CConstaterende datRaalte
Koppel je AI →
Document · PDF

Motivering

Raadsvergadering 16 april 2026, gemeente RaalteBij agendapunt: Vaststellen TAM-Omgevingsplan 10 Raarhoeksweg 47/47a/47b/47c Raalte, hamerstuk17.692 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Ruimtelijke motivering Raarhoeksweg 47a, b en c, Raalte Status: Vastgesteld

Maart 2026

Tam-Omgevingsplan 10 Raarhoeksweg 47 a, b en c Raalte Vastgesteld

Ruimtelijke motivering TAM-omgevingsplan 10 Raarhoeksweg 47a, b en c Raalte

Plannaam: Plantype: Bij TAM:

Tam-Omgevingsplan 10 Raarhoeksweg 47 a, b en c Raalte Ruimtelijke motivering ten behoeve van een wijziging van het omgevingsplan NL.IMRO.0177.TAM20250002-VG01

Datum:

Maart 2026

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

1

Tam-Omgevingsplan 10 Raarhoeksweg 47 a, b en c Raalte Vastgesteld

Inhoudsopgave HOOFDSTUK 1 1.1 1.2 1.3 1.4

INLEIDING .............................................................4

AANLEIDING .............................................................................................................. 4 LIGGING VAN HET PLANGEBIED ......................................................................................... 4 HET OMGEVINGSPLAN ................................................................................................... 5 LEESWIJZER .............................................................................................................. 6

HOOFDSTUK 2

BESCHRIJVING HUIDIGE SITUATIE................................7

HOOFDSTUK 3

PLANBESCHRIJVING ..................................................9

3.1 3.2

HET VOORNEMEN ........................................................................................................ 9 INFRASTRUCTUUR EN OPENBARE RUIMTE ............................................................................ 11

HOOFDSTUK 4 4.1 4.2 4.3

ALGEMEEN .............................................................................................................. 13 LADDER VOOR DUURZAME VERSTEDELIJKING ....................................................................... 13 LANDSCHAPPELIJKE WAARDEN ........................................................................................ 14

HOOFDSTUK 5 5.1 5.2 5.3

LANDSCHAPPELIJKE EN STEDENBOUWKUNDIGE WAARDEN 13

BELEIDSKADERS .................................................... 15

RIJKSBELEID ........................................................................................................... 15 PROVINCIAAL BELEID .................................................................................................. 16 GEMEENTELIJK BELEID ................................................................................................ 23

HOOFDSTUK 6

OMGEVINGSVEILIGHEID .......................................... 29

HOOFDSTUK 7

BESCHERMEN VAN DE WATERBELANGEN ....................... 31

7.1 7.2 7.3 7.4

VIGEREND BELEID ..................................................................................................... 31 WATERASPECTEN ...................................................................................................... 32 HET WATERADVIES EN WATERHUISHOUDING PLANGEBIED ......................................................... 32 CONCLUSIE ............................................................................................................. 32

HOOFDSTUK 8 8.1 8.2 8.3 8.4 8.5 8.6 8.7

GELUID DOOR ACTIVITEITEN ......................................................................................... 33 BODEMKWALITEIT ..................................................................................................... 34 LUCHTKWALITEIT ...................................................................................................... 35 GEUR ................................................................................................................... 36 TRILLINGSHINDER ..................................................................................................... 37 GEZONDHEID .......................................................................................................... 37 DUURZAAMHEID ....................................................................................................... 38

HOOFDSTUK 9 9.1 9.2 9.3

ARCHEOLOGIE EN CULTUURHISTORIE .......................... 42

WETTELIJK KADER .................................................................................................. 42 ARCHEOLOGIE ...................................................................................................... 42 CULTUURHISTORIE ................................................................................................. 43 CONCLUSIE .......................................................................................................... 43

HOOFDSTUK 11 11.1 11.2 11.3

BESCHERMING VAN DE NATUUR .................................39

GEBIEDSBESCHERMING ............................................................................................... 39 SOORTENBESCHERMING .............................................................................................. 40 CONCLUSIE ............................................................................................................. 41

HOOFDSTUK 10 10.1 10.2 10.3 10.4

BESCHERMING GEZONDHEID EN HET MILIEU.................. 33

M.E.R.- BEOORDELING ............................................ 44

ALGEMEEN........................................................................................................... 44 SITUATIE PLANGEBIED ............................................................................................. 44 CONCLUSIE .......................................................................................................... 44

HOOFDSTUK 12

ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID ............................. 45 BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

2

Tam-Omgevingsplan 10 Raarhoeksweg 47 a, b en c Raalte Vastgesteld 12.1 12.2 12.3

ALGEMEEN........................................................................................................... 45 KOSTENVERHAAL ................................................................................................... 45 SITUATIE PLANGEBIED ............................................................................................. 45

HOOFDSTUK 13 13.1 13.2 13.3

PARTICIPATIE ....................................................................................................... 46 AFSTEMMING OVERLEGPARTNERS ................................................................................. 46 ZIENSWIJZEN ....................................................................................................... 47

HOOFDSTUK 14 14.1 14.2 14.3

MAATSCHAPPELIJKE UITVOERBAARHEID ...................... 46

JURIDISCHE VERANTWOORDING ................................ 48

INLEIDING ........................................................................................................... 48 OPZET VAN DE REGELS ............................................................................................. 48 VERANTWOORDING VAN DE REGELS .............................................................................. 49

BIJLAGEN BIJ DE RUIMTELIJKE MOTIVERING ........................................... 51 BIJLAGE 1 BIJLAGE 2 BIJLAGE 3 BIJLAGE 4 BIJLAGE 5 BIJLAGE 6

RUIMTELIJK KWALITEITSPLAN ............................................................................... 51 WATERTOETSRESULTAAT .................................................................................... 51 UITGANGSPUNTENNOTITIE WATERSCHAP................................................................... 51 BODEMONDERZOEK .......................................................................................... 51 AERIUS-BEREKENING ........................................................................................ 51 NATUURWAARDENONDERZOEK .............................................................................. 51

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

3

Tam-Omgevingsplan 10 Raarhoeksweg 47 a, b en c Raalte Vastgesteld

HOOFDSTUK 1

1.1

INLEIDING

Aanleiding

Aan de Raarhoeksweg 47 a – c in Raalte bevindt zich een agrarisch bedrijfsperceel. Ter plaatse is een agrarisch (voormalig melkvee) bedrijf in transitie aanwezig. Het huidige erf bestaat uit twee bedrijfswoningen met bijbehorende bijgebouwen, drie agrarische bedrijfsgebouwen en bijbehorende voorzieningen. Initiatiefnemer wenst het agrarische bedrijf te transformeren naar een multifunctioneel agrarisch bedrijf waarbij, naast agrarische bedrijfsactiviteiten, ook ruimte is voor kleinschalige verblijfsrecreatie en kennisoverdracht. Samengevat bestaat de ontwikkeling concreet uit: • • • • •

•

Het slopen van de jongveestal (circa 680 m2); Het realiseren van 12 recreatiewoningen met een totaaloppervlakte van 547 m2; Het verbouwen van de bestaande ligboxenstal tot educatieruimte voor het organiseren van verschillende soorten bijeenkomsten en om rondleidingen te geven (circa 480 m 2) en verwerkingsruimte voor groenteteelt (circa 180 m2); Het uitbreiden van de bestaande kweekkas van 150 m2 naar 500 m2; Het planologisch vastleggen van de bestaande oppervlakte aan bebouwing (na sloop van de jongveestal). Deze bebouwing kan met maximaal 10 % worden uitgebreid mits de nieuwe bebouwing noodzakelijk is voor het doelmatig kunnen uitvoeren van het agrarisch bedrijf (omdat bijvoorbeeld milieu- of dierwelzijnseisen dit vragen). Het wijzigen van het bouwvlak, waarbij de totale omvang gelijk blijft (1,5 hectare);

De huidige plannen voor het realiseren van mogelijkheden voor verblijfsrecreatie passen niet in het vigerende omgevingsplan (zie paragraaf 1.3). Om het voornemen te realiseren, is een wijziging van het omgevingsplan noodzakelijk. Voorliggend TAM-omgevingsplan voorziet in het gewenste juridisch-planologische kader en toont aan dat het voornemen in overeenstemming is met ‘een evenwichtige toedeling van functies aan locaties’.

