Bijlage 2 ruimtelijke onderbouwing zonnepark
Tekst van het document
nl_rapport.docx 20161201
18 (20)
Aanbevelingen voor een ecologische meerwaarde Plas De oevers zijn in de huidige situatie op de meeste plaatsen kaal. Tot circa 4 m uit de kant is het water ondiep. Door in deze zone te zorgen voor voldoende beschutting met planten en een wat variërende diepte wordt het aantrekkelijker voor flora en fauna. Voor de aanleg van de panelen geldt dat deze ondiepe zone plus een aantal meters tot voorbij de overgang naar het diepe deel vrijgehouden moeten worden. De bosstrook rondom de plas is op een aantal plaatsen sterk verruigd en overwoekerd door braam. Hoewel braamstruiken wel een functie hebben (voedsel, schuilplaats en verpoppen rups oranjetipje) zorgt overwoekering voor eenzijdig leefgebied. Door enig beheer toe te passen wordt het leefgebied meer divers en geschikter voor meer soorten. De biodiversiteit kan zo worden vergroot. Stort Op het stort staat momenteel tot aan de omringende bomenstroken mais. Als in de nieuwe situatie met het zonnepark een strook tussen de bomen en de panelen wordt vrijgehouden, levert dit een ecologische meerwaarde op. Een deel van deze ruimte kan bijvoorbeeld ingezaaid worden met een bloemrijk kruidenmengsel. Ook het niet meer bemesten van de percelen, zal na enige tijd leiden tot een meer diverse flora en fauna. De bomen rond de twee zuidelijke percelen vallen onder NNN.
Door de aansluiting met bomenrijen in de omgeving zijn de bomen geschikt als vliegroute en foerageergebied voor vleermuizen. Ook zijn de bomen geschikt voor nesten van roofvogels. Langs een deel van de oostzijde loopt een sloot met veel kikkers. Door enig beheer op de grens tussen sloot en bomenstrook toe te passen kan de ecologische functie van de sloot worden verbeterd.
nl_rapport.docx 20161201
19 (20)
6 · · ·
Bronnenlijst Juli 2020: Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF); Juli 2020: https://www.verspreidingsatlas.nl/; Juli 2020: https://www.synbiosis.alterra.nl.
nl_rapport.docx 20161201
20 (20)
Bijlage 3
Samenvatting watertoets
datum 4-11-2020 dossiercode 20201104-59-24691 Samenvatting van de watertoets In dit document vindt u een overzicht van de door u ingevoerde gegevens op www.dewatertoets.nl. De aanvraag is uitgevoerd op een ruimtelijke ontwikkeling in het beheergebied van het waterschap Drents Overijsselse Delta. Voor algemene informatie over het proces van de watertoets kunt u ook terecht op onze website www.wdodelta.nl. Mocht u specifieke vragen hebben naar aanleiding van uw aanvraag dan kunt u ons bereiken via telefoonnummer 088 - 2331200. U kunt ook een email sturen naar info@wdodelta.nl. Vermeld in de mail om welk plan het gaat. Uit deze toets volgt de normale procedure. U heeft hierover in een afzonderlijk document informatie ontvangen. Hieronder vindt u puntsgewijs een overzicht van de door u ingevulde gegevens.
