Bijlage VII - Omgevingsvisie .Overijssel voor en met elkaar. met wijzigingen gemarkeerd
Tekst van het document
Overijssel voor en met elkaar! Omgevingsvisie - Provincie Overijssel Definitief 20 januari 2026
1
Colofon Dit document is opgesteld door de provincie Overijssel. Datum: 20 januari 2026 Adres- en contactgegevens Provincie Overijssel : Luttenbergstraat 2 Postbus 10078 8000 GB Zwolle Telefoon 038 499 88 99 Fax 038 425 48 88 www.overijssel.nl postbus@overijssel.nl Disclaimer: Deze versie van de Omgevingsvisie bieden we conform de Omgevingswet elektronisch (digitaal) aan op Regels op de kaart Omgevingswet - Regels op de kaart - Omgevingsloket (overheid.nl). Tevens is een te downloaden pdf versie beschikbaar op onze provinciale website Op weg naar een nieuwe Omgevingsvisie - Provincie Overijssel. Bij verschillen tussen de pdf versie en de digitale versie op Regels op de Kaart, geldt de digitale versie.
2
Voorwoord Overijssel is een prachtige provincie en om dat zo te houden moeten we belangrijke keuzes maken. Bijvoorbeeld waar we huizen bouwen, waar plek is voor bedrijven, landbouw, natuur en voorzieningen en hoe we op die plekken moeten komen. Hoe we omgaan met klimaatverandering en hoe we zorgen voor genoeg (drink)water en energie. Daarvoor moeten we allemaal samenwerken: de provincie, gemeenten, inwoners, bedrijven en alle organisaties die met deze onderwerpen te maken hebben. Daarom heeft de Omgevingsvisie ook als titel: “Overijssel voor en met elkaar!” In de nieuwe Omgevingsvisie beschrijven we welke kant we op willen en hoe we dit in overleg met onze inwoners, ondernemers, medeoverheden en partners voor elkaar willen krijgen. We schetsen hoe Overijssel er in 2035 uit kan zien, met een blik vooruit naar 2050. Ruimte is schaars. Daarom moeten we de ruimte die er is zo slim en zuinig mogelijk gebruiken. Bijvoorbeeld door eerst te bouwen in dorpen en steden, waarbij de grote steden de meeste groei opvangen en kleinere kernen kunnen bouwen voor hun eigen behoefte. Of door gebieden die van nature geschikt zijn voor landbouw te beschermen en in andere gebieden ook ruimte te maken voor bijvoorbeeld natuur, water en recreatie.
vakantie vieren. Onze economie is ijzersterk door het kenmerkende Overijsselse ondernemerschap. We zijn trots op onze cultuur, familiebedrijven, kennisinstellingen, onze boeren, ons ‘noaberschap’ en het platteland. Dat willen we zo houden. Of liever: nóg beter maken. We kijken daarom niet alleen naar nieuwe bouwlocaties en de economie. Maar ook of mensen gezond kunnen leven, anderen kunnen ontmoeten, of er natuur in de buurt is en of het veilig is. En we willen natuurlijk dat er ook wat te beleven valt: sport, een festival of een avondje theater bijvoorbeeld. Tijdens het opstellen van deze Omgevingsvisie hebben we met onze inwoners, ondernemers, medeoverheden en partners gesproken over de toekomst van Overijssel. Samen hebben we gekeken wat er nodig is en wat we zouden willen in onze provincie. Ook voor de komende jaren hebben we in Overijssel forse uitdagingen. Daar willen we in goed overleg met gemeenten, regio’s, het Rijk en de waterschappen aan werken. Als één overheid in en met de samenleving. Zo geven we samen vorm aan de toekomst en zorgen we dat Overijssel in 2050 nog altijd de mooiste provincie van Nederland is. Gedeputeerde Liesbeth Grijsen
We doen ons werk in een provincie vol afwisselende landschappen, van het coulisselandschap van Twente tot aan de waterrijke Kop van Overijssel. Met prachtige plekken waar je graag wilt wonen, werken of
3
De Omgevingsvisie van Jarno Bremmer en Jan Paul ten Berge De leefomgeving ‘We waren al een tijdje op zoek naar een groener plekje buiten de drukte van de stad, toen we de mogelijkheid kregen om dit tiny house aan de rand van Deventer te huren.’ Aan het woord is diskjockey Jarno Bremmer (48 jaar). Zijn huisje van 35 m2 maakt deel uit van de Tuinen van Zandweerd, het project van woningcorporatie Rentree dat in totaal uit 8 tiny houses en een gemeenschapsgebouw bestaat. ‘Mijn vriendin, zoontje en ik wonen hier pas een half jaar, maar we zijn absoluut enthousiast. We wilden graag kleiner wonen, ontspullen en wat bewuster leven. Dat is precies wat we hier nu doen. Samen met de andere bewoners vormen we een gemeenschap die naar elkaar omkijkt en duurzame initiatieven ontplooit. En we wonen middenin het groen. Ik wil hier nu al niet meer weg.’ Focus op goede faciliteiten Ook politieagent Jan Paul ten Berge is heel tevreden met het huis waar hij sinds 2018 samen met zijn vrouw en twee kinderen woont: ‘Hiervoor woonden we in een Vinex-wijk in Zwolle, maar eerlijk gezegd voelde dat helemaal niet goed. Die drukte en al die hoogbouw. Mijn vrouw en ik komen allebei uit een dorp. Toen we kinderen kregen, besloten we opnieuw in een dorp te gaan wonen.’ Hoewel Jan Paul in Heino is geboren, valt zijn keuze uiteindelijk op een twee-onder-eenkapwoning in Raalte-Noord.
‘Dat heeft te maken met het feit dat de vraagprijs voor de beschikbare woningen in Heino zwaar werd overboden, als zo’n woning niet al onderhands was verkocht. Daarom zijn we in Raalte-Noord gaan kijken. De wijk waar we nu wonen is ruim opgezet en groen en alle faciliteiten, zoals de basisschool, de sportclubs, het bos en de supermarkt, zijn vlakbij. Na vijf jaar kan ik zeggen dat dit huis echt ons thuis is geworden.’ Net als Jan Paul is Jarno blij met de faciliteiten in de buurt van zijn huis. ‘Naast de
4
voorbeelden die Jan Paul al noemde, vind ik het heel belangrijk dat er bijvoorbeeld ook een goede bibliotheek, een poppodium en een museum in de buurt is. Dergelijke culturele faciliteiten vergroten mijn woongeluk.’
Afbeelding: Foto van Jarno Bremmer met zijn gezin
Bijdragen aan het klimaat en de energietransitie Als Jarno en Jan Paul vanuit hun persoonlijke leefomgeving kijken naar de grootste uitdagingen waar de samenleving voor staat, komen enkele opgaven duidelijk naar voren. De klimaatverandering en de energietransitie bijvoorbeeld. Jarno: ‘In de zoektocht naar een groene wereld draag ik bij waar ik kan. Zo scheiden we ons afval en
verzamelen we als woongemeenschap de compost in de tuintjes. Ons tiny house is gasloos en energiezuinig en er liggen vier zonnepanelen op ons dak die best veel energie opleveren. Daarnaast liggen er zonnepanelen op het dak van de gemeenschappelijke ruimte, waarmee we energie opwekken voor de wasmachines en drogers van de bewoners die daar staan. Aan de andere kant heb ik wel een camperbusje waarmee ik het land doorkruis om als diskjockey naar optredens te rijden. Ik schaam me voor de rookpluim als ik ’s ochtends de dieselmotor start. Natuurlijk zou ik graag overstappen naar een elektrisch aangedreven camper, maar helaas beschik ik niet over de benodigde financiële ruimte. Het zou super zijn als de overheid dit gaat stimuleren, maar ik snap ook dat dit heel veel geld kost.’
