CConstaterende datRaalte
Koppel je AI →
Document · PDF

MER TIJS Heeten b.v. 22-mei-2024-zonder bijlagen

Raadsvergadering 18 juli 2024, gemeente RaalteBij agendapunt: Vaststellen ontwerpverklaring van geen bedenkingen voor uitbreidingsplannen varkenshouderij Heetenseweg 9a-9c, Heeten (bespreekstuk)30.123 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

Het verhoogd uitvoeren van alle emissiepunten van de stallen;

•

Het verhogen van de uittreedsnelheid van alle emissiepunten van de stallen;

•

Het toepassen van een aanvullende emissiearm stalsysteem (ICV) in de kelders van de nieuw te bouwen stallen voor vleesvarkens (stal 6 en 7).

Combi-MER –Tijs Heeten b.v., Heetenseweg 9a te Heeten 87

Voornoemde komt voort uit de doelstelling om in de gewenste situatie ten opzichte van de omgeving, omliggende woningen en nabijgelegen natuurgebieden (NNN en N2000 Boetelerveld), ondanks dat sprake is van een vergroting van het aantal dieren en de mate bebouwing, een afname van de geurbelasting en een afname van de ammoniakemissie/stikstofdepositie te bewerkstelligen. In de gewenste situatie wordt ter plaatse van het maatgevende N2000 gebied Boetelerveld ten aanzien van de stikstofdepositie een afname van 2,21 mol (- 33,4% / zie paragraaf 6.4.4) bewerkstelligd. Ter plaatse van de maatgevende woning van derden wordt in de gewenste situatie een afname van de geurbelasting bewerkstelligd van 5,0 OU (- 32,1% / zie paragraaf 6.5.1). Deze “vrijkomende” milieubelasting / stikstofrechten worden in het kader van de KGO niet (elders) aangewend voor bedrijfsontwikkeling. Door de beschreven investeringen in de stallen t.b.v. van de omwonenden & omgeving, het landschap (erfopzet & compensatie), uitvoering stallen volgens de best beschikbare technieken / eisen en het bouwplan (kleurstelling/uitvoering stallen) kan worden gesteld dat door Tijs Heeten b.v. een ruime (maatschappelijke) bijdrage wordt geleverd. Gelet op voornoemde voldoet het beoogde project en bijbehorende bouwplan aan de gestelde voorwaarden behorende bij het KGO-beleid van de provincie Overijssel en de gemeente Raalte.

Als gevolg van deze investeringen kan worden gesteld dat, ondanks een toename van de bebouwing (ruimtebeslag) en aantal dieren, er sprake is van een meerwaarde voor de omgeving & landschap van onderhavige varkenshouderij.

5.4

OVERIGE RUIMTELIJKE ASPECTEN

5.4.1

Archeologie & cultuurhistorie

Archeologie De Monumentenwet 1988 is per 1 juli 2016 vervallen. Een deel van de wet is op deze datum overgegaan naar de Erfgoedwet. Het deel dat betrekking heeft op de besluitvorming in de fysieke leefomgeving gaat over naar de Omgevingswet, wanneer deze op 1 januari 2024 in werking treedt. Vooruitlopend op de datum van ingang van de Omgevingswet zijn deze artikelen te vinden in het Overgangsrecht in de Erfgoedwet, waar ze ongewijzigd van toepassing blijven zolang de Omgevingswet nog niet van kracht is. Als blijkt dat in het plangebied behoudenswaardige archeologische vindplaatsen aanwezig zijn, dan kan de initiatiefnemer verplicht worden hiermee rekening te houden. Dit kan leiden tot een aanpassing van de plannen, waardoor de vindplaatsen behouden blijven, of tot een archeologische opgraving en publicatie van de resultaten. Gronden binnen het plangebied zijn op basis van het geldende bestemmingsplan Buitengebied Raalte voorzien van de dubbelbestemmingen 'Waarde - Archeologie 1, 2 & 3'. Binnen deze dubbelbestemmingen geldt een archeologische onderzoeksplicht bij werkzaamheden c.q. realisatie van gebouwen en bouwwerken. Combi-MER –Tijs Heeten b.v., Heetenseweg 9a te Heeten 88

