Omgevingsplan De Veldegge Noord Bijlage 10 tm 20
Tekst van het document
Bijlage 10
1/1
Heeten, De Veldegge Noord Onderzoek stikstofdepositie Gemeente Raalte
sab adviseurs in ruimtelijke ontwikkeling
22 mei 2025, projectnummer 220357.01
sab adviseurs in ruimtelijke ontwikkeling info@sab.nl - www.sab.nl Disclaimer tekst Bij het samenstellen is de grootst mogelijke zorgvuldigheid nagestreefd. Toch kan de informatie in deze uitgave niet juist of onvolledig zijn. De Opdrachtgever is hiervoor niet aansprakelijk. Als u van mening bent dat er beeldmateriaal is gebruikt waarover u het beeldrecht heeft, neem dan contact op met de opdrachtgever via onze website of bovengenoemde adres. Copyright Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen, in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt worden in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch door fotokopieën of enig andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de opdrachtgever.
Inhoudsopgave 1
2
3
4
5
Inleiding
3
1.1
Situering en huidige situatie
3
1.2
Toekomstige situatie
4
Wettelijk kader en berekenings- methodiek
5
2.1
Natura 2000-gebieden
5
2.2
Berekeningsmethodiek
7
Onderzoeksgegevens
9
3.1
Huidige situatie
9
3.2
Aanlegfase
13
3.3
Toekomstige situatie, gebruiksfase
14
Onderzoeksresultaten
17
4.1
Aanlegfase
17
4.2
Gebruiksfase
18
Conclusie
19
5.1
Aanlegfase
19
5.2
Gebruiksfase
19
5.3
Eindadvies
19
Bijlagen Bijlage 1: Aerius pdf-bestand aanlegfase Bijlage 2: Aerius pdf-bestand gebruiksfase
1 Inleiding In Heeten bestaat het voornemen om aan de noordzijde van het dorp binnen het project ‘Veldegge Noord’ in totaal circa 90 woningen te realiseren. In het kader van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) in de Omgevingswet is het noodzakelijk de mogelijke stikstofuitstoot door de beoogde ontwikkeling inzichtelijk te maken. Het voorliggende rapport voorziet in dit onderzoek.
1.1
Situering en huidige situatie Het voorliggende project voorziet de realisatie van woningbouw op de locatie ‘Veldegge Noord te Heeten. De locatie wordt globaal omsloten door het sportpark, De N332 en het zonnepark, de Veldeggerweg en de Houtskoolstraat. Het adres Johannalaan 39 ligt in het ontwikkelgebied maar maakt geen deel uit van de ontwikkeling. De directe omgeving wordt gekenmerkt door onder andere woningbouw, sportvelden, zonnepark en land- en tuinbouw. Navolgende figuren geven de ligging van de ontwikkellocatie ten opzichte van de nabije omgeving en een luchtfoto van de ontwikkellocatie weer.
Topografische kaart met globale aanduiding ontwikkellocatie (in rood). De zwarte gearceerde plek maakt niet deel uit van de ontwikkellocatie (bron: openstreetmap)
3
Luchtfoto van de ontwikkellocatie rood omkaderd ten opzichte van de kern Heeten. De zwarte gearceerde plek maakt niet deel uit van de ontwikkellocatie (bron: PDOK viewer, bewerking: SAB)
1.2
Toekomstige situatie De beoogde ontwikkeling voorziet in de realisatie van in totaal circa 90 woningen, het woonprogramma bestaat uit ca. 8 vrijstaande woningen, ca. 20 twee-onder-een-kap woningen, ca. 35 rijwoningen en ca. 27 sociale huurwoningen. Onderstaande figuur geeft het stedenbouwkundig ontwerp weer.
Stedenbouwkundig ontwerp (bron: SAB, 6 mei 2025)
4
2 Wettelijk kader en berekeningsmethodiek 2.1
Natura 2000-gebieden Ingevolge artikel 2.44 van de Omgevingswet zijn er Natura 2000-gebieden aangewezen ter uitvoering van Vogelrichtlijn en/of Habitatrichtlijn. Dit impliceert dat eenieder voldoende zorg in acht moet nemen voor deze gebieden en dat negatieve gevolgen zo veel mogelijk beperkt dienen te worden. Voor de habitattypen en leefgebieden waarvoor instandhoudingsdoelstellingen gelden in Natura 2000-gebieden zijn kritische depositiewaarden (KDW) voor stikstofdepositie vastgesteld. Met de KDW wordt bedoeld: de grens waarboven het risico bestaat dat de kwaliteit van het habitat significant wordt aangetast als gevolg van de verzurende en/of vermestende invloed van atmosferische stikstofdepositie. Projecten zoals het in dit rapport genoemde project kunnen door stikstofemissie effect hebben op habitattypen binnen omliggende Natura 2000-gebieden en gelet op de instandhoudingsdoelstelling van een Natura 2000-gebied de kwaliteit van de natuurlijke habitats en de habitats van soort verslechteren. Gezien het gegeven dat stikstofemissie, in de vorm van stikstofoxiden (NOx) of ammoniak (NH3), kan plaatsvinden bij onder andere landbouw, gemotoriseerd verkeer, industrie en ook bij de verwarming van huizen, is het wettelijk vereist deze emissie in beeld te brengen. Het voorliggende rapport voldoet aan deze vereiste.
Onderstaande figuur geeft de locaties van de dichtstbijzijnde Natura 2000-gebieden weer.
Situering ontwikkellocatie ten opzichte van Natura 2000-gebieden
5
Het betreft de volgende dichtstbijzijnde Natura 2000-gebieden met de bijbehorende afstanden tot de ontwikkellocatie: - Boetelerveld - Sallandse Heuvelrug
circa 3,5 kilometer; circa 5 kilometer.
Overige Natura 2000-gebieden zijn op grotere afstand van het besluitgebied gelegen. De opgesomde en grafisch weergegeven Natura 2000-gebieden zijn niet per definitie gelijk aan de Natura 2000-gebieden met stikstofgevoelige habitattypen maar geven slechts een overzicht van de ligging van het project ten opzichte van nabijgelegen Natura 2000-gebieden. In voorgaande figuur wordt de locatie van het project inzichtelijk gemaakt en tevens worden de mogelijk aanwezige stikstofgevoelige habitattypen weergegeven, van zeer gevoelig (donkerpaars), gevoelig (licht paars) tot minder/niet gevoelig (licht groen). De meest actuele kaart van alle Natura 2000-gebieden is via de website van de provincie te raadplegen en niet per definitie opgenomen in het programma Aerius Calculator 2024.1.31. 2.1.1
Inspanningsplicht beperking stikstofemissie In het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) wordt nog een aanvullende eis gesteld met betrekking tot stikstof. Artikel 7.19a van het Bbl verplicht initiatiefnemers om adequate maatregelen te treffen om de stikstofemissie naar de lucht te beperken. De verplichting vereist niet om geheel emissieloos werken, maar heeft tot doel de emissies te beperken ten opzichte van de situatie waarin geen maatregelen zouden worden getroffen. Initiatiefnemers dienen te overwegen welke stappen zij verder kunnen nemen om de uitstoot van hun reguliere werkwijze te reduceren. Echter deze inspanningsplicht is niet relevant op het niveau van een wijziging van het omgevingsplan of een kaderstellend onderzoek ten behoeve van een ruimtelijk plan. Hier moet enkel de haalbaarheid van een voornemen aangetoond worden. De uitvoering in de praktijk dient hierbinnen te passen maar wordt nog niet vastgesteld. Het voorliggende onderzoek vindt plaats in het kader van een aanpassing van het omgevingsplan ten behoeve van woningbouw. De inspanningsplicht uit het Bbl geldt pas tijdens de vergunningsfase wanneer de plannen in detail uitgewerkt zijn en concrete beperkende stappen aangewezen kunnen worden. Daarom wordt in voorliggend onderzoek enkel de minimale vereiste beoordeeld, het voorkomen van negatieve gevolgen voor Natura 2000-gebieden.
1
Aerius Calculator 2024.1.3, release op 25 maart 2025.
6
2.2
Berekeningsmethodiek De berekeningen naar de stikstofdepositiebijdrage vanwege de aanlegfase en gebruiksfase van het project worden uitgevoerd met het programma Aerius Calculator 2024.1.3. De gehanteerde ‘grenswaarde’ voor de stikstofdepositie bedraagt 0,00 mol/hal/j. In het kader van een stikstofonderzoek kunnen significant negatieve effecten met deze waarde worden uitgesloten, waardoor het uitvoeren van vervolgonderzoeken niet aan de orde is en het aspect stikstofdepositie geen belemmering vormt voor de realisatie van een project2. Een hogere waarde wordt beschouwd als overschrijding zodat er op verzoek van het bevoegd gezag een nadere beschouwing conform wettelijke kaders dient plaats te vinden. Blijkens jurisprudentie kan daarbij nader onderzoek achterwege blijven wanneer stikstofdepositie plaatsvindt op hexagonen die niet overbelast of naderend overbelast zijn3. Immers, op deze hexagonen leidt een stikstofdepositie niet tot een overschrijding of naderende overschrijding van de kritische depositiewaarde 4. Dit betekent per definitie dat stikstofdepositie daar geen probleem vormt voor de gunstige staat van instandhouding van de aanwezige habitats en dat significante gevolgen in zoverre zijn uitgesloten5. In geval de depositie de grens van de KDW overschrijdt noemen we dit overbelast.
