CConstaterende datRaalte
Koppel je AI →
Document · PDF

Ontwerpbesluit omgevingsvergunning Tijs Heeten

Raadsvergadering 18 juli 2024, gemeente RaalteBij agendapunt: Vaststellen ontwerpverklaring van geen bedenkingen voor uitbreidingsplannen varkenshouderij Heetenseweg 9a-9c, Heeten (bespreekstuk)27.192 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Tijsheeten B.V. De heer R. Tijs Heetenseweg 9a 8111 PX Heeten

Onderwerp Ontwerpbesluit

Uw kenmerk Zaaknummer Voor informatie

8883 0177ESUITE530132022 L. Brouwer, tel. 0572-347799

Datum Bijlagen

datum Diverse

Geachte heer Tijs, U heeft op 9 juni 2022 een aanvraag voor een omgevingsvergunning ingediend voor het uitbreiden van de varkenshouderij aan de Heetenseweg 9a, 8111 PX Heeten. In deze brief leest u onze beslissing. U ontvangt van ons het ontwerpbesluit Deze brief met bijlagen is uw ontwerpbesluit. U ontvangt dit besluit per post. Lees alles goed door en bewaar dit ontwerpbesluit. Activiteit ‘het maken, aanleggen of veranderen van een uitweg (in-/uitrit)’ Het aanleggen van een uitweg op een provinciale weg valt onder de bevoegdheid van Gedeputeerde Staten van Overijssel. De aanvrager heeft deze activiteit ingetrokken. Deze activiteit maakt dan ook geen onderdeel uit van dit besluit. Activiteit ‘kappen’ Uw aanvraag voor het vellen van 24 bomen langs de noordrand van het erf wordt aangemerkt als een aanvraag voor een vergunning voor de activiteit ‘het uitvoeren van een werk’. Het kappen van de bomen maakt daarom onderdeel uit van de activiteit ‘het uitvoeren van een werk’. De zelfstandige activiteit ‘kappen’ maakt geen onderdeel uit van dit besluit. U en anderen kunnen het ontwerpbesluit bekijken Uw aanvraag en het ontwerpbesluit met bijlagen wordt vanaf datum tot en met datum ter inzage gelegd. U en anderen kunnen tijdens deze periode hun mening geven over het ontwerpbesluit. Dit noemen wij een zienswijze.

Voor datum kunt u maar ook anderen een zienswijze indienen U en anderen hebben de mogelijkheid om hun mening te geven. Een zienswijze moet worden ingediend bij burgemeester en wethouders van de gemeente Raalte, postbus 140, 8100 AC Raalte. Een zienswijze

1 / 90

indienen kan ook digitaal via www.raalte.nl/zienswijze. Wilt u hierbij het zaaknummer 0177ESUITE530132022 noemen? Meld sloopwerkzaamheden Omdat er mogelijk meer dan 10 m³ sloopafval vrijkomt en/of asbest verwijderd wordt, moet u een sloopmelding doen. Doe dit minimaal 4 weken voor het begin van de sloopwerkzaamheden via www.omgevingsloketonline.nl. In ieder bouwwerk dat voor 1994 is gebouwd of verbouwd kan asbest aanwezig zijn. Bij verbouw en/of sloopwerkzaamheden aan zo’n bouwwerk moet altijd een asbestinventarisatierapport aanwezig zijn. Houd bij het uitvoeren van de werkzaamheden rekening met uw buren Zij kunnen bezwaar hebben tegen de werkzaamheden. Door vooraf te overleggen, kunt u vervelende situaties voorkomen. U moet mogelijk veiligheidsmaatregelen nemen Om onveilige situaties tijdens kap-, bouw- of sloopwerkzaamheden te voorkomen kan het zijn dat u maatregelen moet nemen. U doet dit om schade aan personen, beschadiging of hinder op wegen, werken of roerende zaken die zich in de omgeving bevinden, te voorkomen. Bent u de veroorzaker van schade en/of schade aan personen? Dan bent u verantwoordelijk. Wij maken het ontwerpbesluit bekend Dit doen wij in het Weekblad voor Salland, op de gemeentelijke website en op www.officielebekendmakingen.nl. Wij adviseren u ook om omwonenden te informeren over uw project.

Dit voorkomt in veel gevallen dat er beroep wordt ingediend tegen het definitieve besluit, waardoor u sneller kan starten met de werkzaamheden. Heeft u vragen? Neem dan contact op met Linda Brouwer, telefoonnummer 0572-347799. Wilt u hierbij het zaaknummer 0177ESUITE530132022 noemen? Hoogachtend, Namens burgemeester en wethouders van Raalte,

Linda Brouwer medewerker domein Ruimte Ook verstuurd aan: Van Westreenen B.V., de heer B.H. Wopereis (wabo@vanwestreenen.nl)

2 / 90

BIJLAGE 1: VOORSCHRIFTEN EN AANDACHTSPUNTEN Bij het ontwerpbesluit met zaaknummer 0177ESUITE530132022 horen de onderstaande voorschriften en aandachtspunten. Wij vragen u om dit goed door te lezen. Hierin staan aandachtspunten en acties die u moet doen voor, tijdens en na de werkzaamheden. 1.

Algemene voorschriften

Nr. 1.

Deel Uitvoering volgens de voorschriften

Uitvoering Het (bouw)plan moet u uitvoeren volgens de voorschriften.

2.

Weegbrug

De weegbrug mag enkel en alleen door deze inrichting gebruikt worden.

3.

Schade openbare ruimte

Mogelijke schade door (bouw)werkzaamheden aan gemeentelijke eigendommen (zoals openbare wegen) wordt door de gemeente hersteld. De vergunninghouder betaalt de kosten.

4.

Omgevingsveiligheid

Als er kans bestaat op gevaar of overlast, moet het bouwterrein tijdens de bouw afgesloten zijn van de (openbare) weg en van de erven die tegen het bouwterrein aan liggen.

5.

Burgerlijk Wetboek

Volgens het Burgerlijk Wetboek mag u niet bouwen op het erf van de buren. Dit mag u wel doen als u hierover met uw buren afspraken hebt gemaakt.

6.

Wet natuurbescherming

Sinds 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming in werking gegaan. Deze wet heeft het doel om de planten en dieren te beschermen. Iedereen in Nederland is verplicht rekening te houden met de dieren en planten. Dit betekent dat u geen dingen mag doen die dieren en planten in gevaar kunnen brengen. Als u uw oude gebouw gaat slopen, mag u nesten en verblijfplaatsen van beschermde dieren en planten niet vernielen. U mag deze dieren en planten ook niet wegjagen of weghalen. In dat geval kunt u contact opnemen met de Provincie Overijssel. Zij kunnen u uitleggen wat u dan het beste kunt doen. Meer informatie vindt u op de website van de provincie Overijssel https://www.overijssel.nl.

7.

Kabels en leidingen

Als bij de uitvoering van de (bouw)werkzaamheden buizen en/of kabels van gemeentewegen moeten worden omgelegd, betaalt de vergunninghouder hiervoor de kosten.

3 / 90

8.

In gebruik nemen bouwwerk

U mag het bouwwerk pas in gebruik nemen als u de gemeente heeft laten weten dat u klaar bent met de (bouw)werkzaamheden.

9.

Bouwafval

U moet uw bouwafval op het (bouw)terrein zoveel mogelijk scheiden. U moet asbest, bitumineuze stoffen, hout en board, metsel- en betonpuin, ijzer, zink, lood, koper, glas en met PAKS verontreinigde materialen gescheiden bewaren voordat u het afvoert. Geeft u het afval af aan een sorteerbedrijf? Dan hoeft u het afval niet gescheiden te bewaren. U moet het sloopafval binnen twee maanden afvoeren naar een erkende inzamelaar.

10.

Stof door sloop- en/of bouwwerkzaamheden

Om stofwolken te voorkomen of te beperken, moet u water sproeien op de onderdelen die u sloopt.

11.

Asbesthoudende materialen

U mag pas asbest verwijderen als u hiervoor toestemming hebt gekregen nadat u de sloopmelding hebt gedaan.

12.

