CConstaterende datRaalte
Koppel je AI →
Document · PDF

Ruimtelijke onderbouwing

Raadsvergadering 14 maart 2024, gemeente RaalteBij agendapunt: Vaststellen Wijzigingsvergunningen zonnepark Kanaaldijk Zuid: ontwerpverklaring van geen bedenkingen (bespreekstuk)17.331 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Ruimtelijke onderbouwing zonnepark Kanaaldijk-Zuid Heino (deel West)

Datum: april 2020

PowerField Realisatie en Exploitatie B.V. Veerdijk 40-D 1531 MS Wormer www.powerfield.nl T: +31 (0) 84 430 0038 F: +31 (0) 84 742 2626 E: info@powerfield.nl

Disclaimer Dit document bevat betrouwbare informatie en is uitsluitend bestemd voor de geadresseerde. Niets uit dit document mag zonder toestemming van PowerField worden gereproduceerd, gekopieerd, of worden doorgestuurd. PowerField B.V. heeft dit document samengesteld met de grootste zorgvuldigheid, aan de inhoud van dit document worden geen garanties verleend.

©PowerField Realisatie en Exploitatie B.V.

Pagina 2 van 66

Inhoudsopgave INHOUDSOPGAVE ............................................................................................................................................. 3 1. INLEIDING ................................................................................................................................................... 5 1.1 AANLEIDING 5 1.2 GELDEND PLANOLOGISCH REGIME 5 1.3 AFWIJKING VAN HET BESTEMMINGSPLAN 6 1.4 PLANMETHODIEK EN VERBEELDING 7 2. PROJECTOMSCHRIJVING ........................................................................................................................ 8 2.1 BESCHRIJVING HUIDIGE SITUATIE PLANGEBIED ........................................................................................................ 8 2.1.1 LIGGING PLANGEBIED IN DE OMGEVING .................................................................................................................. 8 2.1.2 HUIDIG GEBRUIK GRONDEN IN PLANGEBIED .......................................................................................................... 9 2.2 HET VOORGENOMEN PLAN ............................................................................................................................................ 9 2.2.1 INITIATIEF VOOR EEN ZONNEPARK IN DE GEMEENTE RAALTE ...........................................................................

9 2.2.2 (RUIMTELIJKE) MOTIVATIE LOCATIEKEUZE ........................................................................................................... 9 2.2.3 INRICHTINGSPLAN ZONNEPARK KANAALDIJK-ZUID HEINO .............................................................................. 12 2.2.4 CIJFERS ZONNEPARK ................................................................................................................................................. 14 2.3.5 BOUW .......................................................................................................................................................................... 14 2.3.6 OPERATIONEEL ......................................................................................................................................................... 14 2.3.7 LOOPTIJD .................................................................................................................................................................... 15 2.3.8 FINANCIERING ........................................................................................................................................................... 15 2.3.9 LOKALE PARTICIPATIE ............................................................................................................................................. 15 3.

BELEIDSANALYSE .................................................................................................................................. 17 3.1 EUROPEES BELEID 17 3.2 RIJKSBELEID 18 3.2.1 STRUCTUURVISIE INFRASTRUCTUUR EN RUIMTE................................................................................................ 18 3.2.2.BARRO EN BRO .......................................................................................................................................................... 18 3.2.3 ENERGIEAKKOORD VOOR DUURZAME GROEI ........................................................................................................ 19 3.2.4. WATER....................................................................................................................................................................... 19 3.2.5 WET NATUURBESCHERMING ................................................................................................................................... 21 3.3 PROVINCIAAL BELEID 21 3.3.1 OMGEVINGSVISIE PROVINCIE OVERIJSSEL ............................................................................................................ 21 3.3.2 HANDREIKING KWALITEITSIMPULS ZONNEVELDEN ...........................................................................................

22 3.3.2 OMGEVINGSVERORDENING PROVINCIE OVERIJSSEL ........................................................................................... 30 3.3.4 OMGEVINGSVISIE – REGIONAAL WATERPLAN ..................................................................................................... 31 3.4 GEMEENTELIJK BELEID 32 3.4.1 STRUCTUURVISIE 2025+ ........................................................................................................................................ 32 3.4.3 RICHTLIJNEN ZONNEPARKEN BUITENGEBIED GEMEENTE RAALTE .................................................................. 33 3.4.4 LANDSCHAPSONTWIKKELINGSPLAN (LOP) ......................................................................................................... 39

Pagina 3 van 66

3.4.5 WELSTAND ................................................................................................................................................................. 41 3.4.6 ROALTER AKKOORD 2018-2022 .......................................................................................................................... 42 4. ONDERZOEKEN .......................................................................................................................................... 43 4.1 ARCHEOLOGIE 43 4.2 BEDRIJVEN EN MILIEUZONERING 44 4.3 BODEM 44 4.4 CULTUURHISTORIE 45 4.5 ECOLOGIE 45 4.6 ELEKTROMAGNETISCHE STRALING 47 4.7 EXTERNE VEILIGHEID 47 4.8 GELUID 48 4.9 LICHTREFLECTIE 49 4.10 LUCHTKWALITEIT 50 4.11 MILIEUEFFECTRAPPORTAGE 50 4.12 VERKEER EN PARKEREN 50 4.13 STIKSTOF 51 4.14 WATER 51 6. UITVOERBAARHEID................................................................................................................................. 58 6.1 MAATSCHAPPELIJKE UITVOERBAARHEID 58 6.2 ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID 58 BIJLAGEN ..........................................................................................................................................................

60 BIJLAGE 1 – INRICHTINGSPLAN 61 BIJLAGE 2 – PARTICIPATIEPLAN 62 BIJLAGE 3 – ADVIES HET OVERSTICHT 63 BIJLAGE 4 – TOETS WET NATUURBESCHERMING 64 BIJLAGE 5 – VORMVRIJE M.E.R.-BEOORDELING 65 BIJLAGE 6 – STIKSTOFPARAGRAAF EN AERIUS BEREKENING 66

Pagina 4 van 66

1. Inleiding 1.1 Aanleiding De Nederlandse overheid heeft een grote ambitie op het gebied van duurzaamheid. In het Energieakkoord is afgesproken dat het aandeel hernieuwbare energieopwekking in 2020 14% moet zijn, en in 2023 16%. Ook de provincie Overijssel wil in 2020 het doel bereiken om 20% nieuwe energie uit biomassa, bodem, wind en zon te halen. Daarom biedt de provincie de mogelijkheid om in het buitengebied tijdelijke zelfstandige opstellingen van zonnepanelen te realiseren. Het gaat daarbij om opstellingen van zonnepanelen voor een periode van 25 jaar op een manier die omkeerbaar is en waarbij de oorspronkelijke bestemming gehandhaafd blijft. Ook de gemeente Raalte stimuleert de opwekking van duurzame energie en heeft hiertoe ook specifiek beleid opgesteld. PowerField is gevestigd in Wormer en Groningen en realiseert grondgebonden zonneparken. In deze zonneparken wordt duurzame elektriciteit opgewekt, waarmee wordt bijgedragen aan het behalen van de overheidsdoelstellingen op dit gebied. PowerField heeft het initiatief genomen om een grondgebonden zonnepark van bruto circa 14 hectare groot te realiseren aan de Kanaaldijk-Zuid te Heino. In het kader van het verdelen van de lusten en de lasten stelt PowerField een groot gedeelte van het park ter beschikking voor lokaal eigenaarschap. Het zonnepark is grofweg op te delen in vier delen.

De twee westelijke delen betreffen ‘zonnepark West’ en de twee oostelijke deel betreffen ‘zonnepark Oost’. PowerField wil het mogelijk maken dat de lokale omgeving eigenaar wordt van het westelijk gedeelte van het zonnepark. Hiertoe is een participatieplan opgesteld. Er is een landschappelijk inrichtingsplan en participatieplan voor beide plangebieden gezamenlijk ontwikkeld. Ook zijn de benodigde onderzoeken (bijvoorbeeld de Natuurtoets, AERIUS-berekening, watertoets) uitgevoerd voor het totale plangebied; ruimtelijk gezien betreft het dan ook één zonnepark. Ondanks dat er twee separate planologische procedures worden gevolgd, dienen de plannen dus wel in gezamenlijkheid bekeken te worden. De voorliggende ruimtelijke onderbouwing met bijbehorende documenten geldt voor het westelijke deel. Deze ruimtelijke onderbouwing is nagenoeg gelijk aan die van het oostelijke deel. De locatie is zorgvuldig gekozen en wordt door aanvullende maatregelen landschappelijk ingepast. Door het realiseren van dit zonnepark wordt een deel van de opgave naar een duurzame energievoorziening in Raalte ingevuld.

