Ruimtelijke onderbouwing, Hoenlo 5 kavels, Definitief
Tekst van het document
Ruimtelijke onderbouwing
Hoenlo vijf woningen
November 2021
Status: Definitief
Hoenlo vijf seniorenwoningen, Raalte Ruimtelijke onderbouwing
Ruimtelijke onderbouwing Hoenlo vijf woningen, Raalte
Plannaam: Plantype: Datum:
Hoenlo 5 woningen, Raalte Ruimtelijke onderbouwing November 2021
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
1
Hoenlo vijf seniorenwoningen, Raalte Ruimtelijke onderbouwing
INHOUDSOPGAVE HOOFDSTUK 1 INLEIDING ................................................................................... 3 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5
AANLEIDING ............................................................................................................................................... 3 LIGGING VAN HET PROJECTGEBIED ................................................................................................................... 3 HUIDIG PLANOLOGISCH REGIME ...................................................................................................................... 4 EISEN AAN EEN RUIMTELIJKE ONDERBOUWING ................................................................................................... 5 LEESWIJZER ................................................................................................................................................ 6
HOOFDSTUK 2 HUIDIGE SITUATIE .......................................................................... 7 2.1
BESCHRIJVING PROJECTGEBIED EN OMGEVING ................................................................................................... 7
HOOFDSTUK 3 PROJECTBESCHRIJVING ................................................................... 8 3.1 3.2
GEWENSTE SITUATIE ..................................................................................................................................... 8 VERKEER EN PARKEREN ............................................................................................................................... 10
HOOFDSTUK 4 BELEIDSKADER ........................................................................... 12 4.1 4.2 4.3
RIJKSBELEID .............................................................................................................................................. 12 PROVINCIAAL BELEID .................................................................................................................................. 14 GEMEENTELIJK BELEID................................................................................................................................. 21
HOOFDSTUK 5 MILIEU- EN OMGEVINGSASPECTEN ................................................... 24 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7 5.8 5.9
GELUID .................................................................................................................................................... 24 BODEM.................................................................................................................................................... 25 LUCHTKWALITEIT ....................................................................................................................................... 26 EXTERNE VEILIGHEID ................................................................................................................................... 27 MILIEUZONERING ...................................................................................................................................... 28 ECOLOGIE................................................................................................................................................. 30 ARCHEOLOGIE & CULTUURHISTORIE .............................................................................................................. 33 BESLUIT MILIEUEFFECTRAPPORTAGE .............................................................................................................. 34 WATERASPECTEN....................................................................................................................................... 36
HOOFDSTUK 6 ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID .................................................. 39 HOOFDSTUK 7 VOOROVERLEG ........................................................................... 40 7.1 7.2
WETTELIJKE VOOROVERLEG ......................................................................................................................... 40 INSPRAAK ................................................................................................................................................. 40
BIJLAGEN BIJ DE RUIMTELIJKE ONDERBOUWING ......................................................... 41 BIJLAGE 1 BIJLAGE 2 BIJLAGE 3
ACTUALISEREND BODEMONDERZOEK (FASE3) ........................................................................................ 42 GEMEENTELIJK GEBRUIKSADVIES, BODEM.............................................................................................. 157 WATERTOETS RESULTAAT .................................................................................................................. 160
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
2
Hoenlo vijf seniorenwoningen, Raalte Ruimtelijke onderbouwing
HOOFDSTUK 1 1.1
INLEIDING
Aanleiding
Aan de Hoenlo te Raalte, in het noordwesten van de dorpskern ligt een nog onbebouwd stuk grond. Omliggend is recent een nieuwe woonwijk gerealiseerd. Het voornemen is niet in overeenstemming met het ter plaatse geldende bestemmingsplan ‘Bestemmingsplan Salland II’, omdat op basis van dit bestemmingsplan ter plaatse van het projectgebied het bouwvlak niet overeenkomt met de gewenste situatie. Tevens kent het project gebied aan weerszijde de bouwaanduiding vrijstaand, terwijl de voorgenomen ontwikkeling enkel voorziet in aaneengesloten woningen. Tot slot is op een deel van het perceel uitgesloten om vrijstaande bijgebouwen te realiseren. In voorliggend geval kan van het bestemmingsplan worden afgeweken en medewerking worden verleend via een omgevingsvergunning conform artikel 2.12 eerste lid onder a, sub 3 Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (uitgebreide voorbereidingsprocedure). Deze afwijking van het bestemmingsplan moet gemotiveerd worden met een ruimtelijke onderbouwing waarin wordt aangetoond dat de ontwikkeling in overeenstemming is met ‘een goede ruimtelijke ordening’. Voorliggende ruimtelijke onderbouwing voorziet hierin.
1.2
Ligging van het projectgebied
Het projectgebied ligt aan de Hoenlo, te Raalte. In afbeelding 1.1 is de ligging van het projectgebied weergegeven ten opzichte van de kern Raalte (rode ster) en ten opzichte van de directe omgeving (rode kader).
Afbeelding 1.1
Ligging van het projectgebied (Bron: Atlas van de leefomgeving, bewerkt)
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
3
Hoenlo vijf seniorenwoningen, Raalte Ruimtelijke onderbouwing
1.3
Huidig planologisch regime
1.3.1
Algemeen
Het projectgebied ligt binnen het bestemmingsplan ‘Bestemmingsplan Salland II’ (vastgesteld 18 mei 2010) en ‘Paraplubestemmingsplan Parkeren’ (vastgesteld 27 september 2018). In voorliggend geval is ten aanzien van het planologisch regime hoofdzakelijk het bestemmingsplan ‘Bestemmingsplan Salland II’ van belang. Het bestemmingsplan ‘Paraplubestemmingsplan Parkeren’ dient uitsluitend ter verankering van het parkeerbeleid van de gemeente Raalte in bestemmingsplannen. In afbeelding 1.2 is een uitsnede van de verbeelding behorend bij het geldende bestemmingsplan opgenomen. Met rode omlijning is de begrenzing van het projectgebied indicatief aangegeven. De verschillende typen bouwvlakken zijn met nummers aangeduid.
Afbeelding 1.2
1.3.2
Uitsnede vigerende bestemmingsplan (Bron: www.ruimtelijkeplannen.nl, berwerkt)
Beschrijving bestemmingen en strijdigheid
1.3.2.1 Bestemmingsplan ‘Bestemmingsplan Salland II’ Op basis van het geldende bestemmingsplan ‘Bestemmingsplan Salland II’ zijn de gronden binnen het projectgebied voorzien van de enkelbestemmingen ‘Wonen – 2’ en ‘Tuin’. Naast de enkelbestemmingen zijn de gronden aan noordwestelijke en zuidoostelijke zijde voorzien van bouwvlakken. Daarnaast zijn er verschillende bouwaanduidingen en zijn er gevellijnen opgenomen. Tot slot bevindt het projectgebied zich binnen de gebiedsaanduiding ‘vrijwaringszone – Straalpad’. Enkelbestemming ‘Wonen-2’ De voor ‘Wonen-2’ aangewezen gronden zijn bestemd voor wonen al dan niet in combinatie met ruimte voor een bedrijf of beroep. De gronden zijn daarnaast bestemd voor: aan- en bijgebouwen en het tegengaan van te hoge bebouwing vanwege een straalpad, ter plaatse van de gebiedsaanduiding "vrijwaringszone - straalpad" met de daarbijbehorende: tuinen, erven en terreinen, parkeervoorzieningen, bouwwerken, geen gebouwen zijnde.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
4
Hoenlo vijf seniorenwoningen, Raalte Ruimtelijke onderbouwing Voor het projectgebied gelden diverse bouwaanduidingen. Zo zijn er op twee bouwvlakken vrijstaande woningen toegestaan en op enkele ook twee-aaneen. Centraal in het plangebied ligt de bouwaanduiding ‘bijgebouwen uitgesloten’. Tussen de bovenstaand genoemde liggen enkele bouwaanduidingen die de afstanden bepalen tussen zijdelingse perceelgrenzen. Het projectgebied kent ook een gevellijn ter plaatse van deze aanduiding 'gevellijn' zal ten minste één gevel in de gevellijn worden gebouwd.
