Toelichting
Tekst van het document
Tevens dient gewerkt te worden buiten de kwetsbare periode van amfibieën om te voorkomen dat broed beschadigd/vernield wordt of larven of dieren in winterrust gedood worden.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
44
Bestemmingsplan “Heeten, uitbreiding bedrijventerrein De Telgen III” Ontwerp Het nader onderzoek poelkikker Het nader onderzoek naar de aanwezigheid van de poelkikker dient conform het poelkikkerprotocol plaats te vinden in de periode maart-juli. Omdat deze periode in 2022 reeds is verstreken dient het onderzoek in maart 2023 te worden opgestart. In de regels van voorliggend bestemmingsplan is daarom een voorwaardelijke verplichting opgenomen voor de uitvoering van dit onderzoek en het nemen van eventuele vervolgmaatregelen die hieruit voorkomen. Deze voorwaardelijke verplichting luidt als volgt: “Tot een met de bestemming strijdig gebruik wordt in elk geval gerekend het dempen van watergangen en waterpartijen en bijbehorende grondwerkzaamheden zonder voorafgaand onderzoek naar de poelkikker conform het poelkikkerprotocol en de uitvoering van eventueel hieruit door de gemeente Raalte goedgekeurde volgende compenserende of mitigerende maatregelen die significant negatieve effecten voor de poelkikker voldoende compenseren/mitigeren.” 5.7.3
Conclusie
Het aspect ecologie vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling, mits voorafgaand aan de werkzaamheden nader onderzoek wordt uitgevoerd naar de poelkikker en eventueel hieruit voorkomende compenserende of mitigerende maatregelen die significant negatieve effecten voor de poelkikker voldoende compenseren/mitigeren worden getroffen.
5.8
Archeologie & Cultuurhistorie
5.8.1
Archeologie
5.8.1.1 Algemeen Op grond van de Erfgoedwet dient er in ruimtelijke plannen rekening gehouden te worden met archeologische waarden. In de Erfgoedwet is bepaald dat gemeenten een archeologische zorgplicht hebben en dat initiatiefnemers van projecten waarbij de bodem wordt verstoord, verplicht zijn rekening te houden met de archeologische relicten die in het plangebied aanwezig (kunnen) zijn. Hiervoor kan archeologisch onderzoek noodzakelijk zijn. Als blijkt dat in het plangebied behoudenswaardige archeologische vindplaatsen aanwezig zijn, dan kan de initiatiefnemer verplicht worden hiermee rekening te houden. Dit kan leiden tot een aanpassing van de plannen, waardoor de vindplaatsen behouden blijven, of tot een archeologische opgraving en publicatie van de resultaten. 5.8.1.2 Situatie plangebied De gemeente Raalte heeft haar archeologische verwachtings- en beleidskaart deels doorvertaald in haar bestemmingsplannen. Een groot deel van het gebied kent geen dubbelbestemming inzake een archeologische verwachting. Echter het gebied ten noordwesten betreft een AMK-terrein. Dit zijn terreinen van zeer hoge waarden (hoogste waarde die er is). Om die reden is door Laagland Archeologie een archeologisch bureau en verkennend veldonderzoek uitgevoerd en vervolgen een inventariserend veldonderzoek-proefsleuven. De onderzoeksrapportages zijn bijgevoegd in bijlage 6 en 7.
Hierna worden de onderzoeksresultaten besproken. Onderzoeksresultaten Uit het verkennend booronderzoek blijkt dat het noordelijke deel van het plangebied (op de dekzandrug) een tot in de C-horizont verstoord bodemprofiel heeft. Elders is sprake van een opgebracht zanddek waaronder kleiige beekafzettingen liggen. Deze beekafzettingen zijn zeer ijzerrijk. Daaronder ligt dekzand (C-horizont). Voor wat betreft het lagergelegen gebied blijft het verwachtingsmodel gehandhaafd. Eventueel aanwezige resten zijn alleen door middel van intensief gravend onderzoek op te sporen. Het gemeentelijke archeologiebeleid van Raalte geeft aan dat hiervoor geen archeologisch onderzoek benodigd is. De gemeente Raalte – hierin vertegenwoordigd door de regio-archeoloog – heeft aangegeven dat een karterend proefsleuvenonderzoek noodzakelijk is. Het feit dat dit deel van het plangebied als een gebied met
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
45
Bestemmingsplan “Heeten, uitbreiding bedrijventerrein De Telgen III” Ontwerp een lage archeologische verwachting is opgenomen op de gemeentelijke archeologische verwachtingskaart is geen reden om het plangebied vrij te geven. Het uitgevoerde onderzoek geeft juist aan dat de nu geldende lage archeologische verwachting moet worden aangepast naar een hoge archeologische verwachting specifiek voor off-site resten samenhangend met de, bij eerder uitgevoerde onderzoeken aangetroffen, omheinde nederzetting uit de Romeinse tijd. Inventariserend veldonderzoek proefsleuven Laagland Archeologie heeft op 11 tot en met 14 juli 2022 een Inventariserend veldonderzoek - proefsleuven uitgevoerd aan de Telgen III te Heeten, gemeente Raalte (OV). Op het terrein is eerder archeologisch onderzoek uitgevoerd. Uit het bureau- en booronderzoek komt naar voren dat het plangebied in een laagte naast een dekzandrug ligt. Op deze dekzandrug heeft in de Romeinse tijd een omheinde nederzetting gestaan waar sporen van ijzerproductie zijn aangetroffen. Geomorfologisch ligt het plangebied in een beekdaloverstromingsvlakte . De leemrijke beekafzettingen zijn zeer ijzer houdend. Op basis van het vooronderzoek worden er resten van ijzerwinning uit de Romeinse tijd in het plangebied verwacht.
Op basis van dit onderzoek is door het bevoegd gezag besloten dat er een aanvullend onderzoek dient plaats te vinden in de vorm van een Inventariserend veldonderzoek - proefsleuven Het doel van de archeologische proefsleuvenonderzoek is om vast te stellen of er zich in het onderzoeksgebied archeologische vindplaatsen bevinden. En om eventuele aanwezige vindplaatsen te waarderen. Op basis van de waardering kan de behoudenswaardigheid van de vindplaats worden vastgesteld. Het onderzoek bestond uit een proefsleuvenonderzoek conform het KNA protocol 4003 IVO-P Samengevat zijn tijdens het onderzoek 111 sporen uit de Nieuwe tijd aangetroffen. Deze sporen bestonden uit kuilen, greppels en paalkuilen. De paalkuilen vormen geen duidelijke structuur en bevinden zich in het hele onderzoeksgebied. De kuilen bestaan voornamelijk uit ondiepe kuilen. Er is één kuil die wordt geïnterpreteerd als een ijzerwinningskuil. Uit deze kuil is pijpaardewerk afkomstig wat deze kuil in de late 18e tot vroege 19e eeuw dateert. De greppels bestaan uit noord-zuid en een oost-west georiënteerde greppel. De noord-zuid georiënteerde greppel kan in de 18e tot begin 20e eeuw worden gedateerd. De oost-west greppel heeft twee gebruiksfasen gehad, dit is ook op de historische kaarten zichtbaar. De eerste fase loopt oost-west, deze is zichtbaar op de kadastrale kaart van 1832.