Mechanische graafwerkzaamheden

Wilt u mechanische graafwerkzaamheden uitvoeren? Dan moet u een graafmelding doen via www.kadaster.nl/producten/woning/klicmelding. Na de melding krijgt u per e-mail informatie over de ligging van ondergrondse kabels en leidingen. Deze informatie gebruikt u om zorgvuldig te kunnen graven. De kabel- en leidinginformatie moet op locatie aanwezig zijn tijdens de graafwerkzaamheden.

13.

Vrijgekomen grond op eigen terrein

Als er bij graafwerkzaamheden grond over blijft, dan kunt u deze grond weer gebruiken op dezelfde locatie, met uitzondering van het waterbergingsgebied. Op deze uitzondering is niet van toepassing de grond welke benodigd is ten behoeve van de grondwal overeenkomstig het Plan voor de landschappelijke inpassing. U hoeft het gebruik van vrijgekomen grond op eigen terrein niet te melden.

14.

Vrijgekomen grond afvoeren

Voor het graven in de bodem of wegbrengen van grond, geldt meestal een meld- of informatieplicht. Dit staat in het Besluit activiteiten leefomgeving. Of een melding of informatieplicht nodig is controleert u via de check of vraagt u direct aan via www.omgevingswet.overheid.nl/home.

2.

Toezicht

Nr. 1.

Deel Contactgegevens

Uitvoering - Team Toezicht - E-mail: venh@raalte.nl - Telefoon: 0572-347799

4 / 90

-

Aanleveren van gegevens: Gegevens dienen via het omgevingsloket te worden aangeleverd.

2.

Aanwezige documenten (digitaal)

Aanwezige documenten op het bouwterrein. De documenten mogen ook digitaal aanwezig zijn. - Omgevingsvergunning: inclusief de bijlagen die u heeft ontvangen bij de omgevingsvergunning. - Bouwveiligheidsplan: onder andere inrichting bouwplaats en afscheiding. - Documenten: Overige vergunningen en documenten met voorwaarden en ontheffingen die belangrijk zijn voor het bouwen.

3.

Aanwijzingen

De toezichthouder kan aanwijzingen geven voor de bouw- en/of sloopwerkzaamheden. Dit doet de toezichthouder om gevaarlijke situaties, schade of overlast voor andere bouwwerken en personen te voorkomen of te stoppen. Ook kan de toezichthouder aanwijzingen geven als er onveilig wordt gewerkt op de bouwlocatie of als iemands gezondheid in gevaar is.

4.

Meldingen

Meldingen tijdens de bouwwerkzaamheden (zie contactgegevens voor het melden): - Start bouw: 2 werkdagen voordat u begint moet u de graafwerkzaamheden melden (artikel 1.25 Bouwbesluit) - Einde bouw: op de eerste werkdag na beëindiging (artikel 1.25 Bouwbesluit) - Storten van (gewapend)beton: 3 werkdagen voor aanvang

3.

Bouwbesluit

Nr. 1.

Deel Contactgegevens

Uitvoering - Team Toezicht - E-mail: venh@raalte.nl - Telefoon: 0572-347799 - Aanleveren van gegevens: Gegevens dienen via het omgevingsloket te worden aangeleverd.

2.

Bouwen volgens het Bouwbesluit

U moet bouwen volgens de regels van het Bouwbesluit.

4.

Constructie

Nr. 1.

Deel Constructiegegevens

Uitvoering Minimaal 21 dagen voor de start van de bouwwerkzaamheden moet u de definitieve constructiegegevens, detailberekeningen en tekeningen ter goedkeuring bij de toezichthouder aanleveren.

5 / 90

U mag niet met die constructies starten zolang de constructeur van de gemeente geen goedkeuring heeft gegeven. Blijkt het ontwerp niet te voldoen aan de eisen uit het Bouwbesluit? Dan moet u een wijziging van het bouwplan ter goedkeuring indienen.

5.

Waterhuishouding

Nr. 1.

Deel Contactgegevens

2.

Regenwater

Uitvoering - Medewerker: - E-mail: venh@raalte.nl - Telefoon: 0572-347799 - Aanleveren van gegevens: Onder vermelding van het kenmerk 0177ESUITE530132022 -

-

-

-

-

-

Volgens de Waterwet bent u verplicht om te zorgen dat het hemelwater op eigen terrein opgenomen wordt in de grond. Hiermee helpt u wateroverlast binnen uw wijk te voorkomen. Tekeningen en berekeningen van de voorzieningen voor het infiltreren en/of afvoeren van regenwater dienen minstens 3 weken voor de te maken constructie ter goedkeuring worden aangeleverd. U moet zelf zorgen voor het aanleggen van de voorzieningen. Ook moet u zorgen voor het onderhouden en vervangen van de voorzieningen wanneer dat nodig is. De kosten zijn voor uw rekening. U moet voorkomen dat grond wordt mee gespoeld bij de afvoer van regenwater naar de openbare ruimte. Alle verharde oppervlakten moeten zijn voorzien van 20 mm berging per m². Bij een kleine mate van verharding in de tuin kan 20 mm worden geborgen in het groene deel. Hier hoeft geen aparte voorziening voor worden aangelegd. Voorzieningen die bedoeld zijn voor de afvoer en/of infiltratie van regenwater mogen geen stoffen bevatten waarvan men weet of kan vermoeden dat ze de bodem, het grondwater of het oppervlaktewater kunnen vervuilen. Het is niet toegestaan om regenwater via het afvalwaterriool te lozen. De infiltratievoorzieningen dienen met drie duidelijke foto’s en een revisietekening opgeleverd te worden. De bestanden kunnen worden aangeleverd bij Aloys Koopman, Aloys.Koopman@raalte.nl. Let op.

De wijze van afvoeren van hemelwater kan per bestemmingsplan verschillen. Voor informatie kunt u contact opnemen met de gemeente Raalte op 0572-347799 of info@raalte.nl.

6 / 90

3.

Bronbemaling

Maakt u gebruik van bronbemaling? Dan moet u over het lozen van het water contact opnemen met het waterschap. Zie onderstaande link voor contactgegevens van uw waterschap: https://www.waterschappen.nl/mijn-waterschap/

4.

Waterbergingsgebied

Ter compensatie van de op te richten bebouwing in het waterbergingsgebied dient het waterbergingsgebied op eigen terrein te worden gecompenseerd. De compensatie dient in het lager gelegen perceel aan de noordoostzijde plaats te vinden met een omvang van 15.000 m2. Dit betreft een deel van het kadastrale perceel bekend als gemeente Raalte, sectie F, nummer 4707.

6.

Uitvoeren van een werk

Nr. 1.

Deel Landschappelijke inpassing

Uitvoering Het advies van Het Oversticht in het kader van de landschappelijke inpassing en de Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving (KGO) dienen volledig te worden uitgevoerd, evenals het nader uitgewerkte plan door Natuurbank Overijssel. 1. Uitvoeren landschappelijke inpassing: a. Door u dient een aanplant van beplanting en aanleg grondwal uitgevoerd te worden conform het ‘Plan voor landschappelijke inpassing Heetenseweg 9A te Heeten’ d.d. 5-12-2022 geactualiseerd 1-9-2023. b. De beplanting dient uiterlijk binnen 1 jaar na uitvoering van de bouw uitgevoerd en gereed gemeld te worden. 2. Instandhoudingsplicht landschappelijke inpassing: a. De beplanting mag niet worden verwijderd en dient in stand te worden gehouden. b. De vergunninghouder aan wie een voorschrift of een verplichting is opgelegd, alsmede diens rechtsopvolger, is verplicht daaraan te voldoen.

2.

Gereedmelden uitvoering kapwerkzaamheden

Bij deze omgevingsvergunning is een formulier gevoegd waarop u dient aan te geven dat de uitvoering van de kapwerkzaamheden gereed is. Wij verzoeken u het ingevulde formulier in de bijgevoegde enveloppe te sturen aan de gemeente Raalte. Naast een registratie van uw melding vindt in bepaalde gevallen een daadwerkelijke controle op de uitvoering van de kapwerkzaamheden plaats.

7 / 90

7.