In de praktijk wordt een veiligheidsmarge van 70 mol/ha/jaar aangehouden voor het gebruik van berekeningen voor toestemmingsverlening van initiatieven. Hexagonen noemen we naderend overbelast als de depositie hoger is dan de KDW minus deze veiligheidsmarge. Hexagonen met een depositie lager dan deze waarde zijn gedefinieerd als niet overbelast. Uit het navolgende hoofdstuk zal moeten blijken of op basis van de rekenresultaten een overschrijding op overbelaste hexagonen wordt geconstateerd. Bij de berekening van stikstofemissies door mobiele werktuigen, bijvoorbeeld in de aanlegfase, maakt het programma Aerius Calculator 2024.1.3 gebruik van een nadere specificatie van Stage klasse, brandstofverbruik, draaiuren en – indien van toepassing – AdBlue verbruik. Daarmee geeft het programma Aerius Calculator 2024.1.3 een range waarbinnen invoer en berekening van gegevens en brandstofverbruik voor materieel mogelijk is. Hierbij worden nieuwere machines geclassificeerd als schoner en hebben derhalve ook een lager brandstofverbruik. Voor stikstofemissie is niet voor elk materieel bedrijfsspecifieke informatie beschikbaar, vandaar dat als controlemechanisme de berekeningsmethodiek uit onderzoek van TNO6 ‘Onderbouwing AERIUS emissiefactoren voor wegverkeer, mobiele
2
3 4 5 6
Met deze versie van de Aerius Calculator kan tot maximaal 25 kilometer rondom de emissiebronnen gerekend worden. In Nederland zijn over het algemeen binnen 25 kilometer Natura 2000-gebieden aanwezig. In gebieden waar mogelijk op meer dan 25 kilometer afstand van emissiebronnen overschrijdingen mogelijk zijn, zijn in de relevante windrichtingen rekenpunten gelegd om overschrijdingen uit te sluiten. Raad van State, ECLI:NL:RVS:2012:BY7360. Raad van State, ECLI:NL:RVS:2016:497. Raad van State, ECLI:NL:RVS:2021:1969. TNO rapport 2020 R11528.
7
werktuigen, binnenvaart en zeevaart’ (d.d. 8 oktober 2020) kan worden gehanteerd. Daarbij wordt de berekening in twee stappen uitgevoerd. Stap 1: brandstofverbruik (liters) bij draaiuren 0,245 x arbeid [kWh] Stap 2: aanvullend brandstofverbruik (liters) bij stationair draaien + (0,52 + 0,0034 x maximaal vermogen [kW]) x draaiuren [h] In combinatie met de door TNO7,8 vastgestelde gemiddelde motorlast van 60% (bij uitsluiting stationair gebruik) en een gemiddelde belasting van circa 65% (bij uitsluiting stationair gebruik) betreft de totale gemiddelde motorlast (inclusief stationair) ongeveer 39%. Uitgaande van deze berekening en vergelijkbare projecten hanteert SAB, tenzij anders door de opdrachtgever c.q. aannemer vermeld, het gemiddelde vermogen van materieel. Op basis van de TNO-formule zou het brandstofverbruik derhalve gemiddeld conform de kenmerken in de navolgende tabel moeten zijn. Het door aannemers vermelde verbruik wijkt echter consistent af van het met behulp van de TNOmethode berekende verbruik. Daarom is het verbruik richting de ervaringscijfers afgerond om de door SAB gehanteerde kencijfers te bepalen. Gemiddeld brandstofverbruik conform TNO Aerius indeling vermogen
Gemiddeld brandstofverbruik
Gehanteerd brandstofverbruik *
18 <= kW < 37
3 liter/uur
5 liter/uur
37 <= kW < 56
5 liter/uur
5 liter/uur
56 <= kW < 75
7 liter/uur
5 liter/uur
75 <= kW < 130
11 liter/uur
10 liter/uur
130 <= kW < 300
22 liter/uur
20 liter/uur
300 <= kW < 560
43 liter/uur
40 liter/uur
560 <= kW < 1000
78 liter/uur
80 liter/uur
* Indien geen gegevens door aannemers verstrekt.
7 8
TNO rapport 2020 R11528. TNO emissiefactoren 2020 voor AERIUS 2020.
8
3 Onderzoeksgegevens 3.1
Huidige situatie De ontwikkellocatie betreft momenteel onbebouwde agrarisch percelen. In het kader van de interne saldering wordt in het navolgende onderzoek inzichtelijk gemaakt welke relevante stikstofemissies naar de lucht plaatsvinden. Referentiesituatie In gevolg van jurisprudentie door de Raad van State 9 kan bij onderzoek naar stikstofdepositie worden uitgegaan van intern salderen en geldt hierbij geen vergunningplicht wanneer geen sprake is van een significant negatief effect. Daarmee is voor intern salderen relevant wat de als referentiesituatie aangewezen gebruiksdoeleinden zijn (geweest) op de ontwikkellocatie. Voor berekening van de huidige situatie is gekeken naar het vigerend gebruik van de percelen, dat zal eindigen met realisatie van woningbouw. In dit onderzoek is uitgegaan van rekenjaar 2025 voor de huidige situatie. Bij stikstofonderzoeken voor het wijzigen van omgevingsplannen geldt (zoals voorheen bij het vaststellen van een bestemmingsplan) dat de referentiesituatie wordt gezien als de feitelijke, planologisch legale situatie voorafgaand aan de vaststelling van het plan. De gronden hebben de bestemming ‘Agrarisch met waarden – Landschapswaarden’. Om die reden is het feitelijke gebruik als agrarische gronden meegenomen in de referentiesituatie.
Verder is het van belang dat het perceel vanaf 10 juni 1994, de ingangsdatum van de Interimwet ammoniak en veehouderij en de aanwijzing speciale beschermingszone in het kader van de EG-Vogelrichtlijn (d.d. 7 december 1994), feitelijk als landbouwgrond werd gebruikt om de stikstofuitstoot door mest legaal als referentiesituatie aan te kunnen wijzen. Onderstaande topografische kaart laat het bodemgebruik in 1994 zien; in 1993 en 1995 geldt dezelfde indeling, dus er kan worden aangenomen dat dit op 10 juni ook de feitelijke, planologisch legale situatie was 10. Volgens de TOP25 legenda is dit bodemgebruik “weide met sloten”. Geconcludeerd wordt dat het perceel sinds 10 juni 1994 in gebruik is geweest als landbouwgrond, namelijk weide (grasland).
9 Raad van State, 201907146/1/R2, dd. 20 januari 2021 10 Topotijdreis, https://www.topotijdreis.nl/kaart/1994/@199191,442164,9.84
9
Uitsnede Topotijdreis kaart Heeten 1994 (ligging besluitgebied in rood)
De enige voor stikstofdepositie relevante bron in het besluitgebied in de huidige situatie betreft het bemesten van de agrarische percelen. 3.1.1
Bewerken van agrarisch perceel Uit gegevens van Atlas Leefomgeving en de kaart Gewaspercelen historie 11 is afgeleid welke gewassen in een representatieve situatie op de akkers worden gecultiveerd, zie ook de navolgende afbeelding. Het gebied is in gebruik als (blijvend) grasland en bouwland (snij-) mais sinds minstens 2009. Het is onbekend of het grasland met beweiden of grasland met volledig maaien betreft. Op historische luchtfoto’s zijn voornamelijk gemaaid grasland en in sommige jaren maaiwerktuigen te zien, maar dit sluit beweiding niet definitief uit. Daarom wordt de functie met de laagste stikstofgebruiksnorm als referentie genomen, in dit geval grasland met beweiden.