Een tweede fase is zichtbaar op de kaarten vanaf 1900. Deze greppel loopt oostwest waarna hij een scherpe bocht richting het zuiden maakt, deze greppel is op de kaart uit 2008 nog zichtbaar. In de vulling van de greppel zijn deze twee fasen niet te onderscheiden. Het oudste fragment aardewerk uit deze greppel dateert uit de 17e eeuw, al dateert de rest van het vondstmateriaal uit de 18e tot begin 20e eeuw. Laaglandarcheologie adviseert om geen vervolgonderzoek uit te voeren en het gebied vrij te geven voor de geplande werkzaamheden. Het advies is overgenomen door de gemeente Raalte. Stichting Germane Heeten In Heeten leeft het unieke verhaal van de ijzerwinning en productie, grote opgravingen en de prachtige vondsten die gedaan zijn heel erg. Sinds dit jaar is er in Het Trefpunt een informatiepunt over alles wat met de ijzerwinning/-productie te maken heeft in de ijzertijd en Romeinse tijd in Heeten. Initiatiefnemer hiervoor is De Stichting Germanen Heeten (www.oervuurijzer.nl). De resultaten van het onderzoek vormen een waardevolle aanvulling op het verhaal dat in Het Trefpunt verteld wordt. De groep enthousiaste vrijwilligers werkt graag mee aan het onderzoek en is hiervoor te worden uitgenodigd. 5.8.2
Cultuurhistorie
5.8.2.1 Algemeen Onder cultuurhistorische waarden worden alle structuren, elementen en gebieden bedoeld die cultuurhistorisch van belang zijn. Zij vertellen iets over de ontstaansgeschiedenis van het Nederlandse cultuurlandschap. Vaak is er een sterke relatie tussen aardkundige aspecten en cultuurhistorische aspecten. De bescherming van cultuurhistorische elementen is vastgelegd in de Erfgoedwet. Deze wet is vooral gericht op het behouden van historische elementen voor latere generaties. BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
46
Bestemmingsplan “Heeten, uitbreiding bedrijventerrein De Telgen III” Ontwerp Op grond van de Erfgoedwet moet een goede ruimtelijke onderbouwing een beschrijving bevatten van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden. 5.8.2.2 Situatie plangebied Er bevinden zich in en rondom het plangebied geen rijks- of gemeentelijke monumenten en overige cultuurhistorische waarden. Van aantasting van monumentale en cultuurhistorische waarden als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling is dan ook geen sprake. 5.8.3
Conclusie
De aspect archeologie en cultuurhistorie vormen geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.
5.9
Besluit milieueffectrapportage
5.9.1
Algemeen
De milieueffectrapportage is een wettelijk instrument met als doel het aspect milieu een volwaardige plaats in deze integrale afweging te geven. Een bestemmingsplan kan op drie manieren met milieueffectrapportage in aanraking komen: •
•
•
Op basis van artikel 7.2a, lid 1 Wm (als wettelijk plan); Er ontstaat een m.e.r.-plicht wanneer er een passende beoordeling op basis van art. 2.8, lid 1 Wet natuurbescherming nodig is. Op basis van Besluit milieueffectrapportage (bestemmingsplan in kolom 3); Er ontstaat een m.e.r.-plicht voor die activiteiten en gevallen uit de onderdelen C en D van de bijlage van dit besluit waar het bestemmingsplan genoemd is in kolom 3 (plannen). Op basis van Besluit milieueffectrapportage (bestemmingsplan in kolom 4); Er ontstaat een m.e.r.-(beoordelings)plicht voor die activiteiten en gevallen uit de onderdelen C en D van de bijlage van dit besluit waar het bestemmingsplan genoemd is in kolom 4 (besluiten).
In het Besluit m.e.r. neemt het bestemmingsplan een bijzondere positie in, want het kan namelijk tegelijkertijd opgenomen zijn in zowel kolom 3 als in kolom 4 van het Besluit m.e.r. Of het bestemmingsplan in deze gevallen voldoet aan de definitie van het plan uit kolom 3 of aan de definitie van het besluit uit kolom 4 is afhankelijk van de wijze waarop de activiteit in het bestemmingsplan wordt bestemd. Als voor de activiteit eerst één of meerdere uitwerkings- of wijzigingsplannen moeten worden vastgesteld dan is sprake van ‘kaderstellend voor' en voldoet het bestemmingsplan aan de definitie van het plan. Is de activiteit geheel of gedeeltelijk als eindbestemming opgenomen voldoet het aan de definitie van het besluit. Een belangrijk element in het Besluit m.e.r. is het (in feite) indicatief maken van de gevalsdefinities (de drempelwaarden in kolom 2 in de D-lijst). Dit betekent dat het bevoegd gezag meer moet doen dan onder de oude regelgeving. Kon vroeger worden volstaan met de mededeling in het besluit dat de omvang van de activiteit onder de drempelwaarde lag en dus geen m.e.r. (beoordeling) noodzakelijk was, onder de nu geldende regeling moet een motivering worden gegeven. Voor deze toets wordt de term vormvrije m.e.r.beoordeling gehanteerd. 5.9.2
Situatie plangebied
5.9.2.1 Artikel 2.8 van de Wet natuurbescherming Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebieden 'Boetelerveld' ligt op circa 4,3 kilometer afstand van het plangebied. Uit een stikstofberekening moet blijken of er sprake is van een relevante toename van stikstofdepositie en daarmee een aantasting van de instandhoudingsdoelstellingen van het Natura 2000-gebied.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
47
Bestemmingsplan “Heeten, uitbreiding bedrijventerrein De Telgen III” Ontwerp Zoals in paragraaf 5.7.1.1 en bijlage 4 (stikstofberekening) van deze toelichting is beschreven is er na intern salderen voor zowel de aanlegfase als de gebruiksfase geen sprake van een stikstofdepositie met significant negatieve effecten heeft op de instandhoudingsdoelstelling van Natura 2000-gebieden. Het voornemen is in het kader van de Wet natuurbescherming, ten aanzien van de effecten van stikstofdepositie op Natura 2000gebieden, niet vergunningsplichtig. 5.9.2.2 Drempelwaarden Besluit m.e.r. De voorgenomen ontwikkeling wordt mogelijk gemaakt door het partieel herzien van het geldende bestemmingsplan. Dit betekent dat voorliggende ontwikkeling m.e.r.-(beoordelings)plichtig is, indien activiteiten worden mogelijk gemaakt die genoemd worden in onderdeel C of D van het Besluit m.e.r. en de daarin opgenomen drempelwaarden overschrijden. In dit geval is sprake van een ontwikkeling die niet wordt genoemd in onderdeel C van het Besluit m.e.r. en is daarom niet direct m.e.r.-plichtig. Op basis van onderdeel D kan de in dit plan besloten ontwikkeling worden aangemerkt als: • •
De aanleg, wijziging of uitbreiding van een industrieterrein; De aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen.
