CConstaterende datRaalte
Koppel je AI →
Document · PDF

Ruimtelijke onderbouwing

Raadsvergadering 14 maart 2024, gemeente RaalteBij agendapunt: Vaststellen Wijzigingsvergunningen zonnepark Kanaaldijk Zuid: ontwerpverklaring van geen bedenkingen (bespreekstuk)17.331 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

3.4.3 Richtlijnen zonneparken buitengebied gemeente Raalte Om de realisatie van zonneparken in goede banen te leiden heeft de gemeente Raalte specifiek beleid voor zonneparken opgesteld. Om een zonnepark te realiseren dient (1) een zorgvuldig proces met de omgeving te worden doorlopen, dient het (2) inrichtingsplan te worden afgestemd op de omgeving en dient er een goede (3) verdeling van de lusten en de lasten plaats te vinden. In het beleid is hierop een nadere toelichting gegeven. Voor de maatschappelijke meerwaarde wordt daarnaast gekeken naar het (4) aansluiten bij gebiedsopgaven en (5) extra inzet duurzaamheidsdoelen. In deze paragraaf wordt beschreven op welke wijze invulling wordt gegeven aan bovenstaande aspecten en daarmee een bijdrage levert aan het verduurzamen van de gemeente Raalte. Ad.1 Zorgvuldig proces om te komen tot een plan met draagvlak • •

•

•

Verkenning met gemeente: middels een principeverzoek is het initiatief voorgelegd aan de gemeente. Op basis van verkennende gesprekken met enkele medewerkers van de gemeente Raalte is geconcludeerd dat het initiatief in principe binnen het beleid past. Na de verkennende gesprekken met ambtenaren en wethouders, is PowerField de omgeving van het projectgebied ingetrokken om omwonenden persoonlijk te informeren over het plan en uit te nodigen voor een informatieavond. Door meerdere omwonenden is aangegeven dat de persoonlijke benadering in een vroegtijdig stadium erg werd gewaardeerd. Op 28 augustus 2019 is voor de omwonenden die het meest dichtbij wonen (en die ook persoonlijk zijn geïnformeerd) een informatieavond georganiseerd. Hierbij is een presentatie gegeven door PowerField en is samen nagedacht over een mogelijk inrichtingsplan. Tijdens de informatieavond werd door de omwonenden aangegeven dat zij in principe niet tegen het zonnepark waren MITS het landschappelijk goed wordt ingepast én de revenuen bij de directe omgeving terecht komen en niet elders (bijvoorbeeld in het dorp Heino of elders in de gemeente). Op 24 september 2019 is het plangebied nogmaals samen met enkele bewoners bekeken. Met hen is bekeken hoe het zonnepark er uit kan komen te zien en op hoeveel afstand het van de woningen zou moeten komen te staan.

Tijdens dit gesprek is nogmaals aangegeven dat de revenuen bij de directe omgeving terecht moeten komen, waarbij tevens is aangegeven dat degene die het meeste last ondervindt, de meeste revenuen zou moeten krijgen. Tevens is aangegeven dat de andere omwonenden niet heel veel voelen voor mee-investeren in het zonnepark zelf; geadviseerd werd omwonenden financieel te compenseren voor bijvoorbeeld

Pagina 33 van 66

• •

• •

het investeren in zonnepanelen, isolatie of landschappelijk groen. PowerField heeft op basis van deze gesprekken het inrichtingsplan voorstel voor financiële participatie aangepast. 30 oktober is een 2e informatieavond voor omwonenden georganiseerd waarbij het aangepaste inrichtingsplan is en financiële voorstel is gepresenteerd. Op 16 december zijn een aantal omwonenden bezocht om met hen van gedachten te wisselen over de impact van het zonnepark op hun omgeving en wat hieraan gedaan kan worden. Naar aanleiding hiervan is het ontwerp aangepast waarbij het inkoopstation van Enexis verder naar het westen is geplaatst. Tijdens de inzagetermijn van de ontwerp omgevingsvergunning is op 20 juli een inloopmiddag georganiseerd om het plan aan het brede publiek te laten zien. Naar aanleiding van de input geleverd tijdens deze dag is het plan verder aangescherpt. Gedurende het gehele proces staat PowerField uiteraard open voor suggesties.

Ad.2 Inrichtingsplan bedacht met en afgestemd op de omgeving Tijdens de aanvang van het proces is de omgeving benaderd met een ‘blanco’ plankaart waarop enkel de contouren van de kadastrale percelen ingetekend waren. Zowel tijdens de eerste kennismakingsgesprekken als tijdens de eerste informatieavond kwam naar voren dat er vanuit twee perspectieven naar het zonnepark wordt gekeken; vanaf de bewoners aan de zuidzijde (Haarsmaatweg, Hillebrandweg, Haarweg) en noord-westzijde (Kanaaldijk-Zuid, Kanaaldijk-Noord). Vanuit beide zijden wordt het plangebied compleet anders ervaren. De afstand van de woningen aan de zuidzijde tot het plangebied is met minimaal circa 400 meter relatief groot te noemen. Zonnepanelen met een maximale hoogte van 1,8 meter worden vanaf zo’n afstand niet als een groot obstakel gezien. Deze bewoners hechten met name waarde aan het open landschap en zicht op het hoge groen (bomen en struweel) op de Kanaaldijk-Zuid. Aangegeven is dit beeld te willen behouden en tegelijkertijd de zonnepanelen volledig uit het zicht te houden. Een lage (wilde) haag van inlandse soorten met een maximale hoogte van circa 2-3 meter werd hierbij als meest wenselijk gezien. Door het jaarlijks onderhouden van de haag blijft deze dicht van structuur en kan de hoogte beperkt blijven. Dit past tevens bij de wensen van PowerField om schaduwvorming zoveel mogelijk te voorkomen.

Een dergelijke haag kan daarnaast een biotoop bieden voor diverse flora en fauna waaronder vogels en klein wild. De afstand van de woningen aan de noord-westzijde tot het plangebied is met circa 50 meter veel kleiner. Beide bewoners hebben aangegeven dat ze graag hun uitzicht zoveel mogelijk willen behouden. PowerField respecteert dit en heeft om die reden voorgesteld het zonnepark te verkleinen. Door afstand te bewaren tot de westzijde van het plangebied, behoudt Kanaaldijk-Noord 1A het grootste gedeelte het uitzicht over de landerijen. Tevens wordt schuin op de landschappelijke inpassing van het zonnepark gekeken, waardoor de panelen niet te zien zullen zijn. Bewoners hebben aangegeven de bijbehorende gronden graag te willen beheren door middel van schapen, iets dat PowerField graag nader verkend. Op deze manier wordt tevens werkgelegenheid gecreëerd in de directe omgeving.

Pagina 34 van 66

Omdat Kanaaldijk-Zuid 4 volledig in een bos gelegen is, wordt vanuit de woning niet op het plangebied uitgekeken. De bewoner heeft aangegeven wel een tweetal zitjes te hebben aan de rand van het bos vanwaar hij over het landschap uitkijkt. Om ook deze bewoner tegemoet te komen is besloten het zonnepark in een schuine lijn te verkleinen zodat het zicht op het landschap zoveel mogelijk wordt behouden. Met beide bewoners is gesproken over de landschappelijke inpassing en beiden hebben aangegeven dat een lage groene singel het meest passend is. Hierbij wordt aangesloten bij de aanwezige groenstructuur op de Kanaaldijk-Zuid. Bovenstaand proces heeft ertoe geleid dat een gedeelte van de gronden aan de westzijde van het plangebied niet als zonnepark zal worden ingericht. In overleg met deze omwonenden zal PowerField (eventueel in samenwerking met de bewoners van Kanaaldijk-Noord 1A) deze gronden extensief beheren zodat deze verruigen. Er mag daarbij opslag ontstaan van inheemse struiken. Wel zal voorkomen worden dat het weidse uitzicht hierdoor verloren gaat. Door de ontwikkeling van het zonnepark kan er dus nieuwe natuur worden ontwikkeld op de locatie die in de Structuurvisie Raalte 2025+ ‘de kracht van de kernen’ is aangewezen als ‘geplande natuur (ehs/ Natura 2000) wensbeeld lange termijn’.

