CConstaterende datRaalte
Koppel je AI →
Document · PDF

Buitengebied Raalte, part. herz. nr. 68, omgeving Raarhoeksweg 45

Raadsvergadering 19 oktober 2023, gemeente RaalteBij agendapunt: Vaststellen Bestemmingsplan Buitengebied Raalte, partiële herziening nr. 68, nabij Raarhoeksweg 45, Raalte (hamerstuk)19.637 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

4.3

Archeologische waarden

Archeologische waarden moeten zoveel mogelijk worden behouden. Op basis van het verdrag van Malta en de wet op de archeologische monumentenzorg is het uitgangspunt gesteld om archeologisch erfgoed zoveel mogelijk terplekke te bewaren en maatregelen te nemen om dit te bewerkstelligen. De verstoorder van de bodem is verantwoordelijk voor het behoud van de archeologische resten. Daar waar behoud ter plekke niet mogelijk is, betaalt de verstoorder het archeologisch onderzoek en de mogelijke opgravingen. Voor ruimtelijke plannen die archeologische waarden bedreigen, moeten betrokken partijen in beeld brengen welke archeologische waarden in het geding zijn. Binnen het bestemmingsplan 'Buitengebied Raalte geconsolideerd 2020' (2 juni 2021)' zijn dubbelbestemmingen opgenomen die de archeologische waarden in het buitengebied van Raalte borgen. Het voorliggende plangebied aan de Raarhoeksweg 45 (daar waar een woning met bijgebouw worden gerealiseerd) heeft geen dubbelbestemming m.b.t. archeologische waarden opgenomen. Daarnaast zijn de bodemingrepen in het voorliggende plan relatief beperkt. Aan de Wijheseweg 31 te Broekland en aan de Looweg 14 te Luttenberg vinden geen bodemingrepen plaats. Een archeologisch onderzoek is dan ook niet noodzakelijk.

4.4

Cultuurhistorische waarden

Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening moeten naast de in de grond aanwezige of te verwachten monumenten, ook cultuurhistorische waarden in het plangebied worden meegewogen. Met het voorliggende plan aan de Raarhoeksweg 45 worden geen cultuurhistorische waarden aangetast. Er bevinden zich in het plangebied geen rijks- of gemeentelijke monumenten die worden gesloopt en/of aangetast. Ook worden andere cultuurhistorische waarden niet aangetast. Zo blijft de stijlrand aan de zuidzijde van het plangebied intact. Op de andere twee erven zijn alleen schuren gesloopt. Met het voorliggende plan, waarbij op deze twee erven de agrarische bestemming wijzigt naar de bestemming 'Wonen', worden geen cultuurhistorische waarden aangetast.

4.5

Water

Het is verplicht om in elk bestemmingsplan een waterparagraaf op te nemen. In deze waterparagraaf wordt een overzicht gegeven van het beleid dat van toepassing is op het plangebied. Bij nieuwe ontwikkelingen moet worden aangetoond dat in het plan mogelijkheden bestaan voor een goede waterhuishouding. Europees beleid Sinds 2000 is de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) van kracht. Deze richtlijn moet ervoor zorgen dat de kwaliteit van het oppervlakte- en grondwater verbeterd zodat het water chemisch en ecologisch (weer) gezond wordt. Alle waterbeheerders moeten ervoor zorgen dat de waterkwaliteit in 2015 op orde is. Voor het uitwerken van de doelstellingen worden er op stroomgebied niveau plannen opgesteld. In deze stroomgebiedplannen staan de concrete doelstellingen en maatregelen beschreven voor de verschillende stroomgebieden. Rijksbeleid

concept

35

Het Nationaal Water Programma 2022–2027 geeft een overzicht van de ontwikkelingen binnen het waterdomein en legt nieuw ontwikkeld beleid vast. Er wordt gewerkt aan schoon, veilig en voldoende water dat klimaatadaptief en toekomstbestendig is. Ook is er aandacht voor de raakvlakken van water met andere sectoren. Er liggen grote opgaven voor het waterdomein: Nederland moet zich aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering. We moeten blijven werken aan een goede bescherming tegen overstromingen en klimaatrobuuste zoetwatervoorziening tegen toenemende droogte. Ook de zorg voor goede waterkwaliteit en duurzame drinkwatervoorziening verdient aandacht. Daarnaast zijn allerlei functies afhankelijk van water, zoals de scheepvaart, de landbouw en de natuur. Op de Noordzee moeten vele functies, waaronder de opgaven voor windenergie, natuurontwikkeling, duurzame visserij, scheepvaart en zandwinning, in balans met elkaar een plek krijgen. Om aan te geven hoe we omgaan met de uitdagingen van ons water, ontwikkelde de Rijksoverheid het Nationaal Water Programma 2022-2027. Het Nationaal Water Programma 2022-2027 is vastgesteld op 18 maart 2022. In het Nationaal Water Programma (NWP) 2022-2027 beschrijft de Rijksoverheid de hoofdlijnen van het nationale waterbeleid en de uitvoering ervan in de rijkswateren en -vaarwegen.

Provinciaal beleid In de Omgevingsvisie Overijssel wordt ruim aandacht besteed aan de wateraspecten. De ambities zijn, naast de uitvoering van de Kaderrichtlijn Water, gericht op de verbetering van de kwaliteit van de kleinere wateren, de veiligheid, de grondwaterbescherming, bestrijding van wateroverlast, de kwantiteit en kwaliteit van grond- en oppervlakte water en waterbeleving zowel in de groene ruimte als stedelijk gebied. De provincie werkt nauw samen met Waterschappen om haar ambities te realiseren. Hiervoor hebben de waterschappen eigen regionale waterbeheerplannen opgesteld. De Provinciale staten hebben de wettelijke bevoegdheid tot het instellen en opheffen van waterschappen, tot regeling van hun gebied, taken, inrichting, samenstelling van hun bestuur en tot de verder reglementering van waterschappen. De manier waarop de waterschappen hun taak uitoefenen is onderhevig aan provinciaal toezicht doordat het waterbeheerplan de goedkeuring van Gedeputeerde Staten behoeft. Dus de provincie stelt de regels en de waterschappen doen verder de uitvoering van het waterbeheer. Waterschap Drents Overijsselse Delta Voor het plangebied is het Waterbeheersplan 2022 – 2027 van het Waterschap Drents Overijsselse Delta van toepassing. Daarnaast is de Keur van het waterschap een belangrijk regelstellend instrument waarmee in ruimtelijke plannen rekening moet worden gehouden.

Invloed plan op de waterhuishouding Aan de Wijheseweg 31 te Broekland en aan de Looweg 14 te Luttenberg vinden wijzigingen plaats, anders dan een wijziging van de bestemming. Hier heeft het voorliggende plan geen invloed op de waterhuishouding. Hierna wordt nader ingegaan op het plan voor het erf aan de Raarhoeksweg 45. Binnen dit bestemmingsplan worden niet meer dan 10 wooneenheden gerealiseerd en de toename van het verharde oppervlak bedraagt niet meer dan 1500 m2. Het verhard oppervlak neemt per saldo met het volledige plan, verdeeld over drie locaties, zelfs af. Het plangebied Aan de Raarhoeksweg 45 bevindt zich niet binnen een beekdal, primair watergebied, stedelijke watercorridor of beschermingsgebied / invloedszone van een watergang, waterkering of persleiding. Binnen het plangebied is geen sprake van (grond)wateroverlast. Voor de aanleghoogte wordt een ontwateringsdiepte aangehouden van minimaal 80

