CConstaterende datRaalte
Koppel je AI →
Document · PDF

Eindconcept Voortgangsrapportage

Informatievoorziening raad 29 juni 2023, gemeente RaalteBij agendapunt: Raadsinformatienotitie voortgangsrapportage Regionale Energiestrategie (RES)11.207 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Figuur 16:

Participatiekader RES West-Overijssel

In West-Overijssel is er voor gekozen om de procesparticipatie op de RES zo laag mogelijk neer te leggen. Dat wil zeggen bij de gemeenten. Wel is er op RES niveau een adviesgroep voor regionale maatschappelijke partners (waaronder de energiecoöperaties) en vindt er kennisdeling plaats tussen gemeenten via het provinciale programma NEO.

7.2 Lokaal Eigendom 7.2.1 Stand van zaken beleid lokaal eigendom De RES-regio West-Overijssel heeft als doelstelling dat minimaal 50% van de projecten voor grootschalige opwek in lokaal eigendom ontwikkeld worden. Lokaal eigendom is belangrijk om voldoende maatschappelijke acceptatie te realiseren voor de totstandkoming van grootschalige zonneparken en windmolens. De ambities van enkele gemeenten gaan verder dan in de RES 1.0 is opgenomen, soms met een streven naar 100% lokaal eigendom. De revenuen in de lokale gemeenschap houden en zeggenschap voor inwoners, zijn voor West-Overijssel belangrijke onderdelen van dat lokaal eigendom die in energieprojecten goed geborgd moeten zijn. Beleidsmatig is de verankering van de afspraak rondom lokaal eigendom goed onderweg. Wel is het beleid en jurisprudentie op dit onderwerp voortdurend aan verandering (en toetsing door rechters) onderhevig. Kennisuitwisseling over zowel het beleidsmatig verankeren van lokaal eigendom als het vormgeven van projecten met lokaal eigendom blijft nodig. 29

Daarnaast zien we dat het door de provincie ontwikkelde instrumentarium LEIF (Lokale Energie Initiatieven – Financiering) meer lokale initiatieven in staat stelt, vorm te geven aan projecten met lokaal eigendom. Gemeenten zijn vaak nog zoekend welk instrumentarium zij zelf aanvullend in kunnen zetten op dit onderwerp en hoever zij hierin willen gaan. De gedachtevorming rond lokaal eigendom in de warmteketen staat nog in de kinderschoenen. Het verdient aanbeveling ook hier komende periode aandacht aan te besteden. Het zou kunnen dat er een waterbedeffect in de regio gaat ontstaan waarbij actief geshopt gaat worden door commerciële ontwikkelaars tussen gemeenten waar de regelgeving optimaal in elkaar steekt voor de eigen businesscase. We monitoren dit effect via de monitor en hebben op dit moment nog geen aanleiding om te denken dat dit actief gebeurt. Toch verdient het aanbeveling om ook op dit vlak beleidskaders zoveel als mogelijk op elkaar aan te laten sluiten.

Figuur 17:

Beleidsmatige verankering lokaal eigendom

7.2.2 Voortgang 50% lokaal eigendom In de RES-regio wordt veel aandacht besteed aan lokaal eigendom en dit is dan ook goed verankerd in beleid. Daarmee zien we ook dat nieuwere wind- en zonprojecten vaak een aanzienlijk deel lokaal eigendom bevatten. Sterker, bij met name windprojecten zien we ook een veel hoger percentage dan 50% per project. Ook projecten met 100 % lokaal eigendom zijn ondertussen gerealiseerd of zitten in de pijplijn. Met name bij zonneparken ervaren veel gemeenten nog knelpunten als het om realisatie van lokaal eigendom gaat. Deze plannen zaten vaak al in procedure voordat beleidskaders lokaal eigendom vastgesteld waren.

