Toelichting
Tekst van het document
Wijziging bestemmingsplan Linderteseweg 46-48 Mariënheem Plattelandswoning
Inhoudsopgave 1.
Inleiding ................................................................................................................................. 4 1.1 Aanleiding...................................................................................................................... 4 1.2 Ligging en begrenzing van het plangebied .................................................................... 4 1.3 Vigerend bestemmingsplannen .................................................................................... 6 1.4 Leeswijzer ...................................................................................................................... 6 2. Huidige situatie ..................................................................................................................... 8 2.1 Inleiding ......................................................................................................................... 8 2.2 Bestaande functies en ruimtelijke structuren ............................................................... 9 2.2.1 Bestaande functies .................................................................................................. 9 2.2.2 Bestaande ruimtelijke structuren .......................................................................... 10 3.
Toekomstige situatie ........................................................................................................... 11 3.1 Visie op het plangebied ............................................................................................... 11 3.2 Feitelijke ontwikkelingen in het plangebied ............................................................... 11 3.3 Gevolgen voor dit ruimtelijk plan / besluit ................................................................. 13 4. Beleidskader ........................................................................................................................ 14 4.1 Rijksbeleid ................................................................................................................... 14 4.1.1 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte ............................................................... 14 4.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening ....................................................... 14 4.1.3 Wet plattelandswoningen ..................................................................................... 15 4.2 Provinciaal beleid ........................................................................................................ 15 4.2.1 Omgevingsvisie Overijssel .....................................................................................
15 4.2.2 Omgevingsverordening Overijssel ......................................................................... 16 4.2.3 Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel........................................................ 16 4.2.4 Toetsing aan het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel ............................ 17 4.3 Gemeentelijk beleid .................................................................................................... 24 4.3.1 Omgevingsvisie Horizon gemeente Raalte 2040 ................................................... 24 4.3.2 Erven in beweging ................................................................................................. 24 4.3.3 Regionaal Woonbeleid .......................................................................................... 25 5. Ladder voor duurzame verstedelijking................................................................................ 27 5.1 Algemeen .................................................................................................................... 27 5.2 Nieuwe stedelijke ontwikkeling .................................................................................. 27 6. Milieu- en omgevingsaspecten ...........................................................................................
28 6.1 Water........................................................................................................................... 28 6.1.1 Generiek beleid ..................................................................................................... 28 6.1.2 Beleid Waterschap Drents Overijsselse Delta ....................................................... 29 6.1.3 Watertoets ............................................................................................................ 29 6.2 Bodem ......................................................................................................................... 31 6.3 Luchtkwaliteit .............................................................................................................. 32 6.4 Geluid .......................................................................................................................... 34 6.5 Natuurbescherming .................................................................................................... 36 6.6 Milieuzonering ............................................................................................................ 38 6.7 Externe veiligheid ........................................................................................................
41 6.8 Vormvrije m.e.r.-beoordeling...................................................................................... 46 6.9 Archeologie ................................................................................................................. 48 6.10 Verkeer & parkeren ..................................................................................................... 49 6.11 Geur ............................................................................................................................. 50
Cumela Advies | Nijverheidsstraat 13, 3861 RJ Nijkerk | Postbus 1156, 3860 BD Nijkerk | T. (033) 247 49 40 www.cumela.nl | advies@cumela.nl | IBAN NL54 RABO0364220600| KvK 30147807| BTW NL 8066.22.404.B01
2
7.
Juridische vormgeving ......................................................................................................... 53 7.1 Systematiek van de bestemmingsregels ..................................................................... 53 7.2 Inleidende regels ......................................................................................................... 53 7.3 Bestemmingsplanregels .............................................................................................. 53 7.4 Algemene regels, overgangs- en slotregels................................................................. 54 7.5 Toepassing en handhaving van het bestemmingsplan ............................................... 54 8. Uitvoerbaarheid .................................................................................................................. 56 8.1 Economische uitvoerbaarheid .................................................................................... 56 8.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid ............................................................................. 56 8.2.1 Ontvangen reacties ............................................................................................... 56 8.2.2 Wijziging op verzoek.............................................................................................. 57
Cumela Advies | Nijverheidsstraat 13, 3861 RJ Nijkerk | Postbus 1156, 3860 BD Nijkerk | T. (033) 247 49 40 www.cumela.nl | advies@cumela.nl | IBAN NL54 RABO0364220600| KvK 30147807| BTW NL 8066.22.404.B01
3
1. Inleiding 1.1
Aanleiding
Loonbedrijf Rensen Raalte B.V. (hierna als: Loonbedrijf Rensen) is gevestigd aan de Linderteseweg 46-48 te Mariënheem. Op deze locatie is een loonbedrijf aanwezig met twee bedrijfswoningen. Het bedrijf op deze locatie bestaat al geruime tijd. De huidige situatie is ontstaan sinds 1977, waarbij onder andere een tweede bedrijfswoning is gerealiseerd. De tweede bedrijfswoning op het adres Linderteseweg 46 is in 1992 verkocht. De huidige bewoners hebben geen functionele binding met de bedrijfsactiviteiten. Hiermee is het feitelijk gebruik als bedrijfswoning niet meer van toepassing. Om te voorkomen dat dit feitelijk gebruik bij een bestemmingsplanherziening zal moeten worden gelegaliseerd door een woonbestemming toe te voegen, heeft de centrale wetgever op 1 januari 2013 de wet 'Plattelandswoningen' aangenomen. Deze wet maakt het mogelijk een voormalige bedrijfswoning te bewonen, zonder dat de bestemming dient te wijzigen naar de bestemming 'Wonen', wat omliggende agrarische bedrijven door milieuzonering zou hinderen in hun bedrijfsvoering. Het is dan ook het voornemen om de bedrijfswoning om te zetten naar een plattelandswoning. Het gebruik van de woning als plattelandswoning is strijdig met het nu geldende bestemmingsplan ‘Buitengebied Raalte, geconsolideerd 2020'. De eigenaar van het loonbedrijf is op dit moment niet woonachtig bij het bedrijf.
Voor de eigenaar van het loonbedrijf is het van belang om bij de bedrijfslocatie te wonen. De reden hiervoor is het directe toezicht op de werkzaamheden, het materiaal en de mogelijkheid om bij calamiteiten op het eigen bedrijf of bij opdrachtgevers snel te kunnen handelen. De wens van de eigenaar is het realiseren van een nieuwe bedrijfswoning op het perceel van het bedrijf. Voor het realiseren van de bedrijfswoning wordt aansluiting gezocht bij de beleidsnota ‘Erven in beweging’ uit 2021 van gemeente Raalte. In paragraaf 4.3.2 van deze toelichting is de werking van deze notitie nader beschreven. Voor beide ontwikkelingen is in september 2020 een principeverzoek aan het college van burgemeester en wethouders van gemeente Raalte voorgelegd. Op 1 december 2020 heeft het college met een principebesluit kenbaar gemaakt in te kunnen stemmen met het herbestemmen van de woning aan de Linderteseweg 46 naar een plattelandswoning en het realiseren van een nieuwe bedrijfswoning. Om de gewenste ontwikkelingen te legaliseren is voorliggend bestemmingsplanwijziging opgesteld.
1.2
Ligging en begrenzing van het plangebied
Het plangebied is gelegen aan Linderteseweg 46-48 te Mariënheem. De planlocatie is in het buitengebied van gemeente Raalte gelegen ten noordwesten van de kern van Mariënheem en ten noordoosten van de kern van Raalte. Ten westen van het plangebied is de N348 gelegen. De overige zijden van de projectlocatie worden begrensd door agrarisch gebied. Het plangebied is kadastraal bekend als gemeente Raalte, sectie P, nummers 205, 207, 516, 1877, 2489 en 2490. De totale oppervlakte bedraagt 25.285 m². De gronden die worden betrokken bij het bestemmen van de plattelandswoning aan de Linderteseweg 46 betreffen de percelen kadastraal bekend gemeente Raalte, sectie P, nummers 516, 1877 en 2489 met een totale oppervlakte van 3.024 m2.
