbeelding 4.4 Uitsnede gebiedskenmerkenkaart Laag van het agrarische cultuurlandschap (Bron: Provincie Overijssel)

“Oude hoevenlandschap” Het Oude Hoevenlandschap betreft een landschap met verspreide erven. Het werd ontwikkeld nadat de complexen met de grote essen ‘bezet’ waren. Die vonden ze bij kleine dekzandkopjes die individueel werden ontgonnen. Dit leidde tot een landschap dat de zelfde opbouw kent als het essenlandschap, alleen in een meer kleinschalige, meer individuele en jongere variant. Deze kleinere maat en schaal is tevens de reflectie van de natuurlijke ondergrond. Het landschap is contrastrijk met veel variatie op de korte afstand. Als ontwikkelingen plaats vinden in het oude hoevenlandschap, dan dragen deze bij aan behoud en accentuering van de dragende structuren (groenstructuur en routes) van het oude hoevenlandschap, en aan de samenhang en de karakteristieke verschillen tussen de landschapselementen. Toetsing van het initiatief aan de "Laag van het agrarisch cultuurlandschap” In dit geval vormt de ontwikkeling een afronding van de dorpsrand. Er is geen sprake van een onevenredige aantasting van het landschap. De landschappelijke structuren in de omgeving van het deelgebied blijven in

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

26

Bestemmingsplan Buitengebied Raalte, part. herz. nr. 54, nabij Koolmees 2 t/m 24 Raalte Noord Vastgesteld tact. Nieuwe bebouwing sluit qua verschijningsvorm aan op het appartementengebouw. Er wordt voorzien in het aanbrengen van groenstructuren op de perceelsgrenzen van de nieuwe woonpercelen. Geconcludeerd wordt dat de voorgenomen ontwikkeling in niet in strijd is met de uitgangspunten van de ‘Laag van het agrarisch cultuurlandschap’. 3.

De ‘Stedelijk laag’

In de “Stedelijke laag” ontstaat de koppeling van de sociale en fysieke dynamiek van de stedelijke functies aan het verbindende netwerk van wegen, paden, spoorwegen en kanalen. Elke stad of dorp bezit zijn eigen karakteristieke ruimtelijke, sociale en functionele opbouw en kwaliteiten. Het deelgebied nabij Koolmees 2 t/m 24 Raalte Noord is op gebiedskenmerkenkaart in de “Stedelijke laag” aangeduid met het gebiedstype “Verspreide bebouwing” en deels met het gebiedstype “Woonwijken 1955 – nu”. In afbeelding 4.5 is dit weergegeven.

Afbeelding 4.5 Uitsnede gebiedskenmerkenkaart Laag van beleving (Bron: Provincie Overijssel)

“Verspreide bebouwing” De agrarische erven hebben van oudsher een hele sterke binding met het landschap. Vanuit het erf werden de omliggende gronden in cultuur gebracht en vervolgens eeuwenlang bewerkt. Elke boer deed dit naar eigen inzicht en afgestemd op de plaatselijke omstandigheden, maar wel volgens de wetmatigheden van het toenmalig landbouwsysteem. Door deze ‘eenheid in handelen’ ontstonden er samenhangende landschappen, die nu nog steeds herkenbaar zijn: essenlandschap, oude hoevenlandschappen, broeken heideontginningen, veenlandschappen etc.. Bijzonder is dat elk landschap zijn eigen erftype heeft: de opbouw van erf, erfbebouwing, erfbeplantingen en relaties met de omliggende gronden zijn specifiek voor het betreffende landschapstype, alsof in het erf de genen van het landschap besloten liggen. Naast erven kent het buitengebied losliggende ‘gewone’ burgerwoningen met veelal een eigen, individueel karakter en eigen verhaal van ontstaan. “Woonwijken 1955 – nu” De woonwijken van 1955 tot nu zijn planmatig opgezette uitbreidingswijken op basis van een collectief idee en grotere bouwstromen. De functies (wonen, werken, voorzieningencentra) zijn uiteengelegd en de wijken zijn opgedeeld in buurten met een homogeen bebouwingskarakter: buurten met eengezinswoningen, flatwijken, villawijken, wijk(winkel)centra.

De tijdsgeest van de bouwperiode is af te lezen in de stedenbouwkundige BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

27

Bestemmingsplan Buitengebied Raalte, part. herz. nr. 54, nabij Koolmees 2 t/m 24 Raalte Noord Vastgesteld structuur en architectuur. De wederopbouwwijken worden bijvoorbeeld vaak gekenmerkt door een repeterende stempelstructuur in de bouwblokken, de ruime opzet van de groene ruimte en aandacht voor details zoals deuromlijstingen pergola’s boven de entrees, siermetselwerk e.d. Als ontwikkelingen plaats vinden in de naoorlogse woonwijken, dan voegt nieuwe bebouwing zich in de aard, maat en het karakter van het grotere geheel (patroon van o.a. wooneenheden en parken), maar is als onderdeel daarvan wel herkenbaar. De groenstructuur is onderdeel van het wijkontwerp. Toetsing van het initiatief aan de "Laag van beleving” Met het realiseren van de woningen wordt rekening gehouden met omliggende functies en bestaande bebouwingsstructuren. Wat betreft bouwmogelijkheden wordt aangesloten bij het geldende bestemmingsplan voor de kern Raalte. Hiermee worden bouwkenmerken (o.a. goot-/bouwhoogte) afgestemd op de omgeving, zodat de woningen en de bijbehorende bouwwerk(en) qua bouwmassa en verschijningsvorm goed opgaan in het bebouwingskarakter van de omgeving. De invulling van het deelgebied is in overeenstemming met de ter plekke geldende gebiedskenmerken van de ‘Stedelijke laag’. 4.2.5

Conclusie toetsing aan het provinciaal beleid

Geconcludeerd wordt dat de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling in overeenstemming is met de uitgangspunten uit het provinciaal beleid, zoals genoemd in de Omgevingsvisie en verankerd in de Omgevingsverordening Overijssel.

4.3

Gemeentelijk beleid

Het beleid van de gemeente Raalte is verwoord in diverse beleidsstukken op verschillende schaalniveaus. Hierna wordt ingegaan op de in voorliggend geval meest relevante beleidsstukken. 4.3.1

Omgevingsvisie Horizon gemeente Raalte 2040

4.3.1.1 Algemeen De omgevingsvisie is een strategisch document. Het geeft richting aan de ontwikkelingen in de fysieke leefomgeving van de gemeente Raalte. Een belangrijk onderdeel van de omgevingsvisie zijn de kernopgaven. Hierin is een driedeling gemaakt in kerkopgaven voor het buitengebied, toekomstbestendige wijken en dorpen en de identiteit en regio. 4.3.1.2 Toekomstbestendige wijken en dorpen Ambitie: Raalte geeft ruimte aan eigenzinnig samenleven De gemeente omarmt de verduurzamingsopgave van de wijken en dorpen en de demografische veranderingen die hier plaatsvinden. De gemeente ziet de noodzaak en kans om samen te werken aan een verbouwing van onze wijken en dorpen tot duurzame, gezonde, klimaat- en levensloopbestendige leefomgevingen. Transformatie is een kans om ruimte te geven aan nieuwe woonvormen. Gemeente Raalte als proeftuin waarin gemeente, bewoners en bedrijven samen invulling geven aan eigentijds wonen. In de gemeente Raalte kunnen jong én oud, arm en rijk, een passende woning vinden doordat vol wordt ingezet op diversiteit; er is ruimte voor flexibel ontwikkelen en renoveren en nieuwe manieren van collectief wonen. Er is voor ieder wat wils. Nieuwbouw in de dorpen heeft een voorbeeldfunctie, daar zijn mogelijkheden om te laten zien dat het anders kan en dat inwoners de ruimte krijgen om anders, flexibel en samen invulling te geven aan de opgaven.

Ontwikkelingsrichtingen De ambitie vraagt om een gemeente die de samenleving de ruimte geeft om duurzame en nieuwe woonvormen te ontwikkelen, maar ook richtinggevend en regisserend is bij ingrijpende veranderingen. Hiervoor zijn vijf ontwikkelrichtingen opgesteld. 1.

Toekomstbestendige dorpen en wijken: energieneutraal, klimaat adaptief, gezond, veilig en levensloopbestendig; BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

28

Bestemmingsplan Buitengebied Raalte, part. herz. nr. 54, nabij Koolmees 2 t/m 24 Raalte Noord Vastgesteld 2. 3. 4. 5.

