Ruimtelijke onderbouwing incl. bodemonderzoek DD 12-2020
Tekst van het document
Ruimtelijke onderbouwing
Het Hoogeland 19, Heeten
December 2020
Status: definitief
Het Hoogeland 19, Heeten Ruimtelijke onderbouwing
Ruimtelijke onderbouwing Het Hoogeland 19, Heeten
Plannaam:
Het Hoogeland 19, Heeten
Plantype:
Ruimtelijke onderbouwing ten behoeve van een omgevingsvergunning
Datum:
18 december 2020
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
1
Het Hoogeland 19, Heeten Ruimtelijke onderbouwing
INHOUDSOPGAVE HOOFDSTUK 1 1.1 1.2 1.3 1.4
AANLEIDING ......................................................................................................................................... 3 LIGGING PROJECTGEBIED .......................................................................................................................... 3 HUIDIG PLANOLOGISCH REGIME ................................................................................................................. 3 LEESWIJZER .......................................................................................................................................... 6
HOOFDSTUK 2 2.1 2.2 2.3
BELEIDSKADER .............................................................................................. 10
RIJKSBELEID ........................................................................................................................................ 10 PROVINCIAAL BELEID ............................................................................................................................. 11 GEMEENTELIJK BELEID ........................................................................................................................... 21
HOOFDSTUK 4 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8
DE HUIDIGE EN GEWENSTE SITUATIE..................................................................... 7
HUIDIGE SITUATIE PROJECTGEBIED .............................................................................................................. 7 DE GEWENSTE SITUATIE ........................................................................................................................... 8 VERKEER EN PARKEREN ............................................................................................................................ 8
HOOFDSTUK 3 3.1 3.2 3.3
INLEIDING ...................................................................................................... 3
MILIEU- EN OMGEVINGSASPECTEN ..................................................................... 25
GELUID ............................................................................................................................................. 25 BODEM ............................................................................................................................................. 26 LUCHTKWALITEIT ................................................................................................................................. 27 EXTERNE VEILIGHEID ............................................................................................................................. 28 MILIEUZONERING ................................................................................................................................ 29 ECOLOGIE .......................................................................................................................................... 31 ARCHEOLOGIE & CULTUURHISTORIE .......................................................................................................... 33 WATER ............................................................................................................................................. 35
HOOFDSTUK 5
ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID .................................................................... 36
HOOFDSTUK 6
VOOROVERLEG ............................................................................................. 37
6.1 6.2 6.3
HET RIJK ............................................................................................................................................ 37 PROVINCIE OVERIJSSEL .......................................................................................................................... 37 WATERSCHAP DRENTS OVERIJSSELSE DELTA ............................................................................................... 37
HOOFDSTUK 7
CONCLUSIE .................................................................................................. 38
BIJLAGEN
.................................................................................................................. 39
BIJLAGE 1 BIJLAGE 2 BIJLAGE 3 BIJLAGE 4
BODEMONDERZOEK ...................................................................................................................... 39 QUICKSCAN NATUURWAARDENONDERZOEK ........................................................................................ 40 ARCHEOLOGISCH BUREAU- EN VELDONDERZOEK ................................................................................... 41 WATERTOETS .............................................................................................................................. 42
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
2
Het Hoogeland 19, Heeten Ruimtelijke onderbouwing
HOOFDSTUK 1 1.1
INLEIDING
Aanleiding
Aan het Hoogeland 19 in Heeten (gemeente Raalte) is een vrijstaande woning met tuin gesitueerd. Bouwbedrijf Vosman B.V. (hierna initiatiefnemer) is voornemens om de bestaande vrijstaande woning te slopen om vervolgens op dezelfde locatie twee nieuwe vrijstaande woningen met tuin te realiseren. De voorgenomen ontwikkeling; het realiseren van twee vrijstaande woningen op de beoogde locatie, is niet in overeenstemming met de bouw- en gebruiksregels die ter plaatse gelden op basis van het geldende bestemmingsplan. In voorliggend geval kan van het geldende bestemmingsplan worden afgeweken en medewerking worden verleend door middel van een omgevingsvergunning conform artikel 2.12, eerste lid onder a, sub 3 Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Deze afwijking van het bestemmingsplan moet gemotiveerd worden met een ruimtelijke onderbouwing, waarin wordt aangetoond dat de ontwikkeling in overeenstemming is met ‘een goede ruimtelijke ordening’. Voorliggende ruimtelijke onderbouwing voorziet hierin.
1.2
Ligging projectgebied
In afbeelding 1.1 is met respectievelijk een rode ster en een rode omlijning de ligging van het projectgebied in de kern Heeten en ten opzichte van de directe omgeving indicatief aangegeven.
Afbeelding 1.1
Ligging van het projectgebied in Heeten en ten opzichte van de directe omgeving (Bron: PDOK, bewerkt)
1.3
Huidig planologisch regime
1.3.1
Algemeen
Het projectgebied ligt binnen de begrenzing van de bestemmingsplannen ‘Heeten’ en ‘Paraplubestemmingsplan Parkeren’. Deze bestemmingsplannen zijn respectievelijk op 20 juni 2013 en 27 september 2018 door de gemeenteraad van de gemeente Raalte vastgesteld. Bij de voorgenomen ontwikkeling is voornamelijk het bestemmingsplan ‘Heeten’ van belang, hierop wordt dan ook kort ingegaan.
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
3
Het Hoogeland 19, Heeten Ruimtelijke onderbouwing Afbeelding 1.2 bevat een uitsnede van de verbeelding behorende bij dit bestemmingsplan. Hierin is het projectgebied indicatief met de rode omlijning omgeven.
Afbeelding 1.2
1.3.2
Uitsnede geldend bestemmingsplan (Bron: www.ruimtelijkeplannen.nl, bewerkt)
Beschrijving bestemming
Op basis van het geldende bestemmingsplan ‘Heeten’ zijn de gronden binnen het projectgebied voorzien van de enkelbestemmingen ‘Wonen – 1’ en ‘Tuin’. Daarnaast is binnen de bestemming ‘Wonen - 1’ een bouwvlak opgenomen met de bouwaanduiding ‘vrijstaand’. Tot slot heeft het projectgebied de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie’. Hierna wordt op de geldende bestemmingen en aanduiding ingegaan. ‘Wonen - 1’ De voor ‘wonen – 1’ aangewezen gronden zijn onder meer bestemd voor wonen, al dan niet in combinatie met ruimte voor een beroep en/of bedrijf aan huis en ter plaatste van de aanduiding ‘vrijstaand’ vrijstaande woningen. Tevens zijn onder andere de daarbij behorende tuinen, erven en terreinen toegestaan, evenals (infiltratie)groenvoorzieningen. Bouwregels; Op deze gronden mogen ten dienste van de bestemming uitsluitend worden gebouwd. Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende regels; a. b. c. d. e.
Een hoofdgebouw mag uitsluitend binnen een bouwvlak worden gebouwd; De goothoogte van een gebouw mag niet meer dan 4 meter bedragen; De bouwhoogte van een gebouw mag niet meer dan 10 meter bedragen; De dakhelling van een gebouw mag niet minder dan 25ᴼ bedragen en niet meer dan 60ᴼ bedragen; De afstand van het hoofdgebouw tot de zijdelingse perceelgrens dient aan de niet aangebouwde zijde ten minste 3 meter te bedragen.
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
4
Het Hoogeland 19, Heeten Ruimtelijke onderbouwing Ook voor het bouwen van onder meer bijbehorende bouwwerken bij woningen zijn bouwregels opgenomen. ‘Tuin’ De voor ‘tuin’ aangewezen gronden zijn bestemd voor; a)
Tuinen behorende bij de op de aangrenzende gronden gelegen hoofdgebouwen;
Met de daarbij behorende; b) Verhardingen, erven en terreinen; Met daaraan ondergeschikt; c) d) e) f) g)
In- en uitritten; Parkeervoorzieningen; Nutsvoorzieningen; (Infiltratie)groenvoorzieningen; Water.