De locatie Heetenseweg 9a te Heeten is niet voorzien van een dubbelbestemming “WaardeArcheologie”. Ter plaatse zijn derhalve geen archeologische waarden te verwachten en geldt geen onderzoeksverplichting. Wel geldt bij de uitvoering de bodemingrepen voor de realisatie van de gewenste bedrijfsopzet een algemene zorgplicht ten aanzien van archeologische waarden. Mochten dergelijke archeologische restanten ter plaatse worden aangetroffen dan dient hiervan melding te worden gemaakt. Cultuurhistorie Onder cultuurhistorische waarden worden alle structuren, elementen en gebieden bedoeld die cultuurhistorisch van belang zijn. Zij vertellen iets over de ontstaansgeschiedenis van het Nederlandse cultuurlandschap. Vaak is er een sterke relatie tussen aardkundige aspecten en cultuurhistorische aspecten. In de Bro is sinds 1 januari 2012 (artikel 3.1.6, vijfde lid, onderdeel a) opgenomen dat bij het vaststellen van een plan “een beschrijving van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden” dient te bevatten. Er bevinden zich in het beoogde plangebied zelf geen rijks- dan wel gemeentelijke monumenten. In het plangebied of in de directe nabijheid van het plangebied is er geen sprake van bijzondere cultuurhistorische waarden.

Gesteld wordt dat het aspect cultuurhistorie geen belemmering vormt voor de uitvoering van het project. 5.4.2 Watertoets & waterbergingsgebied Door de invoering van de Kaderrichtlijn Water is Nederland verdeeld in vijf deelstroomgebieden. Het deelstroomgebied Rijn-Oost wordt beheerd door de Waterschappen Drents Overijsselse Delta, Reest en Wieden, Regge en Dinkel, Rijn en IJssel en Velt en Vecht. Om te voldoen aan de eisen van de Kaderrichtlijn Water hebben deze Waterschappen de afgelopen jaren intensief samengewerkt met elkaar en met andere partners. Gevolg van deze samenwerking is een grotendeels gemeenschappelijk waterbeheerplan. De waterbeheerplannen beschrijven het beleid van de vijf Waterschappen in Rijn-Oost. De hoofdthema's zijn: het waarborgen van veiligheid, het watersysteembeheer en het ontwikkelen van de afvalwaterketen. Ook opgenomen zijn de maatregelen voor het uitvoeren van de Kaderrichtlijn Water (KRW) en Waterbeheer 21e eeuw. De Waterschappen hebben voor het uitvoeren van de KRW-maatregelen een resultaatsverplichting. Het beleid van waterschap Drents Overijsselse Delta, is beschreven in het Waterbeheerplan en de Beleidsnotitie stedelijk waterbeheer Water Raakt!. De plannen omvatten ook een uitvoeringsprogramma op hoofdlijnen. De plannen worden verder vormgegeven en uitvoeren in dialoog en in samenwerking met alle betrokken partijen.

Om alle uitdagingen het hoofd te kunnen bieden is er naast aandacht voor water vooral ook ruimte voor water nodig om in de toekomst West-Overijssel veilig en leefbaar te houden. Het Waterschap Drents Overijsselse Delta heeft meer ruimte voor water nodig om wateroverlast en verdroging te voorkomen waarbij natuurwaarden zich kunnen ontwikkelen. Met de uitvoering van het programma Ruimte om te leven met water wordt gestreefd naar realisatie.

Combi-MER –Tijs Heeten b.v., Heetenseweg 9a te Heeten 89

Uitvoering heeft de komende jaren prioriteit, vooral van de Kaderrichtlijn water maatregelen waarvoor een resultaatsverplichting geldt. Deze uitvoering vraagt na inrichting van het nieuwe watersysteem om een aangepast beheer en onderhoud. Om ook op de lange termijn doelmatig gestalte te kunnen geven aan het afvalwaterketenbeheer worden nieuwe (zuiverings)technologieën en werkwijzen ontwikkeld en doorgevoerd. Het Waterplan is een beleidsdocument waarin al het water binnen de gemeentegrenzen van Raalte integraal benaderd wordt. Door deze integraliteit vormt het Waterplan een sterke basis voor het streven naar een duurzaam, toekomstgericht watersysteem. Het Waterplan biedt daarnaast een waterkader voor alle beleidsvelden die raken aan het waterbeheer. Het Waterplan heeft geen wettelijke basis, maar vormt een functioneel beleidsdocument. Het Waterplan richt zich op zowel het watersysteem binnen de bebouwde kernen van de gemeente Raalte als daarbuiten. Het watersysteem buiten de bebouwde kernen is eveneens opgenomen in het waterbeheerplan van Waterschap Drents Overijsselse Delta. De projectlocatie ligt in het stroomgebied Sallandse weteringen. Rond het plangebied liggen primaire A-watergangen (kanaal aan de westzijde + sloot aan de noordzijde) in het beheer van het Waterschap Drents Overijsselse Delta.