36

Buitengebied Raalte, part. herz. nr. 68, omgeving Raarhoeksweg 45

centimeter. Dit is de afstand tussen de gemiddelde hoogste grondwaterstand (GHG) en het maaiveld. Bij het bouwen zonder kruipruimte kan worden volstaan met een geringere ontwateringsdiepte. Om wateroverlast en schade in woningen en bedrijven te voorkomen wordt een drempelhoogte van 30 centimeter boven het straatpeil gehanteerd. Ook voor lager, beneden het maaiveld, gelegen ruimtes (kelders) moet aandacht worden besteed aan het voorkomen van wateroverlast door onder andere te voorkomen dat afstromend hemelwater vanaf het straatoppervlak naar binnen kan stromen. Bij de aanleg van kelderconstructies dient aandacht te worden geschonken aan de toepassing van waterdichte materialen en constructies. Bij de afvoer van overtollig hemelwater is het landelijk beleid dat het afstromend hemelwater ter plaatse in het milieu moet worden gebracht, dat wil zeggen lozen in de bodem (infiltratie) of in het oppervlaktewater. Het waterschap heeft de voorkeur om het hemelwater, daar waar mogelijk, te het infiltreren in de bodem. Schoon hemelwater (bijvoorbeeld vanaf dakoppervlakken) kan direct worden afgevoerd naar oppervlaktewater. Speciale aandacht wordt besteed aan duurzaam bouwen en een duurzaam gebruik van de openbare ruimte om een goede kwaliteit van het afgekoppelde hemelwater te garanderen. In het voorliggende plan wordt hemelwater geïnfiltreerd in de bodem.

concept

37

Watertoets Raarhoeksweg 45 Op grond van artikel 12 van het Besluit op de ruimtelijke ordening moeten ruimtelijke plannen voorzien worden van een waterparagraaf. Hiervoor moet het proces van de watertoets worden doorlopen. Bij het watertoetsproces gaat het om het hele proces van vroegtijdig meedenken, informeren, adviseren, afwegen en uiteindelijk beoordelen van de waterhuishoudkundige aspecten in ruimtelijke plannen en besluiten. Het waterschap is geïnformeerd over het plan door gebruik te maken van de digitale watertoets (zie Bijlage 3). Uit de digitale watertoets komt dat de 'korte procedure' gevolgd kan worden. Hiermee is het plan voldoende afgestemd met het waterschap.

38

Buitengebied Raalte, part. herz. nr. 68, omgeving Raarhoeksweg 45

Hoofdstuk 5 Milieuaspecten 5.1

Inleiding

Nieuwe initiatieven hebben te maken met milieuaspecten. Een aantal van deze milieuaspecten zijn ruimtelijk relevant. In dit hoofdstuk wordt achtereenvolgens ingegaan op: Bodem Geluid Luchtkwaliteit Externe veiligheid Geur Bedrijven en milieuzonering Vormvrije m.e.r.-beoordeling Leidingen Verkeer en parkeren Er wordt daarbij met name ingegaan op de locatie Raarhoeksweg 45, waar de nieuwe woning met bijgebouw wordt gerealiseerd. Op de locaties aan de Wijheseweg 31 te Broekland en aan de Looweg 14 te Luttenberg wijzigt ruimtelijk niets. Hier zijn de betrokken schuren reeds gesloopt. Op deze locaties zijn in de huidige situatie al geen agrarische bedrijven meer actief en wijzigt nu alleen de agrarische bestemming naar een woon-bestemming. Dit heeft milieutechnisch geen gevolgen.

5.2

Bodem

Sinds 1 januari 2008 is in het Besluit Bodemkwaliteit (Bbk) vastgelegd hoe we in Nederland omgaan met het hergebruik van schone en licht verontreinigde grond en de bescherming van de bodem. Bij de vaststelling van een ruimtelijk plan, waarbij functiewijziging plaatsvindt, dient te worden bepaald of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het toekomstige gebruik. Hiertoe heeft binnen het plangebied aan de Raarhoeksweg 45 een verkennend bodemonderzoek plaatsgevonden, welke is opgenomen als bijlage (zie Bijlage 4 van de toelichting van dit bestemmingsplan. Conclusie van het onderzoeksrapport is dat uit milieukundig oogpunt er geen bezwaar is tegen de bestemmingsplanwijziging en de geplande nieuwbouwplannen, aangezien de vastgestelde verontreinigingen geen risico's voor de volksgezondheid opleveren. De bodem wordt geschikt geacht voor het huidige en toekomstige gebruik (wonen met tuin). Voor de erven aan de Wijheseweg 31 te Broekland en aan de Looweg 14 te Luttenberg is geen bodemonderzoek noodzakelijk. Hier wijzigt ruimtelijk niets. Hier zijn de betrokken schuren reeds gesloopt. Op deze locaties zijn in de huidige situatie al geen agrarische bedrijven meer actief en wijzigt nu alleen de agrarische bestemming naar een woon-bestemming.

concept

39

5.3

Geluid

5.3.1 Algemeen Het aspect geluid speelt een belangrijke rol in de omgevingskwaliteit. Ook is geluid van invloed op het welbevinden van mensen. Hierdoor komt het aspect geluid in veel verschillende wetten (met elk hun eigen reikwijdte) voor. In de Wet geluidhinder (Wgh) staat dat inzichtelijk moet worden gemaakt welke geluidsbronnen in het gebied aanwezig zijn en wat de geluidsbelasting is voor woningen en andere geluidsgevoelige bestemmingen zoals onderwijsgebouwen, ziekenhuizen en verpleeghuizen. Op basis van de Wet geluidhinder (Wgh) zijn er drie geluidsbronnen waarmee bij nieuwe ruimtelijke plannen rekening gehouden dient te worden: wegverkeer-, railverkeer- en industrielawaai. Artikel 76 Wgh verplicht er toe om bij ruimtelijke ontwikkelingen die betrekking hebben op gronden binnen een geluidzone terzake van de geluidsbelasting van de gevel van geprojecteerde geluidsgevoelige bestemmingen de grenswaarden uit de Wgh in acht te nemen. In deze paragraaf wordt ingegaan op de ontwikkelingen aan de Raarhoeksweg 45. Voor de erven aan de Wijheseweg 31 te Broekland en aan de Looweg 14 te Luttenberg is geen akoestisch onderzoek noodzakelijk. Hier wijzigt ruimtelijk niets. Hier zijn alleen betrokken schuren gesloopt. Op deze locaties wijzigt nu alleen de agrarische bestemming naar een woon-bestemming.

5.3.2 Wegverkeerslawaai De nieuwe woning ligt nabij de Raarhoeksweg. Op de kaarten van de Atlas voor de Leefomgeving zijn geluidskaarten m.b.t. wegverkeer opgenomen. Deze kaarten geven een goede indicatie van het geluidsniveau. Uit deze kaart (www.atlasleefomgeving.nl) blijkt dat de te verwachten geluidbelasting van wegverkeer op de woning rond de voorkeursgrenswaarde (Lden van 48 dB) van de Wet geluidhinder zal liggen. Hiermee is voldoende aannemelijk dan kan worden voldaan aan de Wet geluidhinder.

5.3.3 Railverkeerlawaai Van railverkeer in de nabijheid is geen sprake.

5.3.4 Industrielawaai Van industrielawaai is geen sprake. Een akoestisch onderzoek industrielawaai is niet nodig.

5.4

Luchtkwaliteit

5.4.1 Externe werking Het wettelijk kader met betrekking tot de luchtkwaliteit is sinds 2007 vastgelegd in hoofdstuk 5 van de Wet milieubeheer (Wm) en in de algemene maatregel van bestuur 'Niet in betekenende mate bijdragen' (Besluit NIBM) en de ministeriële regeling NIBM (Regeling NIBM). In titel 5.2 van de Wm is het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) geregeld. In dit programma staat onder andere beschreven wanneer en hoe overschrijding van de luchtkwaliteitsnormen moet worden aangepakt. In het programma wordt rekening gehouden met nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. Ontwikkelingen die binnen het programma passen, hoeven niet meer te worden getoetst

40

Buitengebied Raalte, part. herz. nr. 68, omgeving Raarhoeksweg 45

aan de luchtkwaliteitsnormen. Voor projecten die niet in betekenende mate bijdragen aan luchtverontreiniging, hoeft geen onderzoek te worden gedaan naar de luchtkwaliteit. Voor een woningbouwlocatie geldt bijvoorbeeld dat deze niet in betekenende mate bijdraagt wanneer deze niet meer dan 1.500 woningen omvat (met de bijbehorende verkeersbewegingen). Met het voorgenomen plan zijn op twee locaties schuren gesloopt en wordt aan de Raarhoeksweg 45 een nieuwe woning met bijgebouw gerealiseerd. Het plan aan de Raarhoeksweg is daarmee zo kleinschalig dat deze nauwelijks tot niet voor eenn toename van emissies van luchtverontreinigende stoffen zorgt: waaronder fijnstof (PM10) stikstofdioxide (NO2). Het plan is in Niet in Betekenende Mate.