Plangegevens Drijvend Zonnepark REKO-plas Oude Twentseweg: "Realisatie drijvende Zonnepanelen op de REKO-plas. Dit betreft een initiatiefase van het project. Langs de noordzijde ligt een primaire watergang. Daar vinden geen aanpassingen plaats. Mogelijk vindt er onderhoud aan de opgaande beplanting en onderbegroeiing plaats binnen de keurzone van de watergang." Ligging plan: Oude Twentseweg t.h.v. huisnummer 40 8105 RG Luttenberg Uw gegevens: R.L. Visser Sweco Nederland BV remco.visser@sweco.nl Zuiderzeelaan 53 8017 JV Zwolle Gegevens gemeente: Raalte Maaike van de Veen 0572 347 799 maaike.vander.veen@raalte.nl
Samenvatting resultaat Kaartlagen: Heeft u een beperkingsgebied geraakt? ja Welke gemeente omvat het grootste deel van het door u getekende plangebied? Raalte Vragen:
Gaat het om een ruimtelijk plan dat uitsluitend een functiewijziging van bestaande bebouwing inhoudt? nee Is er sprake van een uitbreiding van de lozing van huishoudelijk afvalwater in het landelijk gebied groter dan 9 vervuilingseenheden (ve) of in het stedelijk gebied van 30 ve? nee Is er in of rondom het plangebied sprake van wateroverlast of grondwateroverlast? nee Neemt in het plan het verharde oppervlak van bebouwing en bestrating toe met meer dan 1500m2? nee Maakt het plan deel uit van een groter plan dat in ontwikkeling is? nee Worden er op bedrijfsmatige wijze activiteiten verricht waardoor het verharde oppervlak verontreinigd raakt? nee Heeft het plan een permanente waterpeilverandering tot gevolg? nee
Aanvullende vragen ten behoeve van de normale procedure In het plan wordt het afvalwater en het hemelwater behandeld via (de gekozen optie wordt hieronder bevestigd met ja): een gemengd stelsel een gescheiden stelsel: hemelwater wordt geinfiltreerd een gescheiden stelsel: hemelwater wordt afgevoerd naar oppervlaktewater ja een gescheiden stelsel: hemelwater wordt afgevoerd naar een hemelwaterriool het afvalwater wordt aangesloten op een IBA. het afvalwater wordt afgevoerd via drukriolering Wat is de toename of afname van het verharde oppervlak in m2? Zeer gering alleen ter plaatse van trafo gebouwtje ca. 200 m2 (inschatting). Er wordt geen afvalwater geproduceerd binnen dit project Worden er materialen gebruikt waardoor het afstromende hemelwater verontreinigd kan raken? nee Vindt er een lozing plaats in oppervlaktewater? nee Vindt er een tijdelijke of permanente onttrekking van grondwater plaats? nee
Verklaring Dit document is een automatisch gegeneerd bestand op basis van de door u ingevulde gegevens. U bent akkoord gegaan met de door u ingevulde gegevens en u heeft verklaard alles naar waarheid te hebben ingevuld. www.dewatertoets.nl
Bijlage 4
AERIUS berekening
Notitie Onderwerp: Stikstofdepositie aanleg zonneparken REKO Raalte Projectnummer: 373791 Referentienummer: SWNL0269204 Datum: 23-11-2020
1
Inleiding
Sweco Nederland heeft van Sunrock Investments B.V. opdracht gekregen voor de realisatie van een drijvend en een landgebonden zonnepark op de zandwinning REKO in Raalte. In figuur 1-1 is de ligging van de locatie weergegeven. Om dit te kunnen realiseren wordt een omgevingsvergunning aangevraagd. Voor deze omgevingsvergunning zijn diverse milieuonderzoeken nodig. In deze notitie is het onderzoek stikstofdepositie beschreven. Hierbij is in het kader van de wet- en regelgeving voor natuur nagegaan of er vanuit deze wet- en regelgeving mogelijke belemmeringen zijn voor de realisatie van de planontwikkeling. Als onderdeel hiervan dienen de effecten van het plan op de stikstofdepositie in stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden inzichtelijk te worden gemaakt. Daarbij dient te worden nagegaan of als gevolg van het plan significante negatieve effecten optreden in 1) stikstofgevoelige habitattypen en/of 2) stikstofgevoelige leefgebieden. In deze notitie zijn de uitgangspunten en resultaten vastgelegd van de berekeningen van de stikstofdepositie als gevolg van de realisatie van de voorgenomen planontwikkeling.
