Quickscan warmte gemeente Raalte 2026 geanonimiseerd
Tekst van het document
Afbeelding 4.2 Voorgestelde verdeling voor de warmtelevering vanuit rwzi Raalte
40.000 GJ
Blekkerhoek
4.400 GJ
Drostenkamp
rwzi Raalte (44.400 GJ)
35 | 42
Witteveen+Bos | 150479/26-004.729 | Definitief
4.2.2
Rwzi Heino
Voor de rwzi Heino is Liederholthuis Kern de enige buurt die binnen een straal van 1 km van de bron ligt. Uit het onderzoek in het vorige hoofdstuk van dit rapport blijkt dat het potentieel van rwzi Heino wordt geschat op circa 10.000 GJ. Rekening houdend met netwerkverliezen resteert een netto leverbare warmte van ongeveer 8.000 GJ. De warmtevraag in Liederholthuis bedraagt circa 6.000 GJ. Het benodigde temperatuurniveau voor een warmtenet in Liederholthuis is momenteel nog onbekend. Daarnaast ligt de warmtedichtheid van 447 GJ/ha onder de rentabiliteitsnorm van het NPLW. Daar staat tegenover dat de beschikbare capaciteit van rwzi Heino groter is dan de totale warmtevraag in de kern. Bovendien kan de aanwezigheid van een energiecoöperatie een belangrijke rol spelen in de haalbaarheid en organisatie van een lokaal warmtenet. Op basis hiervan kan worden geconcludeerd dat de capaciteit van rwzi Heino in principe voldoende is om de warmtebehoefte van Liederholthuis Kern te dekken. Wel is aanvullend onderzoek nodig om te bepalen of dit ook leidt tot een sluitende business case. Afbeelding 4.3 toont de voorgestelde verdeling voor de warmtelevering vanuit rwzi Heino.
Afbeelding 4.3 Voorgestelde verdeling voor de warmtelevering vanuit rwzi Heino
6.000 GJ
Liederholthuis Kern
2.000 GJ
Omgeving
rwzi Heino (8.000 GJ)
4.2.3
TEO
Het potentiële warmteleveringsvermogen vanuit TEO bedraagt 52.000 GJ, waarvan na rekening houden met netwerkverliezen nog 41.600 GJ beschikbaar is. Tabel 4.3 geeft de warmtevraag weer van de gebieden die binnen een straal van 1 km van een TEO bron liggen.
Tabel 4.3 Warmtevraag in buurten binnen een straal van 1 km vanaf TEO Buurt
Warmtevraag
Temperatuurniveau
Drostenkampen
26.000 GJ
MT
De Vloedkampen
26.034 GJ
MT
Het Raan Oost
26.212 GJ
MT
Het Raan West
26.116 GJ
MT
Heeten Kern
56.000 GJ
MT
Broekland Kern
15.000 GJ
MT
Heino Centrum
40.000 GJ
MT
De Kampen
31.000 GJ
MT
Heino Zuid
29.000 GJ
MT
Liederholthuis Kern
6.000 GJ
onbekend
Het TEO potentieel in Raalte lijkt voldoende te zijn om slechts enkele buurten te voorzien.
36 | 42
Witteveen+Bos | 150479/26-004.729 | Definitief
Een voorstel voor prioritering is om volledig te voorzien in de vraag in De Vloedkampen, waar de warmtedichtheid hoog is (594 GJ/ha). Het resterende warmtepotentieel van de bron moet voldoende zijn om aan de vraag van andere buurten te voldoen. De aanwezigheid van een energiecoöperatie is een prioriteitscriterium. Daarnaast kan worden voorzien in de warmtevraag van Broekeland Kern, waar een energiecoöperatie is gevestigd. Afbeelding 4.4 geeft de voorgestelde verdeling weer voor de warmtelevering vanuit TEO.
