Omgevingsplan De Veldegge Noord Bijlage 10 tm 20
Tekst van het document
Dit betekent dat de Gemiddeld Hoogste Grondwaterstand (GHG) tussen de 40 en 80 cm –mv ligt en de Gemiddeld Laagste Grondwaterstand (GLG) dieper dan 120 cm –mv. In het zuiden en westen van het plangebied komen hoge zwarte enkeerdgronden voor. Dit zijn gronden met een meer dan 50 cm dikke humeuze bovenlaag. Dit bodemtype komt in het plangebied voor in het e deel waar zich een hoge dekzandrug bevindt. Deze gronden zijn ontstaan doordat vanaf de 16 eeuw langdurige bemesting heeft plaatsgevonden met o.a. zandrijke plaggenmest uit de potstallen. Deze gronden worden essen of enken genoemd. In de zeer hooggelegen oude bouwlanden komt onder het esdek vaak een moderpodzolprofiel voor, terwijl op de lagere dekzandruggen en de flanken van de 12 dekzandruggen veldpodzolgronden voorkomen. Aangezien het zuiden en westen van het plangebied op de flank van een dekzandrug ligt, bevinden zich hier onder het esdek waarschijnlijk veldpodzolgronden. Het deel van het plangebied waar dit bodemtype voorkomt heeft een grondwatertrap van VII of VII*. Bij grondwatertrap VII ligt de GHG dieper dan 80 cm –mv en de GLG dieper dan 160 cm –mv. Bij 13 grondwatertrap VII* ligt de GHG dieper dan 140 cm en de GLG dieper dan 160 cm –mv. Op AHN-beelden is de dekzandrug duidelijk te zien in het westen en zuiden van het plangebied (zie afb. 8). Binnen het plangebied is veel reliëf te onderscheiden.
Enkele percelen liggen iets lager dan de percelen eromheen en zijn waarschijnlijk deels afgegraven. Deze mogelijk afgegraven delen van het plangebied zijn weergegeven in afb. 9. Hier kunnen plaggen gestoken zijn ter ophoging van de akkers. Ook lijkt enige egalisatie plaats te hebben gevonden. In het zuiden van het plangebied is direct ten westen van de huidige boerderij aan de Holterweg 27 een deel van de Heetener enk afgegraven. Ook lijken enkele percelen die op 6
http://www.watwaswaar.nl Zagwijn & Van Staalduinen 1975. 8 Zuidhoff et al. 2007. 9 Stichting voor Bodemkartering 1983. 10 Zuidhoff et al. 2007. 11 Hamming, et al. 1983. 12 Zuidhoff et al. 2007. 13 Steur & Heijink 1983. 7
ADC ArcheoProjecten Rapport 1703
Heeten De Veldegge
10
de oude bonnekaarten te zien zijn, opgehoogd te zijn. Mogelijk zijn dit opgehoogde akkers, die aangelegd zijn nadat de dekzandrug grotendeels in cultuur was genomen. Vaak werden hogere delen van het landschap als eerste ontgonnen, zodat het waarschijnlijk is, dat de delen waar een opgehoogde akker aanwezig is, voor de ophoging ook al hoger lagen. Verder zijn oude perceelsgrenzen, sloten en weggetjes nog in het landschap te zien, die op de oude bonnekaarten aangegeven zijn. In het onderzoeksgebied zijn de volgende archeologische (indicatieve) waarden vastgesteld (zie afb. 10): Bron Indicatieve Kaart Archeologische Waarden (IKAW) Archeologische Verwachtingskaart Archeologische Monumenten Kaart (AMK) waarnemingen ARCHISII (Archeologisch Informatie Systeem) vondstmeldingen ARCHISII onderzoeksmeldingen ARCHISII
omschrijving hoge en middelhoge indicatieve archeologische waarde hoge en lage verwachting AMK-terreinen 14960 403853, 32849, 47886, 58297, 60190, 60422 geen 13305, 5266, 1805, 5432, 5923
Op de IKAW heeft het deel op de dekzandrug een hoge indicatieve archeologische waarde. Dit deel heeft op de Archeologische Verwachtingskaart een hoge verwachting. Op de Archeologische Verwachtingskaart heeft een deel van het plangebied direct ten oosten en noorden van de dekzandrug ook een hoge verwachting. Dit deel staat op de verwachtingskaart gekarteerd als ‘dekzandvlakte met dekzandruggen’. De rest van het plangebied heeft een middelhoge indicatieve archeologische waarde en een lage verwachting op de Archeologische Verwachtingskaart (zie afb. 11). Uit onderzoek in Drenthe blijkt dat bewoning zich in het Neolithicum en de Bronstijd concentreerde op de leemarme dekzandgebieden. Vanaf de IJzertijd verplaatste de bewoning zich, onder andere vanwege uitputting van de dekzandgebieden en bevolkingsgroei, naar de nabijgelegen keileemplateaus. Vandaar dat op de leemarme gronden vooral resten uit het Neolithicum en de Bronstijd te verwachten zijn, terwijl 14 op de leemrijke gronden resten vanaf de IJzertijd verwacht worden. Een AMK-monument van zeer hoge archeologische waarde bevindt zich 370 m ten zuidwesten van het plangebied. Hier is onder een esdek een omheind kamp uit de laatromeinse tijd aangetroffen. Er zijn resten van huizen, schuren, spiekers, hutkommen, waterputten, kuilen, ijzerovens en een omheining voor 15 vee aangetroffen.
Direct ten noorden van het plangebied is booronderzoek uitgevoerd, waarbij een intact esdek is 16 aangetroffen. Op basis hiervan is een opgraving met beperkingen uitgevoerd. Hierbij zijn drie e e 17 boerderijen, vier bijgebouwen en een waterput uit de 9 en 10 eeuw aangetroffen. Direct ten zuiden van het plangebied is proefsleuvenonderzoek uitgevoerd. Bij dit onderzoek zijn in de zuidwestkant van het gebied sporen en vondsten uit de IJzertijd/Romeinse tijd aangetroffen en in het noordelijke deel enkele sporen uit de IJzertijd. Waarschijnlijk bevond zich in het noorden van het gebied, dus dichtbij het huidige plangebied, een huisplaats uit de IJzertijd. Ook werd een oude cultuurlaag aangetroffen, die is geïnterpreteerd als akkerlaag uit de Romeinse tijd. Aan de noordkant van deze akkers, dus in het huidige 18 plangebied, kunnen met name boerderijen uit de late prehistorie verwacht worden. Tijdens proefsleuvenonderzoek 250 m ten zuiden van het plangebied zijn onder een esdek Romeinse 19 scherven en ijzerslakken aangetroffen. Tijdens een ander proefsleuvenonderzoek 250 m ten zuiden van het plangebied zijn onder een esdek mesolithische en/of vroegneolithische haardkuilen, nederzettingssporen die vermoedelijk uit de IJzertijd stammen en Romeinse nederzettingssporen 20 aangetroffen.
Tijdens een opgraving op deze locatie zijn plattegronden van boerderijen, schuren en 21 spiekers aangetroffen, die stammen uit de IJzertijd en Romeinse tijd. Tijdens bouwwerkzaamheden 400 m ten westen van het plangebied zijn greppels en kuilen uit de Late 22 Middeleeuwen of Nieuwe Tijd aangetroffen. Tijdens booronderzoek 310 m ten westen van het plangebied is in de top van het dekzand een brandplek aangetroffen die waarschijnlijk uit de Romeinse 23 tijd of Late Middeleeuwen stamt. Tijdens booronderzoek 430 m ten westen van het plangebied is 24 aardewerk aangetroffen uit de prehistorie tot en met de Late Middeleeuwen. 14
Spek 2004. AMK-terrein 14960, Archis onderzoeksmeldingsnr. 1187, Archis waarnemingsnr. 24470. 16 Archis onderzoeksmeldingsnr. 5266, Vis 2003. 17 Archis onderzoeksmeldingsnr. 13305, Ploegaert 2005, Archis waarnemingsnr. 403853. 18 Verlinde 1998. 19 Archis onderzoeksmeldingsnr. 1805, Archis waarnemingsnr. 32849 20 Archis onderzoeksmeldingsnr. 5432, Archis waarnemingsnr. 47886, Van der Velde & Prangsma 2002. 21 Archis onderzoeksmeldingsnr. 5923, Schrijer & Van der Velde 2007. 22 Archis waarnemingsnr. 58297 23 Archis waarnemingsnr. 60190, Miedema 2005a. 24 Archis waarnemingsnr. 60422, Miedema 2005b. 15
ADC ArcheoProjecten Rapport 1703
Heeten De Veldegge
11
2.2.5 Gespecificeerde verwachting (LS05) In het zuiden en westen van het plangebied kunnen archeologische resten voorkomen uit alle archeologische perioden vanaf het Mesolithicum. Vanwege de vele waarnemingen die in de omgeving gedaan zijn, is hier een grote kans op archeologische resten. De archeologische resten komen voor onder het plaggendek en in de top van de oorspronkelijke C-horizont. Vanwege de ligging op de flank van de dekzandrug was dit een gunstige locatie voor bewoning. De vondstenlaag is opgenomen onderin het esdek; hier wordt ook wel van ‘cultuurlaag’ gesproken: een doorwerkte oude bodem tussen het esdek en de ongeroerde ondergrond met kleine fragmenten aardewerk, natuursteen, vuursteen en 25 houtskool. De meeste archeologische sporen zullen zich bevinden tot ongeveer 25 cm in de top van de C-horizont. Diepere sporen kunnen voorkomen. Te denken valt aan greppels (water-)putten en begravingen. Organische resten en bot zullen door de relatief droge en zure bodemomstandigheden slecht zijn geconserveerd. Het complextype en de omvang kunnen niet nader worden gespecificeerd door de beperkte gegevens. Het overige deel van het plangebied was een minder aantrekkelijk gebied voor bewoning. Het is echter wel mogelijk dat zich hier resten van nederzettingen bevinden uit bijvoorbeeld het Neolithicum en de Bronstijd.
