CConstaterende datRaalte
Koppel je AI →
Document · PDF

Reactienota zienswijzen OBP Bgb Raalte Parapluplan Erfwindmolens apr2024

Raadsvergadering 30 mei 2024, gemeente RaalteBij agendapunt: Parapluplan Erfwindmolens (bespreekstuk)10.174 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

voorkomen of beperken van geluidhinder aan de norm van ten hoogste 47 dB Lden en aan de norm van ten hoogste 41 dB Lnight op de gevel van gevoelige gebouwen moet voldoen. De gemeente Raalte verklaart deze normering als toepasbaar bij het plaatsen van erfwindmolens, waarbij ook hier uitgegaan wordt van de rand van het bouwvlak met het gevoelige gebouw in plaats van de gevel van gevoelige gebouwen. In bijzondere omstandigheden, zoals cumulatie van verschillende geluidsbronnen of andere windmolens, kunnen op grond van artikel 3.14a, tweede en derde lid, van het Activiteitenbesluit milieubeheer / Bal maatwerkvoorschriften worden gesteld. Omdat het voorliggend parapluplan slechts een beperkt aantal kleine windmolens toestaat, namelijk 1 17

per bouwvlak, zijn deze omstandigheden niet te verwachten. Daarom zijn er bij dit bestemmingsplan ook geen algemene op het Activiteitenbesluit milieubeheer / Bal aanvullende richtlijnen voor cumulatieve toetsing (ten behoeve van meldingstoetsing) nodig. In paragraaf 3.5 Externe Veiligheid wordt onder het kopje ‘Hoogspanningsleidingen’ reeds verwezen naar het ‘Handboek Risicozonering Windturbines'. Na de eerste zin wordt de tekst als volgt aangepast:

Om het risico van windturbines op hun infrastructuur aanvaardbaar te houden, adviseert TenneT de volgende afstand aan te houden: “Er dient een vrije ruimte aangehouden te worden die minimaal gelijk of groter is dan de maximale werpafstand bij nominaal toerental, of indien deze groter is ashoogte plus ½ rotordiameter, van de betreffende windturbine.” Daarbij wordt de mogelijkheid geboden om te volstaan met een kortere afstand, indien de beheerder van de hoogspanningsleidingen daarmee schriftelijk instemt. Onder het kopje ‘Gasleidingen’ wordt de volgende zin toegevoegd: De aan te houden afstand bij hogedruk gasleidingen wijkt daarmee niet af van de regeling bij boven- en ondergrondse hoogspanningsleidingen. In paragraaf 3.9 van de toelichting wordt de tweede alinea als volgt aangepast:

Om mogelijke afbreuk van landschappelijke kwaliteit te beperken, vraagt de gemeente bij een aanvraag omgevingsvergunning om een adequate landschappelijke inpassing. Hierbij moet tevens voldaan worden aan de normerende en richtinggevende uitspraken bij het desbetreffende landschapstype waar de erfwindmolen wordt geplaatst uit de provinciale Catalogus Gebiedskenmerken. Daarmee zal tevens voldaan worden aan het landschapsontwikkelingsplan (LOP) van de gemeente Raalte, omdat het beleid van en de omschrijvingen van de landschapstypen in beide documenten grotendeels overeenkomt. Voor het werkbaar houden in de praktijk kiezen wij ervoor in de planregels naar de provinciale catalogus te verwijzen, anticiperend op de voorwaarde die de provincie voornemens is in de omgevingsverordening op te nemen. Het door de aanvrager op te (laten) stellen landschappelijk inpassingsplan bevat naast een onderbouwing van de inpasbaarheid in het ter plaatse voorkomende landschapstype overeenkomstig de Catalogus Gebiedskenmerken, een motivering waar de molen wordt geplaatst, in hoeverre vrije windvang kan worden gerealiseerd en op welke manier landschappelijke inpassing van de molenvoet en de bijbehorende voorzieningen op het erf en de directe omgeving plaatsvindt.

