CConstaterende datRaalte
Koppel je AI →
Document · PDF

Toelichting

Raadsvergadering 4 april 2024, gemeente RaalteBij agendapunt: Voorstel tot vaststelling bestemmingsplan Nijverdalseweg 52 en 54, Mariënheem (hamerstuk)23.197 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Bestemmingsplan “Buitengebied Raalte, part. herz. nr. 75, omgeving Nijverdalseweg 52 en 54”

Februari 2024

Vastgesteld

Buitengebied Raalte, part. herz. nr. 75, omgeving Nijverdalseweg 52 en 54 Vastgesteld

Bestemmingsplan “Buitengebied Raalte, part. herz. nr. 75, omgeving Nijverdalseweg 52 en 54”

Plannaam: “Buitengebied Raalte, part. herz. nr. 75, omgeving Nijverdalseweg 52 en 54” IMRO-nummer: NL.IMRO.0177. BP20230019-VG01 Plantype: Bestemmingsplan Status: Vastgesteld Datum: Februari 2024

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

2

Buitengebied Raalte, part. herz. nr. 75, omgeving Nijverdalseweg 52 en 54 Vastgesteld

TOELICHTING

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

3

Buitengebied Raalte, part. herz. nr. 75, omgeving Nijverdalseweg 52 en 54 Vastgesteld

INHOUDSOPGAVE HOOFDSTUK 1 INLEIDING ...................................................................................... 6 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5

AANLEIDING ......................................................................................................................................... 6 LIGGING VAN HET PLANGEBIED .................................................................................................................. 6 DE BIJ HET PLAN BEHORENDE STUKKEN ........................................................................................................ 7 HUIDIGE PLANOLOGISCHE REGIME .............................................................................................................. 7 LEESWIJZER .......................................................................................................................................... 9

HOOFDSTUK 2

HUIDIGE SITUATIE PLANGEBIED .......................................................... 10

HOOFDSTUK 3 PLANBESCHRIJVING ........................................................................ 11 3.1 3.2

GEWENSTE ONTWIKKELING ..................................................................................................................... 11 VERKEER EN PARKEREN .......................................................................................................................... 12

HOOFDSTUK 4 BELEIDSKADER .............................................................................. 14 4.1 4.2 4.3

RIJKSBELEID ........................................................................................................................................ 14 PROVINCIAAL BELEID ............................................................................................................................. 16 GEMEENTELIJK BELEID ........................................................................................................................... 25

HOOFDSTUK 5 MILIEU- EN OMGEVINGSASPECTEN ..................................................... 31 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7 5.8 5.9 5.10 5.11

GELUID (WET GELUIDHINDER)................................................................................................................. 31 BODEMKWALITEIT ................................................................................................................................ 33 LUCHTKWALITEIT ................................................................................................................................. 34 EXTERNE VEILIGHEID ............................................................................................................................. 35 MILIEUZONERING ................................................................................................................................ 39 WET GEURHINDER EN VEEHOUDERIJ (WGV) ............................................................................................... 41 ECOLOGIE .......................................................................................................................................... 43 GGD-RICHTLIJN VEEHOUDERIJ EN GEZONDHEID ........................................................................................... 45 ARCHEOLOGIE & CULTUURHISTORIE .........................................................................................................

46 BESLUIT MILIEUEFFECTRAPPORTAGE.......................................................................................................... 47 TRILLINGSHINDER ................................................................................................................................. 48

HOOFDSTUK 6 WATERASPECTEN........................................................................... 50 6.1 6.2 6.3

INLEIDING .......................................................................................................................................... 50 VIGEREND BELEID ................................................................................................................................. 50 WATERPARAGRAAF .............................................................................................................................. 52

HOOFDSTUK 7 JURIDISCHE ASPECTEN EN PLANVERANTWOORDING ............................... 53 7.1 7.2 7.3

INLEIDING .......................................................................................................................................... 53 OPZET VAN DE REGELS ........................................................................................................................... 53 VERANTWOORDING VAN DE REGELS .......................................................................................................... 54

HOOFDSTUK 8 ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID ..................................................... 57 HOOFDSTUK 9 VOOROVERLEG, INSPRAAK & ZIENSWIJZEN .......................................... 58 9.1 9.2 9.3

VOOROVERLEG .................................................................................................................................... 58 INSPRAAK .......................................................................................................................................... 58 ZIENSWIJZEN ...................................................................................................................................... 58

BIJLAGEN BIJ DE TOELICHTING .................................................................................. 59 BIJLAGE 1 BIJLAGE 2

ERFINRICHTINGSPLAN .................................................................................................................... 60 AKOESTISCH ONDERZOEK WEGVERKEERSLAWAAI .................................................................................. 61 BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

4

Buitengebied Raalte, part. herz. nr. 75, omgeving Nijverdalseweg 52 en 54 Vastgesteld BIJLAGE 3 BIJLAGE 4 BIJLAGE 5 BIJLAGE 6 BIJLAGE 7 BIJLAGE 8 BIJLAGE 9 BIJLAGE 10

VERKENNEND BODEM- EN ASBESTONDERZOEK ..................................................................................... 62 LUCHTKWALITEITSONDERZOEK ......................................................................................................... 63 CAROLA BEREKENING (GASBUISLEIDING) ............................................................................................. 64 GEURONDERZOEK ......................................................................................................................... 66 AERIUS-BEREKENING ................................................................................................................... 67 QUICKSCAN FLORA EN FAUNA .......................................................................................................... 68 WATERTOETSRESULTAAT ................................................................................................................ 69 ADVIES GGD .............................................................................................................................. 70

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

5

Buitengebied Raalte, part. herz. nr. 75, omgeving Nijverdalseweg 52 en 54 Vastgesteld

HOOFDSTUK 1 1.1

INLEIDING

Aanleiding

Voorliggend bestemmingsplan heeft betrekking op het perceel aan de Nijverdalseweg 52 en 54 nabij Mariënheem, in het buitengebied van Raalte. Op deze locatie bevindt zich een voormalig varkensbedrijf. De agrarische bedrijfsactiviteiten op het agrarische bedrijfsperceel zijn beëindigd. Ter plaatse zijn twee bedrijfswoningen en voormalige varkensstallen aanwezig. Het voornemen bestaat om de voormalige agrarische bedrijfsgebouwen, met een gezamenlijke oppervlakte van 5.887 m2 te slopen en de sloopoppervlakte in te zetten in het kader van de Rood-voor-Rood-regeling zoals deze is opgenomen in het gemeentelijke beleid ‘Erven in beweging 2023’. Ter compensatie bestaat het voornemen om één vrijstaande woning met vrijstaand bijgebouw, twee schuurwoningen met inpandig bijgebouw en één twee-onder-een-kap schuurwoning te realiseren. De vrijstaande woning krijgt een inhoud van 820 m3 en een bijgebouw van 150 m2. De schuurwoningen met inpandig bijgebouw krijgen een inhoud van 1.100 m3. De twee-onder-een-kap schuurwoning krijgt een totale inhoud van 1.100 m3 die wordt gesplitst in twee wooneenheden met inpandige bijgebouwen. Tot slot worden de gronden behorende bij de huiskavel omgezet naar natuurgronden of agrarische gronden. Verder wordt het geheel landschappelijk ingepast.

De gemeente Raalte heeft op 29 augustus 2023 middels een principebesluit besloten om onder voorwaarden medewerking te verlenen aan deze ontwikkeling. Om bovengenoemde ontwikkeling mogelijk te maken is een herziening van het geldende bestemmingsplan vereist. Voorliggend bestemmingsplan voorziet in een passend juridisch planologisch kader en toont aan dat de ontwikkeling vanuit ruimtelijk en planologisch oogpunt verantwoord is.