Ook kunnen zich hier onder het humeuze dek off-site resten bevinden, zoals resten van tijdelijke kampementen of gebieden waar ambachtsgerelateerde werkzaamheden zijn uitgevoerd. Op de locaties waar op basis van historisch onderzoek oude erven zijn vastgesteld, worden resten verwacht uit de periode vanaf de Vroege Middeleeuwen. Deze resten worden onder of in het esdek verwacht. Ook elders in de laaggelegen delen van het plangebied kunnen boerderijen uit de Vroege Middeleeuwen verwacht worden, zoals blijkt uit een opgraving direct ten noorden van het plangebied, waar onder andere drie vroegmiddeleeuwse boerderijen zijn aangetroffen.
3
Inventariserend Veldonderzoek 3.1
Methoden
De bij het Inventariserend Veldonderzoek toegepaste methoden zijn conform de KNA, versie 3.1, in het bijzonder specificatie VS03 (booronderzoek). Uitgangspunt van het inventariserend veldonderzoek is de gespecificeerde verwachting zoals die is opgesteld in het bureauonderzoek. De strategie voor het veldonderzoek is hierop gebaseerd, alsmede op het voor dit onderzoek opgestelde Plan van Aanpak (VS01). De rapportage is opgesteld conform specificatie VS05. Tenslotte is een aanbeveling gegeven. 3.1.1 Booronderzoek (VS03) In het plangebied zijn grondboringen uitgevoerd met als doel het bepalen van de bodemopbouw en eventuele bodemverstoringen. Dit is de verkennende fase van het inventariserend veldonderzoek. Het verkennen van de bodemopbouw gebeurt door de bodemtextuur en, indien relevant, bodemkundige horizonten systematisch te beschrijven. Eventuele afwijkingen van de verwachte bodemopbouw zoals vastgesteld op grond van het bureauonderzoek, en andere niet-natuurlijke bodemkenmerken kunnen er aanleiding toe geven om (delen van) het plangebied als verstoord te beschouwen. Er zijn 40 boringen geplaatst in een grid bestaande uit parallelle raaien met een afstand van 70 m. Binnen een raai zijn de boringen geplaatst om de 80 m.
De boringen zijn zodanig geplaatst dat zij verspringen ten opzichte van die in de aangrenzende raai en zijn uitgevoerd met een 7 cm edelmanboor en een 3 cm guts. De boringen zijn gezet tot 25 cm in de C-horizont tot gemiddeld 110 cm en maximaal 200 cm onder het maaiveld. De bodemtextuur en archeologische indicatoren zijn beschreven volgens SBB 5.1 van het NITG-TNO 26 waarin ondermeer de standaard classificatie van bodemmonsters volgens NEN5104 wordt gehanteerd. De X- en Y-coördinaten zijn bepaald aan de hand van de lokale topografie en ingemeten met een meetlint. De hoogte van het maaiveld ter plaatse van de boringen is bepaald aan de hand van AHNbeelden.
25 26
Groenewoudt 1994. Bosch 2005; Normalisatie-Instituut 1989.
ADC ArcheoProjecten Rapport 1703
Heeten De Veldegge
12
3.2
Resultaten
3.2.1 Booronderzoek (VS03) De locatie van de boringen is weergeven in afb. 2. Het algemene beeld van de boorprofielen is als volgt: -
In het plangebied zijn afzettingen van lichtgeel, lichtgrijs of lichtbruin, matig fijn, kalkloos zand aangetroffen. Dit zand is zwak siltig, vaak zwak grindig en bevat vaak roestvlekken. In de boringen 3, 9, 18, 19 en 25 bevindt zich onderin zeer fijn zand. De top van deze laag ligt op een variabele diepte van 25 cm –mv in boring 11 tot 120 cm –mv in boring 16. In boring 15 begint deze laag pas vanaf 175 cm –mv. In de boringen 3, 4, 6, 10, 13, 14, 16, 17, 19, 20, 30, 32, 36, 37 en 39 bevindt zich boven dit pakket lichtbruin of bruin, kalkloos, matig fijn zand. Dit zand is zwak siltig. Deze laag komt vooral voor op de hogere delen van het landschap, in het westen en midden van het plangebied. De top van deze laag bevindt zich op een diepte van 35 tot 75 cm –mv. De dikte van deze laag varieert van 5 tot 40 cm. In de boringen 2, 5, 7, 8, 9, 10, 12, 15, 24, 27, 28, 29, 31, 34, 35, 36, 38 en 40 bevindt zich hierboven een vlekkerige laag van 5 tot 55 cm dik, die bestaat uit een vermenging van de lagen erboven en eronder. De top van deze laag ligt op een diepte van 25 tot 60 cm –mv. Het geheel wordt afgedekt door een humeuze laag zwak siltig, matig fijn, donkerbruin of donkergrijs, kalkloos zand. De onderste 20 à 30 cm van deze laag zijn in sommige boringen iets lichter van kleur.
In de boringen 15 en 33 is een bruingrijs tot donkergrijs pakket met kalkloos, matig fijn, zwak siltig, humeus zand aangetroffen. In boring 15 bevindt zich binnen dit pakket een veenlaagje tussen 95 en 100 cm –mv. Dit pakket loopt door tot 175 cm –mv in boring 15 en 180 cm –mv in boring 33 (einde boring). In boring 21 is tussen 60 en 100 cm –mv een pakket zwak siltig, zwak grindig, zwak humeus, grijsbruin zand aangetroffen met hierin aardewerkfragmenten en baksteenfragmenten, kolengruis en metaal. In boring 8 is de boring op 110 cm –mv op hout gestuit.
-
-
-
-
-
3.3
Interpretatie
Het lichte zand onderin de boringen vormt de C-horizont in het pleistocene dekzand. Dit dekzand heeft geen duidelijke gelaagdheid en is niet lemig. Dit betekent dat hier waarschijnlijk sprake is van jong dekzand. Uit onderzoek in Drenthe blijkt dat vanaf de IJzertijd een verschuiving plaatsvond van de leemarme naar de leemrijke gronden. Op de leemarme gronden, dus de jonge dekzanden, zouden dan 27 resten verwacht kunnen worden uit met name het Neolithicum en de Bronstijd. In de boringen 3, 4, 6, 10, 13, 14, 16, 17, 19, 20, 30, 32, 36, 37 en 39 zijn restanten van een podzol aanwezig in de vorm van een B- of BC-horizont. De bodems zijn afgedekt door een humeus plaggendek. De overgang tussen de bodem en het plaggendek bestaat uit een geroerde laag. Deze laag is geïnterpreteerd als eerste akkerlaag. De restanten van de podzolen zijn vooral aangetroffen in de hogere delen van het landschap. In het zuiden van het plangebied is het plaggendek dikker dan 50 cm. Dit is tevens het geval in een gebied in het noordoosten van het plangebied en in het uiterste noorden. Ter hoogte van de boringen 7, 8, 11 en 12 is het dek aanzienlijk dunner. Dit komt waarschijnlijk doordat het plangebied hier in het verleden afgegraven is, waardoor een deel van het humeuze dek verdwenen is.
In het zuiden van het plangebied is, met uitzondering van de delen die omgewerkt of vergraven zijn, de Heetener Es duidelijk in de boringen te onderscheiden. Verder zijn gebieden met een esdek te onderscheiden in boring 13, 21, 24, 28, 31 en 37. Deze essen komen, met uitzondering van boring 21, overeen met de gebieden waar op de bonnekaarten uit 1891 en 1898 bouwland staat aangegeven. Dit zijn dus waarschijnlijk eenmansessen met een recentere oorsprong. In boring 15 en 33 is waarschijnlijk de vulling van een oude sloot aangeboord. Op de bonnekaart van 1934 staat ter hoogte van boring 15 een sloot aangegeven. Ter hoogte van boring 33 staat geen sloot op de bonnekaarten aangegeven. Mogelijk is dit een oudere sloot. Het pakket met onder andere aardewerk en baksteen in boring 21 betreft een afvallaag. Het aardewerk kent een recente oorsprong en is daarom niet meegenomen voor determinatie. Waarschijnlijk is hier in een recent verleden een gat gegraven, waarin afval is gedeponeerd. In boring 8 is op 110 cm –mv hout aangeboord. Op deze plek heeft het middeleeuwse erf Barterinck gelegen en waarschijnlijk maakt dit hout onderdeel uit van dit erf. Het kunnen bijvoorbeeld resten zijn van een waterput. De resultaten van het booronderzoek staan weergegeven in afb. 12.
27
Spek 2004.