Bouwregels; Op deze gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd, met uitzondering van voor de voorgevel van en aansluitend aan woningen gelegen; erkers, serres en andere gebouwen op de begane grond, luifels en dakoverstekken naast balkons, indien deze voldoen aan de hiervoor geldende voorwaarden. Tevens zijn bouwwerken, geen gebouwen zijnde toegestaan. Ook hiervoor is een aantal regels opgenomen. ‘Waarde - Archeologie’ De voor ‘waarde – archeologie’ aangewezen gronden zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemming (basisbestemming), mede bestemd voor het behoud, de bescherming en/of het herstel van de voorkomende archeologische waarden. Op deze gronden mag uitsluitend worden gebouwd, indien geen omgevingsvergunning vereist is en/of indien sprake is van bouwprojecten waarvoor een reguliere omgevingsvergunning is verleend en waarbij een rapport is overlegd waarin de archeologische waarden van het terrein in voldoende mate is vastgesteld. 1.3.3
Strijdigheid
Voorliggend initiatief is niet in overeenstemming met de bouw- en gebruiksregels van het geldende bestemmingsplan. In voorliggend geval kan van het bestemmingsplan worden afgeweken en medewerking worden verleend aan het voornemen middels een omgevingsvergunning conform artikel 2.12, eerste lid onder a, sub 3 Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo).
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
5
Het Hoogeland 19, Heeten Ruimtelijke onderbouwing
1.4
Leeswijzer
Na deze inleiding wordt in hoofdstuk 2 een beschrijving van de huidige- en gewenste situatie van het projectgebied gegeven. In hoofdstuk 3 wordt op het beleidskader ingegaan. Hierin wordt het relevante beleid van het Rijk, de provincie Overijssel en van de gemeente Raalte beknopt beschreven. In hoofdstuk 4 passeren de relevante milieuaspecten kort de revue. In hoofdstuk 5 wordt de economische uitvoerbaarheid uitgelicht waarbij vervolgens in hoofdstuk 6 het vooroverleg wordt beschreven. In hoofdstuk 7 is de conclusie opgenomen.
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
6
Het Hoogeland 19, Heeten Ruimtelijke onderbouwing
HOOFDSTUK 2 2.1
DE HUIDIGE EN GEWENSTE SITUATIE
Huidige situatie projectgebied
Het projectgebied ligt aan het Hoogeland 19 aan de rand en in het zuiden van de kern Heeten, in de gemeente Raalte. Hierna wordt op de functionele ruimtelijke situatie ingegaan. Ten noorden en noordoosten van het projectgebied ligt een groenstrook. Daarnaast wordt het projectgebied omgeven door meerdere woningen in verschillende woningtypen, tuinen, paden en wegen en overig groen. Het projectgebied zelf is in de huidige situatie bebouwd met een vrijstaande woning en een schuur aan de noordzijde. Hierbij is een ruime tuin om de woning aanwezig. In afbeelding 2.1 is op een luchtfoto de huidige situatie in beeld gebracht.
Afbeelding 2.1
Luchtfoto projectgebied (Bron: Atlas Overijssel, zomer 2019, bewerkt)
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
7
Het Hoogeland 19, Heeten Ruimtelijke onderbouwing
2.2
De gewenste situatie
Zoals in de aanleiding is benoemd, is initiatiefnemer voornemens om de bestaande vrijstaande woning aan het Hoogeland 19 te slopen om vervolgens twee vrijstaande woningen op deze gronden te bouwen. Hierbij gaat het om twee vrijstaande woningen met een achtertuin op het noorden, die verschillen qua indeling en oppervlakte. Beide beoogde woningen beschikken over een eigen oprit en worden passend met de overige bebouwing gebouwd. In afbeelding 2.2 is een uitsnede van de plattegrond opgenomen.
Afbeelding 2.2
Plattegrond gewenste situatie (Bouwbedrijf Vosman B.V.)
2.3
Verkeer en parkeren
2.3.1
Algemeen
Bij ruimtelijke ontwikkelingen moet rekening worden gehouden met de effecten op de parkeerbehoefte en verkeersgeneratie die ontstaat door een nieuwe ontwikkeling. Voor het berekenen van de parkeerbehoefte wordt aangesloten bij de uitgangspunten uit de nota ‘Parkeernormen Raalte 2015’ (conform het geldende paraplubestemmingsplan). Deze parkeernormen zijn geënt op de landelijke parkeerkencijfers van het CROW. Voor de verkeersgeneratie wordt aangesloten bij de publicatie ‘Toekomstbestendig parkeren, publicatie 381 (december 2018)’ van het CROW. Deze kencijfers zijn gebaseerd op literatuuronderzoek en praktijkervaringen van gemeenten. De kencijfers zijn landelijk (en juridisch) geaccepteerd en worden gezien als de meest betrouwbare gegevens met betrekking tot het bepalen van de verkeergeneratie en het benodigde aantal parkeerplaatsen.
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
8
Het Hoogeland 19, Heeten Ruimtelijke onderbouwing Bij het gebruik van kencijfers moet rekening worden gehouden met onder meer de bereikbaarheidskenmerken van de locatie. Ook de stedelijkheidsgraad is van invloed op het aanbod en de kwaliteit van alternatieve vervoerswijzen en dus op de hoogte van het parkeerkencijfer. Onder stedelijkheidsgraad wordt verstaan het aantal adressen per vierkante kilometer. In de vermelde publicatie van het CROW worden parkeerkencijfers weergegeven onderverdeeld naar functies, de stedelijke zone en de stedelijkheidsgraad. 2.3.2
Parkeerbehoefte
De ruimtelijke onderbouwing voorziet in de realisatie van twee vrijstaande woningen. Op basis van de nota ‘Parkeernormen Raalte 2015’ gelden voor deze ontwikkeling de volgende parkeernormen: • • •
Verstedelijkingsgraad; Stedelijke zone; Functie;
Weinig stedelijk Dorpen en buitengebied Vrijstaande woning
Op basis van bovenstaande gegevens komt de volgende berekening wat betreft parkeernormen tot stand; Woningtype
Locatie
Parkeernorm
Koop, vrijstaand
Dorpen en buitengebied
2,3 per woning
Aantal woningen 2
Parkeerbehoefte 4,6 (5)
Op basis van bovenstaande tabel dienen er vijf parkeerplaatsen binnen het projectgebied te worden gerealiseerd. Binnen het projectgebied is meer dan genoeg ruimte om hierin te voorzien. 2.3.3
Verkeersgeneratie
De verkeersgeneratie wordt aan de hand van de volgende gegevens bepaald, op basis van de publicatie ‘Toekomstbestendig parkeren, publicatie 381 (december 2018)’ van het CROW; • • •
Verstedelijkingsgraad; Stedelijke zone; Functie;
Weinig stedelijk Rest bebouwde kom Vrijstaande woning
In onderstaande tabel is op basis van bovenstaande gegevens de verkeersgeneratie berekend. Verkeersgeneratie gewenste situatie Woningtype Aantal wooneenheden
Gemiddelde verkeersgeneratie per wooneenheid
Verkeersgeneratie
8,2
2*8,2= 16,4 16,4 (17)
Koop, vrijstaand 2 Totaal (afgerond)
Uit bovenstaande tabel blijkt dat voorgenomen ontwikkeling leidt tot een verkeersgeneratie van 17 verkeersbewegingen per weekdagetmaal. Aangezien in de huidige situatie één woning aanwezig is, neemt de verkeersgeneratie planologisch gezien per saldo met circa 8 verkeersbewegingen toe. De omliggende wegen zijn van voldoende omvang om deze zeer beperkte toename van de verkeergeneratie op te kunnen vangen. Daarnaast is jet Hoogeland een zeer rustige, verkeersveilige en overzichtelijke weg. Vanuit verkeerskundig oogpunt zijn er dan ook geen bezwaren tegen de voorgenomen ontwikkeling. 2.3.4
Conclusie
Het aspect ‘verkeer en parkeren’ vormt geen belemmering voor de uitvoering van voorliggend plan.