Flexibele en collectieve woonconcepten bij nieuwbouw en transformatie; Samenwerken aan voldoende ontmoetingsplekken in elk dorp en een goede bereikbaarheid van voorzieningen wanneer die op strategische plekken geclusterd zijn; Nieuwbouw en transformatie binnen bestaand bebouwd gebied waarbij woningbouw zo min mogelijk ten koste gaat van waardevol groen, binnen en buiten de kern; Woningbouw voor een bovenlokale behoefte. Dorpen leefbaar houden door in elk dorp ruimte te geven voor woningbouw en bedrijvigheid zodat minimaal de autonome groei van bevolking en bedrijvigheid kan worden opgevangen.

4.3.1.3 Buitengebied In de Omgevingsvisie beschrijft de gemeente Raalte haar ambities en ontwikkelrichtingen voor het buitengebied. Het buitengebied is van oudsher de plek voor landbouw. Behalve een productielandschap is het ook een plek waar rust en natuurschoon te vinden is. Dit beeld is, ook in de gemeente Raalte, aan het kantelen door de vele ontwikkelingen die op het landelijke gebied afkomen en deels met elkaar conflicteren. Denk hierbij aan ontwikkelingen in de landbouw (stoppende boeren en VAB), klimaatverandering, de opwekking van duurzame energie en recreatie en toerisme. Raalte als groen en innovatief productielandschap is de ambitie. Deze ambitie vraagt om regie, maar ook samenwerking. Hierbij zijn de volgende vijf ontwikkelingsrichtingen geformuleerd: 1. 2. 3.

4. 5.

Er wordt gekozen voor een sterk en afwisselend landschap door het verder te ontwikkelen, te versterken en te behouden wat waardevol is; Er wordt gekozen voor een toekomstbestendige landbouw die meerwaarde oplevert voor de leefomgeving en het landschap door middel van technologie, innovatie en experiment; Kansen om in stedelijk gebied energie duurzaam op te wekken worden gegrepen. Tegelijkertijd is er erkenning dat de opgave te groot is om alleen in stedelijk gebied op te lossen en daardoor voor een groot deel ook een plek in het buitengebied vindt. Hierbij gaat de strategie uit van een initiatiefrijke samenleving die bouwt op draagvlak, zowel sociaal als financieel, met heldere doelstellingen als kader; Er wordt gekozen voor een vitaal, divers en gemengd buitengebied. Een werk- en productielandschap, waar een balans is met wonen, landschappelijke- en cultuurhistorische kwaliteiten, natuur en recreatie; Er wordt gekozen voor kleinschalige recreatie, die past in het landschap en die aansluit op andere activiteiten in het buitengebied.

4.3.1.3 Toetsing van het initiatief aan de ‘Omgevingsvisie Horizon gemeente Raalte 2040’ De in het voorliggende bestemmingsplan besloten ontwikkeling is in overeenstemming met de ‘Omgevingsvisie Horizon gemeente Raalte 2040’. Voorliggend bestemmingsplan voorziet in de lokale behoefte aan woningen in de kern Raalte. De te realiseren woningen worden mogelijk gemaakt op basis van het gemeentelijke Rood voor Rood beleid (Erven in beweging 2021) en zijn ook in overeenstemming met de uitgangspunten uit dit beleid. Zie hiervoor ook paragraaf 4.3.2. De beoogde woningen worden gasloos uitgevoerd. Daarnaast zijn de woningen ook levensloopbestendig uit te voeren. 4.3.2

Beleidsnota Erven in beweging 2021

4.3.2.1 Algemeen Op 21 december 2017 is de beleidsnota ‘Erven in beweging’ vastgesteld door de gemeenteraad van Raalte. Op 9 december is door de gemeenteraad de beleidsnota op enkele punten aangepast. Deze aangepaste regeling is sinds 6 januari 2022 in werking. In de periode 2012 – 2030 komt naar verwachting ca. 300.000 m2 agrarische bebouwing vrij door bedrijfsbeëindiging van agrarische bedrijven. Om te voorkomen dat op grote schaal leegstand ontstaat bevat de beleidsnota ‘Erven in beweging’ een aantal aanvullende mogelijkheden/instrumenten om leegstand tegen te gaan. De gemeente Raalte zet in op sloop en hergebruik. Enerzijds om de ruimtelijke kwaliteit van het buitengebied te versterken. Anderzijds om een levendig buitengebied te houden waarin gewoond en gewerkt BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

29

Bestemmingsplan Buitengebied Raalte, part. herz. nr. 54, nabij Koolmees 2 t/m 24 Raalte Noord Vastgesteld kan worden. Met de extra mogelijkheden die dit beleid bevat heeft een eigenaar van een erf met leegstaande gebouwen onder andere de volgende mogelijkheden: • • • •

Naast een woning bouwen in ruil voor sloop van minimaal 850 m2 (rood voor rood regeling) ook de mogelijkheid om op een andere locatie de compensatiewoning te bouwen in ruil voor sloop van minimaal 1.000 m2; Een (niet-agrarisch) bedrijf starten; Oppervlakte bijgebouwen verruimen van 100 m2 naar 150 m²; Extra (bij)gebouwen bouwen bij een woning of bedrijf in ruil voor sloop van een veelvoud aan gebouwen (schuur voor schuur regeling).

4.3.2.2 Rood voor rood Met de Rood voor Rood regeling kan een woning worden gebouwd en met de opbrengst daarvan gebouwen worden gesloopt. Doel van de regeling is het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit van het buitengebied, door sloop van ontsierende gebouwen. Er moet minimaal 850 m² worden gesloopt om voor de bouw van een woning in aanmerking te komen. Voorwaarde is dat alle landschapsontsierende gebouwen op een erf dat deelneemt aan Rood voor Rood worden gesloopt. De Rood voor Rood regeling is een instrument dat met name voor grotere bebouwingsoppervlakten een goed sloopmiddel blijft. Door de regeling op enkele punten aan te passen kan het instrument aan effectiviteit winnen en kunnen woningen worden gerealiseerd die beter aansluiten op de behoefte (zowel qua plek als qua type). •

• •

•

•

De voorwaarde dat de compensatiewoning op een slooplocatie moet worden gebouwd is te komen vervallen. De sloopcompensatie is dan minimaal 1.000 m2. Dat betekent niet dat Rood voor Roodwoningen overal gerealiseerd kunnen worden. Alleen locaties die aansluiten op bestaande bebouwing komen in aanmerking. Hiermee worden locaties op een bestaand erf in het buitengebied, lintbebouwing of locaties in- of aansluitend aan dorpen bedoeld; Inzet van sloopmeters uit de sloopbank is mogelijk. Er kunnen andere woningtypen worden gebouwd dan de (nu gebruikelijke) vrijstaande woningen mits deze passen in het gemeentelijk woonbeleid. Bijvoorbeeld: woonvormen met meerdere generaties op één erf, knooperven, kleinere wooneenheden in één gebouw of een tweede bedrijfswoning. De woonvorm moet qua verschijningsvorm / ontwerp passen in het buitengebied (bijv. geen rijwoningen, maar meerdere woningen in een boerderijvorm). Indien op een andere locatie wordt gebouwd dan op de slooplocatie(s) dan geldt dat minimaal 1.000 m2 aan landschapsontsierende gebouwen worden gesloopt. Normaal gesproken geldt een minimale sloopeis van 850 m2 om voor één compensatiewoning in aanmerking te komen. Het wordt redelijk geacht de lat hoger te leggen bij bouw op een andere locatie omdat dan locaties in aanmerking komen die beter aansluiten bij de behoefte uit de markt.

Dat betekent dat de Rood voor Rood-woning in potentie ook een hogere waarde vertegenwoordigt en dus meer kan worden gesloopt met de opbrengst; De strikte voorwaarde dat alle (voormalige) bedrijfsgebouwen gesloopt moeten worden komt te vervallen om maatwerk mogelijk te maken. Sloop van alle landschapsontsierende gebouwen op een erf blijft het uitgangspunt. De bestemming van de slooplocatie wordt waar nodig gewijzigd in de bestemming Wonen;

4.3.2.3 Rood voor Rood woningen in het dorp Vanuit het streven om zo min mogelijk in het buitengebied te bouwen is het wenselijk om rood voor rood woningen zo veel mogelijk in, of aansluitend aan, bebouwd gebied te bouwen. In de praktijk is dit bijna nooit haalbaar omdat de grondprijzen in gebieden die aangemerkt zijn voor woningbouw te hoog zijn om Rood voor Rood financieel haalbaar te maken. Gronden die in de structuurvisie voor woningbouw zijn aangemerkt en die (vanwege de teruggelopen vraag naar woningen) zijn afgeboekt naar een agrarische waarde, zijn in theorie wel geschikt als alternatieve locatie voor een Rood voor Rood woning op een erf in het buitengebied. Het is ook denkbaar dat dit beter aansluit bij woonbehoeften (niet iedereen wil buitenaf wonen).