Handelen in strijd met regels RO

Nr. 1.

Deel Realisatiefase

Uitvoering Tijdens de realisatiefase dient eerst de gecombineerde luchtwasser geplaatst te worden bij de bestaande vleesvarkensstal/stal 1. Pas na gereedmelding en in gebruikname van deze luchtwasser mogen de overige bouwwerkzaamheden in het kader van dit project aangevangen worden. Met deze volgorde van werken wordt een (tijdelijke) toename van de ammoniakemissie / stikstofdepositie vermeden.

8 / 90

BIJLAGE 2: MOTIVERING EN OVERWEGINGEN Hier leest u hoe wij tot dit besluit zijn gekomen en welke regelgeving we hebben gebruikt. Uw aanvraag is compleet Op 9 juni 2022 heeft u een aanvraagformulier ingediend en op 13 november 2023 een aangepast aanvraagformulier en diverse stukken. Op 21 december 2023 hebben wij u tot en met 31 januari 2024 de tijd gegeven om uw aanvraag aan te vullen. De missende gegevens hebben wij op 18 en 25 januari 2024 ontvangen en beoordeeld. Nadien zijn enkele kleine omissies en verschrijvingen geconstateerd, welke deels door u hersteld zijn met het indienen van documenten op 23 april 2024. Op 15 mei 2024 hebben wij een herhaald verzoek om aanvullingen gedaan en verzocht deze uiterlijk 28 mei 2024 aan te leveren. De aangepaste documenten zijn op 23 mei 2024 ontvangen. De aanvraag bevat voldoende informatie zodat wij de gevolgen van de activiteiten op de fysieke leefomgeving kunnen beoordelen. Wij hebben uw aanvraag inhoudelijk beoordeeld Hiervoor geldt standaard een beslistermijn van 26 weken. Verklaring van geen bedenkingen Op grond van artikel 2.27 Wabo worden bij wet of AMvB (Bor) categorieën van gevallen aangewezen waarvoor geldt dat een omgevingsvergunning niet wordt verleend dan nadat een daarbij aangewezen bestuursorgaan heeft verklaard dat het daartegen geen bedenkingen heeft.

Omdat het hier een geval betreft als vermeld in artikel 2.12, eerste lid, onder a onder 3° van de Wabo, wordt de omgevingsvergunning niet verleend dan nadat de gemeenteraad heeft verklaard dat het daartegen geen bedenkingen heeft. Op datum hebben wij van de gemeenteraad een ontwerpverklaring van geen bedenkingen ontvangen waaruit blijkt dat er, gelet op het belang van een goede ruimtelijke ordening, geen bedenkingen zijn tegen het verlenen van de gevraagde vergunning. Milieueffectrapportage (MER) Het is verplicht om een MER-procedure te doorlopen. Het toetsingsadvies van de Commissie MER wordt betrokken bij ons definitieve besluit. U ontvangt van ons het ontwerpbesluit Het besluit om u het ontwerpbesluit te geven nemen wij op basis van de voorschriften (bijlage 1), de overwegingen per activiteit (bijlage 3) en de ontvangen documenten (bijlage 4). Deze gegevens maken onderdeel uit van dit besluit.

9 / 90

Uw ontwerpbesluit bestaat uit de volgende activiteiten - het bouwen van een bouwwerk - het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden (aanleggen) - het gebruiken van gronden of bouwwerken in strijd met een bestemmingsplan e.d. - het veranderen van een (milieu) inrichting Wij hebben gebruik gemaakt van de volgende wet- en regelgeving Meer informatie hierover kunt u vinden op wetten.overheid.nl. - Artikel 2.1, 2.2, 2.12 en 2.27 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) - De Ministeriële regeling omgevingsrecht (Mor) - Hoofdstuk 2, § 2.1 tot en met 2.3, van de Wabo - Hoofdstuk 3, §3.3 van de Wabo, uitgebreide voorbereidingsprocedure - Artikel 3:11, lid 1 van de Algemene wet bestuursrecht, ter inzage leggen van het ontwerpbesluit - Artikel 4:15, lid 1 van de Algemene wet bestuursrecht, om de beslistermijn uit te stellen omdat wij u hebben gevraagd om de aanvraag aan te vullen - Het Besluit milieueffectrapportage inclusief de Bijlage behorend bij dit besluit - Artikelen 7.1 tot en met 7.43 Wet milieubeheer

10 / 90

BIJLAGE 3: OVERWEGINGEN PER ACTIVITEIT Het bouwen van een bouwwerk Uw aanvraag voor een omgevingsvergunning hebben wij getoetst aan onderstaande regels en eisen. De omgevingsvergunning wordt verleend voor de volgende gebouwen en bouwwerken: - Het plaatsen van een luchtwasser bij een bestaande vleesvarkensstal/stal 1; - Het verlengen van een biggenstal/stal 5; - Het bouwen van twee vleesvarkensstallen/stallen 6a, 6b, 7a en 7b; - Het plaatsen van een mestsilo/bouwwerk 9; - Het bouwen van een loods/mestverwerking (gebouw 10); - Het bouwen van een informatie-/verkooppunt (gebouw 11); - Het bouwen van een trafo/aggregaat/meterkast (gebouw 12); - Het plaatsen van een weegbrug (bouwwerk 13); - Het uitbreiden van een voerkeuken en het plaatsen van voersilo’s (gebouw/bouwwerken 14). Uw project is getoetst aan de bestemmingsplannen ’Buitengebied Raalte, inclusief correctieve herziening en 2e correctieve herziening’, ‘Paraplubestemmingsplan Parkeren’ en ‘Buitengebied Raalte, Verzamelplan 2020’ gepubliceerd op 23 maart 2020. Niet alle gebouwen en bouwwerken binnen uw project voldoen aan de regels uit het bestemmingsplan. Bij de activiteit ‘Handelen in strijd met regels ruimtelijke ordening’ leggen we uit waarom we uw project toch mogelijk willen maken. De gemeente Raalte is welstandsvrij Uw project is niet getoetst aan de welstandsnota.

Het is aannemlijk dat uw project voldoet aan het Bouwbesluit Het project is getoetst aan de eisen uit het Bouwbesluit. De Veiligheidsregio IJsselland heeft een positief advies gegeven qua brandveiligheid. Het is voldoende aannemelijk gemaakt dat uw project voldoet aan de eisen van het Bouwbesluit. Uw project voldoet aan de gemeentelijke regels over bodem Het project is getoetst aan de regels over bodem in de gemeentelijke verordening. Bij de aanvraag voor een omgevingsvergunning is milieukundig bodemonderzoek aangeleverd. Uit de onderzoeksresultaten is gebleken dat er geen belemmeringen zijn voor de bouw van de varkensstal met bijbehoreden bouwwerken. Wij hebben gebruik gemaakt van de volgende wet- en regelgeving Meer informatie hierover kunt u vinden op wetten.overheid.nl.

11 / 90

-

-

artikel 2.1, eerste lid, onder a van de Wabo, waarin staat dat het verboden is om zonder omgevingsvergunning deze activiteit uit te voeren Bestemmingsplannen ’Buitengebied Raalte, inclusief correctieve herziening en 2e correctieve herziening’, ‘Paraplubestemmingsplan Parkeren’ en ‘Buitengebied Raalte, Verzamelplan 2020’ gepubliceerd op 23 maart 2020. Bestemming ‘Agrarisch met waarden – Landschap’ Functieaanduiding ‘intensieve veehouderij’ Dubbelbestemming ‘Waterstaat – Waterbergingsgebied’ Gebiedsaanduiding ‘reconstrcutiewetzone – verwevingsgebied’ Meer informatie over het bestemmingsplan kunt u vinden op www.ruimtelijkeplannen.nl/viewer. artikel 2.10, van de Wabo, waarin staat dat aan het Bouwbesluit, bouwverordening, ruimtelijke regels en redelijke eisen welstand moet worden voldaan artikel 2.12, eerste lid, onder a onder 3° van de Wabo, waarin de afwijkingsbevoegheid is opgenomen

Conclusie Uw project voldoet aan de regels en eisen. Daarom ontvangt u van ons de gevraagde omgevingsvergunning voor de activiteit ‘het bouwen van een bouwwerk’.

