Rapport ecologisch bermbeheer Tauw
Tekst van het document
Strategie voor ecologisch beheer van bermen, sloten en greppels in gemeente Raalte Ter versterking van de biodiversiteit 29 oktober 2025
Kenmerk
R001-1297264NJR-V03-hme-NL
Verantwoording Titel
Strategie voor ecologisch beheer van bermen, sloten en greppels in gemeente Raalte Ter versterking van de biodiversiteit
Status
Definitief
Opdrachtgever
Gemeente Raalte
Projectleider
Pieter Baalbergen
Auteurs
Janna Horjus
Tweede lezer
Nils Rutjes en Pim de Kwaadsteniet
Kenmerk
R001-1297264NJR-V03-hme-NL
Aantal pagina’s
33 (exclusief bijlagen)
Datum
29 oktober 2025
Handtekening
Ontbreekt in verband met digitale verwerking. Dit rapport is aantoonbaar vrijgegeven.
Colofon TAUW bv Handelskade 37 Postbus 133 7400 AC Deventer T +31 57 06 99 91 1 E info.deventer@tauw.com
2/33
Kenmerk
R001-1297264NJR-V03-hme-NL
Inhoud 1
2
3
4
5
Inleiding ..................................................................................................................................... 4 1.1
Aanleiding en doelstelling .................................................................................................. 4
1.2
Uitgangspunten .................................................................................................................. 4
1.3
Leeswijzer .......................................................................................................................... 5
Waarom ecologisch bermbeheer in Raalte? ............................................................................. 5 2.1
Het belang van biodiversiteit .............................................................................................. 5
2.2
Het nut van ecologisch bermbeheer .................................................................................. 5
Onderzoeksmethoden en resultaten ......................................................................................... 6 3.1
Inleiding .............................................................................................................................. 6
3.2
Stap 1: inventarisatie en GIS-analyse ................................................................................ 6
3.3
Stap 2: toetsing van de conceptkaart uit stap 1 door middel van werksessies ................ 12
3.4
Stap 3: opstellen biodiverse bermenstrategie en definitieve kansenkaart ....................... 13
Strategie voor ecologisch beheer van bermen en sloten in Raalte ......................................... 20 4.1
Uitgangspunten voor ecologisch beheer .......................................................................... 22
4.2
Monitoring ........................................................................................................................ 28
4.3
Communicatie en samenwerking ..................................................................................... 28
4.4
Afzet van maaisel ............................................................................................................. 28
Aanbevelingen en vervolgstappen .......................................................................................... 30 5.1
Kennis verzamelen en doelen stellen .............................................................................. 30
5.2
Huidige situatie en kostenplaatje van ecologisch beheer ................................................ 30
5.3
Bermbeheerplan ............................................................................................................... 32
5.4
Gemeentelijk beheersysteem ........................................................................................... 33
3/33
Kenmerk
R001-1297264NJR-V03-hme-NL
1 Inleiding Dit hoofdstuk gaat kort in op de aanleiding en het doel van dit document en de gehanteerde uitgangspunten. Paragraaf 1.3 bevat een leeswijzer.
1.1
Aanleiding en doelstelling
Gemeente Raalte streeft naar meer biodiversiteit in haar gemeente. Natuurstructuren versterken en verbinden is een van de manieren waarop de gemeente dit doet (citaat uit het Beleidsplan biodiversiteit van gemeente Raalte van 9 september 2024). De gemeente Raalte verkend de mogelijkheid om bermen en slootkanten in het buitengebied extensiever te beheren. Ecologisch beheer van bermen komt ten goede aan de kruiden- en bloemrijkdom en daarmee ook de insecten die in hun voortbestaan afhankelijk zijn van kruiden- en bloemrijke omstandigheden. Ecologisch beheer van sloten komt ten goede aan de diversiteit van waterplanten, oevervegetatie en (semi-)aquatische soorten en de verscheidenheid aan verschillende microhabitats zoals natte sedimenten, ondiepe waterzones en begroeide oevers. Ecologisch beheer van bermen en sloten draagt bij aan het verbinden van versnipperde landschappen, het verbeteren van de omgevingsen waterkwaliteit en het verhogen van de biodiversiteit. In de ideale wereld zouden alle bermen en sloten extensief beheerd worden. Althans vanuit ecologisch perspectief. Maar hoewel extensief maaibeheer op de lange termijn een kostenbesparing kan opleveren, is op de korte termijn doorgaans sprake van extra kosten. Er moeten daarom keuzes worden gemaakt met betrekking tot de gebieden waar ecologisch beheer het beste tot zijn recht komt.
Gemeente Raalte heeft TAUW daarom gevraagd om een biodiverse bermenstrategie uit te werken. Hierbij zijn ook natte sloten en droge greppels meegenomen. Het doel van deze strategie is om de meest kansrijke gebieden voor ecologisch maaibeheer in beeld te krijgen en aan de hand daarvan in een vervolgfase te komen tot een beheerplan waarin ecologisch maaibeheer integraal verwerkt wordt.
1.2
Uitgangspunten
Deze strategie heeft betrekking op het beheer van alle bermen en slootkanten in het buitengebied van de gemeente Raalte die bij de gemeente in beheer zijn. De strategie is bedoeld als input voor toekomstig ecologisch maaibeheer van (weg)bermen en het uitkorven van sloten en/of greppels. Bermen en sloten binnen de bebouwde kom vallen buiten de scope van deze strategie, hoewel impliciet wel rekening is gehouden met de reeds aanwezige groenstructuren in de bebouwingskernen. Dat geldt ook voor bermen die door de provincie Overijssel beheerd worden. Dit document dient niet te worden gelezen als een definitief beheerplan, maar als een strategie.
4/33
Kenmerk
1.3
R001-1297264NJR-V03-hme-NL
Leeswijzer
Hoofdstuk 2 gaat in op het belang van biodiverse bermen voor de gemeente Raalte. Vervolgens gaat hoofdstuk 3 in op de stappen die zijn doorlopen om tot een biodiverse bermenstrategie te komen. Het eindresultaat betreft een kaart met ‘Kansrijke gebieden voor ecologisch bermbeheer’ in de gemeente Raalte. Deze is opgenomen in hoofdstuk 3 alsmede de tussentijdse resultaten die hebben geleid tot de totstandkoming van de kaart. Een schematische beslisboom van de totstandkoming is in bijlage 1 opgenomen. In hoofdstuk 4 en 5 wordt respectievelijk ingegaan op de methoden en kosten en baten voor aangepast maaibeheer en -onderhoud. Op basis van deze strategie wordt in een vervolgfase een concreet bermbeheerplan uitgewerkt inclusief ecologische werkprotocollen. Ecologische en beheerstechnische begrippen worden uitgelegd in bijlage 2.
2 Waarom ecologisch bermbeheer in Raalte? 2.1
Het belang van biodiversiteit
Een gezonde leefomgeving is onmisbaar voor het menselijk voortbestaan op aarde. De natuur vormt de basis van die gezonde leefomgeving. Soortenrijke natuur met een verscheidenheid aan planten en dieren (biodiversiteit) is een belangrijke graadmeter voor de staat waarin de natuur verkeerd. Het verlies aan biodiversiteit is een zorgelijke trend en doet afbreuk aan de kwaliteit van de natuur, waarmee ook de volksgezondheid en kwaliteit van leven onder druk komen te staan. Een biodiverse leefomgeving is minder vatbaar voor ziekten en plagen en daarmee veerkrachtig. Het tegengaan van biodiversiteitsverlies is een brede en maatschappelijke verantwoordelijkheid van alle beheerders van de openbare ruimte, waaronder ook gemeenten. Het ecologisch beheren van bermen en sloten is een mooi voornemen dat bijdraagt aan de opgave voor biodiversiteitsherstel.
