N35_Rapport_NRD_DIGITAAL (4) (1)
Tekst van het document
Bereikbaarheid
De mate waarin een locatie (binnen acceptabele tijd) te bereiken is.
BO MIRT
Het MIRT gaat uit van een intensieve samenwerking tussen het Rijk en decentrale overheden. Om dit bestuurlijk te faciliteren vindt er elk najaar een bestuurlijk overleg MIRT (BO MIRT) plaats
Capaciteit
De maximale hoeveelheid voertuigen die in een bepaalde tijdsperiode kan passeren op een bepaald wegvak.
Cultuurhistorie
De geschiedenis van de cultuur, in zover deze zichtbaar is in overblijfselen van het verleden. Hierbij gaat het om historische, zichtbare/waarneembare stedenbouwkundige en landschappelijke elementen en structuren, die een uiting zijn van de ontstaansgeschiedenis van de bebouwde omgeving en het historisch landschap
Decibel (dB(A))
Eenheid van geluiddrukniveau. De toevoeging A duidt erop dat een frequentieafhankelijke correctie is toegepast in verband met gevoeligheid van het menselijk gehoor.
Doelbereik
De mate waarin het probleem wordt opgelost.
Duurzaamheid
De ontwikkeling die aansluit op de behoeften van het heden zonder het vermogen van toekomstige generaties om in hun eigen behoefte te voorzien in gevaar te brengen.
85
86
Afkorting / begrip
Toelichting
Duurzaam veilig
Duurzaam Veilig of eigenlijk Duurzaam Veilig Verkeer is een initiatief van de verschillende Nederlandse overheden om de verkeersveiligheid van het wegverkeer te vergroten. Binnen Duurzaam Veilig Verkeer gaat het om het voorkomen van ongelukken oftewel preventie. In het derde landelijke Meerjarenprogramma Verkeersveiligheid uit 1991 wordt het begrip Duurzaam Veilig voor het eerst omschreven. In december 1997 is het convenant Startprogramma Duurzaam Veilig Verkeer ondertekend door het Ministerie van Verkeer en Waterstaat, het Interprovinciaal Overleg (IPO), de Samenwerkende Kaderwetgebieden Verkeer en Vervoer (SKVV), de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) en de Unie van Waterschappen (UvW).
EO
Elementair ontwerp
Externe veiligheid
Externe Veiligheid gaat over het beheersen van risico’s die mensen lopen door opslag, productie, gebruik en vervoer van gevaarlijke stoffen in hun omgeving.
Fauna
Verzameling van diersoorten die in een gebied wordt aangetroffen.
FCD
Floating Car Data
Geluidbelasting
Het geluidniveau bij een ontvanger (bijvoorbeeld een woning), uitgedrukt in Lden en afgerond op een geheel getal. Hierbij geldt een bijzondere afrondingsregel: als het niet afgeronde geluidniveau precies op een halve dB eindigt, wordt de geluidbelasting afgerond op het dichtstbijzijnde even gehele getal.
GOW
Gebiedsontsluitingsweg
Groepsrisico (GR)
De kans per jaar dat een groep mensen van minimaal een bepaalde omvang overlijdt als direct gevolg van een ongeval waarbij gevaarlijke stoffen betrokken zijn. Het groepsrisico kent geen grenswaarde, maar een oriënterende waarde. Dat betekent dat het bevoegd gezag gemotiveerd van deze waarde mag afwijken.
Haarlemmermeer- aansluiting
Een haarlemmermeeraansluiting, vaak ook een diamantaansluiting genoemd, is een type aansluiting waarbij alle op- en afritten parallel aan de hoofdrijbaan in de vorm van een platte diamant wanneer vanaf de zijkant bekeken. Dit is vaak de goedkoopste en minst ruimte intensieve aansluitingsvorm en wordt vooral gebruikt bij de wat rustigere aansluitingen.
Halfklaverbladaansluiting
Een halfklaverbladaansluiting, is een variant op een standaard klaverblad. Er zijn diverse varianten van het halfklaverblad. In Nederland wordt het halfklaverblad het meest gebruikt waarbij de gehele aansluiting aan één zijde van de kruisende weg is gebouwd. Een halfklaverblad geeft een vrije aansluiting op de hoofdweg, maar is geen volledige ongelijkvloerse kruising, zoals bij een klaverblad. Bij een halfklaverblad is de aansluiting met de verbindingswegen op de kruisende weg gelijkvloers.
Hm
Hectometer
HWN
Hoofdwegennet
I/C
Intensiteit/Capaciteit (I/C). De I/C-waarde is de verhouding tussen de Intensiteit en de Capaciteit van een wegvak. Dit is een maat voor de doorstroming. Een hoge IC-verhouding kan duiden op een belemmering van de doorstroming (verkeerscongestie) waarbij voertuigen niet meer met een redelijke snelheid hun weg kunnen vervolgen.
IenW
Infrastructuur en Waterstaat
IO
Inpassend ontwerp
Infrastructuur
Het geheel aan wegen, vaarwegen, spoorlijnen, leidingen, etc. waarlangs iets of iemand wordt verplaatst.
Afkorting / begrip
Toelichting
Intensiteit
Aantal voertuigen dat in een bepaalde tijdsperiode een bepaald wegvak passeert.
Klaverblad
Een klaverblad is een type knooppunt dat een ongelijkvloerse kruising vormt tussen twee autosnelwegen. Dit type knooppunt heeft zijn naam te danken aan zijn vorm. Vanuit de lucht lijkt het net op een klavertje-vier.