11
Gewaspercelen (BRP), Ministerie van Economische Zaken, 2009-2024
10
Overzicht agrarisch gebruik (ontwikkellocatie in rood)
3.1.2
Bemesten van agrarisch perceel Onderdeel van het agrarisch gebruik is het inzetten van mest waardoor er relevante stikstofemissies naar de lucht plaatsvinden. Het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit heeft voor het mestbeleid kaders opgesteld ten behoeve van de maximale stikstoftoediening in kg per gewas per hectare per jaar 12. De grondsoort bepaalt mede de toegestane mesttoediening. Het besluitgebied betreft geheel zandgrond. Bij de berekening van stikstofdepositie ten behoeve van bemesting wordt uitgegaan van een gemiddelde indeling van 65% dierlijke mest en 35% kunstmest conform gemiddelde cijfers van het CBS13. Met deze verhoudingen ligt de stikstoftoediening door dierlijke mest onder de Nitraatrichtlijn van de Europese Unie. Op basis van recent onderzoek en literatuur hanteert SAB vervolgens voor kunstmest gemiddeld 4,0%14 vervluchtiging van stikstof naar NH3. Voor dierlijke mest wordt de vervluchtiging berekend op basis van de gemiddelde totale hoeveelheid ammoniakaal stikstof (TAN)15 in mest. Dit betreft gemiddeld 64% TAN, wat wordt vermenigvuldigd met de emissiefactor voor NH3 bij mesttoediening, voor grasland 17% 16. Hierop gebaseerd vervluchtigt gemiddeld 11% van de stikstof in de toegediende dierlijke mest als NH3 bij het bemesten. Samengevat worden de volgende formules toegepast: 12
13 14
15
16
Rijksdienst voor Ondernemend Nederland, in opdracht van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, Mestbeleid 2023, Tabel 2, dd. Januari 2023 Op basis van de mineralenbalans, Statline, 2022 (opendata.cbs.nl/statline) Bruggen, C. van. et al. 2023. Emissies naar lucht uit de landbouw in 2019-2021. Berekeningen met model NEMA. Wageningen. WOT Natuur en Milieu. WOT-technical report 242. Tabel 3.1, overige stikstofmeststoffen. Bruggen, C. van. et al. 2023. Emissies naar lucht uit de landbouw in 2019-2021. Berekeningen met model NEMA. Wageningen. WOT Natuur en Milieu. WOT-technical report 242. Tabel B3.2 &B3.4, gemiddelde van mestsoorten in 2021. Bruggen, C. van. et al. 2023. Emissies naar lucht uit de landbouw in 2019-2021. Berekeningen met model NEMA. Wageningen. WOT Natuur en Milieu. WOT-technical report 242. Tabel B17.3, laagste factor voor de periode 2019-2021.
11
− NH3-emissie kunstmest (kg/j) = oppervlak (ha) * stikstofgebruiksnorm (kg N/ha/j) * % kunstmest * % vervluchtiging kunstmest * 1,214 (molmassa ratio) − NH3-emissie dierlijke mest (kg/j) = oppervlak (ha) * stikstofgebruiksnorm (kg N/ha/j) * % dierlijke mest * % emissiefactor NH3 obv TAN * % TAN * 1,214 (molmassa ratio) De tabel hieronder geeft de kenmerken van het agrarisch gebruik en de bijbehorende stikstofemissie van kunstmest en dierlijke mest in het besluitgebied weer. Het betreft hier alleen de emissies van vervluchtigd ammoniak ten gevolge van de bemesting. Overzicht van het agrarische perceel en NH3-emissie Gewas
Grasland
Oppervlak (ha)
Stikstofgebruiksnorm (kg N/ha/jaar)
Totale NH3-emissie kunstmest (kg/jaar)
Totale NH3-emissie dierlijke mest (kg/jaar)
3,63
140
8,64
43,64
Bovenstaande emissies geven de volledige huidige situatie in 2025 weer en zullen als gevolg van het plan verdwijnen.
12
3.2
Aanlegfase De aanlegfase kent een onderverdeling van bouwrijp maken, ruwbouw en afbouw. Het project voorziet in de realisatie van ca. 90 woningen. De start van de aanlegfase zal op zijn vroegst in 2026 plaatsvinden. Daarom is in dit onderzoek uitgegaan van rekenjaar 2026. Ten behoeve van de aanlegfase voor het besluitgebied vinden een aantal relevante stikstofemissies naar de lucht plaats. Deze stikstofemissies worden veroorzaakt door mobiele werktuigen en bouwverkeer ten behoeve van het project en worden in onderstaande paragrafen beschreven. In bijlage 1 is de Aerius export van de aanlegfase bijgevoegd.
3.2.1
Mobiele werktuigen Voor de aanleg zal gebruik worden gemaakt van mobiele werktuigen. In overleg met de opdrachtgever is een inschatting gemaakt van het gebruik van mobiele werktuigen op basis van cijfers uit vergelijkbare projecten. De effectieve bouwtijd duurt in totaal 1 jaar. Navolgende tabel geeft een overzicht van het groot materieel en het te verwachten dieselverbruik en minimale AdBlue-gebruik in deze periode.
Overzicht inzet groot materieel Vermogen in kW
Leeftijd
Bedrijfsduur (uren/jaar)
Brandstofverbruik (liters/jaar)
AdBlue verbruik (liters/jaar)
Graafmachine
75 - 130
stage IV
ca. 700
ca. 7.000
ca. 420
shovel
75 - 130
stage IV
ca. 500
ca. 5.000
ca. 300
Boor-/Heistelling
300 - 560
stage IV
ca. 240
ca. 9.600
ca. 576
Mobiele kraan
130 - 300
stage IV
ca. 1.000
elektrisch
n.v.t.
Betonpomp
130 - 300
stage IV
ca. 400
ca. 8.000
ca. 480
Werktuig
Hierbij dienen de elektrische mobiele werktuigen een oplaadbare accu te hebben of aangesloten te worden aan bouwstroom. De inzet van een stroomaggregaat is niet mogelijk omdat dit zou leiden tot bijkomende stikstofuitstoot. 3.2.2
Bouwverkeer Ten behoeve van de aan- en afvoer van bouwmaterialen en het personeel ter plaatse vindt van en naar de ontwikkellocatie werkverkeer plaats. Gemiddeld per jaar komen er 10 busjes (lichtverkeer) en 4 vrachtwagens per dag naar het besluitgebied, dat zijn respectievelijk circa 20 en 8 bewegingen. Het bouwverkeer is gemodelleerd vanuit de ontwikkellocatie via een tijdelijke bouwweg langs de sportvelden naar de Dorpsstraat. Hierna is het aan- en afrijdende verkeer door zijn snelheid en rij- en stopgedrag nog niet dan wel niet meer te onderscheiden van het overige verkeer dat zich op de betrokken weg bevindt en verdund tot enkele procenten van het reeds aanwezige verkeer en derhalve opgenomen in het heersende verkeersbeeld. 17,18
17
18
Expertiseteam Stikstof en Natura 2000 van BIJ12, Instructie gegevensinvoer voor AERIUS Calculator 2024, oktober 2024 Raad van State, ECLI:NL:RVS:2024:249.
13
Ook is er op de ontwikkellocatie zelf stationair bouwverkeer ingevoerd. De methode uit de Aerius instructie gegevensinvoer wordt toegepast, waarbij wordt aangenomen dat alle vrachtwagens gemiddeld 15 minuten per vrachtwagen stationair zullen draaien, gedurende het hele bouwjaar (ca. 200 dagen per rekenjaar). In de Aerius instructie staan in bijlage 1 de emissiecijfers voor stationair verkeer per rekenjaar. Hierop gebaseerd ontstaat er door de hierboven gegeven verkeersgeneratie 18,21 kg NOx per jaar en 0,18 kg NH3. Het stationair draaien op locatie is gemodelleerd door middel van een vlakbron over het bouwterrein, met de standaard bronkenmerken van de sector ‘weg’ volgens het Handboek werken met Aerius. Daarnaast is voor licht bouwverkeer rekening gehouden met één koude start per voertuig aan het einde van de werkdag. De koude start staat toegelicht in paragraaf 3.3.3.
3.3
Toekomstige situatie, gebruiksfase Het project voorziet in de realisatie van 90 grondgebonden woningen. De voor stikstofdepositie relevante bronnen voor dit project in de gebruiksfase betreffen de stookinstallaties van de te realiseren nieuwbouw en de aantrekkende verkeersbewegingen ten gevolge van het project. Deze worden in onderstaande paragrafen beschreven. In bijlage 2 is de Aerius export van de gebruiksfase bijgevoegd. De nieuwbouw is op zijn vroegst in 2027 gereed. Daarom is in dit onderzoek uitgegaan van rekenjaar 2027 voor de gebruiksfase.
3.3.1
Stookinstallaties De nieuwbouw krijgt geen aansluiting op het gastransportnet (Wet voortgang energietransitie, 01-07-2018) en is haardloos verwarmd. Er vindt derhalve geen stikstofdepositie naar de lucht plaats ten gevolge van stikstof emitterende stookinstallaties. De stikstofdepositie voor de gebruiksfase betreft voor dit project enkel de stikstofdepositie door de verkeersgeneratie.