1.2

Ligging van het plangebied

Voorgenomen ontwikkeling heeft betrekking op het perceel aan de Nijverdalseweg 52 en 54 in Mariënheem, gelegen in het buitengebied van de gemeente Raalte (vanaf nu: plangebied). Het plangebied ligt circa 2,75 kilometer ten noordwesten van de kern Haarle en 1,8 kilometer ten zuidoosten van de kern Mariënheem. In afbeelding 1.1 is de ligging van het plangebied indicatief met een rode ster en rode omlijning weergegeven ten opzichte van respectievelijk Mariënheem, Haarle en de directe omgeving. Voor de exacte begrenzing wordt verwezen naar de verbeelding.

Afbeelding 1.1: Ligging van het plangebied (Bron: PDOK)

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

6

Buitengebied Raalte, part. herz. nr. 75, omgeving Nijverdalseweg 52 en 54 Vastgesteld

1.3

De bij het plan behorende stukken

Het bestemmingsplan “Buitengebied Raalte, part. herz. nr. 75, omgeving Nijverdalseweg 52 en 54” bestaat uit de volgende stukken: • •

verbeelding (tek.nr. IMRO-nummer: NL.IMRO.0177. BP20230019-VG01) en een renvooi; regels en bijbehorende bijlagen.

Op de verbeelding zijn de bestemmingen van de in het plan begrepen gronden weergegeven. In de regels zijn bepalingen opgenomen om de uitgangspunten van het plan zeker te stellen. Het plan gaat vergezeld van een toelichting. De toelichting geeft een duidelijk beeld van het bestemmingsplan en van de daaraan ten grondslag liggende gedachten maar maakt geen deel uit van het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan.

1.4

Huidige planologische regime

1.4.1

Algemeen

Het plangebied ligt binnen de begrenzing van het bestemmingsplan “Buitengebied Raalte”, inclusief 1e correctieve herziening en 2e correctieve herziening. Het bestemmingsplan “Buitengebied Raalte” is op 8 juni 2012 vastgesteld door de gemeenteraad en in werking getreden op 17 oktober 2012. De correctieve herzieningen zijn nadien vastgesteld. Ter plaatse van het plangebied geldt eveneens het bestemmingsplan “Buitengebied Raalte geconsolideerd”, dat is geconsolideerd op 2 juni 2021. In een geconsolideerde versie van een bestemmingsplan worden alle relevante, van toepassing zijnde regels en bestemmingen binnen het betreffende bestemmingsplan weergegeven in één set van regels en op één verbeelding. Een geconsolideerd bestemmingsplan heeft echter geen juridische status. Tot slot gelden ter plaatse de bestemmingsplannen “Paraplubestemmingsplan Parkeren” (vastgesteld op 27 september 2018) en “Buitengebied Raalte, Verzamelplan 2020” (vastgesteld op 10 september 2020). Het verzamelplan voorziet in aanpassingen in de regels naar aanleiding van aanpassingen in beleid. Een verzamelplan heeft wel een juridische status. In dit geval is met name het bestemmingsplan “Buitengebied Raalte” relevant. Tevens is het bestemmingsplan “Buitengebied Raalte, Verzamelplan 2020” relevant, aangezien daar de meest actuele regelgeving in staat. Hierna wordt nader op de planologische situatie ingegaan.

In de volgende paragraaf worden de bestemmingen nader beschreven. In afbeeldingen 1.2 is de verbeelding van het geldende bestemmingsplan weergegeven. Het plangebied is hierop aangeduid met rode omlijning.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

7

Buitengebied Raalte, part. herz. nr. 75, omgeving Nijverdalseweg 52 en 54 Vastgesteld

Afbeelding 1.2: Uitsnede verbeelding bestemmingsplan “Buitengebied Raalte” (Bron: ruimtelijkeplannen.nl)

1.4.2

Beschrijving bestemmingen

Op basis van het geldende bestemmingsplan zijn de gronden binnen het plangebied bestemd als ‘Agrarisch’ en ‘Natuur’. Het agrarische bedrijfsperceel is voorzien van een bouwvlak en de functieaanduiding ‘intensieve veehouderij’ en maatvoeringsaanduiding ‘maximum aantal wooneenheden: 2’. Tot slot is het gehele plangebied voorzien van de gebiedsaanduiding ‘reconstructiewetzone – verwevingsgebied’. Hierna wordt nader op de geldende bestemmingen en aanduiding ingegaan. Agrarisch De voor ‘Agrarisch’ aangewezen gronden zijn onder meer bestemd voor de uitoefening van een agrarisch bedrijf en de bij deze bestemming behorende voorzieningen. Ter plaatse van de aanduiding ‘intensieve veehouderij’ is een intensieve veehouderij toegestaan. Gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mogen uitsluitend binnen het bouwvlak en ten dienste van de bestemming worden gebouwd. Natuur De voor ‘Natuur’ aangewezen gronden zijn onder meer bestemd voor behoud, herstel en ontwikkeling van natuur- en landschapswaarden en bos, extensieve dagrecreatie, houtoogst, water en bij deze bestemming behorende voorzieningen zoals wegen, parkeervoorzieningen, bruggen, paden, recreatieve voorzieningen en trafohuisjes.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

8

Buitengebied Raalte, part. herz. nr. 75, omgeving Nijverdalseweg 52 en 54 Vastgesteld Leiding – Hoogspanning De voor 'Leiding - Hoogspanningsverbinding' aangewezen gronden zijn - behalve voor de andere aldaar voorkomende bestemming(en) - mede bestemd voor een bovengrondse hoogspanningsverbinding van ten hoogste 110 kV. reconstructiewetzone – verwevingsgebied Op gronden met de aanduiding 'reconstructiezone - verwevingsgebied' gelden aanvullende regels ten behoeve van het vergroten van agrarische bouwvlakken. 1.4.3

Strijdigheid

Het realiseren van (compensatie)woningen en het gebruiken van de bestaande bedrijfswoningen voor reguliere bewoning is op basis van het geldende bestemmingsplan niet toegestaan. Een herziening van het bestemmingsplan is benodigd om de gewenste ontwikkeling mogelijk te maken. Met voorliggend bestemmingsplan wordt voorzien in de benodigde juridisch-planologische kaders op basis waarvan de voorgenomen ontwikkeling mogelijk kan worden gemaakt. Daarnaast wordt aangetoond dat het voornemen in overeenstemming is met ‘een goede ruimtelijke ordening’.

1.5

Leeswijzer

Na deze inleiding wordt in hoofdstuk 2 de huidige situatie van het plangebied beschreven. Hoofdstuk 3 betreft de planbeschrijving. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op het beleidskader. Hierin wordt het beleid van het Rijk, de Provincie Overijssel en de gemeente Raalte beschreven. In hoofdstuk 5 passeren alle relevante milieuthema’s de revue. Hoofdstuk 6 gaat in op de wateraspecten. In de hoofdstukken 7 en 8 wordt respectievelijk ingegaan op de juridische aspecten/planverantwoording en de economische uitvoerbaarheid. Hoofdstuk 9 gaat in op het vooroverleg, inspraak en zienswijzen.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

9

Buitengebied Raalte, part. herz. nr. 75, omgeving Nijverdalseweg 52 en 54 Vastgesteld

HOOFDSTUK 2

HUIDIGE SITUATIE PLANGEBIED

Het plangebied ligt in het buitengebied van de gemeente Raalte, ten zuidoosten van de kern Mariënheem. De ruimtelijk-functionele structuur van de directe omgeving wordt voornamelijk gekenmerkt door agrarische bedrijfspercelen, agrarische cultuurgronden en woonerven. Belangrijke structuurdragers in de omgeving betreffen het spoortraject Zwolle – Enschede en de Nijverdalseweg (N35). Het perceel wordt aan alle zijden begrensd door agrarische cultuurgronden. Aan de noordzijde is een ontsluitingsweg naar de Nijverdalseweg. Op het perceel bevindt zich in de huidige situatie twee (voormalige bedrijfs)woningen met bijgebouwen en tien voormalige agrarische bedrijfsgebouwen. In het verleden is er een varkenshouderij geëxploiteerd. De agrarische bedrijfsactiviteiten ter plaatse zijn reeds beëindigd. Voor het overige bestaat het plangebied uit agrarische gronden en een bosperceel. In afbeelding 2.1 is een luchtfoto van het perceel opgenomen. Het plangebied is hier met rode omlijning weergegeven. Opgemerkt wordt dat de planbegrenzing indicatief is weergegeven.