2.2
Het nut van ecologisch bermbeheer
De openbare ruimte staat in toenemende mate onder druk van verstedelijking en intensievere vormen van landgebruik. Dit heeft de afgelopen decennia geleidt tot een wezenlijke afname van de Nederlandse biodiversiteit. Om deze negatieve trend om te buigen in een positieve trend zal in alle gebieden gekeken moeten worden naar mogelijkheden voor herstel van biodiversiteit. De gemeente Raalte heeft circa 350 kilometer aan bermen en slootkanten in beheer. Dit betreft een niet verwaarloosbaar areaal met kansen om de biodiversiteit te vergroten. Maar waarom is ecologisch bermbeheer nuttig? En welke kansen biedt ecologische bermbeheer in Raalte? Bermen en sloten als ecologisch netwerk Alle bermen en sloten samen vormen een netwerk door het landelijk gebied en tussen natuurgebieden en groene dorpskernen. In samenhang beschouwd vormen alle bermen en sloten in gezamenlijkheid een potentieel natuurnetwerk van ecologische corridors. Door toepassing van een op de ecologie afgestemd beheer wordt het voor planten en dieren makkelijker om zich tussen verschillende gebieden te verplaatsen. Zodoende wordt niet alleen op lokaal niveau een bijdrage geleverd aan het behoud en herstel van biodiversiteit, maar wordt ook de uitwisseling van soorten en hun genetische diversiteit tussen meer geïsoleerde populaties vergroot.
5/33
Kenmerk
R001-1297264NJR-V03-hme-NL
Dat geldt voor bermen met name voor ongewervelden die afhankelijk zijn van open kruidenrijke vegetaties met nectarrijke planten, zoals bijen en dagvlinders maar ook libellen en waterjuffers die geschikte (aquatische) habitats nodig hebben voor het leggen van eieren en de ontwikkeling van het aquatische larvale stadium. Kansen ecologisch bermbeheer in Raalte Raalte kent naar verhouding een omvangrijke agrarische sector. Circa 80 % van de grond in de gemeente is in agrarisch gebruik, waarmee het Raalter platteland een overwegend agrarisch karakter heeft. Het aandeel bos- en natuurterrein betreft minder dan 10 % van alle gronden in de gemeente. Sommige bos- en natuurterreinen zijn goed met elkaar verbonden, maar zeker niet overal. Bos- en natuurgebieden vormen in de regel de hotspots waar de biodiversiteit hoger is in verhouding tot het agrarische buitengebied. Dat geldt ook voor de groene kernen in dorpen en steden. Door de bermen en sloten ecologisch te beheren kan worden bijgedragen aan de verbindende functie van bermen voor natuur. Dit komt niet alleen ten goede aan de biodiversiteit ter plaatse, maar ook aan de ecologische samenhang tussen verschillende gebieden binnen en buiten de gemeente.
3 Onderzoeksmethoden en resultaten Dit hoofdstuk beschrijft de verschillende stappen die zijn doorlopen om te komen tot een kaart met kansrijke gebieden voor ecologisch maaibeheer in Raalte.
3.1
Inleiding
Om te komen tot een biodiverse bermenstrategie is ervoor gekozen om een kaart uit te werken waarop de meest kansrijke gebieden voor ecologisch bermbeheer staan aangewezen. Hierbij zijn globaal de volgende stappen doorlopen: Stap 1: inventarisatie en GIS-analyse van de kansenrijkdom voor ecologisch bermbeheer Stap 2: toetsing van de conceptkaart uit stap 1 door middel van werksessies
3.2
Stap 3: opstellen biodiverse bermenstrategie en definitieve kansenkaart
Stap 1: inventarisatie en GIS-analyse
Het aanwijzen van kansrijke gebieden voor ecologisch beheer moet uitlegbaar en navolgbaar zijn. Hierin zijn diverse keuzes en afwegingen gemaakt. Het betreft zowel keuzes op basis van abiotische en ecologische argumenten als meer arbitraire keuzes op basis van beleid en wensen. In stap 1 is gestart met een GIS-analyse waarin op basis van bestaande data de kansrijkheid voor ecologisch beheer per berm of sloot in beeld is gebracht. Hierin zijn voor de meest relevante parameters selecties, filters en analyses uitgevoerd om een zo zuiver en objectief mogelijk beeld te krijgen van de meest kansrijke bermen en sloten voor ecologisch beheer. De keuzes in de GISanalyse zijn gebaseerd op basis van bekende literatuur en expert-judgement. In de GIS-analyse is rekening gehouden met onderstaande parameters:
Ligging ten opzichte van natuurgebieden Ligging ten opzichte van de beheertypenkaart uit het Natuurbeheerplan Bodemgesteldheid
6/33
Kenmerk
R001-1297264NJR-V03-hme-NL
Schaduwwerking
Breedte van berm of sloot Wegtype Ligging ten opzichte van de BKN-kaart van de provincie Overijssel
In navolgende alinea’s is per parameter beschreven welke keuzes zijn gemaakt ten behoeve van de GIS-analyse. Deze vormen gezamenlijk de beslisboom in bijlage 1. Ligging ten opzichte van natuurgebieden Het uitgangspunt is dat beschermde natuurgebieden de kraamkamers voor natuur vormen waar in de regel de meeste biodiversiteit aanwezig is. Dit betreft gebieden waar bronpopulaties van flora en fauna kunnen worden verwacht. Vanuit de netwerkgedachte is het wenselijk dat uitwisseling van soorten tussen deze gebieden mogelijk is. Door toepassing van ecologisch maaibeheer in bermen in of direct nabij natuurgebieden kunnen soorten zich makkelijker verplaatsen tussen deze gebieden. Door aan te sluiten op gebieden waar reeds sprake is van relatief hoge natuurwaarden, worden deze natuurgebieden robuuster en wordt de ecologische samenhang versterkt. Er is gekeken naar de ligging van bermen ten opzichte van Natura 2000-gebied en gebieden die deel uitmaken van het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Bermen hebben vooral een ecologische betekenis voor kruiden en ongewervelden die afhankelijk zijn van kruidenrijke situaties. Veel wilde bijen vliegen doorgaans niet verder dan 500 meter vanaf de nestgelegenheid om te foerageren.
Op basis van dat gegeven is in het GIS-model de volgende klassenverdeling aangehouden voor wat betreft de kansrijkheid voor ecologisch bermbeheer, rekening houdend met de ligging ten opzichte van bestaande natuurgebieden: Bermen < 500 meter van een natuurgebied: zeer kansrijk
Bermen op 500 tot 1500 meter van een natuurgebied: kansrijk Bermen > 1500 meter van een natuurgebied: weinig kansrijk
Ligging ten opzichte van de beheertypenkaart uit het Natuurbeheerplan Ook buiten natuurgebieden kan het landgebruik en beheer zijn afgestemd op natuurbehoud of het verhogen van de biodiversiteit. Dat geldt onder andere voor terreinen die op de beheertypenkaart uit het Natuurbeheerplan van de provincie Overijssel zijn aangeduid. Op de beheertypenkaart wordt onderscheidt gemaakt in verschillende typen natuur. Onderstaande beheertypen sluiten qua structuur en functie het beste aan op de ecologische situatie in een kruidenberm. Aanvullend op de ligging ten opzichte van natuurgebieden is daarom ook gekeken naar de ligging van bermen ten opzichte van onderstaande beheertypen, zowel binnen als buiten beschermde natuurgebieden.
