CConstaterende datRaalte
Koppel je AI →
Document · PDF

Motivering Omgevingsplan De Veldegge Noord en bijlagen 1 tm 3

Raadsvergadering 22 januari 2026, gemeente RaalteBij agendapunt: Vaststellen TAM-omgevingsplan 13 De Veldegge Noord in Heeten (hamerstuk)26.031 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

TAM-Omgevingsplan 13 De Veldegge Noord Motivering Gemeente Raalte

sab adviseurs in ruimtelijke ontwikkeling

22 december 2025 projectnummer 220357.01

sab adviseurs in ruimtelijke ontwikkeling info@sab.nl - www.sab.nl Disclaimer tekst Bij het samenstellen is de grootst mogelijke zorgvuldigheid nagestreefd. Toch kan de informatie in deze uitgave niet juist of onvolledig zijn. De Opdrachtgever is hiervoor niet aansprakelijk. Als u van mening bent dat er beeldmateriaal is gebruikt waarover u het beeldrecht heeft, neem dan contact op met de opdrachtgever via onze website of bovengenoemde adres. Copyright Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen, in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt worden in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch door fotokopieën of enig andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de opdrachtgever.

Inhoudsopgave 1

2

3

4

Inleiding

3

1.1

Aanleiding

3

1.2

Ligging en begrenzing besluitgebied

3

1.3

Leeswijzer

4

Planbeschrijving

5

2.1

Huidige ruimtelijke situatie

5

2.2

Toekomstige situatie

10

Beleidskader

15

3.1

Rijksbeleid

15

3.2

Provinciaal beleid

17

3.3

Regionaal beleid

29

3.4

Gemeentelijk beleid

31

Gevolgen fysieke leefomgeving

37

4.1

Milieueffectrapportage

37

4.2

Bodem

39

4.3

Geluid

42

4.4

Luchtkwaliteit

48

4.5

Geur

49

4.6

Spuitzonering

53

4.7

Ontplofbare oorlogsresten

54

4.8

Kabels en leidingen

54

4.9

Omgevingsveiligheid

54

4.10

Veiligheid

56

4.11

Gezondheid

57

4.12

Water

58

4.13

Klimaatadaptatie

62

4.14

Duurzaamheid

65

4.15

Natuur

65

4.16

Archeologie

71

4.17

Cultuurhistorie

74

4.18

Mobiliteit en parkeren

75

4.19

Ladder voor duurzame verstedelijking

77

4.20

Omgevingskwaliteit

78

5

6

Juridische toelichting

80

5.1

Inleiding

80

5.2

Algemene methodiek

80

5.3

Specifieke regeling dit omgevingsplan

81

Uitvoerbaarheid

82

6.1

Economische uitvoerbaarheid

82

6.2

Participatie en overleg

82

Bijlagen Bijlage 1:

stedenbouwkundig plan

Bijlage 2:

mer-beoordeling

Bijlage 3:

bodemonderzoek

Bijlage 4:

quick scan natuur

Bijlage 5:

nader natuuronderzoek

Bijlage 6:

nader natuuronderzoek steenuil

Bijlage 7:

mitigatieplan

Bijlage 8:

akoestisch onderzoek wegverkeer

Bijlage 9:

quick scan milieubelastende activiteiten

Bijlage 10:

onderzoek stikstofdepositie

Bijlage 11:

archeologisch bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek

Bijlage 12:

archeologisch proefsleuvenonderzoek

Bijlage 13:

archeologische opgraving

Bijlage 14:

waterhuishoudkundig plan

Bijlage 15:

verkeersonderzoek

Bijlage 16:

toets ladder voor duurzame verstedelijking

Bijlage 17:

geuronderzoek

Bijlage 18:

akoestische toetsing stedenbouwkundig plan geluidcontouren N332

Bijlage 19:

financiële verkenning GREX

Bijlage 20:

ontwerpbesluit hogere waarde Veldegge Noord

1 Inleiding 1.1

Aanleiding Er is een plan gemaakt om de Veldegge Noord, gelegen naast de wijk Veldegge in Heeten, gemeente Raalte, te ontwikkelen met maximaal 90 woningen. De locatie is hiervoor geschikt en het plan geeft invulling aan de woningbehoefte die er in de gemeente en regio bestaat. In Heeten is veel behoefte naar woningen. Een bewonersbijeenkomst in 2024 gaf veel inzicht in de wensen van de inwoners. Rijwoningen voor starters, levensloopbestendig voor senioren en twee-onder-een-kap woningen voor gezinnen kregen de meeste stemmen. Daarnaast is er ook behoefte aan vrijstaande woningen en betaalbare woningen. De ontwikkeling past echter niet binnen de juridisch-planologische kaders die ter plaatse gelden op grond van het tijdelijk omgevingsplan. De ontwikkeling kan mogelijk gemaakt worden met een wijzigingsbesluit omgevingsplan. Het voorliggend document voorziet in de motivering behorende bij de wijziging van het omgevingsplan.

1.2

Ligging en begrenzing besluitgebied Het plangebied ligt direct ten noorden van de wijk Veldegge in Heeten, (globaal) begrensd door de Holterweg, de Veldeggerweg en de Johannalaan.

Projectlocatie, globaal weergegeven

3

Precieze begrenzing besluitgebied weergegeven met het blauwe kader

1.3

Leeswijzer De voorliggende motivering bij het wijzigingsbesluit is opgebouwd uit zeven hoofdstukken. Na het inleidende hoofdstuk wordt in hoofdstuk 2 ingegaan op de huidige situatie in het besluitgebied, waarbij zowel de ruimtelijke, juridisch-planologische, als functionele aspecten aan de orde komen. Vervolgens wordt kort ingegaan op de nieuwe ontwikkeling en de strijdigheden met het (tijdelijke) omgevingsplan. Het derde hoofdstuk gaat in op de relevante geldende beleidskaders die van invloed zijn op de ontwikkeling. Hoofdstuk 4 geeft inzicht in hoeverre de ontwikkeling gevolgen heeft voor de fysieke leefomgeving. In het vijfde hoofdstuk wordt een juridische toelichting op het wijzigingsbesluit gegeven en hoofdstuk 6 gaat in op de economische uitvoerbaarheid van de ontwikkeling en de participatie en het overleg dat heeft plaatsgevonden. Tot slot bevat het laatste hoofdstuk een conclusie hoe de ontwikkeling aansluit op het principe van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

4

2 Planbeschrijving 2.1

Huidige ruimtelijke situatie

2.1.1

Historische ontwikkeling De locatie grenst aan het dorp Heeten in de gemeente Raalte, dat een hoofdzakelijk agrarisch verleden kent. De gemeente Raalte ligt in een uitgestrekt, laaggelegen dekzandlandschap, in het plangebied gaat het om de Heetener Enk. Nadat in de Vroege Middeleeuwen het grootste deel van de dekzandrug van de Heetener Enk in cultuur genomen was, werd vanaf de 12e eeuw begonnen met de ontginning van het jonge dekzandlandschap. Uit opgravingen zijn overblijfselen van ijzerovens uit de Romeinse tijd gevonden. Heeten vormde tussen 350 en 450 na Christus een belangrijke Germaanse nederzetting, waar ijzer gemaakt werd. Het plangebied was lange tijd agrarisch weide en akkerbouwgebied. De enige bebouwing betrof het boerenbedrijf Johannalaan 39, gelegen noordwestelijk binnen de planlocatie. De eerste bebouwing zou reeds van rond 1700 dateren en het boerenbedrijf is rond 1850 gestart. In de jaren ’50-‘70 zijn met name uitbreidingen van het boerenbedrijf gerealiseerd, onder meer betreffende vervangende nieuwbouw.

