CConstaterende datRaalte
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 Ruimtelijke onderbouwing (oost en west) met bijlagen

Raadsvergadering 14 maart 2024, gemeente RaalteBij agendapunt: Vaststellen Wijzigingsvergunningen zonnepark Kanaaldijk Zuid: ontwerpverklaring van geen bedenkingen (bespreekstuk)17.467 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Daarnaast wordt de groensingel aan de westzijde breder uitgevoerd, wat bijdraagt aan de inpassing van het zonnepark. Er kan worden geconcludeerd dat de beoogde wijzigingen passen in het Landschapsontwikkelingsplan.

Pagina 15 van 27

3.4.4 Het Oversticht De wijzigingen in het project zijn praktisch en ondergeschikt van aard. De uitgangspunten en de landschappelijke inpassing wijkt niet af van hetgeen in 2020 is vergund en past daarmee binnen het destijds door Het Oversticht uitgebrachte advies. De hoogte van de zonnepanelen blijft gelijk. De transformatoren zijn daarnaast lager dan in 2020 vergund en hebben om die reden landschappelijk gezien minder impact. Daarnaast wordt de groensingel aan de westzijde breder uitgevoerd, wat bijdraagt aan de inpassing van het zonnepark. Tenslotte worden vanwege strengere beveiligingseisen camera’s geplaatst. Vanuit zorgvuldigheid is het gewijzigde plan nogmaals voorgelegd aan Het Oversticht. Zij hebben positief gereageerd. Met de positieve reactie van Het Oversticht kan worden geconcludeerd dat de beoogde wijzigingen landschappelijk gezien verantwoord zijn. 3.4.5 Coalitieakkoord ‘Versterken, verbinden, vernieuwen’ In Coalitieakkoord 2022-2026 staat beschreven waar de gemeente de komende jaren op in wil zetten. Het realiseren van de Regionale Energie Strategie wordt als uitgangspunt genomen en harde afspraak. De wijzigingen in het plan zijn praktisch en ondergeschikt van aard. In het coalitieakkoord wordt niet ingegaan op het detailniveau van de wijzigingen. Er kan worden geconcludeerd dat het project daar nog steeds binnen past.

Pagina 16 van 27

4. Onderzoeken 4.1 Inleiding Samengevat wijzigt het plan op de volgende onderdelen: 1. Breedte en lengte van een rij zonnepanelen 2. Aantal rijen zonnepanelen 3. Lagere bezettingsgraad 4. Minder transformatoren en een ander formaat 5. Er hoeft géén inkoopstation meer te worden geplaatst 6. Landschappelijke inpassing aan westzijde iets breder uitgevoerd 7. Positie hekwerk 8. Positie beheerdersschuur 9. Minder onderhoudspad 10. Plaatsen camera’s t.b.v. beveiliging 11. Locatie omvormers De beoogde wijzigingen zijn praktisch en ondergeschikt van aard en veranderen niets aan de paragrafen (en onderliggende onderzoeken) uit de ruimtelijke onderbouwing die ten grondslag ligt aan de onherroepelijk omgevingsvergunningen. Dit geldt voor de onderwerpen archeologie, bedrijven en milieuzonering, bodem, cultuurhistorie, elektromagnetische straling, externe veiligheid, geluid, lichtreflectie, luchtkwaliteit, m.e.r. en verkeer en parkeren. De omgevingsvergunning blijft in overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening. Deze onderwerpen behoeven geen actualisatie.

4.2 Ecologie De wijzigingen in het plan zijn praktisch en ondergeschikt van aard. Door de aanpassingen komt de vrije ruimte (kruidenrijk grasland) meer geconcentreerd langs het struweel aan de zuidkant in plaats van midden op het zonneveld. Het kruidenrijk grasland sluit hiermee beter aan op de groensingel waarmee bijvoorbeeld insecten, vogels en kleine zoogdieren minder afstand af hoeven te leggen om van het kruidenrijk grasland naar de opgaande beplanting te bewegen. Dit is positief voor deze dieren. Het plaatsen van minder transformatoren en geen inkoopstation leidt tot minder bebouwd oppervlakte. Hierdoor kan een zij het minimale hoeveelheid, extra kruidenrijk gras groeien. Dit heeft daarmee sowieso geen negatieve en misschien minimale positieve gevolgen voor landschap en biodiversiteit. Een brede landschappelijke inpassing aan de westzijde zorgt voor minder zicht vanuit omwonenden en meer plaats voor insecten, vogels en kleine zoogdieren. Daarmee is dit positief voor de biodiversiteit.

Pagina 17 van 27

De gewijzigde positie van het hekwerk en beheerdersschuur en het plaatsen van camera’s hebben (vanwege het ontbreken van verlichting) geen (significant) effect op de biodiversiteit. Over het algemeen hebben de wijzigingen een positief effect op de ecologie in het gebied. Er kan worden geconcludeerd dat de wijzigingen bezien vanuit het aspect ecologie uitvoerbaar zijn.

4.3 Stikstof De wijzigen in het project zijn praktisch en ondergeschikt van aard. Ten behoeve van de vergunningsaanvraag van 2020 is een AERIUS-berekening uitgevoerd. Hieruit is gebleken dat het project vanuit het aspect stikstof niet leidt tot negatief significante effecten. Het wijzigingen van de breedte en lengte van een rij zonnepanelen, plaatsen van minder rijen zonnepanelen en in geringe mate herpositioneren van het hekwerk en de beheerdersschuur leidt niet tot een wijziging van de uitgangspunten. Omdat echter de rekenmethode in het AERIUS-model is gewijzigd is zekerheidshalve een nieuwe berekening gemaakt (opgenomen in bijlage 4A t/m 4E). Uit de berekeningen met Aerius-calculator blijkt voor zowel de aanlegfase als de exploitatie en de ontmanteling van het park dat er ter hoogte van kwetsbare habitattypen in de Natura 2000-gebieden geen rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/jaar zijn. Volledigheidshalve is ook een ‘worst-case’ berekening gemaakt van de aanlegfase en de exploitatiefase tezamen. Geconcludeerd kan worden dat er ook dan geen rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/jaar zijn. Daarmee staat op voorhand vast dat de activiteiten, nodig voor de realisatie, de exploitatie en de ontmanteling van het gewenste project, in deze “worst-case”-benadering, geen nadelig effect hebben op de instandhoudingsdoelstellingen van de omliggende beschermd Natura-2000 gebieden.

De stikstofdepositie ten gevolge van de activiteiten ter realisatie, exploitatie en ontmanteling van het zonnepark vormt daarmee geen belemmering voor het uitvoeren van het gewenste project. Er kan worden geconcludeerd dat de wijzigingen bezien vanuit het aspect stikstof niet in strijd zijn met de Wnb.

4.4 Water De wijzigingen in het project zijn praktisch en ondergeschikt van aard. In het gewijzigde project wordt neemt de het bedekkingsvlak aan zonnepanelen iets af. Het gegeven dat een rij zonnepanelen breder is ten aanzien van de oude situatie, heeft geen gevolgen voor de waterhuishouding. Nog steeds kan water tussen de zonnepanelen infiltreren in de bodem.

Pagina 18 van 27

Er wordt minder verharding gerealiseerd (3 in plaats van 4 transformatoren, geen inkoopstation en minder onderhoudspad). Het realiseren van een bredere landschappelijke inpassing aan de westzijde heeft geen nadelige gevolgen in het kader van het aspect water. Het in geringe mate wijzigen van de locatie van het hekwerk en de beheerdersschuur en plaatsen van enkele camera’s ten behoeve van beveiliging hebben geen nadelige gevolgen in het kader van het aspect water. Vanuit het oogpunt van zorgvuldigheid is het gewijzigde plan aan het waterschap voorgelegd. Onderstaand volgt de reactie op het gewijzigde plan: ‘Het waterschap komt tot de conclusie dat de wijzigingen 1 tot en met 9 geen gevolgen voor de verleende watervergunning (dossiernummer Z/20/03452) van 10 augustus 2020 hebben. De wijziging onder 10 uit deze paragraaf is nieuw t.o.v. van de vergunning van 10 augustus 2020 ten grondslag liggende aanvraag. Deze wijziging betreft het aanbrengen van camerapalen en de daarvoor benodigde kabeltracés. Uit de tekeningen en dwarsprofielen en een mondelinge toelichting van uw kant kom ik tot een volgende conclusie: Bij toetsing aan de concept-legger voor overige waterkeringen blijkt dat de locaties voor de camerapalen en de kabeltracés buiten het waterstaatswerk van de overige waterkering worden gerealiseerd.