Kruising
Kruising van infrastructuur waarbij geen uitwisseling van verkeer plaats vindt.
Kruising gelijkvloers
Ontmoetingspunt van twee of meer wegen waarbij het verkeer vanuit alle richtingen geen vrije doorgang heeft en er bijvoorbeeld verkeersregelinstallaties nodig zijn.
Kruising ongelijkvloers
Ontmoetingspunt van twee of meer wegen waarbij het verkeer vanuit alle richtingen vrij doorgang heeft. Hierbij wordt gebruik gemaakt van kunstwerken zoals bruggen, viaducten of tunnels.
Landschap
Het huidige zichtbare landschap en de beleefbaarheid en herkenbaarheid van landschappelijke elementen en structuren die zich daarin bevinden, zoals groen, kleinschaligheid, openheid en reliëf.
Leefbaarheid
Term waarmee de kwaliteit van de woon- en leefomgeving van mensen en andere organismen worden aangeduid.
Lden
De Lden (Engels: Level day-evening-night) is een Europese maat om de geluidsbelasting door omgevingslawaai over een heel etmaal uit te drukken. Deze ‘eenheid’ heeft het jaargemiddelde geluidniveau vanwege de rijksweg weer. Lden is een optelsom van de jaargemiddelde geluidniveaus in de dagperiode (7.00-19.00 uur), avondperiode (19.00-23.00 uur) en nachtperiode (23.00-7.00 uur), waarbij een weging plaatsvindt voor de verschillende duur van deze drie beoordelingsperioden, en waarbij 5dB wordt bijgeteld in de avondperiode en 10dB in de nachtperiode.
Lnight
Geluid ’s nachts tussen 23.00 en 7.00 uur. Lnight is, net als de Lden, internationale gemeenschappelijke maat voor geluidbelasting. De Lnight is te vergelijken met de Lden, maar geeft alleen de geluidbelasting tijdens de nacht weer.
Maaiveld
Het aardoppervlak van het natuurlijk of aangelegde terrein.
Marsroute
In 2009 heeft de provincie Overijssel, samen met de regio Twente en de aanpalende gemeenten de ambitie voor het verbeteren van de doorstroming en het herinrichten als stroomweg van de N35 vastgelegd in de Marsroute en deze rapportage gedeeld met het Rijk. De Marsroute heeft als ambitie om de N35 op de lange termijn om te bouwen naar een 2x2 stroomweg met een maximumsnelheid van 100 km/uur, met aanleg van ongelijkvloerse aansluitingen, ten einde een meer betrouwbare verbinding tussen de twee economische centra te verkrijgen. In het coalitieakkoord ‘Samen bouwen aan Overijssel’ (2019) heeft de provincie het opwaarderen van de N35 tot een 2x2 stroomweg als prioriteit aangegeven.
Meerjarenprogramma Geluidsanering MJPG
De overheid wil geluidhinder voorkomen en beperken op locaties waar de bestaande geluidsbelasting relatief hoog is. Daarom is in 2012 het Meerjarenprogramma Geluidsanering (MJPG) gestart. Dit programma wordt uitgevoerd door ProRail en Rijkswaterstaat, in opdracht van het Ministerie van IenW. ProRail werkt aan stillere spoorwegen, Rijkswaterstaat aan stillere wegen. Rijkswaterstaat zorgt met het MJPG dat omwonenden van snelwegen minder geluidsoverlast ondervinden. In totaal zijn er ongeveer 20 regionale geluidsaneringsplannen, die elk hun eigen planning hebben. De uitvoering van het gehele MJPG duurt voor de meeste locaties tot 2027. Op sommige locaties duurt de uitvoering langer, dit geldt ook voor de N35 tussen hm 8.8 en 12.1. Het saneringsplan Oost Nederland fase 2 gaat uit van 2036.
87
Afkorting / begrip
Toelichting
MER Milieueffectrapport
Openbaar document waarin de voorgenomen activiteit en de redelijkerwijs in beschouwing te nemen alternatieven en de te verwachten gevolgen op het milieu in hun onderlinge samenhang worden beschreven en beoordeeld. Het MER wordt opgesteld ten behoeve van één of meer besluiten die over de betreffende activiteit genomen moeten worden.
MIRT
Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport. In het MIRT programma werkt de Rijksoverheid samen met provincies, gemeenten en de vervoersregio’s aan ruimtelijke projecten. De afspraken over de financiële investeringen in deze projecten vindt plaats binnen het MIRT.
MKBA
Maatschappelijke kosten-batenanalyse. De MKBA bouwt voort op de kostenramingen en de effectenstudies, en vertaalt effecten hieruit in euro’s. de MKBA brengt de kosten en baten van het project in beeld.
Mvt
Motorvoertuigen
N2000
Natura 2000 gebied. Een Europees netwerk van beschermde natuurgebieden op het grondgebied van de lidstaten van de Europese Unie. Natura 2000 is niet enkel ter bescherming van gebieden (habitats), maar draagt ook bij aan soortenbescherming.
NAP
Normaal Amsterdams Peil. Alle hoogtes in Nederland worden gemeten ten opzichte van hetzelfde niveau, het Normaal Amsterdams Peil (NAP). Een NAP-hoogte van 0 m is ongeveer gelijk aan het gemiddeld zeeniveau van de Noordzee.
