CConstaterende datRaalte
Koppel je AI →
Document · PDF

Ontwerp-Warmteprogramma Raalte 2026

Raadsvergadering 21 mei 2026, gemeente RaalteBij agendapunt: Vaststellen ontwerp warmteprogramma 2026 (bespreekstuk)27.017 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

56

Omdat voor een deel van de woningen de stap naar volledig aardgasvrij met behulp van een individuele warmtepomp mogelijk te groot is, is misschien een hybride warmtepomp een geschikte tussenstap, § 6.4 In hoofdstuk 7 geven wij een indicatie van de kosten die gemoeid zijn met het aardgasvrij maken van de woning voor de meest voorkomende woningtypen. Bewoners die aan de slag willen kunnen beginnen door een gratis maatwerkadvies aan te vragen bij een van onze energieadviseurs. Vervolgens kunt u kijken voor welke subsidies u in aanmerking komt om te helpen bij het betaalbaar houden van de nodige maatregelen. Hier zal ook proactief over gecommuniceerd worden door de gemeente. Vraag een gratis maatwerkadvies aan.

Concept

(van 23-4-2026 13:54) (Online)

Concept

§ 5.25 Broekland (kern)

Broekland is een kern ten westen van Raalte. Broekland is één van de kleinere kernen van de gemeente met ongeveer 1200 inwoners. De kern bestaat uit veel koopwoningen (80%) uit verschillende bouwjaren. Er is een school, een kerk en een kulturhus. Broekland kenmerkt zich door een sterke gemeenschapszin en een actief verenigingsleven. De inwoners zijn vrij gelijk verdeeld over alle leeftijdscategorieën, maar er wonen relatief minder 65-plussers dan gemiddeld in de gemeente en weinig inwoners hebben een migratieachtergrond. De meerderheid van de inwoners heeft een middelbaar (54%) of hoog (27%) opleidingsniveau. Het gemiddelde jaarinkomen ligt hoog in vergelijking met andere delen van de gemeente. Broekland scoort goed in de Scan Wijken en Dorpen. Aandachtspunten zijn Water en Riolering en Groen. Verder valt op dat het gasverbruik hoog is. Vanuit de opgave wijken en dorpen geldt de hoofdaanpak voor Broekland. Voor Broekland geldt dat het meest haalbaar en betaalbare alternatief voor aardgas de individuele elektrische warmtepomp is, § 6.1. Voor deze oplossing zijn de Nationale meerkosten het laagst en ook de Eindgebruikerskosten zijn bij deze oplossing naar verwachting het laagst. Bij deze warmte oplossing moet een woning geïsoleerd zijn tot Schillabel B.

Gelet op het feit dat de eindoplossing voor Broekland duidelijk is en vanwege de betrokken gemeenschap in Broekland en de actieve energiecoöperatie willen we samen met de inwoners van Broekland actief inzetten op het isoleren van de woningen en toewerken naar het aardgasvrij-ready maken. Hierbij stellen we als doel dat in 2031 70% van alle EFG-labels zijn uit gefaseerd en 40% van de woningen is geïsoleerd tot schillabel b of beter. Daarnaast willen we ook kijken of er woningen zijn waar de stap naar aardgasvrij al gemaakt kan worden of die al van het aardgas af zijn. Deze kunnen dienen als voorbeeld. In hoofdstuk 7 geven wij een indicatie van de kosten die gemoeid zijn met het aardgasvrij maken van de woning voor de meest voorkomende woningtypen. Hoewel we een individuele oplossing zien in Broekland, sluiten we op voorhand niets uit. Als er initiatieven zijn om individuele oplossingen te stapelen (kleinschalig warmtenet), of een warmtenet te ontwikkelen

57

Concept

(van 23-4-2026 13:54) (Online)

Concept

waarbij gekeken wordt naar warmtewinning uit oppervlaktewater uit het Overijssels Kanaal dan is hier in principe ruimte voor en bekijken wij in hoeverre wij dit willen en kunnen faciliteren. Ook is het heel goed mogelijk dat het voor sommige woningen beter is een tussenstap te maken met behulp van een hybride warmtepomp, § 6.4. Dit blijft vooralsnog mogelijk. Voor u kiest voor een hybride warmtepomp adviseren wij een maatwerkadvies te vragen van één van onze energieadviseurs. De stap naar een volledig elektrische warmtepomp is sneller te maken dan de meeste mensen denken. De kosten van een maatwerkadvies van onze energieadviseurs neemt de gemeente voor haar rekening. Link naar aanmeldformulier. Vraag een gratis maatwerkadvies aan.

58

In de tijdlijn hieronder ziet u op hoofdlijnen welke stappen we wanneer willen gaan zetten de komende jaren om aardgasvrij te worden en welke doelen we wanneer willen behalen. Een belangrijk punt hieruit is het formeren van een werkgroep, met vertegenwoordigers uit plaatselijk belang Broekland, Energiek Broekland en inwoners. Met deze werkgroep willen we een actieplan opstellen. Dit willen we graag met deze werkgroep doen omdat zij als vertegenwoordigers van Broekland het beste weten wat inwoners nodig hebben om daadwerkelijk hun woning te kunnen verduurzamen. Wij hopen hiermee tot een plan te komen afgestemd op de lokale behoefte.

Concept

(van 23-4-2026 13:54) (Online)

Concept

§ 5.26 Heeten (kern)

Heeten ligt ten zuiden van Raalte. Heeten is met 1091 woningen één van de grotere kernen van de gemeente. Het dorp bestaat uit veel koopwoningen (73%). Er zijn enkele winkels gevestigd, een huisartsenpraktijk en er staat een school. Er wonen relatief wat meer 45-plussers en 65-plussers dan gemiddeld in de gemeente. Er is een lichte toename in het aantal inwoners met een migratieachtergrond, dit komt vooral door de opvang van Oekraïners in het Mirtehuis. De meerderheid van de inwoners heeft een middelbaar (49%) of hoog (27%) opleidingsniveau. Het gemiddelde jaarinkomen ligt hoog in vergelijking met andere delen van de gemeente. Heeten scoort goed in de Scan Wijken en Dorpen. Aandachtspunten zijn Water en Riolering. Verder valt op dat de bekende energielabels relatief hoog zijn. Vanuit de opgave wijken en dorpen geldt de hoofdaanpak voor Heeten. Voor Heeten geldt dat het meest haalbaar en betaalbare alternatief voor aardgas de individuele elektrische warmtepomp is, § 6.1. Voor deze oplossing zijn de Eindgebruikerskosten het laagst en ook de Nationale meerkosten zijn hierbij naar verwachting het laagst. Echter, op dit moment wordt door de lokale energiecoöperatie Endona onderzocht of er voor een deel van Heeten mogelijkheden zijn voor een warmtenet. Dit warmtenet zal werken met een ondergrondse warmtebuffer in combinatie met het nabijgelegen zonnepark Heeten.

