Bijlage 57 Reactienota zienswijzen
Tekst van het document
Conclusie: De zienswijze leidt niet tot een andere overweging in het besluit. Zienswijze 23 met kenmerk BZ 03 B - Geluid (23 september 2025) 23a. Ontbrekende onderzoeken en rapportages Volgens reclamant is er ten onrechte geen onderzoek gedaan naar de geluidsbelasting van de bewegende zonnepanelen. Er is geen bewijs geleverd dat het trackersysteem geen hinderlijke of schadelijke geluidseffecten veroorzaakt.
Reactie Zie onze reactie onder zienswijze 6b.
Conclusie: De zienswijze gaf aanleiding tot het vragen van nadere informatie aan de initiatiefnemer. Naar aanleiding hiervan is paragraaf 4.6 ‘Bedrijven en milieuzonering’ van de Ruimtelijke Onderbouwing aangevuld ten aanzien van de geluidbelasting van het trackersysteem. De zienswijze leidt voor het overige niet tot een andere overweging in het besluit. 23b. Reflectie geluid treinen op zonnepanelen Reclamant vreest voor de reflectie van het geluid van de treinen op de spoorlijn Zwolle - Almelo via de zonnepanelen op de gevel van zijn woning. Volgens reclamant is dit ten onrechte niet onderzocht.
Reactie Zie onze reactie onder zienswijze 15e.
Conclusie: De zienswijze gaf aanleiding tot het vragen van nadere informatie aan initiatiefnemer. Naar aanleiding hiervan is paragraaf 4.6 ‘Bedrijven en milieuzonering’ van de Ruimtelijke Onderbouwing aangevuld ten aanzien van de 36
beweerdelijke reflectie van geluid van treinen op de zonnepanelen. De zienswijze leidt voor het overige niet tot een andere overweging in het besluit. 23c. Ruimtelijke Onderbouwing ontoereikend vanwege ontbreken onafhankelijk onderzoek Reclamant voert aan, althans aldus wordt begrepen, dat de Ruimtelijke Onderbouwing niet aan de vergunning ten grondslag kan worden gelegd, omdat die - voor het onderdeel geluid - niet is opgesteld door een onafhankelijke deskundige.
Reactie Er bestaat geen rechtsregel op grond waarvan een ruimtelijke onderbouwing (deels) moet zijn opgesteld door een onafhankelijke en onpartijdige persoon of instantie.9 Hieraan wordt toegevoegd dat het gemeentelijk apparaat de Ruimtelijke Onderbouwing en specifiek paragraaf 4.6 heeft beoordeeld. Daarbij is niet gebleken dat in zoverre getwijfeld dient te worden aan de zorgvuldigheid waarmee de Ruimtelijke Onderbouwing is opgesteld. Hetgeen reclamant hierover aanvoert, werpt hierop geen ander licht.
Conclusie De zienswijze leidt niet tot een andere overweging in het besluit. Zienswijze 24 met kenmerk BZ 07 (24 september 2025) 24a. Onjuiste en tegenstrijdige informatie hoogte zonnepanelen Reclamant voert aan dat er tegenstrijdige informatie wordt verstrekt over de hoogte van de zonnepanelen. Volgens reclamant zou de maximale hoogte van de zonnepanelen met een hellingshoek van 55° volgens medewerkers van Greencells 2,05 meter bedragen, terwijl op een technische tekening - een maximale hoogte van 2,28 meter wordt vermeld. Door toepassing van de Flexibiliteitsnotitie kan die hoogte nog eens met 10% worden vergroot tot 2,508 meter. Hierbij blijft ten onrechte onvermeld dat die hoogte als gevolg van hoogteverschillen in het terrein nog 20 centimeter hoger kan worden (2,708 meter). Evenmin wordt informatie verstrekt over de minimale hoogte van de zonnepanelen al dan niet in verhouding tot hoogteverschillen in het terrein. Gelet hierop is de besluitvorming in strijd met artikel 3:2 Awb onzorgvuldig voorbereid en in strijd met artikel 3:46 Awb ondeugdelijk gemotiveerd.