7.3 Rol energiecoöperaties In praktisch alle gemeenten in onze RES-regio zijn energiecoöperaties actief. In veel gemeenten wordt er goed samengewerkt tussen deze energiecoöperaties en de gemeenten om samen tot de meest optimale invulling van projecten te komen. Hiervoor zijn diverse ondersteuningsfaciliteiten opgericht vanuit gemeenten en de provincie. Een voorbeeld hiervan is de LEI-F. De LEI-F speelt in op de behoeftes van lokale energie-initiatieven in de ontwikkelfase van projecten. In deze fase, die vaak ook risicovol is, ontbreekt het de initiatieven aan toegang tot financiering. Anderzijds missen zij toegang tot expertise op dit onderwerp. Door de initiatieven op beide fronten te faciliteren zullen meer projecten gerealiseerd worden. De LEI-F is een lening om de kosten die in de ontwikkelperiode gemaakt worden, te kunnen financieren. Lokale initiatieven kunnen deze lening ook gebruiken om kennis en kunde van een pool aan experts op het gebied van lokale energie in te huren. 30

De energiecoöperaties die vooroplopen bij het realiseren van grootschalige energieprojecten hebben een werkgroep geformeerd die de RES van adviezen voorziet. De voorzitter van deze werkgroep heeft zitting in de adviesgroep van de RES en de besturen van de energiecoöperaties worden regelmatig betrokken bij bijeenkomsten van de RES.

7.4 Communicatie In lijn met de landelijke berichtgeving en communicatie vanuit de NP RES vertellen wij vanuit de RES West-Overijssel het regionale verhaal over de energietransitie waarbij we vooral ingaan op realisatie van 1,8 TWh aan hernieuwbare energie met zon en wind en de rol van het netwerk daarin. Dat doen we door eenduidige communicatie naar inwoners en ondernemers te stimuleren en te faciliteren. We zetten daarbij in op heldere uitleg over het waarom van zon en wind. Daarin trekken we gezamenlijk op met de communicatieadviseurs van de 11 gemeenten van West-Overijssel, de provincie en de waterschappen. We hebben daarvoor o.a. een Communicatieplatform RES WestOverijssel opgezet wat regelmatig bij elkaar komt om elkaar te informeren, kennis te delen en te inspireren. Door interessante cases in te brengen, bieden we elkaar handvatten en wordt er ingezoomd op onderliggende thema’s als participatie, polarisatie en ‘fake news’. Actuele thema’s van deze tijd. Gezamenlijk is er gecommuniceerd door middel van een persbericht over de Notitie Reikwijdte en Detailniveau van het PlanMER. Hierin is uitleg gegeven over wat deze notitie inhoudt en over de periode van terinzagelegging. Dit bericht is op de website van alle gemeenten gepubliceerd en op de website van de RES West-Overijssel. Ook is een persbericht opgesteld over de Tussenstand van juni 2022.

7.5 Conclusies Doordat de procesparticipatie voor bijvoorbeeld zoekgebieden en beleidskaders bij gemeenten ligt, is het moeilijk om op RES niveau uitspraken te doen over de effectiviteit van de participatie. Wel zien we dat in alle gemeenten de inwoners uitgebreid betrokken zijn en worden bij de beleidsvorming. Lokaal eigendom speelt daar een belangrijke rol bij. Lokaal eigendom is een belangrijke ambitie en randvoorwaarde in West-Overijssel. Bijna alle gemeenten hebben hier beleid op geformuleerd en er wordt actief op gestuurd bij projecten. Bij nieuwere projecten is lokaal eigendom bijna altijd goed geregeld. Met name bij de grootschalige windprojecten wordt een hoog percentage lokaal eigendom gerealiseerd. Bij de zonneparken zien we dat een aantal plannen al in procedure waren voordat de beleidsregels rondom lokaal eigendom vigerend waren waardoor dit niet op alle plekken te realiseren blijkt. Dit is jammer omdat het onderwerp ook in onze regio op sommige plekken tot stevige polarisatie leidt waarbij het niet helpt als niet aan verwachtingen van omwonenden voldaan kan worden terwijl dit op het vlak van lokaal eigendom wel de intentie is. West-Overijssel ligt op dit onderwerp op schema.

31

8.