Afbeelding: Foto van Jan Paul ten Berge
5
Het fossiele brandstofprobleem Ook Jan Paul en zijn gezin dragen op hun manier bij aan een meer duurzame wereld, zo vertelt hij. ‘Net als Jarno scheiden wij ons afval, we hebben dertien zonnepanelen en twee WTW (warmteterugwinning)systemen op ons dak liggen, we eten zoveel mogelijk biologisch en we pakken regelmatig de fiets. Vooralsnog hebben we twee auto’s, maar we zitten eraan te denken de kleine auto de deur uit te doen en daarvoor in de plaats een elektrische fiets te kopen waarmee je maximaal 45 kilometer per uur kunt rijden. Maar als ik bijvoorbeeld kijk naar het productieproces van elektrische voertuigen, de stroom die nodig is voor het opladen en de afvoer van uitgerangeerde auto’s en fietsen, dan twijfel ik eerlijk gezegd of elektrisch rijden echt de meest duurzame oplossing is voor het fossiele brandstofprobleem. Ook omdat de moderne benzine- en dieselauto’s al lang niet meer zo vervuilend zijn. Wat ik wel heel goed vind, is dat met de opgewekte restwarmte uit de rioolzuivering in Raalte het zwembad Het Tijenraan wordt opgewarmd. Dergelijke initiatieven in onze gemeente juich ik van harte toe.’ Jarno is het met Jan Paul eens. ‘Vlakbij de Tuinen van Zandweerd ligt een waterzuiveringsgebied. Met de warmte die vrijkomt bij het zuiveren van het water, wordt de wijk Groeneweerd verwarmd.
Dat vind ik een prachtig initiatief.’ Mobiliteit en bereikbaarheid Aangezien Jan Paul als politieagent in Zwolle werkt en Jarno als diskjockey in heel Nederland optreedt, zijn beide heren afhankelijk van het wegennetwerk in Overijssel. De mening over de staat van dit netwerk is een beetje dubbel, zo legt Jan Paul uit. ‘Aan de ene kant denk ik dat we het in Overijssel heel goed voor elkaar hebben. Buiten de spits heb je vaak nergens last van. Maar als ik na mijn vroege dienst rond 15.00 uur uit Zwolle naar Raalte rijd, mijd ik de N35 en neem ik altijd een route binnendoor. Want bij kruispunt Bos in Raalte staat het rond die tijd helemaal vast.’ Jarno herkent dit probleem. ‘Zoals gezegd heb ik een groene insteek, maar wat mij betreft mag de N35 helemaal dubbelbaans worden, zodat het verkeer lekker doorloopt.’ Voor zowel Jan Paul als Jarno vormt de trein niet echt een aantrekkelijk alternatief. Zo moest Jarno onlangs ruim 37 euro betalen voor een retourtje
Deventer-Utrecht. ‘Dat vind ik echt heel veel geld.’ Jan Paul is het met Jarno eens. ‘Voor dat geld kan je met de auto heen en weer rijden. Kijk je naar de prijs van een treinkaartje, dan begint reizen met de trein zo langzamerhand echt iets voor de elite te worden. En dat lijkt me niet de bedoeling.’ Verbeterpunten voor de toekomst Vanzelfsprekend willen Jarno en Jan Paul ook in de toekomst fijn wonen en werken. Maar wat hen betreft hoeft Nederland op het gebied van bijvoorbeeld het stikstofprobleem niet altijd het beste jongetje van de klas te zijn. Jan Paul legt uit: ‘Het lijkt wel of wij als Nederlanders soms niet inzien hoe goed we het hebben en hoe goed we het doen.
6
Natuurlijk is het belangrijk dat we met het oog op de grote opgaven stappen blijven zetten, maar we moeten niet doorslaan. Als ik bijvoorbeeld kijk hoe de boeren jarenlang zijn gepusht om te groeien en nu ineens moeten inkrimpen, dan begrijp ik dat ze hun hakken in het zand zetten.’ Jarno knikt instemmend. ‘Deventer heeft nieuwe plannen voor hoogbouw, waarbij de flats negen verdiepingen tellen. Maar eigenlijk wil geen enkele Deventenaar dit. Daar moet je als gemeente wel rekening mee houden.’ Jan Paul besluit deze dialoog met een goede raad. ‘Als overheid moet je mensen de kans en de tijd geven om veranderingen door te voeren. Volgens mij speelt communicatie daarbij een heel belangrijke rol. Als je daar wat meer aandacht aan besteedt, krijg je de inwoners sneller mee en zorg je ervoor dat we met z’n allen nog gelukkiger worden.’
Samenvatting
7
Voor u ligt de Omgevingsvisie ‘Overijssel voor en met elkaar!’. Hierin beschrijven we waar we in Overijssel naar toe willen voor de middellange en lange termijn (2035-2050) en hoe we daar, in overleg met medeoverheden, partners, ondernemers en inwoners, willen komen. Deze Omgevingsvisie biedt doelen, kaders en houvast voor hoe we omgaan met de opgaven waar we als provincie voor staan. Deze Omgevingsvisie biedt richting voor ons én voor medeoverheden, partners, ondernemers en inwoners. We hebben onze medeoverheden, partners, ondernemers en inwoners betrokken bij het opstellen van deze Omgevingsvisie. In bijlage 5 ‘Totstandkoming en participatie’ staat hoe we dat hebben gedaan. Er moet nogal wat gebeuren in Overijssel. Denk aan nieuwe woningen, klimaatverandering, schoner water en een gezondere bodem, de energietransitie, de mobiliteitstransitie, behoud van bestaande infrastructuurnetwerken, ruimte voor defensie, behoud van voldoende ruimte voor landbouw, de toekomst en leefbaarheid van onze groene omgeving en bebouwde gebied, en het stoppen van de achteruitgang van de kwaliteit van de natuur en biodiversiteit. Ook op economisch gebied zijn de opgaven groot: denk aan ruimte voor bedrijven, digitalisering, verduurzaming, meer hergebruik van materialen en het vinden van geschikt en voldoende personeel. Onze visie op al het moois van Overijssel Overijssel is een mooie provincie.
Prettig om in te wonen, te werken, te leven en te recreëren. En dat willen we graag zo houden, versterken en verder ontwikkelen. In een notendop is onze visie dat we onze inwoners en ondernemers een aantrekkelijke, prettige, gezonde en veilige woon-, werk- en leefomgeving willen bieden. Zodat dit bijdraagt aan hun brede welvaart. In deze leefomgeving willen we ruimte bieden voor de belangrijke opgaven op het gebied van klimaat en energie, verstedelijking en mobiliteit en landbouw en natuur. We zetten hierbij in op zuinig, zorgvuldig en meervoudig ruimtegebruik.
8
Tegelijkertijd willen we oog houden voor het bestaande, dat wat er al is, dat wat ons bindt. Zoals de levendige steden en mooie dorpen, met een variatie aan woon-, werk- en leefmilieus, musea van betekenis, een rijk cultureel erfgoed, grote sportevenementen en bruisende festivals. Een rijk aanbod vanuit onze mkb-sector met veel familiebedrijven en een sterke economische sector op het gebied van technologie, agro en food, bouw, zorg, recreatie en vrije tijd. En onze leefomgeving met uitgestrekte en mooie landschappen, waardevolle natuur, landgoederen, hechte gemeenschappen en boeren en andere ondernemers die er hun bedrijf hebben. We mogen trots zijn op het vele moois dat onze provincie te bieden heeft. Onze inwoners en ondernemers voelen zich hier thuis. Ze voelen zich verbonden met de plek waar ze wonen, daar delen ze een gezamenlijke identiteit, zoals streektaal en tradities. Het noaberschap en samen de schouders er onder zetten, zit in ons DNA. De variatie in mensen, landschappen, steden en dorpen is één van de sterke punten van onze provincie. Dit betekent ook dat de opgaven én oplossingen per gebied verschillen. Voor de gebieden Salland, Noordwest Overijssel, Vechtdal en Twente is dit verhaal verder uitgewerkt in gebiedseigen perspectieven. Doelgericht, integraal en bestaand en nieuw beleid In onze Omgevingsvisie staan de doelen voor ons centraal.
In overleg met medeoverheden, partners, ondernemers en inwoners in gebieden werken we uit hoe we die doelen kunnen bereiken. Veel opgaven hebben tenslotte effect op onze directe omgeving. We willen dat zij goed betrokken worden bij de uitwerking en uitvoering van deze opgaven. Daarvoor is het belangrijk om de doelen helder te maken: waar moet aan worden voldaan? En wat willen we bereiken? In hoofdstuk 2 hebben we onze visie voor Overijssel beschreven. In hoofdstuk 6 is dit nader uitgewerkt in ambities, doelen en opgaven en strekking van beleid. Het is belangrijk om de verschillende thematische paragrafen in samenhang met elkaar te lezen. Dit beleid bestaat uit
zowel nieuw als bestaand beleid. We hebben als provincie al vele jaren een Omgevingsvisie met ruimtelijk beleid. In deze Omgevingsvisie hebben we alle thema’s met bijbehorende opgaven en doelen in samenhang en in relatie tot het bestaande beleid bekeken. Met als resultaat een Omgevingsvisie die richting geeft. En die ruimte biedt voor integrale afwegingen en nadere uitwerking in bijvoorbeeld beleids- en/of uitvoeringsprogramma’s, gebiedsprocessen, projecten of initiatieven. Dit betekent dat in de loop van de tijd meer en meer duidelijkheid zal ontstaan over de uitvoering.
