CConstaterende datRaalte
Koppel je AI →
Document · PDF

Toelichting

Raadsvergadering 18 juli 2023, gemeente RaalteBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan Heeten, uitbreiding bedrijventerrein De Telgen III (hamerstuk)24.365 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Bestemmingsplan Heeten, uitbreiding bedrijventerrein De Telgen III

Januari 2023

Status: Ontwerp

Bestemmingsplan “Heeten, uitbreiding bedrijventerrein De Telgen III” Ontwerp

Bestemmingsplan “Heeten, uitbreiding bedrijventerrein De Telgen III”

Plannaam: IDN: Plantype: Status: Datum:

Bestemmingsplan “Heeten, uitbreiding bedrijventerrein De Telgen III” NL.IMRO.0177.BP20220010-OW01 Bestemmingsplan Ontwerp Januari 2023

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

2

Bestemmingsplan “Heeten, uitbreiding bedrijventerrein De Telgen III” Ontwerp

TOELICHTING

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

3

Bestemmingsplan “Heeten, uitbreiding bedrijventerrein De Telgen III” Ontwerp

INHOUDSOPGAVE HOOFDSTUK 1 INLEIDING ................................................................................... 6 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5

AANLEIDING ............................................................................................................................................... 6 LIGGING VAN HET PLANGEBIED ....................................................................................................................... 6 DE BIJ HET PLAN BEHORENDE STUKKEN ............................................................................................................. 6 HUIDIG PLANOLOGISCH REGIME ...................................................................................................................... 7 LEESWIJZER ................................................................................................................................................ 9

HOOFDSTUK 2 HUIDIGE SITUATIE ....................................................................... 10 HOOFDSTUK 3 GEWENSTE SITUATIE .................................................................... 12 3.1 3.2

GEWENSTE ONTWIKKELING .......................................................................................................................... 12 VERKEER EN PARKEREN ............................................................................................................................... 13

HOOFDSTUK 4 BELEIDSKADER ........................................................................... 15 4.1 4.2 4.3

RIJKSBELEID .............................................................................................................................................. 15 PROVINCIAAL BELEID .................................................................................................................................. 18 GEMEENTELIJK BELEID................................................................................................................................. 27

HOOFDSTUK 5 MILIEU- EN OMGEVINGSASPECTEN ................................................... 32 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7 5.8 5.9

GELUID .................................................................................................................................................... 32 BODEMKWALITEIT ...................................................................................................................................... 33 LUCHTKWALITEIT ....................................................................................................................................... 34 EXTERNE VEILIGHEID ................................................................................................................................... 36 MILIEUZONERING ...................................................................................................................................... 39 GEUR ...................................................................................................................................................... 41 ECOLOGIE................................................................................................................................................. 42 ARCHEOLOGIE & CULTUURHISTORIE .............................................................................................................. 45 BESLUIT MILIEUEFFECTRAPPORTAGE .............................................................................................................. 47

HOOFDSTUK 6 WATERASPECTEN........................................................................ 49 6.1 6.2

VIGEREND BELEID....................................................................................................................................... 49 WATERPARAGRAAF .................................................................................................................................... 50

HOOFDSTUK 7 JURIDISCHE ASPECTEN EN PLANVERANTWOORDING .............................. 55 7.1 7.2 7.3

INLEIDING................................................................................................................................................. 55 OPZET VAN DE REGELS ................................................................................................................................ 55 VERANTWOORDING VAN DE REGELS............................................................................................................... 56

HOOFDSTUK 8 ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID .................................................. 58 HOOFDSTUK 9 VOOROVERLEG EN INSPRAAK ......................................................... 59 9.1 9.2 9.3

VOOROVERLEG .......................................................................................................................................... 59 OMGEVINGSTRAJECT .................................................................................................................................. 60 ZIENSWIJZEN............................................................................................................................................. 61

BIJLAGEN BIJ DE TOELICHTING ............................................................................... 62 BIJLAGE 1 BIJLAGE 2 BIJLAGE 3 BIJLAGE 4 BIJLAGE 5

STEDENBOUWKUNDIG PLAN ................................................................................................................. 63 AKOESTISCH ONDERZOEK ..................................................................................................................... 64 BODEMONDERZOEK ........................................................................................................................... 65 STIKSTOFBEREKENING ......................................................................................................................... 66 QUICKSCAN NATUURWAARDENONDERZOEK ............................................................................................ 67 BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

4

Bestemmingsplan “Heeten, uitbreiding bedrijventerrein De Telgen III” Ontwerp BIJLAGE 6 BIJLAGE 7 BIJLAGE 8 BIJLAGE 9

VERKENNEND ARCHEOLOGISCH BUREAU EN VELDONDERZOEK ..................................................................... 68 ARCHEOLOGISCH INVENTARISEREND VELDONDERZOEK - PROEFSLEUVEN ........................................................ 69 AANMELDNOTITIE VORMVRIJE M.E.R. BEOORDELING ................................................................................. 71 WATERHUISHOUDKUNDIG PLAN............................................................................................................ 70

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

5

Bestemmingsplan “Heeten, uitbreiding bedrijventerrein De Telgen III” Ontwerp

HOOFDSTUK 1 1.1

INLEIDING

Aanleiding

In november 2020 heeft de gemeente Raalte het Strategisch plan bedrijventerreinen Raalte vastgesteld. Middels dit plan is aangetoond dat er sprake is van een onderaanbod van bedrijventerreinen in de kernen Heeten en Heino. Dit onderzoek is afgestemd met de omliggende gemeenten in het bestuurlijk overleg ‘bedrijventerreinprogrammering West-Overijssel’. Vanuit het lokale bedrijfsleven in Heeten is er een toenemende vraag van ondernemers om hun bedrijf in Heeten uit te breiden, waaronder een aantal bedrijven die reeds zijn gevestigd op het aangrenzende bedrijventerrein De Telgen II. Daarnaast is er een bedrijf dat wil verplaatsen vanuit de kern. Met de uitbreiding van het bedrijventerrein De Telgen III kan invulling worden gegeven aan deze concrete behoeften. De uitbreiding heeft een oppervlakte van circa 5 hectare, waarvan circa 2,8 hectare netto uitgeefbaar en sluit qua omvang en stedenbouwkundig ontwerp logisch aan op het reeds aanwezige bedrijventerrein De Telgen. De voorgenomen ontwikkeling is op basis van de geldende bestemmingsplan niet mogelijk. Om de voorgenomen ontwikkeling mogelijk te maken is het noodzakelijk om het bestemmingsplan te herzien. Het voorliggende bestemmingsplan voorziet in de gewenste juridisch-planologische kaders.

In deze toelichting wordt aangetoond dat het voornemen in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening en vanuit ruimtelijk en planologische oogpunt verantwoord is.

1.2

Ligging van het plangebied

Het plangebied ligt aan de zuidzijde van de kern Heeten aansluitend aan het bestaande bedrijventerrein De Telgen. Ten westen grenst de locatie aan de Dorpstraat/Spanjaardsdijk. In afbeelding 1.1 is de ligging van het plangebied ten opzichte van de kern Heeten en de directe omgeving weergegeven.

Afbeelding 1.1

1.3

Ligging plangebied (Bron: PDOK)

De bij het plan behorende stukken

Het bestemmingsplan “Heeten, uitbreiding bedrijventerrein De Telgen III” bestaat uit de volgende stukken: •

verbeelding (tek.nr. NL.IMRO.0177.BP20220010-OW01) en een renvooi;

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

6

Bestemmingsplan “Heeten, uitbreiding bedrijventerrein De Telgen III” Ontwerp •

regels (en bijbehorende bijlagen).