Figuur 31: Legger oppervlaktewateren / A-watergangen (bron: Waterschap Drents Overijsselse Delta)

Watersysteem Aan- en afvoer van voldoende water, waarborg van de waterkwaliteit en ruimte voor water.

Combi-MER –Tijs Heeten b.v., Heetenseweg 9a te Heeten 90

• Watergangen: Het project ligt niet een beschermingszone van een primaire A-watergang en/of secundaire Bwatergang van het Waterschap Drents Overijsselse Delta. o Primaire A-watergangen (>25 L/s afvoer gedurende gemiddeld 1 tot 2 dagen per jaar): watergangen waar het waterschap verantwoordelijk is voor de inrichting en het onderhoud. o Secundaire B-watergangen (>10 L/s afvoer en <25 L/s gedurende gemiddeld 1 tot 2 dagen per jaar): waterschap is verantwoordelijk voor de inrichting en het beheer, maar de grondgebruikers zijn verantwoordelijk voor het onderhoud (eigenaar is onderhoudsplichtig). In de B-watergangen is een bepaalde vorm van toezicht door het waterschap mogelijk (schouw). o C-watergangen: hier zijn de grondgebruikers verantwoordelijk voor de inrichting en ze doen zelf het onderhoud. Er geldt geen onderhoudsverplichting en het waterschap houdt geen toezicht of onderhoud goed wordt uitgevoerd. Wijzigingen aan het watersysteem Dempen of graven wateren: In de gewenste situatie worden watergangen gegraven en/of gedempt. Waterveiligheid Beschermen van inwoners tegen overstromingen van binnendijkse gebieden. Waarborgen van het veiligheidsniveau van dijken en beperken van gevolgen overstromingen door een water robuuste inrichting. In de omgeving van de bedrijfslocatie ligt een regionale kering. Deze kering heeft geen beperkingen voor het project.

Wateroverlast Bij kortstondige buien van geringe of enige intensiteit mag hemelwater dat niet lokaal kan worden verwerkt worden afgevoerd, zonder dat dit leidt tot water-op-straat of wateroverlast benedenstrooms van het plangebied. Bij extreme kortstondige buien, verblijft water voor korte tijd op het maaiveld, zonder dat dit tot overlast leidt. De ontwikkelaar houdt rekening met de randvoorwaarden die zowel het waterschap als de gemeente stelt aan het voorkomen van wateroverlast. Er wordt rekening gehouden met de randvoorwaarden die gemeenten stellen aan: •

het benutten, lokaal verwerken of vertraagd afvoer van hemelwater op percelen en in de openbare ruimte;

•

het gescheiden houden van hemelwater;

•

de capaciteitseisen voor de afvoer van hemelwater.

Compensatie nieuwbouw uitbreidingslocaties •

Bij deze beoordeling is rekening gehouden met minimaal 10% meer neerslag in 2050;

Combi-MER –Tijs Heeten b.v., Heetenseweg 9a te Heeten 91

•

Ontwerp in de dagelijkse beheersituatie: Hoe hoog het waterpeil kan stijgen is afhankelijk van de beschikbare ruimte voor water en de toegestane afvoer. Om ervoor te zorgen dat bij nieuwe ruimtelijke plannen de versnelde afvoer van water naar het omliggende gebied wordt beperkt, hanteren we een afvoernorm. De te hanteren afvoernorm voor een situatie die 1 of 2 dagen per jaar optreedt is gemiddeld 0,8 l/s/ha. • Toetsbui voor extreme neerslagsituatie: Het watersysteem wordt getoetst op basis van een hoeveelheid neerslag die eens in de 100 jaar wordt overschreden. Er wordt rekening gehouden met een bui van 111 mm in 48 uur. De toegestane afvoer in deze neerslagsituatie is 1,6 L/s/ha. Onderstaande tabel toont aan dat STOWA statistieken op basis van deze uitgangspunten leiden tot een bergingsopgave van 80 mm. Neerslagstatistiek Klimaatscenario Afvoer (L/s/ha) T=1 Afvoer (L/s/ha) T=100 (maatgevend) Maatgevende buiduur (uur) Totale neerslaghoeveelheid (mm) Afvoer via oppervlaktewater (mm) Berging dak/straat/etc (mm) Benodigde berging (mm)