Deze techniek is niet beschreven of doorgerekend in de startanalyse van het Planbureau voor de Leefomgeving. Daarmee is nu ook nog onzeker hoe de meerkosten en eindgebruikerskosten zich verhouden tot de individuele oplossing. Dit project van Endona is door Energietafel West-Overijssel aangemerkt als pilotproject kleinschalige warmtenetten. Dit betekent dat vanaf 2026 een haalbaarheidsstudie zal worden gedaan naar dit warmtenet. Tevens zijn aanvullende middelen beschikbaar vanuit de energietafel West-Overijssel om nader onderzoek naar dit warmtenet te ondersteunen. Omdat de eindoplossing in Heeten nog niet duidelijk is en het voor met name de wat oudere woningen mogelijk lastig is om direct de stap te maken naar aardgasvrij, kan het voor bepaalde woningen interessant zijn een tussenstap te maken met behulp van een hybride warmtepomp, § 6.4. Voor u kiest voor een hybride warmtepomp adviseren wij een maatwerkadvies te vragen van één van onze energieadviseurs. De stap naar een volledig elektrische warmtepomp is sneller te maken dan de meeste mensen denken. De

59

Concept

(van 23-4-2026 13:54) (Online)

Concept

kosten van een maatwerkadvies van onze energieadviseurs neemt de gemeente voor haar rekening. Vraag een gratis maatwerkadvies aan.

60

Voor een groot deel van de woningen in Heeten is nog niet duidelijk wat het alternatief voor aardgas zal worden. Isoleren is echter altijd goed, of de eindoplossing nu een kleinschalig warmtenet zal zijn of een individuele oplossing. Naast inzet op onderzoek naar het warmtenet zullen we ons in de komende jaren daarom vooral richten op isolatie. In onderstaande tijdlijn ziet u op hoofdlijnen welke stappen we wanneer willen gaan zetten de komende jaren om de woningen in Heeten te verduurzamen en welke doelen we wanneer willen behalen. Het belangrijkste onderdeel voor de eerste 5 jaar is onderzoek naar de haalbaarheid van het warmtenet. Het initiatief hiervoor ligt bij energiecoöperatie Endona, waarbij ondersteuning plaatsvindt vanuit de Energietafel West Overijssel. Ook als gemeente willen wij een bijdrage leveren aan dit onderzoek. Zodra meer duidelijkheid is over de haalbaarheid is het van groot belang ook inwoners en bedrijven mee te nemen in dit proces en wat dit betekent voor de verduurzaming van de gebouwen in Heeten.

Concept

(van 23-4-2026 13:54) (Online)

Concept

§ 5.27 Nieuw Heeten (kern)

Nieuw Heeten ligt ten zuiden van Raalte. De kern van Nieuw Heeten heeft 321 woningen en ruim 750 inwoners. Het dorp bestaat uit veel koopwoningen (80%) en er staat een school. De inwoners zijn vrij gemiddeld verdeeld over alle leeftijdscategorieën. De meerderheid van de inwoners heeft een middelbaar (55%) opleidingsniveau. Het gemiddelde jaarinkomen ligt iets lager dan gemiddeld in de gemeente. Uit de Scan Wijken en Dorpen komt naar voren dat met name water en riolering aandachtspunten zijn. Wat daarnaast opvalt zijn de lage energielabels en het hoge gasverbruik. Vanuit de opgave wijken en dorpen geldt de hoofdaanpak voor Nieuw Heeten. Voor Nieuw Heeten geldt dat het meest haalbaar en betaalbare alternatief voor aardgas de individuele elektrische warmtepomp is, § 6.1. Voor deze oplossing zijn de Nationale meerkosten het laagst en ook de Eindgebruikerskosten zijn bij deze oplossing naar verwachting het laagst. Bij deze warmte oplossing moet een woning geïsoleerd zijn tot Schillabel B. Aangezien de eindoplossing in principe duidelijk is voor Nieuw Heeten, kunnen we ons de komende jaren richten op het klaar maken van de woningen voor deze oplossing. Dit betekent waar mogelijk isoleren tot schillabel B.

Daarnaast willen we ook kijken of er woningen zijn waar de stap naar aardgasvrij al gemaakt kan worden of die al van het aardgas af zijn, welke mogelijk als voorbeeld kunnen dienen. In hoofdstuk 7 geven wij een indicatie van de kosten die gemoeid zijn met het aardgasvrij maken van de woning voor de meest voorkomende woningtypen in Nieuw Heeten. Hoewel we de individuele warmtepomp als meest haalbaar en betaalbaar alternatief zien, sluiten we op voorhand niets uit. Als er initiatieven zijn om individuele oplossingen te stapelen en zo een gezamenlijk kleinschalig warmtenet te vormen dan is hier in principe ruimte voor en zullen wij als gemeente kijken of en hoe wij dit kunnen faciliteren. Daarnaast kan het met name voor de oudere woningen interessant zijn om nog een tussenstap te maken met behulp van een hybride warmtepomp, § 6.4. Voor u kiest voor een hybride warmtepomp adviseren wij een maatwerkadvies te vragen van één van onze energieadviseurs. De stap naar een volledig elektrische warmtepomp is sneller te maken dan de meeste mensen denken.

61

Concept

(van 23-4-2026 13:54) (Online)

De kosten van een maatwerkadvies van onze energieadviseurs neemt de gemeente voor haar rekening. Vraag een gratis maatwerkadvies aan. Samen met de inwoners van Nieuw Heeten zullen we kijken wat inwoners nodig hebben om daadwerkelijk stappen te kunnen zetten bij het verduurzamen van hun woning.

Concept

In onderstaande tijdlijn ziet u op hoofdlijnen welke stappen we wanneer willen gaan zetten de komende jaren om aardgasvrij te worden en welke doelen we wanneer willen behalen.

62

5.28 Buit

Concept

(van 23-4-2026 13:54) (Online)

Concept

§ 5.28 Buitengebied

Een groot deel van de gemeente Raalte bestaat uit buitengebied. In het buitengebied bevinden zich naast woningen ook bedrijven, veelal agrarisch. In dit warmteprogramma richten we ons in eerste instantie met name op het verduurzamen van de woningen in het buitengebied. In totaal staan er zo'n 2700 woningen in het buitengebied. Hoewel de verschillen tussen de woningen groot zijn, zien we dat een groot deel van de woningen, ongeveer 70%, relatief oud is, met bouwjaren voor 1975. Dit betekent dat er naar verwachting nog veel woningen zijn in het buitengebied die niet of matig geïsoleerd zijn. Gelet op de bouwjaren en de omvang van de woningen is isoleren van deze woningen kostbaar. De meest voor de hand liggende oplossing voor woningen in het buitengebied zal een individuele warmtepomp zijn, § 6.1. Dit zal voor het grootste deel van de woningen de meest haalbare en betaalbare oplossing zijn. Echter, omdat er in het buitengebied veel wat oudere woningen staan is het voor veel woningen in het buitengebied mogelijk interessant om eerst een tussenstap te maken middels een hybride warmtepomp, § 6.4. Bij een hybride warmtepomp volstaat isolatie tot Schillabel D en kan toch al veel energie bespaard worden. In hoofdstuk 7 geven wij een indicatie van de kosten die gemoeid zijn met het aardgasvrij maken van de woning voor de meest voorkomende woningtypen.

Gelet op de bouwjaren van de woningen en de verwachte isolatiegraad richten we ons in eerste instantie op het isoleren van woningen. Daarnaast bieden we vanwege de grote verscheidenheid aan woningen sowieso een gratis energieadvies aan voor wie dit wil, zodat inwoners een goed beeld krijgen van welke stappen gezet kunnen worden voor hun eigen woning gericht op isolatie en een eventuele aanschaf van een (hybride) warmtepomp en de kosten die hiermee gemoeid zijn. Vraag een gratis maatwerkadvies aan. Daarnaast onderzoeken we of er zodanig veel interesse is voor het treffen van isolatie maatregelen en/of hybride warmtepompen dat hier een collectieve inkoopactie voor opgezet kan worden. Ook kijken we of er mooie voorbeelden zijn van oudere woningen in het buitengebied die al wel helemaal verduurzaamd zijn, die als inspiratie kunnen dienen voor andere woningen.

