CConstaterende datRaalte
Koppel je AI →
Document · PDF

Integraal Huisvestingsplan (IHP) Onderwijs Raalte 2026-2040

Raadsvergadering 22 januari 2026, gemeente RaalteBij agendapunt: Vaststellen Herijking Integraal Huisvestingsplan (IHP) (bespreekstuk)12.308 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

r a a l t e Huisvestingsplan Onderwijs 2026-2040

“Voor al onze Raaltese kernen streven we naar inspirerende, duurzame en efficiënte schoolgebouwen, waarbinnen onze jongere inwoners zich kansrijk kunnen ontplooien” Raalte, 18 december 2025 Breun Breunissen | wethouder onderwijshuisvesting Gerria Toeter | wethouder onderwijs

1 Introductie

4

2 Kapstok

7

3 Uitgangssituatie

9

4 Uitdagingen

17

5 Ambitie

23

6 Perspectieven

35

7 Fasering

70

8 Financiën

74

9 Organisatie

84

1

Introductie

Kompas voor adequate huisvesting Doelstelling plan In dit Integraal Huisvestingsplan Onderwijs zetten we uiteen op welke wijze we de komende jaren via ingrepen in de onderwijshuisvesting willen bijdragen aan een kansrijke ontplooiing van alle kinderen en jongeren die in de gemeente Raalte onderwijs volgen. Looptijd plan Dit plan heeft een looptijd tot 2040. Via deze doorkijk kan de gemeente tijdig anticiperen op maatschappelijke en ruimtelijke ontwikkelingen, kunnen schoolbesturen gerichte keuzes rondom onderwijs, onderhoud en exploitatie maken en is er een mogelijkheid met elkaar toe te werken naar het behalen van de klimaatdoelstellingen.

Bestaande plan vervalt Met het vaststellen van dit herijkte Integraal Huisvestingsplan, vervalt het bestaande plan uit 2021. De inhoud van het bestaande plan is wel als input gebruikt voor dit plan. Gentle agreement Dit Integraal Huisvestingsplan is een zogeheten ‘gentle agreement’. Het plan heeft geen formele afdwingbare juridische rechtskracht, maar is ook niet vrijblijvend. Gemeente en schoolbesturen hebben beiden een ‘inspanningsverplichting’ om tot realisatie van de planinhoud te komen. Op het moment dat de gemeente en/of schoolbesturen het vertrouwen in dit plan opzeggen, wordt automatisch teruggevallen op de geldende verordening onderwijshuisvesting.

Basis voor aanvragen Uitgangspunt is dat de schoolbesturen buiten dit plan geen aanvragen voor voorzieningen in de onderwijshuisvesting indienen, tenzij het gaat om voorzieningen die niet in dit plan zijn opgenomen. Denk hierbij aan herstel van constructiefouten, uitbreidingen of de komst van een nieuw te vestigen school. Actualiseren verordening Alle lokale beleidskeuzes rondom onderwijshuisvesting worden in dit beleidsrijke plan opgenomen. Separaat van dit plan wordt in 2026 de ‘gemeentelijke verordening voorzieningen onderwijshuisvesting’ geactualiseerd. Hierbij sluiten we in beginsel aan op de bepalingen die zijn opgenomen in de VNG-standaardverordening.

5

Kompas voor adequate huisvesting Dynamisch plan Het is onmogelijk te voorspellen welke ontwikkelingen zich de komende twee decennia exact zullen voordoen. Gemeente en schoolbesturen blijven daarom structureel met elkaar in gesprek over de aansluiting van dit plan op de praktijk. Jaarlijks worden praktische onderdelen uit dit plan geëvalueerd en geactualiseerd. Denk hierbij aan indexering, leerlingenontwikkelingen, voortgang van projecten en wijzigingen in de fasering. Alle wijzigingen worden besproken in het OOGO (Op Overeenstemming Gericht Overleg) dat de gemeente een aantal malen per jaar organiseert. Eenmaal per vier jaar worden de visie en beleid uit dit plan herijkt. Haalbaarheidsstudie per project Voor ieder afzonderlijk project uit dit plan stelt de gemeente een haalbaarheidsstudie op, aan de hand waarvan besluitvorming door college en raad plaatsvindt. Bij het opstellen verkrijgt de gemeente input van schoolbesturen en andere partners, zoals Plaatselijk Belang en kinderopvanginstellingen.

Wettelijke taakverdeling Gemeente en schoolbesturen hebben op grond van de wetgeving beide hun taken en verantwoordelijkheden bij onderwijshuisvesting: Gemeente is verantwoordelijk voor de aanwezigheid van voldoende adequate onderwijscapaciteit en bekostigt nieuwbouw en uitbreiding van schoolgebouwen. Via het wetsvoorstel in voorbereiding wordt ook renovatie daaraan toegevoegd. Schoolbesturen zijn autonoom verantwoordelijk voor zaken als de kwaliteit van het onderwijs, het oprichten, opheffen en fuseren van scholen en het onderhouden, aanpassen, beheren en exploiteren van de schoolgebouwen. Ook ligt het bouwheerschap van bijvoorbeeld renovatie en nieuwbouw in beginsel bij de schoolbesturen zelf.

Financiële inbedding Begroting (jaarlijks) Jaarlijks stelt de gemeenteraad de begroting vast voor het volgende jaar. Alleen projecten die zijn opgenomen in de begroting zijn definitief. Op basis van de begroting stelt het college het Programma Onderwijshuisvesting vast en worden beschikkingen afgegeven. Perspectiefnota (vier jaren) In de Perspectiefnota wordt financieel rekening gehouden met investeringen die voortvloeien uit projecten die binnen de eerste vier jaar worden voorbereid en/of uitgevoerd. Projecten na vier jaar Projecten na de eerste vier jaar vormen altijd onderdeel van een integrale afweging van alle gemeentelijke ambities. Er kunnen dus geen rechten aan dit plan worden ontleend.

6

2

Kapstok

Inhoudelijke onderwijsambitie (bron: Common Eye rapport) Samen voor onderwijskansen In de gemeente Raalte werken partijen als onderwijs, kinderopvang, Centrum Jeugd en Gezin, sociaal domein en de gemeente intensief samen om kinderen en jongeren zo optimaal mogelijk te ondersteunen. De gezamenlijke ambitie is dat ieder kind dichtbij huis onderwijs kan volgen, in de eigen wijk of het eigen dorp, binnen een vertrouwde en geïntegreerde omgeving. Daarom wordt ingezet op een sterke pedagogische basis, preventie, vroegtijdige ondersteuning en versterken van de basisondersteuning binnen het reguliere onderwijs. Voor sommige kinderen blijft speciaal onderwijs passend, maar de focus ligt op meer ondersteuning binnen reguliere scholen. Kindcentra Een belangrijke pijler is de ontwikkeling van kindcentra, waarin opvang, onderwijs en ondersteuning samenkomen op één locatie of in elkaars nabijheid. Dit bevordert soepele overgangen, intensieve samenwerking tussen professionals en een doorlopende ontwikkellijn van peuter tot jongere. Daarbij blijft de eigen identiteit van scholen en kinderopvangorganisaties gewaarborgd. Voor kwetsbare kinderen is Voor- en Vroegschoolse Educatie beschikbaar, zodat zij tijdig de juiste ondersteuning krijgen.

Kansengelijkheid Kansengelijkheid staat centraal in het onderwijshuisvestingsbeleid. Scholen zijn ontmoetingsplekken waar kinderen van diverse achtergronden samenkomen. Om segregatie tegen te gaan, wordt zorgvuldig gekeken naar locaties, bereikbaarheid, schoolgrootte (streefbeeld 200 tot 450 leerlingen) en toelatingsen plaatsingsbeleid. Toekomstbestendige, duurzame en bij de wijk passende onderwijsgebouwen dragen bij aan een kwalitatief en inclusief aanbod.

Nieuwe onderwijsconcepten Waar dit haalbaar is richten schoolbesturen zich op het aanbieden van onderscheidende onderwijskundige concepten binnen het primair en voortgezet onderwijs. Op deze wijze wordt bijgedragen aan een divers onderwijsaanbod en een aantrekkelijke leer- en leefomgeving.

Continue dialoog Heldere afspraken en voortdurende dialoog zijn noodzakelijk voor succesvolle samenwerking. Transparantie, duidelijke rollen, actief contact bij onduidelijkheid en regelmatige evaluatie om misverstanden te voorkomen en gedeeld eigenaarschap te vergroten. Zo bouwen partners samen aan een samenhangend, toekomstgericht en kansrijk onderwijs- en opvanglandschap voor alle kinderen en jongeren in Raalte.