Enkelbestemming ‘Tuin’ De voor ‘Tuin’ aangewezen gronden zijn bestemd voor tuinen behorende bij op de aangrenzende gronden gelegen gebouwen, parkeren en water en waterhuishoudkundige voorzieningen. Er mogen uitsluitend erfafscheidingen, botenhuizen, vlaggenmasten en erkers, luifels, balkons en dergelijke worden gebouwd. De gebiedsaanduiding ‘vrijwaringszone – Straalpad’ De voor ‘vrijwaringszone – Straalpad’ aangewezen gronden hebben bouwregels toegewezen. De bouwregels die voor het betreffende gebied gelden is een maximale bouwhoogte van 33 meter. 1.3.2.2 Bestemmingsplan ‘Paraplubestemmingsplan Parkeren’ Met het vaststellen van een ‘Paraplubestemmingsplan parkeren’, is op een efficiënte wijze binnen het gehele gemeentelijk grondgebied in één keer op een goede en eenduidige manier een toetsingskader met betrekking tot parkeren in de gemeente Raalte vastgelegd. Voor het projectgebied en de parkeernormen wordt gekeken naar de beleidsregels die gelden in het document ‘parkeernormen Raalte 2015’ Voorliggend bestemmingsplan voorziet in de planologische verankering van het parkeerbeleid van de gemeente Raalte. De gemeente Raalte heeft namelijk de wens om de parkeerregeling van de gemeente vast te leggen in alle geldende bestemmingsplannen binnen de gemeentegrenzen. Deze parkeernormen zijn vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders op 3 november 2015.
1.3.3 Strijdigheid Op basis van het geldende bestemmingsplan is de voorgenomen bouw van vijf aaneengebouwde woningen ter plaatse van het projectgebied niet mogelijk. Dit doordat het type woning niet is toegestaan en de bouwvlakken niet op de gewenste bouwlocaties liggen. Tevens wordt er op de Bouwaanduiding ‘specifieke bouwaanduiding - afwijkende afstand zijdelingse perceelgrens 2.00’ gebouwd en ligt de gevel niet op de gevellijn. Om de gewenste ontwikkeling mogelijk te maken wordt via een omgevingsvergunning afgeweken van het geldende bestemmingsplan ex artikel 2.12, lid 1, sub a, onder 30 van de Wet algemene bepaling omgevingsrecht (uitgebreide voorbereidingsprocedure). In deze ruimtelijke onderbouwing wordt aangetoond dat het voorgenomen initiatief in overeenstemming is met een ‘goede ruimtelijke ordening’.
1.4
Eisen aan een ruimtelijke onderbouwing
Een op artikel 2.12, eerste lid, sub a, onder 30 Wabo gebaseerde zelfstandige instructie voor de inhoud en inrichting van deze ruimtelijke onderbouwing ontbreekt in het Besluit omgevingsrecht (Bor). Artikel 5.20 van het (Bor) verklaart voor de inhoud van het besluit de artikelen 3.1.2, 3.1.6 en 3.3.1, eerste lid, van het Besluit ruimtelijke ordening van overeenkomstige toepassing. Voorliggende ruimtelijke onderbouwing belicht alle relevante aspecten vanuit de ruimtelijke ordening en toont aan dat voorliggende ontwikkeling in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening. Hieronder is verwoord waaraan een ruimtelijke onderbouwing moet voldoen. In een goede ruimtelijke onderbouwing zijn neergelegd: 1.
een verantwoording van de gemaakte keuzen; BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
5
Hoenlo vijf seniorenwoningen, Raalte Ruimtelijke onderbouwing 2. 3. 4. 5. 6.
een beschrijving van de wijze waarop in het plan rekening is gehouden met de gevolgen voor de waterhuishouding; Hiervoor wordt verwezen naar paragraaf 5.9; de uitkomsten van het in artikel 3.1.1 bedoelde overleg; Hiervoor wordt verwezen naar hoofdstuk 7; de uitkomsten van het met toepassing van artikel 3:2 van de Algemene wet bestuursrecht verrichte onderzoek; verwezen wordt naar de gehele ruimtelijke onderbouwing waaruit blijkt dat met alle relevante feiten en af te wegen belangen rekening is gehouden; een beschrijving van de wijze waarop burgers en maatschappelijke organisaties bij de voorbereiding zijn betrokken; het ontwerpbesluit wordt voor een ieder ter inzage gelegd. Er wordt gelegenheid geboden om zienswijzen in te dienen; de inzichten over de uitvoerbaarheid van het plan; Verwezen wordt naar hoofdstuk 6.
Voor zover bij het project geen milieueffectrapport als bedoeld in hoofdstuk 7 van de Wet milieubeheer wordt opgesteld, waarin de hierna volgende onderdelen zijn beschreven, worden in de ruimtelijke onderbouwing ten minste neergelegd: 7. 8. 9.
1.5
een beschrijving van de wijze waarop met de in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden; Verwezen wordt naar paragraaf 5.7. voor zover nodig een beschrijving van de wijze waarop rekening is gehouden met overige waarden van de in het besluit begrepen gronden en de verhouding tot het aangrenzende gebied; In hoofdstuk 5 is aandacht besteed aan relevante aspecten; een beschrijving van de wijze waarop krachtens hoofdstuk 5 van de Wet milieubeheer vastgestelde milieukwaliteitseisen bij het besluit zijn betrokken; het betreffende hoofdstuk 5 van de Wet milieubeheer heeft betrekking op luchtkwaliteitseisen. Deze zijn beschreven in paragraaf 5.3.
Leeswijzer
Na deze inleiding wordt in hoofdstuk 2 allereerst ingegaan op de huidige, In hoofdstuk 3 wordt de gewenste situatie in het projectgebied beschreven. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op het beleidskader. Hierin wordt het beleid van het Rijk, de provincie Overijssel en de gemeente Raalte beschreven. In hoofdstuk 5 wordt ingegaan op alle relevante milieu- en omgevingsaspecten. Hoofdstuk 6 staat in het teken van de economische uitvoerbaarheid. Tot slot gaat hoofdstuk 7 in op het vooroverleg.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
6
Hoenlo vijf seniorenwoningen, Raalte Ruimtelijke onderbouwing
HOOFDSTUK 2 2.1
HUIDIGE SITUATIE
Beschrijving projectgebied en omgeving
Het projectgebied is gelegen in het noordwesten van de dorpskern van Raalte, in Raalte Noord. De directe omgeving van het projectgebied bestaat voornamelijk uit woonfuncties. Verder naar het westen en het noorden toe bevinden zich agrarische gronden. Voorbij de woningen naar het zuiden toe bevindt zich een kantoren terrein, verder naar het zuiden zijn enkele maatschappelijke functies gevestigd. De ooster richting loopt door met woningen. Aan de noordzijde van het projectgebied bevinden zich woonpercelen. Aan de west, oost- en zuidzijde ligt de Hoenlo. Het projectgebied is ingericht als grasland (braakliggende grond). Het gebied is bouwrijp gemaakt en wordt regelmatig onderhouden. In Afbeelding 2.1 is een luchtfoto van het projectgebied weergegeven. Het projectgebied is met de rode contour aangeduid.