Figuur 15 Locatie zonnepark en wensbeeld groene verbindingszone

De combinatie van nieuwe natuur in samenhang met landschappelijke inpassing van het zonnepark en het extensief beheren van de ondergrond onder het zonnepark, maakt dat het zonnepark kan fungeren als nieuwe groene verbindingszone.

Pagina 35 van 66

Ad. 3 Verdeling van de lusten en de lasten in de lokale omgeving Om niet alleen de lasten maar ook de lusten van het zonnepark te verdelen, biedt PowerField verschillende vormen van financiële participatie aan. Dit bestaat uit enerzijds een vergoeding voor direct omwonenden en anderzijds de mogelijkheid om te investeren in het zonnepark en lokaal eigenaarschap mogelijk te maken. Een uitgebreide toelichting is opgenomen in bijlage 2. Ad. 4 Aansluiten bij gebiedsopgaven Herverkaveling gebied voor behoud en verbetering landbouwstructuur De ontwikkeling van het zonnepark inclusief landschappelijke inpassing en natuurontwikkeling komt voort uit een onderliggende ruilverkaveling. De agrarisch gebruikte percelen zijn in eigendom van twee agrarisch ondernemers. Voor de ene ondernemer geldt dat de percelen veldkavels betreffen; dit initiatief maakt het voor hem financieel mogelijk te investeren in gronden dichter bij zijn agrarisch bedrijf. Voor het tweede bedrijf geldt dat de gronden wellicht aan het eigen bedrijf liggen, maar deze tevens te ver weg gelegen zijn om als uitloopgebied te fungeren. Deze ontwikkeling maakt het mogelijk dat de agrarisch ondernemer neveninkomsten genereert waardoor zijn bedrijf een duurzamere toekomst tegemoet gaat.

Herverkaveling/ ruimte voor versterking landschap De ontwikkeling van het zonnepark maakt het mogelijk dat een gedeelte dat nu agrarisch in gebruik is, extensiever gebruikt zal gaan worden en tevens dienst doet als (natuurlijke) versterking van het landschap. Wateropgaven, zoals waterberging, natuurvriendelijke oevers, vernatting, klimaatopgave Ondanks dat er geen wateropgave vanuit het waterschap ligt in het plangebied, wordt een gedeelte van de oevers van de aangrenzende watergang natuurvriendelijk vergraven. Hierdoor wordt een bijdrage geleverd aan enerzijds waterberging en anderzijds de realisatie van een natuurvriendelijke oever. Ecologische kwaliteiten verbeteren (doelsoorten e.d.) en verbeteren biodiversiteit Door de aanleg van een natuurgebied, natuurvriendelijke oever, extensief beheer van de gronden en aanleg van landschappelijke inpassing worden de ecologische kwaliteiten sterk verbeterd. Dit zal leiden tot een verbetering van de biodiversiteit ter plekke. Natuurontwikkeling: verbindingszones, natuurontwikkeling, bijenbehoud (bijvoorbeeld bloemen stroken en bijenkasten van de lokale imkervereniging) Zoals reeds beschreven zal het zonnepark met de landschappelijke inpassing en te realiseren natuur bijdragen aan natuurontwikkeling ter plaatse. Daarnaast zal het fungeren als een ecologische verbindingszone.

Enkele niet benutte / incidentele onderhoudsstroken worden extensief beheerd zodat wilde bloemen kunnen groeien. Om dit te bespoedigen zal hier bloemrijk grasland worden ingezaaid. Tevens wordt de mogelijkheid geboden bijenkasten te plaatsen voor een lokale imker. Ad. 5 Extra inzet duurzaamheidsdoelstellingen

Pagina 36 van 66

Aanbieden zonne-energie installaties (met korting) aan particulieren /bedrijven in de gemeente Om tevens particulieren en ondernemers te enthousiasmeren zoveel mogelijk daken vol te leggen met zonnepanelen, zal PowerField een kortingsactie organiseren. Particulieren en ondernemers uit het dorp Heino kunnen gedurende zes maanden na aanvang van de bouw van het zonnepark, zonnepanelen kunnen inkopen bij PowerField tegen 10% korting. Realiseren zonne-energie installatie op dak(ken) maatschappelijk gebouw(en) Om ook zoveel mogelijk maatschappelijk vastgoed te voorzien van zonnepanelen, zal PowerField voor deze partijen een aparte kortingsactie organiseren. Voor maatschappelijk vastgoed in Heino (bijvoorbeeld het buurthuis of voetbalkantine) kan gedurende zes maanden na de aanvang van de bouw van het zonnepark, zonnepanelen worden ingekocht bij PowerField tegen 30% korting. Creëren lokale werkgelegenheid (invulling geven Social Return On Investment) Eerder in dit document is reeds beschreven dat een omwonende heeft aangeboden het zonnepark te willen gaan beheren. PowerField denkt hier graag over mee om de lokale werkgelegenheid op deze wijze te stimuleren. Ook voor de realisatie van het zonnepark zelf betrekt PowerField graag lokale ondernemers. De bouw van de installatie vereist vaak technische kennis die de kennis van lokale installateurs overstijgt.

Wel is het zo dat zaken als bouwrijp maken (loonwerk), vergraven van watergangen en aanleg van landschappelijke inpassing goed door lokale partijen kan worden gedaan. Uniek; ondersteuning bij het ontwikkelen van kleine zonneparken tot twee hectare Tenslotte heeft PowerField een uniek voorstel. Een gedeelte van de politiek in Raalte heeft aangegeven tevens graag kleine zonneparken tot 2 hectare te ontwikkelen. Gedacht wordt aan (voormalig) agrarisch erven waarop oude opstallen (inclusief asbest) staan. Dagelijks stoppen er namelijk zes á zeven boeren in Nederland, de verwachting is dat de komende tien jaar 30% van de agrariërs stopt. Ook in Raalte zijn de afgelopen jaren meerdere agrariërs gestopt:

Figuur 1 Aantal landbouwbedrijven in Raalte, bron CBS.nl

Stoppers betreffen vaak agrariërs op leeftijd zonder opvolger of koper van het agrarisch bedrijf. In veel gevallen zijn de opstallen ook dusdanig verouderd dat ze niet interessant zijn voor het voortzetten van een bedrijf en één van de enige opties is feitelijk het saneren van de aanwezige opstallen. Aangezien deze sanering zeer kostbaar is, is beleid opgesteld om hierin te ondersteunen. Middels Rood voor Rood / KGO kan in ruil voor sloop een bouwkavel worden ontwikkeld of middels functieverandering kunnen de opstallen/locatie een tweede leven krijgen.

Pagina 37 van 66

Gezien de grote hoeveelheid leegkomende erven, bieden de huidige beleidskaders wellicht niet voldoende houvast. Een nieuw verdienmodel zoals een zonnepark, kan in bepaalde gevallen uitkomst bieden! Hiermee worden meerdere vliegen in één klap geslagen: •

Voormalig agrarisch erven met oude opstallen worden gesaneerd;

•

De rustende boer ontvangt inkomsten van het zonnepark (bijvoorbeeld verhuur van de grond) of kan zijn locatie verkopen en elders gaan wonen;

•

Er wordt duurzame energie opgewekt.

Om te onderzoeken of dergelijke kleine zonneparken gerealiseerd kunnen worden wil PowerField zich hier voor inzetten door samen met lokale partijen/personen/energie coöperatie aan een tweetal van dit soort casussen te werken. Dit kan door op de volgende manieren: •

Inzet kennis en kunde (uren);

•

Verwerven van gronden/locaties (iets dat voor andere partijen zoals energie coöperaties niet altijd mogelijk is, waardoor een project überhaupt niet van de grond komt) en deze verhuren ten behoeve van kleinere zonneparken;

•

Het voorfinancieren van projectontwikkeling (uitvoeren van benodigde onderzoeken zoals Flora en Fauna onderzoek of laten opstellen van inrichtingsplannen);

•

Gezamenlijk ontwikkelen van projecten (waarbij PowerField als de lokale partij gezamenlijk eigenaar worden van het zonnepark) in een partnership.

PowerField verkent op dit moment met een regionale bank de mogelijkheden voor het financieren van dergelijke projecten. Alvorens dit initiatief verder wordt uitgerold wordt dit afgestemd met de gemeente Raalte.