5.4.2 Interne werking Van belang is uit oogpunt van een goede ruimtelijk ordening te beoordelen of de luchtkwaliteit op de locatie geschikt is voor het voorgenomen plan. In de directe omgeving van het plan zijn geen industriële emissiebronnen van betekenis gelegen en ook geen veebedrijven. Uit de grootschalige concentratie- en depositiekaarten Nederland, blijkt dat in het km2 vak waarin het plan ligt de achtergrondconcentratie Stikstofdioxide (NO2) en fijnstof PM10 en PM2,5 ruim voldoen aan grenswaarden van de wet milieubeheer en de WHO-advieswaarde.

5.5

Externe veiligheid

5.5.1 Algemeen Het beleid voor externe veiligheid is gericht op het verminderen en beheersen van risico's van zware ongevallen met gevaarlijke stoffen in inrichtingen en tijdens het transport. Het doel van het veiligheidsbeleid is zowel individuele burgers als groepen burgers een minimum beschermingsniveau te bieden tegen een ongeval met gevaarlijke stoffen. Om dit doel te bereiken verplicht het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) en het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) en op termijn ook het Besluit transportroutes externe veiligheid (Btev) gemeenten en provincies bij besluitvorming in het kader van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en de Wet op de ruimtelijke ordening afstand te houden tussen gevoelige objecten (zoals woningen) en risicovolle activiteiten. Geregeld is hoe gemeenten moeten omgaan met risico's voor mensen in de omgeving van een risicobron als gevolg van de aanwezigheid van gevaarlijke stoffen in de risicobron. Afstanden die aangehouden moeten worden, worden bepaald door het plaatsgebonden risico van een risicovolle activiteit. Het ijkpunt voor het groepsrisico wordt bepaald door een oriëntatiewaarde. De externe veiligheid van risicobronnen wordt uitgedrukt in het plaatsgebonden risico en het groepsrisico van de risicobron.

5.5.2 Onderzoek Om in beeld te brengen of er in het plangebied aan de Raarhoeksweg 45 (waar één nieuwe woning wordt gerealiseerd), of in de nabijheid daarvan risicobronnen aanwezig zijn, is de risicokaart geraadpleegd. Een uitsnede daarvan is weergegeven in figuur 18.

concept

41

Figuur 18: Risicokaart, waarbij het plangebied aan de Raarhoeksweg met blauw rondje is aangeduid. Plaatsgebonden risico Het plan is niet gelegen binnen aan te houden afstanden voor het plaatsgebonden risico (PR-10) van inrichtingen met gevaarlijke stoffen die zijn aangewezen onder het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), aangewezen transportroute voor gevaarlijke stoffen onder het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) of buisleidingen die vallen onder het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Groepsrisico Het plan is ook niet gelegen in invloedgebied van een BEVI-inrichting, transportroute gevaarlijke stoffen of buisleiding. Een verantwoording van het groepsrisico is niet nodig. Overige risicobronnen Het plan is niet gelegen binnen het invloedsgebied van overige risicobronnen.

5.6

Geur

5.6.1 Inleiding In deze paragraaf wordt nader ingegaan op het aspect geur in relatie tot het plan aan de Raarhoeksweg 45. Voor de erven aan de Wijheseweg 31 te Broekland en aan de Looweg 14 te Luttenberg is geen geuronderzoek noodzakelijk. Hier wijzigt ruimtelijk niets. Hier zijn de betrokken schuren reeds gesloopt. Op deze locaties zijn in de huidige situatie al geen agrarische bedrijven meer actief en wijzigt nu alleen de agrarische bestemming naar een woon-bestemming. De bestaande voormalige agrarische bedrijfswoningen liggen op meer dan 50 meter van intensieve veehouderijen.

42

Buitengebied Raalte, part. herz. nr. 68, omgeving Raarhoeksweg 45

5.6.2 Geuronderzoek In de nabijheid van het plangebied Raarhoeksweg 45 zijn geen intensieve veehouderijen van substantiële omvang aanwezig. Hiermee hoeft redelijkerwijs geen geuronderzoek naar de achtergrondbelasting (de cumulatieve geurbelasting van alle veehouderijen in de omgeving) plaats te vinden. Wel liggen er relatief kleinschalige veehouderijen in de nabijheid van het plangebied, aan de Raarhoeksweg 46 en aan de Raarhoeksweg 43. Hiervan is middels een onderzoek de voorgrondbelasting in beeld gebracht (zie voor het onderzoeksrapport Bijlage 5 van de toelichting van dit bestemmingsplan. Dit met name vanwege de zogenaamde omgekeerde werking; de naastgelegen veehouderijen mogen niet in hun rechten beperkt worden door de ontwikkeling. Voor het bedrijf aan de Raarhoeksweg 43 (rundveebedrijf) geldt een vaste aan te houde afstand van 50 meter. Voor deze dieren zijn geen geuremissiefactoren vastgesteld. Aan deze vaste afstand van 50 meter wordt voldaan.

5.6.3 Geurbelasting De voorgrond geurbelasting zoals veroorzaakt door Raarhoeksweg 46 is berekend. De geurbelasting op de nieuwe woning bedraagt minder dan 1 ou en dat is ruim onder de wettelijke norm van 14 ou, die geldt voor objecten in het buitengebied van Raalte. Het leefklimaat wordt dan, volgens bijlage 6 en 7 van de Handreiking Wet geurhinder en veehouderij, als 'zeer goed' beoordeeld. De nieuw te bouwen woning ligt ook niet binnen de vaste afstandscontour van 50 meter (gemeten vanaf de rand van het bouwbok van het bedrijf aan de Raarhoeksweg 46.

5.6.4 Omgekeerde werking Bij ruimtelijke ordening moet rekening worden gehouden met gevestigde belangen. In relatie tot de Wet Geurhinder en veehouderij betekent dit dat een veehouder het recht heeft om het hele bouwblok voor veehouderijactiviteiten te benutten en stallen en emissiepunten verplaatsen naar de rand van het bouwblok. Door nieuwe ontwikkeling mag hij hierin niet beperkt worden. Voor de Raarhoeksweg 46 en voor de Raarhoeksweg 43 overlapt de 50-meter contour, geprojecteerd rondom het bouwblok, niet de locatie van de nieuw te bouwen woning. Daarmee is er geen sprake van een beperking voor de veehouderij met betrekking tot de omgekeerde werking. Ook is de geurbelasting op de oostgevel van de nieuw te bouwen woning berekend, indien deze berekend wordt op basis van fictieve emissiepunten op de rand van het bouwblok van Raarhoeksweg 46. Ook dan blijft de voorgrondbelasting met 0,7 ou (onder de 1 ou) ver onder de wettelijke norm van 14 Ou. Ten aanzien van de voorgrondbelasting is er geen sprake is van een beperking van de bestaande rechten van de veehouderij.

5.6.5 Conclusie M.b.t. het aspect is sprake van een goed woon- en leefklimaat ter hoogte van de nieuwe woning aan de Raarhoeksweg 45 en omliggende bedrijven worden niet in hun ontwikkelingsmogelijkheden beperkt.

concept

43

5.7

Bedrijven en milieuzonering

5.7.1 Inleiding In deze paragraaf wordt nader ingegaan op het aspect milieuzonering in relatie tot het plan aan de Raarhoeksweg 45. Voor de erven aan de Wijheseweg 31 te Broekland en aan de Looweg 14 te Luttenberg is dit niet relevant. Hier wijzigt ruimtelijk niets. Hier zijn de betrokken schuren reeds gesloopt. Op deze locaties zijn in de huidige situatie al geen agrarische bedrijven meer actief en wijzigt nu alleen de agrarische bestemming naar een woon-bestemming. De bestaande voormalige agrarische bedrijfswoningen worden gewijzigd naar burgerwoningen en kennen hiermee een zelfde milieubescherming als in de situatie van bedrijfswoning.

