Regionale verkenning voorkomen dakloosheid jongvolwassenen regio Midden-IJssel definitief
Tekst van het document
Een verkenning van extra maatregelen om bij te dragen aan een gezamenlijk verlangen in de regio Midden-IJssel:
het maximale doen om dak- en thuisloosheid onder jongeren te voorkomen.
Stichting Zwerfjongeren Nederland Koen van Bremen & Marleen van der Kolk 29 november 2021
Inhoudsopgave Samenvatting 3 Hoofdstuk 1 Inleiding 5 Hoofdstuk 2 Advies over strategie en vervolgstappen toekomstige aanpak 8 Hoofdstuk 3 Over de jongeren 11 Hoofdstuk 4 Advies en maatregelen 15 Bijlagen Bijlage 1 - Gesprek met jongeren 31 Bijlage 2 - Voorbeelden ter inspiratie 36
2
Samenvatting Aanleiding
De samenwerkende gemeenten Deventer, Olst-Wijhe, Raalte, Lochem en Zutphen (regio Midden-IJssel) bieden samen maatschappelijke opvang aan personen die de thuissituatie hebben verlaten en niet in staat zijn zich op eigen kracht te handhaven in de samenleving. Met financiering van het Rijk neemt de regio extra maatregelen om dakloosheid in de regio terug te dringen. Eén van de uit te voeren maatregelen betreft preventie van dakloosheid bij jongvolwassenen. Doel hiervan is waar mogelijk nog extra in te zetten op het maximaal voorkómen van dakloosheid onder jongvolwassenen, door te verkennen welke extra inspanningen hieraan een bijdrage kunnen leveren en deze vervolgens te implementeren.
Dak- en thuisloze jongeren
Dak- en thuisloze jongeren hebben vaak vanaf moment-0 pech gehad omdat hun ouders of bloedverwanten niet in staat zijn geweest zorg te dragen voor een veilige en gezonde thuissituatie. Een flink deel van de jongeren is opgegroeid in de jeugdzorg. Circa 60%-80% van de dak- en thuisloze jongeren heeft een verleden in de jeugdzorg. Veel van deze jongeren hebben problemen op meerdere gebieden, zoals geen stabiele, veilige en betaalbare woonplek, inkomensproblemen en schulden, problemen met school en/of werk, gezondheidsproblemen (o.a. middelengebruik, psychische problemen, trauma problemen, lichamelijke klachten), (licht) verstandelijke beperking, beperkt sociaal netwerk.
Definitie
De definitie van dak- of thuisloze jongeren (18-27 jaar) die CBS hanteert, is: 1. Jongeren die slapen in de open lucht, in overdekte openbare ruimten, zoals portieken, fietsenstallingen, stations, winkelcentra of een auto, 2. Jongeren die binnen slapen in passantenverblijven van de maatschappelijke opvang en eendaagse noodopvang, 3. Jongeren die op niet-structurele basis bij vrienden, kennissen of familie, zonder vaste verblijfplaats. Wij verstaan ook onder thuisloze jongeren als zij instabiel of ontoereikend wonen, omdat ze bijvoorbeeld geen veilig thuis hebben. Voor veel jongeren is dit het geval, waardoor zij vaak geleidelijk steeds meer ‘thuisloos’ worden, omdat zij niet thuis durven of kunnen slapen. Wij adviseren om naast de definitie van het CBS ook de definitie van ETHOS te gebruiken.
Het probleem en de urgentie
In de gemeente Deventer zijn er in een recent onderzoek 61 dak- en thuisloze jongeren geteld. In de vier andere gemeenten van de regio is er minder zicht op de aantallen en wordt er ook niet als zodanig geregistreerd. Veel jongeren mijden instanties zoveel mogelijk. Hulpverleners constateren dat vooral jongeren die in hun gedrag afwijken snel in beeld komen. Omdat een deel van de jongeren niet of nauwelijks in beeld komt, weten we ook onvoldoende over de achterliggende oorzaken, achtergronden en afkomst en of het huidige aanbod in de regio voldoende aansluit bij wat er voor deze groep nodig is. Om een concreter beeld te krijgen van het aantal jongeren hebben we op basis van landelijke ervaringsgetallen een inschatting gemaakt. 15% van de jongeren in Nederland is kwetsbaar. Wij schatten op basis van ervaring en geluiden bij Rijk en collega gemeenten dat 1 op de 10 van deze jongeren een woonprobleem heeft (1,5% van het totaal aantal jongeren). Zij zijn dak- of thuisloos, of kennen een onveilige/onzekere thuissituatie.
3
Advies over proces en de gevraagde investering
De problematiek is complex en heeft betrekking op veel organisaties en afdelingen binnen de gemeenten. Daarmee is het essentieel om met een integrale aanpak aan de slag te gaan waarin ons advies is om als gemeenten lokale projectleiders aan te stellen. Zij kunnen een actiegerichte aanpak voor de korte, middellange en lange termijn opzetten, in nauwe samenwerking met alle partijen in het veld en de jongeren zelf. De projectleiders kunnen helpen om de acties in de tijd te prioriteren, waarbij de samenhang tussen de activiteiten goed wordt bewaakt. Omdat we constateren dat op papier veel geregeld is, maar dit desondanks in de praktijk niet altijd leidt tot het gewenste resultaat (minder dak- en thuisloze jongeren!) adviseren wij om uitvoerende medewerkers nauw te betrekken bij de uitwerking naar lokale actieplannen. Ook jongeren, ervaringsdeskundigen, kunnen goed meedenken over oplossingen op het moment dat acties concreter worden. Naast de lokale projectleiders adviseren we om gedurende vier jaar ook een regionale aandachtsfunctionaris aan te stellen. Deze kan de voortgang van dit adviesrapport bewaken, zorgdragen voor afstemming en samenhang in de uitvoering van lokale acties en complexe, bovenlokale vraagstukken aanjagen, bijvoorbeeld het woonprobleem.
Randvoorwaarden voor een succesvolle aanpak •
• • •
•
Erken met elkaar dat naast dakloosheid met name thuisloosheid onder jongeren een urgent probleem is. Organiseer het besef intern bij gemeenten, van wethouder tot uitvoerende medewerkers, dat dak- en thuisloosheid het probleem is van vier of vijf afdelingen van de gemeente. En dat de oplossing voor dat probleem bij die afdelingen gezamenlijk ligt. Betrek lokale gemeenteraden bij de actieprogramma’s en zie haar als duurzame partner voor de middellange en langere termijn in het structureel oplossen en voorkomen van jongerendakloosheid. Investeer in de aanpak van problemen onder jongeren (wetende dat de kosten voor de baat uitgaan). Maak desgewenst een MKBA/financiële bijsluiter met een voorspellende waarde, ter legitimering van aanvullende investeringen ten tijde van druk op gemeentelijke financiering. Erken dat het een lange termijn inspanning vergt van alle partijen en dat verbeteringen geleidelijk komen. Focus op het wegnemen van de oorzaken en vermijd de valkuil van symptoombestrijding.
De zeven adviezen
Advies 1. Bied jongeren voldoende inkomen en de kans om te herstellen. Advies 2. Zet in op scholing en werk voor jongeren: essentieel voor hun toekomstperspectief. Advies 3. Realiseer veel meer wooneenheden voor kwetsbare jongeren. Advies 4. Maak wonen toegankelijk voor jongeren in een kwetsbare positie. Advies 5. Werk toe naar opvang op maat voor jongeren zo dicht mogelijk bij huis. Advies 6. Sluit met hulp en ondersteuning veel meer aan bij de behoeften en belevingswereld van jongeren. Advies 7. Werk veel integraler aan de aanpak van dak- en thuisloosheid onder jongeren op basis van ambitie, gezamenlijkheid en vertrouwen.
4
Hoofdstuk 1 - Inleiding Aanleiding
De samenwerkende gemeenten Deventer, Olst-Wijhe, Raalte, Lochem en Zutphen (regio Midden-IJssel) bieden samen maatschappelijke opvang aan personen die de thuissituatie hebben verlaten en niet in staat zijn zich op eigen kracht te handhaven in de samenleving. Met financiële steun van het Rijk neemt de regio extra maatregelen om dakloosheid in de regio terug te dringen. Eén van de uit te voeren maatregelen betreft preventie van dakloosheid bij jongvolwassenen. Doel hiervan is waar mogelijk extra in te zetten op het maximaal voorkómen van dakloosheid onder jongvolwassenen, door te verkennen welke extra inspanningen hieraan een bijdrage kunnen leveren en deze vervolgens te implementeren.