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

30

Bestemmingsplan Buitengebied Raalte, part. herz. nr. 54, nabij Koolmees 2 t/m 24 Raalte Noord Vastgesteld De gemeente onderzoekt of er belangstelling is om Rood voor Rood woningen in één van de dorpen terug te bouwen en of dit ook financieel haalbaar te maken is. 4.3.2.4 Toetsing van het initiatief aan de Beleidsnota Erven in beweging Voorliggend bestemmingsplan voorziet in het realiseren van hoogstens drie woningen ter compensatie van de sloop van 3.000 m2 aan landschapsontsierende bebouwing elders in het buitengebied van Raalte. Voorliggend bestemmingsplan uitvoering aan bouwrechten verworven uit de sloopbank, voortkomend uit de vereiste sloop van landschapsontsierende bebouwing uit het buitengebied. De te realiseren woningen liggen formeel in buitengebied en aan de rand van de kern Raalte gerealiseerd. Hiermee wordt voldaan aan de wens om Rood voor Rood woningen in de aan de rand van een dorp mogelijk te maken. De woningen worden aansluitend aan bestaande bebouwing gerealiseerd. Er wordt voorzien in de realisatie van een knooperf. In voorliggend geval wordt aangesloten bij de regels van het bestemmingsplan “Raalte Kern”. Binnen de systematiek van dat bestemmingsplan zijn geen inhoudsmaten vastgelegd. Op de slooplocatie aan de Hondemotsweg 9 wordt voldaan aan de voorwaarde dat de bestemming van het woonerf van de slooplocatie waar gewijzigd in de bestemming Wonen.

Het agrarische bouwvlak wordt verwijderd. Geconcludeerd dat de voorgenomen ontwikkeling in overeenstemming is met de Beleidsnota Erven in beweging. 4.3.3

Groenbeleid ‘Groen, samen doen!’

4.3.3.1 Algemeen In januari 2017 is het nieuwe groenbeleid ‘Groen, samen doen’ van de gemeente Raalte door de gemeenteraad vastgesteld. In dit document worden de hoofdlijnen weergegeven van het nieuwe groenbeleid en de manier waarop de gemeente hieraan wil werken. Het groenbeleid past binnen de integrale visie op de openbare ruimte en is sterk geënt op de participatiegedachte. Daarnaast biedt dit document inspiratie voor de bewoners en de vrijwilligers die zich inzetten voor het groen. Het groenbeleid dat in deze nota is vastgelegd moet bij de afweging van diverse belangen worden meegenomen. Beleid en activiteiten zijn breed van toepassing op het groen (publiek en privaat eigendom) in de gemeente Raalte. Aanpassingen op het kapbeleid worden gelijktijdig meegenomen. Bij het opstellen van het nieuwe Omgevingsplan is deze groennota een van de onderleggers. Het groenbeleid manifesteert zich rond 7 thema’s. De thema’s ‘handhaven en versterken van groenstructuren’ en ‘bomen- en kapbeleid’ zijn van belang. Hieronder wordt op deze thema’s ingegaan. 4.3.3.2 Maatwerk voor kleinschalige aanpassingen groen- en bomenhoofdstructuur Ervaringen met de groen- en bomenhoofdstructuur leert de gemeente Raalte dat het beleid in incidentele gevallen als (te) knellend wordt ervaren.

Met een integrale blik op het gebruik en de inrichting van de openbare ruimte, waarvan het groen deel uitmaakt, wil de gemeente maatwerk gaan leveren bij verzoeken om kleinschalige aanpassingen van de groen- en bomenhoofdstructuur. Meer flexibiliteit om voor nieuwe ontwikkelingen en opvattingen ruimte te creëren. Dit onder de voorwaarde dat compensatie plaatsvindt. Daarnaast kiest de gemeente Raalte bewust voor het beschermen van waardevolle houtopstanden waarbij een onderscheid wordt gemaakt naar deelgebieden, binnen de bebouwde kom (grens bebouwde kom Boswet) en het buitengebied. Daarnaast wordt een onderscheid gemaakt naar eigendom; gemeentelijk en derden. 4.3.3.3 Toetsing van het initiatief aan het groenbeleid ‘Groen, samen doen!’ In voorliggend geval blijven (waardevolle) houtopstanden binnen en in de directe nabijheid van het plangebied niet aangetast. Gesteld wordt dat het initiatief in overeenstemming is met het gemeentelijke groenbeleid.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

31

Bestemmingsplan Buitengebied Raalte, part. herz. nr. 54, nabij Koolmees 2 t/m 24 Raalte Noord Vastgesteld 4.3.4

Programma wonen 2021 - 2025

4.3.4.1 Algemeen In het Programma Wonen 2021-2025 geeft gemeente Raalte aan hoe ze de komende jaren willen werken aan het wonen in de gemeente. Het woonbeleid kent een aantal accentverschuivingen ten opzichte van het huidige woonbeleid. In de gemeente kunnen jong én oud, arm en rijk, een passende woning vinden in een toekomstbestendige woonomgeving waarbij we ruimte geven aan eigenzinnig (samen) wonen voor onze huidige én nieuwe inwoners. Deze ambitie wordt uitgewerkt in de volgende vijf thema's: • • • • •

Langer zelfstandig wonen in Raalte Duurzaam wonen in Raalte Huren in Raalte Kopen in Raalte Bouwen in Raalte

Er is de laatste jaren een toenemende woningkrapte te zien in zowel de koop- als de huursector en steeds maar stijgende koopprijzen. Tegelijkertijd zal het aantal huishoudens de komende jaren nog groeien. Dit komt enerzijds door de autonome ontwikkeling van gezinsverdunning en anderzijds door het vestigingsoverschot zoals we die de afgelopen jaren ook kenden. De inwoners van de gemeente wonen graag in Raalte en onder gezinnen is Raalte een aantrekkelijke gemeente om naar toe te verhuizen. Landelijk is sprake van woningnood en de regio en provincie hebben een forse groeiambitie die de grote steden niet kunnen oplossen zonder overige gemeenten in de regio. De gemeente Raalte wil graag haar bijdrage leveren aan deze groeiambitie en ziet dit als een kans. De ambitie van de gemeente Raalte op wonen is dat jong en oud, arm en rijk, een passende woningen kunnen vinden in een toekomstbestendige woonomgeving, waarbij de ruimte wordt gegeven aan eigenzinnig wonen voor huidige en nieuwe inwoners. In het laatste thema (bouwen in Raalte) komen alle voorgaande thema's samen en gaat over welk woningbouwprogramma passend is bij de ambities van de thema's en de ontwikkelingen op de woningmarkt. Dit houdt in dat de gemeente tot 2030 uitgaat van het realiseren van 1.500 - 2.000 woningen (in plaats van 700 woningen uit het voorgaande beleid).