1.2 Geldend planologisch regime Voor het plangebied geldt het bestemmingsplan ‘Buitengebied Raalte geconsolideerd (25-2-2016)’. Een uitsnede van de plankaart is opgenomen in afbeelding 1. Het perceel heeft in dit plan de

Pagina 5 van 66

bestemming ‘Enkelbestemming Agrarisch met waarden - Landschapswaarden‘. De ontwikkeling van het zonnepark is niet mogelijk binnen de geldende planologische kaders voor het Buitengebied.

Figuur 1 Uitsnede verbeelding geldend bestemmingsplan (bron: www.ruimtelijkeplannen.nl)

1.3 Afwijking van het bestemmingsplan Voor de gevallen, waarbij buitenplans afwijken van het bestemmingsplan op grond van artikel 2.12, eerste lid, sub a, onder 1°of 2° Wabo niet mogelijk is, biedt artikel 2.12, eerste lid, sub a, onder 3 Wabo de mogelijkheid om van het bestemmingsplan af te wijken met omgevingsvergunning als de activiteit niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening en de motivering van het besluit een goede ruimtelijke onderbouwing bevat. In deze ruimtelijke onderbouwing komen alle relevante aspecten vanuit de ruimtelijke ordening voor dit project aan de orde en toont aan dat het project in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening. De ontwikkeling valt niet onder de ‘lijst met categorieën van gevallen waarvoor geen vvgb nodig is’, die door de gemeenteraad is vastgesteld. Voordat het college een besluit kan nemen moet de gemeenteraad een ‘verklaring van geen bedenkingen’ (vvgb) afgeven. Deze ontwerp vvgb wordt tegelijkertijd met de ontwerp omgevingsvergunning ter inzage gelegd.

Pagina 6 van 66

De gemeente heeft specifiek beleid opgesteld met betrekking tot zonneparken, waarop in hoofdstuk 3 nader wordt ingegaan. Ook moet een inrichtingsplan worden opgesteld. Het project afwijkingsbesluit moet aan een goede ruimtelijke ordening voldoen. De aanvraag gaat daartoe vergezeld van deze ruimtelijke onderbouwing.

1.4 Planmethodiek en verbeelding Volgens de Wet ruimtelijke ordening en het Besluit ruimtelijke ordening is een analoog en digitaal besluitvlak van het projectgebied gemaakt. Er zijn geen bouw- en gebruiksregels opgesteld voor dit plan. De omgevingsvergunning (het besluit) - inclusief deze ruimtelijke onderbouwing - vormen namelijk het directe kader voor het plan.

Pagina 7 van 66

2. Projectomschrijving 2.1 Beschrijving huidige situatie plangebied 2.1.1 Ligging plangebied in de omgeving Het projectgebied van het zonnepark (zie onderstaande figuur) ligt tegen de noordgrens van de gemeente Raalte en ten noorden van Heino. Aan de noordzijde wordt het begrensd door de KanaaldijkZuid (grotendeels zandweg) en het Overijsselsch Kanaal. Aan de westzijde van het plangebied bevinden zich enkele woningen waarvan de dichtstbijzijnde (Kanaaldijk Zuid 4) zich op circa 70 meter afstand bevindt. Deze woning wordt omzoomd door forse bosschages. Deze bosschages belemmeren grotendeels het zicht op het plangebied vanaf de andere woningen (Kanaaldijk Zuid 2 en 3). Aan de zuid- en oostzijde worden de percelen begrensd door een watergang. Aangrenzend aan het plangebied liggen andere agrarische percelen. Zoals in de aanleiding beschreven zal het zonnepark, in het kader van het delen van de lusten en de lasten, in twee delen worden gesplitst; een westelijk deel en oostelijk deel.

Contouren westelijk deel

Contouren oostelijk deel

Figuur 2 Luchtfoto van de locatie & omgeving

Pagina 8 van 66

De totale oppervlakte van het plangebied betreft circa 14 hectare. In de tabel hierna zijn de kadastrale adressen met bijbehorende oppervlaktes weergegeven. Kadastraal

Oppervlak (Ha)

Heino I 241 (zonnepark deel west)

3,80

Heino I 270 (zonnepark deel west)

3,47

Heino I 271 (zonnepark deel oost)

6,94

Totaal

14,19

Niet het gehele plangebied zal worden ingericht als zonnepark. Zo zullen er onderhoudspaden worden en landschappelijke inpassing worden aangelegd. Daarnaast wordt een gedeelte aan de westzijde van het plangebied niet als zonnepark ingericht. Dit gebied wordt extensief beheerd. 2.1.2 Huidig gebruik gronden in plangebied De percelen die deel uitmaken van het plangebied zijn momenteel grotendeels agrarisch in gebruik. Het betreffen gronden gelegen in een beekdalgebied. Deze gronden zijn van oorsprong natter van aard, waardoor het landbouwkundig gezien niet de beste grond is. 2.2 Het voorgenomen plan In deze paragraaf wordt het plan voor het grondgebonden zonnepark uiteengezet. Voor het plan is ook een inrichtingsplan opgesteld. Deze is apart bijgevoegd in bijlage 1. 2.2.1 Initiatief voor een zonnepark in de gemeente Raalte PowerField heeft het initiatief genomen om in de gemeente Raalte een zonnepark te realiseren. Het realiseren van zonneparken is noodzakelijk om de genoemde overheidsdoelstellingen te behalen. Het alleen toestaan van zonnepanelen op daken is namelijk niet voldoende. Er zijn diverse redenen waarom daken niet geschikt zijn. Ook zijn er nog vele ogenschijnlijk geschikte daken die uiteindelijk toch niet geschikt blijken te zijn.

Dit zijn bijvoorbeeld esthetische bezwaren, de aanwezigheid van rieten daken, constructie technische bezwaren, een te klein dakoppervlak en hinderlijke schaduw. Naast zonnepanelen op daken en andere mogelijkheden voor het opwekken van duurzame energie zoals windturbines, kan dit ook gedaan worden door zonneparken. Met een zonnepark wordt duurzame elektriciteit opgewekt, waarmee wordt bijgedragen aan het behalen van de overheidsdoelstellingen op dit gebied. Onder de kop ‘impact zonnepark Raalte’ wordt hier nader op ingegaan. 2.2.2 (Ruimtelijke) motivatie locatiekeuze Niet iedere locatie is geschikt voor een zonnepark. PowerField onderzoekt daartoe vele locaties op haalbaarheid. Daarbij worden locaties in het licht van de volgende aspecten bekeken: 1. beleid 2. landschappelijke context 3. omgevingsaspecten

Pagina 9 van 66

Ad 1. Beleid Uit de beleidsanalyse in hoofdstuk 3 blijkt dat het zonnepark past binnen vigerend beleid. Ad 2. Landschappelijke context Een tweede belangrijke factor is de landschappelijke context waarin het zonnepark zich bevindt. Daarbij wordt gekeken naar de ligging in het type landschap en hoe het zonnepark landschappelijk in te passen is. Het plangebied ligt in een laag gelegen open agrarisch landschap naast het Overijsselsch kanaal. Deze lage ligging grootschaligheid van het landschap maakt dat hier ook een zonnepark bij past. In afbeelding 4 is de hoogtekaart opgenomen. Uit de hoogtekaart is op te maken dat het plangebied lager ligt dan de omgeving en grotendeels uit nattere gronden bestaat. De Kanaaldijk-zuid zelf ligt circa 1 meter hoger dan de gronden. Hierdoor zullen de zonnepanelen (uitgaande van een maximale hoogte van 180 cm) slechts circa 80 cm boven de Kanaaldijk-zuid uitsteken.

Figuur 3 Hoogtekaart, waaruit blijkt dat de gronden relatief laag ten opzichte van de omgeving liggen.