Afwegen en prioriteren: Bij het maken van keuzes en prioritering is het belangrijk dat er integrale afwegingen gemaakt worden. Er moet verder gekeken worden dan een thematische opgave. En er moet worden afgewogen hoe de oplossingen bijdragen aan de brede welvaart. In de Redeneerlijn komen deze aspecten terug om zo een brede afweging en prioritering te laten plaatsvinden.
Combineren, kiezen, afwegen en prioriteren Combineren: Alle opgaven een plek geven in de beperkte ruimte die er in onze provincie is, gaat niet. Daarom zetten we in op combineren. Dat wil zeggen: zuinig, zorgvuldig en meervoudig ruimtegebruik en samenhangende oplossingen. We geloven dat opgaven elkaar kunnen versterken. Kiezen: Omdat niet alles overal (meer) kan, is het nodig om keuzes te maken. Deze Omgevingsvisie biedt houvast bij het maken van keuzes. Kiezen doen we met vier Leidende Principes: • Duurzaam omgaan met onze ruimte en voorraden. • Water en bodem sturend maken in onze ruimtelijke inrichting. • We zetten in op krachtige DSS-regio’s (Dagelijkse Stedelijke Systemen). • Voortbouwen op onze bestaande sterke netwerken.
Afbeelding: De vier Leidende Principes
9
Niet alles kan altijd en overal. Om keuzes te maken en te bepalen welke van die keuzes voorrang moeten krijgen hebben we een Redeneerlijn opgesteld. Bij het uitwerken van opgaven en het stellen van doelen stellen we daarvoor steeds drie vragen: Of? Waar? Hoe? • Bij de OF vraag gaat het om een duiding van de opgave of het initiatief: wat is de opgave / het initiatief, wat is het maatschappelijke belang, aan welke doelen en opgaven draagt het (nog meer) bij, hoe past het binnen deze Omgevingsvisie, etc. • Bij de WAAR vraag gaat het om een onderbouwde locatiekeuze. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van de Leidende Principes en de Redeneerlijn uit deze Omgevingsvisie. De Redeneerlijn is een leidraad die duidelijk maakt hoe we prioriteren, wegen en ruimte laten voor lokale eigen bestuurlijke afwegingen. Het is daarmee een hulpmiddel om binnen de kaders van de Omgevingsvisie een afweging of prioritering te maken of om te kunnen reageren op een initiatief tot functieverandering. • Bij de HOE vraag gaat het om een omschrijving van het doorlopen proces en de participatie, zoals beschreven in onze participatievisie en -werkwijze. Daarnaast vragen we een omschrijving van hoe het initiatief bijdraagt aan de brede welvaart met behulp van de Rode Draden.
Met de Rode Draden zorgen we ervoor dat bij het maken van keuzes oog is voor het zorgvuldig afwegen van alle belangen op het gebied van brede welvaart. Dus ook economische, sociaalmaatschappelijke en duurzame belangen. De Rode Draden ruimtelijke kwaliteit, sociale kwaliteit, gezondheid en duurzaamheid geven houvast en maken onderdeel uit van ons ruimtelijk beleid. Voor de economische kant van brede welvaart hebben we economisch beleid. Dit is op hoofdlijnen opgenomen in deze Omgevingsvisie in hoofdstuk 6.
10
Afbeelding: Redeneerlijn voor het maken van locatiekeuzes
Onze visie en beleid op het gebied van de grote opgaven klimaat en energie, verstedelijking en mobiliteit en landbouw en natuur Klimaat en energie Op het gebied van klimaat en energie maken we keuzes over het tegengaan en omgaan met klimaatverandering. Bij de inrichting van het bebouwde gebied en de groene omgeving is het uitgangspunt dat het gebied om kan gaan met toenemende weersextremen. Zo vergroten we onze klimaatrobuustheid. Dit pakt in de gebiedstypen die voorkomen in Overijssel op verschillende manieren uit. Voor het tegengaan van klimaatverandering zetten we in op het zuiniger en zorgvuldiger omgaan met energie, grondstoffen en natuurlijke hulpbronnen. Ook willen we de uitstoot van broeikasgassen beperken door meer duurzame energie op te wekken, de mobiliteitstransitie en meer koolstof vast te leggen via het gebruik van natuur- en landbouwgrond. Voor het omgaan met klimaatverandering willen we komen tot regionale water- en bodemsystemen die robuust, veerkrachtig, klimaatbestendig, gezond en veilig zijn. Dit vraagt zowel iets in de groene omgeving als binnen bebouwd gebied. We kijken ook naar stroomgebieden en maken onderscheid in gebieden met verschillende doelen en opgaven. In veenweidegebieden vraagt dit iets anders dan op zandgronden of in de gebieden rondom de IJssel, Vecht en Delta.
Verstedelijking en mobiliteit Er blijft onverminderd vraag naar ruimte voor wonen en werken. Daarbij horen ook voorzieningen, vervoer, ontspanning, energie, groen en biodiversiteit, cultureel erfgoed en klimaat. Al die verschillende behoeften en opgaven pakken we niet los van elkaar, maar in samenhang op. In onze provincie zien we drie stedelijke netwerken, de ‘Dagelijkse Stedelijke Systemen’ (DSS): Twente, Stedendriehoek en Zwolle. Dit zijn samenhangende gebieden van steden en omliggende kernen waarin mensen dagelijks bewegen tussen wonen, werken en leven. Zwolle, Almelo, Hengelo, Enschede en Deventer zijn belangrijke centrale motoren hierin, maar juist het samenspel met de omliggende kernen maakt het DSS tot een eigen functionerend systeem. We zetten
11
de Dagelijkse Stedelijke Systemen centraal in onze aanpak, dat doen we onder andere in verstedelijkingstrategieën. We willen onze ruimte zuinig, zorgvuldig en meervoudig gebruiken. We kijken daarvoor in eerste instantie naar het benutten van bestaand bebouwd gebied. Uitbreiding is onder voorwaarden mogelijk. Het draait hierbij om een balans tussen het bebouwde gebied en de groene omgeving. We zetten in op geconcentreerde groei van steden én van de goed bereikbare middelgrote kernen en de dorpen. Bouwen voor de (boven)regionale behoefte vindt in hoofdzaak plaats in de grote steden. Daarnaast kan iedere kern bouwen voor de eigen behoefte. We maken hierover regionale afspraken. Nabijheid en bereikbaarheid gaan wat ons betreft vóór mobiliteit, waarbij verkeersveiligheid een randvoorwaarde is. We willen compacte aantrekkelijke steden en dorpen met de groene omgeving dichtbij. Zodat mensen snel kunnen genieten van rust en ruimte. De randen van de steden en dorpen worden ingericht als poort, een natuurlijke schakel tussen het bebouwde gebied en de groene omgeving. De randen zijn geschikt voor meerdere functies, waarbij moet worden voorkomen dat er verrommeling ontstaat of een te grote verdichting. Landbouw en natuur De landbouw in onze provincie zorgt voor voedselzekerheid, is economisch en sociaal van groot belang en tekent ons mooie en groene landschap.
Maar er is veel onzekerheid over het toekomstperspectief van de landbouw. Het is nodig dat een passende balans wordt gevonden tussen de draagkracht van de fysieke leefomgeving en voldoende verdienvermogen voor de sector. In deze Omgevingsvisie geven we hiervoor op hoofdlijnen richting en een eerste strekking voor beleid. Nadere uitwerking vindt plaats in onder meer de landbouwvisie, beleids- of uitvoeringsprogramma’s, gebiedsprocessen en/of projecten of initiatieven. Met medeoverheden, partners, ondernemers en inwoners kijken we hoe we invulling kunnen geven aan doelen voor natuur, water en klimaat. De opgaven in de groene omgeving leiden
ook tot een sector- en gebiedsspecifiek ontwikkelperspectief voor de landbouw, waarbij de fysieke condities en de opgaven ter plaatse leidend zijn. Zo kan de grondgebonden landbouw in gebieden met relatief grote gebiedsspecifieke opgaven verbreed en meer toekomstgericht worden en zetten we in op het realiseren van meer verwevenheid tussen landbouw en natuur. We onderscheiden landbouwgebieden met generieke opgaven en kansen en landbouwgebieden met gebiedsspecifieke opgaven en kansen. Deze indeling is gebaseerd op de lokale omstandigheden, die we samen met de Wageningen Universiteit (WUR) in beeld hebben gebracht. Daarbij kun je denken aan het water- en bodemsysteem, maar ook aan de aanwezigheid van drinkwaterwinningen of Natura 2000 gebieden. Door rekening te houden met deze omstandigheden, kan de landbouw beter inspelen op de gebiedsspecifieke kansen en opgaven. In de landbouwgebieden met generieke opgaven en kansen zetten we in op het beschermen van de ruimte voor de landbouw (nee,tenzij). In de landbouwgebieden met gebiedsspecifieke opgaven en kansen zien we naast voedselproductie, ook kansen voor maatschappelijke diensten op het gebied van natuur, water en klimaat. En combinaties met andere functies zoals bijvoorbeeld recreatie en zorg voor het verbreden van het bedrijfsmodel.