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
9
Het Hoogeland 19, Heeten Ruimtelijke onderbouwing
HOOFDSTUK 3
BELEIDSKADER
Dit hoofdstuk beschrijft, voor zover van belang, het Rijks-, provinciaal- en gemeentelijk beleid. Naast de belangrijkste algemene uitgangspunten worden de specifiek voor dit projectgebied geldende uitgangspunten weergegeven.
3.1
Rijksbeleid
3.1.1
Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR)
3.1.1.1 Algemeen De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte is op 13 maart 2012 in werking getreden. De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) geeft een totaalbeeld van het ruimtelijk- en mobiliteitsbeleid op Rijksniveau en vervangt de Nota Ruimte, de Structuurvisie Randstad 2040, de Nota Mobiliteit, de MobiliteitsAanpak en de Structuurvisie voor de Snelwegomgeving. Tevens vervangt het een aantal ruimtelijke doelen en uitspraken in onder andere de Agenda Landschap en de Agenda Vitaal Platteland. Daarmee wordt de SVIR het kader voor thematische of gebiedsgerichte uitwerkingen van Rijksbeleid met ruimtelijke consequenties. 3.1.1.2 Rijksdoelen en regionale opgaven In de SVIR heeft het Rijk drie Rijksdoelen opgesteld om Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig te houden voor de middellange termijn (2028): • • •
Het vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door het versterken van de ruimtelijkeconomische structuur van Nederland; Het verbeteren, instandhouden en ruimtelijk zekerstellen van de bereikbaarheid waarbij de gebruiker voorop staat; Het waarborgen van een leefbare en veilige omgeving waarin unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden behouden zijn.
3.1.1.3 Ladder voor duurzame verstedelijking In de SVIR is de ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd. Deze ladder is per 1 oktober 2012 als motiveringseis in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6, lid 2) opgenomen. Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Hierbij geldt een motiveringsvereiste voor het bevoegd gezag als nieuwe stedelijke ontwikkelingen planologisch mogelijk worden gemaakt. Teneinde een ontwikkeling adequaat te kunnen toetsen aan de ladder is het noodzakelijk inzicht te geven in de begrippen ‘bestaand stedelijk gebied’ en ‘stedelijke ontwikkeling’. In de Bro zijn in artikel 1.1.1 definities opgenomen voor: bestaand stedelijk gebied: ‘bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur’.
stedelijke ontwikkeling: ´ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.´ Bij het beschrijven van de behoefte dient te worden uitgegaan van het saldo van de aantoonbare vraag naar de voorgenomen ontwikkeling (de komende tien jaar, zijnde de looptijd van het bestemmingsplan) verminderd met het aanbod in planologische besluiten, ook als het feitelijk nog niet is gerealiseerd (harde plancapaciteit).
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
10
Het Hoogeland 19, Heeten Ruimtelijke onderbouwing 3.1.2
Toetsing van het initiatief aan de uitgangspunten in het Rijksbeleid
De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte laat zich niet specifiek uit over dergelijke lokale ontwikkelingen. Ten aanzien van de Ladder voor duurzame verstedelijking wordt het volgende geconstateerd: Wat de “Ladder voor duurzame verstedelijking” betreft is een uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State van belang. Hierin is uitgesproken dat met de realisatie van 11 woningen niet voorzien wordt in een woningbouwlocatie of andere stedelijk ontwikkeling als bedoeld in artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (ABRS 16 september 2015, 201501297/1/R4). Voorliggend voornemen voorziet in het realiseren van twee vrijstaande woningen op gronden waar reeds één woning is gesitueerd. Doordat de reeds bestaande woning komt te vervallen, wordt per saldo slechts één woning toegevoegd. Het voornemen valt dan ook niet onder een stedelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening ABRS 16 september 2015, 201501297/1/R4). Geconcludeerd wordt dat geen verdere toetsing aan de “Ladder voor duurzame verstedelijking” noodzakelijk is en dat voorliggend voornemen voldoet aan het Rijksbeleid. 3.1.3
Conclusie toetsing aan het Rijksbeleid
De voorgenomen ontwikkeling is in overeenstemming met het Rijksbeleid.
3.2
Provinciaal beleid
Het provinciaal beleid is verwoord in tal van plannen. Het belangrijkste plan betreft de Omgevingsvisie Overijssel en de daarbij behorende Omgevingsverordening Overijssel. 3.2.1
Omgevingsvisie Overijssel
De Omgevingsvisie Overijssel is het integrale provinciale beleidsplan voor de fysieke leefomgeving van Overijssel. De hoofdambitie van de Omgevingsvisie is een toekomstvaste groei van welvaart en welzijn met een verantwoord beslag op de beschikbare natuurlijke hulpbronnen en voorraden. Enkele belangrijke beleidskeuzes waarmee de provincie haar ambities wil realiseren zijn: • •
• • • 3.2.2
goed en plezierig wonen, nu en in de toekomst door een passend en flexibel aanbod van woonmilieus (typen woningen en woonomgeving) die voorzien in de vraag (kwantitatief en kwalitatief); versterken complementariteit van bruisende steden en vitaal platteland als ruimtelijke, cultureel, sociaal en economisch samenhangend geheel. Dit door behoud en versterking van leefbaarheid en diversiteit van het landelijk gebied, stedelijke netwerken versterken, behoud en versterken van cultureel erfgoed als drager van identiteit; investeren in een hoofdinfrastructuur voor wegverkeer, trein, fiets en waarbij veiligheid en doorstroming centraal staan; beter benutten van ruimte, bestaande bebouwing en infrastructuur door multifunctioneel en complementair ruimtegebruik (zowel- boven als ondergronds), hergebruik en herbestemming en het concentreren van ontwikkelingen rond bestaande infrastructuurknooppunten; ruimtelijke plannen ontwikkelen aan de hand van gebiedskenmerken en keuzes voor duurzaamheid. Omgevingsverordening Overijssel
De provincie beschikt over een palet aan instrumenten waarmee zij haar ambities realiseert. Het gaat er daarbij om steeds de meest optimale mix van instrumenten toe te passen, zodat effectief en efficiënt resultaat wordt geboekt voor alle ambities en doelstellingen van de Omgevingsvisie Overijssel. De keuze voor inzet van deze instrumenten is bepaald aan de hand van een aantal criteria. In de Omgevingsvisie is bij elke beleidsambitie een realisatieschema opgenomen waarin is aangegeven welke instrumenten de provincie zal inzetten om de verschillende onderwerpen van provinciaal belang te realiseren.
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
11
Het Hoogeland 19, Heeten Ruimtelijke onderbouwing Eén van de instrumenten om het beleid uit de Omgevingsvisie Overijssel te laten doorwerken is de Omgevingsverordening Overijssel. De Omgevingsverordening is het provinciaal juridisch instrument dat wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch geborgd is. De omgevingsvisie is het centrale provinciale beleidsplan voor het fysieke beleidsplan voor het fysieke leefmilieu in Overijssel. De opgaven en kansen waar de provincie Overijssel voor staat, zijn vertaald in centrale beleidsambities voor negen beleidsthema's. De hoofdambitie van de Omgevingsvisie is een toekomstvaste groei van welvaart en welzijn met een verantwoord beslag op de beschikbare natuurlijke hulpbronnen en voorraden. De beleidsambities worden benaderd vanuit de overkoepelende rode draden - duurzaamheid, ruimtelijke kwaliteit en sociale kwaliteit - waarvoor thema overstijgende kwaliteitsambities zijn geformuleerd. Duurzaamheid, ruimtelijke kwaliteit en sociale kwaliteit zijn de leidende principes of 'rode draden' bij alle initiatieven in de fysieke leefomgeving van de provincie Overijssel. Voor onderliggend initiatief wordt op de belangrijkste rode draden en kwaliteitsambities in gegaan. 3.2.3
Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel 2017
De opgaven, kansen, beleidsambities en ruimtelijke kwaliteitsambities voor de provincie zijn in de Omgevingsvisie Overijssel geschetst in ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en stedelijke omgeving. Om de ambities van de provincie waar te maken, bevat de Omgevingsvisie een uitvoeringsmodel. Dit model is gebaseerd op drie niveaus, te weten: 1. 2. 3.