Doordat de concept-legger op deze locatie geen beschermingszone kent is er voor de aanleg van deze voorzieningen geen vergunningplicht. Resumerend, de beschreven wijzigingen geven geen aanleiding tot het wijzigen van de bestaande vergunning of het aanvullend vergunnen van de nieuwe activiteiten (plaatsen camerapalen).’ Er kan worden geconcludeerd dat de wijzigingen bezien vanuit het aspect water uitvoerbaar zijn.

Pagina 19 van 27

5. Uitvoerbaarheid 5.1 Maatschappelijke uitvoerbaarheid Vooroverleg In het kader van het overleg ex artikel 3.1.1.Bro en artikel 6.18 Bor moet een projectafwijkingsbesluit aan verschillende overheidsinstanties voorgelegd worden. Hieronder volgt een korte samenvatting. Waterschap Drents Overijsselse Delta Het gewijzigde project is voorgelegd aan de waterschap Drents Overijsselse Delta. Het waterschap heeft aangegeven geen beletselen te zien ten aanzien van het gewijzigde project. Provincie Overijssel Het gewijzigde project is voorgelegd aan de provincie Overijssel. De provincie heeft aangegeven geen beletselen te zien ten aanzien van het gewijzigde project. Het Oversticht Het gewijzigde projectplan is voorgelegd aan Het Oversticht. Het Oversticht geeft een positief advies ten aanzien van het gewijzigde plan. Het advies is opgenomen in bijlage vijf. Omwonenden Aan de werkgroep en omwonenden in een straal van 1 km is een brief verzonden waarin is aangegeven dat het inrichtingsplan is gewijzigd. Het gewijzigde inrichtingsplan is op de website van PowerField geplaatst. Op basis hiervan zijn een aantal reacties binnengekomen, welke tevens zijn voorzien van een antwoord. Hiervan is een notitie gemaakt, die is opgenomen in bijlage zes. Zienswijzen De ontwerp omgevingsvergunning wordt voor de duur van zes weken voor zienswijzen ter inzage gelegd.

Na deze termijn wordt het resultaat van de terinzagelegging in deze ruimtelijke onderbouwing weergegeven.

5.2 Economische uitvoerbaarheid In het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is vastgelegd dat ruimtelijke plannen economisch uitvoerbaar moeten zijn. De gemeente Raalte had ten behoeve van de vergunning in 2020 al een ontwikkelingsovereenkomst met de aanvrager(s) gesloten, waarin is vastgelegd dat de kosten voor de procedure, de landschappelijke inpassing en eventuele kosten voor planschade volledig voor hun rekening komen. Dat geldt uiteraard ook voor de beoogde ondergeschikte wijzigingen. Het is niet nodig een exploitatieplan vast te stellen omdat het kostenverhaal met een ontwikkelingsovereenkomst is geregeld. De economische uitvoerbaarheid van deze ontwikkeling is hiermee voldoende gegarandeerd.

Pagina 20 van 27

Bijlagen

Pagina 21 van 27

Bijlage 1 – Inpassingsplan

Pagina 22 van 27

Bijlage 2 – Tekeningen transformator(en)

Pagina 23 van 27

Bijlage 3 – Dwarsprofiel camerapaal

Pagina 24 van 27

Bijlage 4 – Stikstofparagraaf en AERIUS-berekening 2023

Pagina 25 van 27

Bijlage 5 – Advies Oversticht

Pagina 26 van 27

Bijlage 6 – Notitie reacties omwonenden

Pagina 27 van 27

ZONNEVELD KANAALDIJK-ZUID HEINO LANDSCHAPPELIJK INPASSINGSPLAN 2020 met wijzigingen 2024

ZONNEVELD KANAALDIJK-ZUID HEINO LANDSCHAPPELIJK INPASSINGSPLAN

Opdrachtgever: Naam: Powerfield Nederland Adres: Veerdijk 40D Postcode: 1531 MS Plaats: Wormer

Opdrachtnemer: Eelerwoude Mossendamsdwarsweg 3 Postbus 53 7470 AB Goor Tel.: 0547 26 35 15 e-mail: info@eelerwoude.nl www.eelerwoude.nl

Projectgegevens: Projectnummer: 7921 Datum: 11 januari 2024

Afbeelding 1. Fietspad ten noorden van het Overijsselsch kanaal, aan de rechterzijde van het kanaal ligt het plangebied.

4

Zonneveld Kanaalzijde-Zuid te Heino

INHOUD INHOUD

1 INLEIDING

7

1.1 Aanleiding voor zonneveld Kanaaldijk-Zuid Heino, gemeente Raalte

7

1.2 Wijzigingen

7

1.3 Effect wijzigingen op de biodiversiteit en het landschap

9

1.4 Hoofdlijnen ontwerp zonneveld Kanaaldijk-Zuid Heino

10

1.5 Doel van het rapport

11

1.6 Leeswijzer

11

2 ONTWERP

15

2.1 Landschappelijke inpassing

15

2.2 Beplanting en beheerplan

21

2.3 Elementen ten behoeve van het zonneveld

30

3 PROGRAMMA VAN EISEN EN WENSEN

39

3.1 Landschappelijke inpassing van het zonneveld

39

3.2 Techniek van het zonneveld

41

3.3 Ontsluiting van het zonneveld

41

4 BELEIDSANALYSE

43

4.1 Provinciaal beleid

43

4.2 Gemeentelijk beleid

50

5 RUIMTELIJKE ANALYSE

53

5.1 Huidige situatie

53

5.2 Ontstaan van het landschap

55

5.3 Landschappelijk raamwerk

58

5.4 Beleving zonneveld

59

5.5 Natuurwaarden van het gebied

60

5.6 Watersysteem en beheerzones

61

5.7 Recreatie

63

Zonneveld Kanaalzijde-Zuid te Heino

5

k-Zuid Heino ..................................................................................................................................... Legenda

Landschapsontwerper: F

N

200 Meters

0

50

100

200 Meters

Afbeelding 2. Luchtfoto met daarop de plancontouren van het zonneveld aangegeven. Het zonneveld wordt eigendom van twee verschillende partijen. Het rechterdeel is eigendom van Powerfield. De ontwikkeling van het zonneveld kan ruimtelijk niet als twee losse projecten worden benaderd. Deze rapportage behandeld de ontwikkeling dan ook als één geheel.

1. INLEIDING 1.1 Aanleiding voor zonneveld Kanaaldijk-Zuid Heino, gemeente Raalte De Nederlandse overheid heeft een grote ambitie op het gebied van duurzaamheid. In het Energieakkoord is afgesproken dat het aandeel hernieuwbare energieopwekking in 2020 14% moet zijn en in 2023 16%. De provincie Overijssel heeft als doel om in 2023, 20% van haar energie uit duurzame energiebronnen te halen. Het meest recente duurzaamheidsbeleid van de gemeente Raalte is de Versnellingsaanpak 2018-2022 Raalte Duurzaam 2050. In de Versnellingsaanpak wordt wat betreft het grootschalig opwekken van energie de in 2013/2014 vastgestelde lijn doorgezet. Dat betekent dat wordt ingezet op energieproductie via zon en biomassa. Met het doel de CO2-uitstoot in 2030 met 49% te reduceren en energieneutraal te zijn in 2050. De gemeente geeft in haar afwegingskader “Richtlijnen zonnevelden buitengebied” aan dat zonnevelden een belangrijke bijdrage kunnen leveren aan het behalen van de doelstellingen.

1.2 Wijzigingen Het vergunde plan van 2020 is op een aantal punten gewijzigd. Deze punten staan hieronder beschreven. Gewijzigde teksten ten opzichte van het plan uit 2020 zijn in het hele document in het rood weergegeven. 1.

Breedte en lengte van de rijen zonnepanelen. De ontwikkelingen in zonne-energie gaan snel; een paneel dat nu verkrijgbaar is, kan over een half jaar alweer uit de markt zijn. Ten tijde van de planontwikkeling (2019 - 2020) is gerekend en getekend met zonnepanelen van een bepaalde afmeting. Op basis daarvan is destijds een rijbreedte opgenomen van 6 meter. De zonnepanelen die geplaatst worden hebben een grotere afmeting (ze zijn langer en breder). Om die reden wijkt de breedte en lengte van een rij af van de tekeningen destijds bijgevoegd. De rijbreedte betreft nu 6,77 meter. Daarnaast wijkt de lengte van een rij panelen af van de lengte zoals in de tekening uit 2020 opgenomen.

2.