Voorwaarde voor het kunnen benutten van deze kansen en combinaties is de beschikbaarheid van voldoende financiële middelen. We zetten ons richting het Rijk en Europa dan ook in voor noodzakelijke structurele financiering voor bijvoorbeeld langjarige ecosysteemdiensten, agrarisch natuurbeheer en efficiënt ruimte- en doelbereik.
12
We werken aan het verbeteren van de kwaliteit van de natuur, water en biodiversiteit zowel binnen als buiten de natuurgebieden. Binnen de natuurgebieden realiseren we goede ruimtelijke en milieucondities voor natuur, planten en dieren binnen de natuurgebieden zelf. Buiten de natuurgebieden realiseren we dat in de omgeving van natuurgebieden, in de groene omgeving en binnen het bebouwde gebied. Daarnaast werken we buiten de natuurgebieden aan het realiseren van een netwerk van groene en blauwe verbindingen tussen de natuurgebieden en stimuleren we een basiskwaliteit natuur in gebieden waar andere functies dan natuur leidend zijn. Visiekaart Op de visiekaart is onze visie en beleid verbeeld. De visiekaart geeft een overzicht van de ruimtelijke thema’s die belangrijk zijn in de verschillende delen van onze provincie. Het is een optelsom van de afzonderlijke thema’s en maakt inzichtelijk hoe deze elkaar raken en aanvullen. Dit geeft een richtinggevend totaalbeeld over de ontwikkeling van onze provincie die we voor ogen hebben. Op de kaart staan onder andere de verschillende thema’s: gebiedstypen, energie, natuur, landbouw, verstedelijking en mobiliteit.
Aan de slag Met deze Omgevingsvisie als kader zoeken we in overleg met medeoverheden, partners, ondernemers en inwoners in de uitvoering oplossingen in bijvoorbeeld beleids- en/of uitvoeringsprogramma’s, gebiedsprocessen en/of met initiatieven en projecten. Dit doen we samenhangend en gebiedsgericht, passend bij het noaberschap in Overijssel.
Afbeelding: Visiekaart voor Overijssel
13
De Omgevingsvisie van Aniek Olsman en Oscar Schippers De leefomgeving ‘Ik was anderhalf jaar oud toen ik een epilepsieaanval kreeg die vier dagen duurde. Ik lag zwetend en schokkend in bed en had 42 graden koorts. Hoewel de dokter mij daarna maar weinig kans gaf, heb ik het toch overleefd. Sindsdien ben ik half verlamd en zit ik in een rolstoel, maar dat heeft geen invloed op mijn humeur. Ik lach elke dag en haal graag geintjes uit. Hoe gekker de grap, hoe mooier ik het vind’, aldus Aniek Olsman (30 jaar) uit Vroomshoop. Natuurlijk baalt ze er wel eens van dat ze niet zonder haar rolstoel kan, maar Aniek vindt zichzelf niet zielig. Integendeel. ‘Als ik mijn leven een cijfer tussen de 1 en 10 moet geven, kies ik voor een 10+. Gewoon omdat ik altijd lekker in mijn vel zit én omdat ik een heel fijn appartement heb hier in Vroomshoop.’ Verplaatsen per fiets Net als Aniek is Oscar Schippers (15 jaar) best tevreden met zijn leefomgeving. De 4-vwo-leerling woont bij zijn ouders thuis in Almelo en hij heeft het geluk dat de openbare scholengemeenschap Het Erasmus op slechts vier minuten lopen ligt. ‘De middagpauze duurt een half uur en dat biedt me net genoeg tijd om naar huis te lopen, een lekkere kop koffie te zeten en te drinken en weer op tijd op school te zijn voor het volgende lesuur.
Dat kunnen niet veel klasgenoten mij nazeggen.’ In zijn vrije tijd is Oscar druk met huiswerk en korfbal en in het voor- en zomerseizoen heeft hij een bijbaantje bij IJscotheek Van Olffen in het centrum van de stad. ‘Ik kan alle plekken makkelijk met de fiets bereiken. Dat is het voordeel van Almelo, want qua omvang is het geen stad als Amsterdam, maar eerder een groot dorp.’ Zelfstandig wonen Aniek woont sinds 2014 in Spoor 12, een woonlocatie voor (jong)volwassenen met een lichte tot matige verstandelijke en/of lichamelijke beperking. ‘Toen mijn vier oudere broers, mijn oudere zus én mijn jongere broer het huis van mijn ouders verlieten, wilde ik ook
14
op mijzelf gaan wonen. Dat kan ik hier zelfstandig, omdat ik indien nodig hulp krijg. De zorgmedewerkers helpen mij bijvoorbeeld bij het uit bed komen en naar bed gaan en bij het douchen. Verder heb ik gewoon een eigen woonkamer en keuken, een slaapkamer, een eigen badkamer met douche en toilet en ik geniet van het mooie uitzicht. In dit complex wonen in totaal 22 mensen en ik ben bevriend met een aantal van hen. We komen bij elkaar op bezoek, halen een grap uit en meestal eten we samen. Want we zijn gek op gezelligheid.’
Afbeelding: Foto van Aniek Olsman
Bereikbaarheid en vermaak Ook Oscar brengt graag tijd door met zijn vrienden. Ze zitten vaak in de schuur van zijn ouders, waar ze kunnen snookeren en darten. ‘Natuurlijk willen we ook weleens de stad in, maar helaas biedt het uitgaanscentrum in Almelo eigenlijk geen gelegenheden voor jongeren van mijn leeftijd. Voor de meeste cafés moet je achttien jaar of ouder
zijn. Discotheek Lucky in Rijssen organiseert weleens een Teenageparty voor jongeren vanaf 12 jaar, maar dat is wel een heel eind om te fietsen. Daarom ga ik soms met vrienden per trein naar Amsterdam, Groningen of Utrecht om een concert te zien of de stad te verkennen. Als we de laatste trein nemen, komen we rond 01.00 uur ’s nachts in Almelo aan. Het nadeel van de trein is dat je met een kortingskaart niet tijdens de spits mag reizen en een gewoon treinkaartje is best prijzig.’
werk ik vier dagen per week in de winkel van arbeidscentrum De Vlinder in Ommen, waar ik achter de kassa zit en gastvrouw ben’. Teruggaan naar Almelo Voor Oscar duurt het nog wel even voordat hij officieel aan het werk gaat. Eerst moet hij het vwo afronden en vervolgens gaat hij waarschijnlijk een technische opleiding volgen. ‘Maar het kan ook zijn dat ik fysiotherapie ga doen, dat lijkt me ook heel leuk. In ieder geval ben ik van plan om tijdens mijn opleiding op kamers te gaan. Misschien in Almelo, omdat je hier wat makkelijker een kamer vindt. Of ik ga naar een grotere stad, maar ik weet dat het veel lastiger is om daar een kamer te vinden. In ieder geval ben ik van plan om na mijn studie weer terug naar Almelo te komen. Ik vind het hier gemoedelijk en het is niet zo druk. Ik zou nooit in de Randstad willen wonen.’ Bijdragen aan de opgaven Hoewel Aniek en Oscar wel degelijk geïnteresseerd zijn in de opgaven rondom klimaatverandering, de stikstofproblematiek en bijvoorbeeld de woningbouw, doen ze er niet heel veel mee. ‘Simpelweg omdat ik er vanuit mijn rolstoel niet veel aan kan doen’, aldus Aniek. Oscar maakt zich wel zorgen, maar hij vraagt zich af wat hij er als individu aan kan doen. ‘Thuis scheiden we het afval en ik verplaats me per fiets en trein, maar verder kan ik niet veel.
En omdat ik nog geen achttien ben, mag ik nog niet stemmen en heb ik dus geen invloed op de politiek.’