Afbeelding 2.1
Ligging projectgebied en directe omgeving (Bron: atlas van de leefomgeving, bewerkt)
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
7
Hoenlo vijf seniorenwoningen, Raalte Ruimtelijke onderbouwing
HOOFDSTUK 3 3.1
PROJECTBESCHRIJVING
Gewenste situatie
Het voornemen is om binnen het projectgebied vijf geschakelde levensloopbestendige woningen te realiseren De woningen worden parallel aan het ten zuiden gelegen deel van de Hoenlo gerealiseerd. De vijf woningen vullen het momenteel braakliggende perceel op. De dakvorm van het hoofdgebouw heeft deels een zadeldak waar de goothoogte van de voorgevel circa 4 meter en de nokhoogte van de woning circa 7,7 meter bedraagt. Het andere deel van het dak omvat een plat dak met een hoogte van circa 3,2 meter. Het projectgebied wordt gesplitst in 5 kavels (zie afbeelding 2.2). De twee hoekwoningen hebben een perceeloppervlak van om en nabij 342 m2. De tussenliggende woningen hebben een perceeloppervlak van circa 229m2. Qua omvang en uitstraling wordt aangesloten op de bebouwing in de omgeving. Op deze wijze voegen de levensloopbestendige woningen zich in het bestaande straatbeeld. De woningen hebben elk een parkeerplaats op eigen terrein, daarnaast komen er aan weerszijde van de hoekhuizen een totaal van 6 parkeerplaatsen langs de weg. In afbeelding 3.1 is een tekening van de nieuwe situatie opgenomen. In afbeelding 3.2 en 3.3 zijn geveltekeningen opgenomen van de beoogde levensloopbestendige woning. In afbeelding 3.4 is een 3D illustratie van de woningen opgenomen.
Afbeelding 3.1
Tekening nieuwe situatie projectgebied (Bron: The Citadel Company)
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
8
Hoenlo vijf seniorenwoningen, Raalte Ruimtelijke onderbouwing
Afbeelding 3.2
Noord en zuid gevelbeelden van de nieuwe woningen (Bron: The Citadel Company)
Afbeelding 3.3
West en oost gevelbeelden van de nieuwe woningen (Bron: The Citadel Company)
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
9
Hoenlo vijf seniorenwoningen, Raalte Ruimtelijke onderbouwing
Afbeelding 3.4
3D illustratie van de nieuwe woningen (Bron: The Citadel Company)
3.2
Verkeer en parkeren
3.2.1
Algemeen
Bij het opstellen van een ruimtelijke onderbouwing moet rekening worden gehouden met de mogelijke extra verkeersgeneratie en parkeerbehoefte die ontstaat door een nieuwe ontwikkeling. Hiervoor kunnen berekeningen worden uitgevoerd op basis van de publicatie ‘Kerncijfers parkeren en verkeersgeneratie, publicatie 381` (december 2018)’ van het CROW. Het CROW ontwikkelt en publiceert kennis onder andere op het gebied van verkeer en parkeren. De kerncijfers zijn landelijk (en juridisch) geaccepteerd en worden gezien als de meest betrouwbare gegevens met betrekking tot het bepalen van de verkeersgeneratie en het benodigde aantal parkeerplaatsen. De gemeente Raalte beschikt over een eigen parkeernota, vastgelegd in het bestemmingsplan ‘Paraplubestemmingsplan Parkeren’. Hierin zijn de uitgangspunten zoals vermeld in de CROW-publicatie 317 'Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie' omtrent verstedelijkingsgraad, stedelijke zone en functie grotendeels overgenomen. Deze publicatie is inmiddels vervangen door de notitie ‘toekomstbestendig parkeren’ uit december 2018. De parkeernormen voor woningen zijn echter onveranderd. De gemeente gaat niet uit van een uitzonderlijke situatie binnen de gemeentegrenzen en gaat uit van de gemiddelde norm. Daarnaast kwalificeert de gemeente, het projectgebied als ‘weinig stedelijk’. 3.2.2
Uitgangspunten
Qua verstedelijkingsgraad en stedelijke zone worden de volgende uitgangspunten gehanteerd: • • • 3.2.3
verstedelijkingsgraad: weinig stedelijk (gemeente Raalte); stedelijke zone: rest bebouwde kom; functies: koop, tussen/hoek; Parkeren
Ontwikkeling
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
10
Hoenlo vijf seniorenwoningen, Raalte Ruimtelijke onderbouwing De ontwikkeling betreft 5 woning in de sector ‘koop, tussen/hoek. In onderstaand overzicht is voor deze woningen de parkeernorm weergegeven. Functie
Parkeernorm
Totaal
‘koop, tussen/hoek’
2,0 parkeerplaats per woning
5 x 2,0 = 10
Totaal
10 parkeerplaatsen
Het projectgebied voorziet in vijf parkeerplaatsen op eigen terrein. Daarnaast zijn er langs de weg 6 parkeerplaatsen gerealiseerd, zoals te zien in afbeelding 3.1. Geconcludeerd wordt dat er voldoende parkeerplaatsen aanwezig zijn binnen het plan om in de parkeerbehoefte te voorzien. 3.2.4
Verkeersgeneratie
De te realiseren woningen verhogen het aantal verkeersbewegingen. Het aantal verkeersbewegingen heeft invloed op omgeving van het projectgebied en moet in ogenschouw worden genomen. Om het aantal verkeersbewegingen te bepalen is gebruik gemaakt van de publicatie ‘Toekomstbestendig parkeren, publicatie 381 (december 2018)’. De gemeentelijke parkeernota biedt immers geen cijfers over verkeersgeneratie. Hierbij zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: • • •
Verstedelijkingsgraad: weinig stedelijk / gemeente Raalte; Stedelijke zone: weinig stedelijk. functies: koop, tussen/hoek;
In de publicatie van de CROW is de verkeersgeneratie per functie uiteengezet. Daarnaast wordt hierin een minimaal en maximaal aantal verkeersbewegingen voor de functies aangegeven. In voorliggend geval is van het gemiddelde uitgegaan. Voor de woningen wordt uitgegaan van een koop, vrijstaand. Op basis van de vorenstaande uitgangspunten ontstaat qua verkeersgeneratie als gevolg van het project het volgende beeld: Functie
Verkeersbewegingen per dag
Aantal woningen
Koop , vrijstaand Totaal afgerond
7,4
5
Totaal aantal verkeersbewegingen per weekdag (gemiddeld) 7,4 x 5 = 37 37
De totale toename aan verkeersgeneratie komt neer op afgerond 37 verkeersbewegingen per weekdag. Het verkeer kan zich via de ‘Rechteren/landrechtweg’ in westelijke en oostelijke richting afwikkelen. Deze weg, en de omliggende wegen, zijn van voldoende capaciteit om het extra verkeer veilig en vlot af te wikkelen. Geconcludeerd kan worden dat het aspect ‘verkeersgeneratie’ geen belemmering vormt voor onderhavige ontwikkeling. 3.2.4
Conclusie
Het aspect ‘verkeer en parkeren’ vormt geen belemmering voor de in deze ruimtelijke onderbouwing voorgenomen ontwikkeling.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
11
Hoenlo vijf seniorenwoningen, Raalte Ruimtelijke onderbouwing
HOOFDSTUK 4
BELEIDSKADER
Dit hoofdstuk beschrijft, voor zover van belang, het rijks-, provinciaal- en gemeentelijk beleid. Naast de belangrijkste algemene uitgangspunten worden de specifiek voor dit projectgebied geldende uitgangspunten weergegeven.
4.1
Rijksbeleid
4.1.1
Nationale Omgevingsvisie (NOVI)
4.1.1.1 Algemeen Nederland staat voor grote uitdagingen die van invloed zijn op onze fysieke leefomgeving. Complexe opgaven zoals verstedelijking, verduurzaming en klimaatadaptatie zijn nauw met elkaar verweven. Dat vraagt om een nieuwe, integrale manier van werken waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) zorgt voor een gezamenlijke aanpak die leidt tot een duurzaam perspectief voor onze leefomgeving. Dit is nodig om onze doelen te halen en is een zaak van overheid en samenleving. 4.1.1.2 Vier prioriteiten Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Dit komt samen in vier prioriteiten. 1.
Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie Nederland moet zich aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering. In 2050 is Nederland klimaatbestendig en waterrobuust. Dit vraagt om maatregelen in de leefomgeving, waarmee tegelijkertijd de leefomgevingskwaliteit verbeterd kan worden en kansen voor natuur geboden kunnen worden. In 2050 heeft Nederland daarnaast een duurzame energievoorziening. Dit vraagt echter om ruimte. Door deze ruimte zoveel mogelijk te clusteren, wordt versnippering van het landschap voorkomen en wordt de ruimte zo efficiënt mogelijk benut. Het Rijk zet zich in door het maken van ruimtelijke reserveringen voor het hoofdenergiesysteem op nationale schaal.