Op de verbeelding zijn de bestemmingen van de in het plan begrepen gronden weergegeven. In de regels zijn bepalingen opgenomen om de uitgangspunten van het plan zeker te stellen. Het plan gaat vergezeld van een toelichting. De toelichting geeft een duidelijk beeld van het bestemmingsplan en van de daaraan ten grondslag liggende gedachten maar maakt geen deel uit van het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan.

1.4

Huidig planologisch regime

1.4.1

Algemeen

Het plangebied ligt binnen de begrenzing van bestemmingsplannen “Heeten”, “Buitengebied Raalte”, “De Telgen, locatie Hutten” en het “Paraplubestemmingsplan Parkeren”. Het bestemmingsplan Buitengebied is diverse malen correctief herzien en in 2020 is een verzamelplan vastgesteld. De herzieningen en het verzamelplan zijn vervat in een geconsolideerde versie “Buitengebied Raalte geconsolideerd 2020”. Deze geconsolideerde versie heeft geen juridische bindende status, maar betreft een werkversie waarin alle relevante, van toepassing zijnde regels en bestemmingen binnen het betreffende bestemmingsplan zijn weergegeven in één set van regels en op één verbeelding. Het plangebied heeft in de huidige situatie de volgende bestemmingen: • • • • • • •

Agrarisch met waarden – Landschapswaarden (enkelbestemming) Groen (enkelbestemming) Water (enkelbestemming) Waarde – Landschap – 1 (dubbelbestemming) Waarde – Archeologische verwachting laag (dubbelbestemming) Reconstructiewetzone – verwevingsgebied (gebiedsaanduiding) Specifieke vorm van water – Bergingsvijver (functieaanduiding)

In afbeelding 1.2 is een uitsnede van de verbeelding van het geldend bestemmingsplan opgenomen waarbij het plangebied van het nieuwe bedrijventerrein met de rode omlijning indicatief is aangegeven. Opgemerkt wordt dat het plangebied op de verbeelding groter is. De gronden ten noorden en ter plaatse van de huidige bedrijfslocatie Hutten Beef zijn meegenomen in dit bestemmingsplan, zodat de bouwvlakken op elkaar aansluiten en er voor het gebied Telgen III inclusief de locatie van Hutten beef één eenduidige bestemmingsplan geldt.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

7

Bestemmingsplan “Heeten, uitbreiding bedrijventerrein De Telgen III” Ontwerp

Afbeelding 1.2

1.4.2

Uitsnede geldende bestemmingsplannen (Bron: www.ruimtelijkeplannen.nl)

Beschrijving bestemmingen

‘Agrarisch met waarde - landschapswaarden’ De voor 'Agrarisch met waarden - Landschapswaarden' aangewezen gronden zijn hoofdzakelijk bestemd voor agrarische doeleinden, de bescherming van de ter plaatse aanwezige landschapswaarden en de bescherming van het woon- en leefmilieu in de aangrenzende kern. Daarnaast zijn er watergangen ten behoeve van de waterhuishouding en fiets- en voetpaden toegestaan. ‘Groen’ De voor ‘Groen’ aangewezen gronden zijn hoofdzakelijk bestemd voor (infiltratie) groenvoorzieningen, bermen en beplanting, voet- en rijwielpaden, speelvoorzieningen, waterlopen en waterpartijen. ‘Water’ De voor ‘Water’ aangewezen gronden zijn hoofdzakelijk bestemd voor waterberging, waterhuishouding en waterlopen. ‘Waarde – Landschap – 1’ De voor 'Waarde – Landschap -1’ aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere aldaar voorkomende bestemming(en), bestemd voor behoud, versterking en ontwikkeling van waarden die samenhangen met de essen, te weten: a. b.

openheid; reliëf;

‘Waarde – Archeologische verwachting laag’ De voor 'Waarde - Archeologische verwachting laag' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor het behoud, de bescherming en/of het herstel van de verwachte archeologische waarden.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

8

Bestemmingsplan “Heeten, uitbreiding bedrijventerrein De Telgen III” Ontwerp 1.4.3

Strijdigheid

Op basis van het geldend bestemmingsplan is de voorgenomen uitbreiding van het bedrijventerrein niet in overeenstemming met de geldende bouw- en gebruiksregels. Een herziening van het bestemmingsplan is daarom noodzakelijk. Voorliggend bestemmingsplan voorziet in het juridisch planologisch kader op basis waarvan de gewenste ontwikkeling mogelijk kan worden gemaakt.

1.5

Leeswijzer

Na deze inleiding wordt in hoofdstuk 2 de huidige situatie van het plangebied beschreven en in hoofdstuk 3 de gewenste situatie. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op het beleidskader. Hierin wordt het beleid van het Rijk, provincie Overijssel en de gemeente Raalte beschreven. In hoofdstuk 5 passeren alle relevante milieuthema's de revue. Hoofdstuk 6 gaat in op de wateraspecten. In de hoofdstukken 7 en 8 wordt respectievelijk ingegaan op de juridische aspecten/planverantwoording en de economische uitvoerbaarheid. Hoofdstuk 9 gaat in op het vooroverleg en de inspraak.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

9

Bestemmingsplan “Heeten, uitbreiding bedrijventerrein De Telgen III” Ontwerp

HOOFDSTUK 2

HUIDIGE SITUATIE

Het plangebied bevindt zich aan de zuidzijde van de kern Heeten aansluitend op het bestaande bedrijventerrein De Telgen. Ten westen grenst de locatie aan de Dorpstraat/Spanjaardsdijk. Het plangebied zelf bestaat grotendeels uit agrarische cultuurgronden/weiland. Aan de noordoostzijde bevinden zich twee bergingsvijvers ten behoeve van de hemelwaterafhandeling van het bestaande bedrijventerrein. Langs deze vijvers loopt het Doorninckspad. In afbeelding 2.1 is een luchtfoto van de huidige situatie in het plangebied weergegeven.

Afbeelding 2.1

Luchtfoto van het plangebied (Bron: PDOK)

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

10

Bestemmingsplan “Heeten, uitbreiding bedrijventerrein De Telgen III” Ontwerp

Afbeelding 2.2

Foto’s bestaande situatie (Bron: Google Streetview)

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

11

Bestemmingsplan “Heeten, uitbreiding bedrijventerrein De Telgen III” Ontwerp

HOOFDSTUK 3

GEWENSTE SITUATIE

In hoofdstuk 2 is reeds ingegaan op de huidige situatie binnen het plangebied. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de gewenste invulling van het plangebied.

3.1

Gewenste ontwikkeling

Zoals in hoofdstuk 1 reeds is benoemd, is in het Strategisch plan bedrijventerreinen Raalte (vastgesteld november 2020) aangetoond dat er sprake is van een onderaanbod van bedrijventerrein in de kernen Heeten en Heino. Vanuit het lokale bedrijfsleven in Heeten is er een toenemende vraag van ondernemers om hun bedrijf in Heeten uit te breiden, waaronder een paar bedrijven die reeds zijn gevestigd op het aangrenzende De Telgen II en één bedrijf dat nu is gevestigd aan de Dorpsstraat dat wil verplaatsen naar het nieuwe bedrijventerrein. De uitbreiding van het bedrijventerrein genaamd De Telgen III heeft een oppervlakte van circa 5 hectare, waarvan circa 2,8 hectare netto uitgeefbaar. De uitbreiding sluit logisch aan op het reeds aanwezige bedrijventerrein De Telgen. Op het bedrijventerrein wordt net als op het bestaande terrein in de basis bedrijvigheid tot milieucategorie 3.2 toegestaan. Explorius Vastgoedontwikkeling heeft in samenwerking met Bureau Stedebouw en in afstemming met de lokale ondernemers en de gemeente Raalte een stedenbouwkundig schetsontwerp voor dit gebied opgesteld. In dit planproces is ook de omgeving geraadpleegd via een participatie-bijeenkomst. In afbeelding 3.1 is het stedenbouwkundig plan weergegeven, het volledige stedenbouwkundig plan is opgenomen in bijlage 1. In hoofdstuk 9 wordt nader ingegaan op het doorlopen participatietraject.