Cumela Advies | Nijverheidsstraat 13, 3861 RJ Nijkerk | Postbus 1156, 3860 BD Nijkerk | T. (033) 247 49 40 www.cumela.nl | advies@cumela.nl | IBAN NL54 RABO0364220600| KvK 30147807| BTW NL 8066.22.404.B01
4
Op de navolgende afbeeldingen zijn de globale ligging en begrenzing van het plangebied weergegeven.
Figuur 1: Globale ligging plangebied Linderteseweg 46-48 (Bron: Google Earth)
Figuur 2: Globale begrenzing plangebied Linderteseweg 46-48 (Bron: Google Earth)
Cumela Advies | Nijverheidsstraat 13, 3861 RJ Nijkerk | Postbus 1156, 3860 BD Nijkerk | T. (033) 247 49 40 www.cumela.nl | advies@cumela.nl | IBAN NL54 RABO0364220600| KvK 30147807| BTW NL 8066.22.404.B01
5
1.3
Vigerend bestemmingsplannen
Voor het plangebied gelden voorafgaand aan de vaststelling van het voorliggende plan, het bestemmingsplan ‘Buitengebied Raalte geconsolideerd 2020’ welke op 2 juni 2021 door de gemeenteraad is vastgesteld. De gronden in het plangebied hebben de enkelbestemming 'Bedrijf' en de dubbelbestemmingen 'Waarde – Archeologie 1' en ‘Waarde – Landschap 1’. Ten aanzien van de functie ‘Bedrijf’ is de functieaanduiding ‘agrarisch loonbedrijf’ opgenomen. De navolgende afbeelding toont een uitsnede van het vigerende bestemmingsplan.
Figuur 3: Uitsnede bestemmingsplan ‘Buitengebied Raalte geconsolideerd' (Bron: www.ruimtelijkeplannen.nl)
De aangewezen gronden voor de bestemming 'Bedrijf' zijn bestemd voor de activiteiten ten behoeve van de uitoefening van het agrarisch loonbedrijf dat op de locatie is gevestigd. Voor de voorgenomen omzetting van de bedrijfswoning naar plattelandswoning is in het bestemmingsplan geen binnenplanse afwijkingsmogelijkheid opgenomen. Ten behoeve van de voorgenomen ontwikkeling is voorliggend postzegelbestemmingsplan opgesteld.
1.4
Leeswijzer
Na dit inleidende hoofdstuk wordt in hoofdstuk 2 het plan beschreven. In hoofdstuk 3 is een beschrijving van het relevante beleid opgenomen. Daarna komen in hoofdstuk 4 de verschillende onderzoeksaspecten aan de orde. Daaropvolgend wordt in hoofdstuk 5 het plan getoetst aan de 'Ladder voor duurzame verstedelijking'. Vervolgens worden in hoofdstuk 6 de
Cumela Advies | Nijverheidsstraat 13, 3861 RJ Nijkerk | Postbus 1156, 3860 BD Nijkerk | T. (033) 247 49 40 www.cumela.nl | advies@cumela.nl | IBAN NL54 RABO0364220600| KvK 30147807| BTW NL 8066.22.404.B01
6
ontwikkelingen getoetst aan de milieu- en omgevingsaspecten. In hoofdstuk 7 wordt ingegaan op cultureel erfgoed. Hoofdstuk 8 bevat vervolgens een juridische toelichting. Tot slot wordt in hoofdstuk 9 ingegaan op de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid van het plan.
Cumela Advies | Nijverheidsstraat 13, 3861 RJ Nijkerk | Postbus 1156, 3860 BD Nijkerk | T. (033) 247 49 40 www.cumela.nl | advies@cumela.nl | IBAN NL54 RABO0364220600| KvK 30147807| BTW NL 8066.22.404.B01
7
2. Huidige situatie 2.1
Inleiding
In de huidige situatie behoort de bedrijfswoning aan de Linderteseweg 46 te Mariënheem bij het naastgelegen loonbedrijf aan Linderteseweg 48 te Mariënheem. Het loonbedrijf dient in de huidige situatie nog steeds voor diverse (agrarische) loonwerkdoeleinden. Het bedrijf op deze locatie bestaat al geruime tijd. De huidige situatie is ontstaan sinds 1977, waarbij de vergunning onder andere voor een tweede bedrijfswoning is verleend en die ook is gerealiseerd. De tweede bedrijfswoning is in 1992 verkocht. De huidige bewoners hebben geen functionele binding met de bedrijfsactiviteiten. Planologisch gezien behoren de bedrijfswoning aan de Linderteseweg 46 en het loonbedrijf bij elkaar. Onderstaande afbeelding geeft een impressie van de huidige situatie van het plangebied.
Figuur 4: Huidige situatie plangebied (Bron: Google Earth)
In een overleg met de bewoners van de woning en de eigenaren van de bedrijfsactiviteiten op het perceel zijn een aantal mogelijkheden besproken. Deze mogelijkheden zijn: 1. De bewoners van de bedrijfswoning aan de Linderteseweg 46 krijgen een binding met de bedrijfsactiviteiten; 2. De bewoners verkopen het huis aan één van de eigenaren van de bedrijfsactiviteiten;
Cumela Advies | Nijverheidsstraat 13, 3861 RJ Nijkerk | Postbus 1156, 3860 BD Nijkerk | T. (033) 247 49 40 www.cumela.nl | advies@cumela.nl | IBAN NL54 RABO0364220600| KvK 30147807| BTW NL 8066.22.404.B01
8
3.
De woning wordt afgesplitst van het bedrijf en krijgt een nieuwe bestemming als plattelandswoning.
Tijdens het overleg is gebleken dat om meerdere redenen geen mogelijkheid is om mogelijkheid 1 of 2 te laten slagen. De huidige bewoners zijn elders werkzaam en willen graag op de huidige locatie blijven wonen. Omdat de woning niet beschikbaar komt is het voor de huidige eigenaar niet mogelijk de woning aan te kopen. Tevens is onderzocht of mogelijkheid 3 van toepassing kan zijn op de locatie. Zowel de huidige bewoners van de Lindertseweg 46 als de eigenaar van het loonbedrijf hebben de voorkeur voor deze optie. Bij het realiseren van een plattelandswoning wordt de woning aan de Linderteseweg 46 planmatig gescheiden van het bedrijfsperceel en wordt niet in aanmerking genomen voor het beoordelen van de milieueffecten vanuit het bedrijf. Daarnaast geldt dat sprake moet zijn van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Hierbij wordt de aanwezigheid van de nabijgelegen N348 eveneens beoordeeld. Hierbij betreft het voornamelijk de mogelijke effecten ten aanzien van geluid en de luchtkwaliteit. Dit wordt gemotiveerd in een ruimtelijke onderbouwing. Een nadere toelichting van een plattelandswoning is hieronder weergegeven. Een plattelandswoning is een voormalige bedrijfswoning die door derden, die geen functionele binding hebben met het bedrijf, mag worden bewoond.
Dit is juridisch-planologisch mogelijk omdat aan de plattelandswoning een lager beschermingsniveau wordt toegekend dan aan een burgerwoning. De juridische regeling geeft ook aan dat de planologische status bepalend is voor de bescherming van een plattelandswoning. Voorheen was het feitelijk gebruik bepalend. Op 1 januari 2013 is de Wet plattelandswoning in werking getreden. Daarnaast is op 1 maart 2014 is een aanpassing van het Besluit algemene regels voor inrichting milieubeheer (Activiteitenbesluit) in werking getreden. Met deze wijziging is eenzelfde regeling specifiek mogelijk gemaakt voor loon- en grondverzetbedrijven, als voor agrarische bedrijven die onder het Activiteitenbesluit vallen. Ook onder de Omgevingswet komt de aanduiding van een plattelandswoning weer terug en wordt dezelfde systematiek opgenomen. Door het afsplitsen van de plattelandswoning is voor de eigenaar van het loonbedrijf behoefte aan een nieuwe bedrijfswoning. Door het wonen op de bedrijfslocatie is direct op de werkzaamheden op het bedrijfsterrein en kan adequaat worden gehandeld bij calamiteitenwerkzaamheden voor opdrachtgevers. Het bestemmingsplan staat reeds twee bedrijfswoningen toe. Om deze nieuwe bedrijfswoning ter realiseren is gebruik gemaakt van de beleidsnota ‘Erven in beweging’ van gemeente Raalte.