2.
Duurzaam economisch groeipotentieel Nederland werkt toe naar een duurzame, circulaire, kennisintensieve en internationaal concurrerende economie in 2050. Daarmee kan ons land zijn positie handhaven in de top vijf van meest concurrerende landen ter wereld. Er wordt ingezet op een innovatief en sterk vestigingsklimaat met een goede quality of life. Belangrijk is wel dat onze economie toekomstbestendig wordt, oftewel concurrerend, duurzaam en circulair.
3.
Sterke en gezonde steden en regio’s Er zijn vooral in steden en stedelijke regio’s nieuwe locaties nodig voor wonen en werken. Het liefst binnen de bestaande stadsgrenzen, zodat de open ruimten tussen stedelijke regio’s behouden blijven. Dit vraagt optimale afstemming op en investeringen in mobiliteit. Dit betekent dat voorafgaand aan de keuze van nieuwe verstedelijkingslocaties helder moet zijn welke randvoorwaarden de leefomgevingskwaliteit en -veiligheid daar stelt en welke extra maatregelen nodig zijn wanneer er voor deze locaties wordt gekozen. Zo blijft de gezondheid in steden en regio’s geborgd.
4.
Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Er ontstaat een nieuw perspectief voor de Nederlandse landbouwsector als koploper in de duurzame kringlooplandbouw. Een goed verdienpotentieel voor de bedrijven wordt gecombineerd met een minimaal effect op de omgevingskwaliteit van lucht, bodem en water. In alle gevallen zetten we in op ontwikkeling van de karakteristieke eigenschappen van het Nederlandse landschap. Dit BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
12
Hoenlo vijf seniorenwoningen, Raalte Ruimtelijke onderbouwing vertegenwoordigt een belangrijke cultuurhistorische waarde. Verrommeling en versnippering, bijvoorbeeld door wildgroei van distributiecentra, is ongewenst en wordt tegengegaan. 4.1.1.3 Afwegingsprincipes De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven is combinaties te maken en win-win situaties te creëren, maar dit is niet altijd mogelijk. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: 1. 2. 3.
4.1.2
Combinatie van functies gaan voor enkelvoudige functies. In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte; Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal. Het verschilt tussen gebieden wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling en tussen concurrentiekracht en leefbaarheid. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; Afwentelen wordt voorkomen. Het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie inwoners, zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties. Ladder voor duurzame verstedelijking
In de SVIR (voorloper NOVI) is de ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd. Deze ladder is per 1 oktober 2012 als motiveringseis in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6, lid 2) opgenomen. Op 1 juli 2017 is de Ladder in het Besluit ruimtelijke ordening gewijzigd. Aanleiding voor de wijziging waren de in de praktijk gesignaleerde knelpunten bij de uitvoering van de Ladder en de wens om te komen tot een vereenvoudigd en geoptimaliseerd instrument. Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Hierbij geldt een motiveringsvereiste voor het bevoegd gezag als nieuwe stedelijke ontwikkelingen planologisch mogelijk worden gemaakt. Teneinde een ontwikkeling adequaat te kunnen toetsen aan de ladder is het noodzakelijk inzicht te geven in de begrippen ‘bestaand stedelijk gebied’ en ‘stedelijke ontwikkeling’. In de Bro zijn in artikel 1.1.1 definities opgenomen voor: bestaand stedelijk gebied: ‘bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur’.
stedelijke ontwikkeling: ´ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.´ Bij het beschrijven van de behoefte dient te worden uitgegaan van het saldo van de aantoonbare vraag naar de voorgenomen ontwikkeling (de komende tien jaar, zijnde de looptijd van het bestemmingsplan) verminderd met het aanbod in planologische besluiten, ook als het feitelijk nog niet is gerealiseerd (harde plancapaciteit). 4.1.3
Toetsing van het initiatief aan de uitgangspunten in het rijksbeleid
Het rijksbeleid laat zich niet specifiek uit over dergelijke kleinschalige ontwikkelingen. Het initiatief raakt geen rijksbelangen zoals opgenomen in de NOVI. Wat betreft de ladder kan het volgende worden gesteld: De ladder is van toepassing bij 'nieuwe stedelijke ontwikkelingen' (3.1.6 Bro). Op het realiseren van woningen is onder meer de uitspraak ABRvS 16 september 2015; ECLI:NL:RVS:2015:2921 van belang. Uit deze uitspraak blijkt dat het realiseren van respectievelijk 11 woningen niet wordt gezien als stedelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, aanhef en onder i, Bro. In voorliggend geval is er sprake van de realisatie van 5 woningen. Er is dus geen sprake van een stedelijke ontwikkeling en toetsing aan de ladder van duurzame verstedelijking wordt niet noodzakelijk geacht.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
13
Hoenlo vijf seniorenwoningen, Raalte Ruimtelijke onderbouwing
4.2
Provinciaal beleid
Het provinciaal beleid is verwoord in tal van plannen. Het belangrijkste plan betreft de Omgevingsvisie Overijssel, welke is verankerd in de Omgevingsverordening. Op 12 april 2017 hebben Provinciale Staten van Overijssel de Omgevingsvisie Overijssel 2017 'Beken Kleur' en bijbehorende Omgevingsverordening Overijssel 2017 vastgesteld. Op 1 mei zijn de Omgevingsvisie en Omgevingsverordening in werking getreden. Op 13 november 2019 hebben Provinciale Staten de Actualisatie 2018/2019 gewijzigd vastgesteld. 4.2.1
Omgevingsvisie Overijssel
De Omgevingsvisie Overijssel is het integrale provinciale beleidsplan voor de fysieke leefomgeving van Overijssel. De hoofdambitie van de Omgevingsvisie is een toekomst vaste groei van welvaart en welzijn met een verantwoord beslag op de beschikbare natuurlijke hulpbronnen en voorraden. Leidende thema’s voor de Omgevingsvisie zijn: 1. Duurzaamheid; 2. Ruimtelijke kwaliteit. Enkele belangrijke beleidskeuzes waarmee de provincie haar ambities wil realiseren zijn: • door meer aandacht voor herstructurering wordt ingezet op een breed spectrum aan woon-, werk- en mixmilieu’s; dorpen en steden worden gestimuleerd hun eigen kleur te ontwikkelen; • investeren in een hoofdinfrastructuur voor wegverkeer, trein, fiets en waarbij veiligheid en doorstroming centraal staan; • zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik; deze methode gaat ervan uit dat eerst het gebruik van de ruimte wordt geoptimaliseerd, dan de mogelijkheid van meervoudig ruimtegebruik wordt onderzocht en dan pas de mogelijkheid om het ruimtegebruik uit te breiden, wordt bekeken; • ruimtelijke plannen ontwikkelen aan de hand van gebiedskenmerken en keuzes voor duurzaamheid. 4.2.2
Omgevingsverordening Overijssel
De provincie beschikt over een palet aan instrumenten waarmee zij haar ambities realiseert. Het gaat er daarbij om steeds de meest optimale mix van instrumenten toe te passen, zodat effectief en efficiënt resultaat wordt geboekt voor alle ambities en doelstellingen van de Omgevingsvisie Overijssel. De keuze voor inzet van deze instrumenten is bepaald aan de hand van een aantal criteria. In de Omgevingsvisie is bij elke beleidsambitie een realisatieschema opgenomen waarin is aangegeven welke instrumenten de provincie zal inzetten om de verschillende onderwerpen van provinciaal belang te realiseren. Eén van de instrumenten om het beleid uit de Omgevingsvisie Overijssel te laten doorwerken is de Omgevingsverordening Overijssel. De Omgevingsverordening is het provinciaal juridisch instrument dat wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch geborgd is. 4.2.3
Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel
Om te bepalen of een initiatief bijdraagt aan de provinciale ambities wordt gebruik gemaakt van het 'Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel'. In dit uitvoeringsmodel staan de stappen of, waar en hoe centraal. Bij een initiatief voor bijvoorbeeld woningbouw, een nieuwe bedrijfslocatie, toeristisch-recreatieve voorzieningen, natuurontwikkeling, et cetera kan aan de hand van deze drie stappen bepaald worden of een initiatief binnen de geschetste visie voor Overijssel mogelijk is, waar het past en hoe het uitgevoerd kan worden. De eerste stap, het bepalen van de of-vraag, lijkt in strijd met de wens zoveel mogelijk ruimte te willen geven aan nieuwe initiatieven. Met het faciliteren van initiatieven moet echter wel gekeken worden naar de (wettelijke) verantwoordelijkheden zoals veiligheid of gezondheid. Het uitvoeringsmodel maakt helder wat kan en wat niet kan.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
14
Hoenlo vijf seniorenwoningen, Raalte Ruimtelijke onderbouwing Om een goed evenwicht te vinden tussen het bieden van ruimte aan initiatieven en het waarborgen van publieke belangen, varieert de provinciale sturing: soms normstellend, maar meestal richtinggevend of inspirerend.