Afbeelding 3.1

Stedenbouwkundig plan Telgen II (Bron: Explorius/Bureau Stedebouw)

Het stedenbouwkundig plan is per onderwerp uitgewerkt. Hierin wordt ingegaan op: BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

12

Bestemmingsplan “Heeten, uitbreiding bedrijventerrein De Telgen III” Ontwerp Groen en water Bij de inrichting van De Telgen III is gestreefd naar een groene inrichting van de buitenruimte. De groenstructuur zorgt ervoor dat het zicht op de toekomstige bedrijven grotendeels wordt ontnomen. In het zuidwesten wordt de bestaande IJzerweg doorgetrokken. De weg eindigt in een groen vizier richting het landschap. De groenstructuur draagt daarnaast bij aan een prettige wandelroute. De buitenruimte nodigt hierdoor uit voor een lunchwandeling of een ommetje vanuit de aangrenzende buurt. Infrastructuur In het ontwerp is een duidelijke scheiding te zien tussen de smalle wandelpaden en het stratenpatroon dat voor de ontsluiting van de kavels dient. Het stratenpatroon sluit aan op de bestaande straten van De Telgen II. Er wordt een zuidelijke aftakking aan de IJzerweg gecreëerd. De situering van de wandelpaden stimuleert het lopen van een ommetje. De wandelpaden zijn vanuit de aangrenzende buurten toegankelijk vanaf de Dorpsstraat, de Poelweg en op twee plekken vanaf de IJzerweg. Op deze manier kan het nieuwe voetpad geïntegreerd worden in het bestaande netwerk van voetpaden. Verder is in het plan een calamiteitenroute aangelegd bestaande uit grasbetontegels. Via deze weg is het plangebied via de IJzerweg te ontvluchten in westelijke richting naar de Dorpsstraat.

Grondgebruik en kavelmaatvoering De Telgen III zal ruimte bieden aan 10 kavels. Voor ieder kavel geldt dat het bouwvlak maximaal 65% van het kavel beslaat.

3.2

Verkeer en parkeren

3.2.1

Verkeer

Voor het maken van een inschatting van de hoeveelheid autoverkeer dat wordt gegenereerd bij ruimtelijke ontwikkelingen, zijn kencijfers verkeersgeneratie ontwikkeld. Onder verkeersgeneratie wordt hierbij verstaan de totale hoeveelheid gemotoriseerd verkeer (exclusief openbaar vervoer) die gedurende een gekozen tijdsperiode naar de beoogde ontwikkeling toe rijdt en hiervan weg rijdt. Voor de verkeersgeneratie wordt aangesloten bij de publicatie ‘Toekomstbestendig parkeren, publicatie 381 (december 2018)’ van het CROW. Deze kencijfers zijn gebaseerd op literatuuronderzoek en praktijkervaringen van gemeenten. De kencijfers zijn landelijk (en juridisch) geaccepteerd en worden gezien als de meest betrouwbare gegevens met betrekking tot het bepalen van de verkeergeneratie en het benodigde aantal parkeerplaatsen. Uitgangspunten Het plangebied is gelet op de omgevingsadressendichtheid (CBS Statline) gelegen in een gebied met de stedelijkheidsgraad 'weinig stedelijk', in een deel van gemeente Raalte dat behoort tot of gaat behoren tot het gebiedstype 'rest bebouwde kom'. In voorliggend geval gaat het om een bedrijventerrein waar bedrijven met een maximale milieucategorie 3.2 gehuisvest mogen worden.

Wanneer voor een gebied met de functie bedrijventerrein nog geen bedrijfsspecifieke informatie voorhanden is, kan toch een globale berekening van de verkeersgeneratie en parkeerbehoefte worden gemaakt. De publicatie 'Toekomstbestendig parkeren' van het CROW heeft aan dat hiervoor wordt gekeken naar het type bedrijventerrein. In voorliggend geval is sprake van het bedrijventerreintype: 'Gemengd bedrijventerrein'. Voor een gemengd bedrijventerrein geldt per netto hectare bedrijventerrein de volgende verkeersgeneratie per weekdagetmaal: • •

128 personenauto's en middelzwaar verkeer 30 vrachtauto's

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

13

Bestemmingsplan “Heeten, uitbreiding bedrijventerrein De Telgen III” Ontwerp Voor het parkeren is gekeken naar een bandbreedte tussen de volgende bedrijfstypen die binnen een gemengd bedrijventerrein kunnen voorkomen: • •

bedrijf arbeidsintensief/bezoekersextensief (gemiddeld 2,65 parkeerplaatsen per 100 m2 bvo) bedrijf arbeidsextensief/bezoekersintensief (gemiddeld 0,85 parkeerplaatsen per 100 m2 bvo)

Voor het bepalen van de verkeersgeneratie is het aantal m2 bvo bepalend. In voorliggend geval wordt uitgegaan van circa 2,8 ha uitgeefbare gronden. Berekening verkeersgeneratie Op basis van bovenstaande gegevens is er sprake van een verkeersgeneratie van circa: • •

359 personenauto's per weekdagetmaal (2,8 x 128) 84 vrachtauto's per weekdagetmaal (2,8 x 30)

De totale verkeergeneratie bedraagt hiermee circa 443 voertuigbewegingen per weekdagetmaal. Het nieuwe gedeelte van bedrijventerrein De Telgen wordt via de bestaande wegen ontsloten op de rotonde aan de Holterweg. Het verkeer kan vervolgens via de N332 in de richting van Raalte (noordelijk) en de richting van Holten en de snelweg A1 in (zuidoost). Het betreft hier een verkeersveilige ontsluiting. Het omliggende wegennet kan de aangegeven toename van verkeersbewegingen eenvoudig verwerken. 3.2.2

Parkeren

Het benodigde of gewenste aantal parkeerplaatsen bij ruimtelijke ontwikkelingen kan worden bepaald op basis van parkeerkencijfers of op basis van parkeernormen. Parkeerkencijfers zijn op de praktijk gebaseerde cijfers van de verwachte parkeerbehoefte. Parkeernormen staan voor het aantal vereiste parkeerplaatsen per type bestemming. Op basis van deze parkeernormen wordt parkeerbeleid veelal vormgegeven. Voor het berekenen van de parkeerbehoefte wordt in dit geval aangesloten bij de uitgangspunten uit de nota ‘Parkeernormen Raalte 2015’ (vastgesteld 3 november 2015). Deze parkeernormen zijn geënt op de landelijke parkeerkencijfers van het CROW. In het Paraplubestemmingsplan Parkeren (vastgesteld 27 september 2018) is dit parkeerbeleid voor alle bestemmingsplannen van de gemeente Raalte vastgelegd. Uitgangspunten Dezelfde uitgangspunten als benoemd in 3.2.1 worden gehanteerd Berekening parkeerbehoefte Op basis van bovenstaande gegevens is er sprake van een parkeerbehoefte van afgerond 238 (28000:100=280x0,85) tot 742 (28000:100=280x2,65) parkeerplaatsen. In voorliggend bestemmingsplan zijn conform het paraplubestemmingsplan Parkeren parkeerregels opgenomen waarmee dit juridisch is gewaarborgd. Met onderhavig plan wordt de benodigde parkeerruimte voorzien op eigen terrein. De bedrijfskavels bieden hiervoor voldoende ruimte.