63

Concept

(van 23-4-2026 13:54) (Online)

Concept

In onderstaande tijdlijn ziet u op hoofdlijnen wanneer we de hierboven omschreven stappen willen zetten.

Hoofdstuk 6 Warmteoplossingen § 6.1 Individueel elektrische warmtepomp Bij deze warmteoplossing zullen de woningen elk afzonderlijk met behulp van een volledig elektrische warmtepomp, voorzien van een buffervat, worden verwarmd. Dit kan met behulp van een warmtepomp die warmte onttrekt aan de bodem (bodemwarmtepomp) of een warmtepomp die warmte onttrekt aan de buitenlucht (luchtwarmtepomp). In beide gevallen dient de woning te worden geïsoleerd naar Schillabel B. De warmtepomp waardeert de warmte op tot het gewenste temperatuurniveau voor ruimteverwarming en warm tapwater. Om te kunnen voorzien in de vraag naar warm tapwater wordt daarnaast een buffervat geplaatst. De standaardradiatoren worden vervangen door lage temperatuur radiatoren, vloerverwarming of wandverwarming. In bijna alle gevallen is de luchtwarmtepomp financieel voordeliger voor de inwoner dan de bodemwarmtepomp, met name omdat je niet hoeft te boren in de grond. In de hele gemeente geldt bovendien een provinciaal verbod om dieper dan 50 meter te boren, waardoor bij deze oplossing ter compensatie van de diepte meer oppervlakte onder de grond benodigd is om een bodemlus te maken. Echter, een bodemwarmtepomp heeft ook voordelen.

Zo is deze stiller, heeft hij een langere levensduur en is milieuvriendelijker, omdat hij efficiënter is en daardoor minder elektriciteit verbruikt dan een luchtwarmtepomp, met name ook bij het koelen van de woning. Met betrekking tot beide warmtepompen geldt dat het gaat om een individuele oplossing. Het is aan inwoners zelf om te bepalen welke oplossing de voorkeur geniet. Wel adviseren wij bij de luchtwarmtepomp bij de keuze van een model en het plaatsen van de buitenunit rekening te houden met de geluidsproductie van het betreffende type warmtepomp.

§ 6.2 Collectief warmtenet met behulp van ondiepe geothermie Ondiepe geothermie is het winnen van aardwarmte uit relatief ondiepe aardlagen, doorgaans tussen 500 en 1500 meter diep, om gebouwen te verwarmen en te koelen. Het gebruikt lagere temperaturen (ca. 40°C) dan diepe geothermie en is vaak geschikt voor lage-temperatuurwarmtenetten, waarvoor een warmtepomp nodig is om de temperatuur te verhogen. Ondiepe geothermie is als variant niet meegenomen in de startanalyse van het Planbureau voor de Leefomgeving naar de Nationale meerkosten. In regionaal verband loopt een onderzoek naar de potentie van ondiepe geothermie in West-Overijssel. Uit de eerste onderzoeksresultaten blijkt dat de bodem van Raalte mogelijk voldoende warmte bevat om een warmtenet met behulp van ondiepe geothermie aan te leggen. Een dergelijk warmtenet is alleen haalbaar waar de warmtevraag groot genoeg is. Dit betekent dat we moeten kijken naar een locatie waar veel (wat oudere) gebouwen dicht bij elkaar staan. In Raalte is dit in de ‘centrum wijken’: De Vloedkampen, De Olykampen, Langkamp, Westdorp, Hartkamp, Centrum, Blekkerhoek, Drostenkamp, en De Enk. Op dit moment is nog niet duidelijk of een dergelijk warmtenet haalbaar en betaalbaar is. Bovendien geldt dat er een provinciaal

64

Concept

(van 23-4-2026 13:54) (Online)

verbod om dieper dan 50 meter te boren, in verband met de drinkwatervoorziening. De kans dat de Provincie bereid is hiervoor een ontheffing te verlenen is klein, mocht er een haalbare businesscase zijn voor een dergelijk warmtenet. Voor het aansluiten van woningen op een warmtenet op basis van ondiepe geothermie is isoleren naar Schillabel D niveau waarschijnlijk voldoende. Naast het feit dat inwoners wellicht minder hoeven te investeren in isolatie is een ander voordeel van een dergelijk warmtenet dat er niet bij iedere woning een afzonderlijke buitenunit geplaatst hoeft te worden wat ruimte scheelt en mogelijk geluidsoverlast voorkomt in wijken waar de woningen toch al relatief dicht op elkaar staan. Er is op dit moment nog teveel onduidelijk om een warmtenet met behulp van ondiepe geothermie in deze wijk als voorkeursoplossing aan te wijzen. Wel willen we gelet op de voordelen van een dergelijk warmtenet de optie in deze wijk hiervoor open houden

Concept

§ 6.3 Warmtenet met (zeer) lagetemperatuurbron Bij een (kleinschalig) warmtenet met een (zeer) lage temperatuur bron wordt er warmte van tot maximaal 50 graden (in de praktijk vaak rond de 30 graden) geleverd aan een afleverset en waar nodig elektrisch opgewaardeerd dicht bij de afnemer. Bij losse woningen wordt er individueel opgewaardeerd, en voor appartementen of kantoren is er de mogelijkheid dit collectief te doen. Hoeveel er opgewaardeerd moet worden hangt af van de isolatie en verwarmingsinstallatie in het gebouw. Nadat de warmte in de woning is gebruikt, gaat het koelere water weer het warmtenet in om ergens anders gebruikt te worden voor koeling of om opnieuw verwarmd te worden. Bedrijven als datacenters en supermarkten kunnen ook aansluiten op dit type warmtenet, en warmte en koude aan het net leveren. De overtollige warmte of koude kan opgeslagen worden in een seizoensopslag, bijvoorbeeld een warmte-koudeopslag (WKO) systeem om de efficiëntie van het systeem te verhogen. Om te kunnen koelen met een (Z)LT net moet er in gebouwen wel een leidingnetwerk aanwezig zijn in de vloeren. Warmte uit stromend water, vaak aquathermie of Thermische Energie uit Oppervlaktewater (TEO) genoemd is een mogelijke bron van warmte voor een warmtenet. In de winter is het stromende water vaak warmer dan de buitenlucht.

Dit verschil kan door een warmtewisselaar benut worden als voedingsbron voor een warmtenet. Het vermogen wordt bepaald door de sterkte van de stroming en het temperatuurverschil tussen het water en de buitenlucht. In Gemeente Raalte zijn delen van het Overijssels kanaal mogelijk geschikt als warmtebron om huizen mee te verwarmen. Het is ook mogelijk om warmte uit een rioolwaterzuiveringsinstallatie (RWZI) te gebruiken in een warmtenet. Het schone, net gezuiverde water heeft een hogere temperatuur dan de buitenlucht of normaal leidingwater, vaak tussen de 30 en de 50 graden Celsius. Door middel van een warmtewisselaar kan deze warmte benut worden om woningen of bedrijven te verwarmen. In Raalte wordt restwarmte van de RWZI aan de noordwestelijke zijde van het dorp al gebruikt om het zwembad Tijenraan van warmte te voorzien. Dit kan mogelijk uitgebreid worden naar woningen in het dorp, of gecombineerd worden met warmte van het aanliggende zonnepark om een hele wijk te voorzien. RWZI Heino kan mogelijk ook benut worden om woningen te verwarmen. De overtollige warmte van dit soort installaties in de zomer wordt vaak in de bodem opgeslagen in een WKO-systeem om gebruikt te worden in de winter.