Opdracht
De vraag aan Stichting Zwerfjongeren Nederland was daarom als volgt: • Verken welke extra (gemeentelijke) inspanningen een aanvullende bijdrage kunnen leveren aan het voorkómen van dakloosheid onder jongvolwassenen (18 t/m 27 jaar) in de regio Midden-IJssel. • Maak o.a. gebruik van beschikbare regionale en lokale documenten (o.a. het lokale onderzoek naar zwerfjongeren van de gemeente Deventer) waar de bestaande inspanningen zijn beschreven, de opbrengsten van het landelijk actieprogramma dak- en thuisloze jongeren naast aanvullende relevante actuele landelijke documenten. • Betrek hierbij de 5 gemeenten en waar mogelijk de doelgroep zelf en relevante aanbieders. • Bij uitvoering van de in de verkenning voorgestelde maatregelen zou de verwachting reëel mogen zijn dat daarmee op een zo kort mogelijke termijn zo min mogelijk jong volwassenen (18 t/m 27 jaar) (maar in elk geval relatief minder dan de peildatum 1-1-2020) dakloos raken en noodgedwongen gebruik hoeven te maken van de maatschappelijke opvang in de regio Midden-IJssel.
Vertrekpunt van de regio
‘We willen als regio het maximale doen, wat binnen onze invloedssfeer ligt, om jongerendakloosheid te voorkomen en om, als ze dan ondanks alle inspanningen toch dak- of thuisloos worden, te zorgen dat ze zo snel mogelijk weer een thuis en perspectief krijgen. We willen als regio en gemeenten die maatregelen nemen die maken dat dak- en thuisloosheid onder jongeren wordt geminimaliseerd in onze regio.’
5
Werkwijze van de verkenning
Het adviesrapport is tot stand gekomen aan de hand van interviews. Vervolgens is dit regionale beeld naast de landelijke ontwikkelingen gelegd. Dit zijn de genomen stappen daarin: •
56 interviews vanuit diverse invalshoeken (werk, inkomen, wonen, zorg, opvang, schulden, onderwijs, politie, gemeente, etc) (mei-juli 2021); o Veel medewerkers van organisaties gesproken, waardoor knelpunten op tafel kwamen vanuit veel verschillende perspectieven. o De kennis- en expertise van de opstellers is meegenomen in de weging van de adviezen en maatregelen. o Diverse dak- en thuisloze jongeren uit de regio zijn geconsulteerd en hun feedback en adviezen zijn meegenomen (bijlage 1) • Validatie van analyse: o Is teruggelegd bij alle geïnterviewden, feedback is verwerkt o Inzichten uit landelijke rapporten o Expertise, kennis en adviezen van de auteurs en adviseurs • Knelpunten identificeren uit al het materiaal • Suggesties voor maatregelen opstellen o Vanuit knelpunten tot maatregelen komen (waar ligt de oorzakelijkheid) o Ieder knelpunt vereist een set aan maatregelen om het knelpunt op te lossen o Maatregelen op basis van landelijke rapporten, ideeën interviews, voorbeelden van elders (zie bijlage 2) en inbreng van eigen kennis en expertise • Bespreken in het regionaal ambtelijk overleg van de 5 gemeenten (d.d.
7 september en 16 november 2021) • Sessies per gemeente (integraal) om analyse en maatregelen te bespreken (oktober) • Sessie met jongeren over hun ervaringen en hun suggesties voor maatregelen (november • Voorleggen aan het regionaal bestuurlijk overleg van de 5 gemeenten (d.d. 16 december). De voorgestelde adviezen en gekozen maatregelen zijn opgehaald uit de 56 interviews en met inzet van onze jarenlange ervaring en opgebouwde kennis- en expertise in het (landelijk en gemeentelijke) werkveld van dak- en thuisloze jongeren- en volwassenen. Daarnaast vonden sessies plaats in de gemeenten om het rapport breder in de organisatie te bespreken. Tot slot heeft een kleine groep (thuisloze) jongeren met een zorgverleden en/of in een gemarginaliseerde situatie gereflecteerd op de zeven adviezen en de voorgestelde maatregelen. Door de corona maatregelen is helaas een deel van deze sessies geannuleerd.
6
Leeswijzer
In dit rapport starten we met onze aanbevelingen over de strategie na dit rapport. Immers, met de oplevering van dit rapport is er nog geen dak- of thuisloze jongere beter geholpen. Op welke wijze kunnen de gemeenten samen met zoveel mogelijk betrokken organisaties en ervaringsdeskundigen de adviezen en maatregelen uit dit rapport tot realiteit maken, waarin de jongeren echt verder worden geholpen? Vervolgens schetsen we op basis van zowel landelijke informatie als de regionale en lokale opbrengsten een beeld van de jongeren waar het om draait. Daarin vragen we specifiek aandacht voor de diversiteit van de jongeren en hun problematiek. Een cruciaal besef om zoveel mogelijk jongeren in beeld te krijgen en om vanuit die kennis goed aan te sluiten bij hun specifieke behoeften. We geven zeven adviezen, ieder advies met een bijbehorende set aan maatregelen en een onderbouwing vanuit de analyse. Deze analyse, de ingebrachte knelpunten en de voorgestelde set aan maatregelen hebben volledig betrekking op de regio Midden-IJssel en de vijf samenwerkende gemeenten. Daar waar het een landelijke verwijzing naar een knelpunt of maatregel is, is dit expliciet benoemd.
Vooraf
Het advies is een verkenning en geen onderzoek. De kwalitatieve interviews hebben een schat aan informatie opgeleverd. De verkenning reikt echter niet zo ver dat gedetailleerde uitspraken op lokaal niveau mogelijk zijn. Het rapport biedt wel volop aanleiding voor de (regio)gemeenten om lokaal en regionaal, intern en met (uitvoerende) professionals en jongeren, aan de slag te gaan. Voorliggend rapport met de zeven adviezen en bijbehorende set aan maatregelen adresseren we in zijn geheel aan de vijf gemeenten. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor hun burgers, in dit geval voor dak- en thuisloze jongeren. Het vraagstuk van jongerendakloosheid is complex, taai en vraagt een lange termijn visie en strategie. Er zijn veel wetten, domeinen, beleidsregels en grondrechten mee gemoeid. Gemeenten kunnen vanuit een regierol sturing en richting geven en daarover afspraken maken met hun (uitvoerende) partners. Gemeenten hebben zelf ook uitvoerende taken zoals het bieden van een (tijdelijk) vangnet door het verstrekken van een voldoende en stabiel inkomen, vroegsignalering van schulden, jongeren met (complexe) schulden helpen, waarborgen van de continuïteit van zorg of het verplicht verstrekken van een briefadres per 1 januari 2022. Het oplossen van jongerendakloosheid is bovendien een lakmoesproef voor een bredere groep jongeren en gezinnen in een kwetsbare positie.
7
Hoofdstuk 2 – Advies over strategie en vervolgstappen toekomstige aanpak Advies over proces en de gevraagde investering •
•
•
•
• • •
•
•
Ga in elke gemeente aan de slag met een actiegerichte aanpak voor de korte, middellange en lange termijn met alle partijen in het veld en een diverse groep jongeren en maak logische coalities van partijen rond de diverse maatregelen. Stel gedurende vier jaar een regionale aandachtsfunctionaris aan die de lokale voortgang van de uitvoering van dit adviesrapport ondersteunt, faciliteert en bewaakt en daarbij zorg draagt voor afstemming en samenhang. Jongeren houden zich niet aan gemeentegrenzen en zijn niet gebonden aan budgetten of grenzen. Een jongere uit Raalte slaapt gerust in Deventer en dan weer in Raalte of Olst. En de woonproblematiek is dermate urgent dat een regionale aapak gewenst is. Neem als gemeenten de regie door lokale projectleiders aan te stellen die integraal in samenwerking met de aandachtsfunctionaris de lokale opgave kunnen aanjagen met een focus voor de korte en de langere termijn en speel daarvoor middelen en capaciteit vrij. Bij de vertaling naar concrete, lokale actieprogramma’s horen ook een tijdsplanning, capaciteitsbehoefte en een raming van financiële consequenties met betrekking tot de uitvoering van de voorgestelde maatregelen.