NO2
Stikstofdioxide (NO2) is een gas dat in Nederland voor een groot gedeelte door het autoverkeer wordt geproduceerd. Het is daarom een belangrijke indicator voor de luchtverontreiniging door verkeer. Voor NO2 gelden wettelijke grenswaarden.
NNN
Natuur Netwerk Nederland. Samenhangend netwerk van bestaande en nog te ontwikkelen belangrijke natuurgebieden. Het vormt de basis voor het Nederlandse natuurbeleid. Het is de basis van een beleidsplan dat tot doel heeft de natuurwaarden in Nederland te stabiliseren. Behalve gebieden met een hoofdfunctie natuur kunnen ook gebieden in agrarisch beheer tot het NNN behoren.
NRD
Notitie Reikwijdte en Detailniveau. De NRD geeft aan welke alternatieven worden onderzocht en welke criteria en methoden worden gebruikt om de milieueffecten in kaart te brengen.
NRM
Nederlands Regionaal Model. Provincies en gemeenten gebruiken veelal regionale of lokale modellen om gedetailleerde verkeersprognoses te maken. Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat gebruikt voor het hoofdwegennet en het hoofdspoornet twee strategische verkeers- en vervoersmodellen. Het Nederlands Regionaal Model (NRM) en het Landelijk Model Systeem (LMS). De data uit het NRM2023 laten de verkeerscijfers zien van een basisjaar (meest recent 2018) en de prognosejaar 2040 met het WLO-scenario “Laag” en “Hoog”. Het basisjaar wordt niet ieder jaar aangepast. De studie ‘Nederland in 2030-2050: twee referentiescenario’s – Toekomstverkenning Welvaart en Leefomgeving’, kortweg WLO, is de basis voor de fysieke leefomgeving in Nederland. De WLO is opgesteld door het PBL (Planbureau voor de Leefomgeving) en het CPB (Centraal Planbureau). Scenario Hoog combineert een relatief hoge bevolkingsgroei met een hoge economische groei van ongeveer 2% per jaar. In scenario Laag gaat een beperkte demografische ontwikkeling samen met een gematigde economische groei van ongeveer 1% per jaar.
Omgevingswet
88
Een nieuwe wet die vanaf 1 januari 2024 onder andere de Wet ruimtelijke ordening en tientallen andere wetten vervangt. In deze wet is in ruimtelijke plannen veel meer ruimte voor flexibiliteit opgenomen om beter om te kunnen gaan met onzekerheid van de toekomst.
Afkorting / begrip
Toelichting
Ongelijkvloers
Een ongelijkvloerse kruising is een kruising van twee of meerdere vervoersstromen (weg, waterweg, spoorweg) waarbij gebruikgemaakt wordt van kunstwerken (zoals bruggen, viaducten en tunnels) zodat de stroom of het verkeer niet gehinderd wordt. Dit dus in tegenstelling tot een gelijkvloerse kruising.
OO
Ontplofbare Oorlogsresten. Voorheen ook bekend onder de term NGE (Niet Gesprongen Explosieven) of CE (Conventionele Explosieven).
OS
Ochtendspits. Periode met verkeer van werkplaats naar woonplaats. De periode duurt van 7.00 - 9.00 uur.
OV
Openbaar vervoer.
OWN
Onderliggend wegennet
Plaatsgebonden risico (PR)
Het risico op een bepaalde plaats, uitgedrukt in de kans per jaar om buiten een inrichting waar gevaarlijke stoffen aanwezig (mogen) zijn, te overlijden als rechtstreeks gevolg van een ongeval met die stoffen binnen die inrichting.
PlanMER
Brengt in beeld wat de milieueffecten zijn van de alternatieven die voorliggen. Het PlanMER heeft een globaal karakter, passend bij het abstractieniveau van de fase (bijvoorbeeld verkenning). De alternatieven in het PlanMER richten zich op de maatgevende keuzes met de meest onderscheidende milieueffecten. Het PlanMER levert MER-milieu-informatie op die gebruikt wordt in de alternatievenafweging om uiteindelijk tot een voorkeursalternatief te komen.
PM10 en PM2,5
Fijn stof wordt vaak afgekort tot PM, wat afkomstig is van de Engelse afkorting voor ‘Particulate Matter’. Fijn stof betreft alle deeltjes in de lucht kleiner dan 10 micrometer. Deeltjes kleiner dan 0,1 μm worden aangeduid als ultra fijnstof (UFP). Voor PM10 en PM2,5 gelden wettelijke grenswaarden. Binnen het Landelijk Meetnet Luchtkwaliteit worden concentraties van PM10 en PM2,5 gemeten. PM10 is fijn stof kleiner dan 10 μm. PM2,5 is fijnstof kleiner dan 2,5 μm.
Rijstrokenschema
Als onderdeel van het functioneel ontwerp wordt de weg schematisch weergeven in een rijstrokenschema. Voor de huidige en toekomstige situatie wordt het aantal rijstroken aangegeven, maar bijvoorbeeld ook waar een parallelweg langs de hoofdijbaan ligt, waar zijwegen aanwezig zijn, kruispunten, aansluitingen en dergelijke. Het rijstrokenschema is bedoeld om verkeerskundig gezien alternatieven (snel) met elkaar te kunnen vergelijken
Ruimtelijke kwaliteit
Met ruimtelijke kwaliteit wordt de omgeving van de N35 bedoeld met de juiste mix van een hoge gebruikswaarde, belevingswaarde en toekomstwaarde. Hierbij gaat het ook om identiteit en imago van het gebied. Voor de N35 is onderscheid gemaakt in vier kernkwaliteiten die de N35 en de positie van deze weg in het landschap typeren: Kommen en kanalen, Landgoederen en boskamers, Essen en velden en Bos en Heide.