Reactie Zie onze reactie onder zienswijze 1b. Hieraan wordt toegevoegd dat de maximale hoogte van de zonnepanelen maatgevend is voor de landschappelijke inpassing. In zoverre kan de minimale hoogte van zonnepanelen buiten beschouwing blijven. In zoverre is er geen sprake van strijd met de artikelen 3:2 en 3:46 Awb.
Conclusie: De zienswijze leidt niet tot een andere overweging in het besluit. Zienswijze 25 met kenmerk BZ 10 – Te naam stelling B.V. (24 september 2025) 25a. Misleiding door term ‘landgoed’ De omgevingsvergunning is aangevraagd onder de naam ‘Zonnepark Energielandgoed Raalte’. Reclamant vindt dit, zoals wordt begrepen, een misleidende tenaamstelling vanwege de term ‘landgoed’. Het zonnepark is geen landgoed en de naam doet derhalve afbreuk aan de diverse landgoederen in onderhavig gebied. Mitsdien wordt verzocht om bij de verlening van de omgevingsvergunning niet de term ‘landgoed’ en de streeknamen ‘Velner’, ‘Hondemot’ of ‘Stobbenbroek’, en familienamen te gebruiken.
Reactie De aanvraag om de omgevingsvergunning is aangevraagd door de besloten vennootschap Raalte 1 Zonnepark B.V. Er wordt besloten op de aanvraag. Het ontwerpbesluit en de omgevingsvergunning zijn en worden derhalve op naam gesteld van en verleend aan de aanvrager (Raalte 1 Zonnepark B.V.). De naam van de aanvrager en/of de
9
Zie bijv. AbRS 28 februari 2018 (ECLI:NL:RVS:2018:685) en AbRS 30 november 2016 (ECLI:NL:RVS:2016:3161)
37
in de bij de aanvraag behorende stukken gekozen titel of gehanteerde projectnaam ‘Energielandgoed Raalte’ is voor het overige niet relevant in het kader van de besluitvorming en speelt daarbij geen rol.
Conclusie: De zienswijze leidt niet tot een andere overweging in het besluit. Zienswijze 26 met kenmerk BZ 13 – (Schijn)Partijdigheid en onzorgvuldige voorbereiding ontwerpbesluit (23 september 2025) 26a. Onvolledige en vertraagde Terinzagelegging, selectieve informatievoorziening, informatieplicht wethouder Opnieuw voert reclamant aan dat de Ruimtelijke Onderbouwing pas op 14 augustus 2025 ter inzage is gelegd, terwijl het ontwerpbesluit al vanaf 8 augustus 2025 ter inzage lag. Daarbij voert reclamant aan dat pas twee dagen voor het verstrijken van de oorspronkelijke termijn waarbinnen zienswijze omtrent het ontwerpbesluit kenbaar konden worden gemaakt, openbaar kennis is geven van de verlenging van die termijn met één week. Reclamant verbindt hieraan de conclusie dat de terinzagelegging van het ontwerpbesluit met de daarbij behorende stukken in strijd met het bepaalde in artikel 3:11 Awb is. Voorts werpt reclamant hierbij op dat hij geen ontvangstbevestiging heeft ontvangen van zijn e-mailberichten van 14 augustus 2025 van 11:58:34 en 11:59 en 22 augustus 2025 van 11:43:46.
Reactie Zie onze reactie op zienswijze 5a en 5b. Voorts wordt opgemerkt dat er geen regel bestaat die ertoe strekt dat de ontvangst van elk e-mailbericht aan de gemeente moet worden bevestigd. Voorts ontbreken de betreffende concreet vermelde e-mailberichten waarvan de ontvangst niet zou zijn bevestigd bij de zienswijze zodat daarop zonder meer niet kan worden gereageerd.
Conclusie De zienswijze leidt niet tot een andere overweging in het besluit. 26b. Bevoordeling initiatiefnemer, belangenverstrengeling en verwevenheid Aangevoerd wordt dat de initiatiefnemer structureel is bevoordeeld door het college. Reclamant baseert dat op het feit dat er een besluit is genomen op het principeverzoek zonder dat het verzoek ontvankelijk was en op het feit dat de aanvraag om een omgevingsvergunning niet is afgewezen naar aanleiding van een negatief advies van Het Oversticht. Daarnaast wordt aangevoerd dat sprake is van de schijn van belangenverstrengeling vanwege het feit dat de medewerkers die de besluitvorming op onderhavige aanvraag voorbereiden ook met Het Oversticht samenwerken voor andere projecten en die medewerkers ook hebben meegeschreven aan het advies van Het Oversticht van 8 april 2025.