3.3.2
Rijdend verkeer Aan de hand van CROW, Parkeerkencijfers 2024, d.d. augustus 2024, is de verkeersgeneratie bepaald. Op basis van de omgevingsadressendichtheid (CBS, 2024) wordt de stedelijkheidsgraad van een gemeente vastgesteld. De gemeente Raalte wordt geclassificeerd als ‘weinig stedelijk’. Onderhavige locatie wordt beschouwd als ‘rest bebouwde kom’. Navolgende tabel geeft de verkeersgeneratie weer van de beoogde nieuwbouw waarbij het getal naar boven is afgerond. Zo wordt de worst-case situatie berekend. Berekening verkeersgeneratie per etmaal kenmerk
aantal
kencijfer
per
verkeersgeneratie gemiddeld
Koop, huis, vrijstaand
8
8,2
woning
65,6
Koop, huis, twee-onder-een-kap
20
7,8
woning
156
Koop, huis, tussen/hoek
35
7,4
woning
259
Huur, huis, sociale huur
27
4,8
woning
129,6
14
kenmerk
aantal
totaal afgerond
kencijfer
per
verkeersgeneratie gemiddeld
90
610
Bovenop de hierboven beschreven verkeersgeneratie wordt gerekend met een aantrekkende werking volgens het CROW (2024) van 0,018 vrachtautobewegingen per woning per weekdag-etmaal, met een gelijke verdeling over middelzwaar en zwaar verkeer. In dit geval betreft dit, naar boven afgerond, gemiddeld per jaar 208 middelzware en 208 zware vrachtverkeerbewegingen. Het verkeer verlaat via verschillende routes het plangebied. Het verkeer is deels gemodelleerd via de Johannalaan naar de Dorpsstraat. En deels via 3 routes (Johannalaan, Sinterstraat en Meilerstraat) naar de Holterweg. Hierna is het aan- en afrijdende verkeer door zijn snelheid en rij- en stopgedrag nog niet dan wel niet meer te onderscheiden van het overige verkeer dat zich op de betrokken weg bevindt en verdund tot enkele procenten van het reeds aanwezige verkeer en derhalve opgenomen in het heersende verkeersbeeld. 19,20 3.3.3
Koude start Naast rijdend verkeer dient de uitstoot door opstartend verkeer berekend te worden. Als een voertuig 2 uur of langer stil heeft gestaan is de motor afgekoeld en is er sprake van extra emissies door deze ‘koude start’ rond het vertrekpunt van het verkeer. Per woning wordt gerekend met 2 koude starts op een dag, 1 in de ochtend voor werk/school en 1 voor sport/boodschappen/etc. Een koude start vindt enkel plaats bij benzine- en dieselmotoren; elektrische en hybride voertuigen starten zonder uitstoot. Het aandeel elektrische (BEV) en oplaadbare hybride (PHEV) personenauto’s in Nederland is in 2025 10,2%21. Dit is niet evenredig over het land verdeeld, maar omdat bij nieuwe woningbouwontwikkelingen de aanleg van laadpunten wordt aangemoedigd is dit als toekomstig gemiddelde aangehouden. Navolgende tabel geeft de koude starts per etmaal weer voor de beoogde nieuwbouw, waarbij het aandeel BEV/PHEV voertuigen reeds van het aantal koude starts af is getrokken, en het aantal koude starts naar boven zijn afgerond. Zo wordt de worst-case situatie berekend. Berekening koude starts per etmaal
kenmerk
aantal Koude starts
Percentage
koude starts per
per
(BEV) (PHEV)
etmaal
Koop, huis, vrijstaand
8
2
woning/etmaal
10,2%
14,2
Koop, huis, twee-onder-een-kap
20
2
woning/etmaal
10,2%
35,6
Koop, huis, tussen/hoek
38
2
woning/etmaal
10,2%
68,2
Huur, huis, sociale huur
24
2
woning/etmaal
10,2%
43,1
19
20 21
Expertiseteam Stikstof en Natura 2000 van BIJ12, Instructie gegevensinvoer voor AERIUS Calculator 2024, oktober 2024 Raad van State, ECLI:NL:RVS:2024:249. AlleCijfers,op basis van data RDW en CBS. Geraadpleegd op 20 februari 2025. https://allecijfers.nl/regionale-voertuigdata/
15
kenmerk totaal afgerond
aantal Koude starts
per
Percentage
koude starts per
(BEV) (PHEV)
etmaal
90
162
De koude starts zijn gemodelleerd als vlakbron over het gehele besluitgebied.
16
4 Onderzoeksresultaten 4.1
Aanlegfase Onderstaande figuur geeft een uitsnede van de Aerius-berekening van de aanlegfase met intern salderen weer.
Resultaatblad Aerius aanlegfase OwN-2000 registratieset
Met de gehanteerde parameters blijkt uit de uitgevoerde berekeningen voor de aanlegfase een grootste afname van 0,02 mol stikstof/ha/j op 51,27 ha gekarteerd Natura 2000-gebied voor de relevante hexagonen in de toekomstige situatie ten opzichte van de referentiesituatie. Dit zijn hexagonen in Natura 2000-gebieden die in het kader van de Omgevingswet relevant zijn bevonden voor beoordeling van het onderdeel stikstofdepositie. Daarmee is sprake van een afname van stikstofdepositie op Natura 2000gebieden.
17
4.2
Gebruiksfase Onderstaande figuur geeft een uitsnede van de Aerius-berekening van de gebruiksfase zonder intern salderen weer.
Resultaatblad Aerius gebruiksfase OwN-2000 registratieset
Met de gehanteerde parameters blijkt uit de uitgevoerde berekeningen van de gebruiksfase dat er geen resultaten zijn voor de projectberekening en situatieberekening onder de OwN2000-registratieset. Daarmee kunnen significant negatieve effecten op Natura 2000-gebieden worden uitgesloten.
18
5 Conclusie In Heeten bestaat het voornemen om aan de noordzijde van het dorp binnen het project ‘Veldegge Noord’ in totaal circa 90 woningen te realiseren. In het kader van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) in de Omgevingswet is de stikstofuitstoot door de beoogde ontwikkeling inzichtelijk gemaakt.
5.1
Aanlegfase Met de gehanteerde parameters (met intern salderen) blijkt uit de uitgevoerde berekeningen van de aanlegfase een grootste afname van 0,02 mol stikstof/ha/j op 51,27 ha gekarteerd Natura 2000-gebied voor de relevante hexagonen in de toekomstige situatie ten opzichte van de referentiesituatie. Dit zijn hexagonen in Natura 2000-gebieden die in het kader van de Omgevingswet relevant zijn bevonden voor beoordeling van het onderdeel stikstofdepositie. Daarmee is sprake van een afname van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden.
5.2
Gebruiksfase Uit de uitgevoerde berekeningen van de gebruiksfase (zonder intern salderen) blijkt dat er geen rekenresultaten hoger zijn dan 0,00 mol stikstof/ha/j op de stikstofgevoelige habitattypen in de omliggende Natura 2000-gebieden. Er zijn daardoor geen nadelige milieueffecten te verwachten op de omliggende Natura 2000-gebieden.
5.3
Eindadvies Geconcludeerd wordt dat aan de hand van de gehanteerde parameters significant negatieve effecten derhalve worden uitgesloten.
19
Bijlagen
Bijlage 1: Aerius pdf-bestand aanlegfase
Projectberekening Dit document geeft een overzicht van de invoer en rekenresultaten van een Projectberekening met AERIUS Calculator. De berekening is uitgevoerd binnen Natura 2000gebieden, op rekenpunten die overlappen met stikstofgevoelige habitattypen en/of leefgebieden, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant, en waar tevens sprake is van een overbelaste of bijna overbelaste situatie voor stikstofdepositie.
Overzicht Samenvatting situaties Resultaten Detailgegevens per emissiebron Deze PDF is een digitaal bestand dat weer in te lezen is in AERIUS. Meer toelichting over de PDF en AERIUS kunt u vinden in de of .
handleidingen op onze website
Projectberekening
Contactgegevens Rechtspersoon Inrichtingslocatie
Activiteit
Omschrijving Toelichting
Berekening
SAB Johannalaan eo, - Heeten Heeten, De Veldegge Noord 220357.01 - Aanlegfase
AERIUS kenmerk Datum berekening Rekenconfiguratie
RRbMN9ETUgSM 22 mei 2025, 14:33 OwN2000-rekengrid
Totale emissie
Rekenjaar
Emissie NH₃
Emissie NOₓ
Resultaten
Hoogste bijdrage
Hexagon
Gebied
Huidige situatie - Referentie Aanlegfase - Beoogd Huidige situatie - Referentie Aanlegfase - Beoogd Gekarteerd oppervlak met toename (ha) Gekarteerd oppervlak met afname (ha) Grootste toename Grootste afname
RRbMN9ETUgSM (22 mei 2025)
2025 2026
0,04 mol/ha/j 0,02 mol/ha/j 0,00 ha 51,27 ha 0,02 mol/ha/j
52,3 kg/j 7,5 kg/j 5396996 5396996
194,1 kg/j
Boetelerveld Boetelerveld
2/8
Projectberekening
Aanlegfase (Beoogd), rekenjaar 2026 Emissiebronnen 2 3 4
Verkeer | Koude start: overig | Koude starts Anders... | Anders... | stationair bouwverkeer Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning | Mobiele werktuigen Verkeersnetwerk
RRbMN9ETUgSM (22 mei 2025)
Emissie NH₃
Emissie NOₓ
0,2 kg/j 0,2 kg/j 7,1 kg/j 88,3 g/j
1,0 kg/j 18,2 kg/j 169,0 kg/j 5,8 kg/j
3/8
Projectberekening
Huidige situatie (Referentie), rekenjaar 2025 Emissiebronnen 1
Landbouw | Landbouwgrond | Landbouw gronden
RRbMN9ETUgSM (22 mei 2025)
Emissie NH₃
Emissie NOₓ
52,3 kg/j
-
4/8
Projectberekening
Hoogste af- en toename op (bijna) overbelaste stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden.