Of – generieke beleidskeuzes; Waar – ontwikkelingsperspectieven; Hoe – gebiedskenmerken.
Deze begrippen worden hieronder nader toegelicht. 3.2.3.1 Of – generieke beleidskeuzes Generieke beleidskeuzes zijn keuzes die bepalend zijn voor de vraag of ontwikkelingen nodig dan wel mogelijk zijn. In deze fase wordt beoordeeld of er sprake is van een maatschappelijke opgave. Of een initiatief mogelijk is, wordt onder andere bepaald door generieke beleidskeuzes van EU, Rijk of provincie. Denk aan beleidskeuzes om basiskwaliteiten als schoon drinkwater en droge voeten te garanderen. Andere generieke beleidskeuzes betreffen het voorkomen van overaanbod van bijvoorbeeld woningbouw- en kantoorlocaties. Ook wordt in deze fase de zogenaamde Overijsselse ladder voor duurzame verstedelijking gehanteerd. Deze Overijsselse ladder geeft een nadere invulling aan de vraag hoe de behoefte moet worden bepaald, zowel in de stedelijke als in de groene omgeving, en op welke wijze de regionale afstemming vorm gegeven moet worden. Integraliteit, toekomstbestendigheid, concentratiebeleid, (boven)regionale afstemming en zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik zijn beleidskeuzes die invulling geven aan de Overijsselse ladder voor duurzame verstedelijking. Voor specifieke gebieden in Overijssel geldt dat niet alle initiatieven mogelijk zijn.
Dit heeft te maken met zwaarwegende publieke belangen, Gebiedsspecifieke beleidskeuzes om de zwaarwegende publieke belangen te borgen, zijn: reservering voor waterveiligheid en beperking wateroverlast, drinkwater/grondwaterbeschermingsgebieden, het Natuurnetwerk Nederland, de Nationale Landschappen en het provinciaal routenetwerk transport gevaarlijke stoffen. 3.2.3.2 Waar – ontwikkelingsperspectieven Als uit de beoordeling in het kader van de generieke beleidskeuzes blijkt dat de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling aanvaardbaar is, vindt een toets plaats aan de ontwikkelingsperspectieven. In de Omgevingsvisie is een spectrum van zes ontwikkelperspectieven beschreven voor de groene en stedelijke omgeving.
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
12
Het Hoogeland 19, Heeten Ruimtelijke onderbouwing Met dit spectrum geeft de provincie ruimte voor het realiseren van de in de visie beschreven beleids- en kwaliteitsambities. De ontwikkelperspectieven geven richting aan wat waar ontwikkeld zou kunnen worden. Daar waar generieke beleidskeuzes een geografische begrenzing hebben, zijn ze consistent doorvertaald in de ontwikkelingsperspectieven. De ontwikkelingsperspectieven zijn richtinggevend en bieden de nodige flexibiliteit voor de toekomst. 3.2.3.3 Hoe – gebiedskenmerken Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch cultuurlandschap, stedelijke laag en laag van de beleving) gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en –opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. Het is de vraag 'hoe' een ontwikkeling invulling krijgt. Aan de hand van de drie genoemde niveaus kan worden bezien of een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk is en er behoefte aan is, waar het past in de ontwikkelingsvisie en hoe het uitgevoerd kan worden. Afbeelding 3.1 geeft dit schematisch weer.
Afbeelding 3.1
3.2.4
Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel (Bron: Provincie Overijssel)
Toetsing van het initiatief aan het uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel
Indien voorliggend initiatief wordt getoetst aan het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel ontstaat globaal het volgende beeld. Of – generieke beleidskeuzes Ten aanzien van de generieke beleidskeuzes zijn de artikelen 2.1.2 (principe van concentratie) 2.1.5 (ruimtelijke kwaliteit) en 2.2.2 (realisatie nieuwe woningen) uit de Omgevingsverordening Overijssel van belang. Hierna wordt nader op de artikelen ingegaan.
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
13
Het Hoogeland 19, Heeten Ruimtelijke onderbouwing Principe van concentratie (Artikel 2.1.2; lid 1) Lid 1; Bestemmingsplannen voorzien uitsluitend in woningbouw, aanleg van bedrijventerreinen voor lokaal gewortelde bedrijvigheid en het realiseren van stedelijke voorzieningen, met bijbehorende infrastructuur en groenvoorzieningen om te voldoen aan de lokale behoefte en de behoefte van bijzondere doelgroepen. Toetsing van het initiatief aan artikel 2.1.2 (lid 1) van de Omgevingsverordening Overijssel Zoals gesteld in paragraaf 3.1.2 van deze onderbouwing wordt per saldo slechts één woning toegevoegd. Daarnaast is er in de gemeente Raalte vraag naar woningen voor de lokale behoefte hierin wordt met dit voornemen beperkt voorzien. In hoofdstuk 3.3 wordt nader op het gemeentelijk beleid ingegaan. De voorgenomen ontwikkeling is hierdoor in overeenstemming met artikel 2.1.2 Principe van concentratie. Ruimtelijke kwaliteit (Artikel 2.1.5; leden 1, 2, 3 en 5) Lid 1; In de toelichting op bestemmingsplannen wordt onderbouwd dat de nieuwe ontwikkelingen die het bestemmingsplan mogelijk maakt, bijdragen aan het versterken van de ruimtelijke kwaliteit conform de geldende gebiedskenmerken.
Lid 2; In het kader van de toelichting als bedoeld in lid 1 wordt inzichtelijk gemaakt op welke wijze toepassing is gegeven aan het Uitvoeringsmodel (OF-, WAAR- en HOE-benadering) die in de Omgevingsvisie Overijssel is neergelegd. Lid 3; In het kader van de toelichting als bedoeld in lid 1 wordt gemotiveerd dat de nieuwe ontwikkeling past binnen het ontwikkelingsperspectief die in de Omgevingsvisie Overijssel voor het gebied is neergelegd. Lid 5; In het kader van de toelichting als bedoeld in lid 1 wordt inzichtelijk gemaakt op welke wijze toepassing is gegeven aan de vier-lagenbenadering die onderdeel uitmaakt van het Uitvoeringsmodel en op welke wijze de Catalogus Gebiedskenmerken is gebruikt bij de ruimtelijke inpassing van de nieuwe ontwikkeling. Toetsing van het initiatief aan artikel 2.1.5 (leden 1, 2, 3 en 5) van de Omgevingsverordening Overijssel De bouw- en goothoogte en dakhelling van de woningen zullen in overeenstemming met de bouwregels van de woonbestemming uit het geldend bestemmingsplan worden gerealiseerd, waardoor het voornemen aansluit op de woningen in de omgeving. Daarnaast wordt in het vervolg van dit hoofdstuk op het ontwikkelingsperspectief en het Uitvoeringsmodel gebiedskenmerken ingegaan. Voor een overzicht van de projectbeschrijving wordt verwezen naar hoofdstuk 2.2.
De voorgenomen ontwikkeling is hierdoor in overeenstemming met artikel 2.1.5 Ruimtelijke kwaliteit. Realisatie nieuwe woningen (Artikel 2.2.2; leden 1 en 2) Lid 1; Bestemmingsplannen en omgevingsvergunningen als bedoeld in artikel 2.1 lid 1 onder c van de Wabo, voorzien uitsluitend in de mogelijkheid tot het realiseren van nieuwe woningen als de behoefte daaraan is aangetoond door middel van actueel onderzoek woningbouw. Lid 2; De behoefte aan nieuwe woningen zoals bedoeld in lid 1 wordt in ieder geval geacht te zijn aangetoond als realisatie daarvan past binnen de geldende woonafspraken zoals die zijn gemaakt tussen gemeente en provincie op basis van regionale afstemming.