Het plangebied op bonnekaarten uit 1891

2.1.2

Ruimtelijke en functionele structuur In de omgeving liggen woonwijken, sportvelden en agrarische gronden. In de nabijheid liggen natuurgebieden Boetelerveld en Sallandse Heuvelrug. Ten noorden ligt zonnepark Endona en het plangebied grenst van het noordoosten tot het zuidoosten aan de provinciale weg N332, in het zuidwesten grenst het aan het plangebied en aan een woonwijk (Veldegge) en in het zuiden aan een woning en aan een agrarisch perceel. Het plangebied bestaat uit open grasland, weide, een wadi, een houtwal, agrarisch perceel met radijs en enkele bomen, evenals voornoemde boerderij, die overigens behouden blijft. 5

6

7

2.1.3 2.1.3.1

Huidige planologisch-juridische status Ter plaatse geldt primair momenteel het tijdelijk omgevingsplan: −

Heeten, De Veldegge, vastgesteld op 12 maart 2020;

−

Buitengebied, vastgesteld op 8 juni 2012;

−

Buitengebied Raalte, correctieve herziening, vastgesteld op 30 mei 2013;

−

Buitengebied Raalte, 2e correctieve herziening, vastgesteld op 19 februari 2015;

−

Buitengebied Raalte, Verzamelplan 2020, vastgesteld op 10 september 2020;

−

Parapluplan erfwindmolens, vastgesteld op 30 mei 2025;

−

Paraplubestemmings Parkeren, vastgesteld op 27 september 2018.

De plannen voor het buitengebied zijn op 2 juni 2021 geconsolideerd in het bestemmingplan Buitengebied Raalte geconsolideerd. Heeten, De Veldegge Het tijdelijk omgevingsplan Heeten, De Veldegge geldt ter plaatse van het grootste deel van het besluitgebied, met uitzondering van het deel ten oosten van de Veldeggeweg. Er is een bestemming ‘Agrarisch met waarden - Landschapswaarden’ toegekend en een dubbelbestemming ‘Waarde - Archeologie 1’.

Uitsnede geldend omgevingsplan en ligging besluitgebied (blauw kader) De voor 'Agrarisch met waarden - Landschapswaarden' aangewezen gronden zijn ter plaatse van het besluitgebied bestemd voor: −

agrarische doeleinden welke zijn gericht op het voortbrengen van producten door middel van het telen van gewassen (houtteelt daaronder begrepen) en/of het houden van dieren, niet zijnde een: glastuinbouwbedrijf, een 8

champignonkwekerij, een gebruiksgerichte paardenhouderij, een productiegerichte paardenhouderij, een viskwekerij of een wormenkwekerij; −

ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - zonnepanelenpark' een veld met zonnepanelen omgeven door een wal;

−

behoud, versterking en ontwikkeling van de landschappelijke waarde van de gronden, zoals deze tot uitdrukking komt in het reliëf, de kleinschaligheid, de openheid en de beplantingselementen (houtsingels en houtwallen);

−

bij deze bestemming behorende voorzieningen, zoals groen, nutsvoorzieningen, in- en uitritten, (erf)ontsluitingen en voet- en fietspaden, water en voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding waaronder ook voorzieningen ten behoeven van het tijdelijk bergen van water.

Het realiseren van woningen past niet binnen deze bestemming. Met de dubbelbestemming Archeologie wordt beoogd eventueel aanwezige archeologische relicten te beschermen. Zie hiervoor hoofdstuk 4. Buitengebied Raalte geconsolideerd 2020 Het tijdelijk omgevingsplan ‘Buitengebied Raalte geconsolideerd 2020’ geldt ter plaatse van het deel van het besluitgebied ten oosten van de Veldeggeweg. Er is een bestemming ‘Agrarisch met waarden - Landschapswaarden’ toegekend en een dubbelbestemming ‘Waarde - Archeologie 1’. De voor 'Agrarisch met waarden - Landschapswaarden' aangewezen gronden zijn ter plaatse van het besluitgebied bestemd voor: −

een ter plaatse functionerend deeltijd, reëel of volwaardig agrarisch bedrijf, gericht op het voortbrengen van producten door middel van het telen van gewassen en/of het houden van dieren, nader te onderscheiden in de volgende productietakken: −

akker- en vollegrondstuinbouw: de teelt van gewassen op open grond, daaronder niet begrepen sier-, fruit- en boomkwekerij;

−

grondgebonden veehouderij: het houden van melk- en ander vee (nagenoeg) geheel op open grond, waaronder tevens een paardenfokkerij wordt verstaan;

−

sierteelt en boomkwekerij: de teelt van tuin- en potplanten en/of bomen in open grond, in potten of in containers, al dan niet met behulp van kassen en al dan niet gecombineerd met de handel in deze gewassen;

−

fruitteelt: de teelt van fruit op open grond;

−

intensieve kwekerij: de teelt van gewassen of dieren (anders dan bij wijze van intensieve veehouderij) (nagenoeg) zonder gebruik te maken van daglicht.

−

behoud, versterking en ontwikkeling van de landschappelijke waarde van de gronden, zoals deze tot uitdrukking komt in het reliëf, de kleinschaligheid, de openheid en de beplantingselementen (houtsingels en houtwallen);

−

bij deze bestemming behorende voorzieningen, zoals kuilvoerplaten, sleufsilo's, voedersilo's, mestvoorzieningen, teeltondersteunende voorzieningen, paardenbakken, groen, nutsvoorzieningen, in- en uitritten, (erf)ontsluitingen en voet9

en fietspaden, water en voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding waaronder ook voorzieningen ten behoeve van het tijdelijk bergen van water; Deze gronden zijn toegevoegd aan het besluitgebied in verband met een regeling voor spuitzonering. Zie hiervoor paragraaf 4.6. Met de dubbelbestemming Archeologie wordt beoogd eventueel aanwezige archeologische relicten te beschermen. Zie hiervoor paragraaf 4.16. Paraplubestemmingsplan Parkeren Er geldt ook een Paraplubestemmingsplan Parkeren (vastgesteld 2018-09-27), waarmee in essentie wordt geregeld dat er voldoende parkeerplaatsen aanwezig moeten zijn om te voorzien in de parkeerbehoefte. Zie hiervoor navolgende paragraaf. Buitengebied Raalte, Parapluplan erfwindmolens Het bestemmingsplan ‘Buitengebied Raalte, Parapluplan erfwindmolens’ maakt onder voorwaarden de realisatie van erfwindmolens met een tiphoogte van 40 m mogelijk. Het voorliggende plan ziet niet op de realisatie van erfwindmolens en dit bestemmingsplan is hiervoor daarom niet relevant.

2.2

Toekomstige situatie

2.2.1

Stedenbouwkundig ontwerp Het voornemen is om ter plaatse van het besluitgebied een woonwijk te realiseren met maximaal 90 woningen. Dit is uitgewerkt in een in een stedenbouwkundig plan1. Met de verkaveling wordt aangesloten bij de bestaande wijk Veldegge. Op diverse plaatsen komen groenvoorzieningen, o, a bomen alsook water (partijen). Op de volgende afbeelding is het stedenbouwkundig plan weergegeven.

1

SAB (2025) Heeten, De Veldegge Noord, Stedenbouwkundig plan. Projectnummer: 220357. 16 juli 2025

10

Stedenbouwkundig ontwerp (bron: SAB)

De ambitie is om een prettige, klimaatadaptieve woonomgeving te realiseren met een gevarieerd woningaanbod, dat aansluit bij de behoefte in Heeten. In het stedenbouwkundig plan staat een goede aansluiting op de Veldegge centraal. Dit kan door de ontsluiting als een doorgaande lus aan te sluiten op de Sinterstraat en de Meilerstraat. Zo komen er een aantal woonvelden, die flexibel ingevuld kunnen worden en het karakter van “dorps wonen” krijgen. Daarbij komt er tussen de Veldegge en Veldegge Noord een centrale groen- en wadizone te liggen, die in hoge mate bijdraagt aan het groene karakter en een klimaatadaptieve woonbuurt. Ook de noord-zuid wadi in de bestaande Veldegge zet het plan door in de Veldegge Noord. Oostelijk daarvan worden een aantal markante bestaande bomen ingepast. Ook de ontsluitingswegen krijgen een begeleidende groenstructuur om het groene karakter verder te versterken. Aan de flanken voorziet het plan in enkele erven als overgang naar het buitengebied. Aan de westzijde zijn deze erven ontsloten vanaf de Johannalaan en sluiten deze aan bij de bestaande erven aan weerszijden van deze route. De erven krijgen een meer landelijke uitstraling, waarbij de bebouwing compact rondom een centrale ruimte is gesitueerd en het gehele erf omgeven wordt door een landschappelijke haag.

Aan de oostzijde ligt eveneens een landschappelijk erf tussen het zonnepark en de Veldeggeweg. Dit erf vormt de overgang van de dorpse woonbuurt naar het buitengebied. Het erf wordt ontsloten vanaf de Veldegge Noord, zodat de Veldeggerweg met karakteristieke eikenlaan intact blijft.