Afbeelding 4.4 Voorgestelde verdeling voor de warmtelevering vanuit TEO
TEO (41.600 GJ)
4.2.4
26.034 GJ
De Vloedkampen
15.000 GJ
Broekland Kern
566 GJ
Omgeving
STEF Transport
Raalte Centrum, De Olykampen en De Zegge zijn de kansrijke buurten binnen een straal van 1 km van STEF Transport. De potentiële warmtelevering vanuit STEF Transport is 5.300 GJ, of 4.200 GJ wanneer rekening is gehouden met netwerkverliezen. Tabel 4.4 toont het warmtepotentieel van de bron en de warmtevraag in de drie buurten.
Tabel 4.4 Warmtevraag in buurten binnen een straal van 1 km vanaf STEF Transport Buurt
Warmtevraag
Temperatuurniveau
Raalte Centrum
47.000 GJ
MT
De Olykampen
27.000 GJ
MT
De Zegge
96.000 GJ
MT
Het warmtepotentieel van STEF Transport is onvoldoende om aan de vraag van de buurten in Raalte te voldoen. Het is dus niet mogelijk om een MT-warmtenet in Raalte Centrum, De Olykampem of De Zegge te bevoorraden vanuit STEF Transport. De mogelijkheid van een kleinschalig distributiesysteem in De Zegge kan wel worden onderzocht. De bron bevindt zich echter op het industrieterrein van de gemeente, waar eerder andere bronnen zijn geïdentificeerd, waarover geen informatie beschikbaar is over hun potentieel voor warmteafgifte. Er zal verder onderzoek nodig zijn om hun potentieel te evalueren.
4.2.5
Zonneparken Endona
Zonnepark Torenallee Raalte Drostenkamp, Westdorp, Hartkamp en Langkamp zijn de kansrijke buurten binnen een straal van 1 km van Zonnepark Torenallee Raalte Het potentiële warmteleveringsvermogen vanuit het zonnepark, inclusief
37 | 42
Witteveen+Bos | 150479/26-004.729 | Definitief
zoninstraling en omgevingswarmte, bedraagt 86.000 GJ. Na aftrek van netwerkverliezen blijft hiervan een netto leverbare hoeveelheid van 68.800 GJ over. Tabel 4.5 toont het warmtepotentieel van de bron en de warmtevraag in de drie buurten.
Tabel 4.5 Warmtevraag in buurten binnen een straal van 1 km vanaf Zonnepark Endona Raalte Buurt
Warmtevraag
Temperatuurniveau
Drostenkamp
26.000 GJ
MT
Westdorp
36.000 GJ
MT
Hartkamp
27.000 GJ
MT
Langkamp
28.000 GJ
MT
Uit onze analyse blijkt dat het Zonnepark Torenallee Raalte veel potentieel heeft om warmte te leveren, vooral vanwege het potentieel aan omgevingswarmte (80.000 GJ). Op basis van de volgende informatie kan al een prioriteringsaanpak worden gevolgd. Elk van deze buurten heeft een voldoende hoge warmtedichtheid (volgens het NPLW) voor een warmtenet. De warmtevraag van Drostenkamp kan worden vervuld met andere bronnen. Hiernaast heeft Westdorp ook een energiecoöperatie. Daarom krijg deze buurt prioriteit. Aanvullend onderzoek is nodig om te bepalen of dit ook leidt tot een sluitende business case. Zowel Hartkamp als Langkamp hebben een hoge warmtedichtheid. Echter, slechts één van de buurten kan volledig worden voorzien. De gemeente kan bepalen welke buurt het meest gebaat is bij de restwarmte van de zonnepanelen. Afbeelding 4.5 toont de voorgestelde verdeling voor de warmtelevering vanuit Zonnepark Endona Raalte
Afbeelding 4.5 Voorgestelde verdeling voor de warmtelevering vanuit Zonnepark Endona Raalte
36.000 GJ
Westdorp
32.800 GJ
Hartkamp of Langkamp en omgeving
Zonnepark Endonna Raalte (68.800 GJ)
Zonnepark Heeten Heeten Kern is de enige kansrijke buurt binnen een straal van 1 km van Zonnepark Heeten. Het potentiële warmteleveringsvermogen vanuit dit zonnepark , inclusief zoninstraling en omgevingswarmte, bedraagt 86.000 GJ. Na aftrek van netwerkverliezen blijft hiervan een netto leverbare hoeveelheid van 68.800 GJ over. De warmtevraag in Heeten Kern bedraagt circa 56.000 GJ. In Heeten Kern is waarschijnlijk een warmtenetwerk met middelhoge temperatuur nodig. Daarnaast ligt de warmtedichtheid van 464 GJ/ha onder de rentabiliteitsnorm van het NPLW. Daar staat tegenover dat de beschikbare capaciteit van Zonnepark Heeten groter is dan de totale warmtevraag in de kern. Bovendien kan de aanwezigheid van een energiecoöperatie een belangrijke rol spelen in de haalbaarheid en organisatie van een lokaal warmtenet.