1.2

Ligging van het plangebied

Het plangebied ligt aan de Raarhoeksweg 47, ten noorden van de kern Raalte. In afbeelding 1.1 is de ligging van het plangebied ten opzichte van de omgeving weergegeven.

Afbeelding 1.1

Ligging plangebied (Bron: plattekaart.nl, bewerkt)

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

4

Tam-Omgevingsplan 10 Raarhoeksweg 47 a, b en c Raalte Vastgesteld

1.3

Het omgevingsplan

1.3.1

Geldend omgevingsplan

Ter plaatse van het plangebied geldt het tijdelijke omgevingsplan van de gemeente Raalte. Ter plaatse van het plangebied is sprake van het omgevingsplan van rechtswege zoals dat in werking is getreden op 1 januari 2024. Het omgevingsplan van rechtswege bestaat ter plaatse uit de volgende documenten: • • • •

Omgevingsplan gemeente Raalte (in werking vanaf 1 mei 2024); Buitengebied Raalte, parapluplan erfwindmolens (vastgesteld op 30 mei 2024); Buitengebied Raalte geconsolideerd 2020 (geconsolideerd op 2 juni 2021); Paraplubestemmingsplan Parkeren (vastgesteld op 27 september 2018).

Voor de duiding van het planologisch regime van het plangebied is met name het bestemmingsplan “Buitengebied Raalte geconsolideerd 2020” van belang. Het omgevingsplan bevat in de huidige situatie namelijk uitsluitend de regels van de bruidsschat. In afbeelding 1.2 is een uitsnede van de verbeelding behorende bij dit bestemmingsplan opgenomen. Het plangebied is hierop indicatief weergegeven met de rode contour.

Afbeelding 1.2 Uitsnede bestemmingsplan ruimtelijkeplannen.nl, bewerkt)

“Buitengebied

Raalte

geconsolideerd

2020”

(Bron:

Uit bovenstaande afbeelding blijkt dat binnen het plangebied de volgende functies gelden: Agrarisch Gronden met deze functie zijn hoofdzakelijk bedoeld voor de uitoefening van een agrarisch bedrijf in de vorm van een akker- en vollegrondstuinbouw, een grondgebonden veehouderij, glastuinbouw, fruitteelt en/of intensieve kwekerij met bijbehorende voorzieningen. Daaraan ondergeschikt zijn een bed & breakfast, evenementen, extensieve dagrecreatie, kleinschalige beroepen en bedrijven-aanhuis toegestaan. Tevens zijn ondergeschikt enkele nevenfuncties toegestaan: • •

verkoop-aan-huis van streekeigen agrarische producten (maximaal 100 m2 bebouwing); inpandige opslag en stalling (maximaal 500 m2 bebouwing); BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

5

Tam-Omgevingsplan 10 Raarhoeksweg 47 a, b en c Raalte Vastgesteld • • • •

ambachtelijke be- en verwerking van agrarische producten (maximaal 200 m2 bebouwing); kano-, boot- of fietsenverhuur (maximaal 100 m2 bebouwing); rondleidingen op het agrarische bedrijf (voorzieningen hiertoe als ontvangstruimte) (maximaal 100 m2 bebouwing); zorgboerderij (exclusief overnachten) (maximaal 200 m2 bebouwing).

Tenslotte zijn ter plaatse 2 bedrijfswoningen toegestaan. Er mag alleen gebouwd worden binnen het op de verbeelding aangegeven bouwvlak. Reconstructiewetzone – verwevingsgebied Binnen deze gebiedsaanduiding geldt dat het onder voorwaarden mogelijk is om het agrarische bouwvlak te vergroten. 1.3.2

Opheffen strijdigheid

De voorgenomen ontwikkelingen op het erf zijn op meerdere punten in strijd met het geldende omgevingsplan. Zo ontbreken binnen de bestemming ‘Agrarisch’ de bouwen gebruiksmogelijkheden voor 12 recreatiewoningen. Ook zijn de gebruiksmogelijkheden ontoereikend voor het gebruik van 480 m2 van de ligboxenstal als educatieruimte voor het organiseren van verschillende soorten bijeenkomsten en om rondleidingen te geven (het gaat namelijk om meer dan 100 m2). Daarnaast moet het bouwvlak worden aangepast. Verder dient als onderdeel van de ontwikkeling het maximum oppervlakte aan bedrijfsbebouwing te worden vastgelegd, waarbij een afwijking van 10% moet worden opgenomen om nieuwe bedrijfsgebouwen te kunnen realiseren wanneer deze nodig zijn vanwege veranderende dierenwelzijnseisen. Daarom moet het omgevingsplan worden gewijzigd. Het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) ondersteunt bij het werken volgens de Omgevingswet. Er zijn tijdelijke alternatieve maatregelen (TAMs) voor organisaties die bij de voorbereiding en inwerkingtreding van de wet nog geen gebruik kunnen maken van lokale of landelijke onderdelen van het DSO. Een van de tijdelijke alternatieve maatregelen is de TAM-IMRO ofwel het TAMomgevingsplan. Kort gezegd houdt TAM-IMRO in dat de huidige techniek voor planvorming tijdelijk kan worden gebruikt onder de Omgevingswet.

Deze techniek betreft de bestaande uitwisselingsstandaard IMRO (Informatiemodel Ruimtelijke Ordening) en de bestaande voorziening Ruimtelijke Plannen. IMRO is een bekende en functionerende techniek. Juridisch maakt het TAMomgevingsplan deel uit van het omgevingsplan van de gemeente. Technisch is het dat niet, waardoor aanvullende (voorrangs)regels noodzakelijk zijn. Hier wordt in hoofdstuk 14 nader op ingegaan.

1.4

Leeswijzer

Na deze inleiding wordt in hoofdstuk 2 allereerst ingegaan op de huidige situatie. Hoofdstuk 3 en 4 gaan achtereenvolgens in op de gewenste situatie van het plangebied de bescherming van de landschappelijke en stedenbouwkundige waarden in en rondom het plangebied. In hoofdstuk 5 wordt ingegaan op het beleidskader. Hierin wordt het relevante beleid beschreven. Hoofdstuk 6 gaat in op de omgevingsveiligheid, waarna in hoofdstuk 7 de bescherming van de waterbelangen wordt behandeld. Hoofstuk 8 en 9 gaan respectievelijk in op de bescherming van de gezondheid, het milieu en de natuur. Hoofdstuk 10 behandelt de archeologische en cultuurhistorische waarden. In hoofdstuk 11 komt de m.e.r.-beoordeling aan bod. Hoofdstuk 12 en 13 behandelen ten slotte de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid van het voornemen. Ten slotte wordt in hoofdstuk 14 ingegaan op de juridische planverantwoording.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

6

Tam-Omgevingsplan 10 Raarhoeksweg 47 a, b en c Raalte Vastgesteld

HOOFDSTUK 2

BESCHRIJVING HUIDIGE SITUATIE

Het plangebied ligt in het buitengebied van Raalte, ten noorden van de kern, aan de Raarhoeksweg 47-47a-47b-47c. De directe omgeving kenmerkt zich door agrarische bedrijfspercelen en woonpercelen in overwegend agrarisch gebied. Daarnaast bevindt de speel- en recreatieboerderij ‘de Flierefluiter’ zich ten noorden van het plangebied. Het plangebied betreft een agrarisch bedrijfsperceel welke is ingericht voor een melkveehouderij en landbouwbedrijf. De vergunde melkveestapel heeft een omvang van circa 65 melkkoeien met bijbehorend jongvee. De agrarische bedrijfsgebouwen waren de afgelopen jaren verhuurd aan een andere agrariër. Op het erf staan twee bedrijfswoningen (nummer 47 en 47a) met een bijgebouw en daaromheen tuinen. De bedrijfsgebouwen staan achter de woningen. Dit betreffen een ligboxenstal, een jongveestal (met deels een werktuigenberging) en een loods. Tot voor kort waren ook enkele sleufsilo’s aanwezig naast de ligboxenstal, welke inmiddels zijn verwijderd. Aan de achterzijde van het erf is tenslotte een kweekkas aanwezig. Tussen de gebouwen zijn erfverhardingen en tuinen gelegen. Het erf wordt middels twee inritten ontsloten op de Raarhoeksweg. Hierna zijn een luchtfoto en straataanzicht van de huidige situatie weergegeven.