In het licht van dit beleid zijn ter compensatie sloopmeters van het perceel aan de Nijverdalseweg 11 te Mariënheem toegepast. Deze sloopmeters van zijn in de sloopbank van gemeente Raalte opgenomen. In deze ruimtelijke onderbouwing is de beoordeling verder uitgewerkt.
2.2
Bestaande functies en ruimtelijke structuren
2.2.1 Bestaande functies Onderstaande afbeelding is het gebruik van het projectgebied in de huidige situatie weergegeven. Binnen het oranje kader bevinden zich de bedrijfsgebouwen en het bedrijfsterrein. Hierbinnen worden de werkzaamheden en activiteiten voor het loonbedrijf uitgevoerd. Ook is hier een bedrijfswoning aanwezig. Naast het aanwijzen van de plattelandswoning wijzigt de omvang en bestemming van het bedrijf niet.
Cumela Advies | Nijverheidsstraat 13, 3861 RJ Nijkerk | Postbus 1156, 3860 BD Nijkerk | T. (033) 247 49 40 www.cumela.nl | advies@cumela.nl | IBAN NL54 RABO0364220600| KvK 30147807| BTW NL 8066.22.404.B01
9
Binnen het groene kader bevindt zich de voormalige bedrijfswoning inclusief tuin en bijbehorende gronden. Het verzoek betreft om deze percelen te bestemmen als plattelandswoning.
Figuur 5: Overzicht planlocatie huidige situatie (bron www.ruimtelijkeplannen.nl)
2.2.2 Bestaande ruimtelijke structuren Het plangebied bevindt zich binnen de structuur van dekzandlandschap. Het ruimtelijk beeld van het gebied wordt voornamelijk bepaald door de karakteristieke lanen langs de wegen en de aanwezigheid van de landbouw. Op de hogere gronden zijn in het verleden essencomplexen en kampen (eenmansessen) ontstaan. Door het verdwijnen van randbeplanting rondom de essen zijn de complexen minder herkenbaar geworden. De omgeving van de projectlocatie wordt hoofdzakelijk gekenmerkt door het agrarisch gebied met de daarin aanwezige agrarische bedrijven. Verspreid zijn een aantal woon- en bedrijfsbestemmingen aanwezig. Aan de westzijde van de planlocatie is de provinciale weg N348 gelegen.
Cumela Advies | Nijverheidsstraat 13, 3861 RJ Nijkerk | Postbus 1156, 3860 BD Nijkerk | T. (033) 247 49 40 www.cumela.nl | advies@cumela.nl | IBAN NL54 RABO0364220600| KvK 30147807| BTW NL 8066.22.404.B01
10
3. Toekomstige situatie 3.1
Visie op het plangebied
Het verzoek omvat het afsplitsen van de woning aan de Linderteseweg 46 van het loonbedrijf (Linderteseweg 48). De woning dient omgezet te worden van bedrijfswoning naar plattelandswoning. Bij deze functiewijziging is geen sprake van sloop. Het is van belang dat de woning geen belemmering vormt voor het bedrijf waar de woning oorspronkelijk bij hoort. Daarom wordt de woning bestemd als plattelandswoning. Tevens wordt voor het loonbedrijf een nieuwe bedrijfswoning gerealiseerd. Het beleid Erven in beweging is op dit moment het geldende beleid waaraan dient te worden getoetst. Echter omdat het principebesluit in 2020 is genomen, is het bestemmingsplan opgesteld binnen de kaders van Erven in Beweging 2021.
3.2
Feitelijke ontwikkelingen in het plangebied
In de nieuwe situatie wordt de bestaande bedrijfswoning, in onderstaande afbeelding met een groen kader, aangewezen als plattelandswoning. De omliggende gronden zullen aangewend worden als tuin. Deze wijziging in gebruik is een planologische wijziging en leidt niet direct tot wijzigingen in het plangebied. De nieuwe bedrijfswoning inclusief erf wordt op het bestaande perceel gerealiseerd, en is met een rood kader aangegeven. De ruimte die voor de woning en tuin zijn voorzien worden in de huidige situatie gebruikt als grasland en schapenwei. De nieuwe bedrijfswoning zal landschappelijk worden ingepast. Hiervoor wordt aansluiting gezocht bij de bestaande structuren in de omgeving. Voor de inpassing gebruik gemaakt van gebiedseigen beplanting. Onderstaande afbeelding geeft de locatie van de nieuwe bedrijfswoning en de inpassing in de gewenste situatie weer. De volledige tekening is als bijlage 1 bij deze onderbouwing gevoegd.
Cumela Advies | Nijverheidsstraat 13, 3861 RJ Nijkerk | Postbus 1156, 3860 BD Nijkerk | T. (033) 247 49 40 www.cumela.nl | advies@cumela.nl | IBAN NL54 RABO0364220600| KvK 30147807| BTW NL 8066.22.404.B01
11
Figuur 6: Gewenste situatie Linderteseweg
Om een nieuwe bedrijfswoning te kunnen realiseren moet op grond van het beleid ‘Erven in beweging’ sloopmeters van een voormalige agrarische bestemming moeten aangewend. Op de planlocatie zijn geen sloopmeters beschikbaar, maar worden aangewend van het perceel aan de Nijverdalseweg 11 te Mariënheem. De locatie aan de Nijverdalseweg 11 te Mariënheem betreft een voormalig agrarisch bedrijf. De voormalige landschapsontsierende gebouwen op deze locatie zijn reeds gesloopt en de locatie heeft inmiddels de enkelbestemming ‘Wonen’. In onderstaande afbeelding is het ruimtelijk kwaliteitsplan van de locatie aan de Nijverdalseweg 11 te Mariënheem weergegeven.
Cumela Advies | Nijverheidsstraat 13, 3861 RJ Nijkerk | Postbus 1156, 3860 BD Nijkerk | T. (033) 247 49 40 www.cumela.nl | advies@cumela.nl | IBAN NL54 RABO0364220600| KvK 30147807| BTW NL 8066.22.404.B01
12
Figuur 7: Ruimtelijk kwaliteitsplan Nijverdalseweg 11 te Mariënheem
3.3
Gevolgen voor dit ruimtelijk plan / besluit
De percelen van Linderteseweg 46 en 48 worden kadastraal afgesplitst. Om wel de relatie te laten zien tussen het bedrijf en de voormalige bedrijfswoning zijn beide percelen opgenomen in dit bestemmingsplan. Het bouwvlak blijft ongewijzigd en een aanduiding 'plattelandswoning' is toegevoegd, zodat bewoning door derden die geen relatie hebben met het naastgelegen bedrijf mogelijk wordt. De juridische status van plattelandswoning brengt met zich mee dat binnen de Wet milieubeheer de woning nog wel onderdeel uitmaakt van de het bedrijf. In paragraaf 6.6 wordt hier nader op ingegaan.
Cumela Advies | Nijverheidsstraat 13, 3861 RJ Nijkerk | Postbus 1156, 3860 BD Nijkerk | T. (033) 247 49 40 www.cumela.nl | advies@cumela.nl | IBAN NL54 RABO0364220600| KvK 30147807| BTW NL 8066.22.404.B01
13
4. Beleidskader 4.1 Rijksbeleid 4.1.1 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte 2040 (SIVR) is door het kabinet vastgesteld op 13 maart 2012. De SVIR geeft een totaalbeeld van het ruimtelijk- en mobiliteitsbeleid op rijksniveau. In de SVIR schetst het Rijk haar ambities voor Nederland in 2040: een visie hoe Nederland er in 2040 voor moet staan. In de SVIR worden door het Rijk drie hoofddoelen geformuleerd om Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig te houden voor de middellange termijn (2028). Die hoofddoelen zijn: • Het vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door het versterken van de ruimtelijk economische structuur van Nederland; • Het verbeteren, in standhouden en ruimtelijk zeker stellen van de bereikbaarheid waarbij de gebruiker voorop staat; • Het waarborgen van een leefbare en veilige omgeving waarin unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden behouden zijn. In de SVIR is aangegeven welke nationale belangen (lees: rijksbelangen) bij deze drie hoofddoelen aan de orde zijn en daarom waarop het rijk zal sturen.