12 / 90

Handelen in strijd met regels ruimtelijke ordening Uw aanvraag voor een omgevingsvergunning hebben wij getoetst aan onderstaande regels en eisen. Uw project is getoetst aan de bestemmingsplannen ’Buitengebied Raalte, inclusief correctieve herziening en 2e correctieve herziening’, ‘Paraplubestemmingsplan Parkeren’ en ‘Buitengebied Raalte, Verzamelplan 2020’ gepubliceerd op 23 maart 2020. Het voldoet niet aan onderstaande artikelen: Bestemming ‘Agrarisch met waarden - Landschapswaarden - In artikel 4.2, lid a is bepaald dat gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, uitsluitend binnen het bouwvlak en ten dienste van de bestemming gebouwd mogen worden. De nieuw te bouwen varkenstallen, mestsilo, info/verkooppunt, trafo/aggregraat/meterkast, weegbrug en loods/mestverwerking vallen buiten het bouwvlak. - In artikel 4.2, lid f is bepaald dat de hoogte van een mestsilo maximaal 6 meter mag bedragen. De hoogte van de mestsilo bedraagt 9,3 meter. - In artikel 4.2, lid f is bepaald dat gebouwen afgedekt moeten worden met een kap met een minimale dakhelling van 12 graden en een maximale dakhelling van 55 graden. Een gebouw t.b.v. de trafo/aggregaat/meterkast worden afgedekt met een plat dak. - In artikel 4.2, lid f is bepaald dat de goothoogte van gebouwen maximaal 5,5 meter mag bedragen. De goothoogte van de voerkeuken bedraagt 6,65 meter.

- In artikel 4.2, lid f is bepaald dat de hoogte van luchtwassers maximaal 12 meter mag bedragen. De hoogte van luchtwasser aan de bestaande vleesvarkensstal/stal 1 bedraagt 14,5 meter. De hoogte van de luchtwassers op de biggenstal/stal 5 en de nieuwe vleesvarkenstallen 6 & 7 bedragen elk 16,5 meter. Dubbelbestemming ‘Waterstaat – Waterbergingsgebied’ In artikel 41.2, lid a is bepaald dat op de gronden ten behoeve van de ‘Waterstaat – Waterberging’ uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd. De varkensstallen zijn gebouwen die voor een deel op de gronden met de dubbelbestemming ‘Waterstaat – Waterberging’ worden gebouwd. Op gronden met de dubbelbestemming ‘Waterstaat – Waterbergingsgebied’ mogen geen (nieuwe)gebouwen worden gebouwd. In artikel 41.2, lid c is bepaald dat uitsluitend mag worden gebouwd, indien het bouwplan betrekking heeft op vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande gebouwen, waarbij de oppervlakte, voor zover gelegen op of onder peil, niet wordt uitgebreid en gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering. De het bouwplan voorziet in de nieuwbouw van varkensstallen die voor een deel binnen de dubbelbestemming ‘Waterstaat – Waterbergingsgebied’ vallen.

13 / 90

Wanneer een project niet voldoet aan het bestemmingsplan, toetsen wij het project aan (landelijke) regels om af te wijken van het bestemmingsplan. Wij hebben de bij ons bekende belangen afgewogen Zo hebben wij het algemeen belang, uw belangen en ook de belangen van omwonenden en mogelijk andere belanghebbenden gewogen. U leest dit in de alinea hierna. Wij vinden dat deze belangen niet onevenredig worden aangetast. Afwijken van het bestemmingsplan Wij willen voor uw project afwijken van het bestemmingsplan. Bestemming ‘Agrarisch met waarden – Landschapswaarden Afwijken vergroten bouwvlak Binnen deze bestemming is een wijzigingsbevoegdheid opgenomen voor vergroting van het bouwvlak (artikel 4.8.3), waarbij de omvang afhankelijk is van de gebiedsaanduiding volgens het Reconstructieplan en overige bouwvlakken mogen tot ten hoogste 2 ha worden vergroot. Het beleid van de Reconstructie is niet meer van toepassing. Wel worden in dit artikel een aantal voorwaarden genoemd die een relevant toetsingskader vormen. Zo dient sprake te zijn van een doelmatige bedrijfsvoering. Het huidige bouwvlak van het bedrijf aan de Heetenseweg 9a-9c heeft een omgvang van ca. 2 ha en is nagenoeg volledig bebouwd en in gebruik. Er zijn geen mogelijkheden om in onbruik geraakte gebouwen te slopen en aldaar vervangende nieuwbouw te plegen.

Van de in de aanvraag opgenomen nieuw te bouwen gebouwen en bouwwerken, worden uitsluitend de uitbreiding van de voerkeuken en de voersilo’s binnen het bouwvlak gerealiseerd. De nieuw te bouwen vleesvarkenstallen, uitbreiding van de biggenstal, mestsilo, info/verkooppunt, trafo/aggregraat/meterkast, weegbrug en loods/mestverwerking vallen buiten het bouwvlak. De totale oppervlakte van het gewenste bouwvlak bedraagt daardoor ca. 3,5 ha. Omdat de nieuw te bouwen bouwwerken aansluitend en met een efficiënte indeling aan de bestaande bouwwerken worden gerealiseerd, is sprake van een doelmatige bedrijfsvoering. Het huidige provinciale ruimtelijke beleid geeft geen eisen ten aanzien van de omvang van een bouwvlak, wel moet er sprake zijn van uitbreiding van een bestaand agrarisch bedrijf en moet bij een grootschalige uitbreiding er sprake zijn van een grote plus voor ruimtelijke, duurzame en sociale kwaliteit. De hoofdkaders vanuit het huidige gemeentelijke beleid zijn gegeven in de Omgevingsvisie ‘Horizon 2040’ deze geeft voor de landbouw aan: ‘Wij kiezen met technologie, innovatie en experiment voor een toekomstbestendige landbouw die meerwaarde oplevert voor de leefomgeving en het landschap‘.

In dit geval wil het bedrijf toekomstbestendig worden door de productie te concentreren op één locatie, waarbij een uitbreiding plaatsvindt van het bestaande agrarisch bedrijf aan de Heetenseweg 9a-9c. De impact van de uitbreiding in dieraantallen en een bouwvlak van 3,5 ha is acceptabel, mits de nodige investeringen op het gebied van duurzaamheid, landschap en milieu gedaan worden. Met de

14 / 90

planontwikkeling wordt een gesloten bedrijfsvoering gerealiseerd, waardoor minder transportbewegingen nodig zijn en het dierenwelzijn wordt vergroot (minder stress, minder risico’s op dierziektes). De landschappelijke inpassing is uitgewerkt op basis van de adviezen van Het Oversticht en de reacties vanuit de omgevingsdialoog. De beoogde ontwikkeling wordt landschappelijk ingepast, waarbij ook ruimtelijk wordt voldaan aan de benodigde inspanningen op het gebied van de Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving. Door de milieumaatregelen neemt de ammoniakemissie/stikstofdepositie en de geurbelasting af. Met zonnepanelen op de daken wordt het bedrijf per saldo volledig zelfvoorzienend. Met de warmte van de luchtwassers worden de vloeren verwarmd, zodat de bedrijfsvoering niet meer afhankelijk is van aardas. Met hetgeen verwoord is in de Ruimtelijke onderbouwing en is onderbouwd bij het Meest Milieuvriendelijke Alternatief in het MER is voor dit project ten behoeve van het vergroten van het (fictief) bouwvlak tot ca. 3,5 ha sprake van een goede ruimtelijke ordening. Op een aantal aspecten wordt bij onderstaande kopjes nader ingegaan. Voor dit projectafwijkingsbesluit is een verklaring van geen bedenkingen van de gemeenteraad benodigd.