N06.04 Vochtige heide N07.01 Droge heide N10.01 Nat schraalland
N10.02 Vochtig hooiland N11.01 Droog schraalland N12.02 Kruiden- en faunarijk grasland
7/33
Kenmerk
R001-1297264NJR-V03-hme-NL
N12.03 Glanshaverhooiland
N12.05 Kruiden- en faunarijke akker N12.06 Ruigteveld N13.01 Vochtig weidevogelgrasland
In het GIS-model is de volgende klassenverdeling aangehouden voor wat betreft de kansrijkheid voor ecologisch bermbeheer, rekening houdend met de ligging ten opzichte van beheertypen:
Bermen < 500 meter van een gebied met een van bovengenoemde beheertypes: zeer kansrijk Bermen op 500 tot 1500 meter van een gebied met een van bovengenoemde beheertypes: kansrijk Bermen > 1500 meter van een gebied met een van bovengenoemde beheertypes: weinig kansrijk
Bodemgeschiktheid Voor de succesvolle ontwikkeling van kruidenrijke vegetaties vormen voedselarme en matig voedselrijke bodems de beste uitgangssituatie. Voedselrijke bodems hebben de neiging om te vergrassen of verruigen en bieden minder ontwikkelperspectief voor een kruidenberm. Raalte ligt in het overgangsgebied van de hogere zandgronden in het oosten naar het rivierenlandschap met kleigronden in het westen. Grofweg kan onderscheid worden gemaakt in voedselarme zandgronden, matig voedselrijke enkeerdgronden en voedselrijke kleigronden. Er is daarom gekeken naar de ligging van bermen ten opzichte van de bodemkaart. Bermen zullen dikwijls meerdere bodemtypen doorkruisen. En ook zal de bodemkaart niet altijd de volledige weergave van de toplaag weergeven. Daarom is in het GIS-model de volgende klassenverdeling aangehouden voor wat betreft de kansrijkheid voor ecologisch bermbeheer, rekening houdend met de ligging ten opzichte van de bodemtypen1: Bermen met kalkloze zandgronden: zeer kansrijk Bermen met podzolgronden: kansrijk
Dikke eerdgronden: kansrijk Gedefinieerde associaties: kansrijk Moerige gronden: kansrijk
Rivierkleigronden: weinig kansrijk
Schaduwwerking Schaduwbermen zijn niet ongeschikt voor ecologisch bermbeheer, maar bieden in de regel minder potentie voor de ontwikkeling van soortenrijke kruidenvegetaties. Schaduwbermen langs bossen of bomenlanen met dichte boomkronen zullen eerder geneigd zijn om te vergrassen of vervilten. Op basis van een schaduwmodel is de mate van schaduwwerking op bermen in beeld gebracht. In dit schaduwmodel is gekeken naar de maanden van het jaar waarin het effect van schaduw het meest relevant is, namelijk tijden het groeiseizoen van planten (voorjaar/zomer). Het
1
De bodemkaart kent een uitgebreide legenda, waarin de geselecteerde bodemtypen worden toegelicht: https://legendabodemkaart.bodemdata.nl/bodemclassificatie/
8/33
Kenmerk
R001-1297264NJR-V03-hme-NL
schaduwmodel zet dit om in een percentage schaduw (0-100 %) in deze periode en momenten van de dag (8 uur ’s ochtends, 12 uur ’s middags en 8 uur ’s avonds). Het gaat daarbij om schaduw van bebouwing en bomen. Simpelweg de aanwezigheid van bomen leidt dus niet tot een weinig kansrijke berm. In het GIS-model zijn bermen en sloten als volgt geclassificeerd: Bermen/sloten met veel bezonning (0-20 % schaduw): zeer kansrijk Bermen/sloten met zon en matige schaduw (21-94 % schaduw): kansrijk
Bermen/sloten met veel schaduw (95 % of hoger in het schaduwmodel): weinig kansrijk
Bermbreedte Bredere bermen bieden in de regel meer potentie voor ecologisch bermbeheer dan smalle bermen. Dit heeft ook te maken met de eventuele aanwezigheid van een bebakeningszone /obstakelvrije zone, die voor de verkeersveiligheid noodzakelijk is. Deze zone die één meter breed is, dient minimaal tweemaal per jaar te worden gemaaid. Daarom is in het GIS-model de volgende klassenverdeling aangehouden voor wat betreft de kansrijkheid voor ecologisch bermbeheer, rekening houdend met de bermbreedte:
Bermen breder dan 1 meter: zeer kansrijk Bermen smaller dan 1 meter: weinig kansrijk
Wegtype Bermen langs onverharde wegen worden beschouwd als kansrijker dan bermen langs verharde wegen. Met betrekking tot wegtype is de volgende klassenverdeling aangehouden voor wat betreft de kansrijkheid voor ecologisch bermbeheer: Bermen langs wegen van zand, gravel, grind, schelpen of boomschors: zeer kansrijk Bermen langs (deels) verharde wegen van asfalt, betonstraatstenen, cementbeton, klinkers, sierbestrating of tegels: (weinig) kansrijk Ligging ten opzichte van de BKN-kaart van de provincie Overijssel Er is als onderdeel van de analyse ook gekeken naar de ligging van bermen ten opzichte van de BKN-kaart van de provincie Overijssel. Al snel bleek deze kaart echter niet goed inzetbaar voor de GIS-analyse. De methodiek van de BKN is gericht op de kwaliteit van leefgebieden van algemene soorten in agrarische cultuurlandschappen en bebouwde kom. Het heeft als doel om inzicht te bieden in de staat van biodiversiteit buiten de natuurgebieden. De data is provincie dekkend op km-hok niveau gegenereerd. Een belangrijke scoring in de methode wordt bepaald door de aan/afwezigheid van landschappelijke structuren in het agrarisch en bebouwd gebied, elementen die in robuuste natuurgebieden regelmatig ontbreken. De BKN-scoring voor natuurgebieden valt vaak laag uit. Eindbeoordeling en weging De kansrijkheid is vertaald naar een numerieke beoordeling, namelijk:
Weinig kansrijk: 0 Kansrijk: 1 Zeer kansrijk: 2
9/33
Kenmerk
R001-1297264NJR-V03-hme-NL
Voor de eindbeoordeling van het model zijn enkele parameters geselecteerd die extra zwaar (= hogere score) meewegen: Afstand tot natuurgebieden is meegenomen als de belangrijkste parameter voor het succes van ecologisch beheer. Hierin nemen we de afstand tot biodiversiteit-hotspots mee, de
zaadbank in de bodem en een grotere positieve bijdrage aan biodiversiteit, denk aan het vergroten van leefgebied van soorten met kleinere verspreidingsafstanden Daarnaast is de geschiktheid van de berm zelf extra zwaar gerekend in het model; het moet praktisch haalbaar zijn. Dit betreft de breedte van de berm en het gemiddelde schaduwpercentage; zonrijke bermen en oevers/sloten doen het beter met ecologisch beheer. Hier wil je beginnen om snel/groot resultaat te zien. De andere bermen en sloten vragen een
langere adem en meer finetunen De score die behaald is in de eindbeoordeling, is voor de afstand tot natuurgebieden en het schaduwpercentage maal 1,5 meegewogen. Eindproduct stap 1 Figuur 3.1 toont de conceptkaart die voortvloeit uit de GIS-analyse van stap 1. De kaart vormt de basis voor stap 2 waarin de toepasbaarheid van de kaart is geëvalueerd tijdens twee werksessies bij de gemeente Raalte.
10/33
Kenmerk
R001-1297264NJR-V03-hme-NL
Figuur 3.1 Conceptkaart kansrijke gebieden op basis van de GIS-analyse
11/33
Kenmerk
3.3
R001-1297264NJR-V03-hme-NL
Stap 2: toetsing van de conceptkaart uit stap 1 door middel van werksessies
De kaart uit figuur 3.1 betreft een conceptkaart waarin de kansrijke gebieden voor ecologisch bermbeheer tot uiting komen doordat de bermen bepaalde scores van kansrijkheid toegekend hebben gekregen. Deze kaart is gegenereerd op basis van digitaal beschikbare data en een GISanalyse op basis van expert judgement. In stap 2 zijn twee werksessies bij de gemeente Raalte georganiseerd om de conceptkaart voor te leggen aan twee werkgroepen. Doel van deze sessies om de kaart te toetsen. Om te bespreken in hoeverre de kaart overeenkomt met de bevindingen van de betrokken groenmedewerkers van de gemeente en de Ngo’s in Raalte. Het betreft twee werksessies met:
Werksessie 1: groenmedewerkers van de gemeente Raalte Werksessie 2: Ngo’s in Raalte
Het doel van de werksessies is gericht op het toetsen van de conceptkaart en het uitwisselen van kansen en ideeën. De omgeving en uitvoerende instanties hebben veel lokale kennis die waardevol is als input voor de kaart en biodiverse bermenstrategie. Tijdens beide werksessies is gestart met een korte presentatie vanuit TAUW en een plenaire vragenronde waarna per werksessie in drie groepen afzonderlijk bevindingen op de kaart zijn uitgewisseld. In bijlage 2 staan de bevindingen en een impressie van de werksessies. Vertaling terugkoppeling werksessies naar de strategie De werksessies hebben geleid tot waardevolle inzichten en aanbevelingen voor het ecologisch beheer van bermen, met een sterke focus op samenwerking, monitoring en het benutten van bestaande structuren en kansen. Er is een duidelijke wens om biodiversiteit te bevorderen door het toepassen van ecologische principes in beheer van bermen en sloten in Raalte. Er is een positieve houding ten opzichte van ecologisch bermbeheer onder groenmedewerkers. De strategie is opgesteld op basis van de volgende aandachtspunten die ook tijdens de werksessies naar voren kwamen:
Haak aan op het biodiversiteitsplan van de gemeente Borg dat de groene schil rondom de dorpen ook ecologisch worden gemaaid Verbind dorpskernen, landgoederen en NNN-gebieden
Onderzoek bestaande structuren en pas maaibeleid hierop aan
Ten aanzien van de kaart zijn enkele kansrijke gebieden en locaties genoemd, zoals het gebied rondom Luttenberg. Dit gebied is ook op basis van het biodiversiteitsplan en de NDFF-data als aparte stapsteen in de strategie opgenomen. De overige locaties met diverse kansen voor ecologisch beheer die zijn meegenomen, zijn:
Luttenbergerweg: wordt al extensief beheerd door gemeente, meenemen in ecologisch beheer van stapsteen Luttenberg Bergweg (zuiden van Luttenbergweg): toegevoegd, meenemen in ecologisch beheer van stapsteen Luttenberg Broeklanderdijk: op sommige plekken veel schaduw, maar ook kansrijke plekken en een brede berm. Kan een verbinding vormen richting Broekland, maar valt nu buiten de strategie.