ADC ArcheoProjecten Rapport 1703
Heeten De Veldegge
13
4
Conclusies Zijn er in (de directe omgeving van) het plangebied archeologische waarden bekend? In het plangebied hebben vier boerderijen gestaan, waarvan de oorsprong waarschijnlijk teruggaat tot in de Vroege Middeleeuwen. Op de locatie van twee van deze erven staan nog steeds boerderijen en deze vallen buiten de huidige bouwplannen. Van de andere twee zijn mogelijk nog resten aanwezig in de ondergrond. Verder is de omgeving van het plangebied rijk aan waarnemingen uit diverse perioden vanaf het Mesolithicum tot in de Nieuwe Tijd. Wat is de omvang, ligging, aard en datering van deze waarden? De locaties van de historische erven zijn weergegeven in afb. 7. De resten die hiervan nog aanwezig zijn, bestaan waarschijnlijk uit funderingsresten en resten van kuilen, evenals fragmenten aardewerk, metaal, bot, hout, e.d. De resten worden verwacht onder of in het esdek. De locaties van de archeologische waarden in de omgeving van het plangebied zijn weergegeven in afb. 10. De prehistorische resten die in de omgeving van het plangebied gevonden zijn, zijn aangetroffen onder het esdek. Het betreft resten van een omheind kamp uit de laatromeinse tijd, boerderijen, bijgebouwen e e en een waterput uit de 9 en 10 eeuw, romeinse scherven en ijzerslakken, mesolithische of vroegneolithische haardkuilen en nederzettingssporen uit de IJzertijd en Romeinse tijd.
Ook zijn er greppels en kuilen uit de Late Middeleeuwen of Nieuwe Tijd, een brandplek uit de Romeinse tijd of Late Middeleeuwen (in de top van het dekzand) en aardewerk met een onbekende datering aangetroffen. Hoe is de bodem in het plangebied opgebouwd? De resultaten van het booronderzoek zijn weergegeven in afb. 12. In het plangebied is dekzand aangetroffen, met op enkele plekken resten van een B-horizont of een BC-horizont. Het dekzand is afgedekt met een plaggendek, dat op een aantal plekken dikker is dan 50 cm. Dit is vooral in het zuiden van het plangebied, met uitzondering van delen die omgewerkt of vergraven zijn. De overige delen waar een esdek aangetroffen is, komen overeen met de delen van het plangebied waar volgens de bonnekaarten in 1891 en 1898 bouwland aanwezig was. Is het bodemprofiel intact? Het bodemprofiel is in het grootste deel van het plangebied, met uitzondering van de bouwvoor, intact. Op enkele plekken is de bodem afgegraven of geëgaliseerd. Delen die mogelijk afgegraven zijn, zijn weergegeven in afb. 9. Hierdoor is in ieder geval ten westen van Holterweg 27 het esdek deels verdwenen. In enkele boringen is een verstoord bodemprofiel aangetroffen. Deze boringen staan weergegeven in afb. 12.
Kunnen, gegeven de landschappelijke ligging van het plangebied en de geconstateerde bodemopbouw, naast de bekende archeologische waarden, archeologische waarden verwacht worden en wat is de aard, omvang, (diepte)ligging en datering hiervan? Het zuiden van het plangebied ligt op de Heetener Enk, die vanaf de Vroege Middeleeuwen is aangelegd op de dekzandrug. Vanwege de ligging op de dekzandrug was deze locatie vanaf de prehistorie een gunstige plaats voor bewoning. Onder het esdek van de Heetener Enk worden daarom archeologische resten verwacht. De vorming van de dekzandrug duurde tot 9000 v. Chr, dus onder het esdek worden resten verwacht uit de periode vanaf het Mesolithicum tot in de Vroege Middeleeuwen. Een deel van de enk is afgegraven. Mogelijk is een deel van de eventuele archeologische resten op deze locatie door verploeging verloren gegaan. In afb. 6 wordt de locatie van de Heetener Enk weergegeven. In boring 4, 16, 17, 35 en 36 is het humeuze dek dunner dan 50 cm, hoewel deze boringen op de Heetener Enk, op de dekzandrug, zijn gezet. De aanwezigheid van een B-horizont in bijna al deze boringen wijst erop dat de bodem hier niet erg verstoord is, waardoor eventuele archeologische resten waarschijnlijk nog aanwezig zijn.
Aangezien de hogere delen van het landschap als eerste ontgonnen werden en deze delen in de prehistorie ook interessant waren voor bewoning, worden archeologische resten ook verwacht op de plekken waar een esdek is aangetroffen. Deze locaties worden weergegeven in afb. 12. In de rest van het plangebied, met uitzondering van de verstoorde delen, worden vooral resten verwacht uit het Neolithicum, de Bronstijd en de periode vanaf de Vroege Middeleeuwen. Deze resten worden verwacht direct onder het humeuze dek. In welke mate worden deze waarden verstoord door realisatie van de geplande bodemingreep? Aangezien eventueel aanwezige archeologische resten in de eerste meter beneden maaiveld verwacht worden, zullen deze resten verstoord worden door de geplande bodemingreep. Hoe kan deze verstoring door planaanpassing tot een minimum worden beperkt? Planaanpassing in niet mogelijk.
ADC ArcheoProjecten Rapport 1703
Heeten De Veldegge
14
Welke vorm van nader onderzoek is nodig om de aanwezigheid van archeologische waarden en hun omvang, ligging, aard en datering voldoende te kunnen bepalen om te komen tot een selectiebesluit? In bijna het hele gebied, met uitzondering van de verstoorde delen, worden archeologische resten verwacht en in bijna het hele gebied is daarom proefsleuvenonderzoek nodig. In de eerste fase zal echter slechts in een gebied van ca. 5,6 ha gebouwd worden en sloten aangelegd worden. Daarom kan het proefsleuvenonderzoek in eerste instantie uitgevoerd worden in het gebied waar tijdens de eerste fase verstoring plaats gaat vinden (zie afb. 14). Wanneer in andere delen van het plangebied vergraving gaat plaatsvinden, is ook hier proefsleuvenonderzoek nodig.
5
Aanbeveling Op basis van het nu uitgevoerde bureauonderzoek en aanvullend booronderzoek is geconstateerd dat de kans groot is dat in het plangebied archeologische waarden aanwezig zijn. Deze waarden hangen samen met de mogelijke aanwezigheid van kampementen uit de vroege prehistorie, nederzettingen uit de latere prehistorie en boerenerven uit de Vroege en/of Volle Middeleeuwen. ADC ArcheoProjecten adviseert dan ook om de ligging, omvang, datering en het archeologische belang van deze (mogelijke) waarden nader in kaart te laten brengen. Dit advies geldt voor het grootste deel van het plangebied. Gezien de fasering in de ontwikkeling van het plangebied (slechts een deel wordt in eerste instantie verstoord door bodemingrepen) hoeft dat niet op hetzelfde tijdstip plaats te vinden. Wel moet er dan nadrukkelijk rekening mee worden gehouden dat de bevoegde overheid bij planaanpassing direct zal vragen om nader waardestellend archeologisch onderzoek. Het gebied met een hoge archeologische waarde dat mogelijk verstoord zal worden omvat 5,6 ha (zie afb. 14). Het nader vaststellen van de archeologische waarde kan het best door middel van een proefsleuvenonderzoek (IVO-P). Deze onderzoeksmethodiek biedt snel voldoende inzicht in omvang van archeologische resten alsmede de kosten die met een eventueel vervolgtraject gemoeid kunnen zijn.
Voorafgaande aan een dergelijk onderzoek dient een Programma van Eisen (PvE) opgesteld te worden. ADC ArcheoProjecten kan een dergelijk PvE opstellen. Ter indicatie is in afb. 14 een overzicht toegevoegd met daarin een voorstel voor een proefsleuvenonderzoek. Het is niet uit te sluiten dat in het vrijgegeven gebied toch nog archeologische resten voorkomen. Daarom merken wij op dat het aanbeveling verdient om de uitvoerder van het grondwerk te wijzen op de plicht archeologische vondsten te melden bij de bevoegde overheid, zoals aangegeven in de Monumentenwet 1988 en de Wet op de Archeologische Monumentenzorg.
6
Besluit gemeente Raalte De bevoegde overheid is het eens met de noodzaak voor archeologisch vervolgonderzoek. In tegenstelling tot de aanbevelingen in het rapport, wordt echter eerst een karterend onderzoek uitgevoerd, dat waar nodig kan worden doorgezet naar een waarderend onderzoek. Het plangebied wordt in fases ontwikkeld. In eerste instantie wordt alleen onderzoek uitgevoerd in het gebied van 5,6 ha waar huizen gebouwd worden en sloten gegraven. Voor dit onderzoek worden in eerste instantie 10 proefsleuven getrokken (50x4 m), verspreid over het onderzoeksgebied. Wanneer uit het onderzoek blijkt dat de eerste 10 proefsleuven geen resultaat opleveren en er geen archeologische waarden aanwezig zijn in het onderzoeksgebied, wordt het onderzoek niet vervolgd. Dan wordt het onderzoeksgebied vrijgegeven. Wanneer er wel waarden worden aangetroffen wordt het onderzoek uitgebreid met maximaal nog 10 proefsleuven van 50x4 m (te bepalen door de regio-archeoloog en uitvoerder). Op grond van de uitkomsten van het waarderende onderzoek wordt een selectiebesluit genomen. Voorafgaand aan alle andere bodemverstorende activiteiten in de overige delen van het plangebied Veldegge zal eerst nader archeologisch onderzoek uitgevoerd moeten worden.