Aan de noordzijde staan bomen in een groensingel. Deze geven geen hinderlijke schaduw en maken daarnaast onderdeel uit van de landschappelijke inpassing van het zonnepark aan deze zijde. Aan de westzijde van het plangebied is een door bos omzoomde woning aanwezig. Dit bos belemmert grotendeels het zich op het zonnepark vanaf de westzijde.

Pagina 10 van 66

De geruime afstand van het zonnepark tot woningen aan de zuidzijde (Haarweg, Haarsmaatweg, Hillebrandsweg) maakt dat het zonnepark minder impact op het uitzicht vanaf die zijde heeft. Vanaf deze erven zullen de zonnepanelen met een geringe hoogte (bovenkant panelen 1,8 meter hoog) in de verte niet heel veel impact hebben; de horizon met bomen blijft grotendeels intact.

Figuur 4 Zicht vanaf Kanaaldijk Zuid richting plangebied

Figuur 5 Zicht vanaf Haarweg richting plangebied, door de geringe hoogte van de panelen blijft de groene horizon van bomen behouden

Pagina 11 van 66

Ad 3. Omgevingsaspecten Een derde aspect betreft de verschillende omgevingsaspecten. Een van de belangrijkste uitgangspunten voor een locatie betreft eventuele overlast voor omwonenden, hierboven al kort aangehaald. In onderhavige locatie bevinden zich geen woningen op korte afstand die nu vrij uitzicht hebben op de gronden. De woning die het meest dichtbij staat is de Kanaaldijk-Zuid 4 en Kanaaldijk Noord 1A, op circa 50-70 meter. Kanaaldijk-Zuid 4 wordt omzoomd door bos en heeft daardoor geen zicht op het plangebied. Dit bos belemmert daarnaast (grotendeels) het zicht op het plangebied vanaf de Kanaaldijk Zuid 2 en 3. De woningen aan de Haarsmaatweg 3, Slikkebaardweg 3, Hillebrandsweg 1 en Haarweg 21 staan op een afstand van circa 320-400 meter. Door deze ruime afstand is het zonnepark landschappelijk goed in te passen en zal er geen hinder ontstaan. Daarnaast dient het zonnepark geen negatieve gevolgen te hebben voor flora en fauna. Hiertoe is een quickscan Flora en Fauna worden opgesteld. Op de volledige omgevingsaspecten wordt nader ingegaan in hoofdstuk 5. 2.2.3 Inrichtingsplan zonnepark Kanaaldijk-Zuid Heino Uiteraard hoort bij de realisatie van een zonnepark een goed inrichtingsplan. De input voor dit inrichtingsplan wordt gevonden in de kenmerken van het landschap waarin het staat, bodemtype, recreatieve betekenis en uiteraard in overleg met omwonenden.

Niet de gehele oppervlakte wordt ingericht als zonnepark. Zo zijn er onderhoudspaden en watergangen. Een gedeelte van de agrarische gronden blijven intact en worden extensief beheerd. Daarnaast wordt een groot gedeelte van de gronden ingericht als natuur. Ten behoeve van het beheer en onderhoud van het zonnepark en de ondergrond en omliggende groenstructuren, wordt een tijdelijke beheerdersschuur met een oppervlakte van circa 60 m² (lengte 10 meter, breedte 6 meter en neergezet. Hierin worden tevens reserveonderdelen bewaard. Deze blijft enkel staan tijdens de exploitatie van het zonnepark en zal nadien, samen met de panelen, worden opgeruimd. Om de tijdelijke schuur, net als de omvormers en transformator zo min mogelijk op te laten vallen, worden deze aan de noordzijde geplaatst. Daarnaast zal de schuur een landelijke uitstraling hebben door deze in een landelijke kleur te plaatsen en bedraagt de (nok)hoogte maximaal 3 meter. Hierdoor is de beheerdersschuur ook vanaf de zuidzijde van het plangebied niet zichtbaar. Het inrichtingsplan met een uitgebreide toelichting hierop is bijgevoegd in bijlage 1. Een weergave van het inrichtingsplan is opgenomen in onderstaande figuur.

Pagina 12 van 66

0

100

200 meter

Figuur 6 Inrichtingsplan zonnepark Kanaaldijk-Zuid Heino

Hekwerk Het zonnepark moet, verzekeringstechnisch, worden omsloten met een hekwerk. Door te kiezen voor een grofmazig hekwerk ontstaat een transparant beeld. Hierdoor blijft het open beeld behouden en is het hekwerk vrijwel niet zichtbaar vanaf grotere afstand (zie onderstaande figuren acht en negen). Het hekwerk zal ongeveer even hoog zijn dan de panelen (2 meter) en zal op 10 cm van de grond worden geplaatst zodat klein wild in en uit het zonnepark kan migreren. Daarnaast worden de watergangen in noord-zuid richting tussen de verschillende percelen zonnepanelen, vrij gehouden van hekwerken. Hierdoor kan klein én groot wild (reeën) in noord-zuid richting passeren en vormt het zonnepark geen blokkade.

Figuur 7 Voorbeeld hekwerk

Figuur 8 Voorbeeld hekwerk

Pagina 13 van 66

Het park wordt aan de noordzijde, via de Kanaaldijk-Zuid, ontsloten. Hier komt een afgesloten poort in het hekwerk. Bij deze entree van het park worden aan de binnenzijde twee parkeerplaatsen gerealiseerd. Daarnaast komt er een transformatorstation. Vanaf het transformatorstation wordt opgewekte stroom via een ondergrondse kabel aangesloten op het elektriciteitsnet.

2.2.4 Cijfers zonnepark Het voornemen is om hier voor een periode van 25 jaar een zonnepark te exploiteren van bruto 14 hectare. Een zonnepark van een dergelijk omvang kan jaarlijks 13 MWh aan groene energie opwekken, dit staat gelijk aan het verbruik van circa 4.000 gemiddelde Nederlandse huishoudens. Daarnaast zorgt het zonnepark voor een vermeden CO2 uitstoot van circa 7.500 ton per jaar. De schaalgrootte van het zonnepark is van belang om de kosten van onder andere de netaansluiting te dekken. Daarnaast zijn de ontwikkelkosten lager waardoor mogelijkheid ontstaat om tegen een lager SDE+ tarief in te schrijven wat de haalbaarheid van het project vergroot. Samengevat Oppervlakte bruto (Ha)

14

Te verwachten jaarlijkse energie opbrengst (MWh)

13.000

Aantal huishoudens

4.000

Vermeden CO2 uitstoot (ton/jaar)

7.500

2.3.5 Bouw De bouw van het project zal waar mogelijk gedaan worden met lokale partijen. De start van de bouw is afhankelijk van de vergunningen. Het leggen van de panelen en plaatsen van de omvormers zal enkele maanden in beslag nemen. Om het park aan te sluiten op het net zal Enexis de nodige investeringen moeten doen waaronder het aanleggen van een elektriciteitskabel voor het transport van de elektriciteit. 2.3.6 Operationeel Zodra het zonnepark gerealiseerd is zal het beheerd worden. Hierbij gaat het bijvoorbeeld om het onderhoud van de systemen, maar ook het monitoren van het zonnepark en diverse administratieve werkzaamheden. Het terrein wordt daarbij onderhouden door schapen te laten grazen tussen en onder de panelen. Één van de omwonenden van het zonnepark heeft aangeboden dit beheer op zich te nemen. Door deze manier van onderhoud toe te passen wordt het park op ecologisch verantwoorde manier onderhouden en levert het werkgelegenheid in de directe omgeving op. Ook wordt hiermee invulling gegeven aan de provinciale eis om de gronden meervoudig te gebruiken.