5.7.2 Algemeen Zowel de ruimtelijke ordening als het milieubeleid stellen zich ten doel een goede kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Dit gebeurt onder andere door milieuzonering. Onder milieuzonering verstaan we het aanbrengen van een voldoende ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende bedrijven of inrichtingen enerzijds en milieugevoelige functies als wonen en recreëren anderzijds. De ruimtelijke scheiding bestaat doorgaans uit het aanhouden van een bepaalde afstand tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. Die onderlinge afstand moet groter zijn naarmate de milieubelastende functie het milieu sterker belast. Milieuzonering heeft twee doelen: het voorkómen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar bij woningen en andere gevoelige functies; het bieden van voldoende zekerheid aan bedrijven dat zij hun activiteiten duurzaam onder aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen. Voor het bepalen van de aan te houden afstanden wordt de VNG-uitgave 'Bedrijven en Milieuzonering' uit 2009 gebruikt. Hierin zijn voor een hele reeks van milieubelastende activiteiten (naar SBI-code gerangschikt) richtafstanden gegeven ten opzichte van milieugevoelige functies. De lijst geeft richtafstanden voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar.

De grootste van de vier richtafstanden is bepalend voor de indeling van een milieubelastende activiteit in een milieucategorie en daarmee ook voor de uiteindelijke richtafstand. De richtafstandenlijst gaat uit van gemiddeld moderne bedrijven. Indien bekend is welke activiteiten concreet zullen worden uitgeoefend, kan gemotiveerd worden uitgegaan van de daadwerkelijk te verwachten milieubelasting in plaats van de richtafstanden. De afstanden worden gemeten tussen enerzijds de grens van de bestemming die de milieubelastende functie(s) toelaat en anderzijds de dichtst daarbij gelegen situering van de gevel van een milieugevoelige functie die op grond van het bestemmingsplan mogelijk is. De navolgende tabel geeft de relatie tussen milieucategorie, richtafstanden en omgevingstype weer.

Het systeem van richtafstanden gaat uit van het principe van scheiding van functies: de richtafstandenlijst geeft richtafstanden tussen bedrijfslocatie en omgevingstype rustige woonwijk respectievelijk gemengd gebied. Binnen gebieden met functiemenging zijn er

44

Buitengebied Raalte, part. herz. nr. 68, omgeving Raarhoeksweg 45

milieubelastende en milieugevoelige functies die op korte afstand van elkaar zijn of worden gesitueerd. Bij gebieden met functiemenging kan gedacht worden aan stads- en wijkcentra, horecaconcentratiegebieden en woongebieden met kleinschalige c.q. ambachtelijke bedrijvigheid. Het kan gaan om bestaande gebieden met functiemenging en om gebieden waar bewust functiemenging wordt nagestreefd, bijvoorbeeld om een grotere levendigheid tot stand te brengen. Hiernaast gelden ten aanzien van bedrijven die onder de werkingssfeer van de Wet milieubeheer vallen, deze Wet en haar uitvoeringsbesluiten als toetsingskader voor de toegestane bedrijfshinder. Met het realiseren van een milieugevoelige bestemming (een extra woning) is het nodig dat milieuzonering heeft plaatsgevonden om voldoende ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende bedrijven of inrichtingen enerzijds en milieugevoelige functies als wonen en recreëren anderzijds te garanderen.

5.7.3 Doorwerking in plan Het plan aan de Raarhoeksweg 45 is gelegen in het omgevingstype 'rustig buitengebied'. Rond het plangebied liggen alleen enkele agrarische bedrijven. In paragraaf 5.6 is onderbouwd dat deze bedrijven op voldoende afstand liggen, waarbij de bedrijven niet in hun bedrijfsvoering worden belemmerd door de voorliggende ontwikkeling. Ook is sprake van een goed woon- en leefklimaat aan de Raarhoeksweg 45, waar de nieuwe woning wordt gerealiseerd.

5.8

Vormvrije m.e.r.-beoordeling

Op 1 april 2011 is het gewijzigde Besluit milieueffectrapportage in werking getreden. Een belangrijke wijziging betreft het indicatief maken van de drempelwaarden in onderdeel D (betreft de m.e.r.-beoordeling) van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage. Concreet betekent dit dat, ook wanneer ontwikkelingen onder de in bijlage D opgenomen drempelwaarden blijven, het bevoegd gezag zich er nog steeds van moet vergewissen of activiteiten geen aanzienlijke milieugevolgen kunnen hebben, de zogenaamde 'vergewisplicht'. Het komt er op neer dat voor elk besluit of plan dat betrekking heeft op activiteit(en) die voorkomen op de D-lijst die beneden de drempelwaarden vallen een toets moet worden uitgevoerd of belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen worden uitgesloten. Voor deze toets wordt de term vormvrije m.e.r.-beoordeling gehanteerd. Deze vormvrije m.e.r.-beoordeling kan tot twee conclusies leiden: belangrijke nadelige milieugevolgen zijn uitgesloten: er is geen m.e.r.(-beoordeling) noodzakelijk; belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn niet uitgesloten: er moet een m.e.r.-beoordeling plaatsvinden of er kan direct worden gekozen voor m.e.r. De toetsing in het kader van de vormvrije m.e.r.-beoordeling dient te geschieden aan de hand van de selectiecriteria in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling.

In deze bijlage staan drie hoofdcriteria centraal: de kenmerken van het project; de plaats van het project; de kenmerken van de potentiële effecten. Relatie met de voorgenomen ontwikkeling Het voorliggende plan is niet m.e.r.-plichtig. Uit deze toelichting is daarbij gebleken dat er geen sprake is van significant negatieve effecten op het milieu. Gelet op de kenmerken van het project, de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële effecten zullen geen belangrijke negatieve milieugevolgen optreden. Eén en ander blijkt tevens uit dit hoofdstuk waarbij uitgebreid is ingegaan op de milieu- en omgevingsaspecten.

concept

45

5.9

Leidingen

Ten behoeve van het plan aan de Raarhoeksweg 45, daar waar nieuw gebouwd wordt, dient rekening te worden gehouden met de aanwezigheid van ondergrondse kabels en planologisch relevante leidingen. In de bodem van het plangebied liggen voor zover bekend geen primaire hoofdleidingen, die beperkend zijn voor het voorliggende plan.

5.10 Verkeer en parkeren 5.10.1

Parkeren

In het voorliggende plan wordt één extra woning gerealiseerd aan de Raarhoeksweg 45. Op basis van de nota 'Parkeernormen Raalte 2015' geldt een parkeernorm van 2,4 parkeerplaatsen per woning (afgerond 3). Het erf in het plangebied is ruim van opzet, waarmee aan de parkeernorm kan worden voldaan. De realisatie en instandhouding van voldoende parkeerplaatsen is in dit bestemmingsplan geborgd middels het opnemen van specifieke parkeerregels in de planregels.

5.10.2

Verkeer

In het voorliggende plan wordt één extra woning gerealiseerd binnen het plangebied Raarhoeksweg 45. Dit zorgt voor een heel beperkte toename van het aantal verkeersbewegingen. Het erf heeft reeds een verkeersveilige ontsluiting op de Raarhoeksweg, welke gehandhaafd blijft. De zeer beperkte toename van het aantal verkeersbewegingen kan goed opgevangen worden op de Raarhoeksweg.

5.11 Conclusie In dit hoofdstuk zijn alle relevante milieuaspecten beschreven. Hieruit kan worden geconcludeerd dat de voorgenomen ontwikkeling geen belemmeringen met zich meebrengt.

46

Buitengebied Raalte, part. herz. nr. 68, omgeving Raarhoeksweg 45

Hoofdstuk 6 Juridische aspecten

6.1

Inleiding en opzet van de regels

In dit hoofdstuk wordt uiteengezet hoe de juridische regeling (de regels en de verbeelding) van dit bestemmingsplan is vormgegeven. Met betrekking tot de regels en de verbeelding is aangesloten bij het bestemmingsplan 'Buitengebied Raalte geconsolideerd'. Ten aanzien van het bestemmingsplan is een viertal regels opgenomen: inleidende regels, bestemmingsregels, algemene regels en een slotregel.