ADC ArcheoProjecten Rapport 1703
Heeten De Veldegge
15
Literatuur Bureau Militaire Verkenningen, verschillende jaargangen (1891, 1904 en 1937): Raalte, blad 357, 1:25.000. Bureau Militaire Verkenningen, verschillende jaargangen (1898, 1917 en 1934): Wechelerveld, blad 376, 1:25.000. Groenewoudt, B.J., 1994: Prospectie, waardering en selectie van archeologische vindplaatsen: een beleidsgerichte verkenning van middelen en mogelijkheden. Amersfoort (Nederlandse Archeologische Rapporten, 17). Hamming, C., G. G. L. Steur & W. Heijink, 1983: Bodemkaart van Nederland 1:50.000: toelichting bij de herziene uitgave van blad 27 Oost Heerde. Stiboka, Wageningen. Miedema, F.R.P.M., 2005a: Plangebied IJsselgouwe te Heeten, gemeente Raalte; Een archeologisch vooronderzoek. Amsterdam (RAAP-Notitie 2935). Miedema, F.R.P.M., 2005b: Plangebied IJsselgouwe te Heeten, gemeente Raalte; een archeologisch vooronderzoek: een bureau- en inventariserend veldonderzoek. Amsterdam (RAAP-Notitie 1242). Normalisatie-Instituut, Nederlands, 1989: Geotechniek, classificatie van onverharde grondmonsters NEN 5104, Delft. Ploegaert, P.H.J.I., 2005: Archeologisch onderzoek in het tracé van de N332 Rondweg Heeten, gemeente Raalte; een Opgraving met beperking. Amersfoort (ADC-Rapport 493). Schrijer, E. & H.M. van der Velde, 2007: De opgraving op Telgen. In: H.M.
van der Velde (red): Germanen, Franken en Saksen in Salland; Archeologisch en landschappelijk onderzoek naar de geschiedenis van het landschap en nederzettingsresten uit de Romeinse tijd en Vroege Middeleeuwen in centraal Salland. Amersfoort (ADC Monografie 1, Rapport 675), 109-130. Spek, Th., 2004: Het Drentse esdorpenlandschap, een historisch-geografische studie, Utrecht. Spek, Th. & L. van Exter: 2007: Bewonings- en ontginningsgeschiedenis van het kerspel Raalte tijdens de Middeleeuwen en Vroege Nieuwe tijd. Een historisch-geografisch onderzoek ten behoeve van de archeologie. In: H.M. van der Velde (red): Germanen, Franken en Saksen in Salland; Archeologisch en landschappelijk onderzoek naar de geschiedenis van het landschap en nederzettingsresten uit de Romeinse tijd en Vroege Middeleeuwen in centraal Salland. Amersfoort (ADC Monografie 1, Rapport 675), 399-530. Steur, G.G.L. & W. Heijink, 1983: Bodemkaart van Nederland, schaal 1:50.000, Algemene begrippen en e indelingen, 2 uitgebreide uitgave. Wageningen. Stichting voor Bodemkartering, 1983: Bodemkaart van Nederland, schaal 1:50.000, blad 27 Oost Heerde. Velde, H.M. van der & N.M. Prangsma, 2002: Aanvullend Archeologisch Onderzoek op de Planlocatie “De Telgen” te Heeten (gem. Raalte). Bunschoten (ADC-Rapport 138).
Verlinde, A.D., 1998: Raalte-Heeten, Kroniek van Overijssel over 1997, Overijsselse Historische Bijdragen 113. 160-161. Vis, G.-J., 2003: Heeten Rondweg, aanvullende archeologische inventarisatie. ’s Hertogenbosch (BAACRapport 03.095). Zagwijn, W.H. & C.J. van Staalduinen, 1975: Geologische overzichtskaarten van Nederland. Haarlem (Rijks Geologische Dienst). Zuidhoff, F., H.M. van der Velde & M. Benjamins, 2007: De archeologische verwachtings- en beleidsadvieskaart van de gemeente Raalte. Amersfoort (ADC Rapport H015).
Lijst van afbeeldingen en tabellen Afb. 1 Locatie van het plangebied Afb. 2 Detailkaart van het plangebied Afb. 3 De huidige bouwplannen Afb. 4 Het plangebied op bonnekaarten uit 1891 en 1898 Afb. 5 Het plangebied op bonnekaarten uit 1934 en 1937 Afb. 6 De locatie van de Heetener Enk Afb. 7 Het plangebied op de geomorfologische kaart met hierop de historische boerderijen (naar: Zuidhoff et al. 2007) Afb. 8 Het plangebied op AHN-beelden Afb. 9 De locaties van de mogelijk vergraven delen Afb. 10 Indicatieve Kaart Archeologische Waarden, AMK-terreinen en ARCHIS-meldingen Afb. 11 Het plangebied op de verwachtings- en beleidsadvieskaart van de gemeente Raalte (Zuidhoff et al. 2007) Afb. 12 De resultaten van het booronderzoek Afb. 13 De locaties waar archeologische waarden verwacht worden Afb. 14 Het gebied waar in de eerste fase proefsleuvenonderzoek geadviseerd wordt Tabel 1. Overzicht van de verschillende (pre)historische perioden.
ADC ArcheoProjecten Rapport 1703
Heeten De Veldegge
16
490000
LUTTENBERG LUTTENBERG LUTTENBERG LUTTENBERG LUTTENBERG
RAALTE RAALTE RAALTE RAALTE RAALTE RAALTE RAALTE RAALTE RAALTE RAALTE RAALTE
MARIENHEEM MARIENHEEM MARIENHEEM MARIENHEEM MARIENHEEM MARIENHEEM MARIENHEEM MARIENHEEM MARIENHEEM MARIENHEEM MARIENHEEM
HAARLE HAARLE HAARLE HAARLE HAARLE GEM GEM GEM GEM HELLEND HELLEND HELLEND HELLEND HAARLE HAARLE HAARLE HAARLE GEM GEM GEM GEM HELLEND HELLEND HELLEND HELLEND HAARLE GEM HELLEND HAARLE HAARLE HAARLE HAARLEGEM GEM GEM GEM GEMHELLEND HELLEND HELLEND HELLEND HELLEND
485000
BROEKLAND BROEKLAND BROEKLAND BROEKLAND BROEKLAND OV OV OV OV BROEKLAND BROEKLAND BROEKLAND BROEKLAND OV OV OV OV BROEKLAND OV BROEKLAND BROEKLAND BROEKLAND BROEKLANDOV OV OV OV OV
8 8
HEETEN HEETEN HEETEN HEETEN HEETEN HEETEN HEETEN HEETEN HEETEN HEETEN HEETEN
WESEPE WESEPE WESEPE WESEPE WESEPE WESEPE WESEPE WESEPE WESEPE WESEPE WESEPE
480000
NIEUW NIEUW NIEUW NIEUW NIEUW HEETEN HEETEN HEETEN HEETEN NIEUW NIEUW NIEUW NIEUW NIEUWHEETEN HEETEN HEETEN HEETEN HEETEN HEETEN NIEUW
OKKENBROEK OKKENBROEK OKKENBROEK OKKENBROEK OKKENBROEK OKKENBROEK OKKENBROEK OKKENBROEK OKKENBROEK OKKENBROEK OKKENBROEK
N N N N N
8 8
DIEPENVEEN DIEPENVEEN DIEPENVEEN DIEPENVEEN DIEPENVEEN DIEPENVEEN DIEPENVEEN DIEPENVEEN DIEPENVEEN DIEPENVEEN DIEPENVEEN
HOLTEN HOLTEN HOLTEN HOLTEN HOLTEN HOLTEN HOLTEN HOLTEN HOLTEN HOLTEN HOLTEN
LETTELE LETTELE LETTELE LETTELE LETTELE LETTELE LETTELE LETTELE LETTELE LETTELE LETTELE
475000
00000000000
SCHALKHAAR SCHALKHAAR SCHALKHAAR SCHALKHAAR SCHALKHAAR SCHALKHAAR SCHALKHAAR SCHALKHAAR SCHALKHAAR SCHALKHAAR SCHALKHAAR
5000m 5000m 5000m 5000m 5000m 5000m 5000m 5000m 5000m 5000m 5000m
bron: Geodan 210000
215000
220000
225000
Afb. 1 Locatie van het plangebied
ADC ArcheoProjecten Rapport 1703
Heeten De Veldegge
17
37 37 39 39
35 35 34 34
40 40 33 33
36 36
32 32
483250
an alaan Joh Johann annala
16 16
26 26
20 20
15 15
21 21
14 14
44
22 22
13 13
55
23 23
66 22
HHoo 11 llttee rrww eegg
483000
27 27
19 19
33
000000000000
30 30
28 28
18 18
N N N N
31 31
29 29
17 17
24 24
77
25 25
88 99
12 12 11 11
100m 100m 100m 100m 100m 100m 100m 100m 100m 100m 100m 100m
216250
VVee llddee gggg eerrww eegg
483500
38 38
216500
10 10 216750
Legenda Locatie van het plangebied
. .
