Bijlagen_1 toelichting
Tekst van het document
Veldbezoek Het plangebied kan verschillende functies hebben voor vleermuizen. Vleermuizen verblijven in boomholtes (o.a. rosse vleermuis, ruige dwergvleermuis), de watergangen en de bomenrijen kunnen functioneren als vliegroute voor vleermuizen.
Mogelijk worden bomenrijen in en rondom het plangebied gebruikt als foerageergebied. In de directe omgeving is voldoende alternatief foerageergebied waardoor het groen rondom het plangebied geen essentieel foerageergebied betreft.
Er zijn geen geschikte boomholtes aanwezig in de bomen in het plangebied. Verblijfplaatsen van vleermuizen in het plangebied zijn uitgesloten. Wel zijn er potentieel geschikte holtes in de directe omgeving van het plangebied aangetroffen. Het betreft de locaties Rozendael (beuken en eiken in het bos rondom de overgang) en Station Heino (bomen rondom splitsing Stationsweg).
17
Datum: 31 juli 2023 - Internal
Het plangebied is mogelijk geschikt als vliegroute.
VZE-ECO-RAP-001 - QUICKSCAN NATUURWETGEVING VERSIE JULI 2023
Soortgroep
Aanwezigheid beschermde soorten/ geschiktheid habitat
Conclusie
De bomenrijen en bosschages op alle locaties worden mogelijk gebruikt als foerageergebied en vliegroute. Dit betreft geen essentieel foerageergebied omdat er voldoende groen elementen in de directe omgeving voorhanden. Reptielen
Bureauonderzoek In de wijde omgeving van het plangebied komen de ringslang en levendbarende hagedis voor (NDFF, 2022, Verspreidingsatlats.nl, 2022, RAVON, 2022).
Aanwezigheid van beschermde reptielen kan worden uitgesloten
Veldbezoek In de omgeving Heino komen kunnen incidenteel beschermde reptielen voorkomen. Het talud is geschikt voor reptielen om te zonnen en de ruigtes (greppel met braamstruweel) bieden dekking. Echter het plangebied op de locaties Rozendael en station Heino sluit niet aan op geschikt leefgebied voor de levendbarende hagedis en de ringslang. De ringslang is gebonden aan oppervlakten laag gelegen natte gebieden en de levendbarende hagedis heeft tevens geschikte oevers en vochtig blijvende gebieden nodig. Beide ontbreken in de omgeving van het plangebied. In het plangebied op locaties station Raalte en Wierden ontbreekt geschikt habitat voor andere beschermde soorten reptielen. Geschikt habitat betreft doorgaans heideterreinen, vennetjes, hoogveen- en laagveengebieden. Amfibieën
Bureauonderzoek In de omgeving van het plangebied is het voorkomen van algemene soorten zoals bruine kikker, bastaardkikker, gewone pad, kleine watersalamander bekend (NDFF, 2022). Daarnaast komen zwaarder beschermde soorten zoals de kamsalamander en heikikker voor in de omgeving van het plangebied (NDFF, 2022, Verspreidingsatlas 2022, RAVON 2022). Veldbezoek Aangezien het veldbezoek tijdens de winterrustperiode heeft plaatsgevonden zijn geen waarnemingen van amfibieën gedaan. Mogelijk gebruiken algemene amfibieën zoals gewone pad, kleine watersalamander en bruine kikker de watergangen in het plangebied (alleen locatie station Raalte) en de omgeving als landhabitat. De agrarische watergangen in het plangebied op locatie station Raalte zijn ongeschikt leefgebied voor beschermde amfibieën. Habitat voor beschermde amfibieën zoals de kamsalamander (bos, houtwallen of struweel in de directe omgeving van het voortplantingswater), poelkikker of heikikker ontbreekt in het plangebied. Deze soorten kunnen op basis van habitat worden uitgesloten.
18
Datum: 31 juli 2023 - Internal
In het plangebied komen mogelijk algemene amfibieën voor. Zwaarder beschermde amfibieën kunnen op basis van habitat worden uitgesloten.
VZE-ECO-RAP-001 - QUICKSCAN NATUURWETGEVING VERSIE JULI 2023
Soortgroep
Aanwezigheid beschermde soorten/ geschiktheid habitat
Conclusie
Vissen
Bureauonderzoek In de omgeving van het plangebied zijn geen waarnemingen van beschermde soorten vissen bekend (NDFF, 2022; RAVON, 2022).
Beschermde soorten vissen kunnen op basis van habitat worden uitgesloten.
Veldbezoek De agrarische watergangen in het plangebied op locatie station Raalte zijn ongeschikt leefgebied voor beschermde vissoorten. Overige soorten
Bureauonderzoek In de omgeving van het plangebied is het voorkomen van beschermde soorten ongewervelden niet bekend (NDFF, 2022) Veldbezoek Er is geen geschikt habitat aangetroffen van beschermde soorten ongewervelden in het plangebied of de directe omgeving.
3.1.3
Beschermde soorten ongewervelden kunnen op basis van habitat en/of verspreidingsgegevens worden uitgesloten.
Effectbeschrijving
In de onderstaande tabel is per soortgroep voor de (mogelijk) aanwezige soorten, op basis van de conclusie in de vorige paragraaf, een beschrijving gegeven van mogelijke effecten als gevolg van de werkzaamheden. Tabel 2 Effecten per soortgroep als gevolg van de werkzaamheden Soortgroep
Mogelijke effecten
Algemene broedvogels
Indien gewerkt wordt tijdens het broedseizoen (broedseizoen loop van ca. 15 maart t/m 15 juli).
Ja
Boommarter
Indien er bomen rondom het plangebied gekapt worden (Rozendael en station Heino).
Ja
Vleermuizen
Indien tijdens de kwetsbare periode verlichting op groenstructuren en bebouwing wordt gericht (alle locaties) en wanneer bomen rondom het plangebied gekapt worden (Rozendael en station Heino).
Ja
Kleine marterachtigen (bunzing, hermelijn en wezel)
Als gevolg van de werkzaamheden kunnen verblijfplaatsen en leefgebied van kleine marterachtigen vernietigd worden. Ook kunnen aanwezige dieren gedood, verwond of verstoord worden.
Ja
Algemene grondgebonden zoogdieren
Als gevolg van de werkzaamheden kunnen verblijfplaatsen en leefgebied van algemene grondgebonden zoogdieren vernietigd worden. Ook kunnen aanwezige dieren gedood, verwond of verstoord worden.
Ja
Algemene amfibieën
Als gevolg van de werkzaamheden kunnen verblijfplaatsen en leefgebied van algemene amfibieën vernietigd worden. Ook kunnen aanwezige dieren gedood, verwond of verstoord worden.
Ja
19
Datum: 31 juli 2023 - Internal
Toetsing vereist?
VZE-ECO-RAP-001 - QUICKSCAN NATUURWETGEVING VERSIE JULI 2023
3.1.4
Toetsing
3.1.4.1
Beschermingscategorieën relevante soorten
In de onderstaande tabel is per soort of soortgroep opgenomen tot welke beschermingscategorie deze behoort: Tabel 3 Beschermingscategorie van de relevante soorten Beschermingscategorie
Soort/ soortgroep
Vogelrichtlijnsoorten
Algemene broedvogels
Habitatrichtlijnsoorten
Vleermuizen
Andere soorten
Boommarter
Andere soorten met vrijstelling
Algemene amfibieën, algemene grondgebonden zoogdieren en kleine marterachtigen
Er geldt binnen de provincie Overijssel een vrijstelling voor de binnen het plangebied algemeen voorkomende soorten grondgebonden zoogdieren en amfibieën, zie bijlage B. Deze zijn hieronder daarom niet meegenomen. Voor deze soorten geldt de zorgplicht, zie verder in mitigerende maatregelen in paragraaf 3.1.5. Er geldt een vrijstelling binnen spoortrajecten die onder het RVO vallen. De werkzaamheden van het gehele project bij het spoor valt onder RVO. Wel geldt de zorgplicht.