2 km Habitatrichtlijn Vogelrichtlijn Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn Niet bepaald
© OSM & Kadaster Grootste toename (projectberekening) Grootste afname (projectberekening) Hoogste totaal (achtergrond + projectberekening)
De letters bij de bronlabels op de kaart geven bij welke type situaties de bronnen horen: beoogde situatie (B), referentiesituatie (R) en/of salderingssituatie (S). RRbMN9ETUgSM (22 mei 2025)
5/8
Projectberekening
Resultaten stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden situatie "Aanlegfase" (Beoogd) incl. saldering e/o referentie Berekend (ha gekarteerd)
Totaal Per gebied
Boetelerveld (41) Sallandse Heuvelrug (42)
RRbMN9ETUgSM (22 mei 2025)
51,27 Berekend (ha gekarteerd)
50,87 0,40
Hoogste totale depositie (mol N/ha/jr)
Met toename (ha Grootste gekarteerd) toename (mol N/ha/jr)
Met afname (ha Grootste afname gekarteerd) (mol N/ha/jr)
Hoogste totale depositie (mol N/ha/jr)
Met toename (ha Grootste gekarteerd) toename (mol N/ha/jr)
Met afname (ha Grootste afname gekarteerd) (mol N/ha/jr)
2.312,33
2.312,33 2.103,44
0,00
-
51,27
0,02
0,00
-
50,87
0,02
0,00
-
0,40
0,01
6/8
Projectberekening
Aanlegfase, Rekenjaar 2026
1 Verkeer | Rijdend verkeer Naam Bouwverkeer Locatie X:216043,8 Y:483579,97 Lengte 289,21 m Wegtype Binnen bebouwde kom (normaal) Rijrichting Beide richtingen Tunnelfactor 1 Type hoogteligging Normaal Weghoogte t.o.v. maaiveld 0 m Verkeer Maximum snelheid
Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer 2
Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren
Verkeer | Koude start: overig
Naam Locatie Oppervlakte Type voertuig
Koude starts X:216251,95 Y:483354,06 5,63 ha
Type scherm Hoogte Afstand tot de weg
0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %
NOₓ NH₃
1,0 kg/j 0,2 kg/j
10,0 /etmaal 0,0 /etmaal 0,0 /etmaal 0,0 /etmaal
4
Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning
Uittreedhoogte Warmteinhoud Spreiding
Mobiele werktuigen X:216251,95 Y:483354,06 5,63 ha
Stageklasse
2,5 m 0,000 MW 3m
NOₓ NH₃
Draaiuren AdBlue verbruik
Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, diesel, SCR: ja
5000 l/j
500 u/j 300 l/j
Boor/heistelling Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, diesel, SCR: ja
9600 l/j
240 u/j 576 l/j
Beton pomp
8000 l/j
400 u/j 480 l/j
Graafmachine Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, diesel, SCR: ja
RRbMN9ETUgSM (22 mei 2025)
Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, diesel, SCR: ja
18,2 kg/j 0,2 kg/j
NOₓ NH₃
Brandstofverbruik
Shovel
In file
20,0 /etmaal 0,0 /etmaal 8,0 /etmaal 0,0 /etmaal
Anders... | Anders...
Naam
-
Aantal voertuigbewegingen
3
Naam Locatie Oppervlakte
-
Koude starts
Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer
Naam stationair bouwverkeer Locatie X:216251,95 Y:483354,06 Oppervlakte 5,63 ha Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele variatie Zwaar Verkeer
Links Rechts NOₓ 5,8 kg/j - NO₂ 1,4 kg/j - NH₃ 88,3 g/j
7000 l/j
700 u/j 420 l/j
169,0 kg/j 7,1 kg/j Stof Emissie
NOₓ
41,3 kg/j NH₃ 1,7 kg/j NOₓ 29,5 kg/j NH₃ 1,2 kg/j NOₓ 53,0 kg/j NH₃ 2,3 kg/j NOₓ 45,2 kg/j NH₃ 1,9 kg/j 7/8
Projectberekening
Huidige situatie, Rekenjaar 2025 1
Landbouw | Landbouwgrond
Naam Landbouw gronden Uittreedhoogte Locatie X:216251,95 Warmteinhoud Y:483354,06 Spreiding Oppervlakte 5,63 ha Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele variatie Meststoffen
Type
Mestaanwending (dierlijke mest) Mestaanwending (kunstmest)
0,5 m 0,000 MW 0m
NH₃
52,3 kg/j
Stof
NOₓ NH₃ NOₓ NH₃
Emissie
0,0 kg/j 43,6 kg/j 0,0 kg/j 8,6 kg/j
Disclaimer Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden. Rekenbasis Deze berekening is tot stand gekomen op basis van AERIUS versie 2024.2.1_20250507_5b5649d2ba Database versie 2024.2.1_5b5649d2ba_calculator_nl_stable Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://link.aerius.nl/website
RRbMN9ETUgSM (22 mei 2025)
8/8
Bijlage 2: Aerius pdf-bestand gebruiksfase
Projectberekening Dit document geeft een overzicht van de invoer en rekenresultaten van een Projectberekening met AERIUS Calculator. De berekening is uitgevoerd binnen Natura 2000gebieden, op rekenpunten die overlappen met stikstofgevoelige habitattypen en/of leefgebieden, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant, en waar tevens sprake is van een overbelaste of bijna overbelaste situatie voor stikstofdepositie.
Overzicht Samenvatting situaties Resultaten Detailgegevens per emissiebron Deze PDF is een digitaal bestand dat weer in te lezen is in AERIUS. Meer toelichting over de PDF en AERIUS kunt u vinden in de of .
handleidingen op onze website
Projectberekening
Contactgegevens Rechtspersoon Inrichtingslocatie
Activiteit
Omschrijving Toelichting
Berekening
SAB Johannalaan eo, - Heeten Heeten, De Veldegge Noord 220357.01 - Gebruiksfase
AERIUS kenmerk Datum berekening Rekenconfiguratie
RWQEZBbcDYoP 22 mei 2025, 14:31 OwN2000-rekengrid
Totale emissie
Rekenjaar
Emissie NH₃
Emissie NOₓ
Resultaten
Hoogste bijdrage
Hexagon
Gebied
Gebruiksfase - Beoogd Gebruiksfase - Beoogd Gekarteerd oppervlak met toename (ha) Gekarteerd oppervlak met afname (ha) Grootste toename Grootste afname
RWQEZBbcDYoP (22 mei 2025)
2027 -
3,3 kg/j
29,3 kg/j
2/8
Projectberekening
Gebruiksfase (Beoogd), rekenjaar 2027 Emissiebronnen 6
Verkeer | Koude start: overig | Koude starts Verkeersnetwerk
RWQEZBbcDYoP (22 mei 2025)
Emissie NH₃
Emissie NOₓ
2,4 kg/j 0,8 kg/j
15,8 kg/j 13,5 kg/j
3/8
Projectberekening
Hoogste af- en toename op (bijna) overbelaste stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden.
500 m Habitatrichtlijn Vogelrichtlijn Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn Niet bepaald
© OSM & Kadaster Grootste toename (projectberekening) Grootste afname (projectberekening) Hoogste totaal (achtergrond + projectberekening)
De letters bij de bronlabels op de kaart geven bij welke type situaties de bronnen horen: beoogde situatie (B), referentiesituatie (R) en/of salderingssituatie (S). RWQEZBbcDYoP (22 mei 2025)
4/8
Projectberekening
Resultaten stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden situatie "Gebruiksfase" (Beoogd) incl. saldering e/o referentie Er zijn geen resultaten voor deze weergave.