Pagina 38 van 66

3.4.4 Landschapsontwikkelingsplan (LOP) Het Landschapsontwikkelingsplan (2008) schetst het toekomstbeeld voor Salland. De visie maakt duidelijk welke ontwikkelingen passen in het Sallandse landschap en hoe het karakter van dit landschap versterkt kan worden.

Figuur 16 Uitsnede visiekaart LOP, met bovenin het plangebied in rood

Het plangebied is gelegen in het dekzandlandschap, deelgebied weteringenlandschap (lichtgroen). De weteringen zijn de dragers van de landschapsstructuur. De waterlopen worden ontwikkeld tot brede moeras- en broeklandschappen met ruimte voor water en natte natuur. Het rationele karakter van de gegraven weteringen blijft behouden. De laagtes dienen zoveel mogelijk open te blijven, opgaande beplanting en andere ruimtelijke verdichting (bijvoorbeeld bebouwing) worden in de laagtes niet gestimuleerd. Doorgaande structuren in het weteringenlandschap zoals het Overijssels Kanaal en (doorgaande) wegen passen zich aan de karakteristiek van het landschap aan. Onbeplante wegen blijven onbeplant. Bestaande wegbeplanting blijft behouden en reageert op het landschap door op een andere manier om te gaan met onderbeplanting en de dichtheid van beplanting om zo de openheid te ervaren. De gewenste verschijningsvorm voor beplante wegen is een transparante wegbeplanting, zonder onderbeplanting, met bomen op voldoende onderlinge afstand. Dit wordt nader uitgewerkt in de deeluitwerkingen. Het landschapsbeleid is gericht op het behouden en versterken van de karakteristieken.

Pagina 39 van 66

Landschappelijke karakteristiek: •

Wetering als structuurdrager

•

Rationeel karakter wetering en rechtlijnige verkaveling haaks op wetering;

•

Open en nat karakter laagte;

•

Waterberging ruimtelijk inpassen in dalvormige laagten;

•

Natte natuurontwikkeling binnen rechtlijnig karakter verkaveling;

•

Wegen en doorgaande structuren niet beplant, met uitzondering van historische lanen langs wegen.

•

Beplanting passend in open landschap (knotwilgen, rietoevers, transparante elzensingels);

•

Enkele kleinschalige ruggen met essen liggen in de laagten. Deze hogere gronden zijn door bebouwing, erfbeplanting en singels meer verdicht en kleinschaliger;

Motoren voor landschapsontwikkeling In de visie wordt beschreven dat er per type landschap motoren voor landschapsontwikkeling te onderscheiden zijn. De naam ‘motoren’ is gekozen vanwege de dynamiek of ‘aandrijfkracht’ die de ontwikkelingen met zich mee brengen voor het landschap. Voor het projectgebied zijn twee belangrijke motoren van toepassing, de wateropgave en natuurontwikkeling. De wateropgave De dalvormige laagten langs de weteringen en de langgerekte lage ruggen met essen op de hogere delen gaan zich ruimtelijk meer onderscheiden. De hoger gelegen ruggen worden ruimtelijk verdicht, terwijl de laagten langs de weteringen een meer nat en open karakter krijgen. In de lagere delen langs de weteringen vindt ontwikkeling van natte natuur plaats met ruimte voor waterberging. Het oorspronkelijke karakter van de gegraven weteringen en de aanliggende kavelstructuur dient bij ontwikkeling behouden te blijven. Hiermee wordt voortgebouwd op het aanwezige historische patroon. Natuurontwikkeling Natte natuurverbindingen In de laagten langs beken en weteringen en in de komgebieden is ruimte voor waardevolle (schrale) bloemrijke graslanden. De oevers van de waterlopen lenen zich voor natte zones met plas-dras situaties, die dienen als ecologische natte verbindingen in de oost-west richting versterken natte karakter zones langs weteringen door realisatie natte verbindingszones

Pagina 40 van 66

Toetsing initiatief aan LOP Om het zonnepark landschappelijk goed in te passen, is een inrichtingsplan opgesteld. Dit inrichtingsplan is getoetst door de ervenconsulent van Het Oversticht, waarbij het beleid zoals opgenomen in het landschapsontwikkelingsplan in ogenschouw is genomen. Om aan te sluiten bij het open landschap, is gekozen om de panelen op maximaal 1,8 meter hoogte te plaatsen. Hierdoor vallen deze minder op in het landschap. Als landschappelijke inpassing is gekozen voor een natuurvriendelijke oever in combinatie met een lage losse haag en groensingel. De natuurvriendelijke oever betreft een gebiedseigen vorm van landschappelijke inpassing. Door de geringe hoogte van de losse haag en singel in combinatie met een forse afstand tot woningen, zal deze enkel als een ‘groene plint’ te zien zijn in het landschap. De hogere groenstructuren (bomenrijen langs de Kanaaldijk-Zuid) blijven daardoor goed zichtbaar. Daarnaast dragen de natuurvriendelijke oevers bij aan natuurontwikkeling. Aan de westzijde van het plangebied wordt een stuk natuur ontwikkeld, zodat invulling wordt gegeven aan de lange termijn wens. Met behulp van het Vervolgens is het inrichtingsplan hier waar nodig op aangepast, zodat deze in lijn is met het advies van Het Oversticht en het LOP.

3.4.5 Welstand Sinds 2016 heeft de gemeente Raalte geen welstand(snota) meer. Het welstandsvrij bouwen past binnen de landelijke ontwikkeling van wet- en regelgeving binnen de bouwsector, zoals het verruimen van vergunningsvrij bouwen en het privatiseren van de bouwtoets. Belangrijke stappen in een ontwikkeling waarbij de verantwoordelijkheid veel meer komt te liggen bij de bouwers en de overheid zich er minder mee bemoeid. Toetsing initiatief aan welstand Ondanks dat de gemeente geen welstand(snota) meer heeft, is in het inrichtingsplan rekening gehouden met welstandsaspecten. Samen met Het Oversticht is bekeken hoe tot een beter inrichtingsplan kan worden gekomen. Het advies van het Oversticht is opgenomen in bijlage 3. Het advies van het Oversticht is zo goed als mogelijk overgenomen in het inrichtingsplan. Zo zullen er in het extensief te beheren stuk grond aan de westzijde van het zonnepark verspreid struiken worden aangeplant. Ten behoeve van beheer en onderhoud wordt een eenvoudig en bouwwerk neergezet met maximale hoogte van 3 meter. Om het gebouw extra aan het zicht te onttrekken, zal het uitgevoerd worden met een donker dak en zal er rondom heen een elzenhaag worden aangeplant. Ook dit bouwwerk zal na de exploitatietijd van het zonnepark worden opgeruimd.

Tenslotte wordt bij de entree van het zonnepark een (bescheiden) informatiebord geplaatst om geïnteresseerden te informeren over het zonnepark. Het Oversticht heeft nog geadviseerd om bomen langs het Overijsselsch Kanaal aan te planten. Omdat dit de stabiliteit van de waterkering kan ondermijnen verleent het waterschap hieraan geen medewerking. Er worden dan ook geen extra bomen aangeplant langs het kanaal.

Pagina 41 van 66

3.4.6 Roalter akkoord 2018-2022 In Roalter Akkoord staat beschreven waar de gemeenteraad de komende jaren op in wil zetten voor Raalte. Duurzaamheid, klimaatadaptie en energietransitie Er ligt een grote opgave om tot een duurzaam Nederland te komen. Het aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering, de energietransitie van fossiele brandstoffen naar duurzame energiebronnen en de ontwikkeling naar een circulaire economie zijn randvoorwaarden voor het behoud van ons welzijn. Deze transitie vereist een fundamentele verandering van denken en handelen, maar biedt tegelijkertijd kansen voor economische ontwikkeling. Het gaat om grote maatschappelijke, economische én ruimtelijke veranderingen waarin we van iedere inwoner, elke ondernemer, de regio en tal van betrokken organisaties en instellingen iets vragen. Dit zijn de ambities voor onze gemeente: We willen de gemeente Raalte duurzamer maken en voldoen aan het klimaatakkoord van Parijs. Dit betekent dat we onze huidige ondersteunende en faciliterende rol voortzetten, maar ook op kansrijke plekken zelf of in regionaal verband met initiatieven starten. We zien dat duurzaamheid, de energietransitie en circulaire economie niet alleen noodzakelijk zijn voor onze samenleving, maar ook goede kansen bieden voor ondernemend Raalte. Dit gaan we doen om onze ambities waar te maken: •

We gaan het goede voorbeeld geven door onze gemeentelijke gebouwen te verduurzamen;

•

Waar mogelijk ondersteunen we actief initiatieven van ondernemend Raalte op circulaire economie;

•

Om energieneutraliteit en duurzaamheid te bevorderen, streven we naar wijkgerichte energieneutrale plannen;

•

We ontwikkelen een visie op klimaatadaptatie;

•

We vragen aandacht voor of ondersteunen onderzoek naar nieuwe energieconcepten die langdurige opslag van energie mogelijk maken;

Toetsing Roalter Akkoord De coalitie streeft naar een duurzame gemeente met een verschuiving van fossiele brandstoffen naar duurzame energiebronnen. De realisatie van een zonnepark past binnen dit streven.

