CConstaterende datRaalte
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 5 Fundament_omgevingsvisie_2022 (voorgenomen beleid)

Raadsvergadering 11 mei 2023, gemeente RaalteBij agendapunt: Vaststellen Regie gemeente voor zoekgebieden grootschalige windenergie34.071 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Overijssel voor elkaar! Fundament voor de nieuwe Omgevingsvisie 21 juni 2022 1

Overijssel voor elkaar! Fundament voor de nieuwe Omgevingsvisie 21 juni 2022 Terug naar inhoudsopgave

Voorwoord Voor u ligt “Overijssel voor Elkaar!”: het Funda­

partners gesproken over de toekomst van

ment dat de basis vormt voor de nieuwe

onze provincie. Met onze inwoners spraken

­Omgevingsvisie van Overijssel. Daarin s­ chetsen

we over de identiteit van Overijssel en hoe zij

we het beleid dat we willen uitvoeren om een

Overijssel in de toekomst graag zouden zien.

aantal grote opgaven aan te pakken, zoals

Zij zijn tenslotte diegene die hier wonen, leven,

­klimaatverandering, stikstofproblematiek, en

en recreëren. Dit hebben we in dit document

de woningbouwopgave. Maar we willen ook

vertaald naar de waarden die we met z’n allen

­perspectief bieden en we zetten een toekomst­

zo belangrijk vinden in Overijssel. Die waar­

beeld van het Overijssel in 2050 neer.

den vormen het vertrekpunt voor de verdere ontwikkeling van Overijssel. Hiermee is het

Als provincie zijn wij niet de enige die voor

verhaal over de toekomst van Overijssel niet

deze grote opgaven staan. Samen met onze

zozeer een beleidsverhaal van de provincie,

partners - medeoverheden belangenorganisaties,

maar ons gezamenlijke Overijsselse verhaal.

grondeigenaren, ondernemers en inwoners - zijn

Onmisbaar dus!

we verantwoordelijk voor het aangaan van deze gezamenlijke grote opgaven. Dat doen we samen

In het Fundament geven we aan wat voor

met de gemeenten, de rijksoverheid en de water­

ont­wikkelingen we waar graag zouden zien.

schappen als één overheid. Samenwerking is in

Maar daarmee zijn we nog niet klaar met de

de komende periode essentieel. Daarom h ­ ebben

­Omgevingsvisie. De komende tijd gaan we

we met onze partners gesproken over het

verder in gesprek met onze partners. In die

invullen van de ruimte in Overijssel. Dat doen we

gesprekken geven we samen vorm aan de

zorgvuldig, want zo komen we tot een toekomst­

uitvoering, b ­ ijvoorbeeld door een gebieds­

bestendig Fundament waar onze partners zich

gerichte aanpak waarin maatwerk mogelijk is.

ook in kunnen herkennen. Zo geven we samen

Zo komen we tot de definitieve Omgevings­

vorm aan de toekomst van Overijssel in 2050.

visie in 2024.

In de totstandkoming van het Fundament ­hebben we in talrijke gesprekken met onze

3

Cultuur verrijkt: Deventer op Stelten, het cultuurevenement dat Overijssel op grote

Monique van Haaf

hoogte brengt. (Foto: provincie Overijssel / Femke Teussink)

Terug naar inhoudsopgave

In het Lutterzand heeft de Dinkel haar natuurlijk meanderend verloop behouden. Hermeanderen van beken en verbreden van beekdalen vertraagt de afvoer van water, waardoor het meer tijd krijgt om te infiltreren. Beplanting in het beekdal draagt bij aan de biodiversiteit, de waterkwaliteit en de landschappelijke aantrekkelijkheid. (Foto: SamenTwente)

Terug naar inhoudsopgave

Inhoudsopgave Voorwoord

3

Inhoudsopgave

5

1. Inleiding

6

1.1

Een zelfbewust Overijssel

6

WAAR - gebiedsgerichte perspectieven

42

1.2

Status van het Fundament

6

7.1

Salland

42

1.3

Sturing en samenwerking

6

7.2

Noordwest Overijssel

46

1.4

Leeswijzer

7

7.3

Het brede Vechtdal

50

7.4

Twente

54

2.

3.

4.

7.

WAAR - hier realiseren we onze ambities in Overijssel

27

6.1 Klimaatadaptatie, -mitigatie en energietransitie

29

6.2

Landbouw en natuur

33

6.3

Verstedelijking en mobiliteit

37

Waarom een nieuwe Omgevingsvisie?

8

2.1 Drie grote uitdagingen

8

HOE - van visie naar uitvoering

58

2.2

Provinciaal belang

9

8.1 Rollen en wederzijdse v­ erwachtingen

58

2.3

Beperkte ruimte

9

8.2

Het Uitvoeringsmodel

60

8.3

Instrumenten

61

8.

Sturingsfilosofie

10

8.4 Onze hoofdstrategie: gebiedsgerichte aanpak

63

3.1

Regierol

10

8.5

64

3.2

Wat, waar en hoe

11

3.3

Gebiedsgerichte samenwerking

12

3.4

Rollen, sturing en verwachtingen

12

9.

Aanpak per opgave

Verdieping 9.1

Begrippenlijst

72 72

9.2 Beleidsvoorstel Water & k ­ limaatadaptatie

78

Belangrijke uitgangspunten voor de nieuwe Omgevingsvisie

14

9.3 Beleidsvoorstel Klimaat­mitigatie & energietransitie

84

4.1

Rode draden

14

9.4 Beleidsvoorstel Natuur & biodiversiteit

90

4.2

Identiteit

18

9.5 Beleidsvoorstel Landbouw & voedselproductie

94

4.3

Leidende principes

18

9.6

98

5.

WAT - zo ziet Overijssel eruit in 2050

21

Colofon

5.1 In harmonie met het n ­ atuurlijke systeem

21

5.2

21

Onze ambities

5.3 Mogelijke effecten op de l­eefomgeving

5

6.

24

Beleidsvoorstel Verstedelijking & mobiliteit

110

1. Inleiding De Provincie Overijssel is een mooie provincie

­Fundament nader toegelicht. Daarnaast geven

­richting te geven aan nieuwe ontwikkelingen.

om in te wonen, te werken en te leven. En dat

we ook identiteit van Overijssel een belangrijke

Het is hiermee sturend voor ons Omgevings­

willen we graag zo houden. Tegelijkertijd staan

plek in ons beleid.

beleid en daarmee ook kaderstellend voor hoe

we nu ook voor grote opgaven. Denk hierbij aan

we naar nieuwe initiatieven zullen kijken. Het

klimaatverandering, de stikstofproblematiek en

Tussen de opgaven is samenhang. Oplossingen

is de basis voor de verdere, gebiedsgerichte

de woningbouwopgave. Opgaven die gevolgen

voor de stikstofproblematiek, kunnen kansen

uitwerking tot een volledige nieuwe Omgevings­

kunnen hebben voor de manier van wonen,

bieden voor de woningbouwopgave. Oplossin­

visie. In het Fundament gaat het om ‘nieuw

werken en leven die we nu gewend zijn.

gen voor de klimaatopgave, kunnen leiden tot

beleid’. Dat betekent dat niet al het ruimtelijke

meer biodiversiteit of groen in de stad. Dit kan

beleid is opgenomen in dit Fundament. In de

op zijn beurt weer zorgen voor verbetering op

nieuwe Omgevingsvisie zal het bestaande en

het gebied van gezondheid en sociale kwaliteit.

het nieuwe beleid in samenhang worden

Het vraagt sturing om de opgaven op te lossen

­beschreven.

1.1

Een zelfbewust Overijssel

Vanwege deze grote opgaven werken we nu

en deze kansen te grijpen. Tegelijkertijd zijn de

aan een nieuwe Omgevingsvisie. Dit Fundament

­opgaven soms ook dermate groot dat een aan­

is één van de stappen die we nemen om te

pak of benadering op hoger schaalniveau nodig

komen tot die nieuwe visie. In dit Fundament

is. Om die reden doen we dit als provincie ‘zelf­

presenteren we de basis voor ons nieuwe

bewust’. Dit betekent dat we een regisserende rol

Het maken van de Omgevingsvisie doen

omgevings­beleid, waarbij we de grote opgaven

pakken met het natuurlijke systeem als uitgangs­

we natuurlijk niet alleen. Samen met onze

waar we als provincie voor staan als basis heb­

punt. We gaan op zoek naar natuurlijke oplos­

­partners (medeoverheden, belangen­

ben gebruikt. We zoeken hierbij naar samenhang

singen en maken waar nodig keuzes op inhoud

organisaties, ­beheerders, bedrijven, etc.)

tussen de opgaven. We geven een beeld waar we

en proces. Wat we onder de regisserende rol

willen we de a ­ an­komende tijd dit Fundament

naartoe willen en we scheppen kaders voor het

verstaan lichten we toe in onze sturings­filosofie.

verder uitwerken tot een Omgevingsvisie. Zodat

omgevings­beleid voor de lange termijn (20302050). Daarbij sluiten we met deze visie ook aan op het landelijke beleid, zoals dat in de NOVI

1.3

Sturing en samenwerking

er een ­gezamenlijk g ­ edragen visie ontstaat.

