Rapportage Een toekomstbestendig CJG Raalte
Tekst van het document
Complexiteit van de governance
De governance is complex: het CJG is geen entiteit waar samenwerkingsafspraken mee worden gemaakt. Het CJG is ook geen onderdeel van de gemeente Raalte waardoor het niet volledig in de ambtelijke hiërarchie van de gemeente valt. Aansturing vindt op organisatieniveau plaats via samenwerkingsafspraken en subsidiebeschikkingen. Ook vindt aansturing plaats via de coördinator CJG, maar die heeft echter beperkte bevoegdheden. Een netwerkorganisatie wordt over het algemeen dan ook gezien als een complexe governance. Immers: over eigenaarschap en sturingsinstrumenten
verantwoordelijkheden, moeten zowel op
organisatieniveau als op samenwerkingsniveau afspraken worden gemaakt die soms op gespannen voet kunnen te staan. Juridisch kader Vereisten Jeugdwet
38
De Jeugdwet draagt gemeenten op een laagdrempelige en herkenbare toegang tot Jeugdhulp in te richten. De inrichting is vormvrij, maar de wet stelt wel een aantal eisen waaraan de organisatie van de Toegang moet voldoen waaronder laagdrempelig laagdrempelige en herkenbaar,
Werkwijzer CJG Raalte, 2022, p.15
27
minimumeisen voor de borging van deskundigheid en aan het niveau van de professionals, zoals uitgewerkt in de 'Norm van de Verantwoorde Werktoedeling' (NvVW). In dit scenario wordt voldaan aan de eisen waaraan de organisatie van de toegang moet voldoen als genoemd in de Jeugdwet en Besluit Jeugdwet. Aangezien de gemeente op basis van de Jeugdwet een verantwoordelijkheid heeft voor een CJG, ligt het voor de hand dat er vanuit de gemeente ook kan worden gestuurd. In
dit
scenario
worden
de
knelpunten
omtrent
privacy
en
persoonsgegevens niet direct opgelost. Omdat het CJG geen entiteit is, blijft er een vraagstuk wie aangewezen kan worden als verwerkingsverantwoordelijke. Conform het advies van de privacyofficer uit 2022 is dit probleem echter wel oplosbaar, bijvoorbeeld door het in Privacy en persoonsgegevens
samenwerkingsafspraken vastleggen wie de feitelijke verwerkingsverantwoordelijke is. Het blijft in de huidige organisatievorm echter complex om deze verantwoordelijkheid goed te beleggen. Ook wanneer de verantwoordelijkheid bij één van de betrokkenen wordt gelegd (bijvoorbeeld de gemeente Raalte), is de vraag in hoeverre deze verantwoordelijkheid waargemaakt kan worden binnen de huidige constructie. Er zijn immers slechts indirecte sturingsmogelijkheden van de gemeente Raalte op een aanzienlijk deel van de bij het CJG betrokken medewerkers.
Generieke juridische
Aan dit criterium wordt voldaan. Er wordt geen gebruik gemaakt van
vereisten
privaatrechtelijke vormen van verzelfstandiging.
Organisatie Mogelijkheid inrichten organisatie
Aan dit criterium wordt voldaan. Aannemelijk is dat deze constructie geen belemmeringen vormt voor het realiseren van de doelen uit de Jeugdwet, Hervormingsagenda en het Toekomstscenario.
Personeel In dit scenario is deskundigheidsbevordering een taak van de Borging specialisme
moederorganisatie. De vraag is echter wel in hoeverre de moederorganisatie nog ingericht is om te voorzien in scholing voor het specialisme van een CJG-medewerker. Zo hebben in gesprekken meerdere zorgpartners aangegeven dat hier al geen sprake meer van is.
Personeelsbeleid Cultuur
In dit construct is er geen sprake van een uniform personeels- en beloningsbeleid voor medewerkers (één CAO). In dit construct wordt het knelpunt omtrent het ‘onderdeel zijn van een team’ niet opgelost. Medewerkers blijven met één been in de moederorganisatie en één been in het CJG staan. De huidige knelpunten omtrent de positionering van medewerkers kunnen beperkt worden opgelost in dit scenario. De leidinggevende
Heldere positionering medewerkers
functie en de verantwoordelijkheid voor de functionele aansturing van medewerkers kan helder worden belegd door uitvoering te geven aan de (concept-)samenwerkingsafspraken uit 2022, waarbij de rol van de coördinator vastgelegd wordt.39 De verantwoordelijkheid voor vervanging bij ziekte blijft bij de zorgpartner, wat complex is en zorgt voor onzekerheid met betrekking tot kwaliteit en beschikbaarheid van vervangend personeel.
39
Werkwijzer CJG Raalte, 2022, p.14
28
Personele transitieuitdaging
In dit scenario is geen sprake van een transitie van personeel. Verschillende zorgpartners hebben aangegeven open te staan voor een
Relatie verbonden partijen
transitie van personeel. Ook heeft een zorgpartner aangegeven de huidige personele constructie onwenselijk te vinden. Hier wordt in dit scenario niet aan tegemoet gekomen.
Financiën (Europese) aanbestedingsgrens
n.v.t. In de huidige constructie wordt het merendeel van de medewerkers van het CJG beschikbaar gesteld doordat er subsidiebeschikkingen met de
Belastbare overhead
moederorganisaties worden afgesloten ten behoeve van het uitvoeren van activiteiten. Omdat dit formeel geen detacheringsconstructie is, is er van dit criterium geen sprake.
Transitiekosten
Er vindt geen transitie plaats, dus van transitiekosten is geen sprake.
Effect op inwoners en
Een transitie naar scenario A gaat niet ten koste te gaat van de kwaliteit
cliënten
van dienstverlening van het CJG.
5.3 Scenario B – Stichting In dit scenario wordt het CJG verzelfstandigd in de vorm van een nieuw op te richten stichting. Dit heeft als effect dat het CJG op afstand wordt geplaatst van de gemeente Raalte. Sturing vindt meer indirect plaats, door middel van overeenkomsten. Ook treden de bij het CJG betrokken medewerkers (inclusief gemeentelijk personeel) in dienst van de stichting. Uitgangspunt
Toelichting
Sturing en governance Gewenste vorm van
In
sturing (bestuurlijk)
opdrachtnemerschap gecreëerd. Via een subsidierelatie of overeenkomst van opdracht kan bestuurlijk gestuurd worden op het wat.
dit
scenario
wordt
een
situatie
van
opdrachtgever-
en
Ook is het mogelijk een meerjarige opdracht vast te stellen en prestatieovereenkomsten te sluiten. Sturing op het wat is echter indirect. Gewenste vorm van sturing (ambtelijk)
De gemeente mandateert de uitvoering van het gemeentelijk beleid aan de stichting. Gemeenten sturen daarmee niet op het hoe. De ambtelijke sturing wordt in dit scenario een vorm van accountmanagement.
Complexiteit van de governance
De governance is relatief complex. Sturing door overheden op privaatrechtelijke rechtspersonen wordt over het algemeen gezien als complex, de gemeenteraad heeft beduidend minder instrumenten in vergelijking met publiekrechtelijke samenwerkingsvormen. Sturing en verantwoording vindt in deze constructie getrapt plaats. Er is één directeur-bestuurder die verantwoording aflegt. Gekozen kan worden voor een Raad van Toezicht. De gemeente controleert op de uitvoering van de taken via de inhoudelijke rapportages in de opdrachtgeveropdrachtnemer-relatie.