Pagina 42 van 66

4. Onderzoeken 4.1 Archeologie Aardkundige, archeologische en cultuurhistorische waarden moeten zoveel mogelijk worden behouden. Op basis van het verdrag van Malta en de wet op de archeologische monumentenzorg is het uitgangspunt gesteld om archeologisch erfgoed zoveel mogelijk ter plekke te bewaren en maatregelen te nemen om dit te bewerkstelligen. De verstoorder van de bodem is verantwoordelijk voor het behoud van de archeologische resten. Daar waar behoud ter plekke niet mogelijk is, betaalt de verstoorder het archeologisch onderzoek en de mogelijke opgravingen. Voor ruimtelijke plannen die archeologische waarden bedreigen, moeten betrokken partijen in beeld brengen welke archeologische waarden in het geding zijn. Op de cultuurhistorische waardenkaart van de provincie Overijssel is aangegeven waar gebieden met een lage, middelhoge en hoge verwachtingswaarde liggen. Het plangebied ligt in een beekoverstromingsvlakte met een bijbehorend lage verwachtingswaarde (zie onderstaande afbeelding). In het bestemmingsplan is geen dubbelbestemming – waarde archeologie - opgenomen.

Figuur 17 Uitsnede archeologische waardekaart

Pagina 43 van 66

Voor het realiseren van het zonnepark hoeft de grond niet op grootschalige (en diepe) wijze geroerd te worden; de stellages worden op palen geplaatst. Daarnaast worden enkele omvormers/ transformatoren en hekwerk geplaatst. Gezien het feit dat het plangebied een lage archeologische verwachtingswaarde kent en de ingrepen in de ondergrond relatief klein zijn, zijn er geen nadelige gevolgen voor archeologische waarden te verwachten. Nader onderzoek is dan ook niet noodzakelijk.

4.2 Bedrijven en milieuzonering Zowel de ruimtelijke ordening als het milieubeleid stellen zich ten doel een goede kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Dit gebeurt onder andere door milieuzonering. Onder milieuzonering verstaan we het aanbrengen van een voldoende ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende bedrijven of inrichtingen enerzijds en milieugevoelige functies als wonen en recreëren anderzijds. De ruimtelijke scheiding bestaat meestal uit het aanhouden van een bepaalde afstand tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. Die onderlinge afstand moet groter zijn naarmate de milieubelastende functie het milieu sterker belast. Milieuzonering heeft twee doelen: • •

het voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar bij woningen en andere gevoelige functies; het bieden van voldoende zekerheid aan bedrijven dat zij hun activiteiten duurzaam onder aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen.

Voor het bepalen van de aan te houden afstanden wordt gewoonlijk de VNG-uitgave 'Bedrijven en Milieuzonering' uit 2009 gehanteerd, waarin richtafstanden voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar zijn opgenomen. De voorgenomen ontwikkeling van een zonnepark levert geen hinder of gevaar op voor omliggende gevoelige functies. Wel worden transformators en omvormers geplaatst. Deze worden echter niet op korte afstand van gevoelige functies geplaatst. In de VNG-uitgave ‘Bedrijven en milieuzonering’ valt dit onder de activiteit ‘elektriciteitsdistributiebedrijven met transformatorvermogen tussen de 10 en 100 MVA’. De grootste richtafstand is die van geluid en bedraagt 50 meter. Voor de omvormers is de vergelijking gemaakt met de activiteit ‘elektriciteitsdistributiebedrijven met transformatorvermogen tot 10 MVA’. Voor deze activiteit is in de richtafstanden tabel voor het aspect geluid 30 meter. In dit plan liggen de dichtstbijzijnde woningen op een grotere afstand (minimaal circa 100 meter). Hiermee wordt ruimschoots voldaan aan de richtafstanden.

4.3 Bodem Sinds 1 januari 2008 is in het Besluit Bodemkwaliteit (Bbk) vastgelegd hoe we in Nederland omgaan met het hergebruik van schone en licht verontreinigde grond en de bescherming van de bodem. Bij de verlening van een omgevingsvergunning in afwijking van het bestemmingsplan moet worden bepaald of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het toekomstige gebruik. In dit plan wordt geen bezoekerscentrum (of een andere ruimte waarin langdurig mensen verblijven) gerealiseerd. Met betrekking tot het plangebied zijn geen (historische) bodembedreigende activiteiten bekend. De Pagina 44 van 66

gronden zijn altijd agrarisch in gebruik geweest, zonder dat er bebouwing heeft gestaan. Aangenomen kan worden dat de bodemkwaliteit ter plaatse geen probleem zal opleveren voor de realisatie van het zonnepark.

4.4 Cultuurhistorie Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening moeten naast de in de grond aanwezige of te verwachten monumenten, ook cultuurhistorische waarden in het plangebied worden meegewogen bij een afwijkingsbesluit in het kader van de Wet ruimtelijke ordening. Met dit plan worden geen cultuurhistorische waarden gesloopt of aangetast. Er bevinden zich in het plangebied geen rijks- of gemeentelijke monumenten.

4.5 Ecologie De Wet natuurbescherming heeft als doel het voor de lange termijn beschermen van biodiversiteit. Sommige handelingen en ontwikkelingen kunnen de natuur schaden en zijn daarom krachtens de wet verboden. Is dat het geval dan moet er ontheffing worden aangevraagd voor het overtreden van een verbodsbepaling. Om te onderzoeken of er gevolgen zijn voor Flora en Fauna, is een toetsing aan de Wet natuurbescherming uitgevoerd in verband met de voorgenomen aanleg van het zonnepark te Raalte. Op basis van veldonderzoek (d.d. 25-6-2019) en bronnenonderzoek zijn de effecten van het zonnepark en beoordeeld of voor genoemd initiatief een ontheffing moet worden aangevraagd. De volledige natuurtoets is opgenomen in bijlage 4, hieronder wordt volstaan met de (deel)conclusie(s). Conclusie bescherming soorten Het plangebied biedt een potentieel habitat voor een aantal beschermde soorten. Hoewel er geen gerichte en uitgebreide veldinventarisatie heeft plaatsgevonden, is op basis van de beschikbare literatuurgegevens en eenmalig veldbezoek vastgesteld dat het terrein mogelijk van belang is voor enkele algemeen beschermde soorten met een landelijke vrijstelling en voor enkele soorten zonder deze vrijstelling. Voor veel soorten maakt het plangebied onderdeel uit van het leefgebied van de betreffende soort.

Gesteld kan worden dat voorgenomen ontwikkeling naar verwachting een positieve bijdrage kan leveren aan biotoopverbetering van beschermde soorten. Ten aanzien van beschermde soorten gelden de volgende aandachtspunten: Zoogdieren Negatieve effecten op steenmarter, boommarter en das worden niet verwacht (geen verblijfplaatsen of sporen gevonden), mits het plangebied ten allen tijden toegankelijk blijft. Door het hek 10 centimeter vanaf het maaiveld te laten beginnen en eventueel met faunapassages, kunnen steenmarter, boommarter, das en andere (kleinere) zoogdieren gebruik blijven maken van het plangebied.