Pagina 14 van 66

2.3.7 Looptijd De exploitatietijd van het zonnepark betreft 25 jaar. Aan het einde van de looptijd wordt de grond weer opgeleverd zoals hij in gebruik wordt verkregen. Dat betekent dat na het verwijderen van de zonnepanelen en stellages de grond kan worden benut voor ander agrarisch gebruik. Na 25 jaar zijn extra investeringen in het landschap (landschappelijke inpassing) volwassen. Hierdoor heeft het zonnepark bijgedragen aan het behouden en versterken van een robuuste groenstructuur (waar in het verleden groenstructuren juist zijn verdwenen). 2.3.8 Financiering De ontwikkeling van zonneparken doet PowerField voor eigen rekening en risico. PowerField werkt samen met nationale en internationale investeerders om de financiering van haar projecten rond te krijgen. Deze zullen, samen met PowerField, zorg dragen voor het benodigde eigen vermogen. Daarnaast zal er vreemd vermogen aangewend worden bij banken. De gunstige rentetarieven die momenteel gelden vergroten de haalbaarheid van grondgebonden zonneparken. Tot slot wordt SDE++ subsidie aangevraagd dat voor dit type projecten is bedoeld. 2.3.9 Lokale participatie De energietransitie geven we niet alleen vorm. Omdat de energietransitie impact heeft op het landschap dienen ontwikkeling in samenspraak met omwonenden gemaakt te worden. Meedenken en meedoen is daarbij belangrijk.

Dit volgt ook uit het beleid dat de gemeente Raalte heeft opgesteld. Conform het beleid van de gemeente heeft PowerField het proces om te komen tot een inrichtingsplan grondig aangepakt. Daarnaast worden mogelijkheden geboden om financieel te participeren en wordt een gedeelte van het zonnepark aangeboden aan een nader te bepalen lokale participant. Een uitgebreide toelichting op proces- en financiële participatie is opgenomen in paragraaf 3.4.3. 2.3.10 Impact zonnepark Raalte op (lokale) energiedoelstellingen De provincie Overijssel heeft tot doel gesteld dat in 2035 de bijdrage van duurzame energie aan het totale energieverbruik 35% is. Een gewaagde doelstelling en een enorme opgave waarvoor alle kansen moeten worden aangegrepen. Het zonnepark van bruto circa 14 hectare groot wordt geplaatst op agrarische grond. Vaak wordt de opmerking gemaakt dat heel veel landbouwgrond verdwijnt door de realisatie van zonneparken. Onderstaande uiteenzetting toont aan dat dit echter zeer summier is. De totale grondoppervlakte van de gemeente Raalte bedraagt 17.229 hectare. Hiervan bestaat circa 13.947 hectare uit agrarische terreinen. Met de realisatie van het zonnepark (14 hectare) wordt dus slechts 0,1% van de agrarische gronden ingezet voor het opwekken van duurzame elektriciteit (bron: www.CBS.nl).

Daarnaast wordt de ondergrond begraasd door schapen, wat tevens een vorm van agrarisch gebruik/beheer is. In de voorgaande paragrafen is daarnaast al berekend dat het park energie levert voor ongeveer 4.000 huishoudens. Op 31 mei 2018 telde de gemeente Raalte 37.264 inwoners. Rekening houdend met 2,2 personen per huishouden, betekent dit dat er ongeveer 16.938 huishoudens zijn in de gemeente. Het

Pagina 15 van 66

zonnepark voorziet daarmee in duurzame elektriciteit dat overeenkomt met het verbruik van circa 24% van de huishoudens in de gemeente Raalte. Hierbij is rekening gehouden met het huidige gemiddelde elektriciteitsverbruik. Met alle technologische ontwikkelingen zoals bijvoorbeeld huisautomatisering en de overgang van brandstof aangedreven naar elektrisch aangedreven auto’s zal de behoefte van huishoudens aan elektriciteit in de toekomst waarschijnlijk verder stijgen. Tenslotte komt slechts ongeveer 17% van het totale energieverbruik voor rekening van huishoudens. De overige 83% wordt gebruikt door industrie, landbouw, transport en tal van andere bedrijven en instanties (bron www.ebn.nl). Met dit in het achterhoofd houdende, kan worden gesteld dat we er met dit zonnepark nog lang niet zijn. Wel is het zo dat het zonnepark een goede bijdrage zal leveren aan de transitie naar een volledig duurzame energievoorziening in de gemeente Raalte.

Pagina 16 van 66

3. Beleidsanalyse 3.1 Europees beleid De behoefte aan energie in Europa groeit, maar de prijzen fluctueren sterk en de toevoer hapert. Bovendien wil de Europese Unie de energiesector milieuvriendelijker maken. Het energiebeleid van de EU richt zich vooral op: •

Continuïteit;

•

Concurrentievermogen;

•

Duurzaamheid.

De Commissie werkt aan een Europese Energie-unie. Die moet zorgen voor gegarandeerde, betaalbare en klimaatvriendelijke energie voor de burgers en bedrijven in de EU. Energie moet bovendien door de hele EU vrij kunnen circuleren, over de binnengrenzen heen. Door nieuwe technologie, efficiënter omgaan met energie en modernisering van de infrastructuur helpen we de energiekosten te beperken, nieuwe banen en ervaring of kennis te creëren en de groei en export te stimuleren. Europa moet zich ontwikkelen tot een duurzame, koolstofarme en milieuvriendelijke economie. Het zal het voortouw nemen op het gebied van duurzame energie en klimaatbescherming. Dankzij de Energie-unie kan Europa ook makkelijker gezamenlijke standpunten innemen over wereldwijde energieproblemen. De Energie-unie bouwt voort op het huidige EU-energiebeleid, waaronder het energie- en klimaatkader voor 2030 de Europese strategie voor energiezekerheid. De EU heeft energie- en klimaatdoelstellingen geformuleerd voor 2020, 2030 en 2050: Doelstellingen voor 2020: •

de uitstoot van broeikasgassen met minstens 20% verminderen ten opzichte van 1990

•

20% van alle energie opwekken op duurzame wijze

•

de energie-efficiëntie met 20% verbeteren

Doelstellingen voor 2030: •

de uitstoot van broeikasgassen met 40% verminderen

•

minstens 27% van de energie moet duurzaam worden opgewerkt

•

een energie-efficiëntieverbetering met 27-30%

•

15% elektriciteitsinterconnectie (d.w.z dat 15% van alle in de EU opgewekte elektriciteit naar andere EU-landen kan worden getransporteerd)

Doelstelling voor 2050: •

Een vermindering van de broeikasgassenuitstoot met 80-95% ten opzichte van 1990. Het Energiestappenplan 2050 laat zien hoe dit in zijn werk moet gaan.

Pagina 17 van 66

3.2 Rijksbeleid 3.2.1 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) bevat de visie van het Rijk op de ruimtelijke ontwikkeling van Nederland. Het Rijk streeft naar een krachtige aanpak die ruimte geeft aan regionaal maatwerk, de gebruiker voorop zet, investeringen prioriteert en ruimtelijke ontwikkelingen en infrastructuur met elkaar verbindt. In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) zijn regels opgenomen om het beleid uit de SVIR te verwezenlijken. In de structuurvisie schetst het Rijk ambities voor Nederland in 2040. De ruimtelijke waarden die het nationaal belang waarborgen zijn opgenomen in 13 verschillende belangen. In de structuurvisie wordt ook aangegeven op welke manier het Rijk deze belangen wil verwezenlijken. Dit zorgt voor een duidelijk overzicht in één document gezamenlijk met de doelen die het Rijk heeft opgesteld. Relevant voor dit plan is dat de vraag naar elektriciteit zal blijven groeien. Vanwege de ambities voor beperking van de CO2-uitstoot is een transitie naar duurzame, hernieuwbare energievoorziening nodig. Voor het opwekken van energie zal voldoende ruimte gereserveerd moeten worden. Het aandeel van duurzame energiebronnen (zoals zon) in de totale energievoorziening moet omhoog en deze hebben relatief veel ruimte nodig.

In de SVIR wordt de ambitie uitgesproken dat Nederland in 2040 een robuust internationaal energienetwerk kent en dat de energietransitie vergevorderd is. Dit plan volgt daarmee de lijn van de SVIR en maakt daarnaast geen inbreuk op de overige nationale belangen.

3.2.2.Barro en Bro Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) is op 30 december 2011 in werking getreden. In het Barro wordt een aantal projecten die van rijksbelang zijn met name genoemd en met behulp van digitale kaartbestanden exact ingekaderd. Per project worden vervolgens regels gegeven, waaraan ruimtelijke plannen moeten voldoen. Binnen het Barro worden de volgende onderdelen besproken: •

Project Mainportontwikkeling Rotterdam;

•

Kustfundament;

•

Grote rivieren;

•

Waddenzee en waddengebied;

•

Defensie;

•

Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde.