Afbeelding 2.1: Luchtfoto huidige situatie plangebied (Bron: Topotijdreis.nl)

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

10

Buitengebied Raalte, part. herz. nr. 75, omgeving Nijverdalseweg 52 en 54 Vastgesteld

HOOFDSTUK 3 3.1

PLANBESCHRIJVING

Gewenste ontwikkeling

Zoals in de inleiding reeds benoemd wil initiatiefnemer met toepassing van de Rood-voor-Rood-regeling vijf nieuwe woningen realiseren aan de Nijverdalseweg, naast de bestaande woningen aan de Nijverdalseweg 52 en 54. Om dit te kunnen bewerkstelligen wordt op het voormalige agrarische bedrijfsperceel 5.887 m2 aan landschapsontsierende bebouwing gesloopt. Uit de KGO-balans blijkt dat vier kavels nodig zijn om de kosten te financieren. In voorliggend geval worden vijf woningen gerealiseerd, echter worden er in totaal vier bouwvolumes mogelijk gemaakt. Binnen één kavel wordt twee woningen gerealiseerd. Dit is te verantwoorden aangezien het gaat om kleine woningen.

Afbeelding 3.1: Sloopopgave (Bron: Groenadviesbureau H.A. ten Have)

Het beleid ‘Erven in beweging 2023’ biedt de mogelijkheid om andere typen woningen toe te staan dan een standaard vrijstaande woning met vrijstaand bijgebouw. De vier volumes krijgen de vorm van één vrijstaande woning, één twee-onder-een-kap schuurwoning met inpandig bijgebouw en twee schuurwoningen met inpandig bijgebouw. 3.1.1

Erfinrichting

De voorgenomen ontwikkeling gaat uit van het realiseren van een nieuw woonerf dat de uitstraling blijft behouden van een boerenerf. Daarvoor is er gekozen om de vrijstaande woning qua inhoud te vergroten tot 820 m3 met een vrijstaand bijgebouw van 150 m2. Hierdoor wordt de vrijstaande woning gezien als hoofdwoning die refereert aan de vroegere woonboerderij. Daarnaast worden de overige woonvolumes vormgegeven als schuurwoningen inclusief inpandige bijgebouwen. Deze schuurwoningen refereren aan de vroegere agrarische bedrijfsgebouwen rondom de woonboerderij.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

11

Buitengebied Raalte, part. herz. nr. 75, omgeving Nijverdalseweg 52 en 54 Vastgesteld Tot slot wordt op één van de kavels een dubbele woning gerealiseerd in de vorm van één schuurvolume. Het totale volume bedraagt 1.100 m3, dat wordt opgesplitst in twee woningen met inpandig bijgebouw. Deze woningen zijn kleiner dan de reguliere woningen in het buitengebied. Door het realiseren van kleinere woonvolumes wordt het wonen in het buitengebied van de gemeente Raalte bereikbaar voor doelgroepen voor wie dat, gezien de huidige markt, normaal gesproken niet haalbaar is. 3.1.2

Landschappelijke inpassing

Voor de voorgenomen ontwikkeling is een erfinrichtingsplan opgesteld. Het nieuwe woonperceel wordt landschappelijk ingepast middels een aantal nieuwe groenstructuren en natuurgrond. Zo wordt aan de oostzijde een nieuwe houtsingel aangeplant. Verder wordt aan de zuidzijde van het plangebied een nieuwe poel gegraven wat een grote bijdrage levert aan de versterking van de biodiversiteit. Tot slot wordt aan de westzijde een deel van het bosperceel uitgebreid met struikvormers en natte natuur. De nieuwe bebouwing wordt ingepast middels solitaire bomen, hagen, struikvormers en fruitbomen. Voor een gedetailleerde uitwerking van het erfinrichtingsplan wordt verwezen naar bijlage 1 van deze toelichting.

Afbeelding 3.2: Uitsnede landschapsplan (Bron: Groenadviesbureau H.A. ten Have)

3.2

Verkeer en parkeren

3.2.1

Algemeen

Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen moet rekening worden gehouden met de effecten op de parkeerbehoefte en verkeersgeneratie die ontstaat door de nieuwe ontwikkeling. In dit geval wordt voor de parkeerbehoefte aangesloten bij de uitgangspunten uit de nota ‘Parkeernormen Raalte 2015’, en voor de verkeersgeneratie bij de publicatie ‘Toekomstbestendig parkeren (december 2018)’ van het CROW. De kencijfers van het CROW zijn gebaseerd op literatuuronderzoek en praktijkervaringen van gemeenten. Deze kencijfers zijn landelijk (en juridisch) geaccepteerd en worden gezien als de meest betrouwbare gegevens met betrekking tot het bepalen van de verkeergeneratie en het benodigde aantal parkeerplaatsen.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

12

Buitengebied Raalte, part. herz. nr. 75, omgeving Nijverdalseweg 52 en 54 Vastgesteld Bij het gebruik van kencijfers moet rekening worden gehouden met onder meer de bereikbaarheidskenmerken van de locatie. Ook de stedelijkheidsgraad is van invloed op het aanbod en de kwaliteit van alternatieve vervoerswijzen en dus op de hoogte van het parkeerkencijfer. Onder stedelijkheidsgraad wordt verstaan het aantal adressen per vierkante kilometer. 3.2.2

Parkeerbehoefte

In het voorliggend bestemmingsplan worden vijf woningen toegevoegd. De bestaande twee agrarische bedrijfswoningen worden omgezet naar reguliere burgerwoningen. Op basis van de nota ‘Parkeernormen Raalte 2015’ geldt voor een vrijstaande woning de volgende parkeernorm: Woningtype Koop, vrijstaande woning Koop, twee onder een kap

Stedelijke zone Buitengebied Buitengebied

Parkeernorm 2,4 p.p. waarvan 0,3 bezoekers 2,2 p.p. waarvan 0,3 bezoekers

De parkeerbehoefte wordt per woning opgevangen op het eigen erf. Hier is voldoende ruimte voor. Zie hiervoor ook de inrichtingstekeningen in afbeeldingen 3.2 en bijlage 1 van deze toelichting. De realisatie en instandhouding van voldoende parkeerplaatsen is in dit bestemmingsplan geborgd middels het opnemen van specifieke parkeerregels in de planregels. 3.2.3

Verkeersgeneratie en ontsluiting

Met dit initiatief wordt aan de Nijverdalseweg 52 en 54 een agrarisch bedrijf buiten werking gesteld. Hierdoor zal er ter plaatse van het plangebied per saldo sprake zijn van een afname aan verkeersbewegingen door het planologisch vervallen van de agrarisch gerelateerde verkeersbewegingen. De ontsluiting van de woningen vindt plaats via de bestaande in- en uitrit op de Nijverdalseweg. In de CROW-publicatie is de verkeersgeneratie per functie uiteengezet met een minimum en een maximaal aantal verkeersbewegingen. In voorliggend geval is uitgegaan van het gemiddelde voor een vrijstaande woning in het buitengebied. Omdat alle woningen worden ontsloten op de Nijverdalseweg is het totaal aantal verkeersbewegingen van alle woonerven gezamenlijk inzichtelijk gemaakt. Op basis van de vorenstaande uitgangspunten ontstaat qua verkeersgeneratie als gevolg van het project het volgende beeld: Woningtype Koop, vrijstaande woning Koop, twee onder een kap

Stedelijke zone Buitengebied Buitengebied

Verkeersgeneratie per woning 8,2 7,8

Aantal 5 2

Totaal 41 15,6

De totale verkeersgeneratie voor de woningen in het plangebied komt neer op afgerond 57 verkeersbewegingen per etmaal. Deze ontsluiting vindt op verkeersveilige wijze plaats op Nijverdalseweg via bestaande in- en uitrit. De Nijverdalseweg is van voldoende omvang om deze verkeersbewegingen af te wikkelen. 3.2.4

Conclusie

De aspecten verkeer en parkeren vormen geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

13

Buitengebied Raalte, part. herz. nr. 75, omgeving Nijverdalseweg 52 en 54 Vastgesteld

HOOFDSTUK 4

BELEIDSKADER

Dit hoofdstuk beschrijft, voor zover van belang, het rijks-, provinciaal- en gemeentelijk beleid. Naast de belangrijkste algemene uitgangspunten worden de specifieke voor dit plangebied geldende uitgangspunten weergegeven.