Hierbij geldt maatwerk per kern en een plus voor Raalte-dorp en Heino. Deze plus betekent meer bouwen dan de lokale behoefte om ook de vestigers van buiten te kunnen faciliteren. De genoemde kernen zijn hiervoor geschikt vanwege het voorzieningenniveau en ze een goede ontsluiting kennen, zowel via weg als spoor. De groei wordt benut om de woningtypen die nu nog onvoldoende in de programmering aanwezig zijn toe te voegen. De harde plancapaciteit is op 1-1-2021 340 woningen. 4.3.4.2 Toetsing van het initiatief aan het programma wonen In voorliggend geval worden compensatiewoningen gebouwd op basis van de beleidsnotitie Erven in beweging. Er is in voorliggend geval sprake van duurzame woningen in het buitengebied c.q. aan de dorpsrand van Raalte waarvan de concrete behoefte reeds bekend is. Er is voldoende ruimte voor het toevoegen van hoogstens drie woningen die met dit plan mogelijk worden gemaakt. Geconcludeerd wordt dat de ontwikkeling in overeenstemming is met het programma wonen. Hiermee wordt ingespeeld op de kwantitatieve en kwalitatieve behoefte. Er wordt met dit plan meer gebouwd dan alleen voor de lokale behoefte om ook de vestigers van buiten de gemeente faciliteren. Geconcludeerd wordt dat de ontwikkeling in overeenstemming is met het programma wonen. 4.3.5

Welstandsnota Raalte

De gemeenteraad heeft op 29 oktober 2015 de Welstandsnota gemeente Raalte 2016 vastgesteld. Hierdoor is het welstandstoezicht per 1 januari 2016 afgeschaft. In dit bestemmingsplan zijn in de bouwregels de bouwmogelijkheden binnen het plangebied geregeld. BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

32

Bestemmingsplan Buitengebied Raalte, part. herz. nr. 54, nabij Koolmees 2 t/m 24 Raalte Noord Vastgesteld 4.3.6

Parkeernormen Raalte 2015

Het college van burgemeester en wethouders van Raalte heeft op 3 november 2015 de ‘Parkeernormen Raalte 2015’ vastgesteld. De landelijke parkeerkencijfers van de CROW zijn hierbij als uitgangspunt genomen. Om de bereikbaarheid en kwaliteit van de openbare ruimte te waarborgen dienen nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen getoetst te worden aan deze gemeentelijke parkeernormen. In paragraaf 3.2 is hier reeds uitgebreid op ingegaan. 4.3.7

Conclusie toetsing aan het gemeentelijk beleid

Geconcludeerd wordt dat het initiatief in overeenstemming is met de uitgangspunten uit het gemeentelijk beleid zoals genoemd in de hiervoor beschreven beleidsstukken.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

33

Bestemmingsplan Buitengebied Raalte, part. herz. nr. 54, nabij Koolmees 2 t/m 24 Raalte Noord Vastgesteld

HOOFDSTUK 5

MILIEU- EN OMGEVINGSASPECTEN

Op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening moet in de toelichting op het bestemmingsplan een beschrijving worden opgenomen van de wijze waarop de milieukwaliteitseisen bij het plan zijn betrokken. Daarbij moet rekening gehouden worden met de geldende wet- en regelgeving en met de vastgestelde (boven)gemeentelijke beleidskaders. Bovendien is een bestemmingsplan vaak een belangrijk middel voor afstemming tussen de milieuaspecten en ruimtelijke ordening. In dit hoofdstuk worden de resultaten van het onderzoek naar de milieukundige uitvoerbaarheid beschreven. Het betreffen de thema’s geluid, bodem, luchtkwaliteit, externe veiligheid, milieuzonering, geur, ecologie, archeologie & cultuurhistorie en het Besluit milieueffectrapportage/

5.1

Geluid (Wet geluidhinder)

5.1.1

Wettelijk kader

De Wet geluidhinder (Wgh) bevat geluidnormen en richtlijnen over de toelaatbaarheid van geluidniveaus als gevolg van rail- en wegverkeerslawaai en industrielawaai. De Wgh geeft aan dat een akoestisch onderzoek moet worden uitgevoerd bij het voorbereiden van de vaststelling van een bestemmingsplan, wijzigingsplan of het nemen van een omgevingsvergunning indien het plan een geluidgevoelig object mogelijk maakt binnen een geluidszone van een bestaande geluidsbron of indien het plan een nieuwe geluidsbron mogelijk maakt. Het akoestisch onderzoek moet uitwijzen of de wettelijke voorkeurswaarde bij geluidgevoelige objecten wordt overschreden en zo ja, welke maatregelen nodig zijn om aan de voorkeurswaarde te voldoen. 5.1.2

Situatie plangebied

Deelgebied nabij Koolmees 2 t/m 24 Raalte Noord De te realiseren compensatiewoningen in dit deelgebied worden aangemerkt als nieuwe geluidsgevoelige objecten. In de volgende paragraven wordt de ontwikkeling in dit deelgebied getoetst aan de Wet geluidhinder. Deelgebied Hondemotsweg 9 In artikel 76 van de Wgh is verder bepaald dat de geluidsbelasting van een aanwezige weg op bestaande woningen niet getoetst hoeft te worden aan de grenswaarden. Hieronder valt het omzetten van een agrarische bedrijfswoning naar een reguliere woning ter plaatse van de Hondemotsweg 9. Dit deelgebied wordt in het kader van de toetsing aan de Wet geluidhinder verder buiten beschouwing gelaten. 5.1.2.1 Industrielawaai In de omgeving van het deelgebied nabij Koolmees 2 t/m 24 Raalte Noord is geen gezoneerd bedrijventerrein, zoals bedoeld in de Wet geluidhinder, aanwezig. Het aspect industrielawaai is niet van toepassing. Wat betreft de invloed van individuele bedrijven op de nieuwe woningen wordt verwezen naar paragraaf 5.5 (milieuzonering). 5.1.2.2 Railverkeerslawaai In de nabijheid van de compensatiewoning liggen geen spoorwegen. Het aspect ‘railverkeerslawaai’ behoeft daarom geen nadere aandacht

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

34

Bestemmingsplan Buitengebied Raalte, part. herz. nr. 54, nabij Koolmees 2 t/m 24 Raalte Noord Vastgesteld 5.1.2.3 Wegverkeerslawaai In artikel 74 van de Wgh is aangegeven dat wegen aan weerszijden een wettelijke geluidszone hebben waarvan de grootte is opgenomen in onderstaande tabel. Wettelijke geluidszones van wegen: Aantal rijstroken 1 of 2 rijstroken 3 of 4 rijstroken 5 of meer rijstroken

Stedelijk gebied 200 m 350 m 350 m

Buitenstedelijk gebied 250 m 400 m 600 m

De hiervoor genoemde zones gelden niet voor: • •

wegen die zijn aangeduid als woonerf (art 74.2); wegen waarvoor een maximumsnelheid van 30 km/uur geldt (art 74.2).

Het deelgebied ligt binnen de wettelijke geluidszones van de Ommerweg (N438). Deze weg kent een snelheidsregime van 80 km/uur. Naast de Ommerweg liggen er ook enkele 30 km/uur wegen, zoals de Koolmees en de Reiger, nabij het deelgebied. In het kader van voorgenomen ontwikkeling is er door BJZ.nu een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai uitgevoerd. Het volledige onderzoek is opgenomen in bijlage 1 van deze toelichting. Hierna wordt ingegaan op de belangrijkste uitkomsten. Onderzoeksresultaten De geluidbelasting als gevolg van de Ommerweg bedraagt hoogstens 48 dB (inclusief reductie) ter plaatse van de oostgevel op de tweede verdieping van woning 1 en woning 2. Met deze waarde wordt voldaan aan de voorkeurswaarde van 48 dB uit de Wet geluidhinder. De cumulatieve geluidsbelasting bedraagt hoogstens 50 dB (excl. reductie). Dit betekent dat met een karakteristieke gevel, die conform het Bouwbesluit een gevelwering van 20 dB heeft, voldaan wordt aan de binnenwaarde van maximaal 33 dB en er sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. 5.1.3

Conclusie

Het aspect geluid in het kader van de Wgh vormt geen belemmering voor de uitvoering van dit bestemmingsplan.

5.2

Bodemkwaliteit

5.2.1

Algemeen

Bij de vaststelling van een bestemmingsplan dient te worden bepaald of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het toekomstige gebruik van die bodem en of deze aspecten optimaal op elkaar kunnen worden afgestemd. Om hierin inzicht te krijgen, dient doorgaans een bodemonderzoek te worden verricht conform de richtlijnen NEN 5740. Deelgebied Hondemotsweg 9 Voor wat betreft het deelgebied Hondemotsweg 9 is er geen sprake van het toevoegen van een nieuwe functie waarbij sprake is van nagenoeg voortdurend menselijk verblijf. De woning in het deelgebied staat er reeds. Het voornemen ziet in beginsel niet toe op bodemingrepen. Daarnaast wordt opgemerkt dat geen intensivering van gebruik plaatsvindt en er geen bodem verontreinigende activiteiten plaats gaan vinden. In het geval dat bestaande gebouwen met milieugevoelige functies worden verplaatst of nieuwe gebouwen voor milieugevoelige functies worden gebouwd zal een verkennend bodemonderzoek noodzakelijk worden geacht. In het kader van deze bestemmingsplanprocedure wordt een bodemonderzoek niet noodzakelijk geacht. Deelgebied nabij Koolmees 2 t/m 24 Raalte Noord In dit geval is voor dot deelgebied een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd omdat hier nieuwe woningen worden toegevoegd. Hierna worden de onderzoeksresultaten besproken. De volledige onderzoeksrapportage is opgenomen in bijlage 2 bij deze toelichting.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

35

Bestemmingsplan Buitengebied Raalte, part. herz. nr. 54, nabij Koolmees 2 t/m 24 Raalte Noord Vastgesteld 5.2.2

Onderzoeksresultaten

In de bovengrondmengmonsters zijn geen verhogingen aangetroffen. In het ondergrondmengmonster zijn eveneens geen verhogingen aangetroffen. In het grondwatermonster is de concentratie barium verhoogd aangetroffen ten opzichte van de tussenwaarde. Naar aanleiding van deze verhoging is de bestaande peilbuis opnieuw bemonsterd. Uit het analysecertificaat van het her-monster blijkt dat er eveneens een matige verhoging barium is aangetroffen in het grondwater. De verhoging barium in beide grondwatermonsters geven aanleiding voor het laten uitvoeren van een nader onderzoek. Echter zijn er een aantal redenen om af te zien van een nader onderzoek: • •

Er is geen eenduidige bron voor de verhogingen aan te wijzen; Zware metalen worden vaker verhoogd aangetroffen in het grondwater en kunnen van nature verhoogd voorkomen. Tevens kunnen zware metalen in concentratie sterk fluctueren.