Het gaat onder andere om de volgende nationale belangen: • zorgen voor een goede ruimtelijk-economische structuur van Nederland (bijvoorbeeld samen met andere overheden zorgen voor een goed vestigingsklimaat); • efficiënt gebruik van de bodem en ondergrond; • hoofdnetwerken van wegen, spoor en vaarwegen in stand houden en beter benutten; • de kwaliteit van lucht, bodem en water verbeteren; • behoud van unieke cultuur en natuur, zoals de werelderfgoederen. Planspecifiek Binnen het plangebied spelen deze belangen, met uitzondering van het door het Rijk geformuleerde algemene belang 'zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten', geen rol. Het belang van zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming is door het Rijk door vertaald in de zogenaamde ladder van duurzame verstedelijking, waarop in hoofdstuk 5 wordt ingegaan.
4.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening De wetgever heeft in de Wet ruimtelijke ordening (Wro), ter waarborging van de nationale of provinciale belangen, de besluitmogelijkheden van lagere overheden begrensd. Indien nationale of provinciale belangen dat met het oog op een goede ruimtelijke ordening noodzakelijk maken, kunnen bij of krachtens algemene maatregel van bestuur respectievelijk bij of krachtens provinciale verordening regels worden gesteld omtrent de inhoud van bestemmingsplannen. In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) zijn 14 nationale belangen opgenomen die in de SVIR zijn herbevestigd. Voor deze belangen is het Rijk verantwoordelijk en wil het resultaten boeken. Buiten deze belangen hebben decentrale overheden beleidsvrijheid. Het Barro is op 30 december 2011 in werking getreden en op 1 oktober 2012, 1 juli 2014 en 1 juli 2016 op onderdelen aangevuld.
Cumela Advies | Nijverheidsstraat 13, 3861 RJ Nijkerk | Postbus 1156, 3860 BD Nijkerk | T. (033) 247 49 40 www.cumela.nl | advies@cumela.nl | IBAN NL54 RABO0364220600| KvK 30147807| BTW NL 8066.22.404.B01
14
Planspecifiek De voorgenomen plannen hebben gezien de aard en omvang van de ontwikkelingen geen invloed op nationale belangen. In paragraaf 2.1.1 is een aantal van de nationale belangen benoemd. Binnen het plangebied spelen deze belangen, met uitzondering van het door het Rijk geformuleerde belang van zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten, geen rol. Het belang van zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming is door het rijk door vertaald in de zogenaamde ladder van duurzame verstedelijking. Hier gaat hoofdstuk 5 nader op in.
4.1.3 Wet plattelandswoningen Op basis van de Wet plattelandswoningen die op 1 januari 2013 in werking is getreden, is het mogelijk een bedrijfswoning die behoort of behoorde bij een agrarisch bedrijfscentrum (in planologisch opzicht) te laten bewonen door een derde door het opnemen van een aanduiding op de verbeelding of hiervoor een vergunning te verlenen. Het aanwezige agrarische bedrijf dient bij toepassing van de wet plattelandswoningen wel in werking te blijven. De woning wordt aldus niet omgezet in een burgerwoning. Dit betekent dat de planologische status van de woning niet wijzigt ten opzichte van het aanwezige agrarische bedrijf. In de praktijk betekent dit dat het nieuwe artikel 1.1a in de Wabo het bevoegd gezag de bevoegdheid geeft om te bepalen dat een voormalige agrarische bedrijfswoning door derden zonder binding met het bedrijf mag worden bewoond, mits dit planologisch wordt geregeld via een bestemmingsplan of een omgevingsvergunning waarmee van het bestemmingsplan wordt afgeweken. De juridische status van de woning wijzigt daarmee niet. De woning blijft wettelijk gezien een bedrijfswoning horend bij een (in werking zijnde) agrarisch bedrijf. Er is slechts sprake van een bij recht toegelaten medegebruik. Door een agrarische bedrijfswoning op deze wijze aan te duiden worden: a. de gebruiksmogelijkheden verruimd; b.
wijzigt er voor wat betreft de milieutechnische gevoeligheid niets. Juridisch blijft sprake van een bedrijfswoning, zodat het ‘eigen’ agrarisch bedrijf op geen enkele wijze wordt belemmerd door het bewonen van de bedrijfswoning. Naast de Wet plattelandswoningen is op 1 maart 2014 is een aanpassing van het Besluit algemene regels voor inrichting milieubeheer (Activiteitenbesluit) in werking getreden. Met deze wijziging is eenzelfde regeling specifiek mogelijk gemaakt voor loon- en grondverzetbedrijven, als voor agrarische bedrijven die onder het Activiteitenbesluit vallen. Ook onder de Omgevingswet komt de aanduiding van een plattelandswoning weer terug en wordt dezelfde systematiek opgenomen.
4.2 Provinciaal beleid 4.2.1 Omgevingsvisie Overijssel De Omgevingsvisie Overijssel is dé provinciale visie voor de fysieke leefomgeving van Overijssel. In 2017 is de Omgevingsvisie en –verordening 2017 vastgesteld. Op 16 november 2022 is de Actualisatie Omgevingsvisie 2022 en de Actualisatie Omgevingsverordening 2022 vastgesteld. Duurzaamheid, ruimtelijke kwaliteit en sociale kwaliteit zijn de leidende principes of ‘rode draden’ bij alle initiatieven in de fysieke leefomgeving van de provincie Overijssel. Het
Cumela Advies | Nijverheidsstraat 13, 3861 RJ Nijkerk | Postbus 1156, 3860 BD Nijkerk | T. (033) 247 49 40 www.cumela.nl | advies@cumela.nl | IBAN NL54 RABO0364220600| KvK 30147807| BTW NL 8066.22.404.B01
15
uitvoeringsmodel van de Omgevingsvisie Overijssel bepaald of nieuwe ruimtelijke initiatieven bijdragen aan provinciale ambities.
4.2.2 Omgevingsverordening Overijssel De provincie beschikt over een palet aan instrumenten waarmee zij haar ambities realiseert. Het gaat er daarbij om steeds de meest optimale mix van instrumenten toe te passen, zodat effectief en efficiënt resultaat wordt geboekt voor alle ambities en doelstellingen van de Omgevingsvisie. De keuze voor inzet van deze instrumenten is bepaald aan de hand van een aantal criteria. In de Omgevingsvisie is bij elke beleidsambitie een realisatieschema opgenomen waarin is aangegeven welke instrumenten de provincie zal inzetten om de verschillende onderwerpen van provinciaal belang te realiseren. Eén van de instrumenten om het beleid uit de Omgevingsvisie te laten doorwerken is de Omgevingsverordening Overijssel. De Omgevingsverordening is het provinciaal juridisch instrument dat wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch geborgd is.
4.2.3 Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel De opgaven, kansen, beleidsambities en ruimtelijke kwaliteitsambities voor de provincie zijn in de Omgevingsvisie Overijssel geschetst in ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en stedelijke omgeving. Om de ambities van de provincie waar te maken, bevat de Omgevingsvisie een uitvoeringsmodel. Dit model is gebaseerd op drie niveaus, te weten: 1. OF - generieke beleidskeuzes; 2. WAAR - ontwikkelingsperspectieven; 3. HOE - gebiedskenmerken. Deze begrippen worden hieronder nader toegelicht.