Statistiek volgens Stowa rapport 2015-10 Huidig klimaat +10% 0,8 1,6 48 111 (100,9*1,1) 28 3 80

Tabel 1: Overzicht van hoeveelheden en benodigde berging

In de gewenste situatie omvat de toename van het verharde oppervlakte in totaal 15.074 m2. Het vrijkomende hemelwater van deze verharding wordt ter plaatse geborgd en kan vervolgens ter plaatse infiltreren. Hiervoor worden ten behoeve van het project een opvangsloot en 2 opvangvijvers gerealiseerd. Deze opvangvoorzieningen hebben een gezamenlijke oppervlakte van 1.550 m2. Hierbij is een “worst-case” buffer van minimaal 0,8 meter als uitgangspunt gehanteerd. Uit de grondwatertrappenkaart van het Waterschap (Waterbeheerprogramma 2022-2027) blijkt dat in omgeving sprake is van een relatief hoge grondwaterstand. De gemiddelde hoogte van het grondwater (GHG) bedraagt 25-40 cm. en de gemiddelde laagste hoogte van het grondwater (GLG) bedraagt > 120 cm. Uit het uitgevoerde bodemonderzoek is gebleken dat de grondwaterstand ter plaatse van de beoogde nieuwe stalruimte (maart 2021) 87 cm. bedroeg. De bedrijfslocatie van Tijs Heeten is echter verhoogd uitgevoerd. Bij de realisatie van de bestaande stallen en bedrijfsgebouwen/-woningen is namelijk het peil aangehouden ten opzichte van de naastgelegen Heetenseweg. Deze provinciale weg is, onder meer vanwege het naastgelegen kanaal, veel hoger gelegen dan de omliggende percelen. Ook bij de realisatie van de nieuwe stallen bouwwerken wordt het (verhoogde) peil van de Heetenseweg gehanteerd.

Als gevolg van voornoemde bedraagt de gemiddelde hoogte van het grondwater (GHG), gemeten vanaf het peil op de bedrijfslocatie (voorerf), ongeveer 100-120 cm. Op basis van een buffercapaciteit van minimaal 80 cm. heeft de opvangvoorziening (opvangvijvers en opvangsloot) een minimale capaciteit van 1.240 m3 en voldoet aan de gestelde voorwaarde van (15.074 m2 x 80 mm =) 1.205 m3.

Combi-MER –Tijs Heeten b.v., Heetenseweg 9a te Heeten 92

Figuur 32: opvangvoorzieningen hemelwater (bron VanWestreenen Adviseurs)

Grondwateroverlast: Ter plaatse kan incidenteel grondwateroverlast plaatsvinden. De nieuwe stalruimtes worden hiertoe voorzien van vloeistofdichte-/mestdichte betonkelders. Daarnaast worden de nieuwe stallen verhoogd uitgevoerd (10 cm boven bestaande bebouwing / ong. 40-50 cm. boven peil). Primair watergebied Overijssel: De primaire watergebieden, zijn door de provincie Overijssel aangewezen als ruimte voor natuurlijke waterberging in extreme situaties om stedelijk gebied te beschermen tegen wateroverlast. Ze worden ruimtelijke beschermd en dienen vrijgehouden te worden van ontwikkelingen die de wateropvangfunctie belemmeren. Deze gebieden zijn relatief laaggelegen en lopen bij extreme neerslag vanzelf onder water. De kuubs die verloren gaan door ophoging van een plangebied moeten elders in het gebied (grenzend aan het huidige waterbergingsgebied) worden gecompenseerd zodat het als zodanig gaat functioneren als waterberging. In overleg met de gemeente moet goed worden gekeken hoe dit planologisch verankerd moet worden. De locatie Heetenseweg 9a is deels gelegen in een gebied dat is aangeduid als “waterbergingsgebied”. Dit gebied valt aan de noordoostzijde van het erf gedeeltelijk over de bestaande bebouwing en bouwvlak alsmede is de beoogde uitbreiding ook gedeeltelijk gelegen in dit bergingsgebied. Zie navolgend figuur.