RVMO
Regionaal Verkeersmodel Overijssel
Selected link-analyse
Deze analyse kan in elk statisch model worden gedaan. Het is een functionaliteit (analyse) om de herkomst/bestemming van verkeer op een wegvak inzichtelijk te maken. Hiermee kan inzichtelijk worden gemaakt waar het verkeer vandaan komt en waar het naartoe gaat op deze locatie.
SW
Stroomweg
Variant
Een variatie op een alternatief op een (klein) onderdeel, subkeuze binnen een alternatief.
89
90
Afkorting / begrip
Toelichting
Vilstiftschets
Als onderdeel van het functioneel ontwerp zijn viltstiftschetsen nodig. Deze geven de mogelijke oplossingen weer met dikke lijnen om zo inzicht te geven in de verkeerstechnische oplossing voor de N35, de aangrenzende wegen en parallelstructuur. De lijnen geven globaal de aanpassing aan, het is nog geen detailuitwerking. De ligging houdt nog geen rekening met bestaande functies en waarden. Een viltstiftschets is noodzakelijk als keuzes gemaakt worden op het gebied van aansluitingen en knooppuntvormen. De viltstiftschetsen zijn bedoeld om in beeld te brengen welke gevolgen de aanpassing heeft. Het geeft een eerste indruk van de impact op de omgeving en biedt informatie om keuzes te maken die een relatie hebben met de omgeving (zoals liggingen en vorm van aansluitingen en knooppunten).
VISSIM
een dynamisch verkeersmodel
VRI
Verkeersregelinstallatie
SW
Stroomweg
TEN-T
Trans Europees Netwerk Transport
WLO
Welvaart en Leefomgeving. De studie ‘Nederland in 2030-2050: twee referentiescenario’s – Toekomstverkenning Welvaart en Leefomgeving’, kortweg WLO, is de basis voor veel beleidsbeslissingen op het gebied van de fysieke leefomgeving in Nederland. De WLO is opgesteld door het PBL (Planbureau voor de Leefomgeving) en het CPB (Centraal Planbureau).
Zeef 1
Binnen de MIRT-systematiek wordt gewerkt middels opeenvolgende stappen (zeven). Zeef 1 betreft de analytische fase in het proces.
Zeef 2
Binnen de MIRT-systematiek wordt gewerkt middels opeenvolgende stappen (zeven). Zeef 2 betreft de beoordelingsfase in het proces.
Bijlage I I. (Gros)lijst oplossingen In onderstaande tabel zijn de (mogelijke) oplossingen opgenomen voor alternatief 2. Hierbij is in rood aangegeven welke zijn afgevallen op basis van de beoordeling in de factsheets (zeef 1) en in groen welke zijn beoordeeld als kansrijk om verder uit te werken in de vervolgfase (zeef 2, planMER). In de Notitie Kansrijke Alternatieven is in paragraaf 5.1 ingegaan op de effectbeoordeling waarna in paragraaf 5.2 is aangegeven welke varianten beoordeeld zijn als kansrijk of niet kansrijk. In de tabel is in blauw ook aangegeven welke oplossingen voorafgaand aan zeef 1 zijn afgevallen. Voor deze oplossingen is in de factsheets bij de toelichting van de varianten aangegeven waarom deze niet oplossend zijn. De volgende kleurcodering is in de tabel gehanteerd:
Afgevallen vóór zeef 1. Beoordeeld in zeef 1 als kansrijk. Variant wordt verder uitgewerkt en afgewogen in planMER (zeef 2) Beoordeeld in zeef 1 als niet kansrijk. Variant valt af en wordt niet verder onderzocht.
91
Traject
Locatie
Mogelijke variant alternatief 2
Motivatie
1
Koelmansstraat
- Aansluiting Koelmansstraat
Afgevallen vóór zeef 1. Een aansluiting op deze locatie is geen mogelijke oplossing omdat de afstand tot de aansluiting Wijthmen te klein is.
K1 Ongelijkvloerse kruising (viaduct*)
Beoordeeld in zeef 1. Kansrijk, meenemen in zeef 2 als fietskruising.
K2 Afsluiten Koelmansstraat
Beoordeeld in zeef 1. Kansrijk, meenemen in zeef 2.
H1 Ongelijkvloerse aansluiting Hagenweg
Beoordeeld in zeef 1. Niet kansrijk, valt af. Verkeerskundige meerwaarde is beperkt, mede gezien de beperkte afstand tot de aansluiting Wijthmen. Ruimtelijke impact is van een aansluiting ook groter.
H2 Ongelijkvloerse kruising (onderdoorgang*)
Beoordeeld in zeef 1. Kansrijk, meenemen in zeef 2.
H3 Afsluiten Hagenweg
Beoordeeld in zeef 1. Kansrijk, meenemen in zeef 2.
T3 Parallelstructuur traject 3 en opheffen bajonetkruispunt Zwolseweg
Beoordeeld in zeef 1. Kansrijk omdat bajonet er uit gaat, parallelweg nader onderzoeken in zeef 2.