1.2

Status van het Fundament

(Nationale Omgevingsvisie) is opgenomen.

De wijze waarop we dit samen met onze ­partners gaan uitwerken, is onder andere

Het Fundament is zelfbindend voor ons als

met een gebiedsgerichte aanpak. Dit omdat

We werken via leidende principes en met

­provincie en krijgt de status van voorgenomen

­verschillende gebieden om verschillende

rode draden. Deze worden verderop in dit

beleid. Het Fundament gebruiken we om

­oplossingen vragen voor dezelfde opgaven.

6

Terug naar inhoudsopgave

Tevens kan er ook beter ingespeeld worden

keuzes k ­ unnen maken. We willen onze partners

beschrijven we in het hoofdstuk ‘hoe’ op welke

op de lokale k ­ ennis van onze partners en

daarin ook uitdagen. Dat betekent dat zij ook

manier we deze visie tot werkelijkheid willen

­kunnen er integrale o ­ plossingen gezocht

verantwoordelijk kunnen zijn voor de invulling

brengen. Hiervoor doen we een eerste opzet

­worden in de gebieden. Ook is het in een

van beleid. Zo kan die beleidsruimte soms

voor de ­uitvoering en bespreken we het uit­

­gebiedsgerichte aanpak m ­ ogelijk om de

­ruimer zijn en soms smaller. In het ‘hoe’ van

voeringsmodel en instrumenten. De quotes

­identiteit van een gebied een prominentere

dit ­Fundament is beschreven hoe we dit

in dit document zijn afkomstig uit gesprekken

plek te geven. Er is namelijk niet één Overijssel.

­

vervolgens vorm willen geven.

met onze inwoners.

Overijssel kent meerdere i­dentiteiten. Samen met onze inwoners zijn we gestart met een proces om de identiteiten van Overijssel goed

1.4

Leeswijzer

in beeld te brengen. Hiermee krijgt ook de stem

De eerste acht hoofdstukken samen vormen vooral een visievormend verhaal op hoofd­lijnen. In hoofdstuk 9 is de verdere uitwerking en

van de inwoners een plek in ons omgevings­

In het document dat voor u ligt, schetsen we

verdieping te vinden. Dit deel bevat concretere

beleid. En dat is belangrijk, want onze inwoners

het toekomstbeeld van provincie Overijssel.

beleidsvoorstellen en geven aan ‘wat’, ‘waar’

willen goed en prettig kunnen wonen, werken

Dat doen we door eerst de aanleiding te

en ‘hoe’ we het voor ons zien. Daarnaast vindt

en leven in onze provincie.

­bespreken in het hoofdstuk waarom. Ver­

u verschillende kaartbeelden in dit document.

volgens beschrijven we op welke wijze we

De kaartbeelden maken op een verbeeldende

Hoe we met iedereen willen samenwerken,

onze rol willen pakken bij het zoeken naar

manier duidelijk wat we bedoelen. Niet meer en

­leggen we uit in onze sturingsfilosofie. We

de oplossingen van de opgaven. Dat wordt

niet minder. Met de kaarten in dit Fundament

­lichten daar ook toe wat we verstaan onder

beschreven in het h ­ oofdstuk sturingsfilosofie.

geven we het perspectief aan, de richting, voor

­regie voeren. Dat betekent onder anderen

Daarna, in hoofdstuk 4, beschrijven we welke

de toekomst. Het zijn dus geen plankaarten.

dat we keuzes maken op inhoud en wijze van

belangrijke uitgangs­punten (identiteit, rode

De kaarten worden pas echt werkelijkheid

sturing. Door die keuzes geven we helder-

draden en l­eidende p ­ rincipes) we gebruiken

op het moment dat ze in de praktijk worden

heid aan iedereen. Niet alleen door iets te

om ons beleid te m ­ aken. Op basis van deze

gebracht en er door ons, door initiatiefnemers

­ver­bieden maar ook door helder te maken

uitgangspunten h ­ ebben we ons toekomstbeeld

of door gemeenten en waterschappen concrete

waar iets wél kan en op welke plekken we

uitgewerkt. Dat staat beschreven in het hoofd­

plannen worden gemaakt.

samenwerking z­ oeken of nieuwe initiatieven

stuk ‘wat’. Dit is waar we als provincie naar toe

stimu­leren. D ­ aarmee geven we als provincie

willen in de t­ oekomst. In het hoofdstuk ‘waar’

duidelijk g ­ renzen aan waarmee bijvoorbeeld

is dit verder uit­gewerkt en toegelicht. Wat we

gemeentes en waterschappen hun eigen

willen is n ­ amelijk niet overal hetzelfde. Tot slot

7

Terug naar inhoudsopgave

2. Waarom een nieuwe Omgevingsvisie? Waarom een nieuwe Omgevingsvisie? Is de

op het platteland, in de stad en in de m ­ anieren

water en bodemsysteem vraagt om gebieds­

­huidige niet voldoende meer? In de inleiding

waarop we onze energie opwekken en de

specifieke oplossingen voor zowel het verduur­

is al kort aangegeven dat we te maken hebben

wijze waarop we ons vervoeren. Omdat het

zamen van de landbouw als het versterken

met een aantal grote opgaven. Denk hierbij

klimaat verandert, krijgen we ook steeds meer

van de natuur. Het verbeteren van natuur

aan klimaatverandering, de stikstofproblema­

te m ­ aken met extreem weer en de gevolgen

en biodiversiteit is ook urgent, omdat zolang

tiek en de woningbouwopgave. Ons huidige

daarvan; hevige regenval, hoge waterstanden,

deze niet op orde is, het vrijwel niet mogelijk is

beleid houdt nog niet voldoende rekening

overstromingen en soms langdurige droogte.

om nieuwe ontwikkelingen te vergunnen. Dit

met deze opgaven. Of het vraagt om een

Dat vraagt om een andere inrichting van de

heeft vervolgens weer gevolgen voor de brede

­ver­snelling of een uitbreiding van ons beleid.

ruimte om ons heen, zodat we in Overijssel

­welvaart in Overijsel.

Daarnaast v ­ ragen deze opgaven om ruimte,

veilig kunnen blijven w ­ onen, werken en leven.

terwijl niet a ­ lles kan en past binnen onze

Verstedelijking en mobiliteit

provincie. D ­ aarom moeten er (ruimtelijke)

Als het gaat om het bouwen van huizen staan

­keuzes g ­ emaakt worden. Ook die keuzes zitten nog niet v­ oldoende in onze huidige omgevings­

we ook voor een grote uitdaging. In heel “ Het landschap is ons kapitaal”

­Nederland zijn tot 2030 maar liefst 900.000

visie. Om deze redenen vernieuwen we ons

nieuwe woningen nodig om de huidige

beleid. Maar wat zijn deze opgaven dan?

­wooncrisis te bezweren. Het is dan ook logisch dat een deel van die woningen in Overijssel

En hoe willen we ze aanpakken?

2.1 Drie grote uitdagingen

Landbouw en natuur

wordt gebouwd. Dat betekent dat het drukker

Ons huidige landbouwsysteem is gericht op

gaat worden in onze provincie. Dat brengt weer

hoge productie tegen zo laag mogelijke kosten.

andere vragen met zich mee, zoals hoe we dat

Doordat we meer produceren dan ons water

gaan doen met werk, wegen en andere voor­

Klimaatverandering en energietransitie

en bodemsysteem kan dragen, is dit systeem

zieningen. Kortom: hoe zorgen we ervoor dat

Uit de meest recente rapporten over de

niet houdbaar. Het landbouwsysteem heeft

alle Overijsselse steden en dorpen bereikbaar

klimaat­verandering blijkt dat we nu echt

ook e ­ ffect op de kwaliteit van de natuur en

blijven en prettig om in te wonen, te werken

iets moeten doen om klimaatverandering te

­bio­diversiteit door de uitstoot van stikstof

en te leven? En dat er een balans blijft bestaan

­beperken en oplossingen te vinden voor de

­(ammoniak) en nitraat. De kwaliteit van

tussen bebouwd en onbebouwd gebied, met

gevolgen van klimaatverandering. We moeten

natuur en biodiversiteit gaat onder andere

mogelijkheden om te sporten en te bewegen?

veranderen; als wereld, als Nederland en als

­hierdoor achteruit. Het versterken van bio­

Ook hiervoor zoeken we naar oplossingen

provincie. Die veranderingen gaan we merken

diversiteit en het op orde k ­ rijgen van ons

en kansen.