6.2

Verantwoording van de regels

1. Inleidende regels Dit hoofdstuk bevat twee artikelen: Artikel 1 Begrippen In dit artikel worden de begrippen gedefinieerd, die in de regels worden gehanteerd voor zover deze begrippen van het 'normale' spraakgebruik afwijken of een specifiek juridische betekenis hebben. Bij de toetsing aan het bestemmingsplan zal moeten worden uitgegaan van de in dit artikel aan de betreffende begrippen toegekende betekenis. Artikel 2 Wijze van meten Het onderhavige artikel geeft aan hoe hoogte- en andere maten die bij het bouwen in acht genomen dienen te worden, gemeten moeten worden. 2. Bestemmingsregels Dit hoofdstuk bestaat uit een beschrijving van de bestemmingen. Artikel 3 Agrarisch met waarden - Landschapswaarden De gronden binnen het plangebied die bij de woonbestemming zijn gelegen hebben de bestemming 'Agrarisch met waarden - Landschapswaarden'. Deze gronden zijn voor de uitoefening van een agrarisch bedrijf, alsmede voor bij deze bestemming behorende voorzieningen zoals groen, nutsvoorzieningen, in- en uitritten, (erf)ontsluitingen en voet- en fietspaden, water en voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding waaronder ook voorzieningen ten behoeve van het tijdelijk bergen van water.

concept

47

Artikel 4 Wonen De bestaande woningen, de nieuw te realiseren woning en bijbehorende bijgebouwen en tuinen zijn voorzien van de bestemming Wonen. Er zijn regels opgenomen voor het gebruik en voor het bouw. Artikel 5 Waarde - Archeologie - 1 en Artikel 6 Waarde - Archeologie - 2 In deze artikelen zijn de regels opgenomen die archeologische waarden borgen. Artikel 7 Waarde - Landschap - 1 Deze dubbelbestemming is opgenomen voor respectievelijk de essen en de kommen. Indien er in de agrarische bestemmingen mogelijkheden worden geboden die niet van toepassing zijn op de essen of de kommen is dat in deze artikelen aangegeven. 3. Algemene regels Dit hoofdstuk bevat de algemene regels: Artikel 8 Anti-dubbeltelregel Dit artikel bevat een algemene regeling waarmee kan worden voorkomen dat er in feite meer wordt gebouwd dan het bestemmingsplan beoogd, bijvoorbeeld ingeval (onderdelen van) bouwvlakken van eigenaren verschillen. De regeling is met name van belang met het oog op woningbouw. Artikel 9 Algemene bouwregels Dit artikel bevat een aantal algemene bouwregels. Artikel 10 Algemene gebruiksregels Naar aanleiding van een uitspraak van de Raad van State is gebleken dat wonen in bijgebouwen is toegestaan als dit niet expliciet is uitgesloten. Omdat dit niet gewenst is, wordt in deze gebruiksregel wonen in bijgebouwen uitgesloten.

Ook zijn prostitutiebedrijven en permanente bewoning van recreatiewoningen en plattelandskamers niet toegestaan. Artikel 11 Algemene afwijkingsregels Algemene afwijkingsregels zijn opgenomen voor zaken die niet voor één specifieke bestemming gelden, maar in meerdere bestemmingen voorkomen en bijvoorbeeld gekoppeld zijn aan een aanduiding. In dit bestemmingsplan zijn o.a. algemene afwijkingsregels opgenomen voor kleinschalige windturbines. Tevens is er een afwijkingsregel opgenomen voor de herbouw van woningen buiten bestaande fundamenten. Indien aangetoond kan worden dat aan de voorkeursgrenswaarde en de overige voorwaarden wordt voldaan, is herbouw buiten de bestaande fundamenten toegestaan. Artikel 12 Algemene wijzigingsregels Naast de algemene afwijkingsregels zijn er ook algemene wijzigingsregels die in dit artikel worden beschreven. Artikel 13 Overige regels

48

Buitengebied Raalte, part. herz. nr. 68, omgeving Raarhoeksweg 45

In dit artikel zijn twee overige regels opgenomen. Eén omtrent de werking van wettelijke regelingen en één omtrent het toegelaten gebruik in afwijking van de bestemming. 4. Overgangs- en slotregels Dit hoofdstuk bevat de regels betreffende overgangsrecht en de slotregel. Artikel 14 Overgangsrecht Het overgangsrecht ten aanzien van bouwen is neergelegd in lid 14.1. Uitbreiding van de bebouwing die onder het overgangsrecht valt is slechts mogelijk met afwijking van het bevoegd gezag. Het overgangsrecht ten aanzien van het gebruik staat in artikel 14.2. Het betreft de overgangsbepaling met betrekking tot gebruik van onbebouwde gronden en bouwwerken voor zover dat gebruik afwijkt van het bestemmingsplan op het moment dat dit rechtskracht verkrijgt. Artikel 15 Slotregel Dit artikel geeft aan onder welke naam dit plan kan worden aangehaald.

concept

49

Hoofdstuk 7 Uitvoerbaarheid 7.1

Inleiding

Dit hoofdstuk beschrijft de uitvoerbaarheid van het te ontwikkelen plan. De ruimtelijke uitvoerbaarheid, de maatschappelijke uitvoerbaarheid en de economische uitvoerbaarheid wordt beschreven.

7.2

Ruimtelijke uitvoerbaarheid

In voorgaande hoofdstukken is beschreven hoe het voorgenomen project past binnen het van toepassing zijnde overheidsbeleid. Geconstateerd is dat er geen omgeving- en milieukundige belemmeringen zijn. Ruimtelijk is de voorgenomen ontwikkeling daarmee uitvoerbaar.

7.3

M aatschappelijke uitvoerbaarheid

7.3.1 Vooroverleg De provincie Overijssel heeft een lijst (april 2015) opgesteld van categorieën bestemmingsplannen van lokale aard waarvoor vooroverleg niet noodzakelijk is. Het beleid is gesplitst in de rubrieken A (stedelijk gebied) en B (buitengebied/groene omgeving). Het voorliggende Rood voor Rood-plan valt onder categorie B. Op basis hiervan kan vooroverleg met de provincie achterwege blijven. Het voorliggende plan is afgestemd met het waterschap Drents Overijsselse Delta, door gebruik te maken van de digitale watertoets (zie paragraaf 4.5).

7.3.2 Zienswijzen Het ontwerpbestemmingsplan wordt voor een periode van zes weken ter inzage gelegd. Tijdens deze periode zijn wel/geen zienswijzen ingediend.

7.4

Economische uitvoerbaarheid

Het project betreft een particulier initiatief. Voor de activiteiten die worden uitgevoerd geldt dat de initiatiefnemer zelf verantwoordelijk is voor de financiering van deze ontwikkelingen. Het plan leidt niet tot kosten voor de gemeente die via een exploitatieplan verhaald zouden

50

Buitengebied Raalte, part. herz. nr. 68, omgeving Raarhoeksweg 45

moeten worden. Voor de benodigde procedure worden leges geïnd en via een overeenkomst is geregeld dat alle eventuele planschade op de initiatiefnemer wordt verhaald. Hiermee is de financiële uitvoerbaarheid gewaarborgd. Het financiële risico van het project ligt bij de initiatiefnemer.

7.5

Conclusie

Zoals uit voorgaande paragraven blijkt maatschappelijk en economisch uitvoerbaar.

is

het

voorgenomen

project

ruimtelijk,

concept

51

52

Buitengebied Raalte, part. herz. nr. 68, omgeving Raarhoeksweg 45

Bijlagen toelichting

concept

53

Bijlage 1 Toetsing W et natuurbescherming Raarhoeksweg 45

54

Buitengebied Raalte, part. herz. nr. 68, omgeving Raarhoeksweg 45

Quickscan Wet natuurbescherming Raarhoeksweg 45, Raalte Projectnummer: Datum: Projectleider: Opgesteld: Gecontroleerd:

204513 21-3-2023 M. Elshof C. Oldenburger N. Otten

De initiatiefnemer is voornemens om aan de Raarhoeksweg 45 in Raalte een tweede woonerf te realiseren, aansluitend aan een bestaand erf. Voor de realisatie van deze ontwikkeling is een toetsing van de plannen aan natuurwetgeving en -beleid noodzakelijk. Met deze toetsing moet duidelijk worden hoe de ontwikkeling gerealiseerd kan worden binnen de kaders van de Wet natuurbescherming. De eerste stap in deze toetsing is de Quickscan Wet natuurbescherming. De Quickscan richt zich op het verkrijgen van een geïnformeerd beeld van de mogelijke consequenties vanuit de natuurwetgeving en -beleid. Op basis daarvan worden uitspraken gedaan over de (mogelijke) effecten van de voorgenomen ontwikkeling en de eventueel noodzakelijke vervolgstappen.