Figuur 1-1 Ligging locatie zonneparken bij de REKO-plas, inclusief de dichtstbijzijnde Natura 2000gebieden (groen) en de stikstofgevoelige habitattypen en leefgebieden (paars) Sweco De Holle Bilt 22 3732 HM De Bilt Postbus 203 3730 AE De Bilt
T +31 88 811 66 00 www.sweco.nl
Sweco Nederland B.V. Handelsregister 30129769 Statutair gevestigd te De Bilt
Philo Jones Adviseur M +31 6 10 11 48 22 1 (7)
2
Wettelijk kader
Met de Wet natuurbescherming (Wnb) worden soorten en habitattypen in Natura 2000-gebieden beschermd waarvoor instandhoudingsdoelen zijn geformuleerd. Hieruit volgt dat een project of plan niet mag leiden tot negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen. In veel Natura 2000-gebieden is door een overbelasting van de depositie van stikstof (in de vorm van stikstofoxiden en ammoniak) een probleem met de realisatie van de instandhoudings-doelstellingen van habitattypen en leefgebieden. Nieuwe ontwikkelingen die een toename van de stikstofdepositie tot gevolg hebben kunnen hierdoor negatieve gevolgen hebben voor de instandhoudingsdoelstellingen. Effecten van een plan of een project op de stikstofdepositie kunnen ontstaan tijdens de realisatiefase en/of gebruiksfase van de ontwikkeling. Met het rekenmodel AERIUS Calculator kan de stikstofdepositie (in mol N/ha/jaar) op stikstofgevoelige natuurwaarden in Natura 2000-gebieden ten gevolge van de planontwikkeling worden berekend. Voor het berekenen van de stikstofdepositie worden in het rekenmodel de emissies van stikstof in de verschillende situaties ingevoerd. Het rekenmodel berekent vervolgens de verspreiding van deze stikstofemissies en de stikstofdepositie binnen Natura 2000-gebieden op beschermde stikstofgevoelige habitattypen en stikstofgevoelige leefgebieden van beschermde soorten.
2.1 Beoordeling stikstofdepositie projecten Indien uit de berekeningen blijkt dat er geen sprake is van een toename van de stikstofdepositie (kleiner dan of gelijk aan 0,00 mol N/ha/jaar) dan is er voor het onderdeel stikstofdepositie geen vergunningplicht Wet natuurbescherming. Indien uit de AERIUSberekening blijkt dat er sprake is van een toename van de stikstofdepositie (groter dan 0,00 mol N/ha/jaar), dan is er meestal wel een vergunningplicht Wet natuurbescherming. Alleen indien verslechtering van habitattypen of leefgebieden van soorten volledig uitgesloten kan worden in een ecologische beoordeling, ondanks een toename van de depositie, is er geen vergunningplicht. Een Wnb-vergunning kan in de volgende situaties worden verleend: · na intern salderen is de toename van de stikstofdepositie ≤ 0,00 mol N/ha/jaar. · uit een ecologische beoordeling blijkt dat significante negatieve effecten in de betreffende Natura 2000-gebieden zijn uitgesloten. · in het stikstofregistratiesysteem is voldoende depositieruimte beschikbaar om de effecten van het project te salderen1; · uit een passende beoordeling, eventueel inclusief extern salderen, blijkt dat er geen risico’s zijn voor het behalen van de instandhoudingsdoelstellingen van de betreffende Natura 2000-gebieden. · na het succesvol doorlopen van de ADC-toets2.
Indien uit de AERIUS-berekening blijkt dat er sprake is van een toename van de stikstofdepositie (groter dan 0,00 mol N/ha/jaar) en niet aan één van bovenstaande beschreven situaties is voldaan, kan geen vergunning Wet natuurbescherming worden verleend.
1
Met het stikstofregistratiesysteem is depositieruimte gecreëerd door maatregelen die de stikstofdepositie verminderen. Een deel van deze depositieruimte kan worden ingezet voor het verlenen van een Wnb-vergunning. Voorlopig is het stikstofregistratiesysteem alleen beschikbaar voor woningbouwprojecten en een beperkt aantal infrastructurele projecten. 2 Dit is een onderzoek waaruit naar voren komt dat er geen Alternatieven zijn voor het project, er Dwingende redenen van groot openbaar belang zijn en waarbij Compensatie van natuurwaarden in Natura 2000-gebieden plaatsvindt.