3.1.4.2
Overtreding verbodsbepalingen
In de onderstaande tabellen is per soort of soortgroep op basis van de effectbeschrijving in de vorige paragraaf aangegeven welke verbodsbepalingen van de Wnb kunnen worden overtreden als gevolg van de werkzaamheden. Daarbij is geen rekening gehouden met eventueel mogelijke mitigerende maatregelen. Op basis van de uitkomst van deze toetsing is bepaald of en zo ja, welke mitigerende maatregelen nodig zijn. Deze zijn beschreven in de volgende paragraaf. Tabel 4 Mogelijke overtreding van de verbodsbepalingen van artikel 3.1 ten aanzien van soorten van de Vogelrichtlijn
Soort Algemene broedvogels
Lid 1
Lid 2
X
X
Lid 3
Lid 4 X
Als gevolg van Werkzaamheden in het broedseizoen
Verbodsbepalingen: Lid 1: te doden of te vangen; Lid 2: opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen; Lid 3: eieren te rapen en deze onder zich te hebben; Lid 4: opzettelijk te verstoren; verstoring toegestaan indien niet van wezenlijke invloed op de staat van instandhouding.
Indien werkzaamheden in het broedseizoen worden uitgevoerd kunnen broedende vogels of vogels met jongen verstoord worden, waardoor nesten, eieren en/of jongen verloren gaan. Ook kunnen nesten met daarin broedende vogels, eieren of jongen beschadigd worden met de dood van betreffende vogels tot gevolg. Tabel 5 Mogelijke overtreding van de verbodsbepalingen van artikel 3.5 ten aanzien van soorten van de Habitatrichtlijn.
Soort Vleermuizen
Lid 1|5
Lid 2
X
X
Het is verboden om: Lid 1: opzettelijk te doden of te vangen;
20
Datum: 31 juli 2023 - Internal
Lid 3
Lid 4 X
Als gevolg van Verstoring van vliegroute vleermuizen tijdens de kwetsbare periode. Kap van bomen met holtes nabij plangebied.
VZE-ECO-RAP-001 - QUICKSCAN NATUURWETGEVING VERSIE JULI 2023
Lid 2: opzettelijk te verstoren; Lid 3: eieren van dieren opzettelijk te vernielen of te rapen; Lid 4: voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren te beschadigen of te vernielen; Lid 5: opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.
Tabel 6 Mogelijke overtreding van de verbodsbepalingen van artikel 3.10 lid 1 ten aanzien van andere soorten.
Soort
a
b
Boommarter
X
X
c
Als gevolg van Kappen van bomen met holtes
Het is verboden om: a: opzettelijk te doden of te vangen; b: vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen opzettelijk te beschadigen of te vernielen c: opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen
3.1.5
Soortgericht onderzoek
Op basis van de quickscan kan de aanwezigheid van een aantal beschermde soorten niet worden uitgesloten. Omdat bij uitvoering van de werkzaamheden sprake kan zijn van overtreding van verbodsbepalingen van de Wnb, dient nader onderzoek te worden uitgevoerd voordat beoordeeld kan worden of negatieve effecten uitgesloten kunnen worden en welke maatregelen noodzakelijk zijn. Vleermuizen en boommarter Locaties Rozendael en station Heino Indien bomen met holtes gekapt worden buiten het plangebied dient onderstaand onderzoek uitgevoerd te worden: • Er dient een tweede veldbezoek plaats te vinden om de holtes op geschiktheid voor de boommarter en vleermuizen. Dit dient met een ladder of hoogwerker te gebeuren. • Mocht uit het tweede veldbezoek blijken dat holtes geschikt zijn voor vleermuizen dan dient vervolgonderzoek plaats te vinden: – 3 veldbezoeken in de periode 15 mei t/m 15 juli – 2 veldbezoeken in de periode 15 augustus t/m 1 oktober – Tussen deze veldbezoeken dient minimaal 10 dagen te zitten – Het onderzoeksgebied moet tijdens het veldbezoek te overzien zijn. Dit betekent dat het plangebied moet worden opgedeeld in meerdere onderzoeksgebieden. • Mocht uit het tweede veldbezoek blijken dat holtes geschikt zijn voor de boommarter dan dient vervolgonderzoek naar de aanwezigheid van de boommarter uitgevoerd te worden.
3.1.6
Mitigerende maatregelen en zorgplicht
In deze paragraaf zijn de mitigerende maatregelen beschreven die noodzakelijk zijn om overtreding van de verbodsbepalingen te voorkomen. Het toepassen van deze maatregelen tijdens de uitvoering van de werkzaamheden is niet vrijblijvend. Verder zijn ook nadere maatregelen noodzakelijk om tegemoet te komen aan de zorgplicht. Met onderstaande maatregelen wordt overtreding van artikel 3.1 van de Wet natuurbescherming voorkomen ten aanzien van algemene broedvogels. Algemene broedvogels Alle locaties • Indien bomen en struiken gekapt en verwijderd worden, dient dit voorafgaand aan het broedseizoen van algemene broedvogels uitgevoerd te worden. Het broedseizoen loopt globaal van 15 maart t/m 15 juli. Deze periode kan afwijken bij bepaalde weersomstandigheden. • Indien de beoogde planning niet wordt behaald en werkzaamheden in het broedseizoen doorlopen dient een controle op nesten te worden uitgevoerd. Indien actieve nesten worden aangetroffen worden de werkzaamheden rondom die locatie gestaakt en na het broedseizoen hervat. Wanneer het een actief nest in een boom of struik naast het spoor betreft kunnen de werkzaamheden doorgaan, aangezien in de huidige situatie al eenzelfde soort verstoring van passerende treinen optreedt. 21
Datum: 31 juli 2023 - Internal
VZE-ECO-RAP-001 - QUICKSCAN NATUURWETGEVING VERSIE JULI 2023
•
Indien werkzaamheden in het broedseizoen starten dient het plangebied voorafgaand aan het broedseizoen ongeschikt gemaakt te worden zodat vogels niet te broeden komen in het plangebied. Dit betekent het verwijderen van struiken en bomen. Voorafgaand en tijdens de werkzaamheden dient een ecoloog te controleren of er geen vogels broeden in het plangebied. Deze maatregelen worden opgenomen in een ecologisch werkprotocol.
Vleermuizen Alle locaties De volgende mitigerende maatregelen zijn noodzakelijk: • Geen gebruik van verlichting in de periode maart t/m november tussen zonsopkomst en zonsondergang • Indien dit niet mogelijk is dienen maatregelen genomen te worden met betrekking tot verlichting zoals: • Voorkom verlichting richting bosschages rondom het plangebied • Gebruik vleermuisvriendelijke verlichting. • Het verlichtingsplan dient goedgekeurd te worden door een ter zake kundige ecoloog. Zorgplicht Alle locaties De Wnb kent een algemene zorgplicht. Dit betekent dat zorgvuldig met aanwezige planten en dieren moet worden omgegaan. Daarom moeten de volgende maatregelen genomen worden: • Maai voorafgaand aan de werkzaamheden de vegetatie in het werkgebied kort. Hierdoor wordt het voor grondgebonden zoogdieren en amfibieën minder aantrekkelijk om te verblijven in deze zone tijdens aanleg. Werk bij het snoeien/ maaien één richting op en maai richting de westkant van het plangebied. Op deze manier kunnen soorten fauna vluchten richting het gebied waar niet gewerkt wordt.
22
Datum: 31 juli 2023 - Internal
VZE-ECO-RAP-001 - QUICKSCAN NATUURWETGEVING VERSIE JULI 2023
4
Conclusie en vervolgstappen
Als gevolg van de voorgenomen werkzaamheden kunnen negatieve effecten optreden op voor algemene broedvogels, vleermuizen, boommarters en kleine marterachtigen. Ten aanzien van algemene broedvogels dienen mitigerende maatregelen genomen te worden. Indien bomen met holtes gekapt worden dient tevens soortgericht onderzoek naar vleermuizen en de boommarter uitgevoerd te worden. Indien buiten het broedseizoen van algemene broedvogels wordt gewerkt is er geen sprake van overtreding van verbodsbepaling van artikel 3.1 en 3.5 van de Wet natuurbescherming. Het broedseizoen loopt van ca. 15 maart t/m 15 juli. Indien binnen het broedseizoen gewerkt wordt volgens de onderstaande mitigerende maatregelen is er geen sprake van overtreding van verbodsbepaling van artikel 3.1 van de Wet natuurbescherming. Algemene broedvogels Alle locaties • Indien bomen en struiken gekapt en verwijderd worden, dient dit voorafgaand aan het broedseizoen van algemene broedvogels uitgevoerd te worden. Het broedseizoen loopt globaal van 15 maart t/m 15 juli. Deze periode kan afwijken bij bepaalde weersomstandigheden. • Indien de beoogde planning niet wordt behaald en werkzaamheden in het broedseizoen doorlopen dient een controle op nesten te worden uitgevoerd. Indien actieve nesten worden aangetroffen worden de werkzaamheden rondom die locatie gestaakt en na het broedseizoen hervat.