In de meeste wijken in Raalte is deze optie niet als voorkeursvariant opgenomen, ondanks dat deze variant goed scoort op Eindgebruikerskosten en Nationale meerkosten in de startanalyse van het Planbureau voor de Leefomgeving. De voornaamste reden hiervoor is het provinciaal verbod om dieper dan 50 meter te boren in Raalte. Dit verbod dient om de drinkwatervoorziening te beschermen. Met minder diepe boringen kan er minder gebruik gemaakt worden van bodemwarmte, waardoor voor de uitrol van een groter (Z)LT net meerdere boringen moeten worden gedaan. Dit maakt de kosten voor een (Z)LT warmtenet naar verwachting op voorhand al 15% duurder dan uit de analyses over nationale meerkosten en eindgebruikerskosten blijkt. Daarnaast is er voor de meerdere boringen ook meer bovengrondse ruimte nodig. Ook blijkt uit de startanalyse dat in veel gevallen maar een beperkt aantal woningen kan worden aangesloten. Gelet op deze beperking zien wij dit alternatief niet als voorkeursoplossing. Echter, een dergelijk warmtenet kan wel voordelen hebben ten opzichte van een individuele elektrische warmtepomp, bijvoorbeeld door minder geluidsoverlast, een langere levensduur en de mogelijkheid om huizen te koelen. Daarom sluiten we deze optie niet op voorhand uit.

Indien inwoners of lokale energiecoöperaties een initiatief voor een kleinschalig (Z)LT warmtenet willen onderzoeken zullen wij als gemeente bekijken of en hoe we dit kunnen faciliteren. Ook zullen wij de komende jaren voor een aantal locaties onderzoeken of een dergelijk warmtenet een oplossing biedt. Voor de wijken waar we dit gaan onderzoeken is dit omschreven in het hoofdstuk voor de betreffende wijk.

65

Concept

(van 23-4-2026 13:54) (Online)

§ 6.4 Klimaatneutrale gassen als tussenstap naar aardgasvrij

Concept

Bij deze warmteoplossing wordt gebruik gemaakt van een elektrische warmtepomp in combinatie met een cv-ketel, ook wel hybride warmtepomp genoemd. Deze variant is aardgasvrij op het moment dat de cv-ketel klimaatneutraal gas gebruikt. In de woning wordt een hybride warmtepomp geplaatst, die warmte levert tot het gewenste temperatuurniveau voor ruimteverwarming en warm tapwater. De standaardradiatoren hoeven niet te worden aangepast. Als er gebruik gemaakt wordt van waterstof zijn aanpassingen nodig aan de gebouwinstallaties en de gasinfrastructuur. De woning dient geïsoleerd te worden tot Schillabel D. In vrijwel alle wijken is dit de goedkoopste variant bezien vanuit Nationale meerkosten. Dit heeft er onder meer mee te maken dat er gebruik gemaakt kan worden van bestaande gasleidingen en er relatief weinig geïnvesteerd hoeft te worden in netverzwaring en isolatiemaatregelen. Echter, wat we nu weten is dat er maar zeer beperkt klimaatneutraal gas beschikbaar zal zijn voor het verwarmen van woningen. Vanuit het Rijk is bepaald dat klimaatneutraal gas met name gebruikt zal worden voor het verduurzamen van moeilijk te verduurzamen sectoren, zoals de zware industrie. Daarnaast kan klimaatneutraal gas mogelijk gebruikt worden voor het verduurzamen van zwaar transport. Naar verwachting blijft er dan onvoldoende over om woningen aan te sluiten op klimaatneutraal gas.

Als hier al sprake van is komen eerst de historische binnensteden in aanmerking. Gelet op de beperkte beschikbaarheid van klimaatneutraal gas, is de kans erg groot dat de prijs zodanig hoog is dat het onwenselijk is hier individuele woningen mee te verwarmen. Gelet op deze onzekerheden rondom klimaatneutraal gas wijzen we deze warmteoplossing niet aan als voorkeursoplossing. Deze warmteoplossing kan voor woningen in deze wijk echter wel heel geschikt zijn als tussenstap naar een aardgasvrije woning. Dit geldt bijvoorbeeld voor woningen waar de eindoplossing nog onduidelijk is, bijvoorbeeld voor de woningen in de centrumwijken van Raalte of voor woningen die erg moeilijk te isoleren zijn naar schillabel B, zoals in het buitengebied. Voor deze woningen kan het financieel interessant zijn om eerst een hybride warmtepomp te plaatsen alvorens over te stappen naar een volledig gasvrije oplossing. Met een hybride warmtepomp kan ongeveer 60% tot 70% bespaard worden op het aardgasverbruik benodigd voor de verwarming van de woning. Dit draagt bij aan vermindering van de CO2-uitstoot en kan bovendien al een flinke besparing opleveren in de portemonnee. Indien u overweegt een hybride warmtepomp te plaatsen adviseren wij altijd eerst contact op te nemen met één van onze onafhankelijke energieadviseurs.

De energieadviseur kan berekenen of het voor uw woning verstandig is om een tussenstap te maken met een hybride warmtepomp danwel direct over te stappen naar een volledig elektrische warmtepomp. Dit is namelijk afhankelijk van de specifieke staat van uw woning. Vraag een gratis maatwerkadvies aan.

Hoofdstuk 7 Kosten aardgasvrij § 7.1 Inleiding In dit hoofdstuk zijn voor de meest voorkomende type woningen in Raalte de kosten weergegeven van het aardgasvrij maken.

§ 7.2 Toelichting en disclaimer Kostenoverzicht Maatregelenpakket Goede Isolatie en Elektrische Warmtepomp Alle woningen in de regio zijn in het onderzoek Energiezuinig en Comfortabel Wonen (EENCW) in samenwerking tussen gemeentes Dalfsen, Kampen, Raalte, Staphorst, Steenwijkerland, Zwartewaterland en Hardenberg verdeeld in 12 soorten huis op type en bouwjaar. Vervolgens is voor alle 12 types woning een overzicht opgesteld van mogelijke isolatiemaatregelen, afgestemd op de woning inclusief prijsinschatting. Lees op eencw.nl wat deze maatregelen precies inhouden voor uw woning. In de berekening voor de totale kosten om van het gas af te gaan zijn de maatregelenpakketten en de bijbehorende kosten meegenomen in het overzicht. Als u in het verleden al iets heeft gedaan aan uw huis, kunnen deze kosten lager uitvallen. Als u besluit uw huis verder te verduurzamen dan Schillabel B, kunnen de kosten hoger uitvallen. Hier staat wel een hogere besparing op uw energierekening tegen over. De gemiddelde prijs van aanschaf en installatie van een warmtepomp en de subsidie daarop is een landelijk gemiddelde opgegeven door Milieu Centraal voor een warmtepomp met energielabel A+++ en een vermogen van 8kW, geschikt voor de meeste woningen.

