CConstaterende datRaalte
Koppel je AI →
Document · PDF

Ruimtelijke onderbouwing incl. bodemonderzoek DD 12-2020

Informatievoorziening raad 24 maart 2021, gemeente RaalteBij agendapunt: Collegevoorstel besluit afwijken bestemmingsplan Hoogeland 19 en 21 Heeten25.419 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Conclusie

De Wet geluidhinder vormt geen belemmering in het kader van voorliggende ontwikkeling.

4.2

Bodem

4.2.1

Algemeen

Bij het nemen van een omgevingsvergunning dient te worden bepaald of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het toekomstige gebruik van die bodem en of deze aspecten optimaal op elkaar kunnen worden afgestemd. Om hierin inzicht te krijgen, dient doorgaans een bodemonderzoek te worden verricht conform de richtlijnen NEN 5740. Estinvent heeft ter plaatse van het projectgebied een verkennend vooronderzoek conform de reeds geldende normen uitgevoerd. Hierna zijn de resultaten van het uitgevoerde onderzoek opgenomen. Voor het volledige onderzoeksrapport wordt verwezen naar bijlage 1. 4.2.2

Situatie projectgebied

Uitkomst bodemonderzoek Tijdens de veldwerkzaamheden zijn geen bij-mengingen waargenomen die duiden op de aanwezigheid van bodemverontreiniging. Zintuiglijk zijn op het maaiveld en in de opgeboorde grond geen asbestverdachte materialen waargenomen. In de samengestelde mengmonsters van de bovengrond en in het samengestelde mengmonster van de ondergrond zijn, van de geanalyseerde parameters, geen gehalten aangetoond boven de geldende achtergrondwaarden. In het grondwater uit peilbuis 1 overschrijden de concentraties nikkel, barium en naftaleen de streefwaarden. Van de overig geanalyseerde parameters zijn geen concentraties aangetoond boven de geldende streefwaarden. Geconcludeerd wordt dat de bovengrond en ondergrond indicatief als bodemkwaliteitsklasse AW2000 (altijd toepasbaar) worden beoordeeld. Op basis van de onderzoeksresultaten dient de hypothese "onverdacht" voor de onderzoekslocatie formeel gezien te worden verworpen. In het grondwater zijn licht verhoogde gehalten aangetoond. Aangezien er maximaal sprake is van licht verhoogde gehalten wordt een nader onderzoek niet noodzakelijk geacht. 4.2.3

Conclusie

Het aspect bodem vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

26

Het Hoogeland 19, Heeten Ruimtelijke onderbouwing

4.3

Luchtkwaliteit

4.3.1

Beoordelingskader

Om een goede luchtkwaliteit in Europa te garanderen heeft de Europese unie een viertal kaderrichtlijnen opgesteld. De hiervan afgeleide Nederlandse wetgeving is vastgelegd in hoofdstuk 5, titel 2 van de Wet milieubeheer. Deze wetgeving staat ook bekend als de Wet luchtkwaliteit. In de Wet luchtkwaliteit staan onder andere de grenswaarden voor de verschillende luchtverontreinigende stoffen. Onderdeel van de Wet luchtkwaliteit zijn de volgende Besluiten en Regelingen: • •

Besluit en de Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen); Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen).

4.3.1.1 Besluit en de Regeling niet in betekenende mate bijdragen Het Besluit niet in betekenende mate bijdragen (NIBM) staat bouwprojecten toe wanneer de bijdrage aan de luchtkwaliteit van het desbetreffende project niet in betekenende mate is. Het begrip “niet in betekenende mate” is gedefinieerd als 3% van de grenswaarden uit de Wet milieubeheer. Het gaat hierbij uitsluitend om stikstofdioxide (NO2) en fijnstof (PM10). Toetsing aan andere luchtverontreinigende stoffen uit de Wet luchtkwaliteit vindt niet plaats. In de Regeling NIBM is een lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) opgenomen die niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging. Enkele voorbeelden zijn: • • •

woningen: 1.500 met een enkele ontsluitingsweg; woningen: 3.000 met twee ontsluitingswegen; kantoren: 100.000 m2 bruto vloeroppervlak met een enkele ontsluitingsweg.

Als een ruimtelijke ontwikkeling niet genoemd staat in de Regeling NIBM kan deze nog steeds niet in betekenende mate bijdragen. De bijdrage aan NO2 en PM10 moet dan minder zijn dan 3% van de grenswaarden. 4.3.1.2 Besluit gevoelige bestemmingen Het Besluit gevoelige bestemmingen is opgesteld om mensen die extra gevoelig zijn voor een matige luchtkwaliteit aanvullend te beschermen. Deze ‘gevoelige bestemmingen’ zijn scholen, kinderdagverblijven en verzorgings-, verpleeg- en bejaardentehuizen. Woningen en ziekenhuizen/klinieken zijn geen gevoelige bestemmingen. De grootste bron van luchtverontreiniging in Nederland is het wegverkeer. Het Besluit legt aan weerszijden van rijkswegen en provinciale wegen zones vast. Bij rijkswegen is deze zone 300 meter, bij provinciale wegen 50 meter. Bij realisatie van ‘gevoelige bestemmingen’ binnen deze zones is toetsing aan de grenswaarden die genoemd zijn in de Wet luchtkwaliteit nodig. 4.3.2

Situatie projectgebied

Het voornemen voorziet in het toevoegen van één extra woning, waarbij sprake is van slechts een zeer beperkte toename van het aantal verkeersbewegingen, Gelet op de aard en omvang van dit project in verhouding tot categorieën van gevallen, zoals beschreven in paragraaf 4.3.1.1, kan worden gesteld dat voorliggend project 'niet in betekenende mate bijdraagt' aan de luchtverontreiniging. Tot slot wordt geconcludeerd dat de ontwikkeling niet wordt aangemerkt als een gevoelige bestemming in het kader van het ‘Besluit gevoelige bestemmingen’. 4.3.3

Conclusie

Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor voorliggend initiatief. BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

27

Het Hoogeland 19, Heeten Ruimtelijke onderbouwing

4.4

Externe veiligheid

4.4.1

Algemeen

Externe veiligheid is een beleidsveld dat is gericht op het beheersen van risico's die ontstaan voor de omgeving bij de productie, de opslag, de verlading, het gebruik en het transport van gevaarlijke stoffen. Bij nieuwe ontwikkelingen moet worden voldaan aan strikte risicogrenzen. Een en ander brengt met zich mee dat nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen moeten worden getoetst aan wet- en regelgeving op het gebied van externe veiligheid. Concreet gaat het om risicovolle bedrijven, vervoer gevaarlijke stoffen per weg, spoor en water en transport gevaarlijke stoffen via buisleidingen. Op de diverse aspecten van externe veiligheid is afzonderlijke wetgeving van toepassing. Voor risicovolle bedrijven gelden onder meer: • • • • •

het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi); de Regeling externe veiligheid inrichtingen (Revi); het Registratiebesluit externe veiligheid; het Besluit risico’s zware ongevallen 2015 (Brzo 2015); het Vuurwerkbesluit.

Voor vervoer gevaarlijke stoffen geldt de ‘Wet Basisnet vervoer gevaarlijke stoffen’ (Wet Basisnet). Dat vervoer gaat over water, spoor, wegen of door de lucht. De regels van het Basisnet voor ruimtelijke ordening zijn vastgesteld in: • • •

het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt); de Regeling basisnet; de (aanpassing) Regeling Bouwbesluit (veiligheidszone en plasbrandaandachtsgebied).

Het transporteren van stoffen per buisleiding is geregeld in het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Het doel van wetgeving op het gebied van externe veiligheid is risico's waaraan burgers in hun leefomgeving worden blootgesteld vanwege risicovolle inrichtingen en activiteiten tot een aanvaardbaar minimum te beperken. Het is noodzakelijk inzicht te hebben in de kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten en het plaatsgebonden en het groepsrisico. 4.4.2

Situatie projectgebied

Aan hand van de Risicokaart is een inventarisatie verricht van risicobronnen in en rond het projectgebied. Op de Risicokaart staan meerdere soorten risico's, zoals ongevallen met brandbare, explosieve en giftige stoffen, grote branden of verstoring van de openbare orde. In totaal worden op de Risicokaart dertien soorten rampen weergegeven. In afbeelding 4.1 is een uitsnede van de Risicokaart ter plaatse van de locatie en de omgeving weergegeven. Het projectgebied is met een rode marker aangegeven.

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

28

Het Hoogeland 19, Heeten Ruimtelijke onderbouwing

Afbeelding 4.1

Uitsnede risicokaart (Bron: Risicokaart.nl, bewerkt)

Uit de inventarisatie blijkt dan ook dat het projectgebied: • • • •

4.4.3

zich niet bevindt binnen de risicocontour van Bevi- en Brzo-inrichtingen danwel inrichtingen die vallen onder het Vuurwerkbesluit (plaatsgebonden risico); zich niet bevindt binnen een gebied waarbinnen een verantwoording van het groepsrisico nodig is; niet is gelegen binnen de veiligheidsafstanden van het vervoer gevaarlijke stoffen; niet is gelegen binnen de veiligheidsafstanden van buisleidingen voor het vervoer van gevaarlijke stoffen. Conclusie

Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor het realiseren van twee vrijstaande woningen.