11

Tot slot zorgt het plan voor een goede aanhechting van de nieuwe woonbuurt op de omgeving voor langzaam verkeer. Zo voorziet het plan in een fiets- en wandelverbinding naar het sportpark langs het nieuwe erf aan de Johannalaan. Aan de oostzijde wordt voorzien een verbinding voor langzaam verkeer richting het fietstunneltje aan de Veldeggerweg. Ook is de bestaande speelplek aan de Johannalaan straks eenvoudig bereikbaar vanuit de nieuwe woonbuurt. In de nieuwe woonbuurt staan dorps wonen en erfwonen centraal. Het stedenbouwkundig plan voorziet in een dorpse en groene woonomgeving, die zorgvuldig aansluit op de bestaande structuur van Veldegge en het omliggende landschap. Er is ruimte voor circa 90 woningen in verschillende typologieën. De hoofdontsluiting slingert als een lus door het plangebied, sluit aan op de bestaande infrastructuur en volgt deels de contouren van een groenzone met wadi’s. Langs de centrale groenzone zijn verschillende woonvelden gepositioneerd. Het grootste woonveld kent een intern parkeerhof, waardoor een goed deel van het parkeren aan het zicht wordt onttrokken. Woningen zijn hier direct aan de wadizone gesitueerd. Ten oosten hiervan bevinden zich de rug-aan-rugwoningen welke zowel naar de wadi als de bestaande, markante bomen een voorgevel kennen. Een parkeerkoffer voorziet parkeergelegenheid nabij de rijwoningen en rug-aan-rugwoningen.

Aansluitend op de Meilerstraat is het beeld van twee-onder--één kap woningen doorgezet met aan de achterzijde een wadizone ten behoeve van de waterhuishouding. Deze sluit aan op de bestaande wadi. De typologie wordt doorgetrokken richting de Veldeggerweg met een lossere bebouwing van vrijstaande woningen en twee-onder-één-kapwoningen. Deze losse opzet markeert de overgang naar het omliggende landschap. Ten noorden daarvan ligt bebouwing compact geclusterd rond een gezamenlijk erf. Dit erf wordt omgeven door een landschappelijke struweelhaag en houdt afstand tot de Veldeggerweg om de bestaande bomen in te passen. Aan de westzijde wordt een tweede erf ontsloten vanaf de Johannalaan. Ook hier is de erfopzet compact met geclusterd parkeren op de flank van het erf. Ook dit erf is omsloten door een landschappelijke haag. Programma Het plan bestaat uit een mix van sociale, betaalbare en dure woningen, volgens navolgende verdeling: Woningtype

Aantal

Duur, vrijstaand

8

Duur, tweekapper

16

Betaalbaar, tweekapper

4

Betaalbaar, rijwoning

28

Sociaal, rijwoning

24

Betaalbaar, rug-aan-rugwoning

10

Totaal

90 12

De sociale huurwoningen zijn verspreid over het plan. Ook de betaalbare woningen (44%) en de dure woningen (29%) zijn verspreid over de woonbuurt zodat een gemengde buurt ontstaat. Water en groen Het stedenbouwkundig plan voorziet in een uitgebreid stelsel van wadi’s om water te bergen en te laten infiltreren. De wadi’s zijn circa 40cm diep. De wadi’s kennen aan de zijde van de N322 een overstort met geknepen afvoer. Bestaande bomen zijn ingepast en nieuwe bomen versterken het groene karakter. De greppel langs de markante solitaire boom is behouden, zodat de groeiplaats van de boom toekomstbestendig blijft. In de wadi’s is ruimte voor speelaanleidingen en beplanten langs de randen. De water- en groenstructuur worden in een waterhuishoudkundig plan en inrichtingsplan voor de openbare ruimte verder uitgewerkt. De hier weergegeven groene elementen zijn dan ook indicatief. De ambitie is een gevarieerd groen aanbod te realiseren dat bijdraagt aan de biodiversiteit in het gebied.

Parkeren Er zijn 130 parkeerplaatsen in de openbare ruimte benodigd op basis van de parkeernormen van de gemeente Raalte. In het stedenbouwkundigplan zijn 138 parkeerplaatsen opgenomen.

Ontsluiting Het grootste deel van de woningen wordt ontsloten via de hoofdlus die 13

aansluit op de Sinter- en Meilerstraat. Langs deze straat ligt aan de zijde van de woningen een voetpad. Een beperkt aantal woningen (op het westelijke erf) wordt ontsloten vanaf de Johannalaan. Belangrijke routes voor langzaam verkeer lopen naar het sportpark en de Veldeggerweg. Er zijn diverse mogelijkheden om een ommetje te maken via het voetpadennetwerk dat veelal langs de groenzones loopt.

Omgevingsplan Het stedenbouwkundig plan is vertaald in dit omgevingsplan door aan de diverse bouwvelden een bestemming wonen te koppelen met steeds een maximum aantal wooneenheden per bouwveld en maximale goot- en bouwhoogte. Ook de typologie is aangeduid (vrijstaand, twee-onder-één kapper, rug aan rug of aaneengebouwd). De woningen dienen steeds binnen een bouwvlak te worden gebouwd. De voortuinen hebben de bestemming Tuin gekregen. De te realiseren groenelementen hebben een bestemming Groen gekregen en de wegen een bestemming Verkeer-Verblijfsgebied. De gemeente Raalte kent een ontwikkel- en verstedelijkingsopgave voor de komende jaren met een woningbouwambitie van 3.000 woningen voor de komend 10 jaar (Coalitieakkoord 2022-2026). De Veldegge-Noord in Heeten is onderdeel hiervan en draagt dus bij aan de leniging van de (lokale) woningbehoefte de komende tijd. Tevens helpt dit het voorzieningenniveau van het dorp in stand te houden, hetgeen de leefbaarheid ten goede komt. Zodoende kan het plan positief benaderd worden. Belangen van derden worden voorts niet onevenredig aangetast, nu er voldoende afstand blijft bestaan tot bestaande woningen en er dus geen onevenredig negatieve effecten zijn op privacy en zonlichttoetreding. In navolgende 2 hoofdstukken wordt het plan getoetst aan het ruimtelijke beleid van diverse overheden en milieu- en omgevingsaspecten.

14

3 Beleidskader In dit hoofdstuk wordt ingegaan op het algemene beleid en regelgeving van de drie overheidslagen (Rijk, provincie en gemeente) ten aanzien van de fysieke leefomgeving.

3.1

Rijksbeleid

3.1.1

De Nationale omgevingsvisie − De NOVI biedt een duurzaam perspectief voor de leefomgeving met ambities. In deze NOVI worden de nationale belangen in de fysieke leefomgeving en de daaruit voortkomende opgaven beschreven. Er worden vier prioriteiten voor Nederland geformuleerd: − ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; − duurzaam economisch groeipotentieel; − sterke en gezonde steden en regio's; − toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Om beleidskeuzes op een heldere en voorspelbare manier te maken, hanteert de NOVI drie afwegingsprincipes, die helpen bij het prioriteren en afwegen van de verschillende belangen en opgaven: 1 Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies: in het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Er wordt weer gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van ruimte. 2 Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: er moet altijd gekeken worden naar de context van het gebied. Keuzes in verschillende gebieden kunnen daarom verschillen. 3 Afwentelen wordt voorkomen: het is van belang dat onze leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat van toekomstige generaties.