RWQEZBbcDYoP (22 mei 2025)
5/8
Projectberekening
Gebruiksfase, Rekenjaar 2027
1 Verkeer | Rijdend verkeer Naam wegverkeer 1 Locatie X:216222,49 Y:483289,41 Lengte 139,29 m Wegtype Binnen bebouwde kom (normaal) Rijrichting Beide richtingen Tunnelfactor 1 Type hoogteligging Normaal Weghoogte t.o.v. maaiveld 0 m Verkeer Maximum snelheid
Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer
Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren
2 Verkeer | Rijdend verkeer Naam Wegverkeer 2 Locatie X:216043,44 Y:483255,66 Lengte 261,21 m Wegtype Binnen bebouwde kom (normaal) Rijrichting Beide richtingen Tunnelfactor 1 Type hoogteligging Normaal Weghoogte t.o.v. maaiveld 0 m Verkeer Maximum snelheid
Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer
Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren
3 Verkeer | Rijdend verkeer Naam Wegverkeer 3 Locatie X:216191,14 Y:483172,82 Lengte 141,88 m Wegtype Binnen bebouwde kom (normaal) Rijrichting Beide richtingen Tunnelfactor 1 Type hoogteligging Normaal Weghoogte t.o.v. maaiveld 0 m Verkeer Maximum snelheid
Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer
RWQEZBbcDYoP (22 mei 2025)
Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren
Type scherm Hoogte Afstand tot de weg
Links Rechts NOₓ 0,8 kg/j - NO₂ 0,1 kg/j - NH₃ 53,5 g/j
-
-
Aantal voertuigbewegingen
90,0 /etmaal 0,0 /etmaal 0,0 /etmaal 0,0 /etmaal
Type scherm Hoogte Afstand tot de weg
Links Rechts NOₓ 0,8 kg/j - NO₂ 0,1 kg/j - NH₃ 50,2 g/j
-
-
Aantal voertuigbewegingen
45,0 /etmaal 0,0 /etmaal 0,0 /etmaal 0,0 /etmaal
Type scherm Hoogte Afstand tot de weg
In file
0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %
Links Rechts NOₓ 0,4 kg/j - NO₂ 54,8 g/j - NH₃ 27,3 g/j
-
-
Aantal voertuigbewegingen
45,0 /etmaal 0,0 /etmaal 0,0 /etmaal 0,0 /etmaal
In file
0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %
In file
0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %
6/8
Projectberekening
4 Verkeer | Rijdend verkeer Naam Wegverkeer 4 Locatie X:216282,1 Y:483217,17 Lengte 332,46 m Wegtype Binnen bebouwde kom (normaal) Rijrichting Beide richtingen Tunnelfactor 1 Type hoogteligging Normaal Weghoogte t.o.v. maaiveld 0 m Verkeer Maximum snelheid
Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer
Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren
5 Verkeer | Rijdend verkeer Naam Wegverkeer 5 Locatie X:216419,95 Y:483110,24 Lengte 242,31 m Wegtype Binnen bebouwde kom (normaal) Rijrichting Beide richtingen Tunnelfactor 1 Type hoogteligging Normaal Weghoogte t.o.v. maaiveld 0 m Verkeer Maximum snelheid
Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer 6
Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren
Verkeer | Koude start: overig
Naam Locatie Oppervlakte Type voertuig
Koude starts X:216333,6 Y:483285,56 2,82 ha
Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer
RWQEZBbcDYoP (22 mei 2025)
Type scherm Hoogte Afstand tot de weg
Links Rechts NOₓ 6,4 kg/j - NO₂ 0,9 kg/j - NH₃ 0,4 kg/j
-
-
Aantal voertuigbewegingen
260,0 /etmaal 0,0 /etmaal 0,0 /etmaal 0,0 /etmaal 0,0 /jaar 208,0 /jaar 208,0 /jaar 0,0 /jaar Type scherm Hoogte Afstand tot de weg
In file
0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %
Links Rechts NOₓ 4,2 kg/j - NO₂ 0,5 kg/j - NH₃ 0,3 kg/j
-
-
Aantal voertuigbewegingen
In file
260,0 /etmaal 0,0 /etmaal 0,0 /etmaal 0,0 /etmaal
0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %
NOₓ NH₃
15,8 kg/j 2,4 kg/j
Koude starts
162,0 /etmaal 0,0 /etmaal 0,0 /etmaal 0,0 /etmaal
7/8
Projectberekening
7 Verkeer | Rijdend verkeer Naam Wegverkeer 6 Locatie X:216509,68 Y:483198,55 Lengte 94,17 m Wegtype Binnen bebouwde kom (normaal) Rijrichting Beide richtingen Tunnelfactor 1 Type hoogteligging Normaal Weghoogte t.o.v. maaiveld 0 m Verkeer Maximum snelheid
Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer
Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren
Type scherm Hoogte Afstand tot de weg
Links Rechts NOₓ 0,8 kg/j - NO₂ 0,1 kg/j - NH₃ 53,1 g/j
-
-
Aantal voertuigbewegingen
132,0 /etmaal 0,0 /etmaal 0,0 /etmaal 0,0 /etmaal
In file
0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %
Disclaimer Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden. Rekenbasis Deze berekening is tot stand gekomen op basis van AERIUS versie 2024.2.1_20250507_5b5649d2ba Database versie 2024.2.1_5b5649d2ba_calculator_nl_stable Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://link.aerius.nl/website
RWQEZBbcDYoP (22 mei 2025)
8/8
Bijlage 11
1/1
Heeten, De Veldegge rapport 1703
Heeten (gemeente Raalte), De Veldegge Een Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek in de vorm van een verkennend booronderzoek
J. Holl R. van Lil
2
Colofon ADC Rapport 1703 Heeten (gemeente Raalte), De Veldegge Een Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek in de vorm van een verkennend booronderzoek Auteurs: J. Holl en R. van Lil In opdracht van: BRO © ADC ArcheoProjecten, Amersfoort, februari 2009 Foto’s en tekeningen: ADC ArcheoProjecten, tenzij anders vermeld Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie of op welke wijze dan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgevers. ADC ArcheoProjecten aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit de toepassing van de adviezen of het gebruik van de resultaten van dit onderzoek.
Autorisatie: H.M. van der Velde
ISBN 978-90-6836-693-8 ADC ArcheoProjecten Postbus 1513 3800 BM Amersfoort Tel 033-299 81 81 Fax 033-299 81 80 Email info@archeologie.nl
3
Inhoudsopgave Administratieve gegevens van het onderzoeksgebied Samenvatting 1 Inleiding 1.1 Algemeen 1.2 Doelstelling en vraagstelling 2 Bureauonderzoek 2.1 Methoden 2.2 Resultaten 3 Inventariserend Veldonderzoek 3.1 Methoden 3.2 Resultaten 3.3 Interpretatie 4 Conclusies 5 Aanbeveling 6 Besluit gemeente Raalte Literatuur Lijst van afbeeldingen en tabellen Bijlage 1 AMK-terreinen Bijlage 2 Boorgegevens
4 5 7 7 7 7 7 8 11 11 12 12 13 14 14 15 15 30 31
4
Administratieve gegevens van het onderzoeksgebied Provincie: Gemeente: Plaats: Toponiem: Kadastrale gegevens: Kaartblad: Coördinaten: Bevoegde overheid: Deskundige namens de bevoegde overheid: ARCHIS-onderzoeksmeldingsnummer (CIS-code): ADC-projectcode: Periode van uitvoering: Beheer en plaats documentatie:
Overijssel Raalte Heeten De Veldegge onbekend 27HN2 216.160/483.590 216.600/483.400 216.680/482.890 216.210/483.090 gemeente Raalte onbekend 31982 4109186 november 2008 ADC ArcheoProjecten, afd. P&B, Amersfoort
5
Samenvatting In opdracht van BRO Boxtel heeft ADC ArcheoProjecten een bureauonderzoek en een inventariserend veldonderzoek uitgevoerd voor het plangebied De Veldegge in Heeten (gemeente Raalte). In het plangebied zal woningbouw plaatsvinden. Het onderzoek was noodzakelijk om te bepalen of bij de voorgenomen activiteiten de kans bestaat dat archeologische resten in de ondergrond worden aangetast. In het zuiden en westen van het plangebied kunnen archeologische resten voorkomen uit alle archeologische perioden vanaf het Mesolithicum. Vanwege de vele waarnemingen die in de omgeving gedaan zijn, is hier een grote kans op archeologische resten. De archeologische resten komen voor onder het esdek en in de top van de oorspronkelijke C-horizont. Vanwege de ligging op de flank van de dekzandrug was dit een gunstige locatie voor bewoning. Het overige deel van het plangebied was een minder aantrekkelijk gebied voor bewoning. Het is echter wel mogelijk dat zich hier resten van nederzettingen bevinden uit bijvoorbeeld het Neolithicum en de Bronstijd. Ook kunnen zich hier onder het humeuze dek off-site resten bevinden, zoals resten van tijdelijke kampementen of gebieden waar ambachtsgerelateerde werkzaamheden zijn uitgevoerd. Op de locaties waar op basis van historisch onderzoek oude erven zijn vastgesteld, worden resten verwacht uit de periode vanaf de Vroege Middeleeuwen.