Benut in deze aanpak kennis en inzet van ervaringsdeskundige jongeren, door hen zowel direct als betaalde krachten in de gemeentelijke vervolgstappen in te zetten als hen tevens als een panel kritisch mee te laten kijken en in een adviesrol gedurende de gehele termijn van de aanstaande actieprogramma’s. Faciliteer en ondersteun een jongerenpanel met een betaalde coördinator (jongerenwerker). Kom in de DOE-modus met concrete oplossingen waar jongeren in hun dagelijkse leven baat bij hebben. Houd de uitvoering behapbaar door de aanpak te faseren: prioriteer in tijd, niet alles hoeft morgen, maar niet in thematiek/acties (maak geen top 3!). Start met die maatregelen die direct en snel genomen kunnen worden, maar pak alle genoemde inhoudelijke knelpunten in samenhang aan voor een duurzaam resultaat; het is een bouwwerk waarin alle knelpunten in de verschillende domeinen (opvang/zorg, begeleiding, wonen, W&I, schulden, onderwijs, werk, participatie, gezondheid, sociaal netwerk) gekoppeld aan diverse wetten en regels aan elkaar relateren. Bijv. door meer woningen te realiseren zonder inzet op de inkomenspositie van thuisloze jongeren schiet je je doel voorbij. Deze groep jongeren is geholpen met oplossingen op meerdere levensgebieden.
Betrek zoveel mogelijk uitvoerende medewerkers bij het uitvoeren van dit actieplan, vooral omdat heel veel al beschreven staat en gebeurt maar het veelal een verbeterslag is van de bestaande uitvoeringspraktijk. Organiseer brede bewustwording en creëer draagvlak breed binnen gemeenten: zowel verticaal als horizontaal: horizontaal bestuurlijk en tussen en binnen afdelingen en op uitvoeringsniveau. Met onze voorgestelde maatregelen en advies richten we ons niet op het topje van de ijsberg. We willen betrokkenen waarschuwen voor een snelle inzet op symptoombestrijding. Focus op het wegnemen van oorzaken en verleg de aandacht naar het fundament. Figuur 1: Syptoombestrijding gericht op het topje van de ijsberg. Figuur 2: Meervoudige syptoombestrijding in relatie tot integraliteit. Bron: DRIFT. Figuur 1
Figuur 2
8
Werk vanuit het opgehaalde gezamenlijk verlangen •
•
• • • •
• •
Door de interviews heen ontstond een gedeeld beeld van hoe we jongeren in een kwetsbare positie, die zonder interventies risico lopen dak- of thuisloos te raken, zo goed mogelijk willen helpen, met het streven: zo min mogelijk dak- en thuisloze jongeren. We hebben dit verlangen als volgt samengevat: We gaan allereerst aan de slag met preventie en dit doen wij door jongeren met een zorgverleden en bij uitstroom op hun 18e uit de jeugdzorg1 niet meer los te laten totdat de ‘basis’ geregeld is. Dat is: voldoende inkomen om van rond te komen om de vaste lasten te kunnen betalen, een veilige woonplek, onderwijs of werk of blijvend in zorg met een vorm van dagbesteding, begeleiding en een sociaal netwerk. We weten waar de jongeren met jeugdzorg verblijven, wanneer zij 18 jaar worden en of hun ouders kunnen voldoen aan de wettelijke onderhoudsplicht tot 21 jaar. Gemeenten kunnen daardoor goed inschatten voor hoeveel jongeren jaarlijks de ‘basis op orde’ geregeld moet worden. We ondersteunen jongeren en hun families, die om diverse redenen kwetsbaar zijn, zo jong en vroeg mogelijk. We ondersteunen jongeren in zelfstandigheid en verantwoordelijkheid. We zijn coulant voor jongeren die kwetsbaar zijn en laten hen niet los, ook als ze de regels niet volgen of hun gedrag aanleiding geeft om ze de deur te wijzen.
We sluiten aan bij de belevingswereld van de jongeren en passen onze eigen principes, maatregelen en werkwijze daarop zoveel mogelijk aan. We organiseren nog meer een welkome houding aan de gemeentelijke loketten, met daarin de vragen “Wat is er met je gebeurd”, en “Wat heb je nodig om verder te komen”. We bieden voldoende tijd om in een gesprek met de hulpvrager uit te zoeken bij welke acties hij of zij het meest gebaat is. We voorkomen voortdurend verwijzen van het ene loket naar het andere loket, zetten in op acties die oplossingsgericht zijn, zorgen voor een vaste contactpersoon en zijn bereikbaar. We accepteren niet dat jongeren thuisloos zijn, we zetten alles op alles om deze jongeren een (nieuw) (t)huis en bestaanszekerheid te bieden. We organiseren participatie en belangenbehartiging van dak- en thuisloze jongeren in de regio om de jongeren en hun achtergronden te leren kennen, van hun ervaringen te leren en om gemeentelijk beleid en werkwijze continu te kunnen verbeteren en bij te stellen zodat het de jongeren verder helpt.
ondersteuning
Bron: DRIFT/Erasmus Universiteit ¹ Jeugdhulp, jeugd-detentie, jeugd-ggz en de jonge statushouders betrekken we hier ook bij.
9
Randvoorwaarden voor een succesvolle aanpak • • • •
•
Erken met elkaar dat naast dakloosheid met name thuisloosheid onder jongeren een urgent probleem is. Organiseer het besef bij gemeenten, van wethouder tot uitvoerende medewerkers, dat dak- en thuisloosheid het probleem is van vier of vijf afdelingen van de gemeente. En dat de oplossing voor dat probleem bij die afdelingen gezamenlijk ligt. Betrek lokaal gemeenteraden bij de actieprogramma’s en zie haar als duurzame partner voor de middellange en langere termijn in het structureel oplossen en voorkomen van jongerendakloosheid. Investeer in de aanpak van problemen onder jongeren. Maak desgewenst een MKBA/financiële bijsluiter, of benut landelijke MKBA’s, met een voorspellende waarde, ter legitimering van aanvullende investeringen ten tijde van druk op gemeentelijke financiering. Erken dat het een lange termijn inspanning vergt van alle partijen, waarbij verbeteringen geleidelijk komen. Focus op het wegnemen van de oorzaken en vermijd de valkuil van symptoombestrijding met pilots, projecten of structuur sturing.
Van opvang naar preventie
12.400
+50%
dak- en thuisloze jongeren
dak- en thuisloze jongeren in 2016 t.o.v 2015
De opvang van jongeren is een nuttige besteding, maar hiermee wordt dak- en thuisloosheid niet voorkomen. Wat als we de focus verschuiven van kosten naar investeringen om dak- en thuisloosheid te voorkomen?
€36.000/ €100.000
scenario opvang
verslavingszorg
scenario preventie
!
schuldhulp
€1,4
maatschappelijke kosten per jongere per jaar
kostenreductie per geïnvesteerde euro in dakloze jongere die op zijn 31ste zelfstandig is
noodopvang
wonen
re-integratie traject
ondersteuning
€2,4
2,4 miljard
kosten industrie rondom dakloze jongeren
Investeren in preventie loont
opleiding
bijstandsuitkering
kostenreductie per geïnvesteerde euro in dakloze jongere die op zijn 24ste zelfstandig is
Bron: DRIFT/Erasmus Universiteit
10
Hoofdstuk 3 – Over de jongeren In dit hoofdstuk verkennen we de groep jongeren die dak- en thuisloos zijn nader. Eerst beschouwen we de landelijke context. Vervolgens zoomen we in op de diversiteit van deze jongeren in achtergronden, problematiek, gedrag en behoeften. Dit beeld is opgehaald en samengesteld op basis van alle interviews en sluit dus aan bij de lokale/regionale situatie (het is geen landelijke typering).