Boorpunten
Afb. 2 Detailkaart van het plangebied
ADC ArcheoProjecten Rapport 1703
Heeten De Veldegge
483200
alaann annalaa Johann Joh
VVee llddee gggg eerrww eegg
483400
483600
18
N N N N N 483000
HHoo llttee rrww eegg 00000
100m 100m 100m 100m 100m
216200
216400
216600
216800
Afb. 3 De huidige bouwplannen
ADC ArcheoProjecten Rapport 1703
Heeten De Veldegge
483000
483250
483500
19
N N N N
100m 100m 100m 100m 100m 100m 100m 100m 100m
482750
00000000
216000
216250
216500
216750
Afb. 4 Het plangebied op bonnekaarten uit 1891 en 1898
ADC ArcheoProjecten Rapport 1703
Heeten De Veldegge
483000
483250
483500
20
N N N N
100m 100m 100m 100m 100m 100m 100m 100m 100m 100m 100m
482750
0000000
216000
216250
216500
216750
Afb. 5 Het plangebied op bonnekaarten uit 1934 en 1937
ADC ArcheoProjecten Rapport 1703
Heeten De Veldegge
21
37 37 483500
38 38 39 39
35 35 34 34
40 40 33 33
36 36
32 32 31 31
29 29
17 17
483250
18 18
27 27
19 19
16 16
26 26
20 20
15 15
21 21
14 14
44
23 23
66
33
24 24
77
22
25 25
88
11 N N N N
22 22
13 13
55
483000
30 30
28 28
99
12 12 11 11 0000000
10 10
50m 50m 50m 50m 50m 50m 50m 50m
216250
216500
216750
Legenda Locatie van het plangebied Enkontginningen fase A (Vroege Middeleeuwen) Enkontginningen fase B (Volle Middeleeuwen) Boorpunten
Afb. 6 De locatie van de Heetener Enk
ADC ArcheoProjecten Rapport 1703
Heeten De Veldegge
483500
22
Nijenhave Nijenhave
Loehuyss-II Loehuyss-II Ulrekinck Ulrekinck Barterinck Barterinck
483000
Hoffstede Hoffstede Loehuyss-I Loehuyss-I
Marissinck Marissinck Arninck Arninck
Hyraver Hyraver
N N N N
000000
100m 100m 100m 100m 100m 100m
216000
216500
217000
Legenda Locatie van het plangebied
Historische boerderijen
Hoge dekzandrug Dekzandvlakte, oud dekzand Dalvormige dekzandlaagte
Afb. 7 Het plangebied op de geomorfologische kaart met hierop de historische boerderijen (naar: Zuidhoff et al. 2007)
ADC ArcheoProjecten Rapport 1703
Heeten De Veldegge
482000
483000
484000
485000
23
N N N N N
500m 500m 500m 500m 500m 500m 500m 500m 500m 500m
481000
00000000
215000
216000
217000
218000
Legenda Locatie van het plangebied
7,58 m +NAP
3,61 m +NAP
8,61 m +NAP
5,83 m +NAP
13,01 m +NAP
Afb. 8 Het plangebied op AHN-beelden
ADC ArcheoProjecten Rapport 1703
Heeten De Veldegge
483000
483250
483500
24
N N N N
000000
50m 50m 50m 50m 50m 50m 50m 50m 50m 50m
216250
216500
216750
Legenda Locatie van het plangebied Mogelijke afgegraven delen van het plangebied
Afb. 9 De locaties van de mogelijk vergraven delen
ADC ArcheoProjecten Rapport 1703
Heeten De Veldegge
484000
25
60.422 60.422 60.422 60.422 60.422 60.422 483500
60.190 60.190 60.190 60.190 60.190 13.305 13.305 13.305 13.305 13.305 58.297 58.297 58.297 58.297 58.297
403.853 403.853 403.853 403.853 403.853 403.853
483000
5.266 5.266 5.266 5.266 5.266
N N N N 1.187 1.187 1.187 1.187 1.187 1.187 24.470 24.470 24.470 24.470 24.470
482500
2.239 2.239 2.239 2.239 2.239 5.590 5.590 5.590 5.590 5.590 000000000000
56.254 56.254 56.254 56.254 56.254 406.656 406.656 406.656 406.656 406.656 14.960 14.960 250m 250m 250m 250m 250m 14.960 14.960 14.960 250m 250m 250m 250m 250m 250m 250m 250m 250m 250m
215500
1.805 1.805 1.805 1.805 1.805 32.849 32.849 32.849 32.849 32.849 32.849 5.923 5.923 5.923 5.923 5.923 5.923 5.432 5.432 5.432 5.432 5.432 47.886 47.886 47.886 47.886 47.886 47.886
216000
Legenda
216500
217000
ARCHIS-meldingen (bijgewerkt aug.'08)
Hoge indicatieve archeologische waarde
Paleolithicum
Middelhoge indicatieve archeologische waarde
Mesolithicum Bronstijd
Lage indicatieve archeologische waarde AMK-terrein van zeer hoge archeologische waarde Locatie van het plangebied Locatie van het onderzoeksgebied
IJzertijd Midden-Romeinse tijd Laat-Romeinse tijd Late Middeleeuwen Onderzoeksmelding Vondstmelding
Afb. 10 Indicatieve Kaart Archeologische Waarden, AMK-terreinen en ARCHIS-meldingen
ADC ArcheoProjecten Rapport 1703
Heeten De Veldegge
483500
484000
26
483000
HEETEN HEETEN HEETEN HEETEN
482500
N N N N N N
0000000
250m 250m 250m 250m 250m 250m 250m 250m
216000
216500
217000
Legenda Locatie van het plangebied Hoge dekzandruggen; archeologische verwachting: hoog Dekzandvlakte met hoge dekzandruggen; archeologische verwachting: hoog Dekzandvlakte; archeologische verwachting: laag Dalvormige dekzandlaag; archeologische verwachting: laag
Afb. 11 Het plangebied op de verwachtings- en beleidsadvieskaart van de gemeente Raalte (Zuidhoff et al. 2007)
ADC ArcheoProjecten Rapport 1703
Heeten De Veldegge
483000
483250
483500
27
N N N N N
0000000
50m 50m 50m 50m 50m 50m 50m 50m 50m 50m 50m
216250
216500
216750
Legenda Locatie van het plangebied Locaties waar een esdek dikker dan 50 cm is aangetroffen Locaties waar resten van een podzol zijn aangetroffen Locaties waar een AC-profiel is aangetroffen en een plaggendek dunner dan 50 cm Locaties waar een verstoord bodemprofiel is aangetroffen
Afb. 12 De resultaten van het booronderzoek
ADC ArcheoProjecten Rapport 1703
Heeten De Veldegge
28
37 37 483500
38 38 39 39
35 35 34 34
40 40 33 33
36 36
32 32 31 31
29 29
17 17
483250
18 18
27 27
19 19
16 16
26 26
20 20
15 15
21 21
14 14
44
22 22
13 13
55
23 23
66
33
24 24
77
22 483000
30 30
28 28
11 N N N N
99
12 12 11 11 000000
25 25
88
10 10
50m 50m 50m 50m 50m 50m
216250 216250
216500
216750
Legenda Locatie van het plangebied Het gebied waar archeologische waarden verwacht worden Boorpunten
Afb. 13 De locaties waar archeologische waarden verwacht worden
ADC ArcheoProjecten Rapport 1703
Heeten De Veldegge
29
37 37 483500
38 38 39 39
35 35 34 34
40 40 33 33
36 36
32 32 31 31
29 29
17 17
483250
18 18
27 27
19 19
16 16
26 26
20 20
15 15
21 21
14 14
44
22 22
13 13
55
23 23
66
33
24 24
77
22 483000
30 30
28 28
11 N N N N
99
12 12 11 11 000000
25 25
88
10 10
50m 50m 50m 50m 50m 50m
216250
216500
216750
Legenda Locatie van het plangebied Het gebied waar in de eerste fase proefsleuvenonderzoek geadviseerd wordt Boorpunten Voorstel voor de locaties van de aan te leggen proefsleuven
Afb. 14 Het gebied waar in de eerste fase proefsleuvenonderzoek geadviseerd wordt
ADC ArcheoProjecten Rapport 1703
Heeten De Veldegge
monumentnummer
14960
Terrein van zeer hoge archeologische waarde
waarde
Bijlage 1 AMK-terreinen
gemeente
Raalte
plaats Heeten
toponiem Hordelman
kaartblad 27H
R-D coördinaten 215.950/482.580
aard terrein akker/erven
datering Laat-Romeinse tijd
bron
omschrijving
Archis 2 Gedateerd a.d.h.v. terra nigra met bijzondere versieringen. De begrenzing is vastgesteld a.d.h.v. boorpuntenkaart, kaart onderzoek en info over huidige bebouwing. Huidig grondgebruik: akker/erven. CAA: 27HN-5 NB. Het gebied wordt bedreigd door woningbouw. Esdek. Opgraving ROB 1994, A.D. Verlinde. AWN, G. van Haaff. Nederzetting en ijzerovens aangetoond. Diepteligging : 0.80m. Opgraving, februari 2001, ADC. Omheind kamp uit de LaatRomeinse tijd. Buiten de omheining ijzerovens en hutkommen. Terrein en vondsten zijn zeldzaam. Slechts een klein deel is opgegraven, de rest is gaaf onder het esdek bewaard.