Huidige situatie en ontwikkeling Het plangebied bevindt zich tussen de woonkernen Raalte, Heino en Lemelerveld (provincie Overijssel) (afbeelding 1). Het gaat om een woonerf aan de Raarhoeksweg 45 te Raalte (afbeelding 2). Hier bevindt zich aan de westzijde van de Raarhoeksweg een woonerf, bestaande uit een woonhuis met aangebouwd achterhuis, en een vrijstaande schuur (afbeelding 3, 4 en 5). Deze gebouwen hebben een pannen-zadeldak. Binnen het plangebied zijn verschillende bomen aanwezig, met soorten zoals treurwilg, beuk, zomereik en berk. Het noordelijke deel van het woonerf is in gebruik als agrarische perceel (afbeelding 6). Binnen het plangebied zijn geen waterelementen. Het voornemen is om direct grenzend aan de noordkant van het bestaande erf, een tweede woning en schuur te realiseren (afbeelding 7). De toegang naar dit nieuwe erf bevindt zich aan de toegang van het bestaande erf. Ook wordt op dit nieuwe erf inheemse beplanting gerealiseerd in de vorm van enkele solitaire bomen en erfbeplanting. Aan de bestaande gebouwen en beplanting worden geen wijzigingen gedaan.

Raarhoeksweg 45, Raalte | Eelerwoude | 1

Afbeelding 1: weergave van de ligging van het plangebied (ESRI, 2023).

Raarhoeksweg 45, Raalte | Eelerwoude | 2

Afbeelding 2: luchtfoto van het plangebied (ESRI, 2023).

Raarhoeksweg 45, Raalte | Eelerwoude | 3

Afbeelding 3: het woonhuis. Situatie op 16 maart 2023.

Raarhoeksweg 45, Raalte | Eelerwoude | 4

Afbeelding 4: het aangebouwde achterhuis en de achtertuin. Situatie op 16 maart 2023.

Raarhoeksweg 45, Raalte | Eelerwoude | 5

Afbeelding 5: de vrijstaande schuur. Situatie op 16 maart 2023.

Raarhoeksweg 45, Raalte | Eelerwoude | 6

Afbeelding 6: agrarisch deel van het plangebied. Situatie op 16 maart 2023.

Raarhoeksweg 45, Raalte | Eelerwoude | 7

Afbeelding 7: voorgenomen toekomstige situatie. Bron: Eelerwoude.

Methode Bureauonderzoek Voor het bureauonderzoek is gebruik gemaakt van landelijke, provinciale en regionale verspreidingsinformatie. De landelijke verspreidingsinformatie uit de NDFF is geraadpleegd om na te gaan voor welke soorten het plangebied een functie heeft. Eveneens is gebruik gemaakt van gegevens uit atlassen om na te gaan of nabij het plangebied in het verleden beschermde soorten zijn aangetroffen. Veldbezoek Op basis van een eenmalig veldbezoek is de situatie beoordeeld op de geschiktheid voor de verwachte soorten/soortgroepen beoordeeld. Het veldbezoek is op 16 maart 2023 uitgevoerd door C. Oldenburger, ecologisch adviseur van Eelerwoude. De weersomstandigheden waren gunstig: 13 °C, helder weer en een windkracht van 1 Bft. Het gaat hier om een deskundigenoordeel op basis van de fysieke gesteldheid van het terrein (biotopen onderzoek). Daarnaast zijn aangetroffen belangwekkende soorten genoteerd.

Bescherming van gebieden Niet stikstof-gerelateerde effecten Natura 2000-gebieden worden beschermd door de Wet natuurbescherming, onderdeel gebieden. Op ruim 5 kilometer afstand ligt het meest nabije Natura 2000-gebied Boetelerveld. Gezien de afstand tot het Natura 2000-gebied en de aard van de ruimtelijke ontwikkeling worden negatieve effecten op beschermde natuurwaarden van het Natura 2000-gebied niet verwacht. Er is geen aanleiding voor een verdere toetsing in het kader van de Wet natuurbescherming, onderdeel gebieden.

Raarhoeksweg 45, Raalte | Eelerwoude | 8

Stikstof-gerelateerde effecten Van een significante stikstofdepositie als gevolg van de bouw- en gebruiksfase van de nieuwe woning en schuur is redelijkerwijs geen sprake. Het betreft een kleine ontwikkeling op grote afstand (>5km) van het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied.

Bescherming van houtopstanden Er worden binnen het plangebied geen bomen gekapt. Een nadere toetsing van houtopstanden is daarom niet noodzakelijk.

Nederlands Natuurnetwerk (NNN) Het plangebied en het omliggende gebied maken geen deel uit van het Nederlands Natuurnetwerk (voorheen de Ecologische Hoofdstructuur). Nadere toetsing is niet aan de orde.

Bescherming van soorten De Wet natuurbescherming onderdeel soorten gaat over de bescherming van ongeveer 500 planten- en diersoorten, van de 36.000 soorten die in Nederland voorkomen. Het uitgangspunt van de wet is dat geen schade mag worden gedaan, tenzij dit uitdrukkelijk is toegestaan (het ‘nee, tenzij-principe’). De wet verbiedt onder meer om beschermde soorten (opzettelijk) te verstoren, doden, vervoeren, bezitten en verhandelen. Onder bepaalde voorwaarden mogen deze handelingen wel uitgevoerd worden. U heeft dan een ontheffing of vrijstelling nodig of u werkt conform een gedragscode. De beschermde soorten zijn verdeeld in drie beschermingsregimes: • Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn Alle vogels en vogels waarvan de nesten het hele jaar zijn beschermd • Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn; • Beschermingsregime “andere soorten”

Planten Er zijn tijdens het veldbezoek in het plangebied diverse algemene soorten planten waargenomen. Beschermde plantensoorten zijn niet aangetroffen, en worden ook niet verwacht vanwege het agrarische beheer. In de omgeving van het plangebied is één beschermde plantensoort aangetroffen, dit is de groenknolorchis (NDFF, 2023). Dit is een soort die voorkomt op vochtige, stikstofarme en enigszins gebufferde gronden, geschikt habitat hiervoor ontbreekt binnen het plangebied. Beschermde plantensoorten zijn binnen het plangebied niet aanwezig, nader onderzoek Of het aanvragen van een ontheffing is niet aan de orde. Conclusie: nader onderzoek of een ontheffing Wet natuurbescherming voor beschermde flora is niet aan de orde.

Vleermuizen Verblijfplaatsen Op of in de omgeving van het plangebied komen mogelijk vleermuizen zoals gewone dwergvleermuis, gewone grootoorvleermuis, laatvlieger of rosse vleermuis voor. In de boeiboorden van zowel de woning als de vrijstaande schuur kunnen mogelijk vleermuizen verblijfplaatsen hebben. Hier zijn verschillende openingen waardoor vleermuizen eventueel bij de spouwmuur of in het boeiboord kunnen komen. Negatieve effecten

Raarhoeksweg 45, Raalte | Eelerwoude | 9

hierop worden uitgesloten, omdat aan deze woningen geen werkzaamheden worden gedaan. In de bomen zijn geen holten (rotplekken, spechtengaten etc.) die mogelijk geschikt zijn voor vleermuisverblijfplaatsen. Negatief effect op vleermuisverblijfplaatsen is hierom uitgesloten, nader onderzoek of het aanvragen van een ontheffing voor vleermuisverblijfplaatsen worden niet noodzakelijk geacht. Vliegroute en foerageergebied Het plangebied kan worden gebruikt als foerageergebied of als vliegroute. Met name de bomenrij aan de Raarhoeksweg is hier geschikt voor, omdat vleermuizen hoofdzakelijk gebruik maken van lijnvormige elementen om zich langs te verplaatsen. Negatieve effecten hierop worden uitgesloten omdat de aanwezig lijnvormige elementen (waar ook de houtopstand aan de zuidkant van het plangebied onder valt) behouden blijven. Conclusie: nader onderzoek of het aanvragen van een ontheffing voor vleermuizen worden niet noodzakelijk geacht omdat negatieve effecten uit te sluiten zijn.