OF – generieke beleidskeuzes Generieke beleidskeuzes zijn keuzes die bepalend zijn voor de vraag of ontwikkelingen nodig dan wel mogelijk zijn. In deze fase wordt beoordeeld of er sprake is van een maatschappelijke opgave. Of een initiatief mogelijk is, wordt onder andere bepaald door generieke beleidskeuzes van EU, Rijk of provincie. Denk aan beleidskeuzes om basiskwaliteiten als schoon drinkwater en droge voeten te garanderen. Andere generieke beleidskeuzes betreffen het voorkomen van overaanbod van bijvoorbeeld woningbouw- en kantoorlocaties. Ook wordt in deze fase de zogenaamde Overijsselse ladder voor duurzame verstedelijking gehanteerd. Deze Overijsselse ladder geeft een nadere invulling aan de vraag hoe de behoefte moet worden bepaald, zowel in de stedelijke als in de groene omgeving, en op welke wijze de regionale afstemming vorm gegeven moet worden. Integraliteit, toekomstbestendigheid, concentratiebeleid, (boven)regionale afstemming en zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik zijn beleidskeuzes die invulling geven aan de Overijsselse ladder voor duurzame verstedelijking. Voor specifieke gebieden in Overijssel geldt dat niet alle initiatieven mogelijk zijn. Dit heeft te maken met zwaarwegende publieke belangen, Gebiedsspecifieke beleidskeuzes om de zwaarwegende publieke belangen te borgen, zijn: reservering voor waterveiligheid en
Cumela Advies | Nijverheidsstraat 13, 3861 RJ Nijkerk | Postbus 1156, 3860 BD Nijkerk | T. (033) 247 49 40 www.cumela.nl | advies@cumela.nl | IBAN NL54 RABO0364220600| KvK 30147807| BTW NL 8066.22.404.B01
16
beperking wateroverlast, drinkwater/grondwaterbeschermingsgebieden, het Natuurnetwerk Nederland (NNN), de Nationale Landschappen en het provinciaal routenetwerk transport gevaarlijke stoffen. WAAR – ontwikkelingsperspectieven Als uit de beoordeling in het kader van de generieke beleidskeuzes blijkt dat de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling aanvaardbaar is, vindt een toets plaats aan de ontwikkelingsperspectieven. In de Omgevingsvisie is een spectrum van zes ontwikkelperspectieven beschreven voor de groene en stedelijke omgeving. Met dit spectrum geeft de provincie ruimte voor het realiseren van de in de visie beschreven beleids- en kwaliteitsambities. De ontwikkelperspectieven geven richting aan wat waar ontwikkeld zou kunnen worden. Daar waar generieke beleidskeuzes een geografische begrenzing hebben, zijn ze consistent doorvertaald in de ontwikkelingsperspectieven. De ontwikkelingsperspectieven zijn richtinggevend en bieden de nodige flexibiliteit voor de toekomst. HOE – gebiedskenmerken Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch cultuurlandschap, stedelijke laag en laag van de beleving) gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en –opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. Het is de vraag ‘hoe’ een ontwikkeling invulling krijgt.
Aan de hand van de drie genoemde niveaus kan worden bezien of een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk is en er behoefte aan is, waar het past in de ontwikkelingsvisie en hoe het uitgevoerd kan worden.
4.2.4 Toetsing aan het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel In deze paragraaf worden de drie niveaus van het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel getoetst aan de gewenste ontwikkelingen. 4.2.4.1 OF – generieke beleidskeuzes Bij de afwegingen in de eerste fase “generieke beleidskeuzes” wordt opgemerkt dat sprake is van toevoeging van een woning door woningsplitsing. Hierdoor is met name artikel 2.2.2 van de Omgevingsverordening Overijssel van belang. Hierna wordt nader ingegaan op het artikel. Artikel 2.2.2: Realisatie nieuwe woningen 1. Bestemmingsplannen en omgevingsvergunningen als bedoeld in artikel 2.1 lid 1 onder c van de Wabo, voorzien uitsluitend in de mogelijkheid tot het realiseren van nieuwe woningen als de behoefte daaraan is aangetoond door middel van actueel onderzoek woningbouw. 2. In bestemmingsplannen wordt in maximaal 80% van de behoefte aan nieuwe woningen zoals vastgesteld in het kader van actueel onderzoek woningbouw, voorzien. 3. In bestemmingsplannen van gemeenten waarvoor woonafspraken van toepassing zijn, mag - in afwijking van lid 2 - in een hoger percentage dan 80% worden voorzien, met een maximum van 100% van de behoefte zoals vastgesteld in het kader van de woonafspraken. 4.
De behoefte aan nieuwe woningen zoals bedoeld in lid 1 wordt in ieder geval geacht te zijn aangetoond als realisatie daarvan past binnen de geldende woonafspraken zoals die zijn gemaakt tussen gemeente en provincie op basis van regionale afstemming. 5. Wanneer de realisatie van nieuwe woningen niet past binnen geldende woonafspraken of wanneer er voor de gemeente geen woonafspraken gelden, dan moet de behoefte aan nieuwe woningen aangetoond worden door
Cumela Advies | Nijverheidsstraat 13, 3861 RJ Nijkerk | Postbus 1156, 3860 BD Nijkerk | T. (033) 247 49 40 www.cumela.nl | advies@cumela.nl | IBAN NL54 RABO0364220600| KvK 30147807| BTW NL 8066.22.404.B01
17
middel van actueel onderzoek woningbouw waarop de instemming is verkregen van zowel de gemeenten in de regio als Gedeputeerde Staten. 6. In afwijking van het bepaalde in lid 5 geldt de eis dat gemeenten in de regio moeten hebben ingestemd niet voor buurgemeenten die gelegen zijn buiten de provincie Overijssel. In dat geval moet zijn aangetoond dat afstemmingsoverleg heeft plaatsgevonden. De van belang zijnde begrippen in het kader van artikel 2.2.2 zijn hierna opgenomen: Nieuwe woningen: te realiseren woningen, waarvoor nog geen omgevingsvergunning is afgegeven Actueel onderzoek woningbouw: door de raad vastgesteld onderzoek waarin de behoefte van de gemeente aan nieuwe woningen is onderbouwd op basis van de regionale behoefte woningbouw, markt- en vastgoedanalyses en andere relevante gegevens. Regionale behoefte woningbouw: door Gedeputeerde Staten vastgestelde provinciale analyse waarin de regionale behoefte aan nog te realiseren woningen is onderbouwd op basis van provinciale behoefteprognoses. Woonafspraken: bestuurlijke afspraken tussen provincie Overijssel en gemeenten over onder meer doelgroepen, wonen en zorg, stedelijke vernieuwing, toekomstbestendigheid bestaande voorraad, programmeren en zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik en bijbehorende programmeringsdocumenten, zoals voor een aangegeven periode zijn gemaakt.
Regio: de gemeenten die onderdeel uitmaken van de samenhangende woningmarkt die bediend wordt met de woningbouwmogelijkheden die een gemeente biedt.
In artikel 2.2.3 lid 1 van de Omgevingsverordening wordt onder actueel onderzoek woningbouw verstaan: onderzoek wat eens in de 2 jaar wordt geactualiseerd. Nieuwe woningbouwlocaties Zoals uit artikel 2.2.2 blijkt mogen bestemmingsplannen en omgevingsvergunningen enkel voorzien in de realisatie van nieuwe woningen indien de behoefte daaraan is aangetoond door middel van actueel onderzoek woningbouw. Hierbij dient te worden aangesloten bij de woonafspraken zoals die zijn gemaakt tussen gemeente en provincie op basis van regionale afstemming. Hierbij mag 80% van de behoefte aan nieuwe woningen worden voorzien. Bij bestemmingsplannen van gemeenten waarvoor woonafspraken van toepassing zijn mag in een hoger percentage worden voorzien, met een maximum van 100% van de vastgestelde behoefte. De ontwikkeling betreft het wijzigen van een bestaande woning naar een plattelandswoning en het realiseren van één nieuwe bedrijfswoning. Tevens gaat het hierbij om een lokale behoefte. Gelet op de aard en omvang van voorliggende ontwikkeling wordt gesteld dat voorliggend initiatief in overeenstemming is met artikel 2.2.2 uit de Omgevingsverordening Overijssel. 4.2.4.2 WAAR – ontwikkelingsperspectieven In dit geval zijn de ontwikkelingsperspectieven voor de Groene Omgeving van belang.