Wanneer het een actief nest in een boom of struik naast het spoor betreft kunnen de werkzaamheden doorgaan, aangezien in de huidige situatie al eenzelfde soort verstoring van passerende treinen optreedt. • Indien werkzaamheden in het broedseizoen starten dient het plangebied voorafgaand aan het broedseizoen ongeschikt gemaakt te worden zodat vogels niet te broeden komen in het plangebied. Voorafgaand en tijdens de werkzaamheden dient een ecoloog te controleren of er geen vogels broeden in het plangebied. Deze maatregelen worden opgenomen in een ecologisch werkprotocol. Vleermuizen Alle locaties De volgende mitigerende maatregelen zijn noodzakelijk: • Geen gebruik van verlichting in de periode maart t/m november tussen zonsopkomst en zonsondergang • Indien dit niet mogelijk is dienen maatregelen genomen te worden met betrekking tot verlichting zoals: • Voorkom verlichting richting bosschages rondom het plangebied • Gebruik vleermuisvriendelijke verlichting. • Het verlichtingsplan dient goedgekeurd te worden door een ter zake kundige ecoloog. Zorgplicht Alle locaties De Wnb kent een algemene zorgplicht. Dit betekent dat zorgvuldig met aanwezige planten en dieren moet worden omgegaan. Daarom moeten de volgende maatregelen genomen worden: • Maai voorafgaand aan de werkzaamheden de vegetatie in het werkgebied kort.
Hierdoor wordt het voor grondgebonden zoogdieren en amfibieën minder aantrekkelijk om te verblijven in deze zone tijdens aanleg. Werk bij het snoeien/ maaien één richting op en maai richting de westkant van het plangebied. Op deze manier kunnen soorten fauna vluchten richting het gebied waar niet gewerkt wordt.
23
Datum: 31 juli 2023 - Internal
VZE-ECO-RAP-001 - QUICKSCAN NATUURWETGEVING VERSIE JULI 2023
Bijlage A Wettelijk kader wet natuurbescherming
Soortenbescherming Algemeen De Wet natuurbescherming (Wnb) is op 1 januari 2017 in werking getreden. De wet is in de plaats gekomen van de Natuurbeschermingswet 1998, de Flora- en faunawet en de Boswet. De wet is ingedeeld in hoofdstukken en kent een algemeen deel (hoofdstuk 1), delen over Natura 2000-gebieden (hoofdstuk 2), soorten (hoofdstuk 3), houtopstanden, hout en houtproducten (hoofdstuk 4), verder delen die gaan over vrijstellingen, beschikkingen en verplichtingen (hoofdstuk 5), financiële bepalingen (hoofdstuk 6), handhaving (hoofdstuk 7), overige bepalingen (hoofdstuk 8) en tot slot een beschrijving van het overgangsrecht (hoofdstuk 9) en een beschrijving van de wijziging van overige wetten (hoofdstuk 10). In navolgende paragrafen is een samenvattende beschrijving van de voor dit rapport relevante delen van de wet gegeven. Zorgplicht De Wnb kent een algemene zorgplicht. Deze houdt in dat iedereen voldoende zorg in acht moet nemen om schade aan soorten te voorkomen, ook voor soorten die niet beschermd zijn (artikel 1.11, lid 1). Dit houdt in ieder geval in dat handelen of nalaten van handelen dat schadelijk kan zijn zo veel mogelijk achterwege gelaten dient te worden (artikel 1.11, lid 2). Deze algemene zorgplicht geldt altijd en overal, met slechts als uitzondering handelingen die op grond van de Visserijwet worden uitgevoerd (artikel 1.11, lid 3).
Categorieën De wet onderscheidt drie categorieën van beschermde soorten, namelijk: • • •
Soorten Vogelrichtlijn, ook wel Vogelrichtlijnsoorten genoemd (Wnb §3.1) Soorten Habitatrichtlijn, ook wel Habitatrichtlijnsoorten genoemd (Wnb §3.2) Andere soorten (Wnb §3.3)
Soorten Vogelrichtlijn Alle van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn zijn in Nederland beschermd. De soorten van artikel 1 van Vogelrichtlijn zijn alle vogelsoorten die op het Europese grondgebied van de lidstaten van de EU voorkomen. Het deel daarvan dat van nature in Nederland voorkomt, is dus beschermd (artikel 3.1 lid 1). Soorten Habitatrichtlijn In deze categorie vallen alle in het wild levende dieren zoals genoemd in (artikel 3.5 lid 1): • bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, • bijlage II bij het Verdrag van Bern of; • bijlage I bij het Verdrag van Bonn; en (in hun natuurlijke verspreidingsgebied) planten van soorten, genoemd in (artikel 3.5, lid 5): • bijlage IV, onderdeel b, bij de Habitatrichtlijn of; • bijlage I bij het Verdrag van Bern. Het gaat hierbij dus om meer dan alleen de soorten van de Habitatrichtlijn (namelijk ook soorten van de conventies van Bern en Bonn). Omdat echter in de Wnb §3.2 “soorten Habitatrichtlijn” als titel heeft, wordt dit ook hier zo gebruikt om deze groep van beschermde soorten aan te duiden. Andere soorten Naast de soorten waarvan de bescherming op Europees niveau verplicht is gesteld, is er ook een aantal soorten op nationaal niveau beschermd. Dit is dus een “nationale kop” op de Europese bescherming.
Het gaat hierbij om soorten die zeer zeldzaam en/of bedreigd zijn, en waarvan het duurzaam voortbestaan niet is verzekerd als geen beschermingsmaatregelen worden getroffen. De soorten waar het om gaat zijn opgenomen op de bijlage bij de wet (artikel 3.10, lid 1 onder a en c). 24
Datum: 31 juli 2023 - Internal
VZE-ECO-RAP-001 - QUICKSCAN NATUURWETGEVING VERSIE JULI 2023
Verbodsbepalingen Voor Vogelrichtlijnsoorten is het verboden om (artikel 3.1): • •
in het wild levende vogels te doden of te vangen (lid 1). opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen (lid 2). • eieren te rapen en deze onder zich te hebben (lid 3). • opzettelijk te storen (lid 4), tenzij de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort (lid 5). Voor Habitatrichtlijnsoorten is het verboden om (artikel 3.5): • • • • •
in het wild levende dieren in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen (lid 1). opzettelijk te verstoren (lid 2). eieren in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen (lid 3). de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen te beschadigen of te vernielen (lid 4). planten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen (lid 5). Voor Andere soorten is het verboden om (artikel 3.10, lid 1): • • •
in het wild levende dieren opzettelijk te doden of te vangen (onderdeel a); de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren opzettelijk te beschadigen of te vernielen (onderdeel b). vaatplanten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen (onderdeel c).
Hierboven is voor Vogelrichtlijnsoorten en Habitatrichtlijnsoorten aangegeven dat verstoring niet is toegestaan. Niet iedere verstoring in het kader van de wet is relevant is. Het moet gaan om verstoring die voor soorten in potentie wezenlijke gevolgen heeft. Een tijdelijke verandering van gedrag valt hier niet zonder meer over. Zie voor meer informatie het volgende tekstkader. Juridisch kader verstoring beschermde soorten Niet iedere toename van verstoringsbronnen leidt tot een daadwerkelijk effect dat in het kader van de wet is voorzien als verstoring. Voor een individu dat sprake is van opzettelijke verstoring als niet in de directe omgeving (tijdelijk) uitwijkmogelijkheden voor handen zijn en de functionaliteit van het leefgebied door verstoring wordt aangetast. Dit si verschillende keren bevestigd door de Raad van State. Hieronder staan twee delen van uitspraken waarin dit bevestigd is: ECLI:NL:RVS:2009:BI3701: “Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (onder meer in de uitspraak van 21 november 2007 in zaak nr.