Juridisch kader De Jeugdwet draagt gemeenten op een laagdrempelige en herkenbare toegang tot Jeugdhulp in te richten. De inrichting is vormvrij, maar de wet Vereisten Jeugdwet
stelt wel een aantal eisen waaraan de organisatie van de Toegang moet voldoen waaronder laagdrempelig laagdrempelige en herkenbaar, minimumeisen voor de borging van deskundigheid en aan het niveau
29
van de professionals, zoals uitgewerkt in de 'Norm van de Verantwoorde Werktoedeling' (NvVW). In dit scenario wordt voldaan aan de eisen waaraan de organisatie van de toegang moet voldoen als genoemd in de Jeugdwet en Besluit Jeugdwet. Aangezien de gemeente op basis van de Jeugdwet een verantwoordelijkheid heeft voor een CJG, ligt het voor de hand dat er vanuit de gemeente ook kan worden gestuurd. Privacy en persoonsgegevens
In dit scenario worden de knelpunten omtrent privacy en persoonsgegevens opgelost. Er is één entiteit die aangewezen wordt als verwerkingsverantwoordelijke: de nieuw op te richten stichting. In de Gemeentewet is vastgelegd dat een gemeente alleen gebruik maken van een privaatrechtelijke rechtsvorm, indien dit in het bijzonder aangewezen moet worden geacht voor de behartiging van het daarmee
Generieke juridische vereisten
te dienen openbaar belang.40 Het is aan de gemeenteraad om te toetsen of hier sprake van is. In onze primaire beoordeling zien wij echter geen evidente meerwaarde in het oprichten van een stichting, ten opzichte van de andere opties die de gemeente Raalte voor handen heeft voor de inrichting van het CJG. Wij achten wij het gebruik maken van een stichting in deze context dus niet in het bijzonder aangewezen.
Organisatie Mogelijkheid inrichten organisatie
Aan dit criterium wordt voldaan. Wanneer gekozen wordt voor deze constructie, is het mogelijk om binnen de constructie een organisatie in te richten die adequaat functioneert. Deze constructie vormt op voorhand geen belemmeringen vormt voor het realiseren van de doelen uit de Jeugdwet, Hervormingsagenda en het Toekomstscenario.
Personeel In dit scenario treedt het personeel in dienst van de stichting. Met het in dienst nemen van het CJG-personeel hoort het optuigen van een plan Borging specialisme
voor deskundigheidsbevordering bij personeel zodat specialismes geborgd blijven. In dit scenario wordt dit de verantwoordelijkheid van de stichting. In deze behoefte kan de stichting voorzien door deskundigheidsbevordering in te kopen. Ook kunnen afspraken worden gemaakt met de op dit moment betrokken partijen om aanvullende cursussen te bieden om specialismes te borgen.
Personeelsbeleid
In dit construct dient bij de overgang van personeel een van toepassing zijnde CAO gekozen te worden. Hiermee wordt het beloningsbeleid geüniformeerd. In dit construct wordt het knelpunt omtrent het ‘onderdeel zijn van een
Cultuur
team’ opgelost. Medewerkers staan niet langer met één been in de moederorganisatie en één been in het CJG. Medewerkers worden onderdeel van één team, zijnde de stichting.
Heldere positionering medewerkers
Personele transitieuitdaging
40
De huidige knelpunten omtrent de positionering van medewerkers worden opgelost in dit scenario. De leidinggevende functie wordt binnen de stichting belegd (niet langer gesplitst) die ook verantwoordelijk is voor de functionele en hiërarchische aansturing. De transitie is in dit scenario zeer omvangrijk. Personeel gaat over van de moederorganisatie èn de gemeente naar de stichting. Dit is een zeer omvangrijk proces, waarbij tevens de vraag is of er draagvlak is onder de gemeentelijke medewerkers om aan een dergelijk scenario
Artikel 160, tweede lid, Gemeentewet
30
medewerking te verlenen. Extra complex hierbij is dat niet alle gemeentelijke medewerkers voor hun volledige dienstverband werkzaam zijn voor het CJG. Dit maakt de ontvlechting extra complex. Relatie verbonden partijen
De overgang van personeel kan een gevoelig punt zijn bij partijen die op dit moment personeel via subsidiebeschikkingen beschikbaar stellen. Op basis van de interviews die zijn afgenomen met de managers van de deze partijen wordt hier niet op voorhand een knelpunt gezien. Er is onder de respondenten draagvlak voor een overgang van personeel.
Financiën Een overheidsopdracht dient te worden aanbesteed, tenzij er sprake is van een uitzondering. De gemeente Raalte kan kansrijk een beroep doen op een vrijstelling voor aanbesteden als wordt voldaan aan de voorwaarden artikel 24a Aanbestedingswet ‘quasi-inbesteden’, te weten: 1.
De stichting CJG moet 80% van de werkzaamheden voor gemeente Raalte uitvoeren
(Europese)
2.
aanbestedingsgrens De drempel voor
3.
overheidsopdrachten voor sociale en andere specifieke diensten bedraagt € 750.000,- , voor reguliere diensten € 221.000,- (20242025). De opdracht aan de stichting is geraamd op + 1mln euro.
De stichting moet 100% gefinancierd worden met overheidsmiddelen Gemeente Raalte oefent toezicht uit op de stichting doordat in de statuten van de stichting is opgenomen dat: a.
de gemeente Raalte moet instemmen met statuten, meerjarenplannen, de visie en de strategie van de stichting;
b.
de gemeente Raalte de begroting en de jaarrekening goedkeurt;
c.
de gemeente Raalte gaat over de benoeming, en ontslag bestuurders of de raad van toezicht;
d.
de gemeente Raalte moet instemmen met het verwerven en vervreemden van onroerend goed;
e.
de gemeente Raalte moet instemmen met het uitvoeren van andere belangrijke transacties (boven een bepaalde waarde) en andere belangrijke investeringen.
Afhankelijk van hoe de ‘opdracht’ aan de stichting wordt vormgegeven, kan ook worden beargumenteerd dat er sprake is van een subsidierelatie en hoeft er niet te worden aanbesteed. De criteria hiervoor zijn o.a.: de mate van zeggenschap over de invulling van de taak en de afdwingbaarheid daarvan, wie het initiatief neemt en of er een markconforme vergoeding voor de diensten wordt betaald. Belastbare overhead
N.v.t., er is geen sprake van detachering. Er gaan forse transitiekosten gepaard met de overgang tot dit construct. Over het algemeen zijn dit:
Transitiekosten
-
Dit zijn projectkosten voor de ontvlechting van medewerkers;
-
Frictiekosten die bij de latende organisaties ontstaan als gevolg van de uittreding van personeel;
-
Afvloeiingskosten;
31
-
Desintegratiekosten die ontstaan doordat de overheadkosten bij de latende organisatie niet direct proportioneel kunnen worden verminderd.
Effect op inwoners en
Een transitie naar scenario B lijkt niet ten koste te gaat van de kwaliteit
cliënten
van dienstverlening van het CJG. .
5.4 Scenario C – Onderdeel gemeente Raalte In dit scenario wordt het CJG onderdeel van de gemeente Raalte. Het meest concrete effect is hierbij de overgang van personeel: CJG-medewerkers worden niet langer middels subsidiebeschikkingen of detacheringsovereenkomsten verbonden aan het CJG, maar treden formeel in dienst bij de gemeente Raalte. 41 Dit naast de 8,9 fte die al in dienst is bij de gemeente Raalte.42 Uitgangspunt
Toelichting
Sturing en governance Gewenste vorm van
De bestuurlijke wens is om te sturen op de te behalen doelen van het CJG.
sturing (bestuurlijk)
Er is geen wens om te sturen op het hoe. Binnen deze constructie is deze werkwijze mogelijk.
Gewenste vorm van sturing (ambtelijk)
Ambtelijke sturing op het hoe van het CJG is in dit scenario optimaal mogelijk. Medewerkers worden onderdeel van de gemeentelijke organisatie en kunnen dus direct ambtelijk aangestuurd worden.
Complexiteit van de
De governance is eenvoudig: doordat het CJG als onderdeel van de
governance
gemeente gepositioneerd wordt zijn er geen separate overeenkomsten, beschikkingen of samenwerkingsafspraken nodig met een aparte entiteit of met partners ten behoeve van het beschikbaar stellen van het CJG-personeel.