Voor u een warmtepomp aanschaft, kijk goed op het overzicht van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland of uw pomp in aanmerking komt voor subsidie en hoeveel. De energieprijzen zijn gebaseerd op het gemiddelde verbruik van het opgegeven type woning in gemeente Raalte, berekend met de gemiddelde energieprijzen van 2025. De verwachtte energierekening na uitvoering van de maatregelen is gebaseerd op het verwachtte verbruik van het opgegeven type woning in gemeente

66

Concept

(van 23-4-2026 13:54) (Online)

Raalte volgens een berekening van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL). Dit kan hoger of lager uitvallen afhankelijk van uw energieverbruik en de staat van uw woning. Ook is de mogelijke aanwezigheid van zonnepanelen niet meegenomen in de stroomprijs. Hierdoor kan de besparing mogelijk nog gunstiger voor u uitvallen als u wel zonnepanelen op uw dak heeft. De kosten in het overzicht zijn slechts een inschatting gebaseerd op gemiddelden. Mogelijk komt u ook in aanmerking voor aanvullende subsidies via de gemeente. Een dergelijk overzicht is alleen mogelijk voor individueel elektrische warmtepompen als warmteoplossing omdat de overige oplossingen te veel onzekerheden en variatie in Eindgebruikerskosten met zich meebrengen om een nuttig overzicht te kunnen maken. Vraag voor een indicatie en advies dat bij uw woning past een gratis advies aan van een van onze energieadviseurs. Vraag een gratis maatwerkadvies aan.

Concept

§ 7.3 Hoek- of twee-onder-een-kapwoning voor 1946

67

Concept

(van 23-4-2026 13:54) (Online)

Concept

§ 7.4 Hoek- of twee-onder-één-kapwoning 1946-1974

68

§ 7.5 Hoek- of twee-onder-één kapwoning 1975-1991

Concept

(van 23-4-2026 13:54) (Online)

Concept

§ 7.6 Hoek- of twee-onder-één kapwoning vanaf 1992

69

§ 7.7 Rijwoning voor 1946

Concept

(van 23-4-2026 13:54) (Online)

Concept

§ 7.8 Rijwoning 1946-1974

70

§ 7.9 Rijwoning 1975-1991

Concept

(van 23-4-2026 13:54) (Online)

Concept

§ 7.10 Rijwoning vanaf 1992

71

§ 7.11 Vrijstaande woning voor 1946

Concept

(van 23-4-2026 13:54) (Online)

Concept

§ 7.12 Vrijstaande woning 1946-1974

72

§ 7.13 Vrijstaande woning 1975-1991

Concept

(van 23-4-2026 13:54) (Online)

Concept

§ 7.14 Vrijstaande woning vanaf 1992

Hoofdstuk 8 Participatie § 8.1 Omgevingsvisie Het warmteprogramma is een programma in de zin van de Omgevingswet. Het vormt daarmee een uitwerking van wat we hebben opgenomen in onze gemeentelijke Omgevingsvisie. In de Omgevingsvisie ‘Raalte Horizon 2040’ is omschreven hoe we samenwerken met onze inwoners. In de Omgevingsvisie zijn verschillende rollen omschreven die de gemeente aan kan nemen. In het kader van het opstellen van het warmteprogramma en de uitvoering hiervan zien wij voor onszelf zowel een formele als een informele rol. Formeel waar het gaat om het opstellen van het warmteprogramma. Deze wordt immers vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders en er wordt instemming gevraagd aan de gemeenteraad. Voor de uitvoering van het warmteprogramma zien wij voor onszelf een informele rol. We willen nadrukkelijk fungeren als aanjager en facilitator. Op basis van de gegevens die wij hebben schetsen we de mogelijkheden per wijk om van het aardgas af te gaan met daarbij een tijdspad. We communiceren dit actief met onze inwoners. In dit warmteprogramma dwingen we echter niets af. We gaan met inwoners en andere partners in gesprek om plannen te maken die leiden tot het zetten van stappen richting een aardgasvrije gemeente. Op deze manier jagen we de warmtetransitie aan en faciliteren we ontwikkelingen van onderop zo veel als mogelijk.

In de Omgevingsvisie staan een aantal waarden omschreven die uitgangspunt vormen voor het handelen van de gemeente: betrouwbaar, verbindend, oplossingsgericht en slim. Deze waarden krijgen vorm in het warmteprogramma zelf, maar ook in de uitvoering. Zo communiceren we in het warmteprogramma open en transparant over welke warmteoplossingen we waar zien en waarom. Daarbij geven we ook eerlijk aan wanneer in een wijk de warmteoplossing nog niet duidelijk is. Ook schetsen we in het warmteprogramma hoe we inwoners betrekken bij de uitvoering van het warmteprogramma. Op deze manier zijn we een betrouwbare partner in de warmtetransitie. Bij het opstellen van het warmteprogramma hebben we onze partners betrokken en inwoners. We hebben aan hen onze ideeën voorgelegd en zo veel mogelijk hun opmerkingen verwerkt. Voor de uitvoering van het warmteprogramma trekken we samen op met onze inwoners. Per wijk hebben wij omschreven wat inwoners hierin van ons kunnen verwachten en wanneer. Op deze manier gaan we verbindend te werk. Het samen optrekken met inwoners in de warmtetransitie is van groot belang, omdat op deze manier helder wordt wat obstakels zijn voor inwoners om te verduurzamen, bij welke initiatieven we aan kunnen sluiten en welke mooie voorbeelden gevolgd kunnen worden. Dit is noodzakelijk om op een slimme manier te werken naar oplossingen.

73

Concept

(van 23-4-2026 13:54) (Online)

§ 8.2 Hoe hebben onze partners meegedacht? Bij het schrijven van dit warmteprogramma hebben we bij een groot aantal partners input opgehaald. We hebben met netbeheerder Enexis het warmteprogramma afgestemd, met name vanwege de vraag of er voldoende capaciteit is op het elektriciteitsnet voor de stappen die we willen zetten in de verschillende wijken om van het aardgas af te gaan.

Concept

De provincie Overijssel en het waterschap Drents Overijsselse Delta hebben we geïnformeerd over ons warmteprogramma en hen gevraagd om mee te denken met een aantal specifieke onderwerpen. Voor de provincie ging dit met name om de provinciale boorbeperking waardoor gebruik van de bodem voor warmte zeer beperkt is. Met het waterschap hebben we specifiek overleg gehad over de inzet van de rioolwaterzuiveringsinstallaties als bron voor een mogelijk warmtenet. Daarnaast heeft er overleg plaatsgevonden met woningbouwcoöperatie Salland Wonen. Enerzijds om van hen te horen hoe zij omgaan met het verduurzamen van hun woningvoorraad, anderzijds om met hen te delen welke warmteoplossingen wij zien in de wijken waar de coöperatie woningen bezit. De uitvoering van het warmteprogramma zal in nauwe samenwerking met de woningbouwcoöperatie plaatsvinden. Ook hebben we met onze energiecoöperaties gesproken. Met name om bij hen op te halen hoe zij aankijken tegen de warmtetransitie, wat zij hierin doen en hoe wij elkaar kunnen versterken. Waar relevant hebben wij in de wijkplannen aangegeven hoe wij in het vervolg de samenwerking met hen oppakken. Tenslotte hebben we nog met VNO-NCW gesproken over de kansen en obstakels voor bedrijven in het kader van de warmtetransitie en met WIJZ Welzijn over wat met name voor onze kwetsbare inwoners belangrijk is in de warmtetransitie.