Combi-MER –Tijs Heeten b.v., Heetenseweg 9a te Heeten 93

Figuur 33: situering waterbergingsgebied (bron: ruimtelijkeplannen.nl)

De volgende gebouwen en bouwwerken inclusief verhardingen worden in het waterbergingsgebied gerealiseerd - mestsilo (gedeeltelijk): 475m² - Loods: 150m² - Verlenging biggenstal + stalruimte vleesvarkens (ged.): 8.072m² - Verharding: 1.577m² Totaal: 10.274m² In totaal wordt derhalve 10.274 m2 aan bebouwing/verharding gerealiseerd in het aangeduide waterbergingsgebied. Dit gebied ligt ten opzichte van de omgeving relatief hoog. Tijs Heeten b.v. beschikt in de (directe) omgeving over diverse percelen landbouwgrond. Onder meer aan de noordoostzijde liggen lager gelegen percelen akkerbouwgrond. Ter compensatie van de genoemde bebouwing wordt voorgesteld om het waterbergingsgebied op eigen grond te compenseren, door het genoemde lager gelegen perceel aan de noordoostzijde met een omvang van 15.000 m2 toe te voegen aan het waterbergingsgebied. Bij de voorschriften van de te verlenen omgevingsvergunning wordt de uitbreiding van dit waterbergingsgebied als voorwaarde toegevoegd. Met het ruim opnemen en vastleggen van het besluitvlak op ruimtelijkeplannen.nl en/of na 1 januari 2024 in het Digitaal Stelsel Omgevingswet wordt geborgd dat de compensatie van het waterbergingsgebied juridisch is opgenomen.

Combi-MER –Tijs Heeten b.v., Heetenseweg 9a te Heeten 94

De Gemeenteraad van Raalte kan dit gebied bij een eerstvolgende wijziging van het geldende bestemmingsplan dan wel het op te stellen Omgevingsplan als zodanig aanmerken. Als gevolg van deze vergroting van het waterbergingsgebied met een lager gelegen perceel, wordt de aanwezige buffer voor hemelwater niet belemmerd en ruimschoots / afdoende gecompenseerd. Voornoemde is in navolgende figuur met een rode pijl alsmede op de situatieschets behorende bij bijlage 15 weergegeven.

Figuur 34: compensatie waterbergingsgebied (bron: VanWestreenen Adviseurs)

Waterkwaliteit Het watersysteem wordt zo ontworpen dat het geen risico’s voor de volksgezondheid creëert en voldoende schoon is voor mensen, planten en dieren. In de gewenste situatie wordt geen watersysteem gerealiseerd c.q. vindt geen lozing op het oppervlaktewater plaats. De opvang van het hemelwater in de gewenste situatie ten behoeve van o.a. de flora en fauna wordt geïntegreerd in de landschappelijke inpassing. Riolering/afvalwater In het projectgebied is geen riolering (vuilwater en/of hemelwater) aanwezig. In de huidige en gewenste situatie wordt bedrijfsafvalwater van huishoudelijke aard (beide bedrijfswoningen) geloosd op de bodem via een IBA (2 x 6 m3). Het bedrijfsafvalwater (schoonmaken van de stallen, spoelplaats etc.) wordt opgevangen in de mestkelders en vervolgens als meststof afgevoerd en uitgereden op landbouwgronden. Het spoelwater van de waterpomp en ontijzeringsinstallatie wordt in de gewenste situatie ongewijzigd geloosd op de sloot ten oosten van de inrichting. Deze lozing bedraagt conform opgave van de leverancier (Remon Service b.v.) in de gewenste situatie ongeveer 25 m3 per maand.

Combi-MER –Tijs Heeten b.v., Heetenseweg 9a te Heeten 95

Externe werking ruimtelijk plan Beschermen en handhaven grond- en oppervlaktewatersysteem om nadelige gevolgen op de omgeving te voorkomen. In de gewenste situatie / projectfase worden de waterstanden binnen het in te richten gebied tijdens of na het bouwrijp maken niet structureel verlaagd. Voor een eventuele tijdelijke grondwateronttrekking (bronbemaling) wordt ten behoeve van de realisatie een melding op grond van de Waterwet ingediend bij het Waterschap. Watertoets Het doel van de watertoets is te garanderen dat waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op een evenwichtige wijze in het plan worden afgewogen. Deze waterhuishoudkundige doelstellingen betreffen zowel de waterkwantiteit (veiligheid, wateroverlast, tegengaan verdroging) als de waterkwaliteit (riolering, omgang met hemelwater, lozingen op oppervlaktewater). Ten behoeve van onderhavig project is op 25 januari 2023 via het digitale loket een aanvraag “digitale watertoets” ingediend bij Waterschap. De uitdraai van deze toets is als bijlage 18 toegevoegd. Grondwater Ten behoeve van de drinkwatervoorzieningen, luchtwassers en schoonmaakwerkzaamheden wordt gebruik gemaakt van grondwater. Met behulp van een eigen bron wordt het grondwater op een diepte van maximaal 50 meter opgepompt.