Juridisch kader De Jeugdwet draagt gemeenten op een laagdrempelige en herkenbare toegang tot Jeugdhulp in te richten. De inrichting is vormvrij, maar de wet stelt wel een aantal eisen waaraan de organisatie van de Toegang moet voldoen waaronder laagdrempelig laagdrempelige en herkenbaar, Vereisten Jeugdwet
minimumeisen voor de borging van deskundigheid en aan het niveau van de professionals, zoals uitgewerkt in de 'Norm van de Verantwoorde Werktoedeling' (NvVW). In dit scenario wordt voldaan aan de eisen waaraan de organisatie van de toegang moet voldoen als genoemd in de Jeugdwet en Besluit Jeugdwet. Aangezien de gemeente op basis van de Jeugdwet een verantwoordelijkheid heeft voor een CJG, ligt het voor de hand dat er vanuit de gemeente ook kan worden gestuurd.
Privacy en persoonsgegevens Generieke juridische vereisten
In dit scenario worden de knelpunten omtrent privacy en persoonsgegevens opgelost. Er is één entiteit die aangewezen wordt als verwerkingsverantwoordelijke: de gemeente Raalte. Aan dit criterium wordt voldaan. Er wordt geen gebruik gemaakt van privaatrechtelijke vormen van verzelfstandiging.
41
Dit voor zover mogelijk. Zo geldt dat de overeenkomst met de GGD (contactpersoonschap) voortgezet zal moeten worden, en dat voor specialistische functies (gedragswetenschapper) de vraag is in hoeverre het wenselijk / mogelijk is deze functie permanent aan de gemeente Raalte te binden. 42 Deze 8,9 fte is inclusief bestaande ZZP en detacheringsovereenkomsten, zie hoofdstuk 2.
32
Organisatie Mogelijkheid inrichten organisatie
Aan dit criterium wordt voldaan. Deze organisatievorm vormt geen belemmeringen voor het realiseren van de doelen uit de Jeugdwet, Hervormingsagenda en het Toekomstscenario.
Personeel Met het in dienst nemen van het CJG-personeel hoort het optuigen van een plan voor deskundigheidsbevordering bij personeel zodat Borging specialisme
specialismes geborgd blijven. In dit scenario wordt dit de verantwoordelijkheid van de gemeente Raalte. De gemeente Raalte kan voorzien in deze behoefte. Dit door deskundigheidsbevordering in te kopen. Ook kunnen afspraken worden gemaakt met de partijen die op dit moment personeel beschikbaar stellen, bijvoorbeeld om aanvullende cursussen te bieden om specialismes te borgen.
Personeelsbeleid
Cultuur
In dit construct is er sprake van een uniform beloningsbeleid voor medewerkers (gemeentelijke CAO). In dit construct wordt het knelpunt omtrent het ‘onderdeel zijn van een team’ opgelost. Medewerkers staan niet langer met één been in de moederorganisatie en één been in het CJG. Medewerkers worden onderdeel van het CJG-team binnen de gemeente Raalte. De huidige knelpunten omtrent de positionering van medewerkers
Heldere positionering medewerkers
worden opgelost in dit scenario. De leidinggevende functie wordt bij één leidinggevende belegd (niet langer gesplitst) die ook verantwoordelijk is voor de functionele en hiërarchische aansturing. De transitie is in dit scenario relatief omvangrijk. Personeel gaat over van
Personele transitieuitdaging
de moederorganisatie naar de gemeente Raalte. Echter, de transitie is minder omvangrijk dan bij de variant stichting, waar ook de gemeentelijke medewerkers over gaan naar een andere organisatie. De overgang van personeel kan een gevoelig punt zijn bij partijen die op
Relatie verbonden partijen
dit moment personeel via subsidiebeschikkingen beschikbaar stellen. Op basis van de interviews die zijn afgenomen met de managers van de deze partijen wordt hier niet op voorhand een knelpunt gezien. Er is onder respondenten sprake van draagvlak voor een overgang van personeel.
Financiën (Europese)
Het CJG wordt binnen de gemeente georganiseerd in dit scenario, van
aanbestedingsgrens
aanbesteding is dus geen sprake.
Belastbare overhead
Er is in dit scenario geen sprake van detachering, dus dit scenario doet niet ter zake. Er gaan transitiekosten gepaard met de overgang tot dit construct. Over het algemeen zijn dit: -
Dit zijn projectkosten voor de inrichting van de afdeling en de invlechting van medewerkers;
Transitiekosten
Frictiekosten die bij de latende organisaties ontstaan als gevolg van de uittreding van personeel;
-
Afvloeiingskosten;
-
Desintegratiekosten die ontstaan doordat de overheadkosten bij de latende organisatie niet direct proportioneel kunnen worden verminderd.
De vraag is echter wel in hoeverre deze kosten aan de orde zijn in het specifieke voorbeeld van het CJG in Raalte. Personeel is immers al voor
33
het volledige dienstverband werkzaam bij het CJG, wat de frictiekosten doet verminderen. Van afvloeiingskosten is geen sprake, aangezien het personeel in zijn geheel over gaat. Medewerkers van het CJG zijn in de praktijk ook geen onderdeel meer van het primaire proces van de moederorganisatie, wat de desintegratiekosten doet verminderen. Effect op inwoners en cliënten
Een transitie naar scenario C gaat niet ten koste van de kwaliteit van dienstverlening van het CJG.
34
6
Uitwerking scenario’s financieringsvormen
6.1 Inleiding In dit hoofdstuk werken wij de verschillende financieringsvormen voor het CJG uit. Het gaat concreet om een viertal scenario’s: A. Behoud status quo: de huidige financieringsvorm wordt voortgezet, waarbij het CJG voor zo’n 40% incidenteel wordt gefinancierd. Dit betekent dat na iedere afloop van de lopende incidentele financiering, nieuwe incidentele financiering moet worden gevonden. B. Gemeentelijke financiering structureel: de gemeentelijke financiering die op dit moment incidenteel van aard is, wordt structureel gemaakt. Dit gaat dan concreet over de middelen uit het transformatiebudget. Incidentele rijksmiddelen komen niet voor rekening van de gemeente Raalte. Na afloop dient het CJG nieuwe aanvragen in te dienen voor rijksmiddelen (NPO-middelen en middelen Nationaal Programma Dakloosheid). C. Structurele financiering: het CJG wordt volledig structureel gefinancierd. D. Uitbreiding financiering: het CJG wordt volledig structureel gefinancierd, waarbij het huidige totale budget wordt verhoogd. Voor de verschillende scenario’s beschrijven wij een aantal aspecten: -
De consequenties voor het CJG (op hoofdlijnen). Dit in ieder geval op de aspecten personele organisatie en risico op wachtlijsten.
-
De verhouding tot de bredere ontwikkeling van de Hervormingsagenda Jeugd, het Toekomstscenario kind- en gezinsbescherming.
-
De verhouding tot de aanbevelingen uit het rapport Zicht op het verbeter- en besparingspotentieel Raalte.43
Het beschrijven van de consequenties is op hoofdlijnen. In de huidige begroting van het CJG zijn de verschillende financieringsstromen niet één-op-één gekoppeld aan functies die het CJG uitvoert. In het geval van afschaling van financiering kan niet direct gesteld worden ten koste van welke functies dit gaat. Daarom werken wij met voorbeelden om de consequenties op hoofdlijnen te illustreren.
43
Berenschot, Rapport Zicht op besparingsmaatregelen Raalte, 2024.
35
6.2 Scenario A – Behoud status quo In de huidige situatie wordt het CJG voor zo’n 40% incidenteel gefinancierd. In dit scenario wordt deze situatie voortgezet, waarbij de totale omvang van de financiering gelijkt blijft. Wij schetsen hiervan de consequenties. Consequenties voor het CJG •
In dit scenario worden knelpunten met betrekking tot continuïteit van personeel niet opgelost (zie hoofdstuk 2). Dit betekent dat voor sommige taken van het CJG personeel tijdelijk zal worden ingehuurd.44 Dit is kwetsbaar ten aanzien van kennisopbouw, netwerkopbouw en het opbouwen en bestendigen van relaties met inwoners.