De ontwikkeling in dit bestemmingsplan is m.e.r.-beoordelingsplichtig indien de volgende drempelwaarden worden overschreden: • •
Een activiteit die betrekking heeft op een oppervlakte van 75 hectare of meer. Een activiteit met een bedrijfsvloeroppervlakte van 20 hectare of meer.
Omdat de drempelwaarden niet worden overschreden en de ontwikkeling met een toename van circa 5 hectare, waarvan 2,8 hectare netto uitgeefbaar, tevens niet in de buurt komt bij de drempelwaarden kan worden geconcludeerd dat voor dit bestemmingsplan geen sprake is van een m.e.r.-plicht aangezien de drempelwaarden niet worden overschreden. Echter, zoals ook in het voorgaande aangegeven, dient ook wanneer ontwikkelingen onder drempelwaarden blijven, het bevoegd gezag zich er van te vergewissen of activiteiten geen aanzienlijke milieugevolgen kunnen hebben. Daarom is er in het kader van voorliggend bestemmingsplan een aanmeldnotitie vormvrije m.e.rbeoordeling opgesteld. De conclusie van deze notitie is dat er geen sprake is van significante negatieve milieueffecten als gevolg van de ontwikkeling. De volledige aanmeldnotitie is opgenomen in bijlage 9. 5.9.3
Conclusie
Dit bestemmingsplan is niet m.e.r.-plichtig. Tevens zijn geen nadelige milieugevolgen te verwachten als gevolg van de vaststelling van dit bestemmingsplan.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
48
Bestemmingsplan “Heeten, uitbreiding bedrijventerrein De Telgen III” Ontwerp
HOOFDSTUK 6
WATERASPECTEN
6.1
Vigerend beleid
6.1.1
Europees beleid
De Europese Kaderrichtlijn Water (2000/60/EG) is op 22 december 2000 in werking getreden en is bedoeld om in alle Europese wateren de waterkwaliteit chemisch en ecologisch verder te verbeteren. De Kaderrichtlijn Water omvat regelgeving ter bescherming van het binnenlandse oppervlaktewater, overgangswateren (waaronder estuaria worden verstaan), kustwateren en grondwater. Streefdatum voor het bereiken van gewenste waterkwaliteit is 2015. Eventueel kan er, mits goed onderbouwd, uitstel (derogatie) verleend worden tot uiteindelijk 2027. Voor het uitwerken van de doelstellingen worden er op (deel)stroomgebied plannen opgesteld. In deze (deel)stroomgebiedbeheersplannen staan de ambities en maatregelen beschreven voor de verschillende (deel)stroomgebieden. Met name de ecologische ambities worden op het niveau van de deelstroomgebieden bepaald. 6.1.2
Rijksbeleid
Het Rijksbeleid op het gebied van waterbeheer is vastgelegd in het Nationaal Water Programma 2022-2027 (vastgesteld op 18 maart 2022). In het Nationaal Water Programma (NWP) 2022-2027 beschrijft de Rijksoverheid de hoofdlijnen van het nationale waterbeleid en de uitvoering ervan in de rijkswateren en vaarwegen. De belangrijkste ambities richten zich op waterveiligheid, zoetwater en waterkwaliteit. Maar ook de Deltabeslissingen en enkele waterafhankelijke thema’s als natuur en duurzame energie hebben in het plan een plek gekregen. 6.1.3
Provinciaal beleid
In de Omgevingsvisie Overijssel wordt ruim aandacht besteed aan de wateraspecten. De ambities zijn, naast de uitvoering van de Kaderrichtlijn Water, gericht op de verbetering van de kwaliteit van de kleinere wateren, de veiligheid, de grondwaterbescherming, bestrijding van wateroverlast, de kwantiteit en kwaliteit van grond- en oppervlakte water en waterbeleving zowel in de groene ruimte als stedelijk gebied. 6.1.4
Waterschap Drents Overijsselse Delta
Door de invoering van de Kaderrichtlijn Water is Nederland verdeeld in vijf deelstroomgebieden. Het deelstroomgebied Rijn-Oost wordt beheerd door de waterschappen Drents Overijsselse Delta (voorheen Reest en Wieden & Groot Salland), Vechtstromen en Rijn en IJssel. Om te voldoen aan de eisen van de Kaderrichtlijn Water hebben deze waterschappen de afgelopen jaren intensief samengewerkt met elkaar en met andere partners. Het nieuwe Waterbeheerplan is één van de resultaten van deze samenwerking. De opzet en grote delen van dit Waterbeheerplan zijn inhoudelijk hetzelfde als dat van de andere waterschappen in Rijn-Oost. Het waterschap Drents Overijsselse Delta heeft het waterbeleid vastgelegd in het Waterbeheerplan (WBP 2016-2021). Het waterbeheerplan geeft vooral de koers aan voor de komende jaren. Overstromingen, wateroverlast of droogte te voorkomen of beperken. Inwoners kunnen hierdoor op een goede manier wonen en werken. Boeren en natuurbeheerders kunnen goed gebruik maken van de grond. Beschermen en verbeteren van de kwaliteit van het water in de volle breedte. Een goede ecologische en chemische kwaliteit van het (oppervlakte)water is belangrijk. Het water is schoon en gezond en inwoners kunnen hiervan genieten. Ook de doelen voor waterkwaliteit die voortvloeien uit Europese wetgeving; de Kaderrichtlijn Water (KRW) maken onderdeel uit van het plan.
Afvalwater in de afvalwaterzuiveringsinstallaties effectief en efficiënt behandelen. Het waterschap probeert niet alleen schadelijke stoffen uit het water te halen, het wil ook van deze stoffen nieuwe producten maken en nieuwe toepassingen zoeken.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
49
Bestemmingsplan “Heeten, uitbreiding bedrijventerrein De Telgen III” Ontwerp 6.1.5
Gemeentelijk beleid
6.1.5.1 Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) In de Waterwet en de Wet milieubeheer zijn de gemeentelijke watertaken geregeld. Deze taken hebben betrekking op de gemeentelijke zorgplicht voor: • • •
inzameling en transport van stedelijk afvalwater. het inzamelen en verwerken van afvloeiend hemelwater. grondwater(maatregelen).
Het gemeentelijke rioleringsplan (GRP) beschrijft de beleidskaders (ambities)en de activiteiten voor de inzameling, transport en verwerking van stedelijk afval, hemel- en grondwater. Het GRP gaat uit van de volgende principes (tritsen): •
•
De trits “vasthouden --> bergen --> afvoeren” houdt in dat in eerste instantie getracht wordt het (gebiedseigen) water in de bodem te infiltreren. Indien dit niet mogelijk is dient het afstromend regenwater lokaal te worden geborgen in vijvers en watergangen. Pas in de laatste instantie kan overwogen worden het water (zo traag mogelijk) af te voeren naar de omgeving. De trits “schoonhouden --> scheiden --> schoonmaken” omvat ten eerste het niet toelaten dat de kwaliteit van water verslechtert (schoon houden), vervolgens het gescheiden houden van schone en vuile waterstromen en als laatste het zuiveren (schoonmaken) van verontreinigd water.