8

3

Uitgangssituatie

Scholenlandschap Binnen de gemeente zijn momenteel 19 scholen aanwezig, verdeeld over basisonderwijs (BAO), (Voortgezet) Speciaal Onderwijs (V)SO, Speciaal Basisonderwijs (SBO de Horizon) en Voortgezet Onderwijs (VO; Carmel College Salland). Daarnaast is het middelbaar onderwijs van MBO Landstede binnen de gemeentegrenzen aanwezig. Hoewel de gemeente geen wettelijke huisvestingstaak heeft voor het MBO, heeft Landstede wel geparticipeerd in het traject tot herijking van het Integraal Huisvestingsplan Onderwijs. Hiermee blijft het MBO aangehaakt en hebben we oog voor mogelijke verbanden in de oplossing van huisvestingsknelpunten.

SBO (V)SO

1

VO

1

1

19 BAO

16

10

Prognoses basisonderwijs De prognoses voor het basisonderwijs zijn in opdracht van de gemeente Raalte opgesteld door bureau PVG (juni 2025). Leerlingen van de taalschool zijn hierin meegenomen. De PVG-prognoses wijzen de komende jaren op een gestage groei in de gehele gemeente met zo'n 900 leerlingen, met name door diverse woningbouwplannen in de gemeentelijke kernen. Zonder deze woningbouw zou sprake zijn van een afname van leerlingenaantallen. Prognoses zijn slechts voorspellingen. Daarom is het belangrijk om voorafgaand aan ieder project te monitoren wat de feitelijke ontwikkelingen zijn en voor welke leerlingenaantallen gebouwd gaat worden. Liefst niet te groot, vanwege de gevolgen voor investering en exploitatie bij leegstand. Maar ook weer niet te klein, omdat je onderwijs wilt geven in gebouwen die groot genoeg zijn én enige flexibiliteit in zich dragen qua groei.

4000

3000

2000

1000

0

2025 tot 2040 Raalte-Dorp: +175 leerlingen Raalte-Noord: +251 leerlingen Heino: +283 leerlingen Buurtdorpen: +194 leerlingen Totaal: +903 leerlingen

2025 2026 2027 2028 2029 2030 2031 2032 2033 2034 2035 2036 2037 2038 2039 2040

11

Prognoses voortgezet onderwijs De prognoses voor het voortgezet onderwijs zijn in opdracht van de gemeente Raalte opgesteld door bureau PVG (juni 2025). De eigen verwachtingen vanuit Carmel College Salland (CCS) liggen iets lager dan de PVGprognoses. In samenspraak tussen de gemeente en CCS is afgesproken om voor dit plan uit te gaan van een structurele aanwezigheid van 2.200 leerlingen voor de huisvestingsbehoefte. Vanuit de verordening bestaat voor het voortgezet onderwijs de zogeheten 10% norm, waarbij een groei van 10% ruimtebehoefte opgevangen moet worden binnen de capaciteit. Hierdoor biedt een ruimtebehoefte voor 2.200 leerlingen naar verwachting voldoende flexibiliteit om toekomstige groei op te vangen.

2500 2.200

2000

1500

1000

500

0

2025 2026 2027 2028 2029 2030 2031 2032 2033 2034 2035 2036 2037 2038 2039 2040

PVG

CCS

12

Prognoses speciaal basisonderwijs De prognoses voor het speciaal basisonderwijs (SBO) zijn in opdracht van de gemeente Raalte opgesteld door bureau PVG (juni 2025).

200

De prognoses wijzen de komende jaren op een beperkte groei. 150

100

50

0

2025 2026 2027 2028 2029 2030 2031 2032 2033 2034 2035 2036 2037 2038 2039 2040

13

Prognoses (voortgezet) speciaal onderwijs De prognoses voor het voortgezet speciaal onderwijs (VSO) en speciaal onderwijs (SO) zijn in opdracht van de gemeente Raalte opgesteld door bureau PVG (juni 2025).

70

60

De prognoses geven een nagenoeg stabiel beeld van de leerlingenaantallen. 50

Mijnplein geeft aan dat deze stabiele lijn voorkomt uit het feit dat de school momenteel een leerlingenstop hanteert, omdat de beschikbare onderwijscapaciteit volledig wordt benut. Zonder deze leerlingenstop zou de school kunnen doorgroeien, omdat er in de wijde regio genoeg potentieel is voor SO en VSO. Bij het schetsen van het perspectief (hoofdstuk 7) wordt hier nader op ingegaan.

40

30

20

10

0

2025 2026 2027 2028 2029 2030 2031 2032 2033 2034 2035 2036 2037 2038 2039 2040 SO

VSO

14

Leeftijden gebouwen De leeftijden van de schoolgebouwen zijn gebaseerd op de oorspronkelijke bouwjaren. Theoretisch gezien is een schoolgebouw volgens gangbare opvattingen na veertig jaar toe aan een vernieuwingsslag. Dit is het moment dat een gebouw zodanig is verouderd dat in de regel niet langer volstaan kan worden met alleen instandhoudingsonderhoud. Binnen de gemeentelijke portefeuille zien we grofweg een tweedeling in de leeftijd: De helft van de portefeuille is twintig jaar of jonger, waarvoor normaal gesproken de komende jaren geen ingrepen van de zijde van de gemeente verwacht wordt. De andere helft (twaalf gebouwen) is inmiddels veertig jaar of ouder. Voor dit deel van de portefeuille zijn de komende decennia de nodige ingrepen te verwachten, omdat deze gebouwen in de regel kampen met matige energieprestaties, beperkte functionaliteit en gebrekkig binnenklimaat. Voor drie van de twaalf gebouwen (Bernadetteschool, De Linde en St. Jozef) is inmiddels vernieuwing in ontwikkeling.

De Korenbloem De Bolster dependance Carmel College Hofstedelaan St. Nicolaasschool Kwintijn De Springplank De Dolfijn De Gouden Emmer De Horizon De Zonnehof & Hofplein Carmel College F. Radewijnsstraat De Linderte De Vogelaar hoofdgebouw De Vogelaar dependance De Rietkraag De Bolster hoofdlocatie Carmel College Zwolsestraat De Oostenwind Bernadetteschool St. Antoniusschool Esmoreit St. Jozefschool Gerardus Majella De Linde 0

20

40

60

80

100

15

Gebouwkwaliteit De kwaliteitswaardering is afgeleid van scores uit het bestaande IHP, waarbij deze waar nodig is geactualiseerd. Het betreft een integrale score van volume, functionaliteit, binnenklimaat, technische staat en verduurzaming. Een integrale gebouwscore die groen is, sluit niet uit dat er op specifieke elementen wel knelpunten zijn.

Kwaliteitsscore

Buitendorpen

Schoolbestuur

Bouwjaar

Leeftijd

De Linde

IJsselrijk

1919

106

+52

Gerardus Majella

mijnplein

1920

105

+179

St. Jozefschool

mijnplein

1923

102

+550

Esmoreit

mijnplein

1936

89

-110

St. Antoniusschool

mijnplein

1938

87

+211

Bernadetteschool

mijnplein

1953

72

+1.008

St. Nicolaassschool

Catent

2014

11

+21

Het Sterrenrijk

mijnplein

2011

14

+518

De Springplank

De Mare

2013

12

+508

De Oostenwind

mijnplein

1954

71

+377

Carmel College Zwolsestraat

CCS

1967

58

+9.698*

De Bolster hoofdlocatie

mijnplein

1968

57

+774**

Carmel College F. Radewijnsstraat

CCS

2006

19

De Zonnehof & Hofplein

mijnplein

2007

18

+8

De Horizon

mijnplein

2011

14

+808

Kwintijn

De Mare

2014

11

+387

De Bolster dependance

mijnplein

2015

10

Carmel College Hofstedelaan

CCS

2015

10

De Korenbloem

mijnplein

2019

6

-34

De Rietkraag

mijnplein

1985

40

+552

De Vogelaar hoofdlocatie

De Mare

1987

38

-397***

De Vogelaar Eibernest

De Mare

1987

38

De Linderte

mijnplein

2005

20

Saldo m²

Heino

Raalte-Dorp

Alle schoolgebouwen van veertig jaar en ouder met een kwaliteitsscore van oranje of rood, komen normaal gesproken vanuit een lokale ambitie voor vernieuwing in aanmerking, tenzij er gegronde redenen zijn om dit niet te doen (bijvoorbeeld wanneer de levensvatbaarheid van een school in het geding is). Voor drie van de gebouwen is momenteel al een vernieuwing in ontwikkeling: Bernadetteschool in Heeten, St. Jozefschool in Nieuw Heeten en de Linde in Laag-Zuthem.

Raalte-Noord

Het ‘saldo’ betreft de normatieve leegstand of tekort (ofwel het verschil tussen de beschikbare capaciteit en de behoefte). Een positief saldo wijst op normatieve leegstand. Normatieve leegstand is niet altijd feitelijke leegstand, bijvoorbeeld wanneer sprake is van een inefficiënt gebouw of medegebruik door kinderopvang.

* CCS: overcapaciteit van alle drie gebouwen van CCS gezamenlijk ** Bolster: overcapaciteit inclusief vestiging Esstraat *** Vogelaar: tekort van hoofdlocatie én 't Eibernest., waarbij inmiddels een aantal lokalen in gebruik bij de Rietkraag. **** De overcapaciteit van de Bernadette en St. Jozef wordt via de huidige lopende vernieuwingsprojecten opgelost.

