CConstaterende datRaalte
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlagen_Beheerplan bomen_Raalte_20201218_Definitief

Informatievoorziening raad 27 januari 2021, gemeente RaalteBij agendapunt: Collegevoorstel en besluit beheerplan bomen 2-12-202011.231 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Bijlagen Meerjarig bomenbeheerplan December 2020

Bijlagen Begrippenlijst Bijlage A

Inspectie als steekproef

Bijlage B

Toelichting op beleidsstatus

Bijlage C

Aandachtspunten voor inrichting en onderhoud

Bijlage D

Jaarplanning bomenbeheer Raalte

Bijlage E

Taken en verantwoordelijkheden IBVU

Bijlage F

Checklist ‘de juiste boom op de juiste plaats’

Bijlage G

Verbindings- en toegangswegen kernen

Bijlage H

Werken volgens Handboek Bomen

Bijlage I

Landschappen en bomen

Bijlage J

Protocol ziekten en aantastingen

Bijlage K

Beslisbomen

Bijlage L

Richtlijn particulier beheer boomspiegels

Begrippenlijst – Beheerplan bomen Raalte 1. Boomgrootte en eindbeeld In het Handboek Bomen wordt onderscheid gemaakt in drie boomgroottes (op basis van de boomsoort), en vormbomen als vierde variant. Deze groottes geven aan hoe groot de boom uiteindelijk zal worden (hoogte en in mindere mate breedte van de kroon), het zogenaamde eindbeeld. Op basis hiervan kan bij de aanplant een boomsoort geselecteerd worden die past op die locatie. 1e grootte: wordt hoger dan 15 meter, breedte varieert van 5 (smal) tot meer dan 20 meter (breed). 2e grootte: wordt ongeveer 8 tot 15 meter hoog, breedte varieert van 5 (smal) tot 15 meter (breed). 3e grootte: blijft onder de 8 meter hoogte, breedte varieert van 3 (smal) tot 10 meter (breed). Vormboom: hoogte meestal rond de 3 meter, breedte varieert van 2 (smal) tot 7 meter (breed).

2. Boomtype Het Handboek Bomen beschrijft verschillende boomtypen: vrij uitgroeiende boom, niet vrij uitgroeiende boom, fruitboom, vormboom: geknot, gekandelaberd/gekandelaard, bolvorm, geleid, blok. Vrij uitgroeiende bomen hebben geen bepaalde takvrije stam nodig, ze worden niet opgekroond. De bomen kunnen volledig uitgroeien en alleen onderhoudssnoei is van toepassing. Niet vrij uitgroeiende bomen zijn bomen die tot een bepaalde hoogte worden opgekroond. Dit opkronen is van toepassing op bomen langs wegen en voetpaden waar een bepaalde wettelijke vrije doorgang vereist is, zodat er geen veiligheidsrisico’s ontstaan. Wanneer de snoei gericht is op het opkronen, is dit begeleidingssnoei. Wanneer de gewenste opkroonhoogte behaald is, of er niet meer opgekroond kan worden, vindt er onderhoudssnoei plaats. Fruitbomen geven eetbare vruchten (appels, peren, kersen et cetera) en kennen een specifieke snoei, gericht op vruchtdracht. Specifieke kennis van de manier van snoeien per boomsoort is noodzakelijk. Snoei is over het algemeen duur. De rest van de boomtypen zijn vormbomen. Deze bomen worden met een vaste tijdsinterval gesnoeid in een bepaalde vorm. Het onderhoud van deze bomen is vaak duurder vergeleken met het onderhoud van vrij uitgroeiende en niet vrij uitgroeiende bomen.

Het voordeel van vormbomen is dat ze klein worden gehouden en daardoor relatief weinig boven- en ondergrondse groeiruimte nodig hebben. Daarnaast kunnen deze bomen de esthetische waarde van een wijk verhogen.

3. Boombeeld en snoeiwijze Bomen kun je indelen naar snoeiwijze. De meest voorkomende zijn begeleidingssnoei en onderhoudssnoei. Onder begeleidingssnoei (jeugdsnoei) verstaan we snoei waarmee een boom in de groeifase wordt begeleid tot een goede opbouw, structuur en takvrije hoogte. Hierbij kan steeds een beperkte hoeveelheid takken worden ingenomen. Begeleidingssnoei wordt systematisch bijgehouden om de kroon op voldoende hoogte te krijgen, zodat er een vrije doorgang ontstaat voor weggebruikers. Bovendien wordt met begeleidingssnoei gewerkt aan een rechte stam die tot in de top een ‘doorgaande spil’ vormt. Bij onderhoudssnoei ligt de nadruk op het verkrijgen en behouden van een blijvende kroon zonder probleemtakken.

1

Boombeeld en snoeibehoefte Het boombeeld geeft aan welke snoeibehoefte een boom heeft. Bij een aanvaard boombeeld is geen snoei nodig. Een regulier boombeeld geeft aan dat een normale snoeibeurt nodig is. Bij achterstallig is een uitgebreide snoeibeurt nodig om de boom weer netjes te krijgen. Een verwaarloosd boombeeld vraagt om meer dan één snoeibeurt om de boom weer op het gewenste beeld te krijgen.

4. Veiligheidscategorieën Bomen worden beoordeeld op hun veiligheid voor de directe omgeving. Een boom zonder noemenswaardige afwijkingen heeft geen gebreken die aanleiding geven voor een gevaarlijke situatie. Een risicoboom heeft gebreken die vragen om het nemen van maatregelen binnen een jaar. Denk aan grote dode takken in de kroon, of een stam die (deels) kan afbreken. Een deel van deze gebreken dient binnen een half jaar te zijn opgelost, dit hangt af van de ernst van het gebrek. Dit moet niet verward worden met noodkap, waarbij de situatie zodanig gevaarlijk is dat acuut ingrijpen noodzakelijk is. Tot slot kunnen bij een boom ook gebreken worden geconstateerd die weliswaar geen voorzienbaar gevaar opleveren, maar die wel meer aandacht vragen, met een hogere inspectiefrequentie: attentiebomen. Deze dienen jaarlijks gecontroleerd te worden.

5. Streefleeftijden De streefleeftijd voor elke beleidscategorie is de minimale leeftijd die deze bomen zouden moeten kunnen bereiken op een goed daarvoor ingerichte groeiplaats. Op het moment dat deze leeftijd behaald is, zijn dergelijke bomen nog niet afgeschreven. Wel kunnen in de jaren daarna langzamerhand meer gebreken verwacht worden, die leiden tot veiligheidsproblemen en daarmee redenen kunnen zijn om op dat moment bomen te kappen uit veiligheid en te vervangen voor nieuwe, passende exemplaren. Bij vervanging moet de nieuwe groeiplaats zodanig worden ingericht dat de gestelde streefleeftijd haalbaar is.

6. Ketens budgetopbouw bomenbeheer Bij het beheer en onderhoud van bomen zoals dat in hoofdstuk 8 financieel is vertaald (strategisch boombeheer) zijn de kosten verdeeld over 5 ketens. Hieronder is een korte toelichting gegeven wat er verstaan wordt onder elke keten. Planmatig onderhoud: Alle cyclische maatregelen met betrekking tot boomveiligheid en -onderhoud. Projecten (vanuit beheer): Het verbeteren of herontwikkelen van (een gedeelte van) de openbare ruimte, zoals herinrichting, groot onderhoud en kleine vervangingen. Ziekten en aantastingen: alle werkzaamheden als gevolg van schimmels, bacteriën en insecten die tot aantasting van de boom kunnen leiden. Voorbeelden hiervan zijn: alle zwamsoorten, essentaksterfte, massaria, iepziekte, kastanjebloedingsziekte of wilgenhoutrups. Bescherming: het volgen van de geldende wet- en regelgeving waarmee de boom kan worden beschermd. Bijvoorbeeld de omgevingsvergunning voor kap bomen, flora- en fauna gerelateerde wetgeving, herplantverplichting via APV. Calamiteiten en meldingen: alle werkzaamheden die worden uitgevoerd als gevolg van meldingen van derden (overlast) of werkzaamheden die voortkomen uit onvoorziene factoren zoals storm, verkeersschade en vandalisme. 2

Bijlage A Inspectie als steekproef Van het totale bomenbestand van 47.628 bomen zijn 4.554 bomen (bijna 10 procent) geïnspecteerd bij wijze van eerste steekproef. Deze bomen zijn willekeurig, maar in clusters, verspreid over het gebied geselecteerd voor inspectie. Op deze manier is getracht om een zo representatief mogelijk beeld te krijgen van het bomenbestand van de gemeente Raalte. De gegevens die tijdens de inspectie zijn verzameld, worden geëxtrapoleerd naar het totale bomenbestand. Om te kunnen extrapoleren, moeten de verzamelde gegevens wel representatief zijn voor het totale bestand. Om dit na te gaan, worden basisgegevens van het totale bestand vergeleken met dezelfde gegevens uit de inspectie. De volgende gegevens zijn daarvoor bekeken:  Leeftijdsopbouw;  Standplaats;  Top 10 boomsoorten. De resultaten van de vergelijking worden hierna besproken. De verdeling van de gegevens van standplaats en boomsoort van de geïnspecteerde 10 procent bomen komt overeen met de verdeling van het totale bomenbestand. Dat is te zien in grafieken 1 en 2 op de volgende pagina. De oranje balken laten de gegevens uit de steekproef van 10 procent zien, de blauwe balken laten de gegevens van het totale bestand zien.