Reactie De gegeven voorbeelden van structurele bevoordeling van initiatiefnemer kunnen wij niet volgen. Er gelden ingevolge het gemeentelijke beleid “Richtlijnen zonneparken in de gemeente Raalte 2.0” - geen eisen voor het indienen en in behandeling nemen van een principeverzoek. Voorts heeft Het Oversticht geen negatief advies verstrekt over onderhavige aanvraag om een omgevingsvergunning op grond waarvan die had moeten worden afgewezen. Zie onze reactie onder zienswijze 7a. Evenmin kunnen wij het verwijt van belangenverstrengeling met Het Oversticht volgen. Het Oversticht is een onafhankelijke instantie en brengt derhalve desgevraagd onafhankelijke advies uit. Dit laat onverlet dat van gemeentewege wel moeten kunnen overlegd met Het Oversticht over een concept-advies en dat overleg kan op vele manieren vorm worden gegeven. Uit een van de bij deze zienswijze gesloten bijlagen blijkt dat in het kader van dat overleg vragen en opmerkingen zijn vermeld in een concept-advies. Dit betekent - anders dan reclamant stelt - niet dat van gemeentewege is meegeschreven aan het advies van Het Oversticht. Opmerking verdient hierbij dat - ongeacht de waarde van een advies - het bevoegd gezag beleidsvrijheid heeft om zo nodig gemotiveerd van een advies af te wijken.
38
Uit het voorgaande volgt dat noch sprake is van een bevoordeling van initiatiefnemer noch van belangenverstrengeling met Het Oversticht.
Conclusie De zienswijze leidt niet tot een andere overweging in het besluit. 26c. Het ontwerpbesluit is niet getoetst aan de “Richtlijnen zonneparken in de gemeente Raalte 2.0” Reclamant voert aan dat het ontwerpbesluit niet is getoetst aan vier van de vijf uitgangspunten waaraan een initiatief voor een zonnepark op grond van paragraaf 2.3 van het gemeentelijk beleid in de “Richtlijnen zonneparken in de gemeente Raalte 2.0” moet voldoen.
Reactie Uit de bij de aanvraag gesloten documenten blijkt dat die betrekking hebben op de door reclamant bedoelde uitgangspunten waaraan een initiatief voor een zonnepark moet voldoen op grond van het gemeentelijk beleid. Bij de aanvraag was o.a. een Landschappelijk Inpassingsplan van december 2023, een participatieverslag van 26 november 2023, een Voorstel voor Maatschappelijk Meerwaarde van 26 november 2023, en een Ruimtelijke Onderbouwing van 18 december 2023 gesloten. In paragraaf 3.4 van de Ruimtelijke Onderbouwing wordt de toets aan de vijf basisuitgangspunten van het gemeentelijk beleid beschreven waaronder de voorwaarde van 50% lokaal eigenaarschap. Wij hebben die en de overige documenten inhoudelijk beoordeeld en getoetst aan het gemeentelijk beleid. Gelet daarop is het ontwerpbesluit - anders dan reclamant stelt - getoetst aan het gemeentelijk beleid en daarmee in overeenstemming bevonden.
Conclusie De zienswijze leidt niet tot een andere overweging in het besluit. Zienswijze 27 (24 september 2025) 27a. Hoogte en zichtbaarheid zonnepanelen De zonnepanelen zijn te hoog en doen afbreuk aan het landschap. Voor de onderbouwing van deze zienswijze wordt verwezen naar zienswijzen die door anderen zijn ingediend.
Reactie Zie onze reactie onder zienswijze 1b.
Conclusie: De zienswijze leidt niet tot een andere overweging in het besluit. 27b. Kwaliteit en onderhoud landschappelijke inpassing Reclamante vreest dat de landschappelijke inpassing en het onderhoud van onder andere locatie 3 onvoldoende juridische wordt gewaarborgd in de omgevingsvergunning, zodat naleving daarvan niet kan worden afgedwongen.