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
14
Het Hoogeland 19, Heeten Ruimtelijke onderbouwing Toetsing van het initiatief aan artikel 2.2.2 van de Omgevingsverordening Overijssel Zoals gesteld in paragraaf 3.1.2 van deze onderbouwing wordt per saldo slechts één woning toegevoegd. Het initiatief is in overeenstemming met de geldende woonafspraken die zijn gemaakt binnen zowel de gemeente als tussen gemeente en provincie op basis van regionale afstemming. Voor een nadere toelichting wordt specifiek verwezen naar paragraaf 3.3. De voorgenomen ontwikkeling is hierdoor in overeenstemming met artikel 2.2.2 Realisatie nieuwe woningen. Waar – ontwikkelingsperspectieven De opgaven, kansen, beleidsambities en ruimtelijke kwaliteitsambities voor de provincie zijn geschetst in ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en stedelijke omgeving. Met de ontwikkelingsperspectieven wordt de ruimtelijke ontwikkelingsvisie van de provincie Overijssel vorm gegeven. Hiervoor gelden de gebiedskenmerken als onderligger. In dit geval zijn de ontwikkelingsperspectieven voor de stedelijke omgeving van belang.
Afbeelding 3.2
Uitsnede ontwikkelingsperspectievenkaart Omgevingsvisie Overijssel (Bron: Provincie Overijssel)
Het projectgebied behoort tot het ontwikkelingsperspectief ‘Woon en werklocaties buiten stedelijke netwerken’. ‘Woon- en werklocaties buiten de stedelijke netwerken’ De steden en dorpen buiten de stedelijke netwerken mogen altijd bouwen voor de lokale behoefte aan wonen, werken en voorzieningen, inclusief lokaal gewortelde bedrijvigheid, mits onderbouwd en regionaal afgestemd. Herstructurering en transformatie van de woon-, werk-, voorzieningen- en mixmilieus moeten deze vitaal en aantrekkelijk houden en de diversiteit aan milieus versterken. Herstructurering en transformatie bieden kansen om te anticiperen op klimaatverandering (bijvoorbeeld door ruimte voor groen, natuur en water te reserveren). Van belang is de stedelijke ontwikkeling altijd af te stemmen op de kenmerken van het watersysteem, bijvoorbeeld in laaggelegen gebieden bij bouw- en evacuatieplannen rekening houden met risico’s op overstroming of wateroverlast. Herstructurering en BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
15
Het Hoogeland 19, Heeten Ruimtelijke onderbouwing transformatie kunnen ook bijdragen aan de energietransitie (door het nemen van energie-efficiënte maatregelen en/of het opwekken van duurzame energie door bijvoorbeeld het aanwezige dakoppervlak te benutten). Toetsing aan het ontwikkelingsperspectief ‘woon- en werklocaties buiten de stedelijke netwerken’ Het voornemen ‘het realiseren van twee vrijstaande woningen’ past binnen het geldend ontwikkelingsperspectief. Het plan voorziet daarnaast in de lokale behoefte. In hoofdstuk 3.3 wordt nader op het gemeentelijk beleid ingegaan. Als gevolg van het voornemen wordt tevens onder meer bijgedragen aan het vitaal en aantrekkelijk houden van de kern Heeten en is aandacht voor duurzaamheid (bestaande woning wordt vervangen door gasloze nieuwbouw). Het voornemen voorziet tevens niet in een belemmering van het woon- en leefklimaat van omwonenden en de bedrijfsvoering van agrarische gronden. In het hoofdstuk milieuen omgevingsaspecten wordt nader op de omliggende bebouwing ingegaan. Geconcludeerd wordt dat de ontwikkeling in overeenstemming is met het ter plekke geldende ontwikkelingsperspectief.
3.2.4.3 Hoe – gebiedskenmerken Op basis van gebiedskenmerken, verdeeld over vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarischcultuurlandschap, stedelijke laag en laag van de beleving) gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en – opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. De ‘Laag van de beleving’ wordt in dit geval buiten beschouwing gelaten, aangezien voor het projectgebied geen specifieke eigenschapen vanuit deze laag geldt. Hierna wordt ingegaan op de relevante kenmerken ter plaatse van het projectgebied. 1.
De “Natuurlijke laag”
De natuurlijke laag is de laag van de bodem, het reliëf, het watersysteem en de natuur die zich hier ‘van nature’ op vestigt. Deze natuurlijke laag is het resultaat van de wisselwerking tussen abiotische (fysische) en biotische factoren en processen. Zo zorgden ijs-, wind- en waterstromen in Overijssel voor het ontstaan van een afwisselend landschap van stuwwallen, dekzandgronden, beekdalen en natte laagtes en bepaalden de stroomsnelheden van IJssel, Vecht, Regge of Dinkel waar het fijne (komgronden) en waar het grovere sediment (oeverwallen) werd afgezet. En ontwikkelde veen zich daar, waar het water maar moeilijk weg kon. Het projectgebied is op de gebiedskenmerkenkaart de 'Natuurlijke laag' aangeduid met het gebiedstype 'dekzandvlakte en ruggen'. In afbeelding 3.3 is dit weergegeven.
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
16
Het Hoogeland 19, Heeten Ruimtelijke onderbouwing
Afbeelding 3.3
Uitsnede gebiedskenmerkenkaart Omgevingsvisie Overijssel (Bron: Provincie Overijssel)
Dekzandvlakte en ruggen De dekzandgronden beslaan een groot gedeelte van de oppervlakte van de provincie. Na de ijstijden bleef er in grote delen een reliëfrijk – door de wind gevormd – zandlandschap achter, dat gekenmerkt wordt door relatief grote verschillen tussen hoog/droog en laag/nat gebied. Als ontwikkelingen plaats vinden, dan dragen deze bij aan het beter zichtbaar en beleefbaar maken van de hoogteverschillen en het watersysteem. Beiden zijn tevens uitgangspunt bij (her)inrichting. Bij ontwikkelingen is de (strekkings)richting van het landschap, gevormd door de afwisseling van beekdalen en ruggen, het uitgangspunt. Ambitie De ambitie is de natuurlijke verschillen tussen hoog en laag en tussen droog en nat functioneel meer sturend en beleefbaar te maken. Dit kan bijvoorbeeld door een meer natuurlijk watersysteem en door beplanting met ‘natuurlijke’ soorten. En door de (strekkings)richting van het landschap te benutten in gebiedsontwerpen. Toetsing aan de 'Natuurlijke laag' De voorgenomen ontwikkeling tast de, al dan niet aanwezige, hoogteverschillen en het watersysteem in het projectgebied niet onevenredig aan. Doordat binnen het projectgebied reeds een woning is gebouwd, zijn de gronden in het verleden reeds ingericht. Geconcludeerd wordt dat het plan in overeenstemming is met het gestelde in de “Natuurlijke laag”.
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
17
Het Hoogeland 19, Heeten Ruimtelijke onderbouwing 2.
De “Laag van het agrarisch cultuurlandschap”
De tweede laag beschrijft het palet van agrarische cultuurlandschappen met hun dragende structuren en nederzettingsvormen. Deze laag is het resultaat van de wisselwerking tussen verschillen in de natuurlijke ondergrond en de manier waarop gebieden in cultuur werden – en worden – gebracht. Door de eeuwen heen is een geschakeerd patroon van akkers, weiden, hooiland en bebouwing (hoeven, kernen en dorpen) gegroeid. Vanouds kennen de nederzettingen een sterke ruimtelijke en functionele relatie met het omliggende landschap. Het agrarisch cultuurlandschap is bij uitstek een gebruikslandschap. Bij de ontwikkeling ervan hebben nooit ideeën over schoonheid een rol gespeeld. Wel zijn we het agrarisch cultuurlandschap in de loop van de tijd gaan waarderen. Het heeft als ‘consumptielandschap’ voor bewoners, recreanten en toeristen nieuwe betekenis gekregen. Veel mensen hechten aan de rust, de ruimte, de mogelijkheden om te fietsen, wandelen, et cetera. En aan de kwaliteit: vooral de herkenbaarheid, de contrasten en de afwisseling van verschillende landschapstypen worden gewaardeerd. De landschappelijke structuren zijn belangrijke dragers van de biodiversiteit. Het projectgebied is in afbeelding 3.4 met een rode omlijning aangegeven.