Afbeelding: Foto van Oscar Schippers
Meedraaien in de maatschappij Aniek realiseert zich ook hoe duur sommige dingen zijn. ‘Ik krijg ieder jaar een Persoonsgebonden budget (pgb) waarmee ik samen met mijn ouders zorg en ondersteuning inkoop. Van dat geld betaal ik o.a. de huur van mijn appartement. Daarnaast krijg ik ongeveer iedere zeven jaar een nieuwe rolstoel die al snel 30 duizend euro kost. En eens in de anderhalf jaar kopen we nieuwe schoenen waar je al snel ruim tweeduizend euro voor moet betalen. Hoewel ik geen loon verdien, vind ik het wel belangrijk om mee te draaien in de maatschappij. Daarom
15
Een meer of minder groene omgeving Als ze naar hun eigen leefgebied kijken, hebben Aniek en Oscar een duidelijke voorkeur als het gaat om meer of minder groen in hun omgeving. Zo vindt Oscar het belangrijk dat er voldoende planten en bomen in zijn wijk staan. ‘Dat ziet er gewoon gezelliger uit. En ik vind het fijn dat er vlakbij ons huis een bos ligt waar ik bijvoorbeeld lekker kan gaan hardlopen.’ Als het aan Aniek ligt, mag het aanwezige groen in Vroomshoop best worden vervangen door beton en asfalt. ‘Maar dat zeg ik alleen omdat het voor mij dan veel makkelijker is om in mijn rolstoel rond te rijden, haha.’
Inhoudsopgave Voorwoord
3
De Omgevingsvisie van Jarno Bremmer en Jan Paul ten Berge
4
Samenvatting
7
De Omgevingsvisie van Aniek Olsman en Oscar Schippers
14
Inhoudsopgave
16
De Omgevingsvisie van Tiny Makkinga-Boesenkool, Kees de Vos en Martine Bisschop 18 Hoofdstuk 1: Inleiding 21 1.1. Aanleiding voor deze Omgevingsvisie 22 1.2. Status van deze Omgevingsvisie 23 1.3. Totstandkoming van deze Omgevingsvisie, participatie en vervolg 25 1.4. Leeswijzer 26 Hoofdstuk 2: Onze visie: Overijssel voor en met elkaar! 27 2.1. Het vele moois van Overijssel 29 2.2. Noaberschap zit in ons DNA 30 2.3. Werken aan onze opgaven en doelen: afwegen, prioriteren en kiezen 31 2.4. Brede welvaart voor al onze inwoners 33 2.5. We benutten de ruimte zuinig, zorgvuldig en meervoudig 34 2.6. Voorbereid op de toekomst: klimaatbestendig en duurzaam 36 2.7. Samenhangende verstedelijking als motor van onze economie 43
16
2.8. 2.9. 2.10. 2.11. 2.12.
Bereikbaarheid voor en door onze provincie Toekomstbestendige landbouw met duidelijkheid en perspectief Natuur ligt overal ‘om de hoek’ in een beeldbepalend landschap Gebiedseigen oplossingen in vier windstreken In overleg met de samenleving
50 55 59 63 65
Hoofdstuk 3: Leidende Principes en Redeneerlijn. Het hart van onze Omgevingsvisie! 66 3.1. Inleiding 67 3.2. Duurzaam omgaan met onze ruimte en voorraden 68 3.3. Water en bodem sturend maken in onze ruimtelijke inrichting 71 3.4. We zetten in op krachtige DSS-regio’s 74 3.5. Voortbouwen op onze bestaande sterke netwerken 77 3.6. De Redeneerlijn: toepassen van de Leidende Principes 78 Hoofdstuk 4: Werken aan brede welvaart met Rode Draden 4.1. Inleiding 4.2. Ruimtelijke kwaliteit 4.3. Sociale kwaliteit 4.4. Gezondheid 4.5. Duurzaamheid
83 84 85 88 90 91
Hoofdstuk 5: Bestuursstijl, uitvoering, samenwerking en monitoring. Van Visie naar Praktijk 92 5.1. Inleiding 93 5.2. Bestuursstijl 94 5.3. Samenwerking en uitvoering 97 5.4. Monitoring, evalueren en leren 101
Hoofdstuk 6: Kaderstelling voor beleid 6.1. Water, bodem en klimaatadaptatie 6.2. Klimaatmitigatie en energie(transitie) 6.3. Landbouw en voedselvoorziening 6.4. Natuur en landschap 6.5. Cultureel erfgoed 6.6. Verstedelijking 6.7. Wonen 6.8. Ondernemen, werken, voorzieningen en logistiek 6.9. Goede bereikbaarheid 6.10. Recreatie en vrije tijd 6.11. Milieu en gezondheid 6.12. Sociale kwaliteit en (positieve) gezondheid
102 105 109 113 116 120 122 125 128 133 137 139 142
De Omgevingsvisie van Henk Nowee en Henk Gort
144
17
Bijlagen Bijlage I: Overzicht informatieobjecten Bijlage II: Begrippenlijst Bijlage III: OF, WAAR en HOE Bijlage IV: Gebiedseigen perspectieven voor vier windstreken Vier windstreken Salland Noordwest Overijssel Het Vechtdal Twente Bijlage V: Totstandkoming en participatie Bijlage VI: Omgevingseffectrapport (OER) Bijlage VII: Gebiedsvisie Technology Base
147 148 149 158 160 160 161 167 174 179 186 206 207
De Omgevingsvisie van Tiny Makkinga-Boesenkool, Kees de Vos en Martine Bisschop De leefomgeving ‘Wat ik zo fijn vind aan Nieuwleusen? De rust en de vrijheid. Ik ben hier geboren en getogen, ken de mensen die hier wonen en zie hen zo ongeveer als familie. Dat ‘ons-kent-ons-gevoel’ vind ik niet beklemmend, maar juist aangenaam, aldus Martine Bisschop (47 jaar). Samen met haar man, zoon en dochter woont ze inmiddels alweer 22 jaar in het huis dat ze zo goed als helemaal zelf hebben ontworpen en gebouwd. ‘De grond kochten we nog nét in de ‘guldentijd’ in 2001 en in 2002 zijn we daadwerkelijk gaan bouwen. Daarvoor woonden we een tijdje in Staphorst, waar mijn man vandaan komt. Maar ook toen deed ik de boodschappen in Nieuwleusen, om toch even een praatje met bekenden te kunnen maken. Je kan wel zeggen dat ik vrij honkvast ben. Ik hou van deze vertrouwde en veilige omgeving.’ Het belang van sociale contacten ‘In tegenstelling tot Martine zijn Tiny en ik wat minder honkvast, hoewel ook wij alweer zo’n zeventien jaar samen in Ommen wonen’, zo vertelt Kees de Vos (77 jaar). Voor zijn pensioen werkte Kees 40 jaar bij de PTT (de voorloper van KPN). ‘Omdat ik door de jaren heen diverse functies binnen de organisatie heb bekleed, woonde ik met mijn partner en twee kinderen onder meer in Zwolle en Zevenaar.
Nadat mijn vrouw overleed, kreeg ik een relatie met Tiny.’ Tiny Makkinga-Boesenkool (79 jaar) komt oorspronkelijk uit het Drentse Zuidwolde en groeide op in Gramsbergen. ‘Nadat ik getrouwd was, woonde ik in verschillende Overijsselse plaatsen, kreeg ik kinderen, werkte ik als poetsinstructrice en tandartsassistente bij de Schooltandverzorging en verzorgde ik administratieve werkzaamheden bij de Thuiszorg. Toen ik met pensioen ging, zijn mijn man en ik in Ommen gaan wonen, omdat dit het geboortedorp van mijn man was en hij hier nog veel sociale contacten had. Dat maakte dat we weer graag in Ommen wilden wonen.’
18
Gebrek aan geschikte woningen Wat dat betreft hadden Kees en Tiny ruim een jaar geleden enorm veel geluk, zo vertelt Kees. ‘Nadat onze partners waren overleden, zijn Tiny en ik na verloop van tijd gaan samenwonen in het huis van Tiny. Die eengezinswoning was eigenlijk te groot voor ons en dus gingen we op zoek naar een kleiner huis of een appartement die helaas niet of nauwelijks beschikbaar zijn in Ommen. Dat horen we van meerdere oudere mensen die we bijvoorbeeld via de kerk spreken. Dit appartement was wel een optie, maar de prijs lag te hoog, ook omdat er tot zo’n twee jaar geleden veel werd overboden. We hebben ons daarom ingeschreven voor een nieuwbouwwoning, hoewel de realisatie van een nieuwe wijk naar onze mening vaak erg lang duurt.’