4.5

Milieuzonering

4.5.1

Algemeen

Zowel de ruimtelijke ordening als het milieubeleid stellen zich ten doel een goede kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Dit gebeurt onder andere door milieuzonering. Onder milieuzonering verstaan we het aanbrengen van een voldoende ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende bedrijven of inrichtingen enerzijds en milieugevoelige functies als wonen en recreëren anderzijds. De ruimtelijke scheiding bestaat doorgaans uit het aanhouden van een bepaalde afstand tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. Die onderlinge afstand moet groter zijn naarmate de milieubelastende functie het milieu sterker belast. Milieuzonering heeft twee doelen: • •

het voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar bij woningen en andere gevoelige functies; het bieden van voldoende zekerheid aan bedrijven dat zij hun activiteiten duurzaam onder aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen.

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

29

Het Hoogeland 19, Heeten Ruimtelijke onderbouwing Voor het bepalen van de aan te houden afstanden wordt de VNG-uitgave “Bedrijven en Milieuzonering” uit 2009 gehanteerd. Deze uitgave bevat een lijst, waarin voor een hele reeks van milieubelastende activiteiten (naar SBI-code gerangschikt) richtafstanden zijn gegeven ten opzichte van milieugevoelige functies. De lijst geeft richtafstanden voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar. De grootste van de vier richtafstanden is bepalend voor de indeling van een milieubelastende activiteit in een milieucategorie en daarmee ook voor de uiteindelijke richtafstand. De richtafstandenlijst gaat uit van gemiddeld moderne bedrijven. Indien bekend is welke activiteiten concreet zullen worden uitgeoefend, kan gemotiveerd worden uitgegaan van de daadwerkelijk te verwachten milieubelasting, in plaats van de richtafstanden. De afstanden worden gemeten tussen enerzijds de grens van de bestemming die de milieubelastende functie(s) toelaat en anderzijds de uiterste situering van de gevel van een milieugevoelige functie die op grond van het bestemmingsplan mogelijk is. Hoewel deze richtafstanden indicatief zijn, volgt uit jurisprudentie dat deze afstanden als harde eis gezien worden door de Raad van State bij de beoordeling of woningen op een passende afstand van bedrijven worden gesitueerd.

Gebiedstypen In de VNG-uitgave 'Bedrijven en Milieuzonering’ is een tweetal gebiedstypen te onderscheiden; 'rustige woonwijk' en 'gemengd gebied'. Een rustige woonwijk is een woonwijk die is ingericht volgens het principe van functiescheiding. Overige functies komen vrijwel niet voor. Langs de randen is weinig verstoring van verkeer. Gebieden waar in enige vorm sprake is van functiemenging, of in gebieden waar bewust functiemenging wordt nagestreefd (bijvoorbeeld om een grotere levendigheid tot stand te brengen), worden aangemerkt als ‘gemend gebied’. De richtafstanden uit het omgevingstype rustige woonwijk kunnen, zonder dat dit ten koste gaat van het woon- en leefklimaat, met één afstandsmaat worden verlaagd indien sprake is van gemengd gebied. Daarbij wordt in de VNG-uitgave ‘Bedrijven en milieuzonering’ opgemerkt dat het vanuit het oogpunt van efficiënt ruimtegebruik de voorkeur verdient functiescheiding niet verder door te voeren dan met het oog op een goed woon- en leefklimaat noodzakelijk is. Het projectgebied ligt in een gebied dat wordt omgeven door enkel woningen. Het projectgebied kan dan ook worden aangemerkt als omgevingstype ‘rustige woonwijk’. Hierna zijn de betreffende richtafstanden aangegeven.

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

30

Het Hoogeland 19, Heeten Ruimtelijke onderbouwing 4.5.2

Situatie projectgebied

Aan de hand van vorenstaande regeling is onderzoek verricht naar de feitelijke situatie. De VNG-uitgave ‘Bedrijven en Milieuzonering’ geeft een eerste inzicht in de milieuhinder van inrichtingen. Er dient bij het realiseren van nieuwe functies gekeken te worden naar de omgeving waarin de nieuwe functie gerealiseerd gaat worden. Hierbij spelen twee vragen en rol: • •

past de nieuwe functie in de omgeving? (externe werking); laat de omgeving de nieuwe functie toe? (interne werking).

Externe werking Hierbij gaat het met name om de vraag of de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling leidt tot een situatie die, vanuit hinder of gevaar bezien, in strijd is te achten met een goede ruimtelijke ordening. Daarvan is sprake als het woon- en leefklimaat van omwonenden in ernstige mate wordt aangetast. De gewenste functie ‘Wonen’ betreft geen milieubelastende functie en is daarom niet opgenomen in de VNGuitgave ‘Bedrijven en Milieuzonering’. Vorenstaande betekent dat er geen sprake is van aantasting van het woon- en leefklimaat van omwonenden. Interne werking Hierbij gaat het om de vraag of de nieuwe functie binnen het projectgebied hinder ondervindt van bestaande functies in de omgeving. Omgekeerd gaat het om de vraag of bestaande functies in de omgeving belemmerd worden in de bedrijfsvoering door de nieuwe milieugevoelige functies. De gewenste functie in het projectgebied wordt aangemerkt als milieugevoelige functie. In de directe omgeving van het projectgebied zijn, zoals vermeld, voornamelijk woonfuncties aanwezig. Op circa 145 meter van het projectgebied bevindt zich de dichtstbij gelegen bedrijfslocatie (ten oosten). Hier zijn onder meer bedrijven in categorie 1 en 2 toegestaan, waarvoor een maximum richtafstand geldt van 30 meter. Hieraan wordt ruimschoots voldaan. Ter plaatse van het projectgebied is dan ook sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.

Omgekeerd worden omliggende functies niet belemmerd als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling. 4.5.3

Conclusie

Het aspect milieuzonering vormt geen belemmering voor de in deze ruimtelijke onderbouwing besloten ontwikkeling.

4.6

Ecologie

4.6.1

Algemeen

Bescherming in het kader van de natuur wet- en regelgeving is op te delen in gebieds- en soortenbescherming. Het wettelijk kader ten aanzien van gebieds- en soortenbescherming is vastgelegd in de Wet natuurbescherming. Bij gebiedsbescherming heeft men te maken met Natura 2000-gebieden en het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Soortenbescherming gaat uit van de bescherming van dier- en plantensoorten.

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

31

Het Hoogeland 19, Heeten Ruimtelijke onderbouwing 4.6.2

Gebiedsbescherming

4.6.2.1 Natura 2000-gebieden Natura 2000 is een samenhangend netwerk van natuurgebieden in Europa. Natura 2000 bestaat uit gebieden die zijn aangewezen in het kader van de Europese Vogelrichtlijn (79/409/EEG) en gebieden die zijn aangemeld op grond van de Europese Habitatrichtlijn (92/43/EEG). Deze gebieden worden in Nederland op grond van de Wet natuurbescherming beschermd. Voor elk Natura 2000-gebied zijn instandhoudingsdoelstellingen geformuleerd voor alle beschermde soorten en habitats die daar aanwezig zijn. Per soort of habitat is aangegeven of behoud van de huidige aantallen/arealen voldoende is, dan wel of uitbreiding of een verbetering nodig is. Niet alleen activiteiten binnen een Natura 2000-gebied maar ook activiteiten buiten een Natura 2000-gebied kunnen de instandhoudingsdoelstellingen in gevaar brengen. Dit wordt de externe werking genoemd. Gezien de mogelijke externe werking van de beoogde ontwikkeling op het nabijgelegen Natura 2000-gebied, is het van belang om te toetsen of de realisatie van de beoogde ontwikkeling conflicteert met de waarden waarvoor dit gebied is aangewezen. Hiervoor is in elk geval een toetsing aan de Wet natuurbescherming noodzakelijk. Veel Natura 2000-gebieden zijn kwetsbaar voor stikstofdepositie; stikstofdepositie vormt een bedreiging voor verschillende habitattypen en de leefomgeving van habitatsoorten.

Het projectgebied bevindt zich op circa 4,5 kilometer afstand van het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied (Boetelerveld). Ondanks de geruime onderlinge afstand is in voorliggend geval sprake van een ontwikkeling, waarbij gedurende de aanleg- en gebruiksfase stikstof wordt uitgestoten (zoals bij de verbranding van fossiele brandstof voor de sloop en/of realisatie van bebouwing en de extra vervoersbewegingen die als gevolg van het voornemen ontstaan. De stikstof kan neerslaan op de kwetsbare natuur. Momenteel is ter plaatse van het projectgebied sprake van een woning met bijbehorende verkeersbewegingen. Door het slopen van deze woning komt de huidige stikstofuitstoot te vervallen. Verwacht wordt dat de realisatie van het voornemen, gezien de kleinschaligheid, geen noemenswaardige toename van stikstofuitstoot tot gevolg heeft. Daarnaast zoals in paragraaf 2.3 vermeld dat per saldo beperkt sprake zal zijn van een toename van de verkeersgeneratie, en daarmee stikstofuitstoot als gevolg van verkeer, ter plaatse van het projectgebied. Daarnaast worden de nieuwe woningen gasloos gebouwd. Gelet op de aard en omvang van de ontwikkeling zijn directe negatieve effecten (geluid- en lichthinder) op de instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000-gebied uit te sluiten.