Aantal rijen zonnepanelen. Een gevolg van bovenstaande wijziging betreft een vermindering van het aantal rijen zonnepanelen binnen het plangebied. Omdat een rij zonnepanelen breder is geworden, kunnen er minder rijen zonnepanelen worden geplaatst. In de oude situatie waren er 20 rijen ingetekend, in de nieuwe situatie 17.

3.

Lagere bezettingsgraad. In de vergunde situatie uit 2020 werd er in totaal 7,4361 hectare aan zonnepanelen geplaatst. Vanwege bovengenoemde wijzigingen is de bezettingsgraad lager; er wordt 7,4138 hectare aan zonnepanelen geplaatst.

4.

Minder transformatoren en een ander formaat. In het originele plan waren vier transformatoren ingetekend. De vier trafo’s die waren vergund hadden een oppervlakte van 12,77 m² en waren 2,89 m hoog. Bij de technische uitwerking van het project blijkt dat er in de praktijk kan worden volstaan met drie transformatoren. Deze hebben een ander formaat. Op het oostelijk gedeelte (Heino 1) worden nu twee transformatoren geplaatst met een oppervlakte van 9,88 m² en hoogte van 2,38 m. Op het westelijk gedeelte (Heino 2) wordt één transformatorstation geplaatst met een oppervlakte van 14,1 m² en hoogte van 2,33 m. In de oude positie werd er dus 12,77 * 4 = 51,08 m² aan bebouwing gerealiseerd en in de nieuwe situatie 9,88 + 9,88 + 14,1 = 33,86 m². Dit resulteert in een afname van 17,22 m² aan oppervlaktebebouwing. De positie van de transformatoren wordt enkele meters verplaatst ten opzichte van de oorspronkelijke locatie. Zonneveld Kanaalzijde-Zuid te Heino

7

5.

Er hoeft géén inkoopstation meer te worden geplaatst. In het originele plan was een inkoopstation/onderstation van 40 m² opgenomen. Dit inkoopstation zou worden geplaatst om het zonnepark aan te sluiten op het elektriciteitsnet van Enexis. In de aanloop naar realisatie van het plan is initiatiefnemer in gesprek gekomen met de initiatiefnemer van het drijvende zonnepark op de REKO-plas. Het project op de REKO-plas had een magere businesscase vanwege een dure netaansluiting met (te) veel capaciteit. Initiatiefnemer heeft uiteindelijk het project op de REKO-plas overgenomen zodat de businesscase voor beide zonneparken verbetert en beide zonneparken kunnen worden gerealiseerd op die netaansluiting (de voor zonnepark Heino gereserveerde capaciteit is teruggegeven aan Enexis waardoor andere projecten kunnen worden gerealiseerd). Dat betekent dat er geen inkoopstation hoeft worden geplaatst. Dit resulteert in een afname van 40 m² aan oppervlaktebebouwing.

6.

Landschappelijke inpassing aan westzijde iets breder uitgevoerd. Aan alle zijden is het zonnepark voorzien van landschappelijke inpassing. Aan de westzijde is in het landschapsplan halverwege een knik in het zonnepark opgenomen. Dit is gedaan naar aanleiding van gesprekken met de bewoners van Kanaaldijk-Noord 1A en Kanaaldijk-Zuid 4. Doordat deze knik is opgenomen wordt het open zicht op het landschap voor hen zoveel mogelijk behouden. Aan de westzijde wordt deze landschappelijke inpassing in zijn geheel 16 meter breed, terwijl dit in de vergunde tekeningen varieerde en op een aantal plekken smaller dan 16 meter was.

7.

Positie hekwerk. In de bouwtekening is het hekwerk rondom de vier zonnevelden geplaatst. Dit wordt nog steeds uitgevoerd, maar op enkele plekken is het hekwerk om praktische redenen verplaatst.

8.

Positie beheerdersschuur. De beheerdersschuur wordt vanwege praktische redenen en op verzoek van de omwonende die het onderhoud uit gaat voeren westwaarts geplaatst.

9.

Onderhoudspad. Een onderhoudspad wordt aangelegd om van en naar de verschillende trafo’s en inkoopstation te kunnen komen. Omdat het inkoopstation is komen te vervallen en de beheerdersschuur meer oostwaarts wordt geplaatst, wordt het onderhoudspad hierop aangesloten. Een gedeelte van het onderhoudspad komt hiermee te vervallen.

10. Plaatsen camera’s t.b.v. beveiliging. De afgelopen tijd vindt er veel diefstal plaats bij zonneparken. Hierbij worden met name veel kabels gestolen. Ondanks de slechts geringe waarde van de kabels, is de schade aan een zonnepark enorm. Niet alleen dient het zonnepark hersteld te worden, ook wekt het gedurende deze herstelperiode geen stroom op. Verzekeringsmaatschappijen verscherpen om deze reden hun eisen. Permanente 24-uurs camerabeveiliging is daarom tegenwoordig een vereiste. Om die reden worden op enkele plekken in het zonnepark camera’s op palen geplaatst. Deze camera’s zijn alleen op het zonnepark gericht; het is dus niet zo dat de omgeving wordt gefilmd en er wordt geen verlichting aangebracht. 11. Locatie omvormers. In 2020 was de exacte locatie van de omvormers niet duidelijk en niet opgenomen op de tekening. In de aangepaste tekening is de locatie van de omvormers opgenomen. Daarnaast zijn enkele omissies in de dwarsprofielen uit het inrichtingsplan van 2020 geconstateerd. De volgende punten waren niet correct opgenomen en worden op de volgende manier aangepast: •

In het dwarsprofiel uit het ontwerp van 2020 was een breedte van 2,5 meter tussen de zonnepanelen opgenomen. Dit hoort 1,5 meter te zijn. De afstand van 1,5 meter was wel correct in de technische tekening van 2020 opgenomen. Om dit te herstellen is in het

8

Zonneveld Kanaalzijde-Zuid te Heino

aangepaste dwarsprofiel 1,5 meter opgenomen. •

In het dwarsprofiel uit het ontwerp van 2020 was een hoogte van de zonnepanelen van 2 meter opgenomen. Dit hoort 1,8 meter te zijn. De hoogte van 1,8 meter was wel correct in de tekst van het inrichtingsplan van 2020 opgenomen. Om dit te herstellen is in het aangepaste dwarsprofiel 1,8 meter opgenomen.

•

Onder het hekwerk is een vrije ruimte opgenomen van 10 centimeter. In het dwarsprofiel uit het ontwerp van 2020 lijkt dit meer dan 10 centimeter te zijn. Om dit te herstellen is in het aangepaste dwarsprofiel 10 centimeter opgenomen.

•

De onderkant van de zonnepanelen bevindt zich op 60 centimeter van de grond. In het dwarsprofiel uit het ontwerp van 2020 lijkt dit minder hoog te zijn. Om dit te herstellen is in het aangepaste dwarsprofiel de onderkant van de zonnepanelen op 60 centimeter ingetekend.

•

De eigendomsgrens was niet goed weergegeven in de dwarsprofielen uit het ontwerp van 2020. In doorsnede A was aangegeven dat deze zich op de grens van de beschermingszone van het waterschap bevindt. In werkelijkheid is de strook in eigendom van het waterschap minder breed. Op de locatie van doorsnede A betreft dit 2,1 meter. De daadwerkelijke breedte fluctueert omdat de kadastrale grens niet overal exact gelijkloopt. De kadastrale grens is in het aangepaste dwarsprofiel op de juiste plek opgenomen.