200607283/1) geldt als uitgangspunt dat niet ieder plan dat tot gevolg heeft dat een beschermde diersoort zich moet aanpassen aan de veranderde omgeving, moet worden aangemerkt als een opzettelijke verontrusting in de zin van artikel 10 van de Ffw.” ECLI:NL:RVS:2020:1125: “Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (onder meer in de uitspraak van 23 juni 2010, ECLI:NL:RVS:2010:BM8836), geldt bij de uitleg van artikel 10 van de Flora- en faunawet als uitgangspunt dat niet ieder plan dat tot gevolg heeft dat een beschermde diersoort zich moet aanpassen aan de veranderde omgeving een opzettelijke verontrusting is in de zin van die bepaling. Het tijdelijk (doen) wegvluchten voor werkzaamheden naar een rustiger plek kan niet worden aangemerkt als opzettelijke verontrusting in de zin van deze bepaling. De Afdeling volgt deze interpretatie eveneens ten aanzien van het in het vierde lid van artikel 3.1, vierde lid, van de Wnb neergelegde verbod van opzettelijke storing.”
Gedragscodes, vrijstellingen en ontheffingen Gedragscode
25
Datum: 31 juli 2023 - Internal
VZE-ECO-RAP-001 - QUICKSCAN NATUURWETGEVING VERSIE JULI 2023
De in het voorgaande beschreven verbodsbepalingen zijn niet van toepassing op handelingen die zijn beschreven in en aantoonbaar worden uitgevoerd volgens een door de minister van LNV vastgestelde gedragscode (artikel 3.31, lid 1). Het moet dan gaan om handelingen die plaatsvinden in het kader van: a. een bestendig beheer of onderhoud aan vaarwegen, watergangen, waterkeringen, waterstaatswerken, oevers, vliegvelden, wegen, spoorwegen of bermen, of in het kader van natuurbeheer; b. een bestendig beheer of onderhoud in de landbouw of de bosbouw; c. een bestendig gebruik; d. ruimtelijke ontwikkeling of inrichting. Vrijstelling Provinciale staten en de minister van LNV kunnen vrijstelling verlenen van de verbodsbepalingen (artikel 3.3, lid 2-4; artikel 3.8, lid 2-5; artikel 3.10, lid 2). Voor zover het gaat om de hiervoor beschreven verbodsbepalingen, kan in het kader van ruimtelijke ontwikkeling en inrichting een ontheffing worden verleend van de verbodsbepalingen van artikel 3.1, 3.5 en 3.10, dus ten aanzien van alle beschermde soorten. Een vrijstelling mag alleen worden verleend wanneer aan bepaalde voorwaarden is voldaan. Deze zijn gelijk aan de voorwaarden waaronder een ontheffing verleend kan worden (zie hier onder). Voor welke soorten een vrijstelling geldt, verschilt per bevoegd gezag (ministerie van LNV en de afzonderlijke provincies).
De lijst met vrijgestelde soorten van het ministerie is alleen van toepassing op handelingen waarvoor de minister van EZ het gevoegd gezag is. Voor handelingen waarvoor gedeputeerde staten het bevoegd gezag zijn, geldt de vrijstellingslijst van de betreffende provincie. De provincie Overijssel heeft een vrijstelling verleend voor de volgende soorten: Zoogdieren • • • • • • • • • •
Aardmuis Bosmuis Dwergmuis Dwergspitsmuis Gewone bosspitsmuis Huisspitsmuis Konijn Ondergrondse woelmuis Ree Rosse woelmuis
• • • •
Tweekleurige bosspitsmuis Veldmuis Vos Woelrat
Amfibieën • Bastaardkikker • Bruine kikker • Gewone pad • Kleine watersalamander • Meerkikker
Ontheffing Voor soorten waarvoor (in de betreffende provincie) geen vrijstelling geldt, moet wanneer niet volgens een gedragscode wordt gewerkt een ontheffing worden aangevraagd wanneer er een handeling wordt uitgevoerd waardoor een verbodsbepalingen van artikel 3.1, 3.5 of 3.10 van de Wnb wordt overtreden (artikel 3.3 lid 1 en 3; artikel 3.8 lid 1 en 3; artikel 3.10 lid 2). Of deze ontheffing kan worden verleend, hangt af of voldaan wordt aan de voorwaarden. De voorwaarden waaraan moet worden voldaan, verschillen per beschermingscategorie: Voor Vogelrichtlijnsoorten moet voor een ontheffing worden voldaan aan de volgende voorwaarden (artikel 3.3, lid 4): • •
26
er bestaat geen andere bevredigende oplossing (onderdeel a). het project is nodig (onderdeel b): – 1°. in het belang van de volksgezondheid of de openbare veiligheid; – 2°. in het belang van de veiligheid van het luchtverkeer; – 3°. ter voorkoming van belangrijke schade aan gewassen, vee, bossen, visserij of wateren; – 4°. ter bescherming van flora of fauna; – 5°. voor onderzoek of onderwijs, het uitzetten of herinvoeren van soorten, of voor de daarmee samenhangende teelt, of – 6°. om het vangen, het onder zich hebben of elke andere wijze van verstandig gebruik van bepaalde vogels in kleine hoeveelheden selectief en onder strikt gecontroleerde omstandigheden toe te staan;
Datum: 31 juli 2023 - Internal
VZE-ECO-RAP-001 - QUICKSCAN NATUURWETGEVING VERSIE JULI 2023
•
de maatregelen leiden niet tot verslechtering van de staat van instandhouding van de desbetreffende soort (onderdeel c).
Voor Habitatrichtlijnsoorten moet voor een ontheffing worden voldaan aan de volgende voorwaarden (artikel 3.7, lid 5): • •
•
er bestaat geen andere bevredigende oplossing (onderdeel a). het project is nodig (onderdeel b): – 1°. in het belang van de bescherming van de wilde flora of fauna, of in het belang van de instandhouding van de natuurlijke habitats; – 2°. ter voorkoming van ernstige schade aan met name de gewassen, veehouderijen, bossen, visgronden, wateren of andere vormen van eigendom; – 3°. in het belang van de volksgezondheid, de openbare veiligheid of andere dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard en met inbegrip van voor het milieu wezenlijke gunstige effecten; – 4°. voor onderzoek en onderwijs, repopulatie of herintroductie van deze soorten, of voor de daartoe benodigde kweek, met inbegrip van de kunstmatige vermeerdering van planten, of – 5°.
om het onder strikt gecontroleerde omstandigheden mogelijk te maken op selectieve wijze en binnen bepaalde grenzen een beperkt, bij de ontheffing of vrijstelling vastgesteld aantal van bepaalde dieren van de aangewezen soort te vangen of onder zich te hebben, onderscheidenlijk een beperkt bij de ontheffing of vrijstelling vastgesteld aantal van bepaalde planten van de aangewezen soort te plukken of onder zich te hebben; er wordt geen afbreuk gedaan aan het streven de populaties van de betrokken soort in hun natuurlijke verspreidingsgebied in een gunstige staat van instandhouding te laten voortbestaan (onderdeel c).
Voor Andere soorten geldt in aanvulling op alle voorwaarden voor Habitatrichtlijnsoorten ook dat het project nodig is voor één of meerder van de aanvullende wettelijke belangen (artikel 3.10, lid 2): • • • • • • • • •
in het kader van de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden of van kleinschalige bouwactiviteiten, met inbegrip van het daarop volgende gebruik van het gebied of het gebouwde (onderdeel a). ter voorkoming van schade of overlast, met inbegrip van schade aan sportvelden, schietterreinen, industrieterreinen, kazernes, of begraafplaatsen (onderdeel b). ter beperking van de omvang van de populatie van dieren, in verband met door deze dieren ter plaatse en in het omringende gebied veelvuldig veroorzaakte schade of in verband met de maximale draagkracht van het gebied waarin de dieren zich bevinden (onderdeel c). ter voorkoming of bestrijding van onnodig lijden van zieke of gebrekkige dieren (onderdeel d). in het kader van bestendig beheer of onderhoud in de landbouw of bosbouw (onderdeel e). in het kader van bestendig beheer of onderhoud aan vaarwegen, watergangen, waterkeringen, waterstaatswerken, oevers, vliegvelden, wegen, spoorwegen of bermen, of in het kader van natuurbeheer (onderdeel f). in het kader van bestendig beheer of onderhoud van de landschappelijke kwaliteiten van een bepaald gebied (onderdeel g). in het algemeen belang (onderdeel h). bestendig gebruik (onderdeel i).