-192

Goed

Redelijk Matig

16

4

Uitdagingen

Veroudering gebouwen

Uitdagingen onderwijshuisvesting gemeente Raalte Tempo van uitvoering

Groei & krimp

Scholenlandschap

18

De kwaliteit van onderwijs hangt van veel meer af dan alleen de huisvesting; denk aan de kwaliteit van leraren, het onderwijsconcept en het zorgnetwerk. Maar een kwalitatief onderwijsgebouw heeft wel invloed op de prestaties en welbevinden van zowel gebruikers van het gebouw als het gebouw zelf. Naast de technische veroudering, hebben oudere schoolgebouwen in de regel te maken met knelpunten op het gebied van: Binnenklimaat: warmteregulering, akoestiek en lichtinval hebben effect op de concentratie en een gezond werkklimaat. Functionaliteit: Een mix aan ruimten maakt het mogelijk om passend onderwijs te bieden voor wie dat nodig is. Verduurzaming: Isolatie, energieopwekking en onderhoudsarme materialen dragen bij aan beheersing van CO2, gas en exploitatie. Verbreding: Niet alle scholen zijn fysiek geschikt om kinderopvang aan te bieden. Flexibiliteit: Flexibele gebouwen maken het eenvoudiger om te anticiperen op veranderingen in de tijd.

Uitdaging 1 Veroudering

19

Populariteit van scholen is een moeilijk te doorgronden fenomeen. Dit geldt vooral in de grotere kernen Heino en Raalte, waar meerdere scholen in de nabijheid van de woonomgeving aanwezig zijn en er dus keuze is. De exact benodigde capaciteit per individuele school is in deze grotere kernen dan ook lastig te voorspellen en fluctueert in de tijd. Tegelijkertijd wil je voorkomen dat je bij de ene school moet bijbouwen, terwijl bij andere scholen sprake is van leegstand. Deze ‘hit-andrun-oplossingen’ kosten namelijk veel gemeenschapsgeld en zijn voor de omgeving meestal ongewenst. Daarnaast komt de exploitatie van scholen bij toenemende leegstand verder onder druk.

Uitdaging 2 Groei & krimp

Het is dus zaak met elkaar op zoek te gaan naar een zodanige inrichting van het onderwijshuisvestingslandschap, dat groei en krimp van scholen in de toekomst op een efficiënte wijze opgevangen kunnen worden.

20

Algehele structuur De gemeente Raalte heeft met schoolgebouwen in de zeven kleinere kernen en een aantal kleinere scholen in Heino en Raalte een relatief dure structuur wat betreft investering en exploitatie van schoolgebouwen. De uitdaging ligt erin om met elkaar een zodanige structuur te realiseren die verantwoord te exploiteren is en blijft. Raalte-Dorp In Raalte-Dorp zijn de drie basisscholen De Korenbloem, Kwintijn en de Bolster nu in de directe nabijheid van elkaar gesitueerd. In het kader van thuisnabij onderwijs is een betere spreiding van deze voorzieningen over RaalteDorp naar de toekomst gewenst.

Uitdaging 3 Scholenlandschap

Raalte-Noord-Noord In de woonwijk Noord-Noord komen in het eindbeeld circa 900 woningen. Vanuit het streven van thuisnabij wonen wordt in dit plan bekeken of het haalbaar is om in deze wijk een eigen onderwijsvoorziening te realiseren.

21

In Heeten, Nieuw Heeten en Laag Zuthem zijn momenteel projecten uit het Integraal Huisvestingsplan uit 2021 in ontwikkeling. De uitvoering is echter minder voortvarend gegaan dan beoogd in het bestaande IHP. Dat is jammer, omdat oplossingen langer duren en de kostenstijgingen onverminderd doorgaan. Voor de vertraging zijn uiteenlopende redenen aan te wijzen, die soms beïnvloedbaar zijn, maar soms ook niet. Vertraging is in de toekomst niet altijd uit te sluiten wanneer je te maken hebt met bijvoorbeeld verwerving van grond, milieueisen en netcongestie. Maar om een verdere verschraling van de schoolgebouwen te voorkomen en de volgende generatie niet op te zadelen met een ‘boeggolf’ aan vernieuwingsopgaven, is het zaak om met elkaar zorg te dragen voor een meer soepele transitie van plan naar project.

Uitdaging 4 Tempo van uitvoering

Dit vereist in ieder geval een strakkere projectorganisatie met de juiste deskundigheid. Hiertoe wordt in dit plan een organisatorisch voorstel gedaan, aansluitend op de praktijk die nu al wordt gehanteerd binnen de gemeente.

22

5

A mbitie

Ambitietegels onderwijshuisvesting Via een acht ambitietegels gaan we in onze gemeente te anticiperen op de vier uitdagingen voor onderwijshuisvesting die in het vorige hoofdstuk zijn gepresenteerd. Iedere tegel afzonderlijk wordt hier toegelicht.

Duurzaam & groen

Kwalitatieve gebouwen

Slim bouwen

Faciliteren kindfuncties

Ambitietegels huisvesting onderwijs Raalte

Gezonde volumes

Passend vernieuwen

Thuisnabij onderwijs

Sturen op efficiëntie

24

Thuisnabij onderwijs

Behoud scholen in de buurtdorpen De gemeente hecht waarde aan het behoud van een basisschool in ieder buurtdorp, tot zover dit verantwoord is op grond van de onderwijskwaliteit en gezonde exploitatie. . Wederzijdse inspanning Het behoud van onderwijsvoorzieningen in de buurtdorpen vraagt om inspanningen van zowel gemeente als schoolbesturen: Vanuit de gemeente wordt ingezet op een geleidelijke toevoeging van woningbouw en het periodiek investeren in het vernieuwen van schoolgebouwen. Vanuit de schoolbesturen wordt ingezet op goed onderwijs, onderhoud en exploitatie en behoud van de onderwijsvoorziening.

Opheffingsverantwoordelijkheid De verantwoordelijkheid voor de instandhouding of opheffing van bijzondere scholen ligt bij de betreffende schoolbesturen zelf. Eventuele opheffing van een openbare school vindt altijd plaats in samenspraak tussen gemeente en schoolbestuur. Investeren gedurende de looptijd Op het moment dat een investering in een schoolgebouw wordt verlangd van de gemeente, mag verwacht worden dat het schoolbestuur de betreffende onderwijsvoorziening ook daadwerkelijk gedurende de looptijd van de investering in stand houdt. Dit om vroegtijdige kapitaalvernietiging te voorkomen.

Bereikbaarheid scholen De gemeente wil dat kinderen vooral lopend of fietsend naar school gaan, omdat dit hun gezondheid, zelfstandigheid en verkeersvaardigheden versterkt én zorgt voor een veiligere, rustigere schoolomgeving. Schoollocaties moeten daarom goed bereikbaar zijn via veilige loop- en fietsroutes, met voldoende stallingsruimte en een autoluwe omgeving. Autoverkeer voor halen en brengen wordt mogelijk gemaakt, maar bij voorkeur op afstand van de school. Verspreide schoollocaties binnen wijken en kernen zijn verkeerskundig gewenst, omdat korte afstanden actieve mobiliteit stimuleren. Bij grote, gecombineerde voorzieningen neemt de druk op verkeersruimte toe; dan zijn aanvullende maatregelen zoals schoolbussen, loop- en fietsgroepen of gespreide schooltijden nodig. Idealiter worden functies gecombineerd op kleine tot middelgrote schaal.

25

Faciliteren kindfuncties Fysieke integratie kindfuncties Schoolbesturen en aanbieders van kindfuncties kunnen samen met de gemeente overeenkomen om bij de renovatie, vernieuwbouw of nieuwbouw van schoolgebouwen ook ruimten voor andere kindfuncties op te nemen (zoals kinderopvang en jeugdzorg), wanneer dit bijdraagt aan ontwikkelingskansen van kinderen.

erig Ov

chool

tmoeting On ugdzorg Je ropvang de

S

Kin

Gemeentelijke randvoorwaarden Om kindcentra met onderwijs en kinderopvang mogelijk te maken, wil de gemeente in beginsel medewerking verlenen aan schoolbesturen, wanneer deze zelf de kinderopvang willen realiseren en verhuren in het verlengde van hun publieke taak. Omdat het hier in de ogen van de wetgever gaat om ‘commerciële organisaties’, zijn investeringen wel aan voorwaarden gebonden (zoals Wet Markt Overheid en Didam-arrest). Wanneer ruimten voor bijvoorbeeld kinderopvang worden meegenomen in de nieuwbouw of renovatie, worden afspraken gemaakt over de wijze van financiering, garantstelling en/of huurinning. In alle gevallen gaat het voor de gemeente om een kostenneutrale functie en zijn de leegstandsrisico's voor de afnemende partij.