8

Terug naar inhoudsopgave

2.2

Provinciaal belang

Als provincie zijn we natuurlijk niet de enige die voor deze opgaven staat. In tegendeel, voor lokale opgaven zijn gemeenten aan zet. We zien echter ook dat de opgaven vaak in ­grotere regio’s spelen en met elkaar samen­ hangen. Overlast door te veel of te weinig water houdt bijvoorbeeld niet op bij gemeente­ grenzen. Door de grootte van die opgaven en het feit dat ze a ­ llemaal met elkaar te maken ­hebben, zien we dit ook als opgaven van ­provinciaal belang. Om die reden willen we als provincie ook het voortouw nemen. Overijssel heeft een rijk verleden en sporen hiervan zijn overal te vinden. Denk aan monumentale gebouwen, historische binnensteden en musea, maar ook aan tradi-

Naast regio-overstijgende opgaven, spelen er

ties, rituelen en de streektaal. Samen vertellen ze het Verhaal van Overijssel. Zo hebben Toon en Karel Borghuis een stempel gedrukt op het culturele leven en de muziek

ook nog opgaven van het Rijk en Europa. Denk

in Oldenzaal. (Foto: SamenTwente)

hierbij aan de opgave voor de verbetering van de waterkwaliteit (Kaderrichtlijn Water). Of de Natura-2000 opgave, waarbij de natuur­

2.3

Beperkte ruimte

gebieden een bepaalde kwaliteit moeten

­realiseren van deze opgaven. Ook in de ­Ruimtelijke ordeningsbrief van de minister

behalen. De oplossingen liggen niet alleen op

Naast de grootte en de samenhang van de

voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke O ­ rdening

lokaal niveau. De provincie is hier ook voor

opgaven, doen ze ook allemaal een beroep op

van mei 2022 wordt aan de provincies ­

verantwoordelijk. Dit alles zorgt ervoor dat

de beperkte ruimte die we hebben in Overijssel.

gevraagd om deze ruimtelijke puzzel te l­eggen.

we als provincie een grotere rol willen pakken.

Niet alles kan overal. Dat vraagt om ruimtelijke

In dit F ­ undament leggen we de basis voor die

Dat doen we niet alleen omdat het moet, maar

keuzes door de provincie. In het adviesrapport

­ruimtelijke puzzel en lichten we onze k ­ euzes

ook omdat we het belangrijk vinden dat onze

“Rol nemen, ruimte geven” van de Raad voor

toe. Vervolgens wordt dit Fundament s­ amen

inwoners goed, p ­ rettig en gezond kunnen

het Openbaar Bestuur wordt benadrukt dat

met partners uitgewerkt tot een nieuwe

­wonen, werken en leven in onze provincie.

de provincie een stevige rol heeft bij het

­Omgevingsvisie.

9

Terug naar inhoudsopgave

3. Sturingsfilosofie In onze sturingsfilosofie maken we onder­

in de praktijk te realiseren. Bij de regierol

waar nodig scherpe keuzes en nemen we

scheid tussen keuzes op inhoud en wijze van

maken we onderscheid tussen beleidsregie

een stevige rol in de uitvoering. Vanuit die

sturing. Door het maken van die keuzes geven

en procesregie.

rol nemen we het initiatief en w ­ erken

we ­duidelijkheid en bieden we een toekomst­

we ­zoveel mogelijk samen met partners.

perspectief aan onze partners waarmee

Beleidsregie

­Proces­regie omvat daarmee de uitvoering

­creativiteit en constructieve samenwerking

Met beleidsregie geven we aan wat we willen

van het beleid door inzet van instrumenten,

mogelijk wordt. Een keuze kan bijvoorbeeld zijn

en waar we dit voor ons zien. Met beleidsregie

het proces van samenwerking met p ­ artners

het stellen van gebiedsdoelen in het landelijk

schetsen we een toekomstperspectief dat

en het sturen op onze gestelde doelen

­gebied, waardoor per gebied ruimte ontstaat

gaat over onze ambities ten aanzien van de

(waarbij we als samenwerkingspartner ook

voor v ­ erschillende vormen van landbouw en

opgaven en waar we deze willen realiseren.

rekening houden met de doelen van onze

land­gebruik die a ­ fgestemd is op de specifieke

Dit krijgt vorm door leidende principes

partners).

­omstandigheden van dat gebied. Hiermee

­(bijvoorbeeld functie volgt peil) en beleids­

bieden we als p ­ rovincie de kaders waar­binnen

voorstellen (keuzes die aangeven hoe we

gebiedsgericht een n ­ adere uitwerking van

van ambities tot p ­ raktische resultaten komen).

ruimtelijke keuzes door gemeenten en andere

Daarbij ­beseffen we dat de doorvertaling

“ We moeten het goede behouden,

partners kan plaats­vinden.

van de p ­ rovinciale ­belangen in hoofdzaak

maar niet stil blijven staan!”

plaats moet vinden in j­uridisch houdbare en

3.1

Regierol

De regie voeren betekent dat we als provincie

­uit­voerbare gemeente­lijke bestemmingsplannen of omgevings­plannen. We creëren daarmee de kaders voor hoe de uitvoering

Cyclisch proces

vorm krijgt.

Beleidsregie en procesregie volgen elkaar

verantwoordelijkheid nemen voor de g ­ enoemde

niet alleen op, maar beïnvloeden elkaar

grote opgaven. We nemen het voortouw bij

Procesregie

ook: beleid vormt de kaders waarbinnen

het formuleren van ambities en stellen kaders

Met procesregie geven we aan hoe we

de ­uitvoering plaatsvindt en praktijk­

op waarbinnen ontwikkelingen kunnen plaats­

samen de uitvoering van beleid vormgeven.

ervaringen leveren weer bijstelling van

vinden. Hiermee geven we ruimte voor nieuwe

Bij ­procesregie gaat het over samenwerking

beleid op. Beleidsregie en proces­regie

ontwikkelingen en bieden we duidelijkheid over

en het vertalen van het beleid in concrete

­vormen ­daarom een cyclisch proces. In de

wat wel en niet (meer) kan. Tenslotte nemen we

­resul­taten. Omdat de grote uitdagingen een

figuur op de v­ olgende pagina is de sturings­

het initiatief om de ambities met onze partners

sterk provinciaal belang kennen, maken we

filosofie en het proces gevisualiseerd.

10

Terug naar inhoudsopgave

3.2

Wat, waar en hoe

• We geven duidelijk aan waar iets wel kan, waar iets onder voorwaarden kan of waar

Om het beleid helder te formuleren zijn deze

iets juist niet (meer) kan.

systematisch doordacht langs de lijnen van het wat, waar en hoe:

Hoe (en door/met wie) krijgt dit in de praktijk vorm?

Wat is de beoogde ontwikkeling en wat is

• Bij het vormgeven van het hoe werken

onze inzet?

we zoveel mogelijk samen met onze

• We stellen kaders op ten aanzien van wat

partners. Dit doen we met het provinciaal

onder welke voorwaarden kan plaatsvinden

belang (benoemd in het wat en het waar)

gerelateerd aan het provinciaal belang. Dit

als v ­ ertrekpunt. Met onze partners maken

zijn kaders die kunnen worden getoetst.

we daarover goede afspraken voorafgaand

De kaders bieden duidelijkheid aan onze

aan de samenwerking.

partners zodat zij hun verantwoordelijkheid

• Binnen de kaders stimuleren we partijen

kunnen nemen. Ook ondernemerschap en

om zelf ook ontwikkelingen te initiëren en

de ontwikkeling van nieuwe verdienmodellen

we zetten hier ook instrumenten voor in.

kan hierdoor gestimuleerd worden.

• We sturen op resultaat en we hebben bij het

• De kaders bevatten ambities, leidende

opstellen van het beleid nagedacht over het

principes en beleidsuitspraken (normerend,

bijsturen (bijvoorbeeld met een escalatie­

richtinggevend en inspirerend).

ladder) wanneer doelen niet gehaald lijken

BELEIDSREGIE Vanuit beleidsopties geven we vorm aan doelen, randvoorwaarden & rolbepaling

WAT Wat is de beoogde ontwikkeling, en wat is onze inzet

WAAR Waar kunnen ontwikkelingen wel/niet plaatsvinden

HOE Hoe (en door/met wie) krijgt dit in de praktijk vorm?

INSTRUMENTEN (normeren, richtinggeven, inspireren)

te worden. Waar kunnen ontwikkelingen wel, niet of onder voorwaarden plaatsvinden? • Op de grote opgaven benoemen we gebieden en ontwikkelingsperspectieven waarbinnen bepaalde functies wel of geen ontwikkelings­

CONCRETE RESULTATEN

mogelijkheden (meer) hebben. We doen dit door de ruimtelijke uitwerking van beleids­ voorstellen en leidende principes.