In oktober 2012 is het besluit aangevuld met de ruimtevraag voor de onderwerpen veiligheid op rijkswegen, toekomstige uitbreiding van infrastructuur, de elektriciteitsvoorziening, de Ecologische Hoofdstructuur (EHS), de veiligheid van primaire waterkeringen, reserveringsgebieden voor hoogwater, maximering van het de verstedelijkingsruimte in het IJsselmeer en is het onderwerp duurzame verstedelijking in regelgeving opgenomen. Per 1 juli 2016 zijn er nog enkele wijzigingen van

Pagina 18 van 66

de Barro van kracht geworden. Deze wijzigingen hebben geen directe invloed op dit plan. Wel is de term ‘Ecologische Hoofdstructuur gewijzigd in ‘Natuurnetwerk Nederland’ (‘NNN’). Het voorgenomen plan past binnen het Barro en het Bro. Ladder voor duurzame verstedelijking In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte is de ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’ geïntroduceerd. Deze ladder is per 1 oktober 2012 als motiveringseis in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) opgenomen, door de artikelen 1.1.1. en 3.1.6. Per 1 juli 2017 is het Besluit ruimtelijke ordening gewijzigd, waarbij een nieuwe vereenvoudigde laddersystematiek geldt. Met de ladder voor duurzame verstedelijking wordt een optimale en zorgvuldige benutting van de ruimte nagestreefd. Gemotiveerd moet worden hoe een zorgvuldige afweging is gemaakt voor het ruimtegebruik. Een zonnepark betreft een nieuw element in het Nederlandse landschap. Ondanks dat een zonnepark misschien over kan komen als een stedelijke ontwikkeling, is dit niet het geval. Dit is ook gebleken uit recente jurisprudentie (de rechtbank Overijssel heeft op 25 april 2018 een uitspraak gedaan dat zonneparken geen stedelijke ontwikkeling betreffen en de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft in een uitspraak van 23 januari 2019 tevens geoordeeld dat een zonnepark niet als een stedelijke ontwikkeling kan worden aangemerkt).

Daarbij geldt dat het doel van de ladder voor duurzame verstedelijking het tegengaan van leegstand is (bijvoorbeeld het ontwikkelen van nieuwe kantoren terwijl er nog voldoende braakliggende terreinen of leegstaande panden voorradig zijn). In dit plan is hiervan geen sprake. De voorgenomen ontwikkeling betreft daarom geen stedelijke ontwikkeling als bedoeld in het Bro. 3.2.3 Energieakkoord voor duurzame groei In het Energieakkoord voor duurzame groei is de basis gelegd voor een breed gedragen, robuust en toekomstbestendig energie- en klimaatbeleid. Het akkoord biedt een langetermijnperspectief met afspraken voor de korte en middellange termijn. Eén van de te realiseren doelen is een toename van hernieuwbare energieopwekking naar 14% in 2020. De ontwikkeling van dit plan levert een bijdrage in de doelstelling van het Rijk om te komen tot een aandeel van 14% duurzaam opgewekte energie in 2020. 3.2.4. Water 3.2.4.1 Kaderrichtlijn Water De Kaderrichtlijn Water (KRW), is een Europese richtlijn. Deze richtlijn is bedoeld om de kwaliteit van het grond- en oppervlaktewater in Europa op goed niveau te houden en te krijgen. Het doel is om in 2015 een goede ecologische en chemische toestand voor alle oppervlaktewateren te hebben en een

Pagina 19 van 66

goede chemische en kwantitatieve toestand voor alle grondwateren. Voor grondwater betekent dit onder meer dat er geen directe lozingen mogen plaatsvinden en de toename van chemische verontreiniging moet worden voorkomen. Dit plan heeft geen gevolgen voor de doelstellingen uit de Kaderrichtlijn Water. 3.2.4.2 Nationaal Waterplan 2 Het Nationaal Waterplan 2 geeft de hoofdlijnen, principes en richting van het nationale waterbeleid in de planperiode 2016-2021, met een vooruitblik richting 2050. Het plan is een volgende ambitieuze stap in het robuust en toekomstgericht inrichten van het watersysteem, gericht op een goede bescherming tegen overstromingen, het voorkomen van wateroverlast en droogte en het bereiken van een goede waterkwaliteit, een duurzaam beheer en goede milieutoestand van de Noordzee en een gezond ecosysteem als basis voor welzijn en welvaart. Uitgangspunt is het streven naar een integrale benadering, door economie (inclusief verdienvermogen), natuur, scheepvaart, landbouw, energie, wonen, recreatie en cultureel erfgoed zo veel mogelijk in samenhang met de wateropgaven te ontwikkelen. Dit plan heeft geen negatieve gevolgen voor de doelstellingen uit het Nationaal Waterplan 2. Voor het zonnepark is het overigens niet noodzakelijk dat de ondergrond optimaal gedraineerd wordt, zoals wel het geval is bij veel vormen van agrarisch gebruik.

Daardoor kan er waarschijnlijk meer hemelwater worden geborgen in het plangebied. 3.2.4.3 Waterbeleid 21e eeuw Met het Waterbeleid 21e eeuw wordt ingespeeld op toekomstige ontwikkelingen die hogere eisen stellen aan het waterbeheer. Het heeft twee principes voor duurzaam waterbeheer geïntroduceerd: •

vasthouden, bergen en afvoeren;

•

schoonhouden, scheiden en zuiveren.

Vasthouden, bergen en afvoeren houdt in dat overtollig water zoveel mogelijk bovenstrooms wordt vastgehouden in de bodem en in het oppervlaktewater. Vervolgens wordt zo nodig het water tijdelijk geborgen in bergingsgebieden en pas als vasthouden en bergen te weinig opleveren, wordt het water afgevoerd. Bij schoonhouden, scheiden en zuiveren gaat het erom dat het water zoveel mogelijk wordt schoongehouden. Vervolgens worden schoon en vuil water zoveel mogelijk gescheiden en als laatste wanneer schoonhouden en scheiden niet mogelijk is, komt het zuiveren van verontreinigd water aanbod. In hoofdstuk 4 wordt nader ingegaan op de wateraspecten en gevolgen van het plan voor de waterhuishouding.

Pagina 20 van 66

3.2.5 Wet natuurbescherming De nieuwe Wet natuurbescherming vervangt vanaf 1 januari 2017 drie wetten: de Natuurbeschermingswet 1998, de Boswet en de Flora- en Faunawet. Doel van de Wet natuurbescherming is drieledig: 1. bescherming van de biodiversiteit in Nederland, 2. decentralisatie van verantwoordelijkheden en 3. vereenvoudiging van regels. In hoofdstuk 4 wordt nader ingegaan op de voor het plangebied relevante natuur aspecten. 3.2.6 Toetsing voorgenomen ontwikkeling aan rijksbeleid De voorgenomen ontwikkeling past binnen de beleidskaders benoemd in de SVIR, Barro, de Bro. Vanuit deze beleidsdocumenten en regelgeving zijn geen randvoorwaarden of uitgangspunten die rechtstreeks doorwerken op het voorgenomen plan. Daarnaast draagt het plan bij aan het behalen van de vastgelegde doelstellingen in het Energieakkoord voor duurzame groei. Het plan past binnen de nationale beleidskader over water. In hoofdstuk 4 wordt nader ingegaan op relevante wateraspecten en natuuraspecten en welke gevolgen het plan hierop heeft.

3.3 Provinciaal beleid 3.3.1 Omgevingsvisie Provincie Overijssel 3.3.1.1 Algemeen met betrekking tot duurzame energie In de Omgevingsvisie ‘Beken kleur’ (vastgesteld op 12 april 2017), heeft de provincie Overijssel beleid op genomen met betrekking tot duurzame energie. De strekking van het beleid is als volgt: Installaties voor de opwekking van zonne-energie zijn onmisbaar voor de provinciale doelstelling voor de toepassing van hernieuwbare energie. Uit een oogpunt van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik willen wij zonnepanelen en andere vormen van opwekking van zonne-energie zoveel mogelijk combineren met andere functies, bij voorkeur bebouwing. Daarom is de eerste trede van onze zonneladder dat zonnepanelen in principe geplaatst worden op gronden die bebouwd zijn (dus op daken) of bebouwd kunnen worden (zoals braakliggende bedrijventerreinen). In Overijssel zien we de volgende mogelijkheden voor zonne-energie: • • •

In bestaand bebouwd gebied op daken, dan wel; In bestaand bebouwd gebied op bedrijventerreinen en braakliggende gronden, dan wel; In de groene omgeving op bestaande bouwvlakken.