Toetsing Voorliggend plan voorziet in de realisatie van maximaal 90 woningen. Binnen het plan worden verschillende woningbouwcategorieën mogelijk gemaakt. Hiermee wordt ingespeeld op een ruime verscheidenheid in woningbehoeftes. Daarnaast is in het stedenbouwkundig plan aandacht besteed aan de kenmerken en identiteit van de landelijke omgeving en de al bestaande woningen in de directe omgeving van het besluitgebied. De inrichting van de openbare ruimte heeft een zo groen mogelijk karakter, met in het midden van het besluitgebied een grote landschappelijk groenzone met ruimte voor waterretentie, landschapselementen, zoals boomgaarden en ruimte om te spelen. Derhalve is er ruimte behouden voor klimaatadaptieve maatregelen. Verder worden de woningen toekomstbestendig en duurzaam gebouwd. De voorliggende ontwikkeling is daarmee in lijn met de doelstellingen van de NOVI. 15

3.1.2

Besluit kwaliteit leefomgeving Het Besluit kwaliteit leefomgeving stelt de inhoudelijke normen voor gemeenten, provincies, waterschappen en het Rijk met het oog op het realiseren van de nationale doelstellingen en het voldoen aan internationale verplichtingen. Het Besluit kwaliteit leefomgeving is één van de vier AMvB’s die invulling geven aan de Omgevingswet. In het besluit staan: − instructieregels voor programma’s, omgevingsplannen, omgevingsverordeningen, waterschapsverordeningen en projectbesluiten: het betreft onder meer normen en regels voor geluid en geur van bedrijfsmatige activiteiten, externe veiligheid en erfgoed, maar ook inhoudelijke randvoorwaarden voor de programma’s voor de kwaliteit van de buitenlucht, de waterprogramma’s, de actieplannen geluid en de beheerplannen voor Natura 2000-gebieden; − omgevingswaarden: het Bkl bevat o.a.

omgevingswaarden voor luchtkwaliteit en de kwaliteit van oppervlaktewater, grondwater en zwemwater; − regels voor omgevingsvergunningen: dit betreft de regels die het bevoegd gezag hanteert bij het beoordelen van een aanvraag voor een omgevingsvergunning, het opnemen van voorschriften in een omgevingsvergunning en het wijzigen van voorschriften of intrekken van een omgevingsvergunning; − monitoring en informatie: dit gaat over de regels over monitoring, gegevensverzameling, gegevensbeheer, toegang tot gegevens, kaarten en verslagen over de toestand van de fysieke leefomgeving. Toetsing Het project raakt geen van de nationale belangen en is niet in strijd met het gestelde in het Bkl.

3.1.3

Overige themagerichte structuurvisies en programma’s van het Rijk Met de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) speelt het Rijk in op de grote uitdagingen die er voor Nederland liggen. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Naast de NOVI zijn er vanuit het Rijk nog themagerichte structuurvisies en programma’s: − Nationaal Water Programma 2022-2027; − Structuurvisie buisleidingen 2012-2035; − Structuurvisie Ondergrond; − Structuurvisie buisleidingen 2012-2035; − Programma Noordzee 2022-2027; − Structuurvisie Windenergie op land; − Programma Energiehoofdstructuur. Toetsing In paragraaf 4.12.2 wordt het project getoetst aan het Nationaal Water Programma. Ten aanzien van de overige themagerichte structuurvisies en programma’s raakt het project geen van de nationale belangen en is het niet in strijd met de bovengenoemde structuurvisies en programma’s.

16

3.2

Provinciaal beleid

3.2.1

Omgevingsvisie In deze paragraaf wordt het voor deze ontwikkeling relevante provinciale beleid behandeld. Op 12 april 2017 hebben Provinciale Staten van Overijssel de nieuwe Omgevingsvisie Overijssel 2017 'Beken Kleur' en bijbehorende Omgevingsverordening Overijssel 2017 vastgesteld. Op 1 mei 2017 zijn de nieuwe Omgevingsvisie en Omgevingsverordening in werking getreden. In 2018 zijn de visie en verordening partieel herzien en in 2024 geactualiseerd. De omgevingsvisie is het centrale provinciale beleidsplan voor het fysieke beleidsplan voor het fysieke leefmilieu in Overijssel. De opgaven en kansen waar de provincie Overijssel voor staat, zijn vertaald in centrale beleidsambities voor negen beleidsthema's. De hoofdambitie van de Omgevingsvisie is een toekomstvaste groei van welvaart en welzijn met een verantwoord beslag op de beschikbare natuurlijke hulpbronnen en voorraden. Enkele centrale ambities van de provincie: •

goed en plezierig wonen, nu en in de toekomst door een passend en flexibel aanbod van woonmilieus (typen woningen en woonomgeving) die voorzien in de vraag (kwantitatief en kwalitatief);

•

versterken complementariteit van bruisende steden en vitaal platteland als ruimtelijke, cultureel, sociaal en economisch samenhangend geheel. Dit door behoud en versterking van leefbaarheid en diversiteit van het landelijk gebied, stedelijke netwerken versterken, behoud en versterken van cultureel erfgoed als drager van identiteit;

•

veilig, gezond en schoon kunnen wonen, werken, recreëren en reizen door te zorgen voor waterveiligheid, externe veiligheid en verkeersveiligheid;

•

investeren in een hoofdinfrastructuur voor wegverkeer, trein, fiets en waarbij veiligheid en doorstroming centraal staan.

Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel Om te bepalen of een initiatief bijdraagt aan de ambities van de provincie Overijssel, wordt het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel gebruikt. In dit uitvoeringsmodel staan de volgende stappen centraal: 1. Of – generieke beleidskeuzes 2. Waar – ontwikkelingsperspectieven 3. Hoe – gebiedskenmerken Bij een initiatief voor bijvoorbeeld woningbouw, een nieuwe bedrijfslocatie, toeristisch-recreatieve voorzieningen, natuurontwikkeling, et cetera kun je aan de hand van deze drie stappen bepalen of een initiatief binnen de geschetste visie voor Overijssel mogelijk is, waar het past en hoe het uitgevoerd kan worden. De eerste stap, het bepalen van de of-vraag, lijkt in strijd met de wens zoveel mogelijk ruimte te willen geven aan nieuwe initiatieven. Met het faciliteren van initiatieven moet echter wel gekeken worden naar de (wettelijke) verantwoordelijkheden zoals veiligheid of gezondheid. Het uitvoeringsmodel maakt helder wat kan en wat niet kan.

17

Om een goed evenwicht te vinden tussen het bieden van ruimte aan initiatieven en het waarborgen van publieke belangen, varieert de provinciale sturing: soms normstellend, maar meestal richtinggevend of inspirerend. In navolgende afbeelding is het Uitvoeringsmodel weergegeven.

Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel (Bron: Provincie Overijssel) Of- generieke beleidskeuzes Maatschappelijke opgaven zijn leidend in het handelen. Allereerst is het dan ook de vraag of er een maatschappelijke opgave is. Of een initiatief mogelijk is, wordt onder andere bepaald door generieke beleidskeuzes van EU, Rijk of provincie. Denk hierbij aan beleidskeuzes om basiskwaliteiten als schoon drinkwater en droge voeten te garanderen. Maar ook aan beleidskeuzes om overaanbod van bijvoorbeeld woningbouw- en kantorenlocaties – en daarmee grote financiële en maatschappelijke kosten – te voorkomen. In de omgevingsvisie zijn de provinciale beleidskeuzes hieromtrent vastgelegd. De generieke beleidskeuzes zijn vaak normstellend. Dit betekent dat ze opgevolgd moeten worden: het zijn randvoorwaarden waarmee iedereen rekening moet houden vanwege zwaarwegende publieke belangen. De normstellende beleidskeuzes zijn vastgelegd in de omgevingsverordening. Waar- ontwikkelingsperspectieven Na het beantwoorden van de of-vraag, is de vraag waar het initiatief past of ontwikkeld kan worden. In de omgevingsvisie op de toekomst van Overijssel onderscheidt de provincie zes ontwikkelingsperspectieven. Deze ontwikkelingsperspectieven 18

schetsen een ruimtelijk perspectief voor een combinatie van functies en geven aan welke beleids- en kwaliteitsambities leidend zijn. De ontwikkelingsperspectieven geven zo richting aan waar wat ontwikkeld zou kunnen worden. De ontwikkelingsperspectieven zijn richtinggevend. Dit betekent dat er ruimte is voor lokale afweging: een gemeente kan vanwege maatschappelijke en/of sociaaleconomische redenen in haar Omgevingsvisie en bestemmings- of omgevingsplan een andere invulling kiezen. Die dient dan wel te passen binnen de – voor dat ontwikkelingsperspectief – geldende kwaliteitsambities. Daarbij dienen de nieuwe ontwikkelingen verbonden te worden met de bestaande kenmerken van het gebied, conform de Catalogus Gebiedskenmerken (de derde stap in het uitvoeringsmodel). Naast ruimte voor een lokale afweging ten aanzien van functies en ruimtegebruik, is er ruimte voor een lokale invulling van de begrenzing: de grenzen van de ontwikkelingsperspectieven zijn signaleringsgrenzen. Hoe- gebiedskenmerken Ten slotte is de vraag hoe het initiatief ingepast kan worden in het landschap. De gebiedskenmerken spelen een belangrijke rol bij deze vraag. Onder gebiedskenmerken worden verstaan de ruimtelijke kenmerken van een gebied of gebiedstype die bepalend zijn voor de karakteristiek en kwaliteit van dat gebied of gebiedstype.