Na het vaststellen van het ontwerp van het warmteprogramma zijn alle bovenstaande partners nogmaals geïnformeerd en hebben zij de mogelijkheid gekregen om een reactie te geven. DIT VINDT PLAATS NA VASTSTELLING ONTWERP

§ 8.3 Hoe hebben onze inwoners meegedacht? Bij het opstellen van de Warmtevisie 2021 heeft er een uitgebreide inwonerconsultatie plaatsgevonden. Hierin is gevraagd aan gebouweigenaren wat zij belangrijk vinden wanneer hun woning/gebouw van het aardgas afgaat. 450 inwoners en 83 gebouweigenaren hebben deelgenomen aan deze consultatie. De consultatie heeft veel inzicht gegeven in de zorgen, kansen en ideeën die leven in de samenleving. De uitkomsten hebben geleid tot de uitgangspunten voor de warmtetransitie. Bij het opstellen van dit warmteprogramma zijn wij er van uitgegaan dat de uitkomsten van de consulatie nog steeds actueel zijn en daarmee ook de uitgangspunten die wij hebben geformuleerd. Daarom maken deze uitgangspunten ook deel uit van de uitgangspunten die zijn vastgesteld voor dit warmteprogramma. VINDT PLAATS NA VASTSTELLING ONTWERP: Na het vaststellen van het ontwerp van dit warmteprogramma zijn alle inwoners geïnformeerd via het Weekblad voor Salland en via social media. Daarnaast hebben er informatiebijeenkomsten plaatsgevonden waar inwoners zich hebben kunnen laten informeren, vragen hebben kunnen stellen en input hebben kunnen leveren. Ook hebben wij onze plaatselijke belangen, als vertegenwoordigers van de inwoners van de verschillende kernen geïnformeerd over het ontwerp en hen uitgenodigd een reactie te geven.

De belangrijkste punten die uit bovenstaande participatietraject naar voren kwamen waren NOG IN TE VULLLEN. Dit heeft er toe geleid dat wij het warmteprogramma hebben aangepast, met name voor wat betreft NOG IN TE VULLEN. Uitgebreid verslag van wat er naar voren is gebracht en hoe dit is verwerkt in het Warmteprogramma is terug te vinden in de nota van zienswijzen. WORDT TOEGEVOEGD TER VOORBEREIDING OP VASTSTELLEN DEFINITIEF WARMTEPROGRAMMA

§ 8.4 Hoe betrekken we inwoners bij de uitvoering? In hoofdstuk 5 hebben we alle wijken omschreven. Hierbij hebben we gekeken naar de kenmerken van de wijk, welk alternatief voor aardgas we zien in de betreffende wijk en welke stappen we de komende jaren willen zetten in het verduurzamen van de woningen in de betreffende wijk. De manier waarop we inwoners hierbij betrekken is per wijk verschillend en is onder meer afhankelijk van de voorziene warmteoplossing en de te nemen stappen. Zo zal in een aantal wijken al op korte termijn een werkgroep gevormd worden met als doel om actief mee te denken in het aardgasvrij maken van de wijk. Dit geldt met name

74

Concept

(van 23-4-2026 13:54) (Online)

Concept

voor de wijken waarvan duidelijk is wat het alternatief voor aardgas zal zijn en waar we op relatief korte termijn verwachten stappen te kunnen zetten naar het daadwerkelijk van het aardgas afgaan. In andere wijken zal de nadruk in eerste instantie veel meer liggen op het informeren van inwoners over de beschikbare isolatiesubsidies en zal pas in een later stadium een werkgroep gevormd worden. In de tabel hieronder zijn de belangrijkste participatievormen opgenomen met daarbij in welke wijken we welke vorm toepassen. participatievorm

Wijken

betrokkenheid

Gerichte communicatiecampagne isolatie (informatiebijeenkomsten, brieven, deur aan deur acties).

Laag Zuthem, De Kampen, Heino Centrum, Heino Zuid, Luttenberg, Mariënheem, Lierderholthuis, Het Raan, Blekkerhoek, Drostenkamp, Raalte Centrum, De Enk, Langkamp, Westdorp, Olykampen, Hartkamp, Vloedkampen, Broekland, Heeten, Nieuw Heeten, Buitengebied.

Informeren.

Werkgroep formeren met vertegenwoordiging met inwoners, plaatselijk belang en energiecoöperatie om gezamenlijk opgave in beeld te brengen, obstakels te identificeren en plan van aanpak te maken, vanaf 2026

Laag Zuthem, Lierderholthuis, Kiezebos, Luttenberg, Mariënheem, Franciscushof, Het Overstigt, Salland, Broekland, Nieuw Heeten,

Raadplegen en coproduceren.

Onderzoek haalbaarheid (kleinschalig) warmtenet en/of beschikbaarheid restwarmte met lokale partner(s).

Heeten, Lierderholthuis, De Enk, De Zegge en de Hees, Tijenraan, Drostenkamp, Blekkerhoek,

Coproduceren.

Werkgroep formeren met vertegenwoordiging inwoners, plaatselijk belang en energiecoöperatie om gezamenlijke opgave in beeld te brengen, obstakels te identificeren en plan van aanpak te maken, vanaf 2031

De Kampen, Heino Centrum, Heino Zuid, Het Raan, Drostenkamp, Blekkerhoek, Raalte Centrum, De Enk, Langkamp, Westdorp, Olykampen, Hartkamp, Vloedkampen, Heeten, Buitengebied

Raadplegen en coproduceren.

Werkgroep formeren met ondernemers/ondernemersverenigingen om gezamenlijke opgave in beeld te brengen, obstakels te identificeren en plan van aanpak te maken.

Blankenfoort, Raalte Centrum, Heino Centrum, De Zegge en De Hees,

Raadplegen en coproduceren.

Hoofdstuk 9 Milieu impact § 9.1 Juridisch kader Onder de Omgevingswet kan het verplicht zijn voor gemeenten om een milieueffectrapportage (planmer) uit te voeren voor het warmteprogramma. We spreken dan van de zogenaamde mer-plicht. In een plan-mer worden de verwachte milieueffecten van een plan onderzocht. Het doel van een plan-mer is om het milieubelang een volwaardige plaats te geven in de plan- en besluitvorming.

Wettelijk kader Dit hoofdstuk beschrijft de juridische grondslag van een mer en van een mer-beoordeling. Dit is vastgelegd in artikel 16.36 van de Omgevingswet. Dit artikel is opgenomen in bijlage I.

Mer-plicht Met de inwerkingtreding van de Wgiw wordt het warmteprogramma een verplicht programma onder de Omgevingswet. Programma’s onder de Omgevingswet zijn mer-plichtig als: • het programma een kader vormt voor besluiten voor mer-(beoordelings)plichtige projecten (Omgevingswet artikel 16.36); of • een passende beoordeling moet worden opgesteld om de gevolgen voor Natura 2000-gebieden inzichtelijk te maken (Omgevingswet artikel 16.36). Hieronder wordt toegelicht wat dit betekent.

Toelichting begrip ‘kaderstellend’ De Omgevingswet en aanverwante regelingen geven geen duidelijk antwoord op de vraag wat kaderstellend is. Volgens de handreiking mer in de warmtetransitie van de NPLW is er sprake van kaderstellende uitspraken als er richting wordt gegeven aan, of als er keuze wordt gemaakt voor toekomstige projecten.

75

Concept

(van 23-4-2026 13:54) (Online)

Deze richting of keuze moet voldoende gedetailleerd zijn en de toon zetten voor een later besluit van het bevoegd gezag, bijvoorbeeld door: • een locatiekeuze (of het opnemen van criteria voor een locatiekeuze); • tijdspaden of faseringen vast te leggen; • de omgang van maatregelen te begrenzen; • de wijze van uitvoering te beschrijven.