Afbeelding 2.1

Luchtfoto plangebied (Bron: Topotijdreis.nl, bewerkt)

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

7

Tam-Omgevingsplan 10 Raarhoeksweg 47 a, b en c Raalte Vastgesteld

Afbeelding 2.2

Straataanzicht plangebied (Bron: Google Streetview, mei 2023)

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

8

Tam-Omgevingsplan 10 Raarhoeksweg 47 a, b en c Raalte Vastgesteld

HOOFDSTUK 3

3.1

PLANBESCHRIJVING

Het voornemen

Het voornemen bestaat uit de transformatie van het agrarische bedrijfsperceel naar een multifunctioneel agrarisch bedrijfsperceel. In de gewenste situatie is naast agrarische bedrijfsactiviteiten, ook ruimte voor kleinschalige verblijfsrecreatie en kennisoverdracht. Het voornemen is om de jongveestal (zie afbeelding 2.1) van 680 m2 volledig te slopen. Met de sloop van voorgenoemde jongveestal met een oppervlakte van 680 m 2 en 361 m2 verworven sloopmeters worden op basis van Erven in beweging onderdeel Schuur voor Schuur, 12 nieuwe recreatiewoningen teruggebouwd met een totale gezamenlijke oppervlakte van 547 m2. De recreatiewoningen zijn bedoeld voor verschillende doelgroep die tijdens een kortdurend verblijf inspiratie opdoen om tot een gedragsverandering in een gezonde en duurzame leefstijl te komen of tijdens een langdurig verblijf zelfs tot een algehele verandering van leefwijze komen. Daarnaast is het plan om de ligboxenstal om te bouwen naar een verwerkingsruimte voor de groenteteelt (circa 180 m2) en een educatieruimte (circa 480 m2) voor het organiseren van verschillende soorten bijeenkomsten en om rondleidingen te geven. Het gaat bijvoorbeeld om coaching sessies voor persoonlijke groei, loopbaan coaching en stressmanagement, teambuilding voor bedrijven, workshops, retraites en veldwerkprojecten.

Verder bestaat de wens om de huidige kweekkas, met een oppervlakte van 150 m2, uit te breiden naar 500 m2. Deze maakt het mogelijk dat het hele jaar rond verse groenten beschikbaar zijn voor de voedselabonnementen die bij Erve Westenenk kunnen worden afgesloten. De geteelde producten zoals groente, fruit en noten worden volgens het kort(st)e keten principe tegen een eerlijke prijs afgezet in de vorm van voedsel abonnementen voor gasten van de recreatieverblijven en (via thuisbezorging) inwoners van Raalte en de omliggende regio. Op dit moment levert Erve Westenenk groente aan 170 personen. Het doel van de omschakeling van Erve Westenenk is om een inspirerende voorbeeldfunctie te zijn voor de landbouwsector in transitie met een gezond en duurzaam verdienmodel, in combinatie met een kleinschalig recreatieconcept. Binnen het plangebied is daarnaast nog een kudde vleesvee aanwezig. Deze agrarische tak blijft ook in de toekomst behouden. Het betreft een familiekudde van circa 30 stuks vee, welke bestaat uit zoogkoeien en (vlees)jongvee tot 24 maanden. Het vleesvee wordt gehuisvest in de grote loods, welke voor een gedeelte wordt ingericht als strostal. In de huidige milieuvergunning is in de grote loods het jongvee gehuisvest (circa 25 stuks) en de rest van het vee in de ligboxenstal. Deze ligboxenstal wordt in de toekomst echter ingezet als educatie- en verwerkingsruimte.

Samengevat bestaat de ontwikkeling uit: • • • • •

•

Het slopen van de jongveestal (circa 680 m2); Het realiseren van 12 recreatiewoningen met een totaaloppervlakte van 547 m2; Ombouw van de voormalige ligboxenstal naar een verwerkingsruimte voor groenteteelt (180 m2) en een educatieruimte (480 m2); Het uitbreiden van de bestaande kweekkas van 150 m2 naar 500 m2; Het planologisch vastleggen van de bestaande oppervlakte aan bebouwing (na sloop van de jongveestal). Deze bebouwing kan met maximaal 10 % worden uitgebreid mits de nieuwe bebouwing noodzakelijk is voor het doelmatig kunnen uitvoeren van het agrarisch bedrijf (omdat bijvoorbeeld milieu- of dierwelzijnseisen dit vragen). Het wijzigen van het bouwvlak, waarbij de totale omvang blijft gelijk blijft (1,5 hectare);

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

9

Tam-Omgevingsplan 10 Raarhoeksweg 47 a, b en c Raalte Vastgesteld

Afbeelding 3.1

Sloopoverzicht

Afbeelding 3.2

Gewenste situatie

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

10

Tam-Omgevingsplan 10 Raarhoeksweg 47 a, b en c Raalte Vastgesteld

3.2

Infrastructuur en openbare ruimte

3.2.1

Algemeen

Op basis van de instructieregels zoals opgenomen in paragraaf 5.1.7 en 5.1.8 van het Bkl houdt het bevoegd gezag bij het evenwichtig toedelen van functies aan locaties rekening met het behoeden van de staat en werking van infrastructuur en het bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte voor personen. In deze paragraaf wordt ingegaan op de verkeerssituatie en parkeerbehoefte van het plangebied. 3.2.2

Verkeer en parkeren

Bij ruimtelijke ontwikkelingen moet rekening worden gehouden met de parkeerbehoefte en verkeersgeneratie die daardoor ontstaat. Het CROW ontwikkelt en publiceert kennis onder andere op het gebied van verkeer en parkeren. Specifiek voor verkeersgeneratie en parkeren heeft het CROW de publicatie ‘Parkeerkencijfers 2024 – Basis voor parkeernormering’ opgesteld. Deze kencijfers zijn landelijk (en juridisch) geaccepteerd en worden gezien als de meest betrouwbare gegevens met betrekking tot het bepalen van de verkeersgeneratie en het benodigde aantal parkeerplaatsen. In het “Paraplubestemmingsplan Parkeren” (onderdeel van het omgevingsplan van rechtswege van de gemeente Raalte) zijn de ‘Parkeernormen Raalte 2015’ van toepassing verklaard op het plangebied. Hierin zijn normen opgenomen om de parkeerbehoefte te bepalen. Qua functie, verstedelijkingsgraad, stedelijke zone, parkeernorm en verkeersgeneratie worden de volgende uitgangspunten gehanteerd: • •

Verstedelijkingsgraad: weinig stedelijk Stedelijke zone: buitengebied

In de publicatie van de CROW is de verkeersgeneratie per functie uiteengezet. Daarnaast wordt hierin een minimaal en maximaal aantal verkeersbewegingen voor de functies aangegeven. Parkeerbehoefte Met dit TAM-omgevingsplan wordt planologisch de mogelijkheid geboden om, naast agrarische bedrijfsactiviteiten, 12 recreatiewoningen en een educatieruimte van maximaal 480 m² te realiseren. Volgens de Parkeernormen Raalte 2015 geldt voor vakantiebungalows een norm van 2,1 parkeerplaatsen per bungalow. Voor 12 recreatiewoningen betekent dit een behoefte van 26 parkeerplaatsen. Voor de educatieruimte zijn geen specifieke parkeernormen vastgesteld. Gezien het beoogde gebruik (kleinschalige activiteiten zoals workshops en bijeenkomsten in kleine groepen) wordt de parkeerbehoefte beperkt geacht. Voor de berekening is aangesloten bij de norm voor een sociaalcultureel centrum/wijk- en verenigingsgebouw (4 parkeerplaatsen per 100 m² bvo). Dit leidt tot een aanvullende parkeerbehoefte van 20 parkeerplaatsen. De totale parkeerbehoefte komt daarmee uit op circa 46 parkeerplaatsen. De verwachting is dat dit in werkelijkheid lager zal uitvallen. Er wordt op het erf zelf voorzien in de parkeerbehoefte, op de locatie van de te slopen jongveestal ten westen van de bestaande loods en aansluitend op het recreatieterrein zijn parkeerterreinen voorzien (zie afbeelding 3.1).