11

Schematische weergave van onze sturingsfilosofie

Terug naar inhoudsopgave

PROCESREGIE Vormgeven aan uitvoering, samenwerking en sturing op doelen

3.3

Gebiedsgerichte samenwerking

willen we duidelijkheid creëren over wederzijdse verwachtingen. De uitwerking daarvan zal per b ­ eleidsvoorstel verschillen, omdat

De onderliggende uitgangspunten zijn in de hele

de provincie vaak verschillende rollen tege­

provincie van toepassing. Dat kan overigens

lijkertijd heeft. In het hoofdstuk ‘hoe’ doen

betekenen dat op basis van hetzelfde uitgangs­

we een voorzet hoe we deze uitwerking voor

punt (bijvoorbeeld aansluiten op het natuurlijk

ons zien.

systeem) per gebied tot een andere uitwerking gekomen kan worden. Waar veel opgaven samenkomen in hetzelfde gebied worden deze zoveel mogelijk gebiedsgericht en in samenhang

3.4

Rollen, sturing en verwachtingen

opgepakt. Omdat we niet alles kunnen en willen regelen in dit Fundament zal de uitwerking vaak

Welke rollen dat zijn hangt af van de opgave(n)

vragen om een gebiedsuitwerking met partners.

en onze verantwoordelijkheid. Per rol maken

Samenwerking wordt daarmee in de komende

we duidelijk wat onze partners van ons m ­ ogen

periode belangrijker dan ooit.

verwachten en wat wij van hen verwachten. Afhankelijk van de rol passen daar ook ­ver­schillende sturingsstijlen en instrumenten bij. Het kan dus voorkomen dat verschillende

“ Overijssel is een provincie met

sturingsstijlen worden gebruikt voor dezelfde

echte verschillen, maar ook grote

opgave. In onderstaand schema is de r­ elatie

­overeenkomsten.”

tussen rol, sturingsstijl en i­nstrumenten ­schematisch weergegeven met een aantal voorbeelden. De lijst met instrumenten is daarbij niet uitputtend. Zo kunnen bij de

Dit betekent dat we met onze partners in

­verdere uitwerkingen van het beleid en de

gesprek gaan over de manier waarop we onze

­gebieds­processen nieuwe instrumenten

Toerisme & recreatie en natuurherstel kunnen elkaar versterken. Zo kunnen toeristen al

ambities willen realiseren. In die gesprekken

­worden ontwikkeld en dus toegevoegd.

peddelend op de Vecht of de Regge genieten van de prachtige, rustige natuur. (Foto: provincie Overijssel)

12

Terug naar inhoudsopgave

Rol

Regulerende rol

Samenwerkende rol

Faciliterende rol

Sturingsstijl

In deze rol sturen we door kaders

In deze rol werken we met onze

In deze rol anticiperen we op

te stellen en normerend op te

partners aan een helder en

initiatieven uit de samenleving en

treden. Wij zien toe op naleving

­gezamenlijk doel. Dat doen we

stimuleren we deze proactief. We

hiervan door onze partners.

als evenwaardig partner.

inspireren onze partners om te komen tot innovaties.

Instrumenten

Wederzijdse verwachtingen

Instrumenten die passen bij

We geven richting aan de samen­

Instrumenten die passen bij

deze rol en stijl zijn bijvoorbeeld

werking door het gebruik van

deze rol en stijl zijn bijvoorbeeld

de ­omgevingsverordening, een

overleg of werken samen in een

­subsidieregelingen, het uitwisselen

­provinciaal inpassingsplan,

programma met bijbehorende

van best practises of het opzetten

­ontheffingen en vrijstellingen.

programmerings-afspraken.

van een kennisnetwerk.

Onze partners mogen van ons

Vertrouwen en gedeeld eigenaar­

Van onze partners verwachten

duidelijkheid verwachten. Wij

schap zijn essentieel voor goede

wij creativiteit, innovativiteit, en

­verwachten dat partners de

­samenwerking. Onze partners

­proactiviteit. Zij mogen van ons

kaders en normen naleven.

mogen transparantie en betrouw­

verwachten dat we dit stimuleren

baarheid van ons verwachten, dat

en (mede) mogelijk maken.

doen wij ook van hen.

13

Terug naar inhoudsopgave

4. Belangrijke uitgangspunten voor de nieuwe Omgevingsvisie Om de nieuwe Omgevingsvisie te kunnen maken, moeten we keuzes maken om de grote opgaven op te lossen. Daarnaast willen we ‘ons Overijssel’ ook verder ontwikkelen en nóg mooier, nóg beter en nóg prettiger maken. Dit alles legt druk op de beperkte ruimte in Overijssel. Dat vraagt om ruimtelijke keuzes en om slimmer ruimtegebruik. Deze keuzes maken we aan de hand van onze rode draden en leidende principes. Daarnaast is de identiteit van Overijssel een belangrijk vertrek­ punt voor ons nieuwe beleid.

4.1

Rode draden

In het Overijssel van de toekomst staan vier waarden centraal:

Groenblauwe dooradering verbindt de leefgebieden van (kwetsbare) soorten, vergroot de biodiversiteit en versterkt de kwaliteit van onze leefomgeving. Het netwerk van o.a.

• Duurzaamheid

houtwallen, watergangen, bossen en kruidenrijke akkerranden kan bijdragen aan CO2-opslag, waterbuffering, groene recreatie en welzijn. (Foto: provincie Overijssel)

• Gezondheid • Ruimtelijke kwaliteit • Sociale kwaliteit.

om geestelijke gezondheid. Onder ruimtelijke

in de fysieke leefomgeving. Hiermee sturen we

­kwaliteit valt alle ruimte die nodig is voor mens,

op het toevoegen van kwaliteit en samenhang in

De rode draden kennen een bepaalde samen­

dier en plant. Het gaat hierbij niet zozeer over

de planvorming en uitvoering. Elke rode draad

hang, maar ook een eigen invalshoek. Met

‘mooi’, maar vooral over ‘goed’: functioneel, mooi

voegt twee kenmerken toe: een kwaliteitsambitie

duurzaamheid bedoelen we dat we nu en straks

en toekomstbestendig. Met sociale k ­ waliteit

op het gebied van de rode draad, en een inte­

kunnen wonen en werken in Overijssel. Met

bedoelen we hoe gelukkig mensen zijn als het

grale verbinding van die kwaliteits­ambitie met

gezondheid bedoelen we dat we actief bewegen

gaat om de dagelijkse leefomgeving en spelen

andere rode draden of onderwerpen. In de tabel

en ons thuis voelen in onze provincie. Het gaat

zaken als privacy en dagelijkse contacten. De

hieronder is voor elke rode draad aangegeven

daarbij niet alleen om lichamelijke maar ook

rode draden staan centraal bij alle initiatieven

wat onze kwaliteitsambities zijn.

14

Terug naar inhoudsopgave

Kwaliteitsambities van rode draden Duurzaamheid

Ruimtelijke kwaliteit

Sociale kwaliteit

Gezondheid

Een schone, gezonde en veilige

Een bruikbaar, duurzaam en mooi

En inclusieve samenleving waarin

Het realiseren van een langer

leefomgeving in Overijssel

Overijssel

iedereen meedoet, meetelt en veilig

leven in goede gezondheid en ver­

zichzelf kan zijn.

minderde gezondheidsverschillen van de inwoners van Overijssel.

Instandhouden en bevorderen van

Zie de bodem als basis en draag

Een inclusieve en participatieve

Gezonde leefomgeving, met een

de leefcondities, waarbij we met

bij een robuust en beleefbaar

­samenleving. Een samenleving

goede milieukwaliteit, een groene

inwoners, bedrijven, gemeenten

­watersysteem

waar iedereen mee kan doen en

en klimaatadaptieve leefomgeving

zichzelf kan zijn.

en veilig, gezond en schoon kunnen

en maatschappelijke organisaties de milieukwaliteit, biodiversiteit en

wonen, werken, recreëren en

de natuur in Overijssel duurzaam

reizen.

beschermen, benutten en beleven.

Bevorderen van een duurzame

Bouw voort aan de kenmerken­

Een actieve samenleving. Een

Actief in de wereld, waarin we met

economie en leefomgeving die

de structuren van de agrarische

samenleving waar de mogelijkheid

ons mobiliteitsbeleid inzetten op

voorziet in de behoeften van

c­ ultuurlandschappen

om te sporten en bewegen in de

actief bewegen (fietsen, rennen,

de huidige generatie, zonder

directe omgeving beschikbaar is en

wandelen), in ons beleid voor de

de behoeften van toekomstige

de omgeving uitdaagt tot bewegen.

woon- en werkomgeving meer plek

generaties, zowel hier als in andere

te maken voor beweging en ont­

delen van de wereld, in gevaar te

moeting en initiatieven faciliteren

brengen.

die inzetten op meer bewegen.

15

Terug naar inhoudsopgave

Duurzaamheid

Ruimtelijke kwaliteit

Sociale kwaliteit

Gezondheid

Toekomstbestendig kringlopen

Verbindt natuur tot een netwerk

Een gezonde samenleving.

Thuis voelen, met aandacht voor

sluiten, waarbij we inzetten op

Een samenleving waar toegang

inclusiviteit, cultuurhistorie en korte

minder gebruik van niet her­

is tot voorzieningen en/ of

voedselketens.

nieuwbare grondstoffen, efficiënt

­activiteiten die bijdragen aan

(her)­gebruik van grondstoffen,

­(positieve) gezondheid.

­producten en materialen en ­vermindering van de CO2 uitstoot.