Jurisprudentie over kaderstellend

Concept

Volgens jurisprudentie (het Nevele-arrest) is sprake van het vormen van een kader als in het programma ‘een groot pakket criteria en modaliteiten voor de goedkeuring en de uitvoering van één of meerdere projecten die aanzienlijke gevolgen voor het milieu kunnen hebben’ worden vastgesteld (punt 67 Nevele-arrest[1]). Hierbij gaat het om de kwaliteit en betekenis van deze criteria en modaliteiten, niet om het aantal (punt 70 Nevele-arrest). Daarnaast hoeft het kader niet volledig te zijn, maar voldoende bepalend voor de voorwaarden waaronder vergunningen worden verleend (punt 72 Nevele-arrest). Puur indicatieve plannen gelden niet als kaderstellend (punt 76 Nevele-arrest). De verwachting is dat ook bij het opnemen van slechts enkele concrete maatregelen in een warmteprogramma al snel sprake is van kaderstelling.

Mer-(beoordelings)plichtige projecten - bijlage V omgevingsbesluit Als het warmteprogramma kaders stelt voor mer-(beoordelings)plichtige projecten geldt een plan-merplicht. Alle mer-(beoordelings)plichtige projecten zijn vermeld in bijlage V van het Omgevingsbesluit. De volgende projecten die mogelijk terugkomen in een warmteprogramma zijn vermeld in bijlage V van het omgevingsbesluit (zie bijlage II van deze notitie): • B4 Geothermische boring; • C1 Thermische centrales en andere verbrandingsinstallaties voor de productie van elektriciteit, stoom of warm water; • J9 Buisleiding voor warmtetransport; • K1 Onttrekken/aanvullen van grondwater (dit is nodig voor een warmtekoude-opslag); • L2 Installaties voor de verwijdering van niet-gevaarlijke afvalstoffen.

Passende beoordeling Natura 2000 Als een warmteprogramma niet als kaderstellend geldt voor projecten die onder de mer-(beoordelings)plicht vallen, kan alsnog een plan-mer-plicht van toepassing zijn wanneer een ‘passende beoordeling’ vereist is (artikel 16.36, tweede lid Omgevingswet). Deze beoordeling kijkt naar de gevolgen van een plan of programma voor Natura 2000-gebieden. Een passende beoordeling is vereist als significante negatieve milieueffecten op Natura 2000-gebieden niet op voorhand uitgesloten kunnen worden. Dit is bijvoorbeeld van toepassing als een activiteit leidt tot een significante toename van stikstofdepositie op een nabijgelegen Natura 2000-gebied. Artikel 16.36 is te vinden in bijlage I van deze notitie.

Kleine wijzigingen ten opzichte van een bestaand plan of programma Een warmteprogramma is niet mer-plichtig als het slechts een kleine wijziging betreft van een eerder vastgesteld plan of programma. In dat geval volstaat de gemeente met een mer-beoordeling (hoofdstuk 2.2). Voor dit warmteprogramma geldt dat het voortborduurt op de lessen uit de Warmtevisie Raalte, maar dat het wel als een nieuw programma wordt vastgesteld. Het is een actualisatie van de Warmtevisie, maar dit gaat verder dan een kleine wijziging. De uitzondering van de kleine wijziging is hier dus niet van toepassing.

Mer-beoordelingsplicht Naast de plan-mer bestaat de plan-mer-beoordeling, een lichtere procedure waarbij het bevoegd gezag beoordeelt of het aannemelijk is dat een plan of project aanzienlijke milieueffecten kan veroorzaken. Als uit deze beoordeling blijkt dat aanzienlijke milieueffecten te verwachten zijn, moet alsnog de volledige plan-mer-procedure worden doorlopen. Als het warmteprogramma kaders stelt voor mer-(beoordelings)plichtige projecten uit bijlage V van het Omgevingsbesluit (bijlage II bij dit document) geldt altijd een mer-plicht. Als een warmteprogramma kaders stelt voor projecten die niet in bijlage V van het Omgevingsbesluit staan, bestaat een verplichting

[1]

76

Noot tekst

Concept

(van 23-4-2026 13:54) (Online)

tot het uitvoeren van een mer-beoordeling als het aannemelijk is dat grote milieueffecten kunnen optreden (artikel 16.36, vierde en vijfde lid Omgevingswet).

§ 9.2 Milieueffecten Beoordeling mer-plicht Warmteprogramma Raalte

Concept

Op basis van de juridische toetsing aan de Omgevingswet en het Omgevingsbesluit kan worden geconcludeerd dat het ontwerp-warmteprogramma van de gemeente Raalte op dit moment niet plan-merplichtig is. De onderbouwing hiervoor steunt op de volgende 3 pijlers: 1. Geen kaderstelling voor m.e.r.-plichtige projecten Hoewel het programma warmteoplossingen noemt die in potentie m.e.r.-plichtig zijn (zoals ondiepe geothermie en warmtenetten), worden er in dit stadium geen definitieve keuzes gemaakt. Het programma identificeert zoekgebieden en onderzoeksrichtingen, maar stelt geen harde criteria of locaties vast. Hierdoor is het programma niet kaderstellend voor projecten uit Bijlage V van het Omgevingsbesluit. 1. Geen noodzaak tot het uitvoeren van een passende beoordeling Hoewel Raalte met het Boetelerveld en nabijgelegen gebieden zoals de Sallandse Heuvelrug te maken heeft met kwetsbare natuur, bevat het huidige ontwerp-warmteprogramma geen concrete activiteiten die op voorhand significante negatieve effecten kunnen hebben: • in deze fase is het programma te abstract om een betrouwbare berekening uit te voeren; • daarnaast biedt de inzet van mitigerende maatregelen, zoals het voorschrijven van emissieloos (elektrisch) materieel bij toekomstige werkzaamheden, een handelingsperspectief om significante effecten in een later stadium te voorkomen.

Op dit moment kan een passende beoordeling daarom achterwege blijven, mits bij verdere concretisering per wijk een ecologische toets plaatsvindt. Dit kan bijvoorbeeld op het moment dat een wijkuitvoeringsplan wordt opgesteld of bij een herziening het warmteprogramma wel kaderstellend is. 1. Geen plan-mer-beoordelingsplicht Er is tevens geen sprake van een plan-mer-beoordelingsplicht. Hoewel de cumulatie van individuele maatregelen (zoals geluid van warmtepompen, circulariteit en ruimtelijke kwaliteit) een milieueffect is, stelt dit programma geen dwingende kaders of een aanwijsbevoegdheid vast die de inzet hiervan verplicht. Het programma behoudt een indicatief en adviserend karakter.

Conclusie Op basis van de ontvangen informatie is het ontwerp-warmteprogramma van Raalte niet plan-merplichtig, aangezien het programma niet kaderstellend is en er op dit moment geen noodzaak is voor het uitvoeren van een passende beoordeling. Er is ook geen sprake van een plan-mer-beoordelingsplicht, nu het ontwerp-warmteprogramma niet kaderstellend is voor andere projecten die aanzienlijke milieueffecten kunnen hebben. Mocht de gemeente de beschreven aanpak in het ontwerp-warmteprogramma per wijk gaan concretiseren. Bijvoorbeeld bij de uitwerking van wijkuitvoeringsplannen of herziening van het warmteprogramma, waarbij wel concrete keuzes worden gemaakt over of richting wordt gegeven aan mer-(beoordelings)plichtige projecten, dan kan daar ook een mer-(beoordelings)plicht voor ontstaan. Het is goed om hier rekening mee te houden in de vervolgstappen.