Door de realisatie van parkeerplaatsen op het erf zelf, is er geen sprake van verkeersopstoppingen of parkeren aan weerszijden van de weg. Het aspect parkeren is daarmee geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling. Verkeersgeneratie en ontsluiting Voor recreatiewoningen geldt op basis van de CROW-publicatie een gemiddelde van 2,7 verkeersbewegingen per woning per weekdagetmaal. Voor 12 recreatiewoningen betekent dit een toename van circa 32 verkeersbewegingen per etmaal. Voor de educatieruimte zijn geen specifieke kencijfers beschikbaar. Uitgaande van gemiddeld één bijeenkomst per dag met 30 deelnemers, waarbij gemiddeld 1,6 personen per auto komen en 90% per auto reist, ontstaat een verkeersaantrekkende werking van circa 34 verkeersbewegingen per etmaal.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

11

Tam-Omgevingsplan 10 Raarhoeksweg 47 a, b en c Raalte Vastgesteld De totale toename bedraagt daarmee circa 66 verkeersbewegingen per etmaal. Deze kan zonder problemen worden afgewikkeld via de Raarhoeksweg, die hiervoor voldoende capaciteit heeft. Daarbij wordt opgemerkt dat de agrarische functie in omvang afneemt en uitbreidingsmogelijkheden planologisch worden beperkt. Dit betekent dat het aantal zware verkeersbewegingen (zoals landbouwverkeer en veevoertransport) afneemt, waardoor de feitelijke verkeersdruk per saldo beperkt blijft. Geconcludeerd wordt dat de ontwikkeling leidt tot een beperkte en goed inpasbare verkeersgeneratie, die geen knelpunten veroorzaakt op de Raarhoeksweg of het omliggende wegennet. 3.2.3

Kabels en leidingen

3.2.3.1 Algemeen Ondergrondse kabels en leidingen zijn belangrijk voor het transport van data, elektriciteit en stoffen zoals gas en water. Sommige ondergrondse (hoogspannings)leidingen kunnen een risico opleveren voor de omgeving. 3.2.3.2 Situatie plangebied In hoofdstuk 6 wordt ingegaan op mogelijke buisleidingen met gevaarlijke stoffen. Uit dit hoofdstuk blijkt dat er geen buisleidingen aanwezig zijn binnen het plangebied. Daarnaast zal voorafgaand aan de sloop en bouw van gebouwen een Klic-melding worden gedaan. Hiermee wordt voorkomen dat kabels en leidingen tijdens de bouw en sloop worden beïnvloed.

3.2.4

Conclusie

Wat betreft het onderdeel infrastructuur en openbare ruimte voldoet het voornemen aan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

12

Tam-Omgevingsplan 10 Raarhoeksweg 47 a, b en c Raalte Vastgesteld

HOOFDSTUK 4

4.1

LANDSCHAPPELIJKE EN STEDENBOUWKUNDIGE WAARDEN

Algemeen

In het vorige hoofdstuk is de gewenste ontwikkeling beschreven. Dit hoofdstuk zal ingaan op hoe het plan rekening houdt met de ter plaatse aanwezige landschappelijke en stedenbouwkundige waarden. De waardering van de landschappelijke en stedenbouwkundige kwaliteit is altijd gebiedsspecifiek. Deze kunnen daarom worden benut binnen het ontwerp van een ruimtelijke ontwikkeling. De landschappelijke en stedenbouwkundige kwaliteit maken integraal onderdeel uit van de taak van overheden om in een omgevingsplan te voorzien in een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Voor de landschappelijke en stedenbouwkundige kwaliteit zijn in afdeling 5.1.5 instructieregels opgesteld voor het beschermen van deze kwaliteiten. Deze gaan over de volgende onderwerpen: • • • • •

Kustbescherming; Waddenzee en Waddengebied; Cultureel erfgoed en werelderfgoed; Landelijke fiets- en wandelroutes; Ladder voor duurzame verstedelijking.

Het aspect ‘cultureel erfgoed en werelderfgoed’ zal in hoofdstuk 10 worden behandeld. In onderstaande paragraaf wordt ingegaan op de ladder voor duurzame verstedelijking en de gebiedsspecifieke landschappelijke en stedenbouwkundige kwaliteiten. De overige van bovenstaande thema’s zijn niet van toepassing op het plangebied.

4.2

Ladder voor duurzame verstedelijking

4.2.1

Algemeen

De Ladder is een instructieregel voor zorgvuldig ruimtegebruik en tegengaan van leegstand. Bij nieuwe stedelijke ontwikkelingen wordt beoordeeld of er echt behoefte aan is en of de ontwikkeling binnen het stedelijk gebied kan. De instructieregel in artikel 5.129g Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) regelt dat bij een wijziging van het omgevingsplan voor een nieuwe stedelijke ontwikkeling toepassing van de Ladder is vereist. De Ladder wordt toegepast bij een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Bij de toetsing aan de ladder worden beide onderdelen van de Ladder meegenomen: • •

de behoefte aan de stedelijke ontwikkeling; bij een ontwikkeling buiten stedelijk gebied: de mogelijkheden om binnen het bestaande stedelijk gebied in de behoefte te voorzien zijn verkend.

Teneinde een ontwikkeling adequaat te kunnen toetsen aan de ladder is het noodzakelijk inzicht te geven in de begrippen ‘stedelijk gebied’ en een ‘stedelijke ontwikkeling’. Stedelijk gebied: Op grond van een omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit toegelaten stedenbouwkundig samenstel van bebouwing voor wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel en horeca, en de daarbij behorende openbare of sociaal-culturele voorzieningen en infrastructuur, met uitzondering van stedelijk groen aan de rand van die bebouwing en lintbebouwing langs wegen, waterwegen of waterkeringen; Een stedelijke ontwikkeling is de ontwikkeling of uitbreiding van een bedrijventerrein, een zeehaventerrein, een woningbouwlocatie, kantoren, een detailhandelsvoorziening of een andere stedelijke voorziening die voldoende substantieel is. Artikel 5.129g Bkl legt geen grens vast wat voldoende substantieel is. In uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State zijn wel lijnen uitgezet. Er is een overzichtsuitspraak (ECLI:NL:RVS:2017:1724) over de Ladder. De Afdeling geeft hierin geen harde ondergrenzen, maar stelt wel 'in beginsel' grenzen.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

13

Tam-Omgevingsplan 10 Raarhoeksweg 47 a, b en c Raalte Vastgesteld Bij het beschrijven van de behoefte dient te worden uitgegaan van het saldo van de aantoonbare vraag naar de voorgenomen ontwikkeling verminderd met het aanbod in planologische besluiten, ook als het feitelijk nog niet is gerealiseerd (harde plancapaciteit). 4.2.2

Toetsing van het voornemen aan de Ladder voor duurzame verstedelijking

De ontwikkeling gaat planologisch uit van het realiseren van een educatieruimte in een bestaand bedrijfsgebouw en het realiseren van 12 recreatiewoningen. Dit betreffen geen stedelijke voorzieningen. Daarmee is geen sprake van een stedelijke ontwikkeling. Het plan voldoet daarmee aan de instructieregels uit artikel 5.129g van het Bkl.