Afbeelding 3.1
Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel (Bron: Provincie Overijssel)
Hieronder worden de generieke beleidskeuzes, ontwikkelingsperspectieven en gebiedskenmerken nader toegelicht. 4.2.3.1 Of - Generieke beleidskeuzes Maatschappelijke opgaven zijn leidend in het handelen van de provincie. Allereerst is het dan ook de vraag of er een maatschappelijke opgave is. Of een initiatief mogelijk is, wordt onder andere bepaald door generieke beleidskeuzes van EU, Rijk of provincie. Denk hierbij aan beleidskeuzes om basiskwaliteiten als schoon drinkwater en droge voeten te garanderen. Maar ook aan beleidskeuzes om overaanbod van bijvoorbeeld woningbouw- en kantorenlocaties – en daarmee grote financiële en maatschappelijke kosten – te voorkomen. In de omgevingsvisie zijn de provinciale beleidskeuzes hieromtrent vastgelegd. De generieke beleidskeuzes zijn vaak normstellend. Dit betekent dat ze opgevolgd moeten worden: het zijn randvoorwaarden waarmee iedereen rekening moet houden vanwege zwaarwegende publieke belangen. De normstellende beleidskeuzes zijn vastgelegd in de omgevingsverordening.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
15
Hoenlo vijf seniorenwoningen, Raalte Ruimtelijke onderbouwing 4.2.3.2 Waar - Ontwikkelingsperspectieven Na het beantwoorden van de of-vraag, is de vraag waar het initiatief past of ontwikkeld kan worden. In de omgevingsvisie op de toekomst van Overijssel onderscheidt de provincie zes ontwikkelingsperspectieven. Deze ontwikkelingsperspectieven schetsen een ruimtelijk perspectief voor een combinatie van functies en geven aan welke beleids- en kwaliteitsambities leidend zijn. De ontwikkelingsperspectieven geven zo richting aan waar wat ontwikkeld zou kunnen worden. De ontwikkelingsperspectieven zijn richtinggevend. Dit betekent dat er ruimte is voor lokale afweging: een gemeente kan vanwege maatschappelijke en/of sociaal-economische redenen in haar Omgevingsvisie en bestemmings- of omgevingsplan een andere invulling kiezen. Die dient dan wel te passen binnen de – voor dat ontwikkelingsperspectief – geldende kwaliteitsambities. Daarbij dienen de nieuwe ontwikkelingen verbonden te worden met de bestaande kenmerken van het gebied, conform de Catalogus Gebiedskenmerken (de derde stap in het uitvoeringsmodel). Naast ruimte voor een lokale afweging t.a.v. functies en ruimtegebruik, is er ruimte voor een lokale invulling van de begrenzing: de grenzen van de ontwikkelingsperspectieven zijn signaleringsgrenzen.
4.2.3.3 Hoe - Gebiedskenmerken Ten slotte is de vraag hoe het initiatief ingepast kan worden in het landschap. De gebiedskenmerken spelen een belangrijke rol bij deze vraag. Onder gebiedskenmerken worden de ruimtelijke kenmerken van een gebied of gebiedstype die bepalend zijn voor de karakteristiek en kwaliteit van dat gebied of gebiedstype verstaan. Voor alle gebiedstypen in Overijssel is in de Catalogus Gebiedskenmerken beschreven welke kwaliteiten en kenmerken van provinciaal zijn en behouden, versterkt of ontwikkeld moeten worden. De gebiedskenmerken zijn soms normstellend, maar meestal richtinggevend of inspirerend. Voor de normerende uitspraken geldt dat deze opgevolgd dienen te worden; ze zijn dan ook in onze omgevingsverordening geregeld. De richtinggevende uitspraken zijn randvoorwaarden waarmee in principe rekening gehouden moet worden. Hier kan gemotiveerd van worden afgeweken mits aannemelijk is gemaakt dat met het alternatief de kwaliteitsambities even goed of zelfs beter gerealiseerd kunnen worden. De inspirerende uitspraken bieden een wenkend perspectief: het zijn voorbeelden van de wijze waarop ruimtelijke kwaliteitsambities ingevuld kunnen worden. Initiatiefnemers kunnen zich hierdoor laten inspireren, maar dit hoeft niet. 4.2.4
Toetsing van het initiatief aan het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel
Toetsing van voorliggend initiatief aan het uitvoeringsmodel van de Omgevingsvisie Overijssel geeft globaal het volgende beeld. 4.2.4.1 Of - generieke beleidskeuzes Ten aanzien van de generieke beleidskeuzes zijn met name ‘Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik’ (artikel 2.1.3) en ‘Realisatie nieuwe woningen’ (artikel 2.2.2) van belang. Artikel 2.1.3: Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik Bestemmingsplannen voorzien uitsluitend in stedelijke ontwikkelingen die een extra ruimtebeslag door bouwen en verharden leggen op de Groene Omgeving wanneer aannemelijk is gemaakt: • •
dat er voor deze opgave in redelijkheid geen ruimte beschikbaar is binnen het bestaande bebouwd gebied en de ruimte binnen het bestaand bebouwd gebied ook niet geschikt te maken is door herstructurering en/of transformatie; dat mogelijkheden voor meervoudig ruimtegebruik binnen het bestaand bebouwd gebied optimaal zijn benut.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
16
Hoenlo vijf seniorenwoningen, Raalte Ruimtelijke onderbouwing Toetsing van het initiatief aan artikel 2.1.3 van de Omgevingsverordening Overijssel In voorliggend geval wordt een perceel waar planologisch gezien vrijstaande woningen zijn toegestaan ingevuld door vijf levensloopbestendige rijwoningen. De gronden behoren reeds tot het bestaand stedelijk gebied van Raalte en beschikken tevens over een stedelijke bestemming (‘Wonen – 2’). Van nieuw ruimtebeslag op de groene omgeving is planologisch gezien geenszins sprake. Samenvattend wordt geconcludeerd dat het voornemen in overeenstemming is met artikel 2.1.3 van de Omgevingsverordening Overijssel. Artikel 2.2.2: Realisatie nieuwe woningen 1. 2. 3. 4.
Bestemmingsplannen en omgevingsvergunningen als bedoeld in artikel 2.1 lid 1 onder c van de Wabo, voorzien uitsluitend in de mogelijkheid tot het realiseren van nieuwe woningen als de behoefte daaraan is aangetoond door middel van actueel onderzoek woningbouw; In bestemmingsplannen wordt in maximaal 80% van de behoefte aan nieuwe woningen zoals vastgesteld in het kader van actueel onderzoek woningbouw, voorzien; In bestemmingsplannen van gemeenten waarvoor woonafspraken van toepassing zijn, mag - in afwijking van lid 2 - in een hoger percentage dan 80% worden voorzien, met een maximum van 100% van de behoefte zoals vastgesteld in het kader van de woonafspraken; De behoefte aan nieuwe woningen zoals bedoeld in lid 1 wordt in ieder geval geacht te zijn aangetoond als realisatie daarvan past binnen de geldende woonafspraken zoals die zijn gemaakt tussen gemeente en provincie op basis van regionale afstemming.