Deze omissies zijn in de dwarsprofielen in het inrichtingsplan aangepast. Tenslotte zijn, om een en ander verder te verduidelijken, enkele extra dwarsprofielen toegevoegd aan het inrichtingsplan. De gewijzigde en toegevoegde afbeeldingen staan hieronder beschreven: Gewijzigd

Toegevoegd

Afbeelding 5 - Inrichtingsplan

Afbeelding 12 - Doorsnede D

Afbeelding 8 - Doorsnede A

Afbeelding 14 - Doorsnede E

Afbeelding 9 - Doorsnede B

Afbeelding 16 - Doorsnede F

Afbeelding 10 - Doorsnede C

Afbeelding 17 - Doorsnede G Afbeelding 18 - Doorsnede H

1.3 Effect wijzigingen op de biodiversiteit en het landschap Het park is grotendeels aan het zicht onttrokken. Hierdoor hebben omwonenden nauwelijks zicht op de gewijzigde details in dit plan. Met de in de vorige paragraaf opgenomen wijzigingen onder 1, 2 en 3, komt de vrije ruimte meer geconcentreerd langs het struweel aan de zuidkant in plaats van midden op het zonneveld. Het kruidenrijk grasland sluit hiermee beter aan op de groensingel waarmee bijvoorbeeld insecten, vogels en kleine zoogdieren minder afstand hoeven af te leggen om van het kruidenrijk grasland naar de opgaande beplanting te bewegen. Dit is positief voor deze dieren. Daarnaast zorgen deze wijzigingen voor een iets grotere afstand tussen de zuidelijk gelegen omwonenden en het dichtstbijzijnde zonnepaneel wat in ieder geval geen negatief effect tot gevolg heeft voor de beleving. Het plaatsen van minder transformatoren en geen inkoopstation, (nummer 4 en 5 van de vorige paragraaf) leidt tot minder bebouwd oppervlakte. Hierdoor kan een zij het minimale hoeveelheid, extra kruidenrijk gras groeien. Dit heeft daarmee sowieso geen negatieve en misschien minimale positieve gevolgen voor landschap en biodiversiteit. Zonneveld Kanaalzijde-Zuid te Heino

9

Een bredere landschappelijke inpassing (nummer 6 van de vorige paragaaf) zorgt voor minder zicht vanuit omwonenden en meer plaats voor insecten, vogels en kleine zoogdieren. Daarmee is dit positief voor zowel de beleving vanuit de omgeving als de biodiversiteit. De gewijzigde positie van het hekwerk (nummer 7 in de vorige paragraaf) en de beheerdersschuur (nummer 8 in de vorige paragraaf) hebben geen significant effect op de beleving danwel de biodiversiteit. Het plaatsen van camera’s is van dichtbij gezien niet fraai. Echter is het gezien de breedte van de landschappelijke inpassing en de afstand van omliggende wegen en erven niet mogelijk om de camera’s van dichtbij te zien. De impact van camera’s vanaf openbaar toegankelijke plekken (straat) en erven van omwonenden is daarmee niet aanwezig. Het camerasysteem heeft vanwege het ontbreken van verlichting geen effect op de biodiversiteit. Kortom hebben de bovengenoemde wijzigingen een positief effect op de biodiversiteit en de landschappelijke inpassing. Doordat er uiteindelijk minder rijen panelen komen en de bedekkingsgraad lager uitvalt, biedt dit meer kansen voor de groei van kruidenrijke vegetatie en meer ruimte voor de beweging van verschillende diersoorten. Het verminderen van transformatoren, weglaten van het inkoopstation en minder verharding toepassen leidt tot minder verstoring van omliggende vegetatie.

Daarnaast levert dit ook meer ruimte op voor verschillende diersoorten. Een bredere en robuustere groenzone aan de westzijde biedt meer voedsel, schuil- en broedplaats voor diverse soorten in het gebied. Over het algemeen hebben de wijzigingen een positief effect op de ecologie in het gebied. Daarnaast leidt de grotere afstand van de panelen tot omwonenden en een bredere landschappelijke inpassing voor sommige omwonenden tot een verminderde zichtbaarheid en daarmee een positieve impact op de beleving ten opzichte van de vorige versie van de landschappelijk inrichtingsplan.

1.4 Hoofdlijnen ontwerp zonneveld Kanaaldijk-Zuid Heino Het plangebied ligt direct aan de zuidzijde van het Overijssels Kanaal, circa 3 kilometer ten noorden van Heino in de gemeente Raalte. Het plangebied heeft een oppervlakte van 14,2 hectare. Binnen het plangebied wordt circa 7,4 hectare aan technische installaties geplaatst. Dit betreffen zonnepanelen, omvormers en transformatoren. De overige 6,8 hectare wordt ingezet voor het beheer en de inrichting van het landschap. De bestaande beplantingselementen en watergangen blijven behouden en nieuwe elementen worden toegevoegd om de landschappelijke karakteristieken te versterken. Het gebied is gevormd door voormalige beeklopen. Hierdoor is een dalvormige laagte zonder veen ontstaan. Tijdens de ontginningsperiode is een blokvormig kavelpatroon van 200x175 ontstaan. Deze kavelmaat is karakteristiek voor dit gebied en wordt in het ontwerp benadrukt. Het struweel aan de noordzijde van het plangebied langs de Kanaaldijk-Zuid maakt deels onderdeel uit van het Nieuwe Natuurnetwerk. In het ontwerp is aangesloten op de bestaande beplanting. Het plangebied wordt momenteel voornamelijk gebruikt als weiland. In het ontwerp is ingezet op het vergroten van het leefgebied van omliggende natuurdoelsoorten in het landschap en daarmee de biodiversiteit in het landschap te versterken.

10

Zonneveld Kanaalzijde-Zuid te Heino

Vanuit de analyse en het omgevingsproces zijn ontwerpregels opgesteld voor het maken van het landschappelijk inrichtingsplan: 1.

behoud landschappelijke dragers (o.a. kavelpatroon);

2.

uitbreiden natuurwaarden;

3.

beperkte zichtbaarheid zonnepanelen en vrijhouden zichtlijnen.

1.5 Doel van het rapport De wens om een zonneveld te realiseren op de aangemerkte percelen is niet in overeenstemming met het geldende bestemmingsplan. Hiervoor is een afwijkingsprocedure van het geldende bestemmingsplan nodig. Ten behoeve van de afwijkingsprocedure en om een goede landschappelijke inpassing te borgen, is het voorliggend landschappelijk inrichtingsplan opgesteld.

1.6 Leeswijzer Deze rapportage bevat de toelichting op het inrichtingsplan zonneveld Kanaaldijk-Zuid in Heino. In aanloop naar dit inrichtingsplan zijn diverse stappen doorlopen: •

Programma van eisen en wensen

•

Beleidsanalyse

•

Ruimtelijke analyse

De hierboven genoemde punten worden uitgebreider toegelicht in hoofdstuk 3, 4 en 5.

Zonneveld Kanaalzijde-Zuid te Heino

11

Afbeelding 3. Luchtfoto met daarop het plangebied aangegeven.

Zonneveld Kanaalzijde-Zuid te Heino

13

Kruidenrijk gras rondom en onder panelen Struweelbeplanting en ecologische oevers

Uitbreiden natuurwaarden

Struweelbeplanting Versterken ruimtemaat

Beperkte zichtbaarheid

Verkaveling panelen + groenstructuur Versterken blokverkaveling

Afbeelding 4. Ontwerpregels zonneveld Heino.

14

Zonneveld Kanaalzijde-Zuid te Heino

Behouden landschappelijke dragers

2. INRICHTINGSPLAN

Het landschappelijk inrichtingsplan voor het zonneveld Kanaaldijk-Zuid te Heino is gebaseerd op verschillende onderdelen: de beleidsanalyse, ruimtelijke analyse en eisen en wensen van onder andere de opdrachtgever en omgeving, zie hoofdstuk 3, 4 en 5. In dit hoofdstuk wordt het landschappelijk ontwerp toegelicht, hierin is ook het beplantings- en beheersplan opgenomen.

2.1 Landschappelijke inpassing De landschappelijke inpassing is gebaseerd op drie ontwerpregels: 1.

Behoud en versterken van landschappelijke dragers

2.

Uitbreiden natuurwaarden

3.

Beperkte zichtbaarheid

Deze ontwerpregels zijn vanuit de analyse en het gevoerde omgevingsproces naar voren gekomen. In de hiernavolgende paragrafen worden de ontwerpregels uitgebreider toegelicht.

2.1.1 Behoud ruimtelijke dragers Het plangebied heeft momenteel een agrarische functie en maakt onderdeel uit van een open landschap. Er zijn een aantal kenmerkende elementen aanwezig die de maat- en schaal van het landschap bepalen, zoals het Overijssels Kanaal, de bestaande beplantingsstructuren, diverse watergangen en seizoensgebonden maisvelden. In het ontwerp is zijn de karakteristieke bestaande elementen behouden en waar mogelijk versterkt. Benadrukken kenmerkende blokverkaveling Het gebied is gevormd door voormalige beeklopen. Hierdoor is een dalvormige laagte zonder veen ontstaan. Tijdens de ontginningsperiode is een blokvormig kavelpatroon van 200x175 ontstaan. Deze kavelmaat is karakteristiek voor dit gebied en wordt in het ontwerp benadrukt. De watergangen, die de basis vormen voor de kenmerkende blokverkaveling, worden vrijgehouden van opgaande beplanting en objecten die gerelateerd zijn aan het zonneveld. De landschappelijke inpassing en het zonneveld worden binnen en evenwijdig aan de kavelblokken gesitueerd. De paneelopstelling wordt parallel gelegd aan het Overijssels Kanaal om strakke randen te kunnen bewerkstellingen. Hierdoor ontstaat een contrast tussen massa en ruimte welke bijdraagt aan de leesbaarheid van het landschap.