Uitwerking via haalbaarheidsstudie De verbreding met ruimten voor kindfuncties wordt opgenomen als onderdeel van een door gemeente op te stellen haalbaarheidsstudie. Uitwerking wordt gegeven aan: Benodigde volumes voor verbreding Investeringskosten extra ruimten Bezetting extra ruimten (deels of volledig) Beoogde aanbieder van kindfuncties Wijze van financiering van kindfuncties Meerjarige exploitatie van kindfuncties Goedkeuring van accountant Onderhoudsniveau en exploitatie Afstemming met bestaande aanbieders Wijze van huurinning Wijze van borgstelling bij garantstelling Besluitvorming door gemeente Alle schoolbesturen worden actief geïnformeerd over voorgenomen afspraken tussen gemeente, schoolbesturen en eventueel betrokken kindpartners. De besluitvorming over de ruimten voor kindpartners vindt gelijktijdig plaats met de besluitvorming over de haalbaarheidsstudie voor de onderwijshuisvesting als geheel.

26

Passend vernieuwen Vernieuwingsgrondslag Schoolgebouwen komen mogelijk voor vernieuwing in aanmerking, wanneer sprake is van de volgende randvoorwaarden: De afschrijvingstermijn van een gebouw is verstreken. De integrale gebouwkwaliteit (techniek, binnenklimaat, functionaliteit, verduurzaming) is onder de maat. Er is sprake van een structureel levensvatbare situatie voor de school. De onderwijsvoorziening wordt gedurende de afschrijvingsperiode in stand gehouden. Het schoolbestuur heeft haar eigen onderhoudsverantwoordelijkheid vervuld. Vernieuwingsvarianten Waar binnen de VNG-verordening alleen ‘vervangende nieuwbouw’ wordt aangeduid als vernieuwingsmaatregel, onderscheiden we in dit plan meerdere vormen van vernieuwing, waarmee we gerichter en passender kunnen anticiperen op de verschillende situaties.

Op de volgende pagina zijn deze vernieuwingsvarianten toegelicht. Naast deze fysieke vernieuwingsmaatregelen zijn in specifieke gevallen ook andere eindbeelden mogelijk. Denk hierbij aan sluiting, verplaatsing, scholenfusie en gebouwenruil. Haalbaarheidsstudie De gemeente stelt per project zelf een haalbaarheidsstudie op, waarbij schoolbesturen en eventueel aanverwante partijen als kinderopvang worden geconsulteerd. Via deze studie wordt bepaald welke vernieuwingsvariant de voorkeur verdient. Criteria hierbij: Levensvatbaarheid school Kwaliteitspotentieel Te realiseren volume Verbreding tot kindcentrum Investeringskosten en dekking Exploitatie Mogelijke combinaties Herontwikkelingsmogelijkheden Revitalisering Woningbouwplannen Beschikbaarheid locatie

27

Maatpak vernieuwen

Overzicht vernieuwingsmethoden Raalte

(A) Upgraden

(B) Renoveren

(C) Restaureren

Behoud schoolgebouw

Behoud schoolgebouw

Monumentale gebouwen

Aanpak grootste knelpunten

Integrale verbetering gebouw

Integrale verbetering gebouw

15 jaren vooruit

25 jaren vooruit

40 jaren vooruit

Going concern aanpak

Let op kosten tijdelijke huisvesting

Let op kosten tijdelijke huisvesting

Mogelijk subsidie (DUMAVA)

Mogelijk subsidie (DUMAVA)

(D) Vernieuwbouw

(E) Nieuwbouw

Behoud schoolgebouw

Vervanging schoolgebouw

Combi behoud, renoveren, sloop, uitbreiden

40 jaren vooruit

40 jaren vooruit

Bij voorkeur andere locatie

Let op kosten tijdelijke huisvesting

Overwegen restwaarde gebouw

Overwegen restwaarde gebouw

Inventariseer subsidiemogelijkheden

Mogelijk subsidie (DUMAVA)

28

Kwalitatieve gebouwen

eitskader: rammas/ t li a w K k in L g e-ok.nl/pro www.ruimt der-huisvesting kwaliteitska

Basiskwaliteit via Ruimte OK Uitgangspunt voor de kwaliteit van te vernieuwen schoolgebouwen zijn de kaders en de financiële normering die zijn opgenomen in het ‘Kwaliteitskader huisvesting’ van onafhankelijk kennisinstituut Ruimte OK. De kwaliteitsambitie van Ruimte OK is op diverse vlakken hoger dan de minimale wettelijke verplichtingen die voortkomen uit het Besluit Bouwwerken Leefomgeving (BBL) waar de VNG vanuit gaat: Ruimtegebruik: Richtlijnen voor routing, flexibiliteit, aanpasbaarheid en multifunctionaliteit. Onderwijskwaliteit: ruimtes die passen bij eigentijds onderwijs, zoals leerpleinen, stilteplekken en samenwerkplekken. Binnenmilieu & duurzaamheid: meer aandacht voor binnenmilieu (Frisse Scholen Klasse A/B), klimaatadaptatie, circulair en enerzuinig bouwen (geen energieneutraliteit) Levensduurbenadering: Meer focus op materiaalgebruik en duurzame exploitatie Inclusiviteit: aandacht voor toegankelijkheid, diversiteit ruimtes, structuur en veiligheid Uitstraling: gebouwopzet sluit aan bij onderwijsvisie en doelgroep en gebouw en inrichting zijn inspirerend voor gebruikers.

Optionele extra kwaliteit Per project kan ervoor worden gekozen om over te gaan tot de realisering van extra kwaliteit, nog bovenop de door Ruimte OK beschreven kwaliteitseisen. Het gaat hier bijvoorbeeld om extra ambities voor: Inclusief onderwijs Groenblauwe pleinen Energieneutraliteit Circulair bouwen Architectuur Kinderopvang Andere maatschappelijke functies

Uitwerking opties via haalbaarheidsstudie Eventuele opties inclusief financiële consequenties, verantwoordelijkheid en dekking worden opgenomen en uitgewerkt in de voor het project op te stellen haalbaarheidsstudie door de gemeente, waarbij schoolbesturen en eventuele andere partners zoals Plaatselijk Belang en kinderopvanginstellingen worden geconsulteerd.

29

Duurzaam & groen

Basisverduurzaming In lijn met de eisen uit Ruimte OK gaan we bij vernieuwbouw en nieuwbouw uit van ‘maximaal voorbereid op energieneutraal’. Ontwerp en bouw worden zodanig ingericht dat het in de toekomst zonder fundamentele ingrepen mogelijk is om door te groeien naar een energieneutraal (ENG) gebouw, wanneer de omstandigheden voor ENG aanwezig zijn wat betreft technologie, subsidie en netcongestie. Maximaal voorbereid betekent een zéér energiezuinig functionerend gebouw: Een zeer energiezuinig casco Installatietechiek met lage energievraag Voorbereid op duurzame energieopwekking Modulair en schaalbaar (bijvoorbeeld accu's)

Voor renovatie gaan we in de basis uit van de wettelijke eis van Bijna Energie Neutrale Gebouwen (BENG). Om financieeltechnische redenen is het in de regel niet mogelijk en/of lonend om meer dan BENG na te streven.

Optionele verduurzaming Via een op te stellen haalbaarheidsstudie wordt bepaald of het haalbaar en gewenst is om meer te doen dan BENG, welke financiële consequenties dit heeft voor investering en exploitatie, welke revenuen dit oplevert voor CO2-reductie en financiën en op welke wijze dekking van deze investering plaatsvindt. Optionele circulariteit Vanuit het Kwaliteitskader OK worden geen expliciete eisen gesteld aan circulariteit. Wel wordt opgeroepen om aandacht te schenken aan flexibiliteit, demontabel bouwen, lage milieu-impact en herbruikbare materialen. Bij hogere ambities op het gebied van circulariteit is het zaak om als gemeente een circulariteitsvisie te ontwikkelen voor het gehele gemeentelijk vastgoed, inclusief financiële dekking. In het laatste geval kan ook worden gedacht aan het werken met een ‘restwaarde’ op het gebouw en/of langere afschrijvingsduur. Voor beide varianten is een nadere analyse van voor- en nadelen nodig vanuit financiën.

30

Duurzaam & groen

Wat is een groenblauw schoolplein? Een groenblauw schoolplein is openbaar toegankelijk en geeft ruimte aan groen, met natuurlijke spelaanleidingen en speelnatuur. Minimaal 30% van het plein is onbetegeld, en bestaat dan uit gras, houtsnippers, zand en planten (waaronder speelbosjes en bomen). Het is ingericht met zon- en schaduwplekken (richtlijn is 30% schaduw) en bij heeft voorkeur niveauverschillen. Water is zichtbaar op het plein, en wordt wanneer mogelijk ingezet om mee te spelen. Regenwater is afgekoppeld van het riool en wordt bij voorkeur oppervlakkig afgevoerd en opgevangen in wadi’s. Deze inrichting wordt gecombineerd met sport (volgens de ASM-methode) en idealiter met een buitenlokaal. Bij groenblauwe schoolpleinen kijken we niet alleen naar aanleg, maar ook naar het beheer. Via een onderhoudsplan wordt beschreven welke onderhoudsingrepen zijn te verwachten, wie deze uitvoert en hoe deze worden bekostigd.