Toetsing van het initiatief aan artikel 2.2.2 van de Omgevingsverordening Overijssel Er is sprake van kwalitatieve en kwantitatieve behoefte aan de te realiseren woningen, aangezien deze voor lokale behoefte gebouwd wordt. De levensloopbestendige woningen zorgen voor meer keuze en aanbod en bieden huisvesting aan veelal senioren en starters. Tevens dragen de woningen bij aan de doorstroming op de woningmarkt. De voorgenomen ontwikkeling is dan ook in overeenstemming met artikel 2.2.2 van de omgevingsverordening Overijssel 4.2.4.2 Waar – ontwikkelingsperspectieven Het projectgebied ligt buiten het centrum van Raalte. Het projectgebied behoort tot het ontwikkelingsperspectief ‘Woon- en werklocaties buiten de stedelijke netwerken’. In afbeelding 3.2 is een uitsnede van de perspectievenkaart behorende bij de omgevingsvisie opgenomen, waarbij het projectgebied met een rode ster is weergegeven.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
17
Hoenlo vijf seniorenwoningen, Raalte Ruimtelijke onderbouwing
Afbeelding 3.2
Uitsnede van de ontwikkelingsperspectievenkaart (Bron: Provincie Overijssel)
‘Woon- en werklocaties buiten de stedelijke netwerken’ De steden en dorpen buiten de stedelijke netwerken mogen altijd bouwen voor de lokale behoefte aan wonen, werken en voorzieningen, inclusief lokaal gewortelde bedrijvigheid, mits onderbouwd en regionaal afgestemd. Herstructurering en transformatie van de woon-, werk-, voorzieningen- en mixmilieus moeten deze vitaal en aantrekkelijk houden en de diversiteit aan milieus versterken. Herstructurering en transformatie bieden kansen om te anticiperen op klimaatverandering (bijvoorbeeld door ruimte voor groen, natuur en water te reserveren). Van belang is de stedelijke ontwikkeling altijd af te stemmen op de kenmerken van het watersysteem, bijvoorbeeld in laaggelegen gebieden bij bouw- en evacuatieplannen rekening houden met risico’s op overstroming of wateroverlast. Herstructurering en transformatie kunnen ook bijdragen aan de energietransitie (door het nemen van energie-efficiënte maatregelen en/of het opwekken van duurzame energie door bijvoorbeeld het aanwezige dakoppervlak te benutten). Toetsing van het initiatief aan het ‘Ontwikkelingsperspectief’ Het projectgebied betreft een braakliggend terrein met de bestemming ‘Wonen - 2’. Ter plaatse van de gronden met deze bestemming mogen vrijstaande woningen gerealiseerd worden.
Het voornemen ziet toe om ter plaatse vijf aaneengebouwde levensloopbestendige woningen te realiseren, voor de lokale behoefte. De gronden behoren reeds tot het bestaand stedelijk gebied van Raalte. Gelet op de reeds aanwezige omliggende woonfuncties is het toevoegen van nieuwe woningen op deze locatie passend. Gesteld wordt dat de beoogde ontwikkeling in overeenstemming is met het ter plaatse geldende ontwikkelingsperspectief. 4.2.4.3 Hoe – Gebiedskenmerken Met behulp van de gebiedskenmerken, de 'Natuurlijke laag', de 'Laag van het agrarisch cultuurlandschap', de 'Stedelijke laag' en de 'Laag van de beleving', wordt de doorwerking van het provinciaal ruimtelijk kwaliteitsbeleid van de Omgevingsvisie op gebieds- en uitvoeringsniveau geborgd. Bij ieder nieuw ruimtelijk initiatief moet getoetst worden aan deze gebiedskenmerken Doordat het projectgebied reeds een stedelijke functie heeft en daartoe ook bouwrijp is gemaakt, worden de ‘Natuurlijke laag’ en de ‘Laag van het agrarische cultuurlandschap’ buiten beschouwing gelaten. De oorspronkelijke waarden van deze lagen komen niet meer voor in het projectgebied.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
18
Hoenlo vijf seniorenwoningen, Raalte Ruimtelijke onderbouwing 1.
De ‘Stedelijke laag’
In de stedelijke laag is de koppeling van de sociale en fysieke dynamiek van de stedelijke functies aan het verbindende netwerk van wegen, paden, spoorwegen en kanalen een belangrijk ordenend principe. Efficiëntie en nabijheid zijn belangrijke vestigingsoverwegingen, maar daarbij wordt kwaliteit eigenheid en onderscheidend vermogen (mede gevormd door de historie) van de regio steeds belangrijker. Steden zijn de economische motors van Overijssel. Ook hier is sprake van een rijk palet: dorpen met centrumfuncties, landstadjes, steden en stedelijke netwerken. Elk met een eigen karakteristieke ruimtelijke, sociale en functionele opbouw en kwaliteiten. Het projectgebied is volgens de stedelijke laag gelegen in het gebiedstype ‘woonwijken 1955-nu’. In afbeelding 3.3 is het projectgebied met een rood kader weergegeven.
Afbeelding 3.3
Uitsnede van de stedelijke laag (Bron: Provincie Overijssel)
‘Woonwijken 1955 – nu’ De woonwijken van 1955 tot nu zijn planmatig opgezette uitbreidingswijken op basis van een collectief idee en grotere bouwstromen. De functies (wonen, werken, voorzieningencentra) zijn uiteengelegd en de wijken zijn opgedeeld in buurten met een homogeen bebouwingskarakter: buurten met eengezinswoningen, flatwijken, villawijken, wijk(winkel)centra. Er is sprake van een tijdsgebonden verkavelingsstructuur op basis van verschillende ordeningsprincipes. Als ontwikkelingen plaatsvinden in de naoorlogse woonwijken, dan voegt nieuwe bebouwing zich in de aard, maat en het karakter van het grotere geheel (patroon van o.a. wooneenheden en parken), maar is als onderdeel daarvan wel herkenbaar. De groenstructuur is onderdeel van het wijkontwerp. Toetsing van het initiatief aan de “Stedelijke laag” In het voorliggende geval worden vijf woningen gerealiseerd in een bestaande naoorlogse wijk. Bij de ontwikkeling wordt het karakter aangepast aan de bebouwing van de omgeving. De groenstructuren in de wijk blijven behouden. Geconcludeerd wordt dat de invulling van de locatie in overeenstemming is met de gebiedskenmerken van de 'Stedelijke laag'.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
19
Hoenlo vijf seniorenwoningen, Raalte Ruimtelijke onderbouwing 2.
De ‘Laag van beleving’
In de laag van de beleving komen de natuurlijke, functionele en sociale processen bij elkaar. Dit is de laag die gaat over de beleefbaarheid van ruimtelijke kwaliteit, identiteit en tijdsdiepte, van recreatieve gebruiksmogelijkheden die een belangrijke rol spelen bij de waardering van de leefomgeving. De laag van de beleving is de laag van de verbinding en het netwerk; tussen het stedelijke en het landelijke, de cultuur en de natuur, snel en traag, oud en nieuw, tussen nut en schoonheid. De laag van de beleving benut vooral de kwaliteiten van de andere drie lagen, maar voegt ook eigen kenmerken toe, zoals landgoederen, recreatieparken en recreatieve routes. Het stelt kwaliteiten zoals de natuur, de productielandschappen en de steden in een ander daglicht en maakt ze beleefbaar en tot een belevenis. De verblijfsrecreatiecomplexen, de attracties, de routes voor wandelen, fietsen en varen zijn een belangrijke economische factor geworden met een vergelijkbaar aandeel in de economie als de agrarische sector. Dit alles verandert het aanzien, de gewenste gebruiksmogelijkheden en betekenis van het buitengebied. Aan het 'belevingslandschap' ontleent Overijssel zijn tijdsdiepte, maar ook zijn aantrekkingskracht. Steeds vaker worden de kwaliteiten uit het verleden ingezet in plannen door daar met nieuwe kwaliteiten, gebruiks- en verschijningsvormen op voort te bouwen.
De locatie is op de gebiedskenmerkenkaart de 'Laag van de beleving' aangeduid met ‘IJsellinie inundatieveld’. In afbeelding 3.4 wordt dit weergegeven.