De leeftijdsopbouw van de geïnspecteerde bomen komt redelijk overeen met de leeftijdsopbouw van het totale bestand van de gemeente Raalte (zie grafiek 3 op de volgende pagina). Het grootste verschil zit in de leeftijdsklasse 21 tot 30 jaar (6 procent). Dit betekent dat wat meer bomen in de leeftijd van 21 tot 30 jaar zijn geïnspecteerd dan verhoudingsgewijs aanwezig zijn in het totale bomenbestand, en wat minder van andere leeftijdscategorieën. Bij de vergelijking tussen het totale bomenbestand en de gegevens van de inspectie kan geconcludeerd worden dat de inspectie bij 10 procent van het bomenbestand representatief is voor het gehele bomenbestand. De inspectieresultaten kunnen dus geëxtrapoleerd worden. In hoofdstuk 3 van het beheerplan worden bij de bespreking van het bomenbestand de gegevens gebruikt uit de inspectie.

1

Standplaats Singel Open grond Bosplantsoen BVO

Elementenverharding

Raalte

Heesterbeplanting Gazon Ruw gras 0%

10%

20%

30%

40%

50%

60%

70%

80%

Figuur 1. Vergelijking standplaats

Top 10 boomsoorten Overig Alnus Tilia Platanus Carpinus Fagus Salix Acer Betula Fraxinus Quercus

BVO Raalte

0%

10%

20%

30%

40%

50%

60%

70%

Figuur 2 Vergelijking top 10 boomsoorten

Leeftijdsopbouw >100 91-100 81-90 71-80 61-70 51-60 41-50 31-40 21-30 11-20 <10

BVO Raalte

0%

5%

10%

15%

20%

Figuur 3 Vergelijking leeftijdsopbouw

2

Bijlage B Toelichting op beleidsstatus Waardevolle puntelementen De waardevolle bomen kennen maximale individuele bescherming met een grote investeringsbereidheid. Deze bomen krijgen bij aanplant een groeiplaats waarbinnen ze de ruimte hebben een leeftijd van 100 jaar te bereiken, of ze hebben tot nu toe genoeg groeiruimte gehad en hebben de leeftijd van 60 jaar inmiddels bereikt. Een omgevingsvergunning inzake vellen is noodzakelijk. In principe vindt altijd herplant plaats wanneer een gemeentelijke boom uit deze categorie wordt geveld (zie kapbeleid en Algemene Plaatselijke Verordening). De gemeentelijke waardevolle bomen staan veelal in de centra en entrees, dus op hoogrisico locaties. Deze bomen worden jaarlijks gecontroleerd. Bij deze waardevolle bomen worden de benodigde onderhouds- en veiligheids¬maatregelen zo snel mogelijk uitgevoerd, uiterlijk binnen de gestelde termijn van de boomveiligheidsinspectie. Waardevolle bomen hebben grote waarde voor de openbare ruimte. Wanneer er voor behoud van deze bomen grotere investeringen in onderhoud nodig zijn, is dit te verantwoorden. Denk hierbij aan uitlichten van de kroon, zwaardere snoei-ingrepen bij oude bomen, kroonverankering, of groeiplaatsverbetering. Uiteraard worden deze maatregelen goed onderbouwd.

Bomen in hoofd- en substructuren Bomen in de hoofdstructuren hebben een groeiplaats die een leeftijd van 60 jaar mogelijk maakt, of hebben zich als structuurversterkende rij of groep reeds 30 jaar bewezen. Gewenste ingrijpende beheermaatregelen moeten goed onderbouwd worden voordat hiervoor toestemming wordt verleend. De structuur als geheel kent een hoge mate van bescherming, waarbij de structuur vóór de individuele boom gaat. Dit sluit aan bij het uitgangspunt dat bomen en groenhoofdstructuur gehandhaafd en versterkt moeten worden. Het verwijderen van één boom kan de kwaliteit van de structuur als geheel in sommige gevallen verbeteren. Herplant op dezelfde locatie moet passen binnen de structuur, anders dient elders een geschikte locatie gevonden te worden. De bomen in de bomenhoofd- en substructuur staan langs de toegangswegen binnen de kom en de verbindingswegen tussen de kernen, dus op middelhoogrisico-locaties. Zij worden eens in de drie jaar gecontroleerd. De veiligheid (conditie en staat) van deze bomen langs hoofdwegen is van groot belang. Wanneer de veiligheid in het geding is, zal eerder overgegaan worden tot vervanging. Dan dient een omgevingsvergunning inzake kap aangevraagd te worden. Deze wordt getoetst aan de APV.

Bij bomen in de bomenhoofd- of substructuur kan kap, verplanting, ingrijpende snoei of een andere levensbedreigende handeling toegestaan worden in de volgende situaties:  Uitvoering van dunningsmaatregelen ten behoeve van verbetering van de levensverwachting van de structuur;  Bij groot maatschappelijk belang (bijvoorbeeld bouw van een school, significant veiliger maken van een onveilige drukke weg);  Verplanten is alleen toegestaan als de boom een andere structuur gaat versterken of als waardevolle boom wordt herplant én een positief verplantbaarheidsadvies is verstrekt.  Ingrijpende snoei is alleen toegestaan als de ondergrondse ruimte aantoonbaar te klein is voor duurzaam boombehoud of als boombehoud anders niet mogelijk is, vanwege onacceptabele overlast.

1

Kosten voor de ingreep (zoals kappen, verplanten of ingrijpende snoei) worden (meestal) betaald door de partij die de aanvraag indient. Kwaliteit verbeterende maatregelen Waardevolle solitaire bomen en bomenhoofdstructuren zijn zodanig waardevol voor de gemeente, dat er in het beheer, of bij werkzaamheden in de directe invloedssfeer, meer moeite wordt gedaan om deze bomen en structuren in stand te houden: de investeringsbereidheid voor instandhouding is relatief hoog. Daarbij hoort ook extra inspanning op gebied van onderzoek en monitoring, waarbij gezocht wordt naar passende maatregelen, én het accepteren van een bepaalde mate van overlast van de boom.

Overige bomen Bij aanplant krijgen deze bomen een groeiplaats die een boomleeftijd van 40 jaar mogelijk maakt. Ingrijpende beheermaatregelen worden onderbouwd door de gemeente, waarbij vervanging vaak eerder de meest wenselijke optie is. De overige bomen staan in woonwijken of langs wegen in het buitengebied (geen bomen langs verbindingswegen tussen de kernen), het betreft hier een normaal/standaard risico-locatie. Deze bomen worden eens in de drie jaar gecontroleerd. Deze bomen bereiken zonder overlast te veroorzaken hun streefleeftijd. Is er toch sprake van een grote mate van overlast (zie hoofdstuk 6, paragraaf 3), dan is het vellen van de boom economisch gezien vaak de beste optie. Voordat wordt overgegaan tot herplant, wordt bekeken of de groeiplaats kan worden verbeterd of met een andere boomsoort kan worden ingeboet om herhaling van overlast te voorkomen. De overige bomen worden wanneer nodig gesnoeid (begeleidingssnoei, onderhoudssnoei, specifieke snoei). Grote investeringen in de groeiplaats of in de boom zelf zijn niet aan de orde. Op termijn wil de gemeente ook de bomen met een normaal of standaard veiligheidsrisico elke drie jaar gaan inspecteren. Wanneer het onderhoud op orde is, maakt dit in de kosten niet veel uit. Het is in Nederland wel de meest gebruikelijke en geaccepteerde inspectiefrequentie, wat ook blijkt uit jurisprudentie rondom zorgplicht.