•
Voor het voortzetten van de huidige financiering is het CJG deels afhankelijk van de beschikbaarheid van incidentele rijksmiddelen en gemeentelijke incidentele middelen. Dit vormt een risico: wanneer deze aflopen en niet voortgezet worden, valt 40% van de huidige financiering van het CJG weg.
•
Indien de gemeente Raalte de huidige omvang van de financiering, inclusief incidentele component wenst voort te zetten, zal vanaf 2026 voor zo’n €500.000 aan nieuwe incidentele middelen moeten worden gevonden. Hierbij kan echter wel een rechtmatigheidsvraagstuk ontstaan. Immers: het uitgangspunt is dat structurele lasten, structureel gedekt worden. 45
•
Indien de incidentele financiering wegvalt, betekent dit dat het CJG fte (fors) moet afschalen. Dit kan door bijvoorbeeld het afschalen van opvoedmaatschappelijk werkers, het niet langer inzetten van een maatschappelijk werker complexe scheidingen, het niet voortzetten van het contactpersoonschap van de GGD of het afschalen van het collectieve activiteitenbudget. Dit heeft evident negatieve consequenties.
•
Met het afschalen van fte ontstaan er wachtlijsten bij een gelijkblijvende caseload. Ook zal afschaling van fte tot gevolg hebben dat het uitvoeren van jeugdhulp in voorliggende voorzieningen minder kan plaatsvinden. Dit leidt tot een groter aantal doorverwijzingen naar specialistische jeugdhulp. Een stijgend aantal doorverwijzingen naar de specialistische jeugdhulp leidt vrijwel per definitie tot een stijging van de kosten voor de gemeente Raalte voor de specialistische jeugdhulp.46
44
Een voorbeeld hiervan in de huidige begroting is een opvoedmaatschappelijk werker risicojongeren. Conform BBV, zie ook: Verduidelijking structurele en incidentele baten en lasten, Gezamenlijke provincies, 2021. 46 Zie voor een verdere toelichting: Bijlage 2. 45
36
Verhouding Hervormingsagenda Jeugd en Toekomstscenario •
De Hervormingsagenda en het Toekomstscenario gaan uit van een taakverzwaring voor lokale teams met een ‘beweging naar de voorkant’. Dit vereist stevige lokale teams.47 Dit scenario voorziet niet in een versteviging of verzwaring van de rol van het CJG.
•
Daarnaast blijven er risico’s met betrekking tot continuïteit als gevolg van incidentele financiering.
•
Tot slot leidt dit scenario tot het risico het CJG moet afschalen, waardoor het de caseload die voorliggend kan worden opgepakt afneemt. Dit is contrair aan de geschetste lijn in de Hervormingsagenda.
Rapport Zicht op het verbeter- en besparingspotentieel Raalte •
Het rapport ziet op een uitbreiding van het volume van het CJG. In dit scenario wordt niet voorzien in deze uitbreiding maar blijft de omvang gelijk, met een risico op afname van de omvang.
•
Het rapport benadrukt het belang van continuïteit binnen het CJG, en benadrukt dat de bedrijfsmatige benadering van het CJG hierop gebaseerd dient te zijn. 48 Hier wordt in dit scenario slechts beperkt in voorzien, aangezien een deel van de financiering incidenteel van aard blijft, met consequenties voor de continuïteit.
•
Het rapport gaat uit van een toename van jeugdhulp wat voorliggend wordt opgepakt. Dit leidt tot besparingen. Dit scenario bevat het risico dat het CJG in omvang afneemt, wat leidt tot een afname van jeugdhulp wat voorliggend wordt opgepakt. Dit scenario is daarmee niet in lijn met de voorgestelde besparingsmaatregel in het rapport.
6.3 Scenario B – Gemeentelijke financiering structureel In dit scenario wordt de gemeentelijke financiering (zowel de huidige incidentele als structurele component) structureel voortgezet. Incidentele rijksmiddelen komen niet voor rekening van de gemeente Raalte. Deze incidentele financiering valt dus weg. Consequenties voor het CJG •
In dit scenario zal het CJG voor een deel incidenteel gefinancierd blijven. Dit betekent dat het knelpunt met betrekking tot de continuïteit van personeel wordt verkleind, maar niet opgelost.
•
Voor het voortzetten van de huidige financiering is het CJG deels afhankelijk van de beschikbaarheid van incidentele rijksmiddelen. Dit vormt een risico: wanneer deze aflopen en niet voortgezet worden, valt 14% van de huidige financiering van het CJG weg. Vooralsnog zijn er geen alternatieve rijksmiddelen bekend.
47 48
Zie ook het convenant ‘stevige lokale teams’. Berenschot, Zicht op het verbeter- en besparingspotentieel, p.26
37
Dit betekent concreet dat het CJG fte moet afschalen. Dit kan door bijvoorbeeld het afschalen van opvoedmaatschappelijk werkers, het niet langer inzetten van een maatschappelijk werker complexe scheidingen of het niet voortzetten van het contactpersoonschap van de GGD. •
Met het afschalen van fte is het ontstaan er wachtlijsten. Ook zal dit als consequentie hebben dat het uitvoeren van jeugdhulp in voorliggende voorzieningen minder kan plaatsvinden. Dit leidt tot een groter aantal doorverwijzingen naar specialistische jeugdhulp. Een stijgend aantal doorverwijzingen naar de specialistische jeugdhulp leidt vrijwel per definitie tot een stijging van de kosten voor de gemeente Raalte voor de specialistische jeugdhulp.49
Verhouding Hervormingsagenda Jeugd en Toekomstscenario •
De Hervormingsagenda en het Toekomstscenario gaan uit van een taakverzwaring voor lokale teams met een ‘beweging naar de voorkant’. Dit vereist stevige lokale teams.50 Dit scenario voorziet niet in een versteviging of verzwaring van de rol van het CJG.
•
Daarnaast blijven er risico’s met betrekking tot continuïteit als gevolg van (deels) incidentele financiering.
•
Tot slot leidt dit scenario tot het risico het CJG moet afschalen, waardoor het de caseload die voorliggend kan worden opgepakt afneemt. Dit is contrair aan de geschetste lijn in de Hervormingsagenda.
Rapport Zicht op het verbeter- en besparingspotentieel Raalte •
Het rapport ziet op een uitbreiding van het volume van het CJG. In dit scenario wordt niet voorzien in deze uitbreiding maar blijft de omvang gelijk.
•
Het rapport benadrukt het belang van continuïteit binnen het CJG, en benadrukt dat de bedrijfsmatige benadering van het CJG hierop gebaseerd dient te zijn. 51 Hier wordt in dit scenario slechts beperkt in voorzien, aangezien een deel van de financiering incidenteel van aard blijft, met consequenties voor de continuïteit.
•
Het rapport gaat uit van een toename van jeugdhulp wat voorliggend wordt opgepakt. Dit leidt volgens het rapport tot besparingen. Dit scenario bevat het risico dat het CJG in omvang afneemt, wat leidt tot een afname van jeugdhulp wat voorliggend wordt opgepakt. Dit scenario is daarmee niet in lijn met de voorgestelde besparingsmaatregel in het rapport. Zeker wanneer externe verwijzers meer naar het CJG doorverwijzen52 ontstaan hier mogelijk knelpunten, met het risico op wachtlijsten.
49
Zie voor een nadere analyse: Bijlage 2. Zie ook het convenant ‘stevige lokale teams’. 51 Berenschot, Zicht op het verbeter- en besparingspotentieel, p.26 52 Zoals genoemd op p.26 van het rapport Zicht op besparingsmaatregelen Raalte, Berenschot 2024. 50
38
6.4 Scenario C – Structurele financiering In dit scenario blijft de huidige omvang van de financiering gelijk. Wel wordt de incidentele component omgezet in structurele financiering. Dit betekent feitelijk dat de gemeente Raalte de financiering die op dit moment via rijksmiddelen plaatsvindt (zo’n 14%) overneemt en dat de gemeente de huidige incidentele financiering uit het transformatiefonds omzet naar structurele financiering. Consequenties voor het CJG •
In dit scenario zal het CJG volledig structureel gefinancierd worden. Bestaande knelpunten omtrent de continuïteit van personeel worden volledig opgelost (zie hoofdstuk 2). Dit heeft een positief effect ten aanzien van kennisopbouw, netwerkopbouw en het opbouwen en bestendigen van relaties met inwoners. Daarnaast hoeven medewerkers niet langer tegen relatief hoge kosten worden ingehuurd.