Ook indirect negatieve effecten zoals stikstofdepositie zijn gelet op de zeer grote afstand en kleinschaligheid van de ontwikkeling op voorhand uit te sluiten. 4.6.2.2 Natuurnetwerk Nederland (NNN) Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is de kern van het Nederlandse natuurbeleid. Het NNN is in de provinciale structuurvisie uitgewerkt. In of in de directe nabijheid van het NNN geldt het ‘nee, tenzij’ - principe. In principe zijn er geen ontwikkelingen toegestaan als zij de wezenlijke kenmerken of waarden van het gebied aantasten. Het projectgebied ligt niet binnen de begrenzing van het NNN. De dichtstbijzijnde gronden die zijn aangemerkt als NNN liggen op 1,2 kilometer. Gezien het feit dat sprake is van een ontwikkeling buiten de NNN en de aard en omvang van voorgenomen ontwikkeling, wordt geconcludeerd dat er geen aantasting plaatsvindt van de wezenlijke kenmerken en waarden van de NNN. 4.6.3

Soortenbescherming

Bij ruimtelijke ontwikkelingen dient te worden getoetst of er sprake is van negatieve effecten op de aanwezige natuurwaarden. Als hiervan sprake is, moet ontheffing of een vrijstelling worden aangevraagd. Om aan te kunnen tonen dat geen functioneel leefgebied van verschillende vogel-, amfibieën, vleermuis-, en

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

32

Het Hoogeland 19, Heeten Ruimtelijke onderbouwing grondgebonden zoogdiersoorten wordt aangetast, is door Alcedo natuurprojecten een natuurwaardenonderzoek uitgevoerd. De gehele rapportage is in bijlage 2 bijgevoegd. Uitkomst natuurwaardenonderzoek Op basis van deze quickscan kan het volgende worden geconcludeerd: -

4.6.4

Er zijn geen jaarrond beschermde nesten van vogels aangetroffen; Ten aanzien van de voorgenomen plannen is het niet noodzakelijk vervolgonderzoek uit te voeren volgens kennisdocumenten huismus of gierzwaluw; Ten aanzien van de voorgenomen plannen is niet noodzakelijk vervolgonderzoek uit te laten voeren volgens het vleermuisprotocol 2017, omdat kan worden uitgesloten dat er ter plaatse vaste verblijfplaatsen van vleermuizen aanwezig zijn; De aanvraag voor een ontheffing inzake de Wnb bij Provincie Overijssel is niet noodzakelijk. Conclusie

Gelet op vorenstaande vormt het aspect ecologie geen belemmering voor het voorgenomen initiatief.

4.7

Archeologie & cultuurhistorie

4.7.1

Archeologie

4.7.1.1 Algemeen Initiatiefnemers hebben op basis van de Erfgoedwet een archeologische zorgplicht bij projecten waarbij de bodem wordt verstoord. Hiervoor is onderzoek noodzakelijk: het archeologisch vooronderzoek. Als blijkt dat in het projectgebied behoudenswaardige archeologische vindplaatsen aanwezig zijn, dan kan de initiatiefnemer verplicht worden hiermee rekening te houden. Dit kan leiden tot een aanpassing van de plannen, waardoor de vindplaatsen behouden blijven, of tot een archeologische opgraving en publicatie van de resultaten. 4.7.1.2 Situatie projectgebied De gemeente Raalte beschikt over een archeologische beleidsadvieskaart. Op basis van deze archeologische beleidsadvieskaart behoort het projectgebied tot een gebied met een lage archeologische waarde. Hierbij geldt een onderzoeksplicht voor gebieden groter dan 10 hectare in het landelijk gebied en groter dan 5 hectare in de bebouwde kom en/of gebieden gelegen binnen een straal van 50 meter van AMK terreinen, bij bodemingrepen dieper dan 50 centimeter ten opzichte van het maaiveld. Het projectgebied is in afbeelding 4.2 met een rode omlijning aangegeven.

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

33

Het Hoogeland 19, Heeten Ruimtelijke onderbouwing

Afbeelding 4.2

Uitsnede gemeentelijk archeologische beleidsadvieskaart (Bron: gemeente Raalte)

Aangezien het projectgebied binnen (een straal van 50 meter) van een AMK terrein ligt en er bodemingrepen dieper dan 50 centimeter zullen plaatsvinden, is een archeologische bureau- en veldonderzoek uitgevoerd. Uitkomst archeologisch bureau- en veldonderzoek; 4.7.2

Cultuurhistorie

4.7.2.1 Algemeen Onder cultuurhistorische waarden worden alle structuren, elementen en gebieden bedoeld die cultuurhistorisch van belang zijn. Zij vertellen iets over de ontstaansgeschiedenis van het Nederlandse cultuurlandschap. Vaak is er een sterke relatie tussen aardkundige aspecten en cultuurhistorische aspecten. In de Bro is sinds 1 januari 2012 (artikel 3.1.6, vijfde lid, onderdeel a) opgenomen dat een bestemmingsplan/ruimtelijke onderbouwing “een beschrijving van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden” dient te bevatten.

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

34

Het Hoogeland 19, Heeten Ruimtelijke onderbouwing 4.7.2.2 Situatie projectgebied Er bevinden zich, op basis van de Rijksmonumentenkaart van de Atlas Leefomgeving, in het projectgebied zelf geen rijks- dan wel gemeentelijke monumenten. In het projectgebied of in de directe nabijheid van het projectgebied is er geen sprake van bijzondere cultuurhistorische waarden. Gesteld wordt dat het aspect cultuurhistorie geen belemmering vormt voor de voorgenomen ontwikkeling. 4.7.3

Conclusie

Geconcludeerd kan worden dat er geen sprake is van negatieve effecten op de cultuurhistorische waarden. De uitkomst van het archeologisch bureau- en veldonderzoek wordt gedurende de aanvraag bijgevoegd.

4.8

Water

4.8.1

Algemeen

In het moderne waterbeheer (waterbeheer 21e eeuw) wordt er gestreefd naar duurzame, veerkrachtige watersystemen met minimale risico’s op wateroverlast of watertekorten. Een belangrijk instrument hierbij is de watertoets, die sinds 1 november 2003 in ruimtelijke plannen is verankerd. In de toelichting dient een waterparagraaf te worden opgenomen. Hierin wordt verslag gedaan van de wijze waarop rekening is gehouden met de gevolgen van het plan voor de waterhuishoudkundige situatie (watertoets). Het doel van de watertoets is te garanderen dat waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op een evenwichtige wijze in het plan worden afgewogen. Deze waterhuishoudkundige doelstellingen betreffen zowel de waterkwantiteit (veiligheid, wateroverlast, tegengaan verdroging) als de waterkwaliteit (riolering, omgang met hemelwater, lozingen op oppervlaktewater). 4.8.2

Watertoets

Het Waterschap Drents Overijsselse Delta is geïnformeerd over het plan door gebruik te maken van de digitale watertoets. De beantwoording van de vragen heeft ertoe geleid dat de korte procedure van toepassing is. In bijlage 4 is het watertoetsresultaat bijgevoegd.

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

35

Het Hoogeland 19, Heeten Ruimtelijke onderbouwing

HOOFDSTUK 5

ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID

Artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening stelt dat de gemeenteraad naar aanleiding van een omgevingsvergunning moet besluiten om al dan niet een exploitatieplan vast te stellen. Hoofdregel is dat een exploitatieplan moet worden vastgesteld bij elk plan. Er zijn echter uitzonderingen. Het is mogelijk dat de raad verklaart dat met betrekking tot een bestemmingsplan of omgevingsvergunning geen exploitatieplan wordt vastgesteld indien het verhaal van kosten van de grondexploitatie anderszins is verzekerd of het stellen van nadere eisen en regels niet noodzakelijk is. In het voorliggende geval wordt een overeenkomst gesloten tussen initiatiefnemer en de gemeente. Hierin is verzekerd dat het risico van planschade voor rekening van de initiatiefnemer komt. De gemeentelijke kosten worden verhaald middels de legesverordening, waardoor het kostenverhaal voor de gemeente volledig is verzekerd. Dit brengt met zich mee dat vaststelling van een exploitatieplan achterwege kan blijven.

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

36

Het Hoogeland 19, Heeten Ruimtelijke onderbouwing

HOOFDSTUK 6

VOOROVERLEG

Op grond van artikel 3.1.1 Bro is vooroverleg vereist met het waterschap en met de diensten van de provincie en het Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn.