2

Bijlage C Aandachtspunten voor inrichting en onderhoud Hieronder worden de belangrijkste aandachtspunten op het gebied van onderhoud van en inrichting bij bomen kort benoemd.

Aandachtspunten bij actualisatie van het Programma van Eisen  

Waar mogelijk wordt divers aangeplant, gelet op klimaat (schaduw, waterafvang) en ecologie (voedselen verblijfplaatsen organismen, bloeivariaties); Bij verkoop van nieuwe kavels moet rekening worden gehouden met de afstand tot bomen/bomenstructuren. Er moet voldoende ruimte behouden blijven zodat bomen/bomenstructuren geen negatieve gevolgen ondervinden van bijvoorbeeld werkzaamheden op het nieuwe kavel. Andersom zou de eigenaar geen hinder moeten ondervinden van de bomen; Op locaties met weinig groeiruimte waar wel bomen gewenst zijn, worden eerder vormbomen toegepast.

Bovenstaande punten dienen te worden opgenomen in de actualisatie van het Programma van Eisen (PvE) Openbare Ruimte. Naast de bomen die behoren tot de waardevolle puntelementen, structuurbomen en overige bomen, zijn er ook bomen in bos(plantsoen)vakken 'pootrechtbomen' die wel in onderhoud zijn bij de gemeente.

Bomen in bosvakken Bomen in bosvakken en bosplantsoen kennen andere beheervormen dan solitair groeiende bomen. Doel van het beheer van bosplantsoenvakken is om de bomen (en struiken) veilig te houden en een verrijking voor de beeldkwaliteit te laten zijn. Bomen die in bosplantsoen staan, worden in principe niet individueel opgenomen. De bomen worden als vlak op de kaart genoteerd en ook als vlak beheerd, waardoor ze niet als solitaire bomen worden beheerd. Wel wordt er bij de inventarisatie van de bosplantsoenvakken gelet op eventuele veiligheidsrisico's bij bomen voor de omliggende wegen, fietspaden, voetpaden en tuinen. Daarbij wordt gekeken naar breukgevoelige takken, breukgevaarlijke stammen en symptomen van instabiliteit. Indien nodig worden veiligheidsmaatregelen genomen. De boom wordt ingetekend op het kaartmateriaal en er wordt een paspoort aangemaakt waarin de boomgegevens en de geadviseerde maatregelen worden vermeld. Het is ook mogelijk dat eén of meerdere bomen uit bosvakken uitgroeien tot solitaire bomen. Deze bomen moeten dan alsnog individueel geregistreerd en beheerd worden.

Pootrecht

Circa 1.700 bomen zijn bij de gemeente bekend als pootrechtbomen. Deze zijn door derden aangeplant in de berm van gemeentelijke wegen. De gemeente voert het benodigde onderhoud uit. Verdere afspraken over inspectie en onderhoud worden waar nodig in de komende drie jaar gemaakt.

1

Bomen van niet-gemeentelijke organisaties Bomen in eigendom van de provincie Overijssel, woningbouwverenigingen (SallandWonen, SWZ, het Wooldhuis) of landgoederen (Schoonheten, de Colckhof, 't Reelaer, Den Alerdinck) zijn niet opgenomen in het gemeentelijke bomenbestand. Controle en onderhoud van deze bomen worden door de eigenaren zelf georganiseerd. De bomen hebben geen gemeentelijke status. Wel is er contact tussen deze organisaties en de gemeente.

2

Bijlage D Jaarplanning bomenbeheer

1

Bijlage E Taken en verantwoordelijkheden IBVU Rol: Ontwikkelcoördinator Doel van de rol De Ontwikkelcoördinator is eindverantwoordelijk voor de organisatie en de instandhouding van een efficiënt en effectief beheerproces. De Ontwikkelcoördinator bewaakt dat de ontwikkelingen die intern plaatsvinden, aansluiten bij trends en ontwikkelingen in de samenleving, markt en sector. Daarnaast is de Ontwikkelcoördinator eindverantwoordelijk voor het efficiënt functioneren van het gehele proces.

Positionering

De Ontwikkelcoördinator is doorgaans een operationeel leidinggevende in de lijn en/of hiërarchische structuur met een productverantwoordelijkheid en/of een (gedelegeerde) budgetverantwoordelijkheid. De ontwikkelcoördinator rapporteert en legt verantwoording af aan het management en het bestuur.

Resultaatgebieden    

Eindverantwoordelijkheid productontwikkeling Aansturing Ketenregisseur Aanspreekpunt voor Ketenregisseur, Producteigenaren Signaleren ontwikkelingen in de gemeentelijke organisatie

Kerncompetenties Ontwikkelcoördinator   

Omgevingsbewustzijn o Op niveau van strategisch handelen en schakelen Initiatief nemen Plannen en organiseren o Op niveau van prioriteren en coördineren

Rol: Ketenregisseur Doel van de rol De Ketenregisseur is degene die het horizontale proces bewaakt. Hij/zij geeft sturing aan het proces en zorgt ervoor dat de medewerkers met elkaar hetzelfde doel nastreven. De Ketenregisseur krijgt van de leidinggevende of derden opdrachten, wensen en/of behoeften voorgelegd en vertaalt deze door naar de Producteigenaren. De Ketenregisseur bewaakt de voortgang van de vastgestelde planning, coördineert de overdracht aan de Producteigenaren tussen de processtappen (IBVU) en faciliteert de Producteigenaren bij het uitvoeren van hun rollen. Uiteindelijk draagt de Ketenregisseur de verantwoordelijkheid voor de oplevering van de uitkomsten van de opdracht aan de opdrachtgevers. Daarnaast heeft de Ketenregisseur een belangrijke signalerende rol. Hij/zij bewaakt de onderlinge aansluiting tussen de beheerfasen (IBVU), behoeften in beleid of instrumenten. Hierover voert de Ketenregisseur periodiek overleg met de Ontwikkelcoördinator. De Ketenregisseur bewaakt tevens de roluitvoering van de diverse Producteigenaren en kan, indien nodig, daar mensen op aanspreken.

1

Positionering De Ketenregisseur wordt operationeel aangestuurd door de Ontwikkelcoördinator. De Ketenregisseur heeft hiërarchisch dezelfde positie als de Producteigenaren. Hij/zij voert periodiek overleg met de Ontwikkelcoördinator over het proces en de behoeften daarbinnen. Daarnaast voert hij/zij, indien nodig, overleg met de hiërarchisch leidinggevenden van de Producteigenaren om knelpunten met de Producteigenaren, binnen het te coördineren proces, te bespreken.

Resultaatgebieden   

Procesbegeleiding in de gehele keten Aansturing Producteigenaren en IBVU-fasen Communicatieproces

Competenties Ketenregisseur    

Plannen en organiseren Leiding geven Communicatieve vaardigheden Organisatiegericht aansturen

Rol: Producteigenaar Inventarisatie Doel van de rol De Producteigenaar Inventarisatie is verantwoordelijk voor de eerste processtap (I). Hij/zij coördineert en stuurt de inventarisatie rond wensen en/of behoeften in deze fase aan tot de oplevering richting Ketenregisseur. De Producteigenaar is verantwoordelijk voor de kwaliteit van de instrumenten en/of projecten binnen de inventarisatiefase. De Producteigenaar zorgt voor een uniforme en bruikbare inzameling van gewenste informatie om aan de gestelde ketendoelen te voldoen. Voor het leveren van een optimale kwaliteit voert de Producteigenaar de regie op de ontwikkelprocessen van (nieuwe) instrumenten.

Positionering De Producteigenaar voert de gevraagde acties uit of zet de hem/haar toebedeelde acties uit bij andere mensen. Op het moment dat de werkzaamheden binnen de inventarisatiefase gereed zijn, draagt de Producteigenaar deze over aan de Ketenregisseur.

Resultaatgebieden     

Kennis hebben van alle werkzaamheden binnen de fase ‘inventarisatie’ Sturing kunnen geven Planningen kunnen bewaken Eindverantwoordelijkheid kwaliteitsborging voor het product uit de fase ‘inventarisatie’ Communicatie, delegeren van de juiste taken binnen de fase ‘inventarisatie’

Competenties Producteigenaar Inventarisatie   

Marktgericht onderhandelen Analytische vaardigheden Organisatiesensitiviteit

2

Rol: Producteigenaar Besluitvorming Doel van de rol De Producteigenaar Besluitvorming is verantwoordelijk voor de tweede processtap (B). Hij/zij coördineert en stuurt de besluitvorming rond wensen en/of behoeften in deze fase aan tot de oplevering richting Ketenregisseur. De Producteigenaar is verantwoordelijk voor de kwaliteit van de instrumenten en/of projecten binnen de besluitvormingsfase. Voor het leveren van een optimale kwaliteit voert de Producteigenaar de regie op de ontwikkelprocessen van (nieuwe) instrumenten.