Afbeelding: Foto van Tiny Makkinga-Boesenkool en Kees de Vos
Nieuwbouw op oud industrieterrein Op het oude industrieterrein in Ommen worden nu bijvoorbeeld oude bedrijfspanden gesloopt om nieuwe woningen te kunnen bouwen. Dat vindt Kees een goede zaak, maar… ‘Voordat die nieuwe woningen klaar zijn en er ook maar een boom groeit, ben je zo drie jaar verder. Dus toen Tiny en ik na verloop van tijd opnieuw op Funda keken en zagen dat de prijs van dit appartement gezakt was, besloten we het snel te kopen.’ Net als Kees beseft Tiny maar al te goed hoeveel geluk ze hebben met deze woning. ‘Iedereen die bij ons op bezoek komt, zegt dat ook. We hebben een woonkamer vol daglicht, twee slaapkamers, een balkon met een wijds uitzicht en aan de andere kant van de woonkamer zicht op de Vecht en het centrum. Vanuit deze plek kunnen we heerlijk wandelen, fietsen of boodschappen doen. Bovendien wonen we vlakbij onze vijf kinderen en dertien kleinkinderen. En dat is ons heel veel waard.’
Tiny houses op de plek van boerderijen Martine kan zich dit helemaal voorstellen, hoewel haar leven zich in een ander stadium bevindt. ‘Op dit moment wonen mijn zoon van 21 en dochter van 19 nog thuis, maar ik kan me voorstellen dat er een moment komt waarop zij op zichzelf willen gaan wonen. Dan kiezen ze niet voor de stad, maar willen ze, net als mijn man en ik, in Nieuwleusen blijven wonen. Gewoon omdat hun vriendenkring hier is en hun sociale leven zich grotendeels in dit dorp afspeelt. Helaas is ook in Nieuwleusen het aanbod van betaalbare huizen zeer beperkt, hoewel er op woongebied wel allerlei initiatieven zijn. Zo komen er misschien diverse tiny houses op erven bij enkele boerderijen te staan. Dat zou voor mijn autistische zoon ideaal zijn, omdat hij daar lekker klein en overzichtelijk kan wonen. Kijk ik naar mijn man en mijzelf, dan zou ik in de toekomst graag in een appartement als dat van Kees en Tiny willen wonen, maar dan wel in Nieuwleusen natuurlijk.’ Stad versus dorp Het is niet zo dat Martine alleen het leven in een dorp kent. Integendeel. Sinds zes jaar werkt ze als servicecoördinator bij ouderenzorgorganisatie Stichting Driezorg, waarbij Martine 28 uur per week vanuit een vestiging in Zwolle de extramurale bewoners op allerlei gebieden ondersteunt en faciliteert. ‘Ik vind de stad prima, maar wel heel druk.
Als ik iets in een Zwolse winkel wil kopen, dan sta ik opzettelijk al tien minuten voor de opening voor de deur, om te voorkomen dat ik door een volle winkelstraat moet lopen waar iedereen tegen je aanbotst. Daarnaast moet ik mijn auto in een parkeergarage parkeren en een stuk lopen, terwijl ik in Nieuwleusen mijn auto heerlijk voor de deur kan parkeren. In vergelijking met de stad vind ik Nieuwleusen zo lekker prikkelarm. En we leven hier in een dorps tempo, waarbij alles wat minder hectisch is. Dat vind ik fijn, want tijdens mijn werk sta ik constant al ‘aan’, zoals dat heet.’
Afbeelding: Foto van Martine Bisschop
19
Het sociale welzijn staat onder druk Waar Martine op doelt, is de steeds luidere en toenemende zorgvraag. ‘De vergrijzing neemt toe, bejaardentehuizen zijn verdwenen, er zijn steeds meer zorgvragen aan psychiatrie en traumaverwerking en er zijn steeds meer zorgmedewerkers nodig, terwijl het aantal niet toeneemt. Dat is behoorlijk frustrerend. De zorg is een snelle wereld geworden waarbij steeds meer moet en steeds minder tijd is voor een echt gesprek met de bewoners. Ik begrijp dat de overheid graag wil dat mensen zo lang mogelijk zelfstandig blijven wonen, maar dat mag niet ten koste gaan van hun gezondheid en veiligheid. Ik voel me simpelweg heel erg betrokken en vind het verdrietig als ik bijvoorbeeld zie of merk dat bewoners van onze aanleunwoningen steeds minder contact hebben met een netwerk.’ Deel uitmaken van de maatschappij Martine prijst zich dan ook gelukkig dat ze zelf over best een groot sociaal netwerk beschikt. ‘Ik heb mijn gezin, zie mijn collega’s natuurlijk meerdere dagen per week, ik tennis regelmatig met een groepje kennissen en ik ga op pad om te fotograferen. Daarnaast neem ik deel aan de activiteiten in het dorp, zoals het jaarlijkse Oranjefeest, en ik zet me in als vrijwilliger bij de sportverenigingen. Wat dat betreft maak ik echt deel uit van de gemeenschap waarin ik woon.’
20
Datzelfde geldt voor Kees en Tiny. Zo is Kees vrijwilliger bij verpleeghuis De Hoekstee, waar hij met bewoners gaat fietsen en zwemmen. En samen met Tiny en andere bewoners van appartementencomplex Molenerf praat hij eens per maand onder het genot van een drankje gezellig bij in een restaurant vlakbij het complex. ‘Juist met het oog op ons sociale netwerk zijn we niet naar Dalfsen of bijvoorbeeld Den Ham verhuisd.’ Leven in de brouwerij Ondanks dat Tiny vier jaar geleden is gestopt met haar vrijwilligerswerk, heeft ook zij nog volop contact met de buitenwereld. ‘Als je op latere leeftijd naar een andere plek verhuist, kost het veel energie om een nieuw sociaal netwerk op te bouwen. En dat willen we niet meer. We zijn blij hier in Ommen. De natuur is prachtig en je kunt hier van alles doen. Natuurlijk is het in de zomer wat drukker door de toeristen, maar dat vinden Kees en ik eigenlijk wel gezellig. Een beetje reuring zorgt voor leven in de brouwerij.’
Hoofdstuk 1: Inleiding
21
1.1. Aanleiding voor deze Omgevingsvisie Overijssel is een mooie provincie om in te wonen, te werken, te leven en te recreëren. Op het gebied van brede welvaart scoort onze provincie bovengemiddeld, onder andere door ons ‘noaberschap’. Dat willen we graag zo houden. Tegelijkertijd staan we voor grote opgaven die om ruimte vragen. Denk aan de vraag naar nieuwe woningen (voor verschillende doelgroepen), ruimte voor bedrijven, het omgaan met klimaatverandering, zorgen voor schoner water en gezondere bodems, de energietransitie, de mobiliteitstransitie, behoud van bestaande infrastructuurnetwerken, ruimte voor defensie, behoud van voldoende ruimte voor landbouw, de toekomst en leefbaarheid van onze provincie, het stoppen van de achteruitgang van de kwaliteit van de natuur en biodiversiteit en het blijven verbeteren van milieucondities voor de gezondheid en veiligheid van mensen. Ook op economisch gebied moet er veel gebeuren: denk aan digitalisering, innovatie, verduurzaming, meer hergebruik van materialen (circulaire economie) en het vinden van geschikt en voldoende personeel.
Tegelijkertijd willen we ook oog houden voor het bestaande, dat wat er al is, dat wat ons bindt. Zoals het waardevolle landschap, kenmerkende bebouwing met de daarbij samenhangende identiteit, cultuur en het erfgoed. Dit willen we niet alleen behouden, maar ook versterken en ontwikkelen.
Hoe willen we hier mee omgaan? Wat moeten en willen we bereiken? En welke oplossingen zien we voor deze grote opgaven? Hoe zorgen we ervoor dat onze provincie een mooie, prettige, veilige en gezonde plek blijft om te wonen, werken, leven en recreëren, voor nu en in de toekomst? Stuk voor stuk ingewikkelde vragen met antwoorden die invloed op elkaar hebben. Alles komt samen op het beperkte grondgebied van onze provincie. Het inpassen ervan is een ingewikkelde puzzel.
Dit vraagt maatwerk per gebied. Onze provincie kent meerdere gebieden, met ieder een eigen cultuurhistorische ontstaansgeschiedenis en identiteit. Het vraagt ook om breder kijken dan alleen naar de lokale opgave, omdat opgaven en bijbehorende oplossingen op een hoger schaalniveau plaatsvinden. De water-, natuur- of landbouwopgaven houden niet op bij een lokale of gemeentegrens (of de provinciegrens). En we lossen het woningbouwprobleem ook niet op in één stad of gemeente of enkel binnen onze provincie. We willen daarom met medeoverheden, partners, ondernemers en inwoners werken aan de toekomst van Overijssel.