12/33
Kenmerk
R001-1297264NJR-V03-hme-NL
Ook lokale initiatieven op deze locatie (bloembollen). In beheerplan meenemen als locatie
waar beheer wordt afgestemd op lokaal initiatief Linderteseweg: matig kansrijk binnen de strategie: meenemen met ecologisch beheer Nieuwe Deventerweg: is genoemd, maar bermen staan niet in gemeentebestand, daarom niet
meegenomen Spoorlijn toevoegen
De lokale initiatieven voor biodiversiteit die al bekend waren bij de gemeente zijn ook toegevoegd aan de kaart (figuur 3.2 en paragraaf 3.4). Daarnaast zijn de volgende aanbevelingen gedaan die in hoofdstuk 4 zijn toegelicht:
Bermbeheer omvat meer dan maaien; ook inzaaien en aanplant zijn belangrijk Inventariseer de nulsituatie en monitor effecten van ecologisch bermbeheer om continuïteit te waarborgen
Kleurkeur certificering waarborgen Praktische handvatten en voorbeelden voor ecologisch beheer zijn gewenst Bomen bieden ook potentie voor flora en fauna, maar schaduw beïnvloedt de kansrijkheid
voor ecologisch beheer NDFF raadplegen voor soorteninformatie bij het bepalen van bermbeheer Koppel de kansrijkheid voor ecologisch beheer ook aan het Landschapsontwikkelingsplan en Ontwikkelperspectief buitengebied (laatste nog in ontwikkeling)
Tijdens de werksessie is geopperd de waterschapskaart in het model van de kansenkaart op te nemen, zodat de ontvangst van slootmaaisel als ‘minder kansrijk’ meegenomen kon worden. Dit is dit niet meer gedaan. Er wordt meer bereikt als de gemeente in gesprek gaat met het waterschap over de afvoer van het slootmaaisel en specie (zie paragraaf 4.4 over de afzet van maaisel). Als het niet mogelijk is dit af te voeren, dan kan altijd nog een nadere inspectie gedaan worden om te bepalen welke bermen door dit maaisel/specie als minder kansrijk gezien kunnen worden. Het buitengebied van de gemeente Raalte staat in de toekomst voor verscheidene opgaven. Landbouw heeft een grote rol, maar er wordt ook gezocht naar plekken om te wonen en recreëren, water vast te houden in de bodem, natuur te ontwikkelen of energie op te wekken. Gemeente Raalte werkt aan een ‘Ontwikkelperspectief buitengebied (in ontwikkeling)’ dat richting geeft en laat zien welke ontwikkeling op welke plek voorrang krijgt. Deze strategie voor ecologisch beheer van bermen, sloten en greppels in gemeente Raalte geeft aan waar ecologisch beheer het beste tot zijn recht komt.
3.4
Stap 3: opstellen biodiverse bermenstrategie en definitieve kansenkaart
In stap 3 is bepaald wáár ecologisch beheerd gaat worden. In stap 3 is een definitieve kansenkaart opgesteld waarop de kansrijke gebieden voor ecologisch bermbeheer zijn uitgewerkt tot een strategie. Deze kaart is opgesteld op basis van de conceptkaart van de GIS-analyse, de input van de werksessies en onderstaande: Het Landschapsontwikkelingsplan gemeenten Deventer Raalte Olst-Wijhe, versie 23 september 2008 (LOP)
13/33
Kenmerk
R001-1297264NJR-V03-hme-NL
Verspreidingsgegevens van natuur in Raalte (bron: NDFF, zie ‘verspreidingsgegevens van
natuur’ later in deze paragraaf) Het biodiversiteitsplan van Raalte (hotspots, zie hierna) De ligging van Raalte op de overgang tussen het stromingsgebied van de IJssel en de Sallandse Heuvelrug; er is gezocht naar een verbinding langs deze gradiënt. Dit heeft 2 belangrijke voordelen voor de biodiversiteit. Ten eerste kunnen soorten uit deze Natura-2000 gebieden zich veilig verspreiden en voedsel en verblijf-/groeiplaatsen vinden in een wijdere
omgeving. Ten tweede biedt deze gradiënt een uniek biotoop voor veel soorten die juist in overgangsgebieden leven, en veel variatie nodig hebben in hun leefgebied Het ecologisch beheer van bermen en sloten werkt als wisselwerking met de biodiversiteitshotspots: De hotspots bieden zaadbronnen, we verwachten dat daarom ecologisch beheer van bermen op deze plekken eerder leidt tot bloem- en kruidenrijke vegetatie dan op locaties waar deze natuurlijke zaadbron niet of minder aanwezig is. Tegelijkertijd bieden de ecologisch beheerde bermen en sloten de soorten die al in deze hotspots leven voedsel, verblijfplaatsen, verbindingen, variatie en veiligheid. Voor soorten die korte afstanden afleggen (max 100 meter per jaar voor sommige bijen of salamandersoorten)
is het belangrijk dat de ecologisch beheerde bermen op korte afstand van natuurgebieden beschikbaar zijn Ecologisch beheer van N-wegen door de provincie Overijssel
De bermen in de gemeente Raalte hebben alle een functie voor de verkeersveiligheid. Met name de veiligheidsstrook strook van 1,0 meter breed, grenzend aan de weg, dient vaker te worden gemaaid dan de rest van de berm. Dit is om de afvoer van wegwater naar de berm mogelijk te houden en overhangende begroeiing bij de weg te voorkomen. Ook bij kruisingen en wegdelen, waarbij je de andere verkeersdeelnemers slecht ziet, is frequenter beheer van de vegetatie noodzakelijk. De sloten hebben alle een waterhuishoudkundige functie. Zij dienen voor de berging en het transport van water. Het maaien van de water- en oevervegetatie is nodig om vooral de watertransportfunctie te waarborgen. De verkeersveiligheid van bermen en de waterhuishoudkundige functie van sloten zijn randvoorwaarde-stellend voor ecologisch beheer. Communicatie over het ecologisch beheer van bermen en sloten zal in toekomst noodzakelijk zijn. Uitleggen waarom ecologisch beheer wordt toegepast kan aan zogenaamde ‘zelfmaaiers’ duidelijk maken dat vaker maaien op de betreffende plek ongewenst is. Landschapsontwikkelingsplan De groenblauwe dooradering van het Sallandse landschap draagt in belangrijke mate bij aan de identiteit, belevingswaarde, ecologische, cultuurhistorische en recreatieve waarde van het landschap.
Ecologisch beheer van bermen, sloten en greppels draagt bij aan de versterking van de ecologische kwaliteit van het buitengebied. Belangrijke structuren in Raalte waar met ecologisch beheer de ecologische waarde verhoogd kan worden, zijn: Weteringen in het weteringenlandschap (noordwesten van Raalte), dit is in de strategie meegenomen als kerngebied voor ecologisch beheer van sloten en greppels
14/33
Kenmerk
R001-1297264NJR-V03-hme-NL
Overijssels kanaal als belangrijke ecologische lijn in het landschap
(Ecologische) infrastructuur als ecologisch netwerk door de gemeente, met ecologische verbindingszones, waarbij het Natuurnetwerk Nederland (NNN) verbonden wordt Deze structuren lopen door het landschap en stoppen niet bij de gemeentegrens van Raalte. Daarom zijn deze structuren ook belangrijke verbindingen naar buiten de gemeente. Verspreidingsgegevens van natuur Hotspots van biodiversiteit kunnen zich ook buiten het NNN bevinden. De NDFF is geraadpleegd om globaal een beeld te krijgen van de actuele soortenrijkdom. Hiervoor is gekeken naar waarnemingen van de afgelopen 5 jaar in Raalte van:
Soorten die beschermd zijn onder de Omgevingswet (figuur 3.2) Rode Lijst-soorten (figuur 3.2) BKN-soorten (figuur 3.3)
Uit de heatmaps blijkt dat plekken waar veel verschillende soorten zijn waargenomen, zich bevinden in het Boetelerveld, het NNN, in de wijk Langkamp in Raalte, bij Luttenberg en ten westen van Heeten. De kanttekening hierbij is dat de NDFF geen vlakdekkend onderzoek betreft. Als er minder waarnemingen zijn, betekent dit niet dat er minder soorten aanwezig zijn. Als er een grote inventarisatie-actie of een fanatieke waarnemer op een bepaalde locatie is geweest, kan dit een vertekend beeld geven. Desondanks is geprobeerd zo veel mogelijk van deze plekken met veel waarnemingen binnen de strategie te vangen, zodat de lokale kennis gebruikt kan worden bij de verdere uitrol van het beheerplan.