Reactie Zie onze reactie onder zienswijze 4d. Hieraan wordt toegevoegd dat de landschappelijke inpassing is uitgewerkt in het Landschappelijk Inpassingsplan en dat dit plan deel uitmaakt van de omgevingsvergunning. In de vergunningvoorschriften is vastgelegd dat de beplanting conform dit plan moet worden aangelegd en in stand moet worden gehouden gedurende de instandhoudingstermijn van het zonnepark. Voorts is daarin bepaald dat een deel van de landschappelijke inpassing na ommekomst van de instandhoudingstermijn behouden moet blijven. De naleving van de landschappelijke inpassing en de instandhouding van die beplanting/vegetatie kan derhalve door middel van een handhavingsverzoek worden afgedwongen en is in zoverre juridisch gewaarborgd. Het uitvoeren van onderhoud van de beplanting en vegetatie is beschreven in het document ‘Natuur inclusief beheerplan’. Voor de waarborging van het onderhoud zal een voorwaarde aan de vergunning worden verbonden.
Conclusie 39
Naar aanleiding van deze zienswijze is een voorwaarde aan de vergunning toegevoegd waarin wordt voorzien in het uitvoeren van het onderhoud/beheer van de landschappelijke inpassing. Voor het overige leidt deze zienswijze niet tot een andere overweging in het besluit. 27c. Invloed op kwaliteit van leven en toekomstplannen Reclamante stelt dat de nabijheid van de locaties 1 en 3 van het zonnepark aan weerszijde van de boerderij op een afstand van minder dan 500 meter zowel zijn leven als zijn toekomstplannen ernstig aantast. Deze belangen moeten bij de belangenafweging over de besluitvorming op de aanvraag van het zonnepark worden betrokken.
Reactie De belangen van reclamante bij een aanvaardbaar woon- en leefklimaat en de exploitatie voor recreatief gebruik van de op 30 januari 2025 verleende omgevingsvergunning voor drie plattelandskamers in een bestaande schuur, zijn betrokken bij de belangenafweging voor het verlenen van de omgevingsvergunning voor het zonnepark. Het zonnepark doet geen afbreuk aan die belangen. Zie de reactie hierna onder 27d voor de beoordeling van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat ter plaatse van de boerderij van reclamant. Voorts worden de locaties van het zonnepark landschappelijk ingepast, zodat een rechtstreeks zicht op het zonnepark zo goed mogelijk wordt voorkomen. Hieraan wordt toegevoegd, zoals gesteld in onze reactie op zienswijze 6a, dat er geen recht bestaat op een blijvend vrij uitzicht op het open landschap.
Conclusie De zienswijze leidt niet tot een andere overweging in het besluit. 27d. Reflectie, geluid en licht Er is volgens reclamante ten onrechte onvoldoende onderzoek gedaan naar de milieuhygiënische effecten van (1) het geluid van zonnepanelen en transformatoren en (2) het licht van de camera’s in de nacht op zowel reclamante als hun dieren (paarden) en het treinverkeer. Dit is in strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel in artikel 3:2 Awb. Daarom verzoekt reclamant om geluidmetingen te laten verrichten door een onafhankelijk akoestisch bureau.
Reactie Zie onze reactie onder zienswijze 6b. Hieraan wordt toegevoegd dat de boerderij van reclamante op een afstand van ongeveer 337 meter van locatie 1 van het zonnepark is gelegen en op een afstand van ongeveer 325 meter van locatie 3. Mitsdien wordt ruimschoots voldaan aan de in acht te nemen adviesafstand voor geluid tussen het zonnepark op de locaties 1 en 3 en de dichtstbij die locaties gelegen betreffende gevel van de boerderij van reclamante. Mitsdien is sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Beweerdelijke lichthinder van camera’s in de avond en de nacht is niet aan de orde. De camera’s stralen geen licht uit.
Conclusie: De zienswijze leidt niet tot een andere overweging in het besluit. 27e. Veiligheidsrisico’s Reclamante vreest voor de aantasting van de veiligheid in de omgeving van het zonnepark als gevolg van het risico op koper- en metaaldiefstal en de vergroting van de bestaande dumping van drugsafval.