In een notendop is onze visie dat we onze inwoners en ondernemers een aantrekkelijke, prettige, gezonde en veilige woon-, werk- en leefomgeving willen bieden. Zowel in het bebouwde gebied als in de groene omgeving. In deze leefomgeving willen we ruimte bieden voor de belangrijke opgaven op het gebied van verstedelijking en mobiliteit, klimaat en energie en landbouw en natuur.
22
Met deze Omgevingsvisie geven we ruimte voor nieuwe ontwikkelingen, kan er ingespeeld worden op wat lokaal nodig en wenselijk is en bieden we duidelijkheid door middel van doelen en kaders voor de invulling van de opgaven. We doen dit door in te zetten op zuinig, zorgvuldig en meervoudig ruimtegebruik. Dit vraagt om het maken van keuzes, het goed inpassen van ontwikkelingen en het grijpen van kansen. We zoeken naar samenhangende oplossingen en verweving van opgaven. Bomen planten tegen de hitte draagt bijvoorbeeld ook gelijk bij aan de biodiversiteit. En dit kan weer zorgen voor verbetering op het gebied van gezondheid, sociale kwaliteit en leefbaarheid.
1.2. Status van deze Omgevingsvisie De Omgevingsvisie is een instrument onder de nieuwe Omgevingswet, elke provincie moet een Omgevingsvisie hebben. Deze Omgevingsvisie is een integrale visie met ambities, doelen, beleid en een omschrijving van de beoogde uitvoering voor (gebieden in) Overijssel voor de fysieke leefomgeving voor de middellange termijn (10 jaar – tot ongeveer 2035), met een doorkijk naar de lange termijn (tot 2050). Deze doorkijk is nodig, zodat we nu keuzes kunnen maken, die ook passend zijn voor de lange termijn.
Afbeelding: Overzicht van de inhoud van de Omgevingsvisie
23
Concreet betekent dit dat deze Omgevingsvisie ingaat op de kwaliteit van de leefomgeving, de keuzes die gemaakt zijn en de samenhang tussen onder andere ruimte, erfgoed, water, bodem, klimaat, milieu, gezondheid, natuur, landbouw, landschap, wonen, werken, recreëren, mobiliteit, ondergrond, sterke netwerken en cultuur. Ook komen economische, sociaal-maatschappelijke en duurzame thema’s aan bod, zodat ook brede welvaart in samenhang meegewogen wordt.
In onze Omgevingsvisie bakenen we af waar we voor de fysieke leefomgeving in onze provincie vanuit wettelijke taken verantwoordelijk voor zijn en wat we van provinciaal belang vinden. Daarbij is echter niet alles van ‘even groot’ provinciaal belang. Belangrijk is dat we sturen op doelen en dat er ruimte blijft voor maatwerk en gebiedseigen oplossingen. Zodat er ook flexibel ingespeeld kan worden op de bestaande situatie en nieuwe ontwikkelingen. De Omgevingsvisie bindt alleen de provincie en heeft geen doorwerking naar andere medeoverheden of partijen. Wel geeft deze visie voor de komende jaren richting aan (nieuwe) ontwikkelingen binnen onze provincie en de inspanning die we leveren. We zeggen bewust dat we richting geven. Deze Omgevingsvisie is geen blauwdruk voor hoe onze provincie er straks bij ligt. We geven een beeld van waar we vandaan komen, wat we van waarde vinden en dus willen behouden. Voor nieuwe ontwikkelingen geven we richting met onze Leidende Principes en Rode Draden. We beschrijven de doelen en kaders voor het omgevingsbeleid voor de middellange en lange termijn, de wijze waarop we richting geven en de manier waarop we naar nieuwe initiatieven en de bestaande inrichting kijken. Ook geven we een systematiek voor afweging, keuzes en uitvoering van oplossingen voor de grote opgaven en andere thema’s: de Redeneerlijn.
We zijn duidelijk in ‘wat’ we willen bereiken, ‘waar’ doelen en opgaven zich bevinden of moeten plaatsvinden (indien mogelijk) en ‘hoe’ we deze ontwikkelingen willen inpassen (zie ook bijlage 3). We geven in deze Omgevingsvisie ook aan hoe we, in overleg met onze medeoverheden, partners, ondernemers en inwoners, deze visie willen gaan realiseren. Gemeenten zijn als eerste verantwoordelijk voor lokale opgaven. Op regionaal en provinciaal niveau nemen we als provincie een sleutelrol in.
24
We pakken hierbij onze rol als gebiedsregisseur. In de ‘Memorie van Toelichting bij de Omgevingswet’ staat hierover het volgende genoemd: ‘De provincies hebben een belangrijke bestuurlijke rol bij het verbinden en regisseren van de opgaven in de fysieke leefomgeving, opdat het geheel meer is dan de som der delen’. We stemmen af met partners wie welke rol en verantwoordelijk heeft en wie welke besluiten neemt. Dit is in lijn met de Omgevingswet die aangeeft dat provincies alleen taken voor de fysieke leefomgeving uitvoeren voor een provinciaal belang, als dit niet op een doeltreffende of efficiëntere wijze door de gemeente kan worden gedaan. Deze Omgevingsvisie is op hoofdlijnen en biedt richting en kaders voor de verdere ontwikkeling van Overijssel. Om tot realisatie te kunnen komen, werken we deze visie en ons beleid, in overleg met medeoverheden, partners, ondernemers en inwoners, verder uit in bijvoorbeeld beleids- en/of uitvoeringsprogramma’s, gebiedsprocessen en/of met initiatieven en projecten. Dit doen we samenhangend en gebiedsgericht, passend bij de kwaliteiten van Overijssel. We monitoren daarbij de voortgang. Naast deze Omgevingsvisie kennen we ook een Omgevingsverordening. De Omgevingsverordening is een eigenstandig document dat juridische doorwerking heeft richting medeoverheden, partners en initiatiefnemers.
We hebben in de Omgevingsverordening opgenomen waar we actief op willen sturen. Een bijlage bij deze Omgevingsverordening is de Catalogus Gebiedskenmerken. Waar nodig verwijzen we in deze visie naar deze documenten.
1.3. Totstandkoming van deze Omgevingsvisie, participatie en vervolg Voor deze Omgevingsvisie hebben we uitgebreid gesproken met medeoverheden, partners en ondernemers. Hun kennis en ervaring zijn onmisbaar. Maar ook inwoners hebben een stem gekregen in ons omgevingsbeleid. We hebben hen gevraagd hoe ze denken over de identiteit van Overijssel. Belangrijk, want onze inwoners willen zich thuis voelen en goed en prettig kunnen wonen, werken en leven in hun provincie. In bijlage 5 van deze Omgevingsvisie is een uitgebreid verslag opgenomen van het doorlopen proces en de bijbehorende participatie. Dit proces heeft geleid tot een mooi resultaat: een toekomstvisie voor Overijssel en gebiedseigen perspectieven voor haar deelgebieden, met bijbehorende ambities, doelen en opgaven en beleid, een omschrijving van onze bestuursstijl en een strategie voor de uitvoering. Overijssel is nooit af en daarmee deze Omgevingsvisie ook niet. Deze Omgevingsvisie bevat een visie voor de langere termijn, die nadere uitwerking vraagt. Daar blijven we onze medeoverheden, partners, ondernemers en inwoners bij betrekken. Met behulp van hun inzet, energie, denk- en ondernemerskracht bepalen we onze toekomst.
Afbeelding: Illustrerende weergave van de totstandkoming van deze Omgevingsvisie
25
1.4. Leeswijzer We beginnen deze Omgevingsvisie met onze visie voor Overijssel (hoofdstuk 2). Waar willen we naartoe? Deze visie voor Overijssel is geen blauwdruk voor hoe Overijssel er straks bij ligt. We geven een beeld van waar we naartoe willen, waarbij er ruimte is voor maatwerk en flexibiliteit. We nemen het vele moois van onze provincie – de bestaande kwaliteiten en noaberschap – als basis. Deze basis willen we beschermen en ontwikkelen. Tegelijkertijd staan we voor grote opgaven, onder andere op het gebied van verstedelijking en mobiliteit, landbouw en natuur en klimaat en energie. We beschrijven in onze visie hoe we met deze grote opgaven om willen gaan. Een nadere uitwerking van de visie is opgenomen in hoofdstuk 6. In deze Omgevingsvisie hebben we gezocht naar balans. We zetten in op zuinig, zorgvuldig en meervoudig ruimtegebruik. We maken duidelijk hoe we de doelen en opgaven willen halen én we geven richting om te helpen bij het maken van keuzes. Hierbij maken we gebruik van Leidende Principes en een Redeneerlijn (hoofdstuk 3). De Redeneerlijn is het kader dat helpt bij de afweging ‘waar’ een ontwikkeling een plek kan krijgen. Het is daarmee een hulpmiddel dat helpt om binnen de kaders van de Omgevingsvisie een afweging te maken, of om te kunnen reageren op een initiatief tot functieverandering.