4.1

Rijksbeleid

4.1.1

Nationale Omgevingsvisie (NOVI)

4.1.2.1 Algemeen Nederland staat voor grote uitdagingen die van invloed zijn op onze fysieke leefomgeving. Complexe opgaven zoals verstedelijking, verduurzaming en klimaatadaptatie zijn nauw met elkaar verweven. Dat vraagt een nieuwe, integrale manier van werken waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) zorgt voor een gezamenlijke aanpak die leidt tot een duurzaam perspectief voor onze leefomgeving. Dit is nodig om onze doelen te halen en is een zaak van overheid en samenleving. 4.1.2.2 Vier prioriteiten Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Dit komt samen in vier prioriteiten. 1.

Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie

Nederland moet zich aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering. In 2050 is Nederland klimaatbestendig en waterrobuust. Dit vraagt om maatregelen in de leefomgeving, waarmee tegelijkertijd de leefomgevingskwaliteit verbeterd kan worden en kansen voor natuur geboden kunnen worden. In 2050 heeft Nederland daarnaast een duurzame energievoorziening. Dit vraagt echter om ruimte. Door deze ruimte zoveel mogelijk te clusteren, wordt versnippering van het landschap voorkomen en wordt de ruimte zo efficiënt mogelijk benut. Het Rijk zet zich in door het maken van ruimtelijke reserveringen voor het hoofdenergiesysteem op nationale schaal. 2.

Duurzaam economisch groeipotentieel

Nederland werkt toe naar een duurzame, circulaire, kennisintensieve en internationaal concurrerende economie in 2050. Daarmee kan ons land zijn positie handhaven in de top vijf van meest concurrerende landen ter wereld. Er wordt ingezet op een innovatief en sterk vestigingsklimaat met een goede quality of life. Belangrijk is wel dat onze economie toekomstbestendig wordt, oftewel concurrerend, duurzaam en circulair. 3.

Sterke en gezonde steden en regio’s

Er zijn vooral in steden en stedelijke regio’s nieuwe locaties nodig voor wonen en werken. Het liefst binnen de bestaande stadsgrenzen, zodat de open ruimten tussen stedelijke regio’s behouden blijven. Dit vraagt optimale afstemming op en investeringen in mobiliteit. Dit betekent dat voorafgaand aan de keuze van nieuwe verstedelijkingslocaties helder moet zijn welke randvoorwaarden de leefomgevingskwaliteit en -veiligheid daar stelt en welke extra maatregelen nodig zijn wanneer er voor deze locaties wordt gekozen. Zo blijft de gezondheid in steden en regio’s geborgd. 4.

Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied

Er ontstaat een nieuw perspectief voor de Nederlandse landbouwsector als koploper in de duurzame kringlooplandbouw. Een goed verdienpotentieel voor de bedrijven wordt gecombineerd met een minimaal effect op de omgevingskwaliteit van lucht, bodem en water. In alle gevallen zet het Rijk in op ontwikkeling van de karakteristieke eigenschappen van het Nederlandse landschap. Dit vertegenwoordigt

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

14

Buitengebied Raalte, part. herz. nr. 75, omgeving Nijverdalseweg 52 en 54 Vastgesteld een belangrijke cultuurhistorische waarde. Verrommeling en versnippering, bijvoorbeeld door wildgroei van distributiecentra, is ongewenst en wordt tegengegaan. 4.1.2.3 Afwegingsprincipes De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven is combinaties te maken en win-win situaties te creëren, maar dit is niet altijd mogelijk. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: 1.

2.

3.

Combinatie van functies gaan voor enkelvoudige functies. In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte; Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal. Het verschilt tussen gebieden wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling en tussen concurrentiekracht en leefbaarheid. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; Afwentelen wordt voorkomen. Het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie inwoners, zonder dat dit ten komst gaat van toekomstige generaties

4.1.2.4 Ladder voor duurzame verstedelijking In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR: voorganger van de NOVI) is de ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd. Deze ladder is per 1 oktober 2012 als motiveringseis in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6, lid 2) opgenomen. Op 1 juli 2017 is de Ladder in het Besluit ruimtelijke ordening gewijzigd. Aanleiding voor de wijziging waren de in de praktijk gesignaleerde knelpunten bij de uitvoering van de Ladder en de wens om te komen tot een vereenvoudigd en geoptimaliseerd instrument. Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Hierbij geldt een motiveringsvereiste voor het bevoegd gezag als nieuwe stedelijke ontwikkelingen planologisch mogelijk worden gemaakt. Teneinde een ontwikkeling adequaat te kunnen toetsen aan de ladder is het noodzakelijk inzicht te geven in de begrippen 'bestaand stedelijk gebied' en 'stedelijke ontwikkeling'. In de Bro zijn in artikel 1.1.1 definities opgenomen voor: bestaand stedelijk gebied: 'bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur'.

stedelijke ontwikkeling: ´ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.´ Bij het beschrijven van de behoefte dient te worden uitgegaan van het saldo van de aantoonbare vraag naar de voorgenomen ontwikkeling (de komende tien jaar, zijnde de looptijd van het bestemmingsplan) verminderd met het aanbod in planologische besluiten, ook als het feitelijk nog niet is gerealiseerd (harde plancapaciteit). 4.1.2

Toetsing aan het rijksbeleid

De NOVI laat zich niet specifiek uit over dergelijke lokale ontwikkelingen. De voorgenomen ontwikkeling raakt geen rijksbelangen als opgenomen in de NOVI. Wat betreft de ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’ wordt opgemerkt dat deze van toepassing is bij ‘nieuwe stedelijke ontwikkelingen’ (3.1.6 Bro). Er zijn inmiddels meerdere gerechtelijke uitspraken geweest over deze begripsdefinitie. Op het realiseren van woningen is ondermeer de uitspraak ABRvS 16 september 2015, ECLI:NL:RVS:2015:2921 van toepassing. Uit deze uitspraak blijkt dat het realiseren van respectievelijk 11 woningen niet wordt gezien als stedelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, aanhef en onder i, Bro. In voorliggend geval is de ladder voor duurzame verstedelijking dan ook niet van toepassing aangezien per saldo sprake is van een toevoeging van vijf woningen. Geconcludeerd wordt dat er geen sprake is van strijd met het rijksbeleid.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

15

Buitengebied Raalte, part. herz. nr. 75, omgeving Nijverdalseweg 52 en 54 Vastgesteld 4.1.3

Conclusie toets aan het rijksbeleid

Geconcludeerd wordt dat het relevante ruimtelijke ordeningsbeleid op rijksniveau de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling niet in de weg staat.

4.2

Provinciaal beleid

Het provinciaal beleid is verwoord in tal van plannen. Het belangrijkste plan betreft de Omgevingsvisie Overijssel en is verankerd in de Omgevingsverordening. 4.2.1

Uitgangspunten van de Omgevingsvisie Overijssel

De Omgevingsvisie Overijssel is het integrale provinciale beleidsplan voor de fysieke leefomgeving van Overijssel. De hoofdambitie van de Omgevingsvisie is een toekomstvaste groei van welvaart en welzijn met een verantwoord beslag op de beschikbare natuurlijke hulpbronnen en voorraden. Leidende thema’s voor de Omgevingsvisie zijn: • •

Duurzaamheid; Ruimtelijke kwaliteit.