Van binnen naar buiten Kinderen leren niet alleen in de klas, maar ook op het schoolplein. Een zogeheten ‘groenblauw schoolplein’ (zie kader) biedt ruimte voor spelen, bewegen en leren. Het bevordert leerprestaties, vermindert stress, vergroot biodiversiteit, vangt regenwater op en zorgt voor koelte op warme dagen. Groenblauwe schoolpleinen betreffen niet een standaard maar een optionele aangelegenheid waarover in samenspraak tussen gemeente en schoolbestuur per project in de haalbaarheidsstudie afspraken worden gemaakt. Schoolplein als openbare speelplek Voorafgaande aan de aanleg van een groenblauw schoolplein, wordt altijd bekeken of het schoolplein ook een functie van openbare speelplek kan vervullen en wat de consequenties hiervan zijn, bijvoorbeeld voor de inrichting, speelmaterialen dekking, verzekering, vandalisme.

Wel of geen groenblauw schoolplein Het streven is erop gericht om in geval van renovatie en nieuwbouw meteen groenblauwe schoolpleinen aan te leggen wanneer dit haalbaar is. Op basis van onderstaande afwegingen wordt via de op te stellen haalbaarheidsstudie voor een project optioneel besloten om een groenblauw plein te realiseren: In hoeverre voldoet het huidige plein aan een groenblauwe inrichting? Wat is er nodig in de inrichting om tot een groenblauw plein te komen? Moet de inrichting van het plein worden aangepast, bijvoorbeeld via het aanleggen van een waterinfiltratievoorziening om hemelwater af te koppelen of aanvullende vergroeningseisen. Wat zijn de kosten van het realiseren én onderhouden van het groenblauwe plein? Wie draagt wat bij voor investering en exploitatie?

31

Gezonde volumes

Landelijke omvang scholen Landelijk gezien is de gemiddelde omvang van een basisschool 220 leerlingen, waarbij de gemiddelde omvang in Zuid-Holland aanzienlijk hoger en in de noordelijke provincies aanzienlijk lager is dan 220 leerlingen. In de gemeente Raalte ligt dit gemiddelde aantal op 184 leerlingen. Voor kleine scholen (grofweg minder dan 200 leerlingen) moeten de kosten voor personeel en huisvesting door minder leerlingen gedekt worden. Ofwel: kleine scholen zijn in de regel qua bouw en exploitatie duurder dan grotere scholen. Daarom is het van belang om te beschikken over een uitgebalanceerde portefeuille, waarbij sprake is van een afgewogen mix van grotere en kleinere scholen. Alle scholen onder de 150 leerlingen ontvangen nu nog een ‘kleine scholentoeslag’ van het rijk om toch dezelfde onderwijskwaliteit als grotere scholen te kunnen aanbieden. Deze toeslag gaat in de toekomst mogelijk gewijzigd te worden van een ‘generieke toeslag’ in een ‘dunbevolktheidstoeslag’. De daadwerkelijke effecten zijn nog onduidelijk, maar dit zou consequenties kunnen hebben voor de kleinere schoolgebouwen in Heino en Raalte.

Streefbeeld schoolgebouwen gemeente Met het oog op een gezonde de exploitatie, een efficiënt gebruik van geld, grond en materialen en de personeelsschaarste binnen onderwijs, streven we binnen de portefeuille onderwijshuisvesting in de gemeente Raalte naar volumes van minimaal 200 leerlingen, tenzij er gegronde omstandigheden zijn om hiervan af te wijken. Schoolgebouwen in buurtdorpen Een belangrijk ‘afwijkingscriterium’ vormen de schoolgebouwen in de buurtdorpen, waar nu eenmaal maar een beperkt leerlingenpotentieel is. De gemeente hecht waarde aan het behoud van deze basisscholen in de buurtdorpen, tot zover dit verantwoordelijk is op grond van de onderwijskwaliteit en gezonde exploitatie. Schoolgebouwen in Raalte en Heino Voor de scholen in Raalte en Heino worden in principe geen grootschalige ingrepen (zoals renovatie of nieuwbouw) gedaan wanneer deze minder dan 200 leerlingen hebben, tenzij er gegronde omstandigheden zijn. Wat ‘gegrond’ is wat per school bepaald. Beoogd wordt om geen schoolgebouwen boven 450 leerlingen te realiseren, omdat dit ten koste kan gaan van de veiligheid, overzicht 32 en verbinding binnen de school.

Slim bouwen Flexibiliseren Ontwerp en bouw zijn zodanig flexibel dat het gebouw naar de toekomst relatief eenvoudig aanpasbaar is, zowel inpandig als qua uitbreidingen en planologische mogelijkheden. Groei en krimp van scholen in de nabijheid kan eenvoudig worden opgevangen. Minimaliseren De vaak omvangrijke kosten voor tijdelijke huisvesting worden geminimaliseerd, bijvoorbeeld door medegebruik, tijdelijk benutten van ander bestaand vastgoed, door een andere locatie te kiezen bij nieuwbouw of door de renovatie gefaseerd uit te voeren. Uitzoomen In geval van ingrijpen bij een schoolgebouw wordt altijd gekeken of slimme verbanden gelegd kunnen worden in de aanpak. Denk bijvoorbeeld aan samenhang op het gebied van energie, verduurzamen, woningbouwplannen, verkeersinfrastructuur en openbare ruimte.

Standaardiseren Waar sprake is van bewezen technologieën en/of kostenvoordelen, kan worden ingezet op standaardisering bij ontwerp, aanbesteding en realisering van renovatie of (ver)nieuwbouw. Combineren In een tijd dat grond, personeel en middelen steeds schaarser worden, is het zaak om -waar mogelijk en haalbaar- gezonde combinaties in de huisvesting van scholen, kinderopvang en aanverwante voorzieningen te leggen. Op deze wijze kunnen functies elkaar versterken, kunnen grond, personeel en middelen efficiënt benut kunnen worden en kunnen groei en krimp van scholen naar de toekomst toe op een flexibele wijze kunnen worden opgevangen. Hierbij wordt rekening gehouden met het waarborgen van de eigenheid/identiteit van de betrokken partijen. Leren Juist door verschillende projecten in de tijd gefaseerd uit te voeren, kan worden geleerd van de ervaringen uit het verleden. Welke toepassingen zijn in de praktijk effectief gebleken en welke juist niet?

33

Sturen op efficiëntie

Wat is toelatingsbeleid? Toelatingsbeleid bepaalt of een leerling wordt toegelaten tot de school. Dit gaat bijvoorbeeld over: Voldoen aan wettelijke toelatingsvoorwaarden Past de leerling binnen het type onderwijs Zijn er voorwaarden rond identiteitsgrondslag

Wat is plaatsingsbeleid? Plaatsingsbeleid bepaalt hoe een school een al toegelaten leerling plaatst: Welke groep/klas/leerjaar Welk onderwijsniveau Welk ondersteuningsprofiel

Wat is capaciteitsbeleid? Capaciteitsbeleid kan worden ingezet bij het maximeren van een schoolomvang wanneer een school de maximale capaciteit heeft bereikt. Ofwel: wanneer een school vol is.

Sturen op capaciteit De gemeente zorgt macro voor voldoende onderwijscapaciteit in de wijken en dorpen en een goede spreiding hiervan. Hoe die beschikbare capaciteit wordt benut, is primair aan de schoolbesturen zelf. Slaat bijvoorbeeld een onderwijsconcept niet aan bij de inwoners, dan is het aan het schoolbestuur zelf om hierin zodanig bij te sturen dat de betreffende capaciteit alsnog wordt gevuld. Sturen op instroom Schoolbesturen gaan over tot ‘toelatings- en plaatsingsbeleid en capaciteitsbeleid’ waarbij leerlingenstromen zodanig worden gereguleerd dat bijvoorbeeld recht wordt gedaan aan het streven naar desegregatie, thuisnabij onderwijs en het begrenzen van gebouwen. Schoolbesturen vervatten dit beleid in een transparante rapportage waarin heldere spelregels zijn vervat over toelating, plaatsing en maximalisering, uiteraard binnen de wettelijke kaders die hiervoor gelden.

Maximeren gebouwen Gemeente en schoolbesturen maken waar nodig onderling afspraken over het maximeren van schoolgebouwen/leerlingenaantallen. Hiermee wordt beoogd te voorkomen dat (tijdelijk) populaire scholen steeds groter worden en (tijdelijk) impopulaire scholen blijven teruglopen. Sturen op medegebruik Waar sprake is van een groeibehoefte bij scholen, kijken we binnen de gemeente eerst naar de beschikbare leegstand binnen andere scholen wanneer dit qua afstand en verkeersveiligheid verantwoord is. Flexibiliteit Bij de bouw van scholen is ontwerptechnische, gebouwtechnische en stedenbouwtechnische flexibiliteit een voorwaarde in de programmering en bouw, zodat eventuele toekomstige functionele aanpassingen alsmede groei en krimp eenvoudig ingepast kunnen worden.