Voor alle gebiedstypen in Overijssel is in de Catalogus Gebiedskenmerken beschreven welke kwaliteiten en kenmerken van provinciaal zijn en behouden, versterkt of ontwikkeld moeten worden. De gebiedskenmerken zijn soms normstellend, maar meestal richtinggevend of inspirerend. Voor de normerende uitspraken geldt dat deze opgevolgd dienen te worden; ze zijn dan ook in de omgevingsverordening geregeld. De richtinggevende uitspraken zijn randvoorwaarden waarmee in principe rekening gehouden moet worden. Hier kan gemotiveerd van worden afgeweken mits aannemelijk is gemaakt dat met het alternatief de kwaliteitsambities even goed of zelfs beter gerealiseerd kunnen worden. De inspirerende uitspraken bieden een wenkend perspectief: het zijn voorbeelden van de wijze waarop ruimtelijke kwaliteitsambities ingevuld kunnen worden. Initiatiefnemers kunnen zich hierdoor laten inspireren, maar dit hoeft niet. Toetsing Toetsing van het initiatief aan het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel Indien het concrete initiatief wordt getoetst aan het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel ontstaat globaal het volgende beeld. Of - generieke beleidskeuzes Bij de afwegingen zijn de artikelen uit de Omgevingsverordening zoals in navolgende paragraaf opgenomen relevant. Zie voor de toets ook navolgende paragraaf.

Waar - ontwikkelingsperspectieven Het plangebied behoort tot het het ontwikkelingsperspectief 'agrarisch ondernemen in het grootschalig landschap', zie navolgende afbeelding.

19

Uitsnede ontwikkelingsperspectievenkaart Omgevingsvisie Overijssel (Bron: Provincie Overijssel) Ruimtelijke kwaliteitsambities: Van de ruimtelijke kwaliteitsambities staat in dit ontwikkelingsperspectief de ambitie Voortbouwen aan de kenmerkende structuren van de agrarische cultuurlandschappen voorop. Daarnaast gelden – net als voor alle andere ontwikkelingsperspectieven – de ruimtelijke kwaliteitsambities: •

zichtbaar en beleefbaar mooi landschap

•

sterke ruimtelijke identiteiten als merken voor Overijssel

•

continu en beleefbaar watersysteem

Strekking van het beleid: Dit ontwikkelingsperspectief omvat gebieden waar verdere modernisering en schaalvergroting van de landbouw in combinatie met verduurzaming de ruimte krijgt. Die ruimte kan verdiend worden door te investeren in kwaliteitsvoorwaarden. Onder verduurzaming verstaan we hier: realisatie van de waterkwaliteitsdoelen, gezondheid en welzijn van mens en dier, bijdrage aan de energietransitie, natuuropgaven, klimaatbestendigheid en ketenoptimalisatie, en ontwikkelen met aandacht voor – en waar mogelijk in dialoog met – omwonenden. Agrarische ondernemers staan voor de uitdaging om hun – vaak grote – gebouwen en erven zo vorm te geven dat ze passen bij maat en schaal van het landschap en de ruimtelijke en milieukwaliteit versterken. Het ontwikkelingsperspectief Agrarisch ondernemen in het grootschalig landschap biedt ruimte aan concurrerende en innovatieve vormen van landbouw en aan opwekking van hernieuwbare energie. Denk daarbij aan zonnepanelen, maar ook aan windenergie en biovergisters. Initiatieven binnen het ontwikkelingsperspectief Agrarisch ondernemen in het grootschalig landschap mogen de ontwikkelingsmogelijkheden voor de landbouw in principe niet beperken en dienen aan te sluiten bij de bestaande bebouwing, weginfrastructuur en openbaar vervoer (ov)-routes. Het waterbeheer richt zich op optimale condities voor de landbouw, rekening houdend 20

met specifieke omstandigheden en de grenzen aan de mogelijkheden van het waterbeheer (onder andere door de klimaatverandering). Toelichting (waarom?): Dit ontwikkelingsperspectief omvat de gebieden waar het ruimtelijk raamwerk van lanen, waterlopen, lintbebouwingen en bosstroken in harmonie zijn met de schaalvergroting in de landbouw. Vanuit het perspectief van ruimtelijke kwaliteit passen windenergie en tijdelijke zonnevelden ook in deze grootschalige landschappen, met name in de jonge heide- en veenontginningsgebieden. Nieuwe initiatieven willen we aan laten sluiten bij bestaande bebouwing, wegstructuur en ov-routes vanuit het belang van een goede bereikbaarheid en de verkeersveiligheid van de landwegen. Toetsing van het initiatief aan het “Ontwikkelingsperspectief” Het plan voorziet niet in ruimte aan concurrerende en innovatieve vormen van landbouw, agrarische gronden worden juist tot woongebied bestemd. De uitoefening van de agrarische functie ligt hier gezien de ligging grenzend aan het dorp Heeten en aan de andere zijden ingeklemd door niet-agrarische functies als de zonneweide en het sportterrein echter minder voor de hand.

Niet alleen kan het agrarisch grondgebruik conflicteren met het woonklimaat van het bestaande dorp (zo is een zone van 50 m tot aan bestaande woningen minder courant in verband met het gebruik van gewasbestrijdingsmiddelen en de vermeende gezondheidsrisico’s daaromtrent). Deze en andere milieubeperkingen maken ook dat een gunstig toekomstperspectief voor agrariërs hier ontbreekt. Met de ontwikkeling van de woningen wordt er gebouwd voor de lokale behoefte aan woningen in Raalte. Het initiatief draagt bij aan het realiseren van een aantrekkelijke en innovatieve woonomgeving in Raalte en past daarmee in het ontwikkelingsperspectief. Het plan frustreert andere functies in de omgeving niet. Ten slotte wordt er bijgedragen aan de energietransitie, doordat de woningen op een duurzame en circulaire wijze zullen worden gebouwd. Geconcludeerd wordt dat het initiatief in overeenstemming is met het ontwikkelingsperspectief. Hoe - gebiedskenmerken Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch-cultuurlandschap, stedelijke laag en laag van beleving) gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en –opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. De 'Stedelijke laag' wordt in dit geval buiten beschouwing gelaten, omdat er in of aangrenzend aan het plangebied geen relevante specifieke eigenschappen voor deze laag geldt.

Hierna wordt ingegaan op de relevante kenmerken ter plaatse van de ontwikkellocatie. 1. De 'Natuurlijke laag' De natuurlijke laag is de laag van de bodem, het reliëf, het watersysteem en de natuur die zich hier 'van nature' op vestigt. Deze natuurlijke laag is het resultaat van de wisselwerking tussen abiotische (fysische) en biotische factoren en processen. Zo zorgden ijs-, wind- en waterstromen in Overijssel voor het ontstaan van een afwisselend landschap van stuwwallen, dekzandgronden, beekdalen en natte laagtes 21

en bepaalden de stroomsnelheden van IJssel, Vecht, Regge of Dinkel waar het fijne (komgronden) en waar het grovere sediment (oeverwallen) werd afgezet. En ontwikkelde veen zich daar, waar het water maar moeilijk weg kon. De locatie is op de gebiedskenmerkenkaart de 'Natuurlijke laag' aangeduid met het gebiedstype 'stuwwallen'. In navolgende afbeelding is dit weergegeven.

Natuurlijke laag (Bron: Provincie Overijssel) De stuwwallen zijn tijdens de ijstijd opgestuwde aardlagen. Door de vaak grote hoogteverschillen zijn ze nu nog steeds goed zichtbaar. Op een aantal plekken zijn de ruggen al van verre zichtbaar; bovenop staand bieden ze spectaculaire zichten over de provincie. De stuwwalen hebben als regionale inzijggebieden een belangrijke functie in het watersysteem. Het zijn de ‘ingangen’ van regionale en lokale stelsels van grondwaterstromen. Lagen met diverse bodemsamenstelling zijn scheef gesteld, waardoor er voedselrijker en armere, waterdoorlatende en ondoorlatende lagen direct naast elkaar kunnen liggen. Zo bestaan de Twentse stuwallen voor een groot deel uit tertiare (zee)klei en keileem. Hierdoor zijn ze overwegend nat en komen er talrijke brongebieden voor. De ambitie is het eigen karakter van de afzonderlijke stuwwalen te behouden en versterken. De inzet is het reliëf daarbij ruimtelijk beeldbepalend te laten zijn. Door bijvoorbeeld de overgangen naar andere landschappen te accentueren en door de zichten erop én er vanaf te versterken. De verschillende stuwwallen in de provincie hebben zich in de loop van de tijd allemaal anders ontwikkeld. In de occupatiegeschiedenis zijn sommige stuwwallen betrekkelijk ongemoeid gelaten. Op andere kwamen grote en kleinere escomplexen tot ontwikkeling.