In de Groene Omgeving gaat het hoofdzakelijk om het behoud en versterking van de kwaliteit van het landschap, het realiseren van een samenhangend netwerk van gebieden met natuur- en waterkwaliteit, ontwikkelingsmogelijkheden voor de landbouw, het toerisme en andere economische dragers, realisatie van waterkwaliteitsdoelen, het duurzaam beheer van drinkwatervoorraden én het opwekken van hernieuwbare energie. In de Groene Omgeving onderscheidt de provincie de volgende drie ontwikkelingsperspectieven: • de zone Ondernemen met Natuur en Water (ONW); • agrarisch ondernemen in het grootschalige landschap; • wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap.
Cumela Advies | Nijverheidsstraat 13, 3861 RJ Nijkerk | Postbus 1156, 3860 BD Nijkerk | T. (033) 247 49 40 www.cumela.nl | advies@cumela.nl | IBAN NL54 RABO0364220600| KvK 30147807| BTW NL 8066.22.404.B01
18
Het projectgebied kent op basis van de ontwikkelingsperspectievenkaart van de provincie Overijssel het ontwikkelingsperspectief ‘Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap'. In onderstaande afbeelding is een uitsnede van de perspectievenkaart behorende bij de Omgevingsvisie opgenomen.
Figuur 8: Ontwikkelingsperspectievenkaart Omgevingsvisie Overijssel
Het ontwikkelingsperspectief Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap richt zich op het in harmonie met elkaar ontwikkelen van de diverse functies in het buitengebied. Aan de ene kant melkveehouderij, akkerbouw en opwekking van hernieuwbare energie als belangrijke vormen van landgebruik. Aan de andere kant gebruik voor natuur, recreatie, wonen en andere bedrijvigheid. De ontwikkelingsmogelijkheden voor de landbouw, maar ook die voor de andere sectoren, wordt door het ontwikkelingsperspectief nadrukkelijk verbonden met behoud en versterking van cultuurhistorische, natuurlijke en landschapselementen. Het waterbeheer richt zich op optimale condities voor de lokaal aanwezige functies, rekening houdend met de klimaatopgave en de kenmerken van het watersysteem. Het verzoek betreft het herbestemmen van een reeds aanwezige woning naar een plattelandswoning en het realiseren van een nieuwe bedrijfswoning. De wijziging heeft geen negatieve invloed op de omliggende locaties waar wonen en/of werken is toegestaan. De omliggende percelen worden niet beperkt in de toegestane gebruiksmogelijkheden. 4.2.4.3 HOE – gebiedskenmerken Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarischcultuurlandschap, stedelijke laag en laag van de beleving) gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en –opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen.
Cumela Advies | Nijverheidsstraat 13, 3861 RJ Nijkerk | Postbus 1156, 3860 BD Nijkerk | T. (033) 247 49 40 www.cumela.nl | advies@cumela.nl | IBAN NL54 RABO0364220600| KvK 30147807| BTW NL 8066.22.404.B01
19
1. Natuurlijke laag De natuurlijke laag is de laag van de bodem, het reliëf, het watersysteem en de natuur die zich hier ‘van nature’ op vestigt. Deze natuurlijke laag is het resultaat van de wisselwerking tussen abiotische (fysische) en biotische factoren en processen. Zo zorgden ijs-, wind- en waterstromen in Overijssel voor het ontstaan van een afwisselend landschap van stuwwallen, dekzandgronden, beekdalen en natte laagtes en bepaalden de stroomsnelheden van IJssel, Vecht, Regge of Dinkel waar het fijne (komgronden) en waar het grovere sediment (oeverwallen) werd afgezet. En ontwikkelde veen zich daar, waar het water maar moeilijk weg kon. Op de gewenste locatie is de natuurlijke laag aangewezen als ‘Dekzandvlakte en ruggen’ In onderstaand figuur is de verbeelding weergegeven.
Figuur 9: Dekzandvlakte en ruggen, Gebiedskenmerken Natuurlijke laag (Hoe) Omgevingsvisie Overijssel
De dekzandgronden beslaan een groot gedeelte van de oppervlakte van de provincie. Na de ijstijden bleef er in grote delen een reliëfrijk – door de wind gevormd – zandlandschap achter, dat gekenmerkt wordt door relatief grote verschillen tussen hoog/droog en laag/nat gebied. Soms vlak bij elkaar, soms verder van elkaar verwijderd. De ambitie is de natuurlijke verschillen tussen hoog en laag en tussen droog en nat functioneel meer sturend en beleefbaar te maken. Dit kan bijvoorbeeld door een meer natuurlijk watersysteem en door beplanting met ‘natuurlijke’ soorten. En door de (strekkings)richting van het landschap te benutten in gebiedsontwerpen. De gewenste ontwikkeling heeft geen invloed op de aanwezige natuurlijke laag. De wijziging van de functie van de wooneenheid en het realiseren van een nieuwe bedrijfswoning heeft geen invloed op de natuurlijke laag.
Cumela Advies | Nijverheidsstraat 13, 3861 RJ Nijkerk | Postbus 1156, 3860 BD Nijkerk | T. (033) 247 49 40 www.cumela.nl | advies@cumela.nl | IBAN NL54 RABO0364220600| KvK 30147807| BTW NL 8066.22.404.B01
20
2. Laag van het agrarisch cultuurlandschap De tweede laag beschrijft het palet van agrarische cultuurlandschappen met hun dragende structuren en nederzettingsvormen. Deze laag is het resultaat van de wisselwerking tussen verschillen in de natuurlijke ondergrond en de manier waarop gebieden in cultuur werden – en worden – gebracht. Door de eeuwen heen is een geschakeerd patroon van akkers, weiden, hooiland en bebouwing (hoeven, kernen en dorpen) gegroeid. Vanouds kennen de nederzettingen een sterke ruimtelijke en functionele relatie met het omliggende landschap. Het agrarisch cultuurlandschap is bij uitstek een gebruikslandschap. Bij de ontwikkeling ervan hebben nooit ideeën over schoonheid een rol gespeeld. Wel zijn we het agrarisch cultuurlandschap in de loop van de tijd gaan waarderen. Het heeft als ‘consumptielandschap’ voor bewoners, recreanten en toeristen nieuwe betekenis gekregen. Veel mensen hechten aan de rust, de ruimte, de mogelijkheden om te fietsen, wandelen, etc. En aan de kwaliteit: vooral de herkenbaarheid, de contrasten en de afwisseling van verschillende landschapstypen worden gewaardeerd. De landschappelijke structuren zijn belangrijke dragers van de biodiversiteit. In onderstaande verbeelding is de ligging van de locatie in het agrarisch cultuurlandschap weergegeven. Ter plaatse van de projectlocatie geldt ‘Essenlandschap, zandgebieden’ als gebiedskenmerk.
Figuur 10: Essenlandschap, zandgebieden. Gebiedskenmerken agrarisch cultuurlandschap (Hoe) Omgevingsvisie Overijssel
Essenlandschap, zandgebieden Het essenlandschap bestaat uit een samenhangend systeem van essen, flanken, lager gelegen maten en fliergronden, (voormalige) heidevelden en kenmerkende bebouwing rond de es (esdorpen en verspreide erven). Het landschap is geordend vanuit de erven en de essen, de
Cumela Advies | Nijverheidsstraat 13, 3861 RJ Nijkerk | Postbus 1156, 3860 BD Nijkerk | T. (033) 247 49 40 www.cumela.nl | advies@cumela.nl | IBAN NL54 RABO0364220600| KvK 30147807| BTW NL 8066.22.404.B01
21
eeuwenoude akkercomplexen die op de hogere dekzandkoppen en flanken van stuwwallen werden aangelegd. Eeuwenlange bemesting (met heideplaggen en stalmest) heeft geleidt tot een karakteristiek reliëf met soms hoge stijlranden. Onder en in de es heeft zich op deze wijze een waardevol archeologisch archief opgebouwd. De dorpen en erven lagen op de flanken van de es, op overgang naar het lager gelegen maten- en flierenlanden. De ambitie is het behouden van de es als ruimtelijke eenheid en het versterken van de contrasten tussen de verschillende landschapsonderdelen: grote open maat van de essen, het mozaïek van de flank van de es, de open beekdalen en vroegere heidevelden. De samenhang hiertussen krijgt opnieuw vorm en inhoud door accentuering van de verschillende onderdelen en overgangen. De flank van de es biedt eventueel ruimte voor ontwikkelingen, mits de karakteristieke structuur van erven, beplantingen, routes en open ruimtes wordt versterkt. De projectlocatie betreft een reeds bestaande situatie. Ook de nieuwe bedrijfswoning wordt gerealiseerd in het verlengde van de bestaande bebouwing op het perceel. Door de gewenste ontwikkelingen wordt de ruimtelijke eenheid van de projectlocatie en de directe omgeving niet gewijzigd. De aanwezige waarden van de gebiedskenmerken blijven intact. 3.