Op datum toevoegen hebben wij van de gemeenteraad een ontwerpverklaring ontvangen waaruit blijkt dat er, gelet op het belang van een goede ruimtelijke ordening, geen bedenkingen zijn tegen het verlenen van de gevraagde vergunning. Deze verklaring maakt onderdeel uit van dit besluit. Dubbelbestemming ‘Waterstaat – Waterbergingsgebied’ De locatie Heetenseweg 9 is deels gelegen in een gebied dat de aanduiding dubbelbestemming ‘Waterstaat – Waterbergingsgebied’ heeft. Het gebied valt aan de noordoostzijde van het erf gedeeltelijk over de bestaande bebouwing en bouwvlak en ook gedeeltelijk in het gebied waar de uitbreiding gepland is. De oppervlakte van de nieuwbouw dat in het waterbergingsgebied wordt opgericht bedraagt 10.274 m2. Dit gebied ligt ten opzichte van de omgeving relatief hoog. De aanvrager, Tijs Heeten b.v. beschikt in de (directe) omgeving over diverse percelen landbouwgond. Ondermeer aan de noordoostzijde liggen lager gelegen akkerbouwgronden. Ter compensatie van het gebruik van gronden in het waterbergingsgebied zal gecompenseerd worden door het lager gelegen perceel aan de noordoostzijde met een oppervlakte van 15.000 m2 toe te voegen aan het bestaande waterbergingsgebied, zoals is weergegeven op bijlage 15 MER/bijlage 11 Ruimtelijke onderbouwing. Dit betreft het oostelijke deel van het kadastrale perceel bekend als gemeente Raalte, sectie F, nummer 4707.

Naast het voorschrift in deze vergunning, zal dit gebied in een eerstvolgende herziening van het omgevingsplan als zodanig bestemd worden en daarmee juridisch verankerd worden.Tevens wordt dit waterbergingsgebied opgenomen binnen het besluitvlak van deze omgevingsvergunning. Hoogte mestsilo De hoogte van de mestsilo bedraagt 9,3 meter. Daarmee blijft de bouwcontour van de mestsilo onder de maximaal toegestane bouwhoogte van 12 m voor bedrijfsbebouwing. Met een bouwhoogte van 9,3 m is een mestsilo gelijk te stellen aan een toelaatbaar bedrijfsgebouw, zodat de afwijking van de bouwregels op dit punt acceptabel is. Bovendien wordt de mestsilo gebouwd op een locatie zuidoostelijk van het huidige

15 / 90

bouwvlak naast de huidige mestsilo en is deze landschappelijk afgeschermd door een bosperceel aan de noord- en oostzijde evenals een bestaande en te versterken houtsingel aan de zuidzijde. Hierdoor is de mestsilo niet of nauwelijks zichtbaar voor derden. Ontbreken dakhelling bij gebouw voor nutsvoorzieningen Het gebouw t.b.v. de trafo/aggregaat/meterkast heeft een plat dak en een bouwhoogte van 2,45 m. De traforuimte is strikt genomen geen gebouw, want is niet een voor mensen toegankelijke ruimte en kan worden aangemerkt als een overig bouwwerk, geen gebouw zijnde. De andere ruimtes binnen dit gebouw zijn weliswaar toegankelijk, maar hebben tot doel om nutsvoorzieningen en apparatuur te beschermen. De oppervlakte van het totale gebouw bedraagt ca. 17,5 m2. Voor ondergeschikte gebouwen tot een maximale oppervlakte van 30 m2 is er geen ruimtelijk c.q. stedenbouwkundig bezwaar om deze toch met een plat dak uit te voeren. Het gebouw staat buiten het bouwvlak, naast een oprit en is daarmee goed bereikbaar voor hulpdiensten in geval van calamiteiten. Wij zien geen beletsel om van de voorwaarde voor een dakhelling en het bouwen buiten het bouwvlak af te wijken t.b.v. dit bouwwerk met een beperkte oppervlakte. Goothoogte voerkeuken In artikel 4.2, lid f is bepaald dat de goothoogte van gebouwen maximaal 5,5 meter mag bedragen. De goothoogte van de voerkeuken bedraagt 6,65 meter.

Dit omdat het bestaande deel van de voerkeuken deels met hetzelfde dakvlak als de biggenstal is uitgevoerd. De rechterzijgevel van het bestaande deel van de voerkeuken heeft al deze bestaande, hogere goothoogte, want oostelijk hiervan staan voersilo’s opgesteld. Met de uitbreiding van de voerkeuken wordt aangesloten op het bestaande dak van de biggenstal met het bestaande deel van de voerkeuken. Dit zorgt voor een rustig bebouwingsbeeld. De voerkeuken met de grotere goothoogte is gelegen tussen de overige bedrijfsbebouwing en voersilo’s op het erf, zodat deze grotere goothoogte geen onevenredige aantasting van functies en waarden in de omgeving optreedt. Hoogte luchtwassers ondergeschikt In artikel 4.2, lid f is bepaald dat de hoogte van luchtwassers maximaal 12 meter mag bedragen. De hoogte van luchtwasser aan de bestaande vleesvarkensstal/stal 1 bedraagt 14,5 meter in de gewenste situatie. De hoogte van de luchtwassers op de biggenstal/stal 5 en de nieuwe vleesvarkenstallen 6 & 7 bedragen elk 16,5 meter. Dit omdat de emissiepunten (uitstroomopeningen van de luchtwassers) ten behoeve van de omgeving c.q. het verminderen van in hoofdzaak de geurbelasting, verhoogd worden uitgevoerd. Deze uitstroomopeningen kunnen niet als ondergeschikte bouwdelen conform de wijze van meten in het bestemmingsplan worden beoordeeld.

Niettemin betreffen het slechts 4 relatief kleine uitstroomopeningen van gezamenlijk nog geen 32 m2 op een hoogte van maximaal 16,5 meter. Deze uitstroomopeningen zijn ten aanzien van het gehele bouwplan bestaande uit meer dan 26.000 m2 bebouwing zeker ondergeschikt te noemen. Deze verhoogde uitstroomopeningen van de luchtwassers leveren een belangrijke bijdrage aan het verbeteren van het woon- en leefklimaat voor de omgeving en dit

16 / 90

een beperkte oppervlakte van hogere bouwdelen betreft, verlenen wij medewerking aan deze afwijking van de bouwregels van het bestemmingsplan. Weegbrug alleen voor eigen gebruik In artikel 4.2 onder a is bepaald gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, uitsluitend binnen het bouwvlak en ten dienste van de bestemming mogen worden gebouwd. Binnen het huidige bouwvlak is geen ruimte voor een weegbrug. Deze wordt bovendien op een logische plek in/nabij de oprit gesitueerd, waardoor het vrachtverkeer weinig tot geen extra manoevreerbewegingen hoeft te maken. De weegbrug wordt op maaiveldniveau aangelegd. Ruimtelijk heeft het daardoor geen invloed op de omgeving. Het straat- en bebouwingsbeeld wordt niet aangetast. Indien de weegbrug uitsluitend wordt aangewend voor gebruik ten behoeve van de eigen inrichting, heeft de activiteit geen verkeersaantrekkende werking. Dit betreft immers verkeer, dat komt voor het afleveren van diensten en goederen ten behoeve van de varkenshouderij aan de Heetenseweg 9a. Dan voldoet de weegbrug tevens aan de voorwaarde dat deze ten dienste van de bestemming moet worden gebouwd. De gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden worden niet aangetast. Er is geen bezwaar om de weegbrug buiten het huidige bouwvlak toe te staan, mits deze uitsluitend voor de inrichting zelf wordt gebruikt.

In de algemene voorschriften is daarom opgenomen dat de weegbrug enkel en alleen door deze inrichting gebruikt mag worden. Informatie-/verkooppunt In artikel 4.1, onder u, worden de in tabel 4.1 toegestane nevenfuncties bij recht toegestaan mits ondergeschikt aan de agrarische functie. In de tabel worden onder andere de nevenfunties verkoop-aanhuis van streekeigen agrarische producten en rondleidingen op het agrarische bedrijf (voorzieningen hiertoe als ontvangstruimte) genoemd met een maximale oppervlakte van elk 100 m2 in bestaande bebouwing. In artikel 4.2 onder a is bepaald gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, uitsluitend binnen het bouwvlak en ten dienste van de bestemming mogen worden gebouwd. Binnen het huidige bouwvlak is geen ruimte voor een informatie- en verkooppunt. Vanuit hygiëne-overwegingen en het laagdrempelig toegankelijk maken van dit informatie- en verkooppunt is het wenselijk om deze dicht bij de weg te situeren. Het informatie- en verkooppunt evenals de mogelijkheid om in de stal te kijken door de glazen wand dragen bij aan begrip tussen boer en burger en kunnen de sociale afstand verkleinen. Het bouwwerk met een passende uitstraling en een oppervlakte van ca. 40 m2 is passend binnen de toegestane oppervlakte voor deze nevenfuncties en daarmee ook passend binnen de bestemming.