Landelijke context
Volgens de meest recente schatting van het CBS waren er op 1 januari 2020 in Nederland 8.500 dak- en thuisloze jongeren in de leeftijd van 18 tot 27 jaar. Kanttekening hierbij is dat het CBS gezinnen, kinderen onder de 18 jaar en thuisloze bankhoppende jongeren niet meeneemt in dit cijfer. Van deze dak- en thuisloze jongeren heeft 58% een niet-westerse migratieachtergrond. Veel van deze jongeren hebben problemen op meerdere gebieden2: • Geen stabiele, veilige en betaalbare woonplek • Inkomensproblemen en schulden • Problemen met school en/of werk • Gezondheidsproblemen (o.a. middelengebruik, psychische problemen, trauma problemen, lichamelijke klachten) • (Licht) verstandelijke beperking • Beperkt sociaal netwerk • (Eerder) in aanraking met politie en/of justitie • Veel jongeren hebben of hadden contact met jeugdzorg of kinderbescherming. Onder de kwetsbare jongeren zijn ook jongeren met een kind of zij die een kind krijgen. Landelijk waren er op 1 januari 2020 1643 tienermoeders (onder de 20 jaar) (CBS). Jongeren die ongepland zwanger zijn, weinig mensen hebben om op terug te vallen en (aanstaande) ouders met een (licht) verstandelijke of lichamelijke beperking hebben relatief vaker behoefte aan hulp. Zij hebben te maken met hun eigen ontwikkeling in de pubertijd of adolescentie en hebben taken als opvoeder.
Sommige jongeren lopen meer risico om op jonge leeftijd vader/ moeder te worden dan anderen. Het komt vaker voor wanneer zij laag zijn opgeleid, te maken hebben met armoede, huiselijk geweld, opgroeien in een gebroken gezin of zelf kind zijn van jonge ouders. Ook alleenstaande minderjarige vreemdelingen (AMV) en jongeren die illegaal in Nederland verblijven behoren tot de risicogroep. In Nederland waren op 1 januari 2020 een kleine duizend AMV’ers (CBS), het aantal illegale jongeren is onbekend.
Wie zijn de jongeren?
In de interviews kwam de pluriformiteit van de groep jongeren zonder thuis nadrukkelijk naar voren. Dit besef is belangrijk omdat het dus een divers aanbod en specifieke werkwijzen vraagt van de uitvoerende werkers bij gemeente, hulpverlening, onderwijs en welzijn in het ondersteunen van jongeren. De geïnterviewden noemden onder andere de volgende achtergronden en kenmerken van jongeren in kwetsbare positie: • Jongeren die vaak vanaf moment-0 pech hebben gehad omdat hun ouders of familie niet in staat zijn geweest zorg te dragen voor een veilige en gezonde thuissituatie waardoor een flink deel van de jongeren opgegroeid is in de jeugdzorg.
2 Bron: Stichting Zwerfjongeren Nederland, uit eerdere onderzoeken en van de twee landelijke boegbeelden uit hun rondgang langs 43 centrumgemeenten voor de Brede Aanpak Dakloosheid (de heren Frings en Van Dijke).
11
• • • •
• • • •
Jongeren met een problematisch gezinsleven, een onveilige/ongezonde thuissituatie, aantrek en afstoot bewegingen van ouders, psychiatrische problematisch drugsgebruik. Jongeren die kwetsbaar zijn vanwege beperkte verstandelijke vermogens en een laag opleidingsniveau. Jongeren met stoornissen in het autistisch spectrum, ADHD en andere psychosociale of psychiatrische aandoeningen, die moeite hebben om mee te komen in onze samenleving. Jongeren, met name met ouders met een verleden als vluchteling, die opgroeien in grote gezinnen waar weinig aandacht voor hen is, en soms niet eens een bed. Ze zijn zwaar getraumatiseerd, hier alleen gekomen als kind. Als ouders komen, moeten ze terug in het stramien of raken ze overbelast omdat ze veel voor hun ouders moeten regelen. Jongeren die verstoten zijn uit hun gezin (met name bij vluchtelingenkinderen vanwege cultuur clash). Jongeren die geïsoleerd raken, thuis zitten, niet naar school gaan, geen inkomen hebben. Diverse achtergronden, van hoogopgeleid tot laagopgeleid, van rijk tot arm, van ouders die weinig aandacht hebben voor hun kinderen tot ouders die heel betrokken zijn. Jongeren met internaliserende problemen die in toenemende mate thuis komen te zitten (met wanhopige ouders tot gevolg, waardoor de thuissituatie verslechtert). Veel van deze jongeren haken af en belanden in de virtuele wereld.
Jongeren in een kwetsbare positie/systeem die nog geen complexe problemen vertonen (er is wel iets aan de hand maar nog niet complex genoeg voor een indicatie, waarvan de omgeving, leraren, professionals, etc., aanvoelen dat de kans groot is dat het in de nabije toekomst mis gaat).
Veel jongeren zijn niet goed in beeld
In de gemeente Deventer zijn er uit recent onderzoek 61 dak- en thuisloze jongeren geteld. In de vier andere gemeenten van de regio is er minder zicht op de aantallen en wordt er ook niet als zodanig geregistreerd. Wel weten we van de jongerencoaches/welzijnswerkers dat zij veel jongeren zien en begeleiden. Zo hebben de jongeren- en thuiscoaches in Lochem samen 97 jongeren onder hun hoede. Bij veel jongeren zijn er al wel signalen (zoals vaak afmelden door ouder(s), spijbelen, moeilijk gedrag of juist stil gedrag, te laat komen, slechte cijfers), maar is het moeilijk de optelsom te maken en de onderliggende problematiek te ontdekken. Het komt er dan in de puberteit of vroege volwassenheid pas uit. Veel jongeren zullen niet snel naar instanties gaan. Hulpverleners constateren dat vaak vooral jongeren die in hun gedrag afwijken in beeld komen. Omdat een ander deel van de jongeren niet goed in beeld is, weten we ook onvoldoende de achterliggende oorzaken, achtergronden en afkomst en of het huidige aanbod in de regio voldoende aansluit bij wat er voor deze groep nodig is.
60-80%
van de dak- en thuisloze jongeren heeft ervaring in jeugdhulp 12
Met niet in beeld zijn bedoelen we dat we jongeren niet in ‘zorg’ zijn. Ze zijn vermoedelijk wel in zorg geweest of bekend bij werk en inkomen of jongerenwerk, maar er is vanuit de gemeente of zorg niemand structureel met hen in contact. We weten hen dan ook onvoldoende te ondersteunen. Om een concreter beeld te krijgen van het aantal jongeren, hebben we op basis van landelijke ervaringsgetallen een inschatting gemaakt. Ongeveer 15% van alle jongeren in Nederland is kwetsbaar3. Wij schatten op basis van ervaring en geluiden bij Rijk en collega gemeenten dat 1 op de 10 van deze jongeren een woonprobleem heeft (1,5% van het totaal aantal jongeren). Zij zijn dak- of thuisloos, of kennen een onveilige/onzekere thuissituatie. dak- of thuisloos, of kennen een onveilige/onzekere thuissituatie. Gemeente Inwoners van 15% van de 1 op de 10 van deze 16 tot 27 jaar jongeren jongeren in kwetsbare (CBS, 2021) is kwetsbaar positie heeft een woonprobleem Deventer
13.982
2.097
210
Lochem 3.558 534 53 Olst-Wijhe
2.310
347
35
Raalte
4.745
712
71
Zutphen
5.980
897
90
Regio
30.575
4.586
459
Wat maakt jongeren kwetsbaar
Vanuit de interviews zijn de volgende oorzaken naar voren gebracht: • Jongeren groeien met steeds zwaardere problematiek op. Jongeren ervaren veel stress als gevolg van hun opvoeding, hun overlevingsmodus, hun problemen. • Er is veel generationele problematiek, waarbij jongeren onvoldoende vaardigheden vanuit huis meekrijgen, succes geef je door, problemen ook. • Veel jongeren hebben niet meegekregen in hun opvoeding hoe dingen in het leven aan te pakken, ze missen de vaardigheden om het zelf te doen én om de juiste hulp te zoeken om het aan iemand anders te vragen. • De samenleving wordt steeds complexer met steeds meer prikkels, eisen en regels. Er komt veel op kinderen/ jongeren af. • Jongeren zijn vaak nog niet uitgepuberd. Ze overschatten zichzelf en missen het lange termijn perspectief. Bij jongeren tot 25 jaar ontwikkelt het brein zich nog, waardoor de wijze waarop ze bejegend worden (en de verwachtingen daarbij) niet aansluiten bij hun capaciteiten en belevingswereld. • Jongeren in een kwetsbare positie hebben nauwelijks een (sociaal sterk) netwerk om op terug te vallen. • Veel jongeren zijn te trots om op hulp te vragen of vinden dat ze het zelf moeten oplossen. • Een groot deel van de jongeren met een zorgverleden is op hun 18e jaar ‘zorgmoe’, ze willen zelfstandig zijn en geen hulpaanbod meer.