Stedelijke laag De stedelijke laag is de laag van de steden, dorpen, verspreide bebouwing, wegen, spoorwegen en waterwegen. Het gaat in deze laag om de dynamiek van de steden en de grote infrastructurele verbindingen, maar ook om de rust van de dorpen en de landelijke wegen en paden. De ligging van een stad of dorp in het landschap, op een kruispunt van infrastructuur of in de nabijheid van grondstoffen speelt een belangrijke rol in het functioneren ervan. Efficiëntie en bereikbaarheid zijn belangrijke vestigingsfactoren, maar daarbij wordt de kwaliteit, eigenheid en het onderscheidend vermogen van de regio steeds belangrijker. De ontstaansgeschiedenis is medebepalend voor de huidige identiteit en terug te vinden in de ruimtelijke opbouw van de kernen, maar ook in de economische en sociale dynamiek. Daarnaast hebben door de tijd heen veranderende ideeën over de ideale vormgeving van de stad invloed gehad op de ruimtelijke opbouw. Cultuurhistorisch of architectonisch waardevolle gebouwen en structuren zijn hierbij vaak bepalend voor de stedelijke identiteit en de belevingswaarde voor bewoners en bezoekers. Zo is in Overijssel een rijk palet ontstaan aan onderscheidende steden en dorpen. Elk met een eigen karakteristieke ruimtelijke, sociale en functionele opbouw en kwaliteit.
Voor de projectlocatie zijn de kenmerken ‘Verspreide bebouwing’ en ‘Informele trage netwerk’ van toepassing. Verspreide bebouwing De agrarische erven hebben van oudsher een hele sterke binding met het landschap. Vanuit het erf werden de omliggende gronden in cultuur gebracht en vervolgens eeuwenlang bewerkt. Elke boer deed dit naar eigen inzicht en afgestemd op de plaatselijke omstandigheden, maar wel volgens de wetmatigheden van het toenmalig landbouwsysteem. Door deze ‘eenheid in handelen’ ontstonden er samenhangende landschappen, die nu nog steeds herkenbaar zijn: essenlandschap, oude hoevenlandschappen, broeken heideontginningen, veenlandschappen etc.. Bijzonder is dat elk
Cumela Advies | Nijverheidsstraat 13, 3861 RJ Nijkerk | Postbus 1156, 3860 BD Nijkerk | T. (033) 247 49 40 www.cumela.nl | advies@cumela.nl | IBAN NL54 RABO0364220600| KvK 30147807| BTW NL 8066.22.404.B01
22
landschap zijn eigen erftype heeft: de opbouw van erf, erfbebouwing, erfbeplantingen en relaties met de omliggende gronden zijn specifiek voor het betreffende landschapstype, alsof in het erf de genen van het landschap besloten liggen. Naast erven kent het buitengebied losliggende ‘gewone’ burgerwoningen met veelal een eigen, individueel karakter en eigen verhaal van ontstaan. De gewenste ontwikkeling heeft geen invloed op de verspreid liggende bebouwing van de omgeving. De locatie betreft een bestaande situatie waar reeds woningen en bedrijfsgebouwen aanwezig zijn. De nieuw te realiseren woning zal voldoen aan de waarden zoals die in de directe omgeving zijn toegepast. Informele trage netwerk Het informele trage netwerk is het ‘langzame’ netwerk (wandelpaden, fietspaden, ruiterpaden, vaarroutes) van de provincie, dat delen van het agrarisch cultuurlandschap en de natuurlijke laag toegankelijk en ervaarbaar maakt. De oude zandwegen en paden vormen het basisstramien. Van oudsher verbonden deze routes vaak de kernen met het ommeland en met elkaar. Zo vormden het dorpsplein, de dorpsstaat, de weg naar buiten en uiteindelijk de zandpaden door de velden, een samenhangend netwerk. De maaswijdte van dit netwerk is sterk afhankelijk van het type landschap.
Doordat bepaalde schakels in dit netwerk in de loop van de tijd zijn verdwenen (ruilverkaveling, opwaardering tot hoofdinfrastructuur en individuele ingrepen door particuliere grondeigenaren) is er sprake van discontinuïteit. Onderdelen van het langzame netwerk zijn opgenomen in de nationale en provinciale ruiter-, fiets, wandel- en vaarroutes. De gewenste ontwikkeling heeft geen betrekking op het trage netwerk in de omgeving. 4. Laag van de beleving Ten aanzien van de Laag van de beleving zijn voor de projectlocatie geen bijzondere gebiedskenmerken vastgesteld. 4.2.4.4 Conclusie toetsing Omgevingsvisie Overijssel Uit bovenstaande beoordelingen blijkt dat de gewenste ontwikkeling geen strijdigheden opleveren met de gebiedskenmerken en voorwaarden die in de Omgevingsvisie en de Omgevingsverordening van provincie Overijssel zijn opgenomen.
Cumela Advies | Nijverheidsstraat 13, 3861 RJ Nijkerk | Postbus 1156, 3860 BD Nijkerk | T. (033) 247 49 40 www.cumela.nl | advies@cumela.nl | IBAN NL54 RABO0364220600| KvK 30147807| BTW NL 8066.22.404.B01
23
4.3
Gemeentelijk beleid
4.3.1 Omgevingsvisie Horizon gemeente Raalte 2040 De Omgevingsvisie Horizon gemeente Raalte 2040 is vastgesteld op 26 november 2020. In deze Omgevingsvisie schetst de gemeente Raalte de ruimtelijke toekomstvisie van de fysieke leefomgeving voor de gemeente tot en met 2040. Het doel van de Omgevingsvisie is erop gericht om de diverse functies en belangen van de fysieke leefomgeving op elkaar af te stemmen. Door het opnemen van spelregels in de Omgevingsvisie wordt een balans gezocht in het benutten en beschermen van de leefomgeving. In de Omgevingsvisie wordt aan de hand van drie kernopgaven richting gegeven om de waarden in het buitengebied, de directe woonomgeving en Raalte in de regio te waarborgen. Deze drie kernpunten zijn: 1. Hoe geven we vorm en invulling aan de ontwikkelingen in het buitengebied, zodat het een prettige plek blijft om te wonen, werken, ondernemen en te recreëren? 2. Hoe zorgen we dat bestaande wijken en dorpen leefbaar en aantrekkelijk blijven? 3. Hoe Creëren we de optimale randvoorwaarden voor wonen, werken, ondernemen en recreëren in Raalte?
Voor het buitengebied is de ambitie vastgelegd om het gebied te ontwikkelingen als groen en innovatief productielandschap. Hierbij zijn de volgende ontwikkelrichtingen vastgesteld: 1. Het verder ontwikkelen en versterken van een sterk afwisselend landschap, versterken en behouden wat waardevol is. 2. Met technologie, innovatie en experiment zorgen voor toekomstbestendige landbouw die een meerwaarde voor de leefomgeving en landschap oplevert. 3. Het opwekken van duurzame energie in het stedelijk gebied en in het buitengebied. 4. Een vitaal, divers en gemengd buitengebied. Een werk- en productiegebied waar een balans is met wonen, landschappelijke- en cultuurhistorische kwaliteiten, natuur en recreatie. 5. Kleinschalige recreatie die past in het landschap en aansluit bij andere activiteiten in het buitengebied. Planspecifiek Met het herbestemmen van een bestaande bedrijfswoning naar een plattelandswoning, het realiseren van een nieuwe bedrijfswoning en het behoud van de activiteiten van het loonwerkbedrijf sluit het voorgenomen plan aan bij de ontwikkeling van nieuwe economische kansen, gemengd buitengebied met behoud van de bestaande functies. De plannen zijn daarmee niet in strijd met de genoemde ambities.