Het benodigde aantal parkeerplekken per bedrijf is afhankelijk van het bedrijfstype en de grootte van het bedrijf. Er wordt met de uitbreiding geen openbare parkeergelegenheid gerealiseerd. De straten worden zo ingericht dat er geen ruimte is voor het parkeren van vrachtwagens langs de weg. 3.2.3

Conclusie

Het aspect ‘verkeer en parkeren’ vormt geen belemmering voor de uitvoering van voorliggend plan.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

14

Bestemmingsplan “Heeten, uitbreiding bedrijventerrein De Telgen III” Ontwerp

HOOFDSTUK 4

BELEIDSKADER

Dit hoofdstuk beschrijft, voor zover van belang, het rijks-, provinciaal- en gemeentelijk beleid. Naast de belangrijkste algemene uitgangspunten worden de specifieke voor dit plangebied geldende uitgangspunten weergegeven.

4.1

Rijksbeleid

4.1.1

Nationale Omgevingsvisie (NOVI)

4.1.1.1 Algemeen Nederland staat voor grote uitdagingen die van invloed zijn op onze fysieke leefomgeving. Complexe opgaven zoals verstedelijking, verduurzaming en klimaatadaptatie zijn nauw met elkaar verweven. Dat vraagt een nieuwe, integrale manier van werken waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) zorgt voor een gezamenlijke aanpak die leidt tot een duurzaam perspectief voor onze leefomgeving. Dit is nodig om onze doelen te halen en is een zaak van overheid en samenleving. 4.1.1.2 Vier prioriteiten Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Dit komt samen in vier prioriteiten. 1.

Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie

Nederland moet zich aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering. In 2050 is Nederland klimaatbestendig en waterrobuust. Dit vraagt om maatregelen in de leefomgeving, waarmee tegelijkertijd de leefomgevingskwaliteit verbeterd kan worden en kansen voor natuur geboden kunnen worden. In 2050 heeft Nederland daarnaast een duurzame energievoorziening. Dit vraagt echter om ruimte. Door deze ruimte zoveel mogelijk te clusteren, wordt versnippering van het landschap voorkomen en wordt de ruimte zo efficiënt mogelijk benut. Het Rijk zet zich in door het maken van ruimtelijke reserveringen voor het hoofdenergiesysteem op nationale schaal. 2.

Duurzaam economisch groeipotentieel

Nederland werkt toe naar een duurzame, circulaire, kennisintensieve en internationaal concurrerende economie in 2050. Daarmee kan ons land zijn positie handhaven in de top vijf van meest concurrerende landen ter wereld. Er wordt ingezet op een innovatief en sterk vestigingsklimaat met een goede quality of life. Belangrijk is wel dat onze economie toekomstbestendig wordt, oftewel concurrerend, duurzaam en circulair. 3.

Sterke en gezonde steden en regio’s

Er zijn vooral in steden en stedelijke regio’s nieuwe locaties nodig voor wonen en werken. Het liefst binnen de bestaande stadsgrenzen, zodat de open ruimten tussen stedelijke regio’s behouden blijven. Dit vraagt optimale afstemming op en investeringen in mobiliteit. Dit betekent dat voorafgaand aan de keuze van nieuwe verstedelijkingslocaties helder moet zijn welke randvoorwaarden de leefomgevingskwaliteit en -veiligheid daar stelt en welke extra maatregelen nodig zijn wanneer er voor deze locaties wordt gekozen. Zo blijft de gezondheid in steden en regio’s geborgd. 4.

Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied

Er ontstaat een nieuw perspectief voor de Nederlandse landbouwsector als koploper in de duurzame kringlooplandbouw. Een goed verdienpotentieel voor de bedrijven wordt gecombineerd met een minimaal effect op de omgevingskwaliteit van lucht, bodem en water. In alle gevallen zet het Rijk in op ontwikkeling van de karakteristieke eigenschappen van het Nederlandse landschap. Dit vertegenwoordigt

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

15

Bestemmingsplan “Heeten, uitbreiding bedrijventerrein De Telgen III” Ontwerp een belangrijke cultuurhistorische waarde. Verrommeling en versnippering, bijvoorbeeld door wildgroei van distributiecentra, is ongewenst en wordt tegengegaan. 4.1.1.3 Afwegingsprincipes De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven is combinaties te maken en win-win situaties te creëren, maar dit is niet altijd mogelijk. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: 1.

Combinatie van functies gaan voor enkelvoudige functies. In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte;

2.

Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal. Het verschilt tussen gebieden wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling en tussen concurrentiekracht en leefbaarheid. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere;

3.

Afwentelen wordt voorkomen. Het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie inwoners, zonder dat dit ten komst gaat van die van toekomstige generaties

4.1.1.4 Ladder voor duurzame verstedelijking In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR: voorganger van de NOVI) is de ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd. Deze ladder is per 1 oktober 2012 als motiveringseis in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6, lid 2) opgenomen. Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Hierbij geldt een motiveringsvereiste voor het bevoegd gezag als nieuwe stedelijke ontwikkelingen planologisch mogelijk worden gemaakt. Teneinde een ontwikkeling adequaat te kunnen toetsen aan de ladder is het noodzakelijk inzicht te geven in de begrippen 'bestaand stedelijk gebied' en 'stedelijke ontwikkeling'. In de Bro zijn in artikel 1.1.1 definities opgenomen voor: bestaand stedelijk gebied: 'bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur'.

stedelijke ontwikkeling: ´ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.´ Bij het beschrijven van de behoefte dient te worden uitgegaan van het saldo van de aantoonbare vraag naar de voorgenomen ontwikkeling (de komende tien jaar, zijnde de looptijd van het bestemmingsplan) verminderd met het aanbod in planologische besluiten, ook als het feitelijk nog niet is gerealiseerd (harde plancapaciteit). 4.1.2

Toetsing van het initiatief aan de uitgangspunten in het rijksbeleid

De Nationale Omgevingsvisie laat zich niet specifiek uit over dergelijke lokale ontwikkelingen. De uitbreiding van bedrijventerrein De Telgen kan gelet op haar aard en omvang worden aangemerkt als een nieuwe stedelijke ontwikkeling en is daarmee ladderplichtig. In het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is de verplichting opgenomen om in het geval van een nieuwe stedelijke ontwikkeling in de toelichting bij een bestemmingsplan een onderbouwing op te nemen van nut en noodzaak van de nieuwe stedelijke ruimtevraag en de ruimtelijke inpassing. Op basis van de definitie van het Bro moet worden geconcludeerd dat het plangebied niet binnen bestaand stedelijk gebied ligt. Daarom dient niet alleen de behoefte onderbouwd te worden, maar moet ook nagegaan worden of er geen alternatieven binnen bestaand stedelijk gebied voorhanden zijn. Hierna wordt de ontwikkeling aan de hand van het ‘Strategisch plan bedrijventerreinen Raalte’ getoetst aan de Ladder voor duurzame verstedelijking.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

16

Bestemmingsplan “Heeten, uitbreiding bedrijventerrein De Telgen III” Ontwerp Is er behoefte aan de voorgenomen ontwikkeling? Bij het beschrijven van de behoefte dient te worden uitgegaan van het saldo van de aantoonbare vraag naar de voorgenomen ontwikkeling verminderd met het aanbod in planologische besluiten, ook als het feitelijk nog niet is gerealiseerd (harde plancapaciteit). In voorliggend geval is uit het onderzoek, dat is uitgevoerd in het kader van het ‘Strategisch plan bedrijventerreinen Raalte (november 2020)’, naar voren gekomen dat de gemeente Raalte op papier een kwantitatief overaanbod heeft van 6,7 hectare bedrijfsgrond voor de periode tot en met 2030. Met andere woorden, op basis van de provinciale behoefteraming en de regionale afspraken heeft Raalte meer dan voldoende ruimte beschikbaar om groeiende bedrijven en nieuwe vestigingen van bedrijven te faciliteren. Omdat de regionale afspraken als doel hebben om overaanbod terug te dringen, heeft de gemeente Raalte daarom met de regio afgesproken dat zij een strategisch plan opstelt om in balans te komen. In dit strategisch plan wordt achtereenvolgens een overzicht gegeven van de huidige bedrijventerreinen en ontwikkelingen hier, de uitgangspunten voor het strategisch plan en de wijze waarop de gemeente Raalte vraag en aanbod aan bedrijfsgrond in balans brengt voor de komende jaren.