Geen andere bevredigende oplossing betekent -ook in combinatie met de in artikel 1.11 beschreven zorgplicht- dat wanneer een overtreding redelijkerwijs te voorkomen is, en ontheffing niet mogelijk is. De werkzaamheden moeten dan op zodanige wijze worden uitgevoerd dat er geen overtreding van de wet plaatsvindt. Te denken valt aan het kappen van bomen buiten het broedseizoen, of het afzetten van en het wegvangen van soorten in het werkgebied.
27
Datum: 31 juli 2023 - Internal
VZE-ECO-RAP-001 - QUICKSCAN NATUURWETGEVING VERSIE JULI 2023
Bijlage B Impressie locaties Overgang Rozendael
28
Datum: 31 juli 2023 - Internal
VZE-ECO-RAP-001 - QUICKSCAN NATUURWETGEVING VERSIE JULI 2023
Station Heino
29
Datum: 31 juli 2023 - Internal
VZE-ECO-RAP-001 - QUICKSCAN NATUURWETGEVING VERSIE JULI 2023
Station Raalte (stationsgebied)
Station Wierden west (wissel splitsing)
30
Datum: 31 juli 2023 - Internal
VZE-ECO-RAP-001 - QUICKSCAN NATUURWETGEVING VERSIE JULI 2023
Station Wierden oost (geluidsscherm)
31
Datum: 31 juli 2023 - Internal
VZE-ECO-RAP-001 - QUICKSCAN NATUURWETGEVING VERSIE JULI 2023
Colofon VZE-ECO-RAP-001 - QUICKSCAN NATUURWETGEVING VERSIE JULI 2023 R-562500 VERBETERMAATREGELEN ZWOLLE - ENSCHEDE
KLANT ProRail AUTEUR Annabet Galema DATUM 31 juli 2023 STATUS Definitief GECONTROLEERD DOOR
Arjen Goutbeek Projectleider & Senior Adviseur Natuur
32
Datum: 31 juli 2023 - Internal
VZE-ECO-RAP-001 - QUICKSCAN NATUURWETGEVING VERSIE JULI 2023
Over Arcadis Arcadis is de leidende wereldwijd opererende ontwerp- en consultancyorganisatie op het gebied van de natuurlijke en gebouwde omgeving. Wij helpen onze klanten en de maatschappij met doeltreffende, duurzame en digitale oplossingen. Wij zijn met 36.000 mensen actief die in ruim zeventig landen meer dan €4,2 miljard aan omzet genereren. Wij helpen UN-Habitat met onze mensen, die kennis en expertise leveren om de moeilijke leefomstandigheden te verbeteren in gebieden die lijden onder de gevolgen van klimaatverandering. www.arcadis.com
Arcadis Nederland B.V. Postbus 63 9400 AB Assen Nederland T +31 (0)88 4261 261
Arcadis. Improving quality of life
Volg ons op 33
Datum: 31 juli 2023 - Internal
Arcadis
arcadis_nl
ArcadisNetherlands
bestemmingsplan Buitengebied Raalte, P+R Heino (vastgesteld)
Bijlage 4 Boomholte inventarisatie Station Heino
74
Memo ONDERWERP
PROJECTNUMMER
Bomeninventarisatie Station Heino en overgang Rozendael
30114639
DATUM
ONZE REFERENTIE
16 augustus 2022
Q53YKW4MANVA-121582166-7087
VAN
Cas Dinjens Marja de Kraker
Aanleiding Ten behoeve van het verbeteren van de verbinding Zwolle – Enschede (tussen Zwolle en Wierden, Provincie Overijssel) is er een QuickScan Flora en Fauna uitgevoerd door Arcadis1.Hierin is naar voren gekomen dat er rond het station Heino en overgang Rozendael (ten noordwesten van station Heino) potentiële verblijfplaatsen van vleermuizen en boommarters aanwezig kunnen zijn en dat er een vervolgonderzoek moet plaatsvinden. Deze memo betreft een eerste stap in het vervolg onderzoek namelijk een boomholte inventarisatie van mogelijk te kappen bomen die in de omgeving van station Heino en overgang Rozendael aanwezig zijn.
Methode De boomholte inspectie is uitgevoerd op 29 juli 2022 door Marja de Kraker en Cas Dinjens, ecologen van Arcadis. Het weer was 23°C en zonnig. Het projectgebied betreft station Heino en overgang Rozendael en de bomen die aanwezig waren rondom deze locaties, zie Figuur 1. De boomholte inspectie is, wanneer holtes bereikbaar waren vanaf de grond, uitgevoerd met endoscoop en een ladder. Wanneer dit niet mogelijk was waren holtes visueel geïnspecteerd vanaf de grond met een verrekijker. Van alle waargenomen holtes was er maar één binnen bereik om geïnspecteerd te worden met een endoscoop. Alle waargenomen holtes zijn met een verrekijker geïnspecteerd om te zien of de holtes diep genoeg waren voor vleermuizen en boommarters. Tevens is er gekeken naar sporen van boommarters zoals nagelkrassen/sporen en uitwerpselen in de omgeving van holtes.
1
VZE-ECO-RAP-001- Quickscan natuurwetgeving. R-562500 Verbetermaatregelen Zwolle – Enschede ProRail
Arcadis Nederland B.V., Beaulieustraat 22, 6814 DV Arnhem
T +31 (0)88 4261 261
Arcadis Nederland B.V. - Registered office: Arnhem - Registered number: 09036504
www.arcadis.com
Rozendael
Heino
Figuur 1 Potentieel te kappen bomen en te verwijderen struwelen rondom station Heino en overgang Rozendael.
Inventarisatie Station Heino Rondom station Heino staan verschillende gewone beuken en zomereiken die mogelijk gekapt gaan worden. Deze zijn tijdens de bomeninventarisatie geïnspecteerd. In Figuur 2 zijn bomen waarvan visueel is waargenomen dat er potentiële verblijfplaatsen aanwezig kunnen zijn weergegeven. Door de grootte van de bomen en de vele bladeren aan de bomen, voornamelijk de beuken, is het onmogelijk om uit te sluiten dat er holtes niet zijn waargenomen tijdens de inspectie, Figuur 3. Hierdoor kunnen bomen die mogelijk niet geschikt zijn niet worden uitgesloten als potentieel verblijfplaats voor vleermuizen. Dit betekent dat er meerdere bomen potentieel geschikt zijn voor vleermuizen dan is aangegeven in Figuur 2. Rondom station Heino is er één boom geïnspecteerd met een endoscoop. In de holte zijn geen sporen van vleermuizen of boommarters aangetroffen. Voor de boommarter zijn er in het gebied geen geschikte holen waargenomen. Dit komt doordat de meeste waargenomen holtes te klein (max 10 cm diameter) en ondiep waren (ongeveer 10 cm diepte). Er was één holte dat groot genoeg was voor boommarters, zie Figuur 4. Deze holte was aanwezig bij boom 202. Rondom deze holte zijn echter geen sporen van boommarters waargenomen. Geen van de holtes was echter inspecteer baar met een endoscoop op mogelijke potenties als verblijfplaats voor boommarters.
Het projectgebied betreft geen essentieel leefgebied voor boommarters aangezien er weinig onder begroeiing is wat geschikt is voor de boommarter. Boom 202 waar de grootste holte is waargenomen staat in een zeer smalle strook groen van ongeveer 10 meter breed tussen twee wegen in en naast station Heino. Dit zorgt voor verstoring wat niet bevorderlijk is voor boommarters. Om het projectgebied zijn voornamelijk landbouwgebieden aanwezig waardoor de verbinding met andere natuurgebieden en/of geschikt habitat voor de boommarter slecht is.
Onze referentie: Q53YKW4MANVA-121582166-7087:1 - Datum: 16 augustus 2022
2 van 8
Figuur 2 Mogelijk te kapen bomen (rood) en bomen waar potentieel geschikte holtes voor vleermuizen zijn waargenomen (groen) bij station Heino. Door de grootte van de bomen en de vele bladeren aan de bomen, voornamelijk de beuken, is het onmogelijk om uit te sluiten dat er holtes niet zijn waargenomen tijdens de inspectie. Hierom bieden alle bomen potentiële verblijfplaatsen voor vleermuizen. Het vlekkenplan geeft het gebied weer waar activiteiten plaatsvinden.
Onze referentie: Q53YKW4MANVA-121582166-7087:1 - Datum: 16 augustus 2022
3 van 8
Figuur 3 Boven: Impressie van de aanwezige gewone beuken rondom station Heino. Onder: Een boom met beschadigingen en afgebroken takken. Onduidelijk is hier te zien of er gaten zijn in de boom aanwezig zijn door de beschadiging.