3
Bron: Aanpak 16-27.nl
13
Wat zijn de gevolgen voor jongeren
Vanuit de interviews zijn ook tal van gevolgen benoemd voor de jongeren als zij onvoldoende ondersteuning krijgen vanuit hun ouders, netwerk, hulpverleners en andere betrokken professionals. • • • • •
Ze ontwikkelen onvoldoende levens- en werkvaardigheden, structuur en dag-, arbeids- en schoolritme, identiteitsontwikkeling (wat kan ik, wie ben ik, wat wil ik). Ze leven in chronische overleefstand: burn-out etc, mentale ongezondheid, onvoldoende tijd/ ruimte voor herstel/ behandeling. Bij veel jongeren verergert daardoor de problematiek (waardoor ze na verloop van een langere tijd dak- of thuisloos worden). Ze zoeken hun heil in drank en (synthetische) drugs (om de problemen even niet te hoeven voelen). Een deel van hen belandt gedwongen in het criminele circuit, gaan voor het snelle geld, overleven op deze wijze, halen voldoening uit hun ‘spannende’ leven en dito vrienden en bijbehorende status.
Definitie dak- en thuisloosheid Er worden landelijk en lokaal verschillende definities gehanteerd van wanneer iemand dakloos of thuisloos is. Wij gaan hier in op twee definities. Wij adviseren de typologie van ETHOS aanvullend op CBS als uitgangspunt te nemen voor de lokale en regionale aanpak omdat het begrip ‘thuisloosheid’ bij ETHOS een betere duiding krijgt. ETHOS is een Europese typologie van dak- en thuisloosheid. ETHOS hanteert vier categorieën: dakloos, thuisloos, instabiele huisvesting, ontoereikende huisvesting. Dakloos betreft mensen op straat en mensen in de nachtopvang. Thuisloos betreft mensen in opvang voor langere termijn (als overbruggingsperiode), maar ook vrouwen in de vrouwenopvang, mensen die binnenkort uit een instelling komen en mensen in opvang voor asielzoekers. Zie hier het volledige overzicht: https://www.feantsa.org/download/benl2547081481727275985.pdf Binnen ETHOS krijgt het begrip ‘thuisloos’ nadere duiding. Ook onderkent het dat veel mensen potentieel dak- of thuisloos zijn, namelijk als zij instabiel of ontoereikend wonen. Daaronder verstaan we onder andere mensen die geen veilig thuis hebben. Voor veel jongeren is dit het geval, waardoor zij vaak geleidelijk steeds meer ‘thuisloos’ worden, omdat zij niet thuis durven of kunnen slapen. ETHOS is zeer volledig en biedt daardoor veel inzicht in tal van situaties waarin huisvesting problematisch is.
Als monitoringsinstrument is Ethos minder bruikbaar vanwege de pluriformiteit. Volgens de definitie die het CBS hanteert zijn feitelijk daklozen mensen die: 1. slapen in de open lucht, in overdekte openbare ruimten, zoals portieken, fietsenstallingen, stations, winkelcentra of een auto, 2. binnen slapen in passantenverblijven van de maatschappelijke opvang en eendaagse noodopvang, 3. op niet-structurele basis bij vrienden, kennissen of familie, zonder vaste verblijfplaats. Het CBS kijkt niet naar mensen die illegaal in Nederland verblijven én dakloos zijn. Bij veel gemeenten worden alleen de eerste 2 categorieën geteld, omdat deze groep vaak is geregistreerd. De bankslapers worden niet geteld, omdat deze vaak buiten beeld zijn. Deze 3e categorie wordt vaak getypeerd als ‘thuisloos’. Met name bij jongeren is deze groep echter groot. Zij blijven relatief lang buiten beeld en teren op een netwerk van vrienden en familie.
14
Hoofdstuk 4 – Advies en maatregelen In dit hoofdstuk lichten we onze zeven adviezen toe voor een specifieke aanpak gericht op de groep dak- en thuisloze jongeren. Bij ieder advies schetsen we een aantal concrete en tastbare maatregelen voor de regio, de vijf gemeenten en hun partners in het veld. De adviezen en maatregelen zijn gebaseerd op de lokale knelpunten zoals opgehaald in de interviews met lokaal betrokken personen met kennis en expertise van de problematiek en huidige aanpak, waarbij ook is gekeken naar landelijke inzichten en landelijk gebleken effectieve of veelbelovende methoden en aanpakken. De uitvoering van de maatregelen is geschat op een periode van vier jaar.
Advies 1. Bied jongeren voldoende inkomen en de kans om te herstellen Concrete maatregelen bij dit advies • Geef jongeren die problemen hebben de tijd om zich te herstellen, sluit met je eisen vanuit bijvoorbeeld de Participatiewet (Pwet) aan bij het herstel van de jongere. Laat dus soms los dat een jongere per se moet werken of naar dagbesteding moet. Tenzij dat bijdraagt aan het herstel van de jongere zelf. Biedt als gemeente thuisloze jongeren die een lange tijd in de overleefstand hebben gestaan een tussenjaar om te werken aan herstel/traumaverwerking en perspectief. • Zet een intervisie groep op van uitvoerende medewerkers Werk en Inkomen om casuïstiek te bespreken en dilemma’s rond het leveren van maatwerk, om zodoende veel meer op één lijn te komen. • Ondersteun uitvoerende medewerkers in de Pwet (nog) beter bij het leveren van maatwerk. Verken of maatwerk de standaard kan worden bij jongeren, zodat het geen willekeur wordt afhankelijk van welke gemeente of medewerker de jongere treft. Dat kan door als uitgangspunt (bij de uitvoering) van beleid te nemen: o De omgekeerde toets4 en daarop lokale verordeningen, regels en procedures aan te passen. o Jongeren te ondersteunen met verstrekking van een uitkering en pas daarna te verkennen of kostenverhaal op de ouders mogelijk is. Belast daarmee de jongeren niet, die vaak al een fragiele relatie hebben met hun ouders.
o Bij alleenstaande thuisloze jongeren met een zorgverleden, die nog geen 21 jaar zijn, standaard de jongerennorm aan te vullen tot de norm voor 21 jarigen conform de Participatiewet. o De vier weken zoekperiode bij (thuisloze) jongeren in kwetsbare positie standaard niet toe te passen, onderbouwd vanuit maatwerk. • Ontwikkel als gemeente een specifieke schuldenaanpak voor (thuisloze)jongeren. o De groep jongeren met een zorgverleden heeft zo’n slechte start in hun leven gehad en veelal op hun 18e jaar de schulden in geraakt, dat ze die achterstand nooit meer kunnen inlopen. De aanpak Jongerenperspectieffonds sluit goed aan bij de jongeren en de vorm van tegenprestatie.
4 https://www.stimulansz.nl/training/omgekeerde-toets, gemeente Veldhoven heeft recent haar werkwijze in het sociale domein vertaald in de omgekeerde toets
15
o
Neem als gemeente in je beleid op dat je standaard schulden overneemt en saneert van (thuisloze) jongeren tot de nominale schuld (10%) zodat jongeren met een schone lei kunnen beginnen. Bepaal of dit voor alle jongeren geldt of alleen voor een deel van de groep jongeren. Maak met de jongeren afspraken op welke termijn hun ‘eigen’ schuld terugbetaald kan worden en maak hierover afspraken met hun schuldeisers. Zet perspectief en je diploma halen voor afbetalen van schulden. Zo kunnen de jongeren ten allen tijde hun studie afmaken en hun startkwalificatie behalen.
Waarom dit advies en maatregelenpakket? •
•
•
• •
•
Alle gemeenten in de regio hebben als uitgangspunt het leveren van maatwerk ten aanzien van zoekperiode, kostendelersnorm, etc. Alleen is onduidelijk of we altijd en voldoende maatwerk leveren als de situatie daarom vraagt. Er lijken verschillen in de toepassing van maatwerk tussen de gemeenten en soms zelfs tussen medewerkers. Dezelfde casus kan tot twee verschillende uitkomsten leiden. Het vraagt in de praktijk dan ook veel van de uitvoerende medewerkers: zij moeten keer op keer beoordelen of een uitzondering terecht is, zij moeten af durven wijken. Het vraagt veel inzicht in, herkenning van en begrip voor het (problematische) gedrag van jongeren. Jongeren krijgen vaak financiële problemen door een te lage uitkering in verhouding tot hun vaste lasten. Door een strikte toepassing van verschillende regels komen jongeren (extra) in de financiële problemen, onder meer door de jongerennorm 18-20 jarigen, zoekperiode, kostendelersnorm etc. Ook krijgen jongeren vaak schulden. Als ze nog op school zitten krijgen ze studiefinanciering. Als ze uitvallen dan loopt de studiefinanciering door en dan ontstaan er schulden. Ze worden ingezet door criminelen en plegen dan vaak bankfraude. Ze hebben verschillende adressen, ontvangen de post niet of maken deze niet open, etc.