34

6

Perspectieven

Perspectief Heino

Het Sterrenrijk

De Springplank 37

Gebouwkwaliteit en capaciteit Beide schoolgebouwen van Het Sterrenrijk (mijnplein) en de Springplank (de Mare) in Heino zijn relatief nieuw en dateren uit 2011 en 2013. De gebouwen bevinden zich in een goede staat en beschikken nu nog over voldoende capaciteit.

Uitgangssituatie

Woningbouw en prognoses Voor de kern Heino voorziet PVG in haar prognoses een forse groei met 280 extra leerlingen tot 2040. De feitelijke toevoeging en samenstelling van woningbouw in Heino moet uitwijzen of deze aantallen in de praktijk gaan uitkomen. Om te bepalen of deze voorspelde groei gaat passen in de bestaande gebouwen, is het zaak om de beschikbare capaciteit te vergelijken met de normbehoefte. Zie de tabel op de volgende pagina.

Heino Het Sterrenrijk Bouwjaar 2011 389 leerlingen

De Springplank Bouwjaar 2013 191 leerlingen

Matige gebouwkwaliteit Redelijke gebouwkwaliteit Goede gebouwkwaliteit

Semipermanente uitbreiding De huidige gebouwcapaciteit van beide scholen gezamenlijk is geschikt voor maximaal 737 leerlingen (445 Sterrenrijk en 292 leerlingen De Springplank). Deze ‘grens’ wordt volgens PVG medio 2034 geslecht. Volgens de prognoses houdt deze groei een tijd aan. Daarom houden we in dit plan voor de kern Heino rekening met een (semipermanente) uitbreiding van circa 500 m² per 2034. In jaren daarnaartoe is monitoring van de cijfers nodig, om tijdig te kunnen anticiperen. Daarnaast is het wijs om de komende jaren al na te denken over de locatie van de uitbreiding. PVG

Het Sterrenrijk

De Springplank

Maatregelen

Totaal

2025 Leerlingen Capaciteit Normbehoefte Normsaldo

342 2.438 m² 1.920 m² +518 m²

191 1.669 m² 1.161 m² +508 m²

533 4.107 m² 3.081 m² +1.026 m²

2030 Leerlingen Capaciteit Normbehoefte Normsaldo

453 2.438 m² 2.479 m² -41 m²

212 1.669 m² 1.266 m² +403 m²

665 4.107 m² 3.745 m² +362 m²

2035 Leerlingen Capaciteit Normbehoefte Normsaldo

516 2.438 m² 2.795 m² -357 m²

241 1.669 m² 1.412 m² +257 m²

757 4.107 m² 4.207 m² -100 m²

2040 Leerlingen Capaciteit Normbehoefte Normsaldo

574 2.438 m² 3.087 m² -649 m²

268 1.669 m² 1.548 m² +121 m²

842 4.107 m² 4.635 m² -528 m²

Heino Het Sterrenrijk Geen actie

De Springplank Semipermanent uitbreiden

Geen actie

(circa 500 m²) Matige gebouwkwaliteit Redelijke gebouwkwaliteit Goede gebouwkwaliteit

39

Perspectief Buurtdorpen

St. Antonius | Marienheem

De Linde | Laag- Zuthem

Esmoreit | Luttenberg

Gerardus Majella | Broekland

St. Bernadette | Heeten

St. Jozef | Nieuw Heeten

St. Nicolaas | Lierderholthuis

41

Leerlingenprognoses De prognoses duiden een stijging van 194 leerlingen aan in de periode 2025-2040. Omdat de meeste scholen in de buurtdorpen vernieuwd gaan worden, bieden deze momenten bij uitstek een gelegenheid om te anticiperen op de eventuele leerlingengroei. Gebouwkwaliteit en capaciteit De schoolgebouwen in de buurtdorpen zijn -op het gebouw in Lierderholthuis na- op leeftijd. Het is niet verwonderlijk dat deze gebouwen op onderdelen gedateerd zijn. Hoewel de intrinsieke technische bouwkwaliteit van een aantal van deze gebouwen aanzienlijk beter is dan de kwaliteit van schoolgebouwen die in de eindjaren ‘60 en ‘70 zijn gerealiseerd. Lopende projecten en nog te vernieuwen Voor drie schoolgebouwen zijn al projecten tot vernieuwing in ontwikkeling, te weten: De Linde in Laag Zuthem (renovatie), St. Bernadette in Heeten (nieuwbouw) en St. Jozef in Nieuw Heeten (vernieuwbouw). Voor de resterende drie schoolgebouwen Esmoreit in Luttenberg, Gerardus Majella in Broekland en St. Antonius in Mariënheem worden vernieuwingsmaatregelen opgenomen in dit plan.

Laag Zuthem De Linde

Uitgangssituatie

Bouwjaar 1919 44 leerlingen

Lierderholthuis St. Nicolaasschool Bouwjaar 2014 46 leerlingen

Luttenberg Esmoreit Bouwjaar 1926 173 leerlingen

Marienheem St. Antonius

Broekland Gerardus Majella

Bouwjaar 1938 112 leerlingen

Bouwjaar 1920 140 leerlingen

Heeten St. Bernadette Matige gebouwkwaliteit Redelijke gebouwkwaliteit Goede gebouwkwaliteit

Bouwjaar 1953 253 leerlingen

Nieuw Heeten St. Jozef Bouwjaar 1923 81 leerlingen

Esmoreit Het schoolgebouw Esmoreit in Luttenberg is integraal gedateerd op het gebied van gebouwtechniek, binnenklimaat en functionaliteit. Renovatie van het gebouw is in een eerder stadium al afgevallen, vanwege het beperkte kwaliteitspotentieel en ontoereikend volume naar de toekomst. De voorkeur gaat vooralsnog uit naar behoud van de voorziening op de huidige locatie, in verband met de centrale ligging en de eigendomspositie. Een haalbaarheidsstudie moet uitwijzen of het gewenst is om over te gaan tot vernieuwbouw (deels behoud, deels sloop, deels nieuwbouw) of dat complete vervangende nieuwbouw hier de voorkeur verdient. Met name de esthetische waarde, eventuele noodzaak van tijdelijke huisvesting en de financiële consequenties van verschillende scenario's zijn hierbij van belang. Gerardus Majella & St. Antonius Voor de schoolgebouwen in Broekland en Mariënheem is het uitgangspunt dat deze gebouwen op middellange termijn via een renovatie worden gemoderniseerd en verduurzaamd, tenzij er zwaarwegende redenen zijn om te kiezen voor andere maatregelen, zoals vervangende nieuwbouw, Op te stellen haalbaarheidsstudies voor deze beide schoolgebouwen moeten uitwijzen welk scenario financieel-technisch de voorkeur verdient.

Laag Zuthem De Linde

Maatregelen

Renoveren (in ontwikkeling)

Lierderholthuis St. Nicolaas Geen actie

Luttenberg Esmoreit Nieuwbouw, tenzij

Mariënheem St. Antonius Renoveren, tenzij

Broekland Gerardus Majella Renoveren, tenzij

Heeten St. Bernadette Nieuwbouw (in ontwikkeling)

Nieuw Heeten St. Jozef Vernieuwbouw (in ontwikkeling)

43

Perspectief Raalte-dorp Basisonderwijs

De Bolster (dislocatie Esstraat)

Kwintijn Oostenwind

De Korenbloem

de Bolster (hoofdlocatie) 45

Oostenwind Gebouw Oostenwind is 71 jaar oud en is integraal gedateerd. Het gebouw heeft een ruime normatieve leegstand, waarbij deze voor een deel wordt gebruikt door kinderopvang.

Uitgangssituatie

De Bolster De leerlingen van de Bolster zijn momenteel verdeeld over een hoofdlocatie (Kastanjelaan) en een dislocatie (Esstraat). De Bolster heeft te maken met krimp, waardoor deze school te maken heeft met groeiende overcapaciteit. De hoofdlocatie van de Bolster is inmiddels 57 jaar oud. Ondanks dat dit gebouw kwalitatief beter is dan het gebouw van Oostenwind, is ook hier op termijn grootschalige vernieuwing gewenst.

Oostenwind mijnplein 71 jaar oud 98 leerlingen

De Korenbloem mijnplein 6 jaar oud 307 leerlingen

Korenbloem & Kwintijn De gebouwen van de Korenbloem en de Kwintijn zijn nog relatief recent en behoeven de komende decennia nog geen aanpassingen. Het gebouw Kwintijn heeft de nodige leegstand. Taalschool Voor de Taalschool wordt momenteel capaciteit gehuurd van de Helpende Handen en Stichting Westdorp. Het contract loopt tot augustus 2028.