Deze resten worden onder of in het esdek verwacht. Tijdens het booronderzoek is in een deel van het plangebied een esdek aangetroffen. Vanwege de hogere ligging in het landschap kunnen hier archeologische resten verwacht worden. Vanwege de beschermende werking van het esdek, is er een lage kans dat deze resten verstoord zijn. In de rest van het plangebied worden vooral resten verwacht uit het Neolithicum en de periode vanaf de Vroege Middeleeuwen. Op basis van het nu uitgevoerde bureauonderzoek en aanvullende booronderzoek is geconstateerd dat de kans groot is dat in het plangebied archeologische waarden aanwezig zijn. Deze waarden hangen samen met de mogelijke aanwezigheid van kampementen uit de vroege prehistorie, nederzettingen uit de latere prehistorie en boerenerven uit de Vroege en/of Volle Middeleeuwen. ADC ArcheoProjecten adviseert dan ook om de ligging, omvang, datering en het archeologische belang van deze (mogelijke) waarden nader in kaart te laten brengen. Dit advies geldt voor het grootste deel van het plangebied. Gezien de fasering in de ontwikkeling van het plangebied (slechts een deel wordt in eerste instantie verstoord door bodemingrepen) hoeft dat niet op hetzelfde tijdstip plaats te vinden. Wel moet er dan nadrukkelijk rekening mee worden gehouden dat de bevoegde overheid bij planaanpassing direct zal vragen om nader waardestellend archeologisch onderzoek.
Het gebied met een hoge archeologische waarde dat mogelijk verstoord zal worden omvat 5,6 ha. Het nader vaststellen van de archeologische waarde kan het best door middel van een proefsleuvenonderzoek (IVO-P). Deze onderzoeksmethodiek biedt snel voldoende inzicht in omvang van archeologische resten alsmede de kosten die met een eventueel vervolgtraject gemoeid kunnen zijn. Voorafgaande aan een dergelijk onderzoek dient een Programma van Eisen (PvE) opgesteld te worden. ADC ArcheoProjecten kan een dergelijk PvE opstellen. De bevoegde overheid is het eens met de noodzaak voor archeologisch vervolgonderzoek. In tegenstelling tot de aanbevelingen in het rapport, wordt echter eerst een karterend onderzoek uitgevoerd, dat waar nodig kan worden doorgezet naar een waarderend onderzoek. Het plangebied wordt in fases ontwikkeld. In eerste instantie wordt alleen onderzoek uitgevoerd in het gebied van 5,6 ha waar huizen gebouwd worden en sloten gegraven. Voor dit onderzoek worden in eerste instantie 10 proefsleuven getrokken (50x4 m), verspreid over het onderzoeksgebied. Wanneer uit het onderzoek blijkt dat de eerste 10 proefsleuven geen resultaat opleveren en er geen archeologische waarden aanwezig zijn in het onderzoeksgebied, wordt het onderzoek niet vervolgd. Dan wordt het onderzoeksgebied vrijgegeven.
Wanneer er wel waarden worden aangetroffen wordt het onderzoek uitgebreid met maximaal nog 10 proefsleuven van 50x4 m (te bepalen door de regio-archeoloog en uitvoerder). Op grond van de uitkomsten van het waarderende onderzoek wordt een selectiebesluit genomen. Voorafgaand aan alle andere bodemverstorende activiteiten in de overige delen van het plangebied Veldegge zal eerst nader archeologisch onderzoek uitgevoerd moeten worden.
ADC ArcheoProjecten Rapport 1703
Heeten De Veldegge
6
Tabel 1. Overzicht van de verschillende (pre)historische perioden. Periode
Tijd in jaren
Nieuwe tijd
1500 - heden
Middeleeuwen:
450 – 1500 na Chr.
Late-Middeleeuwen
1050 - 1500 na Chr.
Vroege-Middeleeuwen
450 - 1050 na Chr.
Romeinse tijd:
12 voor Chr. – 450 na Chr.
Laat-Romeinse tijd
270 - 450 na Chr.
Midden-Romeinse tijd
70 - 270 na Chr.
Vroeg-Romeinse tijd IJzertijd:
12 voor Chr. - 70 na Chr. 800 – 12 voor Chr.
Late-IJzertijd
250 - 12 voor Chr.
Midden-IJzertijd
500 - 250 voor Chr.
Vroege-IJzertijd Bronstijd:
800 - 500 voor Chr. 2000-800 voor Chr.
Late-Bronstijd
1100 - 800 voor Chr.
Midden-Bronstijd
1800 - 1100 voor Chr.
Vroege-Bronstijd Neolithicum (Jonge Steentijd):
2000 - 1800 voor Chr. 5300 – 2000 voor Chr.
Laat-Neolithicum
2850 - 2000 voor Chr.
Midden-Neolithicum
4200 - 2850 voor Chr.
Vroeg-Neolithicum Mesolithicum (Midden Steentijd):
5300 - 4200 voor Chr. 8800 – 4900 voor Chr.
Laat-Mesolithicum
6450 -4900 voor Chr.
Midden-Mesolithicum
7100 - 6450 voor Chr.
Vroeg-Mesolithicum Paleolithicum (Oude Steentijd):
8800 - 7100 voor Chr. tot 8800 voor Chr.
Laat-Paleolithicum
35.000 - 8800 voor Chr.
Midden-Paleolithicum
300.000 – 35.000 voor Chr.
Vroeg-Paleolithicum
tot 300.000 voor Chr.
Bron: Archeologisch Basis Register 1992
ADC ArcheoProjecten Rapport 1703
Heeten De Veldegge
7
1
Inleiding 1.1
Algemeen
In opdracht van BRO Boxtel heeft ADC ArcheoProjecten een bureauonderzoek en een inventariserend veldonderzoek uitgevoerd voor het plangebied De Veldegge in Heeten (gemeente Raalte). In het plangebied zal woningbouw plaatsvinden. Het onderzoek was noodzakelijk om te bepalen of bij de voorgenomen activiteiten de kans bestaat dat archeologische resten in de ondergrond worden aangetast.
1.2
Doelstelling en vraagstelling
Het doel van het bureauonderzoek is het verwerven van informatie over bekende of verwachte archeologische waarden binnen het omschreven gebied. Het doel van het inventariserende veldonderzoek is het aanvullen en toetsen van de op basis van het bureauonderzoek opgestelde gespecificeerde verwachting. Het inventariserend veldonderzoek vond plaats door middel van een verkennend booronderzoek. Ten behoeve van het inventariserend veldonderzoek is een plan van aanpak (PvA) opgesteld conform KNA (Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie) specificatie VS01 en de geldende beleidsregel van de 1 Staatsecretaris van OCW.
Hierin zijn de volgende onderzoeksvragen opgesteld: - Zijn er in (de directe omgeving van) het plangebied archeologische waarden bekend? Zo ja: - Wat is de omvang, ligging, aard en datering van deze waarden? Naar aanleiding van het booronderzoek: - Hoe is de bodem in het plangebied opgebouwd? - Is het bodemprofiel intact? - Kunnen, gegeven de landschappelijke ligging van het plangebied en de geconstateerde bodemopbouw, naast de bekende archeologische waarden archeologische waarden verwacht worden? Zo ja: - Wat is de aard, omvang, (diepte)ligging, en datering van de verwachte waarden? Indien er archeologische waarden aanwezig zijn of verwacht kunnen worden: - In welke mate worden deze waarden verstoord door realisatie van de geplande bodemingreep? - Hoe kan deze verstoring door planaanpassing tot een minimum worden beperkt? Indien de (mogelijke) archeologische waarden niet kunnen worden behouden: - Welke vorm van nader onderzoek is nodig om de aanwezigheid van archeologische waarden en hun omvang, ligging, aard en datering voldoende te kunnen bepalen om te komen tot een selectiebesluit? Het bureauonderzoek is uitgevoerd op 12 november 2008 en het booronderzoek vond plaats op 18 en 19 november 2008. Meegewerkt hebben: J. Holl (junior archeoloog), R. van Lil (prospector), L. Nijdam (prospector) en H.M. van der Velde (senior prospector).
2
Bureauonderzoek 2.1
Methoden
Het onderzoek is uitgevoerd conform de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA), versie 3.1, in het bijzonder de specificaties LS01, LS02, LS03, LS04 en LS05. Het bureauonderzoek wordt gerapporteerd conform LS06. Het onderzoek bestaat uit zes onderdelen (specificaties LS01 t/m LS06). In de eerste vier onderdelen zijn de volgende werkzaamheden verricht: - afbakening plangebied en vaststellen van de consequenties van het mogelijk toekomstige gebruik - beschrijving van de huidige situatie - beschrijving van de historische situatie en mogelijke verstoringen - beschrijving van bekende archeologische waarden en aardwetenschappelijke gegevens
1
Beleidsregel van de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 15 juni 2005, nr. WJZ/2005/26210 (8163), tot wijziging van de Beleidsregels opgravingsbevoegdheid. Het PvA is opgesteld door R. van Lil (prospector) op 9 oktober 2008. Het PvA is geaccordeerd door H.M. van der Velde, senior prospector.