D1a Ongelijkvloerse aansluiting (Haarlemmermeer) met een ongelijkvloerse kruising (viaduct)
Beoordeeld in zeef 1. Niet kansrijk, valt af. De haarlemmeraansluiting (D1a) wordt als niet realistisch beschouwd wegens de impact die deze oplossing heeft het landgoed De Gunne.
D1b Ongelijkvloerse aansluiting (halfklaverblad) met een ongelijkvloerse kruising (onderdoorgang*)
Beoordeeld in zeef 1. Kansrijk, meenemen in zeef 2.
D2 Ongelijkvloerse kruising (onderdoorgang*)
Beoordeeld in zeef 1. Niet kansrijk, valt af. Variant D2 was in beeld in het geval van één aansluiting bij Heino. Met de keuze voor twee aansluitingen, waaronder één bij de Dalfserweg, vervalt deze variant.
D3 Afsluiten Dalfserweg
Afgevallen vóór zeef 1. Geen mogelijke oplossing gezien de omvang van het verkeer dat gebruik maakt van de huidige VRI-kruising (circa 10.000 mvt/etmaal in 2040) waarvan een groot deel richting Zwolle gaat en het belang van deze verbinding naar Heino.
2
3
4
92
Hagenweg – Overijssels Kanaal
Traject 3
Dalfserweg (Heino Noord)
Traject
Locatie
Mogelijke variant alternatief 2
Motivatie
4-5
Lentheweg
L1d Ongelijkvloerse aansluiting (Haarlemmermeer) met een ongelijkvloerse kruising (viaduct)
Beoordeeld in zeef 1. Niet kansrijk, valt af. Een nieuwe verbinding naar Heino heeft een grote impact op de omliggende wegenstructuur en leidt tot doorsnijding woonlinten en lastige inpassing / ontsluiting via bedrijventerrein. Ook is sprake van een as-verlegging van de N35. Het draagvlak voor deze variant is laag.
5
Lemelerveldseweg
L1a Ongelijkvloerse aansluiting (Haarlemmermeer) met een ongelijkvloerse kruising (onderdoorgang conform huidige situatie*) L1b Ongelijkvloerse aansluiting (halfklaverblad zuidzijde) (onderdoorgang conform huidige situatie*)
Beoordeeld in zeef 1. Niet kansrijk, varianten L1a, L1b en L1c vallen af. Het wegennet van Heino is niet ingericht op een ontsluitingsmogelijkheid bij de Lemelerveldseweg. Een aansluiting leidt tot grote verschuiving van verkeersstromen in Heino en heeft ook een ongewenste aanzuigende werking buiten de bebouwde kom.
L1c Ongelijkvloerse aansluiting (halfklaverblad noord/ zuidzijde) (onderdoorgang conform huidige situatie*)
6
Berkendijk (Heino-Zuid)
L2 Ongelijkvloerse kruising (onderdoorgang conform huidige situatie*)
Beoordeeld in zeef 1. Kansrijk, meenemen in zeef 2.
L3 Afsluiten Lemelerveldseweg
Afgevallen vóór zeef 1. Geen mogelijke oplossing gezien het belang van deze verbinding naar Heino (circa 3.800 mvt/etmaal in 2040).
B1a Ongelijkvloerse aansluiting (Haarlemmermeer) met een ongelijkvloerse kruising (viaduct)
Beoordeeld in zeef 1. Kansrijk, meenemen in zeef 2.
B1b Ongelijkvloerse aansluiting (halfklaverblad) met een ongelijkvloerse kruising (onderdoorgang*)
Beoordeeld in zeef 1. Niet kansrijk, valt af. Een halfklaverbladoplossing (B1b) heeft een groter ruimtebeslag en is negatiever voor de milieuaspecten (en vervalt daardoor).
93
Traject
Locatie
6
94
Mogelijke variant alternatief 2
Motivatie
B2 Ongelijkvloerse kruising (onderdoorgang*)
Beoordeeld in zeef 1. Niet kansrijk, valt af.
B3 Afsluiten Berkendijk
Afgevallen vóór zeef 1. Geen mogelijke oplossing gezien de omvang van het verkeer gebruik maakt van de huidige VRI-kruising (circa 6.100 mvt/ etmaal in 2040) en het belang van deze verbinding naar Heino.
7
Heino-Raalte
T7 Parallelstructuur traject 7 en opheffen bajonetkruispunt nabij ’t Reelaer
Beoordeeld in zeef 1. Kansrijk omdat bajonet er uit gaat, parallelweg nader onderzoeken in zeef 2.
10
N348 Ommerweg - Almelosestraat
AO1 Een gecombineerde ongelijkvloerse aansluiting N35 met de N348 Ommerweg / Almelosestraat met verlegde Ommerweg
Beoordeeld in zeef 1. Kansrijk, meenemen in zeef 2.
AO2 Een met verkeerslichten geregeld kruispunt N348 Ommerweg en een ongelijkvloerse aansluiting Almelosestraat
Afgevallen vóór zeef 1. Geen mogelijke oplossing omdat de afstand tussen het VRI-kruispunt N35 - Ommerweg N348 en een nieuwe aansluiting Almelosestraat te klein is.
AO3 Twee met verkeerslichten geregelde kruispunten N35 met N348 Ommerweg en met Almelosestraat. De rondweg Mariënheem (stroomweg) start na het kruispunt Almelosestraat
Beoordeeld in zeef 1. Niet kansrijk voor alternatief 2 omdat VRI-kruispunten geen logische overgang zijn voor een stroomweg.