De Bolster dislocatie mijnplein 15 jaar oud

Kwintijn de Mare 11 jaar oud 89 leerlingen

Matige gebouwkwaliteit Redelijke gebouwkwaliteit Goede gebouwkwaliteit

De Bolster mijnplein 57 jaar oud 248 leerlingen

Taalschool in huurpand 60-80 leerlingen

46

Woningbouw Centrumgebied In Raalte-Centrum en de stationsgebied worden de komende jaren circa 600 woningen toegevoegd. De consequenties hiervan voor de scholen zijn meegenomen in de PVGprognoses. We zien momenteel geen basis voor een extra ‘wijkbasisschool’ in het centrum: Vanwege de uitstekende verkeersverbinding tussen Raalte-Centrum en Raalte-Noord, maakt een groot deel van de leerlingen uit het Centrum al jaren een trek naar de scholen in Raalte-Noord. Door de nieuw te realiseren Bolster wat noordelijker te lokaliseren, komt deze school ook dichterbij voor de centrumbewoners. De Oostenwind is met zijn specifieke concept in het centrumgebied gesitueerd.

Prognoses

ed bi en ge g m in ru on nt w Ce 600

Leerlingenprognoses Tot 2040 wordt vanuit de PVG-prognoses een groei met maximaal 175 leerlingen verwacht voor de basisscholen in het dorp. Deze cijfers worden komende jaren gemonitord, waarbij wordt bezien of de groei zich doorzet, stabiliseert of afvlakt. Kwintijn en Oostenwind hebben nog ruimte voor groei. Omdat wordt beoogd de Korenbloem te maximeren rondom 300 leerlingen, biedt de nieuwbouw van de Bolster de mogelijkheid om hier op middellange te anticiperen op de behoefte van Raalte-dorp.

Oostenwind

2025: 98 leerlingen 2040: 121 leerlingen

De Korenbloem 2025: 307 leerlingen 2040: 407 leerlingen

Kwintijn 2025: 89 leerlingen 2040: 110 leerlingen

De Bolster 2025: 248 leerlingen 2040: 279 leerlingen

Taalschool 60-80 leerlingen

47

Eindbeeld Raalte-Dorp Hiernaast is het beoogde eindbeeld voor de scholen in Raalte-Dorp visueel weergegeven: Voor de Korenbloem en Kwintijn zijn komende jaren geen huisvestingsingrepen te verwachten. Mijnplein maximeert De Korenbloem op 300 leerlingen. Hiermee wordt voorkomen dat deze uitgebreid moet worden en dat andere scholen in Raalte-Dorp met oplopende leegstand te maken krijgen. De Mare beoogd openbare school Kwintijn te laten groeien; Mijnplein beoogt groei van Oostenwind. De perspectieven van Oostenwind, De Bolster en Taalschool worden op de volgende pagina's toegelicht.

Eindbeeld

Oostenwind Upgraden (& beoogde groei)

De Korenbloem Geen actie (& maximeren)

Kwintijn Geen actie (& beoogde groei)

De Bolster Nieuwbouw op andere locatie

Taalschool Geen actie, tenzij

48

Perspectief De Bolster De Bolster is een school die in belangrijke mate voorziet in de onderwijsbehoefte vanuit RaalteZuid en oostzijde Westdorplaan. Het gebouw van de Bolster heeft onvoldoende potentie om te renoveren. Door de nieuwbouw van de Bolster noordelijker te lokaliseren dan de huidige hoofdlocatie aan de Kastanjelaan, komt deze school dichterbij voor centrumbewoners en hoeft bovendien geen tijdelijke huisvesting worden geregeld gedurende de nieuwbouw. Een locatiestudie moet uitwijzen naar welke locatie de voorkeur uitgaat. Eén van de locaties die hierbij wordt bekeken is die van de dislocatie van de Bolster aan de Esstraat. Wanneer dit de beoogde locatie wordt, wordt bekeken in welke mate de huidige dislocatie onderdeel kan uitmaken van de toekomstige oplossing. De exacte omvang van de nieuwe Bolster moet de komende jaren worden bepaald. Vooralsnog houden we in dit plan rekening met een omvang van 300 tot 350 leerlingen. Inclusief de nieuwe Bolster is er dan op middellange termijn in Raalte-dorp toereikende potentiële capaciteit aanwezig: Oostenwind (150 leerlingen) Kwintijn (150 leerlingen) Korenbloem (300 leerlingen) Bolster (300 tot 350 leerlingen) Totaal: 900 tot 950 leerlingen

Perspectief de Bolster

Oostenwind

De Korenbloem De Bolster Nieuwbouw op noordelijker locatie

Kwintijn De Bolster Huidige locatie

Taalschool 49

Perspectief Oostenwind

Perspectief Oostenwind

Oostenwind in Raalte heeft een vernieuwend onderwijsconcept en werkt met unitonderwijs. De school is dan ook geen traditionele wijkschool maar trekt leerlingen vanuit de gehele gemeente. Oostenwind heeft afgelopen jaren gemiddeld gezien een populatie tussen 80 en 100 leerlingen. Het gebouw is potentieel geschikt voor het huisvesten van 170 leerlingen. Mijnplein zet in op groei van de school. Vanuit de visie in dit IHP treffen we in de kern Raalte geen grootschalige investeringen in gebouwen kleiner dan 200 leerlingen, tenzij sprake is van een uitzonderlijke reden. Die uitzonderlijke reden is hier niet aanwezig. Omdat de huisvestingssituatie van Oostenwind ‘matig’ is, wordt vanuit dit IHP ingezet op het ‘upgraden’ van het gebouw. Hiermee kunnen de grootste knelpunten worden aangepakt, zodat het onderwijs op een verantwoorde wijze kan blijven plaatsvinden. Via upgrading kan het gebouw weer voor een jaar of vijftien mee. Daarbij is upgraden géén renovatie. Zo maken grootschalige functionele aanpassingen in de regel geen deel uit van een upgrade en is ook BENG een brug te ver. Over vijftien jaar is het zaak om een nieuw strategisch perspectief te ontwikkelen voor de huisvesting van deze school.

Oostenwind Upgraden

De Korenbloem

Kwintijn De Bolster

Taalschool 50

Perspectief Taalschool De Raaltese schoolbesturen en de gemeente spreken de voorkeur uit om alle leerlingen van de Taalschool (jong en oud) gecentreerd te huisvesten, net zoals nu het geval is. Vanuit organisatie en expertise heeft dit de voorkeur boven een splitsing. Voor de Taalschool loopt tot augustus 2028 een huurcontract bij Stichting Westdorp en Helpende Handen. De komende jaren wordt bekeken of de huurperiode daarna wordt gecontinueerd of dat andere (bestaande) schoolgebouwen geschikt zijn om deze doelgroep te huisvesten. Mogelijk alternatieve huisvesting voor de Taalschool is aanwezig in het achterste deel van de Zwolsestraat Carmel College Salland, waar momenteel circa 1.000 m² leegstaat. Komende jaren wordt bekeken of dit een gewenst en haalbaar alternatief is.

Perspectief Taalschool

Oostenwind

De Korenbloem

Kwintijn De Bolster

Taalschool Geen actie, tenzij

51

Perspectief Raalte-Noord Basisonderwijs

De Rietkraag

De Vogelaar

De Linderte

De Vogelaar ('t Eibernest)

53

Aankomend capaciteitstekort Het moment dat de totale capaciteit van de gezamenlijke schoolgebouwen in Raalte-Noord (Linderte, Rietkraag en Vogelaar) ontoereikend is om te voorzien in de behoefte, nadert met rasse schreden: De Vogelaar De Vogelaar is de afgelopen tien jaren verdubbeld in leerlingenaantallen. Het ruimtetekort hiernaast is gebaseerd op het aantal van 411 leerlingen per oktober 2024. De Vogelaar groeit volgens de prognose door naar ruim 470 leerlingen in 2032. Momenteel gebruikt de Vogelaar al enkele lokalen binnen de Rietkraag. Hiermee is het onderwijs van de Vogelaar over drie gebouwen verspreid: hoofdlocatie, 't Eibernest en de inwoning bij Rietkraag. Om kinderopvang aan te kunnen bieden wordt daarnaast gebruik gemaakt van een aantal portocabins.

Uitgangssituatie

De Linderte mijnplein Leeftijd: 20 jaar Leerlingen 2025: 436 Capaciteit 2.200 m² (permanent) Capaciteit 375 m² (semipermanent) Ruimtesaldo: +182 m² Gebouwkwaliteit: goed

De Rietkraag De Rietkraag heeft met 86 leerlingen te maken met leegstand. Deze leegstand wordt nu benut doordat enkele groepen van de Vogelaar hier zijn gevestigd. De Linderte Basisschool De Linderte is prima gehuisvest in een permanent gebouw van inmiddels 20 jaar oud. Daarnaast is enkele jaren geleden een semipermanente uitbreiding (gebouw ‘de Vlinder’) toegevoegd in de nabijheid van het permanente gebouw. De verwachting is dat het aantal leerlingen van de Linderte de komende jaren oploopt tot 460 leerlingen in 2032.