30
ADC ArcheoProjecten Rapport 1703
Heeten De Veldegge
nummer
ADC ArcheoProjecten rapport 1703
08
07
06
05
04
03
02
01
kleur
zandmediaan
bovengrens (cm onder mv) ondergrens (cm onder mv) grondsoort
60 zand zwak siltig; zwak humeus matig fijn bruin; 100 zand zwak siltig; zwak grindig matig fijn licht-; geel;
35 60
0
30
40
zand zwak siltig; matig humeus matig fijn donker-; grijs;
zand zwak siltig; matig humeus matig fijn donker-; grijs-; bruin; 40 70 zand zwak siltig; zwak humeus matig fijn donker-; bruin-; grijs; 70 105 zand zwak siltig; matig humeus matig fijn donker-; zwart-; grijs; 105 125 zand zwak siltig; zwak grindig matig fijn licht-; grijs;
0
50 zand zwak siltig; matig humeus matig fijn donker-; bruin; 55 zand zwak siltig; zwak humeus matig fijn bruin; 100 zand zwak siltig matig fijn licht-; geel;
60 zand zwak siltig; zwak humeus matig fijn bruin-; grijs; 70 zand zwak siltig; zwak humeus matig fijn bruin-; grijs; 120 zand zwak siltig; zwak grindig matig fijn licht-; geel;
35 60 70
0 50 55
35
0
zand zwak siltig; matig humeus matig fijn donker-; grijs;
35
0
zand zwak siltig; matig humeus matig fijn donker-; grijs;
60 zand matig siltig; zwak humeus matig fijn licht-; bruin; 100 zand zwak siltig zeer fijn licht-; geel;
55 60
zand matig siltig; matig humeus matig fijn donker-; grijs;
55
0
30 50
zand matig siltig; matig humeus matig fijn donker-; grijs-; bruin; 50 zand matig siltig; zwak humeus matig fijn grijs-; bruin; 100 zand matig siltig; zwak grindig matig fijn licht-; geel;
30
70 zand matig siltig; zwak humeus matig fijn grijs-; bruin; 100 zand matig siltig; zwak grindig matig fijn licht-; geel;
50 70
0
50
0
zand matig siltig; matig humeus matig fijn donker-; bruin;
bijmenging
maaiveldhoogte (cm) NAP
y coördinaat (m)
x coördinaat (m)
Bijlage 2 Boorgegevens
kalkgehalte
nieuwvormingen
antropogene bijmengingen
kalkloos
kalkloos
A-horizont
C-horizont
A-horizont
spoor houtskoolbrokken
kalkloos
A-horizont
A-horizont B-horizont C-horizont
C-horizont
A-horizont; verploegd A-horizont
A-horizont; verploegd B-horizont C-horizont
A-horizont; verploegd BC-horizont C-horizont
C-horizont
A-horizont; verploegd
A-horizont
spoor baksteen
spoor baksteen
organische bijmengingen spoor houtskoolspikkels
A-horizont; verploegd A-horizont C-horizont
bodemhorizonten
kalkloos
kalkloos
kalkloos kalkloos kalkloos spoor roestvlekken
kalkloos kalkloos kalkloos
kalkloos
kalkloos kalkloos spoor roestvlekken
kalkloos
kalkloos kalkloos
kalkloos
kalkloos kalkloos spoor roestvlekken
kalkloos
kalkloos kalkloos spoor roestvlekken
kalkloos
overig omgewerkte grond; puinspikkels, gele vlekken
bruin gevlekt
gele vlekken
bouwvoor
bouwvoor
bouwvoor
omgewerkte grond, gele vlekken
bouwvoor
scherpe ondergrens
bouwvoor
31
Heeten De Veldegge
Lithostratigrafie
nummer
ADC ArcheoProjecten rapport 1703
15
14
13
12
11
10
09
kleur
zandmediaan
bijmenging
bovengrens (cm onder mv) ondergrens (cm onder mv) grondsoort
matig fijn licht-; geel; matig fijn licht-; grijs-; geel;
kalkgehalte
50
zand zwak siltig; matig humeus matig fijn donker-; grijs-; bruin; 50 95 zand zwak siltig; matig humeus matig fijn donker-; grijs; 95 100 veen mineraalarm zwart; 100 135 zand zwak siltig; matig humeus matig fijn donker-; bruin-;
0
45 50 85
zand zwak siltig; matig humeus matig fijn donker-; bruin-; grijs; 50 zand zwak siltig; zwak humeus matig fijn bruin; 85 zand zwak siltig; zwak grindig matig fijn licht-; bruin; 110 zand zwak siltig; zwak grindig matig fijn licht-; geel;
45
75 zand zwak siltig; zwak humeus matig fijn bruin; 100 zand zwak siltig; zwak grindig matig fijn licht-; bruin-; geel;
55 75
0
55
zand zwak siltig; matig humeus matig fijn donker-; bruin;
kalkloos kalkloos kalkloos
kalkloos
kalkloos kalkloos spoor roestvlekken kalkloos spoor roestvlekken
kalkloos
kalkloos kalkloos spoor roestvlekken
kalkloos
45 zand zwak siltig; zwak humeus matig fijn licht-; grijs-; bruin; kalkloos 80 zand zwak siltig matig fijn licht-; geel; kalkloos spoor roestvlekken 100 zand zwak siltig matig fijn licht-; oranje-; geel; kalkloos veel roestvlekken
30 45 80
kalkloos
kalkloos weinig roestvlekken kalkloos spoor roestvlekken
kalkloos
spoor baksteen
A-horizont; verploegd
A-horizont; verploegd B-horizont BC-horizont C-horizont
A-horizont; verploegd AB-horizont C-horizont
C-horizont C-horizont
A-horizont; verploegd
A-horizont; verploegd C-horizont C-horizont
AB-horizont B-horizont C-horizont
weinig houtskoolspikkels
kalkloos kalkloos kalkloos spoor roestvlekken
C-horizont C-horizont
A-horizont
A-horizont
A-horizont
A-horizont
30
0
antropogene bijmengingen spoor baksteen
organische bijmengingen spoor houtskoolspikkels
bodemhorizonten
kalkloos
kalkloos kalkloos kalkloos spoor roestvlekken kalkloos weinig roestvlekken
kalkloos
kalkloos kalkloos
nieuwvormingen
0
zand zwak siltig; matig humeus matig fijn donker-; grijs;
70 zand zwak siltig 100 zand zwak siltig; zwak grindig
25 70
zand zwak siltig; matig humeus matig fijn donker-; bruin;
25
0
50
zand zwak siltig; matig humeus matig fijn donker-; bruin; grijs-; 55 zand zwak siltig; zwak humeus matig fijn donker-; bruin; 65 zand zwak siltig; zwak humeus matig fijn donker-; bruin; 95 zand zwak siltig zeer fijn licht-; geel; 100 zand zwak siltig zeer fijn licht-; geel;
25
zand zwak siltig; matig humeus matig fijn donker-; zwart-; bruin; 50 70 zand zwak siltig; zwak humeus matig fijn grijs-; bruin; 70 105 zand zwak siltig matig fijn licht-; grijs-; bruin; 105 130 zand zwak siltig matig fijn licht-; geel;
0
25 55 65 95
0
30 110 zand zwak siltig; matig humeus matig fijn donker-; grijs; 110 120 donker-; bruin;
overig omgewerkte grond, gele vlekken
bouwvoor
bouwvoor
bouwvoor
omgewerkte grond, gele vlekken
bouwvoor
bouwvoor
omgewerkte grond, gele vlekken
bruine/gele vlekken volledig hout gestuit
32
Heeten De Veldegge
Lithostratigrafie
maaiveldhoogte (cm) NAP
y coördinaat (m)
x coördinaat (m)
nummer
ADC ArcheoProjecten rapport 1703
22
21
20
19
18
17
16
kleur
zandmediaan
bijmenging
bovengrens (cm onder mv) ondergrens (cm onder mv) grondsoort
zand zwak siltig; matig humeus matig fijn zand zwak siltig; zwak humeus matig fijn zand zwak siltig matig fijn zand zwak siltig matig fijn zand zwak siltig matig fijn
zand zwak siltig; matig humeus matig fijn zand zwak siltig; zwak humeus matig fijn zand zwak siltig matig fijn zand zwak siltig matig fijn
zand zwak siltig; matig humeus matig fijn zand zwak siltig; zwak humeus matig fijn zand zwak siltig matig fijn zand zwak siltig matig fijn zand zwak siltig zeer fijn zand zwak siltig; zwak grindig matig fijn
matig fijn licht-; bruin-; geel;
matig fijn grijs-; bruin;
zand zwak siltig; matig humeus matig fijn donker-; bruin;
100 125 zand zwak siltig
100 zand zwak siltig; zwak grindig; zwak humeus
60
35
licht-; bruin; licht-; geel;
donker-; bruin; bruin;
donker-; bruin; bruin; licht-; bruin; licht-; geel; licht-; geel; licht-; geel;
zand zwak siltig; matig humeus matig fijn donker-; bruin;
zand zwak siltig; matig humeus matig fijn zand zwak siltig; zwak grindig; matig fijn zwak humeus 70 zand zwak siltig matig fijn 100 zand zwak siltig; zwak grindig matig fijn
40 55
35 45 50 60 80 100
60
0
donker-; bruin; bruin; licht-; bruin-; geel; licht-; oranje; licht-; geel;
donker-; bruin; grijs-; bruin; licht-; geel; licht-; geel;
40 zand zwak siltig; matig humeus matig fijn donker-; bruin; 70 zand zwak siltig zeer fijn licht-; geel; 100 zand zwak siltig zeer fijn licht-; wit-; geel;
35 45 60 95 110
45 80 120 150
0
55 70
0 40
0 35 45 50 60 80
0 40 70
0 35 45 60 95
0 45 80 120
grijs; 135 155 zand zwak siltig; zwak humeus matig fijn donker-; bruin-; grijs; 155 175 zand zwak siltig; matig humeus matig fijn donker-; grijs; 175 200 zand zwak siltig; zwak grindig matig fijn licht-; geel;
kalkgehalte
nieuwvormingen
antropogene bijmengingen
kalkloos
kalkloos weinig roestvlekken