4.3

Landschappelijke waarden

Ten behoeve van de voorgenomen ontwikkeling is een ruimtelijk kwaliteitsplan opgesteld, waarmee het voornemen landschappelijk wordt ingepast. Het ruimtelijk kwaliteitsplan is opgenomen in bijlage 1 bij deze motivering. Hierna is een uitsnede van de landschappelijke inpassing opgenomen.

Afbeelding 4.1

Landschappelijke inpassing

Door de positionering van de recreatiewoningen aan de achterzijde van het erf en de aanplant van begeleidende beplanting wordt aangesloten op de rationele opzet van erven en de blokvormige verkaveling.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

14

Tam-Omgevingsplan 10 Raarhoeksweg 47 a, b en c Raalte Vastgesteld

HOOFDSTUK 5

BELEIDSKADERS

Dit hoofdstuk beschrijft, voor zover van belang, het rijks-, provinciaal-, regionaal- en gemeentelijk beleid. Naast de belangrijkste algemene uitgangspunten worden de specifiek voor dit plangebied geldende uitgangspunten weergegeven.

5.1

Rijksbeleid

5.1.1

Nationale Omgevingsvisie (NOVI)

5.1.1.1 Algemeen Nederland staat voor grote uitdagingen die van invloed zijn op onze fysieke leefomgeving. Complexe opgaven zoals verstedelijking, verduurzaming en klimaatadaptatie zijn nauw met elkaar verweven. Dat vraagt een nieuwe, integrale manier van werken waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) zorgt voor een gezamenlijke aanpak die leidt tot een duurzaam perspectief voor onze leefomgeving. Dit is nodig om onze doelen te halen en is een zaak van overheid en samenleving. 5.1.1.2 Vier prioriteiten Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Dit komt samen in vier prioriteiten. 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie 2. Duurzaam economisch groeipotentieel 3. Sterke en gezonde steden en regio’s 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied 5.1.1.3 Afwegingsprincipes De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven is combinaties te maken en win-win situaties te creëren, maar dit is niet altijd mogelijk. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: 1. Combinatie van functies gaan voor enkelvoudige functies.

In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte; 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal. Het verschilt tussen gebieden wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling en tussen concurrentiekracht en leefbaarheid. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; 3. Afwentelen wordt voorkomen. Het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie inwoners, zonder dat dit ten koste gaat van toekomstige generaties. 5.1.2

Instructieregels Rijk (AMvB’s)

Het omgevingsplan bevat op basis van artikel 4.2 van de Omgevingswet voor het gehele grondgebied van de gemeente in ieder geval de regels die nodig zijn met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. In afdeling 5.1 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) zijn de instructieregels opgenomen voor het stellen van regels in het omgevingsplan. Hieronder zijn de hoofdonderwerpen opgesomd waarvoor het Bkl instructieregels bevat: o o

waarborgen van veiligheid (paragraaf 5.1.2); beschermen van waterbelangen (paragraaf 5.1.3);

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

15

Tam-Omgevingsplan 10 Raarhoeksweg 47 a, b en c Raalte Vastgesteld o o o o

o

beschermen van gezondheid en milieu (paragraaf 5.1.4), waaronder instructieregels voor de kwaliteit van de buitenlucht, trillingen, geluid en geur en bodemkwaliteit; beschermen van landschappelijke of stedenbouwkundige waarden en cultureel erfgoed (paragraaf 5.1.5), waaronder de ladder voor duurzame verstedelijking; het behoud van ruimte voor toekomstige functies (paragraaf 5.1.6) voor autowegen, buisleidingen, natuur- en recreatiegebieden; het behouden van de staat en werking van infrastructuur of voorzieningen voor nadelige gevolgen van activiteiten (paragraaf 5.1.7), waaronder landsverdediging en nationale veiligheid, elektriciteitsvoorziening, rijksvaarwegen en luchtvaart, fiets- en wandelroutes, aanwijzing van woningbouwcategorieën; het bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte voor personen (paragraaf 5.1.8).

Daarnaast bevat afdeling 5.2 van het Bkl instructieregels voor de uitoefening van taken voor de fysieke leefomgeving. Daarbij gaat het onder meer om het voorkomen van belemmeringen van gebruik en beheer van spoorwegen en rijkswegen. In heel bijzondere gevallen kunnen B&W de Minister vragen om een ontheffing van bepaalde instructieregels te verlenen. Dit volgt uit afdeling 5.3 van het Bkl. In de onderbouwing moet worden ingegaan op de bovengenoemde onderwerpen, wanneer deze relevant zijn voor de betreffende ontwikkeling. Per onderwerp dient een toetsing plaats te vinden. 5.1.3

Toetsing van het initiatief aan de uitgangspunten in het Rijksbeleid

De voorgenomen ontwikkeling betreft geen plan waarbij de nationale belangen in het geding zijn en er is geen sprake van enige belemmering met betrekking tot de prioriteiten zoals genoemd in de NOVI. Bij het uitwerken van het plan zijn de kenmerken en identiteit van het gebied centraal gesteld. Geconcludeerd wordt dat de NOVI geen belemmering vormt voor de in deze ruimtelijke onderbouwing opgenomen ontwikkeling. In de volgende hoofdstukken wordt aangegeven hoe het plan rekening houdt met de hoofdonderwerpen waarvoor het Bkl instructieregels bevat. Hoofdstuk 3 en 4 zijn reeds ingegaan op de instructieregels zoals vervat in paragraaf 5.1.5, 5.1.7 en 5.1.8 van het Bkl.

5.2

Provinciaal beleid

Het provinciaal beleid is verwoord in tal van plannen. De belangrijkste plannen zijn de Omgevingsvisie en de Omgevingsverordening. 5.2.1

Omgevingsvisie Overijssel

De Omgevingsvisie Overijssel is het integrale provinciale beleidsplan voor de fysieke leefomgeving van Overijssel. De hoofdambitie van de Omgevingsvisie is een toekomstvaste groei van welvaart en welzijn met een verantwoord beslag op de beschikbare natuurlijke hulpbronnen en voorraden. Leidende thema’s voor de Omgevingsvisie zijn: • •

Duurzaamheid; Ruimtelijke kwaliteit.

Enkele belangrijke beleidskeuzes waarmee de provincie haar ambities wil realiseren zijn: • • •

•

door meer aandacht voor herstructurering wordt ingezet op een breed spectrum aan woon-, werk- en mixmilieu’s; dorpen en steden worden gestimuleerd hun eigen kleur te ontwikkelen; investeren in een hoofdinfrastructuur voor wegverkeer, trein, fiets en waarbij veiligheid en doorstroming centraal staan; zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik; deze methode gaat ervan uit dat eerst het gebruik van de ruimte wordt geoptimaliseerd, dan de mogelijkheid van meervoudig ruimtegebruik wordt onderzocht en dan pas de mogelijkheid om het ruimtegebruik uit te breiden, wordt bekeken; ruimtelijke plannen ontwikkelen aan de hand van gebiedskenmerken en keuzes voor duurzaamheid.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

16

Tam-Omgevingsplan 10 Raarhoeksweg 47 a, b en c Raalte Vastgesteld 5.2.2

Omgevingsverordening Overijssel

De provincie beschikt over een palet aan instrumenten waarmee zij haar ambities realiseert. Het gaat er daarbij om steeds de meest optimale mix van instrumenten toe te passen, zodat effectief en efficiënt resultaat wordt geboekt voor alle ambities en doelstellingen van de Omgevingsvisie. De keuze voor inzet van deze instrumenten is bepaald aan de hand van een aantal criteria. In de Omgevingsvisie is bij elke beleidsambitie een realisatieschema opgenomen waarin is aangegeven welke instrumenten de provincie zal inzetten om de verschillende onderwerpen van provinciaal belang te realiseren. Eén van de instrumenten om het beleid uit de Omgevingsvisie te laten doorwerken is de Omgevingsverordening Overijssel. De Omgevingsverordening is het provinciaal juridisch instrument dat wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch geborgd is. 5.2.3

Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel

De opgaven, kansen, beleidsambities en ruimtelijke kwaliteitsambities voor de provincie zijn in de Omgevingsvisie Overijssel geschetst in ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en stedelijke omgeving. Om de ambities van de provincie waar te maken, bevat de Omgevingsvisie een uitvoeringsmodel. Dit model is gebaseerd op drie niveaus, te weten: 1. Of – generieke beleidskeuzes; 2. Waar – ontwikkelingsperspectieven; 3. Hoe – gebiedskenmerken. Deze begrippen worden hieronder nader toegelicht. Of – generieke beleidskeuzes Generieke beleidskeuzes zijn keuzes die bepalend zijn voor de vraag of ontwikkelingen nodig dan wel mogelijk zijn. In deze fase wordt beoordeeld of er sprake is van een maatschappelijke opgave. Of een initiatief mogelijk is, wordt onder andere bepaald door generieke beleidskeuzes van EU, Rijk of provincie. Denk aan beleidskeuzes om basiskwaliteiten als schoon drinkwater en droge voeten te garanderen. Andere generieke beleidskeuzes betreffen het voorkomen van overaanbod van bijvoorbeeld woningbouw- en kantoorlocaties. Ook wordt in deze fase de zogenaamde Overijsselse ladder voor duurzame verstedelijking gehanteerd. Deze Overijsselse ladder geeft een nadere invulling aan de vraag hoe de behoefte moet worden bepaald, zowel in de stedelijke als in de groene omgeving, en op welke wijze de regionale afstemming vorm gegeven moet worden.

Integraliteit, toekomstbestendigheid, concentratiebeleid, (boven)regionale afstemming en zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik zijn beleidskeuzes die invulling geven aan de Overijsselse ladder voor duurzame verstedelijking. Voor specifieke gebieden in Overijssel geldt dat niet alle initiatieven mogelijk zijn. Dit heeft te maken met zwaarwegende publieke belangen, gebiedsspecifieke beleidskeuzes om de zwaarwegende publieke belangen te borgen, zijn: reservering voor waterveiligheid en beperking wateroverlast, drinkwater/grondwaterbeschermingsgebieden, het Natuurnetwerk Nederland, de Nationale Landschappen en het provinciaal routenetwerk transport gevaarlijke stoffen. Waar – ontwikkelingsperspectieven Als uit de beoordeling in het kader van de generieke beleidskeuzes blijkt dat de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling aanvaardbaar is, vindt een toets plaats aan de ontwikkelingsperspectieven. In de Omgevingsvisie is een spectrum van zes ontwikkelperspectieven beschreven voor de groene en stedelijke omgeving. Met dit spectrum geeft de provincie ruimte voor het realiseren van de in de visie beschreven beleids- en kwaliteitsambities. De ontwikkelperspectieven geven richting aan wat waar ontwikkeld zou kunnen worden. Daar waar generieke beleidskeuzes een geografische begrenzing hebben, zijn ze consistent doorvertaald in de ontwikkelingsperspectieven.

De ontwikkelingsperspectieven zijn richtinggevend en bieden de nodige flexibiliteit voor de toekomst.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

17

Tam-Omgevingsplan 10 Raarhoeksweg 47 a, b en c Raalte Vastgesteld Hoe - gebiedskenmerken Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch cultuurlandschap, stedelijke laag en laag van de beleving) gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en –opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. Het is de vraag 'hoe' een ontwikkeling invulling krijgt. Aan de hand van de drie genoemde niveaus kan worden bezien of een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk is en er behoefte aan is, waar het past in de ontwikkelingsvisie en hoe het uitgevoerd kan worden. Afbeelding 5.1 geeft dit schematisch weer.

Afbeelding 5.1

5.2.4

Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel (Bron: Provincie Overijssel)

Toetsing van het initiatief aan het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel

Wanneer het concrete initiatief wordt getoetst aan de Omgevingsvisie Overijssel ontstaat globaal het volgende beeld. 5.2.4.1 Of – Generieke beleidskeuzes De beleidskeuzes uit de Omgevingsvisie zijn doorvertaald in regels van de Omgevingsverordening. Voor dit plan zijn onderstaande artikelen uit de verordening van belang. Artikel 4.30 Nieuwe recreatiewoningen Omgevingsplannen staan alleen toe dat nieuwe recreatiewoningen worden gerealiseerd als: a) er sprake is van een innovatief concept; b) verzekerd is dat recreatiewoningen bedrijfsmatig geëxploiteerd en verhuurd worden; en c) de recreatiewoningen in de vorm van een complex van recreatiewoningen worden gerealiseerd. Artikel 4.33 Verbod op permanente bewoning In een omgevingsplan dat betrekking heeft op recreatiewoningen en recreatieverblijven worden regels opgenomen die permanente bewoning daarvan uitsluiten.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

18

Tam-Omgevingsplan 10 Raarhoeksweg 47 a, b en c Raalte Vastgesteld Toetsing aan artikel 4.30 en 4.33 Er is sprake van een innovatief concept omdat de recreatiewoningen onderdeel uit maken van een verbreding van het agrarisch bedrijf met nieuwe functie. De koppeling tussen recreatie, natuurbeleving en gezonde voeding draagt bij aan een onderscheidend profiel ten opzichte van andere recreatieparken. Initiatiefnemer wil namelijk verschillende unieke verblijfsarrangementen aanbieden. Zo is het mogelijk voor gasten om onder begeleiding mee te helpen op de boerderij of een coaching sessie te boeken. Daarnaast kunnen de gasten gezond en duurzaam geproduceerd voedsel afnemen van de boerderij. Dit alles wordt gedaan vanuit het uitgangspunt om mensen beter bewust te maken van de herkomst van hun voedsel en een gezonde leefstijl. Gasten die in de recreatiewoningen verblijven kunnen letterlijk proeven en ervaren wat de meerwaarde is van een regeneratief voedselsysteem. Daarmee gaat het voornemen uit van een recreatieconcept dat in de provincie Overijsel (maar ook landelijk) zeer onderscheidend is. Aan de overige 2 voorwaarden wordt ook voldaan omdat de recreatiewoningen onderdeel uitmaken van het agrarisch bedrijf. In de regels van dit TAM-omgevingsplan is ook vastgelegd dat permanente bewoning niet is toegestaan.

Daarnaast worden er meerdere recreatiewoningen gerealiseerd waardoor er sprake is van een complex. 5.2.4.2 Ontwikkelingsperspectieven Het plangebied ligt binnen het ontwikkelingsperspectief ‘Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap’ (zie afbeelding 5.2). Dit ontwikkelingsperspectief richt zich op het in harmonie met elkaar ontwikkelen van de diverse functies in het buitengebied. Aan de ene kant melkveehouderij, akkerbouw en opwekking van hernieuwbare energie als belangrijke vormen van landgebruik. Aan de andere kant gebruik voor natuur, recreatie, wonen en andere bedrijvigheid. Het karakter van het gebied is een mix van meerdere functies. Het gebied is dan ook niet alleen geschikt voor agrarische functies, maar ook voor bijvoorbeeld recreatie. Het voorgenomen initiatief sluit daarmee goed aan op het ontwikkelingsperspectief.

Afbeelding 5.2

Uitsnede ontwikkelingsperspectief (Bron: provincie Overijssel)

5.2.4.3 Gebiedskenmerken Ten slotte is de vraag hoe het initiatief ingepast kan worden in het landschap. De gebiedskenmerken spelen een belangrijke rol bij deze vraag. Onder gebiedskenmerken worden verstaan de ruimtelijke

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

19

Tam-Omgevingsplan 10 Raarhoeksweg 47 a, b en c Raalte Vastgesteld kenmerken van een gebied die bepalend zijn voor de karakteristiek en kwaliteit van dat gebied. Voor alle gebiedstypen in Overijssel is in de Catalogus Gebiedskenmerken beschreven welke kwaliteiten en kenmerken van provinciaal belang zijn. Op basis van gebiedskenmerken in de vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarischcultuurlandschap, stedelijke laag en laag van beleving) gelden voorwaarden voor ruimtelijke ontwikkelingen. Hieronder wordt het voornemen getoetst aan de lagen, met uitzondering van de ‘stedelijke laag’. Hiervoor gelden namelijk geen waarden ter plaatse van het plangebied. De ‘Natuurlijke laag’ De natuurlijke laag is de laag van de bodem, het reliëf, het watersysteem en de natuur die zich hier 'van nature' op vestigt. Het plangebied ligt binnen de laag 'dekzandvlakte en ruggen' en ‘Beekdalen en natte laagtes’ (zie onderstaande afbeelding).