6.1

Het Rijk

In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) zijn de nationale belangen die juridische borging vereisen opgenomen. Het Barro is gericht op doorwerking van nationale belangen in gemeentelijke plannen. Geoordeeld wordt dat de voorgenomen ontwikkeling geen nationale belangen schaadt. Daarom is afgezien van het voeren van vooroverleg met het Rijk.

6.2

Provincie Overijssel

Gelet op de locatie, aard en omvang van de ontwikkeling wordt vooroverleg met de provincie niet noodzakelijk geacht.

6.3

Waterschap Drents Overijsselse Delta

In het kader van de watertoets heeft er een digitale watertoets plaatsgevonden via de website www.dewatertoets.nl. Hierbij is het Waterschap Drents Overijsselse Delta van de voorgenomen ontwikkeling op de hoogte gebracht. Uit de watertoets volgde dat de korte procedure van toepassing is.

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

37

Het Hoogeland 19, Heeten Ruimtelijke onderbouwing

HOOFDSTUK 7

CONCLUSIE

De voorgenomen ontwikkeling, het realiseren van twee vrijstaande woningen binnen de kern Heeten ter vervanging van één vrijstaande woning, past binnen het relevante Rijks-, provinciaal en gemeentelijk beleid. Verder gaat de ontwikkeling onder meer niet gepaard met significante milieugevolgen en gevolgen voor het woon- en leefklimaat van omliggende woonfuncties. Het realiseren van twee vrijstaande woningen kan via een aanvraag omgevingsvergunning conform artikel 2.12, lid 1 onder a sub 3 Wet algemene bepalingen omgevingsrecht worden verleend.

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

38

Het Hoogeland 19, Heeten Ruimtelijke onderbouwing

BIJLAGEN Bijlage 1

Bodemonderzoek

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

39

Het Hoogeland 19, Heeten Ruimtelijke onderbouwing

Bijlage 2

Quickscan Natuurwaardenonderzoek

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

40

Het Hoogeland 19, Heeten Ruimtelijke onderbouwing

Bijlage 3

Archeologisch bureau- en veldonderzoek

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

41

Het Hoogeland 19, Heeten Ruimtelijke onderbouwing

Bijlage 4

Watertoets

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

42

Verkennend bodemonderzoek Het Hoogeland 19 te Heeten Gemeente Raalte H nummers 7778 en 7779

Opdrachtgever Dhr. R. Hendriks Schutterstraat 4 8111 BH Heeten Projectnummer 096 10 20 Autorisatie Eindredactie/kwaliteitscontrole: Dhr. P. van der Poel

EstInvent BV Postbus 522, 7245 ZG LAREN info@estinvent.nl

paraaf

Datum

status

16 november 2020

Definitief

Project

: Verkennend bodemonderzoek Het Hoogeland 19 Heeten

Projectnummer

: 096 10 20

INHOUD 1

INLEIDING

3

1.1

Voorwaarden en uitgangspunten

3

1.2

Indeling rapportage

3

2

VOORONDERZOEK

3

2.1

Algemeen

3

2.2

Bekende gegevens

4

2.3

Conclusies vooronderzoek en onderzoekshypothese

4

3

UITGEVOERDE WERKZAAMHEDEN

4

3.1

Algemeen

5

3.2

Veldwerkzaamheden

5

3.3

Chemisch-analytisch onderzoek

6

3.4

Toetsingskader

6

4

RESULTATEN

7

4.1

Zintuiglijke waarnemingen

7

4.2

Analyseresultaten grond

8

4.3

Analyseresultaten grondwater

8

4.4

Toetsing hypothese

9

5

CONCLUSIES EN ADVIES

9

BIJLAGEN: 1.

Regionale ligging onderzoekslocatie

2.

Overzicht locatie met situering monsternamepunten

3.

Boorprofielen

4.

Analysecertificaten

5.

Toetsing analyseresultaten

6.

Rapportage bodemloket, gemeente en omgevingsdienst

7.

Topotijdreis (diverse jaartallen)

8.

Informatie dinoloket

9.

Foto’s

EstInvent BV Postbus 522, 7245 ZG LAREN info@estinvent.nl

2 van 10

Project

: Verkennend bodemonderzoek Het Hoogeland 19 Heeten

Projectnummer

: 096 10 20

1

INLEIDING In opdracht van de heer Hendriks is door Est Invent BV een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd op een locatie aan het Hoogeland 19 te Heeten. Voor de regionale ligging van de onderzoekslocatie wordt verwezen naar bijlage 1. Aanleiding voor het uitvoeren van het verkennend bodemonderzoek is de voorgenomen vervangende nieuwbouw op het perceel. De bestaande woning wordt vervangen. Doel van het bodemonderzoek is het bepalen van de algemene milieuhygiënische kwaliteit van de bodem teneinde een uitspraak te kunnen doen of deze al dan niet een belemmering vormt voor de voorgenomen nieuwbouw op het perceel.

1.1

Voorwaarden en uitgangspunten Bij een verkennend bodemonderzoek dienen de volgende normen te worden gevolgd. -

Voorafgaand aan het bodemonderzoek dient een vooronderzoek conform de richtlijnen in de Nederlandse Eind Norm (NEN) 5725 (2017) “Bodem, leidraad voor het uitvoeren van vooronderzoek bij verkennend, oriënterend en nader onderzoek” te worden verricht.

-

Het verkennend bodemonderzoek dient te voldoen aan de richtlijnen in de Nederlandse Eind Norm (NEN) 5740+A1 2016: “Bodem, onderzoeksstrategie bij verkennend onderzoek”.

Volledigheidshalve merken wij op dat Est Invent BV een onafhankelijk opererend adviesbureau is, welke op generlei wijze verbonden is met de opdrachtgever voor het onderzoek of de eigenaar van de onderzoekslocatie.

1.2

Indeling rapportage In het onderhavige rapport wordt eerst ingegaan op de locatiegegevens en het vooronderzoek. Vervolgens komen de veldwerkgegevens, het laboratoriumonderzoek en de analyseresultaten aan bod. De rapportage wordt afgesloten met een bespreking van de analyseresultaten en de bijbehorende conclusies en aanbevelingen.

2

VOORONDERZOEK

2.1

Algemeen Het vooronderzoek is gebaseerd op de NEN 5725:2017. Onderstaand zijn de typen vooronderzoek opgenomen: Onderzoeksaspecten

1. Locatiegegevens

Aanleidingen tot vooronderzoek

Eigendomssituatie

A

B

O

O

C

D

Hoogteligging 2. Bodemopbouw en

Bodemopbouw

geohydrologie

Antropogene lagen in de bodem Geohydrologie

3. Verwachting t.a.v. de

Geval van ernstige bodemverontreiniging?

bodemkwaliteit

Kwaliteit o.b.v. BKK

EstInvent BV Postbus 522, 7245 ZG LAREN info@estinvent.nl

✓

✓

✓

✓

✓ ✓ ✓

✓

O

✓ ✓ ✓

✓ ✓ ✓ ✓

E ✓

F

G

✓

✓ ✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

3 van 10

✓

Project

: Verkennend bodemonderzoek Het Hoogeland 19 Heeten

Projectnummer

: 096 10 20

Onderzoeksaspecten

Aanleidingen tot vooronderzoek

O.b.v. uitgevoerde bodemonderzoeken 4. Gebruik en beïnvloeding

Voormalig

van de locatie, verdachte

Huidig

A

B

C

D

E

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓ ✓

situatie, activiteiten, ongewoon Toekomst voorval

Asbestverdacht?

✓

O ✓ ✓

✓

✓

✓

F

G ✓

✓

✓

O ✓

✓

✓

✓

✓

5. Terreinverkenning A. bodemonderzoek, par. 6.2.1 B. nul‐ en eindsituatieonderzoek, par. 6.2.2 C. bodemkwaliteitsklasse (Bbk), par. 6.2.3 D. partijkeuring, par. 6.2.4 E. opstellen/ actualiseren bodemkwaliteitskaart (Bbk), par. 6.2.5 F. gebruik bodemkwaliteitskaart (Bbk), par. 6.2.6 G. inschatten van arbeidshygiënische risico’s, par. 6.2.7

✓ Verplicht onderzoeksaspect. Indien dit onderzoeksaspect niet van toepassing is, behoort dit in het rapport te worden vermeld en gemotiveerd O Optioneel

In het kader van het vooronderzoek (standaard vooronderzoek A) is informatie ingewonnen uit de volgende bronnen:

2.2

-

Informatie opdrachtgever;

-

informatie gemeente en omgevingsdienst;

-

informatie van bodemloket en omgevingsrapportage provincie Overijssel;

-

interpreteren van topografische en geohydrologische kaarten;

-

Informatie topotijdreis.nl;

-

informatie dinoloket;

-

interpretatie van tekeningen van de huidige situatie;

-

een locatie-inspectie (uitgevoerd tijdens veldwerk).