Zonneveld Kanaalzijde-Zuid te Heino

15

B

F

A

0

50

100

150

200

250 m

LEGENDA Kadastrale grens Kruidenrijk grasland 0

Struweel 100

50

150

200

250 m

Losse landschappelijke haag Ecologische oever Bestaande beplanting Bestaande watergang Informatiebord over het zonneveld Zonnepanelen Transformator Beheergebouw Puinpad 0

50 0

100 500

Hekwerk 200

150

Camera’s

100 50

150 100

250 m 200 150

250 200m

E

G

H

150

200

250 m

0

50

100

150

200

250 m

C

D

0

50

100

150

200

250 m

0

50

100

150

200

0

50

100

150

250 m

Afbeelding 5. Inrichtingsplan

200

250 m

250 m

Zicht op de horizon Het plangebied maakt onderdeel uit van een grote open ruimte in het landschap. De randen worden gevormd door de kanaaldijk met haar beplanting, het bosvak aan de westzijde en het hoger gelegen dekzandrug met beplanting en woningen aan de zuidzijde. Daarnaast bepalen de maisvelden seizoensgebonden de openheid in het gebied. De huidige openheid van het landschap wordt door de omgeving zeer gewaardeerd. Bij de inpassing van het zonneveld worden nieuwe beplantingselementen laag gehouden. Dit is vanuit het landschap wenselijk, maar was ook een nadrukkelijke wens vanuit de omgeving. De beplanting wordt niet hoger dan strikt noodzakelijk om het zicht op het zonneveld te beperken. Ook de objecten die horen bij het zonneveld worden zo laag mogelijk gehouden. Hiermee blijft de horizon vanuit de, voornamelijk hoger gelegen, omgeving zichtbaar en blijft de beleving van de ruimtemaat van het landschap mogelijk.

2.1.2 Uitbreiden natuurwaarden Aan de noordzijde van het zonneveld loopt, parallel aan het kanaal, een strook met struweel. Deze strook valt onder het Nieuwe Natuurnetwerk met de natuurdoelen; mozaïekgraslanden en struweel. De bestaande natuurwaarde van deze strook zal, door de komst van het zonneveld, niet worden benadeeld. Uitbreiding aanwezige beplantingstructuren Aan de west-, zuid- en oostzijde is gekozen om ook struweel toe te passen met inheemse soorten, aansluitend op het bestaande struweel. Daarnaast krijgen enkele watergangen binnen het plangebied ecologische oevers, zodat het leefgebied van insecten, vlinders en amfibieën wordt verbeterd. Blijvende passeerbaarheid van het zonneveld Het hekwerk wordt binnen de randen van de verschillende kavels geplaatst. Hierdoor blijven er doorgangen door het plangebied aanwezig voor groter wild zoals reeën. Het gaas van het hekwerk begint op tenminste 10 centimeter boven het maaiveld zodat het zonneveld voor kleinere zoogdieren toegankelijk blijft. Agrariërs (natuur)beheer Een groot deel van het plangebied bestaat uit grasland. Het streven is deze percelen niet meer te bemesten en om te vormen tot kruidenrijke graslanden door middel van agrarisch natuurbeheer. Een lokale schaapherder kan hier het gebied onderhouden. De percelen buiten het plangebied die worden bemest, bieden wormen voor de grutto.

Op de kruidenrijke percelen hebben kuikens beschutting en jagen ze op insecten. Indien noodzakelijk kan voor de schapen een lage beheerschuur worden opgezet om gedurende de winter en zomer een plek van beschutting te hebben tegen hitte of kou. Voor de beheerschuur is ruimte gereserveerd in het plan. De weide aan de westzijde van het plangebied ook een andere agrarische invulling krijgen, zoals een paardenweide.

18

Zonneveld Kanaalzijde-Zuid te Heino

2.1.3 Beperkte zichtbaarheid Vanuit de omgeving is de nadrukkelijke wens neergelegd om het zicht op het zonneveld met bijhorende objecten te beperken. Daarnaast is gevraagd om vanaf de dichtstbijzijnde woning aan de Kanaaldijk-Zuid en Kanaaldijk-Noord het weidse uitzicht zoveel mogelijk te behouden. Lage paneelopstelling en bijhorende objecten De zonnepaneelopstelling en bijhorende inpassing wordt zo laag mogelijk gehouden om de impact van het zonneveld op de omgeving en het landschap te beperken. Het maaiveld van het plangebied ligt al lager dan de omgeving, dit levert een positieve bijdrage. Zo blijft het zicht op de horizon behouden. De omgeving heeft verzocht om de bijgebouwen als transformatoren verdiept aan te leggen. In paragraaf 2.3 worden alle onderdelen behorend tot het zonneveld verder toegelicht. Vrijhouden zicht vanaf de kanaaldijk Aan de westzijde van het plangebied wordt een zone vrijgehouden van panelen en bijhorende objecten. Hierdoor komt er meer afstand tussen het zonneveld en de dichtstbijzijnde woningen. Vanaf de Kanaaldijk-Noord is gekeken welk zichtveld er momenteel aanwezig is richting het zuiden. In combinatie met de aanwezige landschappelijke lijnen is gekozen om een vertanding in de westelijke rand toe te passen. Hiermee kan de zichtas optimaal worden verbreed, zonder enorme afbreuk te doen aan de bestaande landschappelijke lijnen in het landschap.

Daarmee wordt een blik op het open agrarische landschap vanaf de Kanaaldijk in stand gehouden.

Zonneveld Kanaalzijde-Zuid te Heino

19

20

Zonneveld Kanaalzijde-Zuid te Heino

2.2 Beplanting en beheerplan De huidige aanwezige beplanting in het landschap wordt niet aangetast door de komst van het zonneveld. Aanvullend worden in en rondom het zonneveld verschillende nieuwe beplantingselementen aangeplant. Deze aanplant vindt plaats voordat de bouw van het zonneveld wordt gestart. Deze beplanting biedt meerwaarde voor diverse diersoorten. Hieronder wordt per element een beschrijving gegeven met een bijhorend beheerplan. Dit beheerplan is van toepassing gedurende de exploitatieperiode. Mocht blijken dat beheer anders vormgegeven dient te worden doordat het in de praktijk niet (goed) werkt of tot de gewenste resultaten leidt, dan kan dit in overleg met de beheerder en gemeente worden aangepast.

2.2.1 Ecologisch beheer Tijdens de beheerperiode wordt geen kunstmest of drijfmest toegepast. Het doel is de grond zoveel mogelijk te verschralen zodat een kruidenrijkere vegetatie zich ontwikkelt, welke een bijdrage levert aan de biodiversiteit in het gebied. In het plangebied worden er geen bestrijdingsmiddelen gebruikt om ziekten in beplanting te voorkomen. Wel mogen de ongewenste soorten akkerdistel, ridderzuring, grote brandnetel en Jacob kruiskruid lokaal worden bestreden. Het gebruik van chemische onkruidbestrijding mag maximaal op 10% van het totale oppervlak van de beheereenheid worden toegepast. In combinatie met het maaibeheer wordt de zaadvorming van deze hierboven genoemde ongewenste kruiden binnen het plangebied voorkomen. Het beheer dient zoveel mogelijk buiten het broeiseizoen plaats te vinden. In het kader van de Wet natuurbescherming wordt voor het broedseizoen geen standaardperiode gehanteerd. Van belang is of een broedgeval wordt verstoord, ongeacht de datum. Globaal duurt het broedseizoen van 15 maart tot 15 juli. Voordat het beheer aan beplanting of grasland plaatsvindt, dient er dan altijd gecontroleerd te worden op aanwezige broedende vogels. Zie voor verdere specificaties het document Toetsing Wet natuurbescherming. Een verdere toelichting op het beheer staat beschreven bij de specifieke beplantingselementen, in de hiernavolgende paragrafen.’

Zonneveld Kanaalzijde-Zuid te Heino

21

2.2.3 Kruidenrijk grasland Het terrein worden ingezaaid met een gras- en kruidenmengsel welke geschikt is voor de aanwezige zandgrond. De vegetatie dient zowel gemaaid als begraasd te kunnen worden. Het mengsel bestaat daarom bij voorkeur uit diverse grassoorten, kruiden en klaver. Een brede samenstelling met diepe worteling is goed voor de bodemvruchtbaarheid. Een diversiteit aan grassen is goed voor een groot scala aan mineralen en spoorelementen voor beweiding. Daarnaast trekken de verschillende bloeiwijzen verschillende insecten aan. Een voorbeeld van een geschikt mengsel betreft het schapendokter gras- en kruidenmengsel allround: •

70% Grassen: Engels raai (laat-middentijds type), Beemdlangbloem, Veldbeemd, Timothee, Kropaar en Rietzwenk.