•
In dit scenario blijft de huidige omvang van het CJG bestendigd. Dit betekent dat het CJG in staat blijft om structureel de bestaande caseload op te pakken. Het risico op wachtlijsten wordt daarmee verkleind.
Verhouding Hervormingsagenda Jeugd en Toekomstscenario •
De Hervormingsagenda en het Toekomstscenario gaan uit van een taakverzwaring voor lokale teams met een ‘beweging naar de voorkant’ en handelen bij onveiligheid of ontwikkelingsbedreiging.53 Dit scenario voorziet deels in een versteviging van de rol van het CJG: de structurele formatie wordt uitgebreid. Wij benadrukken deels omdat dit scenario niet ziet op een uitbreiding van de capaciteit van het CJG om de genoemde ‘beweging naar de voorkant’ verder te bewerkstelligen. Het scenario voorziet voornamelijk op het verstevigen van de status quo.
Rapport Zicht op het verbeter- en besparingspotentieel Raalte •
Het rapport ziet op een uitbreiding van het volume van het CJG. In dit scenario wordt niet voorzien in deze uitbreiding maar blijft de totale personele omvang, en daarmee de op te pakken caseload, gelijk. Zeker wanneer externe verwijzers meer naar het CJG doorverwijzen54 ontstaan hier mogelijk knelpunten, met het risico op wachtlijsten.
•
Het rapport benadrukt het belang van continuïteit binnen het CJG, en benadrukt dat de bedrijfsmatige benadering van het CJG hierop gebaseerd dient te zijn. 55 Hier wordt in dit scenario in voorzien. Met een volledig structurele financiering wordt de continuïteit van personeel geborgd.
53
Toekomstscenario kind- en gezinsbescherming, p. 11 Zoals genoemd op p.26 van het rapport Zicht op besparingsmaatregelen Raalte, Berenschot 2024. 55 Berenschot, Zicht op het verbeter- en besparingspotentieel, p.26 54
39
•
Het rapport gaat uit van een toename van jeugdhulp wat voorliggend wordt opgepakt. Dit leidt volgens het rapport tot besparingen. Dit scenario voorziet niet in een toename van de omvang van het CJG. Zeker wanneer externe verwijzers meer naar het CJG doorverwijzen56 ontstaan hier mogelijk knelpunten, met het risico op wachtlijsten. Dit scenario is daarmee niet in lijn met de voorgestelde besparingsmaatregel in het rapport.
6.5 Scenario D - Uitbreiding financiering In dit scenario wordt de incidentele component in de financiering van het CJG structureel gemaakt. Daarnaast wordt voorzien in een uitbreiding van de financiering, om op die manier het CJG te laten groeien in omvang. Op die manier kan de caseload binnen het CJG ook vergroot worden. Consequenties voor het CJG •
In dit scenario zal het CJG volledig structureel gefinancierd worden. Bestaande knelpunten omtrent de continuïteit van personeel worden opgelost (zie hoofdstuk 2). Dit heeft een positief effect ten aanzien van kennisopbouw, netwerkopbouw en het opbouwen en bestendigen van relaties met inwoners. Daarnaast hoeven medewerkers niet langer tegen relatief hoge kosten worden ingehuurd.
•
In dit scenario wordt de huidige omvang van het CJG uitgebreid. Dit betekent dat het CJG in staat blijft om structureel de bestaande caseload op te pakken, maar het ook mogelijk is om extra taken op te pakken op het gebied van diagnostiek, begeleiding, systeemtherapie / intensieve gezinsbehandeling, hulp bij echtscheiding en spoedzorg. Het risico op wachtlijsten wordt daarmee geminimaliseerd.
Verhouding Hervormingsagenda Jeugd en Toekomstscenario •
De Hervormingsagenda en het Toekomstscenario gaan uit van een taakverzwaring voor lokale teams met een ‘beweging naar de voorkant’ en handelen bij onveiligheid of ontwikkelingsbedreiging.57 Dit scenario voorziet in een versteviging van de rol van het CJG: de formatie wordt uitgebreid. Er wordt maximaal aangesloten bij de genoemde ‘beweging naar de voorkant’, aangezien conform het advies in het rapport Zicht op verbeter- en Besparingspotentieel Raalte het takenpakket van het CJG wordt uitgebreid. De taak van het CJG wordt daarmee verzwaard. Daarmee wordt maximaal ingezet op het inzetten van passende en samenhangende basishulp door het CJG zelf, wat sterk aansluit op de uitgangspunten zoals genoemd in de Hervormingsagenda.
56 57
Zoals genoemd op p.26 van het rapport Zicht op besparingsmaatregelen Raalte, Berenschot 2024. Toekomstscenario kind- en gezinsbescherming, p. 11
40
Rapport Zicht op het verbeter- en besparingspotentieel Raalte •
Het rapport ziet op een uitbreiding van het volume van het CJG en een versteviging van de rol. In de totale verrekening geven de opstellers van het rapport aan dat de kosten voor personeelsinzet binnen het CJG verrekend zijn, en dat een besparing resteert van 443.000.58
•
Dit scenario sluit optimaal aan op de aanbevelingen uit het rapport. Met aanvullende financiering wordt voorzien in de benodigde capaciteit om te voorzien in een aanbod op het gebied van diagnostiek, begeleiding, systeemtherapie / intensieve gezinsbehandeling, hulp bij echtscheiding en spoedzorg.
•
De rol van het CJG wordt daarmee, in lijn met de aanbevelingen uit het rapport, vergroot. Het CJG wordt als middel gebruikt om het aandeel ondersteuning wat voorliggend wordt aangeboden te vergroten.
•
Het rapport veronderstelt terecht dat het aandeel verwijzingen naar het CJG van externe verwijzers toe dient te nemen. In dit scenario wordt hier optimaal op ingespeeld, omdat wordt voorzien in de nodige capaciteit om deze extra verwijzingen op te pakken.
58
Waar de personeelsinzet van het CJG op geraamd is bij deze besparingsmaatregel wordt op basis van het rapport niet inzichtelijk. Per definitie is er sprake van een uitbreiding van personele inzet, aangezien de caseload vergroot wordt. De omvang van de benodigde uitbreiding van personele inzet is op basis van het rapport nog niet duidelijk.
41
7
Advies
7.1 Inleiding Ons advies is opgebouwd uit twee aspecten, te weten a) de best passende organisatievorm en b) de best passende financieringsvorm voor het CJG. De adviezen zijn gebaseerd op de resultaten zoals weergegeven in hoofdstuk 5 en 6.
7.2 Advies organisatievorm Wat betreft de organisatievorm adviseren wij scenario C: het CJG als onderdeel van de gemeente Raalte. Dit scenario scoort (met afstand) het best op de relevante aspecten zoals genoemd in de notitie van uitgangspunten. In dit scenario wordt de gewenste bestuurlijke en ambtelijke sturing in de hoogste mate mogelijk gemaakt. Gegeven de opgaven op het gebied van het sociaal domein, de landelijke ontwikkelingen met betrekking tot de Hervormingsagenda en het daaruit volgende toenemende belang van de rol die het CJG vervuld zijn bestuurlijke en ambtelijke sturing een belangrijk element in het realiseren van de doelstellingen van het CJG. In een variant waarbij sprake is van verzelfstandiging van het CJG wordt bestuurlijke sturing beperkt en ambtelijke sturing wordt gereduceerd tot een vorm van accountmanagement. Verder worden in dit scenario huidige knelpunten in de personele organisatie opgelost. Dit gaat gepaard met een transitie van personeel. Dit leidt tot een organisatiewijziging van de kant van de gemeente Raalte en tot het ontstaan van transitiekosten. De analyse in hoofdstuk 5 laat echter zien dat de transitiekosten beperkt kunnen blijven, gegeven de situatie waarbij personeel voor het volledige dienstverband werkzaam is bij het CJG.