Als jongeren in een participatiewet en/of schuldhulpverleningstraject komen dan staat het naar school gaan of werken meestal voorop, terwijl sommige jongeren met veel trauma’s en/of een burnout kampen. Geïnterviewden gaven ook aan dat er onvoldoende specifieke aandacht voor getraumatiseerde jonge statushouders is die nog op school zitten door het ontbreken van snelle(re) GGZ-ondersteuning met alle gevolgen van dien. Er worden onvoldoende trajecten ingekocht waardoor deze jongeren gevangen blijven in hun problemen en niet goed toekomen aan school of stage. Er is volgens geïnterviewden veel schaamte en taboe rond geldzorgen, met name onder jongeren maar ook in dorpen in de gemeenten Lochem, Olst-Wijhe en Raalte. Hierdoor vragen mensen geen hulp.
“Mijn vader kan dus niks voor mij betalen. En mijn moeder natuurlijk ook niet. Dus ik ben daar toen mee bezig gegaan. Toen zeiden ze, je moet van je vader, waar ik op dat moment helemaal geen contact mee had, zijn inkomen van de afgelopen drie maanden opvragen. Als je helemaal geen contact hebt, hoe moet je dat doen dan? Dat slaat toch nergens op?”
“Als ik budgethulp wil moet ik daarvoor betalen en dat kan ik niet missen, eerlijk gezegd.”
16
Advies 2. Zet in op scholing en werk voor jongeren: essentieel voor hun toekomstperspectief Concrete maatregelen bij dit advies • Op scholen wordt al veel gesignaleerd. Desondanks zouden we de school meer dan nu kunnen benutten als vindplaats van thuisloosheid/ bankhoppers en voor tijdige signalering van problemen bij jongeren thuis. Zorg dat de school zich kan blijven richten op het onderwijs. Maak heldere afspraken over waar leraren signalen kunnen melden en wat er met hun signalen gebeurt. Zo voorkom je handelingsverlegenheid of knelpunten rond gegevensdeling. • Organiseer nog meer laagdrempelige hulp in scholen en verweef hulpverlening met het werken van scholen met ouders (bijv. de maatschappelijk werker schuift aan bij oudergesprekken, of gaat op huisbezoek). • Werk als Regionaal Meld- en Coordinatiepunt (RMC) voor voortijdige schoolverlaters in met name Deventer en Zutphen nog outreachender vanaf dag één dat een jongere niet op school komt. Scholen kunnen eerder melden, en het RMC kan nog eerder op de jongeren afstappen. Scholen kennen hun eigen regels en afspraken, kijk hoe je daar zo goed mogelijk bij kunt aansluiten. Pas afspraken en werkwijzen aan en faciliteer de RMC’s qua menskracht. • Faciliteer welzijn/jongerenwerk om nog vaker, vanaf dag één, op jongeren af te stappen die op school of werk uitvallen.
Houdt hiermee rekening in de opdrachtverlening en subsidieverstrekking, want hiervoor is veel meer capaciteit nodig. • Maak als gemeente (meer) capaciteit beschikbaar bij bedrijfscontactfunctionarissen in samenwerking met de medewerkers Werk en Inkomen om lokale ondernemers te motiveren en uit te dagen om (on)betaalde arbeidsplekken voor jongeren te bieden. Bestaande werkgevers behouden en nieuwe maatschappelijke ondernemers vinden kosten veel tijd en energie. • Monitor als gemeente of de meest kwetsbare jongeren, op voorspraak van onderwijspartners, door werkgevers worden aangenomen (voor een BBL-traject) en maak het als onderdeel van beleid mogelijk dat je als gemeente gedurende een periode van minimaal een half jaar het ‘salaris’ voor je rekening neemt in de vorm van een uitkering bij BBL-trajecten. Zo wordt koudwatervrees bij werkgevers weggenomen en krijgen jongeren gelegenheid om in het arbeidsritme te komen. • Maak samen met ROC Aventus voor de MBO 1-2/entree jongeren afspraken met werkgevers in de regio dat perspectief en behalen van een startkwalificatie voor werk gaan. Zorg dat jongeren hierin worden gestimuleerd en dat onvoldoende inkomen geen reden is voor schoolverzuim of vermoeid in de klas zitten. • Een mooi lokaal voorbeeld is het integraal werken binnen de aanpak van de Wasstraat, in onder andere Zutphen en Deventer5.
5 www.samenvoordeklant.nl/praktijk/ook-een-wasstraat-jouw-gemeente
17
Waarom dit advies en maatregelenpakket? • Op scholen wordt steeds meer gelet op signalen van jongeren. Desondanks kan nog veel meer gesignaleerd worden. Om diverse redenen gebeurt dat volgens geïnterviewden onvoldoende: de klassen zijn groot, het personeel is soms handelingsverlegen, scholen vinden het buiten hun verantwoordelijkheid liggen, privacy-technische redenen staan het delen van signalen in de weg. • Jongeren haken af op school omdat zij niet kunnen meekomen, aldus scholen en jongerenwerkers. Zo nemen de aanmeldingen bij schakelklassen en speciaal onderwijs toe. Ook is er (ieder jaar) een groep jongeren die naar het ROC gaat en direct afhaakt. Soms al vanaf dag één, soms later, omdat ze hun draai niet kunnen vinden. Jongeren raken onzichtbaar, komen thuis te zitten. Vanaf 23 jaar vallen jongeren uit het zicht van leerplicht/ startkwalificatie. De groep 23- 27 jaar is ook kwetsbaar. • Als jongeren schulden hebben, worden zij door schuldeisers gedwongen te gaan werken (en maken zij daarom hun studie niet af). Gemeenten gaan daar vaak niet tegen in, omdat binnen de gemeente verschillende regels tegenstrijdig zijn of lijken (bijvoorbeeld schuldenvrij worden versus startkwalificatie halen).
• Om diverse redenen is het in alle vijf gemeenten zo dat het voor veel jongeren in kwetsbare positie lastig is om een (betaalde) werkplek te vinden; Er is onvoldoende geld beschikbaar voor bekostigde (arbeids)plekken; er zijn meer smaken nodig qua daginvulling en arbeid; de beperking van de Wajong alsook de WSW plekken, maakt dat veel jongeren tussen wal en schip belanden. • Het behouden van een werkplek is voor jongeren in kwetsbare positie niet eenvoudig: Er is weinig oog en ruimte voor hun kwetsbaarheid en er is weinig begeleiding en/ of veel wisselingen van begeleiding. • Werkgevers hebben niet altijd aandacht voor het behalen van diploma’s van de jongeren. Ze vragen inzet gedurende schooltijden of ’s nachts waardoor jongeren overdag uitslapen of, erger, stoppen met school ondanks dat de jongeren vaak nog geen startkwalificatie hebben. • Werkgevers financieren BBL-plekken en willen vaak jongeren die niet steeds nieuwe kansen nodig hebben omdat ze nog geen arbeidsritme hebben of onvoldoende vaardigheden voor de werkvloer. De meest kwetsbare jongeren komen zo niet aan een plek.
“Ze hebben tegen mij gezegd, omdat je een volledige lening van studiefinanciering hebt, daar moet je je boeken maar van betalen. Zei ik van ‘ja, maar dat is door mijn bewindvoerder niet aan de kant gezet’. Ja, dan heb je zelf een probleem. Ik heb huilend aan de telefoon gezeten met de gemeente, van wat moet ik nu. Moet ik me gaan uitschrijven van mijn opleiding?”
“Het is heel pittig. Het is zelfs zo dat het combineren van alles wat er moet, heel moeilijk is. Je zwerft rond, dan slaap je daar, dan slaap je daar. Ik heb voor mezelf gewoon de afspraak ik moet deze opleiding gewoon afmaken. Want als ik deze opleiding niet afmaak zit ik alleen nog maar verder in de shit.”