Positionering De Producteigenaar voert de gevraagde acties uit of zet de hem/haar toebedeelde acties uit bij andere mensen. Op het moment dat de werkzaamheden binnen de besluitvormingsfase gereed zijn, draagt de Producteigenaar deze over aan de Ketenregisseur.

Resultaatgebieden     

Kennis hebben van alle werkzaamheden binnen de fase ‘besluitvorming’ Sturing kunnen geven Planningen kunnen bewaken Eindverantwoordelijkheid kwaliteitsborging voor het product uit de fase ‘besluitvorming’ Communicatie, delegeren van de juiste taken binnen de fase ‘besluitvorming’

Competenties Producteigenaar Besluitvorming   

Analytisch vermogen Besluitvaardigheid Organisatiesensitiviteit

Rol: Producteigenaar Voorbereiding Doel van de rol De Producteigenaar Voorbereiding is verantwoordelijk voor de derde processtap (V). Hij/zij coördineert en stuurt de voorbereiding rond wensen en/of behoeften in deze fase aan tot de oplevering richting Ketenregisseur. De Producteigenaar zorgt voor overzicht en inzicht, en optimale omstandigheden voor een efficiënte uitvoering ten behoeve van het ketendoel. De Producteigenaar is verantwoordelijk voor de kwaliteit van de instrumenten en/of projecten binnen de voorbereidingsfase. Voor het leveren van een optimale kwaliteit voert de Producteigenaar de regie op de ontwikkelprocessen van (nieuwe) instrumenten.

Positionering

De Producteigenaar voert de gevraagde acties uit of zet de hem/haar toebedeelde acties uit bij andere mensen. Op het moment dat de werkzaamheden binnen de voorbereidingsfase gereed zijn, draagt de Producteigenaar deze over aan de Ketenregisseur.

Resultaatgebieden     

Kennis hebben van alle werkzaamheden binnen de fase ‘voorbereiding’ Sturing kunnen geven Planningen kunnen bewaken Eindverantwoordelijkheid kwaliteitsborging voor het product uit de fase ‘voorbereiding’ Communicatie, wegzetten van de juiste taken binnen de fase ‘voorbereiding’ 3

Competenties Producteigenaar Voorbereiding   

Marktgericht onderhandelen Organisatiesensitiviteit Accuraat en gestructureerd

Rol: Producteigenaar Uitvoering Doel van de rol De Producteigenaar Uitvoering is verantwoordelijk voor de vierde processtap (U). Hij/zij coördineert en stuurt de uitvoering van wensen en/of behoeften in deze fase aan tot de voltooiing en oplevering richting de Ketenregisseur. De Producteigenaar is verantwoordelijk voor de kwaliteit van de instrumenten en/of projecten binnen de uitvoeringsfase. Voor het leveren van een optimale kwaliteit voert de Producteigenaar de regie op de ontwikkelprocessen van (nieuwe) instrumenten.

Positionering De Producteigenaar voert de gevraagde acties uit of zet de hem/haar toebedeelde acties uit bij andere mensen. Op het moment dat de werkzaamheden binnen de uitvoeringsfase gereed zijn, draagt de Producteigenaar deze over aan de Ketenregisseur.

Resultaatgebieden     

Kennis hebben van alle werkzaamheden binnen de fase ‘uitvoering’ Sturing kunnen geven Planningen kunnen bewaken Kwaliteitsborging, eindverantwoordelijk voor het product uit de fase ‘uitvoering’ Communicatie, delegeren van de juiste taken binnen de fase ‘uitvoering’

Competenties Producteigenaar Uitvoering    

Samenwerken (binnen en buiten keten) Consciëntieus Resultaatgericht handelen Netwerkvaardig en commercieel inzicht

Rol: Producteigenaar Gegevensbeheer Naam van de rol

Producteigenaar Gegevensbeheer

Doel van de rol De Producteigenaar Gegevensbeheer is verantwoordelijk voor de aansluiting van het gegevensbeheer op de vier processtappen. De Producteigenaar Gegevensbeheer verzamelt gegevens en analyseert deze, en ondersteunt daarmee de Producteigenaren bij het uitvoeren van hun processtap. De Producteigenaar Gegevensbeheer ondersteunt daarnaast de Producteigenaren bij het ontwikkelen van instrumenten en zorgt dat de instrumenten aansluiten op het beheersysteem.

4

Positionering De Producteigenaar wordt op verzoek van de Producteigenaren IBVU betrokken. De Producteigenaar voert de gevraagde acties uit of zet de hem/haar toebedeelde acties uit bij andere mensen. Op het moment dat de werkzaamheden binnen het gegevensbeheer gereed zijn, draagt de Producteigenaar deze over aan de Producteigenaren IBVU.

Resultaatgebieden    

Kennis hebben van data en gegevensbeheer Affiniteit hebben met bomenbeheer Kwaliteitsborging, eindverantwoordelijk voor aansluiting van het gegevensbeheer op de beheerdersvragen Communicatie, delegeren van de juiste taken binnen het onderdeel gegevensbeheer

Competenties Producteigenaar Gegevensbeheer     

Proactief Analytisch vermogen Creativiteit Signaalgevoelig en betrokken Klantgericht (wat hebben de collega’s nodig)

Rol: Producteigenaar Communicatie Naam van de rol Producteigenaar Communicatie

Doel van de rol De Producteigenaar Communicatie is verantwoordelijk voor de aansluiting van de externe communicatie op de vier processtappen. De Producteigenaar Communicatie verzamelt informatie, en krijgt deze aangereikt van de producteigenaren IVBU, via de Ketenregisseur. De Producteigenaar Communicatie ondersteunt daarmee de Producteigenaren bij de informatievoorziening over de uitvoer van hun processtap.

Positionering De Producteigenaar wordt op verzoek van de Ketenregisseur en de Producteigenaren IBVU betrokken. De Producteigenaar voert de gevraagde acties uit of zet de hem/haar toebedeelde acties uit bij andere mensen. Op het moment dat de werkzaamheden binnen communicatie gereed zijn, meldt de Producteigenaar dit bij de Ketenregisseur.

Resultaatgebieden   

Kennis hebben van communicatie en informatievoorzieningen Affiniteit hebben met bomen en groen Communicatie, delegeren van de juiste taken binnen het onderdeel communicatie

Competenties Communicatie-adviseur      

Plannen en organiseren Communicatieve vaardigheden Initiatief nemen Creativiteit Signaalgevoelig en betrokken Klantgericht (wat hebben de bewoners/inwoners nodig) 5

Bijlage F Checklist de juiste boom op de juiste plek De lege checklist is separaat bijgesloten als Excel-document. Op de volgende pagina’s wordt een toelichting gegeven.

Toelichting Checklist “de juiste boom op de juiste plaats”

Boomwaarde De waarde van een boom wordt bepaald aan de hand van zeven categorieën. Daarnaast worden deze categorieën gekoppeld aan de waarden die behoren bij het afwegingskader om een vergunning te kunnen weigeren. Deze onderwerpen worden in dit hoofdstuk verder uitgewerkt.