Afbeelding 3.4
Uitsnede van de laag van beleving (Bron: Provincie Overijssel)
‘Bakens in de tijd, IJsellinie inundatieveld’ Bakens in de tijd zijn relicten van diverse aard uit verschillende perioden in de geschiedeniswording van Overijsel. Er zijn in de provincie Overijsel geologische monumenten, plaatsen, schansen, verdedigingslinies, kapelletjes, religieuze monumenten, historische wegen tot landschappelijke ensembles zoals De Kolonie. Bakens zijn niet alleen (water)torens en andere hoge, kenmerkende bouwsels, ook patronen als de (ruil)verkavelingsstructuur vormen een baken in de tijd. De essentie van de bakens in de tijd is, dat ze de verhalende laag toevoegen aan het landschap. Het zijn belangrijke ingrediënten in de opbouw van gebiedsidentiteit. Het zijn plekken waar ‘tijds- diepte’ tot intense indrukken leidt. Het behouden van deze karakteristieken identiteit is zeer waardevol. De ambitie is om verbindingen tussen de bakens, het landschap en de bebouwing aan te brengen. Hierdoor zal de culturele historische waarden zich ontwikkelen tot recreatieve routes.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
20
Hoenlo vijf seniorenwoningen, Raalte Ruimtelijke onderbouwing Toetsing van het initiatief aan de 'Laag van de beleving' De locatie is op de kaart ‘laag van de beleving’ aangeduid met ‘IJsellinie inundatieveld’. In de Omgevingsvisie zijn geen extra uitgangspunten opgenomen ten aanzien van dit gebiedskenmerk. Er wordt dan ook gesteld dat het voornemen in overeenstemming met de ‘Laag van beleving’ is. 4.2.5
Conclusie toetsing aan het provinciale beleid
Geconcludeerd wordt dat het initiatief in overeenstemming is met het provinciale beleid.
4.3
Gemeentelijk beleid
4.3.1
Omgevingsvisie Horizon gemeente Raalte 2040
4.3.1.1 Algemeen De omgevingsvisie Horizon gemeente Raalte 2040 is een strategisch document. Het geeft richting aan de ontwikkelingen in de fysieke leefomgeving van de gemeente Raalte. Een belangrijk onderdeel van de omgevingsvisie zijn de kernopgaven. Hierin is een driedeling gemaakt in kernopgaven voor het buitengebied, toekomstbestendige wijken en dorpen en de identiteit en regio. 4.3.1.2 Toekomstbestendige wijken en dorpen Ambitie: Raalte geeft ruimte aan eigenzinnig samenleven De gemeente omarmt de verduurzamingsopgave van de wijken en dorpen en de demografische veranderingen die hier plaatsvinden. De gemeente ziet de noodzaak en kans om samen te werken aan een verbouwing van onze wijken en dorpen tot duurzame, gezonde, klimaat- en levensloopbestendige leefomgevingen. Transformatie is een kans om ruimte te geven aan nieuwe woonvormen. Gemeente Raalte als proeftuin waarin gemeente, bewoners en bedrijven samen invulling geven aan eigentijds wonen. In de gemeente Raalte kunnen jong én oud, arm en rijk, een passende woning vinden doordat vol wordt ingezet op diversiteit; er is ruimte voor flexibel ontwikkelen en renoveren en nieuwe manieren van collectief wonen. Er is voor ieder wat wils.
Nieuwbouw in de dorpen heeft een voorbeeldfunctie, daar zijn mogelijkheden om te laten zien dat het anders kan en dat inwoners de ruimte krijgen om anders, flexibel en samen invulling te geven aan de opgaven. Ontwikkelingsrichtingen De ambitie vraagt om een gemeente die de samenleving de ruimte geeft om duurzame en nieuwe woonvormen te ontwikkelen, maar ook richtinggevend en regisserend is bij ingrijpende veranderingen. Hiervoor zijn vijf ontwikkelrichtingen opgesteld. 1. 2. 3. 4. 5.
Toekomstbestendige dorpen en wijken: energieneutraal, klimaat adaptief, gezond, veilig en levensloopbestendig; Flexibele en collectieve woonconcepten bij nieuwbouw en transformatie; Samenwerken aan voldoende ontmoetingsplekken in elk dorp en een goede bereikbaarheid van voorzieningen wanneer die op strategische plekken geclusterd zijn; Nieuwbouw en transformatie binnen bestaand bebouwd gebied waarbij woningbouw zo min mogelijk ten koste gaat van waardevol groen, binnen en buiten de kern; Woningbouw voor een bovenlokale behoefte. Dorpen leefbaar houden door in elk dorp ruimte te geven voor woningbouw en bedrijvigheid zodat minimaal de autonome groei van bevolking en bedrijvigheid kan worden opgevangen.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
21
Hoenlo vijf seniorenwoningen, Raalte Ruimtelijke onderbouwing 4.3.1.3 Toetsing van het initiatief aan de ‘Omgevingsvisie Horizon gemeente Raalte 2040’ De voorgenomen ontwikkeling is in overeenstemming met de ‘Omgevingsvisie Horizon gemeente Raalte 2040’. Zo voorziet het project in inbreiding binnen de kern Raalte. De woningen worden nabij bestaande voorzieningen gerealiseerd en bevorderen zo de bereikbaarheid van de voorzieningen. De woningen worden niet aangesloten op het gasnetwerk en nemen geen waardevol groen weg uit de dorpskern. Tevens versterken de woningen Raaltes woningvoorraad tot een meer divers aanbod, dankzij hun karakter dat aansluit op de wensen van senioren. 4.3.3 Programma Wonen 2021-2025 4.3.3.1 Algemeen In mei 2021 heeft de gemeenteraad van Raalte haar woonvisie vastgesteld voor de periode 2021 tot 2025 in het beleidsdocument ‘programma wonen 2021-2025’. Dit document geeft de gemeente weer hoe zij de komende jaren willen werken aan het wonen in de gemeente. Het beleid wil inspelen op de steeds maar stijgende koopprijzen en het groeiende aantal huishoudens, waarbij oog is voor een aantrekkelijk vestigingsklimaat. Kort gezegd is de ambitie op wonen dat: jong en oud, arm en rijk, een passende woning kunnen vinden in een toekomstbestendige woonomgeving, waarbij we ruimte geven aan eigenzinnig (samen)wonen voor onze huidige en nieuwe inwoners.
Om haar doel te behalen wil zij tot aan 2030 circa 1500-2000 woningen realiseren die de woningvoorraad divers en aantrekkelijk maken. 4.3.3.2 Thema 1 langer zelfstandig wonen in de gemeente Raalte Inwoners leven langer en men woont vaker en langer zelfstandig, ook als er zorg nodig is. Dit vraag om geschikte woningen en woonomgeving. De gemeente staat voor een inclusief woonbeleid, waarbij Raalte ook prettig wonen is voor beperkte en/of kwetsbare inwoners. De bedoeling is dat zij op een veilig en verantwoorde manier zelfstandig thuis kunnen (blijven)wonen. Om deze doelstelling te behalen heeft Raalte diverse methoden opgesteld. De gemeente wil zo bijvoorbeeld geschikte nieuwbouw realiseren. 4.3.3.3 Toetsing van het initiatief aan het woonbeleid ‘Programma wonen 2021-2025’ Het initiatief voorziet in het bouwen van vijf levensloopbestendige woningen die de woningvoorraad van de gemeente Raalte divers maken en zich voornamelijk focussen op de doelgroep senioren. Geconcludeerd wordt dat het initiatief past binnen het beleid ‘Programma wonen 2021-2025’ van de gemeente. 4.3.4
Groenbeleid ‘Groen, samen doen!’