Onze referentie: Q53YKW4MANVA-121582166-7087:1 - Datum: 16 augustus 2022
4 van 8
Figuur 4 Enkele holtes die gevonden zijn op de bomen. Onder: De grootste holte die tijdens het veldbezoek is gevonden en die groot genoeg voor een boommarter is. In geen van deze holtes heeft onderzoek met een endoscoop plaats kunnen vinden.
Onze referentie: Q53YKW4MANVA-121582166-7087:1 - Datum: 16 augustus 2022
5 van 8
Overgang Rozendael Rondom overgang Rozendael staan verschillende zomereiken die mogelijk gekapt gaan worden. Deze zijn tijdens de bomeninventarisatie geïnspecteerd. In Figuur 5 zijn bomen waarvan visueel is waargenomen dat er potentiële verblijfplaatsen aanwezig kunnen zijn weergegeven. Door de grootte van de bomen en de vele bladeren op de bomen (zie Figuur 6) is het onmogelijk om uit te sluiten dat er holtes niet zijn waargenomen tijdens de inspectie. Hierdoor kunnen bomen die mogelijk niet geschikt zijn niet worden uitgesloten als potentieel verblijfplaats voor vleermuizen. Dit betekent dat er meerdere bomen potentieel geschikt zijn voor vleermuizen dan is aangegeven in de Figuur 5. Geen van de bomen in dit projectgebied zijn onderzocht met een endoscoop doordat geen van de holtes bereikbaar waren vanaf de grond of met de ladder. Voor de boommarter zijn er in het gebied geen sporen en geschikte holen gevonden.
Figuur 5 Mogelijk te kapen bomen (rood) en potentieel geschikte bomen voor vleermuizen (groen) bij overgang Rozendael. Door de grootte van de bomen en de vele bladeren aan de bomen, voornamelijk de beuken, is het onmogelijk om uit te sluiten dat er holtes niet zijn waargenomen tijdens de inspectie. Hierom bieden alle bomen potentiële verblijfplaatsen voor vleermuizen. De grijze lijnen en het groene vlak geven de locatie van de wandelbuis weer.
Onze referentie: Q53YKW4MANVA-121582166-7087:1 - Datum: 16 augustus 2022
6 van 8
Figuur 6 Impressie van de dichtbegroeide bomen (zomereik) rondom de overgang Rozendael
Conclusie Rondom beide locaties zijn geen sporen en geschikte boomholtes gevonden voor de boommarter. Waargenomen holtes waren over het algemeen te klein en te ondiep voor boommarters, het gebied is geen essentieel leefgebied voor een boommarter en er is verstoring aanwezig door de twee wegen en het station Heino. Wat niet bevorderlijk werkt op boommarters. In de gebieden zijn wel geschikte boomholtes gevonden die als verblijfplaats voor vleermuizen kunnen dienen (Figuur 2 en Figuur 5). In bomen waar geen geschikte holtes visueel zijn waargenomen is het onmogelijk om
Onze referentie: Q53YKW4MANVA-121582166-7087:1 - Datum: 16 augustus 2022
7 van 8
uit te sluiten dat hier geen geschikte holtes aanwezig zijn doordat door de bladeren delen van de bomen werden afgeschermd. Tevens kon door de grootte van de bomen niet gehele boom visueel geïnspecteerd worden. Vervolgonderzoek is nodig om te bepalen of de boomholtes gebruikt worden door vleermuizen. Waargenomen soorten in het gebied zijn: gewone dwergvleermuis, kleine dwergvleermuis, rosse vleermuis, meervleermuis, laatvlieger en ruige dwergvleermuis2. Hiervoor moeten alle mogelijke bomen meegenomen worden aangezien niet uitgesloten kan worden dat er holtes gemist zijn tijdens het veldbezoek, doordat de bomen groot waren en veel bladeren bevatte. Vervolgonderzoek bestaat uit: • •
3 veldbezoeken in de periode 15 mei t/m 15 juli 2 veldbezoeken in de periode 15 augustus t/m 1 oktober
Tussen deze veldbezoeken dient minimaal 10 dagen te zitten. Gebaseerd op het conceptplan en de aanwezige bomen bij station Heino en overgang Rozendael (Figuur 2 en Figuur 5) bestaat de kans dat er geen bomen gekapt hoeven te worden. Wanneer er geen bomen gekapt worden is vervolgonderzoek niet nodig, dit zal echter in een nieuwe memo behandeld en beschreven moeten worden. Wel moet tijdens de werkzaamheden gebruik gemaakt worden van mitigerende maatregelen die zijn beschreven in de QuickScan Flora en Fauna. Deze zijn hieronder nogmaals weergegeven. De volgende mitigerende maatregelen zijn noodzakelijk: • Geen gebruik van verlichting in de periode maart t/m november tussen zonsopkomst en zonsondergang • Indien dit niet mogelijk is dienen maatregelen genomen te worden met betrekking tot verlichting zoals: – Voorkom verlichting richting bosschages rondom het plangebied – Gebruik vleermuisvriendelijke verlichting. – Het verlichtingsplan dient goedgekeurd te worden door een ter zake kundige ecoloog.
2
www.NDFF.nl
Onze referentie: Q53YKW4MANVA-121582166-7087:1 - Datum: 16 augustus 2022
8 van 8
bestemmingsplan Buitengebied Raalte, P+R Heino (vastgesteld)
Bijlage 5 Vleermuisonderzoek Stationsgebied Heino
83
Memo ONDERWERP
Vleermuisonderzoek Stationsgebied Heino DATUM
31 juli 2023 VAN
Annabet Galema
Aanleiding ProRail is door het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en door de provincie Overijssel gevraagd een verkenning uit te voeren om de punctualiteit van de verbinding Zwolle – Enschede (tussen Zwolle en Wierden) te verbeteren, de transferknelpunten op Heino en Raalte op te lossen en de IC Zwolle – Enschede te versnellen. Naar aanleiding van gevonden knelpunten is in een FIS studie gedaan naar mogelijkheden om deze knelpunten op te lossen. Naar aanleiding van deze studie heeft ProRail per locatie, waaronder station Heino, een voorkeursvariant gekozen. In de bomen rondom het stationsgebied zijn holtes aangetroffen welke mogelijk geschikt zijn als verblijfplaats voor boombewonende vleermuizen. Ook kunnen de bomenrijen functioneren als (essentiële) vliegroute of foerageergebied In verband met het mogelijk verwijderen van bomen rondom het station, dient vleermuisonderzoek uitgevoerd te worden1. In onderliggende memo worden de resultaten en conclusie gedeeld.
Methode In juni 2023 vleermuisonderzoek uitgevoerd naar potentiële verblijfplaatsen in bomen. Voor de opzet en uitvoering van het vleermuisonderzoek is gebruik gemaakt van de richtlijnen voor het inventariseren van vleermuizen in het Vleermuisprotocol (NGB, 2021). Tijdens de verschillende rondes voor vleermuisinventarisaties is gebruik gemaakt van een batdetector (Petterson D240x) en zijn visuele waarnemingen genoteerd. Het veldbezoek was gericht op de functies van het plangebied voor vleermuissoorten. Tabel 1 Gegevens veldbezoeken vleermuisonderzoek. Datum
Type onderzoek
Tijdstip
Ecoloog
Weer
8 juni 2023
1e ronde avond
21:50-00:25
J. Osterthun
18C, 1/2 Bft, onbewollkt
29 juni 2023
2e ronde ochtend
02:20-05:30
J. Osterthun
17C, 1 bft, bewolkt
Resultaten 8 juni 2023 Tijdens de eerste ronde zijn geen verblijfplaatsen aangetroffen. Ter hoogte van de stationsweg-spoorwegovergang van noordoost richting zuidwest is een vliegroute geconstateerd van ongeveer 60 gewone dwergvleermuizen en 15 laatvliegers. Gelet op deze aantallen gaat het mogelijk om kraamkolonies uit de omgeving. Door enkele gewone dwergvleermuizen en laatvliegers werd verspreid door het gebied ter hoogte van de boomkronen gefoerageerd. Het foerageren vond plaats binnen en buiten projectgebied, waardoor het geen om essentieel foerageergebied betreft. 29 juni 2023 Tijdens de tweede ronde zijn enkele foeragerende gewone dwergvleermuizen en laatvliegers, verspreid door het gebied in de luwte van de boomkronen waargenomen. De rosse vleermuis is eenmaal overvliegend waargenomen. De 1
Quickscan natuurwetgeving - traject Zwolle-Wierden
Arcadis Nederland B.V., Stationsplein 10, 9401 LB Assen
T +31 (0)88 4261 261
www.arcadis.com
Arcadis Nederland B.V. - Registered office: Arnhem - Registered number: 09036504 - Internal
soort had geen binding van het projectgebied en de omgeving. Ter hoogte van de kruising van de Stationsweg (noordwesten van parallelweg) is eenmaal een overvliegende grootoorvleermuis waargenomen. Gedurende de hele ronde is geen verblijfplaats indicerend gedrag waargenomen.