Enkele belangrijke beleidskeuzes waarmee de provincie haar ambities wil realiseren zijn: • door meer aandacht voor herstructurering wordt ingezet op een breed spectrum aan woon-, werk- en mixmilieu ’s; dorpen en steden worden gestimuleerd hun eigen kleur te ontwikkelen; • investeren in een hoofdinfrastructuur voor wegverkeer, trein, fiets en waarbij veiligheid en doorstroming centraal staan; • zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik; deze methode gaat ervan uit dat eerst het gebruik van de ruimte wordt geoptimaliseerd, dan de mogelijkheid van meervoudig ruimtegebruik wordt onderzocht en dan pas de mogelijkheid om het ruimtegebruik uit te breiden, wordt bekeken; • ruimtelijke plannen ontwikkelen aan de hand van gebiedskenmerken en keuzes voor duurzaamheid. 4.2.2

De Omgevingsverordening Overijssel

De provincie beschikt over een palet aan instrumenten waarmee zij haar ambities realiseert. Het gaat er daarbij om steeds de meest optimale mix van instrumenten toe te passen, zodat effectief en efficiënt resultaat wordt geboekt voor alle ambities en doelstellingen van de Omgevingsvisie Overijssel. De keuze voor inzet van deze instrumenten is bepaald aan de hand van een aantal criteria. In de Omgevingsvisie is bij elke beleidsambitie een realisatieschema opgenomen waarin is aangegeven welke instrumenten de provincie zal inzetten om de verschillende onderwerpen van provinciaal belang te realiseren. Eén van de instrumenten om het beleid uit de Omgevingsvisie Overijssel te laten doorwerken is de Omgevingsverordening Overijssel. De Omgevingsverordening is het provinciaal juridisch instrument dat wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch geborgd is. 4.2.3

Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel

Om te bepalen of een initiatief bijdraagt aan de provinciale ambities wordt gebruik gemaakt van het 'Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel'. In dit uitvoeringsmodel staan de stappen of, waar en hoe centraal. Bij een initiatief voor bijvoorbeeld woningbouw, een nieuwe bedrijfslocatie, toeristisch-recreatieve voorzieningen, natuurontwikkeling, et cetera kan aan de hand van deze drie stappen bepaald worden of een initiatief binnen de geschetste visie voor Overijssel mogelijk is, waar het past en hoe het uitgevoerd kan worden. De eerste stap, het bepalen van de of-vraag, lijkt in strijd met de wens zoveel mogelijk ruimte te willen geven aan nieuwe initiatieven. Met het faciliteren van initiatieven moet echter wel gekeken worden naar de (wettelijke) verantwoordelijkheden zoals veiligheid of gezondheid. Het uitvoeringsmodel maakt helder wat kan en wat niet kan.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

16

Buitengebied Raalte, part. herz. nr. 75, omgeving Nijverdalseweg 52 en 54 Vastgesteld Om een goed evenwicht te vinden tussen het bieden van ruimte aan initiatieven en het waarborgen van publieke belangen, varieert de provinciale sturing: soms normstellend, maar meestal richtinggevend of inspirerend.

Afbeelding 4.1: Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel (Bron: Provincie Overijssel)

Hieronder worden de generieke beleidskeuzes, ontwikkelingsperspectieven en gebiedskenmerken nader toegelicht. 4.2.3.1 Of - Generieke beleidskeuzes Maatschappelijke opgaven zijn leidend in het handelen van de provincie. Allereerst is het dan ook de vraag of er een maatschappelijke opgave is. Of een initiatief mogelijk is, wordt onder andere bepaald door generieke beleidskeuzes van EU, Rijk of provincie. Denk hierbij aan beleidskeuzes om basiskwaliteiten als schoon drinkwater en droge voeten te garanderen. Maar ook aan beleidskeuzes om overaanbod van bijvoorbeeld woningbouw- en kantorenlocaties – en daarmee grote financiële en maatschappelijke kosten – te voorkomen. In de omgevingsvisie zijn de provinciale beleidskeuzes hieromtrent vastgelegd. De generieke beleidskeuzes zijn vaak normstellend. Dit betekent dat ze opgevolgd moeten worden: het zijn randvoorwaarden waarmee iedereen rekening moet houden vanwege zwaarwegende publieke belangen. De normstellende beleidskeuzes zijn vastgelegd in de omgevingsverordening. 4.2.3.2 Waar - Ontwikkelingsperspectieven Na het beantwoorden van de of-vraag, is de vraag waar het initiatief past of ontwikkeld kan worden. In de omgevingsvisie op de toekomst van Overijssel onderscheid de provincie zes ontwikkelingsperspectieven.

Deze ontwikkelingsperspectieven schetsen een ruimtelijk perspectief voor een combinatie van functies en geven aan welke beleids- en kwaliteitsambities leidend zijn. De ontwikkelingsperspectieven geven zo richting aan waar wat ontwikkeld zou kunnen worden. De ontwikkelingsperspectieven zijn richtinggevend. Dit betekent dat er ruimte is voor lokale afweging: een gemeente kan vanwege maatschappelijke en/of sociaaleconomische redenen in haar Omgevingsvisie en bestemmings- of omgevingsplan een andere invulling kiezen. Die dient dan wel te passen binnen de – voor dat

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

17

Buitengebied Raalte, part. herz. nr. 75, omgeving Nijverdalseweg 52 en 54 Vastgesteld ontwikkelingsperspectief – geldende kwaliteitsambities. Daarbij dienen de nieuwe ontwikkelingen verbonden te worden met de bestaande kenmerken van het gebied, conform de Catalogus Gebiedskenmerken (de derde stap in het uitvoeringsmodel). Naast ruimte voor een lokale afweging t.a.v. functies en ruimtegebruik, is er ruimte voor een lokale invulling van de begrenzing: de grenzen van de ontwikkelingsperspectieven zijn signaleringsgrenzen. 4.2.3.3 Hoe - Gebiedskenmerken Ten slotte is de vraag hoe het initiatief ingepast kan worden in het landschap. De gebiedskenmerken spelen een belangrijke rol bij deze vraag. Onder gebiedskenmerken worden verstaan de ruimtelijke kenmerken van een gebied of gebiedstype die bepalend zijn voor de karakteristiek en kwaliteit van dat gebied of gebiedstype. Voor alle gebiedstypen in Overijssel is in de Catalogus Gebiedskenmerken beschreven welke kwaliteiten en kenmerken van provinciaal zijn en behouden, versterkt of ontwikkeld moeten worden. De gebiedskenmerken zijn soms normstellend, maar meestal richtinggevend of inspirerend. Voor de normerende uitspraken geldt dat deze opgevolgd dienen te worden; ze zijn dan ook in onze omgevingsverordening geregeld. De richtinggevende uitspraken zijn randvoorwaarden waarmee in principe rekening gehouden moet worden.

Hier kan gemotiveerd van worden afgeweken mits aannemelijk is gemaakt dat met het alternatief de kwaliteitsambities even goed of zelfs beter gerealiseerd kunnen worden. De inspirerende uitspraken bieden een wenkend perspectief: het zijn voorbeelden van de wijze waarop ruimtelijke kwaliteitsambities ingevuld kunnen worden. Initiatiefnemers kunnen zich hierdoor laten inspireren, maar dit hoeft niet. 4.2.4

Toetsing van het initiatief aan Provinciaal beleid

Indien het concrete initiatief wordt getoetst aan het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel ontstaat globaal het volgende beeld. 4.2.4.1 Generieke beleidskeuzes (Of-Vraag) Bij de afwegingen in de eerste fase “generieke beleidskeuzes” zijn artikel 1.2.3, artikel 2.1.5, artikel 2.1.6 artikel 2.2.2 en artikel 4.6.4 van de Omgevingsverordening Overijssel van belang. Artikel 2.1.3 Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik Lid 1: Bestemmingsplannen voorzien uitsluitend in stedelijke ontwikkelingen die een extra ruimtebeslag door bouwen en verharden leggen op de groene omgeving wanneer aannemelijk is gemaakt: 1.