kalkloos
kalkloos
kalkloos kalkloos
kalkloos kalkloos
kalkloos kalkloos kalkloos kalkloos spoor roestvlekken kalkloos kalkloos
kalkloos kalkloos spoor roestvlekken kalkloos
weinig baksteen; spoor aardewerkfrag menten
spoor baksteen
kalkloos spoor baksteen kalkloos kalkloos spoor roestvlekken kalkloos weinig roestvlekken kalkloos spoor roestvlekken
kalkloos kalkloos kalkloos spoor roestvlekken kalkloos spoor roestvlekken
kalkloos kalkloos
kalkloos
bodemhorizonten A-horizont;
C-horizont
A-horizont; verploegd
BC-horizont C-horizont
A-horizont B-horizont
A-horizont B-horizont BC-horizont C-horizont C-horizont C-horizont
A-horizont C-horizont C-horizont
A-horizont B-horizont BC-horizont C-horizont C-horizont
A-horizont AB-horizont BC-horizont C-horizont
C-horizont
overig bouwvoor
afvallaag, kolengruis, metaal
bouwvoor
ronde kwarts korrels
bruine vlekken
scherpe overgang onderliggende laag
bruine vlekken vuile laag grindjes
gele vlekken
33
Heeten De Veldegge
Lithostratigrafie
organische bijmengingen
maaiveldhoogte (cm) NAP
y coördinaat (m)
x coördinaat (m)
nummer
ADC ArcheoProjecten rapport 1703
31
30
29
28
27
26
25
24
23
70 zand zwak siltig; zwak humeus matig fijn bruin-; grijs; 100 zand zwak siltig; zwak grindig matig fijn licht-; geel;
55 70
50 60 80 100
zand zwak siltig; matig humeus matig fijn zand zwak siltig; zwak humeus matig fijn zand zwak siltig matig fijn zand zwak siltig matig fijn
donker-; bruin; donker-; grijs; licht-; bruin-; grijs; licht-; bruin;
45 zand zwak siltig; matig humeus matig fijn donker-; bruin; 100 zand zwak siltig matig fijn licht-; bruin;
donker-; bruin; bruin-; grijs; licht-; bruin-; grijs; licht-; grijs;
75 zand zwak siltig; zwak humeus matig fijn donker-; grijs; 100 zand zwak siltig; zwak grindig matig fijn licht-; bruin;
55 75
zand zwak siltig; matig humeus matig fijn donker-; bruin;
zand zwak siltig; matig humeus matig fijn zand zwak siltig; zwak humeus matig fijn zand zwak siltig matig fijn zand zwak siltig matig fijn
55
50 55 80 100
0
0 50 55 80
45 zand zwak siltig; matig humeus matig fijn donker-; grijs; 100 zand zwak siltig; matig humeus matig fijn donker-; grijs-; bruin; 100 125 zand zwak siltig matig fijn licht-; bruin;
0 45
0 50 60 80
0 45
zeer fijn licht-; grijs; matig fijn licht-; bruin;
40 zand zwak siltig; matig humeus matig fijn donker-; bruin; 100 zand zwak siltig matig fijn licht-; wit-; geel;
70 zand matig siltig 100 zand zwak siltig; zwak grindig
45 70
0 40
45
0
zand zwak siltig; matig humeus matig fijn donker-; bruin;
55
zand zwak siltig; matig humeus matig fijn donker-; bruin;
zand zwak siltig; matig humeus matig fijn donker-; bruin-; grijs; 65 zand zwak siltig; zwak grindig matig fijn licht-; geel-; bruin; 100 zand zwak siltig; zwak grindig matig fijn licht-; geel;
35
zandmediaan matig fijn licht-; bruin; geel-;
kleur
0
35 65
0
bijmenging
100 zand zwak siltig
bovengrens (cm onder mv) ondergrens (cm onder mv) grondsoort
35
kalkgehalte
nieuwvormingen
kalkloos kalkloos
kalkloos
kalkloos kalkloos kalkloos spoor roestvlekken kalkloos
C-horizont
A-horizont; verploegd
A-horizont AB-horizont C-horizont C-horizont
C-horizont
antropogene bijmengingen
kalkloos
organische bijmengingen
A-horizont
C-horizont C-horizont
A-horizont
A-horizont C-horizont
A-horizont C-horizont
A-horizont; verploegd C-horizont C-horizont
A-horizont; verploegd AC-horizont C-horizont
A-horizont; verploegd C-horizont C-horizont
verploegd C-horizont
bodemhorizonten
kalkloos kalkloos
kalkloos kalkloos kalkloos kalkloos
kalkloos kalkloos
kalkloos kalkloos spoor roestvlekken
kalkloos kalkloos
kalkloos
kalkloos kalkloos
kalkloos
kalkloos spoor roestvlekken kalkloos
kalkloos
kalkloos
overig omgewerkte grond, gele vlekken
bouwvoor
omgewerkte grond, grijze vlekken
omgewerkte grond, gele vlekken
onderin vlekken C
grindjes op 50
bouwvoor; onderin vlekkerig
gele vlekken
bouwvoor
bouwvoor
34
Heeten De Veldegge
Lithostratigrafie
maaiveldhoogte (cm) NAP
y coördinaat (m)
x coördinaat (m)
nummer
ADC ArcheoProjecten rapport 1703
40
39
38
37
36
35
34
33
32
zandmediaan
bijmenging
bovengrens (cm onder mv) ondergrens (cm onder mv) grondsoort
95 zand zwak siltig; zwak humeus matig fijn donker-; bruin; 120 zand zwak siltig; zwak grindig matig fijn licht-; grijs;
45 95
0 35 80
40 70
0
0 30 65
0 75 85
70 75
35 zand zwak siltig; matig humeus matig fijn donker-; bruin; 80 zand zwak siltig matig fijn licht-; bruin; 110 zand zwak siltig matig fijn licht-; bruin;
zand zwak siltig; matig humeus matig fijn donker-; grijs-; bruin; 70 zand zwak siltig; zwak humeus matig fijn licht-; bruin; 100 zand zwak siltig matig fijn licht-; bruin-; geel;
40
30 zand zwak siltig; matig humeus matig fijn donker-; bruin; 65 zand zwak siltig; zwak humeus matig fijn donker-; bruin; 100 zand zwak siltig matig fijn licht-; bruin;
75 zand zwak siltig; matig humeus matig fijn donker-; bruin; 85 zand zwak siltig; zwak humeus matig fijn bruin; 130 zand zwak siltig matig fijn licht-; wit-; geel;
zand zwak siltig; matig humeus matig fijn donker-; bruin; zand zwak siltig; zwak humeus matig fijn donker-; grijs-; bruin; 75 zand zwak siltig; zwak humeus matig fijn licht-; bruin; 120 zand zwak siltig matig fijn licht-; wit-; geel;
45 70
55 zand zwak siltig; zwak humeus matig fijn bruin; 100 zand zwak siltig; zwak grindig matig fijn licht-; geel;
25 55
0 45
25
0
zand zwak siltig; matig humeus matig fijn donker-; bruin;
45
0
zand zwak siltig; matig humeus matig fijn donker-; bruin;
180 zand zwak siltig; matig humeus matig fijn bruin-; grijs;
55 zand zwak siltig; zwak humeus matig fijn bruin; 85 zand zwak siltig; zwak grindig matig fijn licht-; bruin; 100 zand zwak siltig; zwak grindig matig fijn licht-; geel-; bruin;
45 55 85
0
45
zand zwak siltig; matig humeus matig fijn donker-; bruin;
kleur
0
kalkgehalte
nieuwvormingen
kalkloos kalkloos kalkloos
kalkloos kalkloos
kalkloos
kalkloos kalkloos kalkloos
kalkloos kalkloos kalkloos
kalkloos kalkloos spoor roestvlekken
kalkloos kalkloos
kalkloos kalkloos
kalkloos
kalkloos kalkloos
kalkloos
kalkloos
kalkloos kalkloos spoor roestvlekken kalkloos
kalkloos
bodemhorizonten C-horizont
B-horizont C-horizont
A-horizont
C-horizont
A-horizont
A-horizont B-horizont C-horizont
B-horizont C-horizont
A-horizont A-horizont
C-horizont
A-horizont; verploegd
C-horizont
A-horizont; verploegd
A-horizont; verploegd B-horizont C-horizont C-horizont
overig omgewerkte grond, gele vlekken omgewerkte grond, grijze vlekken
omgewerkte grond, grijze vlekken
grijze vlekken
grijze vlekken
omgewerkte grond, gele vlekken
bouwvoor
omgewerkte grond, gele vlekken
bouwvoor
omgewerkte grond; bodem nog niet bereikt, slootvulling, grijze vlekken
bouwvoor
35
Heeten De Veldegge
Lithostratigrafie
organische bijmengingen
antropogene bijmengingen
maaiveldhoogte (cm) NAP
y coördinaat (m)
x coördinaat (m)
ArcheoProjecten
Middeleeuwse erven in plangebied Heeten-Veldegge rapport 1961
Sporen van bewoning uit de Midden-IJzertijd en Volle en Late Middeleeuwen in plangebied Veldegge te Heeten, gemeente Raalte Een Inventariserend Veldonderzoek in de vorm van proefsleuven
N. Bouma
Met een bijdrage van: J.M. Brijker
Colofon ADC Rapport 1961 Sporen van bewoning uit de Midden-IJzertijd en Volle en Late Middeleeuwen in plangebied Veldegge te Heeten, gemeente Raalte Een Inventariserend Veldonderzoek in de vorm van proefsleuven Auteur: N. Bouma Met een bijdrage van: J.M. Brijker In opdracht van: Gemeente Raalte Foto’s en tekeningen: ADC ArcheoProjecten, tenzij anders vermeld © ADC ArcheoProjecten, Amersfoort, juni 2009 Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie of op welke wijze dan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgevers. ADC ArcheoProjecten aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit de toepassing van de adviezen of het gebruik van de resultaten van dit onderzoek.