Door water schoon te houden en vuile waterstromen zoveel mogelijk gescheiden te houden kan de omvang van te zuiveren water worden beperkt en tevens het zuiveringsrendement worden verhoogd. Afkoppelen van verhard oppervlak is niet een doel op zich. Doelmatigheid, haalbaarheid en betaalbaarheid van afkoppelmaatregelen worden meegewogen in ruimtelijke plannen. Ontvlechting vindt in principe plaats als dat doelmatig en kosteneffectief is. Bij nieuwbouw is de aanleg van een gemeentelijk hemelwaterstelsel (riool of watergang) gebruikelijk, waar de particulier het hemelwater naartoe kan afvoeren. De infrastructuur wordt in principe zodanig ingericht dat de particulier in staat wordt gesteld het hemelwater (voor een deel) op eigen terrein te verwerken (lozen op aangrenzende sloot en/of infiltratie in de bodem). Is verwerking op eigen terrein niet mogelijk dan kan de particulier het hemelwater bovengronds afvoeren naar het gemeentelijk hemelwaterstelsel. Ten aanzien van de verwerking van grondwater bij nieuwbouw kan worden gesteld dat dit voldoende wordt ondervangen in het “watertoets proces”. Hierbij worden vooraf de waterhuishoudkundige belangen expliciet en op evenwichtige wijze meegewogen bij de ontwikkeling van nieuwbouwlocaties.
Hitte, droogte, watertekort en wateroverlast zijn aspecten die van wezenlijke invloed zijn bij het ontwerpen en bij de realisatie van plannen voor zowel inbreidings- als uitbreidingslocaties. Met deze aspecten wordt rekening gehouden door het principe van de meerlaagsveiligheid als bouwsteen van wezenlijk belang te hanteren bij het opstellen en uitvoeren van ruimtelijke plannen. Bestaande en nieuwe blauwe en groene elementen ondersteunen de klimaatadaptatie in het binnenstedelijk gebied en op bedrijven- en industrieterreinen. De samenhang met het beleid over klimaatadaptatie en overstromingsrisico wordt integraal beoordeeld.
6.2
Waterparagraaf
6.2.1
Algemeen
Zoals in voorgaande paragrafen uiteen is gezet, wordt in het moderne waterbeheer (waterbeheer 21e eeuw) gestreefd naar duurzame, veerkrachtige watersystemen met minimale risico's op wateroverlast of watertekorten. Belangrijk instrument hierbij is de watertoets, die sinds 1 november 2003 in ruimtelijke plannen is verankerd. In de toelichting op ruimtelijke plannen dient een waterparagraaf te worden opgenomen. Hierin wordt verslag gedaan van de wijze waarop rekening is gehouden met de gevolgen van het plan voor de waterhuishoudkundige situatie (watertoets).
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
50
Bestemmingsplan “Heeten, uitbreiding bedrijventerrein De Telgen III” Ontwerp Het doel van de watertoets in een bestemmingsplan is te garanderen dat waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op een evenwichtige wijze in het plan worden afgewogen. Deze waterhuishoudkundige doelstellingen betreffen zowel de waterkwantiteit (veiligheid, wateroverlast, tegengaan verdroging) als de waterkwaliteit (riolering, omgang met hemelwater, lozingen op oppervlaktewater). 6.2.2
Waterhuishouding
Buro Hoogstraat heeft voor de ontwikkeling een waterhuishoudkundig plan opgesteld. De volledige rapportage is opgenomen als bijlage 9 bij deze toelichting. Hierna wordt aan de hand hiervan op de belangrijkste aspecten van de waterhuishouding in het plangebied ingegaan. 6.2.2.1 Hemelwaterafvoer De berging in het plangebied wordt integraal gerealiseerd. Dit betekent dat in openbaar terrein alle benodigde berging gerealiseerd gaat worden. In tabel 7 van de rapportage is de te realiseren berging weergegeven met de bergingseisen van 80 mm en 90 mm. De gemeente Raalte stelt dat 90 mm in 4 uur in de wadi geborgen dient te worden. Dit betekent dat 4 uur aan infiltratiecapaciteit meegerekend mag worden als berging. Vervolgens dient een bui van 90 mm in het plangebied niet tot schade te leiden. Dit betekent dat het de gebouwen niet in mag stromen. Beschrijving van het watersysteem Huidig watersysteem In afbeelding 6 van de rapportage is het huidige watersysteem weergegeven op basis van de legger van het waterschap. Hierin is te zien dat het water vanaf de westelijke watergang via de vijvers richting de oostelijke watergang stroomt. Onder de Dorpstraat (aan de westzijde van het plangebied) ligt een hemelwaterriool met een overstort op de westelijke watergang. Deze overstort heeft een leidingdiameter van ø400 mm.
Vanuit de IJzerweg komt aan de westzijde van de vijvers een ø400 mm hemelwaterriool uit. Dit is een overstort riool van de wadi’s in Telgen II. Aan de oostzijde van de IJzerweg ligt een ø800 mm hemelwaterriool dat afwatert op de vijvers aan de oostzijde. Tussen de vijvers en de oostelijke watergang staat een vaste stuw met een geknepen afvoer. Onderkant geknepen afvoer staat op +6,09 m NAP en bovenkant stuw op +6,39 m NAP. In de bestaande situatie staat in de vijvers, voor zover bekend, permanent water. Toekomstig watersysteem Om het bedrijventerrein Telgen III te kunnen aanleggen is het plan om de bestaande vijvers, de wadi ten noordoosten van het plangebied en de oostelijke ±18 meter van watergang west te dempen. De watergangen die gedempt worden, worden één op één gecompenseerd. Hiervan wordt een deel aan de oostzijde gecompenseerd door deze watergang te verbreden naar maximaal 16 meter (insteek talud). Aan de westzijde van het plangebied wordt een vijver aangelegd ter compensatie. Naast de vijver aan de westzijde van het plangebied wordt een wadi aangelegd ten behoeve van de bergingsopgave voor de toename aan verhard oppervlak van het nieuwe plangebied. Een principe schets van dit systeem is hieronder weergegeven en in afbeelding 7 van de rapportage.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
51
Bestemmingsplan “Heeten, uitbreiding bedrijventerrein De Telgen III” Ontwerp
Afbeelding 6.1
Principeschets toekomstig watersysteem (Bron: Buro Hoogstraat)
De wadi wordt aangelegd om directe vervuiling van het oppervlaktewater tegen te gaan door het afstromen van hemelwater. Het hemelwater kan eerst infiltreren in de wadi. Wanneer de wadi’s vol zijn storten deze bovengronds over naar de bergingsvijver aan de westzijde van het plangebied. De voorkeur vanuit de gemeente is om zo veel mogelijk hemelwater bovengronds naar de wadi te laten afstromen. Dit dient in het hoogteplan nader uitgewerkt te worden. Wanneer dit niet mogelijk is wordt het hemelwater door middel van een hemelwaterriool op de wadi’s aangesloten. Het hemelwaterriool onder de Dorpstraat heeft een overstort op de noordelijke watergang. In de nieuwe situatie kan deze overstort gehandhaafd blijven. De overstort vanaf de wadi’s in Telgen II stort nu over op de vijvers. Deze overstort wordt verlegd naar de noordelijke watergang. De noordelijke watergang wordt door middel van een duiker verbonden met de nieuwe vijver. De nieuwe vijver wordt door middel van een overstort met vertraagde afvoer verbonden met de zuidelijke watergang. De zuidelijke watergang wordt verbreed en verdiept zodat deze het hemelwater kan afvoeren. Daarbij wordt de afvoercapaciteit verhoogd ten opzichte van de huidige situatie. Op de zuidelijke watergang zijn twee overstorten die afwateren op de nieuwe vijver en het te ontwikkelen plangebied aangesloten.