Uiteraard kan het CJG zich, ook als onderdeel van de gemeente Raalte, naar inwoners toe blijven uiten als zelfstandig CJG, met een eigen locatie. De organisatievorm hoeft dit niet in de weg te staan. Daarmee is het CJG als onderdeel van de gemeente Raalte de meest logische en best passende toekomstige organisatievorm.
7.3 Advies financieringsvorm Op dit moment wordt het CJG deels met incidentele middelen gefinancierd. Er wordt binnen het CJG geen één-op-één koppeling gemaakt tussen financiering en taken. Dit betekent dat zowel structurele als incidentele middelen gezamenlijk de totale dekking van de begroting van het CJG verzorgen. Incidentele financiering leidt tot knelpunten Dit leidt ertoe dat het CJG met incidentele middelen taken dekt die niet incidenteel van aard zijn: de incidentele middelen worden aangewend worden om de bestaande caseload op te pakken. 42
Dit leidt tot een gebrek aan continuïteit in het personeelsbestand van het CJG. De huidige financieringsvorm heeft daarmee evident negatieve consequenties met betrekking tot kosten, kennisopbouw, netwerkopbouw en het opbouwen en bestendigen van relaties met inwoners. Uit ons onderzoek maken wij op dat de gemeente Raalte niet van plan is het takenpakket van het CJG af te schalen. Dit zou ook contrair zijn aan de landelijke adviezen volgend uit de Hervormingsagenda. Advies: ken voor structurele taken, structurele financiering toe Wij adviseren om structurele taken ook structureel te financieren. Wij merken financieringsvorm scenario C aan als een minimaal benodigd scenario. Met dit scenario worden huidige knelpunten (zie hoofdstuk 2.6.4) opgelost. Ook wordt het risico vermeden dat het CJG als gevolg van de afbouw van incidentele middelen in omvang moet afschalen, waarmee de gemeente Raalte contrair zou handelen aan de landelijk ingezette koers van de ‘Beweging naar de voorkant’, en tevens het risico loopt op stijging van de zorgkosten.59 Advies: volg het advies uit het rapport ‘Zicht op het verbeter- en besparingspotentieel’ en pas de financiering hier op aan Parallel aan het schrijven van dit rapport is het rapport ‘Zicht op het verbeter- en besparingspotentieel’ verschenen.
60 Onderdeel van dit rapport is het advies om de voorliggende specialistische inzet van het CJG uit te breiden, om daarmee een besparing te realiseren. Dit advies ligt volledig in lijn met de in dit rapport geschetste ‘beweging naar de voorkant’ en onderschrijven wij. De veronderstelling dat deze beweging op termijn leidt tot minder kosten is op basis van bestaand onderzoek aannemelijk. 61 Een kanttekening die wij hierbij plaatsen, is dat een uitbreiding van de specialistische inzet ook aanvullende investeringen vraagt in de vorm van capaciteit van het CJG. Scenario D -een uitbreiding van de financiering- is van toepassing als de gemeente Raalte ervoor kiest om opvolging te geven aan het advies van Berenschot. Dit scenario dient integraal onderdeel te zijn van de uitwerking van deze besparingsmaatregel, om op die manier ook de omvang van de benodigde extra capaciteit van het CJG inzichtelijk te maken.
59
Zoals omschreven in de Hervormingsagenda Jeugd. Berenschot, Rapport Zicht op besparingsmaatregelen Raalte, 2024. 61 Zie voor een nadere analyse: Bijlage 2. 60
43
7.4 Slotconclusie Middels een motie heeft de gemeenteraad de opdracht geformuleerd om een toekomstbestendig plan voor het CJG in Raalte op te stellen. Deze toekomstbestendigheid is in dit rapport gedefinieerd als a) een passende organisatievorm en b) een passende financieringsvorm die gezamenlijk bijdragen aan de continuïteit, effectiviteit en kwaliteit van dienstverlening van het CJG. Met voorgesteld advies wordt voorzien in een organisatievorm waarbij huidige knelpunten in de organisatorische inrichting worden opgelost. Daarnaast wordt in het advies optimaal aangesloten bij de gewenste sturingsmogelijkheden op het CJG, het voldoen aan geldende wet- en regelgeving en de mogelijkheid om een effectieve organisatie in te richten waarbij de continuïteit van personeel en dienstverlening optimaal geborgd wordt. Het advies voorziet daarnaast in een financieringsvorm die tevens bijdraagt aan het oplossen van bestaande knelpunten met betrekking tot continuïteit van personeel, aansluit bij de beweging die de geschetst wordt in de landelijke Hervormingsagenda Jeugd en de beweging die de gemeente Raalte lokaal wenst te maken met betrekking tot het beheersen van de kosten in het sociaal domein.
44
Bijlage 1 – Lijst van geïnterviewde functionarissen Maaike Veenbergen
– Teammanager GGD IJsselland
Monique van Esterik
– Gemeentesecretaris gemeente Raalte
Susan Meijer
– Coördinator CJG
Tamara Schrör
– Domeinmanager Sociaal Domein gemeente Raalte
Gerria Toeter
– Wethouder Sociaal Domein gemeente Raalte
Danielle Huis in ’t Veld
– Manager Zorg, Trias Groep
Michèl van Naarden
– Teammanager de Kern
Myrte de Jong
– Strategisch beleidsadviseur jeugd gemeente Raalte
Alexander Kreule
– Wethouder Financiën gemeente Raalte
Bart Vroom
– Interim manager MEE Samen
Melanie Leegwater
– Manager Mee Samen
Lucas Klekamp
- Privacy Officer Gemeente Deventer, Olst-Wijhe en Raalte
Adviesraad Sociaal Domein Raalte
45
Bijlage 2 – Wetenschappelijk kader Inleiding Een belangrijk onderdeel van de Hervormingsagenda Jeugd is de geschetste ‘beweging naar de voorkant’. Concreet houdt dit in dat jeugdigen en hun ouders voor jeugdhulp laagdrempelig en dichtbij huis terecht kunnen bij stevige lokale teams die waar nodig ook zelf passende en samenhangende basishulp bieden: zowel licht als zwaarder en zowel kort als langdurig.62 Deze maatregel wordt geplaatst in het bredere kader waarbij het stelsel door de huidige kostenontwikkeling tegen de grenzen van de personele en financiële houdbaarheid aanloopt.63 Daarnaast was een van de doelen bij de decentralisatie van de jeugdzorg om met de inzet van lichte hulp het gebruik van gespecialiseerde tweedelijns zorg zoveel mogelijk te voorkomen. Dit zou de jeugdzorg zowel kwalitatief beter als goedkoper moeten maken. 64 Dit noemen wij de ‘beleidstheorie’ van de Hervormingsagenda: door de inzet van laagdrempelige jeugdhulp, dichtbij huis, door stevige lokale teams wordt het aantal doorverwijzingen verminderd en wordt de jeugdzorg beter en goedkoper. In deze bijlage schetsen wij op hoofdlijnen wat bestaand wetenschappelijk onderzoek aan resultaten heeft opgeleverd met betrekking tot de resultaten van deze ‘beweging naar de voorkant’.
De centrale vraag hierbij is: kan geconcludeerd worden dat deze beweging inderdaad leidt tot minder doorverwijzingen en minder kosten?