2.

dat er voor deze opgave in redelijkheid geen ruimte beschikbaar is binnen het bestaande bebouwd gebied en de ruimte binnen het bestaand bebouwd gebied ook niet geschikt te maken is door herstructurering en/of transformatie; dat mogelijkheden voor meervoudig ruimtegebruik binnen het bestaand bebouwd gebied optimaal zijn benut.

In de Omgevingsverordening Overijssel is het begrip “groene omgeving” nader gedefinieerd als: de gronden die niet vallen onder bestaand bebouwd gebied. In de Omgevingsverordening Overijssel is het begrip “bestaand bebouwd gebied” nader gedefinieerd als: de gronden binnen steden en dorpen die benut kunnen worden voor stedelijke functies op grond van geldende bestemmingsplannen en op grond van voorontwerp-bestemmingsplannen voor zover de provinciale diensten daarover schriftelijk een positief advies hebben uitgebracht in het kader van het vooroverleg als bedoeld in artikel 3.1.1 Bro. Toetsing van het initiatief aan artikel 2.1.3 In voorliggend geval gaat het om een Rood-voor-Rood-ontwikkeling waarbij een fors oppervlakte aan landschapsontsierende bebouwing wordt gesloopt. De totale omvang van het te slopen oppervlak bedraagt 5.887 m2. Hiervoor in de plaats worden vijf compensatiewoningen teruggebouwd. Per saldo is sprake van een afname van het bebouwde oppervlak in de groene omgeving. Compensatiewoningen in het kader van een

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

18

Buitengebied Raalte, part. herz. nr. 75, omgeving Nijverdalseweg 52 en 54 Vastgesteld Rood-voor-Rood-regeling worden logischerwijs in het buitengebied (buiten bestaand stedelijk gebied) gerealiseerd. Samenvattend wordt geconcludeerd dat de voorgenomen ontwikkeling in lijn is met de provinciale principes van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik. Artikel 2.1.5 Ruimtelijke kwaliteit (leden 1, 2, 3 en 5) 1. In de toelichting op bestemmingsplannen wordt onderbouwd dat de nieuwe ontwikkelingen die het bestemmingsplan mogelijk maakt, bijdragen aan het versterken van de ruimtelijke kwaliteit conform de geldende gebiedskenmerken. 2. In het kader van de toelichting als bedoeld in lid 1 wordt inzichtelijk gemaakt op welke wijze toepassing is gegeven aan het Uitvoeringsmodel (OF-, WAAR- en HOE-benadering) die in de Omgevingsvisie Overijssel is neergelegd. 3. In het kader van de toelichting als bedoeld in lid 1 wordt gemotiveerd dat de nieuwe ontwikkeling past binnen het ontwikkelingsperspectief die in de Omgevingsvisie Overijssel voor het gebied is neergelegd. 5. In het kader van de toelichting als bedoeld in lid 1 wordt inzichtelijk gemaakt op welke wijze toepassing is gegeven aan de vier-lagenbenadering die onderdeel uitmaakt van het Uitvoeringsmodel en op welke wijze de Catalogus Gebiedskenmerken is gebruikt bij de ruimtelijke inpassing van de nieuwe ontwikkeling.

Toetsing van het initiatief aan artikel 2.1.5 van de Omgevingsverordening Overijssel De ontwikkeling voorziet in een toename van de ruimtelijke kwaliteit, door sloop van ontsierende bebouwing en de landschappelijke inpassing van de nieuwe situatie (bestaand agrarisch erf en erven met de compensatiewoningen). Daarnaast worden de gronden rondom het perceel landschappelijk ingepast waarbij meerdere nieuwe groenstructuren worden aangelegd. Tevens wordt gesteld dat de ontwikkeling past binnen het ontwikkelingsperspectief, voldoet aan het uitvoeringsmodel en aan de provinciale vier-lagen benadering. In komende subparagrafen wordt daar nader op ingegaan. Geconcludeerd wordt dat in voldoende mate rekening is gehouden met het gestelde in artikel 2.1.5. Artikel 2.1.6: Kwaliteitsimpuls Groene omgeving (lid 1) 1.

Bestemmingsplannen voor de Groene omgeving kunnen – met in achtneming van het bepaalde in artikel 2.1.3. en artikel 2.1.4. en het bepaalde in artikel 2.1.5. – voorzien in nieuwvestiging en grootschalige uitbreidingen van bestaande functies in de Groene omgeving, uitsluitend indien hier sociaaleconomische en/of maatschappelijke redenen voor zijn én er is aangetoond dat het verlies aan ecologisch en/of landschappelijk waarden in voldoende mate wordt gecompenseerd door investeringen ter versterking van ruimtelijke kwaliteit in de omgeving.

Toetsing van het initiatief aan artikel 2.1.6 van de Omgevingsverordening Overijssel Het voorliggende plan leidt tot een kwaliteitsimpuls in de groene omgeving (het buitengebied) van de gemeente Raalte. Deze meerwaarde vertaalt zich in: • • •

het slopen van landschapsontsierende bebouwing; door het slopen van een landschapsontsierende bebouwing van 5.887 m2, neemt de landschapsontsierende bebouwing in het buitengebied substantieel af; het versterken van de landschappelijke kwaliteit door de aanleg van nieuwe groenstructuren die de landschappelijke en cultuurhistorische kenmerken van het gebied versterken. Zie ook paragraaf 3.1 en bijlage 1 bij deze toelichting; De ontwikkeling levert een positieve bijdrage aan de leefbaarheid van Mariënheem omdat de geurbelasting als gevolg van de varkenshouderij aan de Nijverdalseweg 52 en 54 permanent komt te vervallen.

Hiermee wordt voldaan aan het beleid van de provincie Overijssel met betrekking tot de ruimtelijke kwaliteit en kwaliteitsimpuls in de groene omgeving. In paragraaf 4.2.4.2 wordt beschreven dat het project past binnen de ontwikkelingsperspectieven. Artikel 2.2.2, lid 1 Realisatie nieuwe woningen

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

19

Buitengebied Raalte, part. herz. nr. 75, omgeving Nijverdalseweg 52 en 54 Vastgesteld Bestemmingsplannen en omgevingsvergunningen als bedoeld in artikel 2.1 lid 1 onder c van de Wabo, voorzien uitsluitend in de mogelijkheid tot het realiseren van nieuwe woningen als de behoefte daaraan is aangetoond door middel van actueel onderzoek woningbouw. Toetsing van het initiatief aan artikel 2.2.2 lid 1 van de Omgevingsverordening Overijssel Voorliggende ontwikkeling worden (compensatie)woningen in het buitengebied van de gemeente Raalte gerealiseerd. Daarnaast krijgen de bestaande bedrijfswoningen een reguliere woonfunctie en worden hiermee voor een bredere doelgroep toegankelijk. De woningen voldoen aan de kwalitatieve behoefte in de markt en worden gebouwd voor de lokale (eigen) behoefte. Daarom is voorliggend bestemmingsplan in overeenstemming met artikel 2.2.2 uit de Omgevingsverordening Overijssel. Artikel 4.6.4 Vergunningplicht reservering Salland Diep 1.

2.

3.

4.