Bekende gegevens De onderzoekslocatie is gelegen aan het Hoogeland 19 te Heeten. De locatie staat kadastraal bekend als: Raalte, sectie H nummer 7778 en 7779. Beide kadastrale percelen hebben een gezamelijke oppervlakte van 1.623 m2. Op basis van topografische kaarten blijkt de onderzoekslocatie ongeveer vanaf de begin jaren 60 te zijn bebouwd. Medio 2000 is de huidige omvang gerealiseerd. De omgeving is landbouwgrond en nieuwbouw. Er zijn op basis van de topografische kaarten geen aanwijzingen aanwezig die duiden op de aanwezigheid van voormalige watergangen of dempingen. (bron topotijdreis) Uit informatie van de omgevingsdienst is het volgende naar voren gekomen: Bodemonderzoeken op de locatie: Op de locatie zijn voor zover bekend geen bodemonderzoeken uitgevoerd Bodemonderzoeken nabij de locatie: • In de omgeving zijn verscheidene bodemonderzoeken uitgevoerd in het kader van bestemmingswijziging/locatieontwikkeling (plan Hordelman). Daarnaast is er een verkennend

EstInvent BV Postbus 522, 7245 ZG LAREN info@estinvent.nl

4 van 10

Project

: Verkennend bodemonderzoek Het Hoogeland 19 Heeten

Projectnummer

: 096 10 20

•

•

• •

•

•

onderzoek uitgevoerd in het kader van een bouwvergunning op het buurperceel Het Hoogeland 23. Onderstaande onderzoeken zijn nabij de locatie uitgevoerd: AA000018229 Verkennend onderzoek Hordelman 2000, Tauw, 1-4-2000. Het onderzoek is uitgevoerd in het gebied tussen Het Hoogeland en Stellingmolen. In het onderzoek zijn lokaal licht verhoogde gehalten aan PAK, lood, zink, koper en olie aangetoond in de bovengrond. In de ondergrond zijn geen verhoogde gehalten aangetoond AA000018230 Partijkeuring Hordelman 2000, Hunneman, 1-8-2003. De partijkeuring is uitgevoerd ter plaatse van de o.a. de nieuwe wadi's, wegen, trottoir, fietspaden en parkeerplaatsen in de wijk. Alle ruimtelijke eenheden zijn beoordeeld als multifunctioneel toepasbaar AA000018232 Partijkeuring Hordelman, Hunneman, 4-6-2004. De partijkeuring is uitgevoerd ter plaatse van 3 nieuwbouwlocaties waaronder de westelijke en noordelijke buurpercelen. De gekeurde grond is beoordeeld als multifunctioneel toepasbaar AA000017260 Verkennend onderzoek Plan Hordelman Woningbouw Heeten, DHV, 1-1-1987. Onderzoek uitgevoerd in het gebied ten westen van Het Hoogeland. In de grond zijn geen verontreinigingen aangetroffen. In het grondwater is een licht verhoogd gehalte aan tolueen aangetoond AA000018231 Verkennend onderzoek Hordelman III (fase 2), CBB, 9-12-2003. Onderzoek is uitgevoerd in het gebied rondom de Schaarsen.

In de bovengrond is in 1 mengmonster een licht verhoogd gehalte aan olie aangetoond. In het grondwater zijn licht verhoogde gehalten aan chroom en xylenen aangetoond. Verder zijn geen verontreinigingen aangetoond. AA017700720 Verkennend onderzoek het Hoogeland 23, Hunneman, 27-3-2017. Het onderzoek is opgenomen in de bijlagen.

Milieudossier: er is geen milieudossier van de locatie Bouwvergunningen: BV 1965286; Bouw berging BV 1730; onbekend BV 1995257; Uitbreiden bijkeuken/badkamer BV 1967099; Uitbreiden bergplaats Uit het Dinoloket (boring BHR 70638, ten zuidoosten van de locatie) is de informatie van de diepere grondlagen gehaald. De globale grondwaterstromingsrichting is globaal westelijk gericht. De stromingsrichting van het ondiepe (freatisch) grondwater wordt beïnvloed door lokale factoren, zoals beken, rivieren en kanalen, het drainagepatroon, oppervlaktewateren, de ligging van rioleringen en de aanwezigheid van zandlichamen (voor bijv. kabels, leidingen en funderingen). Voor het bodemprofiel wordt verwezen naar de bijlage. De onderzoekslocatie is niet gelegen in een gebied met verhoogde kans op niet-gesprongen explosieven (bron: VEO-bommenkaart). De locatie is wel gelegen in een gebied met een verhoogde kans op archeologie (bron: IKAW/AMK-kaart). De locatie ligt voor zover bekend niet in een gebied welke verdacht is voor PFAS/ PFOS. Er hebben voor zover bekend geen calamiteiten plaatsgevonden waarbij bijv. blusmiddelen of andere PFAShoudende producten zijn gebruikt. Aldus de asbest dakenkans kaart bevinden zich op de locatie geen gebouwen die voorzien zijn van asbest daken. Uit de veldwerkinspectie is echter gebleken dat zich op de schuur avm platen bevinden.

Doordat zich dakgoten onder de platen bevinden wordt een aanvullend asbestonderzoek in grond (drupgoot) niet noodzakelijk geacht.

EstInvent BV Postbus 522, 7245 ZG LAREN info@estinvent.nl

5 van 10

Project

: Verkennend bodemonderzoek Het Hoogeland 19 Heeten

Projectnummer

: 096 10 20

2.3

Conclusies vooronderzoek en onderzoekshypothese Het onderzoek is uitgevoerd volgens de NEN 5740 ‘Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond. Op basis van de beschikbare informatie is de volgende onderzoeksstrategie gehanteerd: onverdachte niet-lijnvormige locatie (ONV-NL). NB: Bij de interpretatie van het totaal aan onderzoeksgegevens dient, gezien de gehanteerde strategie (gebaseerd op de Nederlandse Norm NEN 5740), welke is gericht op een indicatieve beoordeling van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem, rekening gehouden te worden met een zeker restrisico. Tevens wordt erop gewezen, dat onderhavig onderzoek een momentopname is.

3

UITGEVOERDE WERKZAAMHEDEN

3.1

Algemeen De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd door Est Invent BV uitgevoerd op basis van de BRL SIKB 2000 protocol 2001: ‘Plaatsen van handboringen en peilbuizen en nemen van grondmonsters etc’

en

protocol 2002: ‘Het nemen van grondwatermonsters’. Voor deze protocollen is Est Invent BV in het bezit van een procescertificaat (certificaatnummer: NC-SIK-20333). De chemische analyses zijn uitgevoerd door het de door de Raad voor Accreditatie (RvA) geaccrediteerde laboratorium Al-West te Deventer (certificaatnummer L005). Het onderzoeksprogramma is in tabel 3.1 opgesomd. Tabel 3.1: onderzoeksprogramma Locatie

Boringen m-mv

Boorpuntnr.

Het Hoogeland 19 te Heeten

8 boringen tot 0,5

4 t/m 11

2 x standaardpakket grond

Oppervlakte ca. 1.623 m2

2 boring tot 2,0

2 en 3

1 x standaard pakket grond

1 peilbuis

1

1 x standaardpakket grondwater

Toelichting op tabel: m -mv: Standaardpakket grond: Standaardpakket grondwater:

3.2

Analyses

meter minus maaiveld; metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel, zink), PAK (VROM 10), minerale olie, PCB’s; metalen, vluchtige aromaten (BTEXN), vluchtige chloorkoolwaterstoffen (18 verbindingen), minerale olie;

Veldwerkzaamheden Het veldwerk is uitgevoerd op 30 oktober 2020 (plaatsen boringen en peilbuis) door de heer M. Hendriks en op 6 november 2020 (nemen grondwatermonsters) door de heer M. Hendriks. De locaties van de boringen en peilbuizen staan weergegeven in bijlage 2. Zowel de heer Hendriks als Est Invent BV zijn hiervoor gecertificeerd. (NC-SIK 20333) Het

opgeboorde

materiaal

is

beoordeeld

op

textuur,

kleur

en

zintuiglijk

waarneembare

verontreinigingen. De gegevens van de monsterpunten zijn verwerkt tot boorprofielen, welke zijn opgenomen als bijlage 3. De globale bodemopbouw en de relevante zintuiglijke waarnemingen zijn beschreven in paragraaf 4.1.

EstInvent BV Postbus 522, 7245 ZG LAREN info@estinvent.nl

6 van 10

Project

: Verkennend bodemonderzoek Het Hoogeland 19 Heeten

Projectnummer

: 096 10 20

Voor het vaststellen van een eventueel aanwezige olieverontreiniging is gebruik gemaakt van de olieop-water-test. De grootte en de kleurschakering van de oliefilm op het werkwater geven een indicatie van de mate van verontreiniging. Voor het laboratoriumonderzoek zijn van de bovengrond (0,0-0,5 mmv) uit iedere boring grondmonsters genomen. Uit de boringen tot 2,0 m-mv is per iedere halve meter een grondmonster genomen. Bodemlagen met afwijkende kenmerken (textuur, kleur, aanwezigheid bodemvreemd materiaal, etc) zijn apart bemonsterd.