Pagina 45 van 66

Vogels Voor alle beschermde inheemse (ook algemeen voorkomende) vogelsoorten geldt een verbod op handelingen die opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen. Daarnaast is het verboden vogels opzettelijk te storen, tenzij de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort. In veel situaties kan dit voorkomen worden door verstorende werkzaamheden buiten het broedseizoen uit te voeren. In de regel wordt 15 maart tot 15 juli aangehouden als broedperiode, maar omdat veel soorten ook laat of vroeg broeders zijn, moet deze datum niet al te strikt toegepast worden. Op de genoemde jaarrondsoorten als buizerd, ooievaar, kerkuil en steenuil worden negatieve effecten niet verwacht. Ook na de ontwikkeling van het zonnepark blijft het perceel toegankelijk voor deze soorten. Met de voorgenomen ontwikkelingen neemt mogelijk het prooiaanbod voor jaarrond soorten toe. Conclusie bescherming gebieden In de directe omgeving van het plangebied liggen diverse Natura 2000-gebieden. De aard van de voorgenomen werkzaamheden en ontwikkeling maakt dat de effecten uitsluitend tot het plangebied of de zeer directe zone eromheen beperkt blijven. Nadere toetsing wordt niet noodzakelijk geacht. Conclusie bescherming houtopstanden Er worden binnen het plangebied geen bomen gekapt.

Een nadere toetsing van houtopstanden is daarom niet noodzakelijk. Conclusie Natuurnetwerk Nederland Het plangebied maakt geen onderdeel uit van het NNN, wel grenst het aan de noordzijde aan het NNN. Met de voorgenomen werkzaamheden worden geen negatieve effecten verwacht op de wezenlijke waarden en kenmerken van het NNN. Van afname van areaal is geen sprake, tevens worden geen effecten verwacht die de wezenlijke waarden en kenmerken van het NNN significant aantasten. Een toetsing aan het NNN-beleid wordt daarom niet noodzakelijk geacht. Uitvoerbaarheid van de plannen Vanuit de eisen van het natuurbeleid NNN is het plan uitvoerbaar. Ook vanuit de Wet natuurbescherming is het plan uitvoerbaar met betrekking tot de onderdelen gebiedenbescherming, soorten en houtopstanden.

Pagina 46 van 66

4.6 Elektromagnetische straling Zowel bij de omvormers als de transformatoren zullen extreem laagfrequente elektromagnetische velden (ELF) vrijkomen. Voor elektromagnetische straling bij hoogspanningsmasten hanteert de overheid een voorzorgprincipe waarbij een grens wordt aangehouden van 0,4 micro Tesla (μT). De GGD-en adviseren om ook bij ander bronnen van ELF-EM velden, zoals onderstations en transformatorhuisjes, dit voorzorgsprincipe te hanteren. Vandaar het advies om dit voorzorgsprincipe ook te hanteren bij de ontwikkeling van een zonnepark door de afstand van een zonnepark tot woningen en gevoelige bestemmingen zodanig te laten zijn dat de magnetische veldsterkte bij de gevoelige bestemmingen niet boven de advieswaarde van 0,4 ìT komt. Gezien de relatief grote afstand (ruim 100 meter) van zowel omvormers als de transformatoren tot de dichtstbijzijnde burgerwoningen gebeurt dat hier niet.

4.7 Externe veiligheid 4.7.1 Algemeen Het beleid voor externe veiligheid is gericht op het verminderen en beheersen van risico's van zware ongevallen met gevaarlijke stoffen in inrichtingen en tijdens het transport. Het doel van het veiligheidsbeleid is zowel individuele burgers als groepen burgers een minimum beschermingsniveau te bieden tegen een ongeval met gevaarlijke stoffen. Om dit doel te bereiken verplicht het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) en het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) en op termijn ook het Besluit transportroutes externe veiligheid (Btev) gemeenten en provincies bij besluitvorming in het kader van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en de Wet op de ruimtelijke ordening afstand te houden tussen gevoelige objecten (zoals woningen) en risicovolle activiteiten. Geregeld is hoe gemeenten moeten omgaan met risico's voor mensen in de omgeving van een risicobron als gevolg van de aanwezigheid van gevaarlijke stoffen in de risicobron. Afstanden die aangehouden moeten worden, worden bepaald door het plaatsgebonden risico van een risicovolle activiteit. Het ijkpunt voor het groepsrisico wordt bepaald door een oriëntatiewaarde. De externe veiligheid van risicobronnen wordt uitgedrukt in het plaatsgebonden risico en het groepsrisico van de risicobron.

4.7.2 Onderzoek risicokaart Om in beeld te brengen of er in het plangebied of in de nabijheid daarvan risicobronnen aanwezig zijn, is de risicokaart geraadpleegd. Een uitsnede daarvan is weergegeven in onderstaande figuur.

Pagina 47 van 66

Figuur 18 Uitsnede risicokaart

Het plangebied ligt in een rood gebied. Dit betekent dat het plangebied in een gebied ligt met een kleine kans van een overstroming, binnen een beschermde zone. Het betreft hier de mogelijkheid op overstroming bij het doorbreken van dijken van bijvoorbeeld de IJssel of de Vecht. De kans dat dit gebied overstroomt is klein. Zelfs als dit gebeurt, zullen de gevolgen beperkt blijven (de zonnepanelen staan op minimaal 70 cm van de grond). Het plangebied ligt zo ver af van de risicobronnen, zodat externe veiligheid geen rol speelt. Daarnaast is een zonnepark geen gevoelig object of een inrichting dat zelf formeel een veiligheidscontour kent. Nader onderzoek is niet nodig. 4.7.3 Veiligheid overig Zoals hierboven beschreven is een zonnepark geen gevoelig object of inrichting dat formeel een veiligheidscontour kent. Wel betreft een zonnepark een inrichting dat energie in de vorm van elektriciteit opwekt en op het elektriciteitsnet levert. Om de veiligheid te waarborgen komt er een (transparant) hek rondom het zonnepark. Dit hekwerk is 1,8 meter hoog en staat op ruime afstand van de zonnepanelen waardoor personen niet bij de zonnepanelen kunnen. Daarnaast wordt het zonnepark niet openbaar toegankelijk, het park kan alleen via een afgesloten poort worden betreden voor regulier beheer en onderhoud.

Het park wordt geaard en ondergronds worden elektriciteitskabels (diepte 30-40 cm) aangelegd.

4.8 Geluid Het aspect geluid speelt een belangrijke rol in de omgevingskwaliteit. Ook is geluid van invloed op het welbevinden van mensen. Hierdoor komt het aspect geluid in veel verschillende wetten (met elk hun eigen reikwijdte) voor. Per 1 januari 2007 is de gewijzigde Wet geluidhinder (Wgh) in werking getreden. Hierin staat dat inzichtelijk moet worden gemaakt welke geluidsbronnen in het gebied aanwezig zijn en wat de geluidsbelasting is voor woningen en andere geluidsgevoelige bestemmingen zoals onderwijsgebouwen, ziekenhuizen en verpleeghuizen. Op basis van de Wet geluidhinder (Wgh) zijn er drie geluidsbronnen waarmee bij nieuwe ruimtelijke plannen rekening gehouden dient te worden: wegverkeer-, railverkeer- en industrielawaai. Artikel 76 Wgh verplicht er toe om bij ruimtelijke

Pagina 48 van 66

ontwikkelingen die betrekking hebben op gronden binnen een geluidzone over de geluidsbelasting van de gevel van geprojecteerde geluidsgevoelige bestemmingen de grenswaarden uit de Wgh in acht te nemen. Een zonnepark betreft geen geluidsgevoelige functie. Het zonnepark hoeft dan ook niet beschermd te worden tegen geluidsoverlast. Anderzijds moet worden beschouwd of het zonnepark niet voor geluidsoverlast zorgt op omliggende, geluidsgevoelige functies. In het plangebied worden zonnepanelen geplaatst. Deze zonnepanelen produceren geen geluid. Daarnaast worden er ook geen installaties opgenomen die een wezenlijke geluidsemissie veroorzaken waardoor nader onderzoek noodzakelijk is. De onderdelen die enig geluid produceren (zoals de omvormers en transformator) worden aan de randen van het zonnepark gesitueerd. Ze liggen hiermee op ruime afstand (ruim 100 meter) van de dichtstbijzijnde geluidsgevoelige bestemmingen (Kanaaldijk-Noord 1A). Een akoestisch onderzoek is dan ook niet noodzakelijk. Daarnaast is er, vanwege de hellende positie van de panelen, geen wezenlijke reflectie van omgevingsgeluid. Door de hellende positie kaatst geluid omhoog.