Autorisatie: N. Prangsma
ISBN 978-90-6836-951-9 ADC ArcheoProjecten Postbus 1513 3800 BM Amersfoort Tel 033 299 8181 Fax 033 299 8180 Email info@archeologie.nl
Inhoudsopgave Administratieve gegevens van het onderzoeksgebied Samenvatting 1 Inleiding 1.1 Algemeen 1.2 Vooronderzoek 1.3 Doel van het onderzoek en onderzoeksvragen 1.4 Opzet van het rapport 2 Methoden 3 Resultaten 3.1 Fysisch geografisch onderzoek (J.M. Brijker) 3.2 Sporen en structuren 3.3 Vondstmateriaal 3.3.1 Aardewerk 3.3.2 Metaal 3.3.3 Vuursteen 3.3.4 Natuursteen en keramisch bouwmateriaal 3.3.5 Archeozoölogisch onderzoek 3.3.6 Metaalslakken 4 Synthese 4.1 Algemeen 4.2 Beantwoording van de onderzoeksvragen 5 Waardering en selectieadvies 5.1 Waardering van de vindplaats 5.2 Selectieadvies Literatuur Lijst van afbeeldingen Lijst van tabellen Bijlage 1. Sporenlijst Bijlage 2. Vullinglijst Bijlage 3. Vondstenlijst Bijlage 4. Aardewerktabel Verklarende woordenlijst Afkortingen in database
4 5 7 7 7 12 12 12 14 14 17 37 37 39 39 39 40 40 41 41 42 43 43 45 46 46 47 48 54 60 62 64 65
Administratieve gegevens van het onderzoeksgebied Provincie: Gemeente: Plaats: Toponiem: Kadastrale gegevens: Kaartblad: Coördinaten: Projectverantwoordelijke: Bevoegde overheid: Deskundige namens de bevoegde overheid: ARCHIS-onderzoeksmeldingsnummer (CIScode): ADC-projectcode: Complex en ABR codering: Periode(n): KNA versie: Geomorfologische context: NAP hoogte maaiveld: Maximale diepte onderzoek: Uitvoering van het veldwerk: Beheer en plaats documentatie:
Overijssel Raalte Heeten Veldegge Grond is in eigendom van de gemeente Raalte 27HN2 NW 216.207/483.247; NO 216.475/483.135; ZO 216.398/482.989; ZW 216.219/483.092 N. Bouma Gemeente Raalte Mevr. M. Nieuwenhuis, regioarcheoloog 34163 4109642 Nederzetting onbepaald (NX), infrastructuur percelering/verkaveling (IPER), economie landbouw (ELX) Midden-IJzertijd, Volle en Late Middeleeuwen 3.1 Dekzandrug (RDE) Tussen 7,33 en 8,63 m + NAP Ca. 90 cm beneden maaiveld 23 maart 2009 t/m 2 april 2009 Provinciaal Depot voor Bodemvondsten Overijssel
5
Samenvatting Sporen van bewoning uit de IJzertijd en Middeleeuwen in plangebied Veldegge In plangebied Veldegge te Heeten, gemeente Raalte, zijn resten ontdekt van één of meerdere erven uit de Volle en Late Middeleeuwen en sporen van bewoning uit de Midden-IJzertijd. De resten kwamen aan het licht tijdens een Inventariserend Veldonderzoek door middel van proefsleuven, dat is uitgevoerd door ADC ArcheoProjecten in opdracht van de gemeente Raalte. Het onderzoek heeft aangetoond dat in de oostelijke en zuidelijke helft van het plangebied sprake is van een behoudenswaardige archeologische vindplaats. ADC ArcheoProjecten adviseert de gemeente Raalte om deze vindplaats in situ te behouden. Indien behoud in situ niet mogelijk is, dient de vindplaats ex situ, door middel van een vlakdekkende opgraving te worden veiliggesteld, om zo informatie te behouden die van belang is voor onze kennisvorming van het verleden. Bewoning uit de Volle en Late Middeleeuwen en sporen van bewoning uit de Midden-IJzertijd In de oostelijke helft van het plangebied is een grote concentratie sporen en vondsten aangetroffen uit de Volle en Late Middeleeuwen. In meerdere werkputten zijn delen van boerderijplattegronden, erf- en ontginningsgreppels en waterputten aangetroffen. Op basis van het aardewerk dat in de sporen is e e gevonden, kan de middeleeuwse bewoning met name gedateerd worden in de 11 en 12 eeuw.
Boerderijen uit deze periode zijn veelal bootvormig en worden gerekend tot het zogenaamde type Gasselte B. In werkput 11 is mogelijk een deel van zo’n boerderijplattegrond aangetroffen van ca. 28 m lengte. In put 2 is met zekerheid een deel van een huisplattegrond van dit type gevonden. In het centrale en zuidelijke deel van het plangebied zijn sporen en vondsten aangetroffen die in de Midden-IJzertijd (500-250 v. Chr.) gedateerd kunnen worden. Interessant in dit gegeven is de nabijheid van de locaties Hordelman en Telgen, waar sporen van bewoning en ijzerproductie uit de IJzertijd/Romeinse tijd zijn aangetroffen. Of de IJzertijdsporen van de locatie Veldegge hier enig verband mee houden is op dit moment nog niet te zeggen. Waarde en belang van het onderzoek en het selectieadvies Interessant gegeven is dat in laatmiddeleeuwse historische bronnen vier boerderijen worden vermeld die gelegen zijn in het plangebied. Het vermoeden bestaat dat deze boerderijen hun oorsprong vinden in de Vroege Middeleeuwen. Bij het archeologisch onderzoek zijn hoogstwaarschijnlijk resten van deze boerderijen (erven) of voorlopers daarvan gevonden en kunnen we de oorsprong (vooralsnog) e terugvoeren tot de 11 eeuw. Sporen van bewoning uit de Midden-IJzertijd tonen aan dat het plangebied vóór de Middeleeuwen ook al werd bewoond.
Gezien de nabijheid van de locaties Hordelman en Telgen, bestaat er mogelijk een verband met deze vindplaatsen. Dankzij het archeologisch onderzoek op de locatie Veldegge in Heeten kunnen we de bewoningsgeschiedenis binnen de gemeente Raalte over langere periode en in samenhang onderzoeken. Op basis van de fysieke en inhoudelijke kwaliteit is er in het oostelijk en zuidelijk deel van het plangebied sprake van een behoudenswaardige vindplaats. ADC ArcheoProjecten adviseert de gemeente Raalte om de vindplaats in situ te behouden. Wanneer behoud in situ niet mogelijk is, dient de informatie van deze vindplaats ex situ, door middel van een vlakdekkende opgraving te worden veiliggesteld, om zo informatie te behouden die van belang is voor onze kennisvorming van het verleden. Tabel 1. Overzicht van de verschillende (pre)historische perioden. Periode Nieuwe tijd Nieuwe tijd C Nieuwe tijd B Nieuwe tijd A Middeleeuwen: Late-Middeleeuwen B / Late Middeleeuwen Late-Middeleeuwen A / Volle Middeleeuwen Vroege-Middeleeuwen D / Ottoonse periode Vroege-Middeleeuwen C / Karolingische tijd Vroege-Middeleeuwen B / Merovingische tijd Vroege-Middeleeuwen A / Volksverhuizingstijd Romeinse tijd: IJzertijd: Late-IJzertijd Midden-IJzertijd Vroege-IJzertijd Bronstijd: Neolithicum (Jonge Steentijd): Mesolithicum (Midden Steentijd): Paleolithicum (Oude Steentijd):
Tijd in jaren 1500 - heden 1850 - heden 1650 - 1850 na Chr. 1500 - 1650 na Chr. 450 – 1500 na Chr. 1250 - 1500 na Chr. 1050 - 1250 na Chr. 900 - 1050 na Chr. 725 - 900 na Chr. 525 - 725 na Chr. 450 - 525 na Chr. 12 voor Chr. – 450 na Chr. 800 – 12 voor Chr. 250 - 12 voor Chr. 500 - 250 voor Chr. 800 - 500 voor Chr. 2000-800 voor Chr. 5300 – 2000 voor Chr. 8800 – 4900 voor Chr. tot 8800 voor Chr.
Bron: Archeologisch Basis Register 1992
ADC ArcheoProjecten Rapport 1961
Heeten Veldegge
490000
6
RAALTE RAALTE RAALTE RAALTE RAALTE RAALTE
MARIENHEEM MARIENHEEM MARIENHEEM MARIENHEEM MARIENHEEM MARIENHEEM
HAARLE HAARLE GEM GEM HELLEND HELLEND HAARLE HAARLE HAARLEGEM GEM GEMHELLEND HELLEND HELLEND
485000
BROEKLAND BROEKLAND BROEKLAND OV OV BROEKLAND BROEKLAND BROEKLANDOV OV OV OV
$ $
HEETEN HEETEN HEETEN HEETEN HEETEN HEETEN
WESEPE WESEPE WESEPE WESEPE WESEPE
480000
NIEUW NIEUW HEETEN HEETEN NIEUW NIEUW NIEUWHEETEN HEETEN HEETEN HEETEN
OKKENBROEK OKKENBROEK OKKENBROEK OKKENBROEK OKKENBROEK OKKENBROEK
N N N N N
$
DIEPENVEEN DIEPENVEEN DIEPENVEEN DIEPENVEEN DIEPENVEEN DIEPENVEEN
HOLTEN HOLTEN HOLTEN HOLTEN HOLTEN HOLTEN
LETTELE LETTELE LETTELE LETTELE LETTELE LETTELE
SCHALKHAAR SCHALKHAAR SCHALKHAAR SCHALKHAAR SCHALKHAAR SCHALKHAAR
210000
5000m 5000m 5000m 5000m 5000m 5000m
215000
Heeten - Veldegge, gemeente Raalte bron: Geodan