Methodiek De beschrijving in bijlage 2 heeft het karakter van een quick scan in het kader van het onderzoek naar een toekomstbestendig plan voor het CJG Raalte. Er is een inventarisatie gemaakt van beschikbare onderzoeksresultaten en deze worden op hoofdlijnen weergegeven. In het kader van dit onderzoek hebben wij de beleidstheorie op hoofdlijnen getoetst, op basis van beschikbare data over de effecten van de ‘beweging naar de voorkant’ op verwijzingen en totale kosten jeugdhulp. Daarbij schetsen wij de kanttekening dat de inzet van lokale teams slechts één van de maatregelen is om de toestroom naar jeugdhulp te beïnvloeden, naast bijvoorbeeld de wijze van inkoop en de wijze van bekostiging van aanbieders door gemeenten. Zo suggereert Benda (2021) dat beperkingen van het aanbod van tweedelijnsjeugdhulp een werkzaam ingrediënt kunnen zijn in een gemeentelijk beleidspakket om jeugdzorg te verschuiven van de tweede naar de eerste lijn.65 De inzet van het CJG moet dus altijd gezien worden in een bredere beleidscontext, in samenhang met andere beleidsinstrumenten die de gemeente inzet in het kader van jeugdhulp.
62
Hervormingsagenda Jeugd, p. 11 Hervormingsagenda Jeugd, p.12, Rapport Stelsel in Groei, AEF (2020). 64 Benda, L., Diepstraten, M., van Eijkel, R., Remmerswaal, M. (2021). Wijkteams en praktijkondersteuners in de jeugdzorg. Den Haag: Centraal Planbureau (CPB), p.2. 65 Benda, L., (2021). De gemeentelijk inkoop van jeugdzorg. Den Haag: Centraal Planbureau (CPB), p.2. 63
46
Tot slot is een kanttekening dat statistisch onderzoek naar de effecten van de inzet van wijkteams (de categorie waar het CJG ook onder geschaard mag worden) zeer beperkt voor handen is.66 De beschikbare data die voor handen is, hebben wij gebruikt bij het opstellen van deze bijlage.
Resultaten In deze paragraaf werken wij de resultaten uit op basis van de beschikbare wetenschappelijke data. Wij gaan allereerst in op de invloed van de inzet van wijkteams op de doorverwijzingen naar specialistische jeugdhulp. Vervolgens gaan wij in op de invloed hiervan op de kosten. Invloed op doorverwijzingen Onderzoek naar de inzet van wijkteams laat zien dat de inzet van hulpverlenende wijkteams vooralsnog niet leidt tot een afname van het aantal kinderen met tweedelijnshulp. Wel blijkt dat in gemeenten waar veel kinderen wijkteamhulp ontvangen, het aantal kinderen met tweedelijnshulp minder sterk stijgt dan in gemeenten waar weinig of helemaal geen wijkteamhulp is. Dit houdt verband met wijkteamintensiteit. Met dit begrip wordt gerefereerd aan de frequentie waarmee wijkteams ondersteuning bieden. Als wijkteams veel ondersteuning bieden (meer dan 1% van de totale ambulante jeugdhulp) wordt dit een hoge wijkteamintensiteit genoemd. 67 Gemeenten met een hoge wijkteamintensiteit hebben na de decentralisatie een minder sterke stijging in het tweedelijns jeugdhulpgebruik dan gemeenten met een lage wijkteamintensiteit.
Dit verschil is het grootst voor hulp met verblijf: in gemeenten met veel wijkteamhulp is het aantal kinderen dat hulp met verblijf ontvangt in 2018 11 procent hoger dan in 2013; in gemeenten met weinig of geen wijkteamhulp is dit aantal in dezelfde periode gestegen met 25 procent.68 Hulp met verblijf is daarbij een van de meest dure jeugdhulpvormen. Voor wat betreft kinderen in het gedwongen kader gaat het om een daling van 15 procent in gemeenten met een hoge wijkteamintensiteit versus een daling van 9 procent in gemeenten met een lage wijkteamintensiteit. Deze verschillen zijn statistisch significant.69 Daarnaast ligt het aandeel jongeren met ambulante specialistische jeugdhulp gemiddeld lager in gemeenten waarin wijkteams minimaal 5% van de ambulante hulp zelf bieden. Ook is in deze gemeenten de duur van de ambulante specialistische jeugdhulp korter en in de periode 2017-2020 minder sterk toegenomen dan in gemeenten met niet-actieve teams.
66
Efat., A., et al. (2024) Activiteiten en resultaten van wijkteams, Nederlands Jeugd Instituut (NJI), p.21. Benda, L., Diepstraten, M., van Eijkel, R., Remmerswaal, M. (2021). Wijkteams en praktijkondersteuners in de jeugdzorg. Den Haag: Centraal Planbureau (CPB), p. 16 68 Benda, L., Diepstraten, M., van Eijkel, R., Remmerswaal, M. (2021). Wijkteams en praktijkondersteuners in de jeugdzorg. Den Haag: Centraal Planbureau (CPB), p.2. 69 Benda, L., Diepstraten, M., van Eijkel, R., Remmerswaal, M. (2021). Wijkteams en praktijkondersteuners in de jeugdzorg. Den Haag: Centraal Planbureau (CPB), p. 16 67
47
Tot slot is ook het aandeel trajecten wat start vanuit een crisissituatie lager dan in gemeenten waarin wijkteams niet of beperkt zelf hulp bieden.70 Daarmee kan geconstateerd worden dat wijkteams die (intensief) zelf hulp verlenen een rol spelen in het terugdringen van de hoeveelheid specialistische jeugdhulp. Wat betekent dit voor de kosten? De beleidstheorie in de Hervormingsagenda gaat uit van een verschuiving van het gebruik van relatief zware en dure naar relatief lichte en goedkope voorzieningen. De vraag is echter op welke termijn de financiële effecten van deze beweging zichtbaar worden. Als zware hulp direct wordt vervangen door lichte (bijvoorbeeld in het kader van demedicaliseren), dan heeft dit een direct effect. Als lichtere voorzieningen worden ingezet ter voorkoming van verergering van problematiek, waardoor gebruik van zwaardere voorzieningen op een later tijdstip afneemt (secundaire preventie) ligt dit anders. Dan is een toename te verwachten van het gebruik van lichte hulp in de eerste jaren, terwijl de afname van het totale gebruik van zware hulp waarschijnlijk pas op langere termijn zichtbaar wordt.71 Laagdrempeligheid leidt ook tot groter bereik De inzet van het wijkteam kan leiden tot substitutie van zware zorg door lichtere vormen van hulp en een substitutie van lichte hulp en ondersteuning door eigen kracht, netwerk en voorliggende voorzieningen.
Aan de andere kant kan de laagdrempeligheid van het wijkteam en de vroegsignalering van wijkteams leiden tot een groter bereik en daarmee tot een toename van hulp en ondersteuning en de kosten daarvan. 72 Desalniettemin is het zo dat daar waar wijkteams hulp bieden, een afname van nieuwe trajecten specialistische jeugdhulp zichtbaar is. Hierdoor is het aannemelijk dat ook de kosten zullen afnemen.73 Daarnaast zijn wijkteams die zelf hulp bieden effectiever in het voorkomen en verkorten van specialistische hulp dan wijkteams die geen/beperkt hulp bieden. 74 Dit wordt verder ondersteund door het gegeven dat het aandeel trajecten wat start vanuit een crisissituatie lager is in gemeenten waarin wijkteams zelf hulp bieden. Een afname van de kosten door de inzet van wijkteams die zelf hulp bieden (de ‘beweging naar de voorkant’) is daarmee aannemelijk, maar een harde wetenschappelijke analyse op dit vlak ontbreekt.
70
Zwaan, J., Efat, A. (2022). Toegevoegde waarde en effectiviteit van wijkteams. Via: Efat., A., de Veld, D., Bastiaanssen, I., (2024) Activiteiten en resultaten van wijkteams, Nederlands Jeugd Instituut. 71 Kromhout, M., van Echelt, P., Feijten, P. (2020). Sociaal Domein op koers? Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP), p. 40. 72 Zwaan, J., Efat, A. (2022). Toegevoegde waarde en effectiviteit van wijkteams, p. 33. 73 Zwaan, J., Efat, A. (2022). Toegevoegde waarde en effectiviteit van wijkteams, p. 34. 74 Zwaan, J., Efat, A. (2022). Toegevoegde waarde en effectiviteit van wijkteams, p. 41.