4.9 Lichtreflectie Van lichtreflectie is geen sprake. De panelen worden maximaal 1,8 meter hoog (boven maaiveld) en worden geplaatst onder een hoek van 15° - 35°. De panelen worden aan het zicht onttrokken door de landschappelijke inpassing. Hierdoor zal er geen reflectie zijn naar de omgeving van het park. Daarnaast geldt dat op 21 juli de zon op zijn hoogst staat en dan een instralingshoek heeft van 61,2°. Voor reflectie geldt voor gladde oppervlaktes, zoals zonnepanelen, dat de hoek van inval gelijk is aan de hoek van uitval. De panelen worden geplaatst onder een hoek van circa 25°. Omdat de panelen op het zuiden zijn gericht en de zon nooit vanuit het noorden zal invallen zal de reflectie nooit naar beneden zijn gericht. Het volgende voorbeeld (met een hellingshoek van 15°) illustreert dit; de hoek van inval op het paneel is 61,2° – 15° = 46,2° ten opzichte van het zonnepaneel. De hoek van uitval is dan ook 46,2° ten opzichte van het zonnepaneel. Hieruit blijkt dat de reflectie omhoog is gericht.

Figuur 19 Illustratie lichtreflectie

Pagina 49 van 66

4.10 Luchtkwaliteit Het wettelijk kader voor de luchtkwaliteit is sinds 2007 vastgelegd in hoofdstuk 5 van de Wet milieubeheer (Wm) en in de algemene maatregel van bestuur: ‘Niet in betekenende mate bijdragen’ (Besluit NIBM) en de ministeriële regeling NIBM (Regeling NIBM). In titel 5.2 van de Wm is het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) geregeld. In dit programma staat onder andere beschreven wanneer en hoe overschrijding van luchtkwaliteitsnormen moet worden aangepakt. In het programma wordt rekening gehouden met nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. Ontwikkelingen die binnen het programma passen hoeven niet te worden getoetst aan de luchtkwaliteitsnormen. Voor projecten die niet in betekende mate bijdragen aan luchtverontreiniging, hoeft geen onderzoek te worden gedaan naar de luchtkwaliteit. In de Regeling NIBM is een lijst met categorieën opgenomen die niet in betekende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging. Met het voorgenomen plan is geen sprake van een significante verkeersaantrekkende werking. Er vinden enkel verkeersbewegingen plaats in de aanleg- en ontmantelingsfase. In de gebruiksfase vindt alleen verkeer plaats die samenhangt met het beheer en onderhoud. Het voorgenomen plan draagt dan ook niet in betekenende mate bij aan de luchtverontreiniging.

4.11 Milieueffectrapportage In bijlage C en D van het Besluit m.e.r. is aangegeven welke activiteiten in het kader van het bestemmingsplan plan-m.e.r.-plichtig, project-m.e.r.-plichtig of m.e.r.-beoordelingsplichtig zijn. Voor deze activiteiten zijn in het Besluit m.e.r. drempelwaarden opgenomen. Daarnaast moet het bevoegd gezag bij de betreffende activiteiten die niet aan de bijbehorende drempelwaarden voldoen, na gaan of sprake kan zijn van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu, gelet op de omstandigheden als bedoeld in bijlage III van de EEGrichtlijn milieueffectbeoordeling. In bijlage 5 is een vormvrije m.e.r. beoordeling opgenomen. Hieruit blijkt dat er geen negatieve gevolgen m.b.t. milieu zijn.

4.12 Verkeer en parkeren Bij dit plan wordt agrarisch gebruikte gronden in gebruik genomen als zonnepark. Dit heeft geen grote gevolgen voor het verkeer en parkeren. Het zonnepark moet voornamelijk in de aanlegfase en in de ontmantelingsfase bereikt worden via de ontsluiting, en daarnaast alleen op heel beperkte schaal voor het beheer. Het zonnepark is niet openbaar toegankelijk. Zonnepark Kanaaldijk-Zuid Heino kan op een veilige manier (zonder overlast voor omwonenden) worden ontsloten. Er wordt aangesloten op de al aanwezige Kanaaldijk-Zuid. Het betreft een kleinschalige rechtstreekse, overzichtelijke, ontsluiting op het wegenstelsel, die past bij de schaal van de ontwikkeling. Bij de ingang van het park is (aan de binnenzijde) ruimte aanwezig voor het parkeren van twee voertuigen (voor het beheer en onderhoud).

Pagina 50 van 66

4.13 Stikstof Voor de aanleg van een zonnepark met nieuwe natuur en de ontmanteling van het zonnepark worden mobiele werktuigen ingezet en ontstaan tijdens de aanleg- en ontmantelingsfase tijdelijk extra vervoersbewegingen van verkeer naar de locatie. Deze mobiele werktuigen en verkeer stoten stikstof uit. De stikstofdepositie die ontstaat tijdens de aanleg- en ontmantelingsfase kan negatieve effecten hebben op de instandhoudingsdoelen van Natura 2000-gebieden. Om te onderzoeken of de realisatie van het zonnepark effecten heeft op omliggende Natura 2000-gebieden is een AERIUS-berekening uitgevoerd (opgenomen in bijlage 6). Uit de berekening blijkt dat de norm van 0.00 mol/ha/jaar niet overschreden wordt en het plan uitvoerbaar is.

4.14 Water 4.13.1 Watertoets In het kader van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) en het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is een watertoets verplicht bij gemeentelijke bestemmingsplannen en projectbesluiten. De watertoets is een procesinstrument, waarbij het waterschap en de initiatiefnemer (gemeente) onderlinge afstemming zoeken. 4.13.2 Relevant beleid Er zijn veel beleidstukken over water vastgesteld. Zowel de provincie, het waterschap als de gemeente stellen waterbeleid vast. De belangrijkste kaders zijn de Omgevingsverordening en –visie van de provincie Overijssel, het Waterbeheerplan 2016 – 2021 van het Waterschap Drents Overijsselse Delta, het gemeentelijk rioleringsplan en het Waterplan van de gemeente Raalte. 4.13.3 Invloed op de waterhuishouding Binnen het bestemmingsplan worden niet meer dan 10 wooneenheden gerealiseerd. Er vindt geen toename van het verharde oppervlak plaats. Het plangebied bevindt zich niet binnen een beekdal (ca. 1 km afstand), primair watergebied of een stedelijk watercorridor. Bij nieuwe bouwwerken is de minimale ontwateringsdiepte een belangrijk aandachtspunt. De minimale ontwateringsdiepte is de afstand tussen de gemiddelde hoogste grondwaterstand (GHG) en het maaiveld. Binnen het plangebied ligt geen beschermingszone van een hoofdwatergang of watergang van het Waterschap Drents Overijsselse Delta.

De functie van deze watergang(en) moet te allen tijde worden gegarandeerd. Hierbij wordt rekening gehouden met de beschermingszone van deze watergangen zoals in de Keur van het Waterschap Drents Overijsselse Delta beschreven. Met betrekking tot deze watergangen gelden de binnen de Keur van het Waterschap Drents Overijsselse Delta opgenomen gebods- en verbodsbepalingen. Voor werkzaamheden binnen de beschermingszone moet een Watervergunning worden aangevraagd bij het Waterschap Drents Overijsselse Delta. Voor het beheer

Pagina 51 van 66

en onderhoud geldt langs de watergang (vanaf de insteek) een obstakelvrije zone van 5 meter. Via een Watervergunning kan hiervan worden afgeweken. Voor het dempen van watergangen / sloten (ook die niet in beheer zijn bij het waterschap moet altijd een Watervergunning worden aangevraagd bij het Waterschap Drents Overijsselse Delta. In dit plan worden interne watergangen gedempt. Daarvoor is dan ook een separate vergunning aangevraagd. 4.13.4 Voorkeursbeleid hemel- en afvalwater Oppervlakkige afvoer naar de infiltratievoorziening en infiltratie via wadi's geniet daarbij de voorkeur. Als oppervlakkige infiltratie niet mogelijk is, is ondergrondse infiltratie via bijvoorbeeld een infiltratieriool (IT-riool) of infiltratiekratten een optie. Om wateroverlast te voorkomen moet een voorziening komen (infiltratie en/of berging) met als uitgangspunt een ontwerpeis van minimaal 20 mm per vierkante meter verhard oppervlak. 4.13.5 Watertoetsproces Het Waterschap Drents Overijsselse Delta is geïnformeerd over het plan. Er is een watertoets uitgevoerd en hebben gesprekken plaatsgevonden met het waterschap. Uit de digitale watertoets blijkt dat de normale procedure van kracht is. Op basis daarvan heeft het waterschap een uitgangspunten notitie opgesteld. Bestaande waterhuishouding Het plan ligt in het stroomgebied Sallandse weteringen.