- Rondweg Mariënheem noord om Mariënheem of geheel om Mariënheem én Raalte heen
Afgevallen vóór zeef 1. Geen mogelijke oplossing. Redenen liepen uiteen, van een grote ruimtelijke impact en nieuwe doorsnijdingen van het landschap en omdat de doorgaande route (N35 oost-west) te veel zou worden omgelegd. Dergelijke omleggingen en (volledig) noordelijke varianten wijken zodanig af van het huidige tracé dat deze in het verleden als niet realistisch zijn bestempeld.
AO3 is welk kansrijk om toe te voegen aan alternatief 1. Meenemen in zeef 2 binnen alternatief 1.
Traject
Locatie
Mogelijke variant alternatief 2
Motivatie
10
Rondweg Mariënheem
M1 Rondweg noordzijde spoor (tussen spoor en de kern) en opheffen voorrangskruispunt Nijverdalseweg
Beoordeeld in zeef 1. Niet kansrijk, valt af. Een rondweg tussen het spoor en Mariënheem (M1 noord) wordt als niet realistisch beschouwd. Niet alleen leidt dit tot een extra doorsnijding van het landschap (spoor is ook al een doorsnijding), ook de korte afstand tot het dorp Mariënheem en het bochtige wegverloop zijn voor een stroomweg niet ideaal
M2 Rondweg zuidzijde spoor (kort tracé) en opheffen voorrangskruispunt Nijverdalseweg
Beoordeeld in zeef 1. Kansrijk, meenemen in zeef 2.
M3 Rondweg zuidzijde spoor (lang tracé) en opheffen voorrangskruispunt Nijverdalseweg
Afgevallen vóór zeef 1. Geen mogelijke oplossing vanwege de inpasbaarheid (bedrijventerrein de Enk, een ongelijkvloerse kruising tussen het spoor en de Almelosestraat in de toekomst wordt onmogelijk gemaakt)
Opstelstroken VRI Tunnelweg.
Beoordeeld in zeef 1. Kansrijk, meenemen in zeef 2.
Opstelstrook VRI Grotestraat richting Nijverdal.
Beoordeeld in zeef 1. Kansrijk, meenemen in zeef 2.
11
Tunnelweg en Grotestraat
95
Bijlage I I I. Memo Update verkeerskundig onderzoek Wijthmen-Nijverdal
96
Inleiding Als projectteam N35 hebben we vanuit de opdrachtgever in de startbeslissing heldere kaders meegekregen. Een van de opdrachten was om te kijken hoe we onze ontwerpen toekomstvast konden maken. De afspraak is dat we in ons ontwerpproces waar mogelijk rekening houden met de mogelijkheid om de weg in de toekomst uit te breiden naar een 2x2 variant, hoewel deze uitbreiding geen deel uitmaakt van de scope van deze MIRT-Verkenning. Daarnaast wilden provincie Overijssel en het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat met elkaar in gesprek over hoe ze de toekomst van de N35 voor zich zien. Om dit gesprek te faciliteren is gevraagd een update te geven van de verkeerskundige aspecten uit het ‘Verkeerskundig onderzoek Wijthmen en Nijverdal’ dat in 2020 is uitgevoerd1. In de NRD wordt in paragraaf 3.1 in het tekstkader ‘Wat wordt niet onderzocht?’ onder punt 3. Verkeersaantrekkende werking verwezen naar de resultaten van deze update. De MIRT-Verkenning N35 Wijthmen-Nijverdal heeft als doel om tot een onderbouwde voorkeursbeslissing te komen om de verkeersveiligheid, doorstroming en barrièrewerking/oversteekbaarheid van de N35 tussen Wijthmen en Nijverdal te verbeteren.
In de startbeslissing zijn naast het nul-alternatief (referentiealternatief ), dat uitgaat van de N35 in de autonome situatie, twee alternatieven benoemd die voorzien in infrastructurele verbeteringen aan de N35: • Alternatief 1: nul-plus-alternatief, waarin de N35 tussen Wijthmen en Nijverdal wordt ingericht als een ‘optimale gebiedsontsluitingsweg (GOW)’. • Alternatief 2: BO MIRT 2020-alternatief, waarbij de N35 tussen Wijthmen en Raalte wordt opgewaardeerd naar een stroomweg 2x1 rijstroken 100 km/uur met ongelijkvloerse aansluitingen. De aansluiting N348 (Ommerweg) blijft in de basis van dit alternatief gelijkvloers (kruispunt) waarna de N35 om Mariënheem wordt geleid (2x1 rijstroken, 100 km/uur). Na Mariënheem wordt de N35 weer een gebiedsontsluitingsweg, 80 km/uur met kruispunten waarvan de inrichting is verbeterd ten behoeve van de doorstroming.