Afbeelding 5.3

Uitsnede ‘Natuurlijke laag’ (Bron: provincie Overijssel)

‘Dekzandvlakte en ruggen’ Na de ijstijden bleef er in grote delen een reliëfrijk – door de wind gevormd – zandlandschap achter, dat gekenmerkt wordt door relatief grote verschillen tussen hoog/droog en laag/nat gebied. Soms vlak bij elkaar, soms verder van elkaar verwijderd. Als ontwikkelingen plaats vinden, dan dragen deze bij aan het beter zichtbaar en beleefbaar maken van de hoogteverschillen en het watersysteem. ‘Beekdalen en natte laagtes’ Het Overijsselse zandlandschap is van oorsprong kletsnat. In de laagtes van het zandgebied verzamelde zich het water. Hier ontwikkelden zich moerassen en broekbossen, waar het water in de loop van het seizoen geleidelijk uit weg sijpelde naar de lager gelegen delen, naar de beken en rivieren. Als ontwikkelingen plaats vinden in of in de directe nabijheid van beekdalen en natte laagtes, dan dragen deze bij aan extra ruimte voor de dynamiek van het stromende water en het vasthouden van water, aan versterking van de samenhang in het beeksysteem en aan vergroting van de zichtbaarheid, bereikbaarheid en beleefbaarheid van het water. Dit zijn uitgangspunten bij (her)inrichting. De ontwikkeling heeft betrekking op de transformatie van een bestaand agrarisch bedrijfsperceel. Hoogteverschillen zijn niet duidelijk merkbaar binnen het perceel. Hier wordt ook geen afbreuk BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

20

Tam-Omgevingsplan 10 Raarhoeksweg 47 a, b en c Raalte Vastgesteld gedaan met de ontwikkeling. Wel is aandacht voor het vasthouden van water. Bij de nieuwe recreatiewoningen wordt een retentievijver aangelegd. Ook is het de bedoeling om de bestaande mestkelder onder de te slopen jongveestal te behouden en te gebruiken voor de opslag van hemelwater. Verder is voor de ontwikkeling is een ruimtelijk kwaliteitsplan opgesteld, waarbij is gekozen voor beplanting die aansluit bij de natuurlijke laag. De ‘Laag van het agrarisch cultuurlandschap’ De laag van het agrarisch cultuurlandschap is het resultaat van de wisselwerking tussen verschillen in de natuurlijke ondergrond en de manier waarop gebieden in cultuur werden gebracht. Door de eeuwen heen is een patroon van akkers, weiden, hooiland en bebouwing (hoeven, kernen en dorpen) gegroeid. Op de locatie is het gebiedstype 'oude hoevenlandschap' van toepassing (zie onderstaande afbeelding).

Afbeelding 5.4

Uitsnede ‘Laag van het agrarisch cultuurlandschap’ (Bron: provincie Overijssel)

Het oude hoevenlandschap betreft een landschap met verspreide erven. Het werd ontwikkeld nadat de complexen met de grote essen ‘bezet’ waren en een volgende generatie boeren nieuwe ontwikkelingsruimte zocht. Die vonden ze bij kleine dekzandkopjes die individueel werden ontgonnen. Dit leidde tot een landschap dat de zelfde opbouw kent als het essenlandschap, alleen in een meer kleinschalige, meer individuele en jongere variant. Deze kleinere maat en schaal is tevens de reflectie van de natuurlijke ondergrond. Het landschap is contrastrijk met veel variatie op de korte afstand. Als ontwikkelingen plaats vinden in het oude hoevenlandschap, dan dragen deze bij aan behoud en accentuering van de dragende structuren (groenstructuur en routes) van het oude hoevenlandschap, en aan de samenhang en de karakteristieke verschillen tussen de landschapselementen. Ten behoeve van de voorgenomen ontwikkeling is een ruimtelijk kwaliteitsplan opgesteld, waarmee de kenmerken en waarden van het landschap ter plaatse worden versterkt. Het voornemen is passend binnen de laag van het agrarisch cultuurlandschap.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

21

Tam-Omgevingsplan 10 Raarhoeksweg 47 a, b en c Raalte Vastgesteld De ‘Laag van beleving’ In de laag van de beleving komen de natuurlijke, functionele en sociale processen bij elkaar. Dit is de laag die gaat over de beleefbaarheid van ruimtelijke kwaliteit, identiteit en tijdsdiepte, van recreatieve gebruiksmogelijkheden die een belangrijke rol spelen bij de waardering van de leefomgeving. Op de locatie is het gebiedskenmerk 'donkerte' van toepassing.

Afbeelding 5.5

Uitsnede ‘Laag van beleving’ (Bron: Provincie Overijssel)

De donkere gebieden zijn de gebieden waar het ‘s nachts nog echt donker is, waar je de sterrenhemel kunt waarnemen. Het zijn de relatief ‘luwe’ dun bewoonde gebieden met een lage gebruiksdruk. In de donkere gebieden wordt kunstlicht minimaal toegepast. Met het voornemen wordt een recreatieve functie toegevoegd op het erf. Hier hoort enige toename van lichtuitstraling bij. Wel zal het gebruik van kunstlicht zoveel als mogelijk beperkt worden. 5.2.5

Conclusie toetsing aan het provinciale beleid

Geconcludeerd wordt dat het initiatief in overeenstemming is met de uitgangspunten uit het provinciaal beleid zoals genoemd in de Omgevingsvisie Overijssel en is verankerd in de Omgevingsverordening Overijssel.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

22

Tam-Omgevingsplan 10 Raarhoeksweg 47 a, b en c Raalte Vastgesteld

5.3

Gemeentelijk beleid

Het gemeentelijk beleid is verwoord in tal van beleidsplannen op het gebied van wonen, gezondheid, veiligheid, goede omgevingskwaliteit en duurzaamheid als centrale thema’s gekoppeld aan maatschappelijke doelen uit artikel 1.3 van de Omgevingswet. In deze paragraaf wordt ingegaan op de omgevingsvisie en andere voor voorliggend initiatief relevante beleidsstukken. 5.3.1

Omgevingsvisie Horizon gemeente Raalte 2040

5.3.1.1 Algemeen De ‘Omgevingsvisie Horizon gemeente Raalte 2040’ is een strategisch document. Het geeft richting aan de ontwikkelingen in de fysieke leefomgeving van de gemeente Raalte. Een belangrijk onderdeel van de omgevingsvisie zijn de kernopgaven. Hierin is een driedeling gemaakt in kernopgaven voor het buitengebied, toekomstbestendige wijken en dorpen en de identiteit en regio. 5.3.1.2 Het buitengebied Het buitengebied is van oudsher de plek voor landbouw. Behalve een productielandschap is het ook een plek waar rust en natuurschoon te vinden is. In onze gemeente is dit beeld - net als in de rest van Nederland - aan het kantelen door de vele ontwikkelingen die op het landelijk gebied afkomen en deels met elkaar conflicteren. Denk aan ontwikkelingen in de landbouw (zoals stoppende boeren, schaalvergroting, vrijkomende agrarische bebouwing (VAB) en de ontwikkeling richting kringlooplandbouw), klimaatverandering, het (grootschalig) opwekken van duurzame energie, recreatie en toerisme en (niet-agrarisch) ondernemerschap. Het Raalter platteland is in beweging: het oude beeld van ons buitengebied maakt plaats voor een nieuwe toekomst, maar het is onduidelijk hoe deze toekomst er precies uit zou moeten zien.