Rond het plangebied liggen A- watergangen die in het beheer van het waterschap zijn. Het peilgebied heeft een maximumpeil van NAP + 1.60 m. Dit peil is de instelhoogte van het kunstwerk. Lokaal kunnen er verschillen optreden in het peil afhankelijk van de afstand tot de instelhoogte.

Pagina 52 van 66

Figuur 20 Kaartbeeld huidige waterhuishouding rond het plangebied

•

De hoogte van het maaiveld ligt gemiddeld op ongeveer NAP + 2,51 m.

•

De bodem (deklaag) bestaat voornamelijk uit zandgronden.

•

De maximale grondwaterstand ligt op 0 – 20 cm onder het maaiveld.

Onderstaand heeft het waterschap uitgangspunten opgenomen voor het plan op inrichtingsniveau. Per maatregel is beschreven op welke wijze hieraan invulling is gegeven. Watersystyeem Aanvoer van voldoende water, waarborg van de waterkwaliteit en ruimte voor water. •

Watergangen: Binnen het plangebied ligt een beschermingszone van een A-watergang van het Waterschap Drents Overijsselse Delta. De functie van deze watergang moet te allen tijde worden gegarandeerd. Hierbij wordt rekening gehouden met de beschermingszone van deze watergangen zoals in de Keur beschreven. Met betrekking tot deze watergangen gelden de binnen de Keur opgenomen gebods- en verbodsbepalingen. Voor werkzaamheden binnen de beschermingszone moet een Watervergunning worden aangevraagd bij het Waterschap Drents Overijsselse Delta. o A watergangen (>25l/s afvoer gedurende gemiddeld 1 tot 2 dagen per jaar): watergangen waar het waterschap verantwoordelijk is voor de inrichting en het onderhoud.

Pagina 53 van 66

•

Overige wateren: Voor het dempen van overige wateren (ook die niet in beheer zijn bij het waterschap) dient altijd een Watervergunning te worden aangevraagd bij het Waterschap Drents Overijsselse Delta. o C watergangen: hier zijn de grondgebruikers verantwoordelijk voor de inrichting en ze doen zelf het onderhoud. Er geldt geen onderhoudsverplichting en het waterschap houdt geen toezicht of onderhoud goed wordt uitgevoerd.

Relatie met het plan Aan de noordzijde van het plangebied wordt een onderhoudspad van halfverharding aangelegd en een hekwerk en enkele bouwwerken geplaatst binnen de beschermingszone van het Overijsselsch Kanaal. In overleg met het waterschap zijn deze bouwwerken akkoord bevonden. Wel dient voor de bouwwerken een separate watervergunning te worden aangevraagd. In eerste instantie waren er in het inrichtingsplan nog enkele bomen op de dijk opgenomen. In het kader van de veiligheid en stabiliteit van de dijk verleent het waterschap hieraan geen medewerking. Om die reden zijn er in het definitieve inrichtingsplan geen bomen opgenomen op de waterkering. Tenslotte worden er enkele kavelsloten gedempt. Voor het dempen van de kavelsloten, aanleg van het onderhoudspad en plaatsen van het hekwerk en bouwwerken is een watervergunning verleend. Waterveiligheid Beschermen van inwoners tegen overstromingen. Waarborgen van het veiligheidsniveau van dijken en beperken van gevolgen overstromingen door een waterrobuuste inrichting. •

Waterkeringen: In het plan ligt een overige kering. Met betrekking tot waterkeringen hanteert het waterschap een kernzone en verschillende beschermingszones. o De functie en stabiliteit van deze waterkering moet te allen tijde worden gegarandeerd. Binnen de Keur worden eisen gesteld met betrekking tot werkzaamheden binnen de (buiten)beschermingszone van de waterkering. Voor werkzaamheden binnen de (buiten)beschermingszone van de waterkering is een Watervergunning op grond van de Keur noodzakelijk.

Relatie met het plan Om de functie en stabiliteit van de waterkering langs het Overijsselsch Kanaal te garanderen, worden er geen maatregelen uitgevoerd die deze kunnen ondermijnen. In eerste instantie waren er in het inrichtingsplan nog enkele bomen op de dijk opgenomen. Dit brengt in het geval van harde wind risico’s met zich mee wanneer deze bomen omwaaien. Ontwortelde bomen kunnen zorgen voor instabiliteit aan de waterkering. Om dit te voorkomen worden géén extra bomen langs het kanaal aangeplant. Waterkwaliteit Het watersysteem wordt zo ontworpen dat het geen risico’s voor de volksgezondheid creëert en voldoende schoon is voor mensen, planten en dieren.

Pagina 54 van 66

•

Kwaliteit afvoer hemelwater: Schoon hemelwater (bijvoorbeeld vanaf dakoppervlakken) kan direct worden afgevoerd naar oppervlaktewater. Speciale aandacht wordt besteed aan duurzaam bouwen en een duurzaam gebruik van de openbare ruimte om een goede kwaliteit van het afgekoppelde hemelwater te garanderen. Licht vervuilde hemelwater (bijvoorbeeld van een woonstraat) wordt via een bodempassage geloosd op het oppervlaktewater.

•

Doorspoeling oppervlaktewater: Geïsoleerde vijverpartijen of watergangen worden vermeden. Het watersysteem wordt ontworpen met aandacht voor doorspoeling.

•

Microverontreiniging: Er worden geen materialen gebruikt die een verontreiniging van het oppervlaktewater met zich meebrengen. Metalen, zoals lood, koper of zink mogen niet worden gebruikt. Bij onderhoud aan de panelen dient aandacht te worden besteed aan de te gebruiken schoonmaakmiddelen. De middelen mogen niet tot verontreiniging van het oppervlaktewater leiden.

Relatie met het plan Er wordt geen hemelwater afgevoerd; de ondergrond van het zonnepark zal namelijk niet worden verhard. Hemelwater dat op de zonnepanelen valt zal tussen de panelen door (tussen elke twee panelen zit een spleet van circa 2 cm) in de bodem infiltreren. Daarnaast worden enkele bouwwerken geplaatst maar deze zijn van geringe omvang en ook hiervoor geldt dat hemelwater direct ernaast in de grond kan infiltreren. Er worden geen geïsoleerde vijverpartijen of watergangen aangelegd. In de panelen of stellages worden geen uitloogbare materialen gebruikt. Doordat het in Nederland regelmatig regent reinigen de zonnepanelen zich (door middel van hemelwater) grotendeels zelf. In gevallen wanneer de panelen toch extra gereinigd moeten worden om de opbrengst te behouden, worden geen (chemische) schoonmaakmiddelen gebruikt die leiden tot een verontreiniging van het oppervlaktewater. Externe werking ruimtelijk plan Beschermen en handhaven grond- en oppervlaktewatersysteem om nadelige gevolgen op de omgeving te voorkomen. •

Peilbeheer grasland: Het plan ligt in een agrarisch gebied met grasland. Het peilbeheer in graslanden kent hogere waterstanden dan bij akkerbouw. In extreme neerslagsituaties kan op grasland/maïsland groter dan 1/10 jaar wateroverlast optreden en op akkerbouwgebieden groter dan 1/25 jaar wateroverlast optreden. Het peilbeheer is hierop aangepast, dus houd rekening met deze hogere waterstanden o.a. bij de bouw van de trafo/converter-omkasting (extra hoog aanleggen of waterdicht maken).