De analyses die ten grondslag liggen aan dit strategisch plan zijn uitgevoerd door Stec Groep in het voorjaar van 2020. Uit het onderzoek komt naar voren dat er drie kernen zijn waar nog bedrijfsgrond beschikbaar is of er plannen zijn om nieuwe bedrijfsgrond te realiseren. Dit zijn Raalte, Heino en Heeten. In Raalte is aanbod beschikbaar op De Zegge VI en VII, deze gronden beschikken reeds over een onherroepelijk bestemmingsplan. Het aanbod van Heeten (0,2 hectare) en Heino (3,5 hectare) maken ook onderdeel uit van de regionale programmeringsafspraken maar liggen nog niet vast in een bestemmingsplan en zijn daarom als zachte capaciteit aan te merken. In de marktregio staat buiten de gemeentegrenzen geen nieuw bestemmingsplan op de regionale planlijst. Hoewel er cijfermatig sprake van een overaanbod voor de gehele gemeente Raalte, hebben ondernemers op de bedrijventerreinen een lokale binding en zijn belangrijk voor de leefbaarheid van de betreffende kernen. De opgave uit de regionale programmering verdient verder enige nuance. Op basis van analyses is het overaanbod in de kern Raalte slechts zeer beperkt, namelijk 1,7 à 2,7 hectare. Tegelijkertijd is er in Heino en Heeten feitelijk helemaal geen sprake van een overaanbod, omdat hier alleen ‘zacht’ aanbod is.

Daar is juist sprake van een behoefte van in totaal 2,6 à 2,8 hectare, hoewel die behoefte weliswaar kleiner is dan het totaal aan (zachte) plannen dat daar ligt. De verschillende kernen onderscheiden zich qua type bedrijvigheid die er gevestigd is, zowel in omvang van de bedrijven als in het aandeel van de bedrijventerreinen in de totale werkgelegenheid. In Heeten is bedrijventerrein De Telgen II ontwikkeld met plek voor bedrijven en woon-/werkkavels. Nu dit volledig is afgerond blijkt er vanuit het lokale bedrijfsleven en de Heetense Ondernemers Vereniging nog steeds behoefte aan bouwkavels in Heeten, zodat bedrijven kunnen doorgroeien en/of zich kunnen vestigen in het dorp. De bedrijven hebben allen een binding met Heeten en een groot deel van het personeelsbestand is afkomstig uit Heeten of omliggende plaatsen. Het betreft hier dus een zeer concrete lokale behoefte waarbij aangesloten wordt bij de vraag naar ruimte van lokale ondernemers die zich willen vestigen, ondernemers die reeds op het bestaande bedrijventerrein zitten en willen uitbreiden of bestaande ondernemers die zich vanuit de kern Heeten willen vestigen (verplaatsing). Het betreft hier bijvoorbeeld een bedrijf dat momenteel op korte afstand aan de Dorpsstraat gevestigd is. Verplaatsing van dit bedrijf naar Telgen III biedt mogelijkheden voor herontwikkeling van de locatie aan de Dorpsstraat naar woningbouw.

Uit een inventarisatie van de Heetense Ondernemers Vereniging is gebleken dat er behoefte is aan de uitbreiding van bedrijventerrein Telgen II met circa 3 hectare netto uitgeefbaar terrein. Dit sluit aan bij de conclusies van het strategisch plan bedrijventerrein Raalte waarin aangetoond is dat er een onderaanbod is aan bedrijventerrein in de kern Heeten. De ontwikkeling wordt door de lokale ondernemersvereniging van Heeten en een lijst van ca. 10 in Heeten gevestigde bedrijven die graag willen uitbreiden ondersteund. Met de voorgenomen uitbreiding zoals beschreven in Hoofdstuk 3 wordt aan deze lokale behoefte tegemoet gekomen en wordt bijgedragen aan de werkgelegenheid en leefbaarheid van de kern Heeten en haar omgeving. Noodzaak ontwikkelen buiten bestaand stedelijk gebied De ruimtevraag in Nederland moet bij voorkeur worden opgevangen in het bestaand stedelijk gebied. In het Bro is in artikel 1.1.1 een definitie opgenomen voor bestaand stedelijk gebied. De definitie luidt: 'bestaand

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

17

Bestemmingsplan “Heeten, uitbreiding bedrijventerrein De Telgen III” Ontwerp stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur'. Als de ontwikkeling buiten bestaand stedelijk gebied is gepland, moet op grond van artikel 3.1.6 lid 2 Bro gemotiveerd worden waarom niet binnen bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Daarbij spelen de beschikbaarheid en geschiktheid van locaties binnen bestaand stedelijk gebied een rol. Argumenten dat binnen bestaand stedelijk gebied geen mogelijkheden zijn voor de nieuwe stedelijke ontwikkeling kunnen bijvoorbeeld betrekking hebben op: • •

•

kwalitatieve aspecten van de behoefte (denk bijvoorbeeld aan de aard en schaal van de bedrijvigheid die niet binnen bestaand stedelijk gebied kunnen worden ingepast); andere functies die ter plaatse al aanwezig zijn of, op grond van ruimtelijk beleid zoals een structuurvisie worden beoogd. Bijvoorbeeld park, maatschappelijke functies of woonplannen die later worden beoogd. aanzienlijke investeringen die eerst nodig zijn voor de inbreidingsplekken, bijvoorbeeld vanwege milieuaspecten die kunnen spelen op inbreidingsplekken.

Deze ontwikkeling voorziet in de uitbreiding van het bestaande bedrijventerrein De Telgen. De uitbreiding in zuidelijke richting is een logisch vervolg op de ontwikkeling van het bedrijventerrein die sinds eind jaren '90 plaatsvindt. Binnen het bestaand bebouwd gebied van Heeten zijn geen geschikte inbreidingslocaties aanwezig om de lokale behoefte aan bedrijvenkavels in te vullen en bovendien conflicteert de functie bedrijventerrein met bijbehorende geluid- en verkeershinder met de woonfuncties binnen de bestaande kern. Zoals hierboven reeds beargumenteerd is er sprake van een lokale behoefte/lokale gebondenheid van ondernemers uit Heeten, waardoor de vraag niet kan worden ingevuld op het bedrijventerrein bij kernen in de omgeving van Heeten. Tenslotte wordt opgemerkt dat de beoogde uitbreiding van het bedrijventerrein past binnen de gemeentelijke ambities zoals verwoord in het Strategisch plan bedrijventerreinen Raalte dat in november 2020 door de gemeenteraad is vastgesteld en regionaal is afgestemd met de omliggende gemeenten in het bestuurlijk overleg bedrijventerreinprogrammering West-Overijssel. In voorliggend geval is de uitbreiding ruimtelijk verantwoord (zie hiervoor ook de conclusies in hoofdstuk 5). Bereikbaarheid Een goede ontsluiting is één van de redenen het bedrijventerrein De Telgen aan de oostzijde van de kern Heeten is ontwikkeld.

Het bedrijventerrein wordt via de ontsluiting op de Holterweg (via een rotonde) ontsloten op de N332 in de richting van Raalte (noordelijk) en de richting van Holten en de snelweg A1 in zuidoostelijke richting. De uitbreiding wordt via dezelfde ontsluiting ontsloten. Gelet op het voorgaande geldt dat met deze ontwikkeling wordt voldaan aan de uitgangspunten van de 'Ladder voor duurzame verstedelijking'. Er is sprake van verantwoord ruimtegebruik. Conclusie toetsing ladder voor duurzame verstedelijking Resumerend kan worden geconcludeerd dat het rijksbeleid geen belemmering vormt voor de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling.