Er zijn dan ook geen bezwaren om nieuwbouw voor deze nevenfunctie mogelijk te maken en af te wijken van het bestemmingsplan om dit gebouw toe te staan buiten het bouwvlak. Loods/mestverwerking De loods ten behoeve van de mestverwerking wordt buiten het huidige bouwvlak gebouwd op een locatie oostelijk van het huidige bouwvlak. Daarmee komt de loods achter de bestaande bebouwing in de nabijheid van de biggenstal te staan. Dit gebouw wordt landschappelijk afgeschermd door het bestaande bosperceel

17 / 90

aan de noord- en oostzijde. Aan de zuidzijde van deze loods staat al een mestsilo en wordt een tweede mestsilo geplaatst. Hierdoor is de loods niet zichtbaar voor derden. Er zijn dan ook geen bezwaren om af te wijken van het bestemmingsplan om dit gebouw toe te staan buiten het bouwvlak. Geurbelasting In de gewenste situatie (het MMA) is er ten opzichte van de huidige/vergunde situatie sprake van een ruime afname van de geurbelasting, zowel individueel als cumulatief. In de gewenste situatie worden de stallen, met uitzondering van de kraamstallen, uitgevoerd met gecombineerde of chemische luchtwassers en tevens worden de nieuwe stallen uitgevoerd met een aanvullend emissiearm stalsysteem in de mestkelder. Daarnaast worden alle stallen uitgevoerd met een verhoogd emissiepunt en een verhoogde uittreedsnelheid van de lucht. Hierdoor wordt bij alle omliggende geurgevoelige objecten voldaan aan de normstelling van 14,0 Odour-units (Ou) als voorgrondbelasting. Bij de maatgevende woning Heetenseweg 9 bedraagt de geurbelasting 10,6 Ou. Dit is een afname met 5,1 Ou ten opzichte van de vergunde situatie, waardoor er geen sprake meer is van een ‘met geuroverbelaste situatie’. De GGD adviseert een maximale geurbelasting van 5,0 Ou als voorgrondbelasting. Dit advies is met dit project alleen niet haalbaar bij de maatgevende woning, bij alle andere woningen c.q.

geurgevoelige objecten wordt een lagere geurbelasting bereikt. Ook bij de cumulatieve geurberekening (waarbij de gewenste bedrijfssituatie samen met omliggende bestaande intensieve veehouderijen inzichtelijk wordt gemaakt, ook wel achtergrondbelasting genoemd), neemt de geurbelasting en het percentage gehinderden bij vrijwel alle omliggende woningen in het buitengebied af. Bij 1 woning blijft de cumulatieve geurbelasting nagenoeg gelijk, maar deze geurbelasting is grotendeels toe te schrijven aan een ander intensief veehouderijbedrijf. Door het project aan de Heetenseweg 9A-9C uit te voeren overeenkomstig het uitgewerkte MMA wordt in alle gevallen het woonen leefklimaat verbeterd en bij 1 woning blijft dit ongeveer gelijk. Ammoniak Met dit project worden de nieuw te bouwen stallen uitgevoerd met chemische luchtwassers i.p.v. combiluchtwassers. Bij de bestaande stallen worden combi-luchtwassers met extra technische maatregelen toegepast. Door het toepassen van een verhoogde uittreedsnelheid en verhoogde uitstroomopeningen bij de luchtwassers is niet alleen de geurbelasting lager, maar dit zorgt ook voor een aanzienlijk lagere ammoniakemissie vanuit de dierenverblijven (4.849,1 kg NH3/jr). Die ammoniakemissie bedraagt in de huidige situatie 6.841,3 kg NH3 per jaar, zodat dit een ruime afname van 29,1% is.

Indien de ammoniakdepositie wordt berekend, bedraagt de afname 2,21 mol/ha/jaar (bij de hoogste bijdrage in het Boetelerveld, van 6,62 naar 4,41 mol, een afname van 33,4%). In de Aerius-berekeningen is uitgegaan van de gebruiksfase. Daaruit blijkt dat er geen significante toename van stikstofdepositie plaatsvindt. Een berekening tijdens de bouw- of realisatiefase is niet opgenomen. Om te voorkomen dat er als gevolg van de realisatiefase (tijdelijk) een toename van de ammoniakemissie / stikstofdepositie zal optreden, wordt eerst de bestaande vleesvarkensstal (stal 1) aangepast en uitgevoerd met de beoogde gecombineerde luchtwasser, alvorens een aanvang wordt gemaakt met de realisatie van

18 / 90

de nieuwe stalruimte (stallen 6 en 7) en de realisatie van de overige nieuwe bedrijfsgebouwen/ bouwwerken. Dit is als voorschrift in dit besluit opgenomen, zodat een (tijdelijke) toename van de ammoniakemissie /stikstofdepositie wordt vermeden. Ondanks de uitbreiding in dieraantallen wordt door de milieumaatregelen voldaan aan een goede ruimtelijke ordening. Er is geen reden om de vergunning voor het afwijken van het bestemmingsplan niet te verlenen. Participatie In paragraaf 6.1 van de Ruimtelijke onderbouwing is een verslag van de buurtdialoog opgenomen. Een deel van de buren kan instemmen met de plannen, de erven van het naastgelegen landgoed zijn tegen deze ontwikkeling. Enkele andere omwonenden staan niet te springen, maar hebben wel een aantal wensen aangegeven. In de planontwikkeling heeft dit geleid tot nog iets hogere emissiepunten van de stallen en een aangepaste landschappelijke inpassing, waarbij rekening is gehouden met de wensen van omwonenden. Wij kunnen instemmen met deze aanpassingen. Milieueffectrapportage (MER) De voorgenomen activiteit valt onder categorie 14 van de C-lijst van het Besluit milieueffectrapportage. Het MER is opgesteld ten behoeve van de besluitvorming in het kader van de aanvraag om vergunning op grond van de Wabo voor zowel de milieu-activiteit als het afwijken van het bestemmingsplan/handelen in strijd met regels ruimtelijke ordening.

Onder de milieu-activiteit c.q. ‘Overwegingen horend bij oprichten, veranderen of in werking hebben van een inrichting - verandering [art.2.1, lid 1, sub e Wabo]’ van dit besluit wordt bij de Algemene overwegingen onder paragraaf 2 eveneens ingegaan op de Milieueffectrapportage (hierna te noemen MER). Naast die zogenaamde Besluit-MER (omdat de activiteit in kolom 2 genoemd wordt) is tevens een Plan-MER benodigd, omdat het het plan wordt genoemd in kolom 4 bij onderdeel C 14. Dit betreft immers een omgevingsvergunning waarbij van het bestemmingsplan wordt afgeweken met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 3°, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en hiervoor is de openbare voorbereidingsprocedure overeenkomstig afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing. De m.e.r.-plicht heeft dus betrekking op de ruimtelijke én milieuaspecten. Het project betreft een gecombineerde aanvraag, waarbij, waarbij één gecombineerde MER ofwel CombiMER is opgesteld waarin zowel de milieu- als de ruimtelijke aspecten voldoende toegelicht worden. Voor de procedure wordt verwezen naar de Algemene overwegingen onder paragraaf 2 van de activiteit milieu verderop in dit besluit.