Boomwaarden De waarde van een houtopstand wordt bepaald door de volgende criteria: 1. Beschermwaardigheid; 2. Vervangbaarheid; 3. Waarde- van stads- en dorpsschoon (ruimtelijke betekenis/beeldbepalend); 4. Cultuurhistorisch; 5. Natuur- en milieuwaarden; 6. Dendrologisch; 7. Toekomstverwachting van de boom (qua vitaliteit en qua locatie). De categorieën worden hieronder uitgewerkt. Op ieder van de zeven categorieën voor de boomwaardering wordt één score toegekend. De som van deze scores bepaalt de boomwaarde. 1. Beschermwaardigheid Het gaat hier om gemeentelijke bomen en houtopstanden die belangrijk zijn voor de (bomen/groen)structuur, een waardevolle boom/bomengroep binnen de kom, of een belangrijk en waardevol landschapselement in het buitengebied. • • •

Onderdeel van bomen-/groenstructuur Waardevolle boom of bomengroep Waardevol landschapselement

 20 punten  20 punten  20 punten

2. Vervangbaarheid Als bij het wegvallen van de houtopstand ook de groeiplaats voor een nieuwe houtopstand vervalt, noemen we deze onvervangbaar. Als de houtopstand op dezelfde plaats, of op een meer beeldbepalende plaats, of binnen straal van 5 meter vervangen kan worden en de functie overneemt dan noemen we deze vervangbaar. Wanneer er in de straat of op het erf binnen een straal van 10 meter voldoende beeldbepalend groen aanwezig is, wordt er geen score behaald. • • •

Onvervangbaar Vervangbaar Voldoende beeldbepalend groen aanwezig

 15 punten  5 punten  0 punten

1

3. Waarde van stads- en dorpsschoon (ruimtelijke betekenis/beeldbepalend) Vormgeving, omvang en standplaats, bepalen de mate waarin een houtopstand een beeldbepalende ruimtelijke betekenis heeft binnen de openbare ruimte, zowel binnen als buiten de bebouwde kom. Houtopstanden/bomenrijen die een grote ruimtelijke invloed hebben, worden als beeldbepalend aangemerkt: opvallend/indrukwekkend, accentueren de kernstructuur, herkenbaarheid, oriëntatie, drager van landschappelijke structuur. Houtopstanden die een middelgrote ruimtelijke invloed hebben, worden als beeldbepalend aangemerkt: accentueren de wijkstructuur. Overige houtopstanden worden als niet beeldbepalend aangemerkt. • • •

Grote beeldbepalende waarde Beeldbepalend Niet beeldbepalend

 15 punten  5 punten  0 punten

4. Cultuurhistorisch Een houtopstand heeft een grote cultuurhistorische waarde als deze onderdeel uitmaakt van een beschermd stads- of dorpsgezicht (bestemmingsplan) of als deze een directe relatie heeft met een bouwkundig, gemeentelijk monument of rijksmonument. De houtopstand heeft een cultuurhistorische waarde als deze een rol van betekenis speelt in de geschiedenis van de omgeving. Te denken valt hier aan oude ontsluitingen, oude landschapsstructuren, markeringsbomen of gedenkbomen. Het gaat om houtopstanden die stammen van voor de periode van de aanleg van een wijk. Alle overige houtopstanden worden met geringe of geen cultuurhistorische waarde aangemerkt. • • •

Grote cultuurhistorisch waarde Cultuurhistorische waarde Geringe of geen cultuurhistorische waarde

 10 punten  5 punten  0 punten

5. Natuur- en milieuwaarden Een houtopstand heeft een grote ecologische waarde⃰ en milieuwaarde⃰ wanneer:  het een belangrijke functie in het ecosysteem vervult bijvoorbeeld als leefgebied of ecologische verbinding (kader van de flora en faunawet). Voorbeelden hiervan zijn: nestelplaats voor (zeldzame) vogels, slaapplaats of oriënterend element voor vleermuizen.  het microklimaat gunstig wordt beïnvloed: zuivering lucht, nivelleren luchtverplaatsing, wind breken en leefbaarheid woon-/werkomgeving. Het gaat hier met name om grotere houtopstanden. Een houtopstand heeft een gemiddelde ecologische waarde wanneer de bomen inheems zijn en als habitat voor flora en fauna een duidelijk schakel toevoegt in het geheel. In alle andere gevallen heeft de houtopstand een geringe ecologische waarde. • • •

Grote ecologische waarde en milieuwaarde Ecologische waarde Geringe ecologische waarde

 10 punten  5 punten  0 punten

2

6. Dendrologisch Een houtopstand is dendrogisch waardevol wanneer het een soort betreft die in Nederland (zeer) zeldzaam is. Tevens kan de boom genetisch waardevol zijn en als zaadgaard dienen. Daarnaast kan het een soort zijn die voor de gemeente Raalte zeldzaam is. Een houtopstand is dendrologisch niet waardevol als de soort of cultivar niet zeldzaam is. • •

Dendrologisch waardevol Dendrologisch niet waardevol

 10 punten  0 punten

7. Toekomstverwachting van de houtopstand De toekomstverwachting van de houtopstand wordt gebaseerd op de vitaliteit, de locatie en de groeiplaatsomstandigheden van de houtopstand. Een toekomstverwachting van meer dan 15 jaar noemen we goed, van 5 tot 15 jaar matig en minder dan 5 jaar slecht. • • •

Goede toekomstverwachting (meer dan 15 jaar) Matige toekomstverwachting (5 tot 15 jaar) Slechte toekomstverwachting (minder dan 5 jaar)

 20 punten  5 punten  0 punten

3

Belang aanvragers De aanvrager heeft er belang bij dat de boom gekapt wordt. De redenen hiervoor zijn in hoofdlijnen op te delen in drie categorieën: A. Overlast; B. Zwaarwegend maatschappelijk belang; C. Beheertechnische redenen. De manier waarop deze categorieën worden beoordeeld en de afwegingen die hierbij gemaakt worden zijn in dit hoofdstuk verder uitgewerkt.

A.

Overlast

Het bepalen van het draagvlak van bewoners die “aanspraak” willen maken op “niet de juiste boom op de juiste plaats” en de mate van overlast van een houtopstand worden bepaald door de volgende criteria: 1. Optelsom meervoudige overlast 2. Risicofactor/ gevaar voor omgeving; 3. Afstand tot het object (tot stam of tot kroonprojectie); 4. Tijdsduur van overlast per dag of jaar; 5. Wortelschade aan verhardingen 6. Wortelschade aan riolering en bouwwerken; 7. Voorzienbaarheid. Op ieder van de zeven criteria voor de categorie overlast wordt één score toegekend. De som van deze scores bepaalt de overlast. A1. Optelsom meervoudige overlast Niet elke overlast is onrechtmatig. Er bestaat overlast die in redelijkheid tussen naburige erven geduld dient te worden, bijvoorbeeld normale blad- en vruchtval in een boomrijke omgeving. Voor overlast ten aanzien van allergische of gezondheidsklachten en duurzaamheidsmaatregelen (o.a. zonnepanelen) gelden aparte uitgangspunten die hierna in twee kaders zijn omschreven. Ernstige meervoudige overlast treedt op bij aantoonbaar, wederkerend en onvoorzien, onevenredig financieel nadeel. Bijvoorbeeld wanneer schade wordt veroorzaakt aan woning, schuren, riool en/of huisaansluitingen door boomwortels of overhangende takken. Of wanneer de te nemen beheermaatregelen om de risicofactor(s) omlaag te brengen onevenredig kostbaar zijn.

Meervoudige overlast treedt op wanneer aan drie van ondergenoemde punten voldaan wordt: - sterke verduistering van een leef-/werkruimte in de woning door de houtopstand (meer dan 5 uur per dag) of wanneer de boom in de zomermaanden schaduw veroorzaakt in de achtertuin, meer dan 75% van de oppervlakte; - extreme overlast van ziekten en plagen die niet op een andere manier is tegen te gaan; - takken van bomen die geen aantoonbare schade aan de gebouwen veroorzaken maar die bij wind wel tegen ramen, daken en dakgoten of andere kwetsbare onderdelen van gebouwen vegen; - boomwortels die twee keer per jaar terugkerende worteluitlopers maken die de verharding opdrukken, schade aanbrengen aan de beplanting en vocht onttrekken uit de tuin.

4

Enige overlast treedt op bij: boom die schaduw in voor- en achtertuin veroorzaakt, meer dan 50% van de oppervlakte. blad- en bloesemafval van bomen > 15 meter en < 5 meter van de gevel staan. vruchtval die stank, gladheid of aantoonbare schade aan voertuig veroorzaakt. takken van druipende bomen boven parkeerplaats, tuin of terras die een sterk verhoogde frequentie van onderhoud aan eigendommen veroorzaakt. In alle overige gevallen is er geen sprake van overlast. • Ernstige meervoudige overlast • Meervoudige overlast • Enige overlast • Geen overlast

 25 punten  15 punten  5 punten  0 punten

Allergische- of gezondheidsklachten Onder overlast worden allergische aandoeningen en gezondheidsklachten niet meegenomen. Hiervoor is gekozen, omdat uit wetenschappelijk onderzoek is gebleken dat het vellen van overlast gevende houtopstanden m.b.t. bijvoorbeeld pollen geen enkel positief effect heeft. Overlast gevende pollen verspreiden zich over meerdere kilometers door middel van wind. Ook andere relaties tussen houtopstanden en ziektes zijn wetenschappelijk niet aangetoond. Een uitzondering kan worden gemaakt wanneer een doktersverklaring kan worden overlegd waarin staat aangegeven dat de gezondheidsklachten worden veroorzaakt door de betreffende bo(o)m(en). De aanwezigheid van eikenprocessierups (EPR) in de boom is geen reden om de boom te vellen. De bestrijding is gericht op het beheersbaar houden van de EPR. Duurzaamheidsmaatregelen (o.a. zonnepanelen) Regelmatig wordt overlast gemeld door bomen in relatie tot zonnepanelen. Daarnaast komen er af en toe ook klachten binnen m.b.t. tot het nemen van andere duurzaamheidsmaatregelen zoals het aanbrengen van warmtepompen. Hierbij gelden de volgende uitgangspunten: • In bestaande situaties is het uitgangspunt dat bestaande bomen worden behouden. De boom gaat vóór en bij de plaatsing van o.a. zonnepanelen moet daar rekening mee gehouden worden. Ook als de boom in de toekomst nog zal groeien.