18
Advies 3. Realiseer veel meer wooneenheden voor kwetsbare jongeren Concrete maatregelen bij dit advies • Lanceer als woningcorporaties en gemeenten een regionaal akkoord of lokale akkoorden ‘Betaalbaar wonen op maat voor Jongeren in kwetsbare positie’ met een opgetelde ambitie van minimaal 300 wooneenheden in de regio voor eind 2024. Ontwikkel woonzorgvisies waarin deze doelgroep specifiek is opgenomen, zo ook in de prestatieafspraken van gemeenten met woningcorporaties. Houd als verdeling het aantal jongeren in kwetsbare positie per gemeente aan: Gemeente Jongeren in Percentage Aantal te realiseren kwetsbare positie wooneenheden voor met een jongeren in kwetsbare woonprobleem positie
•
•
•
•
Deventer
210
46%
138
Lochem
53
11%
33
Olst-Wijhe
35
8%
24
Raalte
71
15%
45
Zutphen
90
20%
60
Regio
459
100%
300
Neem als gemeente het initiatief om met woningcorporaties en zorgaanbieders specifieke woonprojecten op te zetten voor jongeren die tussen wal en schip belanden (zo vanaf ongeveer 16 tot 23 jaar). Maak als woningcorporaties het woning delen voor jongeren mogelijk (zoals de pilot in Lochem). Zet een project op waarbij jongeren kamers huren bij mensen die zich daarvoor speciaal aanmelden. Zorg dat de kamerverhuurder zijn of haar beloning kan houden, als hij of zij een uitkering ontvangt. Neem als gemeenten het initiatief bij het zoeken van geschikte (tijdelijke) locaties (zowel bestaand vastgoed als nieuwbouw, zowel flexwonen als reguliere bouw) voor het realiseren van wooneenheden voor jongeren en maak concrete afspraken met woningcorporaties over het realiseren hiervan en de wijze waarop de gemeente hierbij zorgt voor passende ondersteuning en begeleiding. Ondersteun woningcorporaties actief om goedkope wooneenheden te realiseren voor jongeren, bijvoorbeeld door het (om niet of tegen gereduceerde waarde) beschikbaar stellen van grond en door het actief meewerken aan juridisch-planologische trajecten. Benut leegstaande hotelkamers, braakliggende grond (in aanloop naar nieuwbouw), leegstaand vastgoed, HAT-eenheden, of andere mogelijkheden die corporaties en andere partners aandragen.
Een mooi lokaal voorbeeld is het uitbreiden en opschalen van integraal wonen en werken voor (thuisloze) jongeren met een zorgverleden bij Woonzorgcentrum Humanitas Deventer, Adelbold-project /Powerhouses. De vertraagde wereld van de ouderen gaat goed samen met thuisloze/ggz/lvb- jongeren voor het opbouwen hun herstel, structuur en dagritme in een normale omgeving.
19
Waarom dit advies en maatregelenpakket • Er is veel druk op betaalbare woningen waarbij verschillende groepen kwetsbare mensen voor dezelfde type betaalbare woningen in aanmerking komen: statushouders, uitstroom vanuit Beschermd wonen en Maatschappelijke opvang, medisch verblijf GGZ, detentie, etc. • Er zijn in de regio weinig woningen betaalbaar en geschikt voor jongeren. De woningen voor jongeren die er zijn, zijn met name in Deventer vaak niet bereikbaar voor kwetsbare jongeren, onder meer omdat ze moeten hospiteren of omdat het specifiek voor studenten is. In Zutphen zijn nu al weer wachtlijsten voor de onlangs gerealiseerde jongerenwoningen (particuliere verhuur). In Lochem, Olst-Wijhe en Raalte is ons inziens ook een tekort, alleen de bewijslast is lastiger omdat een deel van de jongeren wegtrekt naar de steden. Dan ontstaat een kip-ei verhaal: trekken ze weg vanwege geen aanbod, of is er geen aanbod nodig omdat jongeren toch wegtrekken? • Woningcorporaties, in alle vijf gemeenten, geven aan de laatste jaren nauwelijks goedkope wooneenheden te hebben ontwikkeld. De grondprijzen en bouwkosten zijn te hoog voor nieuwbouw. De verhuurdersheffing beperkt de investeringsruimte. Woningcorporaties hebben veel goedkope voorraad afgestoten, dan wel gesloopt.
• Ook ervaren de woningcorporaties met name in Deventer en Zutphen weinig daadkracht en regie vanuit de gemeente(n) bij de zoektocht en ontwikkeling van locaties voor betaalbare jongerenwoningen, terwijl zij dit randvoorwaardelijk achten voor het slagen ervan. Zijn er locaties dan duurt het heel lang voordat er vergunningen worden afgegeven. • De geïnterviewden geven aan ook weinig variatie te zien in woonvormen voor jongeren in de regio. Variatie in de zin van mate van begeleiding of toezicht en alleen wonen, gemengd wonen of groepswonen. Ook zijn er onvoldoende woonplekken waar jongeren de steun krijgen die ze ontbeerd hebben in hun jeugd: de steunstructuren die normaliter je ouders bieden. Een deel van deze jongeren heeft meer nodig dan sec wonen, want ze vallen uit als ze volledig zelfstandig moeten wonen. • Veel jongeren, die niet thuis kunnen wonen, zijn aldus overgeleverd aan het ‘bankhoppen’ of, in het gunstige geval, particuliere verhuurders. Naast vele bankhoppers zijn er volgens hulpverleners en jongerenwerkers ook andere marginaal gehuisveste jongeren: op campings, in slechte kamerbewoning, illegale onderhuur, etc. • Hulpverleners zien dat particuliere verhuurders in met name Deventer en Zutphen soms misbruik maken van jongeren. Zij rekenen bijvoorbeeld kosten voor dingen die helemaal niet gebeuren (glazenwassen bijvoorbeeld).
Ook van belang: de huis/ kameruitzettingen die nog plaatsvinden betreffen voor het grootste deel de particuliere huursector.
“Een woonplek vinden is gewoon ontiegelijk moeilijk. Ik heb gewoon een normaal inkomen, want ik ben wel student, maar ik doe BBL. Ik heb gewoon een contract van 24 uur en een normaal vast inkomen. Dus ik weet dat ik het allemaal kan betalen, maar iets vinden is gewoon onmogelijk.”
20
Advies 4. Maak wonen toegankelijk voor jongeren in een kwetsbare positie Concrete maatregelen bij dit advies • Stel in samenwerking van gemeenten en corporaties geld beschikbaar voor de inzet van jongerenwoonconsulenten die bankhoppende of gemarginaliseerde jongeren, veelal in of vanuit jeugdzorg of een onveilige thuissituatie, actief ondersteuning kunnen bieden bij het zoeken van een kamer of woning. • Geef jongeren op hun 18e een inschrijving bij Woonkeus Stedendriehoek cadeau. Ondersteun jongeren (financieel) met het inschrijven bij Woonkeus Stedendriehoek en andere verhuurders (EigenBouw, Bergkwartier, etc.). • Neem als gemeente, met woningcorporaties en zorgaanbieders het initiatief om ‘samenwoon’-projecten op te zetten voor kwetsbare jongeren vanaf 16 tot 18 jaar en voor jongeren van 18 tot 23 jaar (bijvoorbeeld zoals de woonprojecten voor jongeren in Enschede). Corporaties (of particuliere verhuurders) kunnen de woningen leveren, terwijl de gemeenten zorgen voor adequate ondersteuning bij het wonen, dat wordt geleverd door een geschikte (zorg)aanbieder of informele vormen van steun. • Sluit aan bij de lokale werk- en wooninitiatieven in de regio zoals de Powerhouses in samenwerking met Woonzorgcentrum Humanitas in Deventer en de Wassstraat in Deventer en Zutphen. Ga in gesprek met de initiatiefnemers voor uitbreiding, samenwerking en monitoring.