15/33
Kenmerk
R001-1297264NJR-V03-hme-NL
Figuur 3.2. Hotspots (in groen) van waarnemingen van beschermde soorten en soorten die op de Rode Lijst staan. Hoe groener, hoe meer waarnemingen. In roze is het NNN aangegeven. Enkele hotspots liggen buiten het NNN
Figuur 3.3. Hotspots (in blauw) van BKN soorten in Raalte. Hoe blauwer, hoe meer waarnemingen. In roze is het NNN aangegeven. Enkele hotspots liggen buiten het NNN
16/33
Kenmerk
R001-1297264NJR-V03-hme-NL
Hotspots van biodiversiteit uit het biodiversiteitsplan In het biodiversiteitsplan van gemeente Raalte worden hotspots van biodiversiteit genoemd, plekken met een grote soortenrijkdom. Dit zijn met name: Natuur- en bosgebieden, landgoederen die veelal onderdeel zijn van het Natuur Netwerk
Nederland Natura 2000-gebied Boetelerveld Groene parels in dorpskernen en omstreken (in bijlage 2 beleidsplan biodiversiteit)
Landgoed 't Reelaer Landgoed Schoonheten Landgoed De Gunne
Landgoed de Vlaminckhorst Landgoed 't Rozendael Landgoed Groot Zwaaftink
Luttenbergerven Bos Luttenberg Landgoederen Den Alerdinck & Colckhof
Lierder- en Molenbroeken Bossen Broekland Waterbergingsgebied Aver Heino ten oosten van Heino
Buiten gemeentegrenzen: Sallandse Heuvelrug, het Luttenbergerven, de landgoederen rond Wijhe, Olst en Deventer en tot slot het stroomgebied van de IJssel
Robuuste verbindingen tussen de gebieden en andere natuurgebieden buiten de gemeentegrens ontbreken. De biodiverse bermenstrategie verbindt deze gebieden met elkaar (figuur 3.4). Ook brengen ecologisch beheerde bermen en sloten biodiversiteit de dorpskernen van de gemeente Raalte in en bieden een aangrijpingspunt om te werken aan natuur in de dorpskernen. De ecologisch beheerde bermen en sloten bieden de soorten die al in deze hotspots leven voedsel, verblijfplaatsen, verbindingen, variatie en veiligheid. Voor soorten die korte afstanden afleggen is het belangrijk dat de ecologisch beheerde bermen op korte afstand beschikbaar zijn. Met een netwerk door de gehele gemeente worden verschillende landschappen met elkaar verbonden, zoals het rivierenlandschap met het zandlandschap en bebouwd gebied. Hoe meer variatie in het landschap, hoe hoger de biodiversiteit kan worden. Gemeente Raalte heeft voor het bebouwd gebied al gidssoorten aangewezen in het biodiversiteitsplan, maar nog niet voor de andere landschapstypen in het buiten gebied. Ecologisch beheerde bermen en sloten dragen bij aan het vergroten van geschikt leefgebied voor de aangewezen gidssoorten zoals icarusblauwtje en koevinkje. Dit verschilt per landschapstype: het icarusblauwtje gebruikt graslanden en (spoor-) wegbermen als verbindingszones.
Waardplanten van het icarusblauwtje zijn diverse vlinderbloemigen zoals kleine klaver, rolklaver en hopklaver. Het koevinkje heeft hogere, ruige, grazige vegetaties nodig en zet haar eitjes af op diverse grassen die groeien op vochtige plaatsen. Het koevinkje haalt haar nectar van onder andere koninginnenkruid, akkerdistel en braam.
17/33
Kenmerk
R001-1297264NJR-V03-hme-NL
Lokale initiatieven In de gemeente Raalte zijn al meerdere lokale initiatieven, waaronder de Groene Agenda, maar ook acties vanuit de gemeente zelf. Figuur 3.4 geeft deze initiatieven weer binnen de strategie. Het merendeel van deze initiatieven valt binnen de kern van de ecologisch beheerde bermenstrategie. In het bermbeheerplan moet daarom opgenomen worden hoe het beheer kan worden aangepast op deze locaties om te voorkomen dat deze initiatieven teniet worden gedaan. Ter hoogte van Broekland en Heeten zijn ook veel lokale initiatieven om de biodiversiteit te verhogen, maar deze vallen uiteindelijk buiten de groene kern voor ecologisch beheer. Dit betekent echter niet dat ze niet belangrijk zijn.
Broekland heeft veel bomen en ingezaaide bermen Rondom Heeten is een speciaal mengsel voor de patrijs ingezaaid
In de bermenstrategie wordt uitgegaan van de natuurlijke zaadbank die in de bodem aanwezig is. Omdat het hier om ingezaaide stroken gaat, vallen ze buiten de groene kern voor ecologisch beheer. Deze initiatieven zijn daarom een mooie aanvulling om de biodiversiteit te stimuleren. In het bermbeheerplan wordt uitgewerkt hoe het beheer rekening houdt met lokale initiatieven. In enkele gebieden is de pilot Land van Waarde en GLB Salland Loont actief geweest, gericht op groenblauwe dooradering. Deze pilotlocaties, Liederbroek en ‘Rozendael, liggen binnen de groene kern voor ecologisch beheer van bermen en sloten. Op locatie waar (agrarisch) beheer wordt aangepast op weidevogels kunnen ecologisch beheerde bermen goed aansluiten, in overleg met de gebiedscoöperatie. Het uitbesteden van ecologisch bermbeheer naar lokale ondernemers is hierbij ook een optie.
18/33
Kenmerk
R001-1297264NJR-V03-hme-NL
Figuur 3.4. Lokale initiatieven en de strategie voor ecologisch beheer van bermen en sloten
Ecologisch beheer van N-wegen in gemeente Raalte door provincie Overijssel De volgende N-wegen in de gemeente Raalte zijn in beheer bij de provincie Overijssel: N756, N348 en de N332. De N35 is in beheer bij Rijkswaterstaat. Provincie Overijssel is bezig met het verbeteren van hun bermbeheer ten gunste van bloemen en insecten. Het huidige maaibeheer krijgt op diverse manieren invulling:
In het najaar (medio september – november) worden alle bermen in één ronde in zijn geheel gemaaid. Bij deze maaironden wordt gebruik gemaakt van een maai-zuigcombinatie (met een zogenaamde klepelmaaier), deze hakselt het maaisel fijn waarbij het maaisel direct wordt opgezogen en afgevoerd Vanuit verkeerveiligheidsoverwegingen wordt een deel van de berm vaker (tweemaal per jaar, globaal in juni en in het najaar) gemaaid met een maai-zuigcombinatie. Het betreft vastgestelde veiligheidszones van 1,2 tot 1,5 meter direct langs het asfalt, bij kruispunten, rotondes, zijwegen (zogenaamde zichthoeken) en binnen de bebouwde kom In 28 wegbermen (verspreid over de provincie Overijssel) vindt gefaseerd bermbeheer plaats. Deze vorm van ecologisch bermbeheer bestaat uit het laten staan van honderd meter wegberm, deze verschuift elk jaar honderd meter. Deze overblijvende begroeiing blijft in de winter staan ten gunste van het leefgebied voor overwinterende insecten en dekkingsmogelijkheden voor kleinere zoogdieren
Het toekomstige maaibeheer (vanaf voorjaar 2025) gaat er deels anders uitzien:
19/33
Kenmerk
R001-1297264NJR-V03-hme-NL
De provincie gaat stoppen met het maaien met een maai-zuigcombinatie en gaan maaien met
een zogenaamde ‘ecokop’ Waar mogelijk worden bermen gemaaid volgens de richtlijnen van Kleurkeur Het huidige gefaseerd maaien blijft bestaan. Dit vindt onder andere plaats langs de N756 en
de N348 (ten noorden van Raalte) Maaien in verkeersveiligheidszones blijft ongewijzigd, tenzij een specifieke situatie om wijziging vraagt.