•

30% Kruiden en Klavers: Kleine pimpernel, Cichorei (bladtype), Peterselie, Smalle weegbree, Venkel, Karwij, Duizendblad, Luzerne, Esparcette, Witte cultuurklaver, Witte weideklaver, Basterdklaver en Rolklaver.

Afbeelding 6. Referentie: Kruidenrijk grasland.

22

Zonneveld Kanaalzijde-Zuid te Heino

Beheer Door het beheer extensief uit te voeren, kan een kruidenrijk grasland ontstaan met een ecologische meerwaarde. Het plangebied dient buiten het broedseizoen te worden gemaaid. Hierbij is het wenselijk de percelen alternerend te maaien en per perceel de fauna een uitweg te geven naar de randen. Een alternatief voor machinaal maaien is drukbegrazing. Dit is mogelijk als er een lokale schaapherder beschikbaar is. Drukbegrazing houdt in dat schapen een paar keer per jaar, voor slechts een aantal dagen achtereen, op hetzelfde perceel grazen. Hierdoor ontstaat structuurvariatie in de vegetatie en kunnen bloemen tot bloei komen. Insecten profteren van deze natuurlijke vorm van beheer. Tegelijkertijd geef dit geen ruimte aan de ontwikkeling van ruigten met bramen en verschraalt de bodem, wat resulteert in ecologisch waardevoller gevarieerd grasland.

Afbeelding 7. Referentie: losse landschappelijke haag.

Zonneveld Kanaalzijde-Zuid te Heino

23

2.2.4 Losse landschappelijke haag De zuidelijke en oostelijke grens van het plangebied wordt beplant met een 8 meter brede, losse, landschappelijke haag. Op deze plek heeft historisch gezien ook beplanting langs de watergang gestaan. De haag wordt tussen de 3 meter en maximaal 4 meter hoog. De breedte van de haag varieert. Zomers zal de haag breder zijn dan waneer het gesnoeid is in het voor- of najaar. Voor de plantsoorten is gekozen uit een selectie van inheemse struiken bijhorend bij de bodemeenheid. Dit sluit aan bij het beleid zoals beschreven in hoofdstuk 4. Het sortiment bestaat uit de volgende struiken (gelijke verdeling): Gelderse roos, aalbes, éénstijlige meidoorn, grauwe wilg, hazelaar, hondsroos, kardinaalsmuts en kers. De soorten worden in groepen van 5 tot 7 stuks per soort in wildverband aangeplant met een onderlinge plantafstand van 1 m. De aanplant dient plaats te vinden in het plantseizoen.

Afbeelding 8. Doorsnede A van zonneveld Kanaaldijk-Zuid met links de nieuwe landschappelijke haag en rechts het bestaande struweel met bomenrij.

24

Zonneveld Kanaalzijde-Zuid te Heino

Beheer Na aanplant dient de haag in de eerste twee jaar gedurende droge perioden regelmatig water te krijgen. De losse landschappelijke haag wordt aan beide zijden onderhouden. Hierbij worden de zijden wisselend gesnoeid om de twee tot drie jaar. Zo blijft een dichte vegetatie behouden en wordt de hoogte van de haag onder controle gehouden. Aan de oostzijde worden de struiken teruggesnoeid zodra deze schaduw veroorzaken op de zonnepanelen. Mocht blijken dat er in de eerste drie jaar uitval is van beplanting, dan wordt deze vervangen door dezelfde soort en omvang. Mocht beplanting daarna uitvallen, dan zal gekeken worden wat de reden is en welke soort en maat terug geplant dient worden om het gewenste eindbeeld te bereiken of te behouden.

Zonneveld Kanaalzijde-Zuid te Heino

25

2.2.5 Struweel Aan de westzijde van het zonneveld zal een 16 meter breed struweel worden aangeplant. Het struweel wordt minimaal 2 meter en maximaal 4 meter hoog. De breedte van het struweel varieert. Zomers zal het struweel breder zijn dan waneer het gesnoeid is in het voor- of najaar. Voor de plantsoorten is gekozen uit een selectie van inheemse struiken bijhorend bij de bodemeenheid. Dit sluit aan bij het beleid zoals beschreven in hoofdstuk 4. Het sortiment bestaat uit de volgende struiken (gelijke verdeling): Gelderse roos, aalbes, éénstijlige meidoorn, grauwe wilg, els, hazelaar, hondsroos, kardinaalsmuts en kers. De soorten worden in groepen van 10 stuks per soort aangeplant in wildverband met een onderlinge plantafstand van 1,5 m. De aanplant dient plaats te vinden in het plantseizoen; bij voorkeur tussen oktober en december, voordat de vorstperiode en het drogere voorjaar begint.

Afbeelding 9. Doorsnede B met kruidenrijk grasland en struweel ten westen van zonneveld Kanaaldijk-Zuid.

26

Zonneveld Kanaalzijde-Zuid te Heino

Beheer Na aanplant dienen heesters in de eerste twee jaar gedurende droge perioden regelmatig water te krijgen. Het struweel wordt aan beide zijden onderhouden. Hierbij worden de zijden wisselend gesnoeid om de twee tot drie jaar. Zo blijft een dichte vegetatie behouden en wordt de hoogte van het struweel onder controle gehouden. Door de toepassing van meerdere beplantingsoorten is de kans op uitval van beplanting over grotere lengte klein. Als er toch sprake is van uitval mag dit maximaal 10% van het struweel betreffen. Hierbij mag de uitval op één plek maximaal 3 rijen beslaan, zodat er altijd twee rijen beplanting het zicht op de zonnepanelen beperken. Ook mag de uitval van beplanting maximaal 10 planten aaneengesloten betreffen. Mocht blijken dat er in de eerste drie jaar uitval is van beplanting, dan worden deze vervangen door dezelfde soort en omvang. Mocht beplanting daarna uitvallen, dan wordt gekeken wat de reden is en welke soort en maat terug geplant dient te worden om het gewenste eindbeeld te bereiken of te behouden.

Zonneveld Kanaalzijde-Zuid te Heino

27

2.2.6 Ecologische oever In het plangebied wordt op twee plekken een ecologische oever gerealiseerd. De diepte van de watergang is minimaal 0,70 meter onder gemiddeld winterpeil (gHg) en niet dieper dan 0,30 meter onder gemiddeld zomerpeil (gLg). De watergang mag niet te diep zijn, omdat zich dan permanent vis kan vestigen (vissen eten eieren van amfibieën). De watergangen mogen incidenteel in de nazomer daarom korte tijd (bijna) droogvallen. De noordelijk georiënteerde oevers van de watergang krijgen een geleidelijk talud. Deze oever krijgt het meeste zonlicht. Het opwarmen van het water is belangrijk voor het waterleven in het voorjaar (larven van amfibieën en van ongewervelden). Het talud van de noordoever wordt niet steiler dan 1:3, het talud van de overige oever wordt maximaal 1:2. Waterplanten en waterdieren vestigen zich spontaan (zaden en eitjes komen vaak met watervogels mee).

Afbeelding 10. Doorsnede C van de ecologische oever en de losse landschappelijke haag als oostelijke grens van zonneveld Kanaaldijk-Zuid.

28

Zonneveld Kanaalzijde-Zuid te Heino

Beheer Na verloop van tijd is beheer nodig, omdat de watergang anders dichtgroeit of een sluitend waterplantendek (drijfplanten) krijgt. Het beheer vindt plaats in het najaar (september-oktober: dan zijn larven/ jonge dieren uit het water). In de eerste vijf jaar wordt de ecologische oever één keer per jaar voor 50% gemaaid, over een periode van twee jaar wordt dan de hele oever gemaaid. Tijdens het maaien, mag de gemaaide oeverlengte maximaal 200 meter betreffen. Zo is altijd een deel van de oever beplant met overjarig riet; dit biedt beschutting aan kleine vogels en insecten. In deze eerste vijf jaren zal actief de opschot wilgen- en elzen worden verwijderd. Na vijf jaar zal het beheer van de oever extensiever worden. De ecologische oever wordt na de vorming van riet één keer per jaar voor 33,3% gemaaid. Over een periode van drie jaar wordt dan de hele oever gemaaid. Het maaisel dat vrijkomt wordt opgeruimd. Indien de watergang aanslibt en niet meer voldoet aan de vereiste diepte van minimaal 0,70 m wordt deze gebaggerd.