• Op nieuwbouwlocaties waar bomen worden aangeplant wordt er rekening gehouden met de aanwezigheid van o.a. zonnepanelen en/of de eventuele plaatsing daarvan. • Bij de herinrichting van gebieden waarbij sowieso al bomen gekapt of gesnoeid zouden moeten worden gelden dezelfde regels als voor nieuwbouwlocaties. • Als het vanuit herinrichtingsplannen niet nodig is om bestaande bomen te kappen of te snoeien, gelden dezelfde regels als voor bestaande situaties.

5

A2. Risicofactor/ Gevaar voor omgeving (aansprakelijkheid): De risicofactor geeft de mate van gevaar weer voor de directe omgeving van de houtopstand.  Onder direct gevaar wordt tak- en stambreuk en/of windworp verstaan in combinatie met de standplaats (bodem in relatie tot voorziening die de (ondergrondse) infrastructuur met grote maatschappelijk impact bedient), die niet met vakkundig onderhoud op te lossen zijn.  Onder risicovol wordt tak- en stambreuk en/of windworp verstaan, waarbij de boom t.o.v. de woning dusdanig groot is en grote overhangende gesteltakken heeft (>35% boven woning), die niet met vakkundig onderhoud op te lossen zijn.  Onder risico wordt tak- en stambreuk en/of windworp verstaan, waarbij de boom t.o.v. de woning dusdanig groot is en grote overhangende gesteltakken heeft (>35% boven woning), die maar deels met vakkundig onderhoud op te lossen zijn.  Risico’s die met reguliere beheermaatregelen op te lossen zijn worden aangemerkt als gering risico. Bomen kunnen omvallen en/of er kunnen takken uit bomen naar beneden vallen. Afhankelijk van de grootte van de boom en de standplaats kan dit risico’s met zich meebrengen. Bomen kunnen door blikseminslag getroffen worden. Soms hebben mensen daarom angst voor de bomen die vlak bij hun woning staan. Meestal gaat het niet om reële angst (angst is subjectief).

Het kan rationeel worden weerlegd door bomen goed te inspecteren op veiligheid. Het omwaaien van bomen tijdens een storm of valwind kan echter nooit helemaal voorkomen worden.     

Direct gevaar Risicovol en niet oplosbaar Risico maar deels oplosbaar Gering risico Geen risico

 Noodkap  25 punten  15 punten  5 punten  0 punten

A3. Afstand tot het object (tot stam of tot kroonprojectie) De afstand tussen het bouwwerk dat overlast ondervindt en de houtopstand is mede bepalend voor de mate van overlast. Gemeten wordt vanaf het eerste raakvlak van de boom (stam of kroonprojectie) tot het object. Hierbij wordt uitgegaan van de kroonprojectie zoals die zal zijn na het toepassen van vakkundige snoei (indien mogelijk). NB: Onder een bouwwerk worden geen tuinhuisjes, prieeltjes, dierenverblijven (hobbymatig) e.d. verstaan. Afstand buitenkant stam tot object: • Minder dan twee meter • Twee tot vijf meter • Vijf tot tien meter • Tien meter en meer

 20 punten  10 punten  5 punten  0 punten

OF Afstand buitenkant kroon tot object (gemeten na evt. snoeimaatregelen): • Minder dan nul meter • Nul tot een meter • Een tot twee meter • Meer dan twee meter

 20 punten  10 punten  5 punten  0 punten

Op dit criteria is de hoogste score relevant.

6

A4. Tijdsduur van overlast per dag of jaar: De tijdsduur van de overlast* geeft aan hoelang de overlast duurt over de periode van een jaar. Seizoensgebonden overlast is bijvoorbeeld het wegnemen van zonlicht bij bladverliezende houtopstanden. Het aantal uren overlast wat men per dag kan hebben is sterk gerelateerd aan de aard van de overlast en de afstand tot het object waar men de overlast ervaart. Bij het aantal uren overlast per dag wordt er gewerkt met tijdsvensters. • Gehele jaar en meer dan 5 uren  10 punten • Seizoensgebonden en tussen 2-5 uren per dag  5 punten • Enkele weken/dagen en minder dan 2 uur per dag  0 punten * Overlast m.b.t. duurzaamheidsmaatregelen vallen buiten deze categorie (zie punt 1 mate van overlast) A5. Wortelschade aan verhardingen Wortels van houtopstanden kunnen schade aan verhardingen veroorzaken. In sommige gevallen is de schade onoplosbaar omdat eventuele oplossingen ernstige schade aan de boom aanbrengen of omdat de schade aan verharding niet makkelijk verholpen kan worden. In andere gevallen is de schade oplosbaar en kan deze schade in de toekomst worden voorkomen. • schade aan verharding welke niet oplosbaar is  10 punten • schade aan verharding welke (technisch/financieel) beheersbaar is  5 punten • geen schade of wanneer schade aan verharding welke oplosbaar is  0 punten A6.

Wortelschade riolering en bouwwerken Wortels van houtopstanden kunnen schade aan riolering en bouwwerken (gaan) veroorzaken. In sommige gevallen is de schade onoplosbaar omdat eventuele oplossingen ernstige schade aan de boom aanbrengen of omdat de schade aan opstallen niet verholpen kan worden. In andere gevallen is de schade oplosbaar en kan deze schade in de toekomst worden voorkomen. • schade aan opstallen welke niet oplosbaar zijn  10 punten • geen schade of wanneer schade aan opstallen oplosbaar is  0 punten A7. Voorzienbaarheid In bepaalde situaties was de overlast te voorzien. De boom was al aanwezig voordat het probleem zich voordeed. Denk bijvoorbeeld aan de aankoop van een woning terwijl de boom er al stond, het maken van een inrit of het bouwen van een opstal. In het geval van voorziene omstandigheden worden er –punten toegekend. • Ten tijde van aankoop of start project was overlast voorzienbaar  - 10 punten • Ten tijde van aankoop of start project was overlast onvoorzienbaar  0 punten

7

B.

Plannen/projecten met maatschappelijk belang

Er kunnen zich situatie voordoen waarbij er ontwikkelingen spelen die er toe leiden dat er bomen gekapt moeten worden. Denk hierbij aan projecten zoals de aanleg van wegen of het bouwen van een school, maar ook aanleg van nieuwe inritten. Belangrijk is dat er wordt aangetoond dat het om een (zwaarwegend) maatschappelijk belang gaat (dit kan bijvoorbeeld door een Boom Effect Analyse uit te voeren). Hierin worden ook alternatieven om de bomen te behouden onderzocht en onderbouwd. 

C.

Alternatieven om houtopstanden te behouden zijn voldoende onderzocht

 100 punten

Beheertechnische redenen

Er kunnen zich situatie voordoen waarbij het vanuit beheeraspecten onverantwoord is om de bomen te laten staan. De veiligheid van de boom kan door bijvoorbeeld stormschade of een ziekte niet gegarandeerd worden. 

Veiligheid, ziekte boom, standplaats verruiming, onevenredig veel onderhoud  100 punten

8

Afweging belangen Wanneer een verzoek wordt ingediend voor het kappen van een gemeentelijke boom die onderdeel is van een belangrijke boomstructuur, dan dient minimaal 50% van de bewoners van de straat dit verzoek voor het verwijderen van deze boom te ondersteunen voordat het verzoek van de aanvragers in aanmerking komt voor de pilot “de juiste boom op de juiste plaats” . Om tot een zorgvuldig besluit te komen of een verzoek van bewoners/aanvragers in aanmerking komt voor de pilot “de juiste boom op de juiste plaats” wordt de boomwaarde (algemene belang van een boom/ bomenrij of boomgroep in een straat) afgewogen tegen het belang van de aanvragers die overlast ervaren van de boom/ bomenrij of bomengroep. Hier wordt, de wijze waarop deze afweging gebeurt, beschreven.