Bij het maken van keuzes is het belangrijk om naast ruimtelijke afwegingen ook rekening te houden met economische, sociaalmaatschappelijke en duurzame aspecten. We willen namelijk met onze visie ook bijdragen aan de brede welvaart van onze inwoners. Dit doen we met onze Rode Draden: 1) ruimtelijke kwaliteit, 2) sociale kwaliteit, 3) gezondheid en 4) duurzaamheid. Dit is beschreven in hoofdstuk 4. Voor de economische kant van brede welvaart hebben we economisch beleid opgenomen in deze Omgevingsvisie.
26
In hoofdstuk 5 van deze Omgevingsvisie gaan we in op de manier waarop we ons omgevingsbeleid, in overleg met medeoverheden, partners, ondernemer en inwoners, willen uitvoeren, welke rol we daarbij pakken en hoe we het gaan monitoren. In hoofdstuk 6 geven we een overzicht van ambitie, doelen en opgaven en strekking voor beleid. Dit is uitgesplitst in thematische paragrafen. Bij het lezen van deze thematische paragrafen is het van belang dat ze integraal worden gelezen. Bij deze Omgevingsvisie horen meerdere bijlagen. De eerste bijlage bevat een overzicht van de informatieobjecten. Dat zijn de kaarten die gelinkt zijn aan deze Omgevingsvisie in het formele digitale systeem van de Omgevingswet. In de tweede bijlage is een begrippenlijst opgenomen. In bijlage 3 is een uitwerking van het OF, WAAR en HOE opgenomen. In bijlage 4 zijn de gebiedseigen perspectieven van de windstreken van Overijssel: Salland, Noordwest Overijssel, het Vechtdal en Twente opgenomen. Deze perspectieven geven een beeld van de kenmerken en kwaliteiten van de regio. Ze vormen de gebiedseigen uitwerking van deze Omgevingsvisie. De uitgewerkte perspectieven zijn geen blauwdruk, maar inspirerend en uitnodigend. Bijlage 5 bevat een verslag van de totstandkoming van deze Omgevingsvisie en hoe participatie daarbij heeft plaatsgevonden.
Bijlage 6 is het Omgevingseffectrapport (OER) dat is opgesteld ten behoeve van deze Omgevingsvisie. In dit rapport zijn de omgevingseffecten van de Omgevingsvisie in beeld gebracht. Tot slot bevat bijlage 7 de Gebiedsvisie Technology Base Twente. In deze Omgevingsvisie zijn verder interviews met Overijsselaars opgenomen.
Hoofdstuk 2: Onze visie: Overijssel voor en met elkaar!
27
Afbeelding: Visiekaart voor Overijssel
28
2.1. Het vele moois van Overijssel Overijssel is een prachtige provincie om in te wonen, te werken, te leven en te recreëren. Levendige steden en hechte dorpen, allerlei soorten woonomgevingen, een goed vestigingsklimaat voor bedrijven, een aantrekkelijke groene omgeving met hoogwaardige natuur, cultureel erfgoed, innovatieve (agrarische) bedrijven, mooie landgoederen en landschappen, en de mooiste rivieren van Nederland: de IJssel en de Vecht. Onze provincie ligt op een strategische locatie met sterke verbindingen binnen Nederland en daarbuiten. We zijn een belangrijke schakel tussen de Randstad, verstedelijkte gebieden in Duitsland en het verdere Europese achterland. Zowel naar het noorden als het zuiden, over de weg, het spoor en het water. Denk hierbij aan verbindingen zoals de Northsea Baltic Corridor, de Northsea Shortsea, Rhine Alpine Corridor, Berlijnlijn en de Verbinding IJsselmeer Meppel. Daarnaast hebben we drie logistieke hotspots aan of in de nabijheid van internationale transportroutes, waar een sterke groei van goederenstromen wordt verwacht. Onze provincie staat dus niet op zichzelf, maar vervult een cruciale rol in een veel groter (inter)nationaal geheel. Binnen onze provincie vormen de drie regio’s (Stedendriehoek, Twente en Zwolle) de motor van onze economie en cultuur.
Zwolle en Deventer liggen in het economisch kerngebied van Nederland, terwijl Twente een belangrijke positie inneemt als een regio van kennis en innovatie met sterke internationale verbindingen. Deze drie regio’s houden niet op bij de grens van onze provincie. De regio Stedendriehoek ligt bijvoorbeeld voor het grootste deel in de provincie Gelderland. De regio Zwolle valt binnen vier provincies (Drenthe, Flevoland, Gelderland en Overijssel) en de regio Twente heeft nauwe banden met steden over de grens.
29
Overijssel is ook een provincie met een rijke natuur en een bloeiende agrarische sector. We hebben talrijke prachtige en soms grensoverschrijdende natuurgebieden, die jaarlijks vele toeristen uit binnen- en buitenland aantrekken. Ons agrarisch gebied is van grote waarde en onze landbouwproducten worden over de grenzen geëxporteerd. Onze provincie is er één van contrasten. De hoogten van de Sallandse Heuvelrug én de Waterrijke Kop van Overijssel met het laagveen in de Weerribben-Wieden, met als grote publiekstrekker Giethoorn. Het ‘intieme’ coulisselandschap in Twente én het ‘open landschappelijke patroon’ van de laagveengebieden en klei-ontginningen in het polderland in de Kop van Overijssel. De zandgronden in het oosten én het water van de IJsseldelta in het (noord)westen. De houtwallen, singels en bomenlanen in het agrarische gebied van Salland én het Wilde Hart van Vecht, Regge en Sallandse Heuvelrug. Het rivierenlandschap met de afwisseling van landbouw en natuur in het Vechtdal én de Hanzesteden Deventer, Zwolle, Kampen, Hasselt en Ommen langs de IJssel en Vecht. De dienstensector rond Zwolle én de maakindustrie en microchiptechnologie in Twente. De dynamische gebieden - met veel bedrijvigheid, mobiliteit, attractieparken, voorzieningen en cultuur - én rustige gebieden, waar het ‘s nachts nog echt donker is en je je ver waant van de stad.
Een veelzijdig en afwisselend landschap met hechte gemeenschappen en fraaie dorpen én drie grote stedelijke netwerken - met de grote bruisende steden met elk een onderscheidend profiel. Met musea van betekenis, rijk cultureel erfgoed, grote (sport)evenementen en festivals. Onze inwoners zijn vooral trots op al deze contrasten en afwisselingen. We vinden het belangrijk dat nieuwe ontwikkelingen passen bij al dit moois en eraan bijdragen. Zodat we dit behouden en versterken.
2.2. Noaberschap zit in ons DNA Onze provincie is door het verleden gevormd. Omdat elk gebied anders is ontstaan, zien het landschap, de bebouwing en de ordende en dragende structuren zoals wegen en landschapselementen er overal anders uit. Dit geldt ook voor gebieden met een verschillende grondsoort: op veen is de ruimtelijke ontwikkeling anders geweest dan op zand of klei. De rijkdom aan cultureel erfgoed, zoals aardkunde, archeologie, gebouwde monumenten, het historische cultuurlandschap en het Overijsselse immateriële erfgoed vertellen gezamenlijk het verhaal van Overijssel. Het ontstaan en de ontwikkeling zijn onderdeel van de identiteit van de provincie en de mensen die hier wonen, werken, ondernemen en recreëren. We willen ons kenmerkende en typisch Overijsselse cultureel erfgoed, waaronder het landschap, behouden en versterken, en gebruiken als drager van identiteit en gebiedseigen ontwikkelingen. Dit vinden we belangrijk, want ons culturele erfgoed is van invloed op de identiteit en sociale cohesie in onze provincie. Onze inwoners voelen zich thuis en verbonden met de plek waar ze wonen, daar delen ze een gezamenlijke identiteit, zoals streektaal en tradities. Noaberschap zit in ons DNA. Overijsselaars werken hard en velen zijn actief voor hun omgeving. Dat zien we terug in het verenigingsleven, de culturele activiteiten en het vrijwilligerswerk.