Wij hebben geoordeeld (Wm, art.7.28 eerste lid onder b) dat het MER voldoende uitwerking geeft aan het advies voor de reikwijdte en het detailniveau van het MER en geen evidente onjuistheden bevat. Wij hebben het MER en de aanvraag om vergunning op grond van de WABO vervolgens op datum doorgestuurd aan de adviseurs en bestuursorganen die betrokken zijn bij de voorbereiding van het besluit op de voorliggende aanvraag en hen verzocht om binnen zes weken een advies ter zake aan ons te verstrekken.

19 / 90

Voorts hebben wij het MER, de aanvraag om vergunning op grond van de WABO en het ontwerpbesluit op datum ook doorgestuurd aan de Commissie voor de milieueffectrapportage met een gelijkluidend verzoek. De aanvrager heeft voor het voornemen alleen een omgevingsvergunning nodig voor de activiteiten milieu, bouwen, handelen in strijd met regels ruimtelijke ordening (afwijken bestemmingsplan) en werken/werkzaamheden. Coördinatie van de m.e.r.-procedure met een medebevoegd gezag is daarom niet aan de orde. Overwegingen bij het MER De Commissie voor de milieueffectrapportage heeft op datum een advies uitgebracht over de inhoud van het MER. De Commissie is van oordeel dat de essentiële informatie in het MER wel/niet aanwezig is. De Commissie adviseert verder het volgende: PM De volgende adviseurs en bestuursorganen die betrokken zijn bij de voorbereiding van het besluit op de voorliggende aanvraag hebben een advies op het MER uitgebracht: noem namen en datum De adviezen luiden samengevat als volgt: PM De kennisgeving over het MER, de ontwerp-beschikking en bijbehorende stukken is op datum gepubliceerd in een regionaal dagblad. Vervolgens heeft het MER, gelijktijdig met de ontwerp-beschikking en ontwerp verklaring van geen bedenkingen, gedurende zes weken ter inzage gelegen omschrijving plaats ter inzage legging, namelijk van datum tot en met datum.

Naar aanleiding van de ter inzage legging zijn, binnen de door de wet gestelde termijn, …. zienswijzen op het MER ingekomen. Deze ingebrachte zienswijzen zijn als volgt samen te vatten: PM Evaluatie Wij zijn als bevoegd gezag verplicht een evaluatieonderzoek uit te voeren. Het evaluatieonderzoek dient zich te richten op de werkelijk als gevolg van de vergunde activiteit opgetreden milieugevolgen en de in het MER als leemten in kennis aangemerkte aspecten (Wm art. 7.39). De MER-evaluatie zal in ieder geval betrekking hebben op de aspecten zoals die in bijlage PM behorende bij de voorschriften aan ons besluit zijn verbonden. Op grond van de in deze voorschriften opgenomen termijnen achten wij het redelijk dat wij 5 jaar na het oprichten van het project verslag doen van het onderzoek naar de werkelijke milieueffecten (Wm. art. 7.41).

20 / 90

Wij hebben gebruik gemaakt van de volgende wet- en regelgeving Meer informatie hierover kunt u vinden op wetten.overheid.nl. - artikel 2.1, eerste lid, onder c van de Wabo, waarin staat dat het verboden is om zonder omgevingsvergunning deze activiteit uit te voeren - Bestemmingsplannen ’Buitengebied Raalte, inclusief correctieve herziening en 2e correctieve herziening’, ‘Paraplubestemmingsplan Parkeren’ en ‘Buitengebied Raalte, Verzamelplan 2020’ gepubliceerd op 23 maart 2020. - Bestemming ‘Agrarisch met waarden – Landschap’ - Functieaanduiding ‘intensieve veehouderij’ - Dubbelbestemming ‘Waterstaat – Waterbergingsgebied’ - Gebiedsaanduiding ‘reconstrcutiewetzone – verwevingsgebied’ - Meer informatie over het bestemmingsplan kunt u vinden op www.ruimtelijkeplannen.nl/viewer.

- artikel 2.12, eerste lid, onder a onder 3° van de Wabo, waarin de afwijkingsbevoegheid is opgenomen - artikel 2.27 van de Wabo, waarin categorieën van gevallen zijn aangewezen waarvoor geldt dat een omgevingsvergunning niet wordt verleend dan nadat de gemeenteraad heeft verklaard dat het daartegen geen bedenkingen heeft - Het Besluit milieueffectrapportage inclusief de Bijlage behorend bij dit besluit - Artikelen 7.1 tot en met 7.43 Wet milieubeheer - afdeling 3.4 Algemene wet bestuursrecht, in verband met de openbare voorbereidingsprocedure Conclusie Voor de activiteit ‘het handelen in strijd met regels ruimtelijke ordening’ ontvangt u van ons de gevraagde omgevingsvergunning.

21 / 90

Het uitvoeren van een werk of werkzaamheid Uw aanvraag voor een omgevingsvergunning hebben wij getoetst aan onderstaande regels en eisen. De omgevingsvergunning wordt verleend voor de volgende werkzaamheden: - uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden in geval dat bij bestemmingsplan is bepaald (artikel 2.1, lid 1, sub b) te weten: het ophogen van grond met een wallichaam en afgraven van grond in verband met de aanleg van een wadi; - uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden in geval dat bij bestemmingsplan is bepaald (artikel 2.1, lid 1, sub b), te weten: de aanleg van een toegangsweg/erfverharding met een oppervlakte van 2.165 m2; - uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden in geval dat bij bestemmingsplan is bepaald (artikel 2.1, lid 1, sub b), te weten: het verwijderen van rijbeplanting langs de noordrand van het erf bestaande uit 24 bomen. Uw project is getoetst aan de bestemmingsplannen ‘’Buitengebied Raalte, inclusief correctieve herziening en 2e correctieve herziening’, en ‘Buitengebied Raalte, Verzamelplan 2020’ gepubliceerd op 23 maart 2020.

Op grond van artikel 4.7.1 is bepaald dat het verboden is op of in de gronden met de enkelbestemming ‘Agrarisch met waarden – Landschapswaarden’ zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag de volgende werken, voor zover geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: a. egaliseren, ophogen, afgraven, grondwerkzaamheden dieper dan 50 cm (zoals diepploegen) en ontginnen; b. graven en dempen van sloten, afdammen, herprofileren van sloten of ander oppervlaktewater, aanleggen van drainage, uitgezonderd het vervangen van bestaande drainage; c. het verwijderen, kappen of rooien van bomen of andere opgaande beplanting; d. de aanleg van verhardingen > 50 m² (zoals verharde wandel- of fietspaden en kavelpaden). De omgevingsvergunning voor de activiteit “werk of werkzaamheid uitvoeren” is aangevraagd voor de volgende werkzaamheden: De aanvraag voorziet onder andere in landschappelijk inpassing. Een onderdeel hierbij is het gedeeltelijk ophogen van grond met een wallichaam met een gemengde houtsingel. Het afgraven van grond voor de aanleg van een wadi voor de opvang van het hemelwater. Het deels kappen een deels verplaatsen van de aanwezige houtopstand. Daarnaast wordt een verharding aangelegd met een groter oppervlak groter dan 50 m2 en het gedeeltelijk kappen en verplaatsen van de bestaande houtopstand / groenstrook.

De werken of werkzaamheden als bedoeld in artikel 4.7.1 zijn slechts toelaatbaar, indien het behoud, versterking en ontwikkeling van de landschappelijke waarde van de gronden, zoals deze tot uitdrukking komt in het reliëf, de kleinschaligheid, de openheid en de beplatingselementen (houtsingels en houtwallen).