Vooruitblik naar 2023-2025

8.1 Verder met de uitvoering Gelet op de urgentie en de uitkomst van de RES-monitor, waaruit blijkt dat de realisatie van wind achter blijft, is er aanleiding om meer te sturen op de realisatie van deze ambitie. Met name rond de windambitie is het van belang scherp te krijgen welke ambitie uiteindelijk leidend gaat zijn en is sturing nodig. Het bod (de optelling van de gemeentelijke biedingen) uit de RES 1.0 blijkt namelijk niet werkbaar om een juiste balans tussen wind en zon te realiseren. Er is echter nog geen nieuw besluit genomen over de verhouding wind en zon. Dit zal onderdeel uit moeten maken van de RES 2.0. Dat bepaalt namelijk ook of er beleidsmatig in de komende periode nog bijgestuurd gaat worden. Het zwaartepunt zal de komende periode in ieder geval komen te liggen op realiseren van de geformuleerde ambities (met name wind) en kennisdeling. Gelet op de ruimtelijke inpassingsprincipes ligt het voor de hand dat windinitiatieven in meerdere grote clusters ontwikkeld worden in gemeentegrensoverschrijdende zoekgebieden. Daarvoor is subregionale samenwerking nodig. Gegeven deze situatie én de rol die de provincie heeft is het raadzaam om de provincie te vragen regie te nemen in het aanwijzen van deze clusters en de ontwikkeling daarvan samen met betrokken partners ter hand te nemen.

Gezien de maatschappelijke ontwikkelingen rondom monofunctionele zonnevelden is het zeer denkbaar dat nieuw beleid nieuwe ontwikkeling van zon op land gaat remmen. Dit heeft naast een ruimtelijk effect een positief effect op de wind:zon verhouding maar mogelijk ook impact op de haalbaarheid van het RES bod.

8.2 RES in het samenhangende regionale energiesysteem Overleg en afstemming vindt plaats in het ambtelijke en bestuurlijke SNIP (Samen naar Intergraal Programmeren) overleg, de pMIEK wordt ook in dit overleg besproken. Prioriteren en programmeren wordt gedaan via het afwegingskader van de pMIEK. Dit betreft een groeidocument, de indeling naar verschillende niveaus van prioriteit aan de hand van het afwegingskader kan wel wijzigen wanneer de opwek- of afnameplannen in de omgeving veranderen. De basis voor het advies in het pMIEK zijn de cijfers uit de netimpactanalyse uitgevoerd door Enexis, de cijfermatige input vanuit de gemeenten is daarom essentieel. De eerstvolgende netimpactanalyse zal onderdeel van de input vormen voor een eventuele wijzing van de prioritering van de HS/MS stations. De capaciteitsuitbreidingen van de Enexis-stations komen ook terug in de investeringsplannen van de netbeheerder(s), belangrijk is dat TenneT aangeeft wanneer zij haar stations en tracés verzwaard heeft. Gemeenten willen graag meer inzicht in de uitbreidingsinvesteringen en de planning hiervan.

8.3 Kruisbestuiving van RES met andere programma’s is nodig Gemeenten hebben ieder een bod gedaan in de RES 1.0. Samen komen tot uitvoering en daarmee ook de ruimtelijke kwaliteit borgen, is nu de opgave en daar wordt verder vorm aan gegeven. De wind- en zonopgaven op land, landen vooral in het landelijk gebied. Kruisbestuiving van de RES met programma’s als het Provinciaal Programma Landelijk Gebied (PPLG) en de Bossenstrategie maar ook bijvoorbeeld de woningbouwopgave en de uitbreiding van bedrijventerreinen biedt kansen om te komen tot die integrale aanpak. Daarnaast kunnen reeds geplande investeringen in groen, een businesscase voor wind/zon rendabeler maken (en andersom). Inwoners vragen nadrukkelijk om een integrale blik. Zie ook het voorbeeld ZSDZ.

8.4 Vooruitblik kaderstellende besluitvorming en verantwoordingsmomenten In de zomer van 2023 worden de afspraken RES 1.0 geëvalueerd. Deze Voortgangsrapportage is daar belangrijke input voor. Daarnaast loopt het proces rondom het PlanMER. Deze PlanMER zal samen met de RES 2.0 eind 2023 ter inzage worden gelegd. Deze Voortgangsrapportage en de PlanMER

32

samen leveren input voor de RES 2.0. Vaststelling van de RES 2.0 vindt plaats door de raden, Staten en algemeen besturen en is voorzien in maart 2024.

33

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Raalte&id=7ba2a070-c366-4e84-8e46-b379b3b647e5