Er wordt circa 19,8 ha afgevoerd door de zuidelijke sloot. Met een afvoercapaciteit van 1,6 l/s/ha betekent dit dat de zuidelijke watergang circa 32 l/s af moet kunnen voeren. Dit is meer dan 25 l/s waarmee het een A-watergang dient te worden. Aan de hand van de herprofilering kan deze sloot circa 48 l/s afvoeren (bijlage 4 van de rapportage) en voldoet daarmee aan de gestelde eisen. In de bestaande situatie komt een ø800 mm riool bovenstrooms van de debietbegrenzer uit in de bestaande vijver. Met het dempen van de bestaande vijvers wordt dit riool verlegd naar de oostelijke watergang. Om de berging en afvoercapaciteit te waarborgen wordt de oostelijke watergang verbreed. Ten zuiden van deze watergang wordt een stuw geplaatst met vertraagde afvoer. Berging en infiltratiecapaciteit wadi Het totale verwerkende vermogen van een wadi wordt bepaald door de som van de berging en de infiltratiecapaciteit: hoe kleiner de infiltratiecapaciteit, des te groter de benodigde berging moet zijn en omgekeerd. In totaal dient er circa 90 mm in 4 uur verwerkt te kunnen worden door de wadi. Dit wordt gebaseerd op totaal 27.840 m2 verhard oppervlak (zie tabel 6 rapportage). Berging kan alleen boven de grondwaterspiegel worden gerealiseerd.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
52
Bestemmingsplan “Heeten, uitbreiding bedrijventerrein De Telgen III” Ontwerp Voor de infiltratiecapaciteit van de wadi wordt het bodemoppervlak meegerekend en de wanden worden voor 40% meegerekend. Dit omdat, met dat het waterpeil daalt, het infiltrerend oppervlak kleiner wordt. Voor het bepalen van de ledigingstijd van de wadi wordt gerekend met een K-waarde van 1,5 m/dag. Op basis van het ontwerp van de wadi in afbeelding 6.1 is de inhoud en de wand- en bodemoppervlak bepaald van de wadi. In tabel 7 van de rapportage is weergegeven hoeveel m3 berging gerealiseerd dient te worden in 4 uur in de wadi. In tabel 8 van de rapportage is weergegeven hoeveel m3 statische berging in de twee wadi’s gerealiseerd wordt. Hierbij is uitgegaan van een diepte van 0,4 m. Daarnaast is bepaald wat de infiltratiecapaciteit van de wadi’s is en het totale verwerkende vermogen in 4 uur. Tot slot is berekend wat de ledigingstijd van de wadi’s is na volledige vulling. Nieuwe vijver In het plangebied wordt een vijver aangelegd en een watergang verbreed om het water te compenseren van de bestaande vijvers die gedempt worden De vijver aan de westzijde heeft een oppervlak van circa 3.235 m 2 en de verbreedde watergang aan de oostzijde van het heeft een oppervlak van circa 970 m2. De vijvers samen hebben ongeveer dezelfde afmeting als de bestaande vijvers.
In totaal wordt er met de bestaande vijvers (4.110 m2) en een deel van watergang noord (60 m2) 4.170 m2 watergang gedempt. De nieuwe vijver die wordt aangelegd heeft een oppervlakte van circa 4.205 m2. Het waterschap stelt de eis dat wanneer een watergang/ vijver breder is dan 16 meter, van insteek talud tot insteek talud, de watergang dieper dient te zijn dan 1,10 meter. Wanneer de watergang namelijk breder is dan 16 meter kan er geen rijdend onderhoud worden gepleegd en dient onderhoud plaats te vinden door middel van een maaiboot. In dit ontwerp is de vijver aan de westzijde breder dan 16 meter en dient een maaiboot voorziening aangelegd te worden. Het streefpeil in de huidige situatie is +6,10 m NAP tot +6,40 m NAP. Dit betekent dat de bodem van de watergang minimaal op +5,00 m NAP dient te liggen. Met een GLG van circa +5,80 m NAP (§ 2.5, tabel 3 rapportage) ligt de bodem van de vijver circa 0,80 m onder de GLG. Aan de oostzijde is van insteek tot insteek talud de watergang maximaal 16 meter. Hiervoor dient aan beide zijde een obstakelvrije ruimte aanwezig te zijn (van 5 meter) ten behoeve van rijdend onderhoud. In het huidige systeem staat er (voor zover bekend) altijd water in de bestaande vijvers. De bodem van deze vijvers ligt op circa +5,00 m NAP. In de nieuwe situatie heeft de vijver een gelijke waterbodemdiepte.
Aangezien de vijver in de huidige situatie en in de nieuwe situatie eenzelfde bodemdiepte hebben en een peil regulerend kunstwerk, is het aannemelijk dat er altijd water in zal staan. In de bestaande situatie zijn er drie hemelwaterafvoeren op de vijvers en watergangen aangesloten. Twee ø400 mm en één ø800 mm riool. In de nieuwe situatie wordt het hemelwaterriool ø800 mm aangesloten op de watergang aan de oostzijde die wordt verbreed. De twee ø400 mm hemelwater afvoeren worden/ blijven aangesloten op de westelijke watergang, deze staat in verbinding met de nieuwe vijver. Bij beide vijvers wordt een stuw geplaatst met een peil +6,10 m NAP en vertraagde afvoer tot +6,40 m NAP. Tussen +6,10 en +6,40 m NAP wordt het hemelwater vertraagd afgevoerd. Wanneer de wadi aan de westzijde volledig is gevuld stort deze bovengronds over op de vijver. Om een goed functionerende vijver aan te leggen is van belang dat deze voldoende gevoed wordt met water een dat dit water van voldoende kwaliteit is. In het plangebied wordt de vijver gevoegd door het hemelwater vanuit de overstorten van de IJzerweg, Dorpstraat en Telgen III. Het uitgangspunt is dat de overstorten voor voldoende hemelwater zorgen voor de doorstroming, echter is niet exact bekend hoeveel hemelwater hier overstort.