Deze N-wegen vormen een fijn groen netwerk in de hele provincie en kunnen daardoor een belangrijke bijdrage leveren aan behoud en de versterking van de biodiversiteit, c.q. insecten. Omdat de provincie over gaat op ecologisch maaibeheer, zijn deze N-wegen als belangrijke verbindingen aangegeven in de strategie (figuur 3.4).
4 Strategie voor ecologisch beheer van bermen en sloten in Raalte De strategie heeft als doel het verhogen van de biodiversiteit door ecologisch maaibeheer op de meest kansrijke gebieden in de gemeente. Kansrijk houdt in dat in deze bermen en sloten de basiscondities voor ecologisch maaibeheer in orde zijn, dat het aanpassen van beheer een positieve impact heeft op de lokale biodiversiteit en dat extensief maaibeheer praktisch haalbaar is op deze locaties. Figuur 4.1 geeft aan waar ecologisch beheerd gaat worden om de biodiversiteit te verhogen. In dit hoofdstuk wordt verder beschreven op welke wijze hier invulling aan gegeven wordt. Dit zal verder uitgewerkt moeten worden in een bermbeheerplan (zie H5 aanbevelingen). Het beheer kan worden afgestemd op de lokale ecologische waarden, zodat bijzondere flora en fauna behouden blijven. Samengevat komt de biodiverse bermenstrategie op het volgende neer: Biodiverse bermen Een aaneengesloten netwerk van ecologisch beheerde bermen dat loopt van de Sallandse Heuvelrug tot het stromingsgebied van de IJssel, en via biodiversiteitshotspots, biodiverse dorpskernen en NNN-gebieden. Dit netwerk van ecologisch beheerde bermen richt zich op bloem- en kruidenrijke bermen voor vlinders en bijen en soorten als patrijs (en de insecten die zij eten).
De meeste kansrijke bermen uit het model voor ecologisch beheer liggen binnen dit netwerk, net als de nectarverbindingen uit het biodiversiteitsplan. Dit netwerk biedt Voedsel, Veiligheid, Verblijfplaatsen, Verbinding, Variatie en Voortplantingsplaatsen aan bijen en
vlinders De ecologisch beheerde bermen van de N-wegen lopen als groene dooradering door de gemeente en verbindt het groene netwerk van de gemeente met gebieden buiten de
gemeente Een stapsteen voor biodiversiteit bij Luttenberg, waar de ecologisch beheerde bermen aansluiten op het meer bosrijke karakter. Het ecologisch beheer is daar gericht op structuurrijke bermen in plaats van bloemrijke vegetatie. Dit sluit beter aan bij de eigenschappen van dit landschap, de soorten die er (potentieel) voorkomen en om praktische
20/33
Kenmerk
R001-1297264NJR-V03-hme-NL
redenen (minder zon en meer bladafval). Een lage tot middelhoge kruidenvegetatielaag biedt extra kansen voor veel faunasoorten om zich succesvol te verspreiden door te voorzien in de 'V' van 'Veiligheid' in de vorm van beschutting tegen onder andere wind, regen, volle zon, hitte, droogte en natuurlijke vijanden Biodiverse sloten Het noordwesten van Raalte, het gebied tussen de Nieuwe Wetering en het Overijssels kanaal, is focusgebied voor ecologisch beheer van sloten. Het aangegeven gebied voor ecologisch beheer van sloten overlapt met het weteringenlandschap uit het LOP. Hier worden de waterlopen in dit landschap worden volgens het LOP ontwikkeld tot brede moeras- en broeklandschappen met ruimte voor water en natte natuur. Ook bevinden zich hier de meeste hotspots voor watergebonden soorten, die vaak maar relatief korte afstanden afleggen van waterlichamen zoals poelen. Een netwerk van ecologisch beheerde sloten en greppels biedt Voedsel, Veiligheid, Verblijfplaatsen, Verbinding, Variatie en Voortplantingsplaatsen aan (semi-)watergebonden soorten planten, insecten en vogels
21/33
Kenmerk
R001-1297264NJR-V03-hme-NL
Figuur 4.1 Strategie voor ecologisch beheer van bermen en sloten in gemeente Raalte. Het focusgebied voor ecologisch beheerde bermen loopt als een omgekeerde S-vorm door de gemeente en omvat de meest kansrijke locaties voor ecologische beheer. Het focusgebied voor ecologisch beheerde sloten ligt tussen belangrijke watergangen in de gemeente. Structuurrijke bermen rondom Luttenberg bieden een veilige stapsteen. Daarnaast loopt er een netwerk van verbindingen door de gemeente waarlangs soorten zich kunnen verspreiden binnen de gemeente en naar gebieden buiten de gemeente
4.1
Uitgangspunten voor ecologisch beheer
Ecologisch beheer betekent dat de bermen gefaseerd worden gemaaid en dat het maaisel wordt afgevoerd. Hierdoor vindt een verarming of verschraling van de bodem plaats. Er komen immers minder voedingsstoffen in de bodem omdat deze via het maaisel worden afgevoerd. Door de verschraling neemt de soortenrijkdom toe en komen meer bloeiende planten voor. Daar profiteren insecten (onder andere bijen, dagvlinders, kevers) weer van. Ook blijft altijd een deel van de vegetatie ongemaaid waar insecten voedsel kunnen vinden of eitjes kunnen leggen. De uitgangspunten voor ecologisch beheer van bermen en sloten zijn gebaseerd op de methodes van Kleurkleur groen en blauw (Vlinderstichting). Deze paragraaf beschrijft kort de uitgangspunten voor ecologisch beheer. Dit zal verder uitgewerkt moeten worden in het bermbeheerplan, met daarbij afspraken over specifieke locaties of situaties, denk aan: Doelstellingen per berm en gepast beheer om die te behalen Aanwezigheid van exoten
Omgang met lokale initiatieven, locaties waar weinig groeit, objecten in de berm
22/33
Kenmerk
R001-1297264NJR-V03-hme-NL
Uitgangspunten voor ecologisch maaibeheer van bermen
Gefaseerd maaien; laat 15-30 % ongemaaid Voer het maaisel af. Laat het maaisel zo mogelijk enkele dagen drogen, maximaal 5 dagen Houd bij het maaien rekening met aanwezige ecologische waarden
Niet klepelen, dit leidt tot directe en indirecte schade aan flora en fauna Vaak volstaat één gefaseerde maaibeurt per jaar op zandgrond. Is de berm voedselrijk dan kan het noodzakelijk zijn om te starten met een maaifrequentie van 2 x per jaar gefaseerd
maaien en afvoeren Voorkom insporing Veiligheidsstrook telt niet mee voor het ecologisch beheer; hier staat veiligheid voorop. Maar door het vaker maaien ontstaat hier een andere vegetatie dan in de rest van de berm Niet inzaaien. Alleen als blijkt dat (aanpassing van) beheer onvoldoende helpt bij het bereiken van gestelde doelen, bijvoorbeeld doordat vestiging van de gewenste planten uit de zaadbank uitblijft, kan inzaaien van regionaal inheemse soorten, als laatste redmiddel, een optie zijn
Uitgangspunten voor ecologisch beheer van sloten
Gefaseerd maaien, in sloten wordt onderscheid gemaakt tussen ‘nat profiel’ en de oeverzone en talud (figuur 3.11): Maai het natte profiel gefaseerd; laat 10-25 % ongemaaid -
Maai de oeverzone en het talud gefaseerd; laat 15-50 % ongemaaid per maaibeurt en zorg voor maximaal 500 meter tussen ongemaaide zones Maaisel afvoeren binnen 5 kalenderdagen of maaisel lokaal op hopen verwerken (ook binnen
5 kalenderdagen), voorkeur zo snel mogelijk afvoeren Maaihoogte 5-15 centimeter boven maaiveld, onder water 5-10 centimeter boven waterbodem Stop werkzaamheden bij zuurstofgebrek. Dit is herkenbaar aan slome of flauwe vis
Voorkom omwoelen van de waterbodem Maaibeurten maximaal 2, bij uitzondering 3, per jaar
Uitgangspunten voor de omgang met bomen en/of houtopstanden Bermen en greppels onder bomen zijn vaak humeuzer, en er treedt vaak verzuring op, daarom zijn hier andere plantensoorten te verwachten dan wanneer er geen bomen zijn (figuur 4.3). De inheemse kruiden die in bosranden groeien worden vaak gezien als "onkruid". Dit geeft niet het klassieke beeld van ecologisch maaibeheer met kleurrijke bloemen in de berm, maar ecologisch beheer kan alsnog toegepast worden en bijdragen aan een hogere biodiversiteit.