Gezien de matige verhoging barium in het ondiepe grondwater wordt geadviseerd geen freatisch grondwater op te pompen ten behoeve van consumptieve doeleinden. De onderzoekslocatie wordt vanuit milieuhygiënisch oogpunt voor dit onderdeel geschikt geacht voor het beoogde gebruik. 5.2.3

Conclusie

Het aspect ‘bodem’ vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan.

5.3

Luchtkwaliteit

5.3.1

Beoordelingskader

Om een goede luchtkwaliteit in Europa te garanderen heeft de Europese Unie een viertal kaderrichtlijnen opgesteld. De hiervan afgeleide Nederlandse wetgeving is vastgelegd in hoofdstuk 5, titel 2 van de Wet milieubeheer. Deze wetgeving staat ook bekend als de Wet luchtkwaliteit. In de Wet Luchtkwaliteit staan onder meer de grenswaarden voor de verschillende luchtverontreinigende stoffen. Onderdeel van de Wet luchtkwaliteit zijn de volgende Besluiten en Regelingen: • •

Besluit en de Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen); Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen);

5.3.1.1 Besluit en de Regeling niet in betekenende mate bijdragen Het Besluit niet in betekenende mate bijdragen (NIBM) staat bouwprojecten toe wanneer de bijdrage aan de luchtverontreiniging van het desbetreffende project niet in betekenende mate is. Het begrip ‘niet in betekenende mate’ is gedefinieerd als 3% van de grenswaarden uit de Wet milieubeheer. Het gaat hierbij uitsluitend om stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10). Toetsing aan andere luchtverontreinigende stoffen uit de Wet luchtkwaliteit vindt niet plaats. In de Regeling NIBM is een lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) opgenomen die niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging. Enkele voorbeelden zijn: • • •

woningen: 1.500 met een enkele ontsluitingsweg; woningen: 3.000 met twee ontsluitingswegen; kantoren: 100.000 m2 bruto vloeroppervlak met een enkele ontsluitingsweg.

Als een ruimtelijke ontwikkeling niet genoemd staat in de Regeling NIBM kan deze nog steeds niet in betekenende mate bijdragen. De bijdrage aan NO2 en PM10 moet dan minder zijn dan 3% van de grenswaarden.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

36

Bestemmingsplan Buitengebied Raalte, part. herz. nr. 54, nabij Koolmees 2 t/m 24 Raalte Noord Vastgesteld 5.3.1.2 Besluit gevoelige bestemmingen Dit besluit is opgesteld om mensen die extra gevoelig zijn voor een matige luchtkwaliteit aanvullend te beschermen. Deze 'gevoelige bestemmingen' zijn scholen, kinderdagverblijven en verzorgings-, verpleeg- en bejaardentehuizen. Woningen en ziekenhuizen klinieken zijn geen gevoelige bestemmingen. De grootste bron van luchtverontreiniging in Nederland is het wegverkeer. Het Besluit legt aan weerszijden van rijkswegen en provinciale wegen zones vast. Bij rijkswegen is deze zone 300 meter, bij provinciale wegen 50 meter. Bij realisatie van ‘gevoelige bestemmingen’ binnen deze zones is toetsing aan de grenswaarden die genoemd zijn in de Wet luchtkwaliteit nodig. 5.3.2

Situatie plangebied

Gelet op de aard en omvang van dit project, in verhouding tot categorieën van gevallen zoals beschreven in paragraaf 5.3.1.1 kan worden gesteld dat voorliggend project 'niet in betekenende mate bijdraagt' aan de luchtverontreiniging. De Wet milieubeheer heeft als doel dat bij toekomstige ontwikkelingen de grenswaarden zoals in de wet gesteld (grenswaarde voor zwaveldioxide, stikstofdioxide en stikstofoxiden, fijnstof, lood, koolmonoxide en benzeen) niet worden overschreden. Voor de ruimtelijke ordening van onderhavig plan zijn met name stikstofdioxide en fijnstof relevant. De grenswaarden die de wet hieraan stelt, bedragen:

Uit de Grootschalige Concentratiekaarten Nederland (GCN) van het RIVM voor 2020: • • •

Een stikstofconcentratie van 10,9 µg NO2/m3; Een fijnstofconcentratie van 15 µg PM10/m3; Een fijnstofconcentratie van 8,2 µg PM2,5/m3.

Voor het plangebied kan daarmee worden geconstateerd dat ten aanzien van de luchtkwaliteit aan de grenswaarden wordt voldaan. Tot slot wordt geconcludeerd dat de functies die in dit bestemmingsplan mogelijk worden gemaakt niet worden aangemerkt als een gevoelige bestemming in het kader van het 'Besluit gevoelige bestemmingen'. 5.3.3

Conclusie

Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit plan.

5.4

Externe veiligheid

5.4.1

Algemeen

Externe veiligheid is een beleidsveld dat is gericht op het beheersen van risico's die ontstaan voor de omgeving bij de productie, de opslag, de verlading, het gebruik en het transport van gevaarlijke stoffen. Bij nieuwe ontwikkelingen moet worden voldaan aan strikte risicogrenzen. Een en ander brengt met zich mee dat nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen moeten worden getoetst aan wet- en regelgeving op het gebied van externe veiligheid. Concreet gaat het om risicovolle bedrijven, vervoer gevaarlijke stoffen per weg, spoor en water en transport gevaarlijke stoffen via buisleidingen. Op de diverse aspecten van externe veiligheid is afzonderlijke wetgeving van toepassing. Voor risicovolle bedrijven gelden onder meer: • •

het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi); de Regeling externe veiligheid inrichtingen (Revi);

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

37

Bestemmingsplan Buitengebied Raalte, part. herz. nr. 54, nabij Koolmees 2 t/m 24 Raalte Noord Vastgesteld • • •

het Registratiebesluit externe veiligheid; het Besluit risico's Zware Ongevallen 2015 (Brzo 2015); het Vuurwerkbesluit.

Voor vervoer van gevaarlijke stoffen geldt de ‘Wet Basisnet vervoer gevaarlijke stoffen’ (Wet Basisnet). Dat vervoer gaat over water, spoor, wegen, per buisleiding of door de lucht. De regels van het Basisnet voor ruimtelijke ordening zijn vastgelegd in: • • •

het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt); de Regeling basisnet; de (aanpassing) Regeling Bouwbesluit (veiligheidszone en plasbrandaandachtsgebied).