4.2

Provinciaal beleid

Het provinciaal beleid is verwoord in tal van plannen. Het belangrijkste plan betreft de Omgevingsvisie Overijssel, welke is verankerd in de Omgevingsverordening. 4.2.1

Omgevingsvisie Overijssel

De Omgevingsvisie Overijssel is het integrale provinciale beleidsplan voor de fysieke leefomgeving van Overijssel. De hoofdambitie van de Omgevingsvisie is een toekomstvaste groei van welvaart en welzijn met een verantwoord beslag op de beschikbare natuurlijke hulpbronnen en voorraden. Leidende thema’s voor de Omgevingsvisie zijn: • •

Duurzaamheid; Ruimtelijke kwaliteit. BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

18

Bestemmingsplan “Heeten, uitbreiding bedrijventerrein De Telgen III” Ontwerp Enkele belangrijke beleidskeuzes waarmee de provincie haar ambities wil realiseren zijn: • • •

• 4.2.2

door meer aandacht voor herstructurering wordt ingezet op een breed spectrum aan woon-, werk- en mixmilieu’s; dorpen en steden worden gestimuleerd hun eigen kleur te ontwikkelen; investeren in een hoofdinfrastructuur voor wegverkeer, trein, fiets en waarbij veiligheid en doorstroming centraal staan; zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik; deze methode gaat ervan uit dat eerst het gebruik van de ruimte wordt geoptimaliseerd, dan de mogelijkheid van meervoudig ruimtegebruik wordt onderzocht en dan pas de mogelijkheid om het ruimtegebruik uit te breiden, wordt bekeken; ruimtelijke plannen ontwikkelen aan de hand van gebiedskenmerken en keuzes voor duurzaamheid. Omgevingsverordening Overijssel

De provincie beschikt over een palet aan instrumenten waarmee zij haar ambities realiseert. Het gaat er daarbij om steeds de meest optimale mix van instrumenten toe te passen, zodat effectief en efficiënt resultaat wordt geboekt voor alle ambities en doelstellingen van de Omgevingsvisie. De keuze voor inzet van deze instrumenten is bepaald aan de hand van een aantal criteria. In de Omgevingsvisie is bij elke beleidsambitie een realisatieschema opgenomen waarin is aangegeven welke instrumenten de provincie zal inzetten om de verschillende onderwerpen van provinciaal belang te realiseren. Eén van de instrumenten om het beleid uit de Omgevingsvisie te laten doorwerken is de Omgevingsverordening Overijssel. De Omgevingsverordening is het provinciaal juridisch instrument dat wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch geborgd is. 4.2.3

Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel

De opgaven, kansen, beleidsambities en ruimtelijke kwaliteitsambities voor de provincie zijn in de Omgevingsvisie Overijssel geschetst in ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en stedelijke omgeving. Om de ambities van de provincie waar te maken, bevat de Omgevingsvisie een uitvoeringsmodel. Dit model is gebaseerd op drie niveaus, te weten: 1. 2. 3.

Of – generieke beleidskeuzes; Waar – ontwikkelingsperspectieven; Hoe – gebiedskenmerken.

Deze begrippen worden hieronder nader toegelicht. Of – generieke beleidskeuzes Generieke beleidskeuzes zijn keuzes die bepalend zijn voor de vraag of ontwikkelingen nodig dan wel mogelijk zijn. In deze fase wordt beoordeeld of er sprake is van een maatschappelijke opgave. Of een initiatief mogelijk is, wordt onder andere bepaald door generieke beleidskeuzes van EU, Rijk of provincie. Denk aan beleidskeuzes om basiskwaliteiten als schoon drinkwater en droge voeten te garanderen. Andere generieke beleidskeuzes betreffen het voorkomen van overaanbod van bijvoorbeeld woningbouw- en kantoorlocaties. Ook wordt in deze fase de zogenaamde Overijsselse ladder voor duurzame verstedelijking gehanteerd. Deze Overijsselse ladder geeft een nadere invulling aan de vraag hoe de behoefte moet worden bepaald, zowel in de stedelijke als in de groene omgeving, en op welke wijze de regionale afstemming vorm gegeven moet worden. Integraliteit, toekomstbestendigheid, concentratiebeleid, (boven)regionale afstemming en zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik zijn beleidskeuzes die invulling geven aan de Overijsselse ladder voor duurzame verstedelijking. Voor specifieke gebieden in Overijssel geldt dat niet alle initiatieven mogelijk zijn.

Dit heeft te maken met zwaarwegende publieke belangen, gebiedsspecifieke beleidskeuzes om de zwaarwegende publieke belangen te borgen, zijn: reservering voor waterveiligheid en beperking wateroverlast, drinkwater/grondwaterbeschermingsgebieden, het Natuurnetwerk Nederland, de Nationale Landschappen en het provinciaal routenetwerk transport gevaarlijke stoffen. BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

19

Bestemmingsplan “Heeten, uitbreiding bedrijventerrein De Telgen III” Ontwerp Waar – ontwikkelingsperspectieven Als uit de beoordeling in het kader van de generieke beleidskeuzes blijkt dat de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling aanvaardbaar is, vindt een toets plaats aan de ontwikkelingsperspectieven. In de Omgevingsvisie is een spectrum van zes ontwikkelperspectieven beschreven voor de groene en stedelijke omgeving. Met dit spectrum geeft de provincie ruimte voor het realiseren van de in de visie beschreven beleids- en kwaliteitsambities. De ontwikkelperspectieven geven richting aan wat waar ontwikkeld zou kunnen worden. Daar waar generieke beleidskeuzes een geografische begrenzing hebben, zijn ze consistent doorvertaald in de ontwikkelingsperspectieven. De ontwikkelingsperspectieven zijn richtinggevend en bieden de nodige flexibiliteit voor de toekomst. Hoe - gebiedskenmerken Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch cultuurlandschap, stedelijke laag en laag van de beleving) gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en –opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. Het is de vraag 'hoe' een ontwikkeling invulling krijgt. Aan de hand van de drie genoemde niveaus kan worden bezien of een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk is en er behoefte aan is, waar het past in de ontwikkelingsvisie en hoe het uitgevoerd kan worden.

Afbeelding 4.1 geeft dit schematisch weer.

Afbeelding 4.1

4.2.4

Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel (Bron: Provincie Overijssel)

Toetsing van het initiatief aan het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel

Indien het concrete initiatief wordt getoetst aan de Omgevingsvisie Overijssel ontstaat globaal het volgende beeld.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

20

Bestemmingsplan “Heeten, uitbreiding bedrijventerrein De Telgen III” Ontwerp 4.2.4.1 Of - Generieke beleidskeuzes Bij de afwegingen in de eerste fase “generieke beleidskeuzes” zijn artikel 2.1.3, artikel 2.3.2 en artikel 4.6.4 van de Omgevingsverordening Overijssel van belang. Hierna wordt nader ingegaan op de genoemde artikelen.

Artikel 2.1.3 Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik Lid 1: Bestemmingsplannen voorzien uitsluitend in stedelijke ontwikkelingen die een extra ruimtebeslag door bouwen en verharden leggen op de groene omgeving wanneer aannemelijk is gemaakt: 1.

2.

dat er voor deze opgave in redelijkheid geen ruimte beschikbaar is binnen het bestaande bebouwd gebied en de ruimte binnen het bestaand bebouwd gebied ook niet geschikt te maken is door herstructurering en/of transformatie; dat mogelijkheden voor meervoudig ruimtegebruik binnen het bestaand bebouwd gebied optimaal zijn benut.