Beheer aanpassen aan doelstelling, sommige locaties lenen zich voor een hoge soortenrijkdom, bij andere locaties is met ecologisch beheer een verhoogde structuur of structuurvariatie het hoogst haalbare
Vaker maaien in verband met verruiging (hoger en donkerder), of niet maaien als er weinig groeit
Uitgangspunten voor het bepalen van doelstellingen per berm In het bermbeheerplan worden beheerdoelen gesteld per berm. Uit de strategie kunnen de volgende doelen afgeleid worden:
23/33
Kenmerk
R001-1297264NJR-V03-hme-NL
In de groene kern: meer ruimte voor vlinders en/of bijen, meer ruimte voor patrijzen, bloei
en/of zaadzetting van bepaalde nectarplanten of waardplanten In de blauwe kern: vochtig hooiland als vegetatietype of meer ruimte voor libellen In de stapsteen rondom Luttenberg: meer structuur en variatie
Op locaties met lokale initiatieven: beheer aanpassen op zaaimengsel (maaifrequentie) of aanwezigheid van bollenplanten (na bloei van bollenplanten 1e maaimoment of gefaseerd maaien)
Daarnaast geven doelsoorten richting om het beheer op aan te passen. De gemeente heeft voor binnen de bebouwde kom doelsoorten bepaald, waarvan het icarusblauwtje en koevinkje al enige richtlijn kunnen geven voor ecologisch beheer van bermen en sloten in het buitengebied. De maaibeheerder kan in het veld bepalen dat de overstaande vegetatie veel nectar- en waardplanten voor deze soorten bevat, zodat bijvoorbeeld de eitjes de winter overleven en het opvolgende jaar kunnen uitkomen. Uitgangspunten voor nieuwe (her-)ingerichte bermen en sloten
Geen gebiedsvreemde grond aanvoeren 1e voorkeur: natuurlijke vegetatie uit zaadbank van de grond laten opkomen Wanneer dit niet kan doordat bijvoorbeeld vasthouding van de grond nodig is, dan
hooi/maaisel uit omgeving opbrengen of inmengen op woeste grond Wanneer dit niet beschikbaar is, dan inzaaien met een lokaal inheems mengsel Stel voor de nieuwe berm een passend beheerdoel
Bij het ophogen van bermen is schrale grond gewenst en bij schrapen van bermen is het van belang stukken te laten staan en rekening te houden met groeiplaatsen van bijzondere plantensoorten. Voor de aanleg van kabels in de bermen hoeft niet altijd de gehele berm omgespit te worden Het komt regelmatig voor dat bermsloten gedempt worden. Bijvoorbeeld omdat de weg verlegd moet worden, de gedempte sloot bij landbouwgrond getrokken wordt of voor natuurontwikkeling. Ook hier is het van belang om rekening te houden met groeiplaatsen van bijzondere plantensoorten
Uitgangspunten voor bermen en sloten die niet kansrijk zijn Bermen in het aangewezen gebied voor ecologisch bermbeheer maar niet kansrijk zijn: naast ecologisch beheer zijn er suboptimale methoden, zoals maaien en afzuigen. Het voordeel hiervan is dat al het maaisel wordt verwijderd en er maar één werkgang nodig is. Het nadeel is dat de insecten die in en op de bermvegetatie leven worden opgezogen en afgevoerd. Ten opzichte van klepelen is maaien en afzuigen een stap voorwaarts voor biodiversiteit
Deze bermen kunnen geïnspecteerd worden in de kaart: waarom is deze berm niet kansrijk? Hieruit kan afgeleid worden wat het beste alternatieve beheer is Bij te smalle bermen wordt de veiligheidsstrook gemaaid zoals dat nu gaat en blijft er geen ruimte over voor ecologisch beheer Bermen die in het aangewezen gebied voor ecologisch bermbeheer liggen maar niet kansrijk zijn: Maaien en direct afzuigen. Door het maaisel direct op te zuigen wordt ophoping van
24/33
Kenmerk
R001-1297264NJR-V03-hme-NL
voedingsstoffen en daarmee verruiging voorkomen. Het is nog onbekend hoe veel insecten
en zaden worden opgezogen, maar dit zal meer zijn dan bij ecologisch beheer Sloten en greppels die in het aangewezen gebied voor ecologisch slootbeheer liggen maar niet kansrijk zijn: laat hier minimaal 5 % van de watervegetatie staan en 10 % van de
oevervegetatie. Voor het werken aan biodiversiteit is dat winst ten opzichte van volledig schonen van de waterloop Bermen, sloten en greppels buiten de strategie op de huidige manier onderhouden of waar
geklepeld wordt mogelijk overgaan op een maai/zuigcombinatie Altijd aansluiten met beheer op de lokale initiatieven
Uitgangspunten voor de omgang met Jacobskruiskruid (JKK) Jacobskruiskruid is waardevol voor insecten, maar giftig voor met name paarden en runderen als het in hooi verwerkt wordt. Het is een inheemse pionier soort die goed groeit op open, verstoorde grond, maar heeft moeite in dichte vegetatie. De zaden ontkiemen vooral dichtbij de planten en verspreiden zich niet ver door wind. Bestrijden van Jakobskruiskruid is niet nodig. De gemeente verwijdert de plant niet omdat deze thuishoort in Nederland. 150 verschillende soorten insecten foerageren op de plant. Uitgangspunten voor bermbeheer van de gemeente zijn: Creëer een gezonde en gevarieerde vegetatie langs weilanden waarin JKK minder kans krijgt Maai in juni en/of september, wanneer de meeste zaden al gevallen zijn
Het maaisel wordt afgevoerd (gecomposteerd) om de verspreiding van zaden en verwerking in hooi te voorkomen
Daarnaast kan afstemming gezocht worden met agrariërs op ‘risico-locaties’ langs weilanden met vee of paarden: Maai grasland niet te kort en voorkom kale plekken
Trek de planten niet uit, dan ontstaat er weer een kale plek Als een agrariër grasland toch wil ‘beschermen’ tegen het inwaaien van zaden van JKK, kunnen de randen langs het grasland bijvoorbeeld ecologisch beheerd worden voor structuuren kruidenrijke bermen of ingezaaid worden met een kruidenmengsel
Uitgangspunten voor de omgang met invasieve exoten
Verspreiding van invasieve exoten zoals Japanse duizendknoop (JDK) moet voorkomen worden. Dit kan op verschillende manieren. De aanpak hangt af van de soort, de verspreiding en de mate van voorkomen
Grote oppervlakten van Japanse duizendknoop moeten onder controle worden gehouden (beheerst) worden. Kleinere oppervlaktes moeten actief worden verwijderd (bestreden) om uitbreiding te voorkomen. Advies: maak voor de groenmedewerkers en aannemers een protocol voor de omgang met Japanse duizendknoop. Veel verspreiding vindt plaats door onwetendheid en onzorgvuldig handelen
25/33
Kenmerk
R001-1297264NJR-V03-hme-NL
Figuur 4.2 Zijaanzicht van de verschillende bouwstenen in een sloot (Bron: Kleurkleur blauw, Vlinderstichting). 1: Schouwpad. 2: Talud. 3: Snor. 4: Nat profiel
26/33
Kenmerk
R001-1297264NJR-V03-hme-NL
Figuur 4.3 Voorbeelden van ecologisch beheer. Linksboven: gefaseerd beheer rondom bollenplanten (narcissen). Rechtsboven: Het hoge gras in een berm biedt beschutting aan fauna, zoals deze fazant. Links midden: Gefaseerd beheer op een vochtige locatie, rondom een poel linksachter op de foto, te herkennen aan het riet. Rechts midden: Het icarusblauwtje is te vinden in de vegetatie van de foto links midden. Linksonder: Gewenste vegetatie in de berm onder een bomenlaan. Rechtsonder: Voorbeeld van verruiging onder bomen, te zien aan het fluitenkruid. Foto’s zijn gemaakt door Pieter Baalbergen (linksonder) en Janna Horjus (overige)
27/33
Kenmerk
4.2
R001-1297264NJR-V03-hme-NL
Monitoring
Om te meten wat het effect is van het aanpassen van het beheer, is het belangrijk om een nulmeting uit te voeren voor er aangepast wordt en te monitoren hoe de aanpassing bijdraagt aan een hogere biodiversiteit. De monitoring dient afgesteld te worden op de doelstellingen van de bermen. Voorbeeldmethodes voor monitoring zijn: Nectarindex voor bermen: dit is een handige methode om te bepalen in welke mate een berm of grasland bijdraagt aan het behoud van insecten, vlinders en inheemse planten
Oeverindex voor sloten en greppels: dit is een handige methode voor het monitoren van de waarde van oevers voor kenmerkende oeverplanten en insectenfauna KRW-vegetatie monitoring
De monitoring kan uitgevoerd worden door vrijwilligers of een ecoloog. Na analyse van de monitoringsresultaten (op beeld of op soortniveau) wordt indien nodig bijgestuurd. Deze manier van monitoring kan algemeen toegepast worden op alle bermen en sloten binnen de strategie. Om beheerdoelstellingen voor doelsoorten van het buitengebied te bepalen, is het belangrijk om te weten welke ecologische waarden al aanwezig zijn. Een of inventarisatie op soortniveau is daarvoor wenselijk. Een nadere inspectie van de NDFF-gegevens van bijvoorbeeld RodeLijstsoorten is al een begin om dit inzichtelijk te maken.