2 (7
2.2 Kleine, tijdelijke toename stikstofdepositie tijdens realisatiefase Voor projecten met een geringe tijdelijke toename van de stikstofdepositie kleiner dan of gelijk aan 0,05 mol N/ha/jaar over een periode van 2 jaar in de realisatiefase (of een equivalent daarvan) is er een redeneerlijn dat negatieve gevolgen op stikstofgevoelige habitattypen en leefgebieden op voorhand kunnen worden uitgesloten. De bovenstaande redeneerlijn heeft betrekking op mobiele werktuigen en ander materieel, die tijdelijk stikstofemissies veroorzaken. Dit materieel wordt, verspreid over Nederland, telkens opnieuw ingezet voor verschillende projecten. De emissies van dit materieel vormen daardoor bestaande emissiebronnen die al sinds de aanwijzing van de Natura 2000gebieden onderdeel uitmaken van de bestaande achtergronddepositie. Dit materieel veroorzaakt, ten opzichte van de totale achtergronddepositie, een minieme deken die, voor wat betreft de ruimtelijke verdeling, vrijwel constant is. De emissie veroorzaakt door dit materieel is bovendien in de loop van de tijd steeds lager geworden door het schoner worden van motoren en het toepassen van emissie reducerende technieken. Het inzetten van dit materieel op een nieuwe locatie kan op zichzelf tot een lokale tijdelijke depositieverhoging leiden.
Een dergelijke beperkte toename kan echter nooit van invloed zijn op de omvang en ruimtelijke verdeling van de totale depositiedeken als gevolg van de jaarlijkse inzet van het zich al in Nederland bevindende materieel. Daarmee kan een tijdelijke inzet van materieel, ook in combinatie met andere nog niet, of slechts ten dele uitgevoerde, maar al wel vergunde initiatieven, geen negatieve gevolgen hebben voor het behalen van de instandhoudingsdoelstellingen van stikstofgevoelige habitattypen of leefgebieden van Natura 2000-gebieden. Bovenstaande redeneerlijn is nog niet getoetst door de rechter, waardoor er een juridische onzekerheid is of deze lijn standhoudt in de rechtszaal bij een eventueel handhavingstraject. Echter, er wordt op basis van bovenstaande redeneerlijn inmiddels in de praktijk door veel bevoegde gezagen, waaronder het ministerie van LNV, I&M en verschillende provincies, een Wnb-vergunning voor projecten met een dergelijke geringe tijdelijke toename niet nodig geacht. Zij geven een positieve afwijzing bij een vergunningaanvraag.
3 (7
3
Effecten planontwikkeling
Als gevolg van de aanleg van 2 zonneparken ontstaan emissies van stikstof (NOx en NH3) tijdens de werkzaamheden in de realisatiefase en/of gebruiksfase van het plan. Beide fases zijn onderzocht. 3.1 Projectomschrijving Het voornemen is om in 2021 de werkzaamheden voor het realiseren van de zonneparken aan te vangen. De precieze fasering van dit project is op dit moment nog niet bekend. Aangezien de emissies tijdens de aanleg naar verwachting lager worden, door verschoning van het wagen- en materieelpark, is als worst case uitgangspunt aangenomen dat beide zonneparken in 2021 worden gerealiseerd. 3.2 Realisatiefase Tijdens de realisatiefase worden mobiele werktuigen ingezet voor de bouwwerkzaamheden en zijn er transportbewegingen voor de aan- en afvoer van materieel en materialen en voor het personeel dat de bouwwerkzaamheden uitvoert. Voor de verwachte werkzaamheden is een inschatting gemaakt van de totale inzet van de mobiele werktuigen en het verkeer. 3.2.1 Emissies mobiele werktuigen De emissies NOx en NH3 van de mobiele werktuigen zijn bepaald op basis van de emissiefactoren (g/kWh) behorende bij het type en stage-klasse van materieel dat wordt ingezet, het totaal geïnstalleerde vermogen (kW) van het materieel, het belastingpercentage van het totaal geïnstalleerde vermogen, de cilinderinhoud en de duur (uur) van inzet en het stationair draaien3.