22 / 90

niet onevenredig worden aangetast. Overweging In de Omgevingsvisie overijssel en de Omgevingsverordening Overijssel is een nieuw instrument geïntroduceerd, namelijk de kwaliteitsimpuls Groene Omgeving (KGO). Op basis van het provinciaal beleid ten aanzien van het KGO- instrument is het mogelijk om op gemeentelijk niveau beleidskaders op te stellen. In het provinciaal beleid is het volgende opgenomen: Plannen voor de Groene Omgeving kunnen voorzien in nieuwvestiging en grootschalige uitbreidingen van bestaande functies in de Groene Omgeving, uitsluitend indien hier sociaal-economische en/of maatschappelijke redenen voor zijn én er is aangetoond dat het verlies aan ecologische en/of landschappelijke waarden in voldoende mate wordt gecompenseerd door investeringen ter versterking van ruimtelijke kwaliteit in de omgeving. De gemeente Raalte heeft tot op heden geen verdere uitwerking en/of beleid omtrent de uitvoering van de KGO uitgewerkt. Er wordt daarom aangesloten bij het beleid van de provincie Overijssel. Gelet op voornoemde is de gemeentelijke adviesinstantie Het Oversticht verzocht een advies op te stellen op welke wijze bij de beoogde ontwikkeling van de varkenshouderij aan de Heetenseweg 9a landschappelijk kan worden ingepast en (ruimtelijk) kan worden voldaan aan de KGO-inspanning. Het advies van Het Oversticht d.d. 25 maart 2020 en aanvullende advies d.d.

15 februari 2022 is de basis geweest voor het opstellen van een Plan voor landschappelijke inpassing uitgevoerd door Natuurbank Overijssel. Met het aangeleverde Plan voor landschappelijke inpassing wordt voldaan aan de inspanningsplicht van de KGO. In dit plan is tevens rekening gehouden met de vooroverlegreactie van de provincie Overijssel evenals de wensen van omwonenden. Opgemerkt wordt dat wanneer er bij graafwerkzaamheden grond over blijft, dat deze grond weer gebruik mag worden op dezelfde locatie. Dit geldt echter niet voor de gronden die als waterbergingsgebied zijn aangewezen, met uitzondering van de aanleg t.b.v. de grondwal overeenkomstig het Plan voor de landschappelijke inpassing. Hiermee is voldoende aannemelijk gemaakt dat door het uitvoeren van de verschillende werken en/of werkzaamheden de landschappelijke waarden van de gronden niet onevenredig worden aangetast. Conclusie Voor de activiteit ‘werk of werkzaamheid uitvoeren’ ontvangt u van ons de gevraagde omgevingsvergunning.

23 / 90

Overwegingen horend bij oprichten, veranderen of in werking hebben van een inrichting - verandering [art.2.1, lid 1, sub e Wabo] Wij besluiten, gezien de overwegingen die zijn opgenomen in deze vergunning en gelet op de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo), de daarop betrekking hebbende uitvoeringsbesluiten en regelingen, (de Wet milieubeheer (Wm), de Wet ammoniak en veehouderij (Wav), de Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) aan Tijs Heeten B.V. een (omgevings)vergunning: 

Op grond van artikel 2.1, eerste lid, onder e. (2° het veranderen of veranderen van de werking van een inrichting en/of 3° het in werking hebben van een inrichting) te verlenen voor een fokvarkens- vleesvarkenshouderij. Aan de verlening van de vergunning zijn voorschriften en een maatwerkvoorschrift verbonden.

De vergunning betreft een revisievergunning als bedoeld in artikel 2.6 van de Wabo.

En tevens: dat de volgende delen van de aanvraag onderdeel uitmaken van deze vergunning:  Aanvraagformulier d.d. 9 juni 2022, Olonr.: 7040045;  Aangepast aanvraagformulier d.d. 13 november 2022, Olonr.: 8166839 (om technische redenen is het OLO-nummer gewijzigd);  MER TIJS Heeten b.v. 22 mei 2024;  Toelichting Wabo milieu 22 mei 2024.

24 / 90

INHOUDSOPGAVE INHOUDSOPGAVE ....................................................................................................................................... 25 VOORSCHRIFTEN MILIEU .......................................................................................................................... 28 1

ALGEMENE VOORSCHRIFTEN ........................................................................................................... 29 1.1 1.2 1.3 1.4

2

AFVALSTOFFEN ................................................................................................................................... 31 2.1 2.2

3

REGISTRATIE ..................................................................................................................................... 32

AGRARISCHE VOORSCHRIFTEN ....................................................................................................... 33 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11 4.12

5

AFVALSCHEIDING ............................................................................................................................... 31 OPSLAG VAN AFVALSTOFFEN .............................................................................................................. 31

WATERBESPARING .............................................................................................................................. 32 3.1

4

TERREIN VAN DE INRICHTING EN TOEGANKELIJKHEID ............................................................................ 29 INSTRUCTIES ..................................................................................................................................... 29 REGISTRATIE ..................................................................................................................................... 30 BEDRIJFSBEËINDIGING ....................................................................................................................... 30

HOUDEN VAN DIEREN ......................................................................................................................... 33 REGELBARE KLEPPEN ........................................................................................................................ 34 REINIGINGS- EN ONTSMETTINGSPLAATS VOOR VEEWAGENS ................................................................. 35 HYGIËNEMAATREGELEN DIERENVERBLIJVEN ........................................................................................ 35 GEZONDHEID..................................................................................................................................... 35 DROGE MEST (DIKKE FRACTIE) IN OPSLAGLOODS ................................................................................. 35 BEHANDELING EN BEWARING VAN VERPOMPBARE DIERLIJKE MEST, ALGEMEEN ...................................... 35 MESTBEWERKING .............................................................................................................................. 36 DE UITVOERING VAN EEN MESTBASSIN ................................................................................................ 36 VOERKEUKEN ................................................................................................................................

37 OPSLAG VAN SPUIWATER LUCHTWASSYSTEEM IN EEN SPUIWATERSILO/SPUIWATERKELDER..................... 37 OPSLAG VAN ZWAVELZUUR LUCHTWASSYSTEEM IN EEN VERPAKKING................................................. 38

GELUID .................................................................................................................................................. 38 5.1 5.2

GELUIDSNIVEAUS .............................................................................................................................. 38 ALGEMEEN ........................................................................................................................................ 39

OVERWEGINGEN ALGEMEEN ................................................................................................................... 41 1.

PROCEDURELE ASPECTEN ............................................................................................................... 42 1.1. 1.2. 1.3. 1.4. 1.5.

2.

HUIDIGE VERGUNNINGSITUATIE........................................................................................................... 42 OMGEVINGSWET................................................................................................................................ 42 VERGUNNINGPLICHT .......................................................................................................................... 43 BEVOEGD GEZAG ............................................................................................................................... 43 COÖRDINATIE MET DE WATERWET ...................................................................................................... 44

MILIEUEFFECTRAPPORTAGE (M.E.R.).............................................................................................. 45

25 / 90

OVERWEGINGEN MILIEU ........................................................................................................................... 47 3.

TOETSINGSKADER MILIEU ................................................................................................................. 48 3.1. 3.2. 3.3.

4.

INLEIDING .......................................................................................................................................... 48 TOETSING OPRICHTEN, VERANDEREN EN/OF REVISIE ........................................................................... 48 ACTIVITEITENBESLUIT ........................................................................................................................ 48

AFVALSTOFFEN ................................................................................................................................... 50 4.1. 4.2.

5.

AFVALSTOFFEN ALGEMEEN ................................................................................................................. 50 OPSLAAN VAN AFVALSTOFFEN OP DE PLAATS VAN PRODUCTIE ............................................................... 51

AFVALWATER EN WATERBESPARING .............................................................................................. 52 5.1. 5.2.

6.

TOETSINGSKADER ............................................................................................................................. 52 WATERBESPARING ............................................................................................................................. 52

DIERENVERBLIJVEN EN EMISSIE...................................................................................................... 53 6.1. 6.2. 6.3.

7.

DIERAANTALLEN EN (HUISVESTINGS)SYSTEMEN VERGUND ................................................................... 53 DIERAANTALLEN EN (HUISVESTINGS)SYSTEMEN AANVRAAG .................................................................. 54 TOEPASSING (HUISVESTINGS)SYSTEMEN............................................................................................. 57

BESTE BESCHIKBARE TECHNIEKEN ............................................................................................... 58 7.1. 7.2. 7.3.

8.

IPPC-INSTALLATIE ............................................................................................................................. 58 BBT-DOCUMENTEN............................................................................................................................ 58 BBT-CONCLUSIES.............................................................................................................................. 59

AMMONIAKEMISSIE UIT DIERENVERBLIJVEN ................................................................................ 64 8.1. 8.2.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Raalte&id=349a7b58-2265-4b66-afb0-fa4d677c06f7