Checklist Het beoordelen van een vergunningsaanvraag gebeurt door de boombeheerder en de wabo-coördinator – groenspecialist van de gemeente Raalte. De beoordeling vindt plaats met behulp van de checklist “de juiste boom op de juiste plaats”. Op het formulier kunnen de scores worden toegekend voor de boomwaarde en het belang van de aanvrager(s).

Score belangen Aan alle onderdelen die worden beoordeeld worden scores toegekend. De afweging of een verzoek van bewoners in aanmerking komt voor het project “de juiste boom op de juiste plaats” is afhankelijk van de behaalde score. De boomwaarde en het belang van de aanvrager worden los van elkaar bepaald. De waarde van de boom wordt bepaald door bij elk van de zeven criteria één score toe te kennen en vervolgens de scores bij elkaar op te tellen. De maximale score op boomwaarde bedraagt 100. Het belang van de aanvrager wordt bepaald door een keuze te maken voor één van de drie categorieën: A. Overlast (opgesplitst in zeven criteria) B. Zwaarwegend maatschappelijke belang C. Beheertechnische redenen De punten van de categorie A worden bepaald door bij elk van de zeven criteria één score toe te kennen en vervolgens de scores bij elkaar op te tellen. De maximale score op overlast bedraagt ook 100. De score van categorie B en C zijn beide 100.

Verlenen of weigeren vergunningsaanvraag

Na het bepalen van de scores wordt de totale score van boomwaarde en de totale score van het belang van de aanvrager naast elkaar gezet. Als de boomwaarde groter of gelijk is dan het belang van de aanvrager dan wordt geadviseerd de vergunning niet te verlenen. Als de boomwaarde kleiner is dan het belang van de aanvrager dan wordt geadviseerd om de vergunning te verlenen. De checklist is een instrument als ondersteuning in het beoordelingsproces, het feitelijk besluit ligt bij het cluster Vergunningen, Toezicht en Handhaving.

9

Bijlage G Verbindings- en toegangswegen kernen Op de volgende pagina’s zijn kaarten weergegeven van de verbindings- en toegangswegen in de gemeente Raalte.

Raalte

35 8 34 N

N3

5

N

N348

Verklaring

N348

Groenhoofdstructuur

Bomenstructuur

Schaalbepalende groenelementen

Schaalbepalende groenelementen (eigendom derden)

Heino

Luttenberg

Heeten

Laag Zuthem

Nieuw Heeten

Lierderholthuis

Mariënheem

Broekland

Verklaring Groenhoofdstructuur

Bomenstructuur

Schaalbepalende groenelementen

Schaalbepalende groenelementen (eigendom derden)

Bijlage H Werken volgens Handboek Bomen Voor de uitvoering van de werkzaamheden aan bomen in Raalte is het Handboek Bomen van het Norminstituut Bomen leidend.

Afwijkingen van en aanvullingen op Handboek Bomen Binnen de gemeente Raalte is een aantal uitzonderingen/aanvullingen van kracht, waarmee wordt afgeweken van de standaard regels in het Handboek Bomen:  Bomen op gazons in parken worden standaard niet opgekroond, tenzij ze langs (wandel)paden of naast gebouwen staan. Door eronder minder te maaien, wordt bijgedragen aan meer biodiversiteit;  In Raalte worden standaard bomen aangeplant met een stamomtrek van minimaal 16 18 cm, ook voor projecten. Voor toekomstige beeldbepalende bomen wordt een forsere maat gekozen. Bomen worden bij voorkeur in gazons of in beplantingsvakken geplant;  De obstakelvrije zone is afhankelijk van de boomgrootte, maar minimaal 1,25 meter vanuit het hart van de stam. Ook mogen binnen 2 meter van de uiteindelijke kroon geen obstakels aanwezig zijn;  In het winkelgebied worden voor bomen met weinig ondergrondse ruimte extra maatregelen getroffen;  De gemeente streeft naar een diversiteit in aanplant om de kans op ziekten en aantastingen te beperken;  Bij de soortkeuze wordt rekening gehouden met de vruchtvorming en andere mogelijke nadelen van de soort.

Kwaliteitscontroles De controles op een besteksopdracht worden uitgevoerd volgens een standaard methode waarbij de kwaliteit van de geleverde werkzaamheden getoetst wordt aan de eisen die in het Handboek Bomen gesteld worden.

1

Bijlage I Landschappen en bomen De gemeente Raalte ligt in een overgangsgebied van de stuwwal in het oosten van Salland naar in het westen de rivieruiterwaarden waar de IJssel stroomt. Het grootste gedeelte van de gemeente Raalte bevindt zich in het dekzandgebied en behoort tot de arme en droge zandgronden. Het gebied wordt gekenmerkt door een afwisseling van kleinschalige agrarische gebieden, bossen en landgoederen. Het agrarische gebied met essen en enken heeft een halfopen tot besloten karakter en behoort tot het landschapstype Kampenlandschap. Kenmerkend voor het gebied zijn de kleinschaligheid en het veelvoudig voorkomen van houtwallen en houtsingels en de begeleiding van de wegen door rijen bomen. In het Kampenlandschap worden verschillende boomsoorten gebruikt. Hieronder wordt per landschapselement de bijbehorende boomsoort aangegeven:  

   

De erfafscheiding wordt vaak gevormd door de meidoorn, beuk of haagbeuk. Knotbomen van schietwilgen en zwarte elzen worden in de natte delen langs sloten gebruikt (voormalige perceelsranden). Knotbomen van zomereik en gewone es worden in de drogere gebieden gebruikt. In de houtwallen en houtsingels die veelal rondom de percelen te vinden zijn, worden zomereik en zwarte els aangeplant. Op het erf staan vaak solitaire bomen zoals zomereik, wintereik, tamme kastanje, witte paardenkastanje, walnoot, linde of gewone beuk. Voor de begeleiding van wegen wordt gebruik gemaakt van zomereik en ruwe berk op de droge delen en zwarte els en zachte berk in de wat nattere delen. Op landgoederen komen zowel naaldboomsoorten evenals zomereik en gewone beuk voor.

1

Bijlage J Protocol ziekten en aantastingen Deze bijlage behandelt de belangrijkste ziekten en aantastingen bij bomen in Nederland die voor gemeente Raalte relevant kunnen zijn. Het document dient te worden uitgebreid of aangepast wanneer nieuwe ontwikkelingen (ziekten, aantastingen of voortschrijdend inzicht) aan de orde zijn. De volgende boomziekten en -aantastingen komen aan de orde: 1. Essentaksterfte 2. Watermerkziekte (wilgen) 3. Wilgenhoutrups 4. Kastanjebloedingsziekte 5. Eikenprocessierups 

Essentaksterfte wordt veroorzaakt door een schimmel (Hymenoscyphus fraxineus). Door toedoen van de schimmel sterven twijgen af. Als gevolg van een voortgaande taksterfte sterven steeds grotere delen van de boom af, totdat de gehele boom is afgestorven. Een klein percentage van de essen, en met name cultivars, is resistent tegen deze schimmel en deze essen zullen het overleven. Een groot deel van de essen zal afsterven.

Watermerkziekte is een ziekte die voorkomt bij schietwilgen. Door de ziekte verwelken bladeren, sterven twijgen en takken af en uiteindelijk sterft de hele boom af. Jonge scheuten worden vaak niet aangetast en daarom kan de boom vaak langer behouden blijven wanneer de boom één keer per drie jaar wordt geknot.

De wilgenhoutrups is een nachtvlindersoort die tot de familie van houtboorders hoort. De soort is als larve schadelijk voor bomen doordat de larven gaten boren in de onderstam. De boom kan daardoor breukgevoelig worden. Boomsoorten die worden aangetast zijn, zomereik, gewone es, gewone populier, zwarte els en gewone appel.

De kastanjebloedingsziekte wordt veroorzaakt door een bacterie (Pseudomonas syringae pv aesculi). Deze bacterie verstopt de transportbundels in de bast, waardoor de verbinding tussen kroon en wortels wordt onderbroken. Bij ernstige aantasting sterft de boom af.