Reactie De mogelijke aantasting van de veiligheid in het omliggende gebied van het zonnepark is geen belang dat bij de verlening van de aangevraagde omgevingsvergunning dient te worden betrokken op grond van het beoordelingskader. Wat daarvan zij, om diefstal van koper- en metaal zoveel mogelijk te voorkomen worden de locaties van het zonnepark afgesloten met een hek en worden de locaties voorzien van camera’s voor het houden van 24-uurs toezicht.
40
Conclusie De zienswijze leidt niet tot een andere overweging in het besluit. 27f. Waardevermindering Reclamante verwacht een forse waardedaling van hun boerderij als gevolg van de nabijheid van de locaties 1 en 3 van het zonnepark. Gelet daarop verlangt reclamante: -
een reële compensatie voor de waardedaling; “planologische en woon-/bouwvergunningen mogelijkheden voor perspectief”.
Reactie Zie onze reactie onder zienswijze 15b (nadeelcompensatie). Voor wat betreft toekomstige ontwikkelingen wordt erop gewezen dat daarvoor t.z.t. een omgevingsvergunning dient te worden aangevraagd. Die aanvraag wordt op zijn eigen merites beoordeeld en houdt geen verband met onderhavige aanvraag.
Conclusie De zienswijze leidt niet tot een andere overweging in het besluit. 27g. Biodiversiteit en ecologische gevolgen Reclamante stelt zich op het standpunt dat de verbetering van de biodiversiteit onvoldoende is onderbouwd en wordt gewaarborgd. Zij onderbouwt dit met een verwijzing naar een bijgesloten Frans onderzoek over ‘Effecten van zonnepanelen en beheer op bestuivers en hun interacties met planten in zonneparken in Zuid-Frankrijk’ van juli 2025. In zoverre is het ontwerpbesluit in strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel in artikel 3:2 Awb.
Reactie Het zonnepark wordt voorzien op landbouwgronden. Uit het Landschappelijk Inpassingsplan blijkt dat de locaties worden omsloten met aan te leggen struwelen, hagen, houtsingels, keverbanken, knotwilgen, takkenril, dood hout etc. Tussen de ruim opgestelde rijen zonnepanelen wordt kruidenrijk grasland voorzien. Het totale pakket van de landschappelijke inpassing en het kruidenrijk grasland tussen de zonnepanelen is gericht op het versterken van biodiversiteit ten opzichte van het huidige (intensieve en eenzijdige) agrarische gebruik van de gronden. In het bij het ontwerpbesluit behorende document ‘Natuur inclusief beheerplan, Energielandgoed Raalte’ is vastgelegd dat de huidige waarde van de biodiversiteit door middel van het uitvoeren van een nulmeting vóór de aanleg van het zonnepark wordt vastgesteld. Vervolgens wordt de (ontwikkeling van de) biodiversiteit periodiek gemonitord, zodat het beheer van de vegetatie indien nodig kan worden bijgesteld. Het aangehaalde onderzoek is blijkens tabel 1 beperkt tot het gebied van de oppervlakte van de zonnepanelen en de ruimte tussen de rijen zonnepanelen. In dit onderzoek wordt niet voorzien in een landschappelijke inpassing van het zonnepark door beplanting rond de zonnepanelen. Alleen in zoverre zijn de resultaten van dit onderzoek al niet representatief voor onderhavige landschappelijke inpassing van het zonnepark.
Derhalve komt er geen betekenis toe aan dit onderzoek. Het is voldoende aannemelijk dat het totale Landschappelijke Inpassingsplan een positief effect heeft op de biodiversiteit en de ecologie van het zonnepark op de huidige landbouwgronden. In zoverre is geen sprake van strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel in artikel 3:2 Awb.