Realiseer een brede waaier aan

Overijssels Noaberschap. Een

woon-, werk en mixmilieus en geef

samenleving waarin de sociale

daarbij elk buurtschap, dorp en

cohesie wordt versterkt vanuit

stad zijn eigen kleur

de Overijsselse identiteit

Zorg voor contrast tussen

Een samenleving waarin mensen

­dynamische en luwe gebieden

elkaar kunnen ontmoeten in een omgeving met voldoende vitaliteit van stads- en dorpscentra met beleving van jong en oud.

16

Terug naar inhoudsopgave

De opbrengst van onze gesprekken met inwoners over de Identiteit van Overijssel. Wat waarderen zij in Overijssel? En wat vinden zij belangrijk voor de toekomst?

17

Terug naar inhoudsopgave

4.2

Identiteit

Naast de rode draden vinden we ook onze identiteit belangrijk. Die willen we beter zicht­ baar maken en benutten. We nemen daarom de Overijsselse identiteit als vertrekpunt voor onze toekomst. Dat doen we omdat we uit­eindelijk willen komen tot een provincie waar men goed en prettig kan wonen, werken en leven. En wie kan dit nou beter beoordelen dan de mensen die er wonen? Daarom h ­ ebben we gesprekken gevoerd met ruim 350 inwoners. Deze inwoners

De klimaatadaptieve inrichting van de Grotestraat in Nijverdal zorgt voor waterberging en afvoer van water bij hevige regenval en voor verkoeling op hete zomerdagen.

vormen een goede dwars­snede van de Over­

De groenblauwe inrichting draagt bij aan de biodiversiteit en aan het verblijfsklimaat voor mens en dier. (Foto Thomas Klomp)

ijsselse s­ amenleving. De u ­ itkomsten van deze ­gesprekken geven een echte Overijsselse visie op onze provincie, waar onze inwoners zich in

Ook kwam naar voren dat er eigenlijk niet één

Daarbij gaat het niet alleen maar om zaken

herkennen.

­Overijsselse identiteit is. Het zijn er maar liefst

zoals klimaat­verandering, maar ook om andere

vier: een Twentse, een Sallandse, een i­dentiteit

onderwerpen zoals w ­ onen, cultuur, erfgoed en

De gesprekken leren ons dat mensen graag

die we tegenkomen in de Kop van Overijssel

vrije tijd.

­meedenken over hun leefomgeving. De uit­

en de stedelijke mentaliteit. Alle t­ hema’s die

komsten van deze gesprekken staan op

we hierboven noemen worden bij elke identi­

­hoofdlijnen in onderstaande afbeelding. We

teit weer anders ingevuld. Hierbij d ­ enken

hebben gemerkt dat inwoners van O ­ verijssel

we b ­ ijvoorbeeld aan dingen als: een link met

hechten aan een paar belangrijke z­ aken:

­Nedersaksisch, een ‘erfgoed-in-waardenkaart’,

Zoals al eerder aangegeven moeten we

Noaber­schap, rust, en natuur. Maar ook

een ‘mozaïek als landschaps­biografieën’ als

keuzes maken om de grote opgaven op

­wonen, ruimte, en v­ eiligheid zijn thema’s die

­aanvulling op de Catalogus Gebieds­kenmerken.

te ­kunnen l­ossen en om ‘ons Overijssel’

4.3

Leidende principes

we vaak te horen k ­ regen. Dit zijn thema’s die

Dat lijkt wat i­ngewikkeld, maar het past goed

nóg mooier, nóg beter en nóg prettiger te

we daarom ook terug laten komen in onze

bij de manier waarop we de opgaven waar

maken. Dit doen we op basis van onze

Omgevingsvisie.

we voor staan per gebied w ­ illen aanpakken.

leidende principes.

18

Terug naar inhoudsopgave

wa

te r a

ls b a si s

1. Water en bodem als basis Het eerste principe gaat uit van de bodem- en het watersysteem als basis. Dit leidende principe is gekozen vanwege de klimaatopgave.

bo d

em

en

Onze bodem- en watersysteem staat onder druk. Deze kan de effecten van de klimaatverandering, zoals wateroverlast of extreme droogte, niet meer aan. Het is daarom nodig om dit systeem te herstellen. Dit principe komt ook overeen met het landelijke beleid. Ook de Rijks­ overheid kiest ervoor om het bodem- en watersysteem s­ turend te laten zijn. We willen daarom aansluiten bij, of werken in harmonie met, het natuurlijke s­ ysteem. Het bodem- en water­systeem wordt niet meer aangepast aan (nieuwe) functies, maar nieuwe ruimtelijke ont­ wikkelingen m ­ oeten zich gaan aanpassen aan het bodem- en water­systeem ter plekke. We willen een r­ obuust bodem- en watersysteem realiseren dat klimaat­effecten opvangt en zorgt voor een zo goed m ­ ogelijke beschikbaarheid van w ­ ater voor verschillende functies, zoals ­steden, ­natuur of landbouw. Op sommige p ­ lekken is het bodem- en water­systeem niet meer geschikt voor bepaalde functies, op a ­ ndere plekken wel. Gebieden die een grote kans op overstromingen hebben, zijn bijvoorbeeld niet geschikt voor woningbouw. Gebieden die

ga

an

m

om

­droogte kennen zijn niet meer geschikt voor hoogproductieve landbouw. m e t r u i mt e

2. Duurzaam omgaan met onze ruimte en voorraden Het tweede principe is dat we duurzaam willen omgaan met onze ruimte en onze voorraden. Zowel ruimte als natuurlijke voorraden

d u urza a

raken op een gegeven moment op. In de ruimte zoeken we naar slimme combinaties. Als een gebied b ­ ijvoorbeeld meerdere functies kan hebben, dan geven wij daar voorrang aan boven f­ uncties die maar voor één doel gebruikt worden. Een goed voorbeeld is het klimaat- en natuur­inclusief bouwen, omdat dit ook bijdraagt aan de biodiversiteit, hittestress helpt tegen te gaan en wateroverlast kan beperken. Bij het zuinig omgaan met voorraden denken wij aan kring­lopen, het hergebruiken van voorraden en het voorkomen van het afschuiven van problemen en oplossingen naar andere gebieden of een later moment. We kijken ook naar het zorgvuldig inpassen van functies in een ruimte waardoor er meer ruimte overblijft voor andere functies. Dit b ­ ekijken we niet alleen per gebied, maar ook over de hele provincie. Zo willen we in s­ ommige gebieden geen functies toestaan die de ruimte voor de ­leidende functie in een gebied beperkt. Een voorbeeld is dat we in g ­ ebieden waar hoog­productieve duurzame landbouw mogelijk is geen grote zonnevelden willen. Deze zonne­velden nemen namelijk een te groot oppervlak van de landbouwgronden in beslag. Wind­molens ­nemen minder ruimte in en zijn hierdoor wel mogelijk in deze g ­ ebieden. Hetzelfde geldt voor de mogelijkheden voor vrijkomende a ­ grarische bebouwing (VAB’s).

Als de nieuwe functies die in de plaats komen van de VAB’s zorgen voor beperkingen voor de landbouw, dan zijn deze niet passend in de gebieden die bedoeld zijn voor de hoog­productieve duur­zame landbouw. Deze kunnen wel prima een plek krijgen in de andere ­gebieden in Overijssel waar sprake is van v­ erbreding van het gebruik van het gebied en verdienmodellen. Bij elke ontwikkeling of ­ingreep wordt bekeken of dit past binnen de identiteit of de kwaliteit van het gebied en v­ ragen we een bijdrage om dat te versterken.

19

Terug naar inhoudsopgave

p

ac

h tig

e D U S-r e g io’

s

no

kr

3. Inzetten op krachtige DUS-regio’s Het derde principe gaat uit van sterke en k ­ rachtige DUS-regio’s (Daily Urban System). In Overijssel zien we drie duidelijke DUS-­regio’s:

i nz ett e

Zwolle, Cleantech (Deventer) en Twente. Dit zijn samenhangende regio’s waar mensen dagelijks heen en weer bewegen tussen ­wonen, werken en leven. Als we zeggen dat we willen inzetten op krachtige DUS-regio’s, dan betekent het dat we graag ontwikkelin­ gen zien die de bestaande DUS-regio’s versterken en verbeteren. Dat gaat om verstedelijking in een duurzame omgeving van woning­ bouw, werklocaties, voorzieningen (waaronder c­ ultuur), kernrandzones en mobiliteit. Binnen iedere DUS vindt verstedelijking plaats op een manier waarop het past. Binnen een DUS hebben steden een centrale rol en zijn altijd in samenspel met omliggende kernen op het gebied van werken en voor­zieningen. Steden en kernen hebben allemaal hun eigen identiteit, eigen rol en werken met elkaar samen. Dit geldt ook voor de kleinere kernen en het landelijk gebied. We onder­scheiden s­ teden, middelgrote k ­ ernen, ­waaronder ­streekcentra, en kleinere kernen. Ontwikkelingen moeten passen en bijdragen aan de d ­ ynamiek en kenmerken van de steden, middelgrote kernen, streekcentra en kleinere kernen, alsmede bij het omliggende landschap. • Steden hebben een bovenregionale functie op het gebied van bereikbaarheid, economie en cultuur. • Middelgrote kernen hebben een goede OV-bereikbaarheid en hun voorzieningen (zoals een middelbare school, lokale werk­ gelegenheid of detailhandel).