•

Verdroging / vernatting: Het waterschap gaat bij het plan uit van het bestaande grond- en oppervlaktewaterregime.

Pagina 55 van 66

Relatie met het plan In het onderhavige plan worden zonnepanelen, een beheerdersschuur, enkele transformatoren en een inkoopstation geplaatst. De panelen worden op stellages geplaatst en de kabels in de grond gelegd. De bouwwerken worden op dusdanige wijze geplaatst dat water geen hinder of gevaarlijke situaties kan opleveren. In het plan wordt geen peil verhoogd of verlaagd; het bestaande grond- en oppervlaktewater regime geeft geen problemen voor de realisatie van het plan. Beheer en onderhoud Het beheer en onderhoud is erop gericht om de waterhuishouding op orde te houden. Het betreft zowel waterkwantiteit, waterkwaliteit en waterbeleving. De inrichting van het gebied dient zodanig te zijn, dat het beheer en onderhoud van het watersysteem op efficiënte en effectieve wijze mogelijk is. Bij nieuw aan te leggen water vindt er overleg plaats met het waterschap. •

Wijze van onderhoud watersysteem: Er wordt rekening gehouden met de wijze van onderhoud (varend of vanaf de kant) en de daarbij geldende voorwaarden. Voor werkzaamheden binnen de aangegeven zones van het waterschap is een vergunning op grond van de Waterwet noodzakelijk. o Rijdend onderhoud vanaf de kant: Bij onderhoud vanaf de kant geldt een obstakelvrije zone van 5 m vanaf de boveninsteek van de watergang.

•

Toegankelijkheid van water: alle wateren die een functie hebben in de waterhuishouding (afvoer, aanvoer of berging) liggen in openbaar gebied. Het waterschap beheert deze wateren als ze voldoen aan de criteria uit de keur.

•

Wijze van onderhoud waterkeringen: Er wordt rekening gehouden met de wijze van onderhoud en de daarbij geldende voorwaarden. Vanuit beheer en onderhoud zijn er bepaalde uitgangspunten voor de inrichting van het waterstaatswerk. o Toegankelijkheid: De kering en percelen op de kering moeten ten alle tijden bereikbaar zijn, zodat de schouw plaats kan vinden, schade herstelt kan worden en er gemaaid kan worden. Als er een hek geplaatst wordt zal deze een breedte moeten hebben van 4 m. o Rijdend onderhoud op het waterstaatswerk: Bij onderhoud van de kering geldt een obstakelvrije zone op de kering en de onderhoudsstroken van de kering. Rijdend onderhoud is mogelijk vanaf een helling van 1 op 3 of flauwer. Het maaisel moet op een logisch plek kunnen worden neergelegd, zoals op een onderhoudsstrook aan de onderzijde van de waterkering.

Relatie met het plan De zuidelijk gelegen watergang wordt door het waterschap onderhouden vanaf de kant. Om die reden wordt er geen beplanting aangeplant binnen de 5 meter onderhoudsstrook van het waterschap. Beheer en onderhoud wordt dus niet belemmerd door de aanleg van de losse landschappelijke haag. Voor de waterkering langs het Overijsselsch Kanaal geldt dat afstemming met het waterschap heeft plaatsgevonden over het plaatsen van het hekwerk en de bouwwerken. Het waterschap heeft

Pagina 56 van 66

aangegeven dat dit mogelijk is maar hiervoor wel een separate watervergunning dient te worden afgegeven. Separaat aan de procedure voor deze omgevingsvergunning in afwijking van het bestemmingsplan, is een watervergunning aangevraagd en door het waterschap ook verleend. 4.13.6 Overstromingsrisicoparagraaf Het plangebied ligt in een ‘Overstroombaar gebied’. Onder overstroombaar gebied verstaan we gebieden die normaal gesproken niet onder water staan, maar kunnen overstromen (tijdelijk onder water staan) als gevolg van een extreme gebeurtenis. Het gaat zowel om buitendijkse gebieden die bij hoogwater overstromen (bijvoorbeeld uiterwaarden) als om de beschermde gebieden achter de dijk (binnendijkse gebieden) die alleen bij een calamiteit onder water komen te staan. Volgens de viewer van de provincie Overijssel ligt het plangebied in overstroombaar gebied:

Figuur 21 Uitsnede kaart watergebiedreserveringen, Omgevingsvisie provincie Overijssel

Ruimtelijke plannen die betrekking hebben op het ‘Overstroombaar gebied’ voorzien alleen in nieuwe stedelijke functies binnen deze gebieden als in het betreffende plan zodanige voorwaarden worden gesteld dat de veiligheid ook al lange termijn voldoende is gewaarborgd. De toelichting op ruimtelijke plannen die betrekking hebben op deze gebieden, voorzien in een overstromingsrisicoparagraaf die inzicht biedt in: • •

De risico’s bij overstroming. De maatregelen en de voorzieningen die worden getroffen om deze risico’s te voorkomen dan wel te beperken.

Dit plan betreft de realisatie van een zonnepark. Hierbij worden zonnepanelen op stellages geplaatst. De onderzijde van de zonnepanelen worden op circa 70 cm hoogte geplaatst. De kabels en omvormers zijn van dusdanige kwaliteit dat deze tegen water kunnen. De kabels liggen immers in de grond en de omvormers hangen onder de panelen/staan in diverse bouwwerken. Een eventuele overstroming zal dan ook geen gevaarlijke situaties opleveren. Daarnaast is er geen sprake van een gevoelige functie. In tegenstelling, het betreft een extensieve functie. In geval van overstroming zullen er dan ook geen mensen hoeven te worden geëvacueerd.

Pagina 57 van 66

6. Uitvoerbaarheid 6.1 Maatschappelijke uitvoerbaarheid Vooroverleg In het kader van het overleg ex artikel 3.1.1.Bro en artikel 6.18 Bor moet een projectafwijkingsbesluit aan verschillende overheidsinstanties voorgelegd worden. Hierna een korte samenvatting. Waterschap Drents Overijsselse Delta Vooroverleg met het Waterschap heeft plaatsgevonden op 9 januari 2020. Met het vrijhouden van de beheersstrook aan de zuidzijde en niet bouwen van objecten binnen de 20 meter zone aan de noordzijde, zijn er geen problemen te verwachten. De bestemming en de grootte van het plan hebben geen invloed op de waterhuishouding en de afvalwaterketen. Waterschap Drents Overijsselse Delta geeft een positief wateradvies. Provincie Overijssel De provincie Overijssel heeft aangegeven dat het plan bijdraagt aan het provinciale ruimtelijk beleid. Als het plan ongewijzigd in procedure wordt gebracht zien zij vanuit het provinciale belang geen beletselen voor het verdere vervolg van de procedure. Hiermee is, voor zover het de provinciale diensten betreft, voldaan aan het ambtelijke vooroverleg als bedoeld in het Besluit ruimtelijke ordening. Veiligheidsregio IJsselland Vooroverleg met de Veiligheidsregio IJsselland is niet noodzakelijk, omdat externe veiligheid hier geen rol speelt.

Inspraak In het licht van de nieuwe omgevingswet en gemeentelijk beleid is het van belang het plan voor het zonnepark op een gedegen wijze vorm te geven. Dit betekent dat in vroegtijdig stadium reeds in overleg moet worden gegaan met omwonenden en andere belanghebbenden. Ook acht de gemeente Raalte het van belang dat lasten en lusten een eerlijke verdeling krijgen. Zij die ‘hinder’ van het zonnepark ondervinden, zouden om die reden ook moeten kunnen meedelen in opbrengsten. In paragraaf 3.4.3 is nader ingegaan op de wijze waarop het plan tot stand is gekomen. Zienswijzen De ontwerp omgevingsvergunning wordt voor de duur van zes weken voor zienswijzen ter inzage gelegd. Na deze termijn wordt het resultaat van de terinzagelegging in deze ruimtelijke onderbouwing weergegeven.

6.2 Economische uitvoerbaarheid In het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is vastgelegd dat ruimtelijke plannen economisch uitvoerbaar moeten zijn. De gemeente Raalte heeft een ontwikkelingsovereenkomst met de aanvrager(s) gesloten,

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Raalte&id=ac200d75-7453-4293-a31c-f6bb5d104e09