Alle onttrekkingen van grondwater op een diepte van meer dan 50 meter beneden het maaiveld en zijn gelegen in het gebied, aangegeven als boringsvrije zone Salland Diep op kaart Drinkwatervoorziening en grondwaterbescherming, zijn vergunningsplichtig. Het algemeen bestuur van het Waterschap Drents Overijsselse Delta regelt bij verordening dat voor onttrekkingen van grondwater op een diepte van meer dan 50 meter beneden het maaiveld en zijn gelegen in het gebied, aangegeven als boringsvrije zone Salland Diep op kaart Drinkwatervoorziening en grondwaterbescherming, een vergunningplicht geldt. Het dagelijkse bestuur van het Waterschap Drents Overijsselse Delta kan voor het gebied bedoeld in lid 2 slechts vergunning verlenen voor het onttrekken van grondwater als dit grondwater bedoeld is voor hoogwaardige industrieel gebruik waarop de Warenwet van toepassing is en waarvoor geen alternatief voorhanden is. Het algemeen bestuur van het Waterschap Drents Overijsselse Delta kan de vrijstellingsmogelijkheid, bedoeld in artikel 6.11, vijfde lid van het Waterbesluit niet toepassen op de onttrekkingen waarvoor het dagelijkse bestuur op grond van het vorige lid vergunning verleent.

Toetsing van het initiatief aan artikel 4.6.4 van de Omgevingsverordening Overijssel In voorliggend geval is geen sprake van onttrekkingen van grondwater op een diepte van meer dan 50 meter beneden het maaiveld. Er is op basis hiervan ten behoeve van het voornemen dan ook geen vergunning noodzakelijk. Gesteld wordt dat het voornemen niet strijdig is met de beleidsuitgangspunten ten aanzien van de boringsvrije zone (artikel 4.6.4 van de Omgevingsverordening). Bij de overige afwegingen in de eerste fase 'Of - generieke beleidskeuzes' zijn er verder geen aspecten die bijzondere aandacht verdienen. 4.2.4.2 Waar - ontwikkelingsperspectieven In dit geval zijn vooral de ontwikkelingsperspectieven voor de Groene Omgeving van belang. In de Groene Omgeving gaat het vooral om: behoud en versterking van de kwaliteit van het landschap, het realiseren van een samenhangend netwerk van gebieden met natuur- en waterkwaliteit, ontwikkelingsmogelijkheden voor de landbouw, het toerisme en andere economische dragers, realisatie van waterkwaliteitsdoelen, het duurzaam beheer van drinkwatervoorraden én het opwekken van hernieuwbare energie. In de Groene Omgeving onderscheidt de provincie de volgende drie ontwikkelingsperspectieven: • • •

de zone Ondernemen met Natuur en Water (ONW); agrarisch ondernemen in het grootschalige landschap; wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap.

Het plangebied behoort tot het ontwikkelingsperspectief ‘Agrarisch ondernemen in het grootschalig landschap’. In afbeelding 4.2 is een uitsnede van de perspectievenkaart behorende bij de Omgevingsvisie opgenomen waarbij het plangebied met rode ster indicatief zijn weergegeven.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

20

Buitengebied Raalte, part. herz. nr. 75, omgeving Nijverdalseweg 52 en 54 Vastgesteld

Afbeelding 4.2: Uitsnede ontwikkelingsperspectievenkaart (Bron: Provincie Overijssel)

‘Agrarisch ondernemen in het grootschalig landschap’ Dit ontwikkelingsperspectief omvat gebieden waar verdere modernisering en schaalvergroting van de landbouw in combinatie met verduurzaming de ruimte krijgt. Die ruimte kan verdiend worden door te investeren in kwaliteitsvoorwaarden. Initiatieven binnen het ontwikkelingsperspectief mogen de ontwikkelingsmogelijkheden voor de landbouw in principe niet beperken en dienen aan te sluiten bij de bestaande bebouwing, weginfrastructuur en openbaar vervoer (ov)-routes. Het waterbeheer richt zich op optimale condities voor de landbouw, rekening houdend met specifieke omstandigheden en de grenzen aan de mogelijkheden van het waterbeheer (onder andere door de klimaatverandering). Toetsing van het initiatief aan de ´Ontwikkelingsperspectief´ Het karakter van het gebied rondom het plangebied met een menging van meerdere functies, waarbij de functie 'agrarisch' niet alleen de hoofdfunctie is maar dat ook er ook woonfuncties aanwezig zijn. Dit maakt dat een nuancering ter zake van de begrenzing van het ontwikkelingsperspectief noodzakelijk is. De ontwikkelingsperspectieven zijn dan ook niet normstellend maar richtinggevend. Afwijkingen van de ontwikkelingsperspectieven zijn mogelijk, mits de ruimtelijke kwaliteit conform de gebiedskenmerken wordt versterkt.

In voorliggend geval is sprake van een ontwikkeling die aansluit bij de ruimtelijk-functionele structuur van de omgeving in combinatie met een versterking van de ruimtelijke kwaliteit ter plaatse. In dit bestemmingsplan is aangetoond dat de nieuwe functies geen belemmeringen met zich meebrengen ten aanzien van nabijgelegen functies en relevante omgevingsaspecten.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

21

Buitengebied Raalte, part. herz. nr. 75, omgeving Nijverdalseweg 52 en 54 Vastgesteld 4.2.4.3 Gebiedskenmerken Op basis van de gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch-cultuurlandschap, stedelijke laag en laag van de beleving) gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en –opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. In voorliggende situatie is vanwege de ligging in het buitengebied de ‘Stedelijke laag’ niet van toepassing en wordt daarom buiten beschouwing gelaten. 1.

De ‘Natuurlijke laag’

De natuurlijke laag is de laag van de bodem, het reliëf, het watersysteem en de natuur die zich hier ‘van nature’ op vestigt. Deze natuurlijke laag is het resultaat van de wisselwerking tussen abiotische (fysische) en biotische factoren en processen. Zo zorgden ijs-, wind- en waterstromen in Overijssel voor het ontstaan van een afwisselend landschap van stuwwallen, dekzandgronden, beekdalen en natte laagtes en bepaalden de stroomsnelheden van IJssel, Vecht, Regge of Dinkel waar het fijne (komgronden) en waar het grovere sediment (oeverwallen) werd afgezet. En ontwikkelde veen zich daar, waar het water maar moeilijk weg kon. Overijssel bestaat uit een rijk en gevarieerd spectrum aan natuurlijke landschappen. Deze vormen de basis voor het gehele grondgebied van Overijssel. Het beter afstemmen van ruimtelijke ontwikkelingen op de natuurlijke laag kan ervoor zorgen dat de natuurlijke kwaliteiten van de provincie weer mede beeldbepalend worden. Ook in steden en dorpen bij voorbeeld in nieuwe waterrijke woonmilieus en nieuwe natuur in stad en dorp. Het plangebied is op de gebiedskenmerkenkaart de ‘Natuurlijke laag’ aangeduid met het gebiedstype ‘Dekzandvlakte en ruggen’. In afbeelding 4.3 is een uitsnede van de gebiedskenmerkenkaart opgenomen waarbij het plangebied met rode ster indicatief zijn weergegeven.

Afbeelding 4.3: Uitsnede gebiedskenmerkenkaart natuurlijke laag (Bron: Provincie Overijssel)

‘Dekzandvlakte en ruggen’ De dekzandgronden beslaan een groot gedeelte van de oppervlakte van de provincie Overijssel. Na de ijstijden bleef er in grote delen een reliëfrijk – door de wind gevormd – zandlandschap achter, dat gekenmerkt wordt door relatief grote verschillen tussen hoog/droog en laag/ nat gebied. Soms vlak bij elkaar, soms verder van BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

22

Buitengebied Raalte, part. herz. nr. 75, omgeving Nijverdalseweg 52 en 54 Vastgesteld elkaar verwijderd. De ambitie is de natuurlijke verschillen tussen hoog en laag en tussen droog en nat functioneel meer sturend en beleefbaar te maken. Dit kan bijvoorbeeld door een meer natuurlijk watersysteem, door beplanting met 'natuurlijke' soorten en door de (strekkings)richting van het landschap te benutten in gebiedsontwerpen. Toetsing van het initiatief aan de ‘Natuurlijke laag’ De van oorsprong voorkomende ‘Natuurlijke laag’ is in het plangebied niet of nauwelijks meer aanwezig. Deze gronden waren in gebruikt als een agrarisch bedrijfsperceel. De overige gronden in de het plangebied ter plekke van het plangebied worden opnieuw landschappelijk ingericht. De gebiedskenmerken uit de natuurlijke laag worden daarbij – voor zover nog aanwezig – mee beschermd. De ontwikkeling is in overstemming met het gestelde in de ‘Natuurlijke laag’. 2.