38 | 42
Witteveen+Bos | 150479/26-004.729 | Definitief
Op basis hiervan kan worden geconcludeerd dat de capaciteit van Zonnepark Heeten voldoende is om de warmtebehoefte van Heeten Kern te dekken. Aanvullend onderzoek is nodig om te bepalen of dit ook leidt tot een sluitende business case. De nieuwbouwwijk ‘Veldegge’ in Heeten bevindt zich al in een vergevorderd ontwikkelingsstadium. De kavels worden al toegewezen, wat betekent dat de bouw binnenkort van start gaat. De aansluiting op Enexis is ook al geregeld en er worden individuele warmtepompen gebruikt. Hierdoor is een aansluiting op het zonnepark in dit stadium lastig. De beste oplossing voor Zonnepark Heeten is dat het warmtecollectorsysteem zodanig wordt gedimensioneerd dat het aansluit op de vraag in Heeten Kern, om zo het warmteverlies naar de omgeving te minimaliseren.
4.3
Conclusie
Bij de koppeling van warmtebronnen aan buurten zijn twee criteria doorslaggevend: de nabijheid van een kansrijke buurt voor collectieve warmte en de bronpotentie voor levering van warmte. In sommige gevallen is daarnaast bewust gekozen om de beschikbare warmte optimaal te benutten door buurten met een kleinere warmtebehoeften te selecteren. Voor de rwzi Raalte is vastgesteld dat er potentieel is om volledig aan de vraag in Blekkerhoek te voldoen en Drostenkamp van warmte te voorzien. Dit komt door de nabijheid van deze buurten tot de bron. Voor rwzi Heino is Liederholthuis Kern de enige buurt binnen een straal van 1 km met voldoende warmtedichtheid om een rendabele investering te rechtvaardigen. De TEO is hoog genoeg om De Vloedkampen en Broekland Kern van warmte te voorzien. Deze buurten zijn het meest kansrijke vanwege de hoge warmtedichtheid van De Vloedkampen, de nabijheid van vele TEO-bronnen en de aanwezigheid van een energiecoöperatie in Broekland Kern, die eveneens dicht bij de bron ligt. Het potentieel van STEF Transport is te laag om aan de vraag van de omliggende buurten te voldoen. In plaats daarvan kan een kleinschalig warmtenetwerk in De Zegge onderzocht worden. Verder onderzoek is nodig om meer warmtebronnen in het industrieterrein te identificeren.
Er is ingeschat dat Zonnepark Torenallee Raalte en Zonnepark Heeten voldoende warmte kunnen leveren om respectievelijke Westdorp en Heeten Kern van warmte te voorzien, gezien de nabijheid van de warmtebron, de hoge warmtedichtheid en de aanwezigheid van een energiecoöperatie. Aanvullend onderzoek is nodig om te bepalen of PVT als warmtebron leidt tot een sluitende business case. Aandachtspunten voor dit onderzoek zijn onder andere het potentieel voor warmtevoorziening en de organisatorische aspecten.