Afbeelding 11. Referentie: ecologische oever.

Zonneveld Kanaalzijde-Zuid te Heino

29

2.3 Elementen ten behoeve van het zonneveld 2.3.1 Panelen, hoogte en oriëntatie In het zonneveld worden panelen en toebehoren geplaatst. De panelen worden op een tafel geplaatst met een hoogte van maximaal 1,80 meter ten opzichte van het maaiveld. De panelenrijen worden parallel aan het Overijssels Kanaal geplaatst, gericht op het zuiden. Hierdoor volgen de panelen het verkavelingspatroon en heeft het zonneveld een eenvoudige hoofdvorm, die aansluit bij het landschap. De panelen worden op één hoogte (ten opzichte van het maaiveld) geplaatst. Daarmee wordt voorkomen dat er hoogteverschillen op kleine afstand ontstaan. Dit zorgt voor een rustig en eenvoudig beeld van het panelenveld waardoor het minder in het oog springt.

Afbeelding 12. Doorsnede D van zonneveld Kanaaldijk-Zuid met links de nieuwe landschappelijke haag en rechts het bestaande struweel met bomenrij.

30

Zonneveld Kanaalzijde-Zuid te Heino

Zonneveld Kanaalzijde-Zuid te Heino

31

2.3.2 Hekwerk Rondom het zonnepanelenveld wordt een onopvallend, niet glimmend hekwerk toegepast. Hierbij gaat de voorkeur uit naar een landelijk ogend hekwerk met kastanje houten palen en wildraster of groen ruitvormig gaashekwerk. Het gaas zal 10 cm boven het maaiveld beginnen zodat de kleinere diersoorten onder het hekwerk door kunnen.

Afbeelding 13. Referentie: panelen met een transparant landelijk hekwerk.

32

Zonneveld Kanaalzijde-Zuid te Heino

Afbeelding 14. Doorsnede E van de noordelijke grens van zonneveld Kanaaldijk-zuid met transformator

Zonneveld Kanaalzijde-Zuid te Heino

33

2.3.3 Transformator- en bijgebouwen De opgewekte stroom wordt vanaf de zonnepanelen getransporteerd naar omvormers, veelal gemonteerd onder de panelen. Vanaf de omvormers wordt de stroom ondergronds getransporteerd naar één van de transformatorstations langs het (half)verharde beheerpad. De twee oostelijke transformatoren hebben een maximale hoogte van 2,38 meter vanaf het maaiveld en de meest westelijke transformator heeft een maximale hoogte van 2,33 meter vanaf het maaiveld. De kleur van de transformatoren is grijs. Door de donkere kleurstelling zullen de transformatoren minder opvallen in het landschap. De bouwwerken blijven lager dan de omliggende beplantingselementen. Daarmee zijn ze vanuit de omgeving niet waarneembaar, dit was een nadrukkelijke wens vanuit de omwonenden.

Afbeelding 15. Referentie: transformator, Diabolo 5HL grijs, bron: alfen.com.

34

Zonneveld Kanaalzijde-Zuid te Heino

Afbeelding 16. Doorsnede F van de watergang in het gebied aan de westzijde van zonneveld Kanaaldijk-Zuid.

Zonneveld Kanaalzijde-Zuid te Heino

35

2.3.4 Ontsluiting De ontsluiting naar het zonneveld dient voor de brandweer, in geval van calamiteiten, over voldoende draagkracht te beschikken en minimaal 4,5 meter breed te zijn. Het zonneveld is aan de noordwestzijde via bestaande infrastructuur ontsloten met behulp van een puinpad. Het interne centrale onderhoudspad bestaat uit een halfverharding.

Afbeelding 17. Doorsnede G van de middelste watergang met ecologische oever van zonneveld Kanaaldijk-Zuid.

36

Zonneveld Kanaalzijde-Zuid te Heino

Afbeelding 18. Doorsnede H van de watergang in het gebied aan de oostzijde van zonneveld Kanaaldijk-Zuid.

Zonneveld Kanaalzijde-Zuid te Heino

37

38

Zonneveld Kanaalzijde-Zuid te Heino

3. PROGRAMMA VAN EISEN EN WENSEN

Ten behoeve van het inrichtingsplan zijn eisen opgesteld waaraan voldaan moet worden. De randvoorwaarden en eisen zijn opgesteld vanuit provinciaal en gemeentelijk beleid en wensen vanuit de ontwikkelaar, grondeigenaar en omgeving.

3.1 Landschappelijke inpassing van het zonneveld •

De landschappelijke inpassing van het zonneveld dient bij te dragen aan de bestaande landschappelijke kwaliteit in het landschap.

•

Er wordt een eenvoudige hoofdvorm voor het zonneveld gekozen die aansluit bij het landschap: logische opstelling van de panelen; randen met kwaliteit; eenvoudige hekwerken poorten, transformator- en bijgebouwen.

•

Het rationeel agrarische karakter van het landschap wordt behouden en waar mogelijk versterkt.

•

De wensen van omwonenden en gebruikers van het plangebied worden geïntegreerd in het ontwerp.

•

Het zonneveld genereerd een ecologische meerwaarde voor het landschap.

•

Dubbel ruimtegebruik door middel van agrarisch natuurbeheer met schapen.

•

Toepassing van lage beplanting om het zicht te beperken op het zonneveld voor omwonenden.

•

Oeverzones worden natuurvriendelijk ingericht zodat kansen voor biodiversiteit toenemen.

•

Nieuwe beplanting bestaat uit inheems plantmateriaal, passend bij de bodemeenheid.

•

Streven naar een kruidenrijke vegetatielaag onder de panelen.

•

Nieuwe beplanting wordt voor de bouw van het zonneveld aangeplant.

•

In en rondom het zonneveld wordt geen kunstlicht toegepast, dit is gunstig voor de aanwezige fauna.

•

Er wordt rekening gehouden met beschermingszones van watergangen en waterkering.

Zonneveld Kanaalzijde-Zuid te Heino

39

40

Zonneveld Kanaalzijde-Zuid te Heino

3.2 Techniek van het zonneveld •

Er wordt één type paneel toegepast.

•

Een scheiding voor de panelen met een hekwerk (eis vanuit verzekeraar) passend bij het landschap en fauna passeerbaar, maximaal twee meter hoog, inclusief toegangspoorten.

•

De panelen worden maximaal 1,80 meter hoog ten opzichte van het maaiveld.

•

De bouwwerken worden maximaal 3 meter hoger dan het maaiveld.

3.3 Ontsluiting van het zonneveld •

De onderhoudsweg wordt zoveel mogelijk gecombineerd met bestaande infrastructuur.

•

Het gebruik van nieuwe verharding wordt zoveel mogelijk beperkt.

•

Het zonneveld wordt niet toegankelijk voor bezoekers, er worden buiten het hekwerk geen parkeerplaatsen gerealiseerd.

•

Behoud van huidige recreatieve routes.

Zonneveld Kanaalzijde-Zuid te Heino

41

Natuurlijke laag

Kanaaldijk-Zuid Heino

Watergangen

Zandgebieden Dekzandvlakte

..................................................................................................................................................................................... natte beekdalen

Landschapsontwerper: F. K.

Zonneveld

Projec

Dalmholterwaterleiding

Ove r

ijss

elsc hK

ana

al

Legenda Laag van het agrarisch cultuurlandschap

Kanaaldijk-Zuid 0 50Heino 100 200 Meters ..................................................................................................................................................................................... N Kanaaldijk-Zuid Heino Zonneveld .......................................................................................................................................................... Watergangen

Legenda

Essen

Natuurlijke laag LEGENDA

Jonge heide- en broekontginningslandschap

Watergangen

Oude hoevenlandschap

Zandgebieden

Landschapsontwerper: F. K. Dekzandvlakte

Projec

natte beekdalen

Zonneveld

Landschapsontwe

Dalmholterwaterleiding

Afbeelding 19. Omgevingsvisie Overijssel: 1 Natuurlijke laag.