In tabel 3-1 zijn de gehanteerde uitgangspunten en de berekende emissies van de mobiele werktuigen weergegeven. In het rekenmodel zijn de emissies ingevoerd als een vlakbron. Er is rekening gehouden met 30% stationair draaien. Tabel 3-1
Gehanteerde uitgangspunten inzet mobiele werktuigen
Mobiel werktuig
Motorvermogen [kW]
Stage klasse
Belasting [%]
Brandstofverbruik [l]
Emissie NOx Totaal [kg]
Emissie NH3 Totaal [kg]
Drijvend Generator
20
Stage III
34%
5200
123,30
0,04
Manitou
74,5
Stage IV
84%
9685
38,21
0,09
Crane
260
Euro 6
61%
2600
10,98
0,02
Cable digger
8,2
pre Stage I
84%
102,5
3,37
0,00 0,06
Forklift
55
Stage IV
74%
7150
87,13
Bobcat Totaal
49,2
Stage IV
55%
9594
119,36
0,08
382,35
0,29
3
De emissies zijn berekend volgens de Instructie gegevensinvoer AERIUS Calculator van BIJ12, versie 1.0, oktober 2020. Draaiuren, motorvermogen en belasting van het vermogen volgens opgaaf van opdrachtgever.
4 (7
Mobiel werktuig
Grondgebonden Generator Pile driver Manitou Crane Cable digger Forklift Bobcat
Motorvermogen [kW]
Stage klasse
Belastin g [%]
Brandstof -verbruik (l)
Emissie NOx Totaal [kg]
Emissie NH3 Totaal [kg]
20 40 74,5 260 8,2 55 49,2
Stage III Stage IV Stage IV Stage IV pre Stage I Stage IV Stage IV
34% 69% 84% 61% 84% 74% 55%
3000 4800 5587,5 2600 384,375 4125 11070
71,14 55,35 20,45 10,98 12,63 50,27 137,72 358,53
0,02 0,04 0,05 0,02 0,00 0,03 0,09 0,26
3.2.2 Emissies wegverkeer De emissies van het wegverkeer worden door het rekenprogramma bepaald op basis van de emissiefactoren (g/km), behorende bij het snelheidsprofiel van de verschillende typen voertuigen, het aantal vervoersbewegingen per type voertuig en de lengte van de afgelegde weg per vervoersbeweging. Tijdens de aanlegfase zijn er enkel transportbewegingen ten behoeve van de aan- en afvoer van het materiaal en materieel en van het personeel dat wordt ingezet. Uitgangspunt is dat het wegverkeer voor het drijvende zonnepark van en naar het plangebied rijdt via de Oude Twentseweg en de Zennepweg respectievelijk de Achterkampweg, waar het bij de aansluiting met de Ommerweg opgaat in het heersende verkeersbeeld. Dit traject bevindt zich buiten de bebouwde kom en daarom is het snelheidsprofiel ‘Buitenwegen’ aangehouden in het rekenmodel. Voor het landgebonden zonnepark van en naar het plangebied rijdt via de Hogebroeksweg, Wolthaartsdijk OZ en Crismansweg, waar het bij de aansluiting met de Ommerweg opgaat in het heersende verkeersbeeld. Dit traject bevindt zich buiten de bebouwde kom en daarom is het snelheidsprofiel ‘Buitenwegen’ aangehouden in het rekenmodel. Door de opdrachtgever zijn per transportklasse de vervoersbewegingen voor het project aangeleverd. In Tabel 3-2 zijn per transportklasse de bijbehorende vervoersbewegingen weergegeven.
De emissies van het wegverkeer worden door het rekenprogramma automatisch bepaald op basis van de ingevoerde parameters. Tabel 3-2
Gehanteerde vervoersbewegingen
Transportklasse
Aantal vervoersbewegingen gedurende de realisatiefase
Drijvend Licht verkeer Vrachtverkeer
2.184 432
Grondgebonden Licht verkeer Vrachtverkeer
1.080 126
5 (7
3.2.1 Projecteffect realisatiefase Voor de realisatiefase is het projecteffect berekend. Dit is de maximale toename van de stikstofdepositie in de omliggende Natura 2000-gebieden als gevolg van het plan. De berekeningen van de stikstofdepositie zijn uitgevoerd voor het jaar 2021. Dit is het jaar van de start van de werkzaamheden en het maatgevende jaar. De berekeningen zijn uitgevoerd met AERIUS Calculator 2020. Het resultaatbestand 4 (.pdf) van AERIUS Calculator voor de realisatiefase is los meegeleverd met deze notitie en tevens opgenomen in Bijlage 1. Het maximale projecteffect in de realisatiefase is 0,04 mol N/ha/jaar voor het Natura 2000gebied Vecht- en Beneden-Reggegebied. Tabel 3-3
Maximale tijdelijke depositietoename op Natura 2000-gebieden tijdens de realisatiefase.