4.3.2 Erven in beweging Voor het realiseren van de bedrijfswoning wordt aansluiting gezocht bij de beleidsnota ‘Erven in beweging’ van gemeente Raalte. Dit beleid is voor het laatst vastgesteld op 25 mei 2023. Echter omdat voor dit initiatief door het college van B&W op 1 december 2020 een positief besluit op een principeverzoek is genomen, wordt versie 2021 van de beleidsnota voor dit initiatief toegepast.
Cumela Advies | Nijverheidsstraat 13, 3861 RJ Nijkerk | Postbus 1156, 3860 BD Nijkerk | T. (033) 247 49 40 www.cumela.nl | advies@cumela.nl | IBAN NL54 RABO0364220600| KvK 30147807| BTW NL 8066.22.404.B01
24
Voor de gewenste situatie is artikel 3.4 uit de beleidsnota ‘Erven in beweging’ van belang. Overeenkomstig bijlage 3 bij de beleidsnota geldt een minimale oppervlakte van 1.000 m2 aan voormalige gebouwen dat wordt gesloopt, om de woning op een ander erf te plaatsen dan het erf waar de voormalige gebouwen worden gesloopt. De bedrijfsgebouwen en woningen aan de Linderteseweg 48 zijn allen nog in gebruik. Voor het realiseren van een nieuwe bedrijfswoning wordt elders in het buitengebied van gemeente Raalte minimaal 1.000 m2 aan oude bedrijfsgebouwen gesloopt. Dit betreft de locatie aan de Nijverdalseweg 11 te Mariënheem. Dit perceel betreft een voormalig agrarisch bedrijf waarbij de bestaande bedrijfsgebouwen zijn verwijderd. Aan deze locatie is de functie ‘Wonen’ toegekend waarbij een compensatiewoning mogelijk is gemaakt. Zie hiervoor ook het ruimtelijk kwaliteitsplan zoals opgenomen in afbeelding 6 van deze onderbouwing. De ruimtelijke procedure voor dit perceel is inmiddels afgerond. Op deze locatie zijn landschapsontsierende gebouwen met een totale oppervlakte van 2.875 m2 gesloopt. Een deel van deze sloopmeters is in de sloopbank van gemeente Raalte opgenomen.
Middels de overeenkomst van 12 januari 2023 tussen initiatiefnemer en de eigenaar van het perceel aan de Nijverdalseweg 11 te Mariënheem zijn 1.000 m2 van de sloopmeters aangewend voor het realiseren van de nieuwe bedrijfswoning. Hiermee wordt voldaan aan de beleidsnota ‘Erven in beweging’ en wordt de gewenste inspanning geleverd om een nieuwe bedrijfswoning aan de Linderteseweg in Mariënheem te realiseren. Bestemmingsplan Buitengebied Raalte geconsolideerd 2020 Het bestemmingsplan Buitengebied Raalte geconsolideerd is op 2 juni 2021 door de gemeenteraad van Raalte. De projectlocatie is bestemd als “Bedrijf’ dat verder aan alle zijden grenst aan agrarisch gebied. Voor deze functie is geen directe mogelijkheid opgenomen voor het realiseren van een plattelandswoning. Deze mogelijkheid is wel opgenomen voor de agrarische functies in het buitengebied van gemeente Raalte. In het principeverzoek is verzocht om aan te sluiten bij deze voorwaarden. Daarnaast is op 1 maart 2014 is een aanpassing van het Besluit algemene regels voor inrichting milieubeheer (Activiteitenbesluit) in werking getreden. Met deze wijziging is eenzelfde regeling specifiek mogelijk gemaakt voor loon- en grondverzetbedrijven, als voor agrarische bedrijven die onder het Activiteitenbesluit vallen.
Ook onder de Omgevingswet komt de aanduiding van een plattelandswoning weer terug en wordt dezelfde systematiek opgenomen. In het besluit op het principeverzoek heeft gemeente Raalte aangegeven medewerking te kunnen verlenen aan het voornemen. Mits wordt voldaan aan de principes van zuinig ruimte gebruik, ruimtelijke kwaliteit, het waarborgen van een goede ruimtelijke ordening en de voorwaarden van de beleidsnota ‘Erven in beweging 2021’. Deze aspecten zijn in de volgende hoofdstukken nader uitgewerkt.
4.3.3 Regionaal Woonbeleid De gemeenten in de regio 'West-Overijssel' stemmen nieuwbouwplannen met elkaar af. Deze regio bestaat uit elf gemeenten, namelijk: Dalfsen, Deventer, Hardenberg, Kampen, OlstWijhe, Ommen, Raalte, Staphorst, Steenwijkerland, Zwartewaterland en Zwolle. Deze gemeenten en de provincie Overijssel hebben in 2014 de Regionale Woonvisie West-Overijssel
Cumela Advies | Nijverheidsstraat 13, 3861 RJ Nijkerk | Postbus 1156, 3860 BD Nijkerk | T. (033) 247 49 40 www.cumela.nl | advies@cumela.nl | IBAN NL54 RABO0364220600| KvK 30147807| BTW NL 8066.22.404.B01
25
vastgesteld. Hierin staan de gezamenlijke ambities en een visie op het gebied van wonen voor de regio. De regionale afstemming bestaat onder meer uit het verdelen van de door de provincie toegestane woningaantallen, waarbij op basis van de woningbehoefte-raming plannen verdeeld worden over de West-Overijsselse gemeenten, en de onderliggende kernen. De kwalitatieve vertaalslag naar onder meer type woningen, prijsklassen en doelgroepen wordt vervolgens op lokaal niveau gemaakt en ook de realisatie is een gemeentelijke activiteit. In 2015 hebben de gemeenten en provincie gezamenlijk een traject doorlopen waarin de gezamenlijke ambities en visie hebben geleid tot woonafspraken op 5 thema's, namelijk: (A) doelgroepen, (B) wonen en zorg, (C) stedelijke vernieuwing, (D) bestaande voorraad en (E) programmeren en zuinig ruimtegebruik. Binnen de kaders van bestaand beleid en besluiten staan betrokken partijen voor een goede ruimtelijke ordening en gaan partijen samen op zoek naar innovatieve oplossingen en mogelijkheden om ook in de toekomst aan de huisvestingsopgave te kunnen voldoen. Begin 2017 zijn de kwantitatieve afspraken geactualiseerd. Dit heeft geresulteerd in de RWP (Regionale Woonprogrammering) WestOverijssel (2017). Voor Raalte geldt dat het aantal inwoners en huishoudens de afgelopen jaren groeit. Er is ruimte voor nieuwe initiatieven.
Raalte blijft de vraag nauwlettend monitoren, onder andere door middel van een woningmarktanalyse en zet in op het matchen van vraag en aanbod. Kwalitatief programmeren is het uitgangspunt voor nieuwe plannen, waarbij het voorzien in een vraag en het leveren van meerwaarde voor de Raalter samenleving centraal staan. De gemeenten stemmen over het algemeen woningbouwplannen vanaf 25 woningen af met de andere (planrelevante) gemeenten. Toetsing Binnen voorliggend voornemen wordt in aanvulling op de bestaande woningen een extra woning gerealiseerd en een bedrijfswoning omgezet naar een plattelandswoning. Hiermee wordt een beperkte bijdrage geleverd aan de aantoonbare woningbouwbehoefte binnen de gemeente. Voorliggend voornemen betreft een kleinschalige ontwikkeling: het aantal gewenste woningen blijft ruimschoots onder het aantal woningen waarbij met de andere gemeenten afstemming moet worden gezocht. Daarnaast wordt, gezien de bestaande onderprogrammering in de gemeente, geconcludeerd dat het in dit plan besloten woningaantal past binnen de regionale woningbouwprogrammering. Geconcludeerd wordt dat het voornemen in overeenstemming is met het gemeentelijke beleid en het regionale woonbeleid.