39 | 42
Witteveen+Bos | 150479/26-004.729 | Definitief
5 CONCLUSIE EN ADVIES Conclusie Het doel van deze rapportage is om het de potentie voor collectieve warmte in de gemeente Raalte te bepalen. Hiervoor is een quickscan uitgevoerd waarin: 1 de warmtevraag van buurten is gekwantificeerd aan de hand van openbaar beschikbare datasets; 2 de lokale warmtebronnen in kaart zijn gebracht en het thermische potentieel van elke bron is beoordeeld; 3 vraag en aanbod aan elkaar is gekoppeld om te beoordelen welke bronnen realistisch gezien bruikbare warmte kunnen leveren; 4 voor elke bron zijn de meest geschikte buurten geïdentificeerd; 5 aan de hand van de gecombineerde gegevens is er prioriteit gegeven aan combinaties van bronnen en buurten die nader onderzoek rechtvaardigen. In totaal zijn vijf potentiële warmtebronnen geïdentificeerd, die gekoppeld zijn aan 16 kansrijke buurten. Voor een eventueel vervolgonderzoek adviseren wij om de analyse vanuit de bron te benaderen. Met andere woorden: bepaal eerst welke warmtebron het grootste potentieel en de grootste kans van slagen biedt om duurzame warmte collectief te leveren aan de gebouwde omgeving. Het detailniveau van deze quickscan sluit goed aan bij de informatiebehoefte van de gemeente Raalte voor het warmteprogramma. Voor de verdere uitwerking van de warmtetransitie in de gemeente worden wijkuitvoeringsplannen opgesteld.
Om de haalbaarheid van de uitkoppeling van warmte te beoordelen is aanvullend, gedetailleerder onderzoek nodig. Een logische koppeling voor dit onderzoek is om aan te sluiten bij de wijkuitvoeringsplannen, aangezien het detailniveau van haalbaarheidsstudies voldoende inzicht geeft. Voor de overige wijken en buurten in Raalte die niet kansrijk worden geacht, betekent dit dat, op basis van de huidige inventarisatie, een collectieve warmteoplossing niet als realistisch wordt beschouwd. Voor deze gebieden kan de gemeente daarom alternatieve technieken voor duurzame warmte onderzoeken, zoals individuele warmtepompsystemen. Advies Van de onderzochte bron/afnemer combinaties worden beide rwzi’s als meest kansrijk geacht voor een haalbare collectieve warmteoplossing. Rwzi’s zijn goed toepasbaar als basislast in een warmtenet en de potentie lijkt aanwezig te zijn. Daarnaast wordt voor het sportcomplex en zwembad Tijeraan al warmte onttrokken, wat een positieve uitgangspositie biedt voor een mogelijke uitbreiding van de warmtevoorziening. Ons advies is om verder onderzoek uit te voeren naar beide afvalwaterzuiveringsinstallaties (rwzi Raalte en rwzi Heino).
Dit vervolgonderzoek moet uitwijzen of de rwzi-installaties op betrouwbare wijze basislastwarmte kunnen leveren aan een of meer aangrenzende buurten en hoe een dergelijke levering kan worden geïntegreerd in een collectief warmtesysteem.