3.3

Chemisch-analytisch onderzoek De samenstelling van de analysepakketten is als volgt: Standaardpakket grond: -

zware metalen: barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel, zink;

-

Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen (PAK);

-

PCB’s (Polychloorbifenyl);

-

minerale olie (GC).

Standaardpakket grondwater:

3.4

-

zware metalen: barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel, zink;

-

vluchtige aromatische koolwaterstoffen (BTEXN);

-

vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen;

-

minerale olie (GC).

Toetsingskader De analyseresultaten zijn getoetst aan het toetsingskader uit de Wet Bodembescherming. Het toetsingskader bestaat uit achtergrondwaarden alsmede interventiewaarden. Het gemiddelde van achtergrondwaarde en de interventiewaarde wordt als tussenwaarde aangeduid. Een beschrijving van de waarden is hieronder weergegeven: Achtergrondwaarden (AW) (alleen voor grond) De achtergrondwaarden geven de milieuhygiënische kwaliteit voor bodem, waarop geen locatiespecifieke bodembelasting is opgetreden. De achtergrondwaarden geven derhalve de gemiddelde gehalten van de parameters in gebieden, waarin geen antropogene beïnvloeding van de bodem heeft plaatsgevonden. Interventiewaarden (I) De interventiewaarden geven het concentratieniveau voor verontreinigende stoffen aan waarboven sprake is van ernstige bodemverontreiniging. Indien de interventiewaarde voor grond een bodemvolume van 25 m³ of voor grondwater een bodemvolume van 100 m³ overschrijdt, is sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging. Voor asbest geldt dit omvangscriterium niet en is er al sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging, als de interventiewaarde in enig bodemvolume wordt overschreden. In bijzondere situaties kan ook bij concentraties beneden de interventiewaarden sprake zijn van een geval van ernstige verontreiniging.

De interventiewaarden zijn gebaseerd op de risico’s voor de volksgezondheid en het ecosysteem. De achtergrond- en interventiewaarden in de grond zijn gerelateerd aan het gehalte aan lutum en organische stof (humus) van de bodem.

EstInvent BV Postbus 522, 7245 ZG LAREN info@estinvent.nl

7 van 10

Project

: Verkennend bodemonderzoek Het Hoogeland 19 Heeten

Projectnummer

: 096 10 20

Wanneer een gehalte tussen de achtergrondwaarde/ streefwaarde en de interventiewaarde ligt, wordt dit in de tekst aangeduid als een licht verhoogd gehalte. Een gehalte boven de interventiewaarde wordt aangeduid als een sterk verhoogd gehalte.

4

RESULTATEN

4.1

Zintuiglijke waarnemingen In het veld zijn de fysische bodemeigenschappen per te onderscheiden bodemlaag omschreven. In tabel 4.1 is de globale bodemopbouw weergegeven zoals deze tijdens de veldwerkzaamheden is aangetroffen. Tabel 4.1: globaal overzicht bodemopbouw Diepte (m-mv)

Samenstelling

0,0 – 0,5

Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus

0,5 – 3,0*

Zand, matig fijn, zwak siltig

Toelichting op tabel: m -mv: meter minus maaiveld; *: maximale boordiepte.

Uit de boringen blijkt dat de bodem globaal is opgebouwd uit zand (bovenin humeus). Gedurende de veldwerkzaamheden bevond het grondwater zich op een diepte van circa 1,4 m -mv. Tijdens de veldwerkzaamheden zijn geen bijzonderheden waargenomen die kunnen duiden op de aanwezigheid van bodemverontreiniging. Zintuiglijk zijn op het maaiveld en in de opgeboorde grond geen asbestverdachte materialen waargenomen. In tabel 4.2 zijn de resultaten van metingen tijdens de bemonstering van het grondwater weergegeven. Tabel 4.2: resultaten van metingen aan het grondwater Peilbuis nr. 01

Filterdiepte (m-mv) 2,0 – 3,0

Grondwaterstand (m-mv) 1,31

pH-waarde ( -/-) 6,2

Troebelheid (NTU) 72

EC (µS/cm) 291

Toelichting tabel m-mv: meter minus maaiveld.

De gemeten waarden in het grondwater wijken niet af van de waarden, welke onder de natuurlijke omstandigheden verwacht kunnen worden. Er bestaat naar onze mening geen aanleiding voor het uitvoeren van een nader onderzoek naar een verhoogde NTU (>10).

4.2

Analyseresultaten grond De analysecertificaten zijn opgenomen in bijlage 4. In de tabellen in bijlage 5 zijn de analyseresultaten getoetst aan de achtergrond- en interventiewaarden. De resultaten van de toetsing zijn in tabel 4.3 opgesomd. Tabel 4.3: Getoetste analyseresultaten grond Analysemonster

Traject (m-mv)

>AW

>T

>I

Indicatieve toetsing Besluit bodemkwaliteit

Mp 2,3,4,6,7

0-0,5

-

-

-

Altijd toepasbaar

Mp 1,4,8,9,10,11

0-0,5

-

-

-

Altijd toepasbaar

Mp 1 en 2

0,5 - 2,0

-

-

-

Altijd toepasbaar

Toelichting tabel m-mv: meter minus maaiveld

EstInvent BV Postbus 522, 7245 ZG LAREN info@estinvent.nl

8 van 10

Project

: Verkennend bodemonderzoek Het Hoogeland 19 Heeten

Projectnummer

: 096 10 20

In de samengestelde mengmonsters van de bovengrond en in het samengestelde mengmonster van de ondergrond zijn van de geanalyseerde parameters, geen gehalten aangetoond boven de geldende achtergrondwaarden. Op basis van een indicatieve toetsing aan het Besluit bodemkwaliteit (toepassen en ontvangende bodem) blijkt de bovengrond en de ondergrond als altijd toepasbaar te worden beoordeeld. Voor de toetsing wordt verwezen naar bijlage 5.

4.3

Analyseresultaten grondwater De analysecertificaten zijn opgenomen als bijlage 4. In de tabellen in bijlage 5 zijn de analyseresultaten getoetst aan de streef- en interventiewaarden. De resultaten van de toetsing zijn in tabel 4.5 opgesomd. Tabel 4.5: Getoetste analyseresultaten grondwater Watermonster

Filterdiepte (m-mv)

>S

>I

01

2,0-3,0

Nikkel, barium, naftaleen

-

Toelichting tabel m-mv: meter minus maaiveld.

In het grondwater uit peilbuis 1 overschrijden de concentraties barium, nikkel en naftaleen de streefwaarden. Van de overig geanalyseerde parameters zijn geen concentraties aangetoond boven de geldende streefwaarden.

4.4

Toetsing hypothese Op basis van de onderzoeksresultaten dient de hypothese "onverdacht" voor de onderzoekslocatie formeel gezien te worden verworpen. In het grondwater zijn licht verhoogde gehalten aangetoond. Aangezien er maximaal sprake is van licht verhoogde gehalten wordt een nader onderzoek niet noodzakelijk geacht.

5

CONCLUSIES EN ADVIES In opdracht van de heer Hendriks is door Est Invent BV een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd op een locatie aan het Hoogeland 19 te Heeten. Voor de regionale ligging van de onderzoekslocatie wordt verwezen naar bijlage 1. Aanleiding voor het uitvoeren van het verkennend bodemonderzoek is de voorgenomen vervangende nieuwbouw op het perceel. Doel van het bodemonderzoek is het bepalen van de algemene milieuhygiënische kwaliteit van de bodem teneinde een uitspraak te kunnen doen of deze al dan niet een belemmering vormt voor de voorgenomen nieuwbouw op het perceel. Tijdens de veldwerkzaamheden zijn geen bijmengingen waargenomen die duiden op de aanwezigheid van bodemverontreiniging. Zintuiglijk zijn op het maaiveld en in de opgeboorde grond geen asbestverdachte materialen waargenomen.

EstInvent BV Postbus 522, 7245 ZG LAREN info@estinvent.nl

9 van 10

Project

: Verkennend bodemonderzoek Het Hoogeland 19 Heeten

Projectnummer

: 096 10 20

In de samengestelde mengmonsters van de bovengrond en in het samengestelde mengmonster van de ondergrond zijn van de geanalyseerde parameters, geen gehalten aangetoond boven de geldende achtergrondwaarden. In het grondwater uit peilbuis 1 overschrijden de concentraties nikkel, barium en naftaleen de streefwaarden. Van de overig geanalyseerde parameters zijn geen concentraties aangetoond boven de geldende streefwaarden. Geconcludeerd wordt dat de bovengrond en ondergrond indicatief als bodemkwaliteitsklasse AW2000 (altijd toepasbaar) wordt beoordeeld. Op basis van de onderzoeksresultaten dient de hypothese "onverdacht" voor de onderzoekslocatie formeel gezien te worden verworpen. In het grondwater zijn licht verhoogde gehalten aangetoond. Aangezien er maximaal sprake is van licht verhoogde gehalten wordt een nader onderzoek niet noodzakelijk geacht. Volledigheidshalve wordt opgemerkt, dat rekening gehouden dient te worden gehouden met het gegeven, dat bij eventuele toekomstige grondwerkzaamheden mogelijk aanvullende analyses noodzakelijk zijn en de grond niet zonder restricties buiten de locatie kan worden toegepast. Het Besluit Bodemkwaliteit zal dan van kracht kunnen worden.