Dalmholterwaterleiding

´

0

50

100

200 Meters

Ove r

ijss

elsc hK

ana

al

Ove r

ijss

elsc hK

ana

al

Legenda

0

N

50 100

200 Meters

Laag van het agrarisch cultuurlandschap LEGENDA

Kanaaldijk-Zuid Heino .......................................................................................................................................... Watergangen Essen

Jonge heide- en broekontginningslandschap Oude hoevenlandschap

Zonneveld

Afbeelding 20. Omgevingsvisie Overijssel: 2 Laag van het agrarisch cultuurlandschap. Dalmholterwaterleiding

´

0

50

100

42200

Zonneveld Kanaalzijde-Zuid te Heino

Meters

´

0

50

100

200 Meters

4. BELEIDANALYSE 4.1 Provinciaal beleid

4.1.1 Omgevingsvisie Overijssel In de Omgevingsvisie ‘Beken kleur’ (vastgesteld op 12 april 2017), heeft de provincie Overijssel beleid opgenomen met betrekking tot duurzame energie. In de Groene Omgeving wordt de mogelijkheid geboden om tijdelijke zelfstandige opstellingen van zonnepanelen te realiseren. Het gaat daarbij om opstellingen van zonnepanelen voor een +exploitatieperiode van 25 jaar op een wijze die omkeerbaar is en waarbij de oorspronkelijke bestemming gehandhaafd blijft. Gelet op de impact die (ook tijdelijke) veldopstellingen van zonnepanelen kunnen hebben op hun omgeving, moet niet alleen de maatschappelijke meerwaarde van het initiatief worden aangetoond, maar moet er doorgaans ook compensatie plaatsvinden door extra te investeren in de ruimtelijke kwaliteit in de omgeving. Het aantonen van de maatschappelijke meerwaarde van een initiatief voor zonnevelden in de Groene Omgeving kan door: •

de mate waarin sprake is van meervoudig ruimtegebruik.

•

maatregelen die getroffen worden om de impact te beperken en/of te compenseren (bijvoorbeeld verlaagd aanleggen of met een houtwal of wal eromheen).

•

de mate waarin wordt aangesloten op de karakteristieken van het gebied.

•

bijdrage aan maatschappelijke doelen (in ieder geval aan de provinciale doelen ten aanzien van duurzaamheid, maar ook aan andere maatschappelijke opgaven.)

Het zonneveld wordt ontwikkeld in de zogenaamde Groene Omgeving. Het zonneveld wordt ontwikkeld voor de duur van circa 25 jaar. De grasvegetatie kan worden begraasd door schapen en de weide buiten het plangebied kan worden ingericht als paardenweide waardoor er sprake is van dubbel ruimtegebruik. De onderliggende agrarische bestemming wordt gehandhaafd. Hierdoor kan bij verwijdering van het zonneveld over circa 25 jaar de grond volledig benut worden voor welke vorm van landbouw dan ook. De impact van het zonneveld op de omgeving is vanwege de al aanwezige beplanting rondom het zonneveld zeer klein te noemen. Hiermee wordt aangesloten op de karakteristieken van het gebied. Het zonneveld draagt bij aan het provinciale

........................................................................ en gemeentelijke doel om duurzame energie op te wekken. Daarnaast wordt een deel van de Landschapsontwerper: F. K.

Projectnummer: 7921

Datum: 30-8-2019

gronden (in overleg met omwonenden) ingezet voor maatschappelijke doeleinden waardoor het algehele plan aan meerdere maatschappelijke opgaven bijdraagt. Er kan worden geconcludeerd dat het initiatief past binnen de algemene doestellingen in de Omgevingsvisie Overijssel. Zonneveld Kanaalzijde-Zuid te Heino

43

BELEIDSA

Om een goede ruimtelijke inpassing van het zonneveld te waarborgen, worden in de Catalogus Gebiedskenmerken in de Omgevingsvisie Overijssel randvoorwaarden gesteld. Hierbij worden de volgende lagen onderscheiden: 1.

Natuurlijke laag

2.

Laag van het agrarisch cultuurlandschap

3.

Stedelijke laag

4.

Laag van de beleving

In het plangebied komen de natuurlijke laag, laag van het agrarisch cultuurlandschap en de laag van de beleving voor: 1. Natuurlijke laag De gronden van het zonneveld vallen onder de ‘Beekdalen en natte laagtes’. In de beekdalen en natte laagtes verzamelde het water en ontwikkelden zich moerassen en broekbossen. Het waterpeil is niet lager dan voor grasland gebruik noodzakelijk is. Voor de realisatie van het zonneveld is het niet noodzakelijk dat water afgevoerd wordt. Er

Kanaaldijk-Zuid Heino worden geen extra watergangen gegraven waardoor het bestaande landschap intact wordt ......................................................................................................................................................................................... Legenda

donkerte

Landschapsontwerper: F. K.

gelaten. Het hemelwater zal ter plaatste in de grond infiltreren. Het waterschap heeft aangegeven

Zonneveld

Projectnumm

dat er in dit gebied geen opgaven liggen om het water langer vast te houden. Met de landschappelijke inpassing wordt aangesloten op het natte karakter van de omgeving door het realiseren van natuurvriendelijke oevers. Er kan worden geconcludeerd dat het initiatief past binnen de kaders behorend bij de natuurlijke laag.

LEGENDA

Kanaaldijk-Zuid Heino ............................................................................................................................................................... Legenda

0

50 100

N Zonneveld

200 Meters

Afbeelding 21. Omgevingsvisie Overijssel: Laag van de beleving.

44

0

50

100

200

Zonneveld Kanaalzijde-Zuid te Heino

donkerte

Landschapsontwerper: F

2. Laag van het agrarisch cultuurlandschap De gronden van het zonneveld liggen in het jonge heide- en broekontginningenlandschap. In het landschap werd geweid en werden plaggen gestoken voor in de stal. Na de uitvinding van kunstmest werden de gronden in cultuur gebracht. Het huidige beeld bestaat uit een landbouwontginningslandschap met open ruimtes, deels omzoomd door boscomplex. Het plangebied betreft een open landschap. In het ontwerp wordt aangesloten op de lineaire structuren van de watergangen, deze worden met behulp van lage beplanting versterkt. Door het zonneveld in zijn totaliteit binnen één ruimtemaat te realiseren, wordt aangesloten bij de aanwezige ruimtematen. Er kan worden geconcludeerd dat het initiatief past binnen de kaders behorend bij de agrarische laag. 4. Laag van de beleving In de laag van de beleving komen de natuurlijke, functionele en sociale processen bij elkaar. Het plangebied valt hierbij binnen een donkerte gebied en IJssellinie inundatieveld. Het geeft een indicatie van het ‘buitengebied’ van Overijssel, een plek waar het ’s nachts nog echt donker is. Voor het realiseren van het zonneveld is geen kunstlicht vereist. Een zonneveld betreft een ‘rustige’ ontwikkeling waarbij sprake is van zeer geringe menselijke activiteiten. De aanwezige donkerte wordt dan ook behouden.

Er kan worden geconcludeerd dat het initiatief past binnen de kaders behorend bij de laag van de beleving.

Zonneveld Kanaalzijde-Zuid te Heino

45

4.1.2 Landschapsontwikkelingsplan Salland Het plangebied ligt in het deelgebied ‘Weteringenlandschap’ en heeft raakvlak met het deelgebied ‘dekzandrug’. Het gebied betreft een jonge broekontginning. Het Overijssels Kanaal is in dit gebied één van de meest belangrijke structuurdragers. De laagtes langs deze structuur dienen zoveel mogelijk open te blijven, opgaande beplanting en andere ruimtelijke verdichtingen worden in de laagtes niet gestimuleerd. Onbeplante wegen blijven onbeplant. Bestaande wegbeplanting blijft behouden en hier wordt onderbegroeiing beperkt. Beplanting dient zoveel mogelijk transparant te zijn.

Landschappelijke karakteristiek weteringenlandschap: •

Wetering als structuurdrager;

•

Rationeel karakter wetering en rechtlijnige verkaveling haaks op de wetering;

•

Open en nat karakter laagte;

•

Waterberging ruimtelijk inpassen in dalvormige laagten;

•

Natte natuurontwikkeling binnen rechtlijnig karakter verkaveling;

•

Wegen en doorgaande structuren niet beplant, met uitzondering van historische lanen langs wegen;

•

Beplanting passend in open landschap (knotwilgen, rietoevers, transparante elzensingels);

•

Enkele kleinschalige ruggen met essen liggen in de laagten. Deze hogere gronden zijn door bebouwing, erfbeplanting en singels meer verdicht en kleinschaliger.

Afbeelding 22. Landschapsontwikkelingsplan Salland: Gewenst landschapsbeeld ‘Weteringenlandschap’.

46

Zonneveld Kanaalzijde-Zuid te Heino

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Raalte&id=edd08ea5-3438-4164-935d-c64ead0f7b02