De hoge delen werden vaak als extensieve heidevelden in gebruik genomen, later zijn grote delen ervan bebost. De inzijging is afgenomen door oppervlakkige afwatering, waterwinning en het op grote schaal bebossen met naaldhout. Stuwwallen krijgen een beschermende bestemmingsregeling, gericht op instandhouding van de hoofdlijnen van het huidige reliëf. Als ontwikkelingen plaatsvinden, dan dragen deze bij aan het beter zichtbaar en beleefbaar maken van de hoogteverschillen en van de overgang tussen stuwwal en omgeving. Als ontwikkelingen plaatsvinden, dan dragen deze bij aan versterking van de potentiële natuurlijke kwaliteiten van de ‘natte voet’ van de stuwwal (kwelzone, brongebied) en deze beter zichtbaar maken. 22

Toetsing van het initiatief aan de "Natuurlijke laag" De gronden in het plangebied zijn in het verleden in cultuur gebracht ten behoeve van de landbouw. De van oorsprong voorkomende 'Natuurlijke laag' is door cultivering minder goed zichtbaar geworden. De ontwikkeling is daarom in overstemming met het gestelde in de 'Natuurlijke laag'. 2. De 'Laag van het agrarische cultuurlandschap' Het agrarisch cultuurlandschap is bij uitstek een gebruikslandschap. Bij de ontwikkeling ervan hebben nooit ideeën over schoonheid een rol gespeeld. Wel zijn we het agrarisch cultuurlandschap in de loop van de tijd gaan waarderen. Het heeft als 'consumptielandschap' voor bewoners, recreanten en toeristen nieuwe betekenis gekregen. De landschappelijke structuren zijn belangrijke dragers van de biodiversiteit. De locatie is op basis van de 'Laag van het agrarisch cultuurlandschap' eveneens aangeduid met het gebiedstype 'Essenlandschap'.

Laag van het agrarisch cultuurlandschap (Bron: Provincie Overijssel)

23

Het essenlandschap bestaat uit een samenhangend systeem van essen, flanken, lager gelegen maten en fliergronden en kenmerkende bebouwing rond de es. Het landschap is geordend vanuit de erven en de essen, de eeuwenoude akkercomplexen die op de hogere dekzandkoppen en flanken van stuwwallen werden aangelegd. Eeuwenlange bemesting - met heideplaggen en stalmest - heeft geleidt tot een karakteristiek reliëf met soms hoge stijlranden. Onder en in de es heeft zich op deze wijze een waardevol archeologisch archief opgebouwd. De dorpen en erven lagen op de flanken van de es, op overgang naar het lager gelegen maten- en flierenlanden. Zo lagen ze droog en werden tegelijkertijd de werklijnen zo kort mogelijk gehouden. De zandpaden volgen steeds de lange ‘luie’ lijnen van het landschap, Zo ontstond vanuit de dorpen een organische spinragstructuur naar de omliggende gronden en de dorpen in de omgeving. Het landschapsbeeld is afwisselend en contrastrijk, volgend aan de organische patronen van het natuurlijke landschap. Typerend zijn de losse hoeven rond de es en de esdorpen met hun karakteristieke boerderijen en herkenbaar dorpssilhouet met vaak de kerktoren als markant element.

De ambitie is het behouden van de es als ruimtelijke eenheid en het versterken van de contrasten tussen de verschillende landschapsonderdelen: grote open maat van de essen, het mozaïek van de flank van de es, de open beekdalen en vroegere heidevelden. De samenhang hiertussen krijgt opnieuw vorm en inhoud door accentuering van de verschillende onderdelen en overgangen. De flank van de es biedt eventueel ruimte voor ontwikkelingen, mits de karakteristieke structuur van erven, beplantingen, routes en open ruimtes wordt versterkt. Dit betekent dat de es en de flanken slecht geschikt zijn voor het plaatsen van windturbines. Herkenbaarheid van de essen, flanken, maten en flieren en heidegebieden is sterk afgenomen. Samenhang essenlandschap – bijvoorbeeld de relatie bebouwing/ erf/omliggend land – verdwijnt. Het open karakter van de essen wordt bedreigd door toename bebouwing, en grondgebruik bij voorbeeld boomteelt. Schaalvergroting, mechanisatie en kunstmest in de landbouw hebben geleid tot het in onbruik raken van de kenmerkende mineralenstromen in dit landbouwsysteem, vermindering van de contrasten en verlies aan oorspronkelijke functionaliteiten. Burgererven hebben het karakter van het landelijk gebied verandert richting een mix van wonen en werken. Nieuwbouw ontneemt soms het zicht op de es of, vanaf de es op het dorp.

De essen krijgen een beschermende bestemmingsregeling, gericht op instandhouding van de karakteristieke openheid, de huidige bodemkwaliteit en het huidige reliëf. Op de flanken krijgen de kleinschalige landschapselementen, zoals houtwallen, bosjes, zandpaden, karakteristieke erven en beeldbepalende open ruimte daartussen, een beschermende bestemmingsregeling, gericht op instandhouding van dit kleinschalige patroon. Als ontwikkelingen plaatsvinden in het essenlandschap, dan krijgen deze in de flanken een plaats, met respect voor en bijdragend aan de aanwezige bebouwingsstructuren (lint, erf) en versterking van het landschappelijk raamwerk. Op grote essen is ruimte voor grootschalige 24

grondgebonden landbouw. Accentueren en zichtbaar houden van de rand van de es als groene ‘mantel’. Toetsing van het initiatief aan de "Laag van het agrarisch cultuurlandschap” De kenmerken van het essenlandschap zijn niet zeer expliciet meer aanwezig, omdat het gebied in cultuur is gebracht ten behoeve van de landbouw en dijken. De bestaande hoeve/ voormalige boerderij blijft voorts behouden. Ook aanwezige archeologische relicten blijven behouden (zie hoofdstuk 4, ze zijn met een opgraving veilig gesteld). De te realiseren groen elementen worden voorts planologisch geborgd doordat er een bestemming Groen aan is toegekend. 3. De “Laag van de beleving” De locatie komt in deze laag niet voor. 4.In de Laag van de woonomgeving komt de locatie voor in verspreide woonbebouwing.

Afbeelding Stedelijke Laag (Bron: Provincie Overijssel) Het gaat hierbij om alle woningen buiten de Stedelijke Omgeving. Strekking van het beleid: In de Groene Omgeving is bij voorkeur op (voormalige) agrarische erven ruimte voor aanvullende woonmilieus onder voorwaarde van gebruik van de Overijsselse ladder voor duurzame Verstedelijking, ontwikkelingsperspectieven, gebiedskenmerken. Daarnaast moet de (her)ontwikkeling met maatschappelijke meerwaarde worden gerealiseerd volgens de Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving. Toelichting (waarom?): Buiten de stedelijke omgeving hebben ‘groene’ functies prioriteit, ontwikkelingen die hier niet primair thuishoren, zoals woningbouw, worden alleen toegestaan als zij een meerwaarde opleveren voor de kwaliteit zoals landschap, cultuurhistorie, water- en natuuropgaven.