EstInvent BV Postbus 522, 7245 ZG LAREN info@estinvent.nl

10 van 10

BIJLAGE 1 Regionale ligging onderzoekslocatie

16-11-2020

Google Maps

Afbeeldingen ©2020 Aerodata International Surveys,GeoContent,Maxar Technologies,Kaartgegevens ©2020

https://www.google.com/maps/@52.3278223,6.2801287,263m/data=!3m1!1e3

20 m

1/1

Kadastrale kaart

Uw referentie: hooge

Deze kaart is noordgericht

12345 25

Schaal 1: 500

Perceelnummer Huisnummer Vastgestelde kadastrale grens Voorlopige kadastrale grens Administratieve kadastrale grens

Kadastrale gemeente Sectie Perceel

Raalte H 7778

Bebouwing Voor een eensluidend uittreksel, geleverd op 16 november 2020 De bewaarder van het kadaster en de openbare registers

Aan dit uittreksel kunnen geen betrouwbare maten worden ontleend. De Dienst voor het kadaster en de openbare registers behoudt zich de intellectuele eigendomsrechten voor, waaronder het auteursrecht en het databankenrecht.

BETREFT

Raalte H 7779 UW REFERENTIE

hooge GELEVERD OP

PRODUCTIEORDERNUMMER

16-11-2020 - 10:09

S11080525735

VOLLEDIG GESIGNALEERD T/M

VOLLEDIG BIJGEWERKT T/M

13-11-2020 - 14:59

13-11-2020 - 14:59

BLAD

1 van 2

Eigendomsinformatie ALGEMEEN Kadastrale aanduiding Raalte H 7779 Kadastrale objectidentificatie : 067950777970000

Kadastrale grootte 815 m² Grens en grootte Vastgesteld Coördinaten 215781 - 482561 Ontstaan uit Raalte H 7745

Raalte H 7747

AANTEKENINGEN Publiekrechtelijke beperking Er zijn geen beperkingen bekend in de Basisregistratie Kadaster. Basisregistratie Kadaster

RECHTEN 1 Eigendom (recht van) Aandeel 1/2 Afkomstig uit stuk Hyp4 78220/54

Ingeschreven op 04-06-2020 om 09:00

Overdracht (eigendom en/of beperkt recht) Naam gerechtigde Mevrouw Edith Schouten Adres Schutterstraat 4

8111 BH HEETEN Geboren 13-04-1970

te VORDEN

Geboorteland Nederland Persoonsgegevens zijn ontleend aan de Basisregistratie Personen

Burgerlijke staat Zie akte(n) 1 Eigendom (recht van) Aandeel 1/2 Afkomstig uit stuk Hyp4 78220/54

Ingeschreven op 04-06-2020 om 09:00

Overdracht (eigendom en/of beperkt recht) Naam gerechtigde De heer Robertus Gerardus Henricus Hendriks Adres Schutterstraat 4

8111 BH HEETEN Geboren 17-11-1967 Persoonsgegevens zijn ontleend aan de Basisregistratie Personen

te OLST

BETREFT

Raalte H 7779 UW REFERENTIE

hooge GELEVERD OP

PRODUCTIEORDERNUMMER

16-11-2020 - 10:09

S11080525735

VOLLEDIG GESIGNALEERD T/M

VOLLEDIG BIJGEWERKT T/M

13-11-2020 - 14:59

13-11-2020 - 14:59

BLAD

2 van 2

Burgerlijke staat Gehuwd (ten tijde van verkrijging) Betrokken persoon Mevrouw Edith Schouten (ten tijde van verkrijging) Persoonsgegevens zijn ontleend aan de Basisregistratie Personen

Voor een eensluidend uittreksel, de bewaarder van het kadaster en de openbare registers. De Dienst voor het kadaster en de openbare registers behoudt ten aanzien van de kadastrale gegevens zich het recht voor als bedoeld in artikel 2 lid 1 juncto artikel 6 lid 3 van de Databankenwet. Heeft u nog vragen? Neem contact op met de klantenservice.

BETREFT

Raalte H 7778 UW REFERENTIE

hooge GELEVERD OP

PRODUCTIEORDERNUMMER

16-11-2020 - 10:07

S11080525282

VOLLEDIG GESIGNALEERD T/M

VOLLEDIG BIJGEWERKT T/M

13-11-2020 - 14:59

13-11-2020 - 14:59

BLAD

1 van 1

Eigendomsinformatie ALGEMEEN Kadastrale aanduiding Raalte H 7778 Kadastrale objectidentificatie : 067950777870000

Locatie het Hoogeland 19

8111 CE Heeten Verblijfsobject ID: 0177010000214038

Kadastrale grootte 808 m² Grens en grootte Vastgesteld Coördinaten 215805 - 482554 Omschrijving Wonen Koopsom € 188.750

Koopjaar 2020

Ontstaan uit Raalte H 7744

Raalte H 7746

AANTEKENINGEN Publiekrechtelijke beperking Er zijn geen beperkingen bekend in de Basisregistratie Kadaster. Basisregistratie Kadaster

RECHTEN 1 Eigendom (recht van) Afkomstig uit stuk Hyp4 79620/129

Ingeschreven op 10-11-2020 om 13:27

Overdracht (eigendom en/of beperkt recht) Naam gerechtigde De heer Albert Hermannus Vosman Adres Schutterstraat 2

8111 BH HEETEN Geboren 15-07-1951 Persoonsgegevens zijn ontleend aan de Basisregistratie Personen

Burgerlijke staat Gehuwd (ten tijde van verkrijging)

Voor een eensluidend uittreksel, de bewaarder van het kadaster en de openbare registers. De Dienst voor het kadaster en de openbare registers behoudt ten aanzien van de kadastrale gegevens zich het recht voor als bedoeld in artikel 2 lid 1 juncto artikel 6 lid 3 van de Databankenwet. Heeft u nog vragen? Neem contact op met de klantenservice.

te DEVENTER

BIJLAGE 2 Overzicht locatie met situering monsterpunten

BIJLAGE 3 Boorprofielen

01

01

t uin, m aaiveld

0

0 1

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, m at ig hum eus, donker bruin, edelm an

2

zand, zeer fijn, m at ig silt ig, zwak hum eus, neut raal bruin, edelm an

3

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal grijs, edelm an

4

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, licht bruin, grijs, edelm an

50

-50

100

-100

150

200

-150

200

-200

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal grijs, laagjes leem , zuigerboor 250

300

300

-300

t ype p e ilb u is m e t 1 f ilt e r dat um 3 0 -1 0 -2 0 2 0 boorm eest er V e ld w e r k e r

02

erf, m aaiveld

0

0 1

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, m at ig hum eus, donker bruin, edelm an

2

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, licht bruin, zwak roest , edelm an

3

zand, zeer fijn, zwak silt ig, licht bruin, geel, edelm an

4

zand, zeer fijn, m at ig silt ig, licht bruin, grijs, edelm an

50

-50

100

-100

150

-150

200

-200

t ype g r on d b or in g dat um 3 0 -1 0 -2 0 2 0 boorm eest er V e ld w e r k e r

bodem profielen sch a a l 1 :5 0 onderzoek project code get ekend conform

H e t H oog e la n d 1 9 H e e t e n 096 10 20 N EN 5 1 0 4

03

t uin, m aaiveld

0

0 1

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, m at ig hum eus, donker bruin, edelm an

2

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, licht bruin, zwak roest , edelm an

50

-50

100

-100

zand, zeer fijn, m at ig silt ig, edelm an 3 150 4 200

-200

t ype g r on d b or in g dat um 3 0 -1 0 -2 0 2 0 boorm eest er V e ld w e r k e r

04

erf, m aaiveld

0

0 1

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, m at ig hum eus, donker bruin, edelm an

50

-50

t ype g r on d b or in g dat um 3 0 -1 0 -2 0 2 0 boorm eest er V e ld w e r k e r

05

erf, m aaiveld

0

0 1

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, m at ig hum eus, donker bruin, edelm an -50

50

t ype g r on d b or in g dat um 3 0 -1 0 -2 0 2 0 boorm eest er V e ld w e r k e r

06

erf, m aaiveld

0

0 1

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, m at ig hum eus, donker bruin, edelm an -50