Vervolg In het projectgebied zijn geen essentiële functies voor vleermuizen vastgesteld. De holtes worden niet gebruikt als verblijfplaats en de bomenrijen betreffen geen essentiële vliegroute of foerageergebied. Onderstaande mitigerende maatregelen dienen getroffen te worden. In de periode maart t/m november dient rekening gehouden te worden met verlichting om zo verstoring op vleermuizen te voorkomen. Bij verlichting moet in deze periode met het volgende rekening gehouden worden: • Voer de werkzaamheden bij voorkeur met daglicht uit. Dit voorkomt dat eventuele vleermuizen lichthinder ondervinden van de werkzaamheden. Indien niet mogelijk: – Verlichting moet naar beneden gericht zijn en mag niet te hoog zijn. – Verlichting mag niet schijnen op watergangen en bosschages buiten het plangebied. – Het verlichtingsplan dient goedgekeurd te worden door de begeleidend ecoloog Groene plus Binnen het project heeft het meerwaarde om maatregelen te treffen ten gunste van de biodiversiteit (voornamelijk voor vleermuizen). Enkele voorbeelden zijn: • Vleermuisvriendelijke verlichting gebruiken (amberkleurig). • Voorkomen dat boomkronen beschenen worden. • Indien nieuwe gebouwen geplaatst worden, kunnen deze voorzien worden van inbouwstenen voor vleermuizen.
Datum: 31 juli 2023 - Internal
2 van 2
bestemmingsplan Buitengebied Raalte, P+R Heino (vastgesteld)
Bijlage 6 Bomeninventarisatie
86
NOTITIE INVENTARISATIE LANDGOED ‘T ROZENDAEL, STATION HEINO-RAALTE-WIERDEN Aan
:
E. Buitink Arcadis Nederland B.V.
Van
:
L. van der Wal Bomenwacht Nederland
Datum
:
28 juli 2022
Projectcode
:
22277
INLEIDING In opdracht van Arcadis Nederland B.V., de heer E. Buitink, heeft Bomenwacht Nederland een bomeninventarisatie en taxatie uitgevoerd bij 156 bomen en 19 (bos)plantsoenvakken op de volgende locaties: • Landgoed ‘t Rozendael • Station Heino • Station Raalte • Station Wierden Aanleiding van deze inventarisatie en taxatie wordt gevormd door het voornemen werkzaamheden uit te voeren rondom het spoortraject Zwolle-Enschede. Na de presentatie van de plannen krijgen omwonenden de mogelijkheid om mee te denken over de plannen voor de stations. In de tweede helft van 2022 wil ProRail de plannen definitief maken. In 2023 start ProRail met de aanbesteding van het project. De werkzaamheden vinden naar verwachting in 2024 plaats. De 156 bomen en 19 (bos)plantsoenvlakken staan binnen het onderzoeksgebied en ondervinden mogelijk (negatieve) gevolgen van de uit te voeren werkzaamheden. Om de gevolgen van de diverse varianten op de omgeving in beeld te brengen, is het nodig dat er een inventarisatie van de aanwezige boombeplanting wordt uitgevoerd. De doelstelling van de basisinventarisatie is meerledig: • In kaart brengen van de algemene boomgegevens, de conditie, gebreken en de toekomstverwachting voor de bomen. • Bepalen van de boomwaarde (conform NVTB). L.
van der Wal, Adviseur Bomen en European Tree Technician bij Bomenwacht Nederland, heeft op 7, 8 en 11 juli 2022 het onderzoek uitgevoerd en vervolgens deze notitie opgesteld.
1 van 7 Landgoed ‘t Rozendael, station Heino, Raalte en Wierden
SITUATIE De onderzoeksbomen en (bos)plantsoenen staan op 4 verschillende locaties: • Station Heino • Station Raalte • Station Wierden • Landgoed ‘t Rozendael Station Heino Het huidige eilandperron op station Heino is te smal. Het station krijgt daarom een upgrade met twee nieuwe zijperrons en een aangepast P+R-terrein. De nieuwe perronopgangen schuiven naar het oosten in de richting van de overweg. De overweg bij het station wordt aangepast, zodat voetgangers aan de stationszijde van de overweg meer ruimte krijgen. Door deze aanpassing wordt het voor treinen mogelijk om het station veilig te passeren terwijl ze op snelheid blijven rijden. Zo kan worden gezorgd voor een kortere reistijd tussen Zwolle en Enschede (bron: prorail.nl). Rond het station staan oude (beuken)lanen waaraan de hoogste beleidsstatus is toegekend. Deze bomen genieten de hoogste bescherming. In totaal zijn binnen het projectgebied 38 bomen en 2 bosplantsoenvlakken geïnventariseerd.
Ontwerp van station Heino (bron: prorail.nl).
Station Raalte Station Raalte krijgt twee nieuwe zijperrons en nieuw meubilair. De toegang van het station en het vernieuwde busstation worden verschoven naar het westen. Zo wordt het mogelijk om de ongelijkvloers kruisende fiets- en voetgangersverbinding tussen Raalte Noord en Raalte Centrum te combineren. De ontsluiting van de twee nieuwe perrons wordt via hellingbanen en trappen gecombineerd met de fiets- en voetgangerstunnel onder het spoor. Het aansluitende deel van de fiets- en voetgangersverbinding, inclusief het ongelijkvloers kruisen van de N35, is onderdeel van het project Knooppunt Raalte.
2 van 7 Landgoed ‘t Rozendael, station Heino, Raalte en Wierden
Er lopen momenteel 2 verkenningen waarin Raalte naar voren komt als potentiële woningbouwlocatie en station Raalte wordt gezien als een interessante mobiliteitshub in het kader van de bereikbaarheid van de regio Zwolle en Twente. Het nieuwe station is hierop voorbereid en partijen hebben uitgesproken dat zij zich zullen inspannen om de gebiedsontwikkeling van de strook tussen spoor en N35 vorm te geven (bron: prorail.nl). Rondom station Raalte ligt een groene zone van bomen. Navraag bij de gemeente Raalte heeft uitgewezen dat deze hele omgeving een beschermde groenstructuur is en daardoor de hoogste beleidsstatus heeft. Binnen het projectgebied zijn 88 bomen en 14 (bos)plantsoenvlakken geïnventariseerd.
Ontwerp van station Raalte (bron: prorail.nl).
Station Wierden Op station Wierden is ProRail voornemens om de wissels te saneren en te vervangen. Daarmee kunnen de treinen sneller het station binnenrijden. Hier vallen 7 bomen binnen het projectgebied. Dit zijn eiken van 70 tot 100 jaar oud. Deze bomen hebben volgens de verkregen informatie van de gemeente Wierden geen beschermde status en vallen zelfs niet onder de kapverordening.
Projectlocatie van station Wierden (bron: uitvoeringsbestand Bomenwacht).
3 van 7 Landgoed ‘t Rozendael, station Heino, Raalte en Wierden
Landgoed ‘t Rozendael ProRail is voornemens om hier, in plaats van de (onbewaakte) overweg, een fietstunnel te realiseren. Hierdoor dient ook een nieuwe ontsluitingsweg te worden gemaakt ten noorden van het spoor. Landgoed ‘t Rozendael is groen erfgoed en heeft daarom een beschermde status. Hier vallen 23 zomereiken en 1 bosplantsoenvlak binnen het projectgebied.
Projectlocatie van station Wierden (bron: uitvoeringsbestand Bomenwacht).