Afbeelding 3.4
Uitsnede gebiedskenmerkenkaart Omgevingsvisie Overijssel (Bron: Provincie Overijssel)
Essenlandschap Het essenlandschap bestaat uit een samenhangend systeem van essen, flanken, lager gelegen maten en fliergronden, voormalige heidevelden en kenmerkende bebouwing rond de es (esdorpen en verspreide erven. Het landschap is geordend vanuit de erven en de essen, de eeuwenoude akkercomplexen die op de hogere dekzandkoppen en flanken van stuwwallen werden aangelegd. Eeuwenlange bemesting, met heideplaggen en stalmest, heeft geleidt tot een karakteristiek reliëf met soms hoge stijlranden. Onder en in de es heeft zich op deze wijze een waardevol archeologisch archief opgebouwd. De dorpen en erven lagen op de flanken van de es, op overgang naar het lager gelegen maten- en flierenlanden. Zo lagen ze droog en werden tegelijkertijd de werklijnen zo kort mogelijk gehouden. De zandpaden volgen steeds de lange ‘luie’ lijnen van het landschap, Zo ontstond vanuit de dorpen een organische spinragstructuur naar de omliggende gronden en de dorpen in de omgeving.
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
18
Het Hoogeland 19, Heeten Ruimtelijke onderbouwing Het landschapsbeeld is afwisselend en contrastrijk, volgend aan de organische patronen van het natuurlijke landschap. Typerend zijn de losse hoeven rond de es en de esdorpen met hun karakteristieke boerderijen en herkenbaar dorpssilhouet met vaak de kerktoren als markant element Ambitie De ambitie is het behouden van de es als ruimtelijke eenheid en het versterken van de contrasten tussen de verschillende landschapsonderdelen: grote open maat van de essen, het mozaïek van de flank van de es, de open beekdalen en vroegere heidevelden. De samenhang hiertussen krijgt opnieuw vorm en inhoud door accentuering van de verschillende onderdelen en overgangen. De flank van de es biedt eventueel ruimte voor ontwikkelingen, mits de karakteristieke structuur van erven, beplantingen, routes en open ruimtes wordt versterkt. Toetsing van het initiatief aan de “Laag van het agrarisch cultuurlandschap” In voorliggend geval worden twee vrijstaande woningen binnen de bebouwde kom gebouwd. De beoogde gronden zijn reeds in cultuur gebracht. Gezien het vorenstaande wordt geconcludeerd dat het voornemen geen afbreuk doet aan de kenmerken van het agrarische cultuurlandschap. 3.
De “ Stedelijke Laag’’
De stedelijke laag is de laag van de steden, dorpen, verspreide bebouwing, wegen, spoorwegen en waterwegen. Het gaat in deze laag om de dynamiek van de steden en de grote infrastructurele verbindingen, maar ook om de rust van de dorpen en de landelijke wegen en paden. De ligging van een stad of dorp in het landschap, op een kruispunt van infrastructuur of in de nabijheid van grondstoffen speelt een belangrijke rol in het functioneren ervan. Efficiëntie en bereikbaarheid zijn belangrijke vestigingsfactoren, maar daarbij wordt de kwaliteit, eigenheid en het onderscheidend vermogen van de regio steeds belangrijker. De ontstaansgeschiedenis is medebepalend voor de huidige identiteit en terug te vinden in de ruimtelijke opbouw van de kernen, maar ook in de economische en sociale dynamiek. Daarnaast hebben door de tijd heen veranderende ideeën over de ideale vormgeving van de stad invloed gehad op de ruimtelijke opbouw. Cultuurhistorisch of architectonisch waardevolle gebouwen en structuren zijn hierbij vaak bepalend voor de stedelijke identiteit en de belevingswaarde voor bewoners en bezoekers. Zo is in Overijssel een rijk palet ontstaan aan onderscheidende steden en dorpen. Elk met een eigen karakteristieke ruimtelijke, sociale en functionele opbouw en kwaliteit. In afbeelding 3.5 is een uitsnede van de gebiedskenmerkenkaart (Stedelijke laag) opgenomen.
Het projectgebied is met een rode omlijning aangegeven.
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
19
Het Hoogeland 19, Heeten Ruimtelijke onderbouwing
Afbeelding 3.5
Uitsnede gebiedskenmerkenkaart Omgevingsvisie Overijssel (Bron: Provincie Overijssel)
Woonwijken 1955-nu De woonwijken van 1955 tot nu zijn planmatig opgezette uitbreidingswijken op basis van een collectief idee en grotere bouwstromen. De functies (wonen, werken, voorzieningencentra) zijn uiteengelegd en de wijken zijn opgedeeld in buurten met een homogeen bebouwingskarakter: buurten met eengezinswoningen, flatwijken, villawijken, wijk(winkel)centra. Er is sprake van een tijdsgebonden verkavelingsstructuur op basis van verschillende ordeningsprincipes. Lokaal zijn kleine eenheden die afwijken van het systeem, zoals ‘goudkustjes’ aan de rand van de wijk. Steeds is sprake van een afgeronde eenheid met duidelijke in- en uitgangen en kunst in de openbare ruimte. Er is aandacht voor de aansluiting op de binnenstad en het hoofdwegennetwerk, maar vaak minder op fietsaansluitingen naar het buitengebied. Ambitie Herstructurering naoorlogse wijken is een belangrijke opgave voor vitale steden. De wijken van na de oorlog behouden hierbij hun eigen karakter. Ook al neemt bij herstructurering het bebouwd oppervlak in de wijken door meer grondgebonden woningen toe, er blijft collectieve ruimte tussen de bouwblokken. Markante gebouwen zoals leegkomende kerken en winkelstrips worden waar mogelijk behouden door ze een nieuwe functie te geven. In de wijken van de jaren ’70 en ’80 (woonerven) vereisen de kwaliteit van de buitenruimte en de parkeeroplossingen bijzondere aandacht.
Toetsing van het initiatief aan de ‘Stedelijke laag’ De voorgenomen ontwikkeling gaat uit van het benutten van een bestaande woonkavel met tuin voor twee woningen, in plaats van één. Hierbij wordt de bestaande vrijstaande woning gesloopt om vervolgens twee nieuwe vrijstaande woningen terug te bouwen. De beoogde woningen zullen voldoen aan de in het bestemmingsplan opgenomen afmetingen en hierdoor passend zijn binnen het straatbeeld. Het voornemen voorziet geen belemmeringen en is dan ook in overeenstemming met de ‘Stedelijke laag’.
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
20
Het Hoogeland 19, Heeten Ruimtelijke onderbouwing 3.2.5
Conclusie toetsing aan het provinciaal beleid
Geconcludeerd wordt dat de voorgenomen ontwikkeling in overeenstemming is met het in de Omgevingsvisie Overijssel verwoorde en in de Omgevingsverordening verankerde provinciaal ruimtelijk beleid.