40 | 42
Witteveen+Bos | 150479/26-004.729 | Definitief
Het vervolgonderzoek naar de rwzi moet het volgende omvatten: - opstellen van een (globale) variantenstudie om tot een voorkeursvariant te komen; - schetsontwerp van een warmtenet inclusief kostenraming en technische haalbaarheid; - operationele beperkingen en eventuele vergunningsvoorwaarden vaststellen; - opstellen van een globale business case om de financiële haalbaarheid te toetsen. Het betrekken van woningcorporaties wordt aangemoedigd, omdat zij vaak een belangrijke rol spelen bij de keuze van de voorkeursvariant voor grootschalige aansluiting. Wanneer woningcorporaties betrokken zijn, kan dit bijdragen aan een snelle aansluiting van een grote groep afnemers, wat de (financiële) haalbaarheid van het project aanzienlijk vergroot. Op basis van de technische en ruimtelijke bevindingen kan een businesscase voor de voorkeursvariant van het netwerk worden opgesteld. Deze businesscase moet een raming van de kapitaal- en exploitatiekosten, en mogelijke subsidiemogelijkheden bevatten om aan te geven of een verdere investering te rechtvaardigen is. Binnen de context van deze quickscan bieden de resultaten voldoende inzicht om de afweging te maken dat de rwzi de hoogste haalbaarheid heeft tot levering van warmte via een collectieve voorziening. Voor de overige bronnen is aanvullend onderzoek nodig.
Hieronder wordt een indicatie gegeven van wat de potentiële stappen per type bron kan zijn. Restwarmte We adviseren ook om in gesprek te gaan met industriële belanghebbenden, zoals Zwanenberg, Durison B.V., Jumbo Distributiecentrum en STEF Transport, om het potentieel voor levering van industriële restwarmte nader in kaart te brengen. Dit kan op een laagdrempelige manier, bijvoorbeeld via e-mail of telefonisch, om te verkennen of deze bedrijven daadwerkelijk restwarmte beschikbaar hebben en hoe zij aankijken tegen mogelijke uitkoppeling. Wanneer de eerste verkenning positief is, kan een vervolgfase worden gestart waarin wordt gekeken naar de technische, financiële en andere relevante randvoorwaarden voor warmte-uitkoppeling. Wij adviseren echter alleen door te gaan naar deze verdiepende fase wanneer meerdere bedrijven positief staan tegenover het leveren van restwarmte, omdat een robuuste bronnenmix noodzakelijk is om vanaf het industrieterrein warmte als basislast te kunnen leveren. TEO Voor TEO is het belangrijk om aanvullende gegevens te verzamelen over de stroming in de kanalen binnen de gemeente. Op basis van de momenteel openbaar beschikbare gegevens zijn echter mogelijk meer inspanningen nodig om het potentieel te beoordelen. Wanneer andere opties voor duurzame warmte onvoldoende blijken, kan verder onderzoek alsnog de moeite waard zijn.
Indien een dergelijk onderzoek wordt uitgevoerd, adviseren wij een haalbaarheidsstudie voor het Overijssels Kanaal. Hierbij ligt de focus op zowel de technische haalbaarheid als de vergunbaarheid van warmtewinning uit het kanaal, aangezien de beschikbare gegevens over stroming en ecologie in de quickscan onvoldoende zijn. PVT Wat betreft PVT in de zonneparken van Endona wijzen voorlopige bevindingen erop dat het plaatsen van collectoren achter de bestaande PV-panelen technisch mogelijk is, maar dat een groot deel van de warmteopbrengst afkomstig zou zijn van de omgevingslucht en de investeringskosten aanzienlijk zijn. Daarnaast is nog onduidelijk of de garantie op de panelen vervalt bij modificaties. Een gerichte kostenbatenanalyse is daarom nodig om de inzet van PVT te vergelijken met alternatieve, goedkopere maatregelen, zoals een externe unit voor een collectieve warmtepomp. Echter achten wij dit momenteel niet als meest kansrijk voor een collectieve warmtevoorziening.