• Zorg dat jongeren die nog thuis wonen niet op straat komen te staan als hun ouders een uitkering hebben. Neem op in je beleid en procedures om de kostendelersnorm voor jongeren 21 – 27 jaar in een kwetsbare positie standaard niet toe te passen en onderbouw dit vanuit de gemeentelijke beleidsvrijheid met betrekking tot maatwerk. Instrueer je medewerkers Werk en Inkomen om dit proactief te communiceren naar ouders met een uitkering waarvan je weet dat ze kinderen hebben die volwassen worden. • Voer Housing First in voor jongeren, waarbij jongeren vanuit een situatie van dakloosheid direct kunnen wonen, zonder dat zij eerst langere tijd in de opvang, bankhoppend of op straat hoeven te verblijven. • Pas de afspraken voor urgentie/bijzondere bemiddeling/opstapwoningen (dit verschilt per gemeente) aan op die wijze dat de eis dat jongeren actief moeten reageren niet langer leidt tot nijpende situaties en verslechtering van de situatie van jongeren in kwetsbare positie. Ondersteun jongeren, op verzoek van de begeleider of betrokken personen, direct met de inschrijving en het vinden van een passende woning.
• Leg in je afspraken met woningcorporaties omtrent bijzondere bemiddeling in Deventer, Olst-Wijhe en Raalte en in Lochem en Zutphen met opstapwoningen vast dat bij jongeren met een groot risico op dak- en thuisloosheid het criterium van binding voor het verkrijgen van een woning los wordt gelaten. • Zet in op een versnelling van betaalbare jongerenhuisvesting met begeleiding door de woningcorporaties maximaal te faciliteren in het verstrekken van vergunningen en het organiseren van de randvoorwaarden voor de jongeren, zoals begeleiding en een stabiel inkomen om de huur te kunnen betalen. Waarom dit advies en maatregelenpakket • Jongeren kunnen wettelijk gezien vanaf 18 jaar voor een sociale huurwoning inschrijven, waardoor zij pas een aantal jaren later een kamer/studio/woning kunnen bemachtigen. Zo zijn ze in de voor hen kwetsbaarste periode (zeker als zij uitstromen uit jeugdzorg met verblijf of geen veilig thuis hadden) al snel thuisloos. Dit geldt sowieso in Deventer en Zutphen met lange wachttijden, maar ook in Lochem, Olst-Wijhe en Raalte zijn de wachttijden lang, waardoor jongeren vanaf 18 jaar meerdere jaren moeten overbruggen.
21
•
•
•
•
•
Jongeren moeten zichzelf bij woningcorporaties en andere verhuurders in de regio inschrijven, wat kostbaar is, en actief reageren op woningen (soms zelfs meerdere keren per week). Voor sommigen van hen, zeker als je problemen hebt, is dit volgens hulpverleners teveel gevraagd. Zij zien dat jongeren tussen wal en schip belanden als zij in de problemen komen, omdat zij zich eerst moeten inschrijven en actief reageren voordat ze eventueel urgentie of bijzondere bemiddeling kunnen krijgen. Terwijl er dan al sprake is van een urgente situatie. De eis van herkomst/binding met de gemeente wordt in alle gemeenten en door alle corporaties steeds strikter toegepast. Ook in de dorpen, omdat zij vrezen het afvoerputje te worden. Een ongewenst effect is dat hierdoor een deel van de jongeren die al wel in onze regio verblijft, maar een onduidelijke woongeschiedenis hebben, geen woning kunnen vinden. Door de (angst voor de) kostendelersnorm zetten sommige ouders hun kinderen uit huis omdat zij anders bang zijn gekort te worden op hun uitkering en/of toeslagen als hun kind inwonend is. In alle gemeenten wordt soms maatwerk geleverd, maar dit is geen standaard werkwijze. En bovendien weten inwoners met een uitkering dit vaak niet.
Er wordt volgens direct betrokken geïnterviewden weinig gebruik gemaakt van bijzondere bemiddeling omdat professionals ervaren dat er toch geen woningen beschikbaar komen. De regeling van gemeente Deventer met de woningcorporaties waarbij jongeren vanuit de crisisopvang (en vanuit pitstart) een woning of kamer kunnen krijgen lijkt niet bij alle hulpverleners bekend. Dit leidt ertoe dat jongeren onnodig lang in de opvang verblijven, vanuit de opvang alsnog marginaal komen te wonen of via een omweg eerst in een instellingswoning (een woning op naam van een zorgaanbieder) komen te wonen. In Zutphen en Lochem worden opstapwoningen vooral toegepast als jongeren vanuit 24uurs-instellingen komen. Daaronder valt ook de crisisopvang.
“Elk half jaar moet ik bewijzen dat ik nog naar school ga en dan mag ik gewoon blijven wonen. Het zijn ook gewoon klotewoningen. Bij ons is ook elke dag chaos en iemand die weggehaald wordt in een ambulance, politie. Elke dag feestjes tot 5 uur ‘s ochtends. Word je niet heel happy van. Maar zo lang ik een dak boven mijn hoofd heb ben ik al happy. Ik kan gewoon mijn deur op slot doen en dat is al een fijn gevoel. Dat niemand in jouw space kan komen.”
“Ik ben zelf naar Pactum gegaan, omdat ik nergens voor in aanmerking kwam. Ik had geen woonadres, geen inkomen, geen zorgverzekering. Pactum heeft toen met moeite via iemand een kamer gehuurd. Die kamer heb ik toen weer van Pactum gehuurd. Dat was in een huis met 6 andere mensen, waar letterlijk de wormen uit de doucheput kwamen. Drugsdealers. Ik denk wel meer dan honderd autoradio’s in de keukenkastjes. Dat was behoorlijk heftig.”
22
Advies 5. Werk toe naar opvang op maat voor jongeren zo dicht mogelijk bij huis Concrete maatregelen bij dit advies • Creëer meer tijdelijke woonplekken voor jongeren met begeleiding dichtbij hun sociaal netwerk (in verschillende vormen, variërend van logeerkamers, tijdelijke woningen) die dak- en thuisloos zijn in plaats van jongeren enkel de gelegenheid te geven gebruik te maken van de nachtopvang en crisisopvang in Deventer. • Creëer logeerplekken in alle gemeenten, bijvoorbeeld kleinschalige opvang in een zo normaal mogelijke setting (dus bijvoorbeeld niet op het terrein van instellingen). Zorg dat ze voor jongeren een serieus alternatief zijn voor het bankhoppen, illegale kamerhuur of op straat slapen. Maak de regionale Bed en Break plekken toegankelijk voor jongeren zonder vaste verblijfplaats of woonadres. • Creëer in Deventer een kleinschalige, drempelloze opvang voor jongeren (16-27 jaar) of maak de nachtopvang in Deventer geschikt voor jongeren met een aparte afdeling, bijvoorbeeld, én werk aan de beeldvorming ervan. Waarom dit advies en maatregelenpakket? • De wijze waarop op dit moment de nachtopvang is opgezet sluit volgens vele hulpverleners niet goed aan bij de behoeften van jongeren op zoek naar een dak boven hun hoofd. Veel jongeren worden als te kwetsbaar gezien voor een (tijdelijk) verblijf in de maatschappelijke opvang.
In de nachtopvang (als pilot nu ook de komende jaren 24-uur per dag beschikbaar) lig je nu nog met meerdere mensen op één kamer, jongeren tussen volwassenen (met complexe problematiek). De situatie na de renovatie (oplevering voorzien medio 2023) en de tijdelijke situatie bieden daarvoor overigens al een oplossing omdat er sprake is van 1-persoonskamers. • Jongeren willen volgens vele geïnterviewden niet naar de maatschappelijke opvang vanwege een slechte beeldvorming, vanwege angst voor de andere bezoekers, vanwege ervaringen van anderen, vanwege de begeleiding, etc. Veel jongeren komen alleen naar de maatschappelijke opvang voor een postadres en verblijven elders. Dit alles geldt des te meer voor jongeren uit de omliggende gemeenten. • Er is dan ook geen specifieke opvang voor jongeren, behalve dan Pitstart6, maar dat is geen drempelloze opvang waar je direct terecht kunt. In de andere gemeenten is ook geen kleinschalige lokale opvang. • De logeerbedden (Bed en Break) die in alle vijf gemeenten te vinden zijn, zijn niet bedoeld voor mensen die geen vaste verblijfplaats of geen woonadres hebben. • Hulpverleners missen tijdelijke woonplekken, voor als een jongere even geen (t)huis heeft (soms volstaat al een aantal dagen) of voor als een jongere even tijdelijk (minimaal 3 weken) uit zijn thuissituatie moet.
6 Pitstart is een jongerenproject van Pactum, Iriszorg en Tactus in Deventer. Zij bieden begeleiding en opvang aan dak- en thuisloze jongeren van 18 tot 27 jaar, Het doel is toewerken naar een stabiele situatie met zelfstandige huisvesting.