Nu is al te voorzien dat daarmee op korte termijn – gelet op technische en fiscale beperkingen – slechts in een deel van de opgave voor zonne-energie kan worden voorzien. Daarom bieden wij de mogelijkheid om in de Groene Omgeving tijdelijke zelfstandige opstellingen van zonnepanelen te realiseren. Het gaat daarbij om opstellingen van zonnepanelen voor een periode van circa 25 jaar op een wijze die omkeerbaar is en waarbij de oorspronkelijke bestemming gehandhaafd blijft. Gelet op de impact die (ook tijdelijke) veldopstellingen van zonnepanelen kunnen hebben op hun omgeving, zal niet alleen de maatschappelijke meerwaarde van het initiatief moeten worden

Pagina 21 van 66

aangetoond, maar zal er doorgaans ook compensatie moeten plaatsvinden door extra te investeren in de ruimtelijke kwaliteit in de omgeving.

Het aantonen van de maatschappelijke meerwaarde van een initiatief voor zonnevelden in de Groene Omgeving kan door: a. de mate waarin sprake is van meervoudig ruimtegebruik b. maatregelen die getroffen worden om de impact te beperken en/of te compenseren (bijvoorbeeld verlaagd aanleggen of met een houtwal of wal eromheen) c. de mate waarin wordt aangesloten op de karakteristieken van het gebied d. bijdrage aan maatschappelijke doelen (in ieder geval aan de provinciale doelen ten aanzien van duurzaamheid, maar ook aan andere maatschappelijke opgaven) Toetsing initiatief aan Omgevingsvisie Overijssel Het zonnepark wordt ontwikkeld in de zogenaamde Groene Omgeving. Het zonnepark wordt ontwikkeld voor een exploitatieduur van 25 jaar. De ondergrond wordt begraasd door schapen waardoor er sprake is van dubbel ruimtegebruik. De onderliggende bestemming, Agrarisch, wordt gehandhaafd. Hierdoor kan bij verwijdering van het zonnepark na de explitatietijd, de grond volledig benut worden voor welke vorm van landbouw dan ook. De impact van het park op de omgeving is klein te noemen. Hiermee wordt zoveel mogelijk aangesloten op de karakteristieken van het gebied; het open weidse beeld blijft grotendeels gehandhaafd. Het zonnepark draagt bij aan het provinciale en gemeentelijke doel om duurzame energie op te wekken.

Daarnaast wordt een deel van de gronden (in overleg met omwonenden) ingezet voor maatschappelijke doeleinden waardoor het algehele project aan meerdere maatschappelijke opgaven bijdraagt. Er kan worden geconcludeerd dat het initiatief past binnen de algemene doestellingen in de Omgevingsvisie Overijssel.

3.3.2 Handreiking Kwaliteitsimpuls zonnevelden Met de opkomst van zonneparken, heeft de provincie Overijssel besloten hiervoor speciaal beleid te ontwikkelen; de handreiking kwaliteitsimpuls zonnevelden. Deze is gestoeld op het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel. Centraal staan de vragen of een initiatief mogelijk is, waar het past en hoe het uitgevoerd kan worden. Aan de hand van het uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel (zie figuur elf) kan worden bepaald of een initiatief bijdraagt aan de ambities. Hierbij wordt gekeken of het plan past binnen de generieke beleidskeuzes (of), de ontwikkelingsperspectieven (waar), en gebiedskenmerken (hoe).

Pagina 22 van 66

Figuur 9 Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel

Generieke beleidskeuzes (of) De Overijsselse zonneladder geeft de voorkeursvolgorde aan voor het opwekken van zonne-energie. Daarbij bestaat trede 1 uit het bestaand gebied op daken, bedrijventerreinen en braakliggende gronden danwel in de Groene Omgeving op bestaande bouwvlakken. Via trede 2 kunnen zonneparken aanvullende daarop ook in de Groene Omgeving, niet zijnde natuur, worden ontwikkeld. De ontwikkeling van het zonnepark past binnen trede twee en is niet in strijd met overige beleidskeuzes zoals schoon drinkwater (het zonnepark heeft geen negatieve invloed op de waterkwaliteit) en droge voeten te garanderen (het zonnepark draagt niet bij aan een verdere verharding van de ondergrond; hemelwater infiltreert ter plekke in de bodem). Omdat het initiatief past binnen de generieke beleidskeuzes en er nog niet is voldaan aan de energiedoelen, is de of-vraag positief te beantwoorden; er is sprake van een noodzaak. Ontwikkelingsperspectief (waar) De provincie onderscheid zes ontwikkelingsperspectieven. Op voorhand sluit de provincie in geen van de zes ontwikkelingsperspectieven zonneparken uit. Het ligt echter niet voor de hand zonneparken te ontwikkelen binnen het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Omdat het zonnepark niet binnen het NNN ligt, levert de waar-vraag geen belemmering op.

Het plangebied ligt deels in het ontwikkelingsperspectief Agrarisch ondernemen in het grootschalig landschap en deels in het ontwikkelingsperspectief Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap (zie onderstaande figuur). Binnen dit ontwikkelingsperspectief geeft de provincie ruimte aan het ontwikkelen van zonneparken.

Pagina 23 van 66

Figuur 10 Zonnepark Kanaaldijk-Zuid gelegen in ontwikkelingsperspectief Agrarisch ondernemen in het grootschalig landschap

Gebiedskenmerken Om een goede ruimtelijke inpassing van het zonnepark te waarborgen, worden in de Catalogus Gebiedskenmerken randvoorwaarden gesteld. Hierbij worden de volgende lagen onderscheiden: 1. Natuurlijke laag 2. Laag van het agrarisch cultuurlandschap 3. Stedelijke laag 4. Laag van de beleving Ad 1 Natuurlijke laag De gronden van het zonnepark liggen binnen de Beekdalen en natte laagtes (groen) (zie figuur dertien). In de beekdalen en natte laagtes verzamelde het water en ontwikkelden zich moerassen en broekbossen.

Pagina 24 van 66

Figuur 11 Natuurlijke laag; beekdalen en natte laagtes

Norm beekdalen en natte laagtes: •

Het waterpeil is niet lager dan voor graslandgebruik noodzakelijk is.

Richting beekdalen en natte laagtes: •

Beekdalen en laagtes krijgen een beschermende bestemmingsregeling, gericht op instandhouding van het watersysteem, de waterkwaliteit en voldoende ruimte voor water en indien het bestaande (agrarisch) gebruik dat toelaat natuurlijke dynamiek,

•

Als ontwikkeling plaatsvinden in of in de directe nabijheid van beekdalen en natte laagtes, dan dragen deze bij aan extra ruimte voor de dynamiek van het stromende water en het vasthouden van water, aan versterking van de samenhang in het beeksysteem en aan vergroting van de zichtbaarheid, bereikbaarheid en beleefbaarheid van het water. Dit zijn uitgangspunten bij (her)inrichting.

Toetsing voorgenomen ontwikkeling aan natuurlijke laag De zonnepanelen worden op stellages geplaatst. Voor een zonnepark is een laag grondwaterpeil niet noodzakelijk. Door het dempen van interne watergangen kan het grondwaterpeil binnen het plangebied verhoogd worden. Doordat daarnaast de ondergrond van het zonnepark niet wordt verhard, kan meer water worden vastgehouden in het gebied. Dit biedt tevens mogelijkheden voor de ontwikkeling van andersoortige vegetatie. De beleefbaarheid van het water (in de omliggende sloten) wordt versterkt door het aanleggen van enkele natuurvriendelijke oevers en natte natuur aan de westzijde. Hierdoor wordt de zichtbaarheid, bereikbaarheid en leefbaarheid van het water vergroot. Er kan worden geconcludeerd dat het initiatief past binnen de kaders behorend bij de natuurlijke laag.