De locatie aan de Heetenseweg is gelegen in een waterbergingsgebied en ter plaatse is sprake van een relatief hoge grondwaterstand en kwelwater. In de gewenste situatie zal extra grondwater worden opgepompt t.b.v. de nieuwe stallen voor het houden/huisvesten van de vleesvarkens. Gelet op de (ruime) beschikbaarheid van grondwater alsmede de diepte op welke deze relatief kwantitatieve geringe hoeveelheden worden opgepompt, behoeft voor negatieve gevolgen als gevolg van deze aanvullende grondwateronttrekking niet te worden gevreesd. Voor de opvang van hemelwater zijn ter plaatse geen voorzieningen aanwezig. Daarnaast is het in verband met de ontwikkeling van bacteriën, dierziekten / besmettingsgevaar etc. niet wenselijk om hemelwater (stilstaand water) langdurig op te slaan in een voorziening. Het toepassen van hemelwater als alternatief voor grondwater wordt derhalve niet wenselijk en haalbaar geacht. 5.4.3 Flora en Fauna In de Wet natuurbescherming staan beschermingsregels voor de Nederlandse natuurgebieden en planten- en diersoorten. Vanwege de inwerkingtreding van deze wet op 1 januari 2017 zijn de Floraen faunawet, de Natuurbeschermingswet en de Boswet komen te vervallen. Zowel soortenbescherming als gebiedsbescherming zijn nu in de Wet natuurbescherming geregeld.

Op onderhavige locatie is een Quick scan (natuurtoets) flora & fauna uitgevoerd ten aanzien van de soortenbescherming en gebiedsbescherming (o.a. NNN). Het volledige rapport is bijgevoegd als bijlage 16. De belangrijkste conclusies uit het onderzoek zijn hierna opgenomen:

Combi-MER –Tijs Heeten b.v., Heetenseweg 9a te Heeten 96

Conclusies op basis van de uitgevoerde QuickScan Flora en Fauna: De voorgenomen activiteiten worden gezien als ‘ruimtelijke ontwikkeling’. Voor een aantal algemeen voorkomende en talrijke faunasoorten geldt in Overijssel een vrijstelling van de verbodsbepalingen ‘doden’, en het opzettelijk ‘verstoren, beschadigen en vernielen van rust- en voortplantingsplaats’, als gevolg van werkzaamheden die in het kader van een ruimtelijke ontwikkeling worden uitgevoerd. Voor beschermde soorten die niet op deze vrijstellingslijst staan, is een ontheffing vereist om ze te mogen verstoren of te doden en om opzettelijk de vaste rust- en voortplantingsplaats te mogen beschadigen en te vernielen. Afhankelijk van de status van de beschermde soorten, kan soms ook gewerkt worden conform een door de Minister goedgekeurde, en op de situatie toepasbare, gedragscode. In het kader van de zorgplicht moet rekening worden gehouden met alle in het plangebied aanwezige planten en dieren en moet er gekozen worden voor een werkmethode en/of planning in de tijd, waardoor planten en dieren zo min mogelijk schade ondervinden als gevolg van de voorgenomen activiteiten. Het plangebied behoort niet tot het Natuurnetwerk Nederland of Natura 2000-gebied.

Vanwege de ligging buiten het Natuurnetwerk Nederland, leiden de voorgenomen activiteiten niet tot wettelijke consequenties, omdat de bescherming van het Natuurnetwerk Nederland geen externe werking kent in Overijssel.

Combi-MER –Tijs Heeten b.v., Heetenseweg 9a te Heeten 97

De inrichting en het gevoerde beheer maken het plangebied niet tot een geschikte groeiplaats voor beschermde plantensoorten, maar wel tot geschikt functioneel leefgebied voor verschillende beschermde dieren. Beschermde diersoorten benutten het plangebied hoofdzakelijk als foerageergebied, maar mogelijk bezetten beschermde grondgebonden zoogdieren er een vaste rusten voortplantingsplaats en bezetten amfibieën er een (winter)rustplaats. Vleermuizen bezetten geen vaste rust-of voortplantingsplaats in het plangebied en er nestelen geen vogels. Als gevolg van de voorgenomen activiteiten wordt mogelijk een beschermd grondgebonden zoogdier en amfibie gedood en wordt mogelijk een vaste (winter)rust- en/of voortplantingsplaats van een beschermd grondgebonden zoogdier en amfibie beschadigd en vernield. Voor de beschermde grondgebonden zoogdier- en amfibieënsoorten, die een vaste (winter)rust- en/of voortplantingsplaats in het plangebied bezetten, en die mogelijk gedood worden, geldt een vrijstelling van de verbodsbepalingen `doden’ en het `beschadigen/vernielen van vaste rust- en voortplantingsplaatsen’. Door het bebouwen en verharden van een deel van het plangebied, neemt de betekenis van het plangebied als foerageergebied voor verschillende beschermde dieren af. Dit leidt echter niet tot wettelijke consequenties.