De eikenprocessierups tast eiken aan, maar vormt voornamelijk een bedreiging voor de volksgezondheid. Om overlast in de toekomst te verminderen, wordt bij omvorming en nieuwe aanplant op hoogrisico-locaties (centra, bij scholen, enzovoort) gekozen voor andere boomsoorten. Voor de aanpak van huidige situaties is vooral de inperking van de overlast van belang.

Overige ziekten Naast bovengenoemde aantastingen komen ook andere boomaantastingen voor. Bij de aanpak hiervan is vooral leidend dat er geen onveilige situaties mogen ontstaan.

1

Protocol essentaksterfte Aantasting Essentaksterfte wordt veroorzaakt door de schimmel Chalara fraxinea. De aantasting is in 2011 voor het eerst waargenomen in Groningen en komt inmiddels in heel Nederland voor. De schimmel heeft zich inmiddels gevestigd in de groene ruimte en is niet meer uit te roeien of in te perken, waardoor een vondst niet gemeld hoeft te worden.

Gastheer Boomsoorten: de aantasting van de schimmel is bekend bij de volgende soorten essen: 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7.

Fraxinus excelsior (gewone of Europese es) Fraxinus angustifolia (smalbladige es) Fraxinus nigra (zwarte es) Fraxinus pennsylvanica Fraxinus ornus (pluimes) Fraxinus Americana Fraxinus mandschurica

Daarbij lijken de soorten 1 t/m 3 het meest gevoelig en de soorten 6 en 7 lijken het minst gevoelig voor een aantasting. De aantasting varieert over alle aanwezige leeftijden. Er zijn aanwijzingen dat sterke snoei de essen extra gevoelig maakt voor infectie. De bomen worden door sporen van de schimmel in de lucht en via besmet plantmateriaal besmet. De ziekte kan zich dan ook over grote afstanden via sporen door de lucht verspreiden. In pas afgezette of gedunde opstanden is massale aantasting te zien. Het Bosschap adviseerde in 2013 om die reden om dunningen of knotwerkzaamheden uit te stellen.

Symptomen Essentaksterfte is te herkennen door zichtbare symptomen bij de bladeren, twijgen, takken en stammen van essen. De bladeren vertonen een bruinverkleuring van de bladsteel, gevolgd door afsterving en bruinverkleuring van (delen van) het blad. Op dunne twijgen ontstaan in het begin donkere verkleuringen in de bast. De schimmel tast zowel blad als bast, maar geen hout aan. Wanneer de bast afsterft wordt de sapstroom geblokkeerd. Twijgen of takken verdrogen hierdoor volledig. De aantasting van het blad en de bast hoeven niet gelijktijdig op te treden. Zo kan het ene jaar het blad worden aangetast en het jaar daarna de bast.

2

Bij oudere aantastingen is de bast ingezonken en lichter gekleurd. Op dikkere takken en stammen ontstaan bastverkleuringen vaak rond de aanzet van een zijtak. Deze verkleuringen zijn vaak langgerekt en kunnen uiteindelijk de tak of stam helemaal omvatten, waarna het bovenliggende deel van de boom afsterft. Jonge bomen lijken vatbaarder voor een aantasting. Maar ook in oudere bomen kan takafsterving worden aangetroffen. Bij ernstige aantasting kan dit leiden tot het geheel afsterven van de boom. Alleen laboratoriumonderzoek kan met zekerheid aantonen dat de waargenomen symptomen bij de es zijn veroorzaakt door Chalara fraxinea. Bladeren, twijgen en takken en vervolgens ook hele essen kunnen afsterven door deze ziekte. De schimmel kan zowel jonge als oude bomen in de groene ruimte en bij de boomkwekerij aantasten.

Monitoring Symptomen zijn verdrogingsverschijnselen van de bladeren, twijgen, takken en stammen. De bladeren vertonen een bruinverkleuring van de bladsteel, gevolgd door afsterving en bruinverkleuring van (delen van) het blad. Op dunne twijgen ontstaan in het begin donkere verkleuringen in de bast. De schimmel tast zowel blad als bast, maar niet het hout aan. Wanneer de bast afsterft wordt de sapstroom geblokkeerd. Twijgen of takken verdrogen hierdoor volledig. Aantastingen van blad en bast hoeven niet tegelijk op te treden. Bij oudere aantastingen is de bast ingezonken en lichter gekleurd. Op dikkere takken en stammen ontstaan bastverkleuringen vaak rond de aanzet van een zijtak. Deze verkleuringen zijn vaak langgerekt en kunnen uiteindelijk de tak of stam helemaal omvatten, waarna het bovenliggende deel van de boom afsterft. De aantasting kan in de gehele boomkroon en bast worden waargenomen. De aantasting is het beste waar te nemen wanneer de bomen in blad staan. De aantasting kan worden opgenomen in het bomenpaspoort wat tenminste eens in de drie jaar wordt gevuld tijdens de boominspectie. Eventueel jonge aanplant van es jaarlijks inspecteren om zieke bomen tijdig te kunnen verwijderen en verdere verspreiding tegen te gaan.

Maatregelen Bij beplantingen bestaande uit essen is het raadzaam de bomen jaarlijks te inspecteren zodat snel kan worden ingegrepen en verdere verspreiding van de aantasting verminderd wordt. Tijdig verwijderen van aangetaste takken en soorten is raadzaam, echter zoals de NVWA aangeeft, is de aantasting in Nederland niet meer volledig in te dammen. Een eenmaal aangetaste boom kan niet meer genezen. De enige maatregel die afdoende werkt is het verwijderen van de aangetaste bomen.

Communicatie Over de essentaksterfte hoeft niet algemeen gecommuniceerd te worden richting inwoners. Er is geen relatie bekend tussen de aantasting en gezondheidsproblemen bij mensen. Wel is het verstandig om bij grootschalige kap de inwoners tevoren op de hoogte te stellen om onrust te voorkomen.

3

Protocol watermerktziekte Aantasting

Watermerkziekte (Brenneria salicis) is een bacterie-aantasting. In Nederland heeft watermerkziekte geen specifieke status.

Gastheer Watermerkziekte komt voor bij diverse wilgensoorten (Salix sp.) De bacterie verspreidt zich via lucht en water (ook regen), en heeft een opening (wond) nodig om bij een potentiele gastheer binnen te dringen. Zaaggereedschap wat voor snoei van geïnfecteerde wilg is gebruikt, en snoeiafval kunnen mogelijk bijdragen aan de verspreiding.

Symptomen De bacterie veroorzaakt een verstopping van de houtvaten. Bij aansnijden van het aangetaste hout zie je een doorzichtige glazige verkleuring, vochtuittreding en een snelle bruinverkleuring. Door watermerkziekte aangetaste bomen vertonen verwelking, bruinverkleuring en verdroging van de bladeren aan verspreide takken of delen van de kroon, die vervolgens afsterven. Daardoor ontstaan bossige vormen van waterlot op de grens van de levende en dode takken of takdelen. De verschijnselen treden op aan takken van vijf jaar of ouder. Watermerkziekte is epidemisch van aard. De ziekte wordt in stand gehouden en breidt zich uit door de doorlopende aanplant van zeer gevoelige rassen, waardoor zeer veel zieke bomen ontstaan, die vervolgens niet worden opgeruimd zodat er zeer veel ziektekiemen blijven. Dit is ook de reden dat ook rassen, die onder normale omstandigheden een redelijke weerstand bezitten toch ook ziek worden en op hun beurt weer meewerken aan een verdere verspreiding

Monitoring

Verwelking van het blad aan scheuten is zichtbaar vanaf mei tot de herfst. De verdroogde bladeren blijven lang zitten. Ook het driejarig hout verwelkt. Vanuit adventiefknoppen uit de takaanzet worden scheuten gevormd. Na enkele jaren kan de boom afsterven. Een aangetaste boom moet jaarlijks geïnspecteerd worden. Bladeren: verkleuring, vroege bladval, necrotische plekken, verwelking Takken: afsterving, verkleuring, vochtuittreding Boom: afsterving

4

Maatregelen Over de bestrijding is nog weinig bekend. Wel is duidelijk dat er tussen de soorten en rassen verschillen in gevoeligheid bestaan. Aanbevolen wordt jong nog onbesmet uitgangsmateriaal te gebruiken, niet gevoelige rassen toe te passen en besmette gebieden voorlopig niet met wilgen te beplanten. Mogelijke maatregelen:  Gerichte snoei  Vellen  Opruimen bladafval  Ontsmetting gereedschap

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Raalte&id=ec601300-4eca-4f1c-8088-2de3d814079e