Grondgebonden zoogdieren Soorten waarvoor een provinciale vrijstelling geldt Op basis van het aanwezige biotoop, sporen en literatuurgegevens worden ook algemeen voorkomende zoogdieren binnen het plangebied verwacht zoals ree, konijn, haas en diverse algemene (spits)muizensoorten. Deze soorten kunnen het plangebied gebruiken als (onderdeel van hun) leef- en foerageergebied. Daarnaast gebruikt een aantal het plangebied mogelijk als onderdeel van de migratieroute. Deze soorten zijn opgenomen in de Wet natuurbescherming en vallen onder het beschermingsregime “andere soorten”. In de provincie Overijssel is voor deze soorten bij een ruimtelijke inrichting een vrijstelling van de ontheffingsplicht opgesteld. Wel geldt voor deze soorten de algemene zorgplicht. Soorten waarvoor geen provinciale vrijstelling geldt Verschillende grondgebonden zoogdieren kunnen gebruik maken van het plangebied. Het gaat om soorten zoals de eekhoorn en steenmarter. De eekhoorn is een boombewonende soort. Binnen het plangebied zijn geschikte bomen voor deze soort om bladnesten te maken, holten die mogelijk kunnen worden gebruikt door deze soort ontbreken. Bladnesten zijn niet aangetroffen. Steenmarter kan gebruik maken van de vrijstaande schuur. Dit is een soort die gebruik maakt van schuren en zolders voor verblijfplaatsen. Met name de vrijstaande schuur is hier geschikt voor.

Omdat deze schuur behouden blijft worden negatieve effecten op deze soort uitgesloten. Voor andere grondgebonden zoogdieren, zoals egel en kleine marterachtigen, ontbreekt geschikt leefgebied van dichte beplanting. Conclusie: nader onderzoek of een ontheffing Wet natuurbescherming is voor zoogdieren niet aan de orde.

Raarhoeksweg 45, Raalte | Eelerwoude | 10

Soorten van de Vogelrichtlijn Jaarrond beschermde vogelsoorten Verblijfplaatsen van jaarrond beschermde vogelsoorten (huismus) kunnen aanwezig zijn bij de woning. Negatieve effecten hierop worden uitgesloten; de woning blijft in zijn huidige staat behouden. De eigenaar van het perceel heeft aangegeven dat in de losstaande schuur boerenzwaluw broedt. Aangezien deze schuur in zijn huidige staat bestaan blijft worden negatieve effecten hierop ook uitgesloten. Verblijfplaatsen van overige jaarrond beschermde soorten ontbraken. Ook zijn geen sporen (braakballen, prooiresten, uitwerpselen etc.) van jaarrond beschermde soorten aangetroffen. Het is mogelijk dat soorten zoals de buizerd of torenvalk foerageren binnen het plangebied. Negatieve effecten hierop zijn uitgesloten, omdat er in de directe omgeving van het plangebied voldoende foerageergebied aanwezig blijft. Vogelsoorten met een jaarrond beschermde functionele leefomgeving Verschillende vogelsoorten met een jaarrond beschermde functionele leefomgeving (categorie 5 soorten) kunnen gebruik maken van het plangebied. Met name soorten zoals de zwarte roodstaart, spreeuw of blauwe reiger zijn in de buurt van het plangebied te verwachten. Nesten hiervan zijn niet aangetroffen. Overige broedvogels De aangetroffen vogels binnen en direct rondom het plangebied vallen onder de algemene broedvogels van agrarisch gebied en bebouwing.

Onder andere de volgende vogelsoorten zijn te verwachten binnen het plangebied: koolmees, roodborst, Turkse tortel, houtduif, merel en pimpelmees. Negatieve effecten hierop worden uitgesloten. Alle vogelsoorten in Nederland zijn beschermd onder de Wet natuurbescherming. Voor alle beschermde inheemse (ook algemeen voorkomende) vogelsoorten geldt een verbod op handelingen die opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren vernielen of beschadigen, alsook op het wegnemen van nesten van vogels. Daarnaast is het verboden vogels opzettelijk te storen, tenzij de verstoring niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort. Door verstorende werkzaamheden buiten het broedseizoen uit te voeren kan in veel situaties worden voorkomen dat gehandeld wordt in strijd met deze verbodsbepaling. De periode van 1 maart tot 15 juli wordt over het algemeen beschouwd als broedseizoen 1. Werkzaamheden binnen het broedseizoen zijn mogelijk indien is vastgesteld dat er met deze werkzaamheden geen nesten van broedvogels worden verstoord. Voor de Wet natuurbescherming zijn echter alle bewoonde vogelnesten beschermd, ongeacht het tijdstip van het jaar en ongeacht de zeldzaamheid van de soort. Conclusie: nader onderzoek of een ontheffing Wet natuurbescherming is voor vogels niet aan de orde.

Bij de werkzaamheden dient rekening te worden gehouden met (in gebruik zijnde) nesten van vogels, het is niet noodzakelijk werkzaamheden buiten het broedseizoen uit te voeren.

Reptielen Beschermde reptielen, zoals ringslang, gladde slang, levendbarende hagedis en hazelworm, zijn gebonden aan specifieke terreinen. In het plangebied ontbreekt dergelijk geschikt biotoop zoals heideterreinen, goed ontwikkelde waterlopen en venranden. Er zijn ook geen verspreidingsgegevens bekend van reptielen in en rondom het plangebied (NDFF, 2023). Negatieve effecten op reptielen zijn dan ook niet aanwezig. Nader onderzoek of een ontheffing Wet natuurbescherming is voor reptielen niet aan de orde. Conclusie: nader onderzoek of het aanvragen van een ontheffing is in het kader van de Wet natuurbescherming voor reptielen niet noodzakelijk.

1 In het kader van de Wet natuurbescherming wordt voor het broedseizoen geen standaardperiode gehanteerd. Van belang

is of een broedgeval verstoord wordt, ongeacht de datum. Globaal gaat het echter om de periode van 1 maart tot 15 juli.

Raarhoeksweg 45, Raalte | Eelerwoude | 11

Amfibieën Soorten waarvoor een provinciale vrijstelling geldt Een aantal soorten zoals bruine kikker, bastaardkikker, bastaardkikker, gewone pad en kleine watersalamander kunnen het plangebied gebruiken als landbiotoop. In het plangebied zelf zijn geen waterelementen aanwezig. De ingreep zal naar verwachting niet leiden tot een verlies van leefgebied van de genoemde (algemeen) voorkomende amfibieën met het beschermingsregime “andere soorten”. Tevens is voor deze beschermde soorten bij een ruimtelijke inrichting door de provincie Overijssel een vrijstelling van de ontheffingsplicht opgesteld. Soorten waarvoor geen provinciale vrijstelling geldt Beschermde soorten amfibieën waarvoor geen vrijstelling geldt, zoals poelkikker of kamsalamander, worden niet verwacht in het plangebied vanwege de aanwezige, ongeschikte habitat voor deze soorten. Zo ontbreken waterelementen in het plangebied. Zuidelijk van het plangebied zijn waarnemingen gedaan van de poelkikker en kamsalamander (NDFF, 2023). Vanwege het ongeschikte habitat van het plangebied worden deze echter uitgesloten van het plangebied. Nader onderzoek of het aanvragen van een ontheffing worden niet noodzakelijk geacht. Conclusie: nader onderzoek of het aanvragen van een ontheffing is in het kader van de Wet natuurbescherming voor amfibieën niet noodzakelijk.

Vissen Binnen het plangebied zijn geen watervoerende elementen (sloten, poelen, enzovoort) aanwezig. Derhalve ontbreekt geschikt leefgebied voor vissen en zijn deze dan ook niet aanwezig. Conclusie: nader onderzoek of het aanvragen van een ontheffing is in het kader van de Wet natuurbescherming voor beschermde vissen niet noodzakelijk.

Ongewervelden Van de groep ongewervelden (dagvlinders, libellen, kevers, kreeftachtigen en weekdieren) worden beschermde soorten als sierlijke- en gevlekte witsnuitlibel niet verwacht. Deze twee soorten zijn zuidelijk van het plangebied waargenomen. Binnen het plangebied worden ze niet verwacht vanwege ongeschikt habitat. Negatieve effecten op deze soortgroep worden uitgesloten. Nader onderzoek of het aanvragen van een ontheffing zijn hierom niet aan de orde. Conclusie: nader onderzoek of het aanvragen van een ontheffing is in het kader van de Wet natuurbescherming voor beschermde ongewervelden niet noodzakelijk.