Verkeersintensiteiten en verkeersveiligheid In de Marsroute N35 bestaat het toekomstbeeld uit een opwaardering van de gehele N35 naar een regionale stroomweg, met 2x2 rijstroken en een maximumsnelheid van 100 km/uur. Dit is al reeds gerealiseerd op het trajectdeel Zwolle-Wijthmen en er loopt een planuitwerking om ook het trajectdeel Nijverdal-Wierden op te waarderen. Het ontbrekende gedeelte is de N35 tussen Wijthmen en Nijverdal. Het toekomstbeeld is nodig om de toekomstvastheid van maatregelen in de Verkenning N35 Wijthmen – Nijverdal te kunnen bepalen. Toekomstvast betekent in dit verband dat maatregelen passen bij het toekomstbeeld, zonder dat dit nu leidt tot een desinvestering. Het toekomstbeeld kan bestaan uit een toekomstige verbreding naar 2x2 rijstroken. Om te bepalen wanneer een schaalsprong naar 2x2 rijstroken noodzakelijk is, zijn verkeerskundige berekeningen uitgevoerd met behulp van het NRM2023, waarin de N35 wordt opgewaardeerd naar een regionale stroomweg. Om de bandbreedte van effecten te kunnen bepalen zijn de volgende twee situaties verkeerskundig doorgerekend: 1. Opwaarderen N35 tussen Wijthmen en Nijverdal naar 2x2 rijstroken met een maximumsnelheid van 80km/uur; 2. Opwaarderen N35 tussen Wijthmen en Nijverdal naar 2x2 rijstroken met een maximumsnelheid van 100km/uur.
Uitgangspunten NRM Met behulp van het NRM2023 (Oost-Nederland) zijn de verkeerscijfers op de N35 voor het zichtjaar 2040 op basis van het WLO-scenario 'laag’ en ‘hoog’ inzichtelijk gemaakt. Het NRM2023 is op 1 april 2023 vrijgegeven en is daarmee het meest recente NRM-model. Voor de variantberekeningen is alleen het hoge scenario toegepast, omdat de intensiteiten uit het lage scenario (2040) al vrijwel overeenkomen met de intensiteiten uit het basisjaar (zie figuur 1). Landelijk gezien is de verkeersdruk na de corona-periode weer toegenomen ten opzichte van daarvoor. De huidige trends gaan tevens uit van een verdere groei van het verkeer de komende jaren. Omdat het lage scenario uitgaat van een vrijwel gelijke intensiteit op de N35 voor de komende 17 jaar lijkt dit een (grote) onderschatting. 97
Om deze reden is het lage scenario niet meer toegepast en zijn de verkeerskundige berekeningen voor het toekomstbeeld alleen voor het hoge scenario uitgevoerd. In deze memo zijn ook de intensiteiten van het prognosejaar 2050 opgenomen (autonome situatie) als verdere doorkijk. Dit betreft een zogenaamd ‘beleidsarm’ scenario en kan daarom nog niet worden toegepast voor doorrekeningen.
Figuur 1: Intensiteiten N35 basisjaar en prognosejaar 2040 (bron: NRM 2023)
Verder wordt aangesloten bij de vastgestelde ontwikkelingen, welke reeds in het NRM2023 zijn verwerkt. Voor de directe omgeving van de N35 Wijthmen-Nijverdal betekent dit de opwaardering van de N35 tussen Nijverdal en Wierden (naar 2x2 stroomweg, 100km/uur) en de realisatie van ‘knooppunt Raalte’. Ondanks dat beide projecten nog niet zijn gerealiseerd, lijkt het niet logisch dat de N35 tussen Wijthmen en Nijverdal wordt opgewaardeerd voordat deze twee andere projecten zijn gerealiseerd. De varianten toekomstbeeld 2x2 80 km/uur en 2x2 100km/uur zijn doorgerekend om de verkeerskundige effecten op de N35 te kunnen bepalen. Dit is gedaan middels een zogenaamde ‘gevoeligheidsanalyse’. Omdat het een toekomstbeeld is, is het nog niet mogelijk (en tevens noodzakelijk) om formele berekeningen, waarvoor een plausibiliteitstoets etc. benodigd is, uit te voeren. De resultaten worden alleen gebruikt om de effecten op de N35 en het omliggende HWN (intensiteiten, I/C-waarden) te bepalen en de nut en noodzaak van een schaalsprong naar 2x2 rijstroken te onderzoeken. Daarnaast is gebleken dat het NRM te grofmazig is om op het OWN uitspraken te doen, om deze reden worden de uitspraken ook alleen beperkt tot de N35 en het overige HWN.
Omdat het toekomstbeeld in ontwikkeling is, zijn er nog geen definitieve ontwerpen dan wel ontwerpkeuzes gemaakt op basis waarvan ongelijkvloerse aansluitingen kunnen worden ontworpen. Om schijnnauwkeurigheid te voorkomen is daarom gebruik gemaakt van het beschikbare netwerk. De volgende wijzigingen zijn doorgevoerd op het traject van de N35 tussen Wijthmen en Nijverdal om de twee varianten door te rekenen: • Capaciteit op wegvakken aangepast naar 2 rijstroken (3.800 pae); • Snelheid op wegvakken aangepast naar 80km/uur dan wel 100km/uur; • Het NRM-type (type wegvak) is aangepast om aan te sluiten bij een stroomwegfunctie (NRM type 2);
98
• De huidige kruispunten blijven gehandhaafd, er zijn bijvoorbeeld nog geen keuzes gemaakt over het aantal en type aansluitingen bij Heino. Het was hierom ook niet mogelijk om dit op moment van de doorrekening verder te verfijnen. Dit heeft verder geen effecten voor de totale verkeersaantrekkende werking van de N35. Het NRM modelleert immers geen kruispuntweerstanden. Het feit dat er geen ongelijkvloerse kruisingen zijn gemodelleerd heeft hierdoor geen direct effect op de doorstroming en simuleert in feite de ongelijkvloerse oplossing.