41 | 42
Witteveen+Bos | 150479/26-004.729 | Definitief
6 REFERENTIES 1 2 3 4 5 6
Warmtevisie gemeente Raalte 2021, https://warmtevisieraalte.ireporting.nl/home; Energielabels RIVM, 2025. BAG, 2026, https://www.nationaalgeoregister.nl WHO Housing and health guidelines (2018), https://www.who.int/publications/i/item/9789241550376 Achtergronddocument Dataset Utiliteitsbouw in de Wijkaanpak voor de Warmtetransitie (TNO). RES, Factsheet Warmte’, (2024), https://www.nplw.nl/uploads/files/Warmtenet/Factsheet-Warmte2024.pdf 7 Gemeente Raalte, ‘Energie-initiatieven in de dorpen’, https://www.raalte.nl/energie-initiatieven-in-dedorpen 8 Sportbedrijf Raalte, ‘Ontdek Zwembad Tijenraan’, https://www.sportbedrijfraalte.nl/zwembad-tijenraan 9 PBL, ‘Klimaat- en Energieverkenning 2025’, (2026). 10 Warmteatlas, https://www.warmteatlas.nl/viewer/app/Warmteatlas/v2 11 WarmingUp, ‘Potentiekaart, https://warmingup.geoapps.nl/ 12 STOWA, ‘Handreiking voor beoordeling van ecologische effecten van TEO-systemen, versie 2’, (2023), https://www.stowa.nl/publicaties/handreiking-voor-beoordeling-van-ecologische-effecten-van-teosystemen-versie-2 13 CE Delft, ‘Functioneel ontwerp LT-warmtenetten gebouwde omgeving’, (2019), https://www.rvo.nl/sites/default/files/2019/04/Functioneel%20ontwerp%20LT-warmtenetten.pdf?
42 | 42
Witteveen+Bos | 150479/26-004.729 | Definitief
Bijlage(n)
I BIJLAGE: TOELICHTING WARMTEBRONNEN Thermische energie uit afvalwater (TEA) Bij thermische energie uit afvalwater wordt warmte teruggewonnen uit de effluentleiding, de leiding die het gezuiverde water afvoert van de rioolwaterzuiveringsinstallatie. In deze leiding kan een bypass worden aangelegd langs een warmtewisselaar, of er kunnen warmtewisselaars direct in de leiding zelf worden geplaatst. De temperatuur van het afvalwater uit een rioolwaterzuiveringsinstallatie varieert slechts beperkt. Daardoor is ook in de winter voldoende warmte beschikbaar om te benutten en naar woningen te transporteren. Hoewel de temperatuur relatief stabiel is, ligt deze wel aan de lage kant (ongeveer tussen de 10 en 20 °C). Om woningen daadwerkelijk te kunnen verwarmen, is daarom een warmtepomp nodig die de temperatuur verhoogt tot het gewenste niveau. Dit kan met individuele warmtepompen per woning (decentraal) of met één grote, centrale warmtepomp voor meerdere woningen. Thermische energie uit oppervlaktewater (TEO) Thermische energie uit oppervlaktewater (TEO) benut warmte uit wateren zoals grote meren, kanalen en rivieren. De warmte kan worden gewonnen door een in- en uitlaatconstructie te plaatsen, waarbij water langs een warmtewisselaar wordt gepompt en vervolgens weer wordt teruggeleid naar het oppervlaktewater.
Een andere mogelijkheid is het toepassen van damwanden of constructies met geïntegreerde warmtewisselaars. In tegenstelling tot thermische energie uit afvalwater fluctueert de temperatuur van oppervlaktewater sterker gedurende het jaar. Juist in de winter, wanneer de warmtevraag het hoogst is, is de potentiële warmtelevering het laagst. Door deze seizoensgebonden mismatch is een vorm van warmteopslag noodzakelijk om de bron optimaal te benutten. Zo kan warmte die in de zomer wordt gewonnen, worden opgeslagen en in de winter worden ingezet. De gekozen opslagmethode is afhankelijk van het project; vaak wordt gebruikgemaakt van een WKO-systeem (Warmte- en Koudeopslag). Het doel van een WKO-systeem is het opslaan van thermische energie onder de grond voor later gebruik. Het systeem bestaat doorgaans uit injectie-/extractieputten, een ondergrondse opslagruimte, warmtewisselaars aan de oppervlakte en regelapparatuur. In de zomer wordt overtollige warmte via injectieputten in de opslagunits geïnjecteerd; in de winter wordt de opgeslagen warmte via extractieputten teruggewonnen en aan warmtegebruikers geleverd. Afbeelding 6.1 toont de typische opstelling van een WKO-systeem.