Raarhoeksweg 45, Raalte | Eelerwoude | 12

Conclusie Beschermde soorten Soorten waarvoor een provinciale vrijstelling geldt De ontwikkeling zal naar verwachting leiden tot een beperkt verlies van leefgebied van een aantal beschermde soorten waarvoor een provinciale vrijstelling geldt. De ingreep heeft geen invloed op de gunstige staat van instandhouding van deze soorten omdat er sprake is van een tijdelijke, en plaatselijke verstoring, voldoende leefgebied aanwezig blijft en het relatief algemene soorten betreft.

Soorten waarvoor geen provinciale vrijstelling geldt Met de volgende soorten en/of soortgroepen dient rekening te worden gehouden. Broedvogels Voor alle beschermde inheemse (ook algemeen voorkomende) vogelsoorten geldt een verbod op handelingen die opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren vernielen of beschadigen, als ook op het wegnemen van nesten van vogels. Daarnaast is het verboden vogels opzettelijk te storen, tenzij de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort. In veel situaties kan dit voorkomen worden door verstorende werkzaamheden buiten het broedseizoen2 uit te voeren.

Algemene zorgplicht Zorgplicht In de Wet natuurbescherming is in artikel 1.11 een omschrijving opgenomen over de algemene zorgplicht. Deze zorgplicht houdt in dat iedereen ‘voldoende zorg’ in acht neemt voor alle in het wild levende dieren en planten, dus ook niet-beschermde soorten, en hun directe leefomgeving. Dit is een algemene verantwoordelijkheid die voor iedereen geldt. Het betekent bijvoorbeeld dat er niet onnodig dieren en planten worden gedood, wanneer redelijkerwijs een andere oplossing voor is, bijvoorbeeld de dieren te verplaatsen naar een ander gebied. Indien rekening wordt gehouden met broedende vogels, worden met de voorgenomen ontwikkelingen geen negatieve effecten verwacht op beschermde soorten. Ook zijn er geen negatieve effecten op het NNN of op houtopstanden. Directe effecten op Natura 2000-gebieden worden uitgesloten. ‘

2 In het kader van de Wet natuurbescherming wordt voor het broedseizoen geen standaardperiode gehanteerd. Van belang

is of een broedgeval verstoord wordt, ongeacht de datum. Globaal gaat het echter om de periode van 1 maart tot 15 juli.

Raarhoeksweg 45, Raalte | Eelerwoude | 13

Literatuur • • • •

Aerius. (2023). Aerius calculator. Opgehaald van Calculator.aerius.nl: https://calculator.aerius.nl/wnb/source/ ESRI. (2023). ESRI Nederland. Opgehaald van Esri.nl: http://www.esri.nl NDFF. (2023). Nationale Databank Flora en Fauna. Opgehaald van ndff-ecogrid.nl: https://ndffecogrid.nl/uitvoerportaal/secure/index.zul#1 Provincie Overijssel, ESRI. (2022). Begrenzing NNN en Zone Ondernemen met Natuur en Water (Ref). Opgehaald van Arcgis.com: https://www.geoportaaloverijssel.nl/metadata/dataset/e32ecb1c-a0234db7-b2d0-f889ee6fac46

Raarhoeksweg 45, Raalte | Eelerwoude | 14

Bijlage 2 Stikstofberekening nieuwe woning Raarhoeksweg 45 te Raalte

concept

69

Stikstofberekening Woningbouw Raarhoeksweg 45 Raalte

Opdrachtnemer: Eelerwoude Onze vestigingen 088-1471100 info@eelerwoude.nl www.eelerwoude.nl

Projectgegevens: Projectnummer: Datum: Status: Versie:

203643 1-5-2023 Definitief 1

© 2023 Eelerwoude Dit rapport is enkelzijdig opgemaakt.

Inhoudsopgave 1

Inleiding....................................................................................................................................................... 4

1.1

Aanleiding ............................................................................................................................................... 4

1.2

Wettelijk kader ....................................................................................................................................... 5

1.3

Doel van deze rapportage ...................................................................................................................... 5

2

Methodiek ................................................................................................................................................... 6

2.1

Bouwfase ................................................................................................................................................ 6

2.2

Gebruiksfase ........................................................................................................................................... 6

3

Uitkomsten.................................................................................................................................................. 8

3.1

Bouwfase ................................................................................................................................................ 8

3.2

Gebruiksfase ........................................................................................................................................... 8

4

Conclusie ..................................................................................................................................................... 9

Bijlage 1: Stikstofberekening bouwfase ................................................................................................................. 10 Bijlage 2: Stikstofberekening gebruiksfase ............................................................................................................ 11

Verbouwing & bijgebouwen Ridderinkweg te Ommen| Eelerwoude | 3

1 Inleiding 1.1 Aanleiding Aan de Raarhoeksweg 45 te Raalte is de initiatiefnemer voornemens een nieuwe woning te realiseren. Om de realisatie van de ontwikkeling mogelijk te maken is een partiele herziening van het bestemmingsplan aangevraagd. Ten behoeve van de planologische procedure verlangt het bevoegd gezag een analyse waarmee aangetoond wordt of er significante depositie van stikstof op aangewezen habitattypen en leefgebieden plaatsvindt. In deze rapportage wordt een analyse uitgevoerd middels een stikstofberekening.

Afbeelding 1: Ligging plangebied (zwarte omkadering) ten opzichte van omliggende Natura 2000-gebieden (Kleur geel, groen en blauw).

Verbouwing & bijgebouwen Ridderinkweg te Ommen| Eelerwoude | 4

1.2 Wettelijk kader Binnen Natura 2000 worden de meest waardevolle natuurgebieden in Europa beschermd om de hierin voorkomende biodiversiteit te behouden. Om deze biodiversiteit te beschermen is in 1979 de vogelrichtlijn opgesteld en in 1992 de habitatrichtlijn. Alle Europese lidstaten wijzen specifieke vogelrichtlijn of habitatrichtlijngebieden aan als onderdeel van deze Natura 2000-gebieden. Per Natura 2000-gebied zijn instandhoudingsdoelen bepaald van doelsoorten of habitattypen welke gericht zijn op het behouden, uitbreiden of verbeteren van deze soorten of habitattypen. De bescherming van deze vogel- en habitatrichtlijngebieden zijn in Nederland juridisch vertaalt in de Wet natuurbescherming. Bij nieuwe plannen en projecten is het van belang dat deze instandhoudingsdoelen van Natura 2000-gebieden niet negatief worden aangetast. Eén van de mogelijkheden waarbij sprake is van aantasting van deze instandhoudingsdoelen is via stikstofdepositie. Stikstofdepositie veroorzaakt vermesting en verzuring op habitattypen binnen Natura 2000-gebieden en kan ervoor zorgen dat instandhoudingsdoelen niet worden gehaald. Een stikstofberekening dient te worden uitgevoerd om te bepalen of de voorgenomen plannen een significante stikstofdepositie veroorzaken op habitattypen van veelal omliggende Natura 2000-gebieden.

1.3 Doel van deze rapportage Voor de (bouw)werkzaamheden worden mobiele werktuigen ingezet. Daarnaast ontstaan tijdens de werkzaamheden extra vervoersbewegingen van en naar het plangebied nabij de Raarhoeksweg 45 te Raalte. Deze mobiele werktuigen en verkeer stoten stikstof uit. De stikstofdepositie die ontstaat tijdens de werkzaamheden in de aanlegfase kan negatieve effecten hebben op de instandhoudingsdoelen van Natura 2000-gebieden. Natura 2000-gebieden In de omgeving van voorliggend projectgebied zijn verschillende Natura 2000-gebieden gelegen op verschillende afstanden. Rondom voorliggend projectgebied betreft dit de volgende Natura 2000-gebieden: -

Boetelerveld: Sallandse Heuvelrug: Wierdense Veld: Vecht- en Beneden- Reggegebied: Rijntakken:

ca. 5.4 km ca. 9.5 km ca. 14.8 km ca. 7.7 km ca. 9.8 km

Deze Natura 2000-gebieden kennen stikstofgevoelige habitattypen en leefgebieden. Zie voor de ligging van het projectgebied in relatie tot dit gebied afbeelding 1. Deze rapportage heeft tot doel inzichtelijk te maken wat de effecten van de stikstofuitstoot op deze gebieden is.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Raalte&id=63ee72c3-05c5-4ddf-b73e-76632791f95f