25

Toetsing aan de Stedelijke laag Zoals uit navolgende paragrafen en de Toets aan de Ladder voor Duurzame Verstedelijking (paragraaf 4.19) blijkt, bestaat behoefte aan de woningen zoals opgenomen in dit plan. Conclusie toetsing aan het provinciaal beleid Geconcludeerd kan worden dat de in dit voorliggende plan besloten ruimtelijke ontwikkeling in overeenstemming is met het provinciaal ruimtelijk beleid. 3.2.2

Omgevingsverordening 2017, actualisatie 2024 De provincie beschikt over een palet aan instrumenten waarmee zij haar ambities realiseert. Het gaat er daarbij om steeds de meest optimale mix van instrumenten toe te passen, zodat effectief en efficiënt resultaat wordt geboekt voor alle ambities en doelstellingen van de Omgevingsvisie. Eén van de instrumenten om het beleid uit de Omgevingsvisie te laten doorwerken is de Omgevingsverordening Overijssel. De Omgevingsverordening is het provinciaal juridisch instrument dat wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch geborgd is. Er wordt nadrukkelijk gestuurd op ruimtelijke kwaliteit en duurzaamheid. Uitgangspunt is dat verstedelijking en economische activiteiten gebundeld worden ten behoeve van een optimale benutting van bestaand bebouwd gebied. Op onderstaande afbeelding is te zien dat er diverse werkingsgebieden van toepassing zijn. Voor dit plan is relevant de ligging binnen essenlandschap en verspreide bebouwing.

Uitsnede provinciale Omgevingsverordening Het essenlandschap maakt deel uit van de laag van het agrarisch cultuurlandschap en de verspreide bebouwing maakt deel van de stedelijke laag.

26

Relevant is ook de ligging buiten het werkingsgebied de bebouwde kom (en daardoor dus binnen de Groene Omgeving 2. Ten aanzien van de ligging in de Groene Omgeving is het volgende geregeld: Artikel 4.5 (zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik) •

1.Omgevingsplannen maken alleen extra ruimtebeslag voor stedelijke functies in de Groene Omgeving mogelijk aansluitend op bestaand bebouwd gebied en als aannemelijk gemaakt is dat: o

a.er voor deze opgave in redelijkheid geen ruimte beschikbaar is binnen het bestaande bebouwd gebied;

o

b.de ruimte binnen het bestaand bebouwd gebied ook niet geschikt te maken is door herstructurering en transformatie; en

o

c.mogelijkheden voor meervoudig ruimtegebruik binnen het bestaand bebouwd gebied optimaal zijn benut.

•

2.Omgevingsplannen voorzien alleen in nieuwe ontwikkelingen in de Groene Omgeving die een extra ruimtebeslag door bouwen en verharden leggen, als aannemelijk gemaakt is dat: o

a.(her)benutten van bestaande bebouwing in de Groene Omgeving in redelijkheid niet mogelijk is; en

o

b.mogelijkheden voor combinatie van functies op bestaande erven optimaal zijn benut.

•

3. Het tweede lid is niet van toepassing op stedelijke functies waarvoor extra ruimtebeslag op de Groene Omgeving plaatsvindt in de vorm van uitleg van dorpen en steden.

De woningbouw wordt gerealiseerd aansluitend aan de kern Heeten, een kleine kern in het buitengebied van de gemeente Raalte. Het voorliggende plan heeft een groen, dorps en ruim opgezet karakter. Voor een woningbouwontwikkeling met een dergelijke omvang en grote diversiteit aan woningtypen kan worden gesteld dat er binnen de planperiode onvoldoende potentiële inbreidingslocaties met voldoende capaciteit en dezelfde kwalitatieve kenmerken (tijdig) voorhanden zijn. Er is voor deze opgave in redelijkheid geen ruimte beschikbaar binnen het bestaande bebouwd gebied en de ruimte binnen het bestaand bebouwd gebied is ook niet geschikt te maken door herstructurering en/of transformatie. Er wordt voldaan aan het principe van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik, zie verder ook bijlage 16 bij deze motivering (toets ladder voor duurzame verstedelijking). Voorts is artikel 4.4 relevant (principe van concentratie) 1.In omgevingsplannen worden alleen de ontwikkeling van woningbouw, bedrijventerrein, stedelijke voorzieningen, met bijbehorende infrastructuur en groenvoorzieningen mogelijk gemaakt als die voorzien in een lokale behoefte of in de behoefte van bijzondere doelgroepen.

2 Groene Omgeving volgens de Omgevingsverordening:

dat deel van de fysieke leefomgeving waarvan de gronden niet vallen binnen bestaand bebouwd gebied

27

2.Daarbij geldt voor bedrijventerreinen dat lokale behoefte wordt ingevuld als bedoeld voor lokaal gewortelde bedrijvigheid. 3.In gebieden die deel uitmaken van een stedelijk netwerk kan het omgevingsplan voorzien in een bovenregionale behoefte aan ontwikkeling van woningbouw, bedrijventerrein, stedelijke voorzieningen, met bijbehorende infrastructuur en groenvoorzieningen. 4.In gebieden die deel uitmaken van een streekcentrum kan een omgevingsplan voorzien in een regionale behoefte aan ontwikkeling van woningbouw, bedrijventerrein, stedelijke voorzieningen, met bijbehorende infrastructuur en groenvoorzieningen, mits dit past binnen de regionale programmering voor de regio waartoe het streekcentrum behoort. 5.Een omgevingsplan kan voorzien in (een deel van) de behoefte van een buurgemeente aan ontwikkeling van woningbouw, bedrijventerrein, stedelijke voorzieningen, met bijbehorende infrastructuur en groenvoorzieningen, als dit past binnen de regionale programmering van de regio waartoe de gemeente behoort. Zie hiervoor navolgende paragrafen en de Toets aan de Ladder voor Duurzame Verstedelijking, waaruit de (regionale) behoefte aan woningen is aangetoond.

Relevant is voorts artikel 4.6 (toekomstbestendigheid) In omgevingsplannen worden alleen nieuwe ontwikkelingen mogelijk gemaakt, anders dan voor tijdelijk gebruik, waarvan aannemelijk is dat die toekomstbestendig zijn en dus: a.de mogelijkheden van toekomstige generaties om in hun behoeften te voorzien niet in gevaar brengen; b.duurzaam en evenwichtig bijdragen aan het welzijn van mensen, economische welvaart en het beheer van natuurlijke voorraden; en c.ook op lange termijn toegevoegde waarde hebben. Het plan voldoet hieraan, omdat de woningen toekomstbestendig en duurzaam worden gebouwd, zie hiervoor meer in detail hoofdstuk 4. Tot slot is relevant het geregelde ten aanzien van de ruimtelijke kwaliteit: Artikel 4.7 (oogmerk ruimtelijke kwaliteit) Deze paragraaf is gericht op het versterken van ruimtelijke kwaliteit door het toepassen van de OF-, WAAR- en HOE-benadering volgens het uitvoeringsmodel van de omgevingsvisie Overijssel. Artikel 4.8 (ontwikkelen met ruimtelijke kwaliteit) In omgevingsplannen worden alleen nieuwe ontwikkelingen mogelijk gemaakt die de ruimtelijke kwaliteit versterken. Artikel 4.9 (onderbouwing ruimtelijke kwaliteit) 1.omgevingsplannen bevatten een onderbouwing waaruit blijkt dat nieuwe ontwikkelingen bijdragen aan ruimtelijke kwaliteit waarin:

28

a.het uitvoeringsmodel (OF-, WAAR- en HOE-benadering) uit de omgevingsv isie Overijssel wordt toegepast; b.wordt gemotiveerd dat de nieuwe ontwikkeling past binnen het ontwikkelingsperspectief dat volgens de omgevingsvisie Overijssel van toepassing is voor het gebied; en c.inzichtelijk gemaakt wordt hoe de vier-lagenbenadering van het uitvoeringsmodel is toegepast en de catalogus Gebiedskenmerken (Bijlage VII) is gebruikt bij de ruimtelijke inpassing van de nieuwe ontwikkeling. 2.In omgevingsplannen kan gemotiveerd worden afgeweken van het ontwikkelingsperspectief dat volgens de Omgevingsvisie Overijssel van toepassing is voor het gebied, als: a.er sprake is van sociaaleconomische of maatschappelijke redenen; en b.voldoende verzekerd is dat er sprake is van versterking van de ruimtelijke kwaliteit in overeenstemming met de uitspraken die de Catalogus Gebiedskenmerken doet voor dat gebied. In voorgaande paragraaf is hier reeds op ingegaan. De conclusie luidt dat het initiatief in overeenstemming is met de provinciale Omgevingsverordening.