De regelgeving omtrent buisleidingen is opgenomen in het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Het doel van wetgeving op het gebied van externe veiligheid is het tot een minimum beperken van risico’s waaraan burgers in hun leefomgeving worden blootgesteld vanwege risicovolle inrichtingen en activiteiten. Het is noodzakelijk inzicht te hebben in de kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten en het plaatsgebonden en het groepsrisico. 5.4.2

Gemeentelijk beleid externe veiligheid

De gemeente wil haar burgers een veilige leefomgeving bieden. Om de verantwoordelijkheid in te vullen heeft de gemeente Raalte externe veiligheidsbeleid geformuleerd in haar ‘Integraal Veiligheidsbeleid 2015-2018’. Bij externe veiligheid gaat het om de risico's op de omgeving die samenhangen met het produceren, verwerken, opslaan en vervoeren van gevaarlijke stoffen. Doel van het externe veiligheidsbeleid is om een toetsingskader te hebben dat duidelijk maakt welke externe veiligheidsrisico’s in de gemeente aanwezig zijn en hoe er met deze en toekomstige risico's dient te worden omgegaan. De gemeente neemt bij besluiten in het kader van vergunningverlening en ruimtelijke ordening het externe veiligheidsbeleid in acht, zoals dat in de rapportage is beschreven. 5.4.3

Situatie in en bij het plangebied

Deelgebied Hondemotsweg 9 In dit deelgebied is geen sprake van het toevoegen van nieuwe functies. De bestaande agrarische bedrijfswoning wordt omgezet naar een reguliere woning. Het groepsrisico neemt niet toe. Er is in theorie zelfs sprake van een afname, aangezien het agrarisch bedrijf is gestopt. Nadere toetsing aan het aspect ‘externe veiligheid’ voor dit deelgebied kan achterwege blijven. Deelgebied nabij Koolmees 2 t/m 24 Raalte Noord Aan hand van de Risicokaart is een inventarisatie verricht van risicobronnen in en rond dit deelgebied. Op de Risicokaart staan meerdere soorten risico’s, zoals ongevallen met brandbare, explosieve en giftige stoffen, grote branden of verstoring van de openbare orde. In totaal worden op de Risicokaart dertien soorten rampen weergegeven. In afbeelding 5.1 is een uitsnede van de Risicokaart met betrekking tot de te realiseren woningen (rode cirkel) en omgeving weergegeven.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

38

Bestemmingsplan Buitengebied Raalte, part. herz. nr. 54, nabij Koolmees 2 t/m 24 Raalte Noord Vastgesteld

Afbeelding 5.1 Uitsnede Risicokaart (Bron: Risicokaart.nl)

Uit de inventarisatie blijkt dat het deelgebied: • • • •

zich niet bevindt binnen de risicocontour van Bevi- en Brzo-inrichtingen danwel inrichtingen die vallen onder het Vuurwerkbesluit (plaatsgebonden risico); zich niet bevindt binnen een gebied waarbinnen een verantwoording van het groepsrisico nodig is; niet ligt binnen de veiligheidsafstanden van het vervoer gevaarlijke stoffen; wel ligt binnen de veiligheidsafstanden van buisleidingen voor het vervoer van gevaarlijke stoffen.

Op een afstand van ongeveer 150 meter ten zuidoosten van het deelgebied de Ommerweg (N348). De woningen in het deelgebied liggen daarmee binnen het invloedgebied van een aangewezen transportroute voor gevaarlijke stoffen, die onder het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) valt. Het Besluit bepaalt dat binnen een zone van 200 meter vanaf de weg het plaatsgebonden risico (PR10-06) en het groepsrisico (GR) wordt onderzocht bij ruimtelijke planvorming. Langs de N348 ligt geen PR 10-06-contour dan wel een plasbrandaandachtsgebied (PAG). Bij minder dan 500 vervoersbewegingen met stofgroep GF3 (LPG, propaan, enz.) heeft een weg buiten de bebouwde kom namelijk geen PR 10-06 contour. Het werkelijk aantal transporten met GF3 over de N348 bedraagt slechts 115 stuks. Wel moet vanwege de ligging binnen 200 meter van de betreffende weg (invloedgebied), op grond van artikel 7 en 8 van Bevt het groepsrisico worden berekend en verantwoord. Alvorens een RBM II berekening uit te voeren mag gebruik worden gemaakt van de vuistregels uit de handreiking risico analyse transport (HART). Bij het doorlopen van deze vuistregels volgt vanzelf of een RBM II berekening nodig is. Gezien de beperkte transporten met gevaarlijke stoffen over de N348 en de afstand van de locatie tot de N348, is overschrijding van de oriënterende waarde van het groepsrisico of 10% van deze waarde niet te verwachten.

Op basis hiervan is verdere verantwoording van het groepsrisico niet noodzakelijk. Voor de uitwerking van de HART toets wordt verwezen naar bijlage 3 bij deze toelichting. De omgevingsdienst IJsselland heeft in het kader van de verantwoording groepsrisico op 23 juni 2022 advies opgevraagd bij de veiligheidsregio. Op 13 juli 2022 heeft de veiligheidsregio haar advies uitgebracht over voorliggende ontwikkeling. De veiligheidsregio adviseert gebruik te maken van brandwerende materialen en drukbestendige gevels, te zorgen voor schuilmogelijkheden in de gebouwen van de N348 afgericht en de toekomstige bewoners te informeren over de risico’s die zij lopen en handelingsperspectieven die zij hebben bij een mogelijk incident op de N348 (BLEVE). 5.4.4

Conclusie

Gezien het voorgaande wordt geconcludeerd dat de voorgenomen ontwikkeling in overeenstemming is met wet- en regelgeving ten aanzien van externe veiligheid. BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

39

Bestemmingsplan Buitengebied Raalte, part. herz. nr. 54, nabij Koolmees 2 t/m 24 Raalte Noord Vastgesteld

5.5

Milieuzonering

5.5.1

Algemeen

In het kader van een goede ruimtelijke ordening dient in ruimtelijke plannen rekening te worden gehouden met afstemming tussen gevoelige functies en milieuhinderlijke functies. Uitgangspunt daarbij is dat nieuwe en bestaande bedrijven niet in hun bedrijfsvoering worden beperkt en dat ter plaatse van woningen sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. De ruimtelijke scheiding bestaat doorgaans uit het aanhouden van een bepaalde afstand tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. Die onderlinge afstand moet groter zijn naarmate de milieubelastende functie het milieu sterker belast. Voor het bepalen van de aan te houden afstanden wordt de VNG-uitgave 'Bedrijven en Milieuzonering' uit 2009 gehanteerd. Deze uitgave bevat een lijst, waarin voor een hele reeks van milieubelastende activiteiten (naar SBI-code gerangschikt) richtafstanden zijn gegeven ten opzichte van milieugevoelige functies. De lijst geeft richtafstanden voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar. De grootste van de vier richtafstanden is bepalend voor de indeling van een milieubelastende activiteit in een milieucategorie en daarmee ook voor de uiteindelijke richtafstand. De richtafstandenlijst gaat uit van gemiddeld moderne bedrijven.

Indien bekend is welke activiteiten concreet zullen worden uitgeoefend, kan gemotiveerd worden uitgegaan van de daadwerkelijk te verwachten milieubelasting, in plaats van de richtafstanden. De afstanden worden gemeten tussen enerzijds de grens van de bestemming die de milieubelastende functie(s) toelaat en anderzijds de uiterste situering van de gevel van een milieugevoelige functie die op grond van het bestemmingsplan mogelijk is. Hoewel deze richtafstanden indicatief zijn, volgt uit jurisprudentie dat deze afstanden als harde eis worden gezien door de Raad van State bij de beoordeling of woningen op een passende afstand van bedrijven worden gesitueerd. 5.5.2

Gebiedstypen

In de VNG-uitgave 'Bedrijven en Milieuzonering’ is een tweetal gebiedstypen te onderscheiden; 'rustige woonwijk' en 'gemengd gebied'. Een ‘rustige woonwijk’ is een woonwijk die is ingericht volgens het principe van functiescheiding. Overige functies komen vrijwel niet voor. Langs de randen is weinig verstoring van verkeer. Op basis van de VNGuitgave wordt het buitengebied gerekend tot een met het omgevingstype ‘rustige woonwijk’ vergelijkbaar omgevingstype. Een ‘gemengd gebied’ is een gebied met een matige tot sterke functiemenging. Direct naast woningen komen andere functies voor zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. Ook lintbebouwing in het buitengebied met overwegend agrarische en andere bedrijvigheid kan als gemengd gebied worden beschouwd. Gebieden die direct langs de hoofdinfrastructuur liggen, behoren eveneens tot het omgevingstype gemengd gebied. Hier kan de verhoogde milieubelasting voor geluid de toepassing van kleinere richtafstanden rechtvaardigen. Geluid is voor de te hanteren afstand van milieubelastende activiteiten veelal bepalend. Milieucategorie 1 2 3.1 3.2 4.1 4.2 5.1 5.2 5.3 6

Richtafstanden tot omgevingstype rustige woonwijk 10 m 30 m 50 m 100 m 200 m 300 m 500 m 700 m 1.000 m 1.500 m

Richtafstanden tot omgevingstype gemengd gebied 0m 10 m 30 m 50 m 100 m 200 m 300 m 500 m 700 m 1.000 m

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

40

Bestemmingsplan Buitengebied Raalte, part. herz. nr. 54, nabij Koolmees 2 t/m 24 Raalte Noord Vastgesteld 5.5.3

Situatie plangebied

5.5.3.1 Algemeen Aan de hand van vorenstaande regeling is onderzoek verricht naar de feitelijke situatie. De VNG-uitgave ‘Bedrijven en Milieuzonering’ geeft een eerste inzicht in de milieuhinder van inrichtingen. Zoals reeds hiervoor genoemd, wordt bij het realiseren van nieuwe bestemmingen gekeken naar de omgeving waarin de nieuwe functie gerealiseerd wordt. Hierbij spelen twee vragen en rol: 1. 2.

past de nieuwe functie in de omgeving? (externe werking); laat de omgeving de nieuwe functie toe? (interne werking).