Pagina 25 van 66

Ad 2 Laag van het agrarisch cultuurlandschap

Figuur 12 Laag van het agrarisch cultuurlandschap

De gronden van het zonnepark liggen in het jonge heide- en broekontginningenlandschap. In het landschap werd geweid en werden plaggen gestoken voor in de stal. Na de uitvinding van kunstmest werden de gronden in cultuur gebracht. Het huidige beeld bestaat uit een landbouwontginningenlandschap met open ruimtes.

Norm jonge heide- en broekontginningenlandschap •

De jonge heide- en broekontginningslandschappen krijgen in gebieden met weidevogels een beschermende bestemmingsplanregeling, gericht op instandhouding van de openheid.

Richting jonge heide- en broekontginningenlandschap •

Als ontwikkelingen plaatsvinden in de agrarische ontginningslandschappen, dan dragen deze bij aan behoud en versterking van de dragende lineaire structuren van lanen, bosstroken en waterlopen en ontginningslinten met erven en de kenmerkende ruimtematen.

Toetsing voorgenomen ontwikkeling aan agrarische laag Het plangebied is door de provincie niet aangewezen als weidevogelgebied. Het karakter van het ontginningenlandschap blijft en de kenmerkende ruimtematen blijven behouden door te kiezen voor een zonnepark op gepaste afstand tot bewoning. De relatief lage opstelling van 1,8 meter en lage landschappelijke inpassing draagt verder bij aan dit open landschap. Er kan worden geconcludeerd dat het initiatief past binnen de kaders behorend bij de agrarische laag.

Pagina 26 van 66

Ad 3 Stedelijke laag Het plangebied ligt in het buitengebied. Voor de stedelijke laag is in dit geval het thema informele en trage netwerk van toepassing. Informele en trage netwerk Het informele trage netwerk is het ‘langzame’ netwerk (wandelpaden, fietspaden, ruiterpaden, vaarroutes) van de provincie, dat delen van het agrarisch cultuurlandschap en het natuurlijke laag toegankelijk en ervaarbaar maakt. De oude zandwegen en paden vormen het basisstramien. Van oudsher verbonden deze routes vaak de kernen met het ommeland en met elkaar. Doordat bepaalde schakels in dit netwerk in de loop van de tijd zijn verdwenen, is er sprake van onderbrekingen. De ambitie is om het verplaatsingsgedrag te verschuiven van auto naar fiets. Daarnaast ligt er de ambitie om de onderbrekingen op te heffen. Het fiets- en wandelpaden netwerk wordt opnieuw van de regio samengevoegd tot een compleet systeem. Verbinden van kernen met het buitengebied, ommetjes, gericht op het beleefbaar maken van de directe leefomgeving en het landschap en het verknopen van dit netwerk aan overstapplaatsen aan de hoofd- en regionale infrastructuur. Norm informele en trage netwerk De norm is om informele routes en netwerken in beeld te brengen en een beschermende bestemmingsregeling te geven. Bij ruimtelijke ontwikkelingen nabij zandwegen, wandel- en fietsroutes worden onderbrekingen in het netwerk voorkomen.

In de richtinggevende uitspraken staat dat wanneer ontwikkelingen plaatsvinden in gebieden dichtbij de stad of dorp, dan dragen deze bij aan het behoud van het padennetwerk. Nieuwe mogelijkheden worden benut. Toetsing voorgenomen ontwikkeling aan stedelijke laag Aan de noordzijde van het plangebied ligt een zandweg. Deze zandweg wordt niet veelvuldig gebruikt. Om passerende recreanten te informeren over het zonnepark, zal bij de entree van het zonnepark een informatief bord worden geplaatst.

Pagina 27 van 66

Ad 4 Laag van de beleving In de laag van de beleving komen de natuurlijke, functionele en sociale processen bij elkaar. Het plangebied valt hierbij binnen een donkerte gebied. Het geeft een indicatie van het ‘buitengebied’ van Overijssel, een plek waar het ’s nachts nog echt donker is.

Figuur 13 Laag van de beleving

Norm donkerte: •

Geen

Richting donkerte: •

In de donkere gebieden alleen minimaal noodzakelijke toepassing van kunstlicht. Dit vereist het selectief inzetten en ‘richten’ van kunstlicht.

•

Veel aandacht voor vermijden van onnodig kunstlicht bij ontwikkelingen in het buitengebied.

Toetsing voorgenomen ontwikkeling aan de laag van de beleving Voor het realiseren van het zonnepark is daarbij geen kunstlicht vereist. In tegenstelling, een zonnepark betreft een ‘rustige’ ontwikkeling waar weinig rond om heen gebeurt. De aanwezige donkerte wordt hierbij behouden. Er kan worden geconcludeerd dat het initiatief past binnen de kaders behorend bij de laag van de beleving.

Pagina 28 van 66

Basisinspanning voor zonnevelden Om aan de basisinspanning te voldoen, moet een inrichtingsplan worden opgesteld dat past binnen onderstaande drie schaalniveaus met bijbehorende ontwerpprincipes. Schaalniveau 1: Het omringende landschap: aansluiten op karakteristieken van het gebied Het inrichtingsplan voor het zonnepark is opgesteld zodat de aanwezige groene karakteristieken niet worden aangetast. Het zonnepark ligt zo laag mogelijk met een lage vorm van landschappelijke inpassing in het open landschap. Schaalniveau 2: De directe omgeving: aansluiten op omgeving, maak randen met kwaliteit De directe omgeving van het zonnepark bestaat uit een open en weids beeld. Enkel aan de noordzijde staan bomen en is er sprake van opschot in de aangrenzende sloot. De weg aan de noordzijde betreft een extensief gebruikte zandweg. Hierdoor is het zonnepark niet goed zichtbaar vanaf de weg. Er is meer zicht op het zonnepark vanaf de zuidzijde, westzijde en oostzijde. Om het zicht op het zonnepark weg te nemen, is gekozen voor extra landschappelijke inpassing. Hiervoor is een landschappelijk inrichtingsplan opgesteld (opgenomen in bijlage 1). De randen van het zonnepark worden ingericht met een singel, losse hagen en natuurvriendelijke oevers. Op deze manier worden randen met kwaliteit gemaakt.

Schaalniveau 3: Het zonneveld zelf: eenvoudige hekwerken en poorten, logische opstelling panelen, eenvoudige transformator- en bijgebouwen De zonnepanelen worden op eenvoudige stellages geplaatst en hebben een maximale hoogte van 180 cm. Door deze geringe hoogte vallen ze niet op in het landschap. De panelen hebben daarnaast allemaal een zuidoriëntatie zodat het beeld rustig is. De omvormers en transformator staan als een geordend principe langs de noordrand van het zonnepark. Het hekwerk bestaat uit een grofmazig hekwerk in bij het zonnepark passende kleuren (grijs of groen). Hierdoor valt het hekwerk niet op. Daarnaast wordt het hekwerk en het zonnepark vrijwel geheel gemaskeerd door de landschappelijke maatregelen. 3.3.2 Contouren Programma Nieuwe Energie Overijssel 2017 In 2016 is de provincie Overijssel samen met kernpartners van start gegaan met de ontwikkeling van het Programma Nieuwe Energie Overijssel. Dit programma heeft als doel om in 2023 20% hernieuwbare energie te realiseren en besparings- en efficiencymaatregelen in verschillende sectoren te stimuleren. Hiertoe is een uitvoeringsstrategie opgesteld waarin wordt ingezet op besparing van energie en het opwekken van duurzame energie middels win, zon en biomassa en geothermie. M.b.t. zonne-energie is de doelstelling 2-3 PJ in 2023. Dit betekent maximaal 1.000 ha aan oppervlak.

Dat is minder dan 1% van het oppervlak van Overijssel. Als indicatieve verdeling is 40% op daken aangehouden en 60% in veldopstellingen.

Pagina 29 van 66

Van groot belang is om een sterk maatschappelijk en politiek draagvlak (juist ook in de gemeenteraden) hiervoor te verkrijgen. Het tijdig betrekken van stakeholders en een transparante open communicatie is hierbij essentieel om vertragingen te voorkomen.