Intensiteiten In tabel 1 zijn de intensiteiten weergegeven van het basisjaar, de prognosejaren 2040 en 2050 en de beide varianten. De telpunten corresponderen met de locaties zoals weergegeven in figuur 1.
Motorvoertuigen (mvt) per etmaal (afgerond)
Telpunt
2018
2040 Hoog
2050 Hoog
2040 Hoog 2x2 80 km/u
2040 Hoog 2x2 100 km/u
1
27.200
37.600
43.000
49.400
58.400
2
20.600
28.900
33.300
43.600
53.500
3
18.600
25.800
29.900
40.500
52.100
4
20.900
27.000
30.900
42.400
53.400
5
18.400
22.900
25.300
40.800
51.400
6
24.900
26.100
28.800
42.500
52.400
7
21.500
27.300
30.100
43.000
53.700
8
20.500
27.600
30.700
42.400
53.300
9
18.000
26.000
29.300
38.500
47.100
10
13.300
22.100
25.400
33.600
40.300
11
24.100
35.000
39.500
44.500
50.500
Tabel 1: Intensiteiten basisjaar, prognosejaren en varianten 2x2 rijstroken (bron: NRM2023)
Zoals in bovenstaande tabel is te zien wordt in 2040 een intensiteit op de N35 tussen Wijthmen en Nijverdal verwacht tussen de 26.000 en 29.000 mvt per etmaal. In 2050 groeit dit door naar circa 30.000 mvt per etmaal. De opwaardering naar 2x2 rijstroken (met handhaven snelheid 80km/uur) leidt tot een verkeerstoename van circa 60% ten opzichte van de autonome situatie 2040. De intensiteit groeit naar 40.000 tot 43.000 mvt per etmaal op de N35 tussen Wijthmen en Nijverdal. Dit is puur verkeer wat door de capaciteitsverruiming (wegvallen I/C knelpunten = reistijdwinst, zie verderop bij I/C waarden) wordt aangetrokken naar de N35, de snelheid blijft immers gelijk (zie ook figuur 2). Bij een opwaardering naar 100 km/uur komen naar nog eens 10.000 mvt per etmaal bij. De intensiteit verdubbelt dan grofweg op de N35 ten opzichte van de autonome situatie 2040. Zowel door de capaciteitsverruiming als de snelheidsverhoging wordt meer verkeer verleid gebruik te maken van de N35. Dit wordt onderschreven doordat o.a. op de A1 een afname te zien is van circa 2.000 mvt/ etmaal tussen de 2x2 (80 km/uur) en de 2040 autonome situatie, en nog eens een afname van 2.000 mvt/ etmaal tussen de 2x2 80 km/h en 2x2 100 km/h variant. Daarnaast heeft de N35 een aanzuigende werking voor verkeer vanuit de regio richting Zwolle dat nu eerder gebruik maakt van de N35 dan van het 99
onderliggende wegennet. Met name de route via Luttenberg, Lemelerveld en Dalfsen valt (positief ) op. Verkeer hoeft niet meer te sluipen via het onderliggend wegennet om knelpunten op de N35 te vermijden. Ook op alternatieve provinciale wegen is een afname te zien, o.a. de N347 vanuit Hellendoorn, de N36 vanuit Almelo en de N340 bij Ommen laten afnames van verkeer zien.
Figuur 2: Verschilplot (mvt/etmaal) tussen de opwaardering van de N35 naar 2x2 rijstroken (80 km/uur) en de 2040 autonome situatie
Doorstroming In de autonome 2040 situatie wordt de N35 zwaar tot zeer zwaar belast in de spits. Dit wordt inzichtelijk gemaakt door middel van de I/C-waarde (intensiteit/capaciteit verhouding van een wegvak). De I/C verhouding geeft aan op welke wegvakken een knelpunt ontstaat. Dit geeft inzicht in welke mate de N35 in de spits wordt belast en of opwaardering naar 2x2 rijstroken noodzakelijk is. De I/C-waarden van zowel de ochtend- als avondspits voor de 2040 autonome situatie zijn weergegeven in figuur 3 en figuur 4. De wegvakken met de hoogste I/C waarde tussen Wijthmen en Nijverdal zijn: • N35 tussen Wijthmen en Heino met een I/C- waarde van 0,90 in de ochtendspits en 0,93 in de avondspits; • N35 tussen de N348 Ommerweg en de Almelosestraat met een I/C- waarde van 0,93 in de ochtendspits en 0,96 in de avondspits; • N35 tussen de Stationsweg en de Tunnelweg met een I/C- waarde van 0,85 in de ochtendspits en 0,88 in de avondspits. Geconcludeerd kan worden dat in de autonome 2040 situatie (hoog scenario) op vrijwel het gehele traject van de N35 de I/C waarde (in de maatgevende spitsrichting) rond de 0,8 ligt. Op enkele wegvakken (zoals hierboven aangegeven) ligt deze nog hoger (boven de 0,9). Gezien de spreiding van deze wegvakken (over het gehele traject) betekent dit dat de N35 geen restcapaciteit meer heeft (op wegvakniveau) en er grote vertraging ontstaat.
Dit betekent ook dat er wellicht meer verkeer van de N35 gebruik zou willen maken, maar dit niet doet door de aanwezige vertraging en daarmee uitwijkt naar alternatieve routes.
100