5.5.3.2 Externe werking Hierbij gaat het met name om de vraag of de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling leidt tot een situatie die, vanuit hinder of gevaar bezien, in strijd is te achten met een goede ruimtelijke ordening. Daarvan is sprake als het woon- en leefklimaat van omwonenden in ernstige mate wordt aangetast of wanneer de nieuwe functie de bedrijfsvoering of ontwikkelingsmogelijkheden van omliggende bedrijven aantast. De functie ‘wonen’ is niet milieubelastend voor de omgeving. Echter kunnen installaties zoals warmtepompen die aan de buitenzijde van een woning worden gepositioneerd wel zorgen voor een (relevante) geluidsbelasting op milieugevoelige functies (woningen) in de omgeving en in het plangebied zelf. In geval van voorgenomen ontwikkeling om vrijstaande woningen op relatief ruime afstand van elkaar en andere woningen buiten het plangebied (> 10 meter) staan. Bovendien kan de warmtepomp (in het geval dat die buiten de woning wordt geplaatst) in alle gevallen op meer dan 5 meter afstand van de perceelsgrens worden geplaatst. Eventueel kan een gesloten bodemwarmtesysteem worden toegepast. Het gaat hierbij om een geïntegreerd systeem waarbij van voorgenoemde geluidsbelasting geen sprake is. Ten tijde van de aanvraag omgevingsvergunning zal dit nader worden uitgewerkt. Er is geen sprake van een aantasting van het woon- en leefklimaat van omwonenden.

5.5.3.3 Interne werking Hierbij gaat het om de vraag of de nieuwe functies binnen het plangebied hinder ondervinden van bestaande functies in de omgeving, en omgekeerd of omliggende bedrijven in bedrijfsvoering of ontwikkelingsmogelijkheden worden belemmerd. Deelgebied Hondemotsweg 9 Voor het deelgebied aan de Hondemotsweg 9 geldt dat het hier gaat om een planologische omzetting van een agrarisch erf naar een regulier woonerf. De reeds aanwezige bedrijfswoning is reeds een bestaand milieugevoelig object. In de nieuwe situatie blijft dit onveranderd. Omliggende bedrijven worden door de bestemmingsplanherziening dan ook niet in hun ontwikkelingsmogelijkheden beperkt. Het omzetten van de bedrijfswoning naar een reguliere woning heeft geen gevolgen voor het woon- en leefklimaat ter plaatse. Omgekeerd worden omliggende (agrarische) bedrijven door de bestemmingsplanherziening dan ook niet in hun ontwikkelingsmogelijkheden beperkt. Deelgebied nabij Koolmees 2 t/m 24 Raalte Noord In dit geval zijn de nieuwe compensatiewoningen in dit deelgebied wel aan te merken als nieuwe milieugevoelige objecten. In de omgeving van het deelgebied zijn twee agrarische bedrijven aanwezig. Concreet gaat het om een grondgebonden bedrijfsvoering aan de Steege 6 te Raalte en een intensieve veehouderij aan de Steege 10 te Raalte.

Voor veehouderijen geldt, op basis van de VNG-uitgave 'Bedrijven en milieuzonering', veelal de grootste richtafstand voor het aspect geur. Bij agrarische bedrijven zijn echter niet de adviesafstanden, maar de wettelijk aan te houden afstanden of de berekende geuremissiecontouren voor vergunningsplichtige veebedrijven bepalend. Hier wordt in paragraaf 5.6 (geur) nader op ingegaan. Indien het aspect geur buiten beschouwing wordt gelaten dan geldt een grootste richtafstand van respectievelijk 30 en 50 meter voor grondgebonden en intensieve veehouderijen (aspect geluid). Hierna zijn de onderlinge afstanden (gemeten van de uiterste mogelijke situering van de (agrarische) bedrijfsgebouwen en de uiterste situering van de dichtstbijzijnde compensatiewoning in het deelgebied) weergegeven:

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

41

Bestemmingsplan Buitengebied Raalte, part. herz. nr. 54, nabij Koolmees 2 t/m 24 Raalte Noord Vastgesteld 1. De Steege 6: circa 150 meter; 2. De Steege 10/12: circa 430 meter. Geconcludeerd wordt in alle gevallen aan de richtafstanden wordt voldaan. Er sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat ter plaatse van de beoogde compensatiewoningen (o.b.v. maximale planologische mogelijkheden). Omgekeerd worden omliggende agrarische bedrijven niet in hun bedrijfsvoering en uitbreidingsmogelijkheden belemmerd, aangezien in alle gevallen wordt voldaan aan de richtafstanden. 5.5.4

Conclusie milieuzonering

Het aspect milieuzonering vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit plan.

5.6

Geur (Wet geurhinder en veehouderij)

5.6.1

Algemeen

5.6.1.1 Wet geurhinder en veehouderij De Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) vormt het toetsingskader vergunningverlening, als het gaat om geurhinder vanwege dierenverblijven van veehouderijen. De Wgv stelt één landsdekkend beoordelingskader met een indeling in twee categorieën. Voor diercategorieën waarvan de geuremissie per dier is vastgesteld, wordt deze waarde uitgedrukt in een ten hoogste toegestane geurbelasting op een geurgevoelig object. Voor de andere diercategorieën is die waarde een wettelijk vastgestelde afstand die ten minste moet worden aangehouden. Op grond van de Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) dient voor diercategorieën waarvoor per dier geen geuremissie is vastgesteld (bijvoorbeeld melkkoeien en paarden) en een geurgevoelig object de volgende afstanden aangehouden te worden: • •

ten minste 100 meter indien het geurgevoelige object binnen de bebouwde kom is gelegen, en ten minste 50 meter indien het geurgevoelige object buiten de bebouwde kom is gelegen.

Voor diercategorieën waarvoor in de Wgv een geuremissie per dier is vastgesteld geldt dat, buiten een concentratiegebied, de geurbelasting op geurgevoelige objecten binnen de bebouwde kom niet meer dan 3 odeur units per kubieke meter lucht mag bedragen. Voor geurgevoelige objecten buiten de bebouwde kom mag deze niet meer bedragen dan 14 odeur units per kubieke meter lucht. De definitie van een geurgevoelig object luidt: gebouw, bestemd voor en blijkens aard, indeling en inrichting geschikt om te worden gebruikt voor menselijk wonen of menselijk verblijf en die daarvoor permanent of een daarmee vergelijkbare wijze van gebruik, wordt gebruikt. 5.6.1.2 Activiteitenbesluit Vanaf 1 januari 2013 is het Activiteitbesluit ook van toepassing op agrarische activiteiten. Het Besluit landbouw milieubeheer is tegelijkertijd komen te vervallen. Agrarische bedrijven hebben geen vergunning meer nodig als al hun activiteiten onder de reikwijdte van het Activiteitenbesluit vallen. Dit zijn type B-bedrijven, zoals veehouderijen, kinderboerderijen (en andere bedrijven die kleinschalig dieren houden), glastuinbouwbedrijven, bedrijven met teelt in gebouwen, bedrijven met open teelt, agrarische loonwerkers en losse opslagen (bijvoorbeeld mest). Voor geurhinder is in het Activiteitenbesluit een soortgelijk beoordelingskader opgenomen als in de Wet geurhinder en veehouderij (Wgv).