48
Bijlage III – Vergelijking referentiegemeenten Inleiding In het kader van het onderzoek naar een toekomstbestendig plan voor het CJG in Raalte hebben wij ook op hoofdlijnen een vergelijking uitgevoerd tussen de gemeente Raalte en een aantal referentiegemeenten. Dit op het gebied van het aantal jeugdigen wat gebruik maakt van jeugdhulp, en de uitgaven van de gemeenten op het gebied van jeugdhulp.
Keuze referentiegemeenten Voor deze vergelijking zijn een drietal referentiegemeenten gekozen. Hierbij hebben wij gekeken naar gemeenten die: •
In omvang vergelijkbaar zijn met de gemeente Raalte;
•
Qua demografische opbouw vergelijkbaar zijn met de gemeente Raalte;
•
In dezelfde provincie liggen als de gemeente Raalte;
•
Een vergelijkbare mate van stedelijkheid hebben als de gemeente Raalte. 75
Dit resulteert in de volgende referentiegemeenten: 1.
De gemeente Hellendoorn;
2.
De gemeente Rijssen-Holten;
3.
De gemeente Hof van Twente.
Methodiek Om deze vergelijking te maken gebruiken wij IV3-data van het CBS (uitgaven gemeenten) in combinatie met CBS-data over de bevolkingsopbouw van de gemeenten. Op die manier kunnen wij de uitgaven van de verschillende gemeenten uitsplitsen per jeugdige. Hierbij gaat het om het totaal aantal jeugdigen in de betreffende gemeenten (0 tot 18 jaar), dus niet alleen de jeugdigen die daadwerkelijk jeugdhulp krijgen. Dit voorkomt dat de data over totale uitgaven op het gebied van jeugdhulp vertekend wordt doordat gemeenten simpelweg meer of minder jeugdigen hebben. Wij hebben de vergelijking uitgevoerd voor het jaar 2023. Deze analyse is op hoofdlijnen, als onderdeel van een breder onderzoek naar een toekomstbestendig CJG. Een meerjarige vergelijking of trendanalyse is daarom niet gemaakt. De uitgaven aan jeugdhulp definiëren wij als uitgaven op het gebied van de taakvelden: •
6.72 (jeugdhulp);
•
6.73 (o.a. pleegzorg en Jeugdhulp met verblijf overig);
•
6.74 (o.a. gesloten plaatsing);
•
6.82 (jeugdbescherming- en reclassering).
Daarnaast
maken
wij
een
vergelijking
op
taakveld
6.2
(Toegang
en
eerstelijnsvoorzieningen). Dit taakveld omvat alle loketvoorzieningen gericht op het
75
Conform de door het CBS gehanteerde definitie: adressendichtheid.
49
identificeren van eigen kracht en het geleiden naar de juiste vorm van individuele ondersteuning.76 Vanaf 2023 moeten ook de kosten voor het CJG op dit taakveld geboekt worden.77 Daarbij merken wij wel op dat dit taakveld breder is dan alleen de uitgaven aan het CJG of jeugdhulp gerelateerde uitgaven. Wij nemen dit taakveld echter mee om inzicht te geven of de gemeente Raalte qua uitgaven aan Toegang en eerstelijnsvoorzieningen een (significante) afwijking vertoont ten opzichte van referentiegemeenten.
Vergelijking aantal jeugdigen met jeugdhulp Een eerste aspect waar wij naar kijken is het percentage jeugdigen met jeugdhulp. 78 Dit geeft het volgende overzicht: Percentage jeugdigen met jeugdhulp (2023) Gemeente
Percentage jeugdigen met jeugdhulp
Raalte
7.3%
Hof van Twente
11,2%
Rijssen-Holten
11,8%
Hellendoorn
11,6%
Gemiddeld
gemeenten
met
vergelijkbare
grootte
13,5%
Gemiddeld Overijssel
12,2%
Gemiddeld Nederland
13,5%
Het aantal jeugdigen met jeugdhulp ligt in de gemeente Raalte significant lager dan in de referentiegemeenten. Ook wanneer de gemeente Raalte vergeleken wordt met de gehele provincie Overijssel of met gemeenten van vergelijkbare grootte ligt het percentage jeugdigen met jeugdhulp in Raalte opvallend laag.
Vergelijking uitgaven jeugdhulp Ten tweede hebben wij hebben de uitgaven op het gebied van jeugdhulp met elkaar vergeleken. Hierbij
hebben
wij
allereerst
gekeken
naar
de
uitgaven
voor
specifiek
jeugdhulpvoorzieningen. Vervolgens hebben we gekeken naar de uitgaven op het gebied van Toegang en Eerstelijns voorzieningen. Hierbij merken wij wel op dat dit taakveld breder is
dan
alleen
de
eerstelijnsvoorzieningen
op
het
gebied
van
jeugdhulp.
Ook
volwassenenondersteuning valt onder dit taakveld.
76
Conform definitie BBV, zie: https://findo.nl/content/62---Wijkteams Zie het Iv3-Informatievoorschrift Gemeenten en GRen 2023 1.0. Via: https://www.rijksoverheid.nl/binaries/rijksoverheid/documenten/richtlijnen/2023/12/15/iv3-informatievoorschrift-gemeenten-engemeenschappelijke-regelingen-2022/iv3-informatievoorschrift-gemeenten-en-gren-2023-1-0.pdf 78 Zoals gedefinieerd door CBS – Indicatoren Jeugdzorg in Natura. Zie: https://opendata.cbs.nl/#/CBS/nl/dataset/85098NED/table. Peildatum: 28-10-2024 77
50
Uitgaven jeugdhulp (2023) Uitgaven
Uitgaven per
totaal
jeugdige
Raalte
€ 12.639.000
€ 1.751
Hof van Twente
€ 12.255.000
€ 1.979
Rijssen-Holten
€ 11.814.000
€ 1.310
Hellendoorn
€ 8.511.000
€ 1.224
Gemeente
Uitgaven Toegang en Eerstelijns voorzieningen (2023) Uitgaven
Uitgaven per
totaal
jeugdige
Raalte
€ 2.125.000
€ 294
Hof van Twente
€ 86.000
€ 1479
Rijssen-Holten
€ 1.921.000
€ 213
Hellendoorn
€ 2.569.000
€ 369
Gemeente
In een vergelijkend overzicht ziet dit er als volgt uit:
Uitgaven jeugdhulp en eerstelijns voorzieningen per jeugdige (2023) € 2.500 € 2.000 € 1.500 € 1.000 € 500 €Hellendoorn
Hof van Twente Jeugdhulp
Raalte
Rijssen-Holten
Toegang en eerstelijns voorzieningen
Bovenstaande vergelijking laat zien dat zowel de uitgaven op het gebied van jeugdhulp als de uitgaven aan de toegang en eerstelijnsvoorzieningen in de gemeente Raalte niet significant lager liggen dan bij referentiegemeenten.
79
De uitgaven op taakveld Toegang en eerstelijnsvoorzieningen zijn voor de gemeente Hof van Twente opvallend laag. Dit kan erop duiden dat de kosten voor dit taakveld in deze gemeente op een andere wijze geboekt zijn.
51
Conclusie Op basis van deze vergelijking zijn twee zaken te concluderen: •
Het percentage jeugdigen met jeugdhulp ligt in de gemeente Raalte significant lager dan in de referentiegemeenten.
•
Dit vertaalt zich echter niet 1-op-1 naar de kosten voor jeugdhulp: de kosten voor jeugdhulp liggen in de gemeente Raalte niet significant lager dan in de referentiegemeenten.
Het duiden van de relatie tussen deze twee bevindingen vraagt nader onderzoek. Een mogelijke verklaring is dat de jeugdigen die jeugdhulp krijgen in de gemeente Raalte gebruik maken van relatief dure jeugdhulptrajecten.
52