ADC ArcheoProjecten Rapport 1703
Heeten De Veldegge
8
Op grond van deze onderdelen wordt een gespecificeerde verwachting van het gebied opgesteld (specificatie LS05). Hierin wordt verwoord of, en zo ja, welke archeologische waarden worden verwacht. Indien deze worden verwacht worden de (veronderstelde) eigenschappen van de waarden zo gedetailleerd mogelijk aangegeven.
2.2
Resultaten
2.2.1 Afbakening plan- en onderzoeksgebied en vaststellen van de consequenties van het mogelijk toekomstige gebruik (LS01) Het plangebied ligt in De Veldegge en heeft een oppervlakte van ca 21 ha. Het wordt aan de zuidkant begrensd door de Dorpsstraat, aan de oost- en noordkant door de N322 en aan de westkant deels door de Johannalaan en deels door een bomenrij. De exacte locatie is weergegeven in afbeelding 1 en 2. Er zijn weinig archeologische gegevens beschikbaar van het plangebied. Om een uitspraak te kunnen doen over de archeologische verwachting in het plangebied zijn daarom gegevens betrokken uit de directe omgeving, waarbij een straal van circa 500 m is aangehouden. Dit is het onderzoeksgebied. In het plangebied is woningbouw gepland. Hiervoor zal bebouwing plaatsvinden binnen een gebied van ca 5 ha. De woningen zullen gebouwd worden in het zuidwesten van het plangebied. In de rest van het plangebied zullen bomen geplaatst worden en enkele sloten gegraven worden. Het gebied waar gebouwd zal worden en waar sloten gegraven zullen worden is in totaal 5,6 ha. Dit gebied staat weergegeven in afb. 3. De watergang die in afb. 3 naar het noordelijk deel van het plangebied loopt, is komen te vervallen. De consequentie van de voorgenomen ingreep is dat eventuele waardevolle archeologische resten in de ondergrond worden aangetast.
2.2.2 Beschrijving van de huidige situatie (LS02) Het plangebied is momenteel in grotendeels in gebruik als weiland en akkerland. Ook staan er drie boerderijen met bijgebouwen. 2.2.3 Beschrijving van de historische situatie en mogelijke verstoringen (LS03) De historische situatie is op verschillende historische kaarten als volgt: Bron Minuutplan uit 1832
Minuutplan uit 1847 Bonnekaarten uit 1891, 1898 en 1904 (zie afb. 4)2 Bonnekaart uit 19173 Bonnekaarten uit 1934 en 1937 (zie afb. 5)4
historische situatie weiland, bos en bouwland, er zijn in het zuidoosten drie boerderijen bij elkaar aanwezig en in het noordwesten een boerderij. Ook zijn enkele wegen aanwezig. weiland, bos en bouwland, er zijn vier boerderijen en enkele wegen aanwezig. grotendeels bebosd, enkele weilanden, er zijn drie boerderijen en enkele onverharde wegen aanwezig. langs het zuiden van het plangebied loopt een verharde weg de meest oostelijke boerderij is niet meer aanwezig, in het zuiden van het plangebied is een nieuwe boerderij gebouwd
Het zuiden en westen van het plangebied ligt op de Heetener Enk (zie afb. 6). Dit is een enk die is ontstaan vanaf de Vroege Middeleeuwen. Op het minuutplan van 1832 en 1847 zijn vier boerderijen te zien, die langs de rand van deze enk lagen. Dit zijn van oost naar west de middeleeuwse erven Barterinck, Loehuys I en II en Nijenhave (zie afb. 7). Het erf Barterinck is één van de zes domeingoederen in het Laat-Middeleeuwse Heeten, in het bezit van de Utrechtse bisschop. Dit erf wordt genoemd in een rekening uit 1499-1500. Het erf maakte deel uit van een rij van erven op de oostflank van de dekzandrug van de Heetener Enk. Vermoedelijk heeft het erf een vroegmiddeleeuwse oorsprong. Het erf Loehuys was in de Late Middeleeuwen in het bezit van het Stift Vreden. Het erf komt voor in een inkomstenregister uit de jaren 1320-1340. Dit erf was dus in ieder geval bewoond in de Late Middeleeuwen, maar vanwege de ligging op de flank van de dekzandrug van de Heetener Enk, is e bewoning vanaf de Vroege Middeleeuwen waarschijnlijk. In de 14 eeuw is dit erf gesplitst in twee delen. Op de bonnekaarten is te zien dat de boerderij op het erf Loehuys I rond 1900 niet meer aanwezig was. Het erf Nijenhave behoorde tot de leengoederen van de bisschop van Utrecht. Vanwege de ligging op de 5 flank van de dekzandrug, vond hier waarschijnlijk ook bewoning plaats vanaf de Vroege Middeleeuwen.
2
Bureau Militaire Verkenningen 1891, 1898 en 1904. Bureau Militaire Verkenningen 1917. Bureau Militaire Verkenningen 1934 en 1937. 5 Spek & Van Exter 2007. 3 4
ADC ArcheoProjecten Rapport 1703
Heeten De Veldegge
9
Op het minuutplan van 1832 is te zien dat het erf Loehuys I in deze tijd Old Heeten heet en Loehuys II 6 heet hier Loos. Het erf Barterinck staat op het minuutplan van 1832 onder de naam Bosman. Uit de historische bronnen blijkt dat het grootste deel van het plangebied altijd onbebouwd is geweest. Er hebben vier boerderijen gestaan, die waarschijnlijk teruggaan tot in de Vroege Middeleeuwen. Het erf Loehuys II stond op de locatie waar nu de boerderij aan de Veldeggerweg 1 staat, Loehuys I direct ten zuiden hiervan, aan de overzijde van de Veldeggerweg, het erf Barterinck direct ten oosten van de Loehuys I en de Nijenhave op de locatie van de huidige boerderij aan de Johannalaan 39. De nieuwe boerderij die op de bonnekaart van 1934 te zien is, staat op de locatie van de huidige boerderij aan de Holterweg 27. Nadat in de Vroege Middeleeuwen het grootste deel van de dekzandrug van de Heetener Enk in cultuur e genomen was, werd vanaf de 12 eeuw begonnen met de ontginning van het jonge dekzandlandschap. 2.2.4 Beschrijving van bekende archeologische waarden en aardwetenschappelijke gegevens (LS04) De volgende aardwetenschappelijke informatie is bekend van het plangebied: Type informatie Geologie7 Geomorfologie (zie afb. 8)8 Bodemkunde9
informatie Formatie van Boxtel met een dek van het Laagpakket van Wierden; fluvioperiglaciale afzettingen (leem en zand) met een zanddek in het zuiden en westen hoge dekzandrug, in het noorden dalvormige dekzandlaagte en in het overige deel dekzandvlakte, oud dekzand In het zuiden en westen zEz23-VII* en zEz23-VII: hoge zwarte enkeerdgronden, lemig fijn zand, in het overige deel cHn23-VI: laarpodzolgronden, lemig fijn zand,
De gemeente Raalte ligt in een uitgestrekt, laaggelegen dekzandlandschap. Het dekzand (Formatie van Boxtel, Wierden Laagpakket) is, onder invloed van de wind, afgezet in de laatste periode van de laatste ijstijd (30.000 tot 9.000 v. Chr.). De dekzandvlakte in het noorden en oosten van het plangebied bestaat uit oud dekzand, dat is afgezet tussen 30.000 en 12.000 v. Chr. Dit oude dekzand is horizontaal gelaagd en bevat leemlaagjes. Dit oude dekzand is vaak te nat voor bewoning. De dekzandrug, die langs het zuiden en westen van het plangebied loopt, heeft een kern van oud dekzand en is later afgedekt door jong dekzand, dat is afgezet tussen 12.000 v. Chr. en 9.000 v. Chr. Het jonge dekzand heeft geen lemige 10 laagjes en is geschikt voor bewoning. In een groot deel van het plangebied komen laarpodzolgronden voor. Dit zijn humuspodzolgronden zonder ijzerhuidjes op de zandkorrels direct onder de B2-horizont en met een humushoudende bovengrond van 30 à 50 cm dikte. Het zijn oudere ontginningen, waarvan de humushoudende 11 bovengrond grotendeels is ontstaan door ophoging met plaggenmest. Laarpodzolgronden komen veel voor in tijdens de bodemvorming laaggelegen gebieden, waar de grondwaterstand hoger was. In het deel van het plangebied waar laarpodzolgronden voorkomen geldt een grondwatertrap VI.