Daarnaast ligt de bodem van de vijver circa 0,80 m onder de GLG, dit betekent dat de vijver ook door het grondwater wordt gevoed. 6.2.2.2 Vuilwaterafvoer Voor de vuilwaterafvoer zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: • • • • •
Aantal bedrijven : 10; Totale afmeting percelen ha : 3 ha; VWA per ha : 1200 liter per dag; Piekafvoer : 120 liter per uur per medewerker; Totaal afvoer : 36 m3 per dag/ 3,6 m3/u.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
53
Bestemmingsplan “Heeten, uitbreiding bedrijventerrein De Telgen III” Ontwerp De maximaal af te voeren hoeveelheid vuilwater bedraagt 3 ha x 120 l/u = 3600 l/u ofwel 1 l/s. Een kunststofleiding met een diameter van ø250 mm en een verhang van 1:250 heeft een afvoercapaciteit van circa 22, l/s bij een half gevulde buis. Voor het vuilwaterriool volstaat een leidingdiameter van ø250 mm ruimschoots. De gemeente Raalte heeft aangegeven dat het rioolsysteem in Telgen II krap is. Daardoor is een beperkte afvoercapaciteit van 3,6 m3/u toegestaan om te lozen vanuit het plangebied. Aangezien het plangebied een heel stuk lager ligt dan Telgen II kan het vuilwaterriool niet onder vrij verval naar het rioolgemaal aan de IJzerweg stromen. Voor Telgen III dient een nieuw gemaal gerealiseerd te worden. 6.2.2.3 Overstromingsrisico Op de website www.klimaateffectatlas.nl worden de overstromingskansen van een gebied verdeeld in drie categorieën: grote overstromingskans, middelgrote overstromingskans en kleine overstromingskans. Het plangebied valt niet binnen een van deze drie categorieën. Dit betekent dat er voor het plangebied geen sprake is van een risico op overstromingen. Wanneer wordt gekeken naar de stresstest die is uitgevoerd is te zien wat de kans is op wateroverlast in het plangebied veroorzaakt door neerslag. De stresstest is berekend aan de hand van een extreme bui van 60 mm in 1 uur.
In afbeelding 6.2 is het resultaat van deze stresstest weergegeven. Hierin is te zien dat de kans op wateroverlast met name in het westen van het plangebied plaats vindt. Dit is te verklaren doordat het plangebied hier het laagste ligt.
Afbeelding 6.2
Stresstest wateroverlast (Bron: Buro Hoogstraat)
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
54
Bestemmingsplan “Heeten, uitbreiding bedrijventerrein De Telgen III” Ontwerp
HOOFDSTUK 7 7.1
JURIDISCHE ASPECTEN EN PLANVERANTWOORDING
Inleiding
In de voorgaande hoofdstukken is ingegaan op het plangebied, het relevante beleid en de milieu- en omgevingsaspecten. De informatie uit deze hoofdstukken is gebruikt om keuzes te maken bij het maken van het juridische deel van het bestemmingsplan: de verbeelding en de regels. In dit hoofdstuk wordt dieper ingegaan op de opzet van dit juridische deel. Daarnaast wordt een verantwoording gegeven van de gemaakte keuzes op de verbeelding en in de regels.
7.2
Opzet van de regels
7.2.1
Algemeen
In de Wet ruimtelijke ordening (Wro) die op 1 juli 2008 in werking is getreden, is de verplichting opgenomen om ruimtelijke plannen en besluiten digitaal vast te stellen. De digitaliseringsverplichting geldt vanaf 1 januari 2010. In de ministeriële Regeling standaarden ruimtelijke ordening is vastgelegd dat de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) de norm is voor de vergelijkbaarheid van bestemmingsplannen. Naast de SVBP zijn ook het Informatiemodel Ruimtelijke Ordening en de Standaard Toegankelijkheid Ruimtelijke Instrumenten normerend bij het vastleggen en beschikbaar stellen van bestemmingsplannen. De SVBP geeft normen voor de opbouw van de planregels en voor de digitale verbeelding van het bestemmingsplan. Dit bestemmingsplan is opgesteld conform de normen van de SVBP2012. Het juridisch bindend gedeelte van het bestemmingsplan bestaat uit planregels en bijbehorende verbeelding waarop de bestemmingen zijn aangegeven. De verbeelding en de planregels dienen in samenhang te worden bekeken. De regels zijn onderverdeeld in vier hoofdstukken: 1. 2. 3. 4. 7.2.2
Inleidende regels; Bestemmingsregels; Algemene regels; Overgangs- en slotregels. Inleidende regels
Hoofdstuk 1 bevat de inleidende regels. Deze regels gelden voor het gehele plangebied en bevatten: Begrippen (Artikel 1) In dit artikel zijn definities van de in de regels gebruikte begrippen opgenomen. Hiermee is een eenduidige interpretatie van deze begrippen vastgelegd. Wijze van meten (Artikel 2) Dit artikel geeft op een eenduidige manier aan op welke wijze afstanden, dakhellingen en oppervlakten moeten worden gemeten en hoe voorkomende eisen betreffende de maatvoering begrepen moeten worden. 7.2.3
Bestemmingsregels
Hoofdstuk 2 van de regels bevat de juridische vertaling van de in het plangebied voorkomende bestemmingen. De regels zijn onderverdeeld in o.a.: • • •
Bestemmingsomschrijving: omschrijving van de activiteiten die zijn toegestaan; Bouwregels: eisen waaraan de bebouwing moet voldoen (bouwhoogte, goothoogte etc.); Afwijken van de bouwregels: onder welke voorwaarde(n) mag afgeweken worden van de aangegeven bouwregels. BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
55
Bestemmingsplan “Heeten, uitbreiding bedrijventerrein De Telgen III” Ontwerp •
Specifieke gebruiksregels: welk gebruik van gronden en opstallen in ieder geval strijdig zijn of onder welke voorwaarden toegestaan zijn;
In paragraaf 7.3 worden de bestemmingen nader toegelicht en wordt aangegeven waarom voor bepaalde gronden voor de desbetreffende bestemming is gekozen. 7.2.4
Algemene regels
Hoofdstuk 3 bevat de algemene regels. Deze regels gelden voor het gehele plangebied. Dit hoofdstuk is opgebouwd uit: Anti-dubbeltelregel (Artikel 7) Deze regel is opgenomen om een ongewenste verdichting van de bebouwing te voorkomen. Deze verdichting kan zich met name voordoen, indien een perceel of een gedeelte daarvan, meer dan één keer betrokken wordt bij de berekening van (bijvoorbeeld) een maximaal bebouwingspercentage. Algemene gebruiksregels (Artikel 8) In dit artikel worden de algemene gebruiksregels beschreven. Deze regels geven aan welk gebruik van gronden als strijdig gebruik wordt aangemerkt. Algemene afwijkingsregels (Artikel 9) In dit artikel worden de algemene afwijkingsregels beschreven. Deze regels maken het mogelijk om op ondergeschikte punten van de regels in het bestemmingsplan af te wijken. Overige regels (Artikel 10) In dit artikel zijn bepalingen ten aanzien van de werking van wettelijke regelingen en voldoende parkeergelegenheid opgenomen. 7.2.5
Overgangs- en slotregels
In hoofdstuk 4 van de regels staan de overgangs- en slotregels. In het overgangsrecht is aangegeven wat de juridische consequenties zijn van bestaande situaties die in strijd zijn met dit bestemmingsplan. In de slotregel wordt aangegeven hoe het bestemmingsplan wordt genoemd.