Met betrekking tot het voornemen is ambitie 5 van de kernopgave buitengebied van belang: Wij kiezen voor kleinschalige recreatie, die past in het landschap en die aansluit op andere activiteiten in het buitengebied. In de huidige situatie zijn de recreatiebedrijven die de gemeente Raalte rijk is kwalitatief hoogwaardig en redelijk divers. Het doel is om de kwaliteit en diversiteit van de recreatieve sector te behouden. Dit past bij de ambitie om een divers buitengebied te hebben. De gemeente Raalte zet met name in op kleinschalige recreatie die aansluit op andere activiteiten in het buitengebied. Daarbij stimuleert de gemeente de diversiteit van het aanbod. Bij kleinschalige concepten denkt de gemeente bijvoorbeeld aan verblijfs- of dagrecreatieve concepten op vrijkomede erven of initiatieven die aanvullend zijn op het aanbod in de dorpen, zoals bijzondere horecaconcepten en boerderijwinkels. De gemeente ondersteunt initiatieven waarbij vrijkomende agrarische bebouwing wordt getransformeerd tot ontwikkelruimte voor de recreatieve sector. Bestaande bedrijven die kwaliteitsverbeteringen willen doorvoeren, bijvoorbeeld om te blijven aansluiten op de vraag, dan willen zij dit ondersteunen. De gemeente Raalte is op zoek naar een nieuw toekomstperspectief voor de landbouw, waarbij wordt ingezet op een toekomstbestendige landbouw én bedrijfsvoering.

De kleinschalige productie in de vorm van natuurinclusieve landbouw, waarbij wordt uitgegaan van de natuurlijke daadkracht van de bodem, is hier ook een onderdeel van. Dit heeft onder andere een positieve invloed op het aantal dieren, de stikstofdepositie en de bodemkwaliteit. De gemeente Raalte vindt het belangrijk dat er ruimte wordt geboden aan dergelijke initiatieven. Daarbij gaat de gemeente uit van een hyperdivers buitengebied, waar toekomstbestendigheid op het gebied van biodiversiteit, watersystemen, klimaatbestendigheid en bodemkwaliteit centraal staat. Nieuwe ontwikkelingen dienen waarde toe te voegen. Niet alleen voor de huidige generatie, maar ook voor de generaties die daarna komen. 5.3.1.3 Toetsing van het initiatief aan de omgevingsvisie Het voornemen is in overeenstemming met de omgevingsvisie van de gemeente Raalte. Het initiatief zorgt ervoor dat er een innovatief, duurzaam en toekomstbestendig verdienmodel wordt gecreëerd. Hierbij wordt een multifunctioneel agrarisch bedrijfsperceel gecreëerd, waarbij naast agrarische bedrijfsactiviteiten ook ruimte voor een unieke vorm van kleinschalige verblijfsrecreatie en kennisoverdracht. De verblijfsrecreatieve voorzieningen worden daarnaast zo duurzaam mogelijk en BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

23

Tam-Omgevingsplan 10 Raarhoeksweg 47 a, b en c Raalte Vastgesteld zoveel mogelijk circulair gerealiseerd. In de gemeente Raalte is nog geen vergelijkbaar recreatief bedrijf, waardoor het concept onderscheidend is. 5.3.2

Beleidsnota Erven in beweging 2023

5.3.2.1 Algemeen In de periode 2018 – 2030 komt naar verwachting ca. 348.000 m2 agrarische bebouwing vrij door bedrijfsbeëindiging van agrarische bedrijven. Om te voorkomen dat op grote schaal leegstand ontstaat bevat de beleidsnota ‘Erven in beweging’ een aantal aanvullende mogelijkheden/instrumenten om leegstand tegen te gaan. De gemeente Raalte zet in op sloop en hergebruik. Enerzijds om de ruimtelijke kwaliteit van het buitengebied te versterken. Anderzijds om een levendig buitengebied te houden waarin gewoond en gewerkt kan worden. In voorliggend geval zijn de regels uit paragraaf 3.2 (schuur voor schuur-regeling) en paragraaf 3.5 (een bedrijf starten op een vrijkomend erf) van de beleidsnota van toepassing. 5.3.2.2 Schuur voor schuur-regeling Met de Schuur voor Schuur-regeling wil de gemeente ontwikkelwensen inzetten om sloop aan te jagen, mits de ontwikkeling passend is/blijft in het buitengebied van de betreffende locatie. Met de ‘schuur voor schuur-regeling’ is het mogelijk bij woningen of ten behoeve van niet-agrarische bedrijvigheid in het buitengebied meer te bouwen dan het bestemmingsplan nu toelaat, mits (elders) in het buitengebied een veelvoud aan m2 wordt gesloopt. Hierbij gelden de volgende sloopverhoudingen:

5.3.2.3 Een bedrijf starten op een vrijkomend erf Het huidige bestemmingsplan Buitengebied (tegenwoordig onderdeel van het tijdelijke Omgevingsplan) bevat al flexibel ingestelde regelingen die veel ruimte voor maatwerk geven. Dit bestaande beleid is in het kort: 1. Een aantal veelvoorkomende activiteiten met beperkt ruimtelijk effect zijn ‘bij recht’ (zonder toestemming gemeente) mogelijk in bestaande gebouwen. Denk aan caravanstalling, B&B, boerderijwinkels en dienstverlenende eenmansbedrijfjes aan huis. 2. Kleinschalige activiteiten zijn via een korte procedure mogelijk. Denk aan minicampings, plattelandskamers (verblijfsrecreatie) en andere bedrijvigheid waarbij per activiteit maximaal 250m2 aan gebouwen wordt gebruikt. In die gevallen blijft de onderliggende bestemming een woonbestemming (of agrarisch, indien het een nevenactiviteit bij een agrarisch bedrijf is). Bij een combinatie van nevenfuncties mag maximaal 850m2 worden gebruikt. 3. Grotere ontwikkelingen waarbij een volwaardig nieuw bedrijf zich in leegstaande bebouwing vestigt, zijn via een zwaardere procedure mogelijk. Er wordt niet gewerkt met een lijst met gewenste of ongewenste bedrijfsactiviteiten. Aan de hand van de ruimtelijke effecten van het bedrijf - bijvoorbeeld de geluidsproductie en het verkeer dat op het bedrijf af komt -

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

24

Tam-Omgevingsplan 10 Raarhoeksweg 47 a, b en c Raalte Vastgesteld wordt beoordeeld of een bedrijf passend is in het buitengebied en op de betreffende locatie. Er geldt in beginsel geen maximum omvang indien bestaande gebouwen worden gebruikt. De beleidsnota Erven in beweging vult hierop aan dat bebouwing 1:1 worden vervangen van met een maximum van 500m2, mits een significante kwaliteitsverbetering op het erf plaatsvindt. Dit om kwaliteitsverbeteringen bij bedrijven die al gevestigd zijn in voormalige agrarische bebouwing, of zich willen vestigen in VAB, beter te faciliteren. 5.3.2.4 Toetsing initiatief aan de Beleidsnota Erven in beweging 2023 Schuur voor schuur-regeling: Recreatiewoningen In voorliggend geval worden 12 nieuwe recreatiewoningen gerealiseerd. De recreatiewoningen worden gezien als nieuw verdienmodel voor het agrarisch bedrijf. De recreatiewoningen worden als passende nieuwe functie beoordeeld, onder andere vanwege de ligging naast de Flierefluiter. De recreatiewoningen kunnen worden gezien als een aanvulling op recreatie en toerisme. De recreatiewoningen passen niet binnen de regels van het tijdelijk omgevingsplan (onderdeel bestemmingsplan Buitengebied Raalte). Daarom wordt getoetst aan de voorwaarden uit Erven in beweging. De extra oppervlakte aan bebouwing voor de recreatiewoningen kan onderbouwd worden op basis van de schuur voor schuur-regeling.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Raalte&id=5f117e2b-86e8-4c5f-9215-d2549eaa5cb3