3.3

Regionaal beleid

3.3.1

WONEN MET KWALITEIT Woondeal West-Overrijssel, 2022 De Woondeal West-Overijssel is vastgesteld in 2022, met een actualisatie in 2025. De provincie Overijssel, de Overijsselse gemeenten en hun partners werken al jaren samen aan een kwantitatieve en kwalitatieve balans op de woningmarkt. De partijen maken periodiek meerjarige afspraken over opgaven en ambities. Op basis van deze samenwerking zijn ook met betrekking tot de woningbouwontwikkeling in West-Overijssel regionaal afspraken gemaakt. De meest recente afspraken zijn opgenomen in de Woondeal West-Overijssel van 20 maart 2025. In deze Woondeal is de ambitie opgenomen om binnen de regio in de periode 2022 tot en met 2030 28.200 woningen bruto te realiseren. Om dit te bereiken, spant de regio zich in voor voldoende plancapaciteit (130% van de te realiseren woningen) en het afgeven van voldoende vergunningen voor de realisatie. Op dit moment bedraagt in West-Overijssel de plancapaciteit 38.787 woningen (periode 2024 tot en met 2030), waarvan 19.044 woningen harde plancapaciteit en 19.743 woningen zachte plancapaciteit. Hierin ligt voor de regio de uitdaging om bestaande plannen te verharden, dus om de plannen om te zetten van zachte naar harde plancapaciteit. De komende jaren spant de regio zich in om de zachte plannen om te zetten naar harde plancapaciteit en om de harde plannen tot realisatie te brengen.

Deze opgave pakken gemeenten lokaal op. 29

Het voorliggende plan is één van de plannen die nu van zachte plancapaciteit wordt omgezet naar harde plancapaciteit en past binnen de bandbreedte van de regionale aantallen. De regio wil de huidige en toekomstige vraag op een passende wijze accommoderen. Zij ziet het als haar taak om deze groei te begeleiden door te voorzien in goede en betaalbare woningen op de goede plekken en om werk te maken van binnenstedelijke transformatie, herstructurering, verduurzaming en mismatch op de woningmarkt. De regio streeft naar een inclusieve woningmarkt. Iedereen moet in de regio kunnen wonen in een woning die past. Naast voldoende en passende woningen gaat het ook om toegankelijkheid en betaalbaarheid. Met name starters, jonge huishoudens en mensen met de laagste inkomens hebben steeds meer moeite om woningen te vinden. In de kleine kernen is het wonen nauw verbonden met het Overijsselse landschap, het dorpse leven, natuur en landbouw. Het zijn bijzondere en karakteristieke woonomgevingen die worden gekoesterd en met kwaliteiten die zoveel mogelijk dienen te worden behouden. De kracht van de gemeenschap en sociale samenhang zijn hier belangrijk. Er liggen kansen om wonen in deze gebieden als vliegwiel in te zetten voor onder andere de versterking van de vitaliteit van de dorpen en de vestigingsmogelijkheden voor jongeren.

In de woondeal 2025 zijn er ook aanvullende afspraken gemaakt over betaalbaarheid. In de regio is grote opgave als het gaat om betaalbaarheid en het toevoegen van sociale huurwoningen, middenhuur en betaalbare koopwoningen. Het uitgangspunt is om 30% van de woningbouwopgave te realiseren in sociale huur (8.460 woningen), 40% in de middenhuur en betaalbare koop (11.280 woningen) en 30% (8.460 woningen) in de vrije sector. Uit een tussentijdse evaluatie van de provincie blijkt dat gemeenten zich hard inzetten om deze programmering te realiseren. In onderbouwde gevallen kunnen de gemeenten van het aandeel van 30% sociale huur afwijken. Dit kan zolang ze, door minstens 40% van de nieuwe woningen te richten op middeninkomens (betaalbare koop en middenhuur), de totale beschikbaarheid van betaalbare woningen (70%) op regioniveau voldoende waarborgen. Ook langer zelfstandig thuis wonen en wonen met zorg is een item in de regio. Op het gebied van de realisatie van nultreden woningen, geclusterde en zorggeschikte woningen heeft de regio zich gecommitteerd aan de kwantitatieve aantallen uit het afsprakenkader ouderenhuisvesting.

De groeiende woningbouwopgave, de noodzaak om daarin samen te werken, knelpunten op te lossen en te versnellen (zoals onder andere uiteengezet in het Regeerprogrammaan het Kabinet Schoof en de afspraken uit de Woontop 2024), vragen het Rijk en ons, provincie Overijssel en de West-Overijsselse gemeenten, om de

30

bestaande Woondeal op onderdelen te actualiseren en concretiseren, dit is in 2025 gebeurd. Hierbij is geconstateerd dat een aantal gemeenten achterblijven in de productie. Een aantal andere gemeenten, waaronder Raalte, hebben aangeven meer te kunnen bouwen. Dankzij deze bijdragen blijft de regio als geheel goed op koers om de doelstelling uit de Woondeal te realiseren. Bij de woondeal zijn ook de zogeheten regionale ‘sleutelprojecten’ geactualiseerd De sleutelprojecten vormen de basis voor de Woondeal en sluiten aan bij de Woontop gemaakte afspraak om de woningbouwprogrammering tot en met 2030 te concretiseren. Dit zijn projecten met een significante impact op de regionale verstedelijkingsopgave, die voorzien in de lokale woonbehoefte en een belangrijke bijdrage leveren aan leefbaarheid en vitaliteit van dorpen of wijken. Voor Raalte gaat dit om de projecten: 1. Raalte Warm Hart 2. Raalte Franciscushof 3. Heino centrum 4. Versnellen kleine kernen Het voorliggende plan valt onder het sleutelproject versnellen kleine kernen. Voor Raalte is het aantal te realiseren woningen via de sleutelprojecten tot 2030 opgeschroefd naar 1301 en tot 2035 komen er nog een 600 bij. Het versnellen van kleine kernen is een nieuw sleutelproject. De kern Heeten is een kleine kern. Toetsing Het plan dat nu voorligt draagt bij aan de woningbouwopgave voor Raalte en de regio.

Er wordt voldaan aan de ambities op het gebied van duurzaamheid, betaalbaarheid, sociale woningbouw in kleine kernen. Het plan past daarmee binnen de regionale woondeal.

3.4

Gemeentelijk beleid

3.4.1

Omgevingsvisie Horizon Gemeente Raalte 2040 De omgevingsvisie geeft richting aan de ontwikkelingen in de fysieke leefomgeving. Kenmerkend voor Raalte zijn de typische oost-west structuren met de waterlopen van hoog naar laag (weteringen). De volgende vijf ontwikkelrichtingen zijn geformuleerd: 1. De gemeente kiest voor toekomstbestendige dorpen en wijken: energieneutraal, klimaatadaptief, gezond, veilig en levensloopbestendig. 2. De gemeente zorgt voor de inzet van flexibele en collectieve woonconcepten bij nieuwbouw en transformatie. 3. De gemeente kiest voor samenwerken aan voldoende ontmoetingsplekken in elk dorp en een goede bereikbaarheid van voorzieningen wanneer die op 31

strategische plekken geclusterd zijn, zoals in het centrum van Raalte en Heino. 4. De gemeente kiest voor nieuwbouw en transformatie binnen bestaand bebouwd gebied waarbij woningbouw zo min mogelijk ten koste gaat van waardevol groen, binnen en buiten de kern. 5. De gemeente staat open voor woningbouw voor een bovenlokale behoefte. Relevant voor dit plan is de kernopgave wijken en dorpen toekomstbestendig te maken. De gemeente kiest er voor nieuwbouw en transformatie binnen bestaand bebouwd gebied. Men wil minimaal de autonome groei van de bevolking faciliteren en staat open voor woningbouw voor bovenlokale behoefte. De gemeente zet in op energieneutrale, klimaatadaptieve, gezonde, veilige en levensloopbestendige wijken en dorpen. De gemeente wenst ook het voorzieningenniveau op peil te houden. Nieuwbouw in de dorpen heeft een voorbeeldfunctie, daar laat de gemeente zien dat het anders kan en dat inwoners de ruimte krijgen om anders, flexibel en samen invulling te geven aan de opgaven. Toetsing Het plan draagt bij aan de woningbouwopgave en voorziet in de autonome groei van de kern Heeten. Hiermee wordt een bijdrage geleverd aan het instandhouden van het voorzieningenniveau van Heeten en daarmee de leefbaarheid. Ook wordt er in het plan ruimte geboden voor (collectief) particulier opdrachtgeverschap. Het plan past binnen de Omgevingsvisie. 3.4.2

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Raalte&id=1db11598-8b93-47ba-b686-87bcfdc72e14