Aanvullend aan de derde alinea wordt toegevoegd: Plaatsing van een erfwindmolen maximaal 25 meter buiten het bouwvlak is dan ook uitzonderlijk en wordt alleen toegestaan als plaatsing binnen een bouwvlak niet mogelijk of onwenselijk is. Met deze toevoeging wordt nogmaals benadrukt dat erfwindmolens in basis binnen het bouwvlak van (agrarische) bedrijven dient plaats te vinden. Paragraaf 5.2 onder het kopje Vaststelling wordt de tekst als volgt gewijzigd:

Gedurende de inzagetermijn , die liep van donderdag 9 november tot en met woensdag 20 december 2023, zijn een vijftal zienswijzen ingediend. Deze zienswijzen zijn van een beantwoording voorzien in een bij de raadsstukken toegevoegde ‘Reactienota zienswijzen’. Naar aanleiding hiervan is het parapluplan voor gewijzigde vaststelling aangeboden aan de gemeenteraad. Eén belangrijke wijziging ten opzichte van het ontwerp wordt op deze plek alvast wel benoemd. Naar aanleiding van de zienswijze van de provincie Overijssel wordt de regeling voor erfwindmolens zoveel mogelijk in overeenstemming gebracht met de (Ontwerp) Instructieregels windenergie van de Omgevingsverordening Overijssel. Dit betekent onder andere dat erfwindmolens bij burgerwoningen worden uitgesloten en uitsluitend één erfwindmolen op/bij een bouwvlak van een (agrarisch) bedrijf onder voorwaarden kan worden toegestaan. Voor de overige wijzigingen wordt verwezen naar de ‘Reactienota zienswijzen’ en het raadsbesluit tot gewijzigde vaststelling van dit bestemmingsplan. Na publicatie van het gewijzigd vastgestelde bestemmingsplan start de beroepstermijn van zes weken. Het vaststellingsbesluit staat open voor beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. In de regels: Artikel 4.1 sub a wordt als volgt aangepast:

Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in de bouwregels van de in artikel 3 genoemde bestemmingsplannen in die zin dat per bouwvlak ten hoogste 1 windmolen binnen het bouwvlak wordt gebouwd, mits: Tevens wordt de volgende regel toegevoegd onder 1, waarna de overige nummers worden vernummerd: 18

1.

de bouw van een erfwindmolen op een bouwvlak met de bestemming ‘Wonen’ is niet toegestaan;

Aan artikel 4.1, sub a, onder 3 (met vernummering dus 4) wordt de vetgedrukte zinssnede toegevoegd:

4.

een zorgvuldige situering van de erfwindmolen met een adequate landschappelijke inpassing van de molenvoet en de bijbehorende voorzieningen plaatsvindt, overeenkomstig de provinciale Catalogus Gebiedskenmerken d.d. 8 november 2023;

Om de cultuurhistorische waarden te borgen wordt in artikel 4.1, lid a onder 4 (met vernummering dus 5) ‘cultuurhistorische waarden’ toegevoegd aan de opsomming, zodat dit als volgt luidt:

5.

geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de woonsituatie, milieusituatie, de externe veiligheid, de cultuurhistorische waarden, de natuurlijke waarden en de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden;

Artikel 4.1, lid a, onder 7 en 8 worden samengevoegd en komt te luiden:

8.

de afstand van een windmolen tot boven- en ondergrondse hoogspanningsinfrastructuur en ondergrondse buisleidingen voor gevaarlijke stoffen niet minder bedraagt dan de maximale werpafstand bij nominaal toerental van de turbine, of indien deze groter is ashoogte plus ½ rotordiameter, van de betreffende windturbine, tenzij de netbeheerder schriftelijk instemt met een kortere afstand;

Een nieuw artikel 4.1, sub b wordt ingevoegd (met vernummering van de huidige sub b naar sub c) en komt te luiden:

b.

Uitsluitend indien plaatsing van een erfwindmolen overeenkomstig sub a binnen het bouwvlak niet mogelijk of onwenselijk is en plaatsing buiten het bouwvlak tot een evident ruimtelijk betere situering vanwege landschappelijke redenen of vanwege de afstand tot omliggende functies leidt, kan worden afgeweken en een erfwindmolen toegestaan worden binnen een afstand van ten hoogste 25 m vanaf de bouwgrens van het bouwvlak;

19

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Raalte&id=72f9fe05-98ee-4f5a-b0e6-556da5c758a7