Natura 2000-gebied Vecht- en Beneden-Reggegebied Boetelerveld Sallandse Heuvelrug Wierdense Veld
Maximale depositietoename (mol N/ha/jaar) 0,04 0,02 0,01 0,01
3.3 Gebruiksfase De realisatie van zonneparken gaat niet gepaard met extra emissies van stikstofoxiden of ammoniak in de gebruiksfase.
4
Conclusie
Gedurende de gehele realisatiefase van het project bedraagt de totale toename van de stikstofdepositie maximaal 0,04 mol/ha. In de gebruiksfase zijn er geen effecten op de stikstofdepositie. Op basis van de redeneerlijn zoals beschreven in paragraaf 2.2 kunnen bij een tijdelijke cumulatieve toename van de stikstofdepositie van maximaal 0,10 mol/ha gedurende de realisatiefase negatieve gevolgen voor het behalen van de instandhoudingsdoelstellingen van stikstofgevoelige habitattypen of leefgebieden van Natura 2000-gebieden worden uitgesloten. De totale maximale toename van de stikstofdepositie tijdens de realisatiefase van dit project is kleiner dan 0,10 mol/ha. Op basis hiervan kan geconcludeerd worden dat ecologisch meetbare effecten en significante gevolgen door de realisatie van het project op voorhand zijn uit te sluiten en dat voor de geplande activiteiten voor het onderdeel stikstofdepositie geen vergunning Wet natuurbescherming nodig is, ongeacht de fasering van de aanleg van de zonneparken. Voorwaarde is wel dat de uitvoering van het project voldoet aan de gestelde randvoorwaarden.
4
REKO_aanleg_2021_AERIUS_bijlage_20201123081632_RTTgSkuLCruM.pdf
6 (7
Verantwoording Titel
Stikstofdepositie aanleg zonneparken REKO Raalte
Projectnummer
373791
Referentienummer
SWNL0269204
Revisie
D01
Datum
23-11-2020
Auteur
Philo Jones
E-mailadres
philo.jones@sweco.nl
Gecontroleerd door
Bert Dekker
Paraaf gecontroleerd
Goedgekeurd door
Rob Cornelis
Paraaf goedgekeurd Klik of tik om tekst i n te voeren.
7 (7
Bijlage 1
Resultaat berekening aanleg AERIUS Calculator
Dit document bevat rekenresultaten van AERIUS Calculator. Het betreft de hoogst berekende stikstofbijdragen per stikstofgevoelig Natura 2000-gebied, op basis van rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant. De berekening op basis van stikstofemissies gaat uit van de componenten ammoniak (NH3) en/of stikstofoxide (NOx). Wilt u verder rekenen of gegevens wijzigen? Importeer de pdf dan in Calculator. Voor meer toelichting verwijzen wij u naar de website www.aerius.nl.
Berekening Realisatie Kenmerken Samenvatting emissies Depositieresultaten Gedetailleerde emissiegegevens
Verdere toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via: https://www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers. RTTgSkuLCruM (23 november 2020) pagina 1/10
Resultaten
Contact
Activiteit
Rechtspersoon
Inrichtingslocatie
Sunrock Investments B.V.