Conclusie Naar aanleiding van deze zienswijze is een voorwaarde aan de vergunning toegevoegd waarin de verplichting tot het uitvoeren van een nulmeting en een periodieke monitoring van (de ontwikkeling van) de biodiversiteit is opgenomen. 27h. Beleidsmatige en financiële bezwaren Reclamante stelt zich op het standpunt dat het project in strijd is met de Omgevingsverordening Overijssel. Onderhavig zonnepark is derhalve niet meer nodig om te kunnen voldoen aan de doelstelling van de Regionale Energiestrategie (RES) om de minimaal bepaalde hoeveelheid duurzame energie in 2030 op te wekken. Mitsdien is het verstrekken van een lening aan de initiatiefnemer van €10 miljoen uit het Energiefonds Overijssel (EOF) zonder 41
lokaal draagvlak in strijd met een doelmatig en rechtmatig bestuur als bepaald in artikel 3:4 Awb en artikel 108 Provinciewet. Bovendien bestaat het risico op het verstrekken van onrechtmatige staatssteun.
Reactie: Zie voor de beweerdelijke strijdigheid met de Omgevingsverordening Overijssel onze reactie onder zienswijze 7b. Gelet op het feit dat het zonnepark niet in strijd is met de provinciale Omgevingsverordening, is een lening uit het Energiefonds - wat daar voor het overige ook van zij - niet in strijd met, zoals reclamant stelt, een doelmatig en rechtmatig bestuur. Evenmin bestaat in zoverre de kans op onrechtmatige staatssteun. Hieraan wordt toegevoegd dat er (nog) geen sprake is van een lening van €10 miljoen bij het EOF. Het EOF heeft slechts een toezegging gedaan voor een lening voor een substantieel lager bedrag dan €10 miljoen. Het betreft overigens een commerciële lening. Ook in zoverre is geen sprake van mogelijke onrechtmatige staatssteun.
Conclusie: De zienswijze leidt niet tot een andere overweging in het besluit. 27i. Participatie Het participatieproces is niet goed doorlopen omdat omwonenden niet de ruimte hebben gekregen voor hun inbreng. De kaders voor de participatie zijn bepaald door de initiatiefnemer en de gemeente. Dit brengt met zich dat in zoverre sprake is van schending van de participatieverplichting van het gestelde bij en krachtens de Omgevingswet en het zorgvuldigheidsbeginsel in artikel 3:2 Awb.
Reactie: Zie onze reactie onder zienswijze 4e. Hieraan wordt voor de gestelde strijdigheid met de participatieverplichting onder de Omgevingswet toegevoegd dat onderhavige aanvraag is ingediend op 21 december 2023 onder het oude recht (Wabo). Op grond van het overgangsrecht in artikel 4.3 Invoeringswet Omgevingswet blijft op de behandeling van die aanvraag het oude recht van vóór de Omgevingswet van toepassing. Die wetgeving voorzag niet in een participatieverplichting. Mitsdien is het bepaalde in artikel 7.4 van de Omgevingsregeling over participatie niet van toepassing op onderhavige aanvraag (en besluitvorming). Schending van de participatieverplichting onder de Omgevingswet is dus niet aan de orde.
Conclusie De zienswijze leidt niet tot een andere overweging in het besluit. 27j. Zonneladder en beleidskaders Reclamante stelt zich op het standpunt dat een grootschalig zonnepark pas is toegestaan als andere opties voor plaatsing van zonnepanelen zijn uitgeput. Niet naleven van de zonneladder is in strijd met het provinciaal beleid en goed bestuur.
Reactie Zie onze reactie onder zienswijze 7a.
Conclusie: De zienswijze leidt niet tot een andere overweging in het besluit. 27k. Alternatieven Reclamante voert aan dat in strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel in artikel 3:2 Awb geen alternatieve locaties voor het zonnepark zijn onderzocht.
Reactie Zie onze reactie onder zienswijze 4a.
Conclusie De zienswijze leidt niet tot een andere overweging in het besluit. 42
27l. Onvolledige terinzagelegging Reclamante stelt dat de terinzagelegging van het ontwerpbesluit en de daarbij behorende stukken onvolledig was en dat de termijn van die terinzagelegging, waarbinnen zienswijze kenbaar konden worden gemaakt, onjuist is aangevangen.
Reactie Zie onze reacties onder zienswijze 5a en 5b.