7.3
Verantwoording van de regels
Kenmerk van de Nederlandse ruimtelijke ordeningsregelgeving is dat uitgegaan wordt van toelatingsplanologie. Een bestemmingsplan geeft aan welke functies waar zijn toegestaan en welke bebouwing mag worden opgericht. Bij het opstellen van dit bestemmingsplan zijn keuzes gemaakt over welke functies waar worden mogelijk gemaakt en is gekeken welke bebouwing stedenbouwkundig toegestaan kan worden. Het is noodzakelijk dat het bestemmingsplan een compleet inzicht biedt in de bouw- en gebruiksmogelijkheden binnen het betreffende plangebied. Het bestemmingsplan is het juridische toetsingskader dat bindend is voor de burger en overheid en geeft aan wat de gewenste planologische situatie voor het plangebied is. In deze paragraaf worden de gemaakte keuzes nader onderbouwd.
Bedrijventerrein (Artikel 3) De bedrijvenkavels binnen het plangebied zijn voorzien van de bestemming ‘Bedrijventerrein’. Binnen deze bestemming is, afhankelijk van de op de verbeelding aangegeven maximaal toegestane milieucategorie, bedrijvigheid van categorie 2, 3.1 of 3.2 toegestaan. Daarnaast zijn de gronden bestemd tot ‘Bedrijventerrein’ bedoeld voor kantoren als onderdeel van een bedrijf, productiegebonden detailhandel, openbare nutsvoorzieningen, groenvoorzieningen en water, verkeer en verblijf en parkeervoorzieningen. In de
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
56
Bestemmingsplan “Heeten, uitbreiding bedrijventerrein De Telgen III” Ontwerp bestemming zijn geluidzoneringplichtige inrichtingen en risicovolle inrichtingen niet toegestaan, met uitzondering van een BEVI-inrichting in de vorm van een slachterij ter plaatse van de gronden van Hutten Beef. In de bouwregels is onderscheid gemaakt tussen bedrijfsgebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde waarbij in de regels hiervoor tevens een maximale maatvoering is opgenomen. Via afwijkingsbevoegdheden van de bouw- en gebruiksregels kent het bestemmingsplan een zeker mate van flexibiliteit. Groen (Artikel 4) De voor ‘Groen’ aangewezen gronden zijn hoofdzakelijk bestemd voor (infiltratie) groenvoorzieningen, bermen en beplanting, voet en rijwielpaden, een calamiteitenroute en waterlopen en waterpartijen. Binnen deze bestemming mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouw zijnde gebouwd worden. Verkeer (Artikel 5) De hoofdinfrastructuur (ontsluitingswegen en -paden) binnen het plangebied is voorzien van de bestemming ‘Verkeer’. De voor ‘Verkeer’ aangewezen gronden zijn bestemd voor wegen, pleinen, paden en voet- en rijwielpaden. Hieraan ondergeschikt zijn parkeervoorzieningen toegestaan. Binnen deze bestemming mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouw zijnde gebouwd worden. Water (Artikel 6) De grote waterpartijen binnen het plangebied (bergingsvijvers) zijn voorzien van de bestemming ‘Water’.
De voor 'Water' aangewezen gronden zijn bestemd voor waterberging, waterhuishouding en waterlopen. Binnen deze bestemming mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouw zijnde gebouwd worden. Hiervan kan worden afgeweken door Burgemeester en wethouders ten behoeve van waterhuishoudkundige projecten tot een hoogte van maximaal 6 meter en een maximale oppervlakte van 25 m².
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
57
Bestemmingsplan “Heeten, uitbreiding bedrijventerrein De Telgen III” Ontwerp
HOOFDSTUK 8
ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID
Artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening stelt dat de gemeenteraad gelijktijdig met de vaststelling van het bestemmingsplan moet besluiten om al dan niet een exploitatieplan vast te stellen. Hoofdregel is dat een exploitatieplan moet worden vastgesteld bij elk bestemmingsplan. Er zijn echter uitzonderingen. Het is mogelijk dat de raad verklaart dat met betrekking tot een bestemmingsplan geen exploitatieplan wordt vastgesteld indien het verhaal van kosten van de grondexploitatie anderszins is verzekerd of het stellen van nadere eisen en regels niet noodzakelijk is. In het voorliggende geval wordt een exploitatieovereenkomst gesloten tussen initiatiefnemer en de gemeente Raalte. Hierin wordt tevens het risico van planschade opgenomen zodat het kostenverhaal voor de gemeente volledig is verzekerd. Dit brengt met zich mee dat vaststelling van een exploitatieplan achterwege kan blijven.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
58
Bestemmingsplan “Heeten, uitbreiding bedrijventerrein De Telgen III” Ontwerp
HOOFDSTUK 9 9.1
VOOROVERLEG EN INSPRAAK
Vooroverleg
Op grond van artikel 3.1.1 Bro is vooroverleg vereist met het waterschap en met de diensten van de provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. 9.1.1
Het Rijk
In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) zijn de nationale belangen die juridische borging vereisen opgenomen. Het Barro is gericht op doorwerking van nationale belangen in gemeentelijke bestemmingsplannen. Geoordeeld wordt dat dit bestemmingsplan geen nationale belangen schaadt. Daarom is afgezien van het voeren van vooroverleg met het Rijk. 9.1.2
Provincie Overijssel
Het concept-ontwerpbestemmingsplan is voor advies voorgelegd aan de provincie. De provincie heeft aangegeven dat het plan op 23 december 2021 is besproken bij de Omgevingstafel IJsselland en op 11 februari 2021 in het Bestuurlijk Overleg programmeren bedrijventerreinen West-Overijssel. Daarbij is ingestemd met het opnemen van het plan Telgen III (3ha) op de lijst met zachte plannen voor de lokale markt. De provincie geeft aan dat de ontwikkeling aansluit op het bestaande bedrijventerrein wat past bij de principes van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik. Het stedenbouwkundig plan sluit aan bij het maten- en flierenlandschap. Wel wordt gevraagd zorg te dragen voor een goede borging van de retentie in samenhang met de watersystemen in de nabijheid. 9.1.3
Waterschap Drents Overijsselse Delta
Voor het plan is een waterhuishoudkundig plan opgesteld door Buro Hoogstraat (zie hoofdstuk 6). Over dit plan heeft reeds overleg plaatsgevonden met het waterschap. Het waterschap heeft ingestemd met de gekozen principes inzake de waterhuishouding. 9.1.4
Omgevingsdienst IJsselland en Veiligheidsregio IJsselland
Het concept-ontwerpbestemmingsplan is voor advies voorgelegd aan de omgevingsdienst en veiligheidsregio IJsselland. Zij hebben de volgende aandachtpunten aangegeven: •
Voor de brandweer moet een extra ontsluiting worden gecreëerd.