Voor de streekcentra geldt daarnaast dat zij een eigen centrumfunctie vervullen voor o ­ mliggende kernen (een bovenlokale f­ unctie) omdat er geen grote stad in de buurt ligt met deze voorzieningen (denk ook aan een theater of ziekenhuis).

op

uw

en

• Kleinere kernen. s te

r k e n et w er k

en

4. Voortbouwen op onze bestaande sterke netwerken Het vierde principe is dat we voort willen b ­ ouwen op onze bestaande en sterke netwerken. Met netwerken bedoelen wij

voortb o

­bijvoorbeeld (water)wegen, bebouwde gebieden, natuur en elektriciteitsnetwerken. We willen dat nieuwe ontwikkelingen zoveel mogelijk a ­ an­sluiten op bestaande netwerken. Dat kan betekenen dat we meer willen bouwen op plekken die goed aangesloten zijn op b ­ ijvoorbeeld het openbaar vervoer, of energie willen opwekken in de buurt van bestaande infrastructuur. Als de b ­ estaande ­netwerken een blokkade vormen voor een n ­ ieuwe ontwikkeling, dan houden we daar rekening mee. Dat kan betekenen dat ­bepaalde ontwikkelingen daardoor niet mogelijk zijn.

20

Terug naar inhoudsopgave

5. WAT - zo ziet Overijssel eruit in 2050 Tot nu toe zijn we in dit document ingegaan

regionale identiteit, cultuur en erfgoed in stand

het slim benutten van de ondernemersgeest

waarom we een nieuwe omgevingsvisie willen

houden en versterken en willen we de regionale

en het N ­ oaberschap. Dit betekent wel dat het

opstellen en wat we daarbij belangrijk vinden.

economie en bereikbaarheid op peil houden en

natuur­lijke systeem grenzen stelt aan g ­ ebruik

Ook hebben we bij de leidende principes aan­

verbeteren in stad en dorp.

en ­productie. We zoeken daarom naar oplossin­

gegeven op basis waarvan we de noodzakelijke

gen die het natuurlijke systeem h ­ erstellen en/

keuzes maken, omdat niet alles overal kan.

of v ­ ersterken, maar die ook zorgen voor kansen

Maar wat willen we dan? Hoe willen we dat ­Overijssel er uit ziet in 2050?

5.1 In harmonie met het ­natuurlijke systeem

op het g ­ ebied van wonen, werken en leven. Dat doen we niet alleen. Ook i­nitiatieven uit de samen­leving sluiten aan op het n ­ atuurlijke

De afgelopen jaren is duidelijk geworden dat

systeem. Om dit te b ­ ereiken is duidelijk en

de urgentie van de klimaat- en stikstofcrisis nu

­richtinggevend beleid nodig, zodat initiatieven en

“ Klimaatverandering is wereldwijd

richtinggevend is voor het beleid. Deze bepalen

projecten b ­ ijdragen aan het g ­ rotere ­natuurlijke

een probleem. Ook in Overijssel m ­ oeten

in grote mate of en waar nieuwe ontwikkelin­

systeem. Wij faciliteren en s­ timuleren, zodat er op

we onze verantwoordelijkheid pakken

gen kunnen plaatsvinden. Wij maken ons als

de juiste plek aan samen­hangende oplossingen

en het natuurlijke systeem op nummer

provincie, gesteund door een groot deel van de

gewerkt wordt en koppelkansen worden benut.

één zetten. Dat zijn we verplicht aan

bevolking, sterk voor een flinke aanpak van deze

onze kinderen en kleinkinderen!”

grote opgaven. Dit doen we ‘zelfbewust’.

5.2

Onze ambities

In Zelfbewust Overijssel woont, werkt en leeft ­iedereen in harmonie met het natuurlijke

Ambitie voor beperken k ­ limaatverandering

In een notendop willen we onze inwoners een

­systeem. Mensen en bedrijven maken gebruik

en de energietransitie

aantrekkelijke, prettige, gezonde en veilige

van de mogelijkheden van bodem, water,

We willen komen tot regionale watersystemen

­woon-, werk- en leefomgeving bieden. Zowel in

reliëf en natuur. Het natuurlijke systeem wordt

die klimaatbestendig en veilig zijn, die voldoende

het stedelijk als in het landelijk gebied en alles

niet meer aangepast aan (nieuwe) functies,

en goed (drink)water bieden voor verschillende

wat daartussen ligt. In deze leefomgeving willen

­nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen moeten zich

activiteiten en waarvoor het grond- en opper­

we ruimte bieden voor de belangrijke opga­

gaan aanpassen aan het natuurlijke systeem

vlaktewater van goede ecologische en c­ hemische

ven voor water, klimaat, woningbouw, natuur,

ter ­plekke. Lokale cultuur, identiteit en erf­

kwaliteit zijn. Deze robuuste watersystemen zijn,

­landbouw en energie. Tegelijkertijd willen we

goed is hiervoor de basis. Denk hierbij aan de

met de bodem, sturend en richtinggevend voor

ook het waardevolle landschap en de lokale en

­ken­merkende Overijsselse Hanze-mentaliteit,

functies en ontwikkelingen.

21

Terug naar inhoudsopgave

De klimaatopgaven zijn verweven met ­oplossingen voor gebruik. Zo wordt droogte tegengegaan door water zo lang mogelijk vast te houden in het gebied. Dit kan bijvoorbeeld door het ver­natten en v­ erbreden van beekdalen. Dit maakt combinaties mogelijk die bijdragen aan het verhogen van de biodiversiteit (groen­ blauwe dooradering) en mogelijkheden voor het ver­breden van de landbouw (recreatie, zorg, e ­ nergie). Gebieden rond de IJssel en Vecht worden overstroombestendig ingericht. Dit ­verbetert de veiligheid, maar draagt ook bij aan het vergroten van de biodiversiteit. We willen de emissies van broeikasgassen

De gebieden met kansen voor duurzame hoogproductieve landbouw zijn ook geschikt voor grotere windclusters. Door de maat en schaal van het landschap en de

­verminderen en koolstof meer vastleggen

aanwezigheid van het elektriciteitsnetwerk kunnen windturbines goed ingepast worden. (Verbeelding: HNS)

via het gebruik van de grond. Dat kan

IMPRESSIE VAN WINDLIJN OPSTELLING IN HET HOOGVEEN EN VEENKOLONIALE LANDSCHAP IN DE VRIJE RUIMTE TUSSEN LINTEN

32

door slimme combinaties waarin bodemen w ­ atersysteem bepalend zijn voor de

(bijvoorbeeld windbossen). Verder denken

duidelijk ontwikkelingsperspectief voor

­mogelijkheden. Natuur ontwikkelt zich tot

we op het gebied van energiebesparing aan

­ondernemers te schetsen. We zoeken daarbij

­veenwouden met CO2-vastlegging, landbouw

het b ­ eperken van de energie-/warmtevraag

naar een goede balans t­ ussen een gezonde

krijgt nieuwe m ­ ogelijkheden met natte teelten

en willen we overschakelen op duurzame,

leefomgeving en een d ­ uurzame en toekomst­

zoals lisdodde en cranberries.

niet fossiele, energie- en warmtebronnen.

bestendige landbouw.

Grootschalige opwekking van duurzame energie

Ambitie voor landbouw en natuur

Hoogproductieve duurzame landbouw,

vindt plaats op plekken in de buurt van de

Omdat het water en bodemsysteem leidend

zoals de grondgebonden melkveehouderij,

gebruikers en is gekoppeld aan het bestaande

is zal de landbouw in Overijssel veranderen

vindt plaats op plekken met gunstige

netwerk. De energieprojecten worden waar

en niet op elke plek op dezelfde manier door

omstandig­heden. Dus voldoende water met

mogelijk gecombineerd met klimaatopgaven

kunnen gaan. Onze ambitie is om een

voldoende a ­ fstand tot natuur en woningen.

22

Terug naar inhoudsopgave

Daarnaast komt er meer ruimte voor natuur­ inclusieve landbouw, zoals extensievere v­ ormen van grond­gebonden landbouw die ook bijdraagt aan andere maatschappelijke doelen en meer ruimte voor ­verbrede landbouw. Doordat de pro­ vincie het water en bodem­systeem ­centraal stelt, zullen de perspectieven voor de landbouw in ­verschillende delen van de O ­ verijssel anders zijn.

“ Zorg ervoor dat wonen en werken ­dichtbij elkaar zijn.