Uit de uitgevoerde quickscan blijkt dat het aspect flora en fauna geen belemmeringen oplevert voor de voorgenomen ontwikkeling. Wel is geconcludeerd dat een stikstofberekening dient te worden uitgevoerd. Voor deze berekening en de conclusies wordt verwezen naar paragraaf 6.4 (Ammoniak). 5.4.4 Bodem Ter plaatse van de beoogde nieuwe stalruimte is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. Uit dit onderzoek is het volgende gebleken: De onderzoekslocatie bestaat uit grasland. In zowel de bovengrond (BM1 en BM2) als in de ondergrond (OM1 en OM2) zijn geen verhogingen aangetroffen. In de grondwatermonsters (PB1 WM1 en PB3 WM1) zijn lichte verhogingen barium aangetroffen. In het grondwatermonster (PB2 WM1) zijn lichte verhogingen barium en nikkel aangetroffen. Tevens is in het grondwatermonster (PB1 WM1) de concentratie nikkel verhoogd aangetroffen ten opzichte van de tussenwaarde. Naar aanleiding van deze verhoging is de bestaande peilbuis opnieuw bemonsterd. Uit het analysecertificaat van het her-monster (PB1 HER Ni) blijkt dat er een lichte verhoging nikkel is aangetroffen in het grondwater. De verhoging nikkel in het grondwatermonster (PB1 WM1) geeft formeel aanleiding voor het laten uitvoeren van een nader onderzoek. Echter zijn er naar onze mening een aantal redenen om af te zien van een nader onderzoek: •

In het her-monster van de bestaande peilbuis is slechts een lichte verhoging nikkel aangetroffen;

• •

Er is geen eenduidige bron voor de verhoging aan te wijzen; Zware metalen worden vaker verhoogd aangetroffen in het grondwater en kunnen van nature verhoogd voorkomen.

Combi-MER –Tijs Heeten b.v., Heetenseweg 9a te Heeten 98

Tevens kunnen zware metalen in concentratie sterk fluctueren. Algemeen Als grond van de locatie vrijkomt, moet er rekening mee worden gehouden dat deze niet zonder meer elders toepasbaar is. Op hergebruik van grond is het “Besluit bodemkwaliteit” van toepassing. De toepassing van grond elders moet worden gemeld via het ‘meldpunt bodemkwaliteit’. De kwaliteit van de bodem en grondwater vormt geen beperking voor het realiseren van nieuwe stalruimte voor dieren. Het betreffende rapport is als bijlage 17 toegevoegd. 5.4.5 Grond Op het noordelijke deel van het erf worden 2 nieuwe stallen voor het houden van vleesvarkens gerealiseerd. Deze nieuwe stallen worden voorzien van relatief ondiepe kelders vanwege de toepassing van het zgn. ICV systeem. Vanwege het (hoge) grondwaterpeil ter plaatse, wordt de nieuwe stalruimte in aansluiting op de bestaande stalruimte ruim boven het maaiveld gerealiseerd. Bij de beoogde realisatie van de stallen komt hierdoor slechts een beperkte hoeveelheid grond vrij. De bovenlaag (zwarte aarde) wordt naast de stallen aangewend voor de realisatie van de (beschreven) aarden wal met beplanting t.b.v. de landschappelijke inpassing. De eventueel resterende grond wordt gebruikt voor het aanvullen van de bouwput en de aansluiting op de naastgelegen percelen. Als gevolg van de graaf-/bouwwerkzaamheden wordt derhalve geen grond afgevoerd.