Witteveen+Bos | 150479/26-004.729 | Bijlage I | Definitief
Afbeelding 6.1 Weergave van een WKO-systeem
De met TEO gewonnen temperaturen zijn eveneens relatief laag. Daarom is, net als bij TEA, een warmtepomp nodig om de temperatuur te verhogen tot een niveau dat geschikt is voor ruimteverwarming en warm tapwater. Deze warmtepomp kan per woning worden toegepast (decentraal) of centraal in een warmtecentrale worden geplaatst. Een belangrijk aandachtspunt bij TEO is het effect op de ecologie van het waterlichaam waaruit warmte wordt onttrokken. Doordat warmte aan het water wordt onttrokken, daalt de watertemperatuur. Vooral bij lage stroomsnelheden kan dit invloed hebben op de aanwezige ecologie. Bij een haalbaarheidsstudie naar warmtewinning uit oppervlaktewater is het daarom van belang om de vergunbaarheid te toetsen aan de hand van de STOWA-handreiking voor aquathermie1. Ondiepe geothermie Ondiepe geothermie is het winnen van warmte uit de ondergrond, meestal op een diepte van 500 tot 1.500 meter. Daarbij wordt warm water opgepompt uit poreuze zand- en gesteentelagen. Hoe dieper deze lagen liggen, hoe hoger de temperatuur van het water. Aardwarmte kan alleen worden toegepast als de betreffende lagen voldoende dik en waterdoorlatend zijn om genoeg water te kunnen leveren. Om het warme water op de juiste locatie te winnen, boort een boorbedrijf twee putten, een productieput en een injectieput (afbeelding i.2 visualisatie van ondiepe geothermie).
Samen vormen deze putten de zogeheten bron, ook wel een doublet genoemd. Het boren zelf duurt enkele weken tot enkele maanden.
1
Aquathermie | STOWA
Witteveen+Bos | 150479/26-004.729 | Bijlage I | Definitief
Omdat ondiepe geothermie warmte uit relatief ondiepe lagen haalt, is de temperatuur van het opgepompte water lager, vaak onder de 50 graden. Afhankelijk van het isolatieniveau van de gebouwen in het gebied is daarom meestal een (aanvullende) warmtepomp nodig om de temperatuur te verhogen tot het gewenste niveau voor verwarming.
Afbeelding I.2 Visualisatie van ondiepe geothermie
Restwarmte Restwarmte is warmte die vrijkomt bij industriële processen, bijvoorbeeld in chemische bedrijven, staalproductie, grote industrieën en datacenters. Deze warmte kan worden teruggewonnen en getransporteerd naar de gebouwde omgeving. Zonder benutting zou deze energie doorgaans worden geloosd in het oppervlaktewater of afgegeven aan de buitenlucht. De temperatuur van restwarmte is vaak relatief hoog en valt meestal in de categorie midden- of hogetemperatuurwarmte. Hierdoor is de inzet van een warmtepomp niet altijd noodzakelijk. Dat is gunstig in gebieden met netcongestie, waar extra elektriciteitsvraag ongewenst is, en in wijken met oudere, minder goed geïsoleerde panden die geschikt zijn voor hogere aanvoertemperaturen. Tegelijkertijd is restwarmte uit industriële processen afhankelijk van de bedrijfsuren. Deze processen zijn niet altijd continu, waardoor warmteproductie kan variëren. Het komt bijvoorbeeld voor dat bedrijven alleen van maandag tot en met vrijdag warmte leveren, of uitsluitend tijdens kantooruren (bijvoorbeeld tussen 09.00 en 17.00 uur). Door deze fluctuerende beschikbaarheid is warmteopslag of buffering vaak noodzakelijk om een betrouwbare levering te garanderen. Daarnaast kan de toekomstbestendigheid van restwarmte onzeker zijn. Wanneer een bedrijf verhuist, zijn productie wijzigt of failliet gaat, kan de warmtebron voor een warmtenet wegvallen.