3.3.2 Omgevingsverordening Provincie Overijssel De Omgevingsverordening Overijssel 2017 regelt dat wat nodig is voor het belang uit de Omgevingsvisie. Het wordt ingezet om bepaalde essentiële onderdelen van het beleid juridisch te borgen. Gemeenten en waterschappen krijgen zoveel mogelijk ruimte daar zelf nadere invulling aan te geven. In de Omgevingsverordening zijn specifieke regels opgenomen voor de realisatie van zelfstandige opstellingen van zonnepanelen: Artikel 2.1.8 Kwaliteitsimpuls zonnevelden lid 1 In de Groene Omgeving mogen zelfstandige opstellingen van zonnepanelen uitsluitend worden toegestaan als tijdelijk (mede)gebruik van de gronden. Toetsing initiatief Het zonnepark wordt voor 25 jaar geëxploiteerd. Daarnaast wordt het geplaatst op gronden die agrarisch gebruikt zullen blijven worden (de ondergrond wordt begraasd door schapen). Er is dus sprake van medegebruik van de gronden. Geconcludeerd kan worden dat het plan past binnen lid 1. lid 2 Bestemmingsplannen voorzien uitsluitend in de opstelling van zelfstandige opstellingen van zonnepanelen in de Groene Omgeving als de maatschappelijke meerwaarde is aangetoond én is aangetoond dat het verlies van ecologische en/of landschappelijke waarden in voldoende mate wordt gecompenseerd door investeringen ter versterking van de ruimtelijke kwaliteit in de omgeving.

Toetsing initiatief De maatschappelijke meerwaarde van het zonnepark zit hem allereerst in de aantoonbare behoefte aan duurzame energie. Initiatiefnemer biedt, bij behoefte, geïnteresseerden de mogelijkheid te investeren in het zonnepark. Uit het flora en fauna onderzoek dat is opgesteld (zie hoofdstuk 4) blijkt dat er geen negatieve gevolgen zijn voor flora en fauna. Daarnaast wordt nog extra geïnvesteerd in de ruimtelijke kwaliteit door in overleg met omwonenden extra landschappelijke inpassing te realiseren en een gedeelte van het plangebied niet in te richten als zonnepark. Aan de randen wordt het zonnepark landschappelijk in gepast en aan de westzijde wordt een gebied als natuur ontwikkeld. Hierdoor vormt het zonnepark een groene verbinding, zoals ook gewenst was in eerdere beleidsplannen (zie paragraaf 3.4 van deze ruimtelijke onderbouwing. Tenslotte zal het zonnepark gedeeltelijk worden onderhouden door een omwonende. Om meerwaarde voor de omgeving te creëren is initiatiefnemer voornemens een afdracht te doen aan Stichting Kostbaar Salland. Omwonenden binnen een straal van 750 meter kunnen aanspraak maken op dit fonds om beheer en

Pagina 30 van 66

onderhoud uit te voeren aan landschapselementen in de omgeving van het plangebied. Daarmee wordt ook een maatschappelijke meerwaarde gecreëerd. Geconcludeerd kan worden dat het plan past binnen lid 2. lid 3 De maatschappelijke meerwaarde als bedoeld in lid 2 moet worden onderbouwd vanuit de volgende criteria: a) de mate waarin sprake is van meervoudig ruimtegebruik; b) maatregelen die getroffen worden om de impact op de omgeving te beperken en/of te compenseren; c) de mate waarin wordt aangesloten op de karakteristieken van het gebied; Toetsing initiatief Zie voorgaande alinea. De ondergrond blijft agrarisch in gebruik en ook als dusdanig bestemd. Door de ondergrond te laten begrazen door schapen en tegelijkertijd energie op te wekken door het plaatsen van een zonnepark, is er sprake van meervoudig ruimtegebruik. Om de impact te beperken worden investeringen in het landschap gedaan. Deze passen bij de karakteristieken van het gebied, zoals ook blijkt uit de beleidsanalyse en het inrichtingsplan. Geconcludeerd kan worden dat het plan past binnen lid 3.

lid 4 In aanvulling op het gestelde onder 2 geldt voor nieuwe ontwikkelingen die plaatsvinden op gronden die vallen binnen het ontwikkelingsperspectief Ondernemen met Natuur en Water en die niet zijn aangeduid als Natuurnetwerk Nederland (NNN, voorheen Ecologische Hoofdstructuur (EHS)), geldt de voorwaarde dat de compensatie door investeringen ter versterking van ruimtelijke kwaliteit in de omgeving gericht moeten zijn op de versterking van de kwaliteit van natuur, water en landschap. Toetsing initiatief Het plangebied ligt niet op gronden met ontwikkelingsperspectief Ondernemen met Natuur en Water of binnen het NNN. Lid 4 is dan ook niet van toepassing.

3.3.4 Omgevingsvisie – Regionaal Waterplan In de Omgevingsvisie Overijssel zijn twee kaarten opgenomen: Ontwikkelingsperspectieven Omgevingsvisie Overijssel en de functiekaart Water. Op de kaart van de ontwikkelingsperspectieven zijn zoveel mogelijk de functies weergegeven die een rol spelen bij ruimtelijke- en gebiedsontwikkelingen (de oppervlaktewateren, drinkwaterwinlocaties). Op de functiekaart water zijn vooral de gebruiksfuncties opgenomen. In de waterparagraaf wordt het beleid voor het aspect water nader uitgewerkt.

Pagina 31 van 66

3.4 Gemeentelijk beleid 3.4.1 Structuurvisie 2025+ Op 27 september 2012 heeft de gemeenteraad van Raalte de ‘Structuurvisie 2025+’ vastgesteld. In de structuurvisie is een analyse van de gemeente Raalte opgenomen welke als basis heeft gediend voor de opgestelde visiekaart. Onderstaand is een uitsnede uit de visiekaart opgenomen.

Figuur 14 Visiekaart structuurvisie Buitengebied gemeente Raalte

Het plangebied is gelegen in een tweetal type gebieden; ‘agrarisch met landschapswaarden of natuuren landschapswaarden’ en ‘geplande natuur (ehs/Natura2000) wensbeeld lange termijn’. In de agrarische gebieden wordt het agrarische gebruik afgestemd op de aanwezige landschaps- en natuurwaarden. Het gaat o.a. om gebieden met veel reliëf, zoals de essen, en gebieden met een karakteristieke openheid, zoals de komgronden. Bestaande bos- en natuurgebieden zijn vooral te vinden rond de dekzandruggen en -laagtes. Opvallend aan de natuurgebieden in Raalte is de wat geïsoleerde ligging. In het kader van de plannen voor de ontwikkeling van een nationale ecologische hoofdstructuur (ehs) is daarom ingezet op verbreding van de bestaande natuurkernen én een verbeterde verbinding tussen de natuurkernen onderling, o.a. door middel van robuuste verbindingszones. Hoewel de landelijke overheid de ehs-doelstellingen aan het herijken is, blijft het wensbeeld van de gemeente voor de lange termijn overeind. Dat betekent dat met name ten noorden van Heino nieuwe natuur kan worden gerealiseerd. Voor het Overijssels Kanaal bestaan al plannen voor een meer ecologische inrichting van de oevers.

Pagina 32 van 66

Toetsing initiatief aan Structuurvisie 2025+ Ten tijde van het schrijven van de structuurvisie was het fenomeen zonneparken nog niet dusdanig bekend dat hierover is geschreven in de visie. Wel blijkt uit het inrichtingsplan dat de realisatie van het zonnepark zorgt voor een verdere versterking van de natuurwaarden ter plekke. Een gedeelte van de gronden aan de westzijde wordt omgevormd tot natuur, zodat een bijdrage wordt geleverd aan het lange termijn wensbeeld. Daarnaast wordt rondom het zonnepark natuurvriendelijke oevers aangelegd en wordt de ondergrond extensief beheerd. De watergangen tussen de percelen blijven vrij van hekwerken en worden deel natuurvriendelijk ingericht. Hierdoor levert het zonnepark een versterking op van de natuurwaarden ter plekke en vergroot het de biodiversiteit. De plan past daarmee goed binnen de Structuurvisie 2025+.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Raalte&id=ac200d75-7453-4293-a31c-f6bb5d104e09