4.3
Communicatie en samenwerking
Voor het aanpassen van beheer geldt uiteraard dat de eigen beheerders van de gemeente de strategie kennen. Ook samenwerking met andere uitvoerders en organisaties is essentieel, zoals het Waterschap Drents Overijsselse Delta, Provincie Overijssel, Rijkswaterstaat, werkgroep Groene Agenda en Salland Zoemt. Deze samenwerkingen zijn nodig om voldoende schaalniveau te bereiken. Er zijn al enkele locaties waar gestart is met het verhogen van de biodiversiteit door bijvoorbeeld werkgroep Groene Agenda of pilots (zie paragraaf 3.4 – Lokale initiatieven). Neem de ervaring die in deze gebieden opgedaan is, mee bij het verder uitrollen van de transitie. Communicatie met bewoners Extensief beheerde bermen en sloten zien er anders uit dan de nette regulier beheerde bermen en sloten. Communicatie over het ‘waarom’ is daarom essentieel om voldoende draagvlak te creëren bij bewoners. Denk aan informatie over wat bewoners zelf kunnen doen om bij te dragen aan het succes van ecologisch beheerde bermen. Informatieborden of activiteiten met lokale initiatieven zoals werkgroep Groene Agenda helpen hierbij.
4.4
Afzet van maaisel
Het heeft sterk de voorkeur om maaisel en slootafval af te voeren. Het meeste areaal bermen in gemeente Raalte wordt 1x per jaar gemaaid zonder afvoer van maaisel. Om volgens het ecologisch beheer het maaisel af te gaan voeren, is daarom een aanpassing nodig van het huidige beheer. De afzetmogelijkheden van bermmaaisel in de nabije omgeving zijn beperkt.
28/33
Kenmerk
R001-1297264NJR-V03-hme-NL
Bermmaaisel valt onder groenafval (Wet milieubeheer) met een minimumstandaard voor verwerking volgens het Ministerie IenW (bron: sectorplan 8 van het Landelijk afvalbeheerplan). Daarnaast is er een grote kans op Jacobskruiskruid in het bermmaaisel, wat een nuttige inheemse plant is, maar gedroogd giftig voor vee. Bermmaaisel kan daarom niet zomaar verwerkt worden op aangrenzende landbouwpercelen. Ook de bij het beheer van sloten en greppels vrijkomende baggerspecie en maaisel zijn afvalstoffen. Hiervoor geldt de afvalstoffenregelgeving. Voor slootmaaisel geldt ook een gedoogplicht voor de ontvangst van maaisel en baggerspecie dat door regulier onderhoud uit een oppervlaktewaterlichaam wordt verwijderd te ontvangen (artikel 10.2, eerste lid, van de Ow). Deze gedoogplicht geldt voor de eigenaar of gebruiker van gronden gelegen aan of in een oppervlaktewaterlichaam, ook als dit een gemeente is. De gemeente zal met het waterschap afspraken moeten maken over de afvoer (en de kosten) ervan. De eigenaar of gebruiker van de gronden kan niet verplicht worden om de baggerspecie of het maaisel af te voeren. Locaties waar een ontvangstplicht geldt voor slootafval zijn minder kansrijk voor ecologisch beheer.
Het is ongewenst dat maaisel blijft liggen en slootafval wordt opgebracht, dit moet afgevoerd worden binnen 5 dagen om te voorkomen dat te veel voedingsstoffen in de bodem terechtkomen en vervilting en verruiging optreedt. Van ongeveer de helft van de greppels en sloten in het buitengebied van Raalte wordt het slootmaaisel afgevoerd door de gemeente of externe onderhoudspartij. Een van de (groen)aannemers die maaisel verwerken voor de gemeente is Jansen Wijhe. In een telefonisch interview op 14 juli zijn de afzetmogelijkheden verkend. Ongeveer 70 % van het slootmaaisel dat zij afvoeren, wordt verwerkt op de aangrenzende landbouwpercelen. De rest van het slootmaaisel en al het bermmaaisel wordt naar de eigen compostering van Jansen Wijhe gebracht. Bij het afvoeren van maaisel blijft het enkele dagen liggen, voordat het maaisel wordt afgevoerd. Composteren De meest gebruikte methode voor het verwerken van maaisel is composteren. Het maaisel kan worden aangeboden bij regionale composteerbedrijven. Aangezien de kosten per ton worden berekend is het voordeliger een zo droog mogelijk maaisel aan te leveren. Voor de afzet van maaisel is het belangrijk deze zo dicht mogelijk bij de bron te zoeken om transportkosten te besparen. Bij de meeste bedrijven mag het bermgras geen zwerfafval bevatten. Dat betekent dat vóór het maaien een ronde van zwerfafval opruimen nodig is.
Bij het composteren verdwijnt de gifstof die in Jacobskruiskruid zit, zodat de aanwezigheid van deze plant in het grasmaaisel geen probleem is.
29/33
Kenmerk
R001-1297264NJR-V03-hme-NL
5 Aanbevelingen en vervolgstappen 5.1
Kennis verzamelen en doelen stellen
Start bij de inventarisatie van de nulsituatie om effecten op de biodiversiteit te meten. Monitoringsplan uitwerken als een middel om het beheer te verbeteren en te meten of de het ecologisch beheer succesvol is Praktisch: Welke kennis is al in huis bij maaibeheerders? > Kleurkeur certificering
5.2
Doelsoorten buitengebied bepalen Inventariseren en concretiseren op welke locaties de gemaaide veiligheidsstrook verkleind kan worden, zoals op doodlopende wegen met weinig woningen
Huidige situatie en kostenplaatje van ecologisch beheer
Om ecologisch te gaan beheren in de gemeente, moet gekeken worden naar de huidige situatie en welke aanpassingen en vervolgstappen nodig zijn. De praktische invulling daarvan komt in het beheerplan. Deze paragraaf geeft een voorlopige inschatting van financiële gevolgen van de aanpassing naar ecologisch beheer van bermen en sloten in het buitengebied. Huidige situatie Op dit moment wordt één keer per jaar in het voorjaar/zomer de eerste meter van de berm geklepeld. Deze veiligheidsstrook beheert de gemeente zelf. In het najaar wordt deze veiligheidsstrook nogmaals gemaaid, samen met de rest van de berm. Gezien het belang van veiligheid mag in deze strook de vegetatie niet te hoog groeien. Het is wenselijk om na te gaan of de veiligheidsstrook niet overbodig wordt toegepast, of 1 keer per jaar maaien volstaat en of de maaimethode (klepelen, maaien en afzuigen of maaien en afvoeren) invloed heeft op de frequentie waarop deze strook gemaaid moet worden. Eén keer per jaar aan het eind van het groeiseizoen wordt alles geklepeld (90 % van het areaal). Het maaisel blijft nu liggen; dit zorgt voor verruiging van de berm. Dit wordt uitgevoerd door de eigen dienst (80 % van het areaal) of door 5 lokale loonwerkers (ongeveer 15 % van het areaal). De lokale loonwerkers beschikken ook over mogelijkheden tot afvoer van maaisel, namelijk naar de (eigen) compostering.