In de Omgevingsverordening Overijssel is het begrip “groene omgeving” nader gedefinieerd als: de gronden die niet vallen onder bestaand bebouwd gebied. In de Omgevingsverordening Overijssel is het begrip “bestaand bebouwd gebied” nader gedefinieerd als: de gronden binnen steden en dorpen die benut kunnen worden voor stedelijke functies op grond van geldende bestemmingsplannen en op grond van voorontwerp-bestemmingsplannen voor zover de provinciale diensten daarover schriftelijk een positief advies hebben uitgebracht in het kader van het vooroverleg als bedoeld in artikel 3.1.1 Bro; Toetsing van het initiatief aan artikel 2.1.3 Het initiatief betreft de uitbreiding van het bedrijventerrein De Telgen. Het plangebied ligt weliswaar buiten de stedelijke netwerken, maar wel direct tegen het bestaande bedrijventerrein aan. Zoals ook blijkt uit paragraaf 4.1.2 (Laddertoets) voldoet de voorgenomen ontwikkeling aan de 'Ladder voor duurzame verstedelijking' en is er geen ruimte binnen het bestaand bebouwd gebied om de lokale Heetense vraag naar bedrijfskavels op te vangen. Om voldoende vestigingsmogelijkheden voor bedrijven te bieden in de kern Heeten is uitbreiding van bedrijventerrein Telgen noodzakelijk. Samenvattend wordt geconcludeerd dat in voldoende mate rekening is gehouden met het gestelde in artikel 2.1.3.

Artikel 2.3.2 Realisatie nieuw bedrijventerrein 1.

2. 3.

4.

5.

6.

Bestemmingsplannen voorzien uitsluitend in de mogelijkheid tot het realiseren van nieuw bedrijventerrein als de behoefte daaraan is aangetoond door middel van actueel onderzoek bedrijventerreinen. In bestemmingsplannen wordt in maximaal 80% van de behoefte aan nieuwe bedrijventerreinen, zoals vastgesteld in het kader van actueel onderzoek bedrijventerreinen, voorzien. In bestemmingsplannen van gemeenten waarvoor afspraken bedrijventerreinen van toepassing zijn, mag - in afwijking van lid 2 - in een hoger percentage dan 80% worden voorzien, met een maximum van 100% van de behoefte zoals vastgesteld in het kader van de afspraken bedrijventerreinen. De behoefte aan nieuw bedrijventerrein zoals bedoeld in lid 1 wordt geacht te zijn aangetoond als realisatie daarvan past binnen de geldende afspraken bedrijventerrein zoals die zijn gemaakt tussen gemeente en provincie op basis van regionale afstemming. Wanneer de realisatie van nieuw bedrijventerrein niet past binnen geldende afspraken bedrijventerreinen of wanneer er voor de gemeente geen afspraken bedrijventerreinen gelden, dan moet de behoefte aan nieuwe bedrijventerreinen aangetoond worden door middel van actueel onderzoek bedrijventerreinen waarop de instemming is verkregen van zowel de gemeenten in de regio als Gedeputeerde Staten.

In afwijking van het bepaalde in lid 5 geldt de eis dat gemeenten in de regio moeten hebben ingestemd niet voor buurgemeenten die gelegen zijn buiten de provincie Overijssel. In dat geval moet zijn aangetoond dat afstemmingsoverleg heeft plaatsgevonden.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

21

Bestemmingsplan “Heeten, uitbreiding bedrijventerrein De Telgen III” Ontwerp Toetsing van het initiatief aan artikel 2.3.2 van de Omgevingsverordening Overijssel Door de gemeenten in de regio West-Overijssel zijn er afspraken gemaakt over vraag en aanbod van bedrijventerreinen. Deze afspraken zijn bestendigd in het in 2019 ondertekende ‘Afspraken Regionale Bedrijventerreinen Programmering West Overijssel 2019-2022’. De afspraken zijn gericht op het kwantitatief en kwalitatief in evenwicht houden van vraag en aanbod van bedrijfsgrond in de regio, en sluiten aan op de actuele provinciale behoefteraming bedrijventerreinen. In deze regionale afspraken is de regionale vraag verdeeld over de gemeenten, op basis van verschillende indicatoren en met inachtneming van de regionale verhuisdynamiek. In de afspraken wordt vervolgens een methodiek gehanteerd waarbij gemeenten vraag en aanbod, geheel in de lijn met de uitgangspunten van de Ladder, in evenwicht dienen te brengen en houden. Daarbij wordt de voortgang gemonitord. Wanneer iedere gemeente vraag en aanbod in evenwicht houdt, is de regio als zodanig ook in balans. Uit de behoefteraming en regionale afspraken blijkt dat de gemeente Raalte op papier een kwantitatief overaanbod heeft van 6,7 hectare bedrijfsgrond voor de periode tot en met 2030.

Met andere woorden, op basis van de provinciale behoefteraming en de regionale afspraken heeft Raalte meer dan voldoende ruimte beschikbaar om groeiende bedrijven en nieuwe vestigingen van bedrijven te faciliteren. Omdat de regionale afspraken als doel hebben om overaanbod terug te dringen, heeft de gemeente Raalte daarom met de regio afgesproken dat zij een strategisch plan opstelt om in balans te komen. In dit strategisch plan bedrijventerreinen Raalte (vastgesteld november 2020) wordt achtereenvolgens een overzicht gegeven van de huidige bedrijventerreinen en ontwikkelingen hier, de uitgangspunten voor het strategisch plan en de wijze waarop de gemeente Raalte vraag en aanbod aan bedrijfsgrond in balans brengt voor de komende jaren. De analyses die ten grondslag liggen aan het strategisch plan zijn uitgevoerd door Stec Groep in het voorjaar van 2020. De uitbreiding De Telgen III is als te ontwikkelen plan opgenomen in de regionale afspraken en het strategisch plan en daarmee in lijn met het regionale beleid. Verder blijkt uit paragraaf 4.1.2 dat de voorgenomen ontwikkeling in overeenstemming is met de 'Ladder voor duurzame verstedelijking'. Gelet op het vorenstaande wordt geconcludeerd dat de voorgenomen ontwikkeling in overeenstemming is met artikel 2.3.2 van de Omgevingsverordening Overijssel.

Artikel 4.6.4 Vergunningplicht reservering Salland Diep 1.

2.

3.

4.

Alle onttrekkingen van grondwater op een diepte van meer dan 50 meter beneden het maaiveld en zijn gelegen in het gebied, aangegeven als boringsvrije zone Salland Diep op kaart Drinkwatervoorziening en grondwaterbescherming, zijn vergunningplichtig. Het algemeen bestuur van het Waterschap Drents Overijsselse Delta regelt bij verordening dat voor onttrekkingen van grondwater op een diepte van meer dan 50 meter beneden het maaiveld en zijn gelegen in het gebied, aangegeven als boringsvrije zone Salland Diep op kaart Drinkwatervoorziening en grondwaterbescherming, een vergunningplicht geldt. Het dagelijkse bestuur van het Waterschap Drents Overijsselse Delta kan voor het gebied bedoeld in lid 2 slechts vergunning verlenen voor het onttrekken van grondwater als dit grondwater bedoeld is voor hoogwaardige industrieel gebruik waarop de Warenwet van toepassing is en waarvoor geen alternatief voorhanden is. Het algemeen bestuur van het Waterschap Drents Overijsselse Delta kan de vrijstellingsmogelijkheid, bedoeld in artikel 6.11, vijfde lid van het Waterbesluit niet toepassen op de onttrekkingen waarvoor het dagelijkse bestuur op grond van het vorige lid vergunning verleent.