Hoofdstuk 10 Monitoring en evaluatie Zijn we goed op weg om in 2050 de hele gemeente aardgasvrij te maken? Om deze vraag te kunnen beantwoorden, en om te zorgen dat we niet voor onprettige verassingen komen te staan, blijven we het warmteprogramma monitoren. Dit doen we onder andere door het warmteprogramma elke 5 jaar na de vaststelling opnieuw te ijken. In de tijdlijnen van de wijken is ook het (her)overwegen van de aanwijsplicht opgenomen voor wijken waar dit kan bijdragen aan een beter verloop van de aanpak. De gemeente wil, in samenwerking met de partners, lerend zijn in de warmtetransitie. Onze aanpak zal regelmatig tussentijds geëvalueerd worden en aangepast worden waar nodig. Om de voortgang van de opgave in Raalte bij te houden, zullen een aantal indicatoren worden bijgehouden. Een overzicht van deze indicatoren staat in de tabel hieronder.

77

Concept

(van 23-4-2026 13:54) (Online)

Concept

Indicator

Uitwerking

Frequentie

Bron

Aandeel hoofdverwarmingsinstallatie

Percentages per buurt. Welk deel van de woningen wordt verwarmd met een cv-ketel, warmtepomp of andere manier.

Jaarlijks

CBS Hoofdverwarmingsinstallatie

Betaalbaarheid van de voorziene oplossingen

Actualisatie van de inschattingen voor de kosten van de installatie en de effecten op de energierekening

Incidenteel, bij grote marktontwikkelingen

Gemeentelijk onderzoek

Gasverbruik

Gasverbruik van buurten. Daalt het gasverbruik evenredig met de verwachtingen die horen bij de ontwikkelingen in isolatie en vervanging van installaties?

Jaarlijks

CBS Gasverbruik op buurtniveau

Belasting op het elektriciteitsnet

Past de capaciteit van het elektriciteitsnet nog bij de voorziene oplossingen? Zorgt de huidige planning voor extra druk of misschien zelfs overbelasting?

Jaarlijks

Netbeheerder

Aantal aardgasvrije gebouwen

Het aantal gebouwen die volledig aardgasvrij zijn.

Jaarlijks

Netbeheerder

De uitkomsten van de monitoring zullen jaarlijks meegenomen worden in de evaluatie van de voortgang van de uitvoering van het warmteprogramma. Ook zal dit centraal staan in het proces van de 5-jaarlijkse herijking. Als de uitkomsten van de monitoring en evaluaties hier aanleiding toe geven, zullen deze ook besproken worden met de partners en werkgroepen in de buurten. Als dit leidt tot wijzigingen in het warmteprogramma, zullen deze bij de 5-jaarlijks herijking van het warmteprogramma ter besluitvorming aan het college worden voorgelegd. Naast bovenstaande monitoring op basis van openbaar beschikbare data, willen we middels verschillende methoden aanvullende informatie verzamelen specifiek gericht op het isolatieniveau van de woningen. Er is openbare informatie over energielabels van woningen, maar deze informatie biedt onvoldoende inzicht in het isolatieniveau van de woningen. Zo leidt het hebben van zonnepanelen tot een beter energielabel, terwijl dit niets zegt over het isolatieniveau. Daarnaast hebben veel woningen überhaupt geen energielabel. Om deze informatie te verkrijgen zullen we dit expliciet uit moeten vragen bij onze inwoners, bijvoorbeeld door een enquête en/of deur-aan-deur acties. Dit zou gecombineerd kunnen worden met onze isolatieaanpak.

Hoofdstuk 11 Begroting Om daadwerkelijk onze regierol te kunnen pakken en samen met onze inwoners de voorgestelde stappen te kunnen zetten is het van belang dat er voldoende capaciteit beschikbaar is. Hieronder is op hoofdlijnen inzichtelijk gemaakt welke werkzaamheden de gemeente op basis van de tijdlijnen op zal pakken de komende 5 jaar en is een inschatting gemaakt hoeveel capaciteit daarvoor benodigd is. Om de voortgang te bewaken van de verschillende sporen is het van belang dat er een projectleider is. De projectleider stuurt de volgende actielijnen aan: • Opzetten en coördineren van werkgroepen per wijk, waar dit relevant is. • Ondersteuning aan bedrijven bij het verduurzamen van hun panden. • Voortgang isolatieregeling monitoren en gerichte communicatiecampagne opzetten en uitvoeren. • Ondersteuning bij collectieve inkoop van materialen en warmtepompen waar gewenst. • Aanvullende gegevens verzamelen en monitoring opzetten. • Ondersteuning lokale initiatieven voor warmtenetten. • Vervolgonderzoek naar mogelijk beschikbare bronnen initiëren. Om uitvoering aan de actielijnen te kunnen geven is extra capaciteit benodigd, met name om de wijkaanpakken en de isolatieopgave te coördineren, een aanpak op te zetten met de ondernemers en lokale initiatieven te ondersteunen. Daarnaast is er capaciteit benodigd voor algemene projectondersteuning en communicatie.

Bovendien is er ook capaciteit nodig om meer gegevens te verzamelen en te monitoren op de voortgang. Voor een deel van deze werkzaamheden binnen de warmtetransitie is al capaciteit beschikbaar, zo'n 1,8 FTE, waarmee een bedrag van €244.000,- is gemoeid. Om uitvoering te kunnen geven aan alle actielijnen

78

Concept

(van 23-4-2026 13:54) (Online)

is hierop aanvullend nog ongeveer 3,3 FTE extra nodig, €406.000. In totaal is de benodigde inzet ongeveer 5,1 FTE. De totale kosten hiervan bedragen €650.000 euro per jaar. In aanvulling hierop is ook budget benodigd om de energievakmannen in te huren voor het geven van maatwerkadviezen aan woningeigenaren. De kosten hiervan worden geraamd op €45.000 euro per jaar. In totaal ramen wij de kosten voor het uitvoeren van het warmteprogramma en daarmee met het vormgeven van de warmtetransitie op €695.000,- per jaar voor de periode tot en met 2030.

Concept

Deze kosten kunnen gedekt worden uit de CDOKE middelen (tijdelijke regeling decentrale overheden voor klimaat- en energiebeleid). In 2025 was de hoogte van de standaard uitkering CDOKE € 1.211.709 (basisfinanciering). Volgens de VNG mag dit bedrag als minimum uitkeringsbedrag worden genomen voor de jaren 2026 t/m 2030.

79

AEF rapport CDOKE-middelen Om op Rijksniveau de hoogte van de CDOKE vast te stellen is een rapport opgesteld door Andersson Elffers Felix met daarin, tot enig detail, de taken die bij gemeenten terecht zijn gekomen als gevolg van het klimaatakkoord. De inzet per taak is gegeven voor gemeenten van verschillend formaat. Raalte valt in de categorie ‘kleine gemeenten’ door een inwoneraantal van net geen 40.000. Door dit rapport onder de loep te nemen kan worden berekend hoeveel inzet dit rapport verwacht voor een gemeente als Raalte op de warmtetransitie. Op die manier kan een korte controle worden gedaan op de inschatting van benodigde capaciteit voor uitvoering van het warmteprogramma. Die inschatting komt neer op 5,07 FTE plus de inzet van de energievakmannen. De kosten voor de vakmannen komen uit op €45.000 wat neerkomt op ~0,4 FTE. Totale inzet in Raalte op de warmtetransitie wordt daarmee geschat op ~5,5 FTE. Dit komt overeen met de geschatte totale inzet op de warmtetransitie in het laatste rapport van AEF.

Concept

(van 23-4-2026 13:54) (Online)

Bijlage A Begrippen

Concept

Begrippen

80

Concept

(van 23-4-2026 13:54) (Online)

Bijlage B Locatie referenties

Concept

Locatie referenties

81

Concept

(van 23-4-2026 13:54) (Online)

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Raalte&id=79571e0e-9434-4195-bbdd-9040da34c55f