Daarom is het bij inzet van restwarmte belangrijk om te sturen op een robuuste bronnenmix, zodat het warmtenet niet afhankelijk is van één enkele bron.
Witteveen+Bos | 150479/26-004.729 | Bijlage I | Definitief
PVT Een schematische, eenvoudige weergave van de werking van een PVT paneel is weergeven in afbeelding i.3. Er zijn twee manieren waarop PVT warmte kan leveren: 1 zoninstraling: een deel van de zonne-energie wordt omgezet in elektriciteit door het PV-paneel. De overige energie komt vrij als warmte in het paneel. Dit kan onttrokken worden door de collector achter het paneel. De warmte afkomstig van zoninstraling kan, vooral in de zomermaanden, geleverd worden op temperaturen van 25 graden of hoger; 2 omgevingswarmte: de collectoren achter het PV paneel kunnen ook warmte onttrekken uit de omgevingslucht. Dit is ook mogelijk wanneer de zon niet schijnt, wat ervoor zorgt dat er altijd warmte geleverd kan worden uit de panelen. Het voordeel van de opstelling van een PVT-paneel is dat er jaarrond warmte geleverd kan worden aan een warmtecentrale, en er minder afhankelijkheid is van het schijnen van de zon zoals bij zonthermie panelen. Tijdens de maanden met de grootste warmtevraag (wintermaanden) is er weinig zoninstraling, en zal het gros van de warmte uit de buitenlucht onttrokken worden. Dit betekent dat tijdens deze maanden de PVT opstelling in feite geen significant voordeel levert ten opzichte van een reguliere warmtepomp die ook gebruikt maakt van de omgevingswarmte.
Wanneer er gebruik wordt gemaakt van seizoensopslag kan de overtollige warmte in de zomer op hogere temperatuur worden opgeslagen, dit resulteert in de winter in een efficiëntere warmtepomp. Bij sommige typen zonnepanelen is het mogelijk om thermische collectoren aan de achterzijde te plaatsen. Hierdoor kunnen zonneparken, die normaal gesproken uitsluitend elektriciteit opwekken, ook duurzame warmte produceren.
Afbeelding I.3 Schematische weergave van thermische collector achter een PV paneel (PVT).
Warmte wordt onttrokken uit (1) zoninstraling en (2) omgevingslucht
Groengas Groengas wordt geproduceerd door vergisting of vergassing van biogrondstoffen. Bij verbranding komt CO₂ vrij, maar deze CO₂ is eerder door de gebruikte biomassa opgenomen tijdens de groei. Daardoor wordt groengas beschouwd als een CO₂-neutrale warmtebron. Een belangrijk voordeel van groengas is dat het bestaande gasnet kan worden gebruikt voor transport. Hierdoor zijn de transportkosten doorgaans lager dan bij de aanleg en exploitatie van een warmtenet. Daarbij moet wel worden opgemerkt dat de gemeente niet automatisch kan beschikken over biogrondstoffen die binnen de gemeentegrenzen aanwezig zijn. Deze grondstoffen hebben vaak al andere toepassingen, soms buiten de gemeente en in andere sectoren dan de gebouwde omgeving.
Witteveen+Bos | 150479/26-004.729 | Bijlage I | Definitief
II BIJLAGE: VERGROTE AFBEELDINGEN
Witteveen+Bos | 150479/26-004.729 | Bijlage II | Definitief
Afbeelding II.1 Label in Raalte, vergrote versie
Witteveen+Bos | 150479/26-004.729 | Bijlage II | Definitief
Afbeelding II.2 Pand bouwjaar in Raalte, vergrote versie
Witteveen+Bos | 150479/26-004.729 | Bijlage II | Definitief
www.witteveenbos.com