Door natuurinclusief te bouwen, ontstaan gezonde en aantrekkelijke steden en dorpen die voor alle gebruikers een prettige leefomgeving zijn.Goed stedelijk groen zorgt voor verkoeling in de zomerhitte, zuivert de lucht en biedt volop ruimte aan mede-­stadsbewoners, zoals huismus, gierzwaluw, merel of gewone dwergvleermuis. Groen is vanzelfsprekend en voor iedereen in de buurt. (Foto: provincie Overijssel)

Verder willen we de biodiversiteit en de natuur, zowel binnen als buiten de natuur­gebieden,

voor­komende wilde plant- en d ­ iersoorten,

­maatschappelijke toegankelijkheid die wonen,

duurzaam beschermen, beleven en benut­

Overijsselse aandachtsoorten, V ­ ogel- en Habitat­

werken en recreëren verbindt. Het leven speelt

ten. We willen de basiskwaliteit van de natuur

richtlijn (VHR)-soorten en o ­ verige rode lijst

zich af in de Daily Urban Systems (DUS). Dit

versterken in gebieden waar andere functies

soorten. Ook zorgen we voor een basis voor

­betekent geconcentreerde groei van de s­ teden

dan natuur leidend zijn. We streven naar een

­ecosysteemdiensten.

én de goed bereikbare kernen en dorpen. Een

netwerk van groene en blauwe v­ erbindingen

centrale rol is er voor sterke, leefbare en z­ ichzelf

­waarmee we natuurgebieden met elkaar k ­ unnen

Ambitie voor verstedelijking en mobiliteit

ontwikkelende steden als motoren voor het

verbinden. We zorgen voor goede ruimtelijke

Op het gebied van verstedelijking en m ­ obiliteit

DUS. Maar hierbij is juist het samenspel met

en milieucondities voor natuurtypen, planten

streven we naar een toekomstbestendige en

andere kernen in het DUS van belang en ook

en dieren in en buiten n ­ atuurgebieden (in zowel

gezonde leefomgeving door slim en zorg­vuldig

de ­opgaven in het landelijk gebied. Hierbij

­landelijk als s­ tedelijk gebied) en in grote en k ­ leine

ruimtegebruik (inbreiding en meer­voudig

blijven het stedelijk en landelijk gebied met

wateren. We richten ons daarbij op a ­ lgemeen

­ruimtegebruik) en met optimaal fysieke en

elkaar in balans.

23

Terug naar inhoudsopgave

De aantrekkelijke landschappen, waardevolle ­natuurgebieden en een gevarieerde omge­ ving zijn essentieel voor de vrijetijdsbesteding van inwoners, bezoekers en verblijvers én de economische sector die daarin met 47.500 ­arbeidsplaatsen werkzaam is. Door spreiding van gasten houden we lusten en lasten in balans en dragen zo bij aan de leefbaarheid in kernen en een goed sociaal klimaat. In lijn met de N ­ ationale Actieagenda ’Perspectief 2030, B ­ estemming ­Nederland’ zetten we met behulp van specifiek bestemmingsmanagement samen met ­bedrijven, partners en gemeenten in op: • Ontwikkeling en behoud van iconen; • ‘MKB – groen en digitaal’;

Het Centrumkwadraat rondom het station van Enschede wordt de komende jaren getransformeerd naar een levendig woon- en ­werkgebied met een openbare ruimte

• Revitalisering van vakantieparken (provinciale

waar je je veilig, prettig en thuis voelt. We hebben samen met de gemeente een handreiking gemaakt met daarin principes voor het klimaatadaptief en natuurinclusief

inzet afhankelijk van continuering p ­ rovinciale

inrichten van stedelijk gebied. (Verbeelding: De Urbanisten)

bijdrage aan het Expertisecentrum Vitale ­Vakantieparken Overijssel na 2023). gastheer, a ­ mbassadeur, ­exploitant of eigenaar

5.3

Mogelijke effecten op de ­leefomgeving

We blijven werken aan het behoud van deze

van het landschap te w ­ orden. Daarnaast bieden

verzorgde, aantrekkelijke en afwisselende

we r­ uimte voor economische ontwikkeling

­vrijetijdslandschappen, waarin drie elemen­

op duurzame en toekomst­bestendige werk­

Het behalen van onze ambities leidt tot

ten samen komen: protectie (behoud van de

locaties als basis voor een o ­ ptimaal eco­nomisch

­effecten op de leefomgeving. Het werken

­kwaliteiten), productie (bedrijvigheid) en plezier

vestigings­klimaat. En we optimaliseren de

met een systeemaanpak is gunstig voor

(beleving, v­ ermaak). Met Gastvrij Overijssel

lokale en regionale m ­ obiliteit, waardoor er

­waterkwaliteit en veiligheid, droogte en

­werken wij samen aan een toekomstvisie met

­goede verbindingen o ­ ntstaat met (inter)­

energietransitie. Aansluiten op het

daarin een concretere invulling op gebieds­

nationale m ­ ultimodale netwerken voor

natuurlijk systeem is gunstig voor

niveau. We dagen onze b ­ edrijven ook uit om

­personen- en ­goederenvervoer.

bodem, water, natuur en landschap.

24

Terug naar inhoudsopgave

In het landelijk gebied vinden meer ver­ schillende vormen van landbouw plaats, hoog­productieve duurzame landbouw zal in s­ ommige gebieden waarschijnlijk afnemen. Door het inbreiden van steden ontstaat er mogelijk meer milieuhinder, door bijvoorbeeld toename van geluid. Daar staat tegenover dat door de toevoe­ ging van groen (waaronder bomen) in het bebouwd gebied, de biodiversiteit wordt vergroot en de hitte wordt verminderd. Het ruimtebeslag door autoverkeer zal ­afnemen, door de inzet op g ­ ezonde ­mobiliteit (lopen en fietsen), al dan niet in combinatie met het regionale OV-systeem. Dit regionale OV-systeem is bovendien gunstig voor de verkeersveiligheid en ­bereikbaarheid. Groen in de directe ­nabijheid biedt een impuls tot gezond ­bewegen. Er is bij de inrichting slim gekeken naar de combinatie van natuur en t­ echniek. De clustering van b ­ edrijvigheid zal een p ­ ositieve impuls aan de economie. Al met al zal de uitvoering van de a ­ mbities leiden tot een provincie waarin men goed,

Door de eeuwen heen is Overijssel flink veranderd door bijvoorbeeld stormen en overstromingen, nieuwe technieken en inzichten of veranderende normen en waarden.

prettig en g ­ ezond kan wonen, w ­ erken

Zo ligt de voormalige Zuiderzeedijk door de aanleg van de Noordoostpolder tegenwoordig als een kronkelende aal op het droge. En ook nu staan we weer voor flinke

en leven.

transities die ons landschap zullen veranderen, maar waar inwoners nog steeds goed, prettig en gezond kunnen wonen, werken en leven. (Foto: provincie Overijssel)

25

Terug naar inhoudsopgave

Overijssel voor elkaar!

26

Terug naar inhoudsopgave

6. WAAR - hier realiseren we onze ambities in Overijssel De uitwerking van onze ambities is niet overal in onze provincie hetzelfde. Dit hangt af van de lokale omstandigheden, zoals ­bijvoorbeeld het bodem- en watersysteem. Ook de DUS-regio’s en de bestaande net­ werken (eveneens leidende principes) spelen een grote rol bij de vraag waar ontwikkelin­ gen kunnen plaatsvinden. Hieronder is in eerste instantie met opgave (thematisch) beschreven waar we welke ontwikkelingen voor ons zien. Vervolgens is per regio een per­spectief beschreven. Deze gebieds­ perspectieven geven een beeld van hoe Overijssel in dat gebied er zou komen te zien. In samenwerking met p ­ artners zullen deze perspectieven verder u ­ itgewerkt worden tot een visie en beleid. De kaart geeft onze visie op de toekomst van Overijssel. De visiekaart is opgebouwd uit de verschillende themakaarten.

“ We mogen wel wat meer trots zijn. Het is hier allemachtig mooi!” Cultuur verbindt: Bloemencorso Sint Jansklooster, een provinciaal beeldbepalend evenement van immaterieel erfgoed dat veel vrijwilligers trekt en een groot publiek raakt. (Foto: provincie Overijssel)

27

Terug naar inhoudsopgave

Klimaat

28

Terug naar inhoudsopgave

6.1 Klimaatadaptatie, -mitigatie en energietransitie

Hier kunnen f­ uncties die veel water vragen een plek krijgen. • De IJssel, Vecht en Delta. Voor de Vecht en

Klimaatadaptatie en water

het Zwartewater kan Overijssel de e ­ xtreme

Om in te spelen op de grote klimaatopgave

­waterstanden als gevolg va de afvoer a ­ fvlakken

­gebruiken we het bodem- en watersysteem als

dankzij beleid vanaf de bron tot aan de

sturend uitgangspunt. Door dit leidende p ­ rincipe

­monding in samenwerking met Duitsland.

ontstaat een verdeling van Overijssel in vier

Voor de waterstanden in de IJssel, en IJssel­delta

typen gebieden. Voor al deze gebieden geldt

en meren is Overijssel mede afhankelijk van

een ­verschillende opgave en verschillende (on)

nationaal en inter­nationaal rivier­management

mogelijk­heden voor functies:

(Rijncommissie). Maar alle wateren hebben

• De hogere zandgronden, waar nauwelijks

een hoge e ­ cologische kwaliteit. Deze gebieden

­wateraanvoer mogelijk is. Deze gronden

zijn daarmee g ­ eschikt voor bijvoorbeeld het

­moeten in het voorjaar het water langer vast

­ontwikkelen van natuur.

kunnen houden, als een spons, zodat dit w ­ ater in de (drogere) zomerperiode b ­ eschikbaar

• De Veenweidegebieden. Hier wordt geprobeerd de bodemdaling te beperken en de uitstoot

is. Daarmee moeten ze grote regenbuien

van broeikasgassen te verminderen door

beter kunnen verwerken en v­ asthouden voor

verhoogde (grond)-waterstanden. Met dit als

bijvoorbeeld de boeren of de natuur. Deze

ontwikkel­richting wordt er voor deze gebieden

­gebieden zijn niet geschikt voor functies die

naar mogelijkheden gezocht die zoveel mogelijk

veel water gebruiken, omdat dan het aanbod van water in het gebied te snel op zal raken. • Zandgronden met wateraanvoer. Door zorg­

kansen bieden voor mens en natuur. Op de kaart is dit onderscheid globaal in beeld gebracht.

vuldig om te gaan met het aangevoerde water

29

kan het gebied het hele jaar door b ­ eschikbaar

Om dit te realiseren werken we met anti­

zijn voor de hier aanwezige f­ uncties. Mocht het

verdrogingsmaatregelen, waterveiligheids- en

Het Twentse Landgoed Het Lankheet is vooral bekend om zijn vloeiweiden. Sinds de

grondwaterpeil alsnog te laag worden, dan is

water­overlastmaatregelen, het remmen en ophef­

14e eeuw worden de hooilanden met een vernuftig watersysteem bevloeid. Nu worden

aanvulling mogelijk vanuit de IJssel en de Vecht

fen van steeds grotere verschillen in w ­ aterpeilen

deze vloeiweiden weer gebruikt om de droogte te bestrijden en het water langer vast te

indien v ­ oldoende r­ ivierwater beschikbaar is.

en door de ruimte klimaatrobuust in te richten.

houden. (Foto: Landgoed Het Lankheet)

Terug naar inhoudsopgave

Energie

30

Terug naar inhoudsopgave

Daarnaast is de ambitie om te zorgen voor grond-

Bijvoorbeeld met:

­binnen de v­ oorkeursgebieden voor groot­

en oppervlaktewater met een goede e ­ cologische

• De aanleg van de groenblauwe aders.

schalige clustering naar een optimale invulling

en chemische k ­ waliteit. Dit doen we door de

• Overgangsgebieden rondom of tussen

van het gebied. Dit houdt in dat p ­ rojecten die

belasting van het grond- en oppervlaktewater

­natuurgebieden.

kleiner zijn dan de ruimtelijke p ­ otentie zo vorm­

met mest­stoffen, gewasbeschermings­middelen

• Stedelijke uitloopgebieden.

gegeven worden dat toekomstige projecten niet

en stedelijk water / effluent waterzuivering te

• Bossen met een specifieke functie, zoals

belemmerd worden. Onder voorwaarden willen

beperken door maat­regelen in de landbouw, bij

een voedselbos of een windbos.

water­zuiveringen en met gericht peilbeheer.

we voortaan de bouw van windmolens ook toestaan in het Natuur Netwerk Nederland en

Hoeveel en hoe we in Overijssel duurzame

de Nationale Landschappen. De mogelijkheden

Klimaatmitigatie en energietransitie

­energie willen opwekken, staat beschreven in

voor wind­molens maken we hier gelijk aan de

Naast het inspelen op een veranderend klimaat,

de Regionale Energie Strategie. De energie­

mogelijkheden voor andere ont­wikkelingen in

moeten we ook proberen zoveel mogelijk te

projecten worden zoveel mogelijk gecombi­neerd

deze gebieden. Hierbij g ­ eldende nu al b ­ estaande

voorkomen dat het klimaat verandert. Dat doen

met klimaatopgaven (bijvoorbeeld windbossen)

randvoorwaarden met betrekking tot ruimte­

we onder andere minder broeikasgassen uit te

of andere opgaven (agroforesty, voedsel­bossen,

lijke kwaliteit en b ­ eoordeling van ecologische,

stoten en meer groene energie op te wekken.

groenblauwe dooradering, etc.). Voor het be­

­landschappelijke en economische aspecten

palen waar we het opwekken van wind­energie

(trede 2 en 3).

We willen de uitstoot van broeikasgassen

en z­ onne-energie (op dak en op land) willen

­verminderen en de bodemdaling in het

­toestaan, maken we gebruik van een windladder

Concreet betekent dat als het gaat om het

veenweide­gebied beperken door delen van

en een zonneladder.

­Nationaal Landschap: we zeggen niet meer

het gebied te vernatten. Ook leggen we bos

‘nee’ maar ‘ja, mits’. Dat noemen we trede 4 op

en landschapselementen aan om CO2 vast te

Windladder: Onze eerste voorkeur gaat uit naar

de wind­ladder. Daarnaast, als het gaat om het

houden. De aanleg van bossen kunnen we

grootschalige opwekking van windenergie op

­Nationaal Natuurnetwerk (NNN) zeggen we niet

­combineren met andere doelstellingen, bijvoor­

weloverwogen plekken, passend in het land­

meer ‘nee’ maar ‘nee, tenzij’. Dit noemen we

beeld op plaatsen waar aanpassingen nodig zijn

schap en nabij de gebruikers en het b ­ estaande

trede 5 op de windladder. Windmolens in deze

vanwege klimaat­verandering of als onderdeel

netwerk (trede 1 en 2). Op trede drie van de

gebieden willen we niet, tenzij er sprake is van

van de overgang naar kringlooplandbouw. Dat

windladder zien we op een aantal locaties

zwaarwegende belangen en het echt n ­ ergens

noemen we de ‘bossenstrategie’ waarmee we

­mogelijkheden voor kleinere groepen wind­

anders kan. Bovendien mogen er geen tot weinig

op vier v­ erschillende manieren de aanleg van

molens. Om te zorgen dat gebieden ruimtelijk

nadelige gevolgen zijn voor de natuur, en als die

bos ­kunnen combineren.

gezien optimaal worden benut streven we

er wel zijn moeten ze ­gecompenseerd worden.

31

Terug naar inhoudsopgave

Landbouw

32

Terug naar inhoudsopgave

De Zonneladder (voor het bouwen van velden

de locaties nader uitgewerkt. In de omgevings­

kunnen worden naar woningen. Dit wordt

met zonnepanelen) passen we niet in de hele

visie zal de uitkomst van het RES-proces w ­ orden

verderop toegelicht.

provincie op dezelfde manier toe, we kijken

­opgenomen. Dat betekent dat de locaties op

• Gebieden met natuurinclusieve landbouw die

per gebied wat kan. De reden hiervoor is dat een

deze kaart nog kunnen veranderen. Naast

bijdragen aan maatschappelijke gebieds­

steeds kleiner deel van de provincie geschikt zal

­gebieden voor windenergie zijn op de kaart

doelen, waaronder overgangsgebieden

zijn voor reguliere landbouw en wij die gronden

ook de locaties voor zon op dak en de 380 kV

tussen en rondom natuurgebieden. Hier

beschikbaar willen houden voor de landbouw.

­verbindingen aangegeven.

zien we mogelijk­heden voor boeren die

Het toestaan van zonnevelden in die gebieden zal leiden tot nog minder geschikte grond, en

hun bedrijfsvoering afstemmen op de

Landbouw en natuur

dichtbij gelegen kwetsbare gebieden, zoals

dat ­vinden we niet wenselijk.

6.2

Op andere plekken, zoals overgangsgebieden,

Verschillende typen landbouwgebieden

win­gebieden. Hier zien wij mogelijk­heden

kunnen de zonne­velden juist worden ingezet als

Door rekening te houden met het bodem- en

voor het combineren van p ­ assende voedsel­

onderdeel van een landbouwbedrijf. Bij de keuze

watersysteem, zien we drie verschillende typen

productie en werk­zaam­heden die nodig zijn

voor de bouw van zonnevelden of windmolens

gebieden voor de landbouw ontstaan:

voor het halen van n ­ atuurdoelen, onder­

houden we rekening met de kwaliteit van het

• Gebieden die geschikt blijven voor grond­

houden van het landschap of meehelpen

gebied, het water- en bodemsysteem en met

gebonden duurzame hoogproductieve

om in te spelen op v­ eranderend klimaat,

economische functies. Daarbij is ook van belang

­landbouw. In Overijssel is dat vooral de

maar ook voor b ­ ijvoorbeeld het opvangen

wat omwonenden vinden en wat de impact van

­melkveehouderij. Deze gebieden zijn juist

de locaties van zonnepanelen en windmolens is

­vanwege de grond en de wateromstandig­

van CO2 in b ­ ossen en hout­wallen of het

op het energienetwerk. Verdere afspraken over

heden ook op lange termijn geschikt voor

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Raalte&id=a24d9ea8-69e4-484c-9bb1-18f3ed695ed4