Met betrekking tot het BEVI-bedrijf •
• • •
Op dit moment zijn er koelinstallaties in de markt met veel minder of geen ammoniak. Omdat het een nieuwe installatie betreft wordt geadviseerd de stand der techniek verplicht te stellen. Naar verwachting valt het bedrijf dan niet meer onder het BEVI. Als het bedrijf dit overweegt is de wetgeving BEVI niet van toepassing. Dit heeft voor het bedrijf en omgeving voordelen. De veiligheidsafstanden zijn afhankelijk van de uitvoering van de installatie en de hoeveelheid opgeslagen ammoniak. Onder de huidige wetgeving BEVI moet de installatie worden getoetst aan bijlage 1 van de Regeling externe veiligheid inrichtingen (REVI). Onder de Omgevingswet moet de nieuwe ammoniakkoelinstallatie voor wat betreft het aandachtsgebied worden getoetst aan bijlage VII van het Besluit Kwaliteit Leefomgeving.
In voorliggend plan is een calamiteitenroute opgenomen. Het gaat om een route bestaande uit grasbetontegels. Via deze weg is het plangebied via de IJzerweg te ontvluchten in westelijke richting naar de Dorpsstraat.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
59
Bestemmingsplan “Heeten, uitbreiding bedrijventerrein De Telgen III” Ontwerp Verder is in de regels van het bestemmingsplan opgenomen dat Bevi-inrichtingen zijn niet toegestaan, met uitzondering van gronden ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijventerrein - BEVI inrichting', waar een BEVI-inrichting in de vorm van een slachterij is toegestaan.
9.2
Omgevingstraject
Voor de ontwikkeling is een participatietraject doorlopen. In het kader hiervan is er op 23 december 2021 een overleg geweest met de direct omwonenden van het plan aan de Dorpsstraat/Spanjaarsdijk waarbij het plan is toegelicht en ook de eerste reacties op het voorliggende schetsplan vanuit deze direct omwonenden is opgehaald. Van dit overleg is een verslag gemaakt en ter beoordeling voorgelegd bij de direct omwonenden. Het verslag is akkoord bevonden. De input die vanuit de direct omwonenden is ontvangen wordt zo veel als mogelijk meegenomen in de verdere planuitwerking en nog te voeren overleggen met stichting fiets- en wandelpaden. Informatieavond Op dinsdag 18 januari 2022 heeft er een digitale informatiebijeenkomst plaatsgevonden voor omwonenden en geïnteresseerden/belangstellenden. De aankondiging van deze avond heeft plaatsgevonden in de lokale krant, via de website van het plaatselijk belang, op de projectwebsite en via een verspreide huis-aan-huis uitnodiging. De digitale informatiebijeenkomst is door circa 50 geïnteresseerden bekeken/bezocht. Het doel van deze avond was om een toelichting te geven op het stedenbouwkundig plan aan de hand van een aantal onderwerpen en ook reacties op te halen op het voorgenomen plan. Na afloop van de presentatie is er uitgebreid tijd geweest om vragen te stellen.
Uit de binnengekomen reactie is gebleken dat het merendeel van de vragen, opmerkingen maar ook complimenten van algemene strekking zijn en niet leiden tot een dusdanige aanpassing van het stedenbouwkundig plan. De belangrijkste opmerkingen zijn hieronder samengevat: •
Extra calamiteitenontsluiting op de Dorpstraat/Spanjaarsdijk
In overleg met de gemeente en veiligheidsregio is gekeken naar de mogelijkheid en de eisen en randvoorwaarden die worden gesteld aan een extra calamiteitenontsluiting voor dit plan. In de nadere uitwerking van het plan wordt rekening gehouden met de inpassing van de calamiteitenontsluiting. •
Oneigenlijk gebruik van huidige fiets- en wandelpaden
De huidige fiets- en wandelpaden worden met regelmaat gebruikt als sluiproute naar bedrijventerrein De Telgen II. Bij de aanleg van de extra calamiteitenontsluiting wordt hiermee rekening gehouden door het treffen van voorzieningen. •
Rekening houden met verkeersveiligheid bij aanplant van bomen/begroeiing
In de nadere uitwerking van het plan wordt bij de inpassing van bomen en begroeiing rekening gehouden met de verkeersveiligheid in verband met de oversteek ter hoogte van de Spanjaarsdijk/Spekschateweg zodat een goed zicht door de bocht behouden blijft. •
Inrichting fiets- en wandelpaden
De nadere uitwerking van de inrichting van de fiets- en wandelpaden alsmede de positionering van bankjes, prullenbakken etc. wordt in samenspraak met de Stichting Fiets- en Wandelpaden Heeten en de direct omwonenden van de paden vormgegeven. Voor de start van de bestemmingsplanprocedure wordt hierover nog een informatiebijeenkomst georganiseerd en wordt tevens een terugkoppeling geven over wat er met de op- en aanmerkingen is gedaan. Daarnaast wordt met de omgeving/direct omwonenden samen met de stichting fiets- en wandelpaden 1 of 2 ontwerpsessie georganiseerd voor de invulling en inrichting van de fiets- en wandelpanden. Er wordt naar gestreefd om de belangstellende periodiek (1x per kwartaal) een update per nieuwsbrief te geven en wordt de projectwebsite periodiek en naar gelang de voortgang geactualiseerd.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
60
Bestemmingsplan “Heeten, uitbreiding bedrijventerrein De Telgen III” Ontwerp Verder zal met de stichting Germanen afstemming worden gezocht over het verwijderen en terugplaatsen van de borden langs fiets- en wandelpaden en wordt de stichting aangeboden mee te kijken bij het archeologisch onderzoek.
9.3
Zienswijzen
Deze paragraaf wordt nader ingevuld nadat het ontwerpbestemmingsplan ter inzage heeft gelegen.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
61
Bestemmingsplan “Heeten, uitbreiding bedrijventerrein De Telgen III” Ontwerp
BIJLAGEN BIJ DE TOELICHTING
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
62
Bestemmingsplan “Heeten, uitbreiding bedrijventerrein De Telgen III” Ontwerp
Bijlage 1
Stedenbouwkundig plan
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
63
Bestemmingsplan “Heeten, uitbreiding bedrijventerrein De Telgen III” Ontwerp
Bijlage 2
Akoestisch onderzoek
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
64
Bestemmingsplan “Heeten, uitbreiding bedrijventerrein De Telgen III” Ontwerp
Bijlage 3
Bodemonderzoek
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
65
Bestemmingsplan “Heeten, uitbreiding bedrijventerrein De Telgen III” Ontwerp
Bijlage 4
Stikstofberekening
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
66
Bestemmingsplan “Heeten, uitbreiding bedrijventerrein De Telgen III” Ontwerp
Bijlage 5
Quickscan natuurwaardenonderzoek
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
67
Bestemmingsplan “Heeten, uitbreiding bedrijventerrein De Telgen III” Ontwerp
Bijlage 6
Verkennend archeologisch bureau en veldonderzoek
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
68
Bestemmingsplan “Heeten, uitbreiding bedrijventerrein De Telgen III” Ontwerp
Bijlage 7
Archeologisch inventariserend veldonderzoek - proefsleuven
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
69
Bestemmingsplan “Heeten, uitbreiding bedrijventerrein De Telgen III” Ontwerp
Bijlage 8
Waterhuishoudkundig plan
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
70
Bestemmingsplan “Heeten, uitbreiding bedrijventerrein De Telgen III” Ontwerp
Bijlage 9
Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r. beoordeling
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
71