., . Raalte
Omschrijving
AERIUS kenmerk
REKO Raalte
RTTgSkuLCruM
Datum berekening
Rekenjaar
Rekenconfiguratie
23 november 2020, 08:16
2021
Berekend voor natuurgebieden
Totale emissie
Resultaten Hectare met hoogste bijdrage (mol/ha/j)
Toelichting
Resultaten
Situatie 1
NOx
1.306,37 kg/j
NH3
12,88 kg/j
Natuurgebied
Bijdrage
Vecht- en Beneden-Reggegebied
0,04
Aanleg 2 zonneparken REKO-plas
Realisatie
RTTgSkuLCruM (23 november 2020) pagina 2/10
Resultaten
Locatie Realisatie
Emissie Realisatie
Bron Sector
Emissie NH3
Emissie NOx
< 1 kg/j
358,53 kg/j
6,44 kg/j
295,56 kg/j
Werkterrein drijvend Mobiele werktuigen | Bouw en Industrie
< 1 kg/j
382,35 kg/j
Aan- en afvoer Wegverkeer | Buitenwegen
< 1 kg/j
< 1 kg/j
Aan- en afvoer Wegverkeer | Buitenwegen
5,85 kg/j
268,97 kg/j
werkterrein grond Mobiele werktuigen | Bouw en Industrie
Aan- en afvoer Wegverkeer | Buitenwegen
Resultaten
Realisatie
RTTgSkuLCruM (23 november 2020) pagina 3/10
Resultaten
Resultaten stikstof gevoelige Natura 2000 gebieden (mol/ha/j)
Natuurgebied
Hoogste bijdrage
Vecht- en Beneden-Reggegebied
0,04
Boetelerveld
0,02
Sallandse Heuvelrug
0,01
Wierdense Veld
0,01
*
Resultaten
Bijdrage op (bijna) overbelaste hexagonen*
Als de hoogste depositietoename plaatsvindt op een hexagoon waar géén sprake is van een (naderende) stikstofoverbelasting, dan is de hoogste toename op een hexagoon met wel een (naderende) stikstofoverbelasting in deze kolom weergegeven.
Realisatie
RTTgSkuLCruM (23 november 2020) pagina 4/10
Resultaten
Resultaten per habitattype
Vecht- en Beneden-Reggegebied Habitattype
Hoogste bijdrage
H4030 Droge heiden
0,04
H2310 Stuifzandheiden met struikhei
0,04
H2330 Zandverstuivingen
0,04
H5130 Jeneverbesstruwelen
0,04
ZGH2330 Zandverstuivingen
0,04
H4010A Vochtige heiden (hogere zandgronden)
0,04
H7110B Actieve hoogvenen (heideveentjes)
0,03
H9120 Beuken-eikenbossen met hulst
0,02
H9190 Oude eikenbossen
0,02
H91E0C Vochtige alluviale bossen (beekbegeleidende bossen)
0,01
H7150 Pioniervegetaties met snavelbiezen
0,01
H6120 Stroomdalgraslanden
0,01
H3160 Zure vennen
0,01
ZGH9120 Beuken-eikenbossen met hulst
0,01
ZGH2310 Stuifzandheiden met struikhei
0,01
Lg02 Geïsoleerde meander en petgat
0,01
ZGH4010A Vochtige heiden (hogere zandgronden)
0,01
ZGH4030 Droge heiden
0,01
H6230vka Heischrale graslanden, vochtig kalkarm
0,01
(mol/ha/j) voor de 10 stikstofgevoelige Natura 2000gebieden met het hoogste resultaat
Resultaten
Realisatie
Bijdrage op (bijna) overbelaste hexagonen*
RTTgSkuLCruM (23 november 2020) pagina 5/10
Resultaten
Vecht- en Beneden-Reggegebied Habitattype
Hoogste bijdrage
H7140A Overgangs- en trilvenen (trilvenen)
0,01
Lg08 Nat, matig voedselrijk grasland
0,01
H9999:39 Habitattype onbekend/onzeker KDW op basis meest kritische relevante type (H7120).
0,01
ZGH91E0C Vochtige alluviale bossen (beekbegeleidende bossen)
0,01
H7120ah Herstellende hoogvenen, actief hoogveen
0,01
ZGH7120ah Herstellende hoogvenen, actief hoogveen
0,01
Bijdrage op (bijna) overbelaste hexagonen*
-
Boetelerveld
Resultaten
Habitattype
Hoogste bijdrage
H4010A Vochtige heiden (hogere zandgronden)
0,02
ZGH3130 Zwakgebufferde vennen
0,02
H7150 Pioniervegetaties met snavelbiezen
0,02
H6230 Heischrale graslanden
0,01
H6410 Blauwgraslanden
0,01
H5130 Jeneverbesstruwelen
0,01
H3130 Zwakgebufferde vennen
0,01
Realisatie
Bijdrage op (bijna) overbelaste hexagonen*
RTTgSkuLCruM (23 november 2020) pagina 6/10
Resultaten
Sallandse Heuvelrug Habitattype
Hoogste bijdrage
H6230 Heischrale graslanden
0,01
H4030 Droge heiden
0,01
H5130 Jeneverbesstruwelen
0,01
H4010A Vochtige heiden (hogere zandgronden)
0,01
H9999:42 Habitattype onbekend/onzeker KDW op basis meest kritische relevante type (H3160;H6230).