Toetsing van het initiatief aan artikel 4.6.4 van de Omgevingsverordening Overijssel In voorliggend geval is geen sprake van onttrekkingen van grondwater op een diepte van meer dan 50 meter beneden het maaiveld. Er is op basis hiervan ten behoeve van het voornemen dan ook geen vergunning noodzakelijk. Gesteld wordt dat het voornemen niet strijdig is met de beleidsuitgangspunten ten aanzien van de boringsvrije zone (artikel 4.6.4 van de Omgevingsverordening).

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

22

Bestemmingsplan “Heeten, uitbreiding bedrijventerrein De Telgen III” Ontwerp Bij de overige afwegingen in de eerste fase 'Of - generieke beleidskeuzes' zijn er verder geen aspecten die bijzondere aandacht verdienen. 4.2.4.2 Ontwikkelingsperspectieven In dit geval zijn vooral de ontwikkelingsperspectieven voor de Groene Omgeving van belang. In de Groene Omgeving gaat het vooral om: behoud en versterking van de kwaliteit van het landschap, het realiseren van een samenhangend netwerk van gebieden met natuur- en waterkwaliteit, ontwikkelingsmogelijkheden voor de landbouw, het toerisme en andere economische dragers, realisatie van waterkwaliteitsdoelen, het duurzaam beheer van drinkwatervoorraden én het opwekken van hernieuwbare energie. In de Groene Omgeving onderscheidt de provincie de volgende drie ontwikkelingsperspectieven: • • •

de zone Ondernemen met Natuur en Water (ONW); agrarisch ondernemen in het grootschalige landschap; wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap.

Het plangebied behoort grotendeels tot het ontwikkelingsperspectief ‘Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap’ en deels tot het ontwikkelingsperspectief ‘Agrarisch ondernemen in het grootschalige landschap’. In afbeelding 4.2 is een uitsnede van de perspectievenkaart behorende bij de Omgevingsvisie opgenomen waarbij het plangebied via de cirkel indicatief is weergegeven.

Afbeelding 4.2

Uitsnede ontwikkelingsperspectievenkaart Omgevingsvisie Overijssel (Bron: Provincie Overijssel)

‘Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap’ Het ontwikkelingsperspectief ‘Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap’ richt zich op het in harmonie met elkaar ontwikkelen van de diverse functies in het buitengebied. Aan de ene kant melkveehouderij, akkerbouw en opwekking van hernieuwbare energie als belangrijke vormen van landgebruik. Aan de andere kant gebruik voor natuur, recreatie, wonen en andere bedrijvigheid. ‘Agrarisch ondernemen in het grootschalig landschap’

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

23

Bestemmingsplan “Heeten, uitbreiding bedrijventerrein De Telgen III” Ontwerp Dit ontwikkelingsperspectief omvat gebieden waar verdere modernisering en schaalvergroting van de landbouw in combinatie met verduurzaming de ruimte krijgt. Die ruimte kan verdiend worden door te investeren in kwaliteitsvoorwaarden. Initiatieven binnen het ontwikkelingsperspectief mogen de ontwikkelingsmogelijkheden voor de landbouw in principe niet beperken en dienen aan te sluiten bij de bestaande bebouwing, weginfrastructuur en openbaar vervoer (ov)-routes. Het waterbeheer richt zich op optimale condities voor de landbouw, rekening houdend met specifieke omstandigheden en de grenzen aan de mogelijkheden van het waterbeheer (onder andere door de klimaatverandering). Toetsing van het initiatief aan de ´Ontwikkelingsperspectief´ Onderhavige ontwikkeling past niet binnen de geldende ontwikkelingsperspectieven. Deze ontwikkelingsperspectieven zijn echter richtinggevend en gebaseerd op de huidige situatie. Zoals in paragraaf 4.1.2 beschreven zijn er geen binnenstedelijke locaties in Heeten voorhanden om de vraag naar bedrijvenkavels in te vullen. De locatie ligt in het buitenstedelijk gebied, maar betreft een logische uitbreiding van het bestaande bedrijventerrein. Het gemeentelijk beleid (paragraaf 4.3 ondersteund dit).

Daarnaast brengt deze ontwikkeling geen extra belemmering met zich mee voor de bedrijfsvoering van omliggende (agrarische) bedrijven of andere functies zoals wonen en natuur. Hiervoor wordt ook verwezen naar Hoofdstuk 5 waar nader wordt ingegaan op diverse milieu- en omgevingsaspecten. Gelet op het voorgaande kan worden geconcludeerd dat de ontwikkeling passend is op de locatie. 4.2.4.3 Gebiedskenmerken Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch-cultuurlandschap, stedelijke laag en de laag van de beleving) gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en –opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. Vanwege het ontbreken van bijzondere eigenschapen binnen de ‘Stedelijke laag’ en 'Laag van de beleving', worden deze lagen buiten beschouwing gelaten. 1.

De “Natuurlijke laag”

De natuurlijke laag is de laag van de bodem, het reliëf, het watersysteem en de natuur die zich hier ‘van nature’ op vestigt. Deze natuurlijke laag is het resultaat van de wisselwerking tussen abiotische (fysische) en biotische factoren en processen. Zo zorgden ijs-, wind- en waterstromen in Overijssel voor het ontstaan van een afwisselend landschap van stuwwallen, dekzandgronden, beekdalen en natte laagtes en bepaalden de stroomsnelheden van IJssel, Vecht, Regge of Dinkel waar het fijne (komgronden) en waar het grovere sediment (oeverwallen) werd afgezet. En ontwikkelde veen zich daar, waar het water maar moeilijk weg kon. Overijssel bestaat uit een rijk en gevarieerd spectrum aan natuurlijke landschappen. Deze vormen de basis voor het gehele grondgebied van Overijssel. Het beter afstemmen van ruimtelijke ontwikkelingen op de natuurlijke laag kan ervoor zorgen dat de natuurlijke kwaliteiten van de provincie weer mede beeldbepalend worden. Ook in steden en dorpen bij voorbeeld in nieuwe waterrijke woonmilieus en nieuwe natuur in stad en dorp. Het plangebied is op de gebiedskenmerkenkaart de "Natuurlijke laag" aangeduid met de gebiedstype "Beekdalen en natte laagtes", zoals in onderstaande afbeelding is te zien.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

24

Bestemmingsplan “Heeten, uitbreiding bedrijventerrein De Telgen III” Ontwerp

Afbeelding 4.3

De “Natuurlijke laag” (Bron: Provincie Overijssel)

“Beekdalen en natte laagtes” Het Overijsselse zandlandschap is van oorsprong kletsnat. In de laagtes van het zandgebied verzamelde zich het water. Hier ontwikkelden zich moerassen en broekbossen, waar het water in de loop van het seizoen geleidelijk uit weg sijpelde naar de lager gelegen delen, naar de beken en rivieren. Als ontwikkelingen plaats vinden in of in de directe nabijheid van beekdalen en natte laagtes, dan dragen deze bij aan extra ruimte voor de dynamiek van het stromende water en het vasthouden van water, aan versterking van de samenhang in het beeksysteem en aan vergroting van de zichtbaarheid, bereikbaarheid en beleefbaarheid van het water. Dit zijn uitgangspunten bij (her)inrichting. Toetsing van het initiatief aan de "Natuurlijke laag" De van oorsprong voorkomende ‘Natuurlijke laag’ is doordat het in cultuur is gebracht voor de landbouw niet of nauwelijks meer aanwezig. Er wordt dan ook geconcludeerd dat de ‘Natuurlijke laag’ geen belemmering vormt voor de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling. Geconcludeerd wordt dat het plan in overeenstemming is met het gestelde in de ‘Natuurlijke laag’ 2.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Raalte&id=dbc898e1-b11b-4c99-b905-2f83cce82680