De Vogelaar

De Rietkraag

De Mare Leeftijd: 38 jaar Leerlingen 2025: 411 Capaciteit: 1.775 m² Ruimtesaldo: -452 m² Gebouwkwaliteit: redelijk

mijnplein Leeftijd: 40 jaar Leerlingen 2025: 86 Capaciteit 1.185 m² Ruimtesaldo: +552 m² Gebouwkwaliteit: redelijk

54

Eindbeeld lange termijn Perspectief In het eindbeeld in Raalte-Noord voorzien we drie permanente schoolgebouwen. Naast de bestaande Linderte (450 leerlingen) en de te vernieuwen Vogelaar (450 leerlingen) gaat het dan om de toevoeging van een mogelijk nieuw permanent schoolgebouw (240 leerlingen) in Raalte-Noord-Noord* per medio 2034. Het strategisch perspectief voor de Rietkraag moet de komende jaren duidelijk worden, waarbij deze school de komende jaren over voldoende capaciteit komt te beschikken via eigen semipermanente huisvesting (zie toelichting op pagina 57) . Dit eindbeeld biedt meerdere voordelen: Spreiding van onderwijs (nabijheid onderwijs) Gezonde volumes van >200 leerlingen Efficiënt gebruik gebouw en grond (drie locaties) Ruimte voor fasering van projecten in de tijd Het vernieuwen van de Vogelaar krijgt in de planning van het IHP een hogere urgentie, vanwege de huidige versnippering over drie gebouwen. Dit impliceert dat op korte termijn wordt gestart met een locatiestudie voor de Vogelaar, waarbij verschillende locaties en varianten (nieuwbouw, vernieuwbouw en renovatie) worden geanalyseerd om tot een voorkeursscenario te komen.

Aandachtspunten voorgesteld eindbeeld Hoewel situering op of nabij de huidige locatie van de vernieuwde Vogelaar gewenst is vanuit het perspectief van het schoolbestuur (mede in het licht van de huidige instroom vanuit de wijken Noord-Oost en Centrum), wordt het vinden van een geschikte locatie voor een school van 450-480 leerlingen op deze plek een flinke uitdaging, mede gezien bijvoorbeeld bestemming en ontsluiting. Daarom is het zaak om bij de locatiestudie van de Vogelaar meerdere locaties en varianten te bekijken. Bij alle toekomstige oplossingen is het zaak om ook het bewegingsonderwijs goed te borgen, bij voorkeur in de nabijheid van de schoolvoorzieningen. Separaat van dit IHP wordt daarom bekeken of de huidige binnensportcapaciteit in Raalte-Noord toereikend is en kwalitatief nog voldoet, of dat ook hiervoor ingrepen noodzakelijk zijn (mede in relatie tot de Raaltese breedtesportbehoefte).

Bij de locatie van de mogelijk nieuwe Hofschool* in Noord-Noord, is het gewenst om ontwerptechnisch en ruimtelijk rekening te houden met toekomstige uitbreidingsmogelijkheden, wanneer in de toekomst meer aanvullende woongebieden toegevoegd zouden worden in Noord. Over de organisatorische en bestuurlijke invulling van de Hofschool* worden in dit plan geen uitspraken gedaan. De komende jaren moeten uitwijzen aan welk type onderwijs het meest behoefte bestaat in Raalte-Noord en op welke wijze deze huisvesting het beste en meest efficiënt past bij de maatregelen voor de schoolgebouwen in Raalte-Noord. Dit krijgt de komende jaren een plek als onderdeel van de haalbaarheidsstudies die worden uitgevoerd. Vlekmatig wordt in de ontwikkelingsplannen al wel vast rekening gehouden met een mogelijk nieuwe basisschool in Noord-Noord (en de bijbehorende behoefte voor gym). * De naam ‘Hofschool’wordt hier als werktitel gehanteerd voor de nieuwe basisschool in Noord-Noord

55

Eindbeeld

Hofschool Nieuwbouw permanente basisschool (240 leerlingen)

De Linderte Geen actie (450 leerlingen)

De Vogelaar Vernieuwen (450 leerlingen)

56

Overbruggen naar eindbeeld Verplaatsen Rietkraag naar Vlinder Ingebruikname van het nieuwe ‘Hofschool’ in Noord-Noord (met een geplande capaciteit van 240 leerlingen) voorzien we medio 2034. De ingebruikname van de vernieuwde Vogelaar voorzien we medio 2030. Het is zaak om in tussentijd in Noord tot een verantwoorde overbrugging te komen, zodanig dat sprake is van voldoende capaciteit en dat financiële middelen zo min mogelijk in ‘lapmiddelen' hoeven te worden gestoken en zo veel als mogelijk in eindbeelden. Hiertoe zien we kansen door de Rietkraag op korte termijn (2027) te verplaatsen naar de locatie nabij de Linderte, waarbij je deze locatie in 2026 met ‘een tweede Vlinder’ semipermanent uitbreidt. Hierdoor creëer je voldoende capaciteit voor de Rietkraag en de Linderte voor de korte en middellange termijn. Bovendien krijgt de Rietkraag hiermee een ‘eigen plek’ om zich te ontwikkelen. Mogelijk biedt het kansen om in samenspraak met KOOS en Salland Wonen tot een optimale ‘herschikking’ van de aanwezige gebouwen op deze locatie te komen. Dit is in eerste instantie aan de betrokken partijen zelf.

Verplaatsen Vogelaar naar Rietkraag Op het moment dat de Rietkraag eind 2026 verplaatst naar de Vlinder, heeft de Vogelaar de mogelijkheid om haar capaciteitsvraag voor onderwijs (en eventueel kinderopvang) in te passen in het gebouw van de Rietkraag. Gelijktijdig biedt deze oplossing meer ‘vrijheid en comfort’ bij het vinden van een adequate locatie voor het vernieuwen van de Vogelaar. Zeker wanneer de vernieuwing op of in van één van de bestaande locaties gaat plaatsvinden. Tot het moment dat de Rietkraag is verhuisd naar de Vlinder, wordt de capaciteitsbehoefte van de Vogelaar ingevuld via de leegstand in de Rietkraag. Voorafgaande aan het terugleveren van het gebouw de Rietkraag door mijnplein aan de gemeente Raalte, wordt conform artikel 28 van de onderwijshuisvestingsverordening een ‘staat van onderhoud’ opgesteld. Hierbij wordt nagegaan of het gebouw in de juiste conditiescore is geconserveerd. Zo nodig worden afspraken gemaakt over het wegwerken van achterstallig onderhoud.

Toelatings- en plaatsingsbeleid Het is aan Mijnplein en de Mare om de komende jaren de leerlingenaantallen van de Linderte en de Vogelaar zodanig te reguleren, dat meer leerlingen verleid worden naar scholen met leegstand te gaan en de druk op scholen als de Linderte en de Vogelaar wordt verminderd.

57

Overbruggen

Stap 1 De Linderte Hoofdlocatie

Semipermanent uitbreiden de Vlinder

Stap 2 Rietkraag naar de Vlinder

Stap 3 Terugleveren Rietkraag aan gemeente

De Vogelaar Hoofdlocatie & 't Eibernest

Gebouw De Rietkraag (voor Vogelaar)

Stap 4 Vogelaar/KDO in gebouw Rietkraag

Stap 5 Afstoten portocabins KDO/Vogelaar

Flexlocaties Tot aan de beoogde realisering van de nieuwe Vogelaar en de ‘Hofschool’ in Noord-Noord, moet er uiteraard voldoende capaciteit beschikbaar zijn. In Noord onderscheiden we vier flexlocaties die als ‘buffer’ kunnen dienen voor de opvang van de capaciteit tot aan het eindbeeld: Huidig hoofdgebouw Vogelaar 't Eibernest Gebouw de Rietkraag Semipermanent gebouw de Vlinder Deze flexlocaties zijn niet ideaal als het gaat om de door de scholen gewenste concentratie van leerlingen, in zo min mogelijk gebouwen. Maar omwille van het efficiënt inzetten van schaarse middelen en het afwezig zijn van alternatieven op de korte termijn, gaan we deze flexlocaties wel inzetten ter overbrugging naar het eindbeeld. De komende jaren wordt frequent bekeken of alle vier flexlocaties nog nodig zijn of dat één of meerdere van deze locaties voortijdig afgestoten kunnen worden, dan wel onderdeel worden van een vernieuwing van bijvoorbeeld de Vogelaar.

59

Flexlocaties

EINDBEELD Nieuwe ‘Hofschool’ (240 leerlingen)

EINDBEELD Behoud de Linderte (450 leerlingen) FLEXLOCATIE 4 De Vlinder

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Raalte&id=e2dc3ef1-3e59-4fda-b4b7-ed2f114bb50c