De ‘Laag van het agrarisch cultuurlandschap’

In de “Laag van het agrarisch cultuurlandschap” gaat het er altijd om dat de mens inspeelt op de natuurlijke omstandigheden en die ten nutte maakt. Hierbij hebben nooit ideeën over schoonheid een rol gespeeld. Wel zijn we ze in de loop van de tijd gaan waarderen om hun ruimtelijke kwaliteiten. Vooral herkenbaarheid, contrast en afwisseling worden gewaardeerd. De ambitie is gericht op het voortbouwen aan de kenmerkende structuren van de agrarische cultuurlandschappen door óf versterking óf behoud óf ontwikkeling of een combinatie hiervan. Het plangebied is op basis van de gebiedskenmerkenkaart in de ‘Laag van het agrarisch cultuurlandschap’ aangemerkt als landschapstype ‘Oude Hoevenlandschap’, zoals te zien is in afbeelding 4.4.

Afbeelding 4.4: Uitsnede gebiedskenmerkenkaart Laag van het agrarische cultuurlandschap (Bron: Provincie Overijssel)

‘Oude hoevenlandschap’ Het Oude Hoevenlandschap betreft een landschap met verspreide erven. Het werd ontwikkeld nadat de complexen met de grote essen ‘bezet’ waren. Die vonden ze bij kleine dekzandkopjes die individueel werden

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

23

Buitengebied Raalte, part. herz. nr. 75, omgeving Nijverdalseweg 52 en 54 Vastgesteld ontgonnen. Dit leidde tot een landschap dat de zelfde opbouw kent als het essenlandschap, alleen in een meer kleinschalige, meer individuele en jongere variant. Deze kleinere maat en schaal is tevens de reflectie van de natuurlijke ondergrond. Het landschap is contrastrijk met veel variatie op de korte afstand. Als ontwikkelingen plaats vinden in het oude hoevenlandschap, dan dragen deze bij aan behoud en accentuering van de dragende structuren (groenstructuur en routes) van het oude hoevenlandschap, en aan de samenhang en de karakteristieke verschillen tussen de landschapselementen. Toetsing van het initiatief aan de "Laag van het agrarisch cultuurlandschap” Zoals blijkt uit de erfinrichtingsplan in hoofdstuk 3 en in bijlage 1 van deze toelichting wordt aangesloten bij de gebiedskenmerken van het oude hoevenlandschap. Geconcludeerd wordt dat het plan in overeenstemming is met het gestelde in de ‘Laag van het agrarisch cultuurlandschap’. 3.

De ‘Laag van de beleving’

In deze laag kan ruimtelijke kwaliteit, belevenis, betekenis en identiteit worden toegevoegd door de kwaliteiten van de andere drie lagen te gebruiken. De ambitie is om de beleving, betekenis en kwaliteit van de leefomgeving te versterken. Het plangebied aan de Nijverdalseweg is op de gebiedskenmerkenkaart de 'Laag van de beleving' aangeduid met 'Donkerte'. In afbeelding 4.5 wordt dit weergegeven.

Afbeelding 4.5: Uitsnede gebiedskenmerkenkaart Laag van beleving (Bron: Provincie Overijssel)

‘Donkerte’ Lichte gebieden geven een beeld van de economische dynamiek van de provincie: de steden en dorpen, de autosnelwegen, de kassengebieden, de attractieparken, de grote bedrijventerreinen en de gebieden met veel bebouwing. De donkere gebieden geven een indicatie van de 'buitengebieden' van Overijssel. De natuurcomplexen en de grote landbouwgebieden. De donkere gebieden zijn de gebieden waar het 's nachts nog echt donker is, waar je de sterrenhemel kunt waarnemen. Het zijn de relatief 'luwe' dun bewoonde gebieden met een lage gebruiksdruk. Donkerte wordt een te koesteren kwaliteit. De ambitie is de huidige 'donkere' gebieden, ten minste zo donker te houden, maar bij ontwikkelingen ze liever nog wat donkerder te BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

24

Buitengebied Raalte, part. herz. nr. 75, omgeving Nijverdalseweg 52 en 54 Vastgesteld maken. Dit betekent op praktisch niveau terughoudend zijn met verlichting van wegen, bedrijventerreinen e.d. en verkennen waar deze 's nachts uit kan of anders lichtbronnen selectiever richten. Structureel is het vrijwaren van donkere gebieden van verhoging van de dynamiek het perspectief. De ambitie is het rustige en onthaaste karakter te behouden, zodat passages van autosnelwegen en regionale wegen niet leiden tot stedelijke ontwikkeling aan eventuele op- en afritten. Bundeling van stedelijke functies en infrastructuur in de 'lichte' gebieden. Toetsing van het initiatief aan de ‘Laag van beleving’ Ten eerste wordt gesteld dat lichtuitstraling inherent is aan de woonfunctie. Er is echter geen sprake van een onevenredige toename van (kunst)licht in het buitengebied. Onnodige verlichting wordt zoveel mogelijk voorkomen. Opgemerkt wordt dat de mogelijkheid tot het exploiteren van een agrarisch bedrijf middels voorliggend bestemmingsplan komt te vervallen en de daarbij horende lichtuitstraling dan ook. Geconcludeerd wordt dat de voorgenomen ontwikkeling in overeenstemming is met de “Laag van de beleving”. 4.2.5

Conclusie toetsing aan het provinciaal beleid

Geconcludeerd wordt dat de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling in overeenstemming is met de uitgangspunten uit het provinciaal beleid, zoals genoemd in de Omgevingsvisie en verankerd in de Omgevingsverordening Overijssel.

4.3

Gemeentelijk beleid

Het beleid van de gemeente Raalte is verwoord in diverse beleidsstukken op verschillende schaalniveaus. Hierna wordt ingegaan op de in voorliggend geval meest relevante beleidsstukken. 4.3.1

Omgevingsvisie Horizon gemeente Raalte 2040

4.3.1.1 Algemeen De omgevingsvisie is een strategisch document. Het geeft richting aan de ontwikkelingen in de fysieke leefomgeving van de gemeente Raalte. Een belangrijk onderdeel van de omgevingsvisie zijn de kernopgaven. Hierin is een driedeling gemaakt in kernopgaven voor het buitengebied, toekomstbestendige wijken en dorpen en de identiteit en regio. In voorliggend geval is de kernopgave voor het buitengebied relevant. 4.3.1.2 Buitengebied In de Omgevingsvisie beschrijft de gemeente Raalte haar ambities en ontwikkelrichtingen voor het buitengebied. Het buitengebied is van oudsher de plek voor landbouw. Behalve een productielandschap is het ook een plek waar rust en natuurschoon te vinden is. Dit beeld is, ook in de gemeente Raalte, aan het kantelen door de vele ontwikkelingen die op het landelijke gebied afkomen en deels met elkaar conflicteren. Denk hierbij aan ontwikkelingen in de landbouw (stoppende boeren en VAB), klimaatverandering, de opwekking van duurzame energie en recreatie en toerisme. Raalte als groen en innovatief productielandschap is de ambitie. Deze ambitie vraagt om regie, maar ook samenwerking. Hierbij zijn de volgende vijf ontwikkelingsrichtingen geformuleerd: 1. 2. 3.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Raalte&id=d82022b8-12a1-41e0-a277-4838d68a8fbc