4.3.4.1 Algemeen In januari 2017 is het nieuwe groenbeleid ‘Groen, samen doen’ van de gemeente Raalte door de gemeenteraad vastgesteld. In dit document worden de hoofdlijnen weergegeven van het nieuwe groenbeleid en de manier waarop de gemeente hieraan wil werken. Het groenbeleid past binnen de integrale visie op de openbare ruimte en is sterk geënt op de participatiegedachte. Daarnaast biedt dit document inspiratie voor de bewoners en de vrijwilligers die zich inzetten voor het groen. Het groenbeleid dat in deze nota is vastgelegd moet bij de afweging van diverse belangen worden meegenomen. Beleid en activiteiten zijn breed van toepassing op het groen (publiek en privaat eigendom) in de gemeente Raalte. Aanpassingen op het kapbeleid worden gelijktijdig meegenomen. Bij het opstellen van het nieuwe Omgevingsplan is deze groennota een van de onderleggers. Het groenbeleid manifesteert zich rond 7 thema’s. De thema’s ‘handhaven en versterken van groenstructuren’ en ‘bomen- en kapbeleid’ zijn van belang. Hieronder wordt op deze thema’s ingegaan.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
22
Hoenlo vijf seniorenwoningen, Raalte Ruimtelijke onderbouwing 4.3.4.2 Maatwerk voor kleinschalige aanpassingen groen- en bomenhoofdstructuur Ervaringen met de groen- en bomenhoofdstructuur leert de gemeente Raalte dat het beleid in incidentele gevallen als (te) knellend wordt ervaren. Met een integrale blik op het gebruik en de inrichting van de openbare ruimte, waarvan het groen deel uitmaakt, wil de gemeente maatwerk gaan leveren bij verzoeken om kleinschalige aanpassingen van de groen- en bomenhoofdstructuur. Meer flexibiliteit om voor nieuwe ontwikkelingen en opvattingen ruimte te creëren. Dit onder de voorwaarde dat compensatie plaatsvindt. Daarnaast kiest de gemeente Raalte bewust voor het beschermen van waardevolle houtopstanden waarbij een onderscheid wordt gemaakt naar deelgebieden, binnen de bebouwde kom (grens bebouwde kom Boswet) en het buitengebied. Daarnaast wordt een onderscheid gemaakt naar eigendom; gemeentelijk en derden. 4.3.4.3 Toetsing van het initiatief aan het groenbeleid ‘Groen, samen doen!’ In voorliggend geval wordt binnenstedelijk gebouwd, waardoor groen in het buitengebied behouden blijft. Het woongebied wordt groen ingericht dankzij de tuinen aan de voor en achterzijden van de woningen. Geconcludeerd wordt dat het initiatief voldoet aan het groenbeleid ‘Groen, samen doen’. 4.3.5
Welstandsnota Raalte 2016
4.3.5.1 Algemeen De Welstandsnota 2016 Raalte is per 1 januari 2016 in werking getreden. Dit is vastgesteld in de vergadering van 29 oktober 2015. Het uitgangspunt van de welstandsnota is dat voor alle gebieden in de gemeente Raalte een welstandsvrij beleid geldt. In de van toepassing zijnde wetgeving betekent dit dat in de hoofdzaak geen redelijke eisen van welstand worden toegepast op een aanvraag in de omgevingsvergunning. De gemeente ziet dat vele initiatiefnemers de kwaliteiten van de omgeving en bestaande bebouwing meenemen in de nieuwe bouwplannen. De gemeente kan via de excessenregeling in buitensporige situaties (waarbij ernstige strijd met redelijke eisen van welstand) nog steeds invloed uitoefenen op de ruimtelijke kwaliteit van de omgeving. Deze regeling stelt de gemeente in staat om ook achteraf op te treden tegen excessen. In paragraaf 4.3 van de ‘Welstandsnota Gemeente Raalte 2016’ is deze excessenregeling nader uitgewerkt. 4.3.5.2 Toetsing aan Welstandsnota De afbeeldingen/verbeeldingen zoals opgenomen in hoofdstuk 2 geven een beeld van de gewenste uitstraling van de nieuwe woning. Deze afbeeldingen geven een eerste indruk van het gebouw en bijgebouwen. In de gemeente Raalte is het toegestaan welstandsvrij te bouwen en wordt er ingegaan op de beste bedoelingen van de initiatiefnemer. Het voorliggende plan is in een aanbesteding verkozen door de gemeente.
De verwachting is dan ook dat de gemeente op voorhand en na realisatie geen excessenregeling toepast op de woningen aan de Hoenlo. 4.3.6
Conclusie toetsing aan het gemeentelijk beleid
Geconcludeerd wordt dat het initiatief in overeenstemming is met de uitgangspunten uit het gemeentelijk beleid.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
23
Hoenlo vijf seniorenwoningen, Raalte Ruimtelijke onderbouwing
HOOFDSTUK 5
MILIEU- EN OMGEVINGSASPECTEN
Artikel 5.20 van het Bor verklaart voor de inhoud van een besluit als bedoeld in artikel 2.12, eerste lid, sub a, onder 30 Wabo, artikel 3.1.6 van overeenkomstige toepassing. Op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening moet in de ruimtelijke onderbouwing ten behoeve van een omgevingsvergunning een beschrijving worden opgenomen van de wijze waarop de milieukwaliteitseisen bij het plan zijn betrokken. Daarbij moet rekening gehouden worden met de geldende wet- en regelgeving en met de vastgestelde (boven)gemeentelijke beleidskaders. In dit hoofdstuk worden de resultaten van het onderzoek naar de milieukundige uitvoerbaarheid beschreven. Het betreft de thema's geluid, bodem, luchtkwaliteit, externe veiligheid, milieuzonering, ecologie, archeologie & cultuurhistorie, besluit milieueffectrapportage en water.
5.1
Geluid
5.1.1
Algemeen
De Wet geluidhinder (Wgh) bevat geluidnormen en richtlijnen over de toelaatbaarheid van geluidniveaus als gevolg van rail- en wegverkeerslawaai en industrielawaai. De Wgh geeft aan dat een akoestisch onderzoek moet worden uitgevoerd bij het voorbereiden van de vaststelling van een bestemmingsplan of het nemen van een omgevingsvergunning indien het plan een geluidgevoelig object mogelijk maakt binnen een geluidszone van een bestaande geluidsbron of indien het plan een nieuwe geluidsbron mogelijk maakt. 5.1.2
Situatie projectgebied
Voorliggend project voorzien in de realisatie van geluidsgevoelige objecten, namelijk woningbouw. 5.1.2.1 Wegverkeerslawaai In artikel 74 van de Wgh is aangegeven dat wegen aan weerszijden van de weg een wettelijke geluidszone hebben waarvan de grootte is opgenomen in onderstaande tabel, wettelijke geluidszones van wegen: Aantal rijstroken 1 of 2 rijstroken 3 of 4 rijstroken 5 of meer rijstroken
Stedelijk gebied 200 m 350 m 350 m
Buitenstedelijk gebied 250 m 400 m 600 m
De hiervoor genoemde zones gelden niet voor: • •
wegen die zijn aangeduid als woonerf (art 74.2); wegen waarvoor een maximumsnelheid van 30 km/uur geldt (art 74.2).
De wegen in de directe nabijheid van het projectgebied betreffen 30km/uur wegen. Het plangebied is niet gelegen binnen de wettelijke geluidszones van wegen met een hogere snelheidsregime. Uit jurisprudentie blijkt dat een 30 km/uur weg in de beoordeling moet worden meegenomen, indien vooraf aangenomen had kunnen worden dat deze weg een geluidbelasting veroorzaakt die hoger ligt dan de voorkeursgrenswaarde (48 dB). De toetsing moet worden uitgevoerd in verband met een belangenafweging in het kader van een goede ruimtelijke ordening. In voorliggend geval worden met de voorgenomen ontwikkeling nieuwe woningen mogelijk gemaakt. De locatie bevindt zich binnen de wettelijke geluidszone van de Landrechtweg. De Landrechtweg en overige in de nabije omgeving gelegen wegen betreffen echter verkeersluwe ontsluitingswegen. De drukkere doorgaande wegen zoals de Burgemeester Zuidwijklaan en de Hengeloseweg liggen op meer dan 200 meter afstand van de projectlocatie. Bovendien is er sprake van tussenliggende bebouwing die afschermend werken. Gelet op het vorenstaande kan het uitvoeren van een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai achterwege blijven.