Ten behoeve van het project is derhalve geen ontgrondingsvergunning benodigd. Omdat er geen grond van de locatie vrijkomt die elders wordt toegepast, is een melding bij het ‘meldpunt bodemkwaliteit’ niet noodzakelijk. 5.4.6 Brandveiligheid De nieuwe stallen worden uitgevoerd op basis van de huidige / meest recente en toekomstige inzichten ten aanzien van brandveiligheid. Hiertoe worden onder meer brandveilige bouwmaterialen (klasse A) toegepast en wordt de nieuwe stalruimte opgedeeld in meerdere brandcompartimenten. Tot slot worden uiteraard de noodzakelijke brandblusmiddelen aangebracht. In dit kader is in overleg met de specialisten risicobeheersing van de Regionale Brandweer // Veiligheidsregio IJsselland en de brandverzekering (Interpolis) door Fluecon Brandbeheersing b.v. een rapport inzake de brandveiligheid opgesteld en geaccordeerd. Deze rapportage is als bijlage bij de aanvraag Wabo onderdeel bouw toegevoegd.

Combi-MER –Tijs Heeten b.v., Heetenseweg 9a te Heeten 99

6.

VOORKEURSALTERNATIEF GEWENSTE BEDRIJFSOPZET (MMA)

6.1

MOTIVATIE VOORKEURSALTERNATIEF

Initiatiefnemer is voornemens om op de locatie Heetenseweg 9a te Heeten het bestaande varkensbedrijf duurzaam te ontwikkeling tot een gesloten varkenshouderij. In de gewenste bedrijfsopzet is sprake van een varkenshouderij, die voldoet aan de geldende eisen op het gebied van welzijn & milieu en die tevens duurzaam en energieneutraal kan worden geëxploiteerd. Voor de toetsing aangaande de welzijnseisen voor de varkens in de gewenste bedrijfsopzet wordt verwezen naar hoofdstuk 3. De beschrijving van de gewenste bedrijfsopzet van de varkenshouderij en overige activiteiten alsmede de toetsing aan de milieuwetgeving komen in dit hoofdstuk aan de orde. Op basis van de startnotitie (30 december 2020), het principebesluit d.d. 8 maart 2022, de NRD zoals vastgesteld op 19 juli 2022 en het advies van de GGD is, mede gelet op de toezegging van Tijs Heeten b.v. en het gestelde op basis van de KGO, besloten dat in de gewenste bedrijfsopzet het Meest Milieuvriendelijke Alternatief (MMA) wordt toegepast. De gewenste bedrijfsopzet (het voorkeursalternatief) is derhalve gebaseerd op het MMA. In de startnotitie (30 december 2020) en de navolgende Notitie Reikwijdte & Detailniveau (NRD) is als uitgangspunt gehanteerd dat alle stallen zouden worden uitgevoerd met een gecombineerde luchtwasser.

Ten tijde van het opstellen van deze MER en het uitwerken van de benodigde (bouw)tekeningen is na overleg met diverse partijen (o.a. adviseur brandveiligheid en leveranciers luchtwassers) gebleken dat, gelet op de uitvoering en situering van de beide bestaande kraamstallen (stallen 2 & 3) het vanwege de eisen op het gebied van brandveiligheid niet mogelijk om ter plaatse een luchtwasser te plaatsen of om deze stalruimte met een centraal luchtkanaal aan te sluiten op een (bestaande) luchtwasser. Technisch is het hierdoor niet haalbaar om deze stalruimte voor kraamzeugen te voorzien van een luchtwasinstallatie. Het aspect ammoniakemissie c.s. stikstofdepositie is recent c.q. sinds het indienen van de startnotitie en vaststellen van de NRD een steeds actueler maatschappelijk en politiek thema geworden. Als gevolg hiervan wordt door Tijs Heeten meer waarde gehecht aan een verdergaande reductie van de ammoniakemissie / stikstofdepositie. Onder meer is het wenselijk dat het varkensbedrijf aan de Heetenseweg 9a te Heeten niet (meer) wordt beschouwd als een zogenaamde “piekbelaster”. Als gevolg van voornoemde ontwikkelingen is besloten om de nieuw te bouwen stallen uit te voeren met chemische luchtwassers.

Het toepassen van deze chemische luchtwassers bewerkstelligd een zo hoog mogelijk reductie van de ammoniakemissie / stikstofdepositie, waarbij tevens een hoge mater van geurreductie kan worden gerealiseerd. Deze bedrijfsopzet, waarbij onder meer in de bestaande stallen gecombineerde luchtwassers worden toegepast en de nieuwe stallen worden uitgevoerd met chemische luchtwassers, wordt derhalve beschouwd als het ‘Meest Milieuvriendelijk Alternatief’ (MMA).

Combi-MER –Tijs Heeten b.v., Heetenseweg 9a te Heeten 100

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Raalte&id=8b9cf57f-1d14-4e49-97ed-f991de32b071