Conclusie De zienswijze leidt niet tot een andere overweging in het besluit. 27m. Onvolledige en misleidende advisering Het Oversticht Reclamante stelt in dit verband: “Gebruik van onvolledig advies door gemeente kan strijdig zijn met zorgvuldige voorbereiding (art. 3:2 Awb) en onpartijdige advisering”.
Reactie Uit de titel en de hierboven geciteerde toelichting op deze zienswijze leiden wij af dat de zienswijze betrekking heeft op de advisering van Het Oversticht over onderhavig zonnepark. Het Oversticht, zo begrijpen wij, is hierover onvoldoende geïnformeerd door de gemeente. Het gevolg hiervan is dat de besluitvorming in strijd is met het zorgvuldigheidsbeginsel in artikel 3:2 Awb, indien het advies van Het Oversticht aan de te verlenen omgevingsvergunning ten grondslag wordt gelegd. Zie voor ons standpunt onze reactie onder zienswijze 7a.
Conclusie De zienswijze leidt niet tot een andere overweging in het besluit. Zienswijze 28 (23 september 2025) 28a. Aantasting landschap Reclamante voert globaal aan dat het gebied tussen Raalte en Heino een waardevol en karakteristiek landschap is en dat de aanleg van het grootschalige zonnepark in dit gebied leidt tot een onomkeerbare aantasting van de leefomgeving.
Reactie Zie onze reactie onder zienswijze 1b.
Conclusie De zienswijze leidt niet tot een andere overweging in het besluit. 28b. Netcongestie Reclamant vreest dat de aansluiting van het zonnepark op het elektriciteitsnet leidt tot verstoring van het opwekken van zonne-energie door middel van de reeds op daken van particulieren en bedrijven geplaatste zonnepanelen in het kader van de maatschappelijke verduurzamingsopgave. Verzocht wordt te onderzoeken of dit effect voldoende is meegenomen bij de besluitvorming.
Reactie Zie onze reactie onder zienswijze 1d.
Conclusie De zienswijze leidt niet tot een andere overweging in het besluit.
43
28c. Onvolledige en onjuiste terinzagelegging De Ruimtelijke Onderbouwing is pas op 14 augustus 2025 ter inzage gelegd, terwijl het ontwerpbesluit en de overige daarop betrekking hebbende stukken al op 8 augustus 2025 ter inzage waren gelegd. Voorts hebben de adviezen van Het Oversticht van 17 maart 2021, 15 mei 2024 en 5 december 2024 en de schriftelijke verklaringen van de grondeigenaren, waarin zij instemmen met het gebruik van hun gronden voor het zonnepark (B14) niet ter inzage gelegen. Dit is volgens reclamant in strijd met het bepaalde in de artikelen 3:11 en 3:12 Awb. Als gevolg hiervan was reclamant niet in staat om een volledige zienswijze omtrent het ontwerpbesluit in te dienen. Dit laatste is volgens reclamant in strijd met het bepaalde in artikel 3:2 Awb (zorgvuldigheidsbeginsel) en artikel 3:45 Awb (motiveringsbeginsel). Mitsdien dient de voorbereidingsprocedure te worden overgedaan.
Reactie Zie onze reactie onder zienswijze 5a en 5b.
Conclusie De zienswijze leidt niet tot een andere overweging in het besluit. 28d. Ontbreken recht op eerlijk proces Het gevolg van de gebreken bij de terinzagelegging van het ontwerpbesluit is dat er geen sprake was van een recht op een eerlijk proces zoals bepaald in artikel 6 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM).
Reactie Zie onze reactie onder zienswijze 5a en 5b. Alleen al gelet daarop is van strijd met het bepaalde in artikel 6 EVRM geen sprake.
Conclusie De zienswijze leidt niet tot een andere overweging in het besluit. Zienswijze 29 (25 september 2025) Deze zienswijze is op 26 september 2025 om 00:05 door middel van een e-mailbericht - anders dan de vermelde datum van 25 september 2025 in de bijgesloten zienswijze - ontvangen. De zienswijze is derhalve buiten de gestelde en verlengde termijn voor het kenbaar maken van zienswijzen ontvangen. Mitsdien is de zienswijze nietontvankelijk en wordt buiten beschouwing gelaten.
***
44