RESULTATEN Op basis van de inventarisatie kan geconcludeerd worden dat de meeste bomen terecht een beschermde status hebben. Het overgrote deel van deze bomen heeft daarbij een toekomstverwachting van meer dan 15 jaar. Voor de bomen binnen de gemeente Raalte geldt dat gemeentelijke bomen vergunningsplichtig zijn vanaf een stamdiameter van 35 cm. Dit is bij 135 van de 149 onderzoeksbomen binnen de gemeente Raalte het geval. De bosplantsoenstrook aan de noordzijde van station Raalte is eveneens vergunningsplichtig, omdat dit een beschermde structuur betreft (zie afbeelding op de volgende pagina).
4 van 7 Landgoed ‘t Rozendael, station Heino, Raalte en Wierden
Bosplantsoenstrook aan de noordzijde van station Raalte (bron: gemeenteraalte.maps.arcgis.com).
Per boom zijn de resultaten van de inventarisatie terug te vinden op het registratieformulier in bijlage E. Op alle 4 locaties gaat het om monumentale bomen van 100 jaar of ouder. Er staan ook bomen (met name in bosplantsoenvakken) die aanzienlijk jonger zijn. De onderzoeksbomen hebben een grote belevingswaarde door de groene corridor die zij vormen tussen de omgeving en het spoor. Wij hebben ter illustratie een foto-overzicht bijgevoegd in bijlage G.
TAXATIE Totale vervangingskosten bomen Voor 4 bomen zijn geen vervangingskosten berekend vanwege de zeer beperkte toekomstverwachting. De totale vervangingskosten voor de overige 152 bomen bedragen afgerond (op honderdtallen) exclusief btw € 1.049.400,Conform de richtlijnen NVTB 2019 kan schaalvoordeel worden toegepast. Het uitgangspunt is dat de stichtingskosten per boom afnemen naar mate het aantal te compenseren bomen toeneemt.
5 van 7 Landgoed ‘t Rozendael, station Heino, Raalte en Wierden
De staffelkorting is: • 1 boom • 2 of 3 bomen • 4 of 5 bomen • 6 tot 10 bomen • 10 bomen
geen korting -15% -25% -30% -35%
Na toepassing van de 35% staffelkorting zijn de totale vervangingskosten voor 152 bomen € 682.110,- exclusief btw. Totale vervangingskosten bosplantsoenvakken In de volgende tabel zijn per bosplantsoenvak de oppervlakte en de vervangingskosten weergegeven. Vak-
Oppervlakte
Prijs/m2
nummer
Kapitalisatiefactor *
Vervangingskosten (afgerond op vijftallen) ex. btw
1
290 m2
€ 11,16
0,8
€ 2.590,-
2
2610 m2
€ 11,16
0,8
€ 23.300,-
14
1225 m2
€ 11,16
0,8
€ 10.935,-
15
3915 m2
€ 11,16
0,8
€ 34.950,-
17
5200 m2
€ 11,16
0,8
€ 46.425,-
18
350 m2
€ 11,16
0,8
€ 3.125,-
19
160 m2
€ 11,16
0,8
€ 1.430,Totaal
€ 122.755,-
CONCLUSIE EN ADVIES Mochten de voorgenomen plannen ongewijzigd doorgang vinden, dan heeft desastreuze gevolgen voor de omgeving. Deze (monumentale) bomen zijn van grote waarde voor de aanwezige fauna die hier huist. Vanwege holtes en broedgelegenheden in de oude bomen zal vanuit de Wet natuurbescherming onderzoek verricht moeten worden naar eventuele aanwezigheid van vogels en zoogdieren. Ook doorvliegroutes van vleermuizen zullen ongetwijfeld een rol spelen in het kader van de Wet natuurbescherming. Bovendien hebben deze een hele belangrijke functie in vorm van de ecosysteemdiensten die deze bomen leveren. Deze bomen vormen een essentiële bijdrage aan waterberging, wegvangen van fijnstof, hittestress, vastleggen CO2, dient als nectar-/stuifmeelbron voor insecten en als voedselbron voor vogels. Tijdens het veldwerk is gebleken dat er (vooral in Raalte) veel onrust is onder de bewoners vanwege de voorgenomen plannen. Provincie Overijssel ondersteunt het initiatief om het tracé Zwolle-Enschede aan te passen, valt te lezen op de website van ProRail. Tegelijkertijd wil de provincie 1,1 miljoen bomen aanplanten. Dit staat in schril contrast met hetgeen hier gaat gebeuren als de plannen ongewijzigd doorgang vinden. Het behoud van (oude) bestaande bomen is vele malen belangrijker dan de aanplant van nieuwe spillen.
6 van 7 Landgoed ‘t Rozendael, station Heino, Raalte en Wierden
Wij willen adviseren om goed te kijken of de bomen in het plan in te passen zijn. Mocht dit niet mogelijk zijn, dan zal moeten worden onderzocht of het plan aangepast kan worden door het tracé te verschuiven naar locaties zonder, of met minder waardevolle bomen. Het laten uitvoeren van een BEA (Bomen Effect Analyse) biedt hierbij inzichten in de mogelijkheden.
BIJLAGEN Bijlage A: Bijlage B: Bijlage C: Bijlage D: Bijlage E: Bijlage F: Bijlage G: Bijlage H: Bijlage I:
Overzichtstekening landgoed ‘t Rozendael Overzichtstekening station Heino Overzichtstekening station Raalte Overzichtstekening station Wierden Registratieformulier bomen Registratieformulier (bos)plantsoenvakken Foto-overzicht Taxatieverslag Bomenposter “Werken rond bomen”
7 van 7 Landgoed ‘t Rozendael, station Heino, Raalte en Wierden
bestemmingsplan Buitengebied Raalte, P+R Heino (vastgesteld)
Bijlage 7 Bodemonderzoek
94
BK Ingenieurs B.V.
Verkennend bodem- en verhardingsonderzoek Zwolle - Enschede verbetermaatregelen (R-562500)
Opdrachtgever:
ProRail BV Postbus 2038 3500 GA Utrecht
Projectnummer:
224490
Project ProRail:
R-562500
Geocode en kilometrering:
Geocode 206: 1.4 en 2.53 (Zwolle) Geocode 206: 11.85 t/m 12.82 (Emplacement Heino e.o.) Geocode 206: 17.56 t/m 18.40 (Emplacement Raalte e.o.) Geocode 605: 33.15 t/m 34.15 (Wierden e.o.)
Versienummer:
2.0 - Definitief
Kenmerk
NIKN/224490/2.0/JEGI
Plaats, datum:
Nieuwegein, 12 april 2023
Ravenswade 54k (4de verdieping) 3439 LD Nieuwegein 088 321 25 30 info@bkingenieurs.nl www.bkingenieurs.nl BANK NL12ABNA0580551261 KVK 34082755 BTW NL801876497B01 Bekijk onze certificaten hier
BK ingenieurs pagina 2 van 37
Inhoudsopgave
pagina
1 2
Inleiding ............................................................................................................................................................................................................ 4 Vooronderzoek .............................................................................................................................................................................................. 5 2.1 Historische en actuele gegevens van de onderzoekslocatie............................................................................................ 5 2.2 Voorgaand bodemonderzoek ....................................................................................................................................................... 6 2.3 Verwachting ten aanzien van de bodemkwaliteit .............................................................................................................. 10 2.4 Regionale bodemopbouw en geohydrologie ..................................................................................................................... 10 2.5 Onderzoekshypotheses en -strategieën ................................................................................................................................
10 2.5.1 Verkennend bodemonderzoek ............................................................................................................................................. 10 2.5.2 Waterbodemonderzoek te dempen watergang ........................................................................................................... 11 2.5.3 Asfaltonderzoek .......................................................................................................................................................................... 11 2.5.4 Funderingsonderzoek ............................................................................................................................................................... 12 3 Uitgevoerd onderzoek ..............................................................................................................................................................................13 3.1 Kwaliteitsborging ............................................................................................................................................................................. 13 3.2 Uitgevoerd onderzoek...................................................................................................................................................................
13 3.2.1 Bodemonderzoek ....................................................................................................................................................................... 13 3.2.2 Asfaltonderzoek .......................................................................................................................................................................... 14 3.2.3 Funderingsonderzoek ............................................................................................................................................................... 15 4 Resultaten onderzoek ...............................................................................................................................................................................17 4.1 Bodemopbouw en zintuiglijke waarnemingen ................................................................................................................... 17 4.2 Verhardingsopbouw en zintuiglijke waarnemingen ......................................................................................................... 18 4.3 Normering en toetsingsresultaten ...........................................................................................................................................