3.3
Gemeentelijk beleid
3.3.1
Omgevingsvisie Horizon gemeente Raalte 2040
3.3.1.1 Algemeen De omgevingsvisie is een strategisch document. Het geeft richting aan de ontwikkelingen in de fysieke leefomgeving van de gemeente Raalte. Een belangrijk onderdeel van de omgevingsvisie zijn de kernopgaven. Hierin is een driedeling gemaakt in kerkopgaven voor het buitengebied, toekomstbestendige wijken en dorpen en de identiteit en regio. 3.3.1.2 Toekomstbestendige wijken en dorpen Ambitie: Raalte geeft ruimte aan eigenzinnig samenleven De gemeente omarmt de verduurzamingsopgave van de wijken en dorpen en de demografische veranderingen die hier plaatsvinden. De gemeente ziet de noodzaak en kans om samen te werken aan een verbouwing van onze wijken en dorpen tot duurzame, gezonde, klimaat- en levensloopbestendige leefomgevingen. Transformatie is een kans om ruimte te geven aan nieuwe woonvormen. Gemeente Raalte als proeftuin waarin gemeente, bewoners en bedrijven samen invulling geven aan eigentijds wonen. In de gemeente Raalte kunnen jong én oud, arm en rijk, een passende woning vinden doordat vol wordt ingezet op diversiteit; er is ruimte voor flexibel ontwikkelen en renoveren en nieuwe manieren van collectief wonen. Er is voor ieder wat wils. Nieuwbouw in de dorpen heeft een voorbeeldfunctie, daar zijn mogelijkheden om te laten zien dat het anders kan en dat inwoners de ruimte krijgen om anders, flexibel en samen invulling te geven aan de opgaven.
Ontwikkelingsrichtingen De ambitie vraagt om een gemeente die de samenleving de ruimte geeft om duurzame en nieuwe woonvormen te ontwikkelen, maar ook richtinggevend en regisserend is bij ingrijpende veranderingen. Hiervoor zijn vijf ontwikkelrichtingen opgesteld. 1. 2. 3. 4. 5.
Toekomstbestendige dorpen en wijken: energieneutraal, klimaat adaptief, gezond, veilig en levensloopbestendig; Flexibele en collectieve woonconcepten bij nieuwbouw en transformatie; Samenwerken aan voldoende ontmoetingsplekken in elk dorp en een goede bereikbaarheid van voorzieningen wanneer die op strategische plekken geclusterd zijn; Nieuwbouw en transformatie binnen bestaand bebouwd gebied waarbij woningbouw zo min mogelijk ten koste gaat van waardevol groen, binnen en buiten de kern; Woningbouw voor een bovenlokale behoefte. Dorpen leefbaar houden door in elk dorp ruimte te geven voor woningbouw en bedrijvigheid zodat minimaal de autonome groei van bevolking en bedrijvigheid kan worden opgevangen. 1.3.1.3 Toetsing van het initiatief aan de ‘Omgevingsvisie Horizon gemeente Raalte 2040’
Binnen het voornemen wordt, met de vervanging van één bestaande woning voor twee gasloze nieuwbouwwoningen, bijgedragen aan een toekomstbestendig dorp. Daarnaast worden de woningen binnen bestaand bebouwd gebied gebouwd, waarbij geen afname plaatsvindt van waardevol groen. Tot slot zullen de woningen voorzien in de bovenlokale behoefte. In de Woonvisie gemeente Raalte wordt hier nader op ingegaan. De voorgenomen ontwikkeling is in overeenstemming met de ‘Omgevingsvisie Horizon gemeente Raalte 2040’.
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
21
Het Hoogeland 19, Heeten Ruimtelijke onderbouwing 3.3.2 Structuurvisie Raalte 2025+ 3.3.2.1 Algemeen De ‘Structuurvisie Raalte 2025+’ is op 27 september 2012 vastgesteld door de gemeenteraad van Raalte. In de structuurvisie wordt voortgebouwd op de “Strategische Visie Samen Vooruit Raalte 2020”. De visie geeft de hoofdlijnen weer van voorgenomen ruimtelijke ontwikkelingen in de hele gemeente tot het jaar 2025. Daarnaast geeft de visie aan hoe opgaven en ambities gerealiseerd kunnen worden. In voorliggend geval is met name de ambitie op het gebied van ‘wonen’ van belang. 3.3.2.2 Wonen Uitgangspunt van de structuurvisie is het handhaven van vitale kernen. Dit betekent ook ruimte bieden voor ontwikkeling en vernieuwing. Alle kernen krijgen daarom woningbouwruimte, volgens het uitgangspunt ‘autonome groei’. Bouwen dus in verhouding tot de huidige omvang van een kern. Tevens krijgen locaties binnen bestaand bebouwd gebied, herontwikkelingsgebieden, binnen alle kernen voorrang boven uitbreidingslocaties. Dit met het oog op zuinig gebruik met de beschikbare ruimte en het landschap en om gaten binnen kernen te voorkomen. Deze locaties zijn vaak omgeven met bestaande kwaliteiten, welke samen met de identiteit van de locatie voorop staat bij ontwikkeling. Daarbij geldt dat elke herontwikkelingslocatie moet bijdragen aan de ruimtelijke kwaliteit van de betreffende kern.
3.3.2.3 Toetsing van het initiatief aan de ‘Structuurvisie Raalte 2025+’ Het voornemen draagt bij aan het handhaven van vitale kernen. Het toevoegen van per saldo één extra woning binnen het projectgebied is in verhouding met de huidige omvang van een kern. Daarnaast heeft deze locatie de voorkeur ten opzichte van uitbreidingslocaties. Het voornemen sluit aan op de bestaande kwaliteiten in de omgeving, evenals de identiteit van de locatie. Het voornemen draagt dan ook bij aan de ruimtelijke kwaliteit van de kern Heeten. Geconcludeerd wordt dan ook dat de Structuurvisie Raalte 2025+ geen belemmering vormt voor de voorgenomen ontwikkeling 3.3.3
Woonvisie Gemeente Raalte 2016 tot en met 2020 en woningprogrammering
3.3.3.1 Algemeen In de ‘Woonvisie Gemeente Raalte 2016 tot en met 2020’ wordt het voorgaande woonbeleid geëvalueerd en is de woningmarktsituatie in kaart gebracht en doorvertaald naar een visie tot en met 2020. Het doel van de woonvisie en de uitvoeringsmaatregelen is om voldoende en kwalitatief goede huisvesting te realiseren voor alle doelgroepen in de gemeente Raalte. Ten opzichte van de vorige woonvisie verschuift in deze woonvisie duidelijk het accent van het (nieuw) 'bouwen' van woningen naar 'wonen' in brede zin. Uitgangspunt is dat nieuwe woningen voldoen aan de vraag van de toekomst: woningen moeten raak zijn. Dit betekent: levensloopbestendig, toekomstbestendig en duurzaam. Nieuwbouw dient aan te sluiten bij de behoefte: primair bepalend is de match tussen vraag aan aanbod in prijs, type en eigendomsvorm. Dit is ook van belang om te zorgen voor doorstroming op de woningmarkt. Dit betekent ook: aansluiten bij de lokale behoefte in de kernen (maatwerk per kern). Toekomstige match vraag en aanbod woningen De woonvisie stelt dat woningbouwprogrammering geen exacte wetenschap is. Nieuwe ontwikkelingen, behoeftewijzigingen en nieuwe demografische prognoses kunnen aanleiding zijn voor het bijstellen van het programma. Daarnaast is de economie erg bepalend voor de woningbouwbehoefte en op voorhand moeilijk te voorspellen.
Het algemene beeld is dat tot 2020 de belangrijkste opgave ligt in het toevoegen van vooral grondgebonden koopwoningen (met name goedkoop en middelduur) en voor een iets kleiner deel huurwoningen. Na 2020 verschuift het accent duidelijk naar de grondgebonden koopwoningen.
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
22
Het Hoogeland 19, Heeten Ruimtelijke onderbouwing 3.3.3.2 Kwalitatief woningbouwprogramma en woningmarktanalyse In de woonvisie is een gewenste woningbouwprogrammering voor de periode 2016 tot en met 2025 opgenomen (zie onderstaande tabel). Het woningbouwprogramma kan zich bewegen tussen de aangegeven bandbreedte.