0,01
H7110B Actieve hoogvenen (heideveentjes)
0,01
Bijdrage op (bijna) overbelaste hexagonen*
Wierdense Veld Habitattype
Hoogste bijdrage
H7120ah Herstellende hoogvenen, actief hoogveen
0,01
*
Resultaten
Bijdrage op (bijna) overbelaste hexagonen*
Als de hoogste depositietoename plaatsvindt op een hexagoon waar géén sprake is van een (naderende) stikstofoverbelasting, dan is de hoogste toename op een hexagoon met wel een (naderende) stikstofoverbelasting in deze kolom weergegeven.
Realisatie
RTTgSkuLCruM (23 november 2020) pagina 7/10
Resultaten
Emissie (per bron)
werkterrein grond 217873, 492679 358,53 kg/j < 1 kg/j
Naam Locatie (X,Y)
Realisatie
NOx NH3
Voertuig
Omschrijving
Uitstoot hoogte (m)
Spreiding (m)
Warmte Stof inhoud (MW)
Emissie
AFW
Werktuigen
4,0
4,0
0,0 NOx NH3
358,53 kg/j < 1 kg/j
Aan- en afvoer 218139, 492075 295,56 kg/j 6,44 kg/j
Naam Locatie (X,Y) NOx NH3
Soort
Voertuig
Aantal voertuigen Stof
Emissie
Standaard
Licht verkeer
1.080,0 / jaar NOx NH3
< 1 kg/j < 1 kg/j
Standaard
Zwaar vrachtverkeer
126,0 / etmaal NOx NH3
295,07 kg/j 6,39 kg/j
Naam Locatie (X,Y) NOx NH3
Resultaten
Voertuig
Omschrijving
AFW
Mobiele werktuigen
Realisatie
Werkterrein drijvend 219820, 493356 382,35 kg/j < 1 kg/j
Uitstoot hoogte (m)
Spreiding (m)
Warmte Stof inhoud (MW)
Emissie
4,0
4,0
0,0 NOx NH3
382,35 kg/j < 1 kg/j
RTTgSkuLCruM (23 november 2020) pagina 8/10
Resultaten
Naam Locatie (X,Y) NOx NH3
Soort
Voertuig
Aantal voertuigen Stof
Emissie
Standaard
Licht verkeer
1.092,0 / jaar NOx NH3
< 1 kg/j < 1 kg/j
Standaard
Zwaar vrachtverkeer
216,0 / jaar NOx NH3
< 1 kg/j < 1 kg/j
Naam Locatie (X,Y) NOx NH3
Resultaten
Aan- en afvoer 219458, 493356 < 1 kg/j < 1 kg/j
Aan- en afvoer 219446, 493371 268,97 kg/j 5,85 kg/j
Soort
Voertuig
Aantal voertuigen Stof
Emissie
Standaard
Licht verkeer
1.092,0 / jaar NOx NH3
< 1 kg/j < 1 kg/j
Standaard
Zwaar vrachtverkeer
216,0 / etmaal NOx NH3
268,71 kg/j 5,82 kg/j
Realisatie
RTTgSkuLCruM (23 november 2020) pagina 9/10
Resultaten
Disclaimer
Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden.
Rekenbasis
Deze berekening is tot stand gekomen op basis van: AERIUS versie 2020_20201103_bed432f8ee Database versie 2020_20201013_1649cba239 Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/nl/factsheets/release/aerius-calculator-2020
Resultaten
Realisatie
RTTgSkuLCruM (23 november 2020) pagina 10/10
Bijlage 5
Communicatieplan en participatielogboek