Zo gelden binnen en buiten de bebouwde kom dezelfde normen als in de Wgv. Ook de geurbelasting wordt bepaald volgens het bepaalde in de Wgv. Hetzelfde geldt voor het meten van de afstanden.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

42

Bestemmingsplan Buitengebied Raalte, part. herz. nr. 54, nabij Koolmees 2 t/m 24 Raalte Noord Vastgesteld 5.6.2

Situatie plangebied

In voorliggend geval worden nieuwe geurgevoelige objecten toegevoegd, namelijk de nieuwe compensatiewoningen. Deelgebied Hondemotsweg 9 Voor het deelgebied aan de Hondemotsweg 9 geldt dat het hier gaat om een planologische omzetting van een agrarisch erf naar een regulier woonerf. De reeds aanwezige bedrijfswoning is reeds een bestaand geurgevoelig object. In de nieuwe situatie blijft dit onveranderd. Het beschermingsniveau blijft onveranderd en omliggende bedrijven worden door de bestemmingsplanherziening dan ook niet in hun ontwikkelingsmogelijkheden beperkt. Het omzetten van de bedrijfswoning naar een reguliere woning heeft geen gevolgen voor het woon- en leefklimaat ter plaatse. Omgekeerd worden omliggende (agrarische) bedrijven door de bestemmingsplanherziening dan ook niet in hun ontwikkelingsmogelijkheden beperkt. Deelgebied nabij Koolmees 2 t/m 24 Raalte Noord In dit geval is sprake van de realisatie van een compensatiewoningen in het deelgebied nabij Koolmees 2 t/m 24 Raalte Noord. Zoals blijkt uit de paragraaf milieuzonering (5.5) bevinden zich in de omgeving van de compensatiewoningen enkele agrarische bedrijven. Binnen het bouwperceel van De Steege 6 te Raalte is uitsluitend een grondgebonden bedrijfsvoering toegestaan. Hiervoor geldt een vaste afstand van 100 meter. Deze afstand (ca. 145 meter) wordt ruimschoots gehaald.

Binnen het bouwperceel De Steege 10/12 te Raalte is op basis van het huidige planologische regime intensieve bedrijfsvoering toegestaan. De afstand tussen het agrarische bouwvak en de uiterste situering van de gevel van de dichtbijgelegen woning in het deelgebied bedraagt tenminste 430 meter. Voor dieren met geuremissiefactoren zijn geen vaste afstanden, maar geurnormen van toepassing. De gemeente Raalte is binnen een zogenaamd concentratiegebied gelegen, waar een (individuele) geurbelasting van gevoelige objecten in de bebouwde kom Wgv tot 3 ouE/m3 is toegestaan. Uit een indicatieve berekening ‘worst case’-berekening van de Omgevingsdienst IJsselland met Vstacks Vergunning, blijkt door nabijgelegen relevant geachte veehouderijen (Steege 6 met een geuremissie van 1.295 ouE/s en Steege 10/12 met een geuremissie van 27.262 ouE/s) een individuele geurbelasting van de woningen van het deelgebied van maximaal circa 2,2 ouE/m3, waarmee wordt voldaan aan de genoemde geurnorm. Voor de beoordeling van het woon- en leefklimaat door geur van dieren met geuremissiefactoren, is behalve de individuele geurbelasting ook de cumulatieve geurbelasting (van alle relevante veehouderijen tezamen) van belang. Daarbij wordt opgemerkt dat de geurbelasting van het deelgebied grotendeels wordt bepaald door de genoemde veehouderijen aan de Steege 6 en 10/12.

Daarbij wordt opgemerkt, dat op relatief grote afstand op circa 1,3 kilometer nog wel een veehouderij (in dit geval de geitenhouderij aan de Wissinkweg 33 in Mariënheem) is gelegen met geuremissie van 36.215 ouE/s (bron: Omgevingsdienst IJsselland) en binnen een staal van 2 kilometer geen IPPC-veehouderijen (veehouderijen die onder de Richtlijn industriële emissies vallen) zijn gelegen. Gelet op de hiervoor beschreven geurbelastingsituatie, de relatief grote afstanden tot relevante veehouderijen en dat ruimschoots kan worden voldaan aan de vaste afstandseisen, kan er redelijkerwijs vanuit worden gegaan, dat cumulatieve geurhinder ook niet belemmerend is voor het woon- en leefklimaat van de woningen in het deelgebied nabij Koolmees 2 t/m 24 Raalte Noord. Gezien het vorenstaande wordt geconcludeerd dat ter plekke van de compensatiewoningen in dit deelgebied sprake zal zijn van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Omgekeerd wordt de agrarische bedrijven niet beperkt, temeer omdat er ook reeds aanwezige geurgevoelige functies (o.a. wonen) van derden dichter op deze veehouderijen zijn gelegen en hiermee maatgevend zijn voor de ontwikkelmogelijkheden van de veehouderij. De ontwikkeling is hiermee in overeenstemming met het gestelde in de Wet geurhinder en veehouderij.

Agrarische bedrijven worden niet in hun bedrijfsvoering beperkt en zal er ter plaatse van de deelgebieden sprake zijn van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

43

Bestemmingsplan Buitengebied Raalte, part. herz. nr. 54, nabij Koolmees 2 t/m 24 Raalte Noord Vastgesteld 5.6.3

Conclusie geur

Het aspect geur vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit plan.

5.7

Ecologie

5.7.1

Algemeen

Bescherming in het kader van de natuur wet- en regelgeving is op te delen in gebieds- en soortenbescherming. Sinds 1 januari 2017 is het wettelijk kader ten aanzien van gebieds- en soortenbescherming vastgelegd in de Wet natuurbescherming. Bij gebiedsbescherming heeft men te maken met Natura 2000-gebieden en het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Soortenbescherming gaat uit van de bescherming van dier- en plantensoorten. 5.7.2

Gebiedsbescherming

5.7.2.1 Natura 2000-gebieden Natura 2000 is een samenhangend netwerk van natuurgebieden in Europa. Natura 2000 bestaat uit gebieden die zijn aangewezen in het kader van de Europese Vogelrichtlijn (79/409/EEG) en gebieden die zijn aangemeld op grond van de Europese Habitatrichtlijn (92/43/EEG). Deze gebieden worden in Nederland op grond van de Wet natuurbescherming beschermd. Ten aanzien van het deelgebied Hondemotsweg 9 wordt opgemerkt dat het voor wat betreft de bestemmingsplanherziening uitsluitend gaat om een functiewijziging. Door het beëindigen van de agrarische bedrijf is er zelfs sprake van een afname van de stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden. Deelgebied nabij Koolmees 2 t/m 24 Het deelgebied nabij Koolmees 2 t/m 24 Raalte Noord ligt niet binnen of nabij een Natura 2000-gebied. De dichtstbijzijnde Natura 2000-gebieden ‘Boetelerveld’ ligt op circa 2,6 kilometer afstand van het plangebied. Gelet op de ruime onderlinge afstand is directe hinder (bijv. geluid, verstrooiing van licht etc.) niet aan de orde. Naast directe hinder dient tevens te worden gekeken naar de mogelijke toename van stikstofdepositie op kwetsbare habitattypen binnen Natura 2000-gebieden. In het kader van voorgenomen ontwikkeling in dit deelgebied is een AERIUS-berekening uitgevoerd ten aanzien van de stikstofdepositie voor de compensatiewoningen.

De volledige rapportage is opgenomen in bijlage 4 van deze toelichting. Hierna worden de belangrijkste conclusies besproken. Uit de rekenresultaten van de zowel de gebruiksfase als de aanlegfase blijkt dat er geen sprake is van rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/jr. Geconcludeerd wordt dat hiermee geen sprake is van een stikstofdepositie met een mogelijk significant negatief effect op Natura 2000-gebieden. Het project is in het kader van de Wet natuurbescherming, ten aanzien van de effecten van stikstofdepositie op Natura 2000gebieden, niet vergunningsplichtig. Deelgebied Hondemotsweg 9 In het deelgebied Hondemotsweg 9 zijn in het kader van deze bestemmingsplanherziening geen sloop- of aanlegwerkzaamheden voorzien. De te slopen landschapsontsierende bebouwing is reeds gesloopt. Door het omzetten van een agrarische bedrijfsbestemming naar een woonbestemming wordt bovendien de (planologische) mogelijkheid voor het exploiteren van agrarisch bedrijf op deze locatie – en daarmee de eventuele bijkomende stikstofdepositie op Natura-2000 - belet. Een AERIUS-berekening is voor dit deelgebied niet noodzakelijk. 5.7.2.2 Natuurnetwerk Nederland Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is de kern van het Nederlandse natuurbeleid. Het NNN is in provinciale Actualisatie Omgevingsvisie en –verordening uitgewerkt. In of in de directe nabijheid van het NNN geldt het

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Raalte&id=d40a73f7-e1c9-4e91-95f9-df94c949475a