Om op basis van actuele behoefte te kunnen programmeren wordt er 2 jaarlijks een woningmarktanalyse uitgevoerd. De meest recente woningmarktanalyse (oktober 2019) voorziet op basis van demografische ontwikkelingen, woonwensen en woonpatronen dat de behoefte aan grondgebonden koopwoningen tot 2030 toe neemt, vooral in de prijsklassen tussen € 275.000 en € 400.000 en de prijsklasse onder € 275.000. Ook de behoefte aan levensloopbestendige woningen neemt toe (in alle prijsklassen). Dit kan ook een ‘grondgebonden appartement’ zijn, zoals een appartement op de begane grond of een wat kleinere gelijkvloerse of levensloopbestendige grondgebonden woning. De ontwikkeling van de behoefte aan geschikte woningen is vanwege de vergrijzing een zekere ontwikkeling, op zowel de korte- als de langere termijn. In de huursector is er de komende jaren niet zo zeer behoefte aan (veel) meer woningen maar juist aan ándere woningen. Daar waar er grote grondgebonden huur woningen zijn is er een tekort aan kleine en levensloopbestendige woningen. 3.3.3.3 Woonafspraken provincie Overijssel In januari 2016 zijn er woonafspraken gemaakt met de provincie Overijssel. Afspraken in de vorm van regionale woningbouwprogrammering West- Overijssel (RWP) zijn over regionale woningbouwprogrammering zijn hier onderdeel van. In april 2017 is het RWP geactualiseerd.
De primosprognose is de basis van de regionale woningbouwprogrammering. De gemeente Raalte mag op basis van deze regionale programmeringsafspraken in de periode 2017 – 2027 785 woningen aan de woningvoorraad toevoegen. Op 1-1-2020 was de harde plancapaciteit van Raalte 391 woningen. Er is daarom nog sprake van een woningbehoefte waar nog niet in voorzien wordt. Conform de woonvisie en de omgevingsvisie krijgt elke kern ruimte om te bouwen voor de eigen vraag.
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
23
Het Hoogeland 19, Heeten Ruimtelijke onderbouwing 3.3.3.4 Toetsing van het initiatief aan de ‘Woonvisie Gemeente Raalte 2016 tot en met 2020’ Voorliggend plan voorziet in het toevoegen van – per saldo - één nieuwbouwwoning in de kern Heeten en is, zoals reeds aangegeven in paragraaf 3.3.1, in overeenstemming met de ‘Omgevingsvisie Horizon gemeente Raalte 2040’. Op basis van de woonafspraken kunnen er in de periode 2017-2026 785 woningen worden gebouwd. Hierbij bedraagt de harde plancapaciteit van de gemeente Raalte tot op heden 391 woningen. De ontwikkeling is kwantitatief passend binnen deze aantallen. Ook kwalitatief voldoet het plan, zowel aan de uitgangspunten van de woonvisie als aan de gewenste kwalitatieve invulling van de woningbouwprogrammering. Het betreft immers het toevoegen van één vrijstaande grondgebonden koopwoning in de prijsklasse waar vraag naar is. Geconcludeerd wordt dat het initiatief in overeenstemming is met de ‘Woonvisie Raalte 2016 tot en met 2020’ en de woonafspraken met de provincie Overijssel 3.3.4
Conclusie toetsing aan het gemeentelijk beleid
Geconcludeerd wordt dat de voorgenomen ontwikkeling in overeenstemming is met de omgevingsvisie, structuurvisie en de woonvisie. Relevante gemeentelijke belangen zijn in voorliggend plan voldoende geborgd.
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
24
Het Hoogeland 19, Heeten Ruimtelijke onderbouwing
HOOFDSTUK 4
MILIEU- EN OMGEVINGSASPECTEN
In een ruimtelijke onderbouwing ten behoeve van een omgevingsvergunning moet een beschrijving worden opgenomen van de wijze waarop de milieukwaliteitseisen bij het plan zijn betrokken. Daarbij moet rekening gehouden worden met de geldende wet- en regelgeving en met de vastgestelde (boven)gemeentelijke beleidskaders. Het betreft de thema's geluid, bodem, luchtkwaliteit, externe veiligheid, milieuzonering, geur, ecologie, archeologie & cultuurhistorie, water en Besluit milieueffectrapportage. In voorliggend geval zijn de thema’s geur en Besluit milieueffectrapportage niet van belang, dit vanwege het feit dat; • •
er zich geen veehouderijen binnen de wettelijke afstand (100 meter) rond het projectgebied met geurgevoelige objecten (woningen) bevinden (geur); gelet op de aard en omvang van het project (< 2.000 woningen: drempelwaarde onderdeel D) geen sprake is van een directe m.e.r.-plicht en tevens geen sprake is van een stedelijke ontwikkeling. Daarnaast blijkt uit de hierop volgende paragrafen dat de ontwikkeling geen belangrijke nadelige milieugevolgen tot gevolg heeft(Besluit milieueffectrapportage).
4.1
Geluid
4.1.1
Algemeen
De Wet geluidhinder (Wgh) bevat geluidnormen en richtlijnen over de toelaatbaarheid van geluidniveaus als gevolg van weg- railverkeerslawaai en industrielawaai. De Wgh geeft aan dat een akoestisch onderzoek moet worden uitgevoerd bij het voorbereiden van de vaststelling van een bestemmingsplan of het nemen van een omgevingsvergunning indien het plan een geluidgevoelig object mogelijk maakt binnen een geluidszone van een bestaande geluidsbron of indien het plan een nieuwe geluidsbron mogelijk maakt. Het akoestisch onderzoek moet uitwijzen of de wettelijke voorkeurswaarde bij geluidgevoelige objecten wordt overschreden en zo ja, welke maatregelen nodig zijn om aan de voorkeurswaarde te voldoen. 4.1.2
Situatie projectgebied
Op grond van artikel 77 van de Wet geluidhinder (Wgh) dient bij de realisatie van een nieuw geluidsgevoelig object een akoestisch onderzoek te worden ingesteld. Een woning behoort tot een geluidsgevoelig object. Wegverkeerslawaai Het projectgebied wordt omgeven door meerdere 30 km/uur wegen. Op basis van artikel 74.2 van de Wgh gelden onder meer geen wettelijke geluidszones voor wegen met een maximum snelheid van 30 km/uur. Echter blijkt uit jurisprudentie dat een 30 km/uur weg in de beoordeling moet worden meegenomen, indien vooraf aangenomen had kunnen worden dat deze weg een geluidbelasting veroorzaakt die hoger ligt dan de voorkeurswaarde (48 dB). De toetsing moet worden uitgevoerd in verband met een belangenafweging in het kader van een goede ruimtelijke ordening. Gezien de functie van de omliggende 30 km/uur wegen (bestemmingsverkeer) en de tussengelegen bebouwing (barrièrewerking), is als gevolg van deze wegen geen overschrijding van de voorkeurswaarde te verwachten. Daarnaast ligt op een afstand van circa 220 meter ten zuidoosten van het projectgebied, buiten de bebouwde kom, het verlengde van de Dorpstraat. De maximum snelheid van deze weg in buitenstedelijk gebied is 60 km/uur, (dit deel van) de weg heeft dan ook een geluidszone van 250 meter.
Het projectgebied valt hier net binnen, echter is, onder meer vanwege de relatief grote afstand en de tussenliggende bebouwing (barrièrewerking), te verwachten dat aan de voorkeurswaarde (48 dB)wordt voldaan. Op basis van bovenstaande is, als gevolg van de relevante wegen, ter plaatse van de beoogde geluidsgevoelige objecten sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
25
Het Hoogeland 19, Heeten Ruimtelijke onderbouwing Railverkeerslawaai Het projectgebied ligt niet in een wettelijke geluidszone railverkeerslawaai, waardoor het uitvoeren van een akoestisch onderzoek railverkeerslawaai niet noodzakelijk wordt geacht. Hierdoor kan railverkeerslawaai buiten beschouwing worden gelaten. Industrielawaai In de nabijheid van het projectgebied zijn geen industriële inrichtingen of gezoneerde industrieterreinen aanwezig. Hierdoor kan industrielawaai ook buiten beschouwing worden gelaten. In paragraaf 4.5 wordt nader ingegaan op de in de omgeving aanwezige (individuele) bedrijvigheid. 4.1.3