50

t ype g r on d b or in g dat um 3 0 -1 0 -2 0 2 0 boorm eest er V e ld w e r k e r

bodem profielen sch a a l 1 :5 0 onderzoek project code get ekend conform

H e t H oog e la n d 1 9 H e e t e n 096 10 20 N EN 5 1 0 4

07

erf, m aaiveld

0

0 1

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, m at ig hum eus, donker bruin, edelm an

50

-50

t ype g r on d b or in g dat um 3 0 -1 0 -2 0 2 0 boorm eest er V e ld w e r k e r

08

erf, m aaiveld

0

0 1

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, m at ig hum eus, donker bruin, edelm an

50

-50

t ype g r on d b or in g dat um 3 0 -1 0 -2 0 2 0 boorm eest er V e ld w e r k e r

09

erf, m aaiveld

0

0 1

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, m at ig hum eus, donker bruin, edelm an

50

-50

t ype g r on d b or in g dat um 3 0 -1 0 -2 0 2 0 boorm eest er V e ld w e r k e r

10

erf, m aaiveld

0

0 1

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, m at ig hum eus, donker bruin, edelm an

50

-50

t ype g r on d b or in g dat um 3 0 -1 0 -2 0 2 0 boorm eest er V e ld w e r k e r

11

erf, m aaiveld

0

0 1

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, m at ig hum eus, donker bruin, edelm an -50

50

t ype g r on d b or in g dat um 3 0 -1 0 -2 0 2 0 boorm eest er V e ld w e r k e r

bodem profielen sch a a l 1 :5 0 onderzoek project code get ekend conform

H e t H oog e la n d 1 9 H e e t e n 096 10 20 N EN 5 1 0 4

PEILBUIS

BORIN G

OLIE OP W ATER REACTIE

num m er

bodem m onst er, geroerd

Geen casing

Zwak

Mat ig

St erk

Uit erst

bodem laag

GEUR IN TEN ISTEIT

bent oniet

grondwat erst and t ijdens boren

bodem m onst er, ongeroerd

filt ergrind

Geen Zeer zwak

Zwak

Mat ig

St erk

bodem laag filt ert raject grondwat erst and

links= cm -m aaiveld recht s= cm + NAP

GRON D SOORTEN

M ATE V AN BIJM EN GIN G

GRIND, grindig (G,g)

zwak - (0-5%)

ZAND, zandig (Z,z)

m at ig - (5-15%)

LEEM, silt ig (L,s)

st erk - (15-50%)

KLEI, kleiig (K,k)

uit erst - (> 50%)

VEEN, hum eus (V,h)

slib

V ERH ARD IN GEN

GRAD ATIE Z AN D

asfalt , bet on, klinkers, t egels st elconplaat , ondoordringbare laag

uf = uit erst fijn (63-105 um ) zf = zeer fijn (105-150 um ) m f = m at ig fijn (150-210 um ) m g = m at ig grof (210-300 um ) zg = zeer grof (300-420 um ) ug = uit erst grof (420-2000 um )

OV ERIG

GRAD ATIE GRIN D

bodem vreem de best andsdelen aanwezig

f = fijn (2-5.6 m m ) m g = m at ig grof (5.6-16 m m ) zg = zeer grof (16-63 m m )

wat er

BESCH RIJV IN G BOD EM LAAG pid = fot o ionisat ie det ect or bv = bodem vocht ow = olie op wat er

Zeer st erk

BIJLAGE 4 Analysecertificaten

De parameters die in dit document worden vermeld, zijn geaccrediteerd volgens EN ISO/IEC 17025:2017. Alleen niet-geaccrediteerde parameters/resultaten zijn gemarkeerd met het symbool " * ".

DOC-13-15166605-NL-P1

AL-West B.V. Dortmundstraat 16B, 7418 BH Deventer, the Netherlands Tel. +31(0)570 788110, Fax +31(0)570 788108 e-Mail: info@al-west.nl, www.al-west.nl

Est Invent bv Postbus 522 7245 ZG Laren Datum Relatienr Opdrachtnr.

05.11.2020 35008583 987468

ANALYSERAPPORT Opdracht 987468 Bodem / Eluaat Opdrachtgever

35008583 Est Invent bv 096 10 20 Het Hoogeland 19 Heeten 096 10 20

Uw referentie

02.11.20

Opdrachtacceptatie Monsternemer

Opdrachtgever

Geachte heer, mevrouw, Hierbij zenden wij u de resultaten van het door u aangevraagde laboratoriumonderzoek. De analyses zijn, tenzij anders vermeld, uitgevoerd overeenkomstig onze erkenning voor de werkzaamheid "Analyse voor milieuhygiënisch bodemonderzoek" van het Besluit Bodemkwaliteit. Dit rapport mag alleen in zijn geheel worden gereproduceerd. Eventuele bijlagen zijn onderdeel van het rapport. Indien u nog vragen heeft of aanvullende informatie wenst, verzoeken wij u om contact op te nemen met Klantenservice. Wij vertrouwen U met de toegezonden informatie van dienst te zijn. Met vriendelijke groet,

AL-West B.V. Dhr. Rudie Leuverink, Tel. +31/570788112 Klantenservice

Blad 1 van 4 Kamer van Koophandel Nr. 08110898 VAT/BTW-ID-Nr.: NL 811132559 B01

Directeur ppa. Marc van Gelder Dr. Paul Wimmer

De parameters die in dit document worden vermeld, zijn geaccrediteerd volgens EN ISO/IEC 17025:2017. Alleen niet-geaccrediteerde parameters/resultaten zijn gemarkeerd met het symbool " * ".

DOC-13-15166605-NL-P2

AL-West B.V. Dortmundstraat 16B, 7418 BH Deventer, the Netherlands Tel. +31(0)570 788110, Fax +31(0)570 788108 e-Mail: info@al-west.nl, www.al-west.nl

Opdracht 987468 Bodem / Eluaat Monsternr. Monstername

Monsteromschrijving

203129

30.10.2020

mp 2,3,5,6,7 0-0,5 m-mv, 02: 0-50, 03: 0-50, 05: 0-50, 06: 0-50, 07: 0-50

203135

30.10.2020

Mp 1,4,8,9,10,11 0-0,5 m-mv ,, 01: 0-50, 04: 0-50, 08: 0-50, 09: 0-50, 10: 0-50, 11: 0-50

203142

30.10.2020

Mp 1,2,3, 0,5-2,0 m -mv, 01: 50-100, 01: 100-150, 01: 150-200, 02: 50-100, 02: 100-150, 02: 150-200, 03: 50-100, 03: 100-150, 0.

Eenheid

203129

203135

203142

mp 2,3,5,6,7 0-0,5 m-mv, 02: 0-50, 03: 0-50, Mp 1,4,8,9,10,11 0-0,5 m-mv ,, 01: 0-50, 04: 0- Mp 1,2,3, 0,5-2,0 m -mv, 01: 50-100, 01: 10005: 0-50, 06: 0-50, 07: 0-50 50, 08: 0-50, 09: 0-50, 10: 0-50, 11: 0-50 150, 01: 150-200, 02: 50-100, 02: 100-150, 02: 150-200, 03: 50-100, 03: 100-150, 03: 150-200

Algemene monstervoorbehandeling S Droge stof

%

S IJzer (Fe2O3) Fracties (sedigraaf)

% Ds

-- ++ -85,4 -<5,0

S Fractie < 2 µm Klassiek Chemische Analyses

% Ds

--1,9

S

Voorbehandeling conform AS3000

x)

-- ++ -79,9 -<5,0

-- ++ -85,9 -<5,0

--2,9

--1,3

-3,8

x)

-0,9

x)

% Ds S Organische stof Voorbehandeling metalen analyse

-3,9

S Koningswater ontsluiting Metalen (AS3000)

-- ++

-- ++

-- ++

--<20 -<0,20 -<3,0 --8,2 -<0,05 -- 18 -<1,5 -<4,0 --<20

--<20 -<0,20 -<3,0 -<5,0 -<0,05 --<10 -<1,5 -<4,0 --<20

S Barium (Ba)

mg/kg Ds

S Cadmium (Cd)

mg/kg Ds

S Kobalt (Co)

mg/kg Ds

S Koper (Cu)

mg/kg Ds

S Kwik (Hg)

mg/kg Ds

S Lood (Pb)

mg/kg Ds

S Molybdeen (Mo)

mg/kg Ds

S Nikkel (AS3000)

mg/kg Ds

S Zink (Zn) PAK (AS3000)

mg/kg Ds

--<20 -<0,20 -<3,0 --7,6 -<0,05 -- 14 -<1,5 -<4,0 --<20

S Anthraceen

mg/kg Ds

-<0,050

-<0,050

-<0,050

S Benzo(a)anthraceen

mg/kg Ds mg/kg Ds

S Benzo(ghi)peryleen

mg/kg Ds

S Benzo(k)fluorantheen

mg/kg Ds

S Chryseen

mg/kg Ds

S Fenanthreen

mg/kg Ds

S Fluorantheen

mg/kg Ds

S Indeno-(1,2,3-c,d)pyreen

mg/kg Ds